NietWeten.nl


Wit wat je weet met het...

Witboek Verlichting

Denken doorzien

Ontwaken uit de droom van ontwaken

Mannetje onder een lantaarnpaal dat met een kwast op een stok een sterrenhemel staat te verven.

'Spirituele verlichting is geen bevrijdend inzicht, maar vrij zijn van inzicht.' Denken doorzien; realisatie als radicaal niet-weten. Ontwaken uit de droom van ontwaken.

Deel 1: denken doorzien

Deel 2: verlichting doorzien

Woord: Hans van Dam.

Beeld: Lucienne van Dam.

Laatst bijgewerkt op dinsdag 16 augustus 2022 om 04:29 uur.

Deel 5 van de Agnosereeks.

Het Witboek Verlichting als paperback (gebaseerd op de webeditie van 7 juni 2022:

^ Omslag van het Witboek Verlichting.

Je bent het goedkoopst uit als je mijn boeken niet bestelt bij mijn uitgever maar bij een gewone boekwinkel of bij een online boekhandel die geen verzendkosten in rekening brengt.

Het Witboek Verlichting verschijnt sinds 1 januari 2022 als serie in het Boeddhistisch Dagblad.

Voorwoord – Verlichting is het denken doorzien

Wat is verlichting? Kan ik zelf verlicht worden? Ben ik het misschien al? Is iedereen het eigenlijk al?

Is verlichting hetzelfde als bevrijding, realisatie, transcendentie, autolyse, zelfverwerkelijking, eenwording en ontwaken of zijn dat andere zaken?

Hoeveel soorten verlichting zijn er? Hoeveel niveaus van verlichting?

Waaraan herken je de verlichte? Heeft hij bepaalde lichamelijke of geestelijke kenmerken? Gedraagt hij zich op een bepaalde manier?

Heeft de verlichte bovennatuurlijke vermogens? Is hij alwijs, alwetend, alziend, alomtegenwoordig?

Is de verlichte een heilige? Doet hij alleen het goede? Slaat hij nog weleens met zijn vuist op tafel?

Kan iemand anders je verlicht maken of moet je het helemaal zelf doen of overkomt het je gewoon?

Vragen, vragen, vragen. Ze laten je niet los, en dat is de les.

Verlichting is verlossing van de vragen die je fascineren, van de gedachten die je boeien en van de woorden die je betoveren.

Vooral van het woord verlichting.

Inleiding – Rollende koppen vergaren geen mos

Van de hemel naar het zelf

Nu de orthodoxe godsdiensten uit het Midden-Oosten op hun retour zijn, moeten steeds meer mensen het zonder hemel stellen. Dat valt niet mee.

Pijn is makkelijker te verdragen als je weet dat er een eind aan komt. Straf is makkelijker te verdragen als er een beloning wacht. Tegenslag is makkelijker te verdragen met het oog op eeuwige voorspoed.

Als er geen hemel is in de hemel zoeken we hem wel op aarde. Als er geen hemel is op aarde zoeken we hem wel in onszelf. Als er geen hemel is in onszelf zoeken we hem wel in ons zelf, zoals het verre oosten adviseert.

Wat van ver komt is lekker, wat van verder komt is lekkerder. Niks hemel, niks paradijs, weg met die oude woorden. Nirwana! Eenwording! Bevrijding! Realisatie! Ontwaken! Gelukzaligheid! Gelijkmoedigheid! Onvoorwaardelijke Liefde! Eeuwige Wijsheid!

Verlichting is de goddeloze graal voor de goddeloze westerling die met zijn goddeloze ziel onder zijn goddeloze arm loopt. Zelfs als hij verder niets tekort komt. Of juist doordat hij verder niets tekort komt – soms is de oorzaak het gevolg.

Verlichting als niet-weten

De vraag is groot, het aanbod groter. Exponenten van wijsheidstradities en ondernemende individuen wijzen je graag hun weg en ontvangen je aan de start met open deuren en gesloten geesten, een enkele keer andersom – soms is de ingang de uitgang.

In dit boek wijs ik je de uitgang. Binnengekomen ben je al, maak dat je wegkomt, ik help je erbij.

In de loop van zo'n driehonderd dwaalteksten probeer ik je, hopelijk vergeefs, wijs te maken dat verlichting staat voor het vermogen door je begrippen heen te kijken, ook door het begrip verlichting.

Eenvoudiger gezegd: verlichting is het denken doorzien, ook dit denken.

Nog simpeler: verlichting is niet-weten, zelfs niet van verlichting.

Je geestelijke bagage achterlaten, niets nieuws oppikken, geen idee meer hebben van bevrijding, wijsheid, hemel, god of wat dan ook – dat is mijn idee van bevrijding, wijsheid, hemel, god en wat dan ook.

Rock 'n roll

Het Witboek Verlichting bestaat uit twee delen. Het eerste gaat over denken en het doorzien ervan, het tweede over verlichting en het doorzien ervan. Beide gaan over niet-weten.

De draad van agnose begint al bij de titel (Wit wat je weet met het Witboek Verlichting) en eindigt pas bij de verlichtingstests helemaal achterin, zoals het niet-weten begint bij je conceptie en eindigt bij je concepten.

En nirwana dan? Eenwording? Twee hints:

Niet-weten is het einde van niet-weten.

Verlichting is het einde van verlichting.

Nu jij:

Nirwana is...

Eenwording is...

Zo, de kop is eraf, dat was tenminste de bedoeling.

Rollende koppen vergaren geen mos.

Deel 1 – Denken doorzien

1. Wat je minstens moet weten van het denken

Waarin de auteur van het Witboek Verlichting zichzelf onbeschaamd aanbeveelt.

'Wat weet jij eigenlijk van het denken, Hans?'

'Minder dan wie ook.'

'Dat lijkt me geen aanbeveling.'

'Integendeel.'

2. Gevangen in gedachten

Waar houdt het voor jou op?

Sommigen kunnen niet denken. Zij zitten gevangen in de feiten. Voor hen houdt het daarmee op.

Anderen kunnen concreet denken. Zij overdenken de feiten en raken gevangen in hun gedachten. Voor hen houdt het daarmee op.

Weer anderen kunnen abstract denken. Zij overdenken hun gedachten en raken gevangen in hun metagedachten. Voor hen houdt het daarmee op.

Voor enkelen houdt het nergens op. Niet bij de feiten. Niet bij hun gedachten. Niet bij hun metagedachten. Zij zitten niet gevangen. Zelfs niet in hun vrijheid.

Wie kan zeggen waar dat eindigt?

Wie weet zelfs maar hoe het heet?

Denkwolk met drie tralies eromheen.

^ Gevangen in gedachten.

3. Mensen denken werelden

Hoeveel werelden ken jij?

denken

mensendenken

mensen denken

mensen denken de wereld

mensen denken zich de wereld

mensen denken zich in de wereld

mensen denken zich uit de wereld

mensen denken zich van de wereld

mensen denken zich boven de wereld

mensen bedenken een bovenwereld

mensen bedenken een buitenwereld

mensen bedenken een wonderwereld

mensen bedenken een vormenwereld

mensen bedenken een schaduwwereld

mensen bedenken een geestenwereld

mensen bedenken een binnenwereld

mensen bedenken een droomwereld

mensen bedenken een ideeënwereld

mensen bedenken een tussenwereld

mensen bedenken een dodenwereld

mensen bedenken een godenwereld

mensen bedenken een schijnwereld

mensen bedenken een onderwereld

mensen bedenken een tegenwereld

mensen bedenken een thuiswereld

mensen bedenken een toverwereld

mensen bedenken een leefwereld

mensen bedenken een onwereld

mensen bedenken werelden

mensendenkwerelden

mensenwerelddenken

mensenwerelden

mensendenken

denkwerelden

werelddenken

wensdenken

denkwensen

wensmensen

denkmensen

mensdenken

denken

4. Mensen denken mensen

Wie denk jij dat je bent?

denken

denken zijn

mensendenken zijn

mensen denken dat ze zijn

mensen denken dat ze goden zijn

mensen denken dat ze wijzen zijn

mensen denken dat ze leiders zijn

mensen denken dat ze volgers zijn

mensen denken dat ze duivels zijn

mensen denken dat ze beesten zijn

mensen denken dat ze mensen zijn

mensen denken dat ze priesters zijn

mensen denken dat ze meesters zijn

mensen denken dat ze dromers zijn

mensen denken dat ze dromen zijn

mensen denken dat ze doeners zijn

mensen denken dat ze denkers zijn

mensen denken dat ze denken zijn

mensen denken dat ze dingen zijn

mensen denken dat ze niets zijn

mensen denken dat ze alles zijn

mensen denken dat ze niet zijn

mensen denken dat ze zijn zijn

mensen denken dat ze worden

mensen denken dat worden

mensen denken dat alles

mensen denken dat

mensen denken

denken mensen

denken

5. Mensen denken denken

Hoe denk jij dat je moet denken?

denken

mensen denken

mensen denken dat

mensen denken dat ze denken

mensen denken dat ze hoger denken

mensen denken dat ze dieper denken

mensen denken dat ze anders denken

mensen denken dat ze sneller denken

mensen denken dat ze kleiner denken

mensen denken dat ze minder denken

mensen denken dat ze hoger moeten denken

mensen denken dat ze dieper moeten denken

mensen denken dat ze anders moeten denken

mensen denken dat ze sneller moeten denken

mensen denken dat ze kleiner moeten denken

mensen denken dat ze minder moeten denken

mensen denken dat ze niet meer moeten denken

mensen denken dat ze meer moeten denken

mensen denken dat ze niet meer denken

mensen denken dat ze niet-denken

mensen denken dat niet-denken

mensen denken niet-denken

mensen denken niet

mensen denken

denken mensen

denken denken

denken

Denker van Rodin opgebouwd uit zwarte zwermende figuurtjes, met een krans van rode zwermende figuurtjes eromheen.

^ Denken denken denken.

6. Hoe je aan het denken ontsnapt

Acht soorten escapisme.

'Wat is godsdienst?'

'Een poging om aan het denken te ontsnappen.'

'Hoe?'

'Door te vluchten in God en gebod.'

'Wat is filosofie?'

'Een poging om aan het denken te ontsnappen.'

'Hoe?'

'Door te vluchten in begrippen en theorieën.'

'Wat is scepticisme?'

'Een poging om aan het denken te ontsnappen.'

'Hoe?'

'Door te vluchten in twijfel en voorbehoud.'

'Wat is zen?'

'Een poging om aan het denken te ontsnappen.'

'Hoe?'

'Door te vluchten in de leegte en het Zelf.'

'Wat is meditatie?'

'Een poging om aan het denken te ontsnappen.'

'Hoe?'

'Door te vluchten in trance en herhaling.'

'Wat is advaita?'

'Een poging om aan het denken te ontsnappen.'

'Hoe?'

'Door te vluchten in bewustzijn en non-dualiteit.'

'Wat is hedonisme?'

'Een poging om aan het denken te ontsnappen.'

'Hoe?'

'Door te vluchten in bezit en genot.'

'Wat is het nieuws?'

'Een poging om aan het denken te ontsnappen.'

'Hoe?'

'Door te vluchten in nieuws en roddels.'

'Dus godsdienst, filosofie, scepticisme, zen, meditatie, advaita, hedonisme en het nieuws zijn allemaal manieren om aan het denken te ontsnappen?'

'Tenzij dat ook maar een gedachte is.'

'Wat hebben ze nog meer gemeen?'

'Dat het maar niet wil lukken.'

Bordje nooduitgang met daarop een monnik die bezig is met loopmeditatie, in plaats van het gebruikelijke rennende figuurtje.

^ Vluchten in de leegte van het Zelf.

Koekoeksteksten

Sommige van mijn teksten kun je eenvoudig naar je hand zetten door de sleutelwoorden te vervangen.

In plaats van 'het denken' kun je in de tekst hierboven ook 'jezelf' invullen, of 'het nu', 'je verleden', 'de toekomst', 'het lijden', 'het leven', 'het bestaan', 'de werkelijkheid', 'het tijdelijke' of zo.

Dan vat je godsdienst, filosofie, scepticisme, zen, meditatie, advaita, hedonisme en het nieuws op als een manier om aan jezelf, aan het nu, aan je verleden, aan de toekomst, aan het lijden, aan het leven, aan het bestaan, aan de werkelijkheid, aan het tijdelijke te ontsnappen.

Je kunt een stapje verder gaan en andere vluchtwegen bedenken die jou op het lijf geschreven zijn. Wat is seks? Wat is alcohol? Wat is wiet? Wat is dzogchen? Wat is yoga? Wat is tai-chi? Wat is lezen? Wat is schrijven? Wat is kennis? Wat is niet-weten?

7. Hoe je aan het ontsnappen ontsnapt

Gedachtevlucht op gebakken lucht.

Bette: Wat is niet-weten?

Hans: Gewoon.

Bette: Wat gewoon?

Hans: Dat je het niet meer weet.

Bette: Wat niet?

Hans: Niks niet.

Bette: Echt niet?

Hans: Niet echt.

Bette: Behalve dat je het niet meer weet.

Hans: Zou je denken?

Bette: Ik denk dat niet-weten de zoveelste vergeefse poging is om aan het denken te ontsnappen.

Hans: Hoe dan?

Bette: Door te vluchten in domheid en naïviteit.

Hans: Of vlucht jij nu in die gedachte?

Bette: Wat voor vlucht is niet-weten volgens jou?

Hans: Een hoge vlucht.

Bette: Waaruit, bedoel ik.

Hans: Uit het vluchten natuurlijk.

Bette: Niet-weten is een vlucht uit het vluchten?

Hans: En een vlucht uit het vluchten voor het vluchten.

Bette: Toe maar.

Hans: En een vlucht uit het vluchten uit het vluchten voor het vluchten.

Bette: Dat mag gerust een hoge vlucht heten.

Hans: Het is en blijft een gedachtevlucht.

Bette: Waardoor word je gedragen tijdens je hoge vlucht?

Hans: De opwaartse kracht van gebakken lucht.

Bette: Niet door het allerhoogste?

Hans: Tenzij dat gebakken lucht is.

Bette: Maar dat weet je niet.

Hans: Niet echt.

Bette: Maakt het je dan niets uit?

Hans: Mij is het om het even, zolang ik vrij mag zweven.

Bette: Ik dacht dat niet-weten een wolk was.

Hans: Haar is het om het even, zolang ze vrij mag zweven.

Bette: Ik geloof niet dat ik je kan volgen.

Hans: Probeer het eens met niet-volgen.

Bette: Maar ik vind dat je het mooi weet te zeggen.

Hans: Woorden in de wind.

Pictogram van nooduitgang in pictogram van nooduitgang.

^ Een vlucht uit het vluchten...

8. Iedereen droomt

Waren woorden maar niet glad.

was het water
maar niet nat
dacht de wader
op het wad

als ik nou maar
niks vergat
dacht het oudje
zei ik wat

als je maar geen
auto's had
dacht de duif
een beetje plat

als de mens maar
tot mij bad
dacht de Boeddha
ladderzat

9. Drieëndertig vragen aan heilsprofeten

Dromen van geluk.

Meester Minder zegt:

Denk jij werkelijk dat je voortaan gelukkig zult zijn als je naar school mag? Dat het leven dan geweldig wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan gelukkig zult zijn als je een medaille hebt gewonnen? Dat het leven dan geweldig wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan gelukkig zult zijn als je van school mag? Dat het leven dan geweldig wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan gelukkig zult zijn als je een baan hebt? Dat het leven dan geweldig wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan gelukkig zult zijn als je een auto hebt? Dat het leven dan geweldig wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan gelukkig zult zijn als je opslag krijgt? Dat het leven dan geweldig wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan gelukkig zult zijn als je een andere baan hebt? Dat het leven dan geweldig wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan gelukkig zult zijn als je een partner hebt? Dat het leven dan geweldig wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan gelukkig zult zijn als je een eigen huis hebt? Dat het leven dan geweldig wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan gelukkig zult zijn als je je huis verkocht hebt? Dat het leven dan geweldig wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan gelukkig zult zijn als je van je partner af bent? Dat het leven dan geweldig wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan gelukkig zult zijn als je een nieuwe partner hebt? Dat het leven dan geweldig wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan gelukkig zult zijn als je zwanger wordt? Dat het leven dan geweldig wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan gelukkig zult zijn als je bevallen bent? Dat het leven dan geweldig wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan gelukkig zult zijn als je een groter huis hebt? Dat het leven dan geweldig wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan gelukkig zult zijn als je gezin compleet is? Dat het leven dan geweldig wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan gelukkig zult zijn als je zwakzinnige kind in een tehuis zit? Dat het leven dan geweldig wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan gelukkig zult zijn als je kinderen een diploma hebben? Dat het leven dan geweldig wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan gelukkig zult zijn als je kinderen op zichzelf wonen? Dat het leven dan geweldig wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan gelukkig zult zijn als je kinderen een baan hebben? Dat het leven dan geweldig wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan gelukkig zult zijn als je kinderen een partner hebben? Dat het leven dan geweldig wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan gelukkig zult zijn als je kleinkinderen hebt? Dat het leven dan geweldig wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan gelukkig zult zijn als je gescheiden bent? Dat het leven dan geweldig wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan gelukkig zult zijn als je met pensioen bent? Dat het leven dan geweldig wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan gelukkig zult zijn als je een boek hebt geschreven? Dat het leven dan geweldig wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan gelukkig zult zijn als je kankervrij bent? Dat het leven dan geweldig wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan gelukkig zult zijn als je een nieuwe heup hebt? Dat het leven dan geweldig wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan gelukkig zult zijn als je in een zorgflat woont? Dat het leven dan geweldig wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan gelukkig zult zijn als je euthanasie krijgt? Dat het leven dan geweldig wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan gelukkig zult zijn als je in de hemel bent? Dat het leven dan geweldig wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan gelukkig zult zijn als je God ontmoet? Dat het leven dan geweldig wordt? Denk je dat nou echt?

Of denk je soms dat je voortaan gelukkig zult zijn als je eindelijk van dit soort gedachten bevrijd bent? Als je onthecht bent? Als je verlicht bent? Dat het leven dan geweldig wordt? Denk je dat nou echt?

Ik vraag het je nog één keer. Denk jij werkelijk dat je ooit helemaal gelukkig zult zijn?

10. Iedereen klaagt

Maakte denken maar gezond.

was mijn haar maar
niet zo blond
dacht het spook
dat niet bestond

was de mest nou
maar geen stront
klonk het klaaglijk
uit de grond

was mijn ei maar
niet zo rond
kreunde kip
vanuit zijn kont

was z'n gat nou
maar zijn mond
dacht de haas
vanuit de hond

Hond met een hazenkop uit zijn kont.

^ Was zijn gat nou maar zijn mond.

11. Drieëndertig vragen aan onheilsprofeten

Dromen van ongeluk.

Meester Meer zegt:

Denk jij werkelijk dat je voortaan ongelukkig zult zijn als je naar school moet? Dat het dan nooit meer leuk wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan ongelukkig zult zijn als je van school moet? Dat het dan nooit meer leuk wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan ongelukkig zult zijn als je moet werken? Dat het dan nooit meer leuk wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan ongelukkig zult zijn als je geen baan vindt? Dat het dan nooit meer leuk wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan ongelukkig zult zijn als je geen opslag krijgt? Dat het dan nooit meer leuk wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan ongelukkig zult zijn als je ontslagen wordt? Dat het dan nooit meer leuk wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan ongelukkig zult zijn als je je rijbewijs niet haalt? Dat het dan nooit meer leuk wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan ongelukkig zult zijn als je je rijbewijs moet inleveren? Dat het dan nooit meer leuk wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan ongelukkig zult zijn als je je partner verliest? Dat het dan nooit meer leuk wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan ongelukkig zult zijn als je je huis kwijtraakt? Dat het dan nooit meer leuk wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan ongelukkig zult zijn als je een misdaad hebt begaan? Dat het dan nooit meer leuk wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan ongelukkig zult zijn als je verkracht bent? Dat het dan nooit meer leuk wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan ongelukkig zult zijn als je kanker krijgt? Dat het dan nooit meer leuk wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan ongelukkig zult zijn als je kanker terugkeert? Dat het dan nooit meer leuk wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan ongelukkig zult zijn als je onvruchtbaar blijkt te zijn? Dat het dan nooit meer leuk wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan ongelukkig zult zijn als je een kind krijgt? Dat het dan nooit meer leuk wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan ongelukkig zult zijn als je een zwakzinnig kind krijgt? Dat het dan nooit meer leuk wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan ongelukkig zult zijn als je kinderen geen diploma halen? Dat het dan nooit meer leuk wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan ongelukkig zult zijn als je kinderen uit huis gaan? Dat het dan nooit meer leuk wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan ongelukkig zult zijn als je kinderen geen werk vinden? Dat het dan nooit meer leuk wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan ongelukkig zult zijn als een van je kinderen doodgaat? Dat het dan nooit meer leuk wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan ongelukkig zult zijn als je geen kleinkinderen krijgt? Dat het dan nooit meer leuk wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan ongelukkig zult zijn als je failliet gaat? Dat het dan nooit meer leuk wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan ongelukkig zult zijn als je partner je verlaat? Dat het dan nooit meer leuk wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan ongelukkig zult zijn als je met pensioen moet? Dat het dan nooit meer leuk wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan ongelukkig zult zijn als ze je je rijbewijs afnemen? Dat het dan nooit meer leuk wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan ongelukkig zult zijn als je een nieuwe heup moet? Dat het dan nooit meer leuk wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan ongelukkig zult zijn als je in een zorgflat moet? Dat het dan nooit meer leuk wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan ongelukkig zult zijn als je hond sterft? Dat het dan nooit meer leuk wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan ongelukkig zult zijn als er niemand op bezoek komt? Dat het dan nooit meer leuk wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan ongelukkig zult zijn als je een hersenbloeding krijgt? Dat het dan nooit meer leuk wordt? Denk je dat nou echt?

Of denk je dat je ongelukkig zult blijven zolang je dit soort gedachten denkt? Dat het dan nooit leuk wordt? Denk je dat nou echt?

Ik vraag het je nog één keer. Denk jij werkelijk dat je nooit meer ook maar een beetje gelukkig zult zijn?

12. De wijsheid van de middelvinger

Of hoe ik toch nog thuiskwam.

Onderweg naar huis gaf een automobilist me de vinger.

Ik dacht: ja, het is mijn schuld. Nee, het is zijn schuld. Nee, we zijn allebei schuldig. Nee, we zijn allebei onschuldig. Nee, we zijn allebei een beetje schuldig en een beetje onschuldig.

Ik dacht: het is de schuld van de gemeente, die had hier een stoplicht moeten plaatsen. Nee, het is de schuld van de wegenbouwer, zonder weg hadden we hier niet gereden. Nee, het is de schuld van de autofabrikant, zonder auto had hij hier niet gereden. En van de fietsfabrikant natuurlijk, zonder fiets had ik hier niet gefietst.

Ik dacht: het is de schuld van mijn baas, zonder hem was ik niet onderweg geweest. Nee, het is de schuld van onze ouders, zonder hen waren we er niet geweest. Nee, het is de schuld van het hele universum, als er ook maar één factor anders was geweest...

Ik dacht: het universum is een begrip, dat kan niets veroorzaken. Zonder vrije wil is de schuldvraag sowieso niet aan de orde. Is oorzakelijkheid wel meer dan een categorie van het denken?

Ik dacht: misschien droom ik dit alleen maar. Misschien droom ik alleen maar dat ik dit droom. Misschien droom ik dat ook alleen maar. Misschien is 'ik' ook maar een droom. Misschien is 'droom' maar een woord.

Ik dacht: bestaat de waarheid eigenlijk wel? Misschien is alles wel waar in sommige opzichten en onwaar in andere. Misschien is alles wel waar en onwaar tegelijk. Misschien is alles wel waar noch onwaar. Misschien is 'alles' ook maar een woord.

Ik dacht: misschien dit, misschien dat – nu ben ik het zat.

En toen was ik weer thuis.

Middelvinger met vingerhoedhuisje erop.

^ En toen was ik weer thuis.

13. Gedachten om los te laten

Wat ik heb gewonnen nu ik niet meer denk dat er iets te winnen valt.

'Wat vond jij van alle gedachten de moeilijkste om los te laten, Hans?'

'Alsof het aan mij is om ze los te laten.'

'Wat zou jij zeggen?'

'Dat ik ze niet meer weet vast te houden?'

'Je moet ze wel loslaten.'

'Deze ook.'

'Je hebt geen keus.'

'Die ook.'

'Wat vond je de moeilijkste gedachte om los te moeten laten?'

'De gedachte dat de mens in wezen goed is, denk ik.'

'Want dat is hij niet?'

'Dat bleek.'

'Jij ook niet?'

'Ik al helemaal niet.'

'Wat was daar zo moeilijk aan?'

'Dat de wereld waarin ik me veilig waande opeens een enge plek werd.'

'En toen?'

'Moest ik ook de gedachte loslaten dat de mens in wezen slecht is.'

'Want dat is hij niet?'

'Dat bleek.'

'Behalve jij, zeker?'

'Ik ook niet.'

'Wat was daar moeilijk aan?'

'Dat de wereld nog enger werd.'

'Dat snap ik niet.'

'Omdat ik nu ook niet meer uit kon gaan van de intrinsieke slechtheid van de mens.'

'En toen?'

'Moest ik de gedachte loslaten dat ik wist wat goed en slecht was.'

'Want dat wist je niet meer?'

'Dat bleek.'

'En toen?'

'Moest ik de gedachte loslaten dat mensen mij niet meer konden kwetsen omdat ik nergens meer van uitging.'

'Want dat konden ze nog steeds?'

'Dat bleek.'

'En jij hun?'

'Wat dacht je.'

'En toen?'

'Moest ik de gedachte loslaten dat ik onkwetsbaar was omdat ik niet meer aannam dat ik onkwetsbaar was.'

'Want dat was je nog steeds?'

'Dat bleek.'

'En toen?'

'Werd nu.'

'Wat heb je dan gewonnen?'

'Dat ik niet meer denk dat er iets te winnen valt?'

'Alle inspanning was voor niets.'

'Ook die gedachte heb ik los moeten laten.'

'Er valt niets te bereiken.'

'Ook die gedachte heb ik los moeten laten.'

'Eigenlijk ben je iedere zekerheid kwijtgeraakt.'

'Deze ook.'

'Alle gedachten heb je los moeten laten.'

'Die ook.'

'Jij liever dan ik.'

'Die ook.'

14. Scharrelaars tussen welles en nietes

De eindeloze ruimte van niet-weten.

Een vrijdenker is iemand die zich voortdurend vrij denkt.

Vrijdenken is een ander woord voor niet-weten. De vrijdenker weet niet, de weetniet denkt vrij. Hij denkt zich vrij van gelijkhebberij.

Vrijdenkers zijn nestvlieders, uitloopmensen – scharrelaars in het niemandsland tussen welles en nietes. Ze leggen geen eieren, broeden niets uit.

Voor hen zijn standpunten vluchtlijnen, vluchtlijnen raakvlakken in de eindeloze ruimte van niet-weten.

Nu wordt ruimte pas ruimte als je je beweegt. Ruimte blijft alleen ruimte als je in beweging blijft. Ruimte wordt pas eindeloze ruimte als je haar eindeloos doorkruist.

Daarom zijn vrijdenkers altijd onderweg. Vraag ze niet waarheen, ze zeggen toch steeds wat anders, als ze al antwoord geven. Het enige wat ze stellen, zijn vragen.

Een vrijdenker is iemand die zich voortdurend vrij denkt.

15. Een vreemde gast die zwiert en tast

De grijpgeest legt zich vast.
Zijn denken is verwrongen.

De vrijgeest maakt zich los.
Zijn gang is ongedwongen.

Hij is de dans ontsprongen
En leeft nu op de tast.

Vrolijk dansend figuur opgebouwd uit vrolijke dansende figuurtjes.

^ Hij is de dans ontsprongen, en leeft nu op de tast.

16. Ben jij een grijpgeest of een vrijgeest?

Bevrijd van vrijheidsstrijd.

Een grijpgeest is iemand die zich telkens vast denkt en daardoor gebonden blijft. Een vrijgeest is iemand die zich telkens vrij denkt en daardoor ongebonden blijft.

Wat ben jij, een grijpgeest of een vrijgeest?

Als je je dat serieus afvraagt, alleen maar omdat de vorige zin ertoe aanzet, ligt het antwoord voor de hand.

Wat wil je worden, een grijpgeest of een vrijgeest?

Als je je dat serieus afvraagt, alleen maar omdat de vorige zin ertoe aanzet, ligt het antwoord voor de hand.

Een vrijgeest is geen vrijheidsstrijder. Ook van de strijd voor de vrijheid is hij bevrijd. Zelfs zijn strijdbaarheid bestrijdt hij niet. Het onderscheid tussen grijpgeest en vrijgeest zegt hem niets.

17. De hokjesgeest

Je moet een hokjesgeest hebben om erin te geloven.

Hierboven heb je kennis kunnen maken met de grijpgeest en zijn tegenpool, de vrijgeest.

Andere woorden voor vrijgeest zijn pleingeest en weetnietgeest.

Andere woorden voor grijpgeest zijn schotjesgeest en hokjesgeest.

Een hokjesgeest is iemand die zich alleen op zijn gemak voelt als alles een eigen plekje heeft. Dit hoort hier, dat hoort daar. Alles hoort hier of daar. Niets hoort hier en daar. Niets hoort hier noch daar.

De hokjes in de geest van de hokjesgeest zijn in zijn beleving een afspiegeling van de hokjes in de werkelijkheid. Hij heeft ze niet bedacht, ze bestaan, en wat doe je eraan.

Natuurlijk is hokjesgeest ook maar een hokje. Je moet een hokjesgeest hebben om erin te geloven, en wie heeft dat nu niet. Hokjesgeesten bestaan, en wat doe je eraan.

Hokjesgeesten zijn net planten: je hebt nulhokkigen, eenhokkigen, tweehokkigen, niet-tweehokkigen en meerhokkigen.

Een nulhokkige hokjesgeest heet een nihilist, een eenhokkige een monist, een tweehokkige een dualist, een niet-tweehokkige een non-dualist en een meerhokkige een pluralist.

Geenhokkige hokjesgeesten hebben geen hokjes en geen geest, laat staan een hokjesgeest, daarom noem ik ze weleens vrijgeest of geestvrij.

Dit waren zes hokjes, die nu bestaan, en wat doe je eraan.

18. Kan een geest wel zonder hokjes?

Hokjes kunnen ervoor zorgen dat je scherper kijkt en meer ziet. En ze kunnen je blind maken voor de grensgevallen.

Zonder geest geen hokjes

De hokjesgeest ziet alleen wat in zijn hokjes past. Hij zal nooit iets anders zien dan de tussenschotjes waarop hij zijn beeldwereld projecteert.

Als we, met een knipoog naar Plato en Bodhidharma, de hokjesgeest een grotjesgeest noemen, kunnen we zeggen dat hij alleen de schaduwen ziet die van buiten op de muurtjes van zijn grotjes vallen. Zolang hij eenpuntig naar de muurtjes blijft staren om de wereld en zichzelf te leren kennen, zal hij nooit iets anders zien.

Hieronder een simpele analogie om de beperkte visus van de hokjesgeest aanschouwelijk te maken.

Neem een traploos verloop van zwart naar wit:

Kader met verloop van zwart naar wit.

Dit is wat het nihilistische oog ziet:

Kader met wit erin.

Dit is wat het monistische oog ziet:

Kader met grijs erin.

Dit is wat het dualistische oog ziet:

Kader met een zwart blok en een wit blok.

Dit is wat het pluralistische oog ziet:

Kader met zwart, drie tinten grijs en wit.

En dit is wat het traploze oog ziet:

Kader met verloop van zwart naar wit.

Of misschien dit:

Kader met alle kleuren van de regenboog.

Zonder hokjes geen geest

Mogen we uit deze analogie concluderen dat een geest zonder hokjes alles ziet? Natuurlijk niet. Het is maar een beeld. Beelden zijn er om te bestormen.

Persoonlijk ken ik niemand die alles ziet, niemand die dat voor zichzelf claimt. Ik ken wel mensen die claimen dat er geesten of goden zijn die alles zien. Zal best. Kan een geest zonder hokjes überhaupt iets zien? Een geest die niets voorstelt en zich niets voorstelt – ik kan me er niets bij voorstellen.

Toen ik aan het botaniseren sloeg, leerde ik allerlei plantensoorten en hun eigenschappen kennen. Dat ontwikkelde mijn hokjesgeest. Overeenkomsten en verschillen zoeken. Verenigen en scheiden.

Enkelvoudig blad, samengesteld blad. Eenhokkig vruchtbeginsel, tweehokkig vruchtbeginsel, meerhokkig vruchtbeginsel. Gewone melkdistel, akkermelkdistel, gekroesde melkdistel, moerasmelkdistel.

Hoe meer hokjes ik had, hoe meer ik zag. Niet minder, meer. Ook de tussenvormen: de bladeren en bloemen, de kleuren en geuren, de soorten en ondersoorten die zich aan geen enkele indeling houden, in geen enkel hokje passen, botanici tot wanhoop drijven.

Een gesloten geest

Door me in de loop van mijn leven te verdiepen in allerlei indelingen, leerde ik niet alleen hun nut maar vooral hun beperkingen kennen.

Hokjes kunnen ervoor zorgen dat je scherper kijkt en meer ziet. En ze kunnen je blind maken voor de grensgevallen. Dan ben je bevooroordeeld. Dan kijk je niet meer omdat je alles al meent te weten.

Dan word je gespannen als de werkelijkheid zich weer eens niet aan je hokjes houdt. Dan ga je de feiten verdraaien of ontkennen om je indelingen te redden. Dan ga je indelingen verdraaien of ontkennen om de feiten te redden.

Met een hokjesgeest bedoel ik in dit boek geen geest die over veel hokjes beschikt waar hij onbekommerd in- en uitloopt, maar een geest die alle hokjes dichttimmert zodat er niemand meer in of uit kan – hijzelf nog het minst.

19. De monist

Kader met grijs erin.

^ De monist.

Of je alles nu herleidt tot geest of tot god, tot oer of tot snot, het monistische denken blijft monotoon.

De hokjesgeest onderscheidt vier soorten hokjesgeest: nihilisten, monisten, dualisten en pluralisten.

Nihilisten hebben niets te zeggen, daarom valt er over nihilisten niets te zeggen, ik zal over hen zwijgen als hun graf.

Onder de hokjesgeesten zijn de monisten het een-voudigst te herkennen. Ik zal nu spreken als hun graf.

Ismisme

Monisten beginnen hun zinnen graag met 'Alles is...', 'Niets is...', 'Iedereen is...', 'Niemand is...' en zo.

Monisten gebruiken ook graag generaliserende zinnen zoals 'Monisten beginnen hun zinnen graag met...' en 'Monisten gebruiken ook graag generaliserende zinnen zoals...'

Net als alle na-apen vormen monisten groepjes van gelijkgestemden in navolging van een liefst overleden opperaap en onder de vlag van een liefst onuitsprekelijk polysyllabisme. Want hoe verschillend monisten ook mogen lijken, ze zijn allemaal polysyllabist.

(Polysyllabist: 1. iemand die vaak polysyllabismen gebruikt; 2. iemand die een of het polysyllabisme aanhangt. Polysyllabisme: 1. meerlettergrepig woord, bijvoorbeeld polysyllabisme; 2. meerlettergrepige leer, bijvoorbeeld polysyllabisme.)

De neiging om je aan te sluiten bij een of ander isme, maakt niet uit welk, noem ik ismisme (is-mis-me), iemand met die neiging een ismist (is-mist).

Het geloof in het ismisme noem ik ismismisme (is-mis-mis-me), een gelovige daarin een ismismist (is-mis-mist); inderdaad, de mist wordt steeds dichter.

Het geloof in het ismismisme noem ik ismismismisme (is-mis-mis-mis-me), een gelovige daarin een ismismismist (is-mis-mis-mist) enzovoort.

Dit is een oneindige reeks hokjes, er staat er vast wel eentje voor je leeg.

Alles is...

Ismisten die het eens zijn noem ik onderlingen, ismisten die het oneens zijn anderlingen.

Dit waren twee hokjes.

Ismisten bevestigen onderlingen en bevechten anderlingen, want niet alles is liefde, hè. Maar wat is alles dan wel?

Het is maar net aan wie je het vraagt:

Alles is oer (archè), leert Anaximander.

Alles is chaos, leert Anaxagoras.

Alles is water, leert Thales.

Alles is lucht, leert Anaximenes.

Alles is aarde, leert Xenophanes.

Alles is vuur, leert Heraclitus.

Alles is getal, leert Pythagoras.

Alles is zijn, leert Parmenides.

Alles is goddelijk, leert de pantheïst.

Alles is God (En-sof), leert de kabbalist.

Alles is Brahman, leert de hindoe.

Alles is Tao, leert de taoïst.

Alles is leeg, leert de boeddhist.

Alles is ik, leert de solipsist.

Alles is bewustzijn, leert de non-dualist

Alles is energie, leert de energeticus.

Alles is stof, leert de materialist.

Alles is geest, leert de idealist.

En als je het jou vraagt?

Een kindergeest is gauw gevuld

Of je alles nu herleidt tot geest of tot god, tot oer of tot snot, het monistische denken blijft monotoon. Vlakker dan gregoriaans gezang, repetitiever dan minimalistische muziek, kleurlozer dan witte ruis – een beter slaapmiddel ken ik niet.

Niets aan te doen, denken is vereenvoudigen. Neem alleen al deze zin, 'denken is vereenvoudigen'. Alsof ons denken geen ander doel dient dan vereenvoudigen. Alsof ons denken altijd een doel dient. Alsof ons denken van ons is. Belachelijk, toch?

Of neem de zin 'belachelijk, toch?' Belachelijk, toch? Alsof een gedachte belachelijk is omdat hij de zaken op een bepaalde manier voorstelt. Waarom niet 'boeiend, toch?' Maakt niet uit, op zijn eigen manier is 'belachelijk, toch' boeiend, toch?

Monisme schijnt verslavend te zijn. Monisten spreken steeds dezelfde formules uit om een werkelijkheid te bezweren die zich uitsluitend in inhoudsloze tautologieën zoals 'alles is...' laat vangen. Een kindergeest is gauw gevuld, en zie hem dan nog maar eens leeg te krijgen.

Die bijzin – 'om een werkelijkheid te bezweren die zich uitsluitend in inhoudsloze tautologieën laat vangen' – is zelf weer typisch gemakzuchtige monistische flauwekul, had je het door?

Alsof ik kan weten dat we in een werkelijkheid leven die zich uitsluitend in inhoudsloze tautologieën laat vangen.

Alsof ik kan weten waarom mensen monistische formules uitspreken.

Alsof ze dat allemaal steeds om dezelfde reden doen.

Alsof ze alles om een reden doen.

Belachelijk, toch?

Boeiend, nietwaar?

20. De dualist

Kader met een zwart blok en een wit blok.

^ De dualist.

Vastzitten in dilemma's, is daar wat aan te doen? Ja, ik bedoel nee, ik bedoel...

AA of AB

Als het op vereenvoudiging aankomt spant het monistische denken de kroon, maar het dualistische denken kroont de prins, wat trouwens een afkorting is van princeps, de eerste, terwijl de prins toch echt de opvolger is, de tweede of de zoveelste: Lodewijk XIV, een genummerde opperaap, nou ja.

Het dualistische denken deelt de werkelijkheid op in twee hokjes die elkaar uitsluiten.

Het staat de dualist vrij om zo veel paren van tegenstellingen op te voeren als hij wil, maar elk daarvan moet de werkelijkheid helemaal afdekken.

Iets of iemand is A of A' maar nooit A en A', of A noch A'. Je bent vrouw of man maar nooit beide of geen van beide.

Iets of iemand is daarnaast B of B' maar nooit B en B', of B noch B'. Je valt op vrouwen of op mannen maar nooit op beide of op geen van beide.

Daarom is iets of iemand in het tweedimensionale dualistische denken AB, A'B, AB' of A'B' maar niets anders. Je bent een vrouw die op mannen valt, een vrouw die op vrouwen valt, een man die op vrouwen valt of een man die op mannen valt. Daarmee zijn de mogelijkheden en de meeste hersenen uitgeput – ben je er nog?

Even veralgemeniseren:

Flipflopgeest

Als er geen tegenstelling is, dan zijn er twee tot de macht nul is één combinaties en hebben we te maken met nuldimensionaal dualisme ofwel monisme.

Als er één tegenstelling is, A versus A', dan zijn er twee tot de macht één is twee combinaties en hebben we te maken met eendimensionaal dualisme.

Zijn er twee tegenstellingen, A versus A' en B versus B', dan zijn er twee tot de macht twee is vier combinaties en hebben we te maken met tweedimensionaal dualisme.

Zijn er n tegenstellingen, dan zijn er twee tot de macht n combinaties en hebben we te maken met n-dimensionaal dualisme.

Zo kan het dualistische denken nog best ingewikkeld worden, maar in de grond is het plat.

Tweedimensionalen worden door Edwin Abbott Abbott [sic] flatlanders genoemd. Flatbrainers, flatliners of flatminders lijkt me beter, maar Abbot-kwadraat had het primaat en ik het nakijken. Bovendien kan ik als tweetalige denker makkelijk uitwijken naar zijn moerstaal, Abbot Abbot moeilijk naar de mijne, zeker sinds zijn of hun overlijden in 1926.

Dualisten zijn net digitale computers: hun brein zit vol flipflopschakelingen die alleen de waarde 0 of 1 kunnen aannemen; onwaar of waar, nee of ja, uit of aan. Een dualist heeft een flipflopgeest, en is een flipflopgeest, pars pro toto. Zoals een monist een flopgeest heeft en alles is, toto pro pars. Of een flipgeest, daar wil ik vanaf zijn.

Iedere dimensie van een flipflopgeest vergt een bit in een flipflopcomputer, acht dimensies een byte, achtduizend dimensies een kilobyte. Daaraan hebben we meer dan voldoende om zelfs geniale flipflopgeesten een-duidig te identificeren, en die zijn zeldzaam.

Nog geen kilobyte per persoon, dat is nog geen tien gigabyte voor tien miljard mensen – een wonderlijk economisch ontwerp.

Dilemma's

Waar het eenhokkige denken lemma's voortbrengt die geen tegenspraak dulden, brengt het tweehokkige denken dilemma's voort die geen tussenspraak dulden:

Zijn mensen goed of slecht?

Ben ik slim of dom?

Ben je rijk of arm?

Heeft het leven zin of niet?

Ben ik linkshandig of rechtshandig?

Aard ik naar mijn vader of naar mijn moeder?

Ben ik gek of jij?

Gaan we eraan of is er nog hoop?

Ben ik ziek of gezond?

Ben ik verlicht of niet?

Een dilemma, dat is waar de hermafrodiet voor komt te staan als hij probeert vast te stellen of hij man of vrouw is.

Een dilemma, dat is waar de biseksueel voor komt te staan als hij probeert vast te stellen of hij op mannen of op vrouwen valt.

Een dilemma, dat is waar de zwart-witdenker voor komt te staan als hij probeert vast te stellen of grijs zwart of wit is.

Vastzitten in dilemma's, is daar wat aan te doen?

Ja, ik bedoel nee, ik bedoel...

21. De pluralist

Kader met zwart, drie tinten grijs en wit.

^ De pluralist.

Steeds kleiner worden je hokjes, tot er niets meer in past en je alleen nog maar schotjes ziet.

Trilemma

De hermafrodiet is het bewijs dat de wereld zich niets gelegen laat liggen aan het dualistische man-vrouwdenken.

De biseksueel is het bewijs dat de wereld zich niets gelegen laat liggen aan het dualistische homo-heterodenken.

Grijs is het bewijs dat de wereld zich niets gelegen laat liggen aan het dualistische zwart-witdenken.

De uitweg uit het tweehokkige denken lijkt simpel: introduceer een derde hokje. Daarmee is het dilemma opgelost en kan het denken tot rust komen. Toch?

Vergeet het maar. Dan heb je je dilemma alleen maar vervangen door een trilemma.

Tetralemma, pentalemma, hexalemma, hahaha

Iemand die seks bedrijft met het andere geslacht noem je heteroseksueel, en dat is één.

Iemand die seks bedrijft met hetzelfde geslacht noem je homoseksueel, en dat is twee.

Iemand die seks bedrijft met beide geslachten noem je biseksueel, en dat is drie.

Iemand die seks bedrijft met dieren noem je zoöfiel, en dat is vier.

Iemand die seks bedrijft met doden noem je necrofiel, en dat is vijf.

Iemand die seks bedrijft met alles en iedereen noem je panseksueel, en dat is zes.

Iemand die seks bedrijft met niets en niemand noem je aseksueel, en dat is ze-he-ven.

En iemand die vroeger op zijn eigen geslacht viel en nu op het andere, hoe noem je die?

Iemand die nuchter nergens van opgewonden raakt en dronken overal van, hoe noem je die?

Hoeveel benoemde seksuele voorkeuren zijn er wel niet? Hoeveel onbenoemde? Hoeveel unieke combinaties van voorkeuren?

(Een incomplete opsomming vind je in het lemma Seksuele voorkeur in de Wikipedia. Wist je dat er alleen al tien klassen en acht categorieën van necrofielen worden onderscheiden? Zie het (Engelstalige) lemma Necrophilia.)

Een zuivere bastaard

Tussen theïsme en atheïsme komt agnosticisme, tussen theïsme en agnosticisme theïstisch agnosticisme, tussen atheïsme en agnosticisme atheïstisch agnosticisme enzovoort. Hoeveel religies kent de mens al niet?

Hoeveel bloedgroepsystemen zijn er nu al, hoeveel benoemde kleuren en grijstinten, hoeveel typen sneeuw, hoeveel soorten planten? Zijn er nu 70 microsoorten paardenbloemen of toch 250?

Heb je ooit een zuivere kraakwilg gezien, een zuivere herdershond, een zuivere Ariër, of zijn we allemaal van gemengde afkomst, reddeloos gebastaardeerd? Denken in termen van zuiverheid versus onzuiverheid, is dat wel zuiver? Kun je ook een zuivere bastaard zijn?

Het lot van veel indelingen: hoe langer je erover nadenkt en hoe meer onderzoek je pleegt, hoe meer tussenvormen je vindt. Steeds kleiner worden je hokjes, tot er niets meer in past en je alleen nog maar schotjes ziet.

22. Hersenen zijn horrelvoeten: ze lopen op klompen

Op zoek naar de denkruimte tussen de hokjes.

Of je nu een muis bent of een mens, zonder indelingen kun je niet leven.

Zowat alle indelingen die ik in mijn leven zelf heb bedacht of van anderen heb overgenomen (meestal dat laatste) zijn na verloop van tijd te eenvoudig gebleken, te ingewikkeld of gewoon onzin (meestal dat laatste).

De ene indeling na de andere heb ik tussen haakjes moeten zetten, tot er geen enkele over was waarin ik nog heilig kon geloven.

Hulpmiddelen zijn hangvoeten. Als je vaak wilt struikelen neem dan een wandelstok. Ik kan het weten, ik loop ermee, en dat valt best tegen. Wie niet beseft dat hokjes bedenksels zijn kan er makkelijk in gevangen raken.

Ook 'monist', 'dualist' en 'pluralist' zijn hokjes. Ik heb ze alleen geïntroduceerd om naar de tussenruimte te kunnen verwijzen – de denkruimte tussen de hokjes.

Geloof je dat? Pech gehad, die tussenruimte is gewoon het volgende hokje. Ik heb hem alleen geïntroduceerd om naar de tussentussenruimte te kunnen verwijzen – de denkruimte tussen de hokjes en de tussenruimte.

Geloof je dat? Pech gehad enzovoort.

De tussenruimte en de tussentussenruimte enzovoort vormen samen met alle andere hokjes de eindeloze denkruimte die de vrijdenker ter beschikking staat als hij alle deurtjes in zijn geest openzet.

Geloof je dat?

23. Van boeddhitis tot non-dualitis – dertien aandoeningen van de geest

Waarin de auteur een aanval van lateralitis krijgt.

Doorns kun je gebruiken om doorns te verwijderen, labels om labelaars te labelen en hokjes om hokjesgeesten op te hokken. Ik heb er elf in de aanbieding.

Monitis: eenzijdig monistische denktrant.

Dualitis: eenzijdig dualistische denktrant.

Non-dualitis: eenzijdig non-dualistische denktrant.

Pluralitis: eenzijdig pluralistische denktrant.

Holitis: eenzijdig holistische denktrant.

Theïtis: eenzijdig theïstische denktrant.

Atheïtis: eenzijdig atheïstische denktrant.

Boeddhitis: eenzijdig boeddhistische denktrant.

Taoïtis: eenzijdig taoïstische denktrant.

Weetnietis: eenzijdig agnostische denktrant.

Neologitis: onbedwingbare neiging om overbodige woorden te verzinnen.

Waar lijd jij aan?

Waar denk jij dat ik aan lijd?

Zelf denk ik dat ik zojuist een aanval van lateralitis had, de neiging om overal eenzijdige denktranten te zien. Een welkome afwisseling op mijn chronische multilateralitis (een eenzijdig veelzijdige denktrant).

24. Is niet-weten non-dualistisch?

Waarin de auteur een lans breekt voor het non-non-dualisme.

In De dualist zagen we dat het tweehokkige denken onoplosbare dilemma's voortbrengt. Hoe komt dat? Is de werkelijkheid soms non-duaal? Is niet-weten dan non-dualistisch?

Ja en nee. Ja, want de vrijdenker blijft niet hangen in dualistische gedachten. Nee, want hij blijft ook niet hangen in de monistisch-idealistische metafysica van het non-dualisme (advaita vedanta).

Niet-weten is geen metafysica. Niet-weten is een denken dat geen enkel onderscheid hard weet te maken. Of een denken dat iedere indeling zacht weet te maken, kies maar.

Wie niet weet kan zich onmogelijk binden aan de categorieën van de geest, de categorieën van de kennis, de categorieën van de taal. Zonder hardgebakken onderscheidingen kunnen veronderstellingen nooit stellingen worden, stellingen nooit patstellingen.

Waar het non-dualisme het dualistische denken vervangt door het monistische, laat het niet-weten zowel het dualistische als het monistische denken achter zich.

Waar het non-dualisme de dualistische metafysica vervangt door een monistische, laat het niet-weten zowel de dualistische als de monistische metafysica achter zich.

Ook het pluralistische denken en de pluralistische metafysica kunnen de vrijdenker niet aan zich binden.

Vrij denken is dus niet alleen non-dualistisch maar ook non-monistisch en non-pluralistisch. Daarmee bedoel ik niets bijzonders, alleen maar dat de vrijdenker geen voorkeur heeft voor dualistische, monistische of pluralistische gedachten.

De vrijdenker heeft ook geen voorkeur voor non-dualistische, non-monistische of non-pluralistische gedachten. Je zou zijn denken dus net zo goed non-non-dualistische, non-non-monistisch en non-non-pluralistisch kunnen noemen, of non-non-non-dualistisch enzovoort.

Weer een Hilbert-hotel erbij. Daar zijn altijd hokjes vrij.

25. Niet-weten in één woord – Meester Doei

Drieëndertig dilemma's om uit te zwaaien.

Meester Doei zegt:

Iemand hier of niemand hier?

Doei.

Hindoeïsme of boeddhisme?

Doei.

Christendom of jodendom?

Doei.

Rechtzinnig of vrijzinnig?

Doei.

Werkelijkheid of illusie?

Doei.

Vasthouden of loslaten?

Doei.

Hechten of onthechten?

Doei.

Wijsheid of dwaasheid?

Doei.

Vrije wil of onvrije wil?

Doei.

Schepping of evolutie?

Doei.

Verlicht of onverlicht?

Doei.

Verdienste of genade?

Doei.

Socialist of kapitalist?

Doei.

Nirwana of samsara?

Doei.

Weten of niet-weten?

Doei.

Veelheid of eenheid?

Doei.

Toeval of noodzaak?

Doei.

Absoluut of relatief?

Doei.

Dvaita of advaita?

Doei.

Veda of vedanta?

Doei.

Homo of hetero?

Doei.

Welles of nietes?

Doei.

Goed of kwaad?

Doei.

Vorm of leegte?

Doei.

Man of vrouw?

Doei.

Doen of laten?

Doei.

God of duivel?

Doei.

Hemel of hel?

Doei.

Alles of niets?

Doei.

Stof of geest?

Doei.

Zwart of wit?

Doei.

Ego of zelf?

Doei.

A of B?

Doei.

Nu jij.

Zenmeester met hand als hoofd.

^ Meester Doei.

26. Niet-weten in zes woorden

Meester Minder zegt:

Wat niet-weten is?

Van je hart geen woordkuil maken.

27. Niet-weten is woorden vermoorden

Waaronder het woord niet-weten.

'Wat is niet-weten?'

'Woorden vermoorden.'

'Want de Waarheid is voorbij de woorden?'

'Waarheid is een woord.'

'Want we moeten naar de stilte in ons Zelf?'

'Zelf is een woord.'

'Want we moeten naar de Stilte?'

'Stilte is een woord.'

'Niet-weten is anders ook een woord.'

'Een ander woord voor moord.'

'Dus niet-weten is woorden vermoorden?'

'Waaronder het woord niet-weten.'

28. Non-dualisme als oorzaak van verdeeldheid

Meester Minder houdt vol.

Leerling: Volgens het non-dualisme zijn concepten de oorzaak van onze verdeeldheid.

Meester: Non-dualisme is een concept. Concept is een concept. Oorzaak is een concept. Verdeeldheid is een concept. De oorzaak van onze verdeeldheid is een concept.

Leerling: Met concept bedoel ik een denkbeeld. Iets onwerkelijks.

Meester: Bedoelen is een denkbeeld. Ik is een denkbeeld. Denkbeeld is een denkbeeld. Iets is een denkbeeld. Onwerkelijk is een denkbeeld.

Leerling: Een denkbeeld deelt wat oorspronkelijk heel is in tweeën.

Meester: Delen is een denkbeeld. Oorspronkelijk is een denkbeeld. Heel is een denkbeeld. Twee is een denkbeeld.

Leerling: Ik verwijs naar onze natuurlijk staat van eenheid.

Meester: Onze is een denkbeeld. Natuurlijk is een denkbeeld. Staat is een denkbeeld. Eenheid is een denkbeeld. Onze natuurlijke staat van eenheid is een denkbeeld.

Leerling: Hoe moeten we anders onze verdeeldheid overwinnen?

Meester: Moeten is een denkbeeld. We is een denkbeeld. Anders is een denkbeeld. Verdeeldheid is een denkbeeld. Overwinnen is een denkbeeld.

Leerling: Het zijn allemáál maar denkbeelden, wou u zeggen.

Meester: Dat is ook maar een denkbeeld, zou ik zeggen.

Leerling: ...

Meester: Is er wat?

Leerling: Ik weet niet meer wat ik moet zeggen.

Meester: Ik dacht dat je het nooit zou zeggen.

29. Het alledaagse is ook voorbij de woorden

De diepte in met Meester Minder.

Leerling: Het Allerhoogste is voorbij de woorden.

Meester: Waarom noem je het dan het allerhoogste?

Leerling: Het Alomvattende laat zich niet in woorden beschrijven.

Meester: Waarom noem je het dan het alomvattende?

Leerling: Het Albewustzijn...

Meester: Waarom noem je het dan het albewustzijn?

Leerling: Het Al...

Meester: Waarom noem je het dan het al?

Leerling: Puntje puntje puntje laat zich niet in woorden beschrijven.

Meester: En wat dan nog?

Leerling: Daarin onderscheidt het zich van het alledaagse.

Meester: Alsof dat zich wel in woorden laat beschrijven.

Leerling: Niet dan?

Meester: Wat voor kleur heeft dat kussen daar?

Leerling: Blauw. Hemelsblauw, om precies te zijn.

Meester: Beschrijf die kleur nou eens aan iemand die kleurenblind is.

Leerling: Eh... de kleur van... nee, het is... stel je voor dat...

Meester: Ja?

Leerling: Ik weet het niet.

Meester: Prima omschrijving.

Leerling: Maar u begrijpt me toch wel?

Meester: Alleen maar omdat ik al weet wat hemelsblauw is.

Leerling: Maar dat bewijst toch...

Meester: Met de naam van een kleur omschrijf je niet het onbekende, je benoemt het bekende.

Leerling: Ik geef toe dat het met kleur...

Meester: Beschrijf mijn stem maar eens aan een dove.

Leerling: Tja.

Meester: Sommige mensen kennen geen pijn. Beschrijf je pijn maar eens op zo'n manier dat ze precies weten wat je bedoelt.

Leerling: ...

Meester: Wat dacht je van warmte en koude? Een aanraking? Jeuk?

Leerling: Ik geef toe dat er bij zintuiglijke waarnemingen moeilijkheden kunnen ontstaan, maar...

Meester: Er zijn mensen die geen dorst kennen. Er zijn mensen die geen verzadiging kennen. Er zijn mensen die geen lust kennen. Er zijn mensen die geen orgasme kennen. Wat heb je ze te zeggen?

Leerling: Oké, maar instincten zijn ook zo basaal...

Meester: Angst, woede, liefde, mededogen, tederheid, onbehagen, neerslachtigheid, verdriet?

Leerling: Gevoelens zijn natuurlijk sowieso vaag...

Meester: Beschrijf die berk daar dan maar eens op zo'n manier dat ik hem ongezien kan natekenen.

Leerling: Organische vormen zijn natuurlijk minder makkelijk dan geometrische...

Meester: Beschrijf je huis dan maar eens op zo'n manier dat ik het ongezien kan nabouwen.

Leerling: Samengestelde vormen zijn natuurlijk minder makkelijk dan enkelvoudige...

Meester: Beschrijf dan maar gewoon een baksteen.

Leerling: Hm.

Meester: Wat?

Leerling: Ik zou niet weten waar ik moest beginnen.

Meester: Wat dacht je van de kleur?

Leerling: Wou u beweren dat niets zich in woorden laat beschrijven?

Meester: Alsof ik wat wou beweren.

Leerling: Waarom dan dit hele gesprek?

Meester: Omdat jij zo nodig iets vaags over het allerhoogste moest roepen?

Leerling: Wat moet ik anders over het Allerhoogste roepen?

Meester: Welk allerhoogste?

Leerling: Wou u beweren dat het Allerhoogste niet bestaat?

Meester: Alsof ik wat wou beweren.

Leerling: Dus u houdt vol dat er niets te zeggen valt?

Meester: Ik denk dat jij mij niet wilt horen.

30. Woorden zijn woordenboeken

Weet wat je zegt als je zegt dat je weet wat je zegt.

(Deel 1 van 7 artikelen over Indra's net.)

Woorden staan nooit op zichzelf. Ze verwijzen naar andere woorden en die weer naar andere. Woorden zijn woordenboeken.

Pak er maar eens een eentalig woordenboek bij in een vreemde taal en probeer daarmee de betekenis van een trefwoord te achterhalen. Je komt er niet uit. Om de taal te leren kennen heb je een woordenboek nodig maar om het woordenboek te kunnen gebruiken moet je de taal kennen.

Van Dale definieert een boom als een 'houtachtig gewas met een zeer groot wortelgestel en een enkele, stevige, houtige en zich secundair verdikkende, overblijvende stam, die zich eerst op zekere hoogte boven de grond vertakt'.

Boom waarvan de stam vlak boven de grond in tweeën vertakt.

^ Dit is geen boom.

Boom is een van de simpelste woorden die er is, lijkt me, en toch verwijst deze definitie al naar een waslijst van andere woorden: houtachtig, gewas, groot, wortelgestel, enkel, stevig, verdikkend, overblijvend, stam, eerst, zeker, hoogte, boven, grond, vertakkend.

Als je die woorden opzoekt blijken ze op hun beurt vol woorden te zitten. Dan heb je dus een waslijst van waslijsten van andere woorden, even later een waslijst van waslijsten van waslijsten enzovoort. Zet ze op alfabet en je hebt al een half woordenboek.

Woorden verwijzen naar woorden. Er is geen einde aan. Er is geen beginnen aan. Je komt er niet in, je komt er niet uit.

Begrijpen is als schaatsen op dun ijs: je moet hard doorrijden om er niet doorheen te zakken. En nooit naar beneden kijken.

Dus weet wat je zegt als je zegt dat je weet wat je zegt.

31. Gedachten zijn gedachtewerelden

Hoe de ene gedachte de andere wast.

(Deel 2 van 7 artikelen over Indra's net.)

Zoals woorden vol andere woorden zitten en die weer vol andere, zo zitten gedachten vol andere gedachten en die weer vol andere. Gedachten zijn gedachtewerelden. Deze gedachten ook.

Stel, je denkt: 'ik zoek de waarheid'. Wat veronderstelt deze schijnbaar onschuldige gedachte zoal?

1. Er is een waarheid, dat verbeeld ik me niet.

2. Er is maar één waarheid, dat verbeeld ik me niet.

3. Die ene waarheid ben ik niet zelf, dat verbeeld ik me niet.

4. Wie zoekt zal vinden, dat verbeeld ik me niet.

5. Wie niet zoekt zal niet vinden, dat verbeeld ik me niet.

6. Als ik de waarheid heb gevonden, zal ik hem kunnen begrijpen, dat verbeeld ik me niet.

7. Als ik de waarheid heb begrepen, zal ik hem altijd begrijpen, dat verbeeld ik me niet.

8. Als ik de waarheid ken zal ik beter af zijn, dat verbeeld ik me niet.

9. Ik besta, dat verbeeld ik me niet.

10. Mijn zoektocht vind plaats, dat verbeeld ik me niet.

11. De wereld waarin mijn zoektocht zich voltrekt bestaat, dat verbeeld ik me niet.

12. Het verleden waarin ik zoekende was, bestaat, dat verbeeld ik me niet.

13. Het heden waarin ik zoekende ben, bestaat, dat verbeeld ik me niet.

14. De toekomst waarin ik gevonden zal hebben, bestaat, dat verbeeld ik me niet.

Tegen de achtergrond van deze onuitgesproken gedachten lijkt de uitgesproken gedachte 'ik zoek de waarheid' vanzelfsprekend en onbetwistbaar.

Omgekeerd lijken alle onuitgesproken gedachten in het licht van de uitgesproken gedachte vanzelfsprekend en onbetwistbaar.

De ene gedachte wast de andere.

Mannetje onder een boom met een denkwolk boven zijn hoofd die ook dienst doet als boomkruin.

^ Gedachten zijn gedachtewerelden.

32. Vragen zijn strikvragen

Hoe meer je vraagt, hoe meer je zegt.

(Deel 3 van 7 artikelen over Indra's net.)

Stel, je zit in de rechtszaal op beschuldiging van moord en de aanklager vraagt waarom je je echtgenoot hebt doodgeschoten.

Een simpele vraag, zo op het oog, maar kijk eens wat de aanklager tussen neus en lippen door allemaal zegt:

1. Er is een man.

2. Die man is dood.

3. Er is op hem geschoten.

4. Daarbij of daarna is hij overleden.

5. Het zijn de kogels die hem van het leven hebben beroofd.

6. Die kogels zijn niet door hemzelf afgevuurd.

7. Het slachtoffer was getrouwd.

8. Je bent zijn weduwe.

9. Je bent de schutter.

10. Je bent in staat om iemand dood te schieten.

11. Je weet hoe je met vuurwapens om moet gaan.

12. Je had de beschikking over een vuurwapen.

13. Je had een motief.

14. Je kunt je dat motief op dit moment correct herinneren.

15. Je bent in staat en bereid je motief hier en nu onder woorden te brengen.

16. Je motief is relevant voor deze rechtszaak.

17. De aanklager heeft het recht om jou dit soort vragen te stellen.

Een goede rechter zal de vraag waarom jij je echtgenoot hebt doodgeschoten pas toestaan nadat uitdrukkelijk is vastgesteld dat je inderdaad je echtgenoot hebt doodgeschoten. Zo precies zijn we in het dagelijks leven zelden, niet als we vragen stellen en niet als we antwoord geven.

In de argumentatieleer wordt een vraag die op onuitgesproken aannames berust een strikvraag genoemd.

Als we een onbenoemde aanname een strikgedachte noemen, dan berust iedere gedachte op strikgedachten, deze ook.

Dan is iedere gedachte zelf een strikgedachte, deze ook.

Dan zijn alle vragen strikvragen, de volgende ook.

Zijn de onuitgesproken gedachten die bij analyse van een uitgesproken gedachte aan het licht komen echt daarin aanwezig of denk je ze erin?

Wat betekent het dat verschillende mensen in dezelfde uitgesproken gedachte verschillende onuitgesproken gedachten vinden?

Twee simpele vragen, zo op het eerste oog, maar kijk eens wat ik tussen neus en lippen door allemaal zeg.

33. Betekenissen zijn betekenisvelden

Hoe meer je uitlegt, hoe meer je uit te leggen hebt.

(Deel 4 van 7 artikelen over Indra's net.)

Woorden zijn woordenboeken, zei ik hierboven, en gedachten zijn gedachtewerelden. Dat komt ongeveer op hetzelfde neer maar niet precies, want woorden zijn geen gedachten en gedachten zijn geen woorden.

Wat woorden en gedachten gemeen hebben zijn betekenissen. Door die als uitgangspunt te nemen, ontstaat er een derde wijze van spreken over dit onderwerp.

Oppervlaktebetekenis en dieptebetekenis

De betekenis van een zin of gedachte wordt weleens opgedeeld in een bovenlaag (de sensus superficialis) en een onderlaag (de sensus subliminalis).

De oppervlaktebetekenis is de inhoud ervan, datgene waarvan je je bewust bent.

De dieptebetekenis is de drager van de oppervlaktebetekenis, een hecht netwerk van onderliggende betekenissen, het geheel van halfbewuste en onbewuste onderscheidingen en aannames dat aan de oppervlaktebetekenis ten grondslag ligt, en alle onderscheidingen en aannames daar weer onder et cetera.

De oppervlaktebetekenis staat tot de dieptebetekenis als de bergtop tot de berg.

Een voorbeeld.

'Heet hier!'

Als ik zeg: 'Heet hier!' begrijp je als taalgenoot meteen wat ik bedoel. Dat wat je zonder nadenken vat is de oppervlaktebetekenis. Die hoef ik niet uit te leggen, die hoef jij niet op te zoeken.

Anders wordt het als je erover gaat nadenken. Want wat betekent 'heet' precies? Om dat uit te leggen, ontkom je er niet aan de notie van het lichaam te introduceren. Je moet het over zweten hebben, hijgen, blossen op de wangen, kleren en het verlangen ze uit te trekken, een raam te openen, een ventilator aan te zetten.

Dat is nog maar het begin. Wat is zweten bijvoorbeeld? Volgt een ingewikkeld verhaal over de huid, over zweetklieren en warmtesensoren, over doorbloeding, haarvaten, lichaamsvocht, nieren, vochthuishouding, zoutconcentraties, elektrolytenbalans, lichaamstemperatuur, homeostatische regelsystemen.

Daaronder en daartussen vind je weer noties als warmte, lauwheid en koude, thermometers, het weer, verwarming, temperatuurverschillen en warmteregulatie.

En waar is hier? Niet daar. Nu begin je over ruimte, dimensionaliteit, punt, lijn, vlak, volume, afstand, richting, boven, onder, links, rechts, achter, voor, relatief, absoluut, stilstand, beweging, spierkracht, arbeid, massa en energie.

Zo gaat het maar door, zonder eind, tot je niet meer kunt of er genoeg van hebt.

De auto weg

Hoe meer je uitlegt, hoe meer je uit te leggen hebt. Iedere weg is een wegennet. Je kunt overal komen maar je komt nooit overal.

Betekenissen zijn knooppunten in een onafzienbaar netwerk. Het knooppunt kan niet bestaan zonder netwerk, het netwerk niet zonder het knooppunt. Het een verklaart het ander, zoals de weg de auto's verklaart en de auto's de weg.

Maar wat verklaart de weg met de auto's?

34. Stellingen zijn veronderstellingen

Waarom de aarde plat is.

(Deel 5 van 7 artikelen over Indra's net.)

Woorden zijn woordenboeken. Gedachten zijn gedachtewerelden. Vragen zijn strikvragen. Betekenissen zijn betekenisvelden. En stellingen zijn veronderstellingen.

Dat laatste ga ik later uitleggen, in Het trilemma van Agrippa, hier geef ik alleen wat voorbeelden.

Wie stelt dat het leven zin heeft, of juist niet, veronderstelt dat er zoiets is als 'het leven' en dat er iets groters is, dat het leven omvat, waarvoor het leven zinvol of zinloos kan zijn.

Wie stelt dat de som van de hoeken van een driehoek op de hele wereld honderdtachtig graden is veronderstelt dat de aarde plat is.

Wie stelt dat bladeren groen zijn veronderstelt dat kleuren los van de waarnemer bestaan.

Wie stelt dat de tijd een constant verloop heeft veronderstelt dat de snelheid van de waarnemer en het object irrelevant zijn.

Wie stelt dat de wereld een illusie is veronderstelt dat de illusie echt is.

Wie stelt dat zijn lichaam stoffelijk is veronderstelt dat hij dat niet droomt.

Wie stelt dat niets toeval is veronderstelt een universele orde.

Wie stelt dat iets waar is omdat het in de bijbel staat veronderstelt dat de bijbel geen onjuistheden bevat.

Wie stelt dat de bijbel waar is omdat hij het woord van God bevat veronderstelt dat God niet liegt.

Wie stelt dat god niet liegt omdat hij anders onvolmaakt zou zijn veronderstelt dat volmaaktheid liegen uitsluit.

35. Wat je ook denkt, je weet niet wat je denkt

Nooit zul je het allemaal boven tafel krijgen.

(Deel 6 van 7 artikelen over Indra's net.)

Elk woord verwijst naar andere woorden. Geen enkel woord staat op zichzelf. Geen enkel woord is het laatste. Woorden zijn woordenboeken.

Elke gedachte verwijst naar andere gedachten. Geen enkele gedachte staat op zichzelf. Geen enkele gedachte is de hoogste. Gedachten zijn gedachtewerelden.

Elke vraag verwijst naar andere vragen. Geen enkele vraag staat op zichzelf. Geen enkele vraag is de eerste. Vragen zijn strikvragen.

Elke betekenis verwijst naar andere betekenissen. Geen enkele betekenis staat op zichzelf. Geen enkele betekenis is de diepste. Betekenissen zijn betekenisvelden.

Elke stelling verwijst naar andere stellingen. Geen enkele stelling staat op zichzelf. Geen enkele stelling is de onderste. Stellingen zijn veronderstellingen.

Woorden, gedachten, vragen, betekenissen, stellingen – ze vormen één groot netwerk. Op zichzelf zijn ze niet te bevatten, als geheel nog minder.

Wat je ook denkt, je weet niet wat je denkt. Niet echt.

Wat je ook zegt, je weet niet wat je zegt. Niet echt.

Wat je ook vraagt, je weet niet wat je vraagt. Niet echt.

Wat ik ook schrijf, ik weet niet wat ik schrijf. Niet echt.

Wat je ook leest, je weet niet wat je leest. Niet echt.

Nooit zul je het allemaal boven tafel krijgen. Echt niet.

Voor anderen niet, voor jezelf niet.

Jij niet, ik niet.

Nooit.

36. Indra's net als metafoor voor niet-weten

Een wereldwijd web met juwelen op de knooppunten die elkaar eindeloos reflecteren.

(Laatste van 7 artikelen over Indra's net.)

In de afgelopen zes stukjes heb ik het gehad over de onverbrekelijke samenhang tussen woorden, gedachten, vragen, betekenissen en stellingen, dat wil zeggen, tussen elementen van de geest.

Het boeddhisme stelt dat alle zaken (dharma's), zowel geestelijke als stoffelijke, alleen afhankelijk bestaan – voorwaardelijk, wederkerig, in onverbrekelijke samenhang. Op zichzelf beschouwd zijn de dharma's niets. Het Ding-an-sich bestaat niet, net zomin als het subject of het object. Voorwerpen hebben geen wezen, wezens geen zelf. De geest kan de dharma's van elkaar onderscheiden, of meent daartoe in staat te zijn, maar in werkelijkheid zijn ze ondeelbaar.

De leidende metafoor voor deze gedachte is Indra's net (Indrajwala): een wereldwijd web met juwelen op de knooppunten die elkaar eindeloos reflecteren. Ieder knooppunt is verbonden met alle andere en elk juweel weerspiegelt alle andere.

Het net van Indra wordt volgens de Wikipedia voor het eerst genoemd in de hindoeïstische Atharva Veda, later in de Avatamsakasoetra om de boeddhistische begrippen van leegte (sunyata), niet-zelf (anatman) en afhankelijk ontstaan (pratityasamutpada) aanschouwelijk te maken.

Of je het nu over de geest hebt of over de stof, over concepten, dingen of wezens – hoe langer je kijkt, hoe meer samenhang je ontdekt tussen de schijnbaar autonome elementen en hoe moeilijker het wordt om ze uit elkaar te houden. Geen onderscheid weten te maken is een belangrijk aspect van niet-weten en Indra's net is daarvoor een fraaie metafoor.

Spirituele en religieuze begrippen, beeldspraken en uitspraken fungeren vaak als eufemisme voor onze onwetendheid ('Gods wegen zijn wonderbaarlijk'), en dat geldt ook voor Indra's net. Vooral niet toegeven dat het leven een warboel is, dat het je boven de pet gaat, ze mochten je eens uitlachen.

Beter je pet afzetten, je kop kaalscheren, een pij aantrekken en op gedragen toon in termen van vreemde of dode talen verkondigen dat alles zonder zelf is, afhankelijk ontstaat, interpenetreert, de boeddhanatuur heeft, patati patata.

Dat prajnaparamita noemen, de perfectie van de wijsheid of de wijsheid voorbij alle wijsheid. Met de pet rondgaan en je toehoorders laten betalen voor je mooipraterij alsof jij wijzer bent dan zij. Dat dana noemen zodat zij bedelaars lijken en niet jij.

Zelf zeg ik altijd waar het op staat, recht voor zijn raap, knollen voor citroenen, gratis en voor niets. Waar het dan op staat? Nergens op, niet dat ik weet. Alles hangt in de lucht als een wereldwijd web met lachspiegels op de knooppunten die elkaar eindeloos vervormen.

37. De schepper als gedachte en de gedachte als schepper

Gedachten zijn scheppers. Ze baren ter plekke de instantwereld die ze, eventjes, waarmaakt.

De kleren van de keizer

Gedachten zijn nog niet ontstaan of je holt erachteraan. Wat is het dat ze zo overtuigend maakt? Dat zit hem niet in de inhoud maar in de verpakking – de wereld die je er ongemerkt bij denkt.

Gedachten zijn gedachtewerelden. Zo verschijnen mijn schuldgevoelens altijd in een wereld waarin ik kan kiezen wat ik doe. In een wereld zonder vrije wil zouden ze geen seconde standhouden; daarin zijn schuldgevoelens ondenkbaar.

Gedachten verzorgen zelf de mentale context die ze vanzelfsprekend maakt. Niet in de vorm van een vraagteken dat uitnodigt tot nader onderzoek maar in de vorm van een uitroepteken dat twijfel in de kiem smoort. Niet als subjectieve gedachtewereld maar als objectieve werkelijkheid. Volkomen overtuigend.

Een instantwereld

Volg een gedachte maar eens op de voet. Zie je dat de benodigde realiteit altijd door de gedachte zelf wordt meegeleverd?

Gedachten creëren ter plaatse hun eigen mise-en-scène, toveren uit het niets een wereld tevoorschijn waarin de en het gedachte kunnen en moeten bestaan.

Gedachten zijn scheppers. Ze baren ter plekke de instantwereld die ze, eventjes, waarmaakt.

Je kunt ook zeggen dat gedachtewerelden scheppers zijn. Ze baren ter plekke de instantgedachte die ze, eventjes, waarmaakt.

Je kunt ook zeggen dat gedachten en gedachtewerelden elkaar baren en waarmaken.

Hoe je het ook zegt, gedachte en gedachtewereld zijn niet los van elkaar te begrijpen.

De zelfvoorzienende gedachte

Het idee van de zelfvoorzienende gedachte herinnert aan het dier dat zijn biotoop niet vindt maar maakt, zoals de bever de beverdam, de termiet de termietenheuvel, de mens de stad, de slak zijn huisje.

Huisjesslak met schoorsteen waar rook uit komt.

^ Dier dat zijn biotoop niet vindt maar maakt.

God schiep de wereld waarin Hij gedenkwaardig is, de gedachte schept de wereld waarin zij geloofwaardig is, en God erbij.

Om evangelist en naamgenoot Johannes te parafraseren: in den beginne was de gedachte, en de gedachte was bij God en de gedachte was God.

En weer een regressie

Als gedachten echt zelfvoorzienend, wereldwekkend, kosmogeen, constitutief zijn, dan geldt dat ook voor deze gedachte, voor de vorige gedachten en voor de volgende.

Dan weten we nog steeds niets, dit ook niet, dat lijkt alleen maar zo.

Dan weten we niet eens of het alleen maar zo lijkt dat we nog steeds niets weten – misschien lijkt dat ook alleen maar zo.

En misschien lijkt dat ook alleen maar zo, en dat ook, en dat ook...

38. Niet-weten als deconstructie van het denken

Hoe je door het gaatje kunt gaan zonder tot het gaatje te gaan.

Deconstructie is een kritische leesmethode bedacht door de Franse intellectueel Jacques Derrida.

Schrik niet van het woord deconstructie, het betekent simpelweg tussen de regels door lezen. Je niet meer laten meeslepen door de woorden maar direct op zoek gaan naar verborgen betekenissen, verborgen veronderstellingen, verborgen onderscheidingen en verborgen tegenstrijdigheden.

Door het verborgene bloot te leggen, verliest een tekst zijn vanzelfsprekendheid en eenduidigheid en verliest de lezer zich in meerduidigheid en vanzelfzwijgendheid.

Ook de tekst tussen de regels in, laten we hem de tussentekst noemen, zit vol onuitgesproken aannames en tegenstrijdigheden. Vergeet dus niet tussen de regels van de tussentekst door te lezen, en tussen de regels van de tussentussentekst enzovoort.

Je kunt het begrip deconstructie veralgemeniseren van 'tussen de regels door lezen' naar 'tussen de gedachten door denken'. Daarmee bedoel ik: je eigen mentale constructies afbreken. De ongrond afgraven waarop je gedachten berusten. Je gedachten begraven in hun eigen ongrond. Door de mazen van je gedachtennet glippen.

Omdat onder stellingen onderstellingen schuilgaan, onder scheidingen onderscheidingen, en daaronder weer andere, is deconstructie nooit volledig. Een eerste aanzet is niet minder compleet dan een ver doorgevoerde analyse. Hoe ver je ook gaat, je gaat nooit tot het gaatje. Dat in de gaten krijgen is door het gaatje gaan.

39. Sjaak en de bonenstaak van de dialectiek

De rede is een trap zonder treden.

Dialectiek is het denken van these (stelling) via antithese (tegenstelling) naar synthese (samenstelling), waarna de synthese weer als these voor de volgende rondgang dient.

Helix naar de hemel

Volgens liefhebbers voert de dialectische methode als een wenteltrap van het bijzondere naar het algemene, van het deel naar het geheel, van het relatieve naar het absolute.

Dialectiek zou een doelgerichte denkwijze zijn die spiraalsgewijs naar de hoogste piek leidt. Denk Sjaak en de bonenstaak en je snapt het idee: de bonen groeien tot in de hemel waar je voor eeuwig in de bonen bent.

Vreemd genoeg leidde de dialectische methode tot totaal verschillende hoogste pieken, waaronder de dialectische fenomenologie van Hegel, het dialectisch materialisme van Marx, het dialectisch naturalisme van Engels, de dialectische theologie van Barth en Brunner en de dialectische wetenschap van Bahai. Zo absoluut is het absolute kennelijk ook weer niet.

Onze Sjaak verging het niet anders. De eerste keer vond hij daarboven goudstukken, de tweede keer een kip die gouden eieren legt en de derde keer een harp waarvan de muziek gelukkig maakt. De ene hemel is de andere niet en de hemel van vandaag is niet die van morgen.

Maar anders dan de bollebozen voor en na hem klom Sjaak telkens rap naar beneden langs zijn trap zonder treden, die zich als een kurkentrekker diep in de aarde boort, daarin zijn wortels heeft – en niet in de rede.

Boom met schroefvormige stam.

^ Die zich als een kurkentrekker diep in de aarde boort.

Helix naar de aarde

Een agnost denkt liever neerwaarts dan opwaarts, liever zijwaarts dan voorwaarts. Daardoor leidt het dwijze denken...

van het werkelijke naar het mogelijke

van het algemene naar het singuliere

van de stelling naar de onderstelling

van de conclusie naar de premisse

van het antwoord naar de vraag

van het hogere naar het lagere

van synthese naar paradox

van zekerheid naar twijfel

van het ene naar het vele

van orde naar wanorde

van mond tot kont

tot op de grond

40. Kant en de mislukking van het denken

Voor iedereen die zichzelf doorziet en zich toch niet wijzer weet.

Niet-weten is het failliet van het weten, de nederlaag van de geest, de val van het verstand, het echec van het ego of, in de woorden van de filosoof Immanuel Kant, de mislukking van het denken.

Niet dat Kant het over agnose had, hij had het over God. 'God spreekt in de mislukking van het denken', zei hij om precies te zijn.

Daaruit volgt natuurlijk niet dat God een ander woord is voor agnose of voor de mislukking van het denken. Ook het tegendeel of het omgekeerde volgt er niet uit, anders was je denken alsnog gelukt.

Die Kant. De nar van Koningsbergen, met het lichaam van een kind en de geest van een geest, die zijn metafysica zag verdwijnen in het duistere Ding-an-sich, zijn epistemologie in de categorieën van het verstand en zijn ethiek in een categorisch imperatief, moedertje lief, houdt de dief, nihilisme in het verschiet!

Portret van Immanuel Kant met hersens over zijn hoofd en over een deel van zijn gezicht.

^ Kant-an-sich.

Voor mij is niet-weten geen mislukking van het denken maar een triomf van het denken, dat eindelijk zichzelf doorziet en zich toch niet wijzer weet. Aangenomen dat 'het denken' geen hypostase is – een dubieuze hypothese.

41. Een denken dat zich nergens aan vastklampt

Ook niet aan loslaten.

'Sommigen houden jou voor een nihilist, Hans.'

'Sinds wanneer noem jij jezelf sommigen?'

'Ben jij een nihilist?'

'Nihilisme is nog altijd een strohalm.'

'Waaraan klampt de nihilist zich dan vast?'

'Aan de overtuiging dat er niets is om in te geloven.'

'Moeten we dan alles maar loslaten?'

'Alles loslaten is nog altijd een strohalm.'

'Bedoel je dat we ook het loslaten moeten loslaten?'

'Het loslaten loslaten is nog altijd een strohalm.'

'Jij klampt je toch vast aan niet-weten?'

'Ik zou niet weten hoe.'

'Zit jij dan helemaal nergens aan vast?'

'Ook niet aan de gedachte dat ik helemaal nergens aan vastzit.'

'Blijft er dan helemaal niets over?'

'Waarvan?'

'Er is dus helemaal niets.'

'Nihilist.'

Gibbon hangend aan een wolk.

^ Een denken dat zich nergens aan vastklampt.

42. Alleen maar loslaten maakt niemand vrij

Tweeëntwintig leuzen om los te laten.

Meester Meer zegt:

Alleen maar denken maakt niemand vrij.

Alleen maar doen maakt niemand vrij.

Alleen maar oefenen maakt niemand vrij.

Alleen maar bidden maakt niemand vrij.

Alleen maar zitten maakt niemand vrij.

Alleen maar geven maakt niemand vrij.

Alleen maar vergeven maakt niemand vrij.

Alleen maar liefhebben maakt niemand vrij.

Alleen maar verbinden maakt niemand vrij.

Alleen maar zijn maakt niemand vrij.

Alleen maar worden maakt niemand vrij.

Alleen maar vasthouden maakt niemand vrij.

Alleen maar loslaten maakt niemand vrij.

Alleen maar hechten maakt niemand vrij.

Alleen maar onthechten maakt niemand vrij.

Alleen maar aanvaarden maakt niemand vrij.

Alleen maar spreken maakt niemand vrij.

Alleen maar zwijgen maakt niemand vrij.

Alleen maar antwoorden maakt niemand vrij.

Alleen maar vragen maakt niemand vrij.

Alleen maar weten maakt niemand vrij.

Alleen maar niet-weten maakt niemand vrij.

Alleen maar iets maakt niemand vrij.

De rest gaat aan je neus voorbij.

Maar wie ben ik, dus voel je vrij.

43. Lever je niet uit aan je gedachten

Ook niet aan deze.

Leerling: Ik wil groots en meeslepend leven!

Meester: Lever je niet uit aan het grote.

Leerling: Het zijn de kleine dingen die het doen!

Meester: Lever je niet uit aan het kleine.

Leerling: Alles mag er zijn!

Meester: Lever je niet uit aan bevestigingen.

Leerling: Alles is leeg!

Meester: Lever je niet uit aan ontkenningen.

Leerling: Alles is...

Meester: Lever je niet uit aan veralgemeniseringen.

Leerling: Ik denk...

Meester: Lever je niet uit aan je gedachten.

Leerling: Lever je niet uit aan je gedachten!

Meester: Lever je niet uit aan de gedachte dat je daar iets over te zeggen hebt.

Leerling: Lever je niet uit aan de gedachte dat je iets te zeggen hebt!

Meester: Lever je niet uit aan de gedachte dat je niets te zeggen hebt.

Leerling: Lever je niet uit aan de gedachte dat je niets te zeggen hebt!

Meester: Lever je niet uit aan de gedachte dat je daar iets over te zeggen hebt.

Leerling: Jezus Christus!

Meester: Lever je niet uit aan de Heer.

Leerling: Godverdomme!

Meester: Lever je niet uit aan de duivel.

Leerling: Ik geef het op.

Meester: Lever je niet uit aan moedeloosheid.

Leerling: ...

Meester: Lever je niet uit aan de stilte.

Leerling: Denkt u...

Meester: Lever je niet uit aan mij.

Leerling: Lever je niet uit...

Meester: Aan niet-uitleveren.

Leerling: Eh... eh...

Meester: Hè hè.

44. Niet-weten als surplace

Achterlaten of achterblijven?

1. Achterlaten

'Wat is niet-weten?'

'Een surplace van je gedachten.'

'Hoe bedoel je?'

'Jij gaat waarheen je wilt maar je gedachten blijven thuis.'

'Mooi.'

'Mwah.'

'Wat?'

'Dat is ook maar een gedachte.'

2. Achterblijven

'Wat is niet-weten?'

'Een surplace van de denker.'

'Hoe bedoel je?'

'Je gedachten gaan waarheen ze willen maar jij blijft thuis.'

'Mooi.'

'Mwah.'

'Wat?'

'Dat is ook maar een gedachte.'

Iemand die een yoga-oefening doet op het zadel van een rijdende fiets.

^ Niet-weten als surplace.

45. Denken in cirkeltjes over denken in cirkeltjes

Rondedansje voor twee draaikonten.

Leerling: Ik denk nog steeds in cirkeltjes. U niet. Eens zal ik net zo zijn als u. Maar nu nog niet. Ik denk nog steeds in cirkeltjes.

Meester: Ik ook hoor. Eens zul je dat doorhebben. Maar nu nog niet. Nu denk je nog dat je ervan af zult komen. Maar je blijft in cirkeltjes denken. Ik ook hoor.

Leerling: Wat is dan het verschil tussen ons? Want er moet een verschil zijn. Dat weet ik zeker. Er moet een verschil zijn. Wat is dan het verschil tussen ons?

Meester: Jij gelooft nog dat je ervan af zult komen. Ik niet. Jij gelooft nog dat je dan beter af zult zijn. Ik niet. Maar jij wel. Jij gelooft nog dat je ervan af zult komen.

Leerling: Gelooft u dan helemaal niets meer? Dat kan ik niet geloven. U misschien wel. Ik moet het weten. Ik kan het niet geloven. Gelooft u dan helemaal niets meer?

Meester: Zelfs dat geloof ik niet meer. Jij wel. Jij gelooft dat ik helemaal niets meer geloof. Maar ik niet. Zelfs dat geloof ik niet meer.

Leerling: Ik denk nog steeds in cirkeltjes. U niet. Eens zal ik net zo zijn als u. Maar nu nog niet. Ik denk nog steeds in cirkeltjes.

46. Waarom noodzaak toeval is

De metafysica van het ongerijmde.

Leerling: Alles is toeval.

Meester: Deze zin ook?

Leerling: Alles.

Meester: Hoe weet je dan of hij waar is?

Leerling: Waarom zou hij niet waar zijn?

Meester: Omdat hij dan bij toeval tot stand gekomen is?

Leerling: Daarom kan hij nog wel waar zijn.

Meester: Dat zou wel heel toevallig zijn.

Leerling: Alles is toeval.

Meester: Dus niets is noodzaak?

Leerling: Dat moet dan wel, hè.

Meester: Moeten is noodzaak.

Leerling: Alles is toeval.

47. Waarom je in je broekzak past

De magische poncho van Meester Minder.

Leerling: Wat is een syllogisme?

Meester: Een redeneervorm.

Leerling: Geef eens een voorbeeld.

Meester: Alle mensen hebben hersenen, Aristoteles is een mens, dus Aristoteles heeft hersenen.

Leerling: Geen speld tussen te krijgen.

Meester: Gesteld dat alle mensen hersenen hebben.

Leerling: Daar zegt u me wat.

Meester: Het was eerder een vraag.

Leerling: Daar vraagt u me wat.

Meester: Zuiver retorisch natuurlijk.

Leerling: Wie heeft het syllogisme uitgevonden?

Meester: Aristoteles, zeggen ze.

Leerling: Wat had hij ermee voor?

Meester: De geldigheid van redeneringen waarborgen.

Leerling: Knappe kerel.

Meester: Ik pas in mijn poncho, mijn poncho past in mijn broekzak, dus ik pas in mijn broekzak.

48. Het premissenprobleem

Ziende blinder met Meester Minder.

Meester: Wat is logica?

Leerling: Een denkmethode.

Meester: Wat voor een?

Leerling: Een die uit ware premissen ware conclusies afleidt.

Meester: Hm.

Leerling: Wat?

Meester: Waar halen we zo gauw ware premissen vandaan?

Leerling: Geen probleem.

Meester: O, gelukkig.

Leerling: Ware premissen zijn ware conclusies uit eerdere afleidingen.

Meester: Hoe komen die dan aan hun premissen?

Leerling: Uit eerdere afleidingen neem ik aan.

Meester: Eén afleiding moet toch de eerste zijn.

Leerling: Dan zullen we de premissen daarvan zonder bewijs moeten aannemen.

Meester: Dan kun je net zo goed meteen de slotconclusie aannemen.

Leerling: Daar zegt u me wat.

Meester: Gesteld dat je ergens van uit wilt gaan.

49. Het autorisatieprobleem

Waarom je kunt buigen voor de laagste autoriteit en de hoogste kan barsten.

Mensen legitimeren hun ideeën door zich op een of andere autoriteit te beroepen: pappa of mamma, een leraar of meester, een goeroe, een wijze, de bijbel, meneer pastoor, de paus, god, een traditie, een erkend vakman, een specialist, een beroemdheid, de wetenschap.

Dat werkt natuurlijk alleen als de autoriteit waarop je je beroept boven alle twijfel verheven is, maar hoe weet je dat als je zelf niet over de hoogste autoriteit beschikt?

Om een autoriteit te legitimeren moet je je beroepen op een hogere autoriteit, om een hogere autoriteit te legitimeren moet je je beroepen op een nog hogere autoriteit enzovoort, helemaal tot aan de allerhoogste autoriteit.

De allerhoogste autoriteit hoef je niet te legitimeren, daar is ze de allerhoogste voor. De allerhoogste autoriteit kun je niet eens legitimeren, tenminste niet met een beroep op een nog hogere autoriteit, want die bestaat niet.

Dat de allerhoogste autoriteit het bij het rechte eind heeft moet je daarom zonder enig bewijs aannemen, en dat geldt met terugwerkende zwakte voor alle lagere autoriteiten. Uiteindelijk blijft het oorspronkelijke idee dus ongelegitimeerd.

Droste-effect van iemand die buigt voor een groter iemand die buigt voor een groter iemand...

^ Buigen voor de hoogste autoriteit.

Het autorisatieprobleem behoort net als het premissenprobleem (zie boven) tot de regressieproblemen. Daar zijn er veel van, en ze hebben al heel wat filosofen, logici, wiskundigen en priesters tot wanhoop gedreven.

Hoe de katholieken met het autoriteitsprobleem omgaan kun je lezen op de pagina Kerkorganisatie (van de website katholiek.org). Hint: hoeveel treden heeft de trap naar de Oneindige?

Hoe een logicus omgaat met het regressieprobleem lees je hieronder.

50. Het trilemma van Agrippa (het münchhausentrilemma)

Van de man die net naast het niet-grijpen greep.

Een keuze uit drie kwaden

Volgens het trilemma van Agrippa moet je bij het rechtvaardigen van een stelling kiezen uit drie kwaden: dogmatisme, een cirkelredenering of een oneindige regressie.

Geen van deze alternatieven biedt houvast, behalve op de wijze van de fictieve fantast die zichzelf aan zijn haren uit het moeras trok: de Baron von Münchhausen. Vandaar dat het trilemma van Agrippa ook wel het münchhausentrilemma wordt genoemd.

Wie het trilemma volledig onder ogen ziet kan volgens Agrippa alleen maar scepticus zijn. Een andere uitweg is er niet. Ik zal uitleggen waarom. Daarna zal ik uitleggen waarom zijn driestelling drie keer niks is en Agrippa beter Grippa had kunnen heten.

Twee manieren om een stelling te rechtvaardigen

Volgens Agrippa kun je een stelling S maar op twee manieren rechtvaardigen:

1. Door botweg te stellen dat iets nu eenmaal zo is: S want S.

2. Door een beroep te doen op een onderliggende stelling, S', waaruit S langs logische weg wordt afgeleid.

S want S

Te zeggen dat iets nu eenmaal zo is heet dogmatisme.

Een bewering in de vorm S want S heet een tautologie.

Bij het debiteren van tautologieën doet de dogmaticus graag een beroep op het gezond verstand. S heet dan vanzelfsprekend, evident, zonneklaar, onbetwistbaar te zijn.

Rationalisten als Leibniz en Descartes probeerden zo de gaten in hun betoog te verbloemen. Ze schoten er natuurlijk niets mee op; evident of niet, een onberedeneerde stelling is en blijft een dogma.

S want S'

Wie een beroep doet op een onderliggende stelling S', verschuift het probleem. Gevraagd naar een rechtvaardiging van S' zal hij zich moeten beroepen op een onderliggende stelling S'', enzovoort.

Deze terugschrijdende beweging heet regressie, en die kan eindig, circulair of oneindig zijn.

Eindige regressie

Een eindige regressie bestaat uit een beperkt aantal stellingen, waarvan de onderste/eerste alle andere draagt terwijl ze zelf ongerechtvaardigd blijft.

Iemand die gelooft dat het stapsgewijs terugvoeren van een stelling op een onbetwijfelbaar uitgangspunt voldoende rechtvaardiging biedt, heet in het Engels een foundationalist – een aanhanger van het foundationalisme.

(De filosoof Maarten Boudry stelt voor om zo iemand een fundamentist te noemen, een aanhanger van het fundamentisme, niet te verwarren met fundamentalisme.)

Zelfevidentie (S want S) kun je opvatten als de kortst denkbare eindige regressie.

Circulaire regressie

Als je achteruit redenerend op een eerder gebruikte stelling stuit, ontstaat er een cirkelredenering.

Iemand die gelooft dat de hechte, circulaire samenhang van een groep uitspraken voldoende rechtvaardiging biedt voor iedere uitspraak afzonderlijk, heet een coherentist – een aanhanger van het coherentisme.

Zelfevidentie (S want S) kun je opvatten als de kleinst mogelijke cirkelredenering.

Oneindige regressie

Als je almaar achteruit blijft redeneren, ontstaat er – in theorie – een oneindige regressie.

Iemand die gelooft dat een in theorie oneindige regressie voldoende rechtvaardiging biedt voor iedere afzonderlijke stelling, heet een infinitist – een aanhanger van het infinitisme.

Niet-weten

De uitweg uit het zoeken naar een uitweg.

Als stellingen inderdaad op geen enkele wijze te rechtvaardigen zijn, zoals Agrippa claimt, geldt dat natuurlijk ook voor zijn eigen stelling. Wie het trilemma van Agrippa volledig onder ogen ziet moet het wel afwijzen. Een andere uitweg is er niet. Wie het toch aanvaardt mag zichzelf Grippa noemen maar geen Agrippa.

Tja, dat komt er nu van als je je aan je haren uit het moeras trekt. Voor je het weet heb je jezelf gescalpeerd, en zie dan nog maar eens aan een toupetje te komen. Agrippa's driestelling is een suïcidisme.

(Suïcidisme: uitspraak die zichzelf ontkracht; synoniem: zelfmoordenaar.)

Zelfs wanneer het trilemma van Agrippa volgens een of andere logica toch te rechtvaardigen zou zijn, hoef je je daarom nog niet tot het scepticisme te bekeren. Ik tenminste niet.

Wie niet weet heeft geen boodschap aan welke logica ook. Het staat hem vrij om er aanspraak op te maken, erin mee te gaan, ertegenin te gaan, ermee te spelen, ermee te spotten, op een alternatieve logica over te schakelen of er zonder meer van weg te lopen.

Een agnost raakt daarom nooit gevangen in redeneringen. Niet in die van anderen, niet in die van hemzelf. Hij hoeft er dus ook niet uit bevrijd te worden.

Een agnost heeft geen uitweg nodig. Agnose is de uitweg.

Stier met drie hoorns en op elke hoornpunt een rode clownsneus.

^ Taurus tribus cornibus met drie fopneuzen. (In het Engels wordt een dilemma voorgesteld als een stier met twee hoorns: to be on the horns of a dilemma; to go between the horns of a dilemma; a horned argument).

51. Er zit een gat in mijn emmer

Kun je je emmer repareren als je emmer kapot is? Duits kringlied uit 1700.

Er zit een gat in mijn emmer, mijn Liesbeth, mijn Liesbeth.
Een gat in mijn emmer, mijn Liesbeth, een gat.

Een gat kun je dichten, mijn Hendrik, mijn Hendrik.
Een gat kun je dichten, mijn Hendrik, dat stopt.

Waarmee dan, mijn Liesbeth, mijn Liesbeth, mijn Liesbeth?
Waarmee dan, mijn Liesbeth, mijn Liesbeth, waarmee?

Met zeildoek, mijn Hendrik, mijn Hendrik, mijn Hendrik.
Met zeildoek, mijn Hendrik, mijn Hendrik, met doek.

Het zeil is te groot joh, mijn Liesbeth, mijn Liesbeth.
Het zeil is te groot hè, mijn Liesbeth, te groot.

Dan maak je het kleiner, mijn Hendrik, mijn Hendrik.
Dan maak je het kleiner, zo klein als je wilt.

Waarmee dan, mijn Liesbeth, mijn Liesbeth, mijn Liesbeth?
Waarmee dan, mijn Liesbeth, mijn Liesbeth, waarmee?

Een knipschaar, mijn Hendrik, mijn Hendrik, mijn Hendrik.
Een knipschaar, mijn Hendrik, mijn Hendrik, een schaar.

De schaar is te bot, joh, mijn Liesbeth, mijn Liesbeth.
De schaar is te bot, hè, mijn Liesbeth, te bot.

Dan moet je hem slijpen, mijn Hendrik, mijn Hendrik.
Dan moet je hem slijpen, mijn Hendrik, dat scherpt.

Waarmee dan, mijn Liesbeth, mijn Liesbeth, mijn Liesbeth?
Waarmee dan, mijn Liesbeth, mijn Liesbeth, waarmee?

Een wetsteen, mijn Hendrik, mijn Hendrik, mijn Hendrik.
Een wetsteen, mijn Hendrik, mijn Hendrik, een steen.

De steen is wat droogjes, mijn Liesbeth, mijn Liesbeth.
De steen is wat droogjes, mijn Liesbeth, wat droog.

Dan haal je wat water, mijn Hendrik, mijn Hendrik.
Dan haal je wat water en maak je hem nat.

Waarin dan, mijn Liesbeth, mijn Liesbeth, mijn Liesbeth?
Waarin dan, mijn Liesbeth, mijn Liesbeth, waarin?

Een emmer, mijn Hendrik, mijn Hendrik, mijn Hendrik.
Een emmer, mijn Hendrik, mijn Hendrik, een puts.

Er zit een gat in mijn emmer, mijn Liesbeth, mijn Liesbeth.
Een gat in mijn emmer, mijn Liesbeth, een gat.

(Bron: Ein Loch ist im Eimer, vrij vertaald door Hans van Dam.)

Boer met zijn gat in een emmer.

^ Een gat in mijn emmer.

Van kringteksten en kringredeneringen

Er zit een gat in mijn emmer is een voorbeeld van een kringtekst: een tekst die eindigt waar hij begint.

Zelf heb ik al heel wat kringteksten geschreven – gedichtjes, liedjes, gesprekjes – om de circulariteit van onze gedachten te laten zien. Je vind ze her en der in de Agnosereeks en ook in dit boek.

Kringredeneringen (cirkelredeneringen, petitio principiis) camoufleren het niet-weten.

Niet-weten is het weten doorzien.

Weten is het gat in je emmer stoppen met je gat.

Denk je nou echt dat niemand het doorheeft?

52. Het probleem met het regressieprobleem

Terug naar waar geen verder of terug is.

De directe oorzaak en de indirecte oorzaak

Als je de directe oorzaak van een gebeurtenis ontdekt, weet je wel iets maar niet veel. Want wat is de oorzaak van de oorzaak – de indirecte oorzaak van de gebeurtenis? Wat is de oorzaak van de indirecte oorzaak enzovoort?

Hoe ver moet je terug voor je kunt zeggen dat je de hele oorzaak in kaart hebt gebracht? Is er een eerste oorzaak? Zijn er meerdere, vele of talloze eerste oorzaken, draagt het hele universum op een of andere manier bij aan iedere individuele gebeurtenis?

Deze netelige kwestie wordt in de filosofie het regressieprobleem genoemd. Aristoteles maakte zich er al druk om in de vierde eeuw voor Christus, en hij was vast niet de eerste.

Hierboven zagen we twee soortgelijke problemen: het premissenprobleem en het autorisatieprobleem. Daarvóór maakten we ook al kennis met het fenomeen, in de miniserie over Indra's net.

Regressie naar achterliggende oorzaken zou je het causaliteitsprobleem kunnen noemen, regressie naar onderliggende betekenissen het betekenisprobleem, regressie naar de diepere zin van het leven het zingevingsprobleem.

Zelfbevlekking van de doorgeslagen rede

In de godsdiensten treedt het regressieprobleem op in de gestalte van het scheppingsprobleem. God heeft alles gemaakt, maar wie heeft God gemaakt? God heeft alles in beweging gezet, maar wie heeft God in beweging gezet?

Het standaard antwoord luidt dat God de ongeschapen schepper is, de onbewogen beweger. Deze gedachtesprong voorkomt een oneindige regressie van steeds machtiger goden, die geen begin heeft en dus geen benoembare of aanwijsbare almachtige kent. Gelukkig maar: wie van deze naamloze reeks zonder begin zouden we in godsnaam moeten aanbidden?

Een variatie op het antwoord dat God zelf de eerste oorzaak en ongeschapen schepper is, vinden we bij de filosoof-mysticus Baruch Spinoza. Die stelde dat God het geheel is, schepper inclusief schepping, en dat het geheel zijn eigen oorzaak is en moet zijn, anders was het niet het geheel.

Daarmee loste Spinoza meteen een voorwaartse regressie op, namelijk de teleologische: wat is het doel van alles en wat is het doel van dat doel enzovoort? Die zou je het progressieprobleem kunnen noemen. Het geheel kan natuurlijk alleen zichzelf als doel hebben, anders was het niet het geheel.

Zo is het monisme van Spinoza oorzakelijkheidsleer en bestemmingsleer ineen, en zijn z'n aanhangers van voor hun geboorte tot na hun dood onder de pannen.

Sommige mensen nemen genoegen met dit soort antwoorden, anderen niet. Ik behoor tot de laatsten. Mij lijkt het lenzenslijperij – zelfbevlekking van de doorgeslagen rede.

Duizendmaal liever kijk ik met het blote oog in het onpeilbare gat van de melkweg dan door een telescoop naar het plafond van andermans verbeelding.

Wat zijn jouw gedachten over mijn gedachten over Spinoza's gedachten over Aristoteles' gedachten over het regressieprobleem?

Een oplossing die bruist en borrelt

Nooit ben ik een oplossing van het regressieprobleem tegengekomen, voorwaarts of achterwaarts, die mij bevredigde. Zelf heb ik er ook geen kunnen verzinnen.

Is er eigenlijk wel een probleem of is het een artefact van de gebruikte begrippen of van onuitgesproken en onbewezen aannames?

Bijvoorbeeld van de aanname dat alles een oorzaak en een doel heeft. Is dat wel zo?

Of van de aanname dat er een ononderbroken keten van oorzaken of doelen moet zijn van het eerste begin tot het laatste eind. Is dat wel zo?

Of van de aanname dat niet alles met alles samenhangt maar slechts een beperkt en identificeerbaar deel met een ander beperkt en identificeerbaar deel. Is dat wel zo?

Bestaan oorzaken en doelen echt of zijn het maar categorieën van het verstand? Of is dat weer zo'n gedachte uit het mislukte denken van Immanuel Kant?

Ik weet het niet, minder dan ooit, en uiteindelijk ben ik dat maar de oplossing gaan noemen. Het probleem is in mij opgelost als een lijk in zoutzuur. Ikzelf ben de oplossing, zie mij eens bruisen, hoor mij eens borrelen – ik stroom zowat over!

Breken tot je gebroken bent

Mijn oplossing is natuurlijk niet overdraagbaar, ook niet buiten de geschriften om. Je zult je eigen zoutzuur moeten brouwen, je eigen gedachten moeten ontbinden.

Niemand kan het voor je doen, niemand kan het van je overnemen, misschien jijzelf niet eens. Is oplossen iets wat je doet of iets wat je overkomt? Ik heb geen idee, of meerdere ideeën waaruit ik niet kan kiezen, dat komt op hetzelfde neer: ik weet het niet.

Toegeven dat je het niet weet, ontdekken dat je het niet hoeft te weten, als er al iets wezenlijk te weten valt, uitkomen voor je onwetendheid – agnose is zo eenvoudig.

Je breekt niet in, je breekt niet door, je breekt weg tot je eruit bent. Je breekt uit tot je gebroken bent.

Zonder plafond, zonder muren en zonder ruggengraat ga je lichter door het leven. Verder verder, of verder terug, naar ik weet niet waar geen verder of terug is.

53. Waarom vrouwen nooit zwanger worden – inductie voor beginners

De rede als voorbehoedsmiddel.

Argumentatieleer maakt onderscheid tussen twee bewijstechnieken: inductie en deductie.

Deductie is een mooi woord voor afleiden, redeneren van het algemene naar het bijzondere:

'Alle deducties zijn waar, dit is een deductie, dus dit is waar.'

Inductie is een mooi woord voor generaliseren, redeneren van het bijzondere naar het bijzondere:

'Gisteren kwam de zon op, vandaag kwam de zon op, dus morgen komt de zon op.'

Of van het bijzondere naar het algemene:

'Gisteren kwam de zon op, vandaag kwam de zon op, dus iedere dag komt de zon op.'

Leuk bedacht, maar niet altijd waar, vraag maar aan een astronaut.

'Gisteren was ik niet zwanger, vandaag ben ik niet zwanger, dus morgen zal ik niet zwanger zijn.'

Schijnt te kloppen voor mannen, kinderen en bejaarden.

'Deze zwaan is wit, die zwaan is wit, dus alle zwanen zijn wit.'

Die vlieger gaat niet op, ondanks zijn machtige vleugels, want er zijn ook zwarte zwanen, al zie je ze niet vaak.

Bovendien weet je nooit of de volgende zwaan die uit het ei kruipt niet een blauwe of roze mutant zal zijn.

En misschien zwemmen er al jaren bonte zwanen rond in Tsjernobyl of gouden zwanen op een verre planeet, weet jij veel.

54. Waarom alle Marokkanen aardig zijn – generalisatie voor gevorderden

Een feit komt nooit alleen.

Grenzeloos generaliseren is het lot van alle levende wezens, neem alleen al dit zinnetje.

Daarom wordt een eend onweerstaanbaar aangetrokken door een lokeend, een mot door een kaarsvlam en jij, beste lezer, door een boek over verlichting alsof het lichtgevend is en jij de beste lezer bent.

Lokeend bij brandende kaars.

^ Kaars aangetrokken door lokeend.

Hoe intelligenter het beest hoe wilder de geest, neem alleen al dit zinnetje.

Voor ongebreideld wilddenken kun je altijd bij de mens terecht, neem alleen al dit zinnetje. Of anders deze zinnetjes:

Mijn buurman is Marokkaan, hij is aardig, dus alle Marokkanen zijn aardig.

Mijn buurman is Marokkaan, hij is aardig, dus alle gastarbeiders zijn aardig.

Mijn buurman is Marokkaan, hij is aardig, dus alle allochtonen zijn aardig.

Mijn buurman is Marokkaan, hij is aardig, dus alle woestijnbewoners zijn aardig.

Mijn buurman is Marokkaan, hij is aardig, dus alle Arabieren zijn aardig.

Mijn buurman is Marokkaan, hij is aardig, dus alle Noord-Afrikanen zijn aardig.

Mijn buurman is Marokkaan, hij is aardig, dus alle moslims zijn aardig.

Mijn buurman is Marokkaan, hij is aardig, dus alle buurmannen zijn aardig.

Mijn buurman is Marokkaan, hij is aardig, dus alle buren zijn aardig.

Mijn buurman is Marokkaan, hij is aardig, dus alle mannen zijn aardig.

Mijn buurman is Marokkaan, hij is aardig, dus alle mensen zijn aardig.

Mijn buurman is Marokkaan, hij is aardig, dus alle aardige buren zijn Marokkaan.

Mijn buurman is Marokkaan, hij is aardig, dus alle aardige mensen zijn Marokkaan.

Mijn buurman is Marokkaan, hij is aardig, dus alle aardige Marokkanen zijn buren.

Mijn buurman is Marokkaan, hij is aardig, dus alle Marokkanen dragen een muts.

Je ziet, er valt best wat te leren van Marokkanen, als je maar wilt.

Er valt ook best wat te leren van andere arbeiders. Horloges werden gemaakt door horlogemakers, dus de wereld werd gemaakt door een wereldmaker. Zijn naam is God en Hij is de enige die weet hoe laat het is.

Inductie, generalisatie, associatie, wilddenken of hoe je het ook noemt – je doet er niets tegen.

Een feit komt nooit alleen, wordt altijd meteen ingepast in een theorietje, neem alleen al dit feit.

Conclusies worden sneller getrokken dan jij je terug kunt trekken, neem alleen al deze conclusie.

Inductie is bij mijn weten op geen enkele wijze logisch te rechtvaardigen, behalve inductief:

Gisteren werkte het, vandaag werkt het, dus het werkt.

Klopt altijd, behalve wanneer het niet klopt.

55. Waarom de wet van toereikende grond ontoereikend is

Is alles verklaarbaar?

Beste Hans,

Je schrijft dat inductief redeneren op geen enkele manier logisch te rechtvaardigen is. Dan heb je zeker nog nooit van de wet van toereikende grond gehoord.

Beste Ted,

Ik schrijf dat inductief redeneren voor zover ik weet niet logisch te rechtvaardigen is. Dat het onmogelijk is weet ik niet, al heb ik nog nooit een overtuigende rechtvaardiging gezien. Jij wel, zo te horen?

Ted: Inderdaad – de wet van toereikende grond.

Hans: De wat?

Ted: De wet. Alles heeft een oorzaak, dus alles is verklaarbaar.

Hans: O ja?

Ted: Als dat geen basis voor inductie is...

Hans: Dat is het, maar hoe weet je dat alles een oorzaak heeft? En hoe weet je dat alles wat een oorzaak heeft verklaarbaar is?

Ted: Anders zouden we nooit inductief kunnen redeneren.

Hans: Meen je dat nou?

Ted: Wat?

Hans: De wet van toereikende grond is geldig, anders zouden we nooit inductief kunnen redeneren, en we kunnen inductief redeneren, anders zou de wet van toereikende grond ongeldig zijn?

Ted: Klopt als een bus.

Hans: Klopt als een cirkelredenering.

Ted: Ik zou niet weten hoe ik het anders moest rechtvaardigen.

Hans: Nou, ik ook niet.

56. Waarom de wet van non-contradictie onwettig is

Tussen waar en onwaar vind je de deur naar non-dualiteit.

Sjef: Ken jij de wet van non-contradictie?

Hans: Een stelling kan niet tegelijk waar en onwaar zijn.

Sjef: Precies.

Hans: Geef eens een voorbeeld.

Sjef: De zon kan niet tegelijk op en onder zijn.

Hans: Dat zou een wet zijn?

Sjef: Volgens mijn logicaboek wel.

Hans: Staat er een bewijs bij?

Sjef: Nee.

Hans: Weet je hoe dat komt?

Sjef: Nou?

Hans: Doordat het geen wet is.

Sjef: Wat is het dan wel?

Hans: Een postulaat.

Sjef: Een wat?

Hans: Iets wat je veronderstelt omdat er anders niet te redeneren valt.

Sjef: O.

Hans: Bedenk eens een redenering op grond van de wet van non-contradictie.

Sjef: De zon kan niet tegelijk op en onder zijn, de zon is op, daarom is de zon niet onder.

Hans: Aangenomen dat de wet van non-contradictie van toepassing is.

Sjef: Die is altijd van toepassing.

Hans: Spruitjes zijn lekker en vies.

Sjef: Dat is een kwestie van smaak.

Hans: Landbouwgif is nuttig en schadelijk.

Sjef: Meningen verschillen.

Hans: Een zakdoek voor een mens is een laken voor een kabouter.

Sjef: Grootte is relatief.

Hans: Kanker is slecht voor de patiënt en goed voor het ziekenhuis.

Sjef: Dat is appels met peren vergelijken.

Hans: Als de zon halverwege de kim staat is hij op en onder.

Sjef: Dat is een kwestie van definitie.

Hans: Als de zon achter de horizon is verdwenen, zien we hem door het lenseffect van de lucht toch nog aan de horizon staan.

Sjef: Dat is een optische illusie.

Hans: Geef dan eens een ondubbelzinnig voorbeeld.

Sjef: Iets kan niet tegelijk hier en daar zijn.

Hans: Je hoofd is hier, je hand is daar dus je lichaam is hier en daar.

Sjef: Ik kom heus wel op een goed voorbeeld.

Hans: Je komt erop of je komt er niet op.

Sjef: Ik kom erop terug.

Hans: Blijf je erbij dat de wet van non-contradictie altijd van toepassing is?

Sjef: Niet altijd.

Hans: Dan is het geen wet.

Sjef: Wat is het alternatief?

Hans: Geen idee. De wet van contradictie?

57. Waarom de wet van de uitgesloten derde niets uitsluit

De logica van de onlogica en de wet van de wetteloosheid.

Volgens de wet van de uitgesloten derde is iets altijd waar of onwaar.

Als dat altijd waar of altijd onwaar was zou de wereld lekker overzichtelijk zijn, maar de wet van de uitgesloten derde is niet eens van toepassing op de wet van de uitgesloten derde, dus dat kun je wel vergeten.

De wet van de uitgesloten derde is namelijk alleen geldig binnen een tweewaardige logica die de wet van de uitgesloten derde als uitgangspunt neemt. Dan is hij formeel waar, per definitie, tautologisch, binnen het systeem, als een afgedwongen dualisme.

In een driewaardige logica is de wet van de uitgesloten derde onwaar. In een vier- of meerwaardige logica, in fuzzy logica, in modale logica, in preferentiële logica en in paraconsistente logica ook. Allemaal per definitie.

In spreektaallogica heerst geen enkele logica. Daar heerst de logica van de onlogica, de wet van de wetteloosheid.

In het dagelijks leven weet je het nooit met die wet of met welke wet ook. Geen wonder. Waarom zou iets niet half waar kunnen zijn? Min of meer waar? Nu eens waar en dan weer onwaar? Waar voor mij en onwaar voor jou?

Waarom zou iets niet waar en onwaar kunnen zijn in hetzelfde opzicht? Waar en onwaar in verschillende opzichten? Waar noch onwaar in ieder opzicht?

Waarom zou iets niet onbepaald kunnen zijn? Onbepaalbaar? Voorbij waarheid en onwaarheid?

Met behulp van welke logica wou je vaststellen welke logica wanneer van toepassing is? Is dat wel een kwestie van logica? En is het wel een kwestie?

58. Wat is een categoriefout?

Van beeldspraak naar DenkBeeld, of hoe hersenen op hol slaan.

Tweeëntwintig twijfelachtige vragen

Kun je een universiteit schilderen?

Kun je in de zon zitten?

Kun je naar de maan lopen?

Waar zitten je lurven?

Waar zit je ego?

Hoeveel werkelijkheden zijn er?

Hoe realiseer je het Zelf?

Zit er verstand in je verstandskiezen of zitten er verstandskiezen in je verstand?

Heeft maart een staart?

Heeft april een wil?

Hoeveel licht geeft een Verlichte?

Hoe hoog is de Verhevene?

Kunnen meerdere engelen op dezelfde plaats zijn?

Wat is de vorm van de leegte?

Hoeveel armen heeft Avalokiteshvara?

Hoeveel weegt een kilo karma?

Is het veranderlijke een verschijningsvorm van het Onveranderlijke?

Is alles Zijn?

Zijn wij het Kennen?

Wat is het Ding-an-sich?

Speelt Bewustzijn verstoppertje met zichzelf?

Maakt de kosmos grappen, en zijn die dan ook kosmisch?

Wijzen van spreken en dwazen van denken

Een categoriefout is een denkfout waarbij je twee categorisch verschillende betekenissen van een woord met elkaar verwart, of woorden letterlijk neemt die figuurlijk zijn bedoeld of omgekeerd.

Zo kun je je aan de universiteit (als gebouw) niet inschrijven en kun je de universiteit (als instelling) niet schilderen.

Mannetje onder een lantaarnpaal dat met een kwast op een stok een sterrenhemel staat te verven.

^ Categoriefout.

Zo kun je wel in de zonneschijn gaan zitten maar niet in de zon, die is te ver weg.

Zo kun je wel naar de maan wijzen maar niet naar de maan lopen, er is geen weg.

Zo kun je iemand wel bij zijn lurven grijpen maar niet aan zijn lurven opereren, dan zijn ze weg.

Categoriefouten kom je overal tegen, met name in de geesteswetenschappen (filosofie, psychologie, theologie enzovoort), in de esoterie en in theïstische en non-theïstische religies zoals het christendom, het jodendom, het boeddhisme en de advaita vedanta.

Zes soorten categoriefouten

Categoriefouten kun je op verschillende manieren in categorieën opdelen. Geen daarvan is goed of fout. Hieronder een indeling in zessen.

Verdinging (reïficatie): een idee aanzien voor een ding.

Vergoddelijking (deïficatie): een idee, mens, dier of ding aanzien voor (een) god.

Verpersoonlijking (personificatie): menselijke gevoelens, gedachten of eigenschappen toeschrijven aan een idee, dier, ding of god.

Vereeuwiging (eternalisme): iets tijdelijks aanzien voor iets eeuwigs.

Verabsolutering: iets afhankelijks aanzien voor iets onafhankelijks.

Essentialisme: de verschijningsvorm aanzien voor het wezen, of contingente eigenschappen voor noodzakelijke.

In alle gevallen zie je een DenkBeeld ontstaan uit een beeldspraak.

De geest als categoriefout; Gilbert Ryle en de analytische wijsbegeerte

Volgens de Britse taalfilosoof Gilbert Ryle berust het idee van de geest, en daarmee het hele cartesiaanse dualisme, op een simpele categoriefout. De geest zou een wijze van spreken zijn, geen substantie.

Ryle staat aan de basis van de analytische wijsbegeerte uit de vorige eeuw, die alle filosofische vraagstukken probeerde te herleiden tot categoriefouten.

De analytische wijsbegeerte kun je zien als een (post)moderne reïncarnatie van het middeleeuwse nominalisme, dat woorden beschouwde als abstracties zonder tegenhanger in de werkelijkheid.

Ik heb me als tiener zowel in het nominalisme als in de analytische wijsbegeerte verdiept en sta er persoonlijk voor in dat ze elk op hun eigen manier een beetje geest-dodend en bijzonder geestdodend zijn.

Net zo geest-dodend en geestdodend als de Diamantsoetra, die analytisch-wijsgerig avant-la-lettre was.

Net zo geest-dodend en geestdodend als de zenkoan. 'Heeft een hond de boeddhanatuur?' Zes jaar lang dag en nacht nergens anders aan denken, stel je dat eens voor.

Gedachten als brandhout.

Verlichting als burn-out.

Niet-weten als vlugzout.

Een donkere ster

Natuurlijk wordt ook het niet-weten regelmatig gereïfieerd, gedeïfieerd en gepersonifieerd. Geef niets een naam, of zeg dat het geen naam mag hebben, en het wordt iets. Blijkt het ineens eeuwige wijsheid te wezen, waarheid, eenheid, liefde, het ware zelf, een kracht, een kunst. Krijg je boektitels als De kracht van niet-weten, De kunst van het niet-weten en De wijsheid van het niet-weten.

Of er zoiets is als eeuwige wijsheid enzovoort – ik weet het niet, anders was ik geen agnost.

Wat de taak van de wijsgeer is – ik weet het niet, anders was ik geen agnost.

Of woorden abstracties zijn zonder tegenhanger in de werkelijkheid – ik weet het niet, anders was ik geen agnost.

Wat niet-weten is en of ik een agnost ben – ik weet het niet, anders was ik geen agnost.

Je ziet, ik ben niet zo'n ster in categorisch denken, of het moet een donkere zijn.

Vandaar wellicht dat ik zo weinig categoriefouten maak.

59. Extase is uit je gedachten treden

Waarom ik allemaal van die non-antwoorden geef.

'Ben jij bekend met extase, Hans?'

'Huh?'

'Niet dus.'

'Wat is extase?'

'Geestesvervoering.'

'Aha.'

'En?'

'Ik zou best willen...'

'Maar?'

'Waar haal ik zo gauw een geest vandaan?'

'Uit jezelf treden, bedoel ik.'

'Aha.'

'En?'

'Ik zou best willen...'

'Maar?'

'Waar haal ik zo gauw een zelf vandaan?'

'Wou jij beweren dat je geen zelf hebt?'

'Ik zou best willen...'

'Maar?'

'Wie zou dat dan moeten doen?'

'Waarom geef jij allemaal van die non-antwoorden?'

'Om jou uit je gedachten te doen treden?'

60. Het masker van het ongedifferentieerde zijn

Woorden over woorden zijn ook maar woorden.

'Je praat teveel, Hans.'

'Wat zeg je?'

'Blablabla.'

'Heb jij iets tegen woorden?'

'Woorden maskeren het ongedifferentieerde zijn.'

'Sorry, dat wist ik niet.'

'Ze zijn niet echt.'

'Echt niet?'

'Woorden zijn hokjes waar niets in past.'

'Is woord ook zo'n hokje?'

'Hè?'

'En hokje en passen en echt?'

'Eh...'

'En ongedifferentieerd en zijn en maskeren?'

'Maar dingen zijn geen woorden.'

'Sommige dingen wel.'

'Welke bijvoorbeeld?'

'Woorden bijvoorbeeld.'

'Woorden zijn ook dingen?'

'Gesproken woorden, gezongen woorden, geschreven woorden, gedrukte woorden, uitgehakte woorden, geprojecteerde woorden, gedachte woorden...'

'Daar was ik nou nooit opgekomen.'

'Waarop niet?'

'Dat woorden ook deel uitmaken van het ongedifferentieerde zijn.'

'Blablabla.'

61. Denken is vereenvoudigen, of is dat te simpel gedacht?

Tweeëntwintig karikaturen van de werkelijkheid.

Denken is vereenvoudigen, beweerde ik in de slotparagraaf van De monist.

'Denken is vereenvoudigen' is daar een goed voorbeeld van.

Alsof het denken niet net zo goed versiert, verheelt, bespeelt, verbeeldt, verdeelt, verstiert.

Denken is echt niet altijd vereenvoudigen. Maar voor zover het vereenvoudigt, schept het duidelijkheid door overeenkomsten te benadrukken en verschillen weg te laten.

'Voor zover het denken vereenvoudigt, schept het duidelijkheid door overeenkomsten te benadrukken en verschillen weg te laten' is opnieuw een voorbeeld van vereenvoudigend denken.

Alsof het denken niet net zo goed vereenvoudigt door overbodige begrippen weg te snijden (het scheermes van Occam), drogredenen te ontmaskeren (argumentatieleer), verbanden te leggen of te verbreken, onderscheidingen aan te brengen of op te heffen et cetera.

Laat ik me verder niet verliezen in algemeenheden over het denken, die ik toch weer terug moet nemen, maar gewoon wat voorbeelden geven van simplistische gedachten:

'Vluchtelingen pikken onze banen in.'

'Niemand laat zijn eigen kind alleen.'

'Zigeuners zijn dieven.'

'Iedereen wil gelukkig zijn.'

'Alle mannen lopen hun lul achterna.'

'Zalig zijn de armen van geest.'

'Mensen zijn in wezen goed.'

'Alle mensen zijn egoïsten.'

'Psychiatrie is biologie.'

'Het is altijd nu.'

'Alles is bewustzijn.'

'Alles is één.'

'Je mag niet liegen.'

'De mens wikt en God beschikt.'

'Religie is verlakkerij.'

'We maken de hele aarde kapot.'

'Corona is nog maar het begin.'

'Dit is het einde.'

'Lijden is een keuze.'

'Vrije wil is een illusie.'

'Ben je niet voor ons dan ben je tegen ons.'

Denken mag dan meer zijn dan vereenvoudigen, het heeft beslist de neiging een karikatuur van de werkelijkheid te maken. Neem alleen al deze karikatuur van het denken.

62. Niet-weten als autoclasme

De tegenbeweging van alle bewegingen en tegenbewegingen.

Iconoclasme (Grieks, eikoon, beeld + klaein, breken) is van alle tijden. Religies lokken tegenbewegingen uit. Terwijl het geloof verhardt en verstart, ontstaat het verlangen om terug te keren naar vroeger.

Het orthodoxe christendom inspireerde tot de mystiek.

Het orthodoxe katholicisme inspireerde tot de reformatie, het calvinisme en het quakerisme.

De orthodoxe islam inspireerde tot het soefisme.

Het orthodoxe jodendom inspireerde tot het chassidisme.

Het orthodoxe boeddhisme inspireerde tot chan en dzogchen.

Het orthodoxe hindoeïsme inspireerde tot de advaita vedanta en die weer tot neo-advaita.

Niet-weten is ook een soort iconoclasme, alleen richt het zich niet tegen een specifieke traditie maar tegen alle. Of liever, tegen geen van alle, want het is niet naar buiten gericht, maar naar binnen. Niet-weten is een autoclasme (Grieks, auto, zelf).

Autoclasme staat voor de tegenbeweging van alle bewegingen en tegenbewegingen, waaronder niet-weten, die niet-weten heet.

Inderdaad, een paradoxale definitie, die zichzelf ('auto') meteen afbreekt ('clasme').

Niet-weten vreet je eigen DenkBeelden aan – ideeën, helden, standpunten, theorieën, overtuigingen, idealen – zonder zich om die van de buitenwereld te bekommeren. Totdat het zelfs het onderscheid tussen binnen en buiten vernietigt.

Als uiteindelijk ook het onderscheid tussen weten en niet-weten ten prooi valt aan deze onverzadigbare veelvraat, is alles gewoon weer bij het oude. Maar wat was eigenlijk het oude, en wat is nog gewoon?

Beeld dat een beeld van zichzelf omtrekt.

^ Niet-weten als autoclasme.

63. Denken zoals je speelt

Niet-weten als domino-effect; vallende stenen als voorstelling van de wilde wereld.

(Denkbeeldig gesprekje tussen Hans van Dam en de filosoof Arthur Schopenhauer, naar aanleiding van onderstaande uitspraak.)

Arthur: Je moet denken zoals architecten bouwen, niet zoals je domino speelt.

Hans: Daar komen dikke boeken van.

Arthur: Die Welt als Wille und Vorstellung.

Hans: Niet om door te komen.

Arthur: De Poortloze Poort.

Hans: Gewoon omheen lopen.

Arthur: Wat zou jij zeggen?

Hans: Je moet denken zoals je domino speelt, niet zoals architecten denken.

Arthur: Wat komen daar voor boeken van?

Hans: Lege.

Rijtje als dominostenen omvallende boeken waarvan de voorste het Witboek Niet-Weten is.

^ Denken zoals je domino speelt.

64. Logica is een luchtkasteel – bewijzen voor het ongerijmde

Ook de knapste koppen kunnen zomaar knappen.

'Quot erat demonstrandum' is Latijn voor 'wat te bewijzen was'. Je ziet het vaak als acroniem (Q.E.D.) of als dus-teken (∴) onder wiskundige en logische bewijzen staan.

In de wiskunde betekent bewijzen: afleiden uit onbewezen axioma's volgens afleidingsregels die niet uit de wiskunde zelf zijn af te leiden. Per definitie, want de afleidingsregels worden tot de logica gerekend. Zo gezien is wiskunde een luchtkasteel.

Omdat mensen met hoogtevrees liever op de grond wonen dan in de wolken, hebben ze geprobeerd om de wiskunde op de logica te baseren – knappe koppen als Bertrand Russell en Alfred North Whitehead in de jaren nul van de vorige eeuw.

In de logica betekent bewijzen: afleiden uit onbewezen postulaten volgens wetten die niet uit de logica zelf zijn af te leiden. Dat laatste heeft de nog knappere kop Kurt Gödel bewezen in de jaren dertig van de vorige eeuw. Met een reductio ad absurdum – een bewijs uit het ongerijmde. Ja, waaruit anders; logica is een luchtkasteel.

Diezelfde Kurt Gödel wist ook nog te bewijzen (Gödel's ontological proof) dat God, gedefinieerd als het grootst denkbare wezen, werkelijk bestaat, want als Hij alleen in onze gedachten zou bestaan was er een grotere God denkbaar. Waarmee meteen is aangetoond dat ook de knapste koppen zomaar kunnen knappen.

Dat wiskunde en logica in de lucht hangen betekent nog niet dat ze onwaar of nutteloos zijn. Hun bruikbaarheid is in de praktijk afdoende bewezen, in de wiskundige natuurkunde, in de technische natuurkunde en in de techniek.

Bovendien is zuivere wiskunde net als zuivere logica een (h)eerlijk spel. Dat hoeft niemand te bewijzen; luchtkastelen hebben geen fundering nodig.

Dus.

Luchtkasteel getekend als meetkundig figuur.

^ Luchtkastelen hebben geen fundering nodig.

65. Is verlossing het einde van alle denken?

Of is dat ook maar een gedachte?

'Verlossing is het einde van alle denken, Hans.'

'Zou je denken?'

'Dat beweert mijn zenleraar, Nico Tydeman.'

(In Transmissie en Transcendentie, pagina 246: "Bevrijding komt niet van het denken. Verlossing is het einde van alle denken.")

'Man, wat kan die denken.'

'Hij heeft het ook maar van Nagarjuna.'

'Man, wat kon die denken.'

'Kon ik maar zo denken.'

'Denk jij dan nog steeds?'

'Ik denk me rot, Hans.'

'Dan ben je nog niet verlost.'

'Wat weet jij daarvan?'

'Verlossing is het einde van alle denken, zei je toch?'

'Ben jij al helemaal uitgedacht?'

'Hoe bedenk je het.'

'Jij gelooft niet dat het kan?'

'Ik kan wel zoveel denken.'

'Is dat een bevestiging of een ontkenning?'

'Ik moet er niet aan denken.'

Mediterende monnik zonder hoofd op een zitkussen van hersenen.

^ Is verlossing het einde van alle denken?

66. Hoe je de geest overwint

De nevermind van Meester Minder.

Leerling: Ik heb me ten doel gesteld de mind te overwinnen.

Meester: De wat?

Leerling: Het denken. Het verstand. De rede. De ratio. De geest.

Meester: De mind moet overwonnen worden?

Leerling: Dat zeg ik.

Meester: Door wie?

Leerling: Door mij natuurlijk.

Meester: Waarmee?

Leerling: Het hart natuurlijk.

Meester: Waarom?

Leerling: Omdat het denken de bron is van alle kwaad.

Meester: Wie zegt dat?

Leerling: Nou?

Meester: Raad eens.

Leerling: Eh... het denken?

Meester: Zou je denken?

Leerling: Bedoelt u dat het denken niet overwonnen hoeft te worden?

Meester: Misschien hoeft het alleen maar tot de orde geroepen te worden.

Leerling: Meer niet?

Meester: Of misschien roept het zichzelf wel tot de orde.

Leerling: En als het zichzelf eenmaal tot de orde geroepen heeft?

Meester: Dan verzint het wel weer wat nieuws.

Leerling: En dan?

Meester: Roept het zichzelf wel weer tot de orde.

Leerling: En dan?

Meester: Verzint het wel weer wat nieuws.

Leerling: En dan?

Meester: Roept het zichzelf wel weer tot de orde.

Leerling: En dan verzint het wel weer wat nieuws, zeker.

Meester: Het krijgt er nooit genoeg van.

Leerling: Wat is mijn rol in dit geheel?

Meester: Wie zegt dat jij er een rol in hebt?

Leerling: Wou u beweren van niet?

Meester: Dat zou je wel willen, hè?

Leerling: Rustig toekijken is niets voor mij.

Meester: Dan kijk je toch onrustig toe.

Leerling: Dat is nog erger.

Meester: Dan kijk je toch lekker weg.

Leerling: Ik peins er niet over.

Meester: Dan peins je toch ergens anders over.

Leerling: Mij niet gezien.

Meester: Waarom niet?

Leerling: Ik heb me ten doel gesteld de mind te overwinnen.

Meester: De wat?

67. Hoe je aan andermans gedachtestroom ontsnapt

Reddend zwammen met Meester Minder.

Leerling: Hoe ontsnap ik aan mijn gedachtestroom?

Meester: Waar is je vorige gedachte?

Leerling: Die is al weg.

Meester: Waar is je volgende gedachte?

Leerling: Die moet nog komen.

Meester: Welke gedachte heb je nu?

Leerling: Deze.

Meester: Hoe weet je dan dat er sprake is van een stroom?

Leerling: Omdat ik me mijn vorige gedachten herinner.

Meester: Hoe weet je dat die herinnering meer is dan een gedachte nu?

Leerling: ...

Meester: Zo ontsnap je aan je gedachtestroom.

Leerling: Dus u gelooft dat de gedachtestroom een illusie is?

Meester: Natuurlijk niet.

Leerling: Dus u gelooft dat de gedachtestroom reëel is?

Meester: Natuurlijk niet.

Leerling: Gelooft u dan dat de gedachtestroom zowel reëel als illusoir is?

Meester: Natuurlijk niet.

Leerling: Gelooft u dan dat de gedachtestroom noch reëel noch illusoir is?

Meester: Natuurlijk niet.

Leerling: Waarom zeg u steeds 'natuurlijk niet'?

Meester: Zo ontsnap ik aan mijn gedachtestroom.

Leerling: Hoe is het als je aan je gedachtestroom ontsnapt bent?

Meester: Vraag maar aan iemand die aan zijn gedachtestroom ontsnapt is.

Leerling: Bent u niet zo iemand?

Meester: Dat weet ik niet.

Leerling: Waarom zegt u dan steeds 'zo ontsnap ik aan mijn gedachtestroom'?

Meester: Zo ontsnap ik aan mijn gedachtestroom.

Leerling: Tja.

Meester: En anders wel aan de jouwe.

68. Een nar zonder kijk is de koning te rijk

Acht dwaalspreuken van Meester Minder.

Wie weet ziet het allemaal, wie niet weet ziet het allemaal wel.

Wie weet heeft het goed gezien, wie niet weet heeft het zien doorzien.

Wie weet heeft het Zelf gezien, wie niet weet heeft zichzelf doorzien.

Wie weet ziet het onzienlijke, wie niet weet houdt het voor gezien.

Wie weet heeft zichzelf ontzien, wie niet weet heeft afgezien.

Wie weet heeft het gezien, wie niet weet is gezien.

Een nar zonder kijk is de koning te rijk.

Een nar zonder rijk zet de koning te kijk.

69. Verlos ons van het denken doorzien

Meester Minder vraagt niet meer.

Leerling: Straks zal ik eindelijk van het denken verlost zijn.

Meester: Denk je dat nu nog steeds?

Jaren later

Leerling: In het eeuwige heden zal ik...

Meester: Denk je dat nu nog steeds?

Jaren later

Leerling: Ik...

Meester: Denk je dat nu nog steeds?

Jaren later

Leerling: Niet-ik...

Meester: Denk je dat nu nog steeds?

Jaren later

Leerling: God...

Meester: Denk je dat nu nog steeds?

Jaren later

Leerling: ...

Meester: Denk je dat nu nog steeds?

Jaren later

Leerling: Straks zal ik....

Meester: Denk je dat nu nog steeds?

Leerling: ... eindelijk van u verlost zijn.

Meester: Denk je dat nu nog steeds?

Jaren later

Leerling: ...

Meester: Denk je dat nu nog steeds?

Leerling: Vraagt u dat nu nog steeds?

Meester: Eindelijk heb je het door.

Leerling: Denkt u dat nu nog steeds?

70. Waar heeft opa zijn verstand verloren? De onweg naar niet-weten

Hoe je zonder methode toch tot niets komt.

Leerling: Wat is cognitieve therapie?

Meester: Een methode om onrealistische gedachten te vervangen door realistische.

Leerling: Wat is filosofie?

Meester: Een methode om onware gedachten te vervangen door ware.

Leerling: Wat is wetenschap?

Meester: Een methode om speculatieve gedachten te vervangen door empirische.

Leerling: Wat is religie?

Meester: Een methode om lagere gedachten te vervangen door hogere.

Leerling: Wat is spiritualiteit?

Meester: Een methode om donkere gedachten te vervangen door lichte.

Leerling: En wat is niet-weten?

Meester: Dat je het niet weet.

Leerling: Ik bedoel, wat voor methode is niet-weten?

Meester: Is niet-weten een methode?

Leerling: Wat is het doel van niet-weten?

Meester: Heeft niet-weten een doel?

Leerling: Wat is het verband tussen niet-weten en je gedachten?

Meester: Is er een verschil tussen niet-weten en je gedachten?

Leerling: Waar is niet-weten goed voor?

Meester: Is niet-weten ergens goed voor?

Leerling: Bedoelt u dat het nergens goed voor is?

Meester: Ik zou het ook niet weten.

Leerling: Hoe voelt het om niet te weten?

Meester: Hoe voelt het om te weten?

Leerling: Het ligt eraan wat het is dat je weet.

Meester: Het ligt eraan wat het is dat je niet weet.

Leerling: Maakt niet-weten je zacht of vredig?

Meester: Niet-weten maakt je niets.

Leerling: Maakt het je liefdevol of vriendelijk?

Meester: Niet-weten maakt je niets.

Leerling: Maakt het je mededogend of dankbaar?

Meester: Niet-weten maakt je niets.

Leerling: Wat is de weg naar niet-weten?

Meester: Is er een weg naar niet-weten?

Leerling: Waar heeft u het niet-weten gevonden?

Meester: Waar heeft opa zijn verstand verloren?

Leerling: Nu weet ik nog niets.

Meester: En een moeite dat het kost.

71. Ik denk dus ik ben – perplex

De innerlijke strijd tegen de innerlijke strijd.

Beste Hans,

Wat ik je nu opstuur zijn de stukken en brokken die overgebleven zijn na een etmaal van schrijven, wissen, niet verzenden, overwegen, snacken, dommelen en weer van voren af aan beginnen. Je ziet, er is bitter weinig van overgebleven, met de nadruk op bitter.

Goeroes zeggen dat alles goed is zoals het is. Dat wil ik graag geloven. Maar als ik zie dat er iets niet goed is, dan is dat toch ook wat er is? Dan is dat toch ook goed? Zo ontstaat er binnen twee gedachten een paradox waarin ik hopeloos vastloop. Ik bedoel, is het nu goed dat iets niet goed is of juist niet?

Heel af en toe overkomt het me dat iets helemaal goed lijkt. Een heerlijk gevoel, maar dan bedenk ik wat er toch niet goed aan is en begin ik meteen weer te malen.

Wat wil ik nu eigenlijk? Ik wil niet meer willen, denk ik. Dan ben je overal vanaf, lijkt me. Maar dat lukt me niet, dus kan ik beter stoppen met te willen niet meer te willen, maar dan wil ik dát weer en dat wil ik ook niet. Allemaal paradoxen. Een en al perplexiteit.

Ik wil het leven omarmen. Helemaal! Ik wil niet meer willen. Helemaal niet!

Wat moet ik hiermee?

Beste Else,

Denken dat iets niet goed is zoals het is, is ook wat er is, of je wil of niet. Denken dat het niet goed is dat je denkt dat iets niet goed is zoals het is, is nog steeds wat er is, of je wil of niet. Dus dat zit wel goed.

Of het zit wel fout, goed fout, als je denkt met dit soort formules de weg uit het denken te vinden. Als je denkt jezelf een-twee-drie uit het denken te kunnen denken.

Ik ken wel meer mensen die hopen rust te vinden door het leven onvoorwaardelijke te omarmen, met alles erop en eraan, als een gegeven, als Gods wil, als het lot waartegen nu eenmaal geen verzet mogelijk is. Ze willen willoos worden als een doodgeboren lam.

Hoe moet iemand die alles verwelkomt, omgaan met innerlijk verzet? Haar verzet omarmen? Dan blijft er verzet. Zich ertegen verzetten? Dan komt er nog meer verzet. Denken dat je alles moet omarmen is al een daad van verzet.

Rust zoeken is vechten tegen je onrust. Rust zoeken in je onrust is nog steeds een vorm van onrust en nog altijd een daad van verzet.

De Eerste Wereldoorlog werd door de historicus, utopist en sciencefictionschrijver H.G. Wells the war to end all wars genoemd. Nou, dat hebben we geweten. Vier jaar lang de hel op aarde. Nog geen tweeëntwintig jaar later de Tweede Wereldoorlog, opnieuw geafficheerd als de laatste oorlog. Meteen daaroverheen de Koude Oorlog, die nog altijd woedt. Intussen de ene regionale oorlog na de andere, tot op de dag van vandaag.

Spiritualiteit: the inner war to end all inner wars. Zoeken naar the thought to end all thoughts. Gejaagd door the will to end all willing. Hoeveel jaar ben je hier nu al mee bezig?

Else: Zolang ik denk, vrees ik. Minstens sinds mijn pubertijd.

Hans: Ik denk dus ik ben perplex.

Else: Wat is perplexiteit volgens jou?

Hans: Een denken dat doldraait en tot rust hoopt te komen door nog een tandje bij te schakelen.

Denker van zwervelingen.

^ Een denken dat doldraait en tot rust hoopt te komen door nog een tandje bij te schakelen.

Else: Wat moet je anders?

Hans: Zolang je je perplexiteit probeert te vangen in je denken, zit je verstrikt in haar netten. Zolang je haar probeert te vangen in woorden zul je haar wissen. Zolang je haar probeert te vangen in stilte zul je het uitschreeuwen.

Else: En jij dan?

Hans: Bij mij is er iets doorgebrand.

Else: Het lijntje brak.

Hans: Het schip zonk, het land verdronk.

Else: Wat is een paradox volgens jou?

Hans: Een paradox is een gat in je denken. Een nooduitgang.

Else: Waar komt die op uit?

Hans: Op het gat in je denken natuurlijk.

Else: Dat snap ik niet.

Hans: Denken lijkt massief maar van dichtbij is het gatenkaas. Alle gaten zijn met elkaar verbonden. Ze vormen de tussenruimte van je gedachten. Het interstitium. Het is één groot zwart gat.

Else: En jij bent in dat gat gevallen.

Hans: Het gat in het denken is de weg uit het denken.

Denker uitgespaard in een wolk van zwervelingen.

^ Het gat in het denken is de weg uit het denken.

Else: Waarom ben jij zo lekker aan het schrijven en ik alleen maar aan het wissen?

Hans: Schrijven is vaststellen, wissen is vrijstellen. Jij doet het een of het ander. Je schrijft jezelf eerst vast en vervolgens wis je jezelf vrij. Daarna schrijf je jezelf weer vast en dan wis je jezelf weer vrij. Zo blijf je aan de gang.

Else: En jij dan?

Hans: Ik doe beide tegelijk. Schrijvend wissen. Vangend bevrijden. Aanzuigend uitblazen. Als een didgeridoo: the sound must go on.

72. Malle meditaties van een malin génie, of hoe Descartes van de kaart raakte

Over de Cogito Ostinato en de Tabula Rasa van René Descartes.

Rationalisme in west en oost

René Descartes is een filosoof uit de zeventiende eeuw, bedenker van de gevleugelde woorden 'ik denk dus ik ben' (cogito ergo sum) en 'ik twijfel dus ik ben' (dubito ergo sum).

Deze maffe metafysicus is de held geworden van hordes mensen die net als hij wanhopig op zoek zijn naar een kruis, christelijk, hindoeïstisch, wijsgerig, spiritueel of esoterisch, om hun denken aan vast te spijkeren, omdat het anders alle kanten op schiet terwijl het toch niet opschiet.

Zo'n oude rationalist uit de zeventiende eeuw, wie interesseert zich daar nog voor, zou je denken, maar dan heb je buiten de non-dualist gerekend, die voortdurend op zoek is naar onweerlegbare redeneringen van westerse bodem om zijn oosterse wereldbeeld te schragen, dat anders net als alle metafysica en net als elke metafysicus onder zijn eigen gewicht instort of bij gebrek aan eigen gewicht wegwaait.

Het is dus niet alleen Descartes die des cartes (van de kaart) is, en ook niet alleen de non-dualist: in principe geldt het voor iedere rationalist. Allemaal zijn ze op zoek naar die ene gedachte – twee is algauw teveel – waarmee ze zichzelf weer op de kaart kunnen zetten.

Profiel van Descartes met zwervelingenhaar.

^ René Descartes.

Wat is de Cogito ostinato?

De Cogito ostinato ('het koppige denken'), is de postume titel van het levenswerk van Descartes, dat bestaat uit zestien Meditationes, dertien Observationes en drie Conclusiones.

Meditationes I verwijst naar de Meditationes de prima philosophia uit 1618. Daarna verschijnt op 1 april van ieder jaar een volgend werk met de laatste inzichten van de grootmeester.

Na de zestiende Meditatie verliest Descartes onder invloed van Cupido zijn belangstelling voor zijn gedachten en gaat hij verder met zijn gevoelens.

Na zijn dertiende Observatie, het is inmiddels 1647, verliest Descartes ook zijn belangstelling voor zijn gevoelens en begint hij aan zijn derde en laatste reeks, waarin hij de balans opmaakt. Daaraan komt in 1649 een voorlopig einde met de verschijning van de lege Conclusiones III en in 1650 een definitief einde met de verdwijning van de auteur.

Koningin Christina van Zweden is zo onder de indruk van de Tabula rasa, zoals dit magnum opus van Descartes ook wel wordt genoemd, dat ze het voor eigen rekening integraal en differentiaal op zijn lege grafmonument laat beitelen.

Niemand weet of Descartes in 1650 werkelijk het einde van zijn denken heeft bereikt of alleen het einde van zijn leven, het einde van zijn aanwezigheid op deze aarde of het einde van zijn toenmalige incarnatie.

Alle titels van de Cogito Ostinato op een rijtje

1. Ik denk dus ik ben. (Meditationes I)

2. Ik denk dus ik ben niet. (Meditationes II)

3. Ik ben dus ik denk niet. (Meditationes III)

4. Ik denk niet dus ik ben. (Meditationes IV)

5. Ik denk dus ik ben mezelf niet. (Meditationes V)

6. Ik denk dus ik denk. (Meditationes VI)

7. Ik ben dus ik ben. (Meditationes VII)

8. Ik ben dus ik denk. (Meditationes VIII)

9. Ik denk tot ik ben. (Meditationes IX)

10. Ik ben tot ik denk. (Meditationes X)

11. Ik denk wat ik ben. (Meditationes XI)

12. Ik ben wat ik denk. (Meditationes XII)

13. Ik ben niet wat ik denk. (Meditationes XIII)

14. Ik denk niet dat ik ben. (Meditationes XIV)

15. Ik denk dat ik denk. (Meditationes XV)

16. Ik ben wat ik ben. (Meditationes XVI)

17. Ik denk dus ik ben verliefd. (Observationes I)

18. Ik denk dus ik ben verdrietig. (Observationes II)

19. Ik denk dus ik ben bang. (Observationes III)

20. Ik denk dus ik ben bezorgd. (Observationes IV)

21. Ik denk dus ik ben ontevreden. (Observationes V)

22. Ik denk dus ik ben schuldig. (Observationes VI)

23. Ik denk dus ik ben boos. (Observationes VII)

24. Ik denk dus ik ben beschaamd. (Observationes VIII)

25. Ik denk dus ik ben trots. (Observationes IX)

26. Ik denk dus ik ben beledigd. (Observationes X)

27. Ik denk dus ik ben labiel. (Observationes XI)

28. Ik denk dus ik ben moe. (Observationes XII)

29. Ik denk dus ik ben perplex. (Observationes XIII)

30. Ik denk dus. (Conclusiones I)

31. Denk ik. (Conclusiones II)

32. ... (Conclusiones III)

33.

73. Niet-weten is doorhebben dat je het door denkt te hebben

Doen alsof en doen alsof je doet alsof.

'Wat is weten, Hans?'

'Doen alsof je het doorhebt.'

'Wat is niet-weten?'

'Doen alsof je het niet doorhebt.'

'Je blijft maar doen alsof?'

'Ik tenminste wel.'

'Wat is dan het verschil?'

'Dat je dat eindelijk doorhebt?'

'Is dat een antwoord of een vraag?'

'Nee hoor, ik doe alleen alsof.'

74. De geest van niet-weten kent Leer noch Heer

Over de enige manier om de weetnietgeest te leren kennen.

Een weetnietgeest is een geest zonder vaste standpunten of overtuigingen.

Zonder onveranderlijke regels of motto's.

Zonder Leer of Heer.

Een geest die alles loslaat, zelfs het loslaten.

Een geest die zich voortdurend leegdenkt.

Een weetnietgeest is een gat van een geest, zwarter dan de zwartste kat, witter dan de witste veer, lichter dan de leegste leer.

Een wendbare geest die tussen alle mentale klippen door laveert, morele en praktische, abstracte en concrete, bijzondere en alledaagse.

Zo'n geest laat zich echt niet vangen in een woord als 'weetnietgeest' of in wat voor woord ook.

Hij laat zich echt niet vangen in een zin als deze, niet in een tekst als deze, niet in een boek als dit.

Toch moet ik het proberen.

Alleen zo kan ik je laten zien dat het hopeloos is.

Alleen zo kun je de weetnietgeest leren kennen.

Blauw vierkant van zwervelingen met een meeuwvormige uitsparing.

^ Witter dan de witste veer.

75. De weetnietgeest wil alleen maar ondermijnen

Een denken dat zichzelf niet spaart.

'Ik heb geloof ik nog nooit zo'n subversieve geest gezien als de jouwe, Hans.'

'De weetnietgeest wil alleen maar ondermijnen.'

'Waar is dat goed voor?'

'Vraag maar aan de weetnietgeest.'

'Dat doe ik toch?'

'En wat zei de weetnietgeest?'

'Vraag maar aan de weetnietgeest.'

'Voilà.'

'Maar waarom doe je het dan?'

'Wie?'

'Bedoel je dat je niemand bent?'

'Wat?'

'Geen-geest, niet-zelf, anatman, inessentie, sunyata?'

'Vraag maar aan de weetnietgeest.'

'Dat heb ik al gedaan.'

'En?'

'De weetnietgeest wil alleen maar ondermijnen.'

'De wat?'

'Ik heb geloof ik nog nooit zo'n subversieve geest gezien als de jouwe, Hans.'

76. Wie niet weet is gek, wie wat weet is knetter

Niets geloven, niet meer streven, doet de gek in vreugde leven.

'Volgens mij ben jij knettergek, Hans.'

'Vroeger zou ik het hartgrondig met je eens zijn geweest.'

'En nu?'

'Nu vind ik dat ik vroeger knettergek was.'

'Waarom zou je het vroeger met me eens zijn geweest?'

'Iemand die zijn eigen gedachten niet serieus neemt is van God los.'

'Daar kun je geen staat op maken.'

'Daar kun je geen peil op trekken.'

'Waarom vind je nu dat je vroeger knettergek was?'

'Iemand die zijn gedachten serieus neemt, holt overal achteraan.'

'Daar kun je geen peil op trekken.'

'Daar kun je geen staat op maken.'

'Wat is dan het verschil?'

'Dat is dan het verschil.'

'Zei ik het niet?'

'Wat?'

'Volgens mij ben jij knettergek, Hans.'

77. Denkstenen – je zal ze maar hebben

Monumenten voor de mind.

Woorden zijn besmettelijk. Je neemt ze ongemerkt over en vanaf dat moment houden ze huis in je geest. Vooral zelfstandige naamwoorden moet je in de gaten houden.

Als er ergens een substantief voor is, nemen we al snel aan dat het wel substantie zal hebben. Zo worden woorden in onze geest dingen in onze werkelijkheid. Bijvoorbeeld het woordje 'ik':

"Ik denk dus ik ben."

(Descartes; zie het lemma Cogito ergo sum in de Engelstalige Wikipedia.)

Of het woordje 'God':

"God bestaat, anders kon ik hem niet denken."

(Anselmus van Canterbury; zie ook het lemma Ontological argument in de Engelstalige Wikipedia.)

We praten over de liefde, de dood, de bron, het zelf, het bewustzijn, het niet-weten enzovoort alsof het zaken zijn die je kunt zien en aanraken, hebben en kwijtraken, toelaten en afhouden, zijn en worden. Zo worden zelfstandige naamwoorden zelfstandige-zaaknamen.

Een ontastbaar idee opgevat als een tastbare realiteit heet in de filosofie een hypostase. De neiging om achter woorden werkelijkheden te zoeken, als het even kan essenties of eeuwigheden, heet realisme, essentialisme, eternalisme.

Zelf noem ik hypostasen weleens denkstenen. Beeldtaal legt gewicht in de schaal. Denkstenen liggen zwaar op de geest. Denksteenlijders hebben denksteenkolieken – pijnlijke aanvallen van geesteskramp.

En denk nu niet dat ik reclame maak voor het nominalisme, de middeleeuwse leer die stelt dat woorden geen reële tegenhanger in de werkelijkheid hebben. Mocht het nominalisme al waar zijn dan heeft het zelf geen tegenhanger in de werkelijkheid; mocht het onwaar zijn nog minder.

Dat geldt ook voor verwante filosofieën als het fictionalisme, het mentalisme, het anti-platonisme, het anti-realisme, het formalisme, het postmodernisme, de hindoeïstische notie van maya, de boeddhistische leer van de leegte (sunyata) en de boeddhistische leer van afhankelijk ontstaan (pratitya-samutpada).

Ik mag graag denken dat dit ooit alleen maar doorns waren om doorns mee te verwijderen. Inmiddels zijn ze uitgegroeid tot doornstruiken, hele doornbossen vol weerhaken waarin je hopeloos verstrikt raakt.

Zo gaat dat in de geest. Emanciperende gedachten worden memes, menhirs, monumenten voor de mind.

Denkstenen – je zal ze maar hebben.

Röntgenfoto van een schedel in zijaanzicht met stenen in de hersenen.

^ Denkstenen, je zal ze maar hebben.

78. DenkBeelden zijn versteende denkbeelden

Dood gewicht geeft echt geen licht.

Elf DenkBeelden

Meester Minder zegt:

Een DenkBeeld is een versteend denkbeeld, dat je denken overheerst en je het zicht op alternatieve denkbeelden ontneemt.

Er zijn allerlei soorten DenkBeelden:

Een VaderBeeld is een versteend vaderbeeld.

Een MoederBeeld is een versteend moederbeeld.

Een MensBeeld is een versteend mensbeeld.

Een VrouwBeeld is een versteend vrouwbeeld.

Een ManBeeld is een versteend manbeeld.

Een VoorBeeld is een versteend voorbeeld.

Een WensBeeld is een versteend wensbeeld.

Een IdeaalBeeld is een versteend ideaalbeeld.

Een SchrikBeeld is een versteend schrikbeeld.

Een ZelfBeeld is een versteend zelfbeeld.

Een WereldBeeld is een versteend wereldbeeld.

DenkBeeldhouwers

Wat is de overeenkomst tussen wijzen en dwazen?

Ze denken niet, ze houwen DenkBeelden.

Ze houwen ze en ze houden ze.

DenkBeeldhouwers zijn DenkBeeldhouders.

DenkBeeldendienaars die DenkBeeldendiensten houden.

Hun geest is een DenkBeeldentuin vol DenkBeeldengroepen.

Ze houden zich ertussen op en ze houden er niet over op.

DenkBeeldenbrekers

Nitwits houden wel van denkbeelden maar niet van DenkBeelden.

Ze houwen ze niet en ze houden ze niet.

Maar ze breken ze met liefde.

Ze breken ze.

Met liefde.

Ze breken ze uit liefde.

Ze breken zelfs de Liefde.

Niet-weten is een DenkBeeldenstorm.

DenkBeeldspraak

Sprak deze beeldspraak je aan?

Laat het dan geen BeeldSpraak worden.

Richt er geen DenkBeeld voor op.

Breek de BeeldenBreker!

Man die met een voorhamer op zijn eigen spiegelbeeld inhakt.

^ Breek de BeeldenBreker.

79. Het breken van je DenkBeelden heet niet-weten

Breken heelt.

Meester Minder zegt:

Door het breken van je VaderBeelden wordt papa 'papa'.

Door het breken van je MoederBeelden wordt mama 'mama'.

Door het breken van je MensBeelden wordt wij 'wij'.

Door het breken van je VrouwBeelden wordt zij 'zij'.

Door het breken van je ManBeelden wordt hij 'hij'.

Door het breken van je VoorBeelden wordt volgen 'volgen'.

Door het breken van je WensBeelden wordt willen 'willen'.

Door het breken van je IdeaalBeelden wordt hoop 'hoop'.

Door het breken van je SchrikBeelden wordt wanhoop 'wanhoop'.

Door het breken van je ZelfBeelden wordt ik 'ik'.

Door het breken van je WereldBeelden wordt werkelijk 'werkelijk'.

Door het breken van je GodsBeelden wordt Hij 'Hij'.

Door het breken van je BoeddhaBeelden wordt leegte 'leegte'.

Door het breken van je AngstBeelden wordt vrees 'vrees'.

Door het breken van je KruisBeelden wordt lijden 'lijden'.

Door het breken van je ZiekteBeelden wordt gezond 'gezond'.

Door het breken van je GeheugenBeelden wordt vroeger 'vroeger'.

Door het breken van je ToekomstBeelden wordt later 'later'.

Door het breken van je WoordBeelden wordt taal 'taal'.

Door het breken van je VrijheidsBeelden wordt verlichting 'verlichting'.

Door het breken van je DenkBeelden wordt weten 'weten'.

Het breken van je DenkBeelden heet niet-weten.

Het breken van niet-weten heet 'niet-weten'.

Het breken van 'niet-weten' heet ''niet-weten'' enzovoort, tot er alleen maar gruis over is.

Tja, dan ben je goed gebroken.

Goed gebroken ben je heel.

Blijf je breken, blijf je heel.

Droste-effect van een man die met een voorhamer op een kleinere kopie van zichzelf inhakt.

^ Het breken van het breken van (...) het breken van niet-weten.

80. Wat is een beeldmens?

Vier definities.

Een beeldmens is...

1. Iemand die denkt dat de mens in essentie een beeldenaar is (homo sculptor).

2. Iemand die denkt dat de essentie van de mens te vangen is in een of ander mensbeeld. Synoniem: mensbeeldmens.

3. Iemand die denkt dat zijn eigen essentie te vangen is in een zelfbeeld, de essentie van de vrouw in een vrouwbeeld, de essentie van vrijheid in een vrijheidsbeeld, de essentie van de wereld in een wereldbeeld, de essentie van God in een godsbeeld, de essentie van de Boeddha in een boeddhabeeld enzovoort. Synoniem: essentialist.

4. Iemand wiens denkbeelden DenkBeelden zijn en op voetstukken staan.

Ieder denkbeeld kan verstenen. Ook beeldmens, mensbeeldmens en essentialist. Ook niet-weten – nou en of.

Stenen agnosticon.

^ Ieder denkbeeld kan verstenen, ook het denkbeeld van niet-weten.

81. Tweeënvijftig mensbeelden voor beeldmensen

Wat de speen is voor de mond, is het beeld voor de mind.

Meester Minder zegt:

Volgens sommigen is de mens in essentie een rechtopgaand dier (homo erectus), volgens anderen een spelend dier (homo ludens), een nabootsend dier (homo imitans) of een lerend dier (homo discens).

Volgens sommigen is de mens in essentie een nieuwsgierig dier (homo investigans), volgens anderen een rangschikkend dier (homo hierarchicus), een denkend dier (homo rati), een handig dier (homo habilis).

Volgens sommigen is de mens in essentie een makend dier (homo faber), volgens anderen een technisch dier (homo technologicus), een vernieuwend dier (homo innovator) of een behoudend dier (homo conservator).

Volgens sommigen is de mens in essentie een werkend dier (homo laborans), volgens anderen een berekenend dier (homo economicus), een politiek dier (homo politicus) of een gul dier (homo generosus).

Volgens sommigen is de mens in essentie een sociaal dier (homo socius), volgens anderen een seksueel dier (homo eroticus), een willend dier (homo volans) of een liefhebbend dier (homo amans).

Volgens sommigen is de mens in essentie een lachend dier (homo ridens), volgens anderen een lachwekkend dier (homo risibilis), een pratend dier (homo loquens) of een zwetsend dier (homo loquax).

Volgens sommigen is de mens in essentie een huilend dier (homo sentimentalis), volgens anderen een hulpeloos dier (homo inermis), een esthetisch dier (homo aestheticus) of een schilderend dier (homo pictor).

Volgens sommigen is de mens in essentie een scheppend dier (homo creator), volgens anderen een vernietigend dier (homo destructor), een dodend dier (homo necans) of een dubbelhartig dier (homo duplex).

Volgens sommigen is de mens in essentie een filosofisch dier (homo philosophicus), volgens anderen een dolend dier (homo viator), een lijdend dier (homo patiens) of een duidend dier (homo poeticus).

Volgens sommigen is de mens in essentie een in zichzelf opgesloten dier (homo clausus), volgens anderen een vals dier (homo falsus), een oorlogszuchtig dier (homo bellicosus) of een vredelievend dier (homo pacificis).

Volgens sommigen is de mens in essentie een duivels dier (homo demonicus), volgens anderen een goddelijk dier (homo divinus), een godsdienstig dier (homo religiosus) of een overstijgend dier (homo transcendentalis).

Volgens sommigen is de mens in essentie een wijs dier (homo sapiens), volgens anderen een dwaas dier (homo demens), een rusteloos dier (homo inquietus) of een twijfelend dier (homo dubitans).

Volgens sommigen is de mens in essentie een angstig dier (homo phobius), volgens anderen een leeg dier (homo cavernosus), een twijfelend dier (homo scepticus) of een universeel dier (homo universalis).

Sommige mensen gaan liever met mensbeelden om dan met mensen, en dat hebben ze goed bekeken.

Met mensen weet je het nooit, met mensbeelden weet je het nooit niet.

Wat de speen is voor de mond, is het beeld voor de mind.

In essentie is de mens een essentialist.

Buste van Gandhi met een speen in zijn mond.

^ Wat de speen is voor de mond, is het beeld voor de mind.

(Zie ook Names for the human species; List of binomial names in de Wikipedia.)

82. Wat de speen is voor de mond is het denkbeeld voor de mind

Tegeltje tegeltje aan de wand, wie is de wijste van het land?

Meester Minder zegt:

Wat de speen is voor de mond, is het zelfbeeld voor de mind.

Hij zegt ook:

Wat de speen is voor de mond, is het wensbeeld voor de mind.

Hij zegt:

Wat de speen is voor de mond, is het godsbeeld voor de mind.

En:

Wat de speen is voor de mond, is het boeddhabeeld voor de mind.

Fopspeen in de vorm van een Boeddhahoofd.

^ Wat de speen is voor de mond, is het boeddhabeeld voor de mind.

En net als je denkt, ja, nu weet ik het wel, zegt hij:

Wat de speen is voor de mond, is de spreuk voor de mind.

Zo haalt hij je de woorden uit beide.

Die Meester Minder.

83. Homo pollicis – de mens als duim

Een verhaaltje over de oorsprong van onze verhaaltjes.

Leerling: Wat in wezen is de mens?

Meester: Een duim.

Leerling: Waarom een duim?

Meester: Om verhaaltjes uit te zuigen.

Leerling: Wat voor verhaaltjes?

Meester: Verhaaltjes over jezelf, verhaaltjes over het zelf, verhaaltjes over de mens, verhaaltjes over god, verhaaltjes over meesters, verhaaltjes over leerlingen, verhaaltjes over de hemel, verhaaltjes over de hel, verhaaltjes over de waarheid, verhaaltjes over wijsheid, verhaaltjes over verlichting enzovoort.

Leerling: Waarom zou je die uit je duim zuigen?

Meester: Waar wou je ze anders uit zuigen?

Leerling: Hoe bent u erachter gekomen?

Meester: Uit mijn duim gezogen.

Leerling: De mens is een verhalend dier.

Meester: Of is dat ook maar een verhaal?

Leerling: Wat als het allemaal maar verhalen zijn?

Meester: Dan is dat ook maar een verhaal.

Leerling: Wat als je van alle verhalen bevrijd bent?

Meester: Dan is dat je verhaal.

84. Een onhoudbare gedachte over onhoudbare gedachten

Diepzinnigheid komt voor de val.

'Tot mijn spijt is geen enkele van mijn gedachten houdbaar gebleken, Hans.'

'Behalve deze zeker.'

'Daar zeg je me wat.'

'Wat betekent dat voor al die andere?'

'Daar vraag je me wat.'

85. Denken, doordenken en dooddenken

Hoe je tot niet-weten komt.

Gene zijde kent geen zijden

Je hebt denkers, doordenkers en dooddenkers.

Wat denken is hoef ik je niet uit te leggen, anders kon je dit niet lezen.

Doordenken is verder denken dan anders, waardoor je nieuwe horizonten ontsluit; hoger denken dan anders, waardoor je meer overzicht krijgt; dieper denken dan anders, waardoor je nieuwe lagen blootlegt, nieuwe onderscheidingen ontdekt, nieuwe verbanden legt, nieuwe inzichten opdoet.

Dooddenken is doordenken waar de doordenker ophoudt. Ieder antwoord bevragen. En nog eens. En weer. Dieper en dieper gaan tot je eindelijk weer opduikt. Blijk je je weg terug naar de oppervlakte te hebben gedacht. Terug naar de bodemloze oppervlakkigheid.

Is er dan geen enkel verschil met vroeger? Toch wel. Er is minder verschil dan vroeger. De verschillen zijn oppervlakkiger. Je ziet in dat ze bij nader inzien geen stand houden.

Om een of andere reden, of juist door het ontbreken daarvan, kent deze zijde geen gene zijde meer, gene zijde geen zijden. Je denken is onzijdig geworden. Alzijdig, als je dat beter vindt klinken. Richtingloos. Het gaat alle kanten op maar nergens heen, niet echt.

Klaar ben je ermee.

Even overdrijven

Dooddenken ontsluit geen nieuwe fundamenten of horizonten en levert geen nieuwe onderscheidingen, verbanden, inzichten op, zoals doordenken. Integendeel, je raakt er steeds meer kwijt.

Aan het eind van de rit is je gedachtegoedje in rook opgegaan, de rook verwaaid, de wind gaan liggen en jij erbij, zij aan zij, verdrietig blij. Nu heeft God je ziel, zou ik zeggen als ik in God en in zielen geloofde, en anders zou ik zwijgen – beter onthou ik me van beide.

Mocht je denken dat het doordenken dat dooddenken bleek te zijn me toch wel iets opgeleverd zal hebben, dan moet je nog even door denken. Niets is ervoor in de plaats gekomen. Alleen zit ik niet langer de hele dag tegen mijn eigen mentale muurtjes aan te kijken.

Even overdrijven: ik heb nu Groot Uitzicht. Grote Onzin natuurlijk, helemaal met die hoofdletters, maar een leuk tegenwicht voor het hardnekkige idee dat niet-weten zicht geeft op de Onbemiddelde Werkelijkheid. Die heb ik zelf tenminste nooit gezien. Misschien ben ik daarvoor nog te bemiddeld of al te onbemiddeld, maar het kan ook zijn dat de Onbemiddelde Werkelijkheid de volgende fuik is, het zoveelste DenkBeeld – een nieuw eufemisme voor onze oude onwetendheid.

Gebakken licht

Alles kan doodgedacht worden. Woorden, spreuken, filosofieën, religies, tradities. Thema's zoals liefde, zingeving, waarheid, wijsheid, ethiek, metafysica, waarneming, God, het zelf, de vrije wil, het geloof, de weg, meditatie, verlichting en natuurlijk het denken zelf. Deze onderwerpen, en een heleboel andere, worden doodgedacht in de Agnosereeks.

Wie een bepaald thema heeft doodgedacht is op dat terrein tot niet-weten gekomen. Op andere terreinen misschien niet; in dat geval is er sprake van een lokaal niet-weten.

Wie alles heeft doodgedacht, ook het onderscheid tussen denken, doordenken en dooddenken, ook het idee dat hij alles heeft doodgedacht en niets meer weet, ook het idee van niet-weten, die verblijft in niet-weten.

Dat zou je een radicaal niet-weten, een radicaal agnosticisme of kortweg agnose kunnen noemen. Termen die mij persoonlijk niets zeggen, hoe vaak ik ze ook zeg, terwijl ik ze nota bene zelf verzonnen heb. Sommigen lezers voelen zich erdoor aangesproken, daar ben ik blij mee, maar ik hoop dat het tijdelijk is.

Want hoe je het ook noemt, welk pad je ook gegaan zegt te zijn, hoe geïnspireerd je nabeschouwingen ook mogen klinken, hoeveel lezers, klanten, volgelingen, exegeten, apologeten, na-apers, opvolgers, groupies en sponsors je ook hebt – uiteindelijk is het allemaal gebakken licht. Zonnebril op, klep dicht, welkom aan de oppervlakte.

86. Denken dat je het doorhebt

Twee honden in een pot.

Leerling: Wat is diepzinnigheid?

Meester: Denken dat je het doorhebt.

Leerling: Ik denk niet meer dat ik het doorheb.

Meester: Denk je dat je diepzinnig bent?

Leerling: Denkt u dat u me doorhebt?

Meester: Denk jij dat je me doorhebt?

87. De waarheid voorbij de einder is de einder voorbij de waarheid

Vergezicht van hier.

'Ik heb eindelijk de Waarheid gevonden, Hans.'

'Dat kan de beste overkomen.'

'Het is niet veel maar volgens mij is er geen speld tussen te krijgen.'

'Zeg op.'

'Je kunt nooit voorbij de horizon van je huidige gedachte kijken.'

'Is dat waar of is het de horizon van je huidige gedachte?'

88. De Weg is bezaaid met denkknopen

Uithalen, doorhakken of in de knoop zitten?

Denkknopen in het dagelijks leven

Een denkknoop is een hardnekkig raadsel dat de denker hoofdpijn bezorgt en tot wanhoop drijft. Een ander woord voor denkknoop is paradox of aporie.

Denkknopen bereiken in het abstracte denken hun duidelijkste vorm, maar het gewone leven zit er vol mee. Levende wezens worden hun hele leven verscheurd door tegenstrijdige reflexen, instincten, impulsen, gevoelens, verlangens, voorkeuren, oordelen, gedachten, situaties.

Een bacterie die naar het licht toe wil maar van het zout weg, dat is de protozoïsche variant van Hamlet's 'to be or not to be', wat rijmt op, maar niet per se met, euthanasie.

Een koolmees die haar jongen wil voeden maar haar nestplaats niet wil verraden aan Hans die daar net even in het zonnetje zit en nu moet kiezen of hij zijn eigen gemoedsrust hoger aanslaat dan die van de koolmees, het leven van de mezenkuikentjes hoger dan de rupsjes die hen tot voedsel dienen, een bruine huid hoger dan het risico op huidkanker.

Als je het gezocht vindt om bij bacteriën en koolmezen van denkknopen te spreken, moet je je definitie van denken wat oprekken. Dat is meteen een goede oefening: voor niet-weten heb je hypermobiele hersens nodig, anders krijg je die knopen nooit uitgehaald.

Denkknopen in de theologie en de filosofie

Een voorbeeld van een theologische denkknoop is de vraag of God machtig genoeg is om zichzelf van zijn almacht te beroven, en zo ja, of hij het daarna nog ongedaan weet te maken.

Ook afkomstig uit religieuze kringen is de vraag (waar we het al eerder over hebben gehad) wie de Schepper heeft geschapen, wat de Eerste Beweger in beweging heeft gezet, waardoor de Eerste Oorzaak is veroorzaakt.

Een voorbeeld van een filosofische denkknoop is de vraag of de stof voortkomt uit de geest of de geest uit de stof.

Nog eentje: hebben we een vrije wil of zijn we een speelbal van natuurkundige krachten? Anders gezegd: als ik mijn wil niet kan beïnvloeden, wie is er dan de baas? Als paradox geformuleerd: is mijn wil vrij dan kan niets hem beïnvloeden, kan niets hem beïnvloeden dan ben ik niet vrij.

Denkknopen in de wiskunde

Een voorbeeld van een logische denkknoop is de leugenaarsparadox: 'Deze zin is gelogen.' Is hij waar dan is hij onwaar, is hij onwaar dan is hij waar.

Een voorbeeld van een wiskundige denkknoop is de verzameling van alle elementen die geen lid zijn van een verzameling. Hij is bedacht, of liever ontdekt, aanvankelijk zeer tegen zijn zin, door Bertrand Russell terwijl hij aan de Principia Mathematica werkte.

(De Principia Mathematica is een onvoltooid, driedelig werk waarin Bertrand Russell samen met Alfred Whitehead probeerde de wiskunde op de logica te baseren. Het werk inspireerde Kurt Gödel tot zijn befaamde onvolledigheidsstelling.)

Russel goot zijn verzameling in de vorm van de paradox die nu zijn naam draagt: als een barbier iedereen scheert die niet zichzelf scheert, scheert hij dan zichzelf? Beetje gedateerd voorbeeld, zeg dat wel, zeker sinds bekend werd dat, zeer tegen de zin van de echte mannen onder ons, niet alle mensen mannen zijn, laat staan echte.

Wat als de barbier een vrouw is? Wat als haar klanten mannen zonder baardgroei zijn of mensen zonder geslacht? Gelukkig zijn er ook vrouwen met baardgroei, meer dan je denkt, want die scheren allemaal zichzelf, maar zelden in het openbaar.

Hier heb je een moderne variant van de antinomie van Russel: als je iedereen belt die nooit zichzelf belt, bel je dan jezelf? Deze versie doet het altijd, want wie heeft er nou geen telefoon.

Nog moderner: als je iedereen liket die nooit zichzelf liket, like je dan jezelf? Deze versie doet het nooit, want iedereen liket zichzelf of doet alsof.

Denkknopen in zen

Aporieën in zen heten koans. Je kunt erop broeden tot je kussen uitkomt. Vier voorbeelden:

Toen hij een portret zag van Bodhidharma met baard zei meester Huoan: 'Waarom heeft die vent geen baard?' (Poortloze Poort, koan 4)

Meester Yuean zei: 'Xizongh, de wielmeester, maakte een kar waarvan de wielen wel honderd spaken hadden. Wat blijft er over als je alle onderdelen verwijdert?' (koan 8)

Wuzu zei: 'Kom je op de weg een verlichte tegen dan is spreken net zo ongepast als zwijgen. Hoe zou jij hem begroeten?' (koan 36)

Linji vroeg: 'Wat is een witte stier op een kale vlakte?' (Linji Lu, koan 27)

Zelf ben ik voorgoed uitgebroed. Mijn zafu kan m'n kont kussen.

Denkknopen in de Agnosereeks

Mijn boekenserie over agnose staat vol denkknopen, vaak in de vorm van oxymorons en paradoxen. Zeven voorbeelden:

Zelfs niet weten van niet-weten.

Zelfs niet doen aan niet-doen.

Alles loslaten, ook het loslaten.

Je gedachten niet geloven, deze ook niet.

Zoeken tot je het niet-vinden hebt gevonden.

Het denken doorzien door het denken.

Vrede sluiten met je onvrede.

De weg naar verlichting is bezaaid met denkknopen, waarvan de grootste wel de weg en verlichting zijn. Want de weg leidt weg van de weg en verlichting is het einde van verlichting.

Lekker in de knoop zitten

Natuurlijk kun je proberen alle denkknopen die je in je leven tegenkomt op te lossen.

Ik wens je veel succes.

Je kunt ook, in navolging van Alexander de Grote, proberen alle denkknopen die je in je leven tegenkomt dóór te hakken.

Ik wens je veel succes.

Je kunt ook proberen alle denkknopen die je in je leven tegenkomt te ontkennen.

Ik wens je veel succes.

Je kunt ook proberen alle denkknopen die je in je leven tegenkomt te negeren.

Ik wens je veel succes.

Of doe als ik: ga gewoon lekker in de knoop zitten.

Ik wens je veel plezier.

Verknoopt fantasiefiguur opgebouwd uit zwervelingen.

^ Lekker in de knoop zitten.

89. Zijn gedachten gif?

Of is dat ook maar een gedachte?

'GEDACHTEN zijn GIF, Hans!'

'GIF is een gedachte.'

'Wat?'

'GEDACHTE is een gedachte.'

'Hè?'

'GEDACHTEN ZIJN GIF is een gedachte.'

'Nu je het zegt...'

'GEDACHTEN ZIJN GIF IS EEN GEDACHTE is een gedachte.'

'Bedoel je dat gedachten toch geen gif zijn?'

'GEDACHTEN ZIJN TOCH GEEN GIF is een gedachte.'

'Bedoel je dat gedachten toch gif zijn?'

'GEDACHTEN ZIJN TOCH GIF is een gedachte.'

'Dan weet ik het ook niet meer.'

'DAN WEET IK HET OOK NIET MEER is een gedachte.'

'Dus?'

'Dus.'

Hersenen met giftanden.

^ 'Gedachten zijn gif' is een giftige gedachte.

90. De recursiviteit van het zelfbeschouwende denken

De jacht op de achterste gedachte.

Leerling: Als ik op televisie iemand een mening hoor ventileren, denk ik weleens: die gelooft nog steeds in zijn gedachten!

Meester: Jij net zo goed.

Leerling: Wat geloof ik dan?

Meester: Dat je naar iemand zit te kijken die zijn mening ventileert en nog steeds in zijn gedachten gelooft.

Leerling: Waar zit ik anders naar te kijken?

Meester: Pixels op een beeldscherm?

Leerling: Verdraaid.

Meester: Geeft niets.

Leerling: Dus eigenlijk ben ik iemand die naar pixels op een beeldscherm zit te kijken terwijl hij denkt dat hij naar mensen zit te kijken die nog steeds in hun gedachten geloven!

Meester: Geloof je dat nu echt?

Leerling: Waar zit ik anders naar te kijken?

Meester: Beelden in je bewustzijn?

Leerling: Verdraaid.

Meester: Geeft niets.

Leerling: Dus eigenlijk ben ik iemand die naar beelden in zijn bewustzijn zit te kijken terwijl hij denkt dat hij naar pixels op een beeldscherm zit te kijken terwijl hij denkt dat hij naar mensen zit te kijken die nog steeds in hun gedachten geloven!

Meester: Wie zegt dat je een bewustzijn hebt?

Leerling: Verdraaid.

Meester: Geeft niets.

Leerling: Dus eigenlijk ben ik iemand die niet eens weet of hij een bewustzijn heeft terwijl hij denkt dat hij naar beelden in zijn bewustzijn zit te kijken terwijl hij denkt dat hij naar pixels op een beeldscherm zit te kijken terwijl hij denkt dat hij naar mensen zit te kijken die nog steeds in hun gedachten geloven!

Meester: Je veronderstelt dat je iemand bent.

Leerling: Verdraaid.

Meester: Geeft niets.

Leerling: Dus eigenlijk weet ik niet eens of ik iemand ben die niet eens weet of hij een bewustzijn heeft terwijl hij denkt dat hij naar beelden in zijn bewustzijn zit te kijken terwijl hij denkt dat hij naar pixels op een beeldscherm zit te kijken terwijl hij denkt dat hij naar mensen zit te kijken die nog steeds in hun gedachten geloven!

Meester: Nu doe je het weer.

Leerling: Waarom maakt u het mij zo moeilijk?

Meester: Om het regressieve karakter van het wetende denken te demonstreren?

Leerling: Nu doet u het zelf!

Meester: Vandaar dat vraagteken.

Leerling: Verdraaid.

Meester: Geeft niets.

Droste-effect van de denker van Rodin die denkt aan de denker van Rodin.

^ De recursiviteit van het zelfbeschouwende denken.

91. Denkketen naar niet-weten

Van doordenker naar vrijdenker in acht schakels.

1

'Waarmee kun je de doordenker vergelijken?'

'Een ballenjongen.'

'En de vrijdenker?'

'Een ballenkanon.'

2

'Waarmee kun je de doordenker vergelijken?'

'Een ballenkanon.'

'En de vrijdenker?'

'Een slagman.'

3

'Waarmee kun je de doordenker vergelijken?'

'Een slagman.'

'En de vrijdenker?'

'Een toeschouwer.'

4

'Waarmee kun je de doordenker vergelijken?'

'Een toeschouwer.'

'En de vrijdenker?'

'Een vogel.'

5

'Waarmee kun je de doordenker vergelijken?'

'Een vogel.'

'En de vrijdenker?'

'Een jager.'

6

'Waarmee kun je de doordenker vergelijken?'

'Een jager.'

'En de vrijdenker?'

'Een slager.'

7

'Waarmee kun je de doordenker vergelijken?'

'Een slager.'

'En de vrijdenker?'

'Een vrager.'

8

'Waarmee kun je de doordenker vergelijken?'

'Een vrager.'

'En de vrijdenker?'

'Weet ik niet.'

'Hoe komt dat?'

'Vrij denken is onvergelijkelijk.'

92. Zijn onze gedachten wel waar?

Waarom de vraag het antwoord is.

Leerling: Zijn onze gedachten wel waar?

Meester: Dat neem ik niet aan.

Leerling: Bedoelt u dat ze onwaar zijn?

Meester: Dat neem ik niet aan.

Leerling: Bedoelt u dat ze waar en onwaar zijn?

Meester: Dat neem ik niet aan.

Leerling: Bedoelt u dat ze waar noch onwaar zijn?

Meester: Dat neem ik niet aan.

Leerling: Neemt u dan helemaal niets aan?

Meester: Dat denk ik weleens, maar ja...

Leerling: Wat?

Meester: Zijn onze gedachten wel waar?

93. Malen over de mind – proeven van vrijdenkerij

Is het denkbaar dat waarheid en wijsheid alleen in vraagvorm bestaan?

Beste Hans,

Al ons denken is gebaseerd op ervaring en, erger nog, op conditionering. Hoe lang je ook je geheugen doorzoekt, het levert nooit nieuwe antwoorden op. Denken is dus niet alleen een trage en vermoeiende maar ook een beperkte activiteit. Hoe zwaar het is kun je wel zien aan De Denker van Rodin, die zijn enorme hoofd met zijn hand moet ondersteunen.

Denken is eigenlijk maar een zielige bezigheid. Het is in wezen leeg. Natuurlijk, je moet nadenken als je een zelfbouwkast in elkaar wilt zetten, maar verder? Denken over gevoel doet je uiteindelijk bij de psychiater belanden. Die je problemen oplost met pilletjes. Denken over het leven leidt uiteindelijk tot zelfmoord.

Gelukkig is het denken geen mechanisme waar we niets over te zeggen hebben. Integendeel, het is een stuurbaar proces waar we wel degelijk invloed op kunnen uitoefenen. Alleen moeten we ons daar voortdurend op toeleggen. Fietsen leer je ook niet van de ene dag op de andere.

We moeten ons bewust leren worden van onze gedachten. We moeten afstand leren nemen van onszelf en onze gedachtestroom op de voet leren volgen. Dat is een bijzonder interessante en leerzame bezigheid die tot grote zelfkennis leidt. Zelfkennis is waar het in dit leven allemaal om draait.

Hoe lastig het door alle conditioneringen ook is, door ons bewust te worden van onze gedachten en deze zonder enig oordeel te volgen, kunnen we veel over onszelf en ons gevoelsleven te weten komen. Kijken, niet oordelen. Zo krijgen we weer contact met onszelf.

Natuurlijk is dat niet altijd even makkelijk, want je komt heel wat tegen – bubbels die je alleen kunt aangaan met je eigen waarheid en je eigen wijsheid.

Aandacht voor je denken is puur liefdewerk. Het zal je laten zien dat denken een beperkte maar stuurbare bezigheid is.

Beste Steven,

Leuk bedacht, al levert het dan geen nieuwe antwoorden op.

Steven: Mag ik aandringen op een inhoudelijke reactie?

Hans: Als het denken in wezen leeg is, welke inhoud zou mijn reactie dan kunnen hebben?

Als jouw denken maar een zielige bezigheid is, waarom val je mij er dan mee lastig?

Als je denken maar een zielige bezigheid vindt, waarom hou je je dan bezig met het mijne?

Als het denken een domme zoekautomaat is die alleen maar oude antwoorden ophoest, hoe denk je er dan ooit aan te ontsnappen?

Als alle antwoorden van het denken altijd al oud zijn geweest, waar komen ze dan oorspronkelijk vandaan?

Steven: Ja, hallo. Vragen heb ik zelf genoeg.

Hans: Ik denk het niet. Antwoorden heb je zelf genoeg, je brief staat er vol mee. Hier heb je als tegenwicht nog wat vragen:

Denk je echt dat denken over gevoel iedereen bij de psychiater doet belanden? Zouden er geen mensen zijn die over hun gevoel nadenken zonder bij de psychiater terecht te komen, of mensen die juist doordat ze veel over hun gevoel denken geen psychiater nodig hebben?

Denk je echt dat alle psychiaters alleen maar pilletjes kunnen voorschrijven? Al eens een psychiater geprobeerd die over alternatieven beschikt of vragen weet te stellen?

Denk je echt dat denken over het leven uiteindelijk leidt tot zelfmoord? Zouden er geen mensen zijn die vrijelijk over het leven nadenken zonder zelfmoord te plegen, of mensen die juist doordat ze veel over het leven nadenken geen zelfmoord plegen?

Denk je echt dat het om zelfkennis draait in het leven en dat dat voor iedereen geldt? Dat het ergens om draait in het leven en niet overal om, nergens om, om meerdere dingen tegelijk, om het een na het ander of zo?

Denk je echt dat we onze gedachtestroom op de voet moeten volgen, ons bewust moeten worden van onze gedachten en er afstand van moeten nemen, of is dat ook maar een gedachte in je gedachtestroom waarvan je je bewust moet worden en afstand moet nemen?

Denk je echt dat je naar je gedachtestroom moet kijken zonder oordeel of is dat het volgende oordeel over hoe je naar je gedachtestroom moet kijken?

Denk je echt dat we kijkend naar onze gedachtestroom weer contact krijgen met onszelf? Zouden er geen mensen zijn die daardoor juist vervreemd raken van zichzelf, bij de psychiater belanden of zelfmoord plegen?

Denk je echt dat je de bubbels in je denken moet aangaan, en dat je ze alleen kunt aangaan met je eigen waarheid en je eigen wijsheid? Geldt dat ook voor alle bubbels in je denken over de bubbels in je denken? Wanneer denk je die eens aan te gaan?

Denk je echt dat iedereen zijn eigen waarheid en zijn eigen wijsheid heeft of is dat toevallig je eigen waarheid of wijsheid over iedereen?

Tot slot: is het denkbaar dat waarheid en wijsheid alleen in vraagvorm bestaan?

Meer antwoorden heb ik niet voor je, sorry. Ik hoop dat je hier wel genoegen mee neemt.

Cocon met oogjes.

^ Malen over de mind.

94. Van denkleed en weetleed

De zoektocht naar de ene oorzaak van geestelijk lijden.

Ben jij ook zo iemand die denkt dat denken de oorzaak is van al onze geestelijke nood? Dat alle leed denkleed is? Dat we moeten stoppen met denken?

Helaas maakt deze gedachte deel uit van ons denken. Mocht ze al waar zijn, dan is ze zelf een bron van lijden. Ik zou er dus nog maar eens goed over nadenken.

Of ben jij zo iemand die denkt dat kennis de bron is van al onze geestelijke nood? Dat alle lijden weetleed is? Dat we moeten ophouden met leren?

Helaas maakt deze gedachte deel uit van onze kennis. Mocht ze al waar zijn, dan is ze zelf een bron van lijden. Ik zou haar dus nog maar eens goed onderzoeken.

95. Wat is trechterdenken?

Reductionisme voor visueel ingestelden.

Trechterdenken is het herleiden van meerdere onbegrepen verschijnselen tot één onbegrepen principe, concept, hypothese of verklaring.

'Alle leed is denkleed' is een schoolvoorbeeld van trechterdenken.

Zodra iemand beweert dat iets eigenlijk iets anders is, hanteert hij de denktrechter.

Volgens de materialist is alles eigenlijk stof.

Volgens de idealist is alles eigenlijk bewustzijn.

Volgens de boeddhist is alles eigenlijk leeg.

Volgens de mysticus is alles eigenlijk god.

Afhankelijk van de vakgroep waarvoor je werkt is filosofie eigenlijk psychologie, psychologie eigenlijk biologie, biologie eigenlijk fysiologie, fysiologie eigenlijk scheikunde, scheikunde eigenlijk natuurkunde, natuurkunde eigenlijk theologie, theologie eigenlijk antropologie en antropologie eigenlijk filosofie.

De mond van de denktrechter aan de mond van het lichaam zetten om te verkondigen hoe het zit, heet megafonie.

De trechtermond afzagen en de wereld alleen nog door het trechterbuisje bekijken, heet kokervisie.

Wie meent dat wat volgt op het woord 'eigenlijk' eigenlijk het eigen lijk van de voorafgaande gedachte is, kijkt naar zijn eigen lijk.

Iemand met een trechter op zijn hoofd en een omgekeerde trechter op zijn mond.

^ Trechterdenker met denktrechter en spreektrechter.

96. Tussen de mensen in staat het zelf

Ook eenheid onderscheidt.

Tussen de mensen

Tussen de mensen in

Tussen de mensen in een ik

Tussen de mensen in staat een ik

Tussen de mensen in staat een ik-gedachte

Tussen de mensen in staat een ik-gedachte in het zelf

Tussen de mensen in staat een ik-gedachte in het zelfbedachte

Tussen de mensen in staat een ik-gedachte in het zelfbedachte zelf

Tussen de mensen in staat het zelfbedachte zelf

Tussen de mensen in staat het zelfbedachte

Tussen de mensen in staat het zelf

Tussen de mensen in staat het

Tussen de mensen staat het

Tussen de mensen

Tussenmensen

Mensen

97. Tussen de mensen in gedachten staan gedachten als deze

Denken zonder wenken.

Mensen

Tussenmensen

Intussenmensen

In tussen mensen

Tussen mensen in

Tussen de mensen in

Tussen de mensen in staan

Tussen de mensen in staan gedachten

Tussen de mensen in staan gedachten als deze

Tussen de mensen in gedachten als deze

Mensen in gedachten als deze

Mensen in gedachten

Mensengedachten

Gedachte mensen

Gedachtemensen

Gedachten

98. Uit de weg gaan is de weg van de aikidogeest

Waarom het geen zin heeft om de aikidogeest te volgen.

Niet-weten, daar krijg je smedige meningen van. Floppy visies. Een plooibare geest. Het vermogen om snel tussen standpunten te schakelen. Of het onvermogen om er lang in te blijven hangen, het is maar net hoe je het bekijkt.

Dat wervelende derwisjdenken, die soevereine aikidogeest die alleen nog van wijken weet – het heeft iets magisch. Soms lijkt een agnost wel een wijze.

Maar niet-weten is geen wijsheid, geen wijsheid zonder wijsheid, geen wijsheid voorbij alle wijsheid, geen dwaze wijsheid, geen wijze dwaasheid, geen dwaasheid, geen dwaasheid zonder dwaasheid.

Er is in niet-weten geen bevrijdend inzicht, geen methode, geen geheim, niets wat overgedragen hoeft te worden via woorden of buiten de geschriften om van meester op meester of van hart tot hart.

Er is in niet-weten geen realisatie, geen ontwaken, geen transformatie, geen transcendentie, geen bereiken en geen niet-bereiken.

De aikidogeest gaat nergens heen, hij is altijd hier, net als iedereen. Hij gaat alleen maar uit de weg en dat is zijn weg. Het heeft dus geen enkele zin om hem te volgen.

Bewegingssculptuur van aikidobeoefenaar.

^ Die soevereine aikidogeest die alleen nog van wijken weet.

99. Wat als we niets kunnen bewijzen?

Hoe je jezelf aan je haren in het moeras laat zakken.

Leerling: Als we niets kunnen bewijzen, kunnen we wel ophouden.

Meester: Bewijs het maar.

Leerling: Hè?

Meester: Zeg dat wel.

Leerling: Als we niets kunnen bewijzen, kunnen we net zo goed doorgaan, wou u zeggen.

Meester: Bewijs het maar.

Leerling: Hè?

Meester: Zeg dat wel.

Leerling: Wat als we niets kunnen bewijzen?

Meester: Ja, wat niet.

100. Elf misgrepen naar onbegrip

Meester Minder kan niet meer.

Leerling: Alles is onzeker.

Meester: Zeker weten?

Jaren later

Leerling: Het leven is een raadsel.

Meester: Toch weer een oplossing gevonden?

Jaren later

Leerling: De wereld is wat je denkt dat hij is.

Meester: Zou je denken?

Jaren later

Leerling: Alles is absurd.

Meester: Neem alleen al deze gedachte.

Jaren later

Leerling: Het bestaan is op geen enkele manier kloppend te krijgen.

Meester: Dan zal dit ook wel niet kloppen.

Jaren later

Leerling: De hoogste werkelijkheid onttrekt zich aan onze verhalen.

Meester: Het bekende verhaal.

Jaren later

Leerling: Er zijn geen antwoorden.

Meester: Daar vraag je me wat.

Jaren later

Leerling: Nergens is houvast te vinden.

Meester: Behalve hierin zeker.

Jaren later

Leerling: De realiteit ontsnapt aan iedere duiding.

Meester: Nu jij nog.

Jaren later

Leerling: Diep in mijn binnenste heerst stilte.

Meester: Wie is dan die ouwehoer?

Jaren later

Leerling: Het denken zal het nooit opgeven.

Meester: Ik geef het op.

101. Ooit – elf omwegen naar Nooitgedacht

Hoe zou jij het zeggen?

Leerling: Ooit dacht ik te weten.

Meester: Ooit dacht ik niet te weten.

Jaren later

Leerling: Ooit dacht ik niet te weten.

Meester: Ooit dacht ik dat er een ooit was.

Jaren later

Leerling: Ooit dacht ik dat er een ooit was.

Meester: Ooit dacht ik van niet.

Jaren later

Leerling: Ooit dacht ik dat er geen ooit was.

Meester: Ooit dacht ik.

Jaren later

Leerling: Ooit dacht ik.

Meester: Ooit dacht ik dat ik niet moest denken.

Jaren later

Leerling: Ooit dacht ik dat ik niet moest denken.

Meester: Ooit dacht ik dat ik iets over mijn denken te zeggen had.

Jaren later

Leerling: Ooit dacht ik dat ik iets over mijn denken te zeggen had.

Meester: Ooit dacht ik dat ik niets over mijn denken te zeggen had.

Jaren later

Leerling: Ooit dacht ik dat ik niets over mijn denken te zeggen had.

Meester: Afijn.

Jaren later

Leerling: Afijn.

Meester: Ooit dacht ik dat ik het niet beter kon zeggen.

Leerling: En toen?

Meester: Dacht ik dat ik het beter niet kon zeggen.

Jaren later

Leerling: Ooit dacht ik dat ik het beter niet kon zeggen.

Meester: En nu?

Leerling: Tja.

Meester: Zo kun je het ook zeggen.

Jaren later

Meester: En nu?

Leerling: Zo kun je het ook zeggen.

Meester: Ik dacht dat je het nooit zou zeggen.

Deel 2 – Verlichting doorzien

Niet voor wattjes!

102. Verlichting is de denker doorzien

Vier definities van verlichting, en waarom Rodin kan doodvallen.

Meester Minder zegt:

Verlichting is het denken doorzien.

Verlichting is de denker doorzien.

Penseur uitgevoerd als skelet van zwervelingen.

^ De denker doorzien.

Verlichting is het doorzien doorzien.

Verlichting is je verlichting doorzien.

103. Wat je minstens moet weten van verlichting

Waarin de auteur van het Witboek Verlichting zichzelf nogmaals aanprijst.

'Wat weet jij eigenlijk van spirituele verlichting, Hans?'

'Minder dan wie ook.'

'Dat lijkt me geen aanbeveling.'

'Integendeel.'

Hoe je een agnost aanbeveelt

Wat je minstens moet weten van wat dan ook.

In plaats van 'spirituele verlichting' mag je in het dialoogje hierboven ook iets anders invullen: bevrijding, realisatie, ontwaken, satori, samadhi, eenwording, wijsheid, essentie, de bron, het zelf, god, niet-weten.

Voorbeeld:

'Wat weet jij eigenlijk van nirwana, Hans?'

'Minder dan wie ook.'

'Dat lijkt me geen aanbeveling.'

'Integendeel.'

Of:

'Wat weet jij eigenlijk van het absolute?'

'Minder dan wie ook.'

'Dat lijkt me geen aanbeveling.'

'Integendeel.'

Of:

'Wat weet jij eigenlijk van vrijheid?'

'Minder dan wie ook.'

'Dat lijkt me geen aanbeveling.'

'Integendeel.'

104. Verlichting is verlossing van vragen, antwoorden en woorden

Met name die over verlichting.

Wat is verlichting? Kan ik zelf verlicht worden? Ben ik het misschien al? Is iedereen het eigenlijk al?

Is verlichting hetzelfde als bevrijding, realisatie, transcendentie, autolyse, zelfverwerkelijking, eenwording en ontwaken of zijn dat andere zaken?

Hoeveel soorten verlichting zijn er? Hoeveel niveaus van verlichting?

Waaraan herken je de verlichte? Heeft hij bepaalde lichamelijke of geestelijke kenmerken? Gedraagt hij zich op een bepaalde manier?

Heeft de verlichte bovennatuurlijke vermogens? Is hij alwijs, alwetend, alziend, alomtegenwoordig?

Is de verlichte altijd blij? Staat hij overal voor open? Heeft hij overal vrede mee?

Is de verlichte een heilige? Doet hij alleen het goede? Slaat hij nog weleens met zijn vuist op tafel?

Kan de verlichte terugvallen in zijn oude staat van onwetendheid of is hij voor altijd verlicht?

Kan iemand anders je verlicht maken, moet je het helemaal zelf doen of overkomt het je gewoon?

Is iedere verlichte een verlichter? Hoe weet je of een verlichter een oplichter is? Is iedere verlichter een oplichter?

Vragen, vragen, vragen. Als er iets eeuwig is aan verlichting dan zijn het wel de vragen die het oproept.

Sommige mensen raken helemaal bezeten van verlichting en hebben er alles voor over om het te bereiken.

Ze verslijten de ene leraar, gids, goeroe, sjamaan, meester of coach na de andere, doen dag en nacht oefeningen, volgen workshop na workshop, retraite na retraite.

Ze sluiten zich aan bij een sangha, leggen geloften af, scheren hun hoofd kaal, laten koffie, thee, vlees, vis, snoep, drank en drugs staan, eten nog maar één keer per dag, gaan heel vaak hetzelfde zinnetje herhalen, heel langzaam ademhalen, heel langzaam rondjes lopen of heel lang stilzitten.

Ze bezoeken de ene satsang na de andere, bekijken het ene verlichtingsfilmpje na het andere, vullen hun kasten met boeken over verlichting en hun hoofd met ideeën over verlichting. Het laat ze niet los en dat is de les.

Het laat je niet los en dat is de les.

Verlichting is verlossing van de vragen die je fascineren, van de gedachten die je boeien en van de woorden die je betoveren.

Vooral van het woord verlichting.

Gevangene met een grote gloeilamp aan zijn voet.

^ Het laat je niet los en dat is de les.

Jouw woord

Misschien is verlichting niet jouw woord en ben je meer van zen. Dan zeg ik: zen is verlossing van de vragen die je boeien, van de antwoorden die je behagen en van de woorden die je betoveren. Vooral van het woord zen.

Misschien is zen niet jouw woord en ben je meer van het taoïsme. Dan zeg ik: taoïsme is verlossing van de vragen die je boeien, van de antwoorden die je behagen en van de woorden die je betoveren. Vooral van het woord taoïsme.

Misschien is taoïsme niet jouw woord en ben je meer van advaita. Dan zeg ik: advaita is verlossing van de vragen die je boeien, van de antwoorden die je behagen en van de woorden die je betoveren. Vooral van het woord advaita.

Misschien is advaita niet jouw woord en ben je meer van de transcendentie. Dan zeg ik: transcendentie is verlossing van de vragen die je boeien, van de antwoorden die je behagen en van de woorden die je betoveren. Vooral van het woord transcendentie.

Misschien is transcendentie niet jouw woord en ben je meer van het niet-weten. Dan zeg ik: niet-weten is verlossing van de vragen die je boeien, van de antwoorden die je behagen en van de woorden die je betoveren. Vooral van het woord niet-weten.

Misschien is niet-weten niet jouw woord en ben je meer van puntje-puntje-puntje. Dan zeg ik: puntje-puntje-puntje is verlossing van de vragen die je boeien, van de antwoorden die je behagen en van de woorden die je betoveren. Vooral van het woord puntje-puntje-puntje.

Misschien is puntje-puntje-puntje ook niet jouw woord en vind je al die woorden maar raar. Dan zeg ik niks.

105. Verlichting is korte metten maken met de mind

Klein gebed zonder end.

Verlichting is korte metten maken met de mind.

Ook met het idee dat je korte metten kunt maken met de mind en met het tegenovergestelde idee dat je er geen korte metten mee kunt maken.

Ook met het idee dat je daarvoor kunt kiezen en met het idee dat je er niet voor kunt kiezen.

Ook met het idee dat er zoiets is als een vrije wil en met het idee dat er niet zoiets is.

Ook met het idee dat er zoiets is als de mind en met het idee dat er niet zoiets is.

Ook met het idee dat er iemand is die ergens korte metten mee kan maken en met het idee dat er niet zo iemand is.

Ook met het idee dat er zoiets is als verlichting en met het idee dat er niet zoiets is.

Ook met het idee dat de verlichte beter af is dan de onverlichte en met het idee dat hij minder goed af is en met het idee dat het niet uitmaakt.

Verlichting is korte metten maken met elk idee, ook met dit idee.

Korter kan ik je metten niet maken en om het genoegen ervan te smaken had je het zelf moeten doen.

(Metten: ochtendgebed van anderhalf uur, meestal flink ingekort.)

106. Catch 22 – tweeëntwintig metaforen voor verlichting

Trap er niet in.

Is verlichting een plaats, een tijd, een weg, een grond, een gemoedstoestand, een staat, een transformatie, een ervaring, een filosofie, een levenshouding, loslaten, spontaniteit, oplettendheid, een identiteit, een werkelijkheid, een orgaan, een inzicht, verwondering, eenwording, een geest, een einde of wat?

Hieronder eenentwintig veelgebruikte metaforen voor spirituele verlichting.

Er zit er vast wel eentje voor je bij.

Maak je keus en betaal de prijs.

En anders is daar altijd de tweeëntwintigste.

Die hoef je niet te kiezen.

En wat de prijs betreft:

Van een kale kip kun je niet plukken.

Kakelde de kip zonder kop.

Toi toi tok!

Geplukte kip met een gebroken ei als kop.

^ En anders is daar altijd de tweeëntwintigste.

107. Catch 1: verlichting als plaats

Eerste van tweeëntwintig metaforen voor spirituele verlichting.

'Wat moet ik me voorstellen bij verlichting, Hans?'

'Geen idee.'

'Een plaats?'

'Hè?'

'Hier, thuis, gene zijde, de hemel, het paradijs, Nirwana, het Reine Land, Utopia, Walhalla of zo?'

'Hoe bedenk je het.'

'Wat is jouw plaats?'

'Ik ben helemaal van de kaart.'

'Wat moet ik me dan voorstellen bij verlichting?'

'Geen idee.'

Joker die van een speelkaart is gestapt.

^ Ik ben helemaal van de kaart.

108. Catch 2: verlichting als tijd

Tweede van tweeëntwintig metaforen voor spirituele verlichting.

'Wat moet ik me voorstellen bij verlichting, Hans?'

'Geen idee.'

'Een tijd?'

'Hè?'

'Dit ogenblik, de eeuwigheid, het hiernumaals, het eeuwige heden of zo?'

'Hoe bedenk je het.'

'Ben jij voorgoed in het nu?'

'Ook die tijd is voorbij.'

'Maar wel voorgoed?'

'Voorgoed moet nog komen.'

'Wat moet ik me dan voorstellen bij verlichting?'

'Geen idee.'

109. Catch 3: verlichting als weg

Derde van tweeëntwintig metaforen voor spirituele verlichting.

'Wat moet ik me voorstellen bij verlichting, Hans?'

'Geen idee.'

'Een weg?'

'Hè?'

'Zelfonderzoek, het werk, autolyse, ascese, caritas, devotie, gebed, meditatie, contemplatie, tantra, yoga, zen of zo?'

'Hoe bedenk je het.'

'Wat was jouw weg?'

'Ik ben gewoon verdwaald.'

'Wat moet ik me dan voorstellen bij verlichting?'

'Geen idee.'

110. Catch 4: verlichting als grond

Vierde van tweeëntwintig metaforen voor spirituele verlichting.

'Wat moet ik me voorstellen bij verlichting, Hans?'

'Geen idee.'

'Een laatste grond?'

'Hè?'

'Bewustzijn, kennendheid, helderheid, ruimte, stilte, leegte, het niets of zo?'

'Hoe bedenk je het.'

'Heb jij een laatste grond gevonden?'

'Die heb ik afgegraven.'

'Bedoel je dat je de ongrond hebt gerealiseerd?'

'Die heb ik dichtgegooid.'

'Wat moet ik me dan voorstellen bij verlichting?'

'Geen idee.'

111. Catch 5: verlichting als gemoedstoestand

Vijfde van tweeëntwintig metaforen voor spirituele verlichting.

'Wat moet ik me voorstellen bij verlichting, Hans?'

'Geen idee.'

'Een gemoedstoestand?'

'Hè?'

'Liefde, mededogen, gelukzaligheid, innerlijke vrede, onverstoorbaarheid, gelatenheid of zo?'

'Hoe bedenk je het.'

'Wat is jouw gemoedstoestand?'

'Voor mij geen toestanden meer.'

'Wat moet ik me dan voorstellen bij verlichting?'

'Geen idee.'

112. Catch 6: verlichting als staat

Zesde van tweeëntwintig metaforen voor spirituele verlichting.

'Wat moet ik me voorstellen bij verlichting, Hans?'

'Geen idee.'

'Een staat?'

'Hè?'

'Autonomie, ongebondenheid, vrijheid, soevereiniteit, zelfstandigheid, zelfgenoegzaamheid of zo?'

'Hoe bedenk je het.'

'Wat is jouw staat?'

'Ik ben in alle staten.'

'Wat moet ik me dan voorstellen bij verlichting?'

'Geen idee.'

113. Catch 7: verlichting als transformatie

Zevende van tweeëntwintig metaforen voor spirituele verlichting.

'Wat moet ik me voorstellen bij verlichting, Hans?'

'Geen idee.'

'Een transformatie?'

'Hè?'

'Bewustwording, ontwaken, realisatie, transcendentie, zelfverwerkelijking of zo?'

'Hoe bedenk je het.'

'Jij bent niet anders geworden?'

'Ik word almaar anders, net als iedereen.'

'Wat moet ik me dan voorstellen bij verlichting?'

'Geen idee.'

114. Catch 8: verlichting als ervaring

Achtste van tweeëntwintig metaforen voor spirituele verlichting.

'Wat moet ik me voorstellen bij verlichting, Hans?'

'Geen idee.'

'Een ervaring?'

'Hè?'

'Extase, exaltatie, euforie, gelukzaligheid, zielsvervoering, trance, kensho, satori, samadhi of zo?'

'Hoe bedenk je het.'

'Wat is jouw ervaring?'

'Dat ervaringen zo voorbij zijn.'

'En dan?'

'Sta je weer met lege handen.'

'Wat moet ik me dan voorstellen bij verlichting?'

'Geen idee.'

115. Catch 9: verlichting als filosofie

Negende van tweeëntwintig metaforen voor spirituele verlichting.

'Wat moet ik me voorstellen bij verlichting, Hans?'

'Geen idee.'

'Een filosofie?'

'Hè?'

'Holisme, monisme, non-dualisme, fatalisme, nihilisme, stoïcisme, scepticisme, pyrronisme, subjectivisme, absurdisme, pluralisme, agnosticisme, anarchisme, iconoclasme of zo?'

'Hoe bedenk je het.'

'Hoe heet jouw filosofie?'

'Tja.'

'Wat moet ik me dan voorstellen bij verlichting?'

'Geen idee.'

116. Catch 10: verlichting als levenshouding

Tiende van tweeëntwintig metaforen voor spirituele verlichting.

'Wat moet ik me voorstellen bij verlichting, Hans?'

'Geen idee.'

'Een levenshouding?'

'Hè?'

'Openheid, onbevangenheid, neutraliteit, onpartijdigheid, indifferentie, keuzeloos gewaar zijn of zo?'

'Hoe bedenk je het.'

'Wat is jouw insteek?'

'Ik weet me geen houding meer te geven.'

'Wat moet ik me dan voorstellen bij verlichting?'

'Geen idee.'

117. Catch 11: verlichting als loslaten

Elfde van tweeëntwintig metaforen voor spirituele verlichting.

'Wat moet ik me voorstellen bij verlichting, Hans?'

'Geen idee.'

'Loslaten?'

'Hè?'

'Meegaan, overgeven, niet-doen, onthechten, wu wei of zo?'

'Hoe bedenk je het.'

'Heb jij alles losgelaten?'

'Zelfs het loslaten.'

'Wat moet ik me dan voorstellen bij verlichting?'

'Geen idee.'

118. Catch 12: verlichting als spontaniteit

Twaalfde van tweeëntwintig metaforen voor spirituele verlichting.

'Wat moet ik me voorstellen bij verlichting, Hans?'

'Geen idee.'

'Spontaniteit?'

'Hè?'

'Directheid, natuurlijkheid, authenticiteit, echtheid, eenvoud, eerlijkheid of zo?'

'Hoe bedenk je het.'

'Spontaniteit is niet jouw ding?'

'Gemaaktheid is net zo goed spontaan.'

'Eenvoud dan?'

'Niets is ingewikkelder.'

'Wat moet ik me dan voorstellen bij verlichting?'

'Geen idee.'

119. Catch 13: verlichting als oplettendheid

Dertiende van tweeëntwintig metaforen voor spirituele verlichting.

'Wat moet ik me voorstellen bij verlichting, Hans?'

'Geen idee.'

'Mindfulness?'

'Hè?'

'Aandachtigheid, alertheid, oplettendheid, opmerkzaamheid, wakkerheid of zo?'

'Hoe bedenk je het.'

'Jij bent niet steeds mindful?'

'Ik kijk wel linker uit.'

'Wat moet ik me dan voorstellen bij verlichting?'

'Geen idee.'

120. Catch 14: verlichting als identiteit

Veertiende van tweeëntwintig metaforen voor spirituele verlichting.

'Wat moet ik me voorstellen bij verlichting, Hans?'

'Geen idee.'

'Een hogere identiteit?'

'Hè?'

'Je oorspronkelijke gezicht, je ware aard, je diepste wezen, je hoogste zelf, je onveranderlijke kern, je essentie, je boeddhanatuur of zo?'

'Hoe bedenk je het.'

'Wat ben jij ten diepste?'

'Wezenloos.'

'Wat moet ik me dan voorstellen bij verlichting?'

'Geen idee.'

121. Catch 15: verlichting als werkelijkheid

Vijftiende van tweeëntwintig metaforen voor spirituele verlichting.

'Wat moet ik me voorstellen bij verlichting, Hans?'

'Geen idee.'

'Een hogere werkelijkheid?'

'Hè?'

'Het zijn, het overstijgende, het absolute, het alomvattende, het tijdloze, het oneindige of zo?'

'Hoe bedenk je het.'

'Wat is jouw werkelijkheid?'

'Niet weten wat echt is.'

'Bedoel je dat alles een illusie is?'

'Dan ook de illusie.'

'Wat moet ik me dan voorstellen bij verlichting?'

'Geen idee.'

122. Catch 16: verlichting als orgaan

Zestiende van tweeëntwintig metaforen voor spirituele verlichting.

'Wat moet ik me voorstellen bij verlichting, Hans?'

'Geen idee.'

'Een orgaan?'

'Hè?'

'Het wijsheidsoog, het hart, de onderbuik, de hoofdchakra of zo?'

'Hoe bedenk je het.'

'Hoe is het met jouw derde oog gesteld?'

'Dat heb ik uitgestoken.'

'En nu?'

'Ben ik ziende blind.'

'Wat moet ik me dan voorstellen bij verlichting?'

'Geen idee.'

123. Catch 17: verlichting als inzicht

Zeventiende van tweeëntwintig metaforen voor spirituele verlichting.

'Wat moet ik me voorstellen bij verlichting, Hans?'

'Geen idee.'

'Een bevrijdend inzicht?'

'Hè?'

'De wijsheid zonder wijsheid, de wijsheid voorbij alle wijsheid, een weten zonder woorden, de kennis zonder leraar, de dharma, prajnaparamita of zo?'

'Hoe bedenk je het.'

'Jij bent niet tot inzicht gekomen?'

'Ik ben finaal de mist ingegaan.'

'Wat moet ik me dan voorstellen bij verlichting?'

'Geen idee.'

124. Catch 18: verlichting als verwondering

Achttiende van tweeëntwintig metaforen voor spirituele verlichting.

'Wat moet ik me voorstellen bij verlichting, Hans?'

'Geen idee.'

'Verwondering?'

'Hè?'

'Een geestesgesteldheid waarin je het leven ervaart als mysterieus, numineus, onzegbaar, onkenbaar of zo?'

'Hoe bedenk je het.'

'Wat is volgens jou het geheim van het leven?'

'Van het wat?'

'Doe niet zo flauw.'

'Wie?'

'Toe nou.'

'Niet weten of er een geheim is?'

'Dat kun je toch geen geheim noemen?'

'Daarom mag je het gerust weten.'

'Wat moet ik me dan voorstellen bij verlichting?'

'Geen idee.'

125. Catch 19: verlichting als eenwording

Negentiende van tweeëntwintig metaforen voor spirituele verlichting.

'Wat moet ik me voorstellen bij verlichting, Hans?'

'Geen idee.'

'Mystieke eenwording?'

'Hè?'

'Versmelting, collectus, henosis, unitus, godgelijkheid of zo?'

'Hoe bedenk je het.'

'Jij bent niet één geworden?'

'Ik ben het tellen verleerd.'

'Wat moet ik me dan voorstellen bij verlichting?'

'Geen idee.'

126. Catch 20: verlichting als geest

Twintigste van tweeëntwintig metaforen voor spirituele verlichting.

'Wat moet ik me voorstellen bij verlichting, Hans?'

'Geen idee.'

'Een geest?'

'Hè?'

'De gewone geest, de natuurlijke geest, de oorspronkelijke geest, de fundamentele geest, de lege geest, de weetnietgeest, de algeest, de grote geest of zo?'

'Hoe bedenk je het.'

'Jij bent meer een vrijgeest.'

'Ik ben meer een ghost buster.'

'Wat moet ik me dan voorstellen bij verlichting?'

'Geen idee.'

127. Catch 21: verlichting als einde

Eenentwintigste van tweeëntwintig metaforen voor spirituele verlichting.

'Wat moet ik me voorstellen bij verlichting, Hans?'

'Geen idee.'

'Het einde?'

'Hè?'

'Nietiging, ontwording, zelfvergetelheid, de grote dood, het einde der tijden, de apocalyps, het eschaton of zo?'

'Hoe bedenk je het.'

'Jouw wereld is niet verloren gegaan?'

'Ook dat is voorbij.'

'Jouw tijd is niet tot stilstand gekomen?'

'Ook voorbij.'

'En je eigen einde?'

'Voorbij.'

'En het voorbijgaan?'

'Allemaal voorbij.'

'Wat moet ik me dan voorstellen bij verlichting?'

'Geen idee.'

128. Catch 22: verlichting als idee

Laatste van tweeëntwintig metaforen voor spirituele verlichting.

'Wat moet ik me voorstellen bij verlichting, Hans?'

'Geen idee.'

'Is dat wat ik me erbij moet voorstellen of weet je het niet?'

'Zo kun je het ook zeggen.'

'Wat als ik me er niets meer bij voorstel?'

'Geen idee.'

Robotje met een gloeilamp als hoofd dat angstig zijn handje uitsteekt naar het stopcontact; om hem heen liggen allemaal kapotte gloeilampen.

^ Verlichting is geen idee.

Nog meer geen ideeën

In plaats van het woord verlichting kun je in bovenstaande reeks invullen wat je wilt – zen, advaita, taoïsme, liefde, niet-weten, mystiek, essentie, spiritualiteit enzovoort. Voorbeeld (Catch 1):

'Wat moet ik me voorstellen bij zen?'

'Geen idee.'

'Een plaats?'

'Hè?'

'Hier, thuis, gene zijde, de hemel, het paradijs, Nirwana, het Reine Land, Utopia, Walhalla of zo?'

'Hoe bedenk je het.'

'Wat is jouw plaats?'

'Ik ben helemaal van de kaart.'

'Wat moet ik me dan voorstellen bij zen?'

'Geen idee.'

Zo ontstaat er een serie dwaalteksten op maat, maar denk erom: welk woord je ook invult, aan het eind van de reeks ben je het kwijt. Net als het idee van geen idee. En dan?

Geen idee.

129. Zalig de armen van geest, ze zijn rijk zonder hemel

Waar het hoofd leeg van is lopen de ogen over.

'Hoe voelt niet-weten, Hans?'

'Rijk.'

'Heb je daarom tranen in je ogen?'

'Wie zal het zeggen.'

'Waar ben je dan zo rijk mee?'

'Geen idee.'

'Met de Waarheid?'

'Ken ik niet.'

'Met de Werkelijkheid?'

'Ken ik niet.'

'Met de Wijsheid voorbij alle wijsheid?'

'Heb ik niet.'

'Met het Ene?'

'Ken ik niet.'

'Met het Numineuze?'

'Ken ik niet.'

'Met je Oorspronkelijke Gezicht?'

'Heb ik niet.'

'Waar ben je dan zo rijk mee?'

'Dat zeg ik.'

'Wat?'

'Geen idee.'

130. Aan wie vraag jij wat verlichting is?

Iedereen weet... wat anders.

'Wat is verlichting, Hans?'

'Het is maar net wie je het vraagt.'

'Als je het jou vraagt.'

'Een ander woord voor niet-weten.'

'Wat is niet-weten?'

'Het is maar net wie je het vraagt.'

'Als je het jou vraagt?'

'Het denken doorzien.'

'Wat is het denken doorzien?'

'Het einde van het heilige geloof in je gedachten.'

'In welke gedachten?

'In al je gedachten.'

'Ook die over verlichting?'

'En ook die over niet-weten.'

'Ook die over het denken?'

'En ook die over het einde van het heilige geloof in je gedachten.'

'Nou weet ik nog niet wat verlichting is.'

'Het is maar net wie je het vraagt.'

Vragen aan de lezer

Aan wie vraag jij wat verlichting is?

Vraag je het ook weleens aan iemand anders?

Informeer je ook weleens bij andere tradities?

Hoe zou je het vinden als iedereen een ander antwoord gaf?

Hoe zou je het vinden als iedereen hetzelfde antwoord gaf?

Vraagt iemand jou weleens wat verlichting is?

Weet jij wat verlichting is?

Denk je dat iedereen er net zo over denkt als jij?

131. Verlichting is van je sokkel stappen

Over het realiseren van je innerlijke sukkel.

Verlichting is geen voetstuk.

Als je erop gaat staan zak je er dwars doorheen.

Hoe dat komt?

Doordat licht geen substantie heeft.

Van zichzelf is het niets.

Licht onthult dingen die je anders niet kunt zien terwijl ze wel in de weg staan.

DenkBeelden bijvoorbeeld.

Licht laat zien wat je niet kunt zien omdat het niet echt bestaat.

DenkBeelden bijvoorbeeld.

Verlichting is geen voetstuk en het gaat je ook niet lukken om verlichting op een voetstuk te zetten.

Waarom niet?

Omdat er geen plaats voor is.

Waarom is er geen plaats voor?

Omdat je er zelf op staat.

Al is het maar in je dromen.

En hoger kun je niet komen.

Hoger dan op het voetstuk van je dromen.

Van daar kun je alleen nog maar omlaag.

Nu staat het voetstuk van je dromen midden in het onbekende.

Het onbekende is waaraan je probeert te ontsnappen door op een voetstuk te gaan staan.

Verlaat je je sokkel dan daal je af in het onbekende.

In het onbekende vind je je innerlijke sukkel.

De sukkel die je altijd al was en altijd zult zijn.

De sukkel zonder leer.

De sukkel zonder leraar.

De sukkel zonder leerlingen.

De sukkel zonder woorden.

De sukkel voorbij alle sukkels.

Radeloos, redeloos, reddeloos.

Verlichting is van je sokkel stappen en je innerlijke sukkel realiseren.

132. Verlichting is één worden met het onbekende

Wat je toch al bent.

Meester Minder zegt:

Verlichting is afdalen in het onbekende.

Daar weet je niet meer waar je begint of ophoudt.

Daar word je een onbekende voor jezelf.

Daar wordt het onbekende eigen.

Midden in het onbekende ben je een met het onbekende.

Fantasiefiguur in een vreemde houding opgebouwd uit fantasiefiguurtjes in vreemde houdingen.

^ Daar word je een onbekende voor jezelf.

133. Verlichting is een Groot Woord

Meten zonder maten.

'Heb jij het Ware Zelf gerealiseerd, Hans?'

'Ik weet niet wat me is overkomen, maar dit weet ik wel – grote woorden maken het kleiner.'

'Ik bedoel, ben je aan de dualiteit ontstegen?'

'Ik weet niet wat me is overkomen, maar dit weet ik wel – grote woorden maken het kleiner.'

'Voor de draad ermee: ben jij verlicht?'

'Ik weet niet wat me is overkomen, maar dit weet ik wel – grote woorden maken het kleiner.'

'En het stelt toch al niets voor, wou je zeggen.'

'Kleine woorden maken het kleiner.'

'Geen woorden dan maar?'

'Stilte maakt het te groot.'

'Geen woorden maar daden?'

'Woorden zijn ook daden.'

'Wat voor daden?'

'Taaldaden.'

'Geen grote woorden, geen kleine woorden, geen stilte en geen daden?'

'En geen opsommingen en geen negatieve definities.'

'Mystiek hoor.'

'Ik weet niet wat me is overkomen, maar dit weet ik wel...'

'Mystisch, mystagogisch, mythisch, myrionymisch, mysterieus, numineus?'

'Grote woorden maken het kleiner.'

Rode luchtballon in de vorm van de tekst 'Grote Woorden'.

^ Grote Woorden.

134. Verlichting is het failliet van het verstand

Zegt het failliete verstand over verlichting.

Verlichting is het failliet van het verstand.

Ziedaar de gedachte die in dit boek ontwikkeld wordt – en steeds opnieuw bankroet verklaard.

Opvoeren en afvoeren, roepen en herroepen, stellen en ontstellen, keer op keer, meer heeft het dwijze denken niet om het lijf.

Wat rest is de lege leer, zei de lege heer, gloeiende halleluja.

Het denken doorzien klinkt moeilijker dan het is. Ik hoef er niets voor te doen. Ik kan het niet eens laten. Het overkomt me, zoals pijn, verliefdheid, winden, niesen, zuchten, gapen. Ik hoef er geen moment mindful voor te wezen.

Man, ik kan me niet eens meer voorstellen dat ik de gedachten die onophoudelijk in me opkomen ooit onvoorwaardelijk geloofd heb. Al die hokjes, meninkjes, verklarinkjes, speculaties, generalisaties, oordelen, leuzen, idealen – zeepbellen zijn het, natte dromen, doodlopende wegen.

Nu deze gedachten weer: wat een waanzin. Wat een waanzin om te denken dat denken waanzin is. Houdt het dan nooit op?

Niet dat ik weet. Bij mij tenminste niet. Tot nog toe niet.

Het heilige geloof in mijn gedachten is wel opgehouden. Het heilige ongeloof in mijn gedachten ook. Allemaal voorbij.

Geloof het of niet.

135. Verlichting is opgaan in de paradox

Onmogelijke figuren als metafoor voor een onmogelijk bestaan.

Het logo van de Agnosereeks en van NietWeten.nl is een onmogelijk agnosticon:

^ Onmogelijk agnosticon.

Op de omslag van het Witboek Niet-Weten staat een onmogelijk vraagteken:

^ Onmogelijk vraagteken.

Bij het artikel Van niet-weten wil ik zingen! (in het Witboek Niet-Weten) staat een onmogelijk uitroepteken:

^ Onmogelijk uitroepteken.

Op de omslag van het zenboek Niet om door te komen! De Poortloze Poort staat een onmogelijke poort:

^ Onmogelijke poort.

Op de omslag van het Witboek Advaita staat een onmogelijk hoofd:

^ Onmogelijk hoofd.

Onmogelijke figuren zijn voor het oog wat verlichting is voor het brein.

Hoe langer je erover nadenkt, hoe dieper je erin doordringt.

Hoe dieper je erin doordringt, hoe dieper je erin wegzinkt.

Verlichting is opgaan in de paradox.

Paradoxale spiritualiteit

In plaats van verlichting kun je in de slotzin hierboven ('verlichting is opgaan in de paradox') ook zen, wijsheid, advaita, mystiek, niet-weten, bevrijding invullen. Dan krijg je:

Zen is opgaan in de paradox.

Advaita is opgaan in de paradox.

Mystiek is opgaan in de paradox.

Wijsheid is opgaan in de paradox.

Bevrijding is opgaan in de paradox.

Niet-weten is opgaan in de paradox.

Uiteindelijk maakt het geen donder uit hoe je het noemt.

Opgaan in de paradox is het einde van niet-weten.

Opgaan in de paradox is het einde van bevrijding.

Opgaan in de paradox is het einde van wijsheid.

Opgaan in de paradox is het einde van mystiek.

Opgaan in de paradox is het einde van advaita.

Opgaan in de paradox is het einde van zen.

136. Verlichting is nat gaan

Vier slagen in de lucht.

1. Grondslag

Verlichting is geen alomvattende verklaring. Het is geen machtsgreep. Het is geen denken dat zegeviert over de wereld.

Verlichting is een denken dat zegeviert over zichzelf. Niet ooit, definitief, waarna het voor eeuwig stilvalt, maar telkens weer, de hele dag door, nu en nu en nu.

2. Terugslag

Als verlichting inderdaad een denken is dat zegeviert over zichzelf, dan zegeviert het natuurlijk ook over het denken over zichzelf.

Dus ook over het denken dat verlichting een denken is dat zegeviert over zichzelf, nu en nu en nu.

Dus ook over het denken dat verlichting geen alomvattende verklaring is, geen machtsgreep, geen denken dat zegeviert over zichzelf.

Dus ook over het denken in termen van 'verlichting', 'zegevieren' en 'het denken', of in wat voor termen ook.

Dus ook over het denken zonder termen, of welke vorm van anders denken of niet-denken ook.

Wat blijft er dan nog over?

Is er dan nog wel iets dat verlichting mag heten?

3. Uitputtingsslag

Verlichting is het einde van verlichting, zou je denken, maar dat is opnieuw een gedachte.

Verlichting is het einde van het denken dat verlichting het einde is van verlichting, zou je denken, maar dat is opnieuw een gedachte.

Verlichting is het einde van het denken dat verlichting het einde is van het denken dat verlichting het einde is van het denken, zou je denken, maar dat is opnieuw een gedachte.

4. Golfslag

Is verlichting nu een overwinning van het denken op het denken, het einde van het denken, allebei of geen van beide, wat denk jij?

Voor mij is verlichting een vinger uit het gat van de geest die ooit een dijk is geweest.

Kijk hem eens nat gaan!

137. Verlichting? Je moet er niet aan denken

Zweven zonder vleugels.

Meester Minder zegt:

Verlichting?
Je moet er niet aan denken.
Dan pas krijg je vleugels.

Non-dualiteit?
Je moet er niet aan denken.
Dan pas krijg je vleugels.

Niet-weten?
Je moet er niet aan denken.
Dan pas krijg je vleugels.

Vrijheid?
Je moet er niet aan denken.
Dan pas krijg je vleugels.

Mystiek?
Je moet er niet aan denken.
Dan pas krijg je vleugels.

Zen?
Je moet er niet aan denken.
Dan pas krijg je vleugels.

Vleugels?
Je moet er niet aan denken.
Dan pas ga je zweven.

Penseur met gloeilamp als hoofd.

^ Verlichting? Je moet er niet aan denken.

138. Verlichting is het anker lichten

Alle begin is makkelijk.

Eerste rak

Leerling: Ben je op weg naar verlichting de passagier of de kapitein?

Meester: Het schip.

Middelste rak

Leerling: Ben je op weg naar verlichting de kapitein of het schip?

Meester: De zee.

Laatste rak

Leerling: Ben je op weg naar verlichting het schip of de zee?

Meester: De drenkeling.

139. Verlichting is schipbreuk lijden

Navigeren naar lagere sferen.

Meester Minder zegt:

Verlichting is de boot missen. Is dat dan wat je wilt?

Hij zegt ook:

Verlichting is schoon schip maken. Is dat dan wat je wilt?

Hij zegt:

Verlichting is tussen de wal en het schip vallen. Is dat dan wat je wilt?

En:

Verlichting is het schip ingaan. Is dat dan wat je wilt?

En:

Verlichting is buiten de boot vallen. Is dat dan wat je wilt?

En:

Verlichting is schipbreuk lijden. Is dat dan wat je wilt?

Afhankelijk van wie hij voor zich heeft zegt Meester Minder ook weleens:

Boeddhisme is de boot missen. Is dat dan wat je wilt?

Of:

Zen is schoon schip maken. Is dat dan wat je wilt?

Of:

Bevrijding is tussen de wal en het schip vallen. Is dat dan wat je wilt?

Of:

Niet-weten is het schip ingaan. Is dat dan wat je wilt?

Of:

Loslaten is buiten de boot vallen. Is dat dan wat je wilt?

Of:

Ontwaken is schipbreuk lijden. Is dat dan wat je wilt?

Enzovoort.

Ik zou dus maar niet met Meester Minder in zee gaan.

140. Verlichting is je terugtrekken, ook uit het terugtrekken

Over de zogenaamde zogenaamdheid.

Leerling: Moet ik me uit de wereld terugtrekken om tot verlichting te komen?

Meester: Welnee.

Leerling: Ik kan gewoon in de wereld blijven?

Meester: Op een gegeven moment trek je je als vanzelf uit de zogenaamde wereld terug.

Leerling: En dan?

Meester: Trek je je als vanzelf terug uit je zogenaamde zelf.

Leerling: En dan?

Meester: Trek je je als vanzelf terug uit het zogenaamde weten.

Leerling: En dan?

Meester: Trek je je als vanzelf terug uit het zogenaamde niet-weten.

Leerling: En dan?

Meester: Trek je je als vanzelf terug uit je zogenaamde verlichting.

Leerling: En dan?

Meester: Trek je je als vanzelf terug uit het zogenaamde terugtrekken.

Leerling: En dan?

Meester: Trek je je als vanzelf terug uit het zogenaamde dan.

Leerling: En dan?

Meester: Trek je je als vanzelf terug uit de zogenaamde zogenaamdheid.

Leerling: Hm.

Meester: Maar niet per se in die volgorde.

Leerling: En dan is alles weg?

Meester: En dan is alles terug.

141. Woorden over verlichting die je nooit hoorde

De taal van de stilte.

Beste Hans,

Soms ben ik de clichés uit het spirituele wereldje helemaal beu. Dan is het een verademing om jou te lezen. Sobere taal, fris van de lever. Jij laat de woorden weer spreken.

Beste Sasha,

Ik laat de woorden weer zwijgen.

142. Over het nut van spirituele instructies

Meester Minder houdt vol.

Leerling: Wat is het geheim van verlichting?

Meester: Alles vergeten.

Leerling: Dat zal ik onthouden.

143. Verlichting voor stropers

Meester Minder schiet te hulp.

Leerling: Bent u verlicht?

Meester: In zekere zin.

Leerling: In welke zin?

Meester: Als een konijn in de lamp van een stroper.

Leerling: Hoe bedoelt u?

Meester: Verblind en hulpeloos.

Leerling: En dat wou u verlicht noemen?

Meester: Mij niet gezien.

Leerling: Wie dan wel?

Meester: De stroper?

Konijn met een lichtgevende buik en lichtgevende oren.

^ Verlicht konijn.

144. Verlichting is niet aan andermans voeten zitten

En nooit meer op je tenen lopen.

Beste Hans,

Na tien jaar aan de voeten van mijn Goeroe heb ik er vorige maand definitief een punt achter gezet. Vervolgens heb ik veel vertroosting en plezier aan je website beleefd. Ik dacht dat een vrije vogel en antigoeroe als jij dat wel leuk zou vinden om te horen.

Beste Nadia,

Aan de voeten van je goeroe zitten tenen. Ook hij moet ze regelmatig wassen of de stank verdragen.

Antigoeroe ben ik bij mijn weten niet. Antiantigoeroe ook niet.

Ik gun iedere discipel zijn goeroe. Ik gun iedere goeroe zijn discipelen. Ik gun iedere discipel de bevrijding van zijn goeroe. Ik gun iedere discipel een goeroe die zich van zijn discipelen bevrijd. Ik gun iedere goeroe discipelen die zich van hem bevrijden. Ik gun iedere goeroe een tweede kans, ik gun iedere discipel een tweede bevrijding enzovoort.

Nadia: Heb jij ambities in die richting?

Hans: Bij gebrek aan richting heb ik geen ambities. Dus ook niet de ambitie om een goeroe, een antigoeroe of een antiantigoeroe te worden, als je dat bedoelt. En ook niet om aan die tegenstellingen te ontsnappen.

Nadia: Waarom niet?

Hans: Omdat ik er niet in zit.

Nadia: Verlang je er niet naar om iets voor de mensen te betekenen?

Hans: Nee, ik verlang er niet naar om iets voor de mensen te betekenen. Ik verlang er ook niet naar om niets voor de mensen te betekenen.

Ik verlang er niet naar om aan iemands voeten te zitten, handen geven vind ik erg genoeg. Ik verlang er ook niet naar om mensen aan mijn voeten te hebben, ik heb liever tenen.

Ik verlang er niet naar om ergens een punt achter te zetten, doe mij maar een vraagteken. Ik verlang er ook niet naar om ergens een vraagteken achter te zetten, doe mij maar niet-weten.

Nadia: Ben jij vrij van ieder verlangen?

Hans: Nee, en ik verlang er ook niet naar.

Nadia: Wat is verlichting? Spiritueel gezien, bedoel ik.

Hans: Het is maar net aan wie je het vraagt.

Nadia: Als je het jou vraagt.

Hans: Verduistering. Door het stof gaan. Voor schut gaan. Door de mand vallen. Geen grond meer onder je voeten hebben. Alles kwijtraken, zelfs het kwijtraken.

Dus ook je goeroe. Ook je antigoeroe. Ook je autonomie, je vrijheid, je ik en je niet-ik, je verdeeldheid, je eenheid en noem maar op.

Nadia: Hoe is het om geen vaste grond meer onder je voeten te hebben?

Hans: Dan hoef je nooit meer op je tenen te lopen.

145. Verlichting is geen goeroe

Vierenveertig uitspraken van ex-discipelen opgetekend door ex-goeroe Antavedantanandanta.

Een leer? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

Geen leer? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

Leerlingen? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

Mediteren? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

Niet mediteren? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

Analfabeet? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

Dyslectisch? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

Lezen? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

Studeren? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

Een weg? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

Geen weg? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

IJdel? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

Voorkeur? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

Neutraal? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

Betrokken? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

Gehecht? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

Onthecht? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

Uitgelaten? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

Down? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

Dronken? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

Bang? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

Geboren? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

Ziek? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

Terminaal? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

Euthanasie? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

Chanten? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

Roddelen? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

Vloeken? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

Bidden? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

Spreken? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

Zwijgen? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

Oordelen? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

Niet oordelen? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

Onderscheid? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

Eenheid? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

Mededogen? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

Meedogenloos? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

Liefde? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

Seks? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

Onthouding? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

Getrouwd? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

Gescheiden? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

Verlicht? Maar goeroe, u bent toch een goeroe?

Goeroe? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

Wie is ex-goeroe Antavedantanandanta?

Voordat ex-goeroe Antavedantanandanta zich ex-goeroe Antavedantanandanta begon te noemen, noemde hij zich Goeroe Antavedantanandanta.

Daarvoor noemde hij zich Goeroe Antavedantananda.

Daarvoor noemde hij zich Goeroe Vedantananda.

Daarvoor noemde hij zich Goeroe Antananda

Daarvoor noemde hij zich Goeroe Ananda.

Daarvoor noemde hij zich gewoon Ananda.

Of hij noemde zich Gewoon Ananda, het verschil is niet te horen.

Of hij noemde zich eerst gewoon Ananda en daarna pas Gewoon Ananda, je weet het nooit met die lui.

Antavedantanandanta is een samentrekking van anta, veda, anta, ananda en nogmaals anta. Dat is Sanskriet voor einde, wijsheid, einde, gelukzaligheid en nogmaals einde.

Antavedantanandanta was een leerling van de grote Shankara Sharanka Karansha Rakansha Kakaran Shakaran Rashan.

146. Verlichting is geen absence – de trance van U.G. Krishnamurti

Hoe je van een syndroom een droom maakt en van een droom Werkelijkheid.

Spirituele verlichting is een heet hangijzer waarmee mensen zichzelf graag brandmerken, liefst op hun voorhoofd zodat iedereen kan zien hoe bijzonder ze zijn.

In de tijd dat ik citaten over niet-weten verzamelde, kruiste ik, onvermijdelijk, het spoor van U.G. Krishnamurti – een dwaalgast uit India die tientallen jaren tevergeefs zijn best had gedaan om verlicht te worden.

Op een dag werd hij ziek en een tijdlang hing zijn leven aan een zijden draadje. Het draadje knapte niet maar werd het begin van een nieuwe cocon. Na zijn wederopstanding ging Krishnamurti door het leven als verkondiger van de wederopstanding van Krishnamurti en babbelde hij bij belegen dames een goed belegde boterham bijeen.

U.G. beschouwde zijn ziekte niet als een aandoening, maar als de zeldzame transformatie van lichaam en geest die realisatie wordt genoemd. Hij kon het bewijzen ook. Zo waren zijn polsen los geworden en hoefde hij nooit meer met zijn ogen te knipperen. Ook zat hij urenlang gedachteloos voor zich uit te staren, noem het een trance, noem het een absence, tot iets daarbuiten zijn aandacht trok en zijn geest weer op gang kwam, eventjes.

Wat dat met verlichting te maken heeft? Nou, er bestaan lijstjes, een heleboel zelfs, met de lichamelijke en geestelijke tekens van verlichting – lange oorlellen, een dikke buik en zo. Er is ook een lijstje waarop losse polsen, natte ogen en aanvallen van geestelijke verzonkenheid staan, opgesteld, vermoed ik, door mensen met losse polsen, natte ogen en aanvallen van geestelijke verzonkenheid. Om van de nood een deugd te maken, van een syndroom een droom, of van de werkelijkheid de Werkelijkheid.

Ikzelf heb niet alleen elastische polsen, ál mijn gewrichtsbanden zijn aan de ruime kant, die van Lucienne nog ruimer. In het leger heette het hypermobiliteit, ik ben erop afgekeurd, maar onder verlichten heet het verlichting, ik ben erop goedgekeurd.

Vroeger had ik vaak tranende ogen, vooral als ik verdrietig was, maar het lukte me toen niet om het knipperen te onderdrukken, dus mijn act viel steeds in het water.

Nu ik ouder word, een zeker teken van wijsheid, heb ik steeds vaker droge ogen, een zeker teken van de wijsheid voorbij alle wijsheid, zeker volgens het lijstje met lichamelijke tekens van de verlichting voorbij alle verlichting, dat ik zelf heb opgesteld en geautoriseerd.

Tegen droge ogen valt niet op te knipperen, maar het helpt om ze dicht te doen. Dat hou ik lang vol en dan zie ik er nog sereen uit ook.

Ben jij eigenlijk al verlicht?

147. Verlichting is een spreeuwenzwerm

Zoek de verschillen.

Spreeuwenzwerm in de vorm van een gloeilamp.

^ Een schijn van Werkelijkheid.

Spreeuwenzwerm in de vorm van een gloeilamp.

^ Een collectieve waan.

148. Tweeënvijftig tekens van verlichting

Maak kans op een gratis halo!

Een derde oor

Waaraan herken je de verlichte? Wat maakt het uit, je zult er nooit een tegenkomen. Vraag je liever af wie zich zoiets afvragen. Goeroelopers? Goeroespotters? Ouwehoeroes die willen weten hoe ze moeten doen alsof?

Ja, dat zou ik ook weleens willen weten. Hoe je moet doen alsof, bedoel ik. Misschien komt het nog van pas, dus heb ik een lijstje van kenmerken opgesteld.

Een hele klus, dacht ik eerst, ik zag ertegenop, maar het was zo gepiept. Beetje gegrasduind in de literatuur, mijn ene oor links te luisteren gelegd, mijn andere rechts, mijn derde als een schotel naar de hemel gericht, en ziehier.

Waaraan herken je de verlichte?

Aan zijn mysterieuze glimlach.
Aan zijn hemelse blik.
Aan zijn gelukzaligheid.
Aan zijn zachtmoedigheid.
Aan zijn onthechtheid.
Aan zijn onverstoorbaarheid.
Aan zijn charisma.
Aan zijn autoriteit.
Aan zijn openheid.
Aan zijn onvoorwaardelijke liefde.
Aan zijn onbegrensde mededogen.
Aan zijn kinderlijke onschuld.
Aan zijn eenvoud.

Aan zijn humor.
Aan zijn zelfspot.
Aan zijn goedheid.
Aan zijn integriteit.
Aan zijn gulheid.
Aan zijn hulpvaardigheid.
Aan zijn zelfverloochening.
Aan zijn vredelievendheid.
Aan zijn schaamteloosheid.
Aan zijn zelfvertrouwen.
Aan zijn goddelijke uitstraling.
Aan zijn flexibiliteit.
Aan zijn gratie.

Aan zijn bescheidenheid.
Aan zijn vrijmoedigheid.
Aan zijn spontaniteit.
Aan zijn authenticiteit.
Aan zijn dapperheid.
Aan zijn soberheid.
Aan zijn kunstzinnigheid.
Aan zijn eruditie.
Aan zijn alwetendheid.
Aan zijn almacht.
Aan zijn onuitsprekelijke titel.
Aan zijn onuitsprekelijke naam.
Aan zijn lendendoek.

Aan zijn rakusu.
Aan zijn traagheid.
Aan zijn losse polsgewrichten.
Aan zijn uitgedraaide heupen.
Aan zijn bewonderaars.
Aan zijn paranormale gaven.
Aan zijn geneeskundige krachten.
Aan zijn diepzinnigheid.
Aan zijn wijsheid.
Aan zijn waakzaamheid.
Aan zijn aura.
Aan zijn uitstraling.
Aan zijn vrijheid van geest.

Dat waren ze, tweeënvijftig tekens van verlichting, dertien per kwartaal, een voor elke week van het jaar, dat geeft een beetje structuur.

Mijn derde oor, toch geen kleintje en altijd naar de hemel gericht, heb ik nergens vermeld gezien, dus dat hou ik op mijn reservelijst.

Oproep

Wil je ook meedoen aan mijn onderzoek? Beantwoord dan naar eer en geweten de volgende elf vragen:

1. Waaraan herken jij de verlichte?

2. Welke tekens zijn volgens jou doorslaggevend, welke bijzaak?

3. Ken je mensen met een of meer van deze tekens die niet verlicht zijn?

4. Ken je mensen zonder deze tekens die toch verlicht zijn?

5. Hoeveel van deze tekens heb je zelf?

6. Denk jij dat je verlicht bent?

7. Wil je dat anderen denken dat je verlicht bent?

8. Wil je dat ik denk dat je verlicht bent?

9. Denk je dat het uitmaakt of je verlicht bent?

10. Denk je dat ik je wil laten denken dat ik verlicht ben?

11. Denk je dat ik denk dat ik verlicht ben?

Doe mee! Inzenders maken iedere week kans op een halo.

149. Tienduizend tekens van schijnverlichting

Bokken schieten, altijd prijs.

Waaraan herken je de verlichte? Maakt niet uit, je komt hem nergens tegen. Vraag je liever af waaraan je de schijnverlichte herkent, die kom je overal tegen.

Als je het trucje doorhebt, zie je de poseur al van verre, kan niet missen. Van nabij werkt het nog beter. Je kunt het ook op jezelf toepassen – schrik niet.

Een schijnverlichte is iemand die, onder het mom van eenheid of non-dualiteit, het ene onderscheid na het andere opvoert, zoals...

In de wereld - van de wereld.

Sterfelijk - onsterfelijk.

Werkelijkheid - illusie.

Verlicht - onverlicht.

Spontaan - gemaakt.

Wetend - onwetend.

Bewust - onbewust.

Iemand - niemand.

Relatief - absoluut.

Duaal - non-duaal.

Waarheid - leugen.

Tijdelijk - eeuwig.

Doener - getuige.

Open - gesloten.

Aards - hemels.

Worden - zijn.

Wijs - dwaas.

Vrij - onvrij.

Mind - hart.

Hoog - laag.

Weg - doel.

Ego - zelf.

Vraag: hoe noem je iemand die onderscheid probeert te maken tussen echte verlichten en schijnverlichten?

150. Een zeker teken van verlichting

Meester Minder lijdt aan agnos(i)e.

Leerling: Waaraan herken je de verlichte?

Meester: Weet ik niet.

Leerling: Hoe komt dat?

Meester: Ik heb er nog nooit een herkend.

Leerling: Misschien is dat wel waaraan je de verlichte herkent.

Meester: Waaraan?

Leerling: Dat hij het niet weet.

Meester: Wat niet weet?

Leerling: Waaraan je de verlichte herkent.

Meester: Weet ik niet.

Leerling: Waarom niet?

Meester: Dat zeg ik.

Leerling: Wat?

Meester: Ik heb er nog nooit een herkend.

Leerling: En u dan?

Meester: En ik dan?

Leerling: U bent toch zeker verlicht?

Meester: Weet ik niet.

Leerling: Zei ik het niet!

Meester: Wat?

Leerling: Daaraan herken je de verlichte!

Meester: Waaraan herken je de verlichte?

151. Een onzeker onteken van verlichting

Meester Minder oefent voor antwoordapparaat.

Leerling: Waaraan herken je de verlichte?

Meester: De wat?

Leerling: Waarom geeft u niet gewoon antwoord?

Meester: Dat was mijn antwoord al.

Leerling: Maar waaraan herken je dan de verlichte?

Meester: Geen idee.

Leerling: Waarom geeft u verdorie geen antwoord?

Meester: Dit is verdorie mijn vierde antwoord al.

Leerling: Volgens mij wilt u gewoon geen antwoord geven.

Meester: Volgens mij wil jij gewoon geen antwoord nemen.

Leerling: Nu weet ik nog niet waaraan je de verlichte herkent.

Meester: De wat?

152. Een ontijdig voorteken van verlichting

Meester Minder blikt terug.

Leerling: Waaraan herken je de verlichte?

Meester: Die weet het verschil tussen verlicht en onverlicht niet meer.

Leerling: Maar dat is goed nieuws.

Meester: Hoezo?

Leerling: Ik weet het verschil tussen verlicht en onverlicht ook niet meer.

Meester: En?

Leerling: Daaraan herken je toch de verlichte?

Meester: Weet je het verschil nog niet of niet meer?

Leerling: Nog niet, geloof ik.

Meester: Dan zal dat het verschil wel zijn.

153. Het meesterstuk verlichting van Meester Stuk

Drie afrekeningen.

Voor arrivisten

Leerling: Wat is een meesterstuk?

Meester: Een werk waarmee je je meesterschap bewijst.

Leerling: Wat is een meesterstuk verlichting?

Meester: Dat varieert per persoon.

Leerling: In mijn geval?

Meester: Een afrekening met het idee dat je verlicht kunt zijn.

Leerling: Wat heb je daar nu aan.

Meester: Zo reken je af met het idee dat je onverlicht kunt zijn.

Voor arrivés

Leerling: Wat is een meesterstuk?

Meester: Een werk waarmee je je meesterschap bewijst.

Leerling: Wat is een meesterstuk verlichting?

Meester: Dat varieert per persoon.

Leerling: In mijn geval?

Meester: Een afrekening met het idee dat je onverlicht kunt zijn.

Leerling: Wat heb je daar nu aan.

Meester: Zo reken je af met het idee dat je verlicht kunt zijn.

Voor niemand

Leerling: Wat als je hebt afgerekend met het idee dat je verlicht of onverlicht kunt zijn?

Meester: Afrekenen met het idee dat je niet verlicht of onverlicht kunt zijn.

Leerling: En dan?

Meester: Afrekenen met het idee dat er iets op volgt.

Leerling: En dan?

Meester: Afrekenen met het idee dat er niets op volgt.

Leerling: En dan?

Meester: Heb je niets meer te bewijzen.

Leerling: Wat is dan je meesterstuk?

Meester: Dat is dan je meesterstuk.

154. Moderne kunst als metafoor voor spirituele verlichting

Vormverwantschap tussen stromen en stroming.

Kubisme is een kunststroming uit het begin van de vorige eeuw. Volgens de Wikipedia wordt het kubisme gekenmerkt door afgevlakt volume, verwarrend perspectief, collage en het gebruik van meerdere standpunten door elkaar. Dat maakt het een prima metafoor voor spirituele verlichting.

Kubisme is niet de enige of de beste metafoor voor verlichting. Andere oorspronkelijk radicaal iconoclastische en vernieuwende kunststromingen zijn even geschikt: het dadaïsme, het futurisme, het surrealisme, het postmodernisme, fluxus, zero, happenings, performances, minimal art...

Vernieuwende kunst heeft de makke dat het steeds weer ingelijfd wordt door de gevestigde orde, die van de aanvankelijk waardeloze werken hebbedingetjes maakt, van vrije vogels hebberds, van hun stromen een stroming.

Net als met vernieuwende spiritualiteit dus: het wordt bon ton, het wordt traditie, het wordt napraterij, het wordt handel. Of het wordt niks, dan is de cirkel rond, met een streep erdoor.

Verlichting is trouwens ook maar een metafoor. Vraag me niet waarvoor.

Kubistische gloeilamp.

^ 'Vals licht', kubistisch meesterstuk van Meester Stuk.

155. Verlichting is geen geloof en geen ongeloof

Waarom Meester Minder het wel kan schudden.

Leerling: Je bent pas verlicht als je niet meer denkt dat je verlicht bent!

Meester: Het gaat er niet om wat je denkt.

Leerling: Waar gaat het dan wel om?

Meester: Wat je gelooft.

Leerling: Aha!

Meester: Wat?

Leerling: Je bent pas verlicht als je je gedachten niet meer gelooft!

Meester: Dat zal dan ook wel voor deze gedachte gelden.

Leerling: Aha!

Meester: Wat?

Leerling: Je bent pas verlicht als je zelfs niet meer gelooft dat je pas verlicht bent als je je gedachten niet meer gelooft!

Meester: Dat zal dan ook wel voor deze gedachte gelden.

Leerling: Aha!

Meester: Wat?

Leerling: Je bent pas verlicht als je ook niet meer gelooft dat je zelfs niet meer gelooft dat je pas verlicht bent als je je gedachten niet meer gelooft!

Meester: Nou, dan kan ik het wel schudden.

156. Verlichting is niets meer weten te zeggen

Dit ook niet.

Leerling: Eindelijk weet ik wat verlichting is!

Meester: Daar gaan we weer.

Leerling: De oplossing van al je begrippen!

Meester: Behalve deze begrippen zeker.

Leerling: Welke begrippen zeker?

Meester: Verlichting. Oplossing. Begrip.

Leerling: Ai.

Meester: Geeft niets.

Leerling: Wat als je die ook nog oplost?

Meester: Dan hou je eindelijk je mond.

Leerling: Omdat je dan weet wat verlichting is?

Meester: Omdat je dan geen woorden meer hebt.

Leerling: Eindelijk weet ik wat verlichting is!

157. Bij de spiriater

Diagnose is geen agnose.

'Soms speelt er steeds een glimlach om je mond, Hans.'

'Wat maak je daaruit op?'

'Dat je echt verlicht bent.'

'Zo zo.'

'Maar dan kijk je ineens weer bezorgd of bedroefd.'

'Wat maak je daaruit op?'

'Dat je er toch nog niet helemaal bent.'

'Zo zo.'

'Is dat alles wat je te zeggen hebt?'

'Eigenlijk wel.'

'Wat maak je er zelf uit op?'

'Eigenlijk niets.'

'Kijk, daar heb je die glimlach weer!'

'Zo zo.'

158. Is de onnavolgbare verlicht?

Een schaduw laat zich niet schaduwen.

'Waaraan herken je de verlichte?'

'Die moet het zonder volgelingen stellen.'

'Waarom?'

'Omdat hij onnavolgbaar is.'

'Heb jij volgelingen?'

'Het zou me verbazen.'

'Hoezo?'

'Ik kan mezelf al niet volgen.'

'Ik kan jou ook niet volgen.'

'Laat staan leiden.'

'Ik niet of niemand niet?'

'Maar om dat nou verlichting te noemen?'

159. Slaat de verlichte ook gewoon met zijn vuist op tafel?

Over voorwaardelijke vrijheid en vrijheid van voorwaardelijkheid.

Beste Hans,

Googelend op de vraag 'Slaat de verlichte ook gewoon met zijn vuist op tafel?' kwam ik bij jou uit. Raak. Zoveel herkenning. Wat moest ik lachen!

Dat wou ik je even laten weten. Zelf schrijf ik ook, over onze conditioneringen en hoe je daar vrij van kunt komen.

Beste Antje,

En, slaat de verlichte ook gewoon met zijn vuist op tafel?

Zo ja of nee, ben jij dan verlicht?

Zou het denken dat je geconditioneerd bent en vrij kunt komen van je conditioneringen ook een conditionering kunnen zijn?

Zo ja of nee, ben jij dan geconditioneerd?

160. Wie het licht wil zien, moet de duisternis ingaan

Zeven dwaallichten; een kijkje in de ziel van de dagschilder en de nachtschilder.

Mannetje in de ruimte dat met gele verf een lichtkegel onder een lantaarnpaal schildert.

^ Een lamp aandoen om de duisternis te zien.

Meester Minder zegt:

Verlichting proberen te begrijpen is net zoiets als een lamp aandoen om de duisternis te zien. Zullen we hem even uitdoen?

Verlichting is geen visie en een visie op verlichting is geen verlichting.

Wat je ook ziet, dat is het niet.

Verlichting is geen leer en leerstukken over verlichting zijn geen verlichting.

Wat je ook leert, dat is het niet.

Verlichting is geen weg en wegen naar verlichting zijn geen verlichting.

Waar je ook gaat, daar is het niet.

Verlichting is geen praktijk en oefeningen in verlichting zijn geen verlichting.

Wat je ook beoefent, dat is het niet.

Verlichting is geen ervaring en ervaringen van verlichting zijn geen verlichting.

Wat je ook ervaart, dat is het niet.

Verlichting is geen droom en dromen over verlichting zijn geen verlichting.

Wat je ook droomt, dat is het niet.

Verlichting is geen woord en woorden over verlichting zijn geen verlichting.

Wat je ook zegt, dat is het niet.

Daarom:

Wie het licht wil zien, moet de duisternis ingaan.

Mannetje in een zee van licht dat met zwarte verf een sterrenhemel onder een lantaarnpaal schildert.

^ Een lamp uitdoen om het licht te zien.

161. Verlichting is de illusie doorzien

Zwanenzang van dertien dubbelwanen.

Verlichting is de illusie doorzien, maar dan ook helemaal.

Niet alleen de illusie van het ego maar ook de illusie van het zelf.

Niet alleen de illusie van de vorm maar ook de illusie van de leegte.

Niet alleen de illusie van de tijd maar ook de illusie van het nu.

Niet alleen de illusie van de doener maar ook de illusie van de getuige.

Niet alleen de illusie van het kiezen maar ook de illusie van het keuzeloos gewaar zijn.

Niet alleen de illusie van het relatieve maar ook de illusie van het absolute.

Niet alleen de illusie van dualiteit maar ook de illusie van non-dualiteit.

Niet alleen de illusie van het vele maar ook de illusie van het ene.

Niet alleen de illusie van de stof maar ook de illusie van de geest.

Niet alleen de illusie van het object maar ook de illusie van het subject.

Niet alleen de illusie van gebondenheid maar ook de illusie van vrijheid.

Niet alleen de illusie van de werkelijkheid maar ook de illusie van de illusie.

En ook de illusie van verlichting als het doorzien van alle illusies.

Of dat nog verlichting mag heten?

Zelf noem ik het niet-weten.

162. Verlichting is je illusies kwijtraken

Een ongeluk bij een ongeluk.

Leerling: Is alles dan alleen maar een illusie?

Meester: Ook die illusie ben ik kwijt.

Leerling: Hebt u dan helemaal geen illusies meer?

Meester: Ook die illusie ben ik kwijt.

163. Verlichting is je desillusies kwijtraken

Een geluk bij twee ongelukken.

Leerling: Wat als je alle illusies doorziet?

Meester: Dan ben je gedesillusioneerd.

Leerling: Hè?

Meester: Wat dacht je dan?

Leerling: Verlicht.

Meester: Ook die illusie ben je kwijt.

Leerling: Het enige wat overblijft is desillusie?

Meester: Ook die illusie ben je kwijt.

164. Verlichting is een berg van een rivier

Meester Minder heeft het niet meer.

Leerling: Bent u werkelijk alles kwijtgeraakt?

Meester: Ik? Werkelijk? Alles? Kwijtgeraakt?

Leerling: Dat is ook geen antwoord.

Meester: Heb ik ooit iets gehad?

Leerling: Is kwijtraken dan het enige wat overblijft?

Meester: Waarvan?

Leerling: Er is alleen maar kwijtraken?

Meester: Toch weer iets gevonden?

Leerling: Zijn bergen voor u weer bergen en rivieren weer rivieren?

Meester: Zijn tautologieën voor jou nog steeds geen tautologieën?

Leerling: Bent u nu voorgoed in nirwana?

Meester: Waan is een ander woord voor illusie.

165. Ontwaken in de droom

Meester Tja geeft uitsluitsel.

Leerling: Wat is verlichting?

Meester: Tja.

Leerling: Sommigen noemen het ontwaken.

Meester: Dat zijn de grootste slaapkoppen.

Leerling: Waaruit moeten we eigenlijk wakker worden?

Meester: Uit de droom dat we wakker moeten worden?

Leerling: En dan?

Meester: Tja.

166. Acht dromen om uit te ontwaken

Je zou er moe van worden.

Leerling: Waaruit moet ik eigenlijk ontwaken?

Meester: Uit de droom dat je wakker moet worden.

Leerling: En dan?

Meester: Uit de droom dat je al wakker bent maar het nog niet weet.

Leerling: En dan?

Meester: Uit de droom dat je kunt weten of je wakker bent.

Leerling: En dan?

Meester: Uit de droom dat je niet kunt weten of je wakker bent.

Leerling: En dan?

Meester: Uit de droom dat je kunt weten.

Leerling: En dan?

Meester: Uit de droom dat je niet kunt weten.

Leerling: En dan?

Meester: Uit de droom van het dan.

Leerling: Maar dan ben je ook helemaal ontwaakt?

Meester: Dat is gewoon de volgende droom.

167. Denk je dat je droomt of droom je dat je denkt?

Meester Minder als slaaprem.

Leerling: Ik denk dat er ergens een paradijs op me ligt te wachten!

Meester: Wakker worden.

Leerling: Ik denk niet dat er ergens een paradijs op me ligt te wachten!

Meester: Wakker worden.

Leerling: Ik denk dat dit het paradijs al is!

Meester: Wakker worden.

Leerling: Ik denk niet dat dit het paradijs al is!

Meester: Wakker worden.

Leerling: Ik denk dat niet-denken het paradijs is!

Meester: Wakker worden.

Leerling: Ik denk niet...

Meester: Wakker worden.

Leerling: Ik denk...

Meester: Wakker worden.

Leerling: Ik...

Meester: Wakker worden.

Leerling: ...

Meester: Dan niet.

168. Ontwaken uit de droom van ontwaken

Dromen van het einde van het dromen.

Leerling: Is verlichting hetzelfde als ontwaken?

Meester: Ja en nee.

Leerling: Hoe wel en hoe niet?

Meester: Verlichting is ontwaken, ook uit de droom van ontwaken.

Leerling: Op die manier.

Meester: Ook uit de droom van ontwaken uit de droom van ontwaken.

Leerling: Logisch.

Meester: Ook uit de droom van ontwaken uit de droom van ontwaken uit de droom van ontwaken.

Leerling: Verlichting is ontwaken uit iedere droom.

Meester: Ook uit de droom van ontwaken uit iedere droom.

Leerling: En ook uit de droom van ontwaken uit de droom van ontwaken uit iedere droom, zeker?

Meester: En ook uit de droom van ontwaken uit de droom van ontwaken uit de droom van ontwaken uit iedere droom.

Leerling: Is hier een einde aan?

Meester: Dat had je gedroomd.

Leerling: Waarom houden we er dan niet gewoon over op?

Meester: Daar is geen beginnen aan.

Droste-effect van een wekker waarvan de bellen wekkers zijn.

^ Ontwaken uit de droom van ontwaken uit de droom van ontwaken.

169. Een stroomdraad in de droomstaat

Meester Minder schrikt zich zeven hoedjes wezen-loos.

Leerling: Verlichting is ontwaken uit de droomstaat...

Meester: De droomstaat!?

Leerling: Een toestand waarin wij niet in staat zijn de Werkelijkheid te zien en...

Meester: De Werkelijkheid!?

Leerling: Datgene wat wij Zijn in plaats van...

Meester: Zijn!?

Leerling: Onze Natuurlijke Staat...

Meester: Staat!?

Leerling: Die waarin wij moeiteloos gewaar zijn...

Meester: Gewaar zijn!?

Leerling: Ons diepste wezen...

Meester: Wezen!?

Leerling: ...

Meester: Verlichting!?

170. Verlichting is nooit meer wroeten

Twee miskramen.

Beste Hans,

Voor Socrates is filosofie niets anders dan terug in de herinnering brengen wat je vergeten bent. De leraar is een vroedvrouw. Wat is filosofie voor jou?

Beste Erik,

Vergeten wat je je meent te herinneren.

Erik: Ik haal de filosofie van Socrates erbij omdat ze aansluit bij de opvatting van diverse wijsheidstradities dat verlichting je natuurlijk staat is, die al vroeg in je leven bedolven raakt onder culturele ballast en later met veel moeite weer uitgegraven moet worden. Wat is verlichting voor jou?

Hans: Nooit meer wroeten.

Monnik met zijn arm in een koe.

^ Nooit meer wroeten.

171. Verlichting is geen scepticisme

Inzicht in vrijheid is vrij zijn van inzicht.

Beste Hans,

Iedere keer als ik besef dat we niets kunnen weten, voel ik me helemaal ont-spannen. Een bevrijdend inzicht! Het lukt nog lang niet altijd, maar ik verblijf steeds vaker in niet-weten. Van mij mag dat verlichting heten.

Beste Niko,

Het besef dat we niets kunnen weten, is een besef, geen niet-weten. Het heet scepticisme, een niet-lege leer die al bij de oude Grieken in zwang was. Socrates staat erom bekend.

Helaas, bewijzen dat we niets kunnen weten kunnen we niet, want bewijzen is weten. Scepticisme is een dogma.

Niko: Een dogma?

Hans: Een onbewijsbare leerstelling.

Niko: Scepticisme is dogmatisch?

Hans: Ik heb tenminste nooit een bewijs gezien dat zichzelf niet in de staart beet.

Niko: Wat heb je er dan aan?

Hans: Dat moet je aan mensen vragen die erin geloven. Mensen zoals jij. Nou, wat heb je eraan?

Niko: Ik hoor het graag van jou.

Hans: Ik mag graag denken dat het iets is wat mensen graag denken.

Niko: Zeg dat nog eens.

Hans: Een troetelgedachte.

Niko: Nooit van gehoord.

Hans: Een gedachte die je koestert omdat hij troost, hoop, duidelijkheid biedt, of wat je maar nodig hebt om overeind te blijven.

Niko: Niet-weten is voor jou geen troetelgedachte?

Hans: Niet-weten is voor mij geen gedachte.

Niko: Wat is het dan wel? Hoe blijf jij overeind?

Hans: Niet-weten is onderuit gaan.

Niko: Voor jou is niet-weten geen bevrijdend inzicht dat je helpt ontspannen?

Hans: Voor mij is niet-weten het einde van de zoektocht naar een bevrijdend inzicht.

Niko: Omdat je gevonden hebt.

Hans: Omdat ik niet gevonden heb.

Niko: Want er is geen bevrijdend inzicht.

Hans: Dat zou toch weer een bevrijdend inzicht zijn.

Niko: Waarom ben je dan gestopt met zoeken?

Hans: Ik ben niet gestopt met zoeken, het hield gewoon op.

Niko: En nu verblijf je in niet-weten.

Hans: Bij wijze van spreken.

Niko: Hoe kom ik daar?

Hans: Wie zegt dat je erheen kunt?

Niko: Jij bent er toch ook?

Hans: Denk je dat ik je er wel even heen kan teleporteren?

Niko: Beam me up, Hansie!

Hans: Of alleen maar een paar magische woorden hoef te fluisteren?

Niko: Simsalabim!

Hans: Alles is één! Zie dat je het kennen bent, niet het gekende! Er is alleen maar dit! Alles is bewustzijn! Het is altijd nu! Ik is een illusie! Lijden is een keuze! Vrije wil bestaat niet! Liefde overwint alles! Geen dood, geen vrees! De mens is in wezen goed! Je bent al verlicht maar je weet het nog niet!

Niko: Verlicht in 1 seconde.

Hans: Verlicht voor 1 seconde.

Niko: Jij gelooft het niet.

Hans: Ik herken het niet.

Niko: Hoe ging het dan bij jou?

Hans: Tergend langzaam. Millimeter voor millimeter, jaar na jaar. Vooruit of achteruit, dat weet ik nog niet.

Iedere steen heb ik moeten omdraaien, alles heb ik moeten onderzoeken. Elke aanname, elk standpunt, elk oordeel, elk ideaal, elk woord is ontelbare malen door mijn mallemolen gegaan.

Niko: Om overal van af te komen.

Hans: Ben je mal. Om nog iets over te houden. En terwijl ik daar druk mee was viel er onbedoeld steeds meer weg en werd mijn denken ongemerkt lichter.

Niko: En toen?

Hans: Kwam er een olifant met een hele grote snuit.

Niko: Voor jou is niet-weten geen bevrijdend inzicht.

Hans: Voor mij is niet-weten vrij zijn van inzicht.

Niko: Wat als je vrij bent van inzicht?

Hans: Dan heb je vrij uitzicht.

Niko: Waarop biedt niet-weten uitzicht?

Hans: Op niet-weten.

Niko: Niet-weten biedt uitzicht op niet-weten?

Hans: Wat dacht je dan?

Niko: Op de onbemiddelde werkelijkheid! Op de waarheid voorbij de woorden! Op je oorspronkelijk gezicht! Op het onzienlijke zien dat wij moeiteloos zien! Op het onzijnlijke zijn dat we moeiteloos zijn!

Hans: Ik heb geen idee waar je het over hebt.

Niko: Ik heb geen idee waar jij het over hebt.

Hans: Dat is precies waar ik het over heb.

Niko: Wat is precies waar jij het over hebt?

Hans: Geen idee hebben waar ik het over heb.

Niko: Tja.

Drie maanden later...

Beste Hans,

Zou je het besef dat we 'zelfs niet weten van niet-weten' (jouw woorden, ergens in de Agnosereeks), toch niet een bevrijdend inzicht kunnen noemen? Een flits in de duisternis? Verlichting?

Beste Niko,

Het besef dat we zelfs niet weten van niet-weten, is een besef, geen niet-weten. Het heet pyrronisme, een niet-lege leer die al bij de oude Grieken in zwang was. Pyrrho van Elis staat erom bekend.

Helaas, bewijzen dat we zelfs niet weten van niet-weten kunnen we niet, want bewijzen is weten. Pyrronisme is een dogma.

Niko: Maakt het wat uit?

Hans: Mij niet. Je mag het ook gerust een bevrijdend inzicht, verlichting of niet-weten noemen. Maar het is niet waar ik het over heb.

Niko: Het zijn nota bene je eigen woorden.

Hans: Om iets te weerleggen moet je eerst iets zeggen. Ik heb de zin die je aanhaalt vele malen op vele manieren gezegd en weerlegd.

Niko: Waarom zou je iets zeggen als je het toch gaat weerleggen?

Hans: Standbeelden richt ik op om ze neer te halen, niet om ze te aanbidden of er een kerk omheen te bouwen.

Niko: Heb jij iets tegen kerken?

Hans: Ieder zijn heiligdom. Als ik maar niet mee naar binnen hoef.

Niko: Waarom wil je niet mee naar binnen?

Hans: Omdat ik liever buiten speel.

Niko: Is niet-weten soms geen standbeeld voor jou?

Hans: Niet-weten is een wolk.

Niko: Misschien heeft jouw niet-weten wel niks met verlichting te maken, dacht ik vannacht opeens.

Hans: Een bevrijdend inzicht. Slaap zacht.

172. Als de weg gevlogen is

Meester Dodo zingt een liedje van een cent.

Leerling: Hoeveel vragen telt de Weg?

Meester: Wel tienduizend.

Leerling: Hoeveel antwoorden telt de Weg?

Meester: Maar een.

Leerling: Hoe luidt het Ene Antwoord?

Meester: Piep.

Leerling: Hoe weet u dat?

Meester: Van een dodo.

Leerling: Haha.

Meester: Zo kun je het ook zeggen.

Leerling: Waarvoor staat die piep symbool, als ik het vragen mag?

Meester: Voor het hoogste lied.

Dodo met pij.

^ Meester Dodo.

173. Verlichting is ertussenuit piepen

De Grote Weg is niet moeilijk voor nestvlieders.

Leerling: Wie ben ik?

Meester: Piep.

Leerling: Wat ben ik?

Meester: Piep.

Leerling: Ben ik?

Meester: Piep.

Leerling: Wat bent u?

Meester: Piep.

Leerling: Wat is God?

Meester: Piep.

Leerling: Wat is denken?

Meester: Piep.

Leerling: Wat is liefde?

Meester: Piep.

Leerling: Wat is geluk?

Meester: Piep.

Leerling: Wat is vrijheid?

Meester: Piep.

Leerling: Wat is waarheid?

Meester: Piep.

Leerling: Wat kan ik weten?

Meester: Piep.

Leerling: Wat is wijsheid?

Meester: Piep.

Leerling: Wat is de mens?

Meester: Piep.

Leerling: Wat is mijn lichaam?

Meester: Piep.

Leerling: Wat is een gedachte?

Meester: Piep.

Leerling: Wat is een boom?

Meester: Piep.

Leerling: Wat is het leven?

Meester: Piep.

Leerling: Wat is goed?

Meester: Piep.

Leerling: Wat is zien?

Meester: Piep.

Leerling: Wat is zijn?

Meester: Piep.

Leerling: Wat is echt?

Meester: Piep.

Leerling: Wat is lijden?

Meester: Piep.

Leerling: Waarom vergaat alles?

Meester: Piep.

Leerling: Hoe moet ik sterven?

Meester: Piep.

Leerling: Wat is de dood?

Meester: Piep.

Leerling: Is er leven na de dood?

Meester: Piep.

Leerling: Hoe moet ik leven?

Meester: Piep.

Leerling: Waar kan ik rust vinden?

Meester: Piep.

Leerling: Waar komen we vandaan?

Meester: Piep.

Leerling: Waar gaan we heen?

Meester: Piep.

Leerling: Wat is de zin van het leven?

Meester: Piep.

Leerling: Zijn er echt geen antwoorden?

Meester: Piep.

Leerling: Moeten we dan maar zwijgen?

Meester: Piep.

Leerling: Piep.

Meester: Begin jij nu ook al?

174. Verlichting is geen reddingsboei

Drie redenen om je niet te laten redden.

Meester Minder zegt:

Verlichting is een reddingsboei. Je denkt dat hij je helpt maar hij verlengt je lijden.

Meester Minder zegt ook:

Verlichting is een reddingsboei. Zolang je eraan vasthoudt zul je niet leren zwemmen.

Hij zegt ook:

Verlichting is een reddingsboei. Totdat je hem loslaat zul je de diepte niet kennen.

Reddingsboei met daarin een grote gloeilamp drijvend op het water.

^ Verlichting is geen reddingsboei.

175. Verlichting is geen nee en geen ja

De groeten van Meester Tussen.

Leerling: Wat is verlichting?

Meester: Geen nee en geen ja.

Leerling: Wat is het dan wel?

Meester: Tja.

Leerling: Als ik vraag of u verlicht bent, wat zegt u dan?

Meester: Geen nee en geen ja.

Leerling: En dan moet ik zeker weer vragen wat wel.

Meester: En dan zeg ik weer tja.

Leerling: Voorspelbaar.

Meester: Jij of ik?

Leerling: Help me nu eens een beetje.

Meester: Nog een keertje dan.

Leerling: Als ik vraag of u verlicht bent, wat zegt u dan?

Meester: Wie?

Leerling: Tja.

Meester: Niet slecht.

Leerling: Ik dacht dat u me ging helpen.

Meester: Nog een keertje dan.

Leerling: Als ik vraag of u verlicht bent, wat zegt u dan?

Meester: Wat?

Leerling: Afijn.

Meester: Zo kun je het ook zeggen.

176. Realisatie is je realiseren dat er niets te realiseren valt

Grote denkbeelden, kleine geesten.

'Heb jij het Ware Zelf gerealiseerd, Hans?'

'Het wat?'

'Grote Ik.'

'Wie is dat nu weer.'

'Grote Ik is degene die het verhaal van kleine ik doorziet.'

'Wie is dat nu weer.'

'Kleine ik is de illusie van de persoon, de doener, het ego.'

'En grote ik is degene die kleine ik doorziet?'

'Grote Ik is je Ware Zelf, de kenner van kleine ik en van alle andere denkbeelden.'

'Misschien is Grote Ik ook wel een denkbeeld.'

'Ik denk het niet.'

'Waarom niet.'

'Dan zou het kennen onverklaard blijven.'

'Misschien is het kennen ook wel een denkbeeld.'

'Maar wat is dan realisatie?'

'Dat je je dat eindelijk realiseert?'

'Maar wat heb je dan gerealiseerd?'

'Ik denk het volgende denkbeeld.'

177. Het hoogste niveau van realisatie is derealisatie

Een eindeloze egotrap.

Meester Minder zegt:

Realisatie voor beginners: zien dat kleine ik verschijnt in grote ik.

Realisatie voor gevorderden: zien dat grote ik verschijnt in grootste ik.

Realisatie voor vergevorderden: zien dat grootste ik verschijnt in allergrootste ik.

Derealisatie: zien dat er geen einde is aan deze reeks, sufferd.

Reeks van vijf profielen van een geknakte sukkel tot een trotse pauw.

^ Kleinste ik, kleine ik, middelste ik, grote ik, grootste ik...

178. Het hoogste niveau van verlichting is vrij van verlichting

Vijf treden naar beneden.

Meester Minder zegt:

Verlichting voor beginners: het dualistische denken doorzien.

Verlichting voor mingevorderden: het dualistische en het monistische denken doorzien.

Verlichting voor gevorderden: het dualistische, het monistische en het non-dualistische denken doorzien.

Verlichting voor vergevorderden: het dualistische, het monistische, het non-dualistische en het nihilistische denken doorzien.

Verlichting voor zeervergevorderden: het dualistische, het monistische, het non-dualistische, het nihilistische en het pluralistische denken doorzien.

Denken zonder isme, mag dat verlichting heten?

Ik zou het echt niet weten.

179. Het hoogste niveau van zen is vrij van zen

Vijf afgeleide gezichten op je oorspronkelijke masker.

Meester Minder zegt:

Zen voor beginners: vorm doorzien.

Zen voor halfgevorderden: leegte doorzien.

Zen voor gevorderden: vorm is leegte doorzien.

Zen voor vergevorderden: leegte is vorm doorzien.

Zen voor zeervergevorderden: zen doorzien.

Zen zonder zen, mag dat verlichting heten?

Ik zou het maar vergeten.

180. Verlichting is geen metenschap

Tip voor nietwetenschappers.

Meester Minder zegt:

Je voortgang op het spirituele pad meten, mag dat spiritualiteit heten?

181. Verlichting is geen show

De Nacht als Hoogste Werkelijkheid.

Tijdens de Nacht van de Verlichting draagt Meester Minder een gedicht voor in de categorie 'De Hoogste Werkelijkheid'.

Hij neemt plaats op het spreekgestoelte, stelt de microfoon af, schraapt zijn keel, recht zijn rug en haalt zijn schouders op.

Met een knikje bedankt hij het publiek en verlaat het spreekgestoelte.

Later die nacht draagt de meester nog een gedicht voor, ditmaal in de categorie 'Wat is verlichting nu echt?'

Hij zegt: De Nacht.

Met een knikje bedankt hij het publiek en verlaat het spreekgestoelte.

De volgende ochtend maakt de meester zijn opwachting in de Ontbijtshow. Na de plichtplegingen vraagt de gastvrouw hem of hij niet beter helemaal had kunnen zwijgen.

Meester: Waarover?

Gastvrouw: De Hoogste Werkelijkheid.

Meester: De wat?

Gastvrouw: Wel een beetje meewerken, hè.

Meester: Ik heb toch niks gezegd?

Gastvrouw: U hebt uw schouders toch opgehaald?

Meester: En?

Gastvrouw: Dat had u ook kunnen laten.

Meester: Mij te veelzeggend.

Gastvrouw: Wilt u op deze wijze de mind aan de kaak stellen?

De meester haalt zijn schouders op.

Na de reclame vraagt de gastvrouw hem of De Nacht eindig of oneindig is.

Meester: Welke nacht?

Gastvrouw: Komt er ooit een eind aan?

Meester: Komt er ooit een eind aan de Ontbijtshow?

De gastvrouw haalt haar schouders op.

Nou dan, zegt de meester.

182. Verlichting is de kous op je kop

Een kosmische mop.

Meester: Wat is verlichting?

Leerling: Het failliet van het verstand.

Meester: Ik had het zelf kunnen zeggen.

Leerling: Dank u.

Meester: Weg ermee.

Leerling: Waarom?

Meester: Anders blijf je daar weer mee zitten.

Leerling: Waar weer mee zitten?

Meester: Waarmee dan ook.

Leerling: Met je failliet?

Meester: Waarmee dan ook.

Leerling: Met je verstand?

Meester: Waarmee dan ook.

Leerling: Met je verlichting?

Meester: Waarmee dan ook.

Leerling: Is dat dan verlichting?

Meester: Is wat dan verlichting?

Leerling: Nergens meer mee zitten?

Meester: Ik sta er niet voor in.

Leerling: Nergens meer voor staan?

Meester: Daar ga ik niet in mee.

Leerling: Nergens meer voor gaan?

Meester: Alles naar de maan.

Leerling: Ik snap het al.

Meester: Hij snapt het weer.

Leerling: Verlichting is vrij zijn van verlichting.

Meester: Sofisterij.

Leerling: Moet u zeggen.

Meester: Weg ermee.

Leerling: Is dat dan verlichting?

Meester: Is wat dan verlichting?

Leerling: Weg ermee zeggen?

Meester: Zakdoekje leggen.

Leerling: Nu weet ik nog niets.

Meester: Dan noem je dat toch verlichting.

Leerling: Verlichting is niet-weten?

Meester: Ik zou het ook niet weten.

Leerling: Op die manier hou je niets over.

Meester: Nou, manier.

Leerling: Je kunt het kwalijk een weg noemen.

Meester: Laat staan een doel.

Leerling: Doelt u op het niets?

Meester: Een bel is nog geen fiets.

Leerling: Een bel is toch een klok?

Meester: Een lepel zonder kok.

Leerling: Ik geef het op.

Meester: Kous op je kop.

Leerling: Wat een mop.

Meester: Dat is verlichting.

183. Verlichting voor halve garen

Koken met Meester Minder.

Leerling: Wat is verlichting?

Meester: Geen idee.

Leerling: U laat me in mijn eigen sop gaarkoken.

Meester: Gaar is gaar.

Leerling: Halve gare.

Meester: Raar maar waar.

Leerling: Wat kunt u me aanraden?

Meester: Raden maar.

Leerling: Is verlichting maar zien?

Meester: Je ziet maar.

Leerling: Is verlichting maar wat doen?

Meester: Je doet maar.

Leerling: Is verlichting maar wat zeggen?

Meester: Je zegt het maar.

Leerling: Is verlichting...

Meester: Bekijk het maar.

184. Verlichting is geen stilte

Ze laat zich niet verstoren.

Meester Minder zegt:

Verlichting is geen idee

Geen idee is niet weten

Niet weten wat verlichting is

Wat als dat verlichting is?

Dan wordt het stil

Heel eventjes heel stil

Tot iemand op het idee komt

'VERLICHTING IS STILTE!'

En zo de stilte verstoort

Woord voor woord

Onderscheid gaat maken tussen

Tweeëntwintig soorten stilte

Universele stilte en individuele stilte

Sprekende stilte en zwijgende stilte

Diepe stilte en oppervlakkige stilte

Geestelijke stilte en wereldse stilte

Innerlijke stilte en uiterlijke stilte

Heilzame stilte en heilloze stilte

Levende stilte en doodse stilte

Hemelse stilte en aardse stilte

Juiste stilte en onjuiste stilte

Hogere stilte en lagere stilte

Edele stilte en onedele stilte

Er een tweeëntwintigvoudig pad van maakt

Een leer vol ideeën en idealen

Beloften en geloften

Geboden en gebeden

Daar tweeëntwintig boeken mee vult

De hoofden van verdoofde lezers

De gaten in zijn apologeten

Kon do fu ki ya ki ba

Zeg me dat maar na na na

Hi hi ho ho ha ha ha

Malende gebitsmolens

Gedragen gedachten

Afgedragen gedachtegoed

Een oude pij, een nieuwe naam

Ik ben anders, zie je mij

Ik ben anders, zie je mij zitten

Ik ben anders, zie je mij lopen

Zitten lopen zitten lopen zitten

Wachten wachten wachten wachten wachten

Turend door de koker van je smart

Smachtend naar de oerknal in je hart

Boem! Sst! Boem! Sst! Boem!

Dat is geen stilte hoor

Dat is een idee van stilte

Stilte is geen idee

Geen idee is niet weten

Niet weten wat verlichting is

Wat als dat verlichting is?

185. Verlichting is geen koe

Laat staan een heilige.

Meester Minder zegt:

Verlichting is geen koe.

Ze laat zich door niemand melken.

Koe met lichtgevende uier.

^ Verlichting is geen koe, ze laat zich door niemand melken.

186. Denk jij soms dat je verlicht bent, Hans?

Over de boom van de kennis en de cipres in de tuin.

Beste Hans,

Denk jij soms dat je verlicht bent?

Beste Ron,

Nee hoor, ik denk niet dat ik verlicht ben. Ik denk ook niet dat ik onverlicht ben. Denk jij dat ik verlicht of onverlicht ben? Denk je dat je zelf verlicht of onverlicht bent?

Ron: Wat is verlichting volgens jou?

Hans: Volgens mij is verlichting zo'n woord dat mensen zoals jij ertoe verleidt zich dag en nacht bezig te houden met de vraag of het nu wel of niet van toepassing is op henzelf en op anderen. Schat ik dat goed in?

Ron: Wie dat doet is niet verlicht, wou je zeggen.

Hans: En wie dát zegt?

Ron: Verlichting is niet jouw woord?

Hans: Woorden zijn niet mijn ding, maar ik mag er graag mee spelen. Zijn woorden jouw ding? Zijn woorden voor jou dingen? Zijn dingen jouw houvast? Waar speel jij graag mee?

Ron: Is niet-weten verlichting?

Hans: Weet jij het?

Ron: Jij laat je niets in de mond leggen.

Hans: Dit ook niet. Jij?

Ron: Hoe ben je tot niet-weten gekomen?

Hans: Al sla je me dood. Van een navolgbaar pad was geen sprake, of ik zie het nog niet. Eerder van een brownse beweging. Een oneindige serie onbedoelde botsingen, boem, au, boem, au, boem, die me steeds uit koers brachten. Tot ik voorgoed de weg kwijt was.

Ron: Niet-weten is tot jou gekomen.

Hans: Dat is een personificatie, of zelfs een dubbele. Geloof jij dat niet-weten een wezen is?

Ron: Ben jij jaloers op jezelf?

Hans: Dat niet, maar ik hoef nooit meer terug naar mijn oude ik – de ziel die probeerde te geloven wat hij dacht en eronder leed. Zou jij met mij willen ruilen?

Ron: Zie jij jezelf als verlosser?

Hans: Ik denk niet dat mensen gevangen zitten en ik denk niet dat ze door mij bevrijd moeten of kunnen worden, of ik door hen. Ik denk ook niet van niet.

Denk jij mij ergens van te moeten verlossen? Is het jouw roeping om mensen te ontmaskeren?

Ron: Zie jij jezelf als een hoeder van de Waarheid?

Hans: Welke Waarheid?

Ron: De Waarheid van niet-weten natuurlijk.

Hans: Niet-weten is geen Waarheid. Als er een Waarheid is weet ik het niet. Jij?

Ron: Zie jij jezelf als een missionaris van niet-weten?

Hans: Een lege missie heeft geen missionaris nodig, een lege missionaris geen missie. Wat is jouw missie?

Ron: Kijk jij neer op de wetende medemens?

Hans: Ik sla mezelf niet hoger aan dan anderen of omgekeerd, wat ze ook weten of menen te weten of menen niet te weten of niet weten. Jij?

Ron: Als jij je dwaalteksten niet gebruikt om jezelf verlicht te verklaren en ook niet om anderen te verlossen of de waarheid te verspreiden, waar zijn ze dan goed voor?

Hans: Zijn ze dan ergens goed voor?

Ron: Bedoel je dat ze nergens goed voor zijn?

Hans: Ik wil getuigen, niet overtuigen. Waar dat goed voor is bepalen mensen die weten wat goed is. Ben jij zo iemand?

Ron: Ik probeer erachter te komen wat jou drijft.

Hans: Ik schrijf wat ik graag bij anderen had gelezen toen ik net uit de boom van de kennis was gevallen. Waarom lees jij mij?

Ron: Ken jij de Poortloze Poort?

Hans: Nooit van gehoord.

Ron: 'Waarom kwam Bodhidharma naar China?' 'De cipres in de tuin.'

Hans: Bodhidharma is dood en bomen hebben nergens een boodschap aan. Waarom kom jij naar mij?

Ron: Zou je toen je net uit de boom van de kennis was gevallen graag je eigen dwaalteksten hebben gelezen?

Hans: Ik zou ze graag hebben geschreven.

Ron: Is er verder nog iets wat je wil zeggen?

Hans: Jawel. Waarom negeer je al mijn vragen?

187. Zijn baby's verlicht of zijn verlichten baby's?

De waarheid over je oorspronkelijke gezicht.

'Wat is verlichting, Hans?'

'Wedden dat jij me dat nu gaat vertellen?'

'Terugkeren naar je oorspronkelijke staat.'

'Bedoel je dat je al eerder verlicht bent geweest?'

'Inderdaad.'

'Wanneer dan?'

'Als baby.'

'Was jij dan een verlichte baby?'

'Niet ik in het bijzonder; alle baby's zijn verlicht.'

'Wat moet ik me daarbij voorstellen?'

'Prereflexief denken. Geen onderscheid maken. Niet oordelen. Eén zijn met de wereld.'

'Maakt een baby geen onderscheid of weet hij geen onderscheid te maken?'

'Nou...'

'Oordeelt hij niet of weet hij niet te oordelen?'

'Voor zover ik weet...'

'Is hij één met de wereld of weet hij het verschil niet tussen hemzelf, zijn moeder en de dingen om hem heen?'

'Hij weet het niet, denk ik.'

'Herinner je je dat of gis je maar wat?'

'Herinneren is een groot woord...'

'Verlichting is ook een groot woord.'

'Misschien wel, ja.'

'Te groot, als je daarmee alleen maar bedoelt: toen wist ik geen onderscheid te maken en nu weer niet; toen wist ik niet te oordelen en nu weer niet; toen wist ik het verschil tussen mezelf en de wereld niet en nu weer niet.'

'Hoe moet ik het dan noemen?'

'Wat dacht je van niet-weten?'

Schreeuwende baby met een gele halo.

^ Je oorspronkelijke gezicht.

188. Hoe je het Zelf realiseert

Alle dagen zondag.

'Ik heb het Zelf gerealiseerd, Hans.'

'Wat heb je gedaan?'

'Ik heb mijn ware Zelf gevonden.'

'Waar lag het?'

'Overal, dat is nu net de grap.'

'Ik kom niet meer bij.'

'Idioot hè.'

'Wat moet ik me voorstellen bij het ware Zelf?'

'Alles.'

'Daarom duurde het natuurlijk zo lang om het te realiseren.'

'Wat?'

'Zelfs God had er zes dagen voor nodig.'

'Je begrijpt het niet, Hans.'

'Leg het me dan maar uit.'

'Ik heb mezelf en de wereld minutieus onderzocht en uiteindelijk moeten vaststellen dat er geen verschil is.'

'Je kon de grens tussen binnenwereld en buitenwereld niet vinden?'

'Precies.'

'Als je jezelf zoekt vind je alleen maar wereld, als je de wereld zoekt vind je alleen jezelf?'

'Dat bedoel ik.'

'Je hebt geen idee waar jij precies ophoudt en de wereld begint?'

'Zo is het.'

'Eigenlijk weet je niet eens meer of er wel sprake is van een jij en een wereld, van een subject en een object?'

'Zo te horen heb je het helemaal in het snotje.'

'Dus als je zegt dat je het ware Zelf hebt gerealiseerd bedoel je alleen maar dat je het allemaal niet meer uit elkaar kunt houden?'

'Daar komt het wel op neer.'

'Zeg dat dan meteen.'

189. Verlichting is geen project

Braak liggen kun je overal.

‘Hoe noem je iemand die de ingrond heeft gerealiseerd?’

‘De ongrond?’

‘De ingrond, Hans. De grond van alles. Het Absolute. De Leegte. De Boeddhanatuur. Het Onveranderlijke. Bewustzijn. De Kenner. Dát.’

‘O, dat.’

‘Nou?’

‘Een fundamentalist, zou ik zeggen.’

‘Pardon?’

‘Wie wat realiseert die heeft wat.’

‘En jij dan?’

‘Nee, dan ik.’

‘Hoe noem je iemand die de ongrond heeft gerealiseerd?’

‘De ingrond?’

‘De ongrond. Ben je doof of zo?’

‘Een fundamentalist, zou ik zeggen.’

‘Hè?’

‘Wie wat realiseert die heeft wat.’

‘Wat maakt dat jou?’

‘Ik zou het ook niet weten.’

‘Maar jij hebt toch de ongrond gerealiseerd?’

‘Wat ben ik, een fundamentalist?’

‘Jij bent toch van niet-weten?’

‘Wat ben ik, een fundamentalist?’

‘Heb je soms iets tegen fundamentalisme?’

‘Wat ben ik, een fundamentalist?’

‘Dus jij hebt niets gerealiseerd?’

‘Wat ben ik, een projectontwikkelaar?’

Kerk op boeken.

^ Wie wat realiseert die heeft wat.

190. Verlichting is BASIC

Ontsnappen aan de denklus.

BASIC is een eenvoudige programmeertaal waarmee ik begin jaren tachtig leerde werken.

Ook als je de taal niet kent, laat de code zich makkelijk lezen:

10 PRINT 'Verlichting is het denken'
20 PRINT 'doorzien door het denken'
30 GOTO 20

RUN

Verlichting is het denken
doorzien door het denken
doorzien door het denken
doorzien door het denken
doorzien door het denken

ESC

Zo zonder leestekens wordt het samengestelde en geneste karakter van deze eeuwig uitdijende zin niet duidelijk, en zie je de strekking makkelijk over het hoofd. Laten we ons programmaatje daarom iets uitbreiden:

10 PRINT 'Verlichting is'
20 PRINT 'het denken'
30 VERLICHTING = 'het denken doorzien door het denken'
40 PRINT 'en'
50 PRINT VERLICHTING
60 VERLICHTING = ASCII(66) + VERLICHTING + ASCII(66) + 'doorzien door het denken'
70 GOTO 40

RUN

Verlichting is
het denken
en
het denken doorzien door het denken
en
'het denken doorzien door het denken' doorzien door het denken
en
''het denken doorzien door het denken' doorzien door het denken' doorzien door het denken
en

ESC

De tekst tussen RUN en ESC is een uitputtende omschrijving van verlichting.

Een puntiger omschrijving van verlichting is RUN. Weghollen. Maar waarheen? Of waarvandaan?

ESC is voor luie mensen, die drukken gewoon op de escapetoets, de noodknop op je toetsenbord waarmee je op ieder moment uit de digitale mallemolen kunt stappen zodat je op ieder moment uit de digitale mallemolen kunt stappen zodat je op ieder moment uit de digitale mallemolen ESC.

Of zoals de Chinese zenmeester Shisuang het zei in de Poortloze Poort:

Wie de top van een honderd voet hoge paal heeft bereikt moet nog één stap zetten.

En wie de top van een honderd voet hoge paal heeft bereikt en nog één stap heeft gezet? Die moet nog een stap zetten.

En wie de top van een honderd voet hoge paal heeft bereikt en nog een stap heeft gezet en nog een?

ESC

Naakt figuurtje dat zich vastklampt aan de top van een blindenstok die tot in de wolken reikt.

^ Wie de top van de paal heeft bereikt moet nog één stap zetten.

191. Verlichting is een hersencrash

Speelplaats en bewaarschool voor de geest.

Lang geleden, nog vóór de uitvinding van internet, toen beeldschermen van glas waren, toetsenborden van bakeliet, muizen van vlees en geheugens van graniet, heb ik behalve Basic ook A Programming Language geleerd, het elegante APL waarvan de programma's wiskundige functies zijn:

VERLICHTING_IS
x(0) = 'het denken doorzien door het denken'
f(x(n+1)) = ASCII(66) + f(x(n)) + ASCII(66) + 'doorzien door het denken'

Best gek, een functie die zichzelf aanroept. Dat heet recursie en daarmee kun je wonderlijke dingen doen.

De simpele recursieve functie VERLICHTING_IS doet ongeveer hetzelfde als het BASIC-programmaatje uit de vorige paragraaf. Ziehier de tussenwaarden van x voor n = 1, 2, 3 en 4:

x(1) = het denken doorzien door het denken

x(2) = 'het denken doorzien door het denken' doorzien door het denken

x(3) = ''het denken doorzien door het denken' doorzien door het denken' doorzien door het denken

x(4) = '''het denken doorzien door het denken' doorzien door het denken' doorzien door het denken' doorzien door het denken

En de eindwaarde van x?

Tja.

Je kunt ook zeggen: de eindwaarde van x is x zelf, de of het grote onbekende, want de waarde blijft maar veranderen.

Wiskundig uitgedrukt: f(x) = x, het is wat het is, ik(s) ben die ik(s) ben, constant variabel.

In de praktijk loopt zo'n recursieve functie als VERLICHTING_IS uit op een foutmelding: BAD SYNTAX, OUT OF MEMORY en uiteindelijk ACCOUNT DISABLED.

Of hij loopt uit op een computercrash. Een hersencrash. Een hersencrèche – speelplaats en bewaarschool voor de geest.

Kijk eens aan.

Nog meer metaforen voor verlichting.

En die dan weer doorzien.

192. Ken jij iemand die verlicht is?

Hoe weet je dat?

Leerling: Wat is verlichting?

Meester: Niet weten wat verlichting is.

Leerling: Zeker weten?

Meester: Natuurlijk niet.

Leerling: Waarom niet?

Meester: Omdat ik niet weet wat verlichting is.

Leerling: O nee.

Meester: Wat nu?

Leerling: Kent u iemand die verlicht is?

Meester: Hoezo?

Leerling: Dan kunnen we het daar gaan vragen.

Meester: Ik ken sowieso niemand.

Leerling: Echt niet?

Meester: Niet echt.

Leerling: Behalve uzelf natuurlijk.

Meester: Ken ik niet.

Leerling: Zeker weten?

Meester: Natuurlijk niet.

Leerling: Dit kan toch geen verlichting zijn.

Meester: Spreek je uit ervaring?

Leerling: Ik denk het niet.

Meester: Dat weet je ook al niet?

Leerling: Ik ben bang van niet.

Meester: Ken jij iemand die zonder twijfel verlicht is?

Leerling: U toch?

Meester: Dan weet je meer dan ik.

Leerling: Goeroe Puntje-puntje-puntje dan maar.

Meester: Ken je hem persoonlijk?

Leerling: Ik heb tien jaar aan zijn voeten gezeten.

Meester: Waren het bijzondere voeten?

Leerling: Het waren heel gewone voeten.

Meester: Gaven ze licht?

Leerling: Alleen als er licht op viel.

Meester: Hoe weet je dan dat Goeroe Puntje-puntje-puntje verlicht is?

Leerling: Dat zegt hij.

Meester: Wanneer?

Leerling: Tijdens bijeenkomsten.

Meester: Misschien zegt hij maar wat.

Leerling: In zijn boeken.

Meester: Misschien heb je de tekst verkeerd begrepen.

Leerling: Anderen zeggen het ook.

Meester: Wat zeggen anderen ook?

Leerling: Dat Goeroe Puntje-puntje-puntje verlicht is.

Meester: Wanneer?

Leerling: Op die bijeenkomsten. In die boeken. Tegen mij persoonlijk.

Meester: Misschien praten ze Goeroe Puntje-puntje-puntje wel na.

Leerling: Zou kunnen.

Meester: Misschien ken je dus wel niemand die verlicht is.

Leerling: De Boeddha.

Meester: Die is van voor jouw tijd.

Leerling: In dit leven wel.

Meester: Wat weet je van je vorige levens?

Leerling: Op dit moment niets.

Meester: Dan is de Boeddha op dit moment van voor jouw tijd.

Leerling: Toegegeven.

Meester: Al was je een wedergeboorte van de Boeddha zelf.

Leerling: Ja ja.

Meester: Als hij al verlicht was.

Leerling: Tja.

Meester: Als er al zoiets is als verlichting.

Leerling: U wrijft het er wel in.

Meester: Je hebt dus geen idee wat verlichting inhoudt?

Leerling: Of ik moest nu al verlicht zijn.

Meester: Maar dat wist je toch niet?

Leerling: Tenzij dat verlichting is.

Meester: Is dat verlichting?

Leerling: Dat weet ik dus niet.

Meester: Mocht het inderdaad verlichting zijn, weet je dan wel wat het inhoudt?

Leerling: Dan heb ik nog steeds geen idee.

Meester: Wat maakt het dan uit?

Leerling: Ik zou het ook niet weten.

Meester: Dan weet je evenveel als ik.

193. VERLICHTING VOOR LUIE MENSEN!

– Advertentie –

Ontwaken terwijl u slaapt?

Het kan echt!

Boek nu!

Vrouw op een behandeltafel die elektroshocks toegediend krijgt.

^ Verlichting voor luie mensen.

('Verlichting voor luie mensen' is de titel van een boek van Paul Smit.)

194. SPOEDCURSUS VERLICHTING!

– Advertentie –

Navigeren naar hogere sferen?

Het kan echt!

Boek nu!

Uw host staat u al op te wachten!

Loosen your seatbelts!

Tijn Touber (van de spoedcursus verlichting) als stewardess in een vliegtuig.

^ Spoedcursus verlichting.

('Spoedcursus verlichting' is de titel van een boek van Tijn Touber.)

195. VERLICHT IN 1 SECONDE!

– Advertentie –

Verlicht in 1 seconde?

Het kan echt!

Ook zonder leraren!

Ook zonder boeken!

Het enige wat je nodig hebt is luminade™!

Heerlijke, heldere luminade™!

Bestel nu!

Luminade™ wordt gemaakt volgens een geheim recept, overgeleverd van glas op glas buiten de geschriften om.

Luminade™ is een trademark van zenmeester Lichtend Gat van zendo Het Lichtend Gat.

Trademark is een ander woord voor Transcendente Meditatie™.

Iemand die een glas lichtgevende limonade drinkt.

^ Verlicht in 1 seconde dankzij luminade™.

('Verlicht in 1 seconde' is de titel van een boek van Mabel van den Dungen.)

196. Dromen van instantverlichting

Ontwaken in de volgende gevangenis.

De nieuwe graal

Verlichting is hot. Sinds Jezus van zijn kruis is gevallen wil iedereen een licht zijn voor zichzelf. We zijn al verlicht maar we weten het nog niet, vertellen we onszelf, laten we ons wijsmaken door goedbetaalde voorgangers – het geld kruipt waar het niet gaan kan.

Verlichting is de nieuwe graal. Of je nu naar een satsang of naar een zendo gaat, het doel is ontwaken. Hoe sneller hoe beter en niet te moeilijk alsjeblieft. 'Verlicht in 1 seconde' (Mabel van den Dungen). 'Spoedcursus verlichting' (Tijn Touber). 'Verlichting voor luie mensen' (Paul Smit).

Hoe dat dan moet? In zen, in dzogchen, in advaita – overal waar instantverlichting wordt aangeboden, gaat het om een 'bevrijdend inzicht'. Meestal is dat een variatie op het idee dat de tienduizend verschijnselen, waaronder jij en ik, illusies zijn in de enige echte Werkelijkheid.

Die enige echte Werkelijkheid luistert naar klinkende namen als het Zelf, de Bron, de Boeddhanatuur, het Absolute, het Al, het Bewustzijn, God, de Liefde of gewoon Dat.

Jij bent Dat en Dat is Alles en dat is alles.

Effe beseffe en klaar is Klaar:

Het leven is een fopsigaar.

Buigen en betalen maar.

Verlichting is nu handelswaar.

Van de ene put in de andere

Het valt niet te ontkennen: een inzicht is zo omarmd, van de ene seconde op de andere. Ik heb al heel wat ingezien in mijn leven, wie niet?

Inzichten boeien, ze nemen je in een houdgreep en zie dan nog maar eens los te komen. Daar gaan vaak jaren van twijfelen, opnieuw omarmen, heroverwegen, verkondigen en weer twijfelen overheen. Jaren van deprogrammeren en reconditioneren. Jaren van deconstructie en reconstructie.

Dat bevrijding van een bevrijdend inzicht net zoveel tijd en moeite kost als een paradigmawisseling, komt doordat het een paradigmawisseling ís. Een copernicaanse revolutie.

Het enige verschil met een gewone paradigmawisseling is dat je niet in je eentje de hele wereld hoeft te veranderen. Je hoeft geen breed gedragen omwenteling te ontketenen. Je zult niet in de boeien worden geslagen of op de brandstapel belanden wegens nieuwlichterij. Je hoeft alleen jezelf maar in beweging te krijgen. De enige die door de poortloze poort moet gaan, ben jij.

Maar zodra je zwicht voor de verleiding een bevrijdend inzicht als breekijzer te gebruiken, is al het werk voor niets geweest. Dan val je in de volgende put, gans, met niets op je bord dan droge kletskoek uit vervlogen tijden.

Niet de wereld vergaat, maar je wereldbeeld

Niet-weten is geen bevrijdend inzicht maar vrij uitzicht. Dat bedenk je niet tot je het ziet.

Ik heb er een halve eeuw over gedaan om alle inzichten uit de weg te ruimen en ik denk niet dat ik sneller had gekund.

Sneller waarop? Ik had niet eens een weg.

Sneller waarin? Ik had niet eens een voertuig.

Sneller waarheen? Ik had niet eens een bestemming.

Geen rivier heeft de zee tot doel, geen verstand agnose.

Naar niet-weten snellen? Ik kan me er niets bij voorstellen.

Niet-weten in één seconde? In geen duizend jaar.

Spoedcursus niet-weten? Vergeet het maar.

Niet-weten voor luie mensen? Haha.

Of je moet al op het randje balanceren zonder het te weten. Als er nog maar één boeiend inzicht tussen jou en een radicaal niet-weten in staat. Een laatste strohalm.

Dan kan het schijnbaar ineens gebeuren. In de 'laatste' seconde van die 'duizend' jaar. Alsof de aarde openscheurt. Alsof de wereld vergaat. Help!

Geen nood, het is je gedachtewereld maar. Alleen je wereldbééld vergaat.

Kijk dan: je staat!

Gewoon op de grond.

Eindelijk.

197. De duivel weet wat verlichting is

Op hoop van zegen.

Leerling: Ik hoop dat niet-weten mij verlichting brengt.

Meester: De duivel schijt altijd op de grootste hoop.

Leerling: Bedoelt u dat alleen wanhoop tot verlichting leidt?

Meester: De duivel schijt altijd op de grootste wanhoop.

Leerling: Bedoelt u dat we moeten hopen noch wanhopen?

Meester: De duivel heeft overal schijt aan.

Leerling: Dan weet ik het ook niet meer.

Meester: Dan weet ik het ook niet meer.

Leerling: Wat heeft de duivel er eigenlijk mee te maken?

Meester: Welke duivel?

Leerling: Ik hoop dat niet-weten mij verlichting brengt.

Duivel met lichtgevende hoorns.

^ De duivel weet wat verlichting is.

198. Verlichting is een vrouw

Je wou dat je haar wou.

Verlichting is een vrouw.

Je denkt dat je haar neemt
maar zij neemt jou.

Je denkt dat je haar hebt
maar zij heeft jou.

Je denkt dat je haar vult
maar zij leegt jou.

Verlichting is een vrouw.

Koekoeksteksten

In plaats van 'verlichting' mag je ook een eigen woord invullen: nirwana of advaita bijvoorbeeld. Zelf hou ik niet van mooie woorden, ze zitten vol verborgen betekenissen en pretenties. Ik vertrouw ze voor geen cent, verlichting ook niet. Dan liever:

Het leven is een vrouw.

Je denkt dat je haar neemt
maar zij neemt jou.

Je denkt dat je haar hebt
maar zij heeft jou.

Je denkt dat je haar vult
maar zij leegt jou.

Het leven is een vrouw.

En liefst:

Niet-weten is een vrouw.

Je denkt dat je haar neemt
maar zij neemt jou.

Je denkt dat je haar hebt
maar zij heeft jou.

Je denkt dat je haar vult
maar zij leegt jou.

Niet-weten is een vrouw.

Deze ondefinieerbare zachtheid tussen zegen en regen

De vrouw hierboven staat natuurlijk niet voor de vrouw in het algemeen maar voor de underdog, ongeacht haar geslacht, die je onderschat tot je aan haar voeten ligt.

Ik, die niet om beleving geef, verblijf nooit meer in hogere of lagere sferen dan de wolk van niet-weten, die genoeglijk tussen hemel en aarde zweeft, voortdurend van vorm verandert en met alle winden meewaait.

Deze ondefinieerbare zachtheid tussen zegen en regen sluit niets of niemand in of uit.

Zij is mijn tweede bruid, Lucienne mijn eerste, allerwegen.

199. Ontwaken is geen warm bad

Fris worden, fris blijven.

Leerling: Wat is ontwaken?

Meester: Wat denk jij?

Leerling: Een warm bad.

Meester: Welnee.

Leerling: Waarom niet?

Meester: Daar word je alleen maar slaperig van.

Leerling: Wat zou u zeggen?

Meester: Een koude douche.

Leerling: Brr.

Meester: Die niet uit kan.

200. Verlichting is een burn-out

In de as gelegd.

Leerling: Wat is verlichting?

Meester: Zeg jij het maar.

Leerling: In vuur en vlam staan.

Meester: Hm.

Leerling: Wat zou u zeggen?

Meester: Helemaal opgebrand zijn.

201. Hoe het is om verlicht te zijn

En hoe je er komt.

'Hoe is het om verlicht te zijn, Hans?'

'Vraag maar aan iemand die verlicht is.'

'Wat zou zo iemand zeggen?'

'Zou zo iemand wat zeggen?'

'Bestaat verlichting?'

'Geen idee.'

'Wat als verlichting niet bestaat?'

'Dan kun je eindelijk wat anders gaan doen.'

'Anders dan wat?'

'Anders dan verlichting najagen.'

'Zou jij ook weleens wat anders willen doen?'

'Ik doe al niet anders.'

'Wat was jouw weg?'

'Zoals ik het toen zag of zoals ik het nu zie?'

'Zoals je het nu ziet.'

'Een parkeerplaats.'

'Wat deed je daar?'

'Geparkeerd staan.'

'Jouw weg ging nergens heen?'

'Niet dat ik weet.'

'Hoe ben je dan hier gekomen?'

'Ik ben hier nooit weggekomen.'

'Wat ligt er nog vóór je?'

'Dat is van hieruit niet te zien.'

'Heb jij eigenlijk wel iets gezien?'

'Ik heb het eigenlijk wel gezien.'

'Hoe is het om verlicht te zijn, Hans?'

202. De schijn van verlichting

Wie de schijn past...

'Wat is verlichting?'

'Schijn werpen.'

'Wat voor schijn?'

'Een schijn van wijsheid.'

'Wat voor wijsheid?'

'Dat je weet wie je bent, wat je hier doet, wat de wereld is, hoe je moet leven en zo.'

'De verlichte is een schijn-werper?'

'Meestal wel.'

'En anders?'

'Is hij de schijn van wijsheid voorbij.'

'Wat is er voorbij de schijn van wijsheid?'

'De wijsheid voorbij alle wijsheid.'

'Waar is dan de wijsheid?'

'Die is dan voorbij.'

203. De wijsheid voorbij alle wijsheid

Verder ben ik nooit gekomen.

'Steeds als ik iets beweer, vraag je hoe ik dat weet.'

'Je kan wel zoveel zeggen.'

'Of je vraagt wat ik precies bedoel, wat ik dan niet blijk te weten.'

'Dat bedoel ik.'

'Of je wijst op onuitgesproken aannames.'

'Onbegonnen werk.'

'Of je vraagt om een rechtvaardiging van de rede waarvan ik me bedien.'

'Als je maar geen antwoord geeft.'

'Of van de autoriteit waarop ik me beroep.'

'God, bespaar me.'

'Of je begraaft me onder alternatieve ideeën en zienswijzen.'

'IJdele hoop.'

'Doe je dat om mij ontvankelijk te maken voor de wijsheid voorbij alle wijsheid?'

'Welnee.'

'Wat dan?'

'Het is al de wijsheid voorbij alle wijsheid.'

'Wat is er wijs aan de wijsheid voorbij alle wijsheid?'

'Dat het voorbij alle wijsheid is natuurlijk.'

'En verder?'

'Verder ben ik nooit gekomen.'

204. Drie lege definities van verlichting

Van zinnenwielen en wielzinnen.

Hierboven maakte je kennis met twee procedurele definities van verlichting: eentje in de programmeertaal BASIC en eentje in APL. Hieronder hetzelfde verhaal in draaitaal.

Wat is een wielzin?

Een wielzin is een zin die begint en eindigt met dezelfde woorden:

'Het denken doorzien door het denken.'

'Niet geloven in niet geloven.'

'Niet weten van niet weten.'

Buigen we zo'n zin terug op zichzelf en hakken we de staart eraf, dan ontstaat er een zinnenwiel.

Stuurwiel met daarop de woorden 'niet weten van'.

^ Zinnenwiel 'niet weten van'.

Wat is een zinnenwiel?

Een zinnenwiel is een taalautomaat die een oneindig aantal gelijkvormige zinnen voortbrengt.

Een slinger aan het zinnenwiel 'niet weten van' levert (na weglating van het overbodige voorzetsel aan het eind) de volgende wielzinnen op:

Niet weten.

Niet weten van niet weten.

Niet weten van 'niet weten van niet weten'.

Niet weten van 'niet weten van 'niet weten van niet weten''.

...

Verlichting als niet weten

Verlichting kun je definiëren als de conjunctie van wielzinnen voortgebracht door het zinnenwiel 'niet weten van':

Verlichting is

niet weten

en

niet weten van niet weten

en

niet weten van 'niet weten van niet weten'

en

niet weten van 'niet weten van 'niet weten van niet weten''

...

Verlichting als niet geloven

Je kunt verlichting ook definiëren als de conjunctie van wielzinnen voortgebracht door het zinnenwiel 'niet geloven in':

Verlichting is

niet geloven

en

niet geloven in niet geloven

en

niet geloven in 'niet geloven in niet geloven'

en

niet geloven in 'niet geloven in 'niet geloven in niet geloven''

...

Verlichting als denken doorzien

Je kunt verlichting ook definiëren als de conjunctie van wielzinnen voortgebracht door het zinnenwiel 'het denken doorzien door':

Verlichting is

het denken

en

het denken doorzien door het denken

en

'het denken doorzien door het denken' doorzien door het denken

en

''het denken doorzien door het denken' doorzien door het denken' doorzien door het denken

...

Lege definities

Is het je opgevallen dat iedere zin in elk van de drie definities wordt herroepen door de voorafgaande zin? De enige zin die overeind blijft is de laatste.

Maar een oneindige reeks kent geen laatste zin, er is er altijd nog een. Uiteindelijk blijft er dus geen zin overeind. In de limiet wordt hier niets gezegd.

Meer heb ik over verlichting niet te zeggen. Wat ik er ook over heb gezegd en nog zal zeggen.

205. Verlichting is nooit af

De onvoltooid tegenwoordige tijd.

Ik wil nog even terugkomen op het zinnenwiel 'het denken doorzien door'. Iets zit me dwars aan de zinnen die het genereert. Weet je nog:

Het denken.

Het denken doorzien door het denken.

'Het denken doorzien door het denken' doorzien door het denken.

''Het denken doorzien door het denken' doorzien door het denken' doorzien door het denken.

...

Die zinnen kloppen voor mijn gevoel niet, de werkwoordsvorm is verkeerd. Het dwijze denken heeft zichzelf niet voorgoed doorzien maar doorziet zichzelf steeds opnieuw, nu, en nu, en nu. Nooit is het doorzien voltooid – tot nu toe niet tenminste.

Het lijkt me dan ook beter om het zinnenwiel 'het denken doorzien door' te vervangen door 'het denken doorziet'. Een slinger aan dit wiel levert de volgende zinnen op:

Het denken.

Het denken doorziet het denken.

Het denken doorziet 'het denken doorziet het denken'.

Het denken doorziet 'het denken doorziet 'het denken doorziet het denken''.

...

Plak ze aan elkaar en je krijgt weer een on-zin vanjewelste.

Zo verliest het denken zichzelf in eindeloze weerspraak.

Zo bijt het zichzelf in de staart.

206. Het weten voorbij en vrij van niet-weten

Slinkende wijsheid.

Weten

Weten van niet

Weten van niet weten

Weten van niet weten van niet

Weten van niet weten van niet weten

Niet weten van niet weten van niet weten

Niet weten van niet weten van niet

Niet weten van niet weten

Niet weten van niet

Niet weten

Het weten niet weten

Het weten voorbij niet-weten

Het weten voorbij en vrij van niet-weten

Het weten voorbij en vrij

Het weten voorbij

Voorbij

207. De vrijheid voorbij en vrij de voorbijheid

Wassende blijheid.

Vrij

Vrijheid

De vrijheid

De vrijheid voorbij

De vrijheid voorbij de vrijheid

De vrijheid voorbij de vrijheid voorbij

Voorbij de vrijheid voorbij de vrijheid voorbij

Voorbij de vrijheid voorbij de vrijheid

Voorbij de vrijheid voorbij

Voorbij de vrijheid

Voorbijheid

Voorbij

208. Denk je nu nog steeds dat je vrij of onvrij bent?

Meester minder komt op verhaal.

Leerling: Zijn wij naar uw mening vrij of onvrij?

Meester: Ik zie het verschil niet.

Leerling: Waartussen niet?

Meester: Tussen het verhaal dat je vrij bent en het verhaal dat je onvrij bent.

Leerling: Bedoelt u dat je voorbij vrijheid en onvrijheid moet gaan?

Meester: Ik zie het verschil niet.

Leerling: Waartussen niet?

Meester: Tussen het verhaal dat je vrij bent, het verhaal dat je onvrij bent en het verhaal dat je voorbij vrijheid en onvrijheid moet gaan.

Leerling: Maar ben ik nu iemand of niemand?

Meester: Ik zie het verschil niet.

Leerling: Waartussen niet?

Meester: Tussen het verhaal dat je vrij bent, het verhaal dat je onvrij bent, het verhaal dat je voorbij vrijheid en onvrijheid moet gaan, het verhaal dat je iemand bent en het verhaal dat je niemand bent.

Leerling: Bedoelt u dat je niet kunt weten of je iemand of niemand bent?

Meester: Ik zie het verschil niet.

Leerling: Waartussen niet?

Meester: Tussen het verhaal dat je vrij bent, het verhaal dat je onvrij bent, het verhaal dat je voorbij vrijheid en onvrijheid moet gaan, het verhaal dat je iemand bent, het verhaal dat je niemand bent en het verhaal dat je niet kunt weten of je iemand of niemand bent.

Leerling: Bedoelt u dat de waarheid voorbij de woorden is?

Meester: Ik zie het verschil niet.

Leerling: Waartussen niet?

Meester: Tussen het verhaal dat je vrij bent, het verhaal dat je onvrij bent, het verhaal dat je voorbij vrijheid en onvrijheid moet gaan, het verhaal dat je iemand bent, het verhaal dat je niemand bent, het verhaal dat je niet kunt weten of je iemand of niemand bent en het verhaal dat de waarheid voorbij de woorden is.

Leerling: Bedoelt u dat alles een uitdrukking van het ene is?

Meester: Ik zie het verschil niet.

Leerling: Waartussen niet?

Meester: Tussen het verhaal dat je vrij bent, het verhaal dat je onvrij bent, het verhaal dat je voorbij vrijheid en onvrijheid moet gaan, het verhaal dat je iemand bent, het verhaal dat je niemand bent, het verhaal dat je niet kunt weten of je iemand of niemand bent, het verhaal dat de waarheid voorbij de woorden is en het verhaal dat alles een uitdrukking van het ene is.

Leerling: Bedoelt u dat je nooit achter de verhalen kunt kijken?

Meester: Ik zie het verschil niet.

Leerling: Waartussen niet?

Meester: Tussen het verhaal dat je vrij bent, het verhaal dat je onvrij bent, het verhaal dat je voorbij vrijheid en onvrijheid moet gaan, het verhaal dat je iemand bent, het verhaal dat je niemand bent, het verhaal dat je niet kunt weten of je iemand of niemand bent, het verhaal dat de waarheid voorbij de woorden is, het verhaal dat alles een uitdrukking van het ene is en het verhaal dat je nooit achter de verhalen kunt kijken.

Leerling: Bedoelt u dat het allemaal maar verhalen zijn?

Meester: Ik zie het verschil niet.

Leerling: Waartussen niet?

Meester: Tussen het verhaal dat je vrij bent, het verhaal dat je onvrij bent, het verhaal dat je voorbij vrijheid en onvrijheid moet gaan, het verhaal dat je iemand bent, het verhaal dat je niemand bent, het verhaal dat je niet kunt weten of je iemand of niemand bent, het verhaal dat de waarheid voorbij de woorden is, het verhaal dat alles een uitdrukking van het ene is, het verhaal dat je nooit achter de verhalen kunt kijken en het verhaal dat het allemaal maar verhalen zijn.

Leerling: Bedoelt u dat er geen verhaal is?

Meester: Ik zie het verschil niet.

Leerling: Waartussen niet?

Meester: Tussen het verhaal dat je vrij bent, het verhaal dat je onvrij bent, het verhaal dat je voorbij vrijheid en onvrijheid moet gaan, het verhaal dat je iemand bent, het verhaal dat je niemand bent, het verhaal dat je niet kunt weten of je iemand of niemand bent, het verhaal dat de waarheid voorbij de woorden is, het verhaal dat alles een uitdrukking van het ene is, het verhaal dat je nooit achter de verhalen kunt kijken, het verhaal dat het allemaal maar verhalen zijn en het verhaal dat er geen verhaal is.

Leerling: ...

Meester: Is er iets?

Leerling: Wat valt er nog te zeggen?

Meester: Ik zie het verschil niet.

Leerling: Waartussen niet?

Meester: Tussen het verhaal dat je vrij bent, het verhaal dat je onvrij bent, het verhaal dat je voorbij vrijheid en onvrijheid moet gaan, het verhaal dat je iemand bent, het verhaal dat je niemand bent, het verhaal dat je niet kunt weten of je iemand of niemand bent, het verhaal dat de waarheid voorbij de woorden is, het verhaal dat alles een uitdrukking van het ene is, het verhaal dat je nooit achter de verhalen kunt kijken, het verhaal dat het allemaal maar verhalen zijn, het verhaal dat er geen verhaal is en het verhaal dat er niets te zeggen valt.

Leerling: Bedoelt u dat ook stilte geen recht doet aan de wijsheid voorbij alle wijsheid?

Meester: Ik zie het verschil niet.

Leerling: Waartussen niet?

Meester: Tussen het verhaal dat je vrij bent, het verhaal dat je onvrij bent, het verhaal dat je voorbij vrijheid en onvrijheid moet gaan, het verhaal dat je iemand bent, het verhaal dat je niemand bent, het verhaal dat je niet kunt weten of je iemand of niemand bent, het verhaal dat de waarheid voorbij de woorden is, het verhaal dat alles een uitdrukking van het ene is, het verhaal dat je nooit achter de verhalen kunt kijken, het verhaal dat het allemaal maar verhalen zijn, het verhaal dat er geen verhaal is, het verhaal dat er niets te zeggen valt en het verhaal dat ook stilte geen recht doet aan de wijsheid voorbij alle wijsheid.

Leerling: Bedoelt u dat de hoogste werkelijkheid geen verschil kent?

Meester: Ik zie het verschil niet.

Leerling: Waartussen niet?

Meester: Tussen het verhaal dat je vrij bent, het verhaal dat je onvrij bent, het verhaal dat je voorbij vrijheid en onvrijheid moet gaan, het verhaal dat je iemand bent, het verhaal dat je niemand bent, het verhaal dat je niet kunt weten of je iemand of niemand bent, het verhaal dat de waarheid voorbij de woorden is, het verhaal dat alles een uitdrukking van het ene is, het verhaal dat je nooit achter de verhalen kunt kijken, het verhaal dat het allemaal maar verhalen zijn, het verhaal dat er geen verhaal is, het verhaal dat er niets te zeggen valt, het verhaal dat ook stilte geen recht doet aan de wijsheid voorbij alle wijsheid en het verhaal dat de hoogste werkelijkheid geen verschil kent.

Leerling: Bedoelt u dat je consequent iedere formulering moet weigeren?

Meester: Ik zie het verschil niet.

Leerling: Waartussen niet?

Meester: Tussen het verhaal dat je vrij bent, het verhaal dat je onvrij bent, het verhaal dat je voorbij vrijheid en onvrijheid moet gaan, het verhaal dat je iemand bent, het verhaal dat je niemand bent, het verhaal dat je niet kunt weten of je iemand of niemand bent, het verhaal dat de waarheid voorbij de woorden is, het verhaal dat alles een uitdrukking van het ene is, het verhaal dat je nooit achter de verhalen kunt kijken, het verhaal dat het allemaal maar verhalen zijn, het verhaal dat er geen verhaal is, het verhaal dat er niets te zeggen valt, het verhaal dat ook stilte geen recht doet aan de wijsheid voorbij alle wijsheid, het verhaal dat de hoogste werkelijkheid geen verschil kent en het verhaal dat je consequent iedere formulering moet weigeren.

Leerling: Volgens mij bent u knettergek.

Meester: Ik zie het verschil niet.

209. Hoe het is om zo vrij te zijn

Weergaloze agnose.

'Ben jij gelovig, Hans?'

'Ik ben bevrijd van elk geloof.'

'Bedoel je dat je niet gelooft?'

'Ik ben bevrijd van elk ongeloof.'

'Hoe heb je dat gedaan?'

'Ik ben bevrijd van ieder doen.'

'Is dat een kwestie van overgave?'

'Ik ben bevrijd van ieder laten.'

'Maar komt dat uit jezelf of uit God?'

'Ik ben bevrijd van zelf en God.'

'Doel je op de unio mystica?'

'Ik ben bevrijd van een, twee, veel.'

'Verwijs je daarmee naar het niets?'

'Ik ben bevrijd van vorm en leegte.'

'Hoe is het om zo vrij te zijn?'

'Vrij noch onvrij, dat is pas fijn.'

210. Hoe je een vrijdenker wordt

Over de aanname dat we onze aannames moeten onderzoeken.

'Begrijp ik het goed dat we altijd onze aannames moeten onderzoeken, Hans?'

'Waarom zou je?'

'Om een vrijdenker te worden.'

'Je neemt aan dat je een vrijdenker kunt worden door altijd je aannames te onderzoeken.'

'Hoe anders?'

'Je neemt aan dat je er zelf voor kunt kiezen om altijd je aannames te onderzoeken.'

'Zo voelt het.'

'Je neemt aan dat je altijd je aannames moet onderzoeken.'

'Nou ja, de meeste, of tenminste de belangrijkste.'

'Je neemt aan dat vrijdenken meer is dan een woord.'

'Waar hebben we het anders over?'

'Je neemt aan dat ik een vrijdenker ben.'

'Die indruk kreeg ik.'

'Je neemt aan dat je het in je hebt om een vrijdenker te worden.'

'Dat hoop ik.'

'Waarom?'

'Om gelukkiger te worden natuurlijk.'

'Je neemt aan dat vrij denken gelukkiger maakt.'

'Wat heeft dit gesprek anders voor zin?'

'Je neemt aan dat dit gesprek zin heeft.'

'Waarom zou je anders met me spreken?'

'Je neemt aan dat ik daar een reden voor heb.'

'Ik dacht dat jij het beste met me voor had.'

'De volgende aanname.'

'Niet dan?'

'Ik heb geen idee wat het beste voor je is.'

'Hoe komt dat?'

'Doordat ik niets over je aanneem?'

'Is dat een antwoord of een vraag?'

'Een aanname, denk ik.'

'Begrijp ik het goed dat we altijd onze aannames moeten onderzoeken, Hans?'

211. De schijnvrijheid van Adyashanti

En hoe je je ervan bevrijdt.

(Denkbeeldig gesprek tussen Hans van Dam en de Amerikaanse goeroe Adyashanti, alias Stephen Gray).

Hans: Wat is verlichting volgens jou?

Adyashanti: Het geschenk van vrijheid aan de hele wereld.

Hans: Huh?

Adyashanti: Totdat de hele wereld vrij is om het met je eens of oneens te zijn, totdat je iedereen de vrijheid hebt geschonken je aardig of onaardig te vinden, van je te houden of je te haten, de dingen te zien zoals ze zijn of ze anders te zien – totdat je de hele wereld zijn vrijheid hebt geschonken zul je nooit vrij zijn.

(Adyashanti, geciteerd door Nico Tydeman in Transmissie en Transcendentie, 2013, p229.)

Hans: De wereld neemt die vrijheid toch wel, of je haar nu schenkt of niet.

Adyashanti: Door de wereld de vrijheid te schenken bevrijd je jezelf.

Hans: Grapjas.

Adyashanti: Serieus.

Hans: Het staat je vrij om de dingen te zien zoals ze zijn of ze anders te zien.

Adyashanti: Jij denkt niet dat ik de dingen zie zoals ze zijn?

Hans: Totdat je jezelf de vrijheid hebt geschonken om niet de hele wereld de vrijheid te hoeven schenken om het met je eens of oneens te zijn, je aardig of onaardig te vinden, van je te houden of je te haten, de dingen te zien zoals ze zijn of ze anders te zien – totdat je jezelf die vrijheid hebt geschonken, zul je nooit vrij zijn.

Adyashanti: Daar zeg je zo wat.

Hans: Welnee.

Adyashanti: Niet?

Hans: Zolang je denkt dat het je vrij staat om jezelf de vrijheid te schenken, zul je nooit vrij zijn.

Adyashanti: Bedoel je dat het niemand vrij staat om zichzelf de vrijheid te schenken?

Hans: Zolang je denkt dat het niemand vrij staat om zichzelf de vrijheid te schenken, zul je nooit vrij zijn.

Adyashanti: Zie jij de dingen wel zoals ze zijn?

Hans: Zolang je denkt dat je de dingen kunt zien zoals ze zijn, zul je nooit vrij zijn. Zolang je denkt dat je de dingen niet kunt zien zoals ze zijn, zul je nooit vrij zijn.

Adyashanti: Wat is vrijheid voor jou?

Hans: Zolang je denkt in termen van vrijheid en onvrijheid zul je heen en weer slingeren tussen vrijheid en onvrijheid.

Zolang je denkt in termen van kunnen en niet-kunnen zul je heen en weer slingeren tussen kunnen en niet-kunnen.

Zolang je denkt in termen van eens en oneens, aardig en onaardig, houden van en haten, ik en de wereld, de dingen zoals we ze zien en de dingen zoals ze zijn, zul je heen en weer slingeren.

Adyashanti: Ben jij verlicht?

Hans: Zolang je denkt in termen van verlicht en onverlicht...

Adyashanti: Denk jij dat ik verlicht ben?

Hans: Zolang je denkt in termen van verlicht en onverlicht...

Adyashanti: Niet-weten is nooit meer in tegenstellingen denken?

Hans: Zolang je jezelf niet de vrijheid hebt geschonken in tegenstellingen te denken, zul je nooit vrij zijn.

Adyashanti: Wat is de vrijheid van niet-weten?

Hans: Zolang je denkt in termen van weten en niet-weten zul je nooit vrij zijn.

Adyashanti: In dat geval lijkt niet-denken me de enige oplossing.

Hans: Leuk bedacht.

Adyashanti: Ben jij het denken voorbij?

Hans: Wat denk je dat we nu aan het doen zijn?

Adyashanti: Wat is vrijheid voor jou?

Hans: Iets om je van te bevrijden?

Adyashanti: En in de praktijk?

Hans: Dit.

212. Vrijheid is een onvrije val

Wie het wiel uitvindt zal van zijn fiets waaien.

'Zou jij van jezelf zeggen dat je verlicht bent, Hans?'

'Eerder dat ik verduisterd ben.'

'Dat je bevrijd bent, dan?'

'Eerder dat ik in een onvrije val verkeer.'

'Dat je bent thuisgekomen?'

'Eerder dat ik van de pot gerukt ben.'

'Pardon?'

'Sorry.'

'Waarom?'

'Wat moet een mens zonder boodschap op de pot?'

'Jij hebt geen boodschap voor de wereld?'

'Geen grote en geen kleine.'

'Bedoel je dat er geen boodschap is?'

'Dat zou nog steeds een boodschap zijn.'

'En waarom zeg je gerukt?'

'Wie van zijn fiets waait zegt toch ook niet dat hij is afgestapt?'

213. Verlichting is geen vrijheidsbeeld

En vrijheidsbeelden zijn geen vrijheid.

Meester Minder zegt:

Vrijheidsdrang is geen vrijheid. Je moet er even doorheen kijken. Dan ben je dáár vast van verlost.

Vrijheidsstrijd is geen vrijheid. Je moet er even doorheen kijken. Dan ben je daar vast van verlost.

Vrijheidsbeelden zijn geen vrijheid. Je moet er even doorheen kijken. Dan ben je daar vast van verlost.

Denken over vrijheid is geen vrijheid. Je moet er even doorheen kijken. Dan ben je daar vast van verlost.

Spreken over vrijheid is geen vrijheid. Je moet er even doorheen kijken. Dan ben je daar vast van verlost.

Dromen over vrijheid is geen vrijheid. Je moet er even doorheen kijken. Dan ben je daar vast van verlost.

Wat blijft er over als je afscheid hebt genomen van je fantomen?

Vrijheid – je moet er even doorheen kijken.

Vrijheidsbeeld van zwermende figuurtjes.

^ Je moet er even doorheen kijken.

214. Onpeilbaar de vrijheid van wie niet weet

De artillerie van agnose; vrijheidsbeelden om op te schieten.

Beste Hans,

Hoe verhoudt de vrijheid van het niet-weten zich tot de vrijheid van het Zelf, het Ene, de Leegte, Nirwana, het Nu, de Waarheid, de Werkelijkheid, het Zijn, Niet-Doen, Niet-Oordelen? Geen moeilijke antwoorden alsjeblieft, geef je maar eens bloot.

Beste Hella,

Moeilijke woorden heb ik niet, behalve de jouwe.

Moeilijke antwoorden heb ik niet, zelfs geen makkelijke.

Mijn enige antwoord is een wedervraag, maar die geef ik dan ook graag.

Dit bij wijze van inleiding, ik hoop dat je erdoorheen kwam. De rest is een eitje uit een scharrelbatterijtje.

Groot is de vrijheid van wie het ego doorziet.
Groter de vrijheid van wie ook het Zelf doorziet.

Groot is de vrijheid van wie het vele doorziet.
Groter de vrijheid van wie ook het Ene doorziet.

Groot is de vrijheid van wie de vorm doorziet.
Groter de vrijheid van wie ook de Leegte doorziet.

Groot is de vrijheid van wie samsara doorziet.
Groter de vrijheid van wie ook Nirwana doorziet.

Groot is de vrijheid van wie de tijd doorziet.
Groter de vrijheid van wie ook het Nu doorziet.

Groot is de vrijheid van wie de leugen doorziet.
Groter de vrijheid van wie ook de Waarheid doorziet.

Groot is de vrijheid van wie de illusie doorziet.
Groter de vrijheid van wie ook de Werkelijkheid doorziet.

Groot is de vrijheid van wie het worden doorziet.
Groter de vrijheid van wie ook het Zijn doorziet.

Groot is de vrijheid van wie het doen doorziet.
Groter de vrijheid van wie ook het Niet-Doen doorziet.

Groot is de vrijheid van wie het oordelen doorziet.
Groter de vrijheid van wie ook het Niet-Oordelen doorziet.

Groot is de vrijheid van wie het weten doorziet.
Groter de vrijheid van wie ook het niet-weten doorziet.

Hoe groot is de vrijheid van wie zijn vrijheid doorziet?

Vrijheidsbeeld met kogelgaten.

^ Vrijheidsbeeld om op te schieten.

215. Vrijheid is geen hooiberg

Twee halve zolen.

de denker bouwt
jaar in jaar uit
een nest
op hete kolen

de zwerver gaapt
en rekt zich uit
hij gaat maar weer
wat dolen

216. Vrijheid is geen kroondomein

Huilen doet ruilen.

de burger denkt
jaar in jaar uit
mijn koninkrijk
voor vrijheid

de zoeker denkt
jaar in jaar uit
mijn wereld
voor een nest

Monnik mediterend op een ooievaarsnest op een paal.

^ Mijn wereld voor een nest.

217. Verlichting is doorzitten tot je erdoorheen zit

De aanhouder verliest.

Leerling: Eindelijk weet ik hoe het zit!

Meester: Zolang je denkt dat je weet hoe het zit, weet je nog steeds niet hoe het zit.

Jaren later

Leerling: Zolang je denkt dat je weet hoe het zit, weet je nog steeds niet hoe het zit!

Meester: Zolang je denkt dat je niet weet hoe het zit, weet je nog steeds hoe het zit.

Jaren later

Leerling: Zolang je denkt dat je wel of niet weet hoe het zit...

Meester: Denk je nu nog steeds dat je weet hoe het wel of niet zit?

Jaren later

Leerling: ...

Meester: Blijf daar dan maar mee zitten.

218. Elf visioenen van het Levende Licht

Meester Minder krijgt migraine.

Meester: Ik ken een goeie. Zegt Hildegard van Bingen, 'Alweer zo'n prachtig visioen van het Levende Licht!' Zegt een migrainelijder, 'Alweer zo'n ellendig scotoom!'

Leerling: Wie is Hildegard van Bingen?

Meester: Een middeleeuwse mystica.

Leerling: Wat is een scotoom?

Meester: Een zinderende lichtvlek die een migraineaanval inluidt.

Leerling: Wat is de clou?

Meester: Moet ik dan alles uitleggen?

Andere leerling: Dat Hildegard van Bingen een scotoom aanzag voor een visioen?

Andere leerling: Dat de migrainelijder een visioen aanzag voor een scotoom?

Andere leerling: Dat een scotoom best mystiek kan zijn?

Andere leerling: Dat mystiek best pijn kan doen?

Andere leerling: Dat je ziet wat je wilt zien?

Andere leerling: Dat je ziet wat je kunt zien?

Andere leerling: Dat je ziet wat je moet zien?

Andere leerling: Dat de waarheid verschillende kanten heeft?

Andere leerling: Dat er verschillende waarheden zijn?

Andere leerling: Dat waarheid niet bestaat?

Meester: Hier krijg ik nou hoofdpijn van.

Leerling: Nu weet ik nog niet wat de clou is.

Meester: Moet ik dan alles uitleggen?

Leerling: Ik bedoel, wat kan ik hiervan leren?

Meester: Denk je nu nog steeds dat je hier iets komt leren?

219. Verlichting is wat er overblijft als alles wegvalt

Een duistere zaak.

Meester Minder zegt:

Verlichting is...

1. Je waarnemingen doorzien.

2. Je gevoelens doorzien.

3. Je ideeën doorzien.

4. Je idealen doorzien.

5. Je ervaringen doorzien.

6. Je gedachten doorzien.

7. Jezelf doorzien.

8. Het zelf doorzien.

9. Je verlichting doorzien.

10. Het doorzien doorzien.

Als je alles hebt doorzien is er niets meer over.

Verlichting is wat er overblijft als alles wegvalt.

220. Verlichting is wat er wegvalt als alles overblijft

Lichter zonder verlichting.

Meester Minder zegt:

Alles wat je hebt doorzien valt weg.

Als alles is weggevallen, wat heb je dan doorzien?

Als zelfs het wegvallen is doorzien, wat valt er dan nog weg?

Verlichting is wat er wegvalt als alles overblijft.

221. Verlichting is geen wijwater

Je wordt er geen heilige van.

Leerling: Waarmee kun je verlichting vergelijken?

Meester: Wat denk jij?

Leerling: Wijwater.

Meester: Welnee.

Leerling: Waarom niet?

Meester: Daar word je alleen maar rechtzinnig van.

Leerling: Wat zou u zeggen?

Meester: Spuitwater.

Leerling: Wat word je daarvan?

Meester: Lichtzinnig.

222. Meester Minder licht zijn verlichting door

Erachter komen waar je niet achter hoeft te komen.

Leerling: Beschouwt u zichzelf als verlicht?

Meester: Ik kan wel zoveel denken.

Leerling: Denken dat u verlicht bent betekent voor u nog niet dat u verlicht bent?

Meester: En denken dat ik onverlicht bent betekent voor mij nog niet dat ik onverlicht ben.

Leerling: Maar u hebt er wel gedachten over?

Meester: Ik weet niet of ik gedachten heb of dat gedachten mij hebben, aangenomen dat er een ik is die als onderwerp en lijdend voorwerp van gedachten kan dienen.

Leerling: Er komen gedachten op, maar u weet niet zeker waarin?

Meester: Ik weet niet eens wat het precies is dat er opkomt en of het wel ergens in opkomt.

Leerling: Weet u dan misschien waaruit die eh... waaruit ze opkomen?

Meester: Ik weet niet eens of die eh... of ze wel ergens uit opkomen.

Leerling: Ze moeten toch ergens vandaan komen?

Meester: En waar komt datgene waar ze vandaan komen dan vandaan?

Leerling: Uit iets anders?

Meester: Zo blijf je aan de gang.

Leerling: Wat zou u zeggen?

Meester: Ik zou wat vragen.

Leerling: Wat zou u vragen?

Meester: Is er wel iets of iemand waaruit gedachten voortkomen, of is dat ook maar een gedachte? Is er wel iets of iemand waarin ze opkomen, of is dat ook maar een gedachte?

Leerling: Zo te horen hebt u meer vragen dan antwoorden, of hebben meer vragen u dan antwoorden, aangenomen dat er een u is die als onderwerp en lijdend voorwerp van gedachten kan dienen.

Meester: Begin jij nu ook al?

Leerling: Is er dan niemand die er het fijne van weet?

Meester: Er zijn zoveel mensen die er het fijne van weten.

Leerling: O, gelukkig.

Meester: Maar wie er nu gelijk heeft?

Leerling: Tja.

Meester: En of er wel iemand gelijk heeft?

Leerling: Zal ik er ooit achter komen?

Meester: Daar kom je vanzelf achter.

Leerling: En u?

Meester: Ik ben erachter gekomen dat ik er niet achter hoef te komen.

Leerling: Ik denk niet dat dit verlichting is.

Meester: Je kunt wel zoveel denken.

Leerling: Beschouwt u zichzelf als verlicht?

223. Drie struikelblokken op de weg naar verlichting

En hoe je ze vermijdt.

Leerling: Wat is volgens u het grootste struikelblok op de weg naar verlichting?

Meester: Verlichting.

Leerling: Het grootste struikelblok op de weg naar verlichting is verlichting?

Meester: Hoe kom je erop.

Leerling: Wat is dan wel het grootste struikelblok op de weg naar verlichting?

Meester: De weg.

Leerling: Het grootste struikelblok op de weg naar verlichting is de weg?

Meester: Hoe bedenk je het.

Leerling: Even serieus.

Meester: Het idee dat er struikelblokken zijn.

Leerling: Het grootste struikelblok op de weg naar verlichting is het idee dat er struikelblokken zijn?

Meester: Het idee.

Leerling: Wat dan?

Meester: Dat zeg ik.

224. De razernij der geleerden – wegwijzers voor wegwezers

De deliramenta doctrinae.

Leerling: Wat is het grootste struikelblok op de weg naar verlichting?

Meester: De razernij der geleerden.

Leerling: Welke geleerden zoal?

Meester: Filosofen bijvoorbeeld.

Leerling: Hoe heet hun razernij?

Meester: De Rede.

Leerling: Welke geleerden nog meer?

Meester: Sceptici bijvoorbeeld.

Leerling: Hoe heet hun razernij?

Meester: Twijfel.

Leerling: Welke geleerden nog meer?

Meester: Sofisten bijvoorbeeld.

Leerling: Hoe heet hun razernij?

Meester: Retoriek.

Leerling: Welke geleerden nog meer?

Meester: Exegeten bijvoorbeeld.

Leerling: Hoe heet hun razernij?

Meester: Het Woord.

Leerling: Welke geleerden nog meer?

Meester: Mystici bijvoorbeeld.

Leerling: Hoe heet hun razernij?

Meester: Het Al.

Leerling: Welke geleerden nog meer?

Meester: Boeddhisten bijvoorbeeld.

Leerling: Hoe heet hun razernij?

Meester: De leegte.

Leerling: Welke geleerden nog meer?

Meester: Non-dualisten bijvoorbeeld.

Leerling: Hoe heet hun razernij?

Meester: Het Bewustzijn.

Leerling: Welke geleerden nog meer?

Meester: Universalisten bijvoorbeeld.

Leerling: Hoe heet hun razernij?

Meester: Eeuwige Wijsheid.

Leerling: Welke geleerden nog meer?

Meester: Pluralisten bijvoorbeeld.

Leerling: Hoe heet hun razernij?

Meester: Veelheid.

Leerling: Welke geleerden nog meer?

Meester: Existentialisten bijvoorbeeld.

Leerling: Hoe heet hun razernij?

Meester: Geworpenheid.

Leerling: Welke geleerden nog meer?

Meester: Fatalisten bijvoorbeeld.

Leerling: Hoe heet hun razernij?

Meester: Overgave.

Leerling: Wat voor geleerde bent u?

Meester: Ik ben een afgeleerde.

Leerling: Hoe heet uw razernij?

Meester: Tja.

225. Verlichting is geen eitje

Beter tien vogels in de lucht.

Meester Minder zegt:

Verlichting is een nest. Zolang je erop zit zie je het niet.

Hij zegt ook:

Verlichting is geen eitje. Hoelang je er ook op broedt, het komt nooit uit.

Vogelnest met drie lichtgevende gloeilampen in plaats van eieren.

^ Verlichting is geen eitje.

Meester Minder zegt ook:

Verlichting is een windei. Uiteindelijk zak je erdoorheen.

226. Verlichting is het gat dat je zelf hebt bedacht

Ai, oei, oi, ei.

Meester: Wat is de weg?

Leerling: Neti neti.

Meester: Niet iedereen spreekt Sanskriet.

Leerling: De via negativa, bedoel ik.

Meester: Niet iedereen spreekt Latijn.

Leerling: Niet dit, niet dat.

Meester: Wat dan wel?

Leerling: Daar trap ik niet meer in.

Meester: Loop er dan maar omheen.

Leerling: Vernietig alle bedenksels en spring in het gat dat overblijft.

Meester: En het gat dat overblijft?

Leerling: Wat is daarmee?

Meester: Is dat soms geen bedenksel?

Leerling: Ai.

Meester: En degene die erin moet springen?

Leerling: Wat is daarmee?

Meester: Is die soms geen bedenksel?

Leerling: Oei.

Meester: En het idee dat degene die erin moet springen een bedenksel is?

Leerling: Wat is daarmee?

Meester: Is dat soms geen bedenksel?

Leerling: Oi.

Meester: En het idee dat je alle bedenksels kunt en moet vernietigen?

Leerling: Ei.

Meester: Dat je dan beter af zult zijn?

Leerling: Allemaal bedenksels.

Meester: Dat zeg jij.

Leerling: Wat zegt u?

Meester: Wat is de weg?

Leerling: En wat is het antwoord?

Meester: En dat was het antwoord.

227. De weg vinden is de weg kwijtraken

Twaalf waarheden, dertien ongelukken.

Meister Ecksit zegt:

Je weg vinden in het taoïsme is je weg vinden uit het taoïsme.

Dit heet het ware taoïsme.

Je weg vinden in het soefisme is je weg vinden uit het soefisme.

Dit heet het ware soefisme.

Je weg vinden in de mystiek is je weg vinden uit de mystiek.

Dit heet ware mystiek.

Je weg vinden in het non-dualisme is je weg vinden uit het non-dualisme.

Dit heet het ware non-dualisme.

Je weg vinden in het boeddhisme is je weg vinden uit het boeddhisme.

Dit heet het ware boeddhisme.

Doolhof in de vorm van een boeddhabeeld.

^ Je weg vinden in het boeddhisme is je weg vinden uit het boeddhisme.

Je weg vinden in jezelf is je weg vinden uit jezelf.

Dit heet het ware zelf.

Je weg vinden in het niets is je weg vinden uit het niets.

Dit heet het ware niets.

Je weg vinden in het weten is je weg vinden uit het weten.

Dit heet het ware weten.

Je weg vinden in het niet-weten is je weg vinden uit het niet-weten.

Dit heet het ware niet-weten.

Je weg vinden in het spreken is je weg vinden uit het spreken.

Dit heet het ware spreken.

Je weg vinden in het zwijgen is je weg vinden uit het zwijgen.

Dit heet het ware zwijgen.

Je weg vinden in het ware is je weg vinden uit het ware.

Dat mag geen naam hebben.

228. Zonder opstaan geen vallen

Als de put verdronken is.

Beste Hans,

In al je teksten, om het even welke, maak je een vrije en verloste indruk op mij. Trefzeker, al schiet je vanuit de heup. Wat is jouw geheim?

Beste Emiel,

Dat ik niks meer uit te leggen heb? Behalve dat ik niks meer uit te leggen heb, God sta me bij. Misschien is dit mijn geheim:

Ik ben verlost van de verlossers.

Ontsnapt aan de snappers.

Verweesd van de wijzen.

Bevrijd van de vrijheid.

Ontdaan van de doener.

Ook de getuige is afgetuigd.

Zelfs niemand ben ik niet.

Hoe het zo gekomen is weet ik precies niet, maar om dat nou een geheim te noemen?

Emiel: Wat was jouw weg?

Hans: Als ik een weg had, zou ik hem meteen openstellen. Het zou een weg zijn met tweerichtingsverkeer, zodat je op je schreden kon terugkeren – dat is pas vrijheid.

Emiel: Zou jij op je schreden terugkeren als je kon?

Hans: Schrijden is voor koningen.

Emiel: Kruipen dan?

Hans: Ik zit hier goed, zei de nar op zijn aambei.

Emiel: Pardon?

Hans: Wat kan ik zeggen? Niets zo lekker als honger. Er is nog nooit een put verdronken. Zonder opstaan geen vallen. Begrijp je wat ik bedoel?

Emiel: Nee.

Hans: Nou, ik ook niet. Praten over een terugweg. Man, ik heb niet eens een heenweg.

Lullig mannetje in zijn nakie met een plantenspuit als pistool.

^ 'Trefzeker, ook al schiet je vanuit de heup.'

229. Grote twijfel, kleine verlichting

Voor licht-gelovigen.

Leerling: Kent u het zen-gezegde over twijfel en verlichting?

Meester: Ach ja.

Leerling: Kleine twijfel kleine verlichting, grote twijfel grote verlichting.

Meester: En?

Leerling: Wat?

Meester: Geloof je dat?

230. Volmaakte twijfel, geen verlichting

Kleine gaatjes, grote praatjes.

Leerling: Kleine twijfel kleine verlichting, grote twijfel grote verlichting.

Meester: En als je daar ook nog aan twijfelt?

Leerling: Eh...

Meester: Volmaakte verlichting?

Leerling: Dat zal het zijn!

Meester: En als je daar ook nog aan twijfelt?

Leerling: Eh...

Meester: Dat zal het zijn!

231. Verlichting is de zelfbewustwording van het denken

Oog krijgen voor het oog.

Beste Hans,

Ik denk dat iedereen die net als ik een tijdje doorbrengt in jouw dwaaltuin maar één conclusie kan trekken: deze man weet (het) niet. Geen twijfel mogelijk.

Waar ik wel aan twijfel is hoe ik het moet duiden. Mag niet-weten verlichting heten? Ben jij verlicht?

Beste Sira,

⬜ Ja, ik ben verlicht.

⬜ Nee, ik ben niet verlicht.

⬜ Het is maar net wat je onder verlichting verstaat.

Sira: Je bent het vinkje vergeten.

Hans: Ik had drie vinkjes gezet.

Sira: Dan zijn ze gevlogen.

Hans: Wie wil er ook in een hokje zitten.

Sira: Zeg het dan maar met woorden.

Hans: Ik doe al niet anders.

Sira: Dan heb ik eroverheen gelezen.

Hans: Lees hier dan ook maar overheen.

Ik zal mezelf nooit verlicht noemen. Niet omdat de persoon een illusie is en een illusie niet verlicht kan worden, zoals ze in non-dualistische kringen beweren, maar omdat ik het licht niet heb gezien. Als ik iets heb gezien is het de duisternis.

Ik heb geen metafysisch inzicht gekregen in mijn ware aard, niet in die van het universum, niet in die van de mens. God speelt nog steeds verstoppertje met mij en ik speel nog steeds geen tikkertje met Hem. Ik ben niet ineens groter of alomvattend geworden, of een leegte of het niets; wel kleiner, veel kleiner dan ik dacht en wou.

Alleen mijn denken is wezenlijk veranderd. Dat voelt werkelijk verlicht.

Sira: Wat bedoel je met verlicht?

Hans: Met verlicht bedoel ik lichter, luchtiger, helderder, beweeglijker – minder gewichtig. Zoals je lichaam voelt wanneer je net je rugzak hebt afgedaan, maar dan de hele tijd. Mijn denken is van aggregatietoestand veranderd, zou je kunnen zeggen. Vloeibaar geworden in plaats van vast; vlietend, vlottend. Gasachtig in plaats van vloeibaar; vluchtig, vluchtend.

Sira: Klinkt spannend.

Hans: De overgang van een wetend naar een niet-wetend denken is verbijsterend. Er gebeurt iets wat je absoluut niet kon voorzien. Emergentie noemen ze dat in de wetenschap, om hun onbegrip te verdoezelen. Niet-weten is emergent – onvoorstelbaar tot het verschijnt. Je voelt meteen: dit is een ommekeer. En onomkeerbaar.

Sira: Je denken staat op zijn kop.

Hans: Uit de as van het normale denken, dat vooral betrokken was op zijn omgeving, is een zelfbewust denken verrezen, dat vooral betrokken is op zichzelf.

Sira: Wat moet ik me daarbij voorstellen?

Hans: Waar ik vroeger de wereld meende te zien, zie ik nu mijn wereldbeeld.

Waar ik vroeger de mens meende te zien, zie ik nu mijn mensbeeld.

Waar ik vroeger mezelf meende te zien, zie ik nu mijn zelfbeeld.

Waar ik vroeger zaken meende te zien, zie ik nu woorden.

Waar ik vroeger meende te begrijpen, zie ik nu begrippen.

Sira: Waar je vroeger de werkelijkheid meende te zien, zie je nu het denken.

Hans: Ja. En ik zie meteen dat dat ook maar een gedachte is over wat ik nu meen te zien.

Sira: Dus wat zie je nu eigenlijk.

Hans: Precies.

Sira: Niet het licht, zou ik zeggen.

Hans: Mijn denken is een lichtje opgegaan, zou ik zeggen. Eindelijk heeft het die aap in de spiegel herkend. Sindsdien kan het zichzelf nooit meer niet zien.

Brein met druipkaars van hersenweefsel.

^ Mijn denken is een lichtje opgegaan.

Sira: Wat is een denken dat zichzelf ziet?

Hans: Een denken dat zichzelf ziet is een denken dat zichzelf doorziet. Inclusief alle gedachten over zichzelf, waaronder deze.

Sira: Wat is een denken dat zichzelf doorziet?

Hans: Een denken dat zichzelf doorziet is een denken dat niet meer weet wat het ziet – niet echt.

Sira: Je weet het niet meer.

Hans: En ik hoef het niet meer te weten.

Sira: En dan?

Hans: En dan niets.

Sira: Niets?

Hans: Niets bijzonders.

Sira: Gewoon doorleven.

Hans: Als iemand die zichzelf heeft overleefd.

Sira: Wat houdt dat in?

Hans: Je tijd volmaken. Maar wat doen. Eten, drinken, slapen, zeggen ze in zen. Kijken, kletsen, klagen. Spelen, grapjes maken, liedjes zingen. Hokjes openmaken en rondvliegen als drie vinkjes.

Sira: Mag dat verlichting heten?

Hans: Ik hou het op niet-weten. Dat geeft al verwarring genoeg.

232. Wel- en weemoed van een nablijver

Een raar liedje, al zeg ik het zelf.

IK BEN ER!

(Al weet ik niet wie.)

IK HEB HET!

(Al weet ik niet wat.)

IK BEN KLAAR!

(Al weet ik niet waarmee.)

IK HEB NIETS MEER TE DOEN!

(Al weet ik niet hoe.)

Bis

233. Verlichting is een wolk van opklaringen

Geen donderslag bij heldere hemel.

'Wat is verlichting voor jou, Hans?'

'De wolk van het ik is opgelost.'

'Jij hebt het Zelf gerealiseerd?'

'De wolk van het Zelf is opgelost.'

'Met het Zelf bedoel ik Atman.'

'De wolk van Atman is opgelost.'

'Jij hebt Anatman gerealiseerd?'

'De wolk van Anatman is opgelost.'

'Geen Atman, geen Anatman, wat dan?'

'De wolk van het wat dan is opgelost.'

'Heb je het nu over non-dualiteit?'

'De wolk van non-dualiteit is opgelost.'

'En dat zou verlichting zijn?'

'De wolk van verlichting is opgelost.'

'Alle wolken zijn opgelost?'

'De wolk van het oplossen is opgelost.'

'Nu weet ik nog niets.'

'De wolk van het weten is opgelost.'

'Jij verblijft in zuiver niet-weten.'

'De wolk van niet-weten is opgelost.'

'Ik geef het op.'

'Zo kun je het ook zeggen.'

'Wat blijft er dan nog over?'

'Waarvan?'

234. Verlichting is de opgang naar de afgang

Vallende sterren.

Meester Minder zegt:

Verlichting is niet de opgang van het ik tot het Zelf.

Verlichting is de afgang van het ik en het Zelf.

Verlichting is ook niet de weg van het ik naar niet-zelf.

Verlichting is de weg uit het ik en niet-zelf.

235. Hoe je tot verlichting komt en wat je dan hebt bereikt

Niet-weten is van ophouden weten.

Leerling: U hebt tenminste iets bereikt.

Meester: Jij zegt het.

Leerling: Maar wat?

Meester: Zeg dat wel.

Leerling: Wat zou u zeggen?

Meester: Niets.

Leerling: En als u toch iets moet zeggen?

Meester: Dat ik het niet-bereiken heb bereikt?

Leerling: Mooi.

Meester: Een hoogtepunt op mijn palmares.

Leerling: Maar niemand die het ziet natuurlijk.

Meester: Ik tenminste niet.

Leerling: Bedoelt u dat u het niet-bereiken toch niet hebt bereikt?

Meester: Och.

Leerling: Bedoelt u dat u het niet-niet-bereiken hebt bereikt?

Meester: Ach.

Leerling: Bedoelt u dat u het bereiken-en-niet-bereiken hebt bereikt?

Meester: Mwah.

Leerling: Bedoelt u dat u het bereiken-noch-niet-bereiken hebt bereikt?

Meester: Tja.

Leerling: Bedoelt u dat u het bereiken en het niet-bereiken en het niet-niet-bereiken en het bereiken-en-niet-bereiken en het bereiken-noch-niet-bereiken voorbij bent?

Meester: Hè?

Leerling: Bedoelt u dat u zelfs het voorbij zijn voorbij bent?

Meester: Stel je voor.

Leerling: Wat bedoelt u dan?

Meester: Waarmee?

Leerling: Bedoelt u soms niets?

Meester: Wanneer?

Leerling: Doelt u op niet-bedoelen?

Meester: Eh.

Leerling: Doelt u op het niets?

Meester: Jij geeft niet op hè?

Leerling: Nooit.

Meester: Je lijkt wel bezeten.

Leerling: Ik wil bereiken wat u hebt bereikt.

Meester: Dan zul je toch een keer moeten ophouden.

236. Waarom de verlichte niet uit de kast komt

Nestkastjes voor nitwits.

1

Waarom komt de verlichte niet uit de kast?

Omdat ze er niet in zit.

2

Waarom komt de verlichte niet uit de kast?

Omdat ze niet weet dat ze erin zit.

3

Waarom komt de verlichte niet uit de kast?

Omdat ze niet weet dat ze verlicht is.

4

Waarom komt de verlichte niet uit de kast?

Omdat er geen kast is.

5

Waarom komt de verlichte niet uit de kast?

Omdat ze de kast niet kan vinden.

6

Waarom komt de verlichte niet uit de kast?

Omdat ze de kast is.

7

Waarom komt de verlichte niet uit de kast?

Omdat de kast in haar zit.

8

Waarom komt de verlichte niet uit de kast?

Omdat de wereld in haar kast zit.

9

Waarom komt de verlichte niet uit de kast?

Omdat het buiten net zo leeg is als binnen.

10

Waarom komt de verlichte niet uit de kast?

Omdat het buiten net zo donker is als binnen.

11

Waarom komt de verlichte niet uit de kast?

Omdat ze er al uit is.

Vrouw versmolten met een boekenkast.

^ Waarom de verlichte niet uit de kast komt.

237. Proeven van verlichting

Zeven mijlslaarzen naar Mijl op Zeven.

1

Leerling: Ben ik verlicht?

Meester: Wat denk je zelf?

Leerling: Ik denk van niet.

Meester: Dat had je nu niet moeten zeggen.

2

Leerling: Ben ik verlicht?

Meester: Wat denk je zelf?

Leerling: Ik denk van wel.

Meester: Dat had je nu niet moeten zeggen.

3

Leerling: Ben ik verlicht?

Meester: Wat denk je zelf?

Leerling: Ik vertrouw mijn eigen gedachten niet.

Meester: Zeker weten?

Leerling: Honderd procent.

Meester: Dat had je nu niet moeten zeggen.

4

Leerling: Ben ik verlicht?

Meester: Wat denk je zelf?

Leerling: Ik vertrouw mijn eigen gedachten niet.

Meester: Zeker weten?

Leerling: Natuurlijk niet.

Meester: Waarom niet?

Leerling: Dat is ook maar een gedachte.

Meester: Vertrouw je mijn gedachten wel?

Leerling: Anders zou ik het niet vragen.

Meester: Dat had je nu niet moeten zeggen.

5

Leerling: Ben ik verlicht?

Meester: Wat denk je zelf?

Leerling: Ik vertrouw mijn eigen gedachten niet.

Meester: Zeker weten?

Leerling: Natuurlijk niet.

Meester: Waarom niet?

Leerling: Dat is ook maar een gedachte.

Meester: Vertrouw je mijn gedachten wel?

Leerling: Natuurlijk niet.

Meester: Waarom vraag je het dan aan mij?

Leerling: Ik moet het toch aan iemand vragen.

Meester: Dat had je nu niet moeten zeggen.

6

Leerling: Ben ik verlicht?

Meester: Wat denk je zelf?

Leerling: Ik vertrouw mijn eigen gedachten niet.

Meester: Zeker weten?

Leerling: Natuurlijk niet.

Meester: Waarom niet?

Leerling: Dat is ook maar een gedachte.

Meester: Vertrouw je mijn gedachten wel?

Leerling: Natuurlijk niet.

Meester: Waarom vraag je het dan aan mij?

Leerling: Deed ik dat?

Meester: Het leek er wel op.

Leerling: Dat zegt niets.

Meester: Dan mag ik je feliciteren.

Leerling: Waarmee?

Meester: Met je verlichting.

Leerling: Dank u.

Meester: Dat had je nu niet moeten zeggen.

7

Leerling: Ben ik verlicht?

Meester: Wat denk je zelf?

Leerling: Ik vertrouw mijn eigen gedachten niet.

Meester: Zeker weten?

Leerling: Natuurlijk niet.

Meester: Waarom niet?

Leerling: Dat is ook maar een gedachte.

Meester: Vertrouw je mijn gedachten wel?

Leerling: Natuurlijk niet.

Meester: Waarom vraag je het dan aan mij?

Leerling: Deed ik dat?

Meester: Het leek er wel op.

Leerling: Dat zegt niets.

Meester: Dan mag ik je feliciteren.

Leerling: Waarmee?

Meester: Met je verlichting.

Leerling: Je kunt me nog meer vertellen.

Meester: Ik denk het niet.

238. Verlichting is geen patroon

Pas maar op dat het je niet de baas wordt.

Verlichting is geen spontane, duurzame innerlijke of uiterlijke stilte. Ieder denken en spreken valt stil en komt weer op gang, valt stil en komt weer op gang, valt stil en komt weer op gang, nou en?

Verlichting is ook geen denk- of spreekverbod. Juist niet, alles mag gedacht en gezegd worden. Zolang dat niet het geval is ben je niet vrij en zolang je dit gelooft ook niet, geloof je dat?

Opschrijven of hardop denken met een vertrouwd iemand is een beproefde aanpak om je demonen boven tafel te krijgen. Ze aan het licht blootstellen is een effectieve methode om ze onder de duim te krijgen – dezelfde duim waar je ze zelf uit hebt gezogen.

Natte dromen drogen op in de zon, ook deze. Ook de droom van verlichting. Ook de droom van een beproefde aanpak om je demonen boven tafel te krijgen. Want misschien komen je demonen alleen uit zichzelf boven tafel, zijn zij het die de droom regisseren van een effectieve methode om ze onder de duim te krijgen, en terug erin. Of ben ik het die dit uit zijn duim zuigt? Of is dat alweer de volgende droom?

Verlichting is niet het einde van je gedachten, maar het einde van het heilige geloof in je gedachten, inclusief deze, de vorige en de volgende. Je hebt nog wel meningen maar ze hebben jou niet meer; er komen nog wel oordelen langs maar je eigent je ze niet meer toe; je vertelt nog steeds verhalen maar ze gaan niet meer met je aan de haal enzovoort.

Zie je het patroon? Pas dan maar op dat het je niet de baas wordt. Verlichting is geen patroon. En ook geen beschermheilige.

Duimafdruk opgebouwd uit zwermende figuurtjes.

^ Dit is geen duimafdruk.

239. Wie klein wil worden moet klein beginnen

Als apen hoger klimmen willen, ziet men gauw hun blote billen.

Leerling: Ultieme realisatie is de transcendentie van alle kennis.

Meester: Pardon?

Leerling: Je komt er door alle kennis te overstijgen.

Meester: Zie eerst deze kennis maar eens te overstijgen.

Uil met vleugels in de vorm van een boek.

^ De transcendentie van alle kennis.

240. Verlichting is geen bevrijdend inzicht

Je blijft je bevrijden.

Meester: Wat is verlichting volgens jou?

Leerling: Een bevrijdend inzicht.

Meester: Hoe kan een inzicht nu bevrijden.

Leerling: Dan weet je hoe het zit.

Meester: Dan zit je daarin vast.

Leerling: Wat is verlichting volgens u?

Meester: Vrij zijn van inzicht.

Leerling: Hè?

Meester: Zo kun je het ook zeggen.

Leerling: Verlichting is vrij zijn van inzicht?

Meester: Dat is nog steeds een inzicht.

Leerling: Waarom zei u het dan?

Meester: Om ons ervan te kunnen bevrijden.

Leerling: Maar wat is nu verlichting?

Meester: Dat is nu verlichting.

Leerling: Verlichting is jezelf bevrijden van ieder inzicht?

Meester: Dat is opnieuw een inzicht.

Leerling: Waarvan we ons opnieuw moeten bevrijden?

Meester: Zo blijf je aan de gang.

Leerling: Je moet je niet willen bevrijden van ieder inzicht, want dan blijf je aan de gang?

Meester: Zeg, ik blijf niet aan de gang.

Leerling: En dit zou verlichting zijn?

Meester: Dan zou ik me er maar gauw van bevrijden.

241. Verlichting is doorzien

Eerste van vijf dwaalteksten over zien.

Meester: Wat is verlichting volgens jou?

Leerling: Een inzicht.

Meester: Hm.

Leerling: Wat zou u zeggen?

Meester: Een doorzicht.

Leerling: Wat wordt er dan doorzien?

Meester: Het inzien wordt doorzien.

Leerling: Dat inzicht een illusie is?

Meester: Dat is nog steeds een inzicht.

Leerling: Ook dat is maar een inzicht.

Meester: Dat heb je goed gezien.

242. Verlichting is afzien

Tweede van vijf dwaalteksten over zien.

Meester: Wat is verlichting volgens jou?

Leerling: Inzien.

Meester: Hm.

Leerling: Wat zou u zeggen?

Meester: Afzien.

Leerling: Waarvan afzien?

Meester: Overal van afzien.

Leerling: Alles gaat verloren?

Meester: Ook het verliezen.

Leerling: Wat heb je dan?

Meester: Dan heb je het gehad.

Leerling: Wat ben je dan?

Meester: Dan ben je gezien.

243. Verlichting is herzien

Derde van vijf dwaalteksten over zien.

Meester: Wat is verlichting volgens jou?

Leerling: Alles aanzien.

Meester: Hm.

Leerling: Wat zou u zeggen?

Meester: Alles herzien.

Leerling: En dan?

Meester: Alles herzien.

Leerling: En dan?

Meester: Alles herzien.

Leerling: Ik snap het.

Meester: Wat?

Leerling: Verlichting is blijven herzien.

Meester: Tenminste...

244. Verlichting is scheelzien

Vierde van vijf dwaalteksten over zien.

Meester: Wat is verlichting volgens jou?

Leerling: Overal dwars doorheen kijken. De Werkelijkheid nooit uit het oog verliezen, wat er ook gebeurd.

Meester: Klinkt meer als kokervisie.

Leerling: Wat is verlichting volgens u?

Meester: Scheelzien.

Leerling: Pardon?

Meester: Alle zienswijzen tegelijk voor ogen houden.

Leerling: Net zolang tot de juiste komt bovendrijven?

Meester: Nee, dan verlies je alle andere uit het oog.

Leerling: Ik bedoel, net zolang tot de Werkelijkheid zich klaar en helder manifesteert?

Meester: Nee, dat is al de werkelijkheid.

Leerling: Alle beelden door elkaar?

Meester: Is het je niet opgevallen?

Leerling: Ik zie overal alleen de Werkelijkheid.

Meester: Is de blik eenzijdig of de realiteit?

Leerling: Dus volgens u is verlichting scheelzien?

Meester: Natuurlijk niet.

Leerling: Waarom niet?

Meester: Dan verlies je alle andere visies op verlichting uit het oog.

Leerling: Volgens u moeten we alle visies op verlichting permanent voor ogen houden?

Meester: Natuurlijk niet.

Leerling: Waarom niet?

Meester: Dan zou niemand meer eenzijdig mogen zijn.

Leerling: Volgens mij probeert u van twee walletjes te eten.

Meester: Volgens mij ben ik tussen de wal en het schip gevallen.

Leerling: Nu weet ik nog niet wat verlichting is.

Meester: Dat biedt perspectief.

245. Verlichting is verzien

Laatste van vijf dwaalteksten over zien.

Leerling: Waarom heb ik geen Groot Inzicht?

Meester: Ik spreek liever van Groot Uitzicht.

Leerling: Waarom heb ik geen Groot Uitzicht?

Meester: Omdat er een muur voor staat.

Leerling: Wat voor muur?

Meester: Een muur van ideeën.

Leerling: En die moet weg?

Meester: Och.

Leerling: Nou?

Meester: Dat hij weg moet is ook maar een idee.

Leerling: Weg ermee.

Meester: Die muur is ook maar een idee.

Leerling: Weg ermee.

Meester: Degene die hem weg moet halen is ook maar een idee.

Leerling: Weg ermee.

Meester: Dat het allemaal maar ideeën zijn is ook maar een idee.

Leerling: Weg ermee.

Meester: Je hebt er zin in vandaag.

Leerling: Wat als die muur van ideeën eenmaal weg is?

Meester: Tja.

Leerling: Groot Uitzicht, zei u toch?

Meester: Och.

Leerling: Nee hè.

Meester: Weg ermee.

246. Verlichting is geen gezicht en geen masker

Van keizers zonder kleren en vogels zonder veren.

'Wat is verlichting, Hans?'

'Voor mij of in het algemeen?'

'Voor jou.'

'Met je billen bloot gaan.'

'Wát?'

'Voorgoed in je hemd staan.'

'Dat is nog erger.'

'Geen draad meer aan je lijf hebben.'

'Nou, jij liever dan ik.'

'Zei de voyeur tegen de naaktloper.'

'En in het algemeen?'

'Ik zou het ook niet weten.'

Hans van Dam in zijn hemd, achteraanzicht.

^ Hans van Dam met zijn billen bloot (Vondelpark, Amsterdam, 2015).

247. Waarom ik niets te verliezen heb

Dertien gelukken bij een ongeluk.

Waarom ik niet van mijn voetstuk kan vallen? Omdat ik er al naast lig.

Waarom ik niet door de mand kan vallen? Omdat ik er al doorheen ben.

Waarom ik niet door het ijs kan zakken? Omdat ik geen gewicht meer in de schaal leg.

Waarom ik niet met mijn billen bloot hoef? Omdat ik niets meer om het lijf heb.

Waarom ik niets te verliezen heb? Omdat ik alles al kwijt ben.

Waarom ik niet in de put zit? Omdat ik geen bodem heb.

Waarom ik mezelf steeds tegenkom? Omdat ik geen onderscheid weet te maken.

Waarom ik mezelf nooit tegenkom? Omdat ik geen onderscheid weet te maken.

Waarom ik nooit gelijk heb? Omdat ik niet beter weet.

Waarom ik nooit ongelijk heb? Omdat ik niet beter weet.

Waarom ik dit allemaal niet geloof? Omdat ik het denken doorzie.

Waarom ik niet geloof dat ik dit allemaal niet geloof? Omdat ik het denken doorzie.

Waarom ik niet geloof dat ik het denken doorzie? Omdat ik het denken doorzie.

248. Waarom ik niets van mezelf verwacht

Meevallen met tegenvallers.

Waarom ik mezelf nooit meeval? Omdat ik niets van mezelf verwacht.

Waarom ik mezelf nooit tegenval? Omdat ik niets van mezelf verwacht.

Waarom ik niet verwacht dat ik niets van mezelf verwacht? Omdat ik niets van mezelf verwacht.

Waarom ik niets van mezelf verwacht? Omdat ik mezelf niet ken.

Waarom ik mezelf niet ken? Zo goed ken ik mezelf nog wel.

249. Verlichting is geen diepzinnigheid

Voor schatgravers.

Leerling: Wat is filosofie?

Meester: Diepzinnigheid.

Leerling: Wat is verlichting?

Meester: Oppervlakkigheid.

Leerling: Hoe kom ik tot verlichting?

Meester: Door zo diep te gaan dat je aan de andere kant weer opduikt.

Leerling: Wat is er aan de andere kant?

Meester: Waarvan?

Leerling: Bedoelt u dat er geen verschil is met deze kant?

Meester: Waarvan?

Leerling: Ja, zo kan ik het ook.

Meester: Dat zeg ik.

Leerling: Wat?

Meester: Oppervlakkigheid.

Leerling: En dit wou u verlichting noemen?

Meester: En dat wou jij verlichting noemen?

250. Verlichting is de kantjes eraf lopen

Alle zijden hebben keerzijden.

Leerling: Wat is verlichting?

Meester: De kantjes eraf lopen.

Leerling: Wat als je de kantjes eraf hebt gelopen?

Meester: Dan kun je geen kant meer op.

Leerling: Wat als je geen kant meer op kunt?

Meester: Dan kun je nergens meer in- of uitvallen.

Leerling: En dat zou verlichting zijn?

Meester: Alleen voor wie de kantjes er nog niet af heeft gelopen.

Leerling: En voor wie de kantjes eraf heeft gelopen?

Meester: Die valt alleen nog maar.

251. Verlichting is thuiskomen in den vreemde

Vragen naar de bekende weg.

Leerling: Wat is verlichting?

Meester: Thuiskomen.

Leerling: Waarin?

Meester: In den vreemde.

Leerling: Wat als je thuiskomt in den vreemde?

Meester: Dan komt alles je bekend voor, hoe vreemd ook.

Leerling: Noem dat maar verlichting.

Meester: Noem het dan maar niet-weten.

252. Verlichting is vreemdgaan in het bekende

Vragen naar de onbekende weg.

Leerling: Wat is verlichting?

Meester: Vreemdgaan.

Leerling: Waarin?

Meester: In het bekende.

Leerling: Wat als je vreemdgaat in het bekende?

Meester: Dan komt alles je vreemd voor, hoe bekend ook.

Leerling: Noem dat maar verlichting.

Meester: Noem het dan maar niet-weten.

253. Verlichting is jezelf tegenspreken

En daar niet meer mee zitten.

Leerling: Wat is verlichting?

Meester: Thuiskomen in den vreemde.

Leerling: Vorige keer zei u 'vreemdgaan in het bekende'.

Meester: Dat komt op hetzelfde neer.

Leerling: Maar is het nu thuiskomen in den vreemde of vreemdgaan in het bekende?

Meester: Beide natuurlijk.

Leerling: Vorige keer zei u 'geen van beide natuurlijk'.

Meester: Dat komt op hetzelfde neer.

Leerling: Wat is verlichting nu echt?

Meester: Wat heet echt.

Leerling: Vorige keer zei u 'wat heet verlichting'.

Meester: Dat komt op hetzelfde neer.

Leerling: U spreekt zichzelf voortdurend tegen.

Meester: Dan noem je dat toch verlichting.

Leerling: Vorige keer zei u 'dat heeft er niets mee te maken'.

Meester: Dat komt op hetzelfde neer.

Leerling: Is verlichting jezelf tegenspreken?

Meester: Als dat zo was, zou ik het dan zeggen?

Leerling: Vorige keer zei u 'dan zit je daar weer in vast.'

Meester: Dat komt op hetzelfde neer.

Leerling: Wat is verlichting?

254. Verlichting is almaar sterven

Tussen leven en dood vind je de deur naar non-dualiteit.

Leerling: Verlichting wordt ook wel de grote dood genoemd. Begrijpt u dat?

Meester: Nee, ik ken alleen het grote sterven.

Leerling: Wat moet ik me voorstellen bij het grote sterven?

Meester: Eerst sterf je aan het bekende en word je geboren in het onbekende.

Leerling: En dan?

Meester: Sterf je aan het onbekende en word je geboren in het bekende.

Leerling: En dan?

Meester: Sterf je aan het bekende en word je geboren in het onbekende.

Leerling: En dan sterf je aan het onbekende en word je weer geboren in het bekende, zeker.

Meester: Dat weet ik niet.

Leerling: Waarom niet?

Meester: Ik zit net weer even in het onbekende.

Leerling: Komt er ooit een einde aan?

Meester: Waaraan?

Leerling: Aan het onbekende.

Meester: Precies op dit moment.

Leerling: En aan het grote sterven?

Meester: Dat weet ik niet.

Leerling: Waarom niet?

Meester: Ik zit net weer even in het onbekende.

255. Ontwaken in verbijstering

Een betere metafoor voor agnose ken ik niet.

Ontwaken in verbijstering is de titel van een boek van wijlen de neuropsycholoog Oliver Sacks, over slachtoffers van de Spaanse griep die na een coma van veertig jaar wakker werden in een voor hen onthutsend nieuwe wereld.

Spiritueel ontwaken is voor mij de chronisch acute realisatie dat ik geen benul heb van het hoe, wat en waarom van mijn bestaan, terwijl het me toch letterlijk en figuurlijk op het lijf geschreven is.

Iedere dag opnieuw en vele malen per dag word ik wakker in een voor mij onthutsend nieuwe, bekende wereld.

Ontwaken in verbijstering – een betere metafoor voor agnose ken ik niet.

256. Eens verlicht, altijd verlicht?

De prijs van het paradijs.

'Ben jij weleens bang om uit je verlichting te vallen, Hans?'

'Je veronderstelt dat ik verlicht ben, of denk dat ik dat ben.

'En dat is niet zo?'

'Geen idee. Ik weet niet eens wat dat is.'

'Laat ik het anders formuleren. Ben jij weleens bang om uit het niet-weten te vallen?'

'Voordat ik daarover in kan zitten moet ik er eerst in zitten, of denken dat ik erin zit.'

'En dat zit je niet?'

'Ik weet niet eens of er zoiets is als een ik en zoiets als niet-weten en of die ik dan in dat niet-weten kan zitten.'

'En als je toch in het niet-weten zat of dacht te zitten, zou je dan wel bang zijn om eruit te vallen?'

'Dan nog niet.'

'Waarom niet?'

'Omdat ik niet weet of dat erg is.'

'Ik dacht dat niet-weten beter was dan weten.'

'Misschien wel, misschien niet, misschien in sommige opzichten wel en in andere niet, of voor sommige mensen wel en voor andere niet, of in sommige situaties wel en in andere niet of zo.'

'En als het aantoonbaar beter was om niet te weten?'

'Dan nog niet.'

'Waarom niet?'

'Omdat het niet-weten misschien alleen bestaat bij de gratie van het weten.'

'Hoe dan?'

'Hoe dan ook – als ongrond ervan, als bovenbouw, als horizon, als eindstadium, als spiegelbeeld, als keerzijde, als reactie, als tegenwicht, als travestie, als antoniem of hyperoniem of hyponiem.'

'Jij betwijfelt of het niet-weten op zichzelf bestaat.'

'Je weet iets of je weet iets niet. Daaruit volgt niet dat er zoiets is als het weten of het niet-weten, laat staan dat je erin kunt zitten of eruit kunt vallen.'

'Volgens mij ben jij overal uitgevallen, Hans.'

'Je veronderstelt dat ik ooit ergens in heb gezeten.'

257. Niet-weten krijg je, maar je hebt het nooit

Niet-weten is leven in onzekerheid, ook over niet-weten.

'Ben jij weleens bang om uit het niet-weten te vallen, Hans?'

'Ik niet.'

'Ik wel.'

'Is dat niet wat voorbarig?'

'Hoe komt het dat ik nu al bang ben om het kwijt te raken?'

'Omdat je jezelf hebt wijsgemaakt dat je het kunt hebben?'

'Wat gebeurt er met je niet-weten als je iets aan je hersens krijgt – een hersenschudding, een infarct, hersenverweking, korsakov, preseniele dementie, aderverkalking of zo?'

'Dan blijft het, of het wordt minder, of het verdwijnt tijdelijk of voorgoed, lijkt mij.'

'Ik was er al bang voor.'

'Maar wie zegt dat daar een hersenaandoening voor nodig is?'

258. Niet-weten maakt je niets

Hoe minder je hebt, hoe minder je hebt te verliezen.

'Zou jij je niet-weten missen als het ineens wegviel, Hans?'

'Ik zou niet weten waarom.'

'Ben je er weleens bang voor?'

'Nee.'

'Je hebt anders heel wat te verliezen.'

'Grijze haren, valse kiezen.'

'De wijsheid zonder wijsheid, heb ik begrepen.'

'Begrepen zonder begrip.'

'De hoofdprijs...'

'Blijkt een prijs op je hoofd.'

'Maar niet-weten geeft je toch...'

'Niets.'

'Maar niet-weten maakt je toch...'

'Niets.'

'Maar niet-weten doet je toch...'

'Niets.'

'Dat is dan drie keer niks.'

'Meer heb ik niet te verliezen.'

259. Eindeloos ontwaken

En eindeloos inslapen.

'Ben jij weleens bang om je in niet-weten te verliezen, Hans?'

'Ik verlies me er voortdurend in.'

'Ik bedoel eigenlijk, ben je weleens bang om je niet-weten te verliezen?'

'Ik verlies het de hele dag door.'

'Echt waar?'

'Steeds weet ik eventjes iets en dan bedenk ik me eventjes en dan weet ik weer eventjes niets.'

'En dat gaat de hele dag zo door?'

'Inslapen, ontwaken, inslapen, ontwaken.'

'Hoe vaak wel niet?'

'Wel niet wel niet wel niet wel niet...'

'Nou?'

'Nooit geturfd.'

'Waarom niet?'

'Het turven verstoort het proces.'

'Is dat erg?'

'Nee hoor.'

'Maar?'

'Daardoor levert het geen betrouwbare resultaten op.'

'Schat eens.'

'Honderden keren per dag? Duizenden keren per dag?'

'Ik kan het me nauwelijks voorstellen.'

'Het is net een dwaalgesprek, maar dan in mijn hoofd.'

'Een innerlijke dialoog?'

'Voor één stem.'

'Hoe dan?'

'Woord, weerwoord, woord, weerwoord...'

'Waarom zeggen ze dan "ontwaakt is ontwaakt" en "als je het eenmaal ziet raak je het nooit meer kwijt"?'

'Ik betwijfel of dat over niet-weten gaat.'

'Stel dat het over niet-weten gaat.'

'Omdat die cyclus van inslapen en ontwaken nogal robuust lijkt?'

'Schrale troost.'

'Niet-weten biedt geen troost.'

'Wat geeft het je dan?'

'Het neemt je alles af.'

'Ook dat nog.'

'Maar nooit voor lang.'

'O, gelukkig.'

'Want ineens, uit het niets, weet je weer iets.'

'En dan is alles weer normaal?'

'Maar nooit voor lang.'

260. Microverlichting: bouwsteen van verlichting

Flitsen in de duisternis.

Niet-weten is anders denken. Het maakt geen eind aan het denken. Zonder denken geen weten. Zonder weten geen niet-weten.

In niet-weten blijven de gedachten stromen. Waarnemingen, oordelen, gevoelens, overtuigingen, ideeën, idealen, dagdromen, sluimerbeelden, nachtdromen, fantasieën, hallucinaties – ze komen en ze gaan. De snelheid neemt eerder toe dan af.

Maar waar ik vroeger jarenlang in de ban van gedachten kon zijn, is het nu vaak al na een paar seconden bekeken. Dat geldt ook voor de gedachten hierboven en hieronder, en voor deze.

Die paar seconden zijn nog altijd voldoende om een spectrum van gevoelens in me op te roepen en de uitstort van allerlei geheimzinnige stofjes te veroorzaken, waarvan de effecten een minuut of een uur later nog steeds voelbaar zijn.

Maar die paar seconden zijn ook voldoende om de 'weetnietgeest' te activeren. Vóór een gedachte goed en wel doorgedrongen is haal ik mijn schouders er al over op. Of er verschijnt vanzelf een antigedachte die de vorige neutraliseert en de lichamelijke en emotionele effecten ervan wat dempt, opheft of zelfs omkeert.

Deze plaatselijke, tijdelijke verlossing kun je, om in het verlichtingsjargon te blijven, (een) microverlichting noemen. 'Micro' vanwege het geringe bereik, 'verlichting' voor zover het de last van de vorige gedachte verlicht – de verantwoordelijkheid ervoor, de identificatie ermee, het heilige geloof erin, de trots erop, de schaamte ervoor, de gehechtheid eraan. De gedachte wijkt, het licht bereikt je ogen weer.

Ook van het idee van microverlichting ben je als agnost in een oogwenk verlost. Je weet alleen niet voor hoelang.

261. Niet-weten is geen bijbaan, nooit komt er een eind aan

En je doet er niets aan.

Eeuwige wijsheid is mij niet geopenbaard, een hogere werkelijkheid heb ik nooit gezien, mijn ware zelf heb ik nooit ontmoet. Wat niet betekent dat dit alles niet bestaat, ik kan er alleen niet over meepraten. Ik wil er ook niet over meepraten. Het enige wat me eraan boeit is dat het andere mensen boeit, en wat dat met ze doet.

Mijn eigen denken landt nooit meer en vestigt zich nergens meer. Het pendelt onvermoeibaar tussen weten en niet weten. Antwoorden (weten) roepen nieuwe vragen in me op (niet-weten), oplossingen (weten) nieuwe problemen (niet-weten), indelingen (weten) nieuwe grensgevallen (niet-weten), visies (weten) nieuwe horizonten (niet-weten), beperkingen (weten) nieuwe mogelijkheden (niet-weten).

Om dat te laten gebeuren hoef ik me niet uit de wereld terug te trekken. Ik hoef niet mindful te wezen, op een kussentje te gaan zitten of op mijn hoofd te gaan staan. Ik hoef er niets voor te doen en ik kan er niets tegen doen.

Niet-weten is net ademhalen, maar je adem kun je tenminste nog inhouden. Niet-weten kan ik onmogelijk inhouden, geen minuut, ik zou stikken. Niet-weten is geen bijbaan, nooit komt er een eind aan.

Ik weet niet bij de dokter en ik weet niet bij de super, ik weet niet op straat en niet thuis, niet in bad, niet in bed. Ik weet niet als ik bang ben en ik weet niet als ik kalm ben, ik weet niet als ik liefheb en niet als ik haat, niet als ik spreek, niet als ik zwijg.

Alleen in mijn dromen weet ik nog altijd van alles. Daarin heeft Nauwe Weetal zich teruggetrokken sinds hij door Wijde Weetniet werd ontmaskerd.

262. Knipperverlichting: verlichting als een serie microverlichtingen

Het perpetuum mobile van de tja-knikker.

Wat mensen ook claimen, voor mij is verlichting niet meer dan een repeterende beweging van mijn denken. De ene microverlichting na de andere. Nevengedachte na nevengedachte. Antigedachte op antigedachte. Het perpetuum mobile van de tja-knikker.

Ik ben een narcolepticus die met iedere gedachte in slaap valt, om er bijna meteen weer uit te ontwaken. De wekker van mijn verlichting is een repeteerwekker, het licht van mijn verlichting een knipperlicht. Niet-weten is een stroboscoop.

Daarom kan ik ook niet zeggen dat ik verlicht of onverlicht ben. Niet dat ik wetend of onwetend ben. Niet dat ik slaap of waak. Niet-weten is geen toestand maar een fase in een continu proces.

Nou nou, wat een woorden weer – 'toestand', 'fase', 'continu', 'proces', 'microverlichting', 'knipperverlichting', 'nevengedachte', 'antigedachte', 'perpetuum mobile', 'tja-knikker'.

Ze scheppen alleen maar verwarring over iets wat van zichzelf doodeenvoudig is en prima zonder methode, label, beschrijving of verklaring kan.

Ze scheppen alleen maar duidelijkheid over iets wat van zichzelf onnavolgbaar, onbenoembaar, onbeschrijflijk en onverklaarbaar is.

Weg ermee.

263. Op een oude fiets moet je het afleren

Niet-weten is geen hemelbed.

Sommige mensen zijn teleurgesteld als ze horen dat mijn 'verlichting' aan en uit gaat, dat ik niet dag en nacht in een oceaan van licht baad.

'Is dat alles, Hans,' vragen ze, 'een knipperlichtje?' Ze willen een hemelbed als voertuig, geen oude fiets met een slag in het wiel.

Anderen zijn teleurgesteld dat zelfs een radicaal niet-weten geen eind maakt aan het eeuwige denken. Dat ook in de diepste agnose de gedachten blijven komen. Dat ik mijn gedachten niet de baas ben, deze ook niet. Dat ik niet zelf hun inhoud en gevoelswaarde, hun frequentie en timing bepaal.

Het is een feit dat ik niet zorgeloos door het leven ga. Net als ons immuunsysteem loopt het niet-weten altijd achter de feiten aan. Tegen een bombardement van beangstigende of ontmoedigende gedachten is het niet meteen opgewassen. Al ontstaat er na verloop van tijd wel 'weerstand' en uiteindelijk 'immuniteit' tegen de meeste gedachten.

Weer anderen zijn teleurgesteld omdat het allemaal zo banaal klinkt. 'Is dat alles, Hans?' vragen ze. 'Geen gnosis, geen transcendentie, geen eenwording, geen onverstoorbaarheid, geen soevereiniteit, geen superioriteit, geen bliss, geen paradijs, geen einde aan het lijden, geen overwinning op de dood, geen hoger zelf? Alleen maar je gedachten doorzien? Daar kom ik mijn bed niet voor uit.'

Almachtig willen ze worden, alwijs, alwetend, alziend, albewust, algoed, alheilig, algenadig, alvolmaakt, alomvattend, alomtegenwoordig – overal geliefd, overal geprezen. Goden die het menselijke zijn ontstegen, ruftend op hun lauweren.

Nog weer anderen zijn teleurgesteld dat de weetnietgeest geen onderscheid maakt tussen nare gedachten en fijne. Ze willen verlost worden van de eerste maar high worden van de laatste, eeuwig kicken zonder kater.

Tja, wie dat wil, moet zijn heil maar zoeken in cognitieve methoden zoals Rationeel-Emotieve Therapie (RET), of Het Werk van spiritueel therapeut Byron Katie. Methoden die alleen mikken op ongewenste gedachten.

Natuurlijk, je moet érgens beginnen. Maar je moet nergens ophouden, anders kun je het niet-weten wel vergeten.

De meeste mensen huldigen het omgekeerde adagium. Je moet nergens beginnen. Of je moet ergens ophouden, anders zul je je niet-weten nooit vergeten.

264. Verlichting is doorkrijgen dat je het niet doorhebt

Hoe er een einde kwam aan een halve eeuw van zelfbedrog.

Beste Hans,

Hoe ben jij tot verlichting gekomen?

Beste Romi,

Ik ben niet tot verlichting gekomen, ik ben tot niet-weten gekomen.

Romi: Is verlichting geen niet-weten?

Hans: Niet-weten geeft verlichting.

Romi: Wat is niet-weten?

Hans: Gewoon, dat je het allemaal niet meer weet en niet meer zo nodig hoeft te weten. En daarvoor uitkomt.

Romi: Wat was jouw weg?

Hans: Ik deed maar wat of werd maar wat gedaan, zo is het ongeveer gegaan. Zo gaat het nu nog steeds – nergens heen.

Romi: Wat is er dan nieuw? Waarom ben je het niet-weten gaan noemen?

Hans: Nieuw is dat ik het na een halve eeuw van zelfbedrog eindelijk doorkreeg, aangenomen dat ik mezelf nu niet opnieuw bedrieg. Doorkrijgen dat je het niet doorhebt is een innerlijke omwenteling die een naam mag hebben.

Romi: We doen maar wat en jij hebt dat nu eindelijk door.

Hans: Niet we, ik. Ik doe maar wat en ik heb dat nu eindelijk door.

Romi: We kunnen niet voor anderen spreken.

Hans: Anderen misschien wel, dat kan ik niet beoordelen.

Romi: Jij kunt alleen voor jezelf spreken.

Hans: Eigenlijk ook niet, maar ik wil het niet meteen te moeilijk maken.

Romi: Wanneer kreeg je het door?

Hans: Midden in een periode van koortsachtig nadenken, waarin ik voor mezelf probeerde te redden wat er te redden viel.

Romi: Waar dacht je zo koortsachtig over na?

Hans: Over pyrronisme ging het op dat moment, over perspectivisme, scepticisme, subjectivisme, postmodernisme en zo. Filosofieën die van gaten kaas proberen te maken.

Romi: Wat gebeurde er precies?

Hans: Tja, wat gebeurde er precies. Ineens zag ik de gaten. Brak het lijntje. Brandde er iets door. Sloeg mijn verstand op tilt. Game over.

Romi: Hoe voelde dat?

Hans: Je zou het misschien niet denken, maar na mijn, eh... geestelijk bankroet was ik ongeveer een maand euforisch. Uitgelaten blij en tegelijk verbijsterd dat mijn opgang, want zo voelde het, nu net mijn afgang moest wezen, want zo voelde het.

Ik had ogen als kolen, kon, tot groot vermaak van mijn vrouw, bij iedere gedachte alleen nog maar stamelen: 'En dat ook niet!'

Romi: Meer woorden had je niet.

Hans: Meer woorden had ik niet nodig.

Romi: En toen?

Hans: Werd ik langzaam rustiger. Niet-weten verliet me niet meer, heeft me nooit meer verlaten. Maar mijn stemming sloeg om en een half jaar later, het was net lente geworden, begon het grote huilen.

Dag in dag uit liepen zonder aanwijsbare reden de tranen over mijn wangen. Soms had ik het niet eens door. Ik was niet angstig of depressief, niet boos of opstandig, niet geslagen of verslagen. Alleen maar verdrietig.

Romi: De donkere nacht van de ziel.

('De donkere nacht van de ziel' is een uitdrukking van Johannes van het Kruis waarmee hij verwijst naar de periode van niet-weten waar de mysticus volgens hem doorheen moet voordat God zich – op zijn eigen tijd en initiatief – in de ziel openbaart.)

Hans: God nee, ik moest gewoon veel huilen. Ik denk dat ik in de rouw was. Dat ben ik geloof ik nog steeds. Niet-weten went nooit. Het is zo'n opluchting, en dat blijft het. Het is zo'n klap, en dat blijft het.

Maar je krijgt hem er nooit bij, hè, de reden. Er zijn op ieder moment van je leven wel honderd redenen om te huilen, maar die zijn er ook als je niet huilt. Waarom nu ineens wel?

Romi: Hoe lang duurde dat?

Hans: Een half jaar zowat. In de loop van de zomer droogden mijn tranen geleidelijk op.

Romi: En sindsdien ben je onverdeeld gelukkig.

Hans: Haha. Daarna volgden wat ik mijn woestijnjaren noem. Los zand, zo ver ik kon kijken. Wandelende duinen en Hans wandelde mee, niet naar huis en niet naar zee. Ook dat ging voorbij, min of meer, al weet ik niet precies wanneer.

Romi: Kun je wel zeggen waardoor?

Hans: Nee. Er ging geen inspanning, ervaring, openbaring, gebeurtenis of ontwikkeling aan vooraf. Het ging gewoon voorbij. Al is een deel van mij in die woestijn achtergebleven.

Romi: En het andere deel?

Hans: Ligt braak.

Romi: Ben je nu wel onverdeeld gelukkig?

Hans: Nee joh, ik ben nooit onverdeeld gelukkig geweest. Daar was ik helemaal niet op uit. Ik ben ook nooit onverdeeld ongelukkig geweest. Ik ben bij mijn weten nooit onverdeeld geweest – ja, onverdeeld verdeeld, zolang ik me kan heugen. Vandaar misschien dat ik zo graag wilde weten hoe het zit. Wat de clou is van dit leven, of de grap.

Romi: En, wat is de clou van dit leven, of de grap?

Hans: Willen weten wat de clou is van dit leven, of de grap?

Romi: Hoe voel je je tegenwoordig? Wat is je grondstemming?

Hans: Ik voel me zoals ik me voel, nu eens zus, dan weer zo. Waar die gevoelens vandaan komen weet ik niet, ik kan er vaak geen touw aan vastknopen. Probeer ik het toch, dan raak ik zelf in de knoop. Maar onder dat gewoel heerst wel iets van eh... joepie. Ingehouden jubel. Dankbaarheid.

Romi: Dat je er mag zijn?

Hans: Niet dat ik er mag zijn. Dat ik dit mag meemaken nu ik er toch ben.

Romi: Klinkt niet direct als verlichting.

Hans: En vele malen per dag een gevoel van bevrijding. Iedere keer dat een gedachte het veld ruimt, waardoor ik weer alle kanten op kan.

Romi: Bevrijding in de zin van verlichting?

Hans: Het ene pak van mijn hart na het andere.

265. Hoe een agnost zich tot zijn gedachten verhoudt

Voor aannemers.

Komt de gedachte in me op
dat ik ontwaakt ben
of dat ik het niet ben
of wat dan ook
dan neem ik niet aan
dat ik ontwaakt ben
of dat ik het niet ben
of wat dan ook

Komt de gedachte in me op
dat ik niet eens weet of ik ben
laat staan of ik ontwaakt ben
dan neem ik niet aan
dat ik twijfel aan mijn bestaan
of aan het bestaan
of aan de mogelijkheid om te ontwaken
of aan mijn ontwaken
of wat dan ook

Komt de gedachte in me op
dat ontwaken me koud laat
dan neem ik niet aan
dat ik er onverschillig tegenover sta
of dat ik er toch verschillig tegenover sta
of dat ik er überhaupt tegenover sta
of dat er iets is om tegenover te staan
of dat dat niet zo is
of wat dan ook

Komt de gedachte in me op
dat de ontwaakte zich niet afvraagt
of hij ontwaakt is
dan neem ik niet aan
dat de ontwaakte zich dat niet afvraagt
of dat hij het zich toch afvraagt
of dat ik dan wel ontwaakt zal zijn
of dat ik dan niet ontwaakt kan zijn
of dat het iets anders bewijst
of dat het niets bewijst
of wat dan ook

Komt de gedachte in me op
dat ontwaken altijd op hetzelfde neerkomt
of je het nu zen noemt
prajnaparamita
bewustwording
transcendentie
non-dualiteit
onthechting
ontwording
verlichting
helderheid
niet-weten
bevrijding
ontwaken
realisatie
nietiging
apatheia
nirwana
ataraxia
wu wei
leegte
satori
liefde
stilte
of wat dan ook
dan neem ik niet aan
dat ontwaken altijd op hetzelfde neerkomt
of dat er verschillende soorten van ontwaken bestaan
of dat ik daar ooit achter zal komen
of dat je er nooit achter kunt komen
of dat het er iets toe doet
of dat het er niets toe doet
of wat dan ook

Komt de gedachte in me op
dat ik niets aanneem over mijn gedachten
dan neem ik niet aan
dat ik niets aanneem over mijn gedachten
of dat ik er toch iets over aanneem
of dat ik dat kan weten
of dat ik het niet kan weten
of dat ik daar iets over te zeggen heb
of dat ik er niets over te zeggen heb
of dat ik weet wat gedachten zijn
of wat dan ook

266. Verlichting is het einde van de show

Als het doek valt.

Leerling: Wat is verlichting?

Meester: De laatste illusie.

Leerling: Voordat?

Meester: Het licht definitief uitgaat.

267. Wat is er aan het einde van je licht?

Duisternis is geen gezicht

Leerling: Was er licht aan het einde van uw tunnel?

Meester: Eerder andersom.

Leerling: Hoe bedoelt u?

Meester: Er was een tunnel aan het einde van mijn licht.

268. Verlichting is opgaan in verwondering

Hoe wonderlijk gewoon!

Hoe wonderlijk, het gaat maar door!
Het opgaan in verwondering!

Ik ga op in verwondering!
Jij gaat op in verwondering!
Het vele gaat op in verwondering!
Het ene gaat op in verwondering!
De illusie gaat op in verwondering!
De werkelijkheid gaat op in verwondering!
De leugen gaat op in verwondering!
De waarheid gaat op in verwondering!
Dwaasheid gaat op in verwondering!
Wijsheid gaat op in verwondering!
Het laagste gaat op in verwondering!
Het hoogste gaat op in verwondering!
De dingen gaan op in verwondering!
Het lichaam gaat op in verwondering!
Het leven gaat op in verwondering!
De dood gaat op in verwondering!
De tijd gaat op in verwondering!
Het nu gaat op in verwondering!

Hoe wonderlijk, het gaat maar door!
Het opgaan in verwondering!

Gedachten gaan op in verwondering!
Gevoelens gaan op in verwondering!
Ideeën gaan op in verwondering!
Opvattingen gaan op in verwondering!
Overtuigingen gaan op in verwondering!
Geloof gaat op in verwondering!
Ongeloof gaat op in verwondering!
Normen gaan op in verwondering!
Waarden gaan op in verwondering!
Idealen gaan op in verwondering!
Motto's gaan op in verwondering!
Principes gaan op in verwondering!
Voorschriften gaan op in verwondering!
Verboden gaan op in verwondering!
Rechten gaan op in verwondering!
Plichten gaan op in verwondering!

Hoe wonderlijk, het gaat maar door!
Het opgaan in verwondering!

De weg gaat op in verwondering!
Het doel gaat op in verwondering!
De leerling gaat op in verwondering!
De meester gaat op in verwondering!
Dualiteit gaat op in verwondering!
Non-dualiteit gaat op in verwondering!
Gehechtheid gaat op in verwondering!
Onthechting gaat op in verwondering!
De mind gaat op in verwondering!
Het hart gaat op in verwondering!
Het ego gaat op in verwondering!
Het zelf gaat op in verwondering!

Hoe wonderlijk, het gaat maar door!
Het opgaan in verwondering!

Bewustzijn gaat op in verwondering!
Boeddha gaat op in verwondering!
Brahman gaat op in verwondering!
Essentie gaat op in verwondering!
God gaat op in verwondering!
Liefde gaat op in verwondering!
Mededogen gaat op in verwondering!
Verlichting gaat op in verwondering!
Verwondering gaat op in verwondering!

Hoe wonderlijk, het gaat maar door!
Het opgaan in verwondering!

Hoe wonderlijk gewoon!

269. Tweeëntwintig doodgewone wonderen

Deze woorden! Dat ik ze kan opschrijven! Dat jij ze kunt lezen!

Meester: Hoor je dat? Een wonder!

Leerling: Wat nu weer.

Meester: Deze woorden! Dat ik ze kan uitspreken! Dat jij ze kunt horen! Dat je ze verstaat! Dat je wat terug kunt zeggen!

Leerling: Dat zei u gisteren precies zo.

Meester: Kan best wezen, maar het blijft een wonder!

Leerling: Dat is ook maar een gedachte.

Meester: Dat het maar een gedachte is ook!

Leerling: En wat is een gedachte nu helemaal.

Meester: Een wonder! Dat je hem kunt denken! Dat je hem kunt delen! Dat je het ermee eens of oneens kunt zijn! Dat je er iets bij kunt voelen!

Leerling: Dat zei u gisteren precies zo.

Meester: Hoor je dat? Een wonder!

Leerling: Wat nu weer.

Meester: Dat jij jezelf kunt herhalen! Dat ik dat opmerk! Dat ik mezelf kan herhalen! Dat jij dat opmerkt! Dat het je ergert! Dat je dat onder woorden kunt brengen! Dat ik dat versta!

Leerling: Ik vind het de normaalste zaak van de wereld.

Meester: Hoor je dat? Een wonder!

Leerling: Wat nu weer.

Meester: Dat jij het de normaalste zaak van de wereld vindt! Dat je je er niet over verbaast! Dat het je verveelt, en mij niet minder! Dat wonderen altijd zo snel gewoon worden! Dat we daar niets aan kunnen doen!

Leerling: Dit heb ik u nog niet eerder horen zeggen! Een wonder!

Meester: Dat heb ik je nog niet eerder horen zeggen! Een wonder!

270. Mindfulness is goeie shit, man!

De Waarheid ligt op straat. Je moet er alleen even bij stilstaan.

Groepje mannen gebiologeerd door een drol.

^ Zie je dat! Een wonder!

271. Is iedereen verlicht?

Over het verlangen om speciaal te zijn.

Leerling: Waarom ben ik nog steeds niet verlicht?

Meester: Wat heet verlicht.

Leerling: Bijzonder.

Meester: Waarom je nog steeds niet bijzonder bent?

Leerling: Nou?

Meester: Omdat het heel gewoon is om bijzonder te willen zijn.

Leerling: Wat is echt bijzonder?

Meester: Echt bijzonder is het om heel gewoon te willen zijn.

Leerling: Volgens Dogen is iedereen al verlicht, ik ook.

Meester: Dan zou je nog steeds niet bijzonder zijn.

Leerling: Denkt u dat iedereen al verlicht is?

Meester: Ik denk dat iedereen al gewoon is.

Leerling: Wat maakt het dan zo bijzonder om gewoon te willen zijn?

Meester: Dat je dan eindelijk wilt zijn wat je toch al bent.

Leerling: Wat als je eindelijk wilt zijn wat je toch al bent?

Meester: Dan kan het je niets meer schelen.

Leerling: Ben je dan verlicht?

Meester: Wat heet verlicht.

Vragen aan de lezer

Denk jij dat je bijzonder bent? Zo ja, waarin?

Is het belangrijk voor jou om bijzonder te zijn? Zo ja, waarom?

Hoe zou het zijn als je niemand doorhad hoe bijzonder je was?

Hoe zou het zijn als je zelf niet doorhad hoe bijzonder je was?

Hoe zou het zijn als je zelf niet doorhad hoe gewoon je was?

Hoe zou het zijn als je niemand doorhad hoe gewoon je was?

272. Wat niet-weten zo bijzonder maakt

Wie niet weet hoort niet bij woorden.

'Wat maakt niet-weten zo bijzonder, Hans?'

'Dat het op geen enkele manier bijzonder is.'

'Vergeleken met?'

'De wijsheidstradities, bijvoorbeeld.'

'Die zijn wel bijzonder?'

'Vinden ze zelf.'

'Leidt niet-weten tot blijvend geluk? Spontaniteit? Eenvoud? Onvoorwaardelijke liefde? Eeuwig leven?'

'Dat zijn sleetse woorden uit de wijsheidstradities.'

'Leidt het dan tot neutraliteit? Onthechting? Aanvaarding? Berusting? Overgave?'

'Meer sleetse woorden uit de wijsheidstradities.'

'Leidt het tot gelatenheid? Niet-doen? Fatalisme? Quiëtisme? Uitdoving?'

'Nog meer sleetse woorden uit de wijsheidstradities.'

'Welke woorden horen bij niet-weten?'

'Wie niet weet hoort niet bij woorden.'

'Wat maakt niet-weten dan zo bijzonder?'

'Dat maakt niet-weten nu zo bijzonder.'

273. Verlichting is: niet schermen met termen

Zwarte gaten horen zichzelf graag praten.

'Heb jij de eenheid gerealiseerd, Hans?'

'Wat ben ik, een timmerman?'

'Ik wil weten of jij verlicht bent.'

'Tja.'

'Durf je er niet voor uit te komen?'

'Ik kom er rond voor uit.'

'Zal ik er dan ook maar rond voor uitkomen?'

'Moet dat?'

'Volgens mij ben jij verlicht.'

'Een kont is geen gezicht.'

'Toch wel, Hans.'

'Hoezo.'

'Vorm is leegte, leegte is vorm.'

'Zo kun je alles aan elkaar lullen.'

'Je weet best wat ik bedoel.'

'Ik heb geen idee.'

'Hoe komt dat?'

'Ik denk niet in die termen.'

'Welke termen?'

'Verlicht en onverlicht. Eenheid en veelheid. Vorm en leegte.'

'Verwijs je nu naar non-dualiteit?'

'Je weet best wat ik bedoel.'

'Een kont is geen gezicht.'

'Een mond geeft zelden licht.'

Portret van Immanuel Kant met een anus in plaats van een mond.

^ Immanuel Kont.

274. Vier verschillen tussen de onverlichte en de verlichte

Zoeken naar het ongezochte.

Als je hem vraagt naar het verschil tussen de onverlichte en de verlichte, zegt Meester Minder:

De eerste is op zoek, de tweede is zoek.

Of hij zegt:

De eerste is op zoek, de tweede is gezocht.

Hij zegt ook weleens:

De eerste heeft te weinig ruimte, de tweede teveel.

Of hij zegt:

De eerste wil de tweede zijn, de tweede ziet het verschil niet.

275. Bevrijding door zien of bevrijding doorzien?

De boeddha en de agnost.

Meester Minder zegt:

Een boeddha is iemand die ontwaakt is uit onwetendheid. Onwetendheid betekent hier: onjuiste waarneming van dingen, de ware aard van de dingen niet zien. Voor de boeddhist is verlichting bevrijding door weten en zien.

Een agnost is iemand die ontwaakt is uit wetendheid. Wetendheid betekent hier: denken dat je weet wat juiste waarneming van de dingen is, denken dat je de ware aard van de dingen ziet. Voor de agnost is verlichting bevrijding van weten en zien.

Mediterende boeddha met een blinddoek en een ooglapje voor zijn derde oog.

^ Bevrijding van weten en zien.

Is verlichting nu bevrijding door weten en zien of bevrijding van weten en zien – wat denk jij?

Beweren dat verlichting bevrijding is van weten en zien – is dat al bevrijding of is het nog weten en zien?

276. Is verlichting eeuwige vrede of eeuwige strijd?

Over de strijd voor de eeuwige vrede, en hoe je je eraan onttrekt.

Beste Hans,

Voor mij is verlichting eeuwige vrede. Voor jou lijkt het een eeuwige strijd.

Beste Yvon,

Kom je in eeuwige vrede of maak je je op voor een eeuwige strijd?

Yvon: Haha, daar zeg je zo wat.

Hans: Voor mij is verlichting niet-weten, ook niet wat verlichting is. Dat is een persoonlijke uitspraak, geen algemene. Er valt niet over te twisten. Ik heb niets te verdedigen. Waar zie jij die strijd?

Yvon: Waarom schrijf je dan zo fel?

Hans: Om te laten zien hoe het niet-weten werkt en wat het met je kan doen?

Yvon: En, hoe werkt het?

Hans: Dat zie je toch?

Yvon: Wat moet ik zien?

Hans: Als je schrijft, 'Voor mij is verlichting eeuwige vrede, voor jou lijkt het eeuwige strijd', dan schrijf ik terug, 'Kom je in eeuwige vrede of maak je je op voor een eeuwige strijd?' Jij legt mij een dilemma voor, ik hou jou een spiegel voor.

Yvon: Ik denk dat ik jou zie, maar eigenlijk zie ik mezelf, is dat wat je bedoelt?

Hans: Nu doe je het weer.

Yvon: Wat doe ik weer?

Hans: Mij een dilemma voorleggen.

Yvon: En jij houdt mij weer een spiegel voor.

Hans: Zo ontstaat er een spiegelgevecht.

Yvon: Yvon versus Yvon.

Hans: Vechtend voor eeuwige vrede.

Yvon: Zie jij jezelf als verlicht?

Hans: Nu doe je het weer.

Yvon: Geef nou eens antwoord.

Hans: Ik zie mezelf niet als verlicht of onverlicht. Ik denk niet in dat soort termen. Doe ik het toch, dan dank ik ze meteen af.

Yvon: Ik denk dat ik het wel begrijp. Wat zich ook voordoet, jij weet alleen maar niet.

Hans: Nu doe je het weer.

Yvon: Jij ziet jezelf niet als wetend of niet-wetend. Jij denkt niet in dat soort termen. Doe je het toch, dan dank je ze meteen af.

Hans: Goeie vraag.

Yvon: En dit wou jij vrede noemen?

Hans: Nu doe je het weer.

277. Niet-weten is geen cadeau

Tussen droom en daad staan wensen in de weg.

1

'Waarom geef jij de mensen geen niet-weten cadeau?'

'Ik wil het wel geven, maar wie kan het nemen?'

'Iedereen is toch op zoek naar de waarheid?'

'Dan zal dat het probleem wel zijn.'

2

'Waarom geef jij de mensen geen niet-weten cadeau?'

'Ik wil het wel geven, maar wie kan het nemen?'

'Iedereen is toch op zoek naar verbinding?'

'Dan zal dat het probleem wel zijn.'

3

'Waarom geef jij de mensen geen niet-weten cadeau?'

'Ik wil het wel geven, maar wie kan het nemen?'

'Iedereen is toch op zoek naar onthechting?'

'Dan zal dat het probleem wel zijn.'

4

'Waarom geef jij de mensen geen niet-weten cadeau?'

'Ik wil het wel geven, maar wie kan het nemen?'

'Iedereen is toch op zoek naar geluk?'

'Dan zal dat het probleem wel zijn.'

5

'Waarom geef jij de mensen geen niet-weten cadeau?'

'Ik wil het wel geven, maar wie kan het nemen?'

'Iedereen is toch op zoek naar gemoedsrust?'

'Dan zal dat het probleem wel zijn.'

6

'Waarom geef jij de mensen geen niet-weten cadeau?'

'Ik wil het wel geven, maar wie kan het nemen?'

'Iedereen is toch op zoek naar God?'

'Dan zal dat het probleem wel zijn.'

7

'Waarom geef jij de mensen geen niet-weten cadeau?'

'Ik wil het wel geven, maar wie kan het nemen?'

'Iedereen is toch op zoek naar verlichting?'

'Dan zal dat het probleem wel zijn.'

Strik zonder doos.

^ Niet-weten is een leeg cadeau.

278. Verlichting brengt je terug bij af

Terug bij af ben je voorgoed onaf.

Leerling: Wat is verlichting?

Meester: De illusie kwijtraken, de werkelijkheid kwijtraken, het kwijtraken kwijtraken.

Leerling: Ben je dan niet terug bij af?

Meester: Dan ben je als het ware af.

279. Wie steeds naar de kim kijkt ziet nooit zijn kruis

Hoe ver wijs je naar het meest nabij?

'Ik bestudeer al maanden je teksten, Hans, en ik kan er maar niet achter komen waar je naar verwijst.'

'Misschien is dat wel waarnaar ik verwijs.'

'Steeds heb ik het gevoel: dit denken, deze teksten verwijzen naar iets heel dieps en wonderlijks.'

'Dat gevoel heb ik nu ook.'

'Wat is het precies waarnaar ze verwijzen?'

'Ik betwijfel of je daar al aan toe bent.'

'Spaar me niet.'

'Ga er maar even rustig voor zitten.'

'Ik ben er klaar voor.'

'Dit denken en deze teksten.'

'Hè?'

'Ik dacht al dat je dat zou zeggen.'

'Dit denken en deze teksten verwijzen naar iets heel dieps en wonderlijks, namelijk dit denken en deze teksten?'

'Is dat niet diep en wonderlijk?'

'Zit je mij in de maling te nemen?'

'Zit je mij in de maling te nemen?'

'Ik doelde op iets als hun goddelijke oorsprong.'

'Hè?'

'De Bron, Essentie, het Numineuze, het Absolute, de Waarheid voorbij de woorden.'

'Alsof je tegen Mona Lisa zegt, doe mij maar het schilderij.'

'Ik zie iets wezenlijks over het hoofd, hè?'

'Volgens jou wel.'

'Wat is het wezenlijke dat ik over het hoofd zie?'

'Dit denken, deze teksten.'

Voorovergebogen figuurtje met drie onmogelijke benen.

^ Wie steeds naar zijn kruis kijkt ziet nooit de kim.

280. Voor een agnost is de maan altijd nieuw

Hoe beter je kijkt, hoe minder je ziet.

Verlichting wordt weleens omschreven als de kennis zonder leraar, je innerlijke goeroe, een weten zonder woorden, de wijsheid voorbij alle wijsheid en zo. Jammer voor mij, ik kan daar niet bij.

Voor mij is verlichting een radicaal niet-weten dat iedere gedachte, iedere vorm van kennis en wijsheid, werelds en hemels, intuïtief en discursief, vergankelijk en onvergankelijk, bevestigend en ontkennend, in twijfel trekt. Telkens weer, keer op keer. Een frisse geest met een frisse kijk – grossier in gezichtspunten.

Raar natuurlijk om dat verlichting te noemen. Alsof er iets helder is geworden dat vroeger in duisternis was gehuld. Terwijl alles duister is geworden dat vroeger helder leek, en alles wat vroeger duister leek nog duisterder is geworden.

Nu kan ik mezelf moeilijk verduisterd gaan noemen, dan ziet niemand me meer staan. Dan ziet niemand me meer zitten. Dan struikelen de mensen over me. Dan vallen ze over me heen.

Welke gesteldheid van het lumen zou de onbepaaldheid van een onbegrensd niet-weten beter kunnen symboliseren? Een whiteout? Een regenboog? Een aura? Een halo? Verstrooiing? Schemering? Aha, ik weet het al.

Nieuwe maan.

281. Middelvinger naar de maan

Een taalgebaar van Meester Minder.

Leerling: Hebt u de Waarheid gerealiseerd?

Meester: Eerder gederealiseerd.

Leerling: Wanneer kun je zeggen dat je de Waarheid hebt gederealiseerd?

Meester: Als je je niets meer realiseert.

282. Verlichting is geen hemellichaam

Meester Minder ziet ze vliegen.

Leerling: Draait het bij verlichting om de maan of om de zon?

Meester: Om de ruimte.

283. Wenden en keren in hogere sferen

Meester Minder windt er geen doekjes om.

Leerling: Draait het bij verlichting om de vinger of om de maan?

Meester: Om het draaien.

284. De vinger is niet de maan

Boven de traditie uitstijgen.

De vinger is niet de maan. Ken je die beeldspraak? Je komt hem tegen in uiteenlopende wijsheidstradities.

De vinger staat voor de leer, de heilige geschriften, de liturgie, de praktijk, de woorden van een priester, leraar, meester of goeroe.

De maan staat voor verlichting, ontwaken, realisatie, de waarheid voorbij de woorden, de eeuwige wijsheid, het absolute, het ene.

'De vinger is niet de maan' is een waarschuwing: verwar de leer, de geschriften, de rites, de gebouwen, de symboliek, de praktijk, de woorden niet met verlichting of met de waarheid.

Een vlot is geen pension

Een soortgelijke waarschuwing kun je vinden in de Alagaddupama-Sutta en de Diamantsoetra, in de gelijkenis van het vlot: als je eenmaal bent overgestoken moet je het vlot niet achter je aan slepen, het heeft zijn nut gehad en dat was dat.

Meester Linji zegt het onomwonden in Preek 34 van de Linji Lu: 'Dood de Boeddha!' Afrekenen met het boeddhisme is een belangrijk thema in het boeddhisme.

Afrekenen met de leer is ook een belangrijk thema van de advaita vedanta. Daar spreken ze van de kosmische grap. Er is nooit een zoeker of een zoektocht geweest, het was maar een droom in het ene Bewustzijn dat verstoppertje speelt met zichzelf. De zoeker is het gezochte, haha.

De leer is een ballon

De vinger staat voor de traditie met alles erop en eraan, behalve de maan. Die traditie is geen doel op zich, maar een richtingaanwijzer, een hulpmiddel, een ladder. Je klimt langs de sporten van de traditie omhoog om uiteindelijk boven de traditie uit te stijgen.

Of vergelijk het met een luchtballon. Wil je loskomen van de grond dan moet je het ankertouw doorsnijden. Wil je hoogte winnen dan moet je ballast uitwerpen. Wil je niet tegen de top van de heilige berg te pletter slaan, dan moet je alles overboord gooien.

Ook jezelf, opgeblazen ballon.

Ook het Zelf, die opgeblazen Ballon.

Ook niet-zelf, die leeggelopen ballon.

De maan is niet de zon

Nog even terug naar de gelijkenis van het vlot. Nadat je bent overgestoken moet je het vlot achterlaten, maar dan ben je er nog niet. Je moet ook het idee achterlaten dat je bent overgestoken, het idee dat er een je is die kan oversteken, het idee dat er geen je is en geen oversteek, het idee dat je iets moet achterlaten, het idee dat je iets zou moeten, het idee dat je niets zou moeten enzovoort.

Nog even terug naar Linji. Als je de Boeddha tegenkomt moet je hem doden, maar dan ben je er nog niet. Je moet ook de boeddhadoder nog doden en het idee dat er iets of iemand te doden valt en het idee dat er niets of niemand te doden valt door iemand of niemand enzovoort.

Nog even terug naar de kosmische grap. Als je de weg gaat moet je de zoeker en de zoektocht doorzien, maar dan ben je er nog niet. Je moet ook nog het idee van de kosmische grap doorzien, het idee dat er niemand is, het idee dat er nooit een weg was om te gaan, het idee dat er alleen maar Bewustzijn is, het idee dat het spelletjes speelt met zichzelf, het idee dat de zoeker het gezochte is, het idee van vedanta, het idee van advaita enzovoort.

Het licht van verlichting vlucht verder, verder, almaar verder. Recht zo die gaat met driehonderdduizend kilometer per seconde. De tradities voorbij, verlichting voorbij en zelfs het verdergaan voorbij.

Het spoedt zich weg van kip en ei, het spoedt zich weg van leer en pij, het spoedt zich weg van wu en wei, het spoedt zich weg van jou en mij, het spoedt zich overal van vrij.

Voorbij. Voorbij. Voorbij. Voorbij.

285. Een vinger naar de waan

Alles naar de maan.

De maan is niet de zon

'De vinger is niet de maan' is een waarschuwing waar weinig zoekers oor voor hebben. Ze graven zich dieper en dieper in de traditie in, tot ze geen kant meer op kunnen. Prijs de Leer, de hoogste Heer, Hij laat je nooit meer vallen.

'De vinger is niet de maan' is nog een halfslachtige waarschuwing ook. De eerste van een reeks van zes die zichzelf in de staart bijt. Een vicieuze cirkel.

Natuurlijk moet je je niet blindstaren op de vinger, maar ook niet op de maan. Dat is gewoon een dode rots.

De maan geeft geen licht, dat denk je maar. Ze is een spiegel, en nog een vuile ook. Hoe langer je poetst, hoe kleiner ze wordt, maar nooit helderder.

De maan is niets zonder de bron die haar verlicht. Het zou beter zijn om met de vinger naar de zon te wijzen.

De zon is niet het oog

Staar je niet blind op de vinger of de maan, dat is de tweede waarschuwing, een uitbreiding van de eerste. Maar ook niet op de zon.

Natuurkundig gezien is een ster geen lichtbron, maar een zwart lichaam dat elektromagnetische straling uitzendt. Pas in het gezichtsorgaan ontstaat voor een klein deel van het elektromagnetische spectrum de sensatie van licht.

Het zou beter zijn om met de vinger naar het oog te wijzen.

Het oog is niet het subject

Staar je niet blind op de vinger, de maan of de zon, dat is de derde waarschuwing, een uitbreiding van de tweede. Maar ook niet op het oog.

Het oog is van zichzelf stekeblind. Het zien vindt plaats in een organisme, in zijn of haar geest, brein, verstand, bewustzijn, of waar het ook precies is dat het beeld ontstaat en ervaren wordt.

Het zou beter zijn om met de vinger naar het subject te wijzen.

Het subject is niet het object

Staar je niet blind op de vinger, de maan, de zon of het oog, dat is de vierde waarschuwing, een uitbreiding van de derde. Maar ook niet op het subject.

Er moet iets zijn om naar te kijken, zonder materie geen zicht.

Het zou beter zijn om met de vinger naar het object te wijzen.

Het object is niet de vinger

Staar je niet blind op de vinger, de maan, de zon, het oog of het subject, dat is de vijfde waarschuwing, een uitbreiding van de vierde. Maar ook niet op het object.

Zonder maan, zon, oog of subject kan er van een zichtbaar object geen sprake zijn.

Dit is de zesde, fatale waarschuwing.

Een onbegrijpelijk geheel

De vinger is niet de maan, de maan is niet de zon, de zon is niet het oog, het oog is niet het zien, het zien is niet het subject en het subject is niet het object – vinger of niet.

Onze waarschuwing is vicieus geworden, de kop is in de kont verdwenen, waar hij thuishoort. De weg is een rotonde zonder afslagen, een enso, een nul.

De vinger wijst via een omweg naar de vinger. De maan weerspiegelt via een omweg de maan. De zon verlicht via een omweg de zon. Het oog ziet via een omweg het oog. Het subject ervaart via een omweg het subject.

Vinger, maan, zon, oog, subject en object – het zijn allemaal abstracties. Schijnbaar zelfstandige entiteiten in een onbegrijpelijk geheel.

Al deze schijnbaar zelfstandige entiteiten verschijnen eerst bij analyse van het onbegrijpelijke zien, dat zich alleen laat lokaliseren in het onbegrijpelijke geheel.

Wat heet lokaliseren. Het onbegrijpelijke geheel bevindt zich niet in één locatie en is niet in zijn geheel gelokaliseerd, zodat het zich zelfs met tienduizend vingers niet laat aanwijzen.

Bovendien zijn 'het onbegrijpelijke zien' en 'het onbegrijpelijke geheel' opnieuw abstracties – loze labels om je onwetendheid toe te dekken. Voor je het weet ga je ze 'Bewustzijn' en 'Eenheid' noemen en stamp je de volgende traditie uit de grond in plaats van de vorige erin.

286. Verlichting is een luchtballon

Goed nieuws, of slecht.

Verlichting is een luchtballon

Een ladder zonder treden

't Is net als met de noorderzon

Eens komt hij naar beneden

Luchtballon in de vorm van het gloeilamp; de ballonvaarder hangt onder het mandje.

^ Eens komt hij naar beneden.

287. Verlichting is onzin

Hoe je je bevrijdt van je spiritualiteit.

Wat is verlichting?

Verlichting is onzin.

De naam is onzin, alles wat je erover leest is onzin, alles wat je erover denkt is onzin, alles wat ik erover schrijf is onzin. Echt alles. Echt onzin.

Het is dus ook onzin dat verlichting onzin is.

Sta daar even bij stil, het is een variatie op de leugenaarsparadox.

Het is onzin dat verlichting onzin is, ook al is alles wat je erover kunt lezen, denken en schrijven baarlijke nonsens.

Denk je nu echt dat ik al deze onzin over verlichting zou schrijven als het allemaal onzin was?

Als verlichting geen onzin is, wat is het dan wel?

Verlichting is niet-weten.

Wat is niet-weten?

Niet-weten is onzin.

De naam is onzin, alles wat je erover leest is onzin, alles wat je erover denkt is onzin, alles wat ik erover schrijf is onzin. Echt alles. Echt onzin.

Het is dus ook onzin dat niet-weten onzin is.

Sta daar even bij stil, het is een variatie op de leugenaarsparadox.

Het is onzin dat niet-weten onzin is, ook al is alles wat je erover kunt lezen, denken en schrijven baarlijke nonsens.

Denk je nu echt dat ik al deze onzin over niet-weten zou schrijven als het allemaal onzin was?

Als niet-weten geen onzin is, wat is het dan wel?

Niet-weten is zen.

Wat is zen?

Zen is onzin.

De naam is onzin, alles wat je erover leest is onzin, alles wat je erover denkt is onzin, alles wat ik erover schrijf is onzin. Echt alles. Echt onzin.

Het is dus ook onzin dat zen onzin is.

Sta daar even bij stil, het is een variatie op de leugenaarsparadox.

Het is onzin dat zen onzin is, ook al is alles wat je erover kunt lezen, denken en schrijven baarlijke nonsens.

Denk je nu echt dat ik al deze onzin over zen zou schrijven als het allemaal onzin was?

Als zen geen onzin is, wat is het dan wel?

Ja, hoor eens, ik blijf niet aan de gang.

Noem dat desnoods verlichting.

Noem het niet-weten.

Noem het zen.

Of noem het bevrijding.

Bevrijding uit je huidige denkketen.

Wachtend op de volgende.

288. Verlichting is een strop

Tot het je zwart voor ogen wordt.

Meester Minder zegt:

Verlichting is een strop

Je steekt je hoofd erin

En hangt je eraan op

Profiel van iemand die verschrikt naar een lichtgevende strop kijkt.

^ Verlichting is een strop.

289. Verlichting is geen buit maar het einde van de jacht

Acht misverstanden over de nacht.

Meester Minder zegt:

Verlichting is geen piek maar het einde van je klim.

Verlichting is geen dal maar het einde van je val.

Verlichting is geen oog maar het einde van je staar.

Verlichting is geen weg maar het einde van de reis.

Verlichting is geen buit maar het einde van de jacht.

Verlichting is geen kroon maar het einde van de koning.

Verlichting is geen maat maar het einde van het meten.

Verlichting is geen leer maar het einde van het weten.

Varianten

In plaats van verlichting kun je ook vrijheid, zen, non-dualisme of niet-weten invullen, of wat het ook maar is dat het einde van je spirituele trip inluidt:

Vrijheid is geen piek maar het einde van je klim.

Zen is geen dal maar het einde van je val.

Non-dualisme is geen oog maar het einde van je staar.

Niet-weten is geen buit maar het einde van de jacht.

...

290. Verlichting is erover ophouden

Acht suïcidismen van Meester Minder.

Verlichting is alles ontkennen, ook het ontkennen.

Verlichting is alles relativeren, ook het relativeren.

Verlichting is alles betwijfelen, ook het twijfelen.

Verlichting is alles verliezen, ook het verliezen.

Verlichting is alles afbreken, ook het afbreken.

Verlichting is alles afwijzen, ook het afwijzen.

Verlichting is alles loslaten, ook het loslaten.

Verlichting is jezelf bevrijden, ook van de vrijheid.

Sleutelwoorden zonder slot

In plaats van verlichting kun je hierboven weer invullen wat je past, zoals de weg, de grote dood, helderheid, ruimte...

Bijna al mijn dwaalteksten zijn begonnen als teksten over niet-weten. Om mijn monomane veelschrijverij te camoufleren, en om vogels van andere pluimage aan te kunnen schieten, ben ik sleutelwoorden gaan vervangen. Zen in plaats van niet-weten. Verlichting in plaats van zen. Bevrijding in plaats van verlichting.

Vlammend vraagteken.

^ Vogels van andere pluimage.

Gek genoeg hoef ik mijn teksten vaak niet of nauwelijks te wijzigen. Zou het dan toch waar zijn dat alle tradities naar hetzelfde verwijzen? Dat moet dan hetzelfde zijn waar het niet-weten naar verwijst: de lege leer.

Hoe ik dat kan weten? Anders was het geen niet-weten.

291. Hoe een blinde naar zichzelf kijkt

Jezelf zijn zonder zelfbeeld.

'Zie jij jezelf als een verlicht iemand, Hans?'

'Ik zie mezelf niet als iemand, laat staan als verlicht.'

'Is dat niet de definitie van verlichting?'

'Wat?'

'Jezelf als niemand zien?'

'Kan best wezen...'

'Maar?'

'Ik zie mezelf ook niet als niemand.'

'Ik bedoel daarmee, als het ene.'

'Ik zie mezelf ook niet als alles.'

'Ik heb het over de leegte.'

'Ik zie mezelf ook niet als niets.'

'Niet als iemand, niet als niemand, niet als alles, niet als niets; hoe zie je jezelf dan wel?'

'Ik zie mezelf niet.'

'Echt niet?'

'Niet echt.'

'Wat bedoel je met niet echt?'

'Dat ik mezelf op vele manieren zie.'

'Dat is heel wat anders.'

'Dat is precies hetzelfde.'

'Ik snap er niets meer van.'

'Dat is precies hetzelfde.'

292. Ik ben niet verlicht, ik ben verduisterd

Deel 1 van een interview in 13 delen over de onzienlijke lichtheid van niet-weten en de weidsheid voorbij alle wijsheid.

Claire: Zou jij jezelf verlicht noemen?

Hans: Verlicht? Mij niet gezien. Niet-mij ook niet. Lichter misschien, opgelucht, jawel, maar verlicht?

Claire: Wat is daar mis mee?

Hans: Daar is niets mis mee. Verlichting is geen handelsmerk en 'verlicht' is geen beschermde titel. Iedereen mag zich zo noemen, van vuurvlieg tot gloeipeer.

Claire: Terecht, lijkt mij, het schijnt dat iedereen al verlicht is.

Hans: Het schijnt ook dat er eerst nog even iets moet gebeuren, al hoeft dat geen seconde te duren en is verlichting zelfs voor luie mensen binnen handbereik.

Er schijnen ook vijfhonderd wedergeboortes vol kommer en kwel nodig te zijn voor je uitgedoofd en wel de opiumkit van het nirwana wordt binnengereden, en dan moet je je al die tijd nog fatsoenlijk hebben gedragen ook.

Je ziet, er schijnt heel wat te schijnen in deze contreien; alleen al daarom is 'verlicht' mijn woord niet.

Claire: Wat is jouw woord wel?

Hans: Als ik mezelf per se iets moet noemen, dan maar verduisterd. Al is dat mijn woord niet.

Claire: Verduisterd?

Hans: Laat ik het maar meteen bekennen – het is niet dat mijn derde oog is opengegaan en het Levende Licht heeft aanschouwd, of de Heilige Geest, de Waarheid, de Werkelijkheid, de Wijsheid Voorbij Alle Wijsheid, een Weten Zonder Woorden, de Kennis Zonder Leraar, of wat dan ook.

Claire: Jou is niets geopenbaard.

Hans: Ik ben alle inzichten kwijtgeraakt. Ze liggen in mijn bovenkamer opgebaard.

Claire: Geldt dat alleen voor jou of voor iedereen?

Hans: Geldt het voor jou?

Claire: Soms vraag ik me af of verlichting wel bestaat.

Hans: Het bestaat, als je verlichting definieert als het einde van dit soort vragen, van dit soort denken, van de zichtbare en onzichtbare onderscheidingen en aannames waarvan het is doordrenkt. Dan ben ik een levend voorbeeld.

Claire: Is dat hoe jij verlichting definieert?

Hans: Het is hoe ik niet-weten definieer.

Claire: Denk jij dat er aan anderen wel iets is geopenbaard?

Hans: Vraag maar aan anderen. Ik spreek alleen voor mezelf.

Claire: En als je voor jezelf spreekt?

Hans: Dan ben ik meteen uitgepraat. Ik weet het allemaal niet meer. Tot in de n-de graad. Dat gaat ver hoor. Niet-weten is een spel zonder grenzen. Ik weet niet eens meer of ik het allemaal niet meer weet. En ook niet of dat het toppunt van niet-weten is of het einde.

Claire: Je zit er tot over je oren in.

Hans: Ik ben er wel uit – ik kom er niet uit.

Claire: Het spelletje is uit.

Hans: En daar kan ik maar niet over uit.

Gloeilamp met blinddoek.

^ De onzienlijke lichtheid van niet-weten.

293. Wie niet weet hoeft nergens heen

Deel 2 van een interview in 13 delen over de onzienlijke lichtheid van niet-weten en de weidsheid voorbij alle wijsheid.

Claire: Ik vind het heel bijzonder...

Hans: Niet-weten is niks bijzonders. Iedereen weet wat het is om niet te weten. Dit niet weten, dat niet weten. Bij mij is het alleen een graadje erger.

Claire: N graadjes.

Hans: Het licht is uitgegaan, het licht is uitgebleven. Ik zie geen hand voor ogen. Laat staan een vinger die naar de maan wijst. Laat staan de maan zelf. En het gekke is dat ik juist daarin vrede heb gevonden. Ik hoef nergens meer heen.

Claire: Waarom niet?

Hans: Waar zou ik heen moeten? Het is overal even donker.

Claire: Jij ziet niets.

Hans: Geen zelf om te onderhouden, geen niet-zelf om me aan over te geven. Geen veelheid om te verenigen, geen eenheid om te cultiveren. Geen winnaars om te bewieroken, geen losers om te verlossen.

Claire: Niets om naar te streven.

Hans: Zelfs niet naar niet-streven.

Claire: Klinkt goed.

Hans: Het is hier goed noch slecht en dat bevalt me goed noch slecht.

Claire: Je weet het wel te verkopen.

Hans: De duisternis is niet beter of echter of mooier of prettiger dan het gewone leven. Het is geen bevoorrechte plek voor uitverkorenen. Of je nu in de fuik van wel-weten zit of in de fuik van niet-weten...

Claire: Een fuik? We hebben het hier toch over vrijheid?

Hans: Laat je door niemand wijsmaken dat niet-weten vrijheid is. Vrijheid waarvan? Vrijheid waartoe? Vrijheid waarin? Vrijheid voor wie?

Claire: Maar vrijheid is...

Hans: Niet-weten is ook niet weten wat vrijheid is. Of het wel meer is dan een woord. Iets waarvan je weleens hebt gehoord. Een klank om je aan vast te klinken.

294. Biedt niet-weten perspectief?

Deel 3 van een interview in 13 delen over de onzienlijke lichtheid van niet-weten en de weidsheid voorbij alle wijsheid.

Claire: Waar is niet-weten goed voor?

Hans: Niet-weten is ook niet weten waar niet-weten goed voor is. Of het wel meer is dan een woord. Een klank om je aan vast te klinken.

Claire: Klinkt meer als een aandoening.

Hans: Een chronische.

Claire: Je zal het maar hebben.

Hans: Niet-weten is geen kwestie van hebben maar van kwijtraken.

Claire: Het is niet iets wat je verwerft?

Hans: Het is iets wat me overkwam. Duister werd het me onverwacht en ongezocht. Ik ben geen obscurantist.

Claire: Gaat het ergens heen? Biedt het niet-weten perspectief?

Hans: Ja hoor, keus genoeg.

Het niet-weten van Socrates is een stap richting Deugd.

Het niet-weten van Johannes van het Kruis is een stap richting God.

Het niet-weten van Jan van Delden is een stap richting Bewustzijn.

Het niet-weten van Byron Katie is een stap richting Realiteit.

Het niet-weten van Bernie Glassman is een stap richting Vrede.

Het niet-weten van Jan Oegema is een stap richting Openheid.

Het niet-weten van Estelle Frankel is een stap richting Wijsheid.

Claire: En het niet-weten van Hans van Dam?

Hans: Is een pas op de plaats.

Claire: Niet-weten is voor jou geen stap.

Hans: Een stap binnen niet-weten.

Claire: Het biedt geen perspectief.

Hans: Perspectief op niet-weten.

Claire: Ben je weleens bang om uit het niet-weten te vallen?

Hans: Bang niet, maar het zou best kunnen. Mijn ouders waren allebei dement en mijn oma kreeg op mijn leeftijd een zware beroerte. Er kan van alles stukgaan waardoor mijn denken een-twee-drie zijn zelfbewustzijn of zijn flexibiliteit verliest.

Claire: Je weet maar nooit.

Hans: En er kan nog steeds een idee of ideaal langskomen dat weer ouderwets met me aan de haal gaat.

Claire: Is dat ooit gebeurd sinds je het niet meer weet?

Hans: Niet dat ik weet.

Claire: Behalve niet-weten.

Hans: Niet-weten is geen idee.

295. Verlichting is shit

Deel 4 van een interview in 13 delen over de onzienlijke lichtheid van niet-weten en de weidsheid voorbij alle wijsheid.

Claire: Wat heb jij sinds je verduistering zoal gedaan?

Hans: Lachen.

Claire: Lachen?

Hans: 'Verduistering.' Wie zegt dat nu.

Claire: Ik dacht even dat je al die tijd gelachen hebt.

Hans: Lachen.

Claire: Wat heb je dan gedaan?

Hans: Gewoon wat iedereen doet.

Claire: O.

Hans: En over niet-weten schrijven natuurlijk.

Claire: Waarom zou je?

Hans: Omdat ik me niet kan vinden in wat anderen erover schrijven?

Claire: Waarom niet?

Hans: Te slim, te gelikt. Is het geen professorenpraat dan is het wel predikantenpraat. Vol valse bescheidenheid en gespeeld ontzag voor 'het numineuze'. Alsof ze het raadsel hebben opgelost door het vakkundig onder woorden te brengen.

Claire: Hoe lang schrijf je nu al?

Hans: Vijftien jaar. Eerst offline, voor mezelf. Sinds 2009 online, live, klaar terwijl u wacht.

Claire: Vijftien lange jaren.

Hans: Op de toppen van mijn tenen. Het moeilijkste wat ik ooit gedaan heb. In het begin dan. Schrappen, schrappen, schrappen. Van de eerste jaren is bijna niets overgebleven.

Pas halverwege begon het te stromen. Toen ging het ineens vanzelf. Had ik eindelijk door hoe ik het schrappen in de tekst kon opnemen. Vanaf dat moment spoot het mijn vingertoppen uit.

Claire: Een hele Agnosereeks inmiddels.

Hans: Zoals John Cage zei: "Ik heb niets te zeggen en dat zeg ik." Hij deed het in vier minuten en drieëndertig seconden, wat voor de meesten mensen al ondraaglijk is. Ikzelf weet niet van ophouden – het stroomt maar door.

Claire: Als diarree.

Hans: Mest is een mooie metafoor voor dit soort laag-bij-de-grondse spiritualiteit. In zen lusten ze er ook wel pap van. 'Wat is boeddha?' 'Poep op een stokje.'

Claire: Subtiel is anders.

Hans: Niet-weten is volstrekt ongenuanceerd.

Claire: Je hoopt toch op iets diepzinnigs.

Hans: Niet-weten is volstrekt oppervlakkig.

Claire: Iets wat je boven jezelf uit tilt.

Hans: Niet-weten is volstrekt aards.

Claire: Iets dat inspireert.

Hans: Niet-weten is volstrekt ontmoedigend.

296. Schijngestalten van niet-weten

Deel 5 van een interview in 13 delen over de onzienlijke lichtheid van niet-weten en de weidsheid voorbij alle wijsheid.

Claire: Waar streef je naar bij het schrijven?

Hans: Een eigentijdse expressie van niet-weten.

Claire: Eigentijds?

Hans: Eenvoudig. Compromisloos. Fris van de lever. Recht voor zijn raap. Zonder poespas of spatjes. Amsterdams. Hollands nuchter. Postpostmodern. Ik zeg geloof ik steeds hetzelfde.

Claire: Postpostmodern?

Hans: Het postmodernisme verkondigt het einde van de grote verhalen. Maar dat is opnieuw een groot verhaal.

Claire: Hè?

Hans: Het grote verhaal van het einde van de grote verhalen.

Claire: Het postmodernisme is toch juist een poging...

Hans: Net als alle grote verhalen is het postmodernisme ongegrond. Het verhaal van de grondeloosheid is zelf grondeloos. En was het dat niet, dan helemaal. Dus kan het zo mee de kachel in.

Claire: Mee?

Hans: Met alle klassieke en moderne variaties op dit thema. Alle schijngestalten van niet-weten. Vormen van bijna-niets-weten, lees toch-nog-iets-weten, die je maar al te makkelijk aanziet voor helemaal-niet-weten.

Claire: Zoals?

Hans: Holisme, non-dualisme, solipsisme, subjectivisme, scepticisme, pyrronisme, nominalisme, relativisme, situationisme, pluralisme, cynisme, existentialisme, fatalisme, hedonisme, irrationalisme, nihilisme, obscurantisme, stoïcisme, anarchisme, absurdisme...

Claire: Goedendag.

Hans: Zeg maar dag met je handje.

Claire: Dat zal lekker fikken.

Hans: Een waar vreugdevuur.

Claire: En uit de as herrijst...

Hans: Niets.

Claire: Het niets waaruit alles ontstaat en waarin alles vergaat. Bewustzijn! Leegte! Brahman! Essentie! Tao! God!

Hans: Het niets van niet-weten. De lege leer. Een oorverdovende stilte.

Claire: Sst.

Hans: Bewustzijn? Sst. Leegte? Sst. Brahman? Sst. Essentie? Sst. Tao? Sst. God? Sst.

Claire: Of je leegloopt.

Hans: Geen Waarheid, geen Werkelijkheid, geen Wijsheid, geen Weg, geen Weten.

Claire: Pfft.

Hans: En geen niet-waarheid, geen niet-werkelijkheid, geen niet-wijsheid, geen niet-weg en geen niet-weten.

297. Beter ten hele gedwaald dan ten halve geleerd

Deel 6 van een interview in 13 delen over de onzienlijke lichtheid van niet-weten en de weidsheid voorbij alle wijsheid.

Claire: De Griekse wijsgeer Socrates zei, 'Ik weet alleen maar dat ik niets weet.' Ben jij het daarmee eens?

Hans: Nee, ik heb het niet over een socratisch weten van niet-weten, ik heb het over een postsocratisch zelfs niet weten van niet-weten.

Claire: Het einde van ieder besef.

Hans: En het einde van het einde van ieder besef.

Claire: Het nihilisme ten top.

Hans: Een nihilisme dat zichzelf nietig verklaart. Hypernihilisme. Een postmodernisme dat zichzelf doorziet. Postpostmodernisme.

Claire: Gate gate paragate parasamgate.

Hans: Verder, verder, almaar verder, zelfs het verder gaan voorbij.

Claire: De onvolprezen Hartsoetra.

Hans: En daar nog weer voorbij.

Claire: De Hartsoetra voorbij?

Hans: Anders blijf je prijzen.

Claire: Waar kom je dan uit?

Hans: Jij wilt steeds ergens uitkomen.

Claire: Waarom zou je anders verder gaan?

Hans: Lees je Hartsoetra er maar op na.

Claire: Wat dan?

Hans: 'Er is geen pad, geen transcendente wijsheid, geen bereiken en geen niet-bereiken.'

Claire: Er is het Achtvoudige Pad...

Hans: Bij niet-weten gaat het er niet om ergens uit te komen; het gaat erom verder te gaan. Het gaat om het verdergaan. In beweging blijven. Niet nestelen. Ook niet in nestvliederij.

Claire: Waarom niet?

Hans: Daarom niet.

Claire: Daarom is geen reden.

Hans: Als je iets weet ga je daarin wonen. Je kunt niet anders. Als je niet weet trek je maar weer verder. Wat moet je anders?

Claire: Verder waarheen?

Hans: Je wilt nog steeds ergens uitkomen.

Claire: 'De weg is het doel.' Is dat wat je bedoelt? Het gaat om de reis, niet om de bestemming? Hier, nu is waar het allemaal gebeurt?

Hans: Je wilt nog steeds ergens uitkomen.

Claire: Jij bent toch bij niet-weten uitgekomen?

Hans: Ik ben nergens bij uitgekomen. Niet bij een traditie. Niet bij een religie. Niet bij een filosofie. Niet bij het vele. Niet bij het ene. Niet bij een goeroe. Niet bij mezelf. Niet bij het zelf.

298. Denkgewoontes doorbreken als denkgewoonte

Deel 7 van een interview in 13 delen over de onzienlijke lichtheid van niet-weten en de weidsheid voorbij alle wijsheid.

Claire: Is niet-weten nergens uitkomen?

Hans: En nergens uit komen. Nergens in zitten. Nergens verblijven. Nergens heen hoeven.

Claire: En dan?

Hans: Maar zien.

Claire: Wat zien?

Hans: Jezus.

Claire: Jezus?

Hans: Jij geeft niet op hè?

Claire: Hardnekkig hè?

Hans: Je wilt nog steeds ergens uitkomen.

Claire: Hoe zou dat toch komen?

Hans: Door de metafoor van de weg?

Claire: Maar het kan toch niet zo zijn...

Hans: Als je er bent blijkt er geen er te zijn, zei Simone Weil.

Claire: Mooi.

Hans: De volgende bron van misverstanden.

Claire: Wat voor misverstanden?

Hans: Dat er een hogere vorm van zijn bestaat dan ergens zijn, dat er verschillende vormen van zijn zijn, dat er ergens een plaatsloze plaats is waar je kunt zijn zonder zijn, een eeuwig hier-en-nu voorbij tijd en ruimte of weet ik veel.

Claire: En dat is niet wat Simone Weil wil zeggen?

Hans: Wijlen Simone wil al tijden niets meer zeggen. God weet wat ze wilde toen ze nog niet wijlde. Ik citeer haar om een denkgewoonte te doorbreken.

Claire: Het denken in termen van doelen en wegen.

Hans: En daarmee hebben we het volgende doel geïntroduceerd – het doorbreken van denkgewoontes.

Claire: En dat was niet de bedoeling?

Hans: Niet als we die denkgewoonte willen doorbreken.

Claire: Het is niet de bedoeling dat we bedoelingen hebben.

Hans: Klinkt als de volgende bedoeling.

Claire: Oké, ik zie hoe het werkt. Wat je ook zegt over niet-weten, er ontstaan misverstanden.

Hans: Misverstanden in de vorm van begrip.

Claire: En begrip is geen niet-weten.

Hans: En niet-weten is geen begrip.

299. De geest verafschuwt leegte

Deel 8 van een interview in 13 delen over de onzienlijke lichtheid van niet-weten en de weidsheid voorbij alle wijsheid.

Claire: Wat moet je volgens jou doen, of laten, om je niet-weten adequaat tot uitdrukking te brengen?

Hans: Niets zeggen waar je niet achter staat. Niets dus. Niets zeggen.

Claire: Zwijgen.

Hans: Zwijgen is het tegenovergestelde van niets zeggen. Meer kun je niet zeggen. Stilte is het lege doek waarop mensen ongeremd hun gedachten projecteren.

Claire: Nature abhors a vacuum.

Hans: Mind abhors a vacuum. De geest verafschuwt leegte.

Claire: Leegte moet opgevuld worden.

Hoofd waar allemaal spulletjes uit steken.

^ Leegte moet opgevuld worden.

Hans: Al is het maar met holle woorden als geest en leegte. Al is het maar met holle frasen als 'de geest verafschuwt leegte' en 'leegte moet opgevuld worden'.

Claire: Je moet dus wel wat zeggen, maar wat?

Hans: Praten zonder wat te zeggen, dat is de kunst. Een veelzeggende stilte verbreken door een nietszeggende op te roepen. Spreken als een hogere vorm van zwijgen.

Claire: Maar hoe dan?

Hans: Door al je beweringen meteen te weerleggen. Door al je begrippen meteen te ondermijnen. Door al je onuitgesproken aannames meteen aan de kaak te stellen.

Claire: Alles wat je roept direct herroepen.

Hans: Voor zover mogelijk.

Claire: Als je niets roept hoef je ook niets te herroepen.

Hans: Maar het gaat juist om het herroepen. Daar gebeurt het. Als je dat een paar keer achter elkaar doet heb je een dwaaltekst, zo noem ik het maar. Omdat de lezer daarin eventjes de weg kwijtraakt.

Claire: En wie wil dat nu niet.

Hans: Wie dat niet wil heeft hier niets te zoeken, en wie hier wel iets te zoeken heeft verdoet zijn tijd. Daarover schrijf ik, liefst in de vorm van een gesprek zoals het onze, dan gaat het een beetje leven.

Claire: Wat voor figuren kan de lezer in jouw dialogen verwachten?

Hans: Monniken, ambachtslieden, schrijvers, politici, filosofen, kooplui, moeders, agenten, soldaten, dieren... Maar vooral leerlingen en meesters.

Claire: Waar staan die voor?

Hans: De leerling staat voor de innerlijke stem die almaar roept: 'Zeker weten!' De meester staat voor de innerlijke stem die almaar vraagt: 'Zeker weten?'

Claire: Een omkering van de normale rollen.

Hans: De leerling weet alles en hoeft niets meer te vragen. De meester vraagt alles en hoeft niets meer te weten.

Claire: Je zou ze Uitroepteken en Vraagteken kunnen noemen.

Hans: Ja, of Nauwe Weetal en Wijde Weetniet.

300. Wie is Wijde Weetniet?

Deel 9 van een interview in 13 delen over de onzienlijke lichtheid van niet-weten en de weidsheid voorbij alle wijsheid.

Wijde Weetniet is de dwaze protagonist van een titelloos verhaaltje in de Zhuang Zi, een van de drie oerboeken van het taoïsme. Ik parafraseer:

Eens reisde de Wolkenaanvoerder naar het oosten en zag in de diepte Wijde Weetniet. Die was zich net aan het vermaken door te huppelen als een musje en zich daarbij op de billen te slaan. De Wolkenaanvoerder riep: 'Oude heer! Wie bent u? Wat doet u?' Wijde Weetniet riep terug: 'Ik amuseer me!' en huppelde vrolijk verder.

'Ik wil u een vraag stellen,' riep de Wolkenaanvoerder. 'De ki van de hemel en de ki van de aarde en de zes energieën en de vier jaargetijden zijn helemaal in de war. Ik zou ze graag weer in harmonie brengen om al wat leeft te doen groeien. Hoe krijg ik dat voor elkaar?' Huppelend als een musje en zichzelf op de billen slaand riep Wijde Weetniet: 'Ik weet het niet! Ik weet het niet!'

Een paar jaar later ontmoetten ze elkaar weer en stelde de Wolkenaanvoerder dezelfde vraag. Wijde Weetniet antwoordde: 'Ik zwerf rond zonder te weten wat ik zoek en weet niet waar ik ga. Ik vermaak me zonder doel en aanschouw daarmee het eindeloze. Wat voor kennis kan ik dan bezitten?'

(vrij naar Zhuang Zi; De volledige geschriften, Kristofer Schipper, Uitgeverij Augustus, Amsterdam – Antwerpen, 2007, p161.)

Huppelend musje dat zichzelf op de billen slaat.

^ Huppelend als een musje.

Het verhaaltje, dat zo aardig begint, ontaardt dan in metafysische speculaties over 'het eindeloze', 'de orde van de natuur', 'het bestel van de hemel', 'de ware aard der dingen', het terugkeren van de tienduizend dingen 'naar waar zij vandaan kwamen' en 'de deugd van de Tao'.

Nee, onze Wijde Weetniet was zo wijd nog niet. Het obscurantistische taoïsme dat hij personifieert zal er beslist wijder van worden wanneer je alle hypostasen en hypothesen uit zijn vaten schraapt.

Zoals bij alle wijsheidstradities zul je lang moeten dotteren om tot het hart door te dringen. Is het de moeite waard? Wat zul je er aantreffen?

Nou, dat wil ik best verklappen. Hetzelfde als in je eigen hart. Hetzelfde als in ieder hart. Lege kamers en lege boezems.

Niet-weten, dat is ondoorgrondelijkheid zonder bestel. Taoïsme zonder Tao. Agnose zonder pose.

Laten we de draad van het dwaalgesprek tussen Uitroepteken en Vraagteken gauw weer oppakken en eraan blijven trekken tot hij breekt.

301. De weidsheid voorbij alle wijsheid

Deel 10 van een interview in 13 delen over de onzienlijke lichtheid van niet-weten en de weidsheid voorbij alle wijsheid.

Claire: Als je dwaalgesprekken inderdaad de neerslag vormen van een innerlijke monoloog, ben je daarin afwisselend Nauwe Weetal en Wijde Weetniet. Met wie vereenzelvig jij je? Wie ben je nu echt?

Hans: Verkeerde vraag. Nauwe Weetal en Wijde Weetniet zijn geen personen waarmee je je kunt identificeren, maar personificaties van gedachten van het type 'zeker-weten!' en gedachten van het type 'zeker-weten?' Ook deze simplistische typologie is een bedenksel.

Claire: Van welk type?

Hans: Van het type 'zeker-weten!' als je erin gelooft en van het type 'zeker-weten?' als je er bedenkingen bij hebt.

Claire: Maar wat is je diepste wezen? Wat is je hoogste zelf? Wat is je ware aard? Wat is je oorspronkelijke gezicht?

Hans: Ik ben bekend met het jargon.

Claire: En?

Hans: Nauwe Weetal noemt mij Wijde Weetniet.

Claire: En Wijde Weetniet?

Hans: Houdt wijselijk zijn mond.

Claire: En Hans van Dam?

Hans: Is blij dat Nauwe Weetal niet langer het hoogste woord voert. Op de achtergrond en in de stiltes tussen zijn woorden waart nu de geest van Wijde Weetniet rond.

Ik bekijk mijn gedachtestroom met twee paar ogen, zou je kunnen zeggen. Of door drie ogen, als die ouderwetse beeldspraak je aanspreekt.

Claire: Je derde oog is opengegaan.

Hans: Bij wijze van spreken.

Claire: Het wijsheidsoog.

Hans: Het weidsheidsoog.

Claire: Die kende ik nog niet.

Hans: Je vindt het tussen je billen.

Billen met een oog ertussen.

^ Het wijsheidsoog.

Claire: Noem dat maar weids.

Hans: Het is maar beeldspraak, hè. Ik had net zo goed kunnen zeggen dat mijn ogen voorgoed zijn dichtgegaan. Of dat ik alles perifeer zie. Dat ik met facetogen kijk.

Claire: Waar staan al die ogen voor?

Hans: Een denken dat zichzelf ziet.

Claire: Wat is een denken dat zichzelf ziet?

Hans: Een denken dat zichzelf doorziet.

Claire: Wat als het denken zichzelf doorziet?

Hans: Dan weet het niet meer wat het ziet.

302. Leve Nauwe Weetal

Deel 11 van een interview in 13 delen over de onzienlijke lichtheid van niet-weten en de weidsheid voorbij alle wijsheid.

Claire: Zouden we niet beter af zijn zonder Nauwe Weetal?

Hans: Vraag maar aan Nauwe Weetal.

Claire: Wat zal hij zeggen?

Hans: Jouw Nauwe Weetal of de mijne?

Claire: De mijne zegt, 'Weg met Nauwe Weetal!'

Hans: De mijne zegt, 'Dat zou een dooie boel worden!'

Claire: En wat zegt jouw Wijde Weetniet?

Hans: Hetzelfde als jouw Wijde Weetniet.

Claire: Te weten?

Hans: ...

Claire: Ik hoor niks.

Hans: Ja, dat kun je wel aan Wijde Weetniet overlaten.

Claire: Nog even over de schrijverij. Wat is nu precies het verschil tussen een normale tekst over niet-weten en een dwaaltekst?

Hans: Het verschil tussen Nauwe Weetal en Wijde Weetniet. De eerste zegt het, de tweede doet het. De eerste speelt het, de tweede is het. Een dwaaltekst is een demonstratie van niet-weten, dat zich nu eenmaal niet in beweringen laat vangen.

Claire: Omdat de Waarheid voorbij de woorden is.

Hans: Ik heb geen waarheid, laat dat nu eindelijk eens tot je doordringen.

Claire: Omdat niet-weten voorbij de woorden is.

Hans: Uiteindelijk wel. Maar dat komt juist doordat het geen waarheid is.

Claire: Je kunt het alleen demonstreren.

Hans: En dan nog.

Claire: Door dingen te roepen en te herroepen.

Hans: Door balletjes op te gooien en weg te slaan.

Claire: En dan maar hopen dat de lezer begrijpt dat het om het wegslaan gaat.

Hans: Er zijn altijd lezers die zich blindstaren op het opgooien. 'Maar Hans, je zei toch dat...' Zoals er altijd lezers zijn die zich blindstaren op het wegslaan. Alsof het een misdaad tegen de mensheid is, of een heldendaad.

Claire: Zou je niet beter in één klap alle ballen kunnen wegslaan?

Hans: 'Zouden we niet beter af zijn zonder Nauwe Weetal?'

Claire: En dan voorgoed in niet-weten verblijven?

Hans: Welkom in het dolhuis.

Honkballer die tot zijn schrik een heleboel ballen op zich af ziet komen.

^ Zou je niet beter in één klap alle ballen kunnen wegslaan?

303. Parels van wijsheid en parels van dwaasheid

Deel 12 van een interview in 13 delen over de onzienlijke lichtheid van niet-weten en de weidsheid voorbij alle wijsheid.

Claire: Schrijf jij nooit eens een normale tekst over niet-weten?

Hans: Wat heeft dat voor zin? Een normale tekst is een kansloze poging om het niet-weten toch in beweringen te vangen. Er een Waarheid van te maken, een Werkelijkheid, een Wijsheid, een Weg, een Weten. Waar jij steeds op uit bent.

Claire: Niet-weten laat zich niet vangen.

Hans: Ook niet in het woord niet-weten.

Claire: Geef eens een voorbeeld van een kansloze poging om het niet-weten toch in beweringen te vangen.

Hans: 'Het leven is een mysterie.'

'We moeten al onze oordelen voor onbepaalde tijd opschorten.'

'We moeten in overgave leven.'

'Wij weten niets.'

'Waarheid bestaat niet.'

'Er zijn geen antwoorden.'

'Er is geen verhaal.'

'Er zijn alleen maar verhalen.'

'We zien de dingen niet zoals ze zijn maar zoals wij zijn.'

'De hoogste kennis heeft geen object.'

'Ik ben de kenner, niet het gekende.'

'Het subject is het object.'

'Vorm is leegte, leegte is vorm.'

'Alles is leeg, zelfs de leegte.'

'Het is altijd een complex van factoren.'

'Alles is vergankelijk.'

'Dingen zijn processen.'

'Er zijn geen dharma's en geen niet-dharma's.'

'De volmaakt verlichte is één met de wet van oorzaak en gevolg.'

Claire: 'Gate gate paragate parasamgate.'

Hans: 'Nergens vind je onderdak.'

Claire: 'De Waarheid is voorbij de woorden.'

Hans: Enzovoort.

Claire: Zijn jouw dwaalteksten als demonstratie van niet-weten geslaagd?

Hans: Voor mij doen ze het, maar je kunt een tekst nooit dichttimmeren. Wie parels van wijsheid zoekt, zal parels van wijsheid vinden, ook in mijn dwaalteksten.

Claire: Is dit nieuw, deze manier van schrijven?

Hans: Welke manier van schrijven?

Claire: De tegenstrijdigheden, de omkeringen, de zelfspot, dat rare woordgebruik – de onverbloemde flauwekul?

Hans: Die manier van schrijven is van alle tijden. Denk aan klassieke taoïstische geschriften als de Zhuang Zi en de Liezi. Denk aan koancollecties als de Linji-lu, het Boek van Sereniteit, de Poortloze Poort. Denk aan Samuel Beckett, Monty Python, Toon Hermans, Kees van Kooten en Wim de Bie, Armando en Cherry Duyns.

Claire: Die schreven allemaal over niet-weten?

Hans: Joost mag weten waar ze allemaal over schreven.

Claire: En daar wou jij je mee meten?

Hans: Meten is weten. Als schrijver kan ik in ieders schaduw staan.

Claire: Hoe dat zo?

Hans: Ik kan niet uitleggen, ik kan niet vertellen en ik kan niet dichten.

Claire: Je kunt niet met woorden schilderen, dat kan ik beamen.

Hans: Ik kan er alleen maar mee schieten.

Claire: Je bent geen penseel, je bent een pistool.

Hans: Een rare kwast met een repeteergeweer. Ratatata!

Claire: Altijd prijs.

Hans: Altijd mis.

Kunstenaar die met een mitrailleur een agnosticon (Ø) in een schildersdoek schiet.

^ Een rare kwast met een repeteergeweer.

304. Voor nachtdieren is duisternis het diepste licht

Slot van een interview in 13 delen over de onzienlijke lichtheid van niet-weten en de weidsheid voorbij alle wijsheid.

Claire: Is het niet saai om steeds over niet-weten te schrijven?

Hans: Saai? Ik vind het heerlijk. Een cadeautje van het leven. Zoiets verzin je niet. Ik had heel andere plannen met mezelf. Ik had plannen met mezelf. Ik had mezelf. Moet je nu zien.

Claire: En over niet-weten lezen?

Hans: Die tijd is voorbij.

Claire: Vond je het interessant?

Hans: Ik vond het slaapverwekkend, als ik er al iets van snapte.

Claire: Wat las je zoal?

Hans: De Upanishads. The record of Linji, inclusief voetnoten. De wereld als wil en voorstelling. De Shobogenzo. De Hartsoetra. De Diamantsoetra. De Vimalakirtisoetra. Zo sprak Zarathoestra. Transmissie en transcendentie. Transformations of Consciousness...

Claire: Zware kost.

Hans: Niet om door te komen.

Claire: 'Niet om door te komen, de Poortloze Poort.'

Hans: Gelukkig hoef ik mijn eigen boeken alleen maar te schrijven.

Claire: Daar heb je lol in.

Hans: Ik zit er vaak bij te gniffelen.

Claire: Niet bulderen?

Hans: Gniffelen. Niet-weten is geen ernstige zaak maar het is ook weer niet om je dood te lachen.

Claire: Wat is wel een ernstige zaak?

Hans: God is een ernstige zaak. Metafysica. Verlichting. Satsang. Zitkussens. Leerstoelen. Retraites. Zwijgplicht. Juist spreken. De bodhisattvagelofte. Seksuele onthouding. Vasten...

Claire: Niet-weten is licht verteerbaar.

Hans: Niet-weten is tien pond scheten.

Claire: Jij bent een vlieggewicht geworden.

Hans: Een windje in de wind.

Claire: Wat is in jouw visie de grootste verdienste van je dwaalteksten?

Hans: Dat ze niet gebukt gaan onder enige wijsheid. Zonder in cynisme, sarcasme, fatalisme of nihilisme te vervallen.

Claire: Jezelf verduisterd noemen vind ik vrij cynisch.

Hans: Voor nachtdieren is duisternis het diepste licht.

Claire: Wat heb jij toch tegen wijsheid?

Hans: Ik heb niets tegen wijsheid. Hang voor mijn part je hele huis vol spreuken. Maak er stenen tafelen van. Bouw er een religie omheen. Mijn zegen heb je.

Claire: Maar?

Hans: Dan heb je wel het punt van niet-weten gemist.

Claire: Welk punt?

Hans: Geen punt.

Zwarte wervelende figuurtjes die niet samenkomen in een punt.

^ Het punt van niet-weten.

305. Het ongelooflijke krimpende portret van Meester Minder

Reis naar het einde van de oneindigheid.

De mond van Meester Minder

Om met een pars pro toto te beginnen: ondanks zijn diminutieve naam heeft Meester Minder best een grote mond, dat is je vast niet ontgaan. Die grote mond staat voor zijn geest: bij dag een zwart gat waarin alles verdwijnt, bij dag een wit gat waarin alles verbleekt.

Los van zijn mond heb je waarschijnlijk geen benul hoe Meester Minder eruitziet of zelfs maar óf hij eruitziet, behalve in je fantasie. Ik eerlijk gezegd ook niet. Graag had ik een recent portret van Meester Minder in dit boek opgenomen, maar ik kwam te laat op het idee. Dat zit zo.

Het imago van Meester Minder

Naarmate Meester Minder minder werd werd hij meer meester, zoals dat gaat met dwaalgidsen. Omdat hij pertinent niet op de zaken vooruit wilde lopen begon hij zich pas Meester Minder te noemen toen hij tot het formaat van een punt was geslonken – nog net zichtbaar voor het blote oog.

Ik zou je kunnen laten zien hoe hij eruit zag toen hij zichzelf nog niet Meester Minder noemde, maar dan zie je niet Meester Minder zelf maar zijn voorstadium, Meester Minder niet-zelf – een imago dat nog nimf moet worden.

Of ik kan je Meester Minder laten zien zoals hij er nu uitziet, maar dan zie je hem nog niet, want hij is inmiddels kleiner dan een kwantum, en er gaan heel wat kwanta in de punt van een zin en ontelbaar veel in het punt van een zin, wie kan dat overzien?

Het punt van Meester Minder

Voordat hij zelf volledig uit beeld verdween, of moet ik zeggen, voordat zijn ledigheid vol in beeld kwam, was Meester Minder korte tijd zo klein als de punt achter deze zin. Het zou ons daarom niet moeten verbazen als alle punten in dit boek Meester Minder voorstellen vlak voordat hij microscopisch werd.

Laten we de proef op de som nemen en de achterste punt achter deze zin eens flink uitvergroten... Ach, kijk nou!

Droste-effect van een zwarte smiley met witte ogen, neus en mond, waarvan de neus een witte smiley is met zwarte ogen, neus en mond enzovoort.

^ Meester Minder als punt (x 100).

De neus van Meester Minder

Het eerste wat opvalt aan het portret van Meester Minder is zijn neus. Daaraan kun je zien dat het kleiner worden van Meester Minder niet geleidelijk gaat, maar kwantummechanisch, een duur woord voor sprongsgewijs, een goedkoop woord voor kwantummechanisch enzovoort.

Bij iedere sprong verliest Meester Minder zijn hoofd, hieronder weergegeven in lichtgrijs, en blijft alleen zijn neus over.

Dezelfde smiley in lichtgrijs, behalve de neus.

^ En blijft alleen zijn neus over (x 100).

Wezenlijk gaat er daarbij niets verloren, want de neus is de meester, alleen wat kleiner. De preformationisten zaten er dus minder ver naast dan wij denken, al was het dan op een leerstoel.

Tijdens de metamorfose van de meester in zijn neus neemt zijn leegte toe zonder dat zijn vorm afneemt, een onweerlegbaar bewijs voor de non-identiteit van vorm en leegte. De zenboeddhisten zitten er dus verder naast dan ze denken, al is het dan op een kussen.

Het lot van Meester Minder

Als we zijn neus uitvergroten en de rest van zijn hoofd helemaal weglaten, zien we het negatief van Meester Minder, ter grootte van (om en nabij) een kwart punt.

Droste-effect van een witte smiley met zwarte ogen, neus en mond, waarvan de neus een zwarte smiley is met witte ogen, neus en mond enzovoort.

^ Meester Minder als negatief (x 400).

Als we nogmaals zijn neus uitvergroten en de rest van zijn hoofd weglaten, zien we weer het positief van Meester Minder, ditmaal ter grootte van een zestiende punt.

Droste-effect van een zwarte smiley met witte ogen, neus en mond, waarvan de neus een witte smiley is met zwarte ogen, neus en mond enzovoort.

^ Meester Minder als positief (x 1600).

De Meester heeft nu sinds hij een volle punt was twee keer zijn hoofd verloren en je ziet, het deert hem niet. Integendeel, op deze manier wordt Meester Minder stapje voor stapje minder, maar niet anders, misschien tot in het oneindige.

Omdat ik zelf wel graag op de zaken vooruit loop, vraag ik me nu al af of Meester Minder in gindse oneindigheid een niets wordt of dat er altijd iets van hem overblijft, hoe gering ook, wat denk jij?

O, word je draaierig van oneindigheidsvragen. Dan heb ik een paar wezensvragen voor je, ga ze maar gauw beantwoorden met ja of nee, dat heet religie, een soort een een twee.

Het wezen van Meester Minder

Telkens wanneer Meester Minder minder wordt wisselt hij van tint: tussen zwart met witte gelaatstrekken en wit met zwarte gelaatstrekken.

In zijn zwarte hoedanigheid kijkt Meester Minder je schalks aan, in zijn witte hoedanigheid kijkt hij schalks weg, terwijl er aan zijn vorm niets is veranderd. Ik verzin het niet, kijk maar eens goed naar de afbeeldingen hierboven. Snap jij hoe dat kan?

Is Meester Minder nu in wezen wit of in wezen zwart? Anders gezegd, is zijn wezen wit of zwart?

Is de verschijningsvorm van Meester Minder nu in wezen zwart of in wezen wit? Anders gezegd, is het wezen van zijn verschijningsvorm zwart of wit?

En de verschijningsvorm van zijn wezen, welke kleur heeft die?

Is het de aard van Meester Minder om je aan te kijken of om weg te kijken? Of is het onze aard om zus of zo naar hem te kijken?

Aangenomen dat er in het oneindige niets iets van hem overblijft, zal Meester Minder dan zwart zijn met witte trekken of wit met zwarte trekken? Zal hij je aankijken of wegkijken?

Aangenomen dat er in het oneindige iets niets van Meester Minder overblijft, heeft hij dan nog trekken of is hij echt vertrokken? Zal hij nog eens omkijken of hebben wij het nakijken?

Zo blijken wezensvragen toch weer oneindigheidsvragen en omgekeerd. Ook dat heet religie en het klinkt geleerd.

306. Verlichting is je kleinheid realiseren

Waarom je mij gerust een nul mag noemen.

'Ben jij verlicht, Hans?'

'Hè?'

'Of je ontwaakt bent.'

'Vanmorgen nog.'

'Wat heb je gerealiseerd?'

'Geen idee.'

'Je Boeddhanatuur? Je Ware Aard? Je Oorspronkelijke Gezicht? Big Mind? Het Zelf?'

'Daar weet ik allemaal niets van.'

'Wat dan wel?'

'Dat zeg ik.'

'Heb ik iets gemist?'

'Mijn kleinheid dan maar.'

'Jij hebt je Kleinheid gerealiseerd?'

'Met een kleine letter.'

'Vergeleken met wat?'

'Een hoofdletter.'

'Verwijs je daarmee naar afhankelijk ontstaan? Interzijn? Het Absolute? Non-dualiteit? Het Goddelijke?'

'Daar weet ik allemaal niets van.'

'Ook al niet?'

'Kan ik het helpen.'

'Bedoel je soms dat zoiets niet bestaat?'

'Weet ik dat.'

'Nou, daar kun je mee voor de dag komen.'

'Alsof ik voor de dag wil komen.'

'Hoe klein ben jij wel niet?'

'Je mag me gerust een nul noemen.'

'Verwijs je daarmee naar het Niets? Sunyata? Anatman? Maya? Bewustzijn?'

'Daar weet ik...'

'Allemaal niets van, ja ja.'

'Voilà.'

'Wat blijft er dan nog over?'

'Waarvan?'

'Kleinheid, zei je toch?'

'Alleen om er vanaf te zijn.'

'Dus jij bent niet verlicht?'

'Hè?'

307. Hoe ik een Master of the Universe werd

Spelende wijs.

'Wat is jouw favoriete lectuur, Hans?'

'Science-fiction.'

'Ik bedoelde eigenlijk op het gebied van religie en spiritualiteit.'

'Ik zie het verschil niet.'

'Noem eens wat.'

'Ik heb eens een jaar lang Perry Rhodan gelezen.'

'Wat is er spiritueel aan Perry Rhodan?'

'De lezer?'

'Wie was je favoriete karakter?'

'Gucky.'

'Gekkie?'

'Een pratende muisbever die alleen maar wil spelen en tuk is op wortelen.'

'Niet Perry Rhodan?'

'Stel je voor.'

'Waarom niet?'

'Rhodan is de held.'

'Master of the Universe.'

'Dat denkt hij tenminste.'

'Jij denkt van niet?'

'Het is maar een verhaal.'

'En jij bent tuk op wortelen.'

'En ik wil alleen maar spelen.'

'Wat is iemand die alleen nog maar speelt?'

'Master of the Universe.'

308. Verlichting? Je bent er als je er klaar mee bent

Van waarheid tot klaarheid in tweeëntwintig stappen.

Meester Minder zegt:

Waarheid?

Je bent er als je er klaar mee bent.

Wijsheid?

Je bent er als je er klaar mee bent.

Non-dualiteit?

Je bent er als je er klaar mee bent.

Eenheid?

Je bent er als je er klaar mee bent.

Satsang?

Je bent er als je er klaar mee bent.

Het paradijs?

Je bent er als je er klaar mee bent.

Vrijheid?

Je bent er als je er klaar mee bent.

Zelfonderzoek?

Je bent er als je er klaar mee bent.

Dogma's?

Je bent er als je er klaar mee bent.

Credo's?

Je bent er als je er klaar mee bent.

Koans?

Je bent er als je er klaar mee bent.

Geloften?

Je bent er als je er klaar mee bent.

Meditatie?

Je bent er als je er klaar mee bent.

Onthechting?

Je bent er als je er klaar mee bent.

Leegte?

Je bent er als je er klaar mee bent.

Retraites?

Je bent er als je er klaar mee bent.

Citaten?

Je bent er als je er klaar mee bent.

Leraren?

Je bent er als je er klaar mee bent.

Leerlingen?

Je bent er als je er klaar mee bent.

Niet-weten?

Je bent er als je er klaar mee bent.

Verlichting?

Je bent er als je er klaar mee bent.

Klaarheid?

Je bent er als je er klaar mee bent.

Straatlantaarn die duisternis verspreidt.

^ Verlichting? Je bent er als je er klaar mee bent.

309. Het verschil tussen verlichting en andere tegenvallers

Zeven raadsels (met oplossing).

Meester Minder zegt:

Wat is het verschil tussen verlichting en verliezen? De verliezer is alleen een illusie armer.

Wat is het verschil tussen verlichting en atheïsme? Een atheïst is alleen zijn geloof in god kwijt.

Wat is het verschil tussen verlichting en nihilisme? Een nihilist is alleen zijn geloof in de waarheid kwijt.

Wat is het verschil tussen verlichting en rampspoed? Bij een ramp is er soms nog redding mogelijk.

Wat is het verschil tussen verlichting en ziekte? Bij ziekte is soms nog behandeling mogelijk.

Wat is het verschil tussen verlichting en suïcide? Suïcide is tenminste zo voorbij.

Wat is het verschil tussen verlichting en de dood? Een dode verliest alleen maar zijn leven.

310. Licht uit, spot aan

Een alternatieve titel voor het Witboek Verlichting.

'Wat is verlichting, Hans?'

'Ik zou het ook niet weten.'

'Waarom begin je er dan steeds over?'

'Ik begin er nooit over.'

'Waarom ga je er dan maar over door?'

'Omdat anderen er maar niet over ophouden.'

'Wie bijvoorbeeld?'

'Jij bijvoorbeeld.'

'Anders zou je erover zwijgen?'

'Ik heb niets met verlichting.'

'Waar heb je wel iets mee?'

'Geen idee.'

'Misschien moet je er een boek over schrijven.'

'Er hoeft alleen nog maar een kaft omheen.'

'De teksten heb je al?'

'Dat wil je niet weten.'

'En de titel?'

'Ik bedenk ze aan de lopende band.'

'Welke gaat het worden?'

'Licht uit, spot aan.'

(Ken je de uitdrukking 'licht uit, spot aan' niet? Zie: Eén van de acht in de Wikipedia.)

311. Het edele achtvoudige pad naar verlichting

Lopende band met acht identieke boeddha's, waarvan de voorlaatste licht geeft en de laatste van de band af valt.

^ Het edele achtvoudige pad naar verlichting.

312. Verlichting is een greep naar de macht

Meester minder telt nog één keer tot acht.

Leerling: De Waarheid laat zich in acht woorden vangen.

Meester: Dat waren er negen.

Leerling: Lolbroek.

Meester: Grapjurk.

Leerling: Wilt u de Waarheid in acht woorden nu horen of niet?

Meester: Hou me niet langer in spanning.

Leerling: Iedere gedachte is een greep naar de macht.

Meester: Deze dan ook.

Leerling: Lolbroek.

Meester: Grapjurk.

Leerling: Begrijpt u wat ik bedoel?

Meester: Begrijp je wat ik bedoel?

Leerling: Nou?

Meester: Nou?

Leerling: Wou u beweren dat de gedachte dat iedere gedachte een greep naar de macht is ook een greep naar de macht is?

Meester: Wou jij beweren van niet?

Leerling: Maar dat bewijst toch dat hij waar is?

Meester: Het bewijst dat hij op zichzelf van toepassing is.

Leerling: Maar het laat toch zien waar het denken mee bezig is?

Meester: Het laat zien waar jij mee bezig bent.

Leerling: Hm.

Meester: Hm?

Leerling: Ik weet niet wat ik daarop moet zeggen.

Meester: Dat waren er acht.

313. Verlichting is een praatje pot

Storm in een glas water.

'Begrijp ik het goed dat jij duisternis een betere metafoor vindt voor de wijsheid zonder wijsheid dan licht, Hans?'

'Wijsheid zonder wijsheid is een metafoor.'

'Dat daargelaten.'

'Tegen mensen die vol zijn van het licht spreek ik over duisternis. Tegen mensen die vol zijn van de duisternis spreek ik over licht.'

'Maar het liefst spreek je over niet-weten.'

'Tegen mensen die vol zijn van weten spreek ik over niet-weten. Tegen mensen die vol zijn van niet-weten spreek ik over weten.'

'Waarvoor is de wijsheid zonder wijsheid volgens jou een metafoor?'

'Vraag maar aan een wijze zonder wijsheid.'

'Voor jou, bedoel ik.'

'Voor een kip zonder kop.'

'Voor non-dualiteit, zou ik zeggen.'

'Tegen mensen die vol zijn van dualiteit spreek ik over non-dualiteit. Tegen mensen die vol zijn van non-dualiteit spreek ik over dualiteit.'

'En tegen mensen die nergens vol of leeg van zijn?'

'Over het weer.'

Twee mannen staan naar elkaar toe geleund te praten, hun kleren naar achteren wapperend, dus in tegengestelde richting.

^ 'Wat een tegenwind, hè?' 'Morgen krijgen we weer zijwind.'

314. Verlichting in de greep van de onmacht

Onbegrip valt niet te begrijpen.

'Steeds denk ik dat ik het doorheb en dan ontglipt het me weer.'

'Het gaat niet om het doorhebben.'

'Waarom dan wel?'

'Om het ontglippen.'

'Maar daar heb je toch niets over te zeggen?'

'Krijg je het door?'

315. De woordenweg leidt weg van de woorden

Stillen getuigen niet.

'Als jij een monnik was, wat voor een zou je er dan zijn, Hans?'

'Een stille getuige.'

'Waarom hou je dan je mond niet?'

'Omdat mensen mij van alles in de mond leggen.'

'Wat voor mensen bijvoorbeeld?'

'Mensen zoals jij bijvoorbeeld.'

'Jiddu Krishnamurti noemt stil getuigen keuzeloos gewaar zijn.'

'Noem dat maar stil.'

'Jij vindt het gelul.'

'Zie je wel dat je me van alles in de mond legt?'

'Wat wil je dan zeggen?'

'Alsof ik wat wil zeggen.'

'Dat je niets wil zeggen, toch?'

'Dan zou ik dat toch zeggen?'

'Waarom hou je dan je mond niet?'

'Daarom hou ik nou mijn mond niet.'

316. De geest groef zich in, de geest groef zich uit

En weg was de weg.

'Wat was jouw weg, Hans?'

'Contractio mentis, dilatatio mentis.'

'Pardon?'

'De geest groef zich in, de geest groef zich uit.'

'En jij dan?'

'Ik dacht dat ik die geest was.'

'Nu niet meer?'

'Ik kan wel zoveel denken.'

'Er is alleen maar geest?'

'Ook uitgegraven.'

'Hoe zit het met ascese? Caritas? Meditatio? Contemplatio? Heb jij geloften afgelegd? Wat heb je allemaal gepraktiseerd?'

'Ik heb alleen geprakkiseerd.'

'Anders niets?'

'Een doorn verwijderd met een doorn.'

'Wat was de doorn?'

'De geest houdt de geest in zijn greep, de geest helpt de geest om zeep.'

'De geest was de doorn?'

'En de doorn gaf de geest.'

'Contractio mentis, dilatatio mentis.'

'Dan lijkt het nog wat.'

'En dat was jouw weg?'

'En weg was de weg.'

Silhouet van denker met een doorn op zijn hoofd.

^ Een doorn verwijderd met een doorn.

317. Iedereen weet wat niet weten is

Maar niemand wil het weten.

Een worm weet wat niet weten is
Een vis weet wat niet weten is
Ikzelf weet wat niet weten is
Totdat ik het wil weten

Geen mens weet wat niet weten is
Geen god weet wat niet weten is
Want weten wat niet weten is
Is never nooit niet weten

Een aap weet wat niet weten is
Een kind weet wat niet weten is
Ook jij weet wat niet weten is
Al wil je het niet weten

318. Gevallen is mijn last

Zo beeld ik mij soms in.

Gevallen is mijn last
De last een beter mens te moeten worden
Redder van alle levende wezens
Modelman zonder ego
Bevrijd van reactiviteit
Gekluisterd aan het juiste:
Juist spreken
Juist handelen
Juist inzicht
Juiste inspanning
Juiste bewustzijn
Juiste bedoelingen
Juiste concentratie
Juist levensonderhoud
Die last is van mijn schouders
Zo beeld ik mij soms in

Gevallen is mijn last
De last van de onvoorwaardelijke liefde
Van de eeuwige wijsheid
Van het zuivere altruïsme
Van de milde open aandacht
Van het universele mededogen
Van het onwankelbare geweten
Van het onverstoorbare gemoed
Van louter zijn te moeten zijn
Van louter nog gewaar te zijn
Van dodelijk gewoon te zijn
Van altijd maar spontaan te zijn
Goedgeefs, bevrijd van mijn en dijn
Die last is van mijn schouders
Zo beeld ik mij soms in

Gevallen is mijn last
De last van mijn zogenaamde verleden:
Van schuldgevoelens over gedane zaken
Van spijt over gemiste kansen
Van schaamte over vermeende blunders
De last van mijn zogenaamde toekomst:
Van overspannen verwachtingen
Van mooie beloftes
Van goede voornemens
Van grootse plannen
De last van mijn zogenaamde heden:
Ongeboren en doodloos zou ik zijn
Tijdloos en oneindig
Overal en alwijs
Die last is van mijn schouders
Zo beeld ik mij soms in

Gevallen is mijn last
De last mezelf te moeten doorgronden
Vast te moeten stellen wie ik ben
Te moeten blijven wie ik meen te zijn
Wat anderen menen dat ik ben of hoor te zijn
Mijn verhalen actueel te moeten houden
Weg te moeten moffelen wat niet past
Een karikatuur te moeten zijn
Vrij van ruis en negativiteit
Vrij van strijd en strijdigheid
Die last is van mijn schouders
Zo beeld ik mij soms in

Gevallen is mijn last
De last van mijn gedachten
Gedachten als hierboven
Gedachten als hieronder
De mijne noch de jouwe
Zijn er om vast te houden
En eeuwig te herkauwen
Zo beeld ik mij soms in

319. Verlichting is niet pretenderen

Achtvoudige schuldbekentenis.

Ik pretendeer niet dat ik ben.

Ik pretendeer niet dat ik niet ben.

Ik pretendeer niet dat ik verlicht ben.

Ik pretendeer niet dat ik onverlicht ben.

Ik pretendeer niet dat ik iets weet.

Ik pretendeer niet dat ik niets weet.

Ik pretendeer niet dat ik iets pretendeer.

Ik pretendeer niet dat ik niets pretendeer –

Man man, wat een spatjes weer.

320. Verlichting is geen vis

Maar wel een gladde.

Meester Minder zegt:

Verlichting is geen vis.

Ze laat zich door niemand vangen.

Hengelaar op een krukje die in een komvormige gloeilamp zit te vissen.

^ Verlichting is geen vis, ze laat zich door niemand vangen.

321. Verlichting is tegen de lamp lopen

Scherven van geluk.

Meester Minder zegt:

Verlichting is tegen de lamp lopen.

Wat houd je tegen?

Torso met kapotte gloeilamp als hoofd.

^ Verlichting is tegen de lamp lopen. Wat houd je tegen?

322. De grote verlichtingstest

Eerste van drie vragenlijsten om zelf vast te stellen of je verlicht bent.

Wil je weten of je verlicht bent?

Beantwoord dan naar eer en geweten de volgende honderd vragen.

1. Denk je dat de verlichte ergens anders is, bijvoorbeeld in de hemel of aan gene zijde?

2. Denk je dat de verlichte buiten de tijd staat?

3. Denk je dat verlichting een gemoedstoestand is?

4. Denk je dat verlichting een ervaring is?

5. Denk je dat de verlichte het geheim van het leven kent?

6. Denk je dat de verlichte almachtig is of speciale gaven heeft?

7. Denk je dat de verlichte onthecht is?

8. Denk je dat de verlichte het leven volledig omarmt?

9. Denk je dat de verlichte vol mededogen zit?

10. Denk je dat de verlichte altijd nederig en bescheiden is?

11. Denk je dat de verlichte helemaal in het nu leeft?

12. Denk je dat de verlichte van alle problemen verlost is?

13. Denk je dat de verlichte doet door niet te doen?

14. Denk je dat de verlichte alles losgelaten heeft?

15. Denk je dat de verlichte genoeg heeft aan zichzelf?

16. Denk je dat de verlichte nooit oordeelt?

17. Denk je dat de verlichte altijd gelukkig is?

18. Denk je dat de verlichte op handen gedragen wordt?

19. Denk je dat het leven lijden is?

20. Denk je dat alle levende wezens verlost moeten worden?

21. Denk je dat er in het hele universum geen grassprietje verkeerd ligt?

22. Denk je dat je liefde bent?

23. Denk je dat je onschuld bent?

24. Denk je dat je openheid bent?

25. Denk je dat je authentiek bent?

26. Denk je dat je bewustzijn bent?

27. Denk je dat je de kenner bent?

28. Denk je dat je de bron bent?

29. Denk je dat je de waarheid belichaamt?

30. Denk je dat je altijd het juiste doet?

31. Denk je dat je goddelijk bent?

32. Denk je dat je god bent?

33. Denk je dat vrij bent?

34. Denk je dat je altijd spontaan bent?

35. Denk je dat je je gedachten niet gelooft?

36. Denk je dat dit de hemel al is?

37. Denk je dat je onsterfelijk bent?

38. Denk je dat je alles bent?

39. Denk je dat je niets bent?

40. Denk je dat je iemand bent?

41. Denk je dat je niemand bent?

42. Denk je dat je een vrije wil hebt?

43. Denk je dat vrije wil niet bestaat?

44. Denk je dat je één bent met de rest van de wereld?

45. Denk je dat het leven een mysterie is?

46. Denk je dat de werkelijkheid echt is?

47. Denk je dat de werkelijkheid een illusie is?

48. Denk je dat er een hogere werkelijkheid is?

49. Denk je dat deze werkelijkheid de hogere is?

50. Denk je dat je er een onbemiddelde werkelijkheid is?

51. Denk je dat de werkelijkheid monistisch is?

52. Denk je dat de werkelijkheid dualistisch is?

53. Denk je dat de werkelijkheid non-dualistisch is?

54. Denk je dat de werkelijkheid pluralistisch is?

55. Denk je dat de dingen leeg zijn?

56. Denk je dat er een weg naar verlichting is?

57. Denk je dat er vele wegen naar verlichting zijn?

58. Denk je dat er geen weg naar verlichting is?

59. Denk je dat bij de transmissie van meester op leerling steeds hetzelfde wordt doorgegeven?

60. Denk je dat er bij de transmissie van meester op leerling iets wordt doorgegeven?

61. Denk je dat er bij de transmissie van meester op leerling niets wordt doorgegeven?

62. Denk je dat de leerling zijn meester moet aftroeven of overtreffen?

63. Denk je dat alle religies het over hetzelfde hebben?

64. Denk je dat alle religies het over iets anders hebben?

65. Denk je dat je steeds verlichter kunt worden?

66. Denk je dat verlichting een kwestie is van alles of niets?

67. Denk je dat je na je verlichting weer terug kunt vallen?

68. Denk je dat je na je verlichting nog moet rijpen?

69. Denk je dat verlichting alleen maar bereikt kan worden via het gevoel of de intuïtie of het derde oog of de hoofdchakra of de onderbuik?

70. Denk je dat verlichting een transformatie van je huidige staat is?

71. Denk je dat verlichting een terugkeer naar je oorspronkelijke staat is?

72. Denk je dat iedereen al verlicht is maar het nog niet beseft?

73. Denk je dat verlichting een kwestie is van caritas?

74. Denk je dat verlichting een kwestie is van ascese?

75. Denk je dat verlichting een kwestie is van overgave?

76. Denk je dat je het denken overwonnen hebt?

77. Denk je dat verlichting alleen bereikt kan worden via het denken?

78. Denk je dat het denken tegen zichzelf ingezet moet worden?

79. Denk je dat de verlichte geen gedachten meer heeft?

80. Denk je dat de verlichte alleen maar positieve gedachten heeft?

81. Denk je dat je een ego hebt?

82. Denk je dat je het ego moet overwinnen?

83. Denk je dat je ego onoverwinnelijk is?

84. Denk je dat het ego alleen maar een gedachte is?

85. Denk je dat er een absolute waarheid is?

86. Denk je dat er alleen relatieve waarheden zijn?

87. Denk je dat er zelfs geen relatieve waarheden zijn?

88. Denk je dat de waarheid zich onder woorden laat brengen?

89. Denk je dat de waarheid zich alleen negatief laat omschrijven?

90. Denk je dat de waarheid voorbij de woorden is?

91. Denk je dat je beter kunt zwijgen?

92. Denk je dat je beter kunt spreken?

93. Denk je dat je kunt weten?

94. Denk je dat je niet kunt weten?

95. Geloof je in de kosmische grap?

96. Denk je dat deze vragen ertoe doen?

97. Denk je dat de opsteller van deze vragenlijst verlicht is?

98. Denk je dat de verlichte al deze vragen weet te beantwoorden?

99. Denk je dat de verlichte geen van deze vragen weet te beantwoorden?

100. Denk je dat je uit deze vragenlijst kunt opmaken wat verlichting is?

Dat was het.

Heb je een of meer van deze vragen weten te beantwoorden?

Volgende keer beter.

Gebroken gloeilamp met een gezichtje.

^ Volgende keer beter.

Je mag de Grote Verlichtingstest zo vaak afleggen als je wilt.

Of probeer het eens met de kleine.

323. De kleine verlichtingstest

Tweede van drie vragenlijsten om zelf vast te stellen of je verlicht bent.

Wil je weten of je verlicht bent? Beantwoord dan naar eer en geweten de volgende elf vragen.

1. Denk je dat je verlicht bent?

2. Denk je dat iedereen verlicht is?

3. Denk je dat iedereen verlicht kan worden?

4. Denk je dat je kunt zien of iemand verlicht is?

5. Denk je dat de verlichte het lijden voorbij is?

6. Denk je dat hij nooit meer problemen heeft?

7. Denk je dat hij anderen kan verlossen?

8. Denk je dat hij eeuwig leeft?

9. Denk je dat hij gelukkig is?

10. Denk je dat hij goed is?

11. Denk je dat hij wijs is?

Dat was het.

Heb je een of meer van deze vragen weten te beantwoorden?

Volgende keer beter.

Je mag de kleine verlichtingstest zo vaak afleggen als je wilt.

Of probeer het eens met de kleinste.

324. De kleinste verlichtingstest

Derde van drie vragenlijsten om zelf vast te stellen of je verlicht bent.

Wil je weten of je verlicht bent?

Volgende keer beter.

Je mag de Kleinste Verlichtingstest zo vaak afleggen als je wilt.

325. De magie van agnose

De betovering van de onttovering.

'Wat is weten?'

'Begoocheling.'

'Wat is niet weten?'

'Ontgoocheling.'

'Ben jij ontgoocheld?'

'Ik ben onttoverd.'

'Hoe is het om onttoverd te zijn?'

'Betoverend.'

326. Het lied van de lege leer

Ik zing het nog een laatste keer.

Kom, laat dat malle masker neer

VERLIES JE IN DE LEGE LEER

Geen welles en geen nietes meer

VERLAAT JE OP DE LEGE LEER

Vergeet je trots, vergeet je eer

VERSCHUIL JE IN DE LEGE LEER

En doet je denken toch nog zeer

ONTSPAN JE IN DE LEGE LEER

Dan neemt dit lied ineens een keer

Laat ook je laatste masker neer

Word lichter dan een donzen veer

ONTDOE JE VAN DE LEGE LEER

Bis

Sloopkogel die stukken uit een stenen agnosticon slaat.

^ Ontdoe je van de lege leer.

327. Wanneer zal ik eindelijk verlicht zijn?

Meester Minder doet een voorspelling.

Wanneer je eindelijk verlicht zult zijn?

Als het je niets meer zegt.

328. Verlichting is helemaal het einde!

Een laatste woord van de nachtwacht.

Meester Minder zegt:

Wil je het zien dan moet je de duisternis ingaan.

Het licht uitdoen voor je licht uitgaat.

Sterven voor je sterft.

Want verlichting is helemaal het einde.

Ook van je verlichting.

Menslief, waar begin je aan!

Doodshoofd met oplichtende hersenpan.

^ Verlichting is helemaal het einde!


NietWeten.nl