NietWeten.nl


Wit wat je weet met...

Het WITBOEK ZEN

Dood de Boeddha, begin bij je zelf

Boeddhisme zonder dogma's

'De Grote Weg is niet moeilijk voor wie hem kwijt is.' Vierhonderd dwaalteksten om mee te zitten.

Colofon

Woord: Hans van Dam

Beeld: Lucienne van Dam

Laatst bijgewerkt op donderdag 1 december 2022 om 12:00 uur

Status: werk in uitvoering

Deel 9 van de Agnosereeks

Cover van het Witboek Zen.
^ Dood de Boeddha, begin bij je zelf.

Korte inhoudsopgave

1. Wat je minstens moet weten van zen

Maar nergens kan leren.

'Wat weet jij eigenlijk van zen, Hans?'

'Minder dan wie ook.'

'Dat lijkt me geen aanbeveling.'

'Integendeel.'

2. Het verschil tussen weetnietzen en onwetende zen (ansho no zen)

Weet je het niet meer of waan je je wijs?

Weetnietzen is zen waarin het niet-weten centraal staat.

Onwetende zen, ansho no zen (暗証の禅) in het Japans, is oppervlakkige zen, amateurzen, zondagszen, doe-het-zelfzen, zen van horen zeggen, van de kok wel horen fluiten maar niet weten waar de lepel hangt.

Weetnietzen en onwetende zen zijn makkelijk uit elkaar te houden. De eerste getuigt van niet-weten, de laatste pronkt met wijsheid. De eerste hoeft geen rang, de laatste wil de hoogste.

Pronken met wijsheid is niet voorbehouden aan zen-amateurs, beroeps kunnen er ook wat van. We zullen nog heel wat zenpauwen tegenkomen.

Het Witboek Zen gaat over weetnietzen. Over de weetnietgeest die sinds jaar en dag in mij huishoudt. En die als een rode draad of aan een zijden draadje door de geschiedenis van zen loopt.

Zowat iedereen die ik ken weet meer over zen dan ik, ook de mensen die zogenaamde zondagszen bedrijven. En ik ken niemand die minder weet over niet-weten dan ik. Vanuit die dubbel bevoorrechte positie schrijf ik vrijmoedig mijn dwaalteksten.

Weet je aan het eind van dit boek ietsje minder over zen en niet-weten dan aan het begin, dan heb ik mijn werk goed gedaan, en jij beter.

3. Kopstukken niet-weten in zen: Linji, Tydeman, Seung Sahn

Niet-weten is het meest nabij.

China: Dizang, Huangbo en Linji

Zenboeddhisten hebben iets met niet-weten, net als de taoïsten waaraan ze schatplichtig zijn. Altijd gehad, en nog steeds. 'Weten dat je niet weet is het hoogst', heet het in hoofdstuk 71 van de Daodejing. Of neem koan 20 van Het Boek van Sereniteit:

Dizang: Waar ga je heen?
Fayan: Op bedevaart.
Dizang: Waar is dat goed voor?
Fayan: Dat weet ik eigenlijk niet.
Dizang: Niet weten is het meest nabij.

De Chinese kampioenen niet-weten waren misschien Huangbo en zijn leerling Linji Yixuan. Niet de historische Huangbo en Linji, maar de gelijknamige literaire protagonisten van de Linji Lu, een verzameling preken en koans uit het begin van het tweede millennium.

Ik vond het niet-weten van Linji nabij genoeg om de Linji Lu te hertalen en in de Agnosereeks op te nemen. Al schuilt er net als in de meeste boeddhisten ook in Linji een metafysicus.

Nederland: Nico Tydeman

De Nederlandse kampioen weteloosheid is misschien Nico Tydeman. Ik zag hem voor het eerst in de documentaire Doorn in het hart. Hij is een oud-seminarist en weet het mooi te brengen. Graag had ik een voorbeeld aan hem genomen maar je moet roeien met de tongriem die je hebt. Bovendien heeft zen al meer dan genoeg epigonen.

Tydeman is de auteur van een aantal boeken over zen en niet-weten, waaronder Dansen in het duister. Met een stift heb ik eind jaren nul als pasgeboren agnost zorgvuldig alle passages in dat boek gemarkeerd die naar mijn mening meer van weten getuigden dan van niet-weten. Toen ik het boek dichtsloeg was het knalgeel. Baden in het licht was een toepasselijker titel geweest, maar dat allitereert niet.

Zo kwam ik erachter dat mijn denken strenger is dan het zijne, radicaler, nuchterder. Minder geleerd ook, minder precies, minder mystiek, minder verheven. En zonder heilig ontzag voor tradities, meesters, titels, stambomen. Dus daar scheidden onze wegen nog voor ze samenkwamen.

Korea: Seung Sahn

De Koreaanse kampioen niet-weten is misschien Seung Sahn. Het was zijn leraar, Kobong, die hem aanspoorde om een "not-knowing mind" (weetnietgeest) te cultiveren. Op zijn tweeëntwintigste zag hij de duisternis.

Seung Sahn is in het westen bekend van de slogan "Only don't know" (alleen maar niet weten) en de term "don't know zen" (weetnietzen).

Seung Sahn staat inmiddels ook bekend om zijn losse zeden. Net als Tydeman, net als een heleboel andere leraren, priesterfiguren, goeroes, verlossers. Over niet-weten gesproken: met mensen weet je het maar nooit. Hoeveel geloften ze ook hebben afgelegd, mantels zijn dekmantels.*

* Mijn zeden zijn ook los hoor, ik doe alleen niet alsof. En ik draag geen mantel.

Seung Sahn's Teaching Letters lezen lekker weg. In honderden van zijn correspondenties komt het niet-weten langs. Hij heeft wel veel maniertjes en spreekt met een patriarchale stelligheid die ik persoonlijk onverdraaglijk vind.

Weetnietzen

Taoïsten en (zen)boeddhisten hebben allerlei eufemistische oxymorons bedacht om hun weteloosheid uit te drukken:

Wetend niet weten.

Weten zonder weten.

De kennis zonder leraar.

De wijsheid zonder wijsheid.

De wijsheid voorbij alle wijsheid.

De waarheid voorbij de woorden.

Waarom zo moeilijk? Waarom niet gewoon de wijsheid voorbij, de waarheid voorbij, de woorden voorbij? Waarom geen niet-weten of agnose desnoods?

Met cryptische termen konden priesters hun verbijstering over het aardse bestaan uitdrukken zonder hun priesterstatus te verliezen, denk ik weleens. Of misschien vraagt het transcendente om stamel- en orakeltaal. In dat geval zijn priesters gedoemd om boven ons niveau te preken.

Voor mij is zen in de zin van weteloosheid geen hogere vorm van kennis of wijsheid. Onwetendheid is het ook niet. Wie tot niet-weten wil komen, moet diep door de leerstof van het leven gaan. Zo diep dat de gaten erin vallen en je er, eindelijk, doorheen kan kijken.

Vraag me niet wat je dan zal zien, dat behoort nog tot de leerstof. Het gaat erom dat je die helemaal doorziet. Alle wijsheid voorbij gaat.

Misschien is dat wat die rare mantra betekent waarmee de Hartsoetra besluit:

"Gegaan, gegaan, voorbij gegaan, helemaal voorbij gegaan."

Misschien ook niet.

Misschien is het wat Dizang bedoelde toen hij tegen Fayan zei:

"Niet weten is het meest nabij."

Ik weet het niet.

4. Zen is geen traditie

De strop van de lineage.

Wat is zen?

Oorspronkelijk is het boeddhisme een heilsleer, een weg uit het lijden, uit de eeuwige kringloop van geboorte en dood.

In het zenboeddhisme, zeker in de soto-traditie, is dit aspect van verlossing uit samsara op de achtergrond geraakt. Net als advaita en dzogchen is sotozen een eenvoudige realisatieleer:

Er is geen doel, dus ook geen weg.

Er is niets om je van te verlossen en niemand om te verlossen.

Je hoeft niets te doen of te laten of te worden.

Realisatie is je realiseren dat er niets te realiseren valt.

Inzicht is inzien dat er niets valt in te zien.

Wat is zazen?

Daar zen altijd hier is, kun je er net zo goed bij gaan zitten. Zenboeddhisten noemen dat zitten zazen, dan lijkt het nog wat.

Zazen dient geen hoger doel. Om toch iets te doen te hebben, maak je van het zitten een deugd.

Zenmeditatie is dus niet bij de pakken neerzitten maar schoonzitten. Liefst in lotushouding, met geloken ogen, je tongpunt tegen je verhemelte, je voeten op je dijen en je duimtoppen tegen je vingertoppen.

De eerste vijfentwintig jaar doet zazen zeer. Net als je eraan begint te wennen krijg je artrose. Dat treft: van de pijn blijf je wakker, een ander woord voor realisatie.

Schoonzitten en verder niets heet in het Japans shikantaza. Om de tijd te verdrijven, die anders wel erg langzaam gaat, en om bij de les te blijven, al wordt er niets geleerd, mag je tijdens shikantaza je ademhalingen tellen.

Als je ondanks de pijn en het tellen in slaap blijft vallen, kun je beter rinzaizen gaan doen. Dan krijg je raadseltjes op, koans. Die houden je zelfs 's nachts wakker.

Koans hebben geen oplossing en dat is de oplossing, dus het komt toch weer neer op shikantaza, doodzitten. Maar dat besef je pas achteraf.

Van agnose naar gnosis

'Koans hebben geen oplossing', zei ik, 'en dat is de oplossing', maar dat is ook geen oplossing. Het is aan de zitter om aan geen-oplossing geen-gestalte te geven: kinderspel.

Helaas zijn er door excellente zenmeesters toch weer oplossingen en gestalten bedacht en vastgelegd in antwoordboeken die heimelijk worden doorgegeven van generatie op generatie. Koans werden examens, zenleraren examinatoren, transmissie een diploma-uitreiking.

Niet-weten werd zeker weten, improvisatie ritueel, spontaniteit regel, vrijdenkerij vrijmetselarij, zen een molensteen der wijzen om menig dwazennek. De strop van de lineage: geen religie zonder erfzonde.

Rijtje kinhinmonniken met een strop om hun nek.
^ De strop van de lineage.

Diezelfde excellente zenmeesters hebben in dezelfde grijpgeest ook stadia van verlichting bedacht, drie, vier, vijf, zeven, tien, het kon niet op.

Waarmee de bedenker bewees dat hij zelf het hoogste stadium had bereikt, anders had hij het nooit kunnen bedenken.

Zodoende was Zijne Zennelijke Zitzak automatisch geautoriseerd om ook bij anderen de graad van verlichting vast te stellen en kon niemand hem nog van zijn zafu stoten. Grotemensenspel.

De val in de vrijheid die chan heette, is verworden tot een krampachtige klimpartij naar de top van een honderd voet hoge bamboepaal, liefst met dwarsbalk. Daar hang je dan, dertig meter dichter bij de maan dan alle anderen, om nooit meer los te laten.

Niet-weten, dat is pas zen

Een agnost ziet geen verschil tussen een verlossingsleer en een realisatieleer, niet tussen samsara en nirwana, niet tussen hinayana en mahayana.

Het ziet geen verschil tussen meester en leerling, niet tussen vrijheid en gebondenheid, niet tussen de weg en het doel.

Niet tussen hoog en laag, niet tussen binnen en buiten, niet tussen vorm en leegte, niet tussen rinzai en soto.

Niet tussen het ene en het vele, niet tussen de persoon en het zelf, niet tussen de verlichte en de onverlichte.

Niet tussen mediteren en epibreren, niet tussen weten en niet-weten, niet tussen kinderspel en grotemensenspel.

In een radicaal niet-weten houdt geen enkel denkbeeld stand.

Ook niet het denkbeeld van een radicaal niet-weten waarin geen enkel denkbeeld standhoudt.

Ook niet de karikatuur van zen die ik zojuist heb geschetst en die je allicht met instemming, met stijgende verbazing of met groeiende verontwaardiging hebt gelezen.

5. Zen is twijfelen

De lange weg van onwetendheid naar niet-weten.

Meester Zero zegt:

Wat is zen?

Zen is twijfelen.

Twijfel leidt uiteindelijk tot niet-meer-weten.

Niet-meer-weten is het zeker-weten achter je laten.

Maar dan ook helemaal.

Zonder te vergeten wat je hebt geweten.

Zonder te vergeten dát je hebt geweten.

Zonder te vergeten dat je het allemaal heilig hebt geloofd.

Zonder te vergeten dat je je identificeerde met wat je meende te weten.

Zonder te vergeten dat je er mensen mee lastig viel die er niets van wilden weten.

Niet-meer-weten volgt op weten zoals weten volgt op nog-niet-weten.

Niet-meer-weten is een lang woord voor niet-weten.

Nog-niet-weten is een lang woord voor onwetendheid.

Zen is de lange weg van onwetendheid naar niet-weten.

6. Gidan: een grote bal van twijfel

Vier variaties op het zengezegde 'Kleine twijfel kleine verlichting, grote twijfel grote verlichting'.

Het Japanse woord Gidan (疑團) staat voor een reusachtige, niet door te slikken, onverteerbare bal van twijfel. In zen is dat geen veeg teken; twijfel is onmisbaar om voortgang te boeken op de zenweg.

Hoe meer je twijfelt, hoe verder je komt. Wil je overal voorbij gaan dan moet je overal aan twijfelen, ook hieraan. Vandaar het zengezegde:

Kleine twijfel kleine verlichting, grote twijfel grote verlichting.

Zelf ervaar ik mijn niet-weten eerder als duisternis dan als licht, dus ik zou liever zeggen:

Kleine twijfel kleine duisternis, grote twijfel grote duisternis.

Omdat weinig mensen de nacht met niet-weten zullen associëren, kunnen we het beestje beter bij de naam noemen:

Kleine twijfel klein niet-weten, grote twijfel groot niet-weten.

In plaats van niet-weten kan je ook agnose zeggen, dat klinkt positiever en loopt beter:

Kleine twijfel kleine agnose, grote twijfel grote agnose.

Vier verschillende formuleringen voor hetzelfde idee.

Niet-weten is geen idee.

En ik betwijfel of twijfel wel de oorzaak van niet-weten is. Mij lijkt het een vroege verschijningsvorm ervan. Een voorstadium, dat bij de meesten meteen na de waaromfase verdwijnt. Of chronisch wordt, een sluimerende kwaal, soms wat ongemakkelijk maar zelden terminaal.

7. Meester Zero: kleine kennismaking met een grote nul

Waarom het logo van Meester Zero een enso is.

Meester Nul

Uw gastheer (m/v) in dit Witboek Zen is Meester Zero. Alleen is hij geen meester en nooit geweest.

Meester Zero weet het niet meer. Wie het niet meer weet is een wandelend gat. Onze Meester Zero is een nul, niet meer en niet minder. Dat wil zeggen, niet positief en niet negatief. Nauwkeuriger: altijd even positief als negatief. Vandaar dat hij ook weleens Meester Nul wordt genoemd.

Niet alleen zijn naam is een nul, ook zijn logo. De nul is een schijngetal, je kijkt er zo doorheen.

Meester Eh

Het cijfer 0 lijkt op de letters O en Ø. Vandaar dat Meester Zero ook weleens Meester O of Meester Ø wordt genoemd.

Ø spreek je uit als 'eh'. Vandaar dat Meester Ø ook weleens Meester Eh wordt genoemd.

In de Agnosereeks staat de Ø symbool voor de lege leer. Vandaar dat ik agnose ook weleens schrijf met een ø, maar dan uitgesproken als 'o', anders klinkt het zo raar. Agnøse. Agnøst. Agnøsereeks. Agnøsticon.

Agnostisch boeddhisme kun je bøeddhisme noemen, een agnostisch boeddhist een bøeddhist, een lege boeddha een bøeddha, een lege bodhisattva een bødhisattva.

Meester Enso

'O' is wat je zegt als het niet meer weet. Je mond vormt dan een nul of een O, een soortement enso – een wat?

Een enso (of ensø) is een gekalligrafeerde cirkel met niets erin. Vandaar dat Meester Zero ook weleens Meester Enso of Meester Ensø wordt genoemd.


^ Enso.

Kamikaze

Een zendo (zendø) is een lege oefenruimte. Om de leegte te verbloemen zonder hem op te vullen wordt de zendo weleens opgeleukt met een enso. Zodat je weet wie en wat je bent en wat je daar komt doen.

Een enso is net een zero. De Zero was een meesterlijk jachtvliegtuig uit de tweede wereldoorlog. Daarmee hebben de Japanners in 1941 tijdens Operatie Z de Amerikaanse marine in Pearl Harbor tot nul gereduceerd. Hun vliegtuig was eventjes zijn tijd vooruit. Het kon sneller opstijgen dan welke jager ook en even snel neerstorten, een geweldige prestatie.

Neerstorten is een ander woord voor kamikaze, een metafoor voor agnose, ik kom er later op terug. Als ik het haal, tenminste, en als jij het haalt. Want voor je het weet haalt de tijd ons in en storten we neer voor de laatste keer. Boeddhisten noemen dat vergankelijkheid, het hart van hun lege leer.

Sterf je niet aan je vergankelijkheid dan sterf je wel aan je spiritualiteit, dat is tenminste de bedoeling: anatman. Zen is kamikaze. Dood de Boeddha, begin bij je zelf.

Door het gaatje

Het vervelende van een enso, een O, een nul: je komt er niet in en je komt er niet uit. Niet van opzij tenminste, vanwege die gesloten omtrek. Van voren en van achteren wel, daar heb je de derde dimensie voor. De poortloze poort (pøørtløze pøørt) die elk teken doorboort.

Het mooie is: je hoeft er niet in en je hoeft er niet uit. Het maakt geen verschil of je erbinnen bent of erbuiten, niet dat ik weet. Het maakt geen verschil of je ervoor of erachter staat of door het gaatje gaat.

Waar je je ook denkt te bevinden, daar ben je niet. Waar je ook heen denkt te moeten, daar is het niet. Wie of wat je ook denkt te zijn, je bent en blijft een nul.

Totdat je niets meer voorstelt stel je niets voor en daarna helemaal niet meer. Dat ontdekken heet zen, weer een woord voor niets.

Enso met twee deuren erin met daarachter een sterrenhemel.
^ Ensopoort.

8. Waaraan herken je de zenboeddhist?

Vier lege tekens.

Meester Zero zegt:

Waaraan herken je de zenboeddhist?

Hij heeft een pij van de duurste sunyata. Toch is hij geen exhibitionist.

Hij vindt het fijn als mensen zich blootgeven. Toch is hij geen voyeur.

Hij heeft niets meer te doen. Toch zit hij niet bij de pakken neer.

Hij heeft geen leer hoog te houden. Ook daarin schept hij geen eer.

9. Zengeest, beginnersgeest – Shunryu Suzuki

Vallen en opstaan.

'Zen is steeds opnieuw beginnen', zei de kleine Suzuki. Zengeest, beginnersgeest heet zijn boekie. Alsof het een keus is. Alsof er een alternatief is voor vallen en opstaan.

Vallen – daarmee begint je leven. Een val uit de baarmoeder. In de val van het leven. Baf!

Op een dag, maanden, soms jaren later, sta je voor het eerst op. Als het meezit tenminste, want sommigen blijven voorgoed liggen of zijn dan al weggevallen.

Daarna is het pas echt vallen en opstaan. Vallen en opstaan. Vallen en opstaan. En zo verder, tot je laatste val. In het graf. Baf!

Als je zo vaak valt, hoe zou je dan niet op je achterhoofd gevallen kunnen zijn? Onmogelijk. Iedereen is op zijn achterhoofd gevallen. Keer op keer, telkens weer. En maar schudden, die hersentjes. De gevolgen laten zich raden.

Je begint je leven als weetniet. Je leeft je leven als weetniet. Je eindigt je leven als weetniet. Je bent en blijft een beginner. Een dummy, een sufferd, een onbenul. Een professor in slap gelul. Of je het ziet of niet. Het enige verschil tussen jou en mij is dat ik het niet langer verberg.

Alleen dwazen geloven in hun wijsheid. Je herkent ze al van verre. Aan hun wijde gewaden. Aan hun brede gebaren. Aan hun plechtstatigheid. Geestelijke lijders op zoek naar volgelingen. Want gedeelde smart is halve smart. Maar wel tweemaal zo veel. Wat heb je dan gewonnen?

Niet-weten is alles verliezen, zelfs je niet-weten. Ben je alles kwijt, dan kan je alleen maar opnieuw beginnen. Zengeest, beginnersgeest.

Terzijde: shoshin

Het Japanse woord voor beginnersgeest is shoshin (初心). Volgens de Engelstalige Wikipedia gaat het begrip terug op Dogen Zenji, die het besprak in zijn boek met essays, Shobogenzo.

Je zou willen dat de geest-drift hiermee bevredigd was, maar dan ken je de Japanners niet. Dan ken je de Chinezen niet. Dan ken je de mens niet. Dan ken je jezelf niet.

Binnen de kortste keren was de beginnersgeest gedevalueerd tot het eerste stadium of aspect van een viergeestenleer.

1. Shoshin (初心): beginnersgeest.

2. Mushin (無心), in het Chinees wuxin: lege geest, geen geest, niet-geest.

3. Fudoshin (不動心): onbeweeglijke geest, onverstoorbare geest, gelijkmoedige geest.

4. Zanshin ( 残心): restgeest, die alleen maar ontvankelijk en ontspannen is.

Of die geesten werkelijk bestaan moet je zelf maar uitvogelen. Dat we ze bedenken en najagen zegt wat mij betreft genoeg over de werking van de menselijke geest.

10. Zengeest, weetnietgeest

Het lege boekie van Tsuki Watsuki.*

Niet-weten is alles verliezen, zelfs je niet-weten.

De onmacht aan de macht.

Overmacht maakt zacht.

Je zwakte is je kracht.

Niet-weten is je kleinheid realiseren.

Precies zo groot worden als je bent.

Een weetniet is groot in zijn kleinheid.

Je kleinheid realiseren is je ware grootte vinden.

Je ware grootte vinden is grootteloos worden.

Je grootheid verliezen en je kleinheid verliezen.

Niet meer weten hoe groot je bent in absolute zin.

Niet meer weten hoe groot je bent vergeleken met anderen.

Niet meer weten hoe groot anderen zijn vergeleken met jou.

Niet meer weten hoe groot mensen zijn vergeleken met elkaar.

Niet meer weten hoe groot mensen zijn.

Wijs is wie zijn dwaasheid kent.

Zengeest, weetnietgeest, in mijn boekie.

Dat nog kleiner is dan het boekie van Suzuki.

Het is een boekie waar geen maat op staat.

Een boekie waar geen woord in staat.

Een leeg boekie.

Een boekie van niets.

Hét boekie van niets.

Want waarin zou het ene lege boekie moeten verschillen van het andere?

* Tsuki Watsuki is de geuzennaam van de auteur, die op oneven dagen iedere vraag beantwoordt met: Wat zoek je, wat zoek je. Wat klinkt als Tsukiwatsuki.

11. Zengeest, kuddegeest

Terug naar de boeddhanatuur.

Twee sangha's voeren een dharmastrijd in een weiland.

De koeien roepen: Boe!

De eerste sangha roept: Leve de lineage!

De koeien roepen: Boe!

De tweede sangha roept: Weg met de lineage!

De koeien roepen: Boe!

De eerste sangha roept: Alleen zo houden we de leer zuiver!

De koeien roepen: Boe!

De tweede sangha roept: Alleen zo houden we de leer zuiver!

De koeien roepen: Boe!

De tweede sangha bestookt de eerste met watervaste verfbommen in alle kleuren van de regenboog.

De koeien roepen: Boe!

De eerste sangha slaat terug met lineage-borden van voorchristelijk eikenhout.

De koeien roepen: Boe!

Een lekenjury oordeelt traditiegetrouw: Onbeslist!

De koeien roepen: Boe!

Bont en blauw druipen de schreeuwers af naar hun heilige huisjes en op het land keert de rust weer.

De koeien roepen: Boe!

Loeiende koe met rakusu.
^ De koeien roepen: Boe!

Woordenlijstje

Sangha: 1. stam; 2. hersenstam.

Lineage: stamboom van boeddha's.

Rasboeddhist, rabboe: boeddhist met stamboom; ware afstammeling van Gautama Boeddha.

Bastaardboeddhist, babboe: boeddhist zonder stamboom; synoniem: vuilnisbakkenboeddhist (pejoratief).

Kuddegeest: atavistische mentaliteit die ernaar streeft de onderlinge banden te verstevigen door de anderlinge verschillen te benadrukken. Zie ook Religie, Parlement, Teamsport, Chimpansee.

12. Haiku op haiku: tussen vogelsporen en denksporen

Och kijk, een mus sprong
helemaal langs de veranda
met natte pootjes.

(Shiki)

Och, kijk, die vlekjes.
Ik denk er een musje bij,
dan zie ik een spoor.

(Hans)

Rolstempel op een stok waarmee je een spoor van vogelpootjes kan stempelen.
^ Rolstempel uit het postornithologicum voor het maken van nostalgische vogelsporen.

13. Zen is vrij spel, het lijkt het leven wel

Vrij blijvende gedachten over zen.

Wilde weetnietgeest.

Je hebt geen antwoorden meer.

Je hebt geen vragen meer.

Nu hebben je gedachten vrij spel.

O o, wat gaan ze snel.

Het lijkt het leven wel.

O o, wat gaat het snel.

Vrij blijven de gedachten.

Je hebt geen vragen meer.

Je hebt geen antwoorden meer.

Wilde weetnietgeest.

14. Het Grote Geheim van de Oude Cheng

Kedeng kedeng!

Dwarskonten

Opstandige lieden vind je in elke religie en in alle tijden. Jed McKenna is zo iemand. Alexander Smit was zo iemand. U.G. Krishnamurti was zo iemand, net als zijn zogenaamde tegenpool Jiddu Krishnamurti. Het Citatenboek Niet-Weten staat vol voorbeelden van hun indianentaal. Ze sparen niemand. Behalve zichzelf.

Lang geleden was zen even een levende, beeldenbrekende beweging in plaats van een bende behoudzuchtige schoonzitters en schoonzwetsers. Toen krioelde het er van de dwarskonten, waaronder de eerste zenpatriarch, Bodhidharma ('alles leeg, niets heilig') en de eerder genoemde Huangbo en Linji.

Oude Cheng

In de jaren zeventig van de vorige eeuw dook er in Frankrijk een tekst op van nog zo'n dwarskont, Oude Cheng. Ene J. Garillot kreeg hem van een monnik in Indochina en heeft hem in het Frans vertaald.

Begin jaren tachtig verscheen de tekst Propos du vieux Tcheng in het tijdschrift Être. Dat tijdschrift stond onder redactie van de non-dualist Jean Klein, die niet langer onder ons is, behalve als zuiver Bewustzijn.

De Propos du vieux Tcheng is uit het Frans in het Nederlands vertaald door een andere non-dualist van het eerste vuur, Wolter Keers, die niet langer onder ons is, behalve als zuiver Bewustzijn. Zijn versie, getiteld De woorden van de Oude Cheng, verscheen in 1985 in het tijdschrift Chetana.

De Nederlandse vertaling werd integraal voorgelezen tijdens een zomerretraite in 1997 door weer een andere non-dualist, Alexander Smit, die niet langer onder ons is, behalve als zuiver Bewustzijn. Sindsdien denken sommige van zijn bewonderaars dat Smit zelf de Oude Cheng was, zijn schepper, zijn ontdekker of zijn vertaler.

Nieuwe Linji

Wanneer boeddhisten er voor het eerst lucht van kregen weet ik niet; zelf maakte ik pas kennis met de woorden van de Oude Cheng in 2016, toen ze voor de eerste of de zoveelste keer gepubliceerd werden in het Boeddhistisch Dagblad.

Ik herinner me dat ik net de Linji Lu had hertaald en voor de eerste keer als serie had gepubliceerd in diezelfde krant. Wat leken ze op elkaar zeg, Linji en de Oude Cheng. Wie deed hier wie na?

Uit historisch onderzoek is gebleken dat de Linji uit de Linji Lu, laten we hem Nieuwe Linji noemen, weinig overeenkomsten vertoont met de gelijknamige historische figuur, laten we hem Oude Linji noemen.

Mocht Oude Cheng gemodelleerd zijn naar Nieuwe Linji, dan is hij een constructie van een constructie. Een personage gebaseerd op een personage. Fictie in het kwadraat: Nieuwe Nieuwe Linji.

Of is de Nieuwe Linji gebaseerd op de Oude Cheng: Nieuwe Oude Cheng?

Of is Oude Cheng een Nieuwe Cheng die net als Nieuwe Linji zijn naam ontleent aan een minder inspirerende historische voorganger?

Of is Oude Cheng een verzinsel van die monnik uit Indochina?

Of is die monnik een verzinsel van Garillot?

Of is die Garillot een verzinsel van Klein of Klein van Keers of Keers van Smit of Smit van mij of ik van jou?

We weten minder naarmate we meer geloven.

Het Grote Geheim van de Oorspronkelijke Geest

Nieuwe Linji en Oude Cheng, historisch, mythisch of fictief, hebben met elkaar gemeen dat ze ondanks hun radicaliteit naar absolutisme neigen.

De Nieuwe Linji mag het graag hebben over de leegte, de geest, het licht en de boeddhanatuur, door westerse vertalers meestal van een hoofdletter voorzien: de Leegte, de Geest, het Licht en de Boeddhanatuur.

De Oude Cheng lijkt van huis uit of na alle non-dualistische hertalingen verdacht veel op een non-dualist. Een levende, een dode of een van zuiver Bewustzijn, ik zie het verschil niet.

Nog verdachter: diezelfde Oude Cheng kan maar niet ophouden over het geheim van de Oorspronkelijke Geest. Ook met hoofdletters, dat zie je goed.

'Ik, oude Cheng, doe niemand na', pocht de ijdeltuit over zichzelf. 'Ik belijd geen enkel geloof, ik volg geen enkele school en ben niemands volgeling.'

Onzin natuurlijk, z'n woorden zijn zo oud als de filosofie. Toch weet hij de spanning er aardig in te houden. Pas in de laatste regels van zijn monoloog komt de mouw uit de aap:

'En nu, luister naar me met alle aandacht die je hebt. Nu zal ik je eindelijk het grote geheim onthullen van de Oorspronkelijke Geest. Wat ik je nu ga zeggen, is het belangrijkste en meest diepzinnige wat er ooit over gezegd is, namelijk dit: er bestaat geen geheim van de Oorspronkelijke Geest!'

Het Grote Geheim van de Oude Cheng

En, heb je geluisterd met alle aandacht die je in je had? Dan kun je me vast wel vertellen wat de Oude Cheng met deze dubbelzinnige formulering wil zeggen.

Bedoelt hij dat er helemaal geen Oorspronkelijke Geest is? Dat die zogenaamde geest niet meer is dan een upaya, een tijdelijk houvast, een vlot om mee over te steken en dan prijs te geven aan de elementen? In dat geval is de Oude Cheng een nihilist.

Of bedoelt hij alleen maar dat er geen geheim van de Oorspronkelijk Geest is omdat er nou eenmaal niets anders is dan de Oorspronkelijke Geest? Omdat het een Open Geheim is, zoals de non-dualist Tony Parsons het formuleert? Omdat alles Bewustzijn is, zoals de advaita vedanta en het Tibetaanse dzogchen leren? In dat geval is de Oude Cheng een essentialist, een idealist, een monist.

In het eerste geval, dat er helemaal geen Oorspronkelijke Geest is, vraag ik me af hoe de Oude Cheng dat weet en waarom hij het niet nodig vindt om dat uit te leggen.

In het tweede geval, dat er niets anders is dan de Oorspronkelijke Geest, vraag ik me af hoe de Oude Cheng dat weet en waarom hij het niet nodig vindt om dat uit te leggen.

Is de Oude Cheng nou een nihilist of een essentialist? Ik heb geen idee en het kan me niets schelen. Het is hoe dan ook Oud Nieuws. Of zoals de Oude Cheng het zelf zou zeggen:

En nu, luister naar me met alle aandacht die je hebt. Nu zal ik je eindelijk het grote geheim onthullen van de Oude Cheng. Wat ik je nu ga zeggen, is het belangrijkste en meest diepzinnige wat er ooit over hem gezegd is, namelijk dit: er bestaat geen geheim van de Oude Cheng!

Kedeng kedeng!

15. Wat is kinhin? Kedeng kedeng!

Locomotief die op het punt staat een rijtje overstekende kinhinmonniken te scheppen.
^ Kedeng kedeng!

16. Zen is geen zen als er zen op staat

En minder nog als je erop staat.

Zen.

Zen is geen zen.

Zen is geen zen als er zen op staat.

Zen is geen zen als er soto-zen op staat.

Zen is geen zen als er rinzai-zen op staat.

Zen is geen zen als er geen-zen op staat.

Zen is geen zen als er on-zen op staat.

Zen is geen zen als je erop staat.

Zen is geen zen als je erop zit.

Zen is geen zen.

Zen.

17. Haiku op haiku: tussen venster en Melkweg

Zie, door de scheuren
in mijn papieren venster
beeldschoon, de Melkweg.

(Issa)

Zie, in de krochten
van de Melkweg, beeldschoon mijn
gescheurde venster.

(Hans)

18. Zen is categorieën doorbreken

Tussen zin en onzin vind je de deur naar niet-weten.

Leerling: Wat is zen?

Meester: Zeg jij het maar.

Leerling: Zen is een vorm van zingeving.

Meester: Waar je zin in hebt.

Leerling: Wou u beweren dat zen onzin is?

Meester: Wie dat beweert heeft er niets van begrepen.

Leerling: Het is het een of het ander.

Meester: Zen heeft niets te maken met zin of onzin.

Leerling: Waarmee heeft het wel te maken?

Meester: Met het doorbreken van dit soort categorieën.

Leerling: Zen is tegen categorisch denken?

Meester: Dat is gewoon de volgende categorie.

Leerling: Categorisch denken versus categorievrij denken, bedoel ik.

Meester: Daar heb je het al.

Leerling: Maar zen is toch vierkant tegen de hokjesgeest?

Meester: Dat is gewoon de volgende categorie.

Leerling: De hokjesgeest versus de weetnietgeest, bedoel ik.

Meester: Zie je wel?

Leerling: Gaat dit over non-dualiteit?

Meester: En weer een categorie.

Leerling: Versus dualiteit, bedoel ik.

Meester: Zei ik het niet?

Leerling: Dat alles één is.

Meester: En nog een categorie.

Leerling: In plaats van veel.

Meester: Zeg, ik blijf niet aan de gang.

Leerling: Wat is zen dan wel?

Meester: Dat zeg ik.

Leerling: Categorieën doorbreken.

Meester: Deze ook.

Leerling: Het doorbreken van categorieën moet ook doorbroken worden?

Meester: Waar je zin in hebt.

19. Zen is het eeuwige streven van de kleine geest naar een grote geest

Van geestverkleinende geestverschijningen.

Leerling: Wat is de kleine geest?

Meester: Een hokje.

Leerling: Wat is de grote geest?

Meester: Een hokje.

Leerling: Wat is dan het verschil?

Meester: Zeg jij het maar.

Leerling: Dat de kleine geest verschijnt in de grote geest.

Meester: En de grote geest?

Leerling: Nou?

Meester: De grote geest verschijnt in de kleine geest.

20. Over het minieme verschil tussen de kleine geest en de grote geest

Uit het woordenboek van Meester Maya.

Kleine geest: iemand die een grote geest wil zijn.

21. Heeft een boeddha de hondennatuur?

Opzitten tot je opstaat. Blafles met Meester Wu.

Leerling: Heeft een hond de boeddhanatuur?

Meester: Vraag maar aan die hond daar.

Leerling: Heb ik al gedaan.

Meester: Wat zei die?

Leerling: Woef.

Meester: Nou dan.

Leerling: Hebben leerlingen de boeddhanatuur?

Meester: Vraag maar aan jezelf.

Leerling: Heb ik al gedaan.

Meester: Wat zei je?

Leerling: Niets.

Meester: Nou dan.

Leerling: Heeft iedere boeddhist de boeddhanatuur?

Meester: Vraag maar aan iedere boeddhist.

Leerling: Ik zou niet weten hoe.

Meester: Nou dan.

Leerling: Wat denkt u?

Meester: Dat iedere boeddhist een hondennatuur heeft.

Leerling: Wat als je een hondennatuur hebt?

Meester: Dan ben je altijd op zoek naar een baasje.

Leerling: Wat als je een baasje hebt gevonden?

Meester: Opzitten en pootjes geven.

Leerling: Braaf zijn.

Meester: Het braafste kindje van de klas.

Leerling: Juist denken, juist bedoelen, juist spreken, juist handelen, juist leven, juist streven, juist opletten, juist mediteren.

Meester: Je komt nergens anders meer aan toe.

Leerling: Wat als je niet meer op zoek bent naar een baasje?

Meester: Dan sta je op eigen benen.

Leerling: Ben je dan nog wel boeddhist?

Meester: Dat kan je dan niets meer schelen.

Leerling: Heb je dan je boeddhanatuur gerealiseerd?

Meester: Dat kan je dan niets meer schelen.

Leerling: Ben je dan een boeddha?

Meester: Dat kan je dan niets meer schelen.

Leerling: Omdat je eindelijk op eigen benen staat?

Meester: Dat kan je dan niets meer schelen.

Leerling: Hè?

Meester: Ha!

Leerling: Wat als het je niets meer kan schelen of je op eigen benen staat?

Meester: Woef.

Hondje op een meditatiekussen met zijn pootjes omhoog, een riem in zijn bek en een stijve piemel.
^ Opzitten tot je opstaat.

22. Oorspronkelijk is er geen zen

Hoe non-dualistisch is een hond?

Beste Hans,

Mijn zenleraar zegt altijd: 'Oorspronkelijk is er geen binnen en geen buiten'. Daar ben ik het helemaal mee eens. Alles is één. In het Ene kan geen binnen en buiten zijn. Binnen plus buiten is twee.

Beste Wim,

Je zit teveel in de zendo. Wanneer heb jij voor het laatst buiten gespeeld?

Wim: Daarnet nog, met mijn hond. Die maakt ook geen onderscheid tussen binnen en buiten. Ik bedoel daarmee, tussen zichzelf en de wereld. Tussen subject en object. Tussen de waarnemer en het waargenomene. Dat zijn alleen maar constructies van de mind. Dus ja, oorspronkelijk is er geen binnen en buiten.

Hans: Ooit een hond gezien die onderscheid maakt tussen oorspronkelijk en nadien?

Ooit een hond gezien die onderscheid maakt tussen het vele en het Ene?

Ooit een hond gezien die geen onderscheid maakt tussen zichzelf en zijn spiegelbeeld?

Ooit een hond gezien die net zo lief binnen slaapt als buiten?

Voor je terug blaft eerst even je woef raadplegen.

Wim: 'Oorspronkelijk is er geen binnen of buiten' is ook een constructie van de mind, wou je zeggen.

Hans: En waarvan is de mind een constructie?

Wim: Wat is volgens jou oorspronkelijk?

Hans: Oorspronkelijk is er geen oorspronkelijk. Niet dat ik weet.

Wim: Is niet-weten oorspronkelijk?

Hans: Alleen achteraf.

23. Is zen non-dualistisch? De gastheer en de gast

Wu! Wu! Wu! Wu! Wu!
Wu! Wu! Wu! Wu! Wu!
Wu! Wu! Wu! Wu! Wu!

(Ontwaakgedicht van de hond van chanmeester Wumen Huikai.)

Beste Hans,

In de Linji Lu staat de volgende koan:

De hoofdmonniken van twee zalen kwamen elkaar tegen. Gelijktijdig slaakten ze een kreet: 'Aargh!' Later die dag vroeg een monnik aan de meester: 'Wie was hier de gastheer, wie de gast?' De meester zei: 'Gastheer en gast zijn duidelijk onderscheiden.'

Die slotzin, 'Gastheer en gast zijn duidelijk onderscheiden', wat maak jij daarvan? Hij lijkt me zo dualistisch.

Hans: Gastheer, gast – een mens kan overal in vast komen te zitten.

Ewald: Wat?

Hans: Onderscheiden, verenigen – een mens kan overal in vast komen te zitten.

Ewald: Maar hoezo zijn gastheer en gast duidelijk onderscheiden?

Hans: De hoofdmonniken van twee zalen kwamen elkaar tegen. Gelijktijdig slaakten ze een kreet: 'Aargh!' Later die dag vroeg de meester aan de ene hoofdmonnik: 'Wie was hier de gastheer, wie de gast?' De hoofdmonnik antwoordde: 'De gastheer is de gast.' De meester zei: 'Gastheer en gast zijn duidelijk onderscheiden.'

De volgende dag vroeg de meester aan de andere hoofdmonnik: 'Wie was hier de gastheer, wie de gast?' De hoofdmonnik antwoordde: 'Gastheer en gast zijn duidelijk onderscheiden.' De meester zei: 'De gastheer is de gast.'

Ewald: Gaat het er dan alleen maar om alles tegen te spreken?

Hans: Meepraten, tegenspreken – een mens kan overal in vast komen te zitten.

Ewald: Loslaten, is het devies.

Hans: Vasthouden, loslaten – een mens kan overal in vast komen te zitten.

Ewald: Bij elkaar genomen zijn de antwoorden in die koan non-dualistisch genoeg. Op zichzelf beschouwd zijn ze mijns inziens onjuist.

Hans: Op zichzelf beschouwd zijn de antwoorden juist, op zichzelf beschouwd zijn ze onjuist, bij elkaar genomen zijn ze juist, bij elkaar genomen zijn ze onjuist – een mens kan overal in vast komen te zitten.

Ewald: Ik bedoel natuurlijk onjuist vanuit non-dualistisch oogpunt.

Hans: Vanuit non-dualistisch oogpunt mogen de antwoorden op zichzelf beschouwd onjuist zijn, maar hoe zit het met het non-dualistische oogpunt zelf? Is dat op zichzelf beschouwd of vanuit weer een ander oogpunt beschouwd juist of onjuist?

Ewald: Vanuit non-dualistisch oogpunt gezien is ieder onderscheid illusoir. In de absolute werkelijkheid bestaat geen verschil.

Hans: Ik zie het niet.

Ewald: Wat?

Hans: Door grauwe staar aan mijn wijsheidsoog kan ik de relatieve werkelijkheid niet onderscheiden van de absolute, de illusie niet van de realiteit.

Ewald: Non-dualiteit is de ontkenning van dualiteit.

Hans: Dualiteit, non-dualiteit – een mens kan overal in vast komen te zitten.

Ewald: Ben jij nu een non-dualist of niet?

Hans: Stop jezelf in een hokje.

Ewald: Ja dus.

Hans: Ik onderscheid erop los en ik schijt op ieder onderscheid. Ook heb ik schijt aan iedereen die daar wat van vindt. Dat is pas vrijheid. Vraag me niet waarvan of waartoe of van wie. En ik zit er niet eens in vast.

Ewald: Ken jij de eerste koan van de Poortloze Poort?

Hans: Nooit van gehoord.

Ewald: Vraagt een monnik, 'Heeft een hond ook de boeddhanatuur?' Zegt meester Zhaozhou, 'Nee.'

Hans: Man, kan jou het allemaal schelen, die umeboshi's zijn al eeuwen dood. Dat waren ze al toen ze nog leefden.

Ewald: Umeboshi's?

Hans: Zuurpruimen.

Ewald: Dat is Japans. Zhaozhou was een Chinees.

Hans: Zuurpruim.

Ewald: Wat ik niet te pruimen vind is het ontkennende antwoord van Zhaozhou op de vraag of een hond de boeddhanatuur heeft.

Hans: Wat zou jij geantwoord hebben?

Ewald: Geen ja en geen nee. Als uitdrukking van non-dualiteit.

Hans: Als je het aan een boeddhist vraagt die in de boeddhanatuur gelooft, zegt hij ja.

Als je het aan een boeddhist vraagt die in de leegte gelooft, zegt hij nee.

Als je het aan een pluralist vraagt zegt hij ja en nee.

Als je het aan een non-dualist vraagt zegt hij ja noch nee.

Als je het aan een hond vraagt, zegt ze woef.

Ja, nee, ja en nee, ja noch nee, woef. Welk antwoord is het meest bizar?

Ewald: Nou?

Hans: De vraag.

Ewald: Ah ja.

Hans: Leuk hè?

Ewald: Bedoel je dat het in deze koan helemaal niet om non-dualiteit gaat, maar om het doorzien van de vraag?

Hans: Wie weet waar het in deze koan om gaat. Het is niet dat de betekenis van koans bij decreet voor eeuwig is vastgelegd. Al hebben zenbureaucraten daar door de eeuwen heen enorm hun best voor gedaan.

Ewald: Weer een vraag doorzien.

Hans: Van jezelf nog wel.

Ewald: Door mezelf nog wel.

Hans: Dank voor deze dialoog, ik zal hem op mijn site zetten.

Ewald: Leuk.

Hans: Maar zeg eens, wie van ons was nu de gastheer en wie de gast?

Ewald: Aargh!

24. Een piekerpad op het piekerpad

Ben ik jou of ben ik mij, als ik met mezelluf vrij?

Ben ik van hier of zo'n exoot?
Dacht de pad die nooit besloot.

Is 't al maart of pas april?
Ik zie het niet meer zonder bril.

Is dit mijn vel of ben ik bloot?
Begint het leven na de dood?

Wat kwam eerder, pad of dril?
Ga ik vaak genoeg van bil?

Als ik nu mijn snuit eens snoot –
Met mijn voor- of achterpoot?

Ben ik cool of ben ik kil?
Ik weet niet wat ik liever wil.

Piekerpad in wetensnood.
Eeuwig tussen wal en sloot.

Twee kikkers in missionarisstand.
^ Ben ik jou of ben ik mij, als ik met mezelluf vrij?

25. Het Piekerpad – boeddhisme volgens Sint Pieker

Je verstand gebruiken om je verstand te saboteren.

De vier Edele Woorden van Sint Pieker

1. Het piekerpad: metafoor voor het levenspad van de denkende mens, die onvermijdelijk vast komt te zitten in schijnkwesties.

Ben ik hetero of homo?

Ben ik iemand of niemand?

Is alles één of niet-twee?

Ben ik Liefde of Bewustzijn?

Heeft een hond de Boeddhanatuur?

Wie was ik toen ik er nog niet was?

Waar ga ik heen als ik nergens heen kan?

2. Het piekerpad (pejoratief): rinzaizen (koanzen) volgens sotoboeddhisten.

3. Het Piekerpad: de Grote Weg volgens Sint Pieker.

4. Sint Pieker: patroonheilige van het Piekerpad.

De vier Edele Waarheden volgens Sint Pieker

1. Er is piekeren.

2. Het piekeren heeft een oorzaak.

3. De oorzaak van het piekeren kan opgeheven worden.

4. Door het Piekerpad te volgen wordt het piekeren beëindigd.

Het Viervoudige Piekerpad van Sint Pieker

Het drievoudige Piekerpad van Sint Pieker is wel lang maar niet moeilijk.

1. Eerst ben je geen boeddhist en pieker je onophoudelijk over van alles en nog wat.

2. Dan word je boeddhist en pieker je onophoudelijk over het boeddhisme (samsara).

3. Op een dag dringt het tot je door dat het allemaal nergens over gaat (sunyata), dat je nergens iets over te zeggen hebt (anatman) en dat alles sowieso onbegrijpelijk is (afhankelijk ontstaan). Dan ben je eindelijk uitgepiekerd (nirwana).

4. Pieker je toch nog eens, wat bijna onvermijdelijk is, dan pieker je daar niet over; pieker je er toch over dan pieker je dáár niet over enzovoort.

Sint Piekerspreuk

Piekeren om een einde te maken aan het piekeren is je verstand gebruiken om je verstand te saboteren.

(Sint Pieker, Paradoxale Spiritualiteit, uitgeverij Sam@Sarah)

Sint Pieker

Sint Pieker is naar eigen zeggen een uitgepiekerde die onophoudelijk piekert over andermans gepieker.

Je herkent hem al van verre aan zijn enorme punthoofd.

26. Moet je naar je hoofd luisteren of naar je hart?

Een vals dilemma.

Leerling: Je moet niet naar je hoofd luisteren maar naar je hart.

Meester: Wie zegt dat, je hoofd of je hart?

Leerling: Oei.

Meester: Nou?

Leerling: Mijn hoofd?

Meester: Moet je er dan naar luisteren of niet?

27. Niets wekt zoveel misverstand als stilte

En niets is zo doods.

Tim: Wanneer het niet aflatende verstand, uitgeput door de vele vragen, bezwijkt onder het niet-weten, neemt Big Mind het stokje over van small mind. Dan resteert alleen de eerlijkheid van de overgave en de ontmaskerende stilte van de dood. Dat is wijsheid.

Hans: Aha, een man van weinig woorden. En van zware. Uitgeput. Bezwijkt. Eerlijkheid. Overgave. Ontmaskering. Stilte. Wijsheid. Dood. En ook nog de tweegeestenleer, dat meesterwerk van het niet aflatende verstand. Tim, jongen, als je het gewoon niet meer weet, zou je dan niet liever zeggen dat je het gewoon niet meer weet? Dat lijkt me wel zo eerlijk.

Tim: Ik dacht dat je je wel in mijn woorden zou herkennen. Is jouw verstand dan niet uitgeput geraakt door de vele vragen?

Hans: Ik weet niet eens of er wel een verstand ten grondslag ligt aan mijn gedachten. Ik weet niet eens of ik wel meer gedachten heb dan deze ene nu.

Mochten beide het geval zijn, dan is mijn verstand beslist niet uitgeput en bezweken. Het is alive and kicking. Meer dan ooit. Het danst onvermoeibaar rond op zijn rode schoentjes. Is overal tegelijk en nergens in het bijzonder. Bekijkt de zaken van alle kanten. Trekt snaaks aan de losse eindjes van de zelfbreiende trui die wijsheid heet.

Het zou ook niet best zijn als mijn veronderstelde verstand uitgeput raakte en bezweek. Wie moet het dan opnemen tegen de diepzinnigheden die mij onophoudelijk om de oren vliegen, nu de jouwe weer?

Nee, van overgave is geen sprake. Eerder van lichte strijdvaardigheid. Van strijdbare lichtvaardigheid. Van de bereidheid om alles wat ik denk, lees, hoor, tegen het licht te houden tot het opvlamt, doorbrandt, uitdooft.

Of de dood inderdaad gepaard gaat met stilte moet nog blijken. Ik kan bijvoorbeeld niet uitsluiten dat de stilte al voor de dood begint, wanneer mijn spraakcentrum en gehoor het begeven.

Of later, postmortaal. In de hemel. In de hel. Als engel. Als geest. In een volgend leven. Tijdens het energetisch nabestaan in de eeuwigheid. Na mijn wederopname in het onveranderlijke albewustzijn waarvan ik zonder het te weten al deel uitmaak. Of helemaal nooit. Wie zal het zeggen. Ik niet.

Of de eventuele stilte van de eventuele dood inderdaad iets of iemand ontmaskert, of dat de stilte zelf ontmaskerd wordt, of de dood, moeten we afwachten. We zijn nog niet dood, niet stil, niet doodstil. Tenzij dit de dood al is. Wat maken we dan een leven! En wat is dan het leven?

Als de stilte van de dood komt, zal het niet onder de nabestaanden zijn. Die snotteren en snateren vrolijk verder, leert de ervaring. Maar het is niet ondenkbaar, voor een kleine geest als de mijne, dat small mind dan eindelijk zijn kwek houdt.

Ach, wat zal ik hem missen. Of is hij het zelf die dat nu zegt? Is hij het die mij zal missen in mijn hoedanigheid van alter ego, aangever, advocaat van de duivel, souffleur, toehoorder?

Big Mind heeft sowieso nog nooit iets van zich laten horen, geen kwik en geen kwak, dat zul je met me eens zijn. Tenzij dat nu juist is hoe hij, zij of het van zich laat horen. Maar hoe stel je zoiets vast?

De manier waarop je het woord 'eerlijkheid' gebruikt, suggereert dat het veronderstelde verstand of zijn veronderstelde product, de gedachte, oneerlijk, vals of illusoir is. Is het begrip 'eerlijkheid' ook niet zo'n product van het verstand en daarom zelf oneerlijk, vals of illusoir? En alle andere gedachten die je erop nahoudt?

Tim: Voor jou is niet-weten geen overgave en overgave geen eerlijkheid?

Hans: Voor mij is weten overgave.

Tim: Hè? Waaraan?

Hans: Woorden en waarden. Ideeën en idealen. Goeroes en goden. Methoden en maniertjes.

Tim: Wat betekent niet-weten dan voor jou?

Hans: Dat ik geen onderscheid meer weet te maken? Niet tussen weten en niet-weten tenminste. Niet tussen small mind en big mind. Niet tussen verstand en gedachte. Niet tussen strijd en overgave. Niet tussen masker en gezicht. Niet tussen levend en dood. Niet tussen eerlijk en oneerlijk. Niet echt.

Geen onderscheid weten te maken is een onvermogen, geen overgave. Er is geen eer aan te behalen. Het enige verband met eerlijkheid is dat ik het eerlijk toegeef.

Nog een onvermogen: ik kan maar niet ophouden over mijn onvermogen. Dwaasheid, zou je denken. Maar niets wekt zoveel misverstand als stilte. En niets is zo doods.

28. In de geest van zen vind je geen geest

Is er ooit geen-geest geweest? Eeuwig duurt het hokjesfeest.

Leerling: Wat is de kleine geest?

Meester: Een hokjesgeest.

Leerling: Mijn idee.

Meester: Zei de kleine geest.

Leerling: Omdat hij overal onderscheid ziet.

Meester: Ja, wie niet.

Leerling: Wat is de grote geest?

Meester: Een hokjesgeest.

Leerling: Hè?

Meester: Wie had dat gedacht.

Leerling: Waarom dan?

Meester: Omdat hij overal eenheid ziet.

Leerling: Wat is het voor geest die zowel de kleine als de grote geest ziet?

Meester: Een hokjesgeest.

Leerling: Hè?

Meester: Wie had dat gedacht.

Leerling: Waarom dan?

Meester: Omdat hij overal de kleine geest of de grote geest ziet.

Leerling: En de oorspronkelijke geest?

Meester: Een hokjesgeest.

Leerling: En de fundamentele geest?

Meester: Een hokjesgeest.

Leerling: En de natuurlijke geest?

Meester: Een hokjesgeest.

Leerling: En de gewone geest?

Meester: Een hokjesgeest.

Leerling: En de zengeest?

Meester: Een hokjesgeest.

Leerling: En de beginnersgeest?

Meester: Een hokjesgeest.

Leerling: En de lege geest?

Meester: Een hokjesgeest.

Leerling: Waarom dan?

Meester: Omdat hij overal leegte ziet.

Leerling: Wat is de weetnietgeest?

Meester: Een hokjesgeest.

Leerling: Hè?

Meester: Wie had dat gedacht.

Leerling: Waarom dan?

Meester: Omdat hij overal niet-weten ziet.

Leerling: Wat is het voor geest die inziet dat het allemaal hokjes zijn?

Meester: Een hokjesgeest.

Leerling: Hè?

Meester: Hè? Hè? Hè?

Leerling: Hoe kan de geest die inziet dat het allemaal hokjes zijn nu een hokjesgeest zijn!

Meester: Omdat hij overal hokjes ziet natuurlijk.

Leerling: Dus iedere geest is een hokjesgeest?

Meester: Alleen voor een hokjesgeest.

Leerling: Hè?

29. Haiku op haiku: tussen Japan, China en India

Uit de tempelpoort
komend, 't lied van de thee-oogst –
dat is Japan!

(Kikusha)

Uit de tempelpoort
komend, 't lied van de thee-oogst –
dat is China!

(Hans)

Uit de tempelpoort
komend, 't lied van de thee-oogst –
dat is India!

(Hans)

30. Is elke boeddhist een nihilist?

Over het fatale verschil tussen een leer over de leegte en een lege leer.

Chris: Ben jij niet gewoon een nihilist, net als elke boeddhist?

Hans: Nihilist?

Chris: Je weet wel, er is geen god, er is geen ziel enzovoort.

Hans: Er is geen god, er is geen ziel enzovoort, heet atheïsme. Er is een god, er is een ziel enzovoort, heet theïsme. We kunnen niets bewijzen over god en ziel enzovoort, heet agnosticisme.

Wie niet weet is geen theïst, geen atheïst en geen agnosticus. Wat maakt dat mij, denk jij?

Chris: Onder nihilisme versta ik de leer die ontkent dat er grondwaarden of grondwaarheden bestaan op ethisch, wijsgerig, spiritueel, religieus of sociaal gebied. Er is geen weg. Er is geen doel. Er is geen waarheid. Er is geen wijsheid. Niets heeft zin. Iedere moraal is grondeloos. God bestaat niet. Vooruitgang is een illusie.

Hans: Daar weet ik allemaal niets van. Ik ben geen nihilist.

Chris: Wat is het verband tussen radicaal niet-weten en nihilisme?

Hans: Er is geen verband tussen radicaal niet-weten en nihilisme.

Chris: In het Witboek Niet-Weten definieer je radicaal niet-weten als hypernihilisme.

Hans: Een vorm van nihilisme die zelfs het nihilisme en zichzelf nietig verklaart, ja. Om er vanaf te zijn, snap je. Ik heb niets met het nihilisme.

Chris: Zei de man van de lege leer.

Hans: Nihilisme is geen lege leer, nihilisme is een niet-lege leer over de leegte van het bestaan.

Chris: Wat heb je nu aan een lege leer.

Hans: De lege leer is geen leer, de lege leer is leeg. Hij bestaat niet.

Chris: Waarom voer je hem dan op?

Hans: Als hulpmiddel. Zelftest. Verklikker. Als je weteloos bent is je leer leeg. Is je leer niet leeg dan weet je wat.

Chris: Hoe werkt dat dan?

Hans: Denk je dat er geen grondwaarden of grondwaarheden bestaan? Dan ben je een nihilist, gaan agnost. Dan is je leer niet leeg.

Denk je dat we beter af zijn zonder scholing en kennis? Dan ben je een obscurantist, geen agnost. Dan is je leer niet leeg.

Denk je dat waarheid altijd subjectief of relatief is? Dan ben je een subjectivist of een relativist, geen agnost. Dan is je leer niet leeg.

Denk je dat we niets zeker kunnen weten, alleen met enige waarschijnlijkheid? Dan ben je een probabilist, geen agnost. Dan is je leer niet leeg.

Denk je dat je ieder oordeel op moet schorten? Dan ben je een scepticus, geen agnost. Dan is je leer niet leeg.

Denk je dat het leven geen zin heeft, behalve de zin die je er zelf aan geeft? Dan ben je een existentialist, geen agnost. Dan is je leer niet leeg.

Denk je dat de werkelijkheid niet door de rede begrepen kan worden? Dan ben je een irrationalist, geen agnost. Dan is je leer niet leeg.

Denk je dat theorieën alleen ontkracht kunnen worden, nooit bevestigd? Dan ben je een falsificationist, geen agnost. Dan is je leer niet leeg.

Denk je dat vrije wil een illusie is en dat we beter bij de pakken neer kunnen gaan zitten? Dan ben je een fatalist, geen agnost. Dan is je leer niet leeg.

Zo ook met perspectivisme, pyrronisme, situationisme enzovoort. Zo ook met de sunyavada, de madhyamaka, de advaita vedanta enzovoort. Dat zijn allemaal niet-lege leren over de grenzen van ons kennen en kunnen. Ze hebben inhoud. Ze bevestigen dit, ze ontkennen dat. Ze stellen wat.

Chris: De lege leer stelt niets.

Hans: De lege leer ontstelt.

Chris: Dus jij bent wel een boeddhist maar geen nihilist.

Hans: Boeddhist?

31. Zengeest, dwaalgeest

Onderweg zonder weg.

'Wat is de weg?'

'Dwaalleer na dwaalleer.'

'Wat is zen?'

'Leren dwalen.'

32. Zen laat zich niet in woorden vangen

Mensen wel.

Zen laat zich niet in woorden vangen.

Net zomin als het leven.

Mensen wel.

Die proberen het leven in woorden te vangen.

Die proberen zen in woorden te vangen.

Die proberen anderen in woorden te vangen.

Die proberen zichzelf in woorden te vangen.

Zo raken ze gevangen in woorden.

Een streep zetten door de woorden, dat is pas niet-weten.

Niet-weten, dat is pas zen.

Weetnietzen, weg ermee.

Wegwerpzen, hoezee.

Kinhinmonnik gevuld met woorden van de Hartsoetra.
^ Gevangen in woorden.

33. Nietzsche noch zen; beweringen weerleggen zonder beweringen

Hoe het denken zich zelf overwint en vergeet.

Yanyang: Wat als je niets meer hebt?
Zhaozhou: Weg ermee.
Yanyang: Ik heb niets meer, zeg ik u.
Zhaozhou: Sleep het dan maar met je mee.

(Koan 277 uit The True Dharma Eye)

Beste Hans,

Zoekend naar nieuwe perspectieven op spiritualiteit stuitte ik op het proefschrift Nietzsche and Zen: Self-overcoming without a Self van hoogleraar boeddhistische filosofie André van der Braak.

In dit boek interpreteert hij zen als een niet-propositionele weg naar een niet-propositionele waarheid. Ik moest meteen aan jou denken.

Zou jij spiritueel niet-weten omschrijven als een niet-propositionele waarheid? Zo ja, zou dat dezelfde waarheid kunnen zijn als de niet-propositionele waarheid van zen?

Is niet-weten, net als zen, behalve een niet-propositionele waarheid ook een niet-propositionele weg? Zo ja, waarheen leidt de weg van niet-weten dan en wat is het verschil met de niet-propositionele zenweg?

Beste Frits,

'Niet-weten is een niet-propositionele waarheid' is een propositie. Als ze waar is maakt ze per definitie geen deel uit van het niet-weten dat ze probeert te definiëren.

Wat is dat eigenlijk, een niet-propositionele waarheid? Wat is precies het verschil met een niet-propositionele onwaarheid of leugen? Boeiende besognes die in bruisende breinen tot briljante boeken vol pakkende proposities leiden.

Mij pakken ze niet meer. Sinds mijn palingwording kan niets of niemand mij nog boeien. Een kwestie van spartelen en spelen. Dartele spiritualiteit.

Sowieso bedient een agnost zich niet van proposities of van non-proposities maar van opposities. Spreken hoeft niet meer, behalve soms eens tegen. Zijn gedachten zijn contrapunten bij de punten van de wijze. Hij biedt tegenwicht om zijn evenwicht te bewaren en zich van gewichtigheid te vrijwaren.

Je zit in een lege vijver zit te vissen, Frits. Probeer het liever bij André.

Frits: Zie jij zen als een niet-propositionele waarheid?

Hans: 'Zen is een niet-propositionele waarheid' is een propositie. Als deze propositie waar is behoort ze per definitie niet tot de zen die ze probeert te definiëren.

Wat is dat eigenlijk, een niet-propositionele waarheid? Wat is precies het verschil met een niet-propositionele onwaarheid of leugen? Boeiende besognes die in bruisende breinen tot briljante boeken vol pakkende proposities leiden.

Frits: Even afgezien van de niet-propositionele waarheid, is niet-weten volgens jou net als zen een niet-propositionele weg?

Hans: Wat moet iemand die afziet van de niet-propositionele waarheid met een niet-propositionele weg?

Frits: André van der Braak schrijft over Nietzsche, de filosoof van het nihilisme, maar allemachtig, jij kan er ook wat van.

Hans: Nihilisme is de niet-lege leer dat er geen grondwaarheden bestaan. Als deze propositie waar is dan bestaat er toch een grondwaarheid en is ze alsnog onwaar. Een prachtparadox waarin het fijn filosoferen is. Maar geen niet-weten en geen zen.

Frits: Is dit gesprek geen voorbeeld van een niet-propositionele weg?

Hans: Eerder een voorbeeld van een propositionele niet-weg.

Frits: In zijn proefschrift voert André een chanmeester ten tonele, ene Linji.

Hans: Een echte toneelspeler.

Frits: Deze Linji zou van mening zijn dat verlichting verwijst naar een waarheid voorbij de woorden.

Hans: 'Waarheid' is een woord. 'Verlichting' is een woord. 'Voorbij de woorden' is een woord. 'Verlichting verwijst naar een waarheid voorbij de woorden' is een propositie. Als ze waar is behoort ze per definitie niet tot de verlichting die ze definieert.

Frits: André heeft het in zijn ondertitel over 'Self-overcoming without a Self'. Ben jij het met hem eens dat wij geen zelf hebben en daarom voor de paradoxale opdracht staan zelf het illusoire zelf te doorzien?

Hans: Om nog maar te zwijgen over het illusoire niet-zelf.

Frits: Dat wij geen zelf hebben is volgens jou ook een illusie?

Hans: Tenzij dat ook een illusie is.

Frits: Bedoel je dat zelf en niet-zelf beide illusoir zijn? Geen atman, geen anatman?

Hans: Wie weet wie of wat of dat hij is.

Frits: Werk nou eens een beetje mee.

Hans: Probeer het nu maar bij André.

Boekomslag met iemand op een krukje die in een lege kom zit te vissen.
^ Nietzsche noch Zen: Beweringen weerleggen zonder beweringen. Hoe het denken zich zelf overwint en vergeet.

34. Maitreya en Nietzsche: de ongeboren bodhisattva en de doodgeboren filosoof

Waarom Nietzsche een snor droeg en Boeddha een buik.

Hieronder zie je de Lachende Boeddha, alias Maitreya, de ongeboren bodhisattva die licht en lucht wil brengen in bedompte bovenkamers en duistere achterkamers.

Je ziet ook de Lallende Basta, alias Friedrich Nietzsche, de doodgeboren filosoof die lucht en licht wil brengen in bloedeloze hartkamers en vochtige kelders.

Zijn denken is een kango, zijn zitten is een tango, zie je zo. Hij popelt om op te staan en aan de slacht te gaan.

Die snor is camouflage. Daarmee verbergt hij zijn lach tot de mensen eraan toe zijn.

Die buik is ook camouflage. Daarmee verbergt hij zijn leegte tot de mensen eraan toe zijn, en de leegte van zijn leegte tot hij er zelf aan toe is.

Die mantel is ook camouflage. Kijk maar eens onder je eigen mantel, wou ik zeggen. Maar je kan beter in je eigen bovenkamer kijken. Daar zie je alles, leeg of niet.

Lachende Boeddha met reuzensnor.
^ De lachende Boeddha, alias de lallende Basta.

35. Zen is aan de grond zitten

Geen eer aan te behalen

Leerling: Is zen de grond van uw bestaan?

Meester: Zen is de afgrond van mijn bestaan.

Leerling: Wat is de grond van uw bestaan?

Meester: Aan de grond zitten is de grond van mijn bestaan.

Leerling: Dat klinkt niet bepaald als een ereplaats.

Meester: Ereplaatsen zijn staanplaatsen.

Leerling: En?

Meester: Ik ben blij dat ik eindelijk zit.

36. Zen is de afgrond waarin zen verdwijnt

Ga er maar aan staan.

Leerling: Wat is zen?

Meester: Alles tot de grond toe afbreken.

Jaren later

Meester: Wat is zen?

Leerling: Alles tot de grond toe afbreken.

Meester: Wie zegt dat je grond zal vinden?

Jaren later

Meester: Wat is zen?

Leerling: De ongrond realiseren.

Meester: Ga er maar aan staan.

Leerling: Wat zou u zeggen?

Meester: Wat is zen?

37. Zen is afrekenen met je gedachten

Ook met deze.

'Ik wist al dat zen leeg is, Hans, maar jij bent wel erg nihilistisch, zelfs voor een zenboeddhist.'

'De weetnietgeest heeft geen seconde nodig om af te rekenen met welke nihilistische gedachte ook.'

'Zijn we het toch nog ergens over eens. Weg met het nihilisme!'

'De weetnietgeest heeft geen seconde nodig om af te rekenen met welke anti-nihilistische gedachte ook.'

'Te vroeg gejuicht.'

'Wie juicht er dan ook over zijn gedachten.'

'Jij juicht toch ook over zen?'

'De weetnietgeest heeft geen seconde nodig om af te rekenen met welk zengedachte ook.'

'Volgens mij heb jij je vereenzelvigd met de weetnietgeest.'

'De weetnietgeest heeft geen seconde nodig om af te rekenen met de gedachte van de weetnietgeest.'

'Volgens mij ben jij alleen nog maar aan het afrekenen met je gedachten.'

'De weetnietgeest heeft geen seconde nodig om af te rekenen met de gedachte dat je moet afrekenen met je gedachten.'

'Wat zijn we dan nu aan het doen?'

'We zijn nu aan het afrekenen met jouw gedachten.'

'En waarom zijn we aan het afrekenen met mijn gedachten?'

'Omdat jij mij daarmee om m'n oren slaat.'

'Van mij mag dit nihilisme heten.'

'Dat moet je zelf weten.'

38. De Lege Hartsoetra

De soetra van de weidsheid voorbij alle wijsheid.

Toen Avalokiteshvara de weidsheid voorbij alle wijsheid was ingegaan, zag hij dat alle wijsheid loos was.

Shariputra vroeg hem hoe dat kan en wat het betekent voor de boeddhistische leer. Avalokiteshvara zei:

1. Over de vijf edele delen van de mens

Hier, Shariputra, in de weidsheid voorbij alle wijsheid, is ieder onderscheid loos en ieder begrip voos.

Hier is het lichaam niet te onderscheiden van de wereld.

Hier is de geest niet te onderscheiden van de wereld.

Hier is de wil niet te onderscheiden van de wereld.

Hier zijn waarnemingen niet te onderscheiden van de wereld.

Hier zijn gevoelens niet te onderscheiden van de wereld.

Hier is geen afzonderlijk zelf en geen afzonderlijke wereld.

Hier zijn de verschijnselen niet uit elkaar te houden en niet op elkaar te krijgen.

Hier is geen onderscheid en geen eenheid.

Hier, Shariputra, in de wolk van niet-weten, ben je ziende blind.

2. Over de achttien elementen van de waarneming

Hier, Shariputra, in de weidsheid voorbij alle wijsheid, is ieder onderscheid loos, ieder begrip voos.

Hier zijn de achttien elementen van de waarneming niet van elkaar te onderscheiden.

Hier zijn de drie groepen van waarnemingselementen, de zintuigorganen, de zintuigobjecten en de bewustzijnsvelden, niet van elkaar te onderscheiden.

Hier zijn de zes zintuigorganen, huid, oog, oor, neus, tong en geest, niet van elkaar te onderscheiden.

Hier zijn de zes zintuigobjecten, tast, beeld, geluid, geur, smaak en idee, niet van elkaar te onderscheiden.

Hier zijn de zes zintuigvelden, lichaamsbewustzijn, beeldbewustzijn, geluidsbewustzijn, geurbewustzijn, smaakbewustzijn en ideebewustzijn, niet van elkaar te onderscheiden.

Hier zijn de waarnemer, het waarnemen en het waargenomene niet van elkaar te onderscheiden.

Hier zijn de verschijnselen niet uit elkaar te houden en niet op elkaar te krijgen.

Hier is geen onderscheid en geen eenheid.

Hier, Shariputra, in de nacht van niet-weten, ben je ziende blind.

3. Over de twaalf schakels van afhankelijk ontstaan

Hier, Shariputra, in de weidsheid voorbij alle wijsheid, is ieder onderscheid loos, ieder begrip voos.

Hier is geen onwetendheid, dus is er ook geen overstijgen van onwetendheid.

Hier zijn geen bedoelingen, dus is er ook geen overstijgen van bedoelingen.

Hier zijn geen bewustzijnsvormen, dus is er ook geen overstijgen van bewustzijnsvormen.

Hier is geen lichaam of geest, dus is er ook geen overstijgen van lichaam en geest.

Hier zijn geen zintuigen, dus is er ook geen overstijgen van de zintuigen.

Hier zijn geen indrukken, dus is er ook geen overstijgen van indrukken.

Hier is geen voorkeur, dus is er ook geen overstijgen van voorkeur.

Hier is geen begeerte, dus is er ook geen overstijgen van begeerte.

Hier is geen gehechtheid, dus is er ook geen overstijgen van gehechtheid.

Hier is geen identificatie, dus is er ook geen overstijgen van identificatie.

Hier is geen ontstaan, dus is er ook geen overstijgen van ontstaan.

Hier is geen vergaan, dus is er ook geen overstijgen van vergaan.

Hier zijn geen onafhankelijke schakels van afhankelijk ontstaan.

Hier zijn de verschijnselen niet uit elkaar te houden en niet op elkaar te krijgen.

Hier is geen onderscheid en geen eenheid.

Hier, Shariputra, in de mist van niet-weten, ben je ziende blind.

4. Over de vier edele waarheden

Hier, Shariputra, in de weidsheid voorbij alle wijsheid, is ieder onderscheid loos, ieder begrip voos.

Hier zijn edele waarheden niet te onderscheiden van onedele waarheden, edele onwaarheden en onedele onwaarheden.

Hier is het lijden niet te onderscheiden van de oorzaak van het lijden, het pad uit het lijden en het einde van het lijden.

Hier is het lijden niet te onderscheiden van andere gemoedstoestanden en andere verschijnselen.

Hier zijn de oorzaken van het lijden niet te onderscheiden van de oorzaken van andere gemoedstoestanden en andere verschijnselen.

Hier zijn de oorzaken van het lijden niet te onderscheiden van de gevolgen van het lijden, en de oorzaken en gevolgen van het lijden niet van die van andere gemoedstoestanden en andere verschijnselen.

Hier is het einde van het lijden niet te onderscheiden van het einde van andere gemoedstoestanden en andere verschijnselen.

Hier is het einde van het lijden niet te onderscheiden van het begin en het vervolg van het lijden, en die niet van het begin, vervolg en einde van andere verschijnselen.

Hier zijn de verschijnselen niet uit elkaar te houden en niet op elkaar te krijgen.

Hier is geen onderscheid en geen eenheid.

Hier, Shariputra, in het gat van niet-weten, ben je ziende blind.

5. Over het edele achtvoudige pad

Hier, Shariputra, in de weidsheid voorbij alle wijsheid, is ieder onderscheid loos, ieder begrip voos.

Hier zijn juiste inzichten niet te onderscheiden van onjuiste inzichten.

Hier zijn juiste intenties niet te onderscheiden van onjuiste intenties.

Hier is juiste spraak niet te onderscheiden van onjuiste spraak.

Hier is juist handelen niet te onderscheiden van onjuist handelen.

Hier is de juiste wijze van levensonderhoud niet te onderscheiden van onjuiste wijzen van levensonderhoud.

Hier is juiste inspanning niet te onderscheiden van onjuiste inspanning.

Hier is juiste aandacht niet te onderscheiden van onjuiste aandacht.

Hier is juiste concentratie niet te onderscheiden van onjuiste concentratie.

Hier zijn inzichten, intenties, spraak, handelen, levensonderhoud, inspanning, aandacht en concentratie niet te onderscheiden van elkaar of van andere verschijnselen.

Hier is het achtvoudige pad niet te onderscheiden van andere paden, de bestemming niet van andere bestemmingen, gaan niet van staan, onderweg zijn niet van aankomen.

Hier zijn de verschijnselen niet uit elkaar te houden en niet op elkaar te krijgen.

Hier is geen onderscheid en geen eenheid.

Hier, Shariputra, in de duisternis van niet-weten, ben je ziende blind.

6. Over nirwana

Hier, Shariputra, in de weidsheid voorbij alle wijsheid, is ieder onderscheid loos, ieder begrip voos.

Hier is volledige, volkomen en volmaakte verlichting niet te onderscheiden van onvolledige, onvolkomen of onvolmaakte verlichting, verlichting niet van schemering of verduistering.

Hier is volmaakte wijsheid niet te onderscheiden van onvolmaakte wijsheid, volmaakte dwaasheid of onvolmaakte dwaasheid.

Hier zijn boeddha's niet te onderscheiden van gewone mensen.

Hier is samsara niet te onderscheiden van nirwana.

Hier zijn de verschijnselen niet uit elkaar te houden en niet op elkaar te krijgen.

Hier is geen onderscheid en geen eenheid.

Hier, Shariputra, in de leegte van niet-weten, ben je ziende blind.

7. Mantra van de weidsheid voorbij alle wijsheid

Voor wie de wijsheid voorbij wil gaan (of is gegaan).

(Crescendo)

Verder verder, almaar verder, zelfs het verder gaan voorbij.

Verder verder, almaar verder, zelfs het verder gaan voorbij!

Verder verder, almaar verder, zelfs het verder gaan voorbij!!

Verder verder, almaar verder, zelfs het verder gaan voorbij!!!

Herhaal

Feelgoodversie

Individueel of groepsgewijs met een voorzanger die de mantra voor zijn rekening neemt.

(Crescendo)

Verder verder, almaar verder, zelfs het verder gaan voorbij.

Hoi.

Verder verder, almaar verder, zelfs het verder gaan voorbij!

Hoi!

Verder verder, almaar verder, zelfs het verder gaan voorbij!!

Hoi!!

Verder verder, almaar verder, zelfs het verder gaan voorbij!!!

Hoi!!!

Herhaal

8. Gebed van de weidsheid voorbij alle wijsheid

Voor wie de wijsheid voorbij is gegaan (of zich erop verheugt).

Voorbij voorbij.
Voorbij voorbij.
Voorbij voorbij.
Voorgoed voorbij.

De Boeddha voorbij.
De Dharma voorbij.
De Sangha voorbij.
Voorgoed voorbij.

Jezelf voorbij.
Het zelf voorbij.
Voorbij voorbij.
Voorgoed voorbij.

Het onderscheid voorbij.
De eenheid voorbij.
Voorbij voorbij.
Voorgoed voorbij.

De dwaasheid voorbij.
De wijsheid voorbij.
Voorbij voorbij.
Voorgoed voorbij.

De woorden voorbij.
De stilte voorbij.
Voorbij voorbij.
Voorgoed voorbij.

De vorm voorbij.
De leegte voorbij.
Voorbijheid voorbij.
Voorgoed voorbij.

Voorbij voorbij.
Voorbij voorbij.
Voorbij voorbij.
Voorbij.

Hoi!

Herhaal

39. Wat is de Hartsoetra en wat is leegte?

Agnostisch alternatief.

De Hartsoetra is een korte boeddhistische tekst uit het eerste millennium na Boeddha. Hij gaat over prajnaparamita. Dat is Sanskriet voor de perfectie van de wijsheid. Voor kennis van het overstijgende. Wat dat ook mag zijn.

Het hart van de Hartsoetra is sunyata. Dat is Sanskriet voor leegte. Maar wat is leegte? Het is maar net aan wie je het vraagt.

Voor sommige boeddhisten verwijst het begrip leegte naar een metafysisch of goddelijk Iets. Het ware Zelf. Het Bewustzijn. Het Al. Het Niets. 'Vorm is leegte' prevelen deze kosmonauten, 'leegte is vorm'. En wanen zich wijzen. Wijzer dan de rest.

Voor andere boeddhisten verwijst het begrip leegte naar het einde van de metafysica. 'Geen vorm, geen leegte' prevelen deze nihilisten, 'geen leegte, geen vorm'. En wanen zich wijzen. Wijzer dan de rest.

Voor mij betekent leegte net zoiets als afhankelijk ontstaan (pratityasamutpada). Net zoiets als niet-zelf (anatman). Net zoiets als vergankelijkheid (anicca). Bolle boeddhismen om aan te geven dat de werkelijkheid een warboel is, veranderlijk als het weer.

Niets staat op zichzelf, dat lijkt maar zo. Alle wezens, dingen, verschijnselen, begrippen zijn gordiaans verknoopt. Welke draad je ook volgt, je komt onherroepelijk bij het hele weefsel uit.

Misschien ligt dat aan mij. Misschien ligt het aan de kortzichtigheid van mijn brein. Misschien ligt het aan de myopie van oog numero drie.

Of misschien laat het leven zich principieel niet ontrafelen door een verdelend denken. Niet door een substantialistisch denken dat alle wezens, dingen, verschijnselen en begrippen een autonoom bestaan toedicht, een eigen ziel, identiteit, essentie of werking.

Stel dat het niet aan mij ligt maar aan de realiteit. Dan is iedere poging om het motief van dat tapijt te beschrijven een volgend motief in hetzelfde tapijt. Dat daardoor alleen maar groter, onbeschrijfelijker en onbegrijpelijker wordt. De werkelijkheid als patchwork, of tenminste de beschrijving van die werkelijkheid: het postmoderne alternatief.

Ik ben geen metafysicus, geen nihilist, geen postmodernist. Ik ben geen boeddhist, geen antiboeddhist, geen non-boeddhist. Ik ben een agnost. Ik weet het niet meer en daar heb ik mee leren leven. 'Tja,' prevelt deze dwaas in antwoord op iedere levensvraag, 'wat zal ik er eens van zeggen.' En valt dan stil.

40. De Hartsoetra en de leegte van het onderricht over de leegte

Het pauscomplex in het boeddhisme.

Volgens Geshe Sonam Gyaltsen is al het onderricht van de Boeddha slechts een 'aanloop of voorbereiding op het essentiële onderricht over de leegte. Alle inzichten over bijvoorbeeld gebrekkigheid, vergankelijkheid en het lijden, zijn enkel bedoeld om ons in de richting van de leegte te zetten.'

(De Hart Soetra, Geshe Sonam Gyaltsen, Maitreya, 2000, pagina 13)

Klinkt goed, maar klopt het ook? Hoe stel je zoiets vast? Wie weet waar de Boeddha op uit was? Wie weet welk deel van het overgeleverde onderricht essentieel is? Is het essentiële deel wel overgeleverd? Laat het zich wel overleveren en onderwijzen? Is er wel een essentieel onderdeel?

Geshe Sonam Gyaltsen mag graag namens de Boeddha spreken. Daar hebben veel volgelingen een handje van. Alsof ze zijn voeten nog gewassen hebben. Of de Verhevene de hunne. Alsof hij een onuitwasbare indruk op ze heeft gemaakt.

Alsof alles wat hij ooit gedacht en gezegd heeft in hun ROM-geheugen gegrift staat en ze het alleen maar even uit hoeven lezen. Alsof de Boeddha ze persoonlijk heeft geautoriseerd om zijn gedachtegoed te vertegenwoordigen. Het pauscomplex.

Waarom spreken al die zelfverklaarde afgezanten niet voor zichzelf? Omdat ze geen zelf hebben? Omdat ze deel uitmaken van hetzelfde zelf? Of spreken ze toch voor zichzelf maar hebben ze het niet door?

In het laatste geval: waarom zouden ze dan niet doorhebben dat ze afgezantje spelen? Omdat ze hun eigen projectie van de Boeddha aanzien voor de historische Boeddha? Omdat ze hun eigen vluchtige bedenksels aanzien voor het eeuwige, onveranderlijk dharmalichaam, de dharmakaya? Omdat ze zich daarmee identificeren?

Je kan de vragen stellen, een agnost moet ze stellen, maar de antwoorden doen er niet toe. Waarom niet?

Als alles inderdaad leeg is, dan ook het essentiële onderricht over de leegte.

Sunyata?

Leeg.

Pratityasamutpada?

Leeg.

Anatman?

Leeg.

De leegte van de leegte (sunyata-sunyata)?

Leeg.

De leegte van de leegte van de leegte, en iedere hogere macht ervan?

Leeg.

De Boeddha?

Leeg.

De dharma?

Leeg.

Geshe Sonam Gyaltsen?

Leeg.

Het essentiële onderricht van Geshe Sonam Gyaltsen over het essentiële onderricht over de Boeddha?

Leeg.

Als alles werkelijk leeg is, dan is de hele godverlaten dharma zo bloedeloos als een gebroken hart.

Biddende monnik in de vorm van een hart in een pij.

41. De Hartsoetra voorbij gaan

Loskomen van ieder onderricht

Boeddhisten hebben in de loop van de eeuwen bergen teksten geproduceerd. Uit naam van de Boeddha. Die zelf nooit iets op schrift heeft gesteld. Ze hebben stapels ideeën geopperd over de vraag waar de Boeddha op uit was.

Daarmee hebben ze hoogstens bewezen dat niemand weet waar de Boeddha op uit was. En minstens dat daarover zelfs in vijfentwintig eeuwen geen consensus kon worden bereikt.

Door selectief citeren en creatief interpreteren kan je alles bewijzen over de dharma. Je kan zelfs aannemelijk maken dat het onderricht van de Boeddha, alle inzichten over bijvoorbeeld gebrekkigheid, vergankelijkheid, het lijden en de leegte, enkel bedoeld waren om ons los te maken van ieder onderricht.

Is het niet de Boeddha die daarop uit was, dan ben ik het wel. Om mijn leegte vorm te geven strooi ik met wegwerpbegrippen. De lege leer. De lege stelling. Het lege inzicht. Het lege onderricht. Het lege geloof. Allemaal schijngestalten van niet-weten. Dat zelf ook maar een schijngestalte is. Een teken aan de wand.

De lege leer is geen leer maar het einde van je geleerdheid.

De lege stelling is geen dogma maar het einde van je dogma's.

Het lege inzicht is geen inzicht maar het einde van het inzien.

Het lege onderricht is geen onderricht maar het einde van je meesterschap.

Het lege geloof is geen geloof maar het einde van je lichtgelovigheid.

Misschien was de Hartsoetra alleen maar bedoeld als laxatief. Om brave boeddhisten die nergens schijt aan hebben te helpen ontlasten. Om hen de weg te wijzen uit de warboel van woorden, begrippen en middelen die het boeddhisme toen al ondoordringbaar maakten.

Misschien probeerde de Hartsoetra alleen maar tegenwicht te geven aan de onuitroeibare menselijke neiging tot duiding, intellectualisering, canonisering, verering, hechting, identificatie, dikdoenerij.

Mocht dat inderdaad de bedoeling zijn geweest van de Hartsoetra, dan is het mislukt. Het is, zoals alles uit de boeddhistische bakkerij, een koekje van eigen deeg. Een kind van dezelfde rekening.

De Hartsoetra is weer zo'n duister dharmading. Het volgende cryptogram voor insiders. Op zijn beurt onderworpen aan duiding, intellectualisering, canonisering, verering enzovoort. Ingelijfd door het immer uitdijende corpus van holle bolle Boeddha.

Ben ik er werkelijk op uit om ons los te maken van ieder onderricht? Welnee, dat is al zo vaak geprobeerd. Beeldenaars en beeldenbrekers wisselen elkaar onophoudelijk af. Dat is de cyclus van de geboorte, dood en wederopstanding van denkbeelden. De ene denker geeft vorm, de volgende leegte. Zo houden ze elkaar aan de gang.

Ik heb geen behoefte om daaraan mee te doen. Dat zou gewoon het volgende onderricht zijn. Ik heb geen behoefte om er een eind aan te maken. Dat zou gewoon het volgende onderricht zijn. Woorden naar de dharma dragen.

Het enige waar ik op uit ben is deze gedachten formuleren. De puzzel uit elkaar halen tot er alleen maar losse stukjes over zijn. De zinnen uit elkaar halen tot er alleen nog maar losse woorden over zijn. De woorden uit elkaar halen tot er alleen nog maar losse letters over zijn. Daar houdt het voor mij op. Zie maar wat je ermee doet.

42. De Hartsoetra in essentie

In één woord de wijsheid voorbij alle wijsheid voorbij.

Meester Zero zegt:

De essentie van de Hartsoetra is inessentie.

De essentie van inessentie is inessentie.

Wat wil je nog minder.

43. Zen is niet weten (wat zen is)

Twee hyperohyponiemen.

Leerling: Wat is zen?

Meester: Niet weten wat zen is.

Leerling: Wat is niet weten wat zen is?

Meester: Een bijzonder geval van niet weten.

Leerling: Wat is niet weten?

Meester: Een bijzonder geval van zen.

Leerling: Dus niet weten is een veralgemenisering van zen en zen is een veralgemenisering van niet weten?

Meester: Is dat niet bijzonder?

44. Zen is vergeten (wat zen is)

Gaan voor je tijd gekomen is.

Leerling: Wat is zen?

Meester: Niet weten wat zen is.

Leerling: Wat is niet-weten?

Meester: Alles vergeten.

Leerling: Dus zen is alles vergeten?

Meester: Dat ben ik vergeten.

Leerling: En vergeten is niet-weten?

Meester: Ik zou het ook niet weten.

Leerling: Noem dat maar zen.

Meester: Wat is zen?

45. Een haiku over haiku

In de beperking toont zich de dwaas.

Vijf, zeven en vijf
lettergrepen naar de macht.
Woorden in de wind.

46. Tanka, renga, haiku en senryu – vier Japanse dichtvormen

Alsof hij alles begreep is de priester gestorven.

Het Witboek Zen bevat een heleboel haiku's, maar wat is een haiku?

Een haiku is een telg uit de familie Tanka.

De familie Tanka

De tanka, de renga, de haiku en de senryu zijn verwante Japanse dichtvormen.

De haiku is ontstaan uit de renga.

De renga is ontstaan uit de tanka.

Een senryu is een speciaal soort haiku.

De tanka is dus de grootvader van de haiku, de renga de vader en de senryu het kind.

Ik ga ze een voor een aan je voorstellen.

Wat is een tanka?

Een tanka ( 'kort gedicht') is een Japanse dichtvorm met 5 regels van 5, 7, 5, 7 en 7 lettergrepen. De regels hoeven niet te rijmen en de maat is niet voorgeschreven.

Woudpioenrozen,
juist nu op het hoogtepunt
van hun volle bloei;
te mooi om af te plukken,
te mooi om niet te plukken.

(zenmonnik Ryokan)

Medelijwekkend,
de mensen die niets weten
van de verrukking
van 't nirwana. Altijd door
treuren zij, om dood, om leven.

(zenmeester Ikkyu)

Daar ik zou denken
dat de werkelijkheid geenszins
werkelijk is,
hoe kan ik dan denken dat
dromen werkelijk dromen zijn?

(shingopriester Saigyo)

De eerste drie regels van de tanka worden de kami-no-ku genoemd en vormen de aanhef. De laatste twee regels, de shimo-no-ku, dienen ter afronding. Ku betekent hier strofe, no van, kami boven en shimo onder.

Een tanka bestaat dus uit twee strofen, de aanhef en de afronding. Gewoonlijk worden ze achter elkaar geschreven, zonder witregel ertussen.

Wat is een renga?

Een renga (samenwerkingsgedicht) is een groepsgedicht of kettinggedicht. Het wordt geschreven door twee of meer mensen. Om beurten nemen ze een ku (strofe) voor hun rekening.

Hieronder de eerste 6 schakels van Winterse bui, een zesmansgedicht van 36 strofen uit 1684:

1. Al tracht de winterbui / de maan te omwikkelen, / zij rukt zich los.

2. Hij trapt op het ijs / het bliksemt in het water.

3. Varentakken / draagt de jager met nieuwjaar / op zijn pijlkoker.

4. Hij duwt de Noordpoort open / en de lente begint.

5. Op de waaier / waar hij paardenvijgen mee veegt / een wazige bries.

6. De liefhebber van de theeceremonie / is dol op de pisbloemen langs de weg.

De kortste vorm van de renga heet de tanrenka (kort samenwerkingsgedicht). Deze bestaat uit een openingsgedicht, de hokku, gevolgd door een reactie, de waki. De hokku heeft 3 regels met 5, 7 en 5 lettergrepen, de waki 2 met 7 lettergrepen elk. Hokku en waki worden gescheiden door een witregel.

Een tanrenka is dus een renga van twee strofen geschreven door twee personen. Omgekeerd is de tanka een tanrenka zonder witregel geschreven door één persoon. De hokku van de renga correspondeert met de kami-no-ku van de tanka, de waki van de renga correspondeert met de shimo-no-ku van de tanka; andere namen voor dezelfde dichtregels.

Een renga is op te vatten als een reeks tanrenka's.

Uit de renga ontwikkelde zich een vrijere variant, de haikai no renga, ook wel de humoristische renga of de volksrenga genoemd. De haikai no renga neemt de rengaregels niet al te serieus.

Wat is een haiku?

Het openingsgedicht van de renga, de hokku, ging na verloop van tijd een eigen leven leiden.

In het begin werd de verzelfstandigde hokku een haikai no hokku genoemd. Dat betekent populair versje of humoristische strofe, al waren de gedichtjes even vaak melancholiek als grappig. De korte naam werd hokku.

Later ontstond door samentrekking van haikai no hokku de naam waaronder we deze dichtvorm nu kennen: haiku.

Bloesems van de avond,
als je ze nog eens wil zien
zijn 't alweer vruchten.

(Buson)

Dagen vol vrede,
de rusteloze jaren
alweer vergeten.

(Taigi)

Zonder jou erbij
waren ze te diep, te groot,
die donkere bossen.

(Issa)

Een haiku is een gedichtje van 3 regels met 5, 7 en 5 of 3, 5 en 3 lettergrepen. Ook andere aantallen lettergrepen komen voor. Sommige dichters zijn daar strenger in dan andere. Sommige lezers ook.

Het onderwerp van de haiku staat niet vast. Haiku's gaan over geboorte en dood, liefde en ziekte, afscheid en verlangen, eenvoud en armoede, Boeddha, dharma en wat al niet. Van oudsher zijn de natuur en de seizoenen favoriet.

Wat is een senryu?

Toen de haiku een serieuze dichtvorm werd, ontstond er voor de ironische variant een nieuwe naam: de senryu. Dat betekent waterwilg, naar de schrijversnaam van zijn grootste protagonist, Karai Hachiemon.

Senryu's parodiëren haiku's of stellen de onvolkomenheden van de mens aan de kaak. Ze zijn aards, anarchistisch, anti-elitair, anti-intellectueel. Ze doen me vaak denken aan de weetnietgeest, daarom vind ik ze zo leuk.

Alsof hij alles
ter wereld begreep, is de
priester gestorven.

(Kojyaku)

'k Wou dat ze lachten
om het wonderbaarlijke
feit dat ze leven.

(Ichiro)

Menend dat mensen
altijd werkelijk mensen zijn,
maken wij ons kwaad.

(Kenkabo)

Hij is niet zo wijs,
dus leeft hij veel vrolijker,
zo'n gewone man.

(Kako)

Zo spreekt de wijze:
'Hemel en aarde weten,
ik weet er niets van.'

(Ittosai)

Bronnen

Alle tanka's en haiku's hierboven komen uit Japans gedicht, de mooiste haiku, senryu en tanka, J. van Tooren, Meulenhoff Amsterdam, 1985.

De renga Winterse bui komt uit Eeuwige Reizigers: een bloemlezing uit de klassieke Japanse literatuur, Jos Vos, De Arbeiderspers, 2008, pagina 564-571.

De senryu's komen uit Senryu, De Waterwilgen, Japanse volkspoëzie, vertaald en ingeleid door J. van Tooren, deel III, Meulenhoff Amsterdam 1976.

47. Haiku's als spiegel van de ziel

Waarnemen of waargeven? De wereld als voorstelling van het verstand.

"Het is niet de geest, het is niet de boeddha, het zijn niet de dingen."

(Meester Nanquan in koan 27 van de Poortloze Poort.)

Haiku's als spiegel van de ziel

Haikudichters zijn net mensen. Ze houden van de natuur, maar niet zoals hij is. Hij moet eerst eigen gemaakt worden. Dat doen ze door er typisch menselijke gevoelens en gedachten op te projecteren.

Krekels roepen tot het eindelijk middag is. Een leeuwerik bidt boven een graf. Een statige kikvors zit de bergen te beschouwen. Een ganzenbloempje is verdrietig bij het naderen van een zeis. Een pijnboom die nog geen boeddha is staat wat te dromen. De maan wordt gebroken en weer gebroken.

Vlooien maken een lange nacht door. Het water spreekt. Een slak beklimt een heilige berg. Een bromvlieg wast speciaal voor ons zijn pootjes. Een vogeljong is eenzaam. Groene rupsen hebben van iemand hoorns gekregen.

Zulke haiku's zeggen iets over de natuur. Maar ze zeggen vooral iets over onze natuur. Hoe wij kijken. Hoe we onze individuele, subjectieve wereld onwillekeurig beleven als een universele, objectieve wereld.

Want we nemen zonder meer aan dat onze wereld dé wereld is. Dat de wereld dezelfde is voor ieder mens en ieder wezen van alle tijden en plaatsen. Zo ervaren we dat, niets aan te doen. Het zit ingebakken in ons genotype, in ons fenotype, in onze cultuur. Je kan je er hoogstens bewust van zijn.

De wereld als voorstelling van het verstand

Hebben krekels weet van ochtend en middag? Weet een leeuwerik wat een graf is en kiest hij pal daarboven positie om te gaan bidden? Is een ganzenbloempje ooit verdrietig? Staan pijnbomen weleens te dromen? Koeren duiven werkelijk uit de zachtheid van hun gemoed? Ziet een kikvors bergen?

Wat is een berg zonder het idee berg? Wat is een graf zonder het idee graf? Wat is een leeuwerik zonder het idee leeuwerik? Wat is bidden zonder het idee bidden? Wat zijn ochtend, middag, avond zonder een idee van tijd?

De wereld die wij zogenaamd waarnemen wordt mede door onszelf geschapen, niet vijf miljard geleden, niet zesduizend jaar geleden, maar hier, nu, live terwijl ik dit schrijf, live terwijl jij dit leest.

Waarnemingen van de werkelijkheid zijn in werkelijkheid voorstellingen van het verstand, dacht Immanuel Kant. Hoe iets eruit ziet zonder voorstelling van het verstand, weten we niet en kunnen wij niet weten, stelde hij.

Het voorwerp zonder voorstelling heet sinds Kant het Ding-an-sich. De leer van Kant heet transcendentaal idealisme. Het is zelf een voorstelling van het verstand, geen Ding-an-sich. Maar wel een voorstelling die ons van eerdere voorstellingen kan bevrijden; en daar is het een agnost als ik om te doen.

Waarnemen of waargeven?

Volgens het verstand van Kant injecteren wij onderscheidingen, betekenissen, oordelen in onze waarnemingen. Ook de basale waarnemingskwaliteiten, licht, kleur, smaak, geur, druk, warmte, koude en pijn zijn projecties van ons verstand.

'Licht is toch gewoon elektromagnetische straling', zal een natuurkundige tegenwerpen. 'Die is objectief aantoonbaar.' Kan best wezen, maar elektromagnetische straling is nog geen licht. Wij zijn het zelf die een smal deel van het elektromagnetische spectrum in een lichtsensatie omzetten. Luchttrillingen zijn ook geen geluid. Wij zijn het zelf die een smal deel van het akoestische spectrum in klanken omzetten.

Het wordt nog gekker. 'Elektromagnetische straling' is ook maar een voorstelling van het verstand, een abstractie, een constructie, een rekeneenheid. Die straling is alleen 'objectief aantoonbaar' via dezelfde waarnemingen waarvan de objectiviteit hier nu juist ter discussie staat.

Licht en geluid, warmte en koude, hardheid en zachtheid bestaan niet 'daarbuiten', los van iedere waarnemer en waarneming. Dat lijkt maar zo. Ze ontstaan 'hierbinnen' op het moment van waarnemen. Net als het onderscheid tussen 'daarbuiten' en 'hierbinnen'.

Geen wereld, geen geest, geen zelf

De wereld als projecties van de geest, misschien vind je het een belachelijk idee. Waarnemingen zijn toch spiegels van de wereld? Of is dat net zo'n belachelijk idee, de volgende voorstelling van de geest?

Hoe wou je zonder geest het fantoomledemaat en fantoompijn verklaren? Herinneringen, fantasieën, dromen, sluimerbeelden, hallucinaties?

Zonder geest geen werkelijkheid, zonder werkelijkheid geen geest, lijkt het. Tenzij de geest op zijn beurt een projectie is, Joost mag weten waarvan.

Ik kan hem tenminste nergens vinden, die geest. Niet als ik hem zoek. Juist dan niet. Mijn geest niet, jouw geest niet, de universele geest niet, in alle tien richtingen niet. Ik kan hem wel dénken, als het medium van mijn gedachten. Maar ja, ik kan wel zoveel denken.

Ikzelf lijk bij nader inzien ook niet meer dan een schim die ongevraagd verschijnt en verdwijnt in waarnemingen van de ogenschijnlijke buitenwereld, en in gedachten en gevoelens in de ogenschijnlijke binnenwereld. Waarbij het lichaam als intermediair fungeert, tegelijk binnen en buiten, eigen en oneigen, subject en object, dader en slachtoffer, waarnemer en waarneming.

Maar het zelf zelf kan ik nergens vinden. Niet als ik het zoek. Juist dan niet. Mijn zelf niet, jouw zelf niet, het ware zelf niet, in alle tien richtingen niet. Ik kan het wel dénken, als het wezen van mijn verschijning. Maar ja, ik kan wel zoveel denken.

Van gezond verstand naar onverstand

Geen wereld, geen geest, geen zelf. Zo zijgt het kaartenhuis van het gezond verstand langzaam ineen.

Gewoonlijk komt er dan meteen een nieuw verstand tevoorschijn. Als een nieuwe staart aan een hagedis, een nieuwe kop op een draak. Een Volgend Verstand. Dat een Volgend Verhaal produceert. Dat het heel origineel de Waarheid noemt. De Weg. De Wijsheid voorbij alle wijsheid.

Maar zo hóeft het niet te gaan. Mijn staart is afgevallen en ik heb geen nieuwe gekregen. Zelfs geen fantoomstaart. Mijn koppen zijn afgehakt, alle zeven, en nooit meer teruggegroeid. Sinds het bezwijken van mijn gezond verstand ben ik verschoond gebleven van een Volgend Verstand en een Volgend Verhaal.

Ook het verhaal dat je nu leest onderschrijf ik niet, al schrijf ik het zelf of niet-zelf. Het is alleen maar een om-schrijving van het onverstand. Een schijnverhaal dat niet-weten heet over het onverhaal dat niet wil heten. Weg ermee.

48. Wat zijn haiku op haiku?

Lettergrepen naar niet-weten.

Dit Witboek Zen bevat een heleboel haiku's, grotendeels van klassieke dichters, een enkele keer van eigen hand, waarop ik reageer met een eigen haiku, soms twee of meer, geschreven vanuit niet-weten.

Het resultaat is een soortement tanrenka, een poëtisch dialoogje, een seriegedichtje – een haiku op haiku.

Echte dialogen zijn het niet, de aangevers hebben allang de geest gegeven, letterlijk, en ik ook, figuurlijk.

Het is niet mijn bedoeling dit boek te verrijken met poëzie; ik wil alleen maar laten zien hoeveel aannames er in onze gedachten verstopt zitten, zelfs in de kleinste gedichten. Hoe beperkt en beperkend ons subjectieve perspectief is, dat wij naïef aanzien voor objectief.

Haiku's bieden niet veel speelruimte. Meer dan stotteren en stamelen kun je niet binnen zeventien lettergrepen. Toespelingen maken. Spelen en verspelen. Verdichten.

Spreken over niet-weten is ook een kwestie van stamelen. Starten en vastlopen. Haspelen en pruttelen. Roepen en herroepen. Jubelen en janken. Vandaar de ondertitel van deze reeks: lettergrepen naar niet weten.

Bron

Alle klassieke openingshaiku's van de haiku op haiku zijn ontleend aan Haiku, Een jonge maan, J. van Tooren, 1984 en Japans gedicht, de mooiste haiku, senryu en tanka, J. van Tooren, 1985.

Hoofdletters en leestekens heb ik aangepast aan de stijl van de Agnosereeks en een enkele archaïsme is vervangen door een modern synoniem.

49. Haiku op haiku: tussen Ueno en Asakusa

Wolken van bloesems.
Een avondbel – Ueno
of Asakusa

(Basho)

Wolk van vragen,
Geen Asakusa, geen Ueno.
Enkel geklingel.

(Hans)

Wolk van niet-weten.
Geen bloesems, geen geklingel.
Gewoon geen idee

(Hans)

Mediterende monnik met een koperen bel als hoofddeksel.
^ Enkel geklingel.

50. Wat is de bodhisattvagelofte?

Korte kennismaking met de begrippen bodhisattvagelofte, bodhisattva, bodhi, sattva, brahmavihara, metta, karuna, mudita, upeksha, shiguseigan, mahayana, hinayana en theravada.

Boeddhisten zweren bij geloften en ze zijn er niet zuinig mee. De grootste gelofte die de mahayanaboeddhist aflegt is de bodhisattvagelofte: alle voelende wezens bevrijden van het lijden.

Wat is een bodhisattva?

In het Sanskriet betekent bodhi verlichting en sattva wezen.

Een bodhisattva is een wezen dat verlicht is of naar verlichting streeft voor zichzelf of voor iedereen.

Verlichting is het einde van begeerte en onwetendheid: onthechting en inzicht.

Inzicht is weten en begrijpen hoe je geest werkt, wat de drie bestaanskarakteristieken zijn, de vier edele waarheden enzovoort.

Onthechting is loskomen van wat het ook maar is waar je aan vast zit. Woorden, ideeën, gewoonten, overtuigingen, idealen, plannen, eigendommen. Je lichaam, je gezondheid, het leven, de dood, dierbaren, vijanden. Media, mensen, ouders, kinderen, dieren, dingen, seks, drugs, rock-'n-roll. Rituelen, gewaden, titels, leerlingen, boeddhisme en niet te vergeten onthechting.

Het einde van begeerte en onwetendheid is het einde van het geestelijk lijden.

Het einde van het geestelijk lijden is het einde van samsara.

Het einde van samsara is nirwana.

De viervoudige bodhisattvagelofte

Er zijn veel variaties op de tekst en samenstelling van de bodhisattvagelofte. Dit is de viervoudige:

1. Hoe talrijk de wezens ook zijn, ik beloof ze allemaal te bevrijden.

2. Hoe monsterlijk de begeerten ook zijn, ik beloof ze allemaal te weerstaan.

3. Hoe geleerd de dharma's ook zijn, ik beloof ze allemaal te verwerven.

4. Hoe volmaakt de boeddha's ook zijn, ik beloof ze allemaal te evenaren.

Het woord bodhisattvagelofte kan naar elke deelgelofte afzonderlijk verwijzen en naar alle vier tegelijk.

De vier verheven gemoedstoestanden

Om zijn bodhisattvagelofte na te kunnen komen, probeert de bodhisattva vier gemoedstoestanden in zichzelf op te wekken:

1. Metta: liefdevolle vriendelijkheid.

2. Karuna: mededogen.

3. Mudita: medevreugde.

4. Upeksha: gelijkmoedigheid.

Ze worden de vier verheven gemoedstoestanden genoemd, de brahmavihara's.

Mahayana versus hinayana

Alle bodhisattva's streven naar verlichting voor zichzelf. Streven naar verlichting voor álle mensen en dieren is typerend voor het mahayanaboeddhisme. Daaraan dankt het zijn naam. Maha betekent groot, yana voertuig. Mahayana: groot voertuig.

Mahayanaboeddhisme is geen school maar een stroming, met totaal verschillende scholen als Zuiver Land, dzogchen, zen.

Tegenover het mahayanaboeddhisme staat het hinayanaboeddhisme. Dat streeft naar individuele bevrijding. Hina betekent klein, yana voertuig. Hinayana: klein voertuig.

De term hinayana schijnt kwetsend bedoeld te zijn. Mahayanaboeddhisten drukken er hun minachting mee uit voor boeddhisten die alleen maar in hun eigen verlichting zijn geïnteresseerd, met name theravadins: aanhangers van de oudste overgeleverde geschriften.

Voor mahayanaboeddhisten is theravada een verouderd eenmansboeddhisme. Theravadins zien de Pali-canon juist als het oorspronkelijke boeddhistische voertuig. Voor hen is mahayana een verwaterd allemansboeddhisme.

Welke van deze twee visies getuigt volgens jou het meest van onthechting van de boeddhistische leer?

Welke getuigt het meest van inzicht in de werking van de menselijke geest?

Wat ben je liever, een verouderde eenmansboeddhist of een verwaterde allemansboeddhist?

51. Haiku op haiku: tussen kuiken en krokus

Nog weer eens vergeefs
opent hij zijn snaveltje,
eenzaam vogeljong.

(Issa)

Nog weer eens vergeefs
opent hij zijn tere kelk,
eenzaam krokusje.

(Hans)

Mussenjong in nest
spert zijn keeltje open, ah
zonlicht in z'n buik.

(Hans)

Krokus in het gras
moedermus vliegt af en aan,
kelkje vol met brood.

(Hans)


^ Krokus in het gras. / Moeder mus vliegt af en aan. / Kelkje vol met brood.

52. Bodhisattvageloften voor iedereen: shiguseigan 1.0 - 5.0

Vijf treden naar het hoogste lied.

Shiguseigan 1.0

1. Hoe talrijk de wezens ook zijn, ik beloof ze allemaal te bevrijden.

2. Hoe monsterlijk de driften ook zijn, ik beloof ze allemaal te weerstaan.

3. Hoe geleerd de dharma's ook zijn, ik beloof ze allemaal te verwerven.

4. Hoe volmaakt de boeddha's ook zijn, ik beloof ze allemaal te evenaren.

Shiguseigan 2.0

1. Hoe talrijk de wezens ook zijn, ik beloof ze allemaal van mij te bevrijden.

2. Hoe monsterlijk de driften ook zijn, ik beloof ze allemaal te onderkennen.

3. Hoe geleerd de dharma's ook zijn, ik beloof ze allemaal te weerstaan.

4. Hoe volmaakt de boeddha's ook zijn, ik beloof ze allemaal te doden.

Shiguseigan 3.0

1. Hoe talrijk de wezens ook zijn, ik beloof niets.

2. Hoe monsterlijk de driften ook zijn, ik beloof niets.

3. Hoe geleerd de dharma's ook zijn, ik beloof niets.

4. Hoe volmaakt de boeddha's ook zijn, ik beloof niets.

Shiguseigan 4.0

1. Ik beloof niet dat ik niets beloof.

2. Idem.

3. Idem.

4. Idem.

Shiguseigan 5.0 en hoger

Tralala.

53. De bodhisattvagelofte voor leken en lijken

En voor iedereen daartussen.

1. Bodhisattvagelofte voor leken

Hoe talrijk de wezens ook zijn, ik beloof ze allemaal te bevrijden.

2. Bodhisattvagelofte voor mingevorderden

Hoe talrijk de wezens ook zijn, ik beloof ze allemaal te bevrijden van de gedachte dat ze bevrijd moeten worden.

3. Bodhisattvagelofte voor vergevorderden

Hoe talrijk de wezens ook zijn, ik beloof ze allemaal te bevrijden van de gedachte dat ze bevrijd moeten worden van de gedachte dat ze bevrijd moeten worden.

5. Bodhisattvagelofte voor boeddha's

Hoe talrijk de wezens ook zijn, ik beloof niets.

6. Bodhisattvagelofte voor lijken

Van mij zullen ze geen last meer hebben.

54. Verloskunde voor meesters en leerlingen

Vier zware bevallingen.

1

Meester: Ik heb al tien leerlingen verlost.

Leerling: Ik heb me al door tien meesters laten verlossen.

2

Meester: Ik heb al tien leerlingen verlost.

Leerling: Ik heb al honderd meesters versleten.

3

Meester op zijn sterfbed: Jij bent de enige die ik heb kunnen verlossen.

Leerling: Nee hoor, ik deed al die tijd maar alsof.

Meester: Ik ook, jongen, ik ook.

4

Ex-meester: Eindelijk ben ik van mijn leerlingen verlost.

Ex-leerling: Eindelijk ben ik van mijn meesters verlost.

55. Help, ik wil de wereld redden

Hoe je jezelf van het bevrijden bevrijd.

Beste Hans,

Ik schrijf je omdat ik in een crisis verkeer. Ik weet niet of ik het een spirituele of een existentiële crisis moet noemen. In het kort komt het erop neer dat ik me tekort voel schieten jegens de mensheid. De bodhisattvagelofte die ik heb afgelegd is te groot voor mij. Ik wil de wereld redden en ik kan het niet.

Er was en er is in mij een diep verlangen om de mensen te verlossen uit hun lijden, maar als ik terugblik op mijn leven moet ik vaststellen dat ik niet meer dan een druppel op een gloeiende plaat ben geweest. Nu ik de pensioengerechtigde leeftijd nader, zijn mijn kansen om verschil te maken bijna verkeken.

Ik heb een lange zoektocht achter de rug waarmee ik je niet wil vermoeien. Op een dag moest ik tot mijn ontsteltenis vaststellen dat er geen ik is. Mijn persoon – echtgenoot, huisarts, psychiater, onderzoeker – is een illusie.

Er is geen subject, er is geen object en er is geen relatie daartussen. Er is alleen maar zien. Alleen maar waarnemen. Alleen maar denken. In dat denken voltrekken zich schijnbare gebeurtenissen rondom een schijnbare hoofdrolspeler die vanuit de eerste persoon enkelvoud de schijnbare wereld inkijkt.

Dit is de laatste en de enige waarheid en dit, in een notendop, is het resultaat van mijn zoektocht.

Ik mediteer zoveel mogelijk en soms ervaar ik dan goddelijke eenheid. Maar dat gevoel houdt nooit stand. Mijn hooggespannen verwachtingen over mijn taak in dit leven zijn niet uitgekomen en dat vreet aan me.

Ik heb plechtig beloofd alle wezens te redden, ik beloof het iedere dag opnieuw, maar ik kan het niet. Deze gedachte verscheurt me en zo kom ik keer op keer in de afgescheidenheid terecht van waaruit ik überhaupt niets meer voor anderen kan betekenen.

Steeds neem ik me voor het Werk van Byron Katie te doen als ik uit de eenheid glip, maar het blijft bij een voornemen. En zo ben ik de wereld die ik uit zijn lijden wilde verlossen zelf tot last geworden.

Ik schrijf jou, Hans, omdat je mij een lieve, vrije, eerlijke man lijkt die zijn woorden niet inslikt. Je hoeft mijn problemen niet voor me op te lossen. Het volstaat dat ik ze met je heb kunnen delen. Hartelijk dank daarvoor.

Beste Erben,

Omdat ik je niet ken, kan ik niet beoordelen of jouw crisis inderdaad een spirituele of existentiële is, zoals je zelf lijkt te denken. Er zou ook een lichamelijke of psychische oorzaak aan ten grondslag kunnen liggen. Darmkanker, een late midlifecrisis, een depressie. Je bent zelf huisarts en psychiater, maar er zijn genoeg voorbeelden van dokters die hun eigen problemen niet onderkenden.

Laten we ervan uitgaan dat het verhaal dat je over jezelf vertelt klopt. Dan heb je tijdens je zoektocht ontdekt dat je niemand bent. Dat er alleen maar zien is. Alleen maar waarnemen. Alleen maar denken. Dat het denken je een wereld voortovert die niet werkelijk bestaat. Dat het denken onbetrouwbaar is en moet worden doorzien.

Als je dat echt gelooft, dan is het niet waar. Dan klopt je verhaal over jezelf niet. Dan vertrouw je je denken nog steeds, alleen niet meer dezelfde gedachten als vroeger. Dan dénk je alleen maar dat je je denken doorziet.

Dan heb je de filosofie van het materialisme verruild voor de filosofie van het idealisme. De filosofie van het dualisme voor de filosofie van het monisme. De filosofie van het ik voor de filosofie van niet-ik. Het ene gedachtegoedje voor het andere.

En ondanks je goddelijke eenheidservaringen denk je nog steeds in termen van een wereld en een ik. Een wereld waar het niet goed mee gaat. Een wereld die gered moet worden en gered kan worden door ene Erben. Die denkt dat hij niet echt bestaat maar ondertussen nog steeds in de vrije wil gelooft. In de maakbaarheid van het bestaan. In het afleggen van de bodhisattvagelofte. En die eronder lijdt als hij niet in staat blijkt andermans lijden weg te nemen.

Inderdaad zou je telkens wanneer je uit de eenheid glipt (of erin) het werk van Byron Katie kunnen doen. Bijvoorbeeld zo:

Alles is één.

Is dat waar? Kan ik dat wel weten? Wat gebeurt er als ik dat geloof? Wie zou ik zijn zonder die gedachte? Keer het om.

Ik moet voortdurend in eenheid zijn.

Is dat waar? Kan ik dat wel weten? Wat gebeurt er als ik dat geloof? Wie zou ik zijn zonder die gedachte? Keer het om.

Ik moet de wereld verlossen.

Is dat waar? Kan ik dat wel weten? Wat gebeurt er als ik dat geloof? Wie zou ik zijn zonder die gedachte? Keer het om.

Ik moet mijn bestaan rechtvaardigen.

Is dat waar? Kan ik dat wel weten? Wat gebeurt er als ik dat geloof? Wie zou ik zijn zonder die gedachte? Keer het om.

En voor de zekerheid ook meteen maar:

Mijn bestaan behoeft geen rechtvaardiging.

Is dat waar? Kan ik dat wel weten? Wat gebeurt er als ik dat geloof? Wie zou ik zijn zonder die gedachte? Keer het om.

Mocht het Werk zélf als een loden last op je schouders drukken, overweeg dan eens:

Het Werk kan me van mijn gedachten bevrijden.

Is dat waar? Kan ik dat wel weten? Wat gebeurt er als ik dat geloof? Wie zou ik zijn zonder die gedachte? Keer het om.

En:

Ik kan zelf bepalen of ik het Werk doe of niet.

Is dat waar? Kan ik dat wel weten? Wat gebeurt er als ik dat geloof? Wie zou ik zijn zonder die gedachte? Keer het om.

Al met al klopt er geen hout van je verhaal, Erben. Ik zou ook niet weten hoe je het kloppend moet krijgen. Ik heb geen bemoedigende gedachten voor je, zelfs geen ontmoedigende.

Niet-weten is geen gedachte, niet-weten is het vuur waarin alle gedachten verbranden.

De gedachte dat er een ik is, bijvoorbeeld. Maar ook de gedachte dat er geen ik is.

De gedachte dat er een stoffelijke werkelijkheid is, bijvoorbeeld. Maar ook de gedachte dat er alleen maar denken is.

De gedachte dat we in een wereld vol tegenstellingen leven, bijvoorbeeld. Maar ook de gedachte dat alles één is.

De gedachte dat de wereld gered moet worden, bijvoorbeeld. Maar ook de gedachte dat de wereld niet gered kan of hoeft te worden.

De gedachte dat je iets kan weten, bijvoorbeeld. Maar ook de gedachte dat je niets kan weten.

En ook de gedachte dat niet-weten geen gedachte is maar het vuur waarin alle gedachten verbranden. De brand erin.

Ziezo, meer heb ik niet te melden. Zeg eens eerlijk, ben je nu teleurgesteld?

Beste Hans,

Opnieuw heb je je woorden niet ingeslikt. Teleurgesteld ben ik geenszins, integendeel, jouw brief heeft me weer lucht gegeven. Nogmaals hartelijk dank,

Erben

56. Verlos ons van de verlossers, amen

De weg naar samsara is geplaveid met goede bedoelingen.

'Heb jij de bodhisattvagelofte al afgelegd?'

'Ik kon het niet over mijn hart verkrijgen.'

'Hoe talrijk de wezens ook zijn, ik beloof ze allemaal te redden.'

'En ze hebben het al zo moeilijk.'

Mannetje met paraplu dat een bloem uit de regen houdt.
^ En ze hebben het al zo moeilijk.

57. Waarvan moeten we eigenlijk bevrijd worden?

En dan?

Leerling: Hoe talrijk de wezens ook zijn, ik beloof ze allemaal te bevrijden.

Meester: Waar begin je aan.

Leerling: Ja, daar zijn we wel even zoet mee.

Meester: Waarvan moeten we eigenlijk bevrijd worden?

Leerling: Van het lijden natuurlijk, wie is hier nu de leraar?

Meester: Moeten we ook bevrijd worden van de bodhisattva's?

Leerling: Wat zegt u me daar?

Meester: Als we lijden onder onze bevrijders.

Leerling: Dan wel natuurlijk.

Meester: Moeten we ook bevrijd worden van de bodhisattvagelofte?

Leerling: Waarom in Boeddha's naam?

Meester: Als we gebukt gaan onder ons voornemen.

Leerling: Op die manier.

Meester: Moeten we ook bevrijd worden van de gedachte dat we bevrijd moeten worden van de bodhisattvagelofte?

Leerling: Allemachtig.

Meester: En van het boeddhisme?

Leerling: Na het oversteken het vlot achter je laten, bedoelt u.

Meester: En van de Boeddha?

Leerling: God ja, dood de Boeddha...

Meester: En van de boeddhadoder?

Leerling: En dan?

Meester: Dan ben je daar ook weer van verlost.

58. Bodhisattvageloften voor groot en klein

Tussen mahayana en hinayana.

1. De bodhisattvagelofte voor mahayanaboeddhisten

Hoe talrijk de hinayanaboeddhisten ook zijn, ik beloof ze allemaal te verleiden tot de bodhisattvagelofte.

2. De bodhisattvagelofte voor hinayanaboeddhisten

Hoe talrijk de mahayanaboeddhisten ook zijn, ik beloof ze allemaal te bevrijden van de bodhisattvagelofte.

59. Bodhisattvageloften voor Indiërs

Tussen boeddhisme en hindoeïsme.

1. De bodhisattvagelofte voor boeddhisten

Hoe talrijk de hindoes ook zijn, ik beloof ze allemaal te bevrijden van het zelf.

2. De bodhisattvagelofte voor hindoes

Hoe talrijk de boeddhisten ook zijn, ik beloof ze allemaal in te wijden in het zelf.

60. Bodhisattvageloften voor cynici, nihilisten en boeddhadoders

Hoe ik vormgeef aan mijn compassie.

Beste Hans,

Bezien door de bril van het boeddhisme ben jij het prototype van een pratyekaboeddha: een solist die zijn eigen verlichting nastreeft. Maar er is meer dan verlichting.

Ben jij bekend met de bodhisattva Avalokiteshvara die het mededogen belichaamt? Misschien ken je hem onder een andere naam. In het Chinees heet hij Guanyin, Kwannon, Kwanyin, Guanshiyin of Guanyin Pusa; in het Japans Kanzeon of Kannon, in het Tibetaans Chenrezig.

De belangrijkste gelofte die de mahayanaboeddhist aflegt is mijns inziens de bodhisattvagelofte:

Hoe talrijk de levende wezens ook zijn, ik beloof ze allemaal te verlossen.

Hoe geef jij, los van NietWeten.nl, vorm aan jouw compassie?

Beste Jelle,

Hoe talrijk de bodhisattva's ook zijn, ik beloof ze allemaal te verlossen van hun compassie.

Jelle: Geloof jij niet in mededogen?

Hans: Hoe talrijk de bodhisattva's ook zijn, ik beloof ze allemaal te verlossen van hun bodhisattvagelofte.

Jelle: Geloof je niet in de bodhisattvagelofte?

Hans: Hoe talrijk de boeddhisten ook zijn, ik beloof ze allemaal te verlossen van hun geloften.

Jelle: Ik geloof niet in cynisme.

Hans: Hoe talrijk de cynici ook zijn, ik beloof ze allemaal te verlossen van hun cynisme.

Jelle: Dat klinkt al boeddhistischer.

Hans: Hoe talrijk de boeddhisten ook zijn, ik beloof ze allemaal te verlossen van hun boeddhisme.

Jelle: Ik geloof niet in nihilisme.

Hans: Hoe talrijk de nihilisten ook zijn, ik beloof ze allemaal te verlossen van hun nihilisme.

Jelle: 'Dood de Boeddha', is dat waar je op doelt?

Hans: Hoe talrijk de boeddhadoders ook zijn, ik beloof ze allemaal te verlossen van hun iconoclasme.

Jelle: Iedereen overal van verlossen, daar zet jij op in.

Hans: Hoe talrijk de verlossers ook zijn, ik beloof ze allemaal te verlossen van hun verlosserscomplex.

61. Dalai lama, superbodhi!

Bodhisattva's zien ze vliegen.

Meester Zero zegt:

Wat is boeddhisme?

Nooit meer lijden voor ingewijden?

Hondenogen vol mededogen?

Natte dromen van hoge omen?

Je ziet ze vliegen, kijk maar eens goed.

Dalai lama met bril die als Superman door de lucht vliegt.
^ Dalai lama, superbodhi.

62. De bodhisattvagelofte voor nitwits

Hoe ik me eraan hou en er toch vrij van blijf.

'Waarom wil jij mensen bevrijden van hun bodhisattvagelofte, Hans?'

'Vanwege mijn bodhisattvagelofte.'

'Maar jij hebt toch geen bodhisattvagelofte afgelegd?'

'Niet dat ik weet.'

'Waarom eigenlijk niet?'

'Vanwege mijn bodhisattvagelofte.'

'En daarom wil jij mensen bevrijden van hun bodhisattvagelofte?'

'Niet dat ik weet.'

63. De bodhisattvagelofte voor aannemers

Over de veronderstellingen die ten grondslag liggen aan de bodhisattvagelofte.

Lize: Ken jij de bodhisattvagelofte?

Hans: Ik kan het woord niet eens uitspreken.

Lize: Hoe talrijk de voelende wezens ook zijn, ik beloof ze allemaal te bevrijden. Hoe onpeilbaar de oorzaak van het lijden ook is, ik beloof hem helemaal te verwijderen.

Hans: Dat veronderstelt nogal wat.

Lize: Wat dan?

Hans: Dat er wezens zijn bijvoorbeeld.

Dat je de voelende wezens kan onderscheiden van de gevoelloze en van levenloze materie.

Dat alle voelende wezens lijden.

Dat ze allemaal van hun lijden bevrijd willen worden.

Dat ze allemaal van hun lijden bevrijd kunnen worden.

Dat ze tot het zover is onvrij zijn.

Dat jij degene bent die ze allemaal moet bevrijden.

Dat jij degene bent die ze allemaal kan bevrijden.

Dat je voor ieder voelend wezen kan vaststellen waar het onder lijdt.

Dat elk lijden duidelijk onderscheiden is van vreugde en andere emoties.

Dat elk lijden ongewenst is.

Dat elk lijden aanwijsbare oorzaken heeft, hoe onpeilbaar ze ook lijken.

Dat alle oorzaken voorgoed weggenomen kunnen worden.

Dat het bevrijden en het vrij zijn van een wezen bij dat wezen zelf geen nieuw lijden veroorzaakt.

Dat het bevrijden van het ene wezen niet ten koste gaat van het andere.

Dat het vrij zijn van het ene wezen niet ten koste gaat van het andere.

Dat het bevrijden van andere wezens niet ten koste zal gaan van jezelf.

Dat de vrijheid van andere wezens niet ten koste zal gaan van je eigen vrijheid.

Dat er een jij is met een vrije wil die beloften kan doen en zich eraan kan houden.

Lize: Oké oké.

Hans: Begrijp je wat ik bedoel?

Lize: Wacht even.

Hans: Waarop?

Lize: Ik probeer een bodhisattvagelofte zonder aannames te bedenken.

Hans: En?

Lize: En toen werd het stil in mij.

Hans: Wat wil je nog meer.

Lize: Heb jij een alternatief?

Hans: Voor de stilte?

Lize: Voor de bodhisattvagelofte.

Hans: Jazeker.

Lize: Toe dan.

Hans: Hoe talrijk mijn aannames ook zijn, ik beloof er niet in mee te gaan.

Lize: Interessant.

Hans: Maar ja...

Lize: Nee hè...

Hans: Wat dat weer niet allemaal veronderstelt.

64. De bodhisattvagelofte voor boeddha's

Zelfkennis op het hoogste niveau.

Fluistert de ene boeddha: Ik zeg niks.

Fluistert de andere: Zeg dat niet.

Fluistert de ene: Hoe talrijk de wezens ook zijn.

Fluistert de andere: Zeg dat wel.

65. Bodhisattva zonder mededogen; reconstructie van een deconstructie

En wat het betekent voor de praktijk van alledag.

Beste Hans,

Jij hebt het regelmatig over niet-weten als een radicale deconstructie van alle woorden en beweringen. Hoe zit dat met compassie? Is niet-weten volgens jou een vorm van mededogen of juist een radicale deconstructie ervan?

Beste Dick,

De relatie tussen woorden en niet-weten is heel eenvoudig:

Niet-weten is woorden wantrouwen.

Woorden wantrouwen is niet-weten.

Sinds ik uit het weten ben gevallen kan ik niet meer heilig in woorden geloven. Woorden zijn geen heiligen meer voor mij. Alle heilige woorden zijn gevallen. Alle heiligen zijn gevallen woorden. Heilig is alleen nog maar een woord.

Vroeger dacht ik dat woorden namen waren. Etiketten van bestaande zaken. Ziehier de leerling, ziedaar de meester. Deze mens is een boer en die daar is een hoer. Dit hier is lelijk, dat daar is mooi. Jij bent normaal, ik ben gek. De werkelijkheid benoemen was de werkelijkheid begrijpen.

Maar woorden zijn geen labels. Woorden zijn karikaturen. Ze benoemen niet, ze benemen. Ze beschrijven niet, ze schrijven voor. Ze bekrachtigen niet, ze verkrachten. Je kan er niet mee toveren, ze betoveren jou. Deze woorden ook. De woorden compassie en mededogen ook.

Dick: Mededogen is een van de brahmavihara's, de verheven toestanden van de geest. De andere drie zijn liefdevolle vriendelijkheid, medevreugde en gelijkmoedigheid.

Hans: Meer karikaturen. Niemand is alleen maar vriendelijk of alleen maar liefdevol. Niemand is alleen maar onvriendelijk of alleen maar hatelijk.

Dick: Hoe zijn mensen dan wel?

Hans: Dat weet je net zo goed als ik. Mensen zijn nu eens zus dan weer zo. Nu eens zus én zo, dan weer zus noch zo. Alles door elkaar en onnavolgbaar.

Dick: Jij ziet niets in de brahmavihara's.

Hans: Hoe zouden statische en eenzijdige begrippen als vriendelijkheid, mededogen, medevreugde en gelijkmoedigheid, of hun zogenaamde tegendelen, onvriendelijkheid, meedogenloosheid, na-ijver en rusteloosheid, ooit de dynamiek van een levend wezen in een levende omgeving in kaart kunnen brengen?

Zolang je denkt dat de wereld zich aan jouw woorden houdt zal je voor verrassingen komen te staan. Anders ook, maar dan is dat geen verrassing meer.

Dick: Want woorden zijn karikaturen.

Hans: Dat is een karikatuur van woorden. Als je denkt dat de wereld zich eraan houdt zal je voor verrassingen komen te staan.

Dick: Wat is mededogen voor jou?

Hans: Geen verheven toestand van de geest.

Dick: Wat dan?

Hans: Niet verheffen? Niet vereenvoudigen? Niet vastleggen? Niet opleggen? Geen toestanden zien waar processen zijn?

Dick: Voor mij is mededogen iets wat je belooft en beoefent.

Hans: Voor mij is mededogen iets wat je overkomt als je het niet meer weet.

Dick: Dan komt het vanzelf?

Hans: Ongezocht en ongedwongen.

Dick: Je weet het niet meer, dus je oordeelt niet meer?

Hans: Dat had je gedroomd. Ik oordeel nog steeds. Maar ik wantrouw mijn woorden als nooit tevoren, ik kan ze bijna niet meer horen. Dus blijf ik doorgaans zacht. Zacht door overmacht.

Ook dit zijn weer woorden, trap er niet. Ze beperken je denkruimte, die de voorwaarde van mededogen is.

Ook dit was weer zo'n zin. Trap er niet in.

Dick: Goedendag.

Hans: Een goedendag is een stok met een stalen punt om mee te slaan en te steken, wel of niet uit mededogen. Het begin of het einde van een goede dag.

Dick: Misschien heb ik door de formulering van mijn vraag meer voorkennis gesuggereerd dan ik in huis heb.

Hans: Hoe minder voorkennis hoe beter. Mededogen ontstaat spontaan als al je zogenaamde voorkennis is doorzien, deze ook. Alleen mag het dan geen naam meer hebben.

Dick: Mededogen niet?

Hans: Hoe zeg je?

Dick: Wat betekent dat voor de praktijk van alledag?

Hans: Dat er bij gebrek aan theorie geen praktijk van alledag meer is.

66. Woorden zijn wapens, goedendag

De groeten uit de middeleeuwen.

Tussen goedendag en de goedendag

Goedendag zeg je als je iemand wil groeten. Je zegt het ook als je je verbazing of afkeuring wil uitspreken. Spreekt iemand anders op die manier zijn verbazing of afkeuring over jou uit, dan maak je dat ongedaan door goedendag terug te zeggen.

Goedendag is ook de naam van een wapen uit de middeleeuwen, bestaande uit een lange stok met een scherpe stalen punt aan het uiteinde. Wie vaardig de goedendag wist te hanteren had een goede dag.

Degene tegenover hem had dan een slechte dag, dus de steekstok had net zo goed een slechtedag kunnen heten, of net zo slecht, maar naamgevers hebben het niet voor het zeggen.

Een echt slechte dag of echtslechtedag had Federico de Montefeltro, heerser over de stadstaat Urbino, toen hij in 1450 tijdens een steekspel door een lans werd geraakt en zijn rechteroog verloor.

Een lans is een hele lange goedendag, een goedendag een hele korte lans, het is maar net hoe je het bekijkt. Hoe speels is een spel waarbij je een kijker kan kwijtraken? Met het oog op zijn dieptewaarneming had Federico beter Russisch roulette kunnen spelen maar dat bestond toen nog niet.

Tussen de goedendag en de morgenster

De goedendag wordt vaak verward met de morgenster. Een morgenster is een knots met scherpe punten, een strijdvlegel zonder ketting. Of een strijdvlegel is een knots met ketting, het is maar net hoe je het bekijkt.

Had iemand met een morgenster een goedendag tegenover zich dan had hij een slechte dag. Net als iemand zonder goedendag die een morgenster tegenover zich had.

Op zo'n moment je verbazing of afkeuring uiten door goedendag te zeggen werkt averechts. Averechts betekent niet links maar verkeerd, dus dat kan niet goed gaan.

Tussen de gele morgenster en de oosterse morgenster

Toch loopt een confrontatie met de morgenster niet altijd fataal af. Zeker niet die met de gelijknamige vaste plant uit de composietenfamilie, de Asteraceae.

Daarvan bestaan twee ondersoorten, de oosterse morgenster, die overal in Nederland sporadisch voorkomt, ook in het westen, en de gele morgenster, die nauwelijks geler is dan de oosterse, en overal voorkomt.

Tussen de morgenster en de avondster

Eerder wit dan geel is het licht van de morgenster met de morgennaam Venus, vanaf de aarde gezien een binnenplaneet van ons zonnestelsel, vanaf Mercurius gezien een buitenplaneet en vanaf Venus gezien een tussenplaneet. Je ziet haar dikwijls in de morgenschemering boven de horizon hangen.

Je ziet haar even vaak in de avondschemering boven de horizon hangen. Vandaar dat Venus ook naar de avondnaam avondster luistert.

Behalve dat Venus nooit luistert, niet naar haar morgennaam, niet naar haar avondnaam. Zo zijn planeten. Ze trekken zich van niemand iets aan. Ze trekken alleen maar baantjes.

Tussen Lucifer en Hesperus

Ooit dachten geleerden dat de morgenster een andere ster was dan de avondster. De eerste noemden ze Lucifer, de laatste Hesperus.

Hesperus is de zoon van de godin van de dageraad, Eos (Grieks), alias Aurora (Romeins), en de halfbroer van haar andere zoon, Phosphorus, alias Eosphorus.

Twee verschillende sterren die geen sterren zijn en niet verschillen, een uitgebreide familie halfgoden met dubbelnamen, er is werkelijk geen touw aan vast te knopen. Geen wonder dat de planeet Venus niet wil luisteren.

Tussen Venus en God

Wie ook niet wil luisteren is de Romeinse godin van de liefde, Venus. 's Morgens niet en 's avonds niet, hoe vaak je haar ook aanroept. Gelukkig maar, liefde is meedogenloos, God weet wat je over jezelf afroept.

Over God zou ik een boek kunnen schrijven, maar dat is al te vaak gedaan en het heeft niets opgelost, of teveel. Alleen die honderd namen al, je blijft roepen.

Ik wil maar zeggen, een mens heeft reden genoeg om woorden te wantrouwen. Je weet nooit waar ze allemaal voor staan, als ze al ergens voor staan.

De godin Venus met een goedendag als attribuut
^ Venus, godin van de liefde, met twee morgensterren.

67. Haiku op haiku: tussen willen en moeten

Heel de dag is niet
genoeg voor de leeuwerik
die zingen wil, zingen.

(Basho)

Heel de dag is veel
te veel voor de leeuwerik
die zingen moet, zingen.

(Hans)

68. Zen is geen diploma, je haalt het door te zakken

Paradoxen om in te blijven.

Zen is geen boek. Je leest het door het dicht te slaan.

Zen is geen leer. Je leert het door het af te leren.

Zen is geen kennis. Je onthoudt het door het te vergeten.

Zen is geen gezag. Je erkent door het te ontkennen.

Zen is geen kunst. Je doet het door het na te laten.

Zen is geen god. Je eert het door het te bespotten.

Zen is geen feest. Je viert het door het te bederven.

Zen is geen prijs. Je wint het door het te verliezen.

Zen is geen bezit. Je krijgt het door het af te staan.

Zen is geen plek. Je komt er door er weg te gaan.

Zen is geen weg. Je gaat erheen door weg te gaan.

Zen is geen doel. Je bereikt het door het op te geven.

Zen is geen verlichting. Je ziet het door het uit te doen.

Zen is geen geloof. Je belijdt het door het af te vallen.

Zen is geen mededogen. Je leeft het door het te doden.

Zen is geen orde. Je bewaakt het door het te verstoren.

Zen is geen geheim. Je bewaart het door het te openbaren.

Zen is geen diploma. Je haalt het door te zakken.

69. Zen ontstelt

Zen is geen stelling.

Het stelt door niet te stellen.

Zo stelt het mij gerust.

70. Wat zen voor je doet, en hoe

Zen in acht zinnen.

Wat.

Wat zen.

Wat zen voor je doet.

Wat zen voor je doet, doet het.

Wat zen voor je doet, doet het door het te laten.

Wat zen voor je doet, doet het door het te laten, en door je te laten.

Wat zen voor je doet, doet het door het te laten, en door je te laten, tot je het zelf laat.

Wat zen voor je doet, doet het door het te laten, en door je te laten, tot je het zelf laat, en jezelf.

71. Matthieu Ricard en de ontbinding van het absolute

De filosoof die dacht dat hij een monnik was; begripsvorming van vrijheid en vrijheid van begripsvorming tussen de dood en de vorige geboorte.

1

Beste Hans,

In De monnik en de filosoof (Asoka, 1998, pagina 327) vertelt de Tibetaans boeddhistische Fransman Matthieu Ricard wat we volgens hem meemaken na het overlijden van ons lichaam:

"Achtereenvolgens zullen we een grote helderheid en gelukzaligheid ervaren en een toestand die vrij is van begripsvorming. Dat is het moment waarop we even in verbinding staan met het absolute. Een doorgewinterde beoefenaar is bij machte in deze absolute staat te blijven en het ontwaken te bereiken. Als dat niet lukt, gaat het bewustzijn naar de tussenstaat, die de periode tussen de dood en de volgende geboorte beslaat."

Mooi hè? Ken jij de toestand die vrij is van begripsvorming?

Hans: Nee, vrij van begripsvorming ben ik eigenlijk nooit. Of het moest in de droomloze slaap zijn, maar hoe stel je zoiets vast?

Wel lossen mijn begrippen bijna net zo snel op als ze zich vormen. Nu deze weer. Een mirakel. En ik heb er niet eens voor hoeven sterven. Of zou ik ongemerkt overleden zijn? Of nooit geboren?

Een staat of toestand kan ik het niet noemen, daar is het veel te veranderlijk voor. Er is niets helder en niets troebel hier in deze duisternis, niets absoluut en niets relatief.

Ik heb gewoon geen idee hoe het hier is en hoe ik het zou moeten omschrijven, en dat is hoe het hier is en hoe ik het zou omschrijven. Daarom spreek ik liever van niet-weten of agnose, al is dat eigenlijk geen haar beter.

Wat ik ook even recht wil zetten, mocht het scheef staan: ik ben geen doorgewinterde beoefenaar. Behalve van ademen (steeds sneller), praten (steeds dommer), eten (steeds minder) en slapen (steeds lichter).

Het is dus niet dankzij mijn doorgewinterde beoefening dat ik erin slaag in niet-weten te verblijven. Niet-weten vraagt geen enkele beoefening of machtsuitoefening van mijn kant.

Niet-weten vraagt niets, ook geen overgave, en ik vraag het niets, ook geen bevestiging van zijn bestaan. Ik kan er niet uit en ik kan er niet over uit, dat is alles.

2

Frans: Ken jij iemand die vrij is van begripsvorming?

Hans: Niet persoonlijk. Ook niet onpersoonlijk. Gautama Boeddha, de nulde boeddhist niet. Jezus van Nazareth, de eerste zoon van God niet. Tenzin Gyatso, de veertiende dalai lama niet.

Ramana Maharshi, de zoveelste solipsist niet. Franciscus, de zoveelste paus niet. Maezumi Roshi, de zoveelste drinkebroer niet. Bhagwan Sri Rajneesh, de zoveelste narcist niet. Thich Nat Hahn, de zoveelste activist niet.

Zelfs idioten met een IQ tot 25 zijn niet vrij van begripsvorming. Schapen niet. Kwallen niet. Eencelligen niet. Alle vertonen onmiskenbaar tekenen van een rudimentair begrip van goed en slecht.

Bacteriën bijvoorbeeld hebben een voorkeur voor licht of donker, zoet of zuur, heet of koud, nat of droog, diep of hoog, net waar ze gedijen. De oervorm van duiding, het prille begin van duidelijkheid. En wat zijn wij meer dan een klomp cellen? Of het nou te danken is aan de evolutie of aan de schepper, je krijgt het duiden niet uit je systeem zonder jezelf van kant te maken.

De eerste boeddhist die vrij is van begripsvorming moet nog geboren worden. Sterker nog, als je echt wil verdwalen in een ongecontroleerde wildgroei van begrippen moet je bij het boeddhisme wezen.

De eerste mysticus die vrij is van begripsvorming moet nog geboren worden. Sterker nog, als je echt wil verdwalen in een ongecontroleerde wildgroei van begrippen moet je bij de mystici wezen.

De eerste yogi die vrij is van begripsvorming moet nog geboren worden. Sterker nog, als je echt wil verdwalen in een ongecontroleerde wildgroei van begrippen moet je bij het hindoeïsme wezen.

De eerste non-dualist die vrij is van begripsvorming moet nog geboren worden. Sterker nog, als je echt wil verdwalen in een ongecontroleerde wildgroei van begrippen moet je bij advaita wezen.

Zie je het patroon? Pas dan maar op. Patronen zien is het begin van begripsvorming. Begripsvorming is het begin van verklaren. Daar is geen eind aan. Iedere verklaring behoeft klaring.

Zo raak je steeds verder van huis en voor je het weet zit je eindeloos te speculeren over het eindeloze, de almachtige god, het ware zelf, de oorspronkelijke geest, het universele bewustzijn, het eeuwige heden, de boeddhanatuur, het absolute of een andere theorie van alles. De monnik is de filosoof.

Ziezo, weer een verklaring afgelegd. Afleggen is mijn metier, doe er je voordeel mee. Overeenkomstig de diepste inzichten van broeder Ricard en zijn Tibetaanse leermeesters wens ik jou en iedereen die verbinding zoekt met het absolute een spoedige dood toe.

Frans: Grapjurk.

Hans: Staat me beter dan een lijkwade, al zeg ik het zelf.

3

Frans: Hoe zit het met de gelukzaligheid waarmee de toestand die vrij is van begripsvorming gepaard zou gaan?

Hans: Nogmaals, ik ben niet vrij van begripsvorming en niet-weten is voor mij geen toestand, dus ook geen gemoedstoestand. Ik heb al heel wat gemoedstoestanden langs zien komen sinds ik door de grond ging.

En ongeacht mijn gemoedstoestand is geen enkel menselijk gevoel mij vreemd, van angst tot zotheid en alles ertussenin en eromheen. Gemoedstoestanden staan tot gevoelens als het klimaat tot het weer.

Frans: Welke gemoedstoestanden heb je zoal zien passeren?

Hans: Mijn weetnietfeest begon met een paar weken van stille euforie. Toen een paar maanden van stille verbijstering. Toen een half jaar van stil verdriet. Toen een paar jaar van stille gelatenheid. Toen een periode van stille uitgelatenheid. En nu is het gewoon stil.

Frans: Is dat alles?

Hans: Het is niets. Ik ben nooit uit geweest op een onveranderlijke staat van innerlijke vrede, liefdevolle vriendelijkheid, universeel mededogen, sereniteit, heerlijkheid of gelukzaligheid. Altijd mooi weer, wie wil dat nou. Eeuwig klaarkomen, doe me een lol.

Frans: Wat is jouw lol?

Hans: Ik wou weten wat waar was, of het me nu uitkwam of niet.

Frans: En?

Hans: Na een halve eeuw van zoeken, vinden, kwijtraken en weer verder zoeken vond ik mezelf terug in een massagraf.

Frans: Een massagraf?

Hans: Van gebroken denkbeelden.

Frans: Wat voor denkbeelden?

Hans: Zelfbeelden, mensbeelden, wereldbeelden, godsbeelden, heiligenbeelden, boeddhabeelden, voorbeelden, wensbeelden, ideaalbeelden, schrikbeelden. Al die gedachten over wie, wat, waar, wanneer, hoe, waarom en waartoe.

Frans: Dood en begraven.

Hans: Ik zie ze in dit leven niet wedergeboren worden. Of het moest in Tibet zijn.

Frans: En nu weet je het niet meer.

Hans: En nu hoef ik het niet meer te weten.

Frans: En nu sta je in verbinding met het absolute.

Hans: Je snapt het niet, hè? Agnose is radicale ontbinding van het relatieve én het absolute. Anders bereik je nooit de toestand die vrij is van begripsvorming waarin je grote helderheid ervaart.

72. Haiku op haiku: tussen pijnboom en boeddha

Die oude pijnboom,
hij is nog lang geen boeddha
maar heerlijk droomt hij.

(Issa)

Die oude pijnboom,
hij is allang een boeddha
en nog steeds droomt hij.

(Hans)

73. Wat is kinhin? Dromen van ontwaken

Slaapwandelende monnik.
^ Dromen van ontwaken.

74. Haiku op haiku: tussen zachtmoedig en onaangedaan

Zacht glanst een dauwdrop
zachtmoedig koeren duiven,
Boeddha, behoed ons.

(Issa)

Zachtjes koert een duif
en onaangedaan glimlacht
de Boeddha ons uit.

(Hans)

Boeddha met duivenkop.
^ Onaangedaan glimlacht de Boeddha ons uit.

75. Vormboeddhisme is geen leegteboeddhisme

Twee wolven in schaapskleren.

Twee boeddhismes onder één vlag

'Hét boeddhisme bestaat niet.' Dat is een postmodern cliché om aan te geven dat er een heleboel boeddhistische scholen zijn met verschillende theorieën en praktijken. Wat ook zo is, maar niet wat ik er hier mee bedoel.

Hét boeddhisme bestaat niet, want er zijn twee boeddhismes. Halfleren die onder dezelfde vlag varen maar niet te verenigen zijn. Ik noem ze vormboeddhisme en leegteboeddhisme.

Wat is vormboeddhisme?

Het vormboeddhisme heeft drie uitgangspunten.

Ten eerste dat je een persoon bent, een ik, een vrij individu. Iemand die de regie heeft, keuzes kan maken, verantwoordelijk is voor zijn beslissingen en erop aangesproken kan worden.

Ten tweede dat die ik onderscheid weet te maken tussen juist en onjuist, goed en slecht, heilzaam en onheilzaam enzovoort; en dat dit onderscheid werkelijk bestaat en niet alleen in gedachte of achteraf.

Ten derde dat alle verschijnselen, hoe verschillend van vorm ook, een en dezelfde natuur hebben.

Het vormboeddhisme is een dualistische en essentialistische deugdreligie. Net als het christendom, het jodendom en de islam, maar dan zonder god.*

* Al wordt de Boeddha vaak voor transcendente god versleten. Terwijl het ware zelf, de boeddhanatuur, universeel bewustzijn en de leegte vaak worden opgevat als namen voor een immanente god; zie bijvoorbeeld Dick Verstegen en de teloorgang van anatman verderop in dit boek.

Elementen van het vormboeddhisme zijn onder meer de vier edele waarheden, het achtvoudige pad, de karmaleer, de wedergeboorteleer, de lekengeloften en de kloostergeloften.

Zonder een zelf, zonder vrije wil, zonder onderscheidingsvermogen en zonder onderscheid zijn deze elementen betekenisloos. Lege vormen.

Wat is leegteboeddhisme?

Het leegteboeddhisme is een ontkenning van het vormboeddhisme en heeft drie tegenovergestelde uitgangspunten.

Ten eerste dat je geen persoon bent, geen ik, geen individu. Er is niemand die de regie heeft en verantwoordelijk kan worden gesteld voor zijn doen en laten.

Ten tweede dat het onderscheid tussen juist en onjuist enzovoort een dualistische illusie is.

Ten derde dat verschijnselen geen substantie of essentie hebben; ook leegte is niet zo'n essentie.

Elementen van het leegteboeddhisme zijn onder meer de skandhaleer, de madhyamaka, pratitya-samutpada, sunyata-sunyata, maya en non-dualiteit (als in de Vimalakirtisoetra).

Vormboeddhisme is geen leegteboeddhisme

Vorm is leegte, zegt de Hartsoetra, en leegte is vorm.

Maar vormboeddhisme is geen leegteboeddhisme en leegteboeddhisme is geen vormboeddhisme. Juist niet.

Vormboeddhisme is activistisch, leegteboeddhisme fatalistisch.

Vormboeddhisme is een geloofsleer, leegteboeddhisme een ideeënleer.

Vormboeddhisme is een heilsleer, leegteboeddhisme een genadeleer.

Vormboeddhisme is dualistisch, leegteboeddhisme non-dualistisch.

Vormboeddhisme is eternalistisch, leegteboeddhisme nihilistisch.

Vormboeddhisme bevestigt zichzelf, leegteboeddhisme ontkent zichzelf.

Een dubbele verlossing

Vormboeddhisme is een wolf in schaapskleren. Zijn wollen gewaden stellen je op je gemak en je mag je schaamteloos in vormen verliezen. Levens lang, tot je er eindelijk doorheen kijkt. Zodra de wolf zich ontmaskerd weet, vreet hij je op. Dan blijft er alleen leegteboeddhisme over.

Leegteboeddhisme is ook een wolf in schaapskleren. Zijn wollen gewaden stellen je op je gemak en je mag je oeverloos in de leegte en in de leegte van de leegte verliezen. Levens lang, tot je er eindelijk doorheen kijkt. Inziet dat je al die tijd voor een lege pij zat te mediteren. Dan heb je niets meer over, of nooit gehad.

Geen activisme, geen fatalisme.

Geen geloofsleer, geen ideeënleer.

Geen heilsleer, geen genadeleer.

Geen dualisme, geen non-dualisme.

Geen zelfbevestiging, geen zelfontkenning.

Geen essentialisme, geen nihilisme.

Geen vormboeddhisme, geen leegteboeddhisme.

Dan ben je van beide verlost.

Hèhè.

Boeddha met wolvenkop.
^ Een wolf in schaapskleren.

76. Acht perspectieven op de vier edele waarheden

Hoe edel en hoe waar zijn de edele waarheden?

Als je een boeddhist naar de kern van het boeddhisme vraagt, is de kans groot dat hij over de vier edele waarheden (catvari aryasatyani) begint:

1. Er is lijden.

2. Het lijden heeft een oorzaak.

3. De oorzaak van het lijden kan opgeheven worden.

4. Door het achtvoudige pad te volgen wordt het lijden beëindigd.

De vier edele waarheden maken deel uit van het vormboeddhisme.

Het vormboeddhisme veronderstelt een persoon met een vrije wil.

Het veronderstelt een helder onderscheid tussen juist en onjuist, heilzaam en onheilzaam enzovoort.

Het veronderstelt een wereld met overzichtelijke en begrijpelijke ketens van oorzaken waarop het individu kan ingrijpen.

Het leegteboeddhisme daarentegen veronderstelt dat de persoon en de vrije wil illusies zijn.

Het veronderstelt dat het onderscheid tussen juist en onjuist en dergelijke bij nader inzien onhoudbaar is.

Het veronderstelt dat alles in de wereld afhankelijk ontstaat van al het andere.

Hieronder acht visies van het leegteboeddhisme op de vier edele waarheden van het vormboeddhisme.

1. De vier edele waarheden bezien vanuit leegte (sunyata)

1. Lijden is leeg.

2. De oorzaak van het lijden is leeg.

3. De opheffing van de oorzaak van het lijden is leeg.

4. Het achtvoudige pad is leeg.

2. De vier edele waarheden bezien vanuit afhankelijk ontstaan (pratitya samutpada)

1. Lijden ontstaat afhankelijk.

2. De oorzaak van het lijden ontstaat afhankelijk.

3. De opheffing van de oorzaak van het lijden ontstaat afhankelijk.

4. Het achtvoudige pad bestaat afhankelijk.

3. De vier edele waarheden bezien vanuit vergankelijkheid (anitya)

1. Lijden is tijdelijk.

2. De oorzaak van het lijden is tijdelijk.

3. De opheffing van de oorzaak van het lijden is tijdelijk.

4. Het achtvoudige pad is tijdelijk.

4. De vier edele waarheden bezien vanuit niet-zelf (anatman)

1. Lijden is zelfloos.

2. De oorzaak van het lijden is zelfloos.

3. De opheffing van de oorzaak van het lijden is zelfloos.

4. Het achtvoudige pad is zelfloos.

5. De vier edele waarheden bezien vanuit de illusie (maya)

1. Lijden is een illusie.

2. De oorzaak van het lijden is een illusie.

3. De opheffing van de oorzaak van het lijden is een illusie.

4. Het achtvoudige pad is een illusie.

6. De vier edele waarheden bezien vanuit Indra's net (Indrajala)

1. Lijden is een knooppunt in een eindeloos netwerk.

2. De oorzaak van het lijden is een knooppunt in een eindeloos netwerk.

3. De opheffing van de oorzaak van het lijden is een knooppunt in een eindeloos netwerk.

4. Het achtvoudige pad is een knooppunt in een eindeloos netwerk.

7. De vier edele waarheden bezien vanuit non-dualiteit (advaita)

1. Lijden is niet te onderscheiden van vreugde en andere verschijnselen.

2. De oorzaak van het lijden is niet te onderscheiden van de oorzaak van vreugde en andere verschijnselen.

3. De opheffing van de oorzaak van het lijden is niet te onderscheiden van de opheffing van de oorzaak van vreugde en andere verschijnselen.

4. Het achtvoudige pad is niet te onderscheiden van andere paden en niet-paden.

8. De vier edele waarheden bezien vanuit weteloosheid (agnose)

1. Lijden is niet te volgen.

2. De oorzaak van het lijden is niet te volgen.

3. De opheffing van de oorzaak van het lijden is niet te volgen.

4. Het achtvoudige pad is niet te volgen.

77. Tweeëndertig ijdele gedachten over vier edele waarheden

De leegte van gedachten over de leegte.

De tweeëndertig ijdele gedachten

1. Graag wil ik een selectie van mijn edele gedachten over de vier edele waarheden met je delen. Ik heb ze, geïnspireerd door de Edele Rijtjesgeest van de abhidhamma, opgeschreven in de vorm van vier edele vragen, vierentwintig edele constateringen en vier edele conclusies. Bij elkaar tweeëndertig edele gedachten, deze edele inleiding, de edele waarheden zelf en het edele nawoord niet meegeteld.

2. In plaats van edel mag je mijn gedachten ook ijdel noemen. IJdel is een ander woord voor sunya, leeg, dus we blijven in boeddhistische sferen.

3. In boeddhistische sferen mag je van boeddhistische meneren (m/v) alles denken, zolang je er maar niet in meegaat.

4. Dat laatste is niet van toepassing op de abhidhamma en de leegte zelf. Daar moet je juist wel in meegaan, anders kunnen die boeddhistische meneren wel ophouden met beleren en bekeren. Stel je voor, hoe komen ze dan hun dagen nog door.

De vier edele waarheden

1. Er is lijden.

2. Het lijden heeft een oorzaak.

3. De oorzaak van het lijden kan opgeheven worden.

4. Door het achtvoudige pad te volgen wordt het lijden beëindigd.

De vier edele vragen

1. Is er lijden?

2. Heeft het lijden wel een oorzaak?

3. Kan de oorzaak van het lijden wel opgeheven worden?

4. Wordt het lijden wel beëindigd door het achtvoudige pad te volgen?

De vierentwintig edele constateringen

1

1. Er is de gedachte dat er lijden is.

2. Er is de gedachte dat het lijden een oorzaak heeft.

3. Er is de gedachte dat de oorzaak van het lijden opgeheven kan worden.

4. Er is de gedachte dat het lijden beëindigd wordt door het achtvoudige pad te volgen.

2

1. Er is de gedachte dat er geen lijden is.

2. Er is de gedachte dat het lijden geen oorzaak heeft.

3. Er is de gedachte dat de oorzaak van het lijden niet opgeheven kan worden.

4. Er is de gedachte dat het lijden niet beëindigd wordt door het achtvoudige pad te volgen.

3

1. Er is lijden aan de gedachte dat er lijden is.

2. Er is lijden aan de gedachte dat het lijden een oorzaak heeft.

3. Er is lijden aan de gedachte dat de oorzaak van het lijden kan worden opgeheven.

4. Er is lijden aan de gedachte dat het lijden wordt beëindigd door het achtvoudige pad te volgen.

4

1. Er is lijden aan de gedachte dat er geen lijden is.

2. Er is lijden aan de gedachte dat het lijden geen oorzaak heeft.

3. Er is lijden aan de gedachte dat de oorzaak van het lijden niet kan worden opgeheven.

4. Er is lijden aan de gedachte dat het lijden niet wordt beëindigd door het achtvoudige pad te volgen.

5

1. Er is vreugde bij de gedachte dat er lijden is.

2. Er is vreugde bij de gedachte dat het lijden een oorzaak heeft.

3. Er is vreugde bij de gedachte dat de oorzaak van het lijden kan worden opgeheven.

4. Er is vreugde bij de gedachte dat het lijden wordt beëindigd door het achtvoudige pad te volgen.

6

1. Er is vreugde bij de gedachte dat er geen lijden is.

2. Er is vreugde bij de gedachte dat het lijden geen oorzaak heeft.

3. Er is vreugde bij de gedachte dat de oorzaak van het lijden niet kan worden opgeheven.

4. Er is vreugde bij de gedachte dat het lijden niet wordt beëindigd door het achtvoudige pad te volgen.

De vier edele conclusies

1. De vier edele waarheden zijn gedachten.

2. De vier edele vragen zijn gedachten.

3. De vierentwintig edele constateringen zijn gedachten.

4. De vier edele conclusies zijn gedachten.

Nawoord

1. Dat waren ze alweer.

2. Tweeëndertig ijdele gedachten over vier edele waarheden.

3. Niet te geloven!

4. Nou jij weer.

78. Haiku op haiku: tussen edel en ijdel

Die bij de bliksem
geen inzicht heeft verworven,
hoe edel is hij.

(Basho)

Die bij de bliksem
een inzicht heeft verworven,
hoe ijdel is hij.

(Hans)

Monnik die belerend zijn vinger in de lucht steekt, waar de bliksem inslaat.
^ Die bij de bliksem een inzicht heeft verworven, hoe ijdel is hij.

79. Karma als erfzonde, boeddhisme als boetegebed

Hoeveel onheil veroorzaakt deze heilsleer?

Het boeddhisme zou een praktische weg uit het lijden zijn en voor sommigen is het dat misschien ook. Diezelfde weg is echter ook een bron van lijden. Voor de beoefenaar, voor zijn omgeving, voor andersdenkenden.

Ik wil het nu niet hebben over alle oorlogen die uit naam van de Boeddha zijn en worden gevoerd. Niet over de wedijver van rivaliserende facties als de geelhoeden en de roodhoeden. Niet over de vele vormen van onderdrukking en uitbuiting in boeddhistische sangha's. Niet over boeddhisten die zichzelf doden omdat ze geen soelaas vinden of om een politieke daad te stellen.

Ik wil het hebben over het achtvoudige pad zelf. Hoeveel onheil veroorzaakt deze heilsleer?

Hieronder de getuigenis van twee vermaarde zenboeddhisten, Yamada Koun Zenshin en zijn verre voorvader Wumen Huikai (Mumon), van wie we mogen aannemen dat ze uit ervaring spreken.

In zijn zeventiende teisho bij de Poortloze Poort zegt Zenshin:

"Een juiste beoefening van zazen is erg moeilijk. Hiervan is de onderhavige koan een goed voorbeeld. Kensho (zelfverwerkelijking) bereiken is niet zo moeilijk. Sommige mensen hebben daarvoor maar één sesshin (meerdaagse zazenoefening) nodig.

Maar kensho is slechts de toegangspoort voor het uiteindelijk doel van de zazenbeoefening, namelijk de vervolmaking van ons karakter. Dit impliceert een reiniging die erg moeilijk is en veel tijd vergt.

In feite komt aan het beoefenen van zen nooit een einde. Ook in veertig jaar kun je een volmaakt karakter niet bereiken. Zelfs een miljoen jaar zou nog ontoereikend zijn. De sutra's zeggen heel duidelijk dat Amida en Shakyamuni duizenden miljoenen kalpa's nodig hadden om boeddha te worden.

Zoals ik al eerder zei, is een kalpa een vrijwel onmeetbaar lange periode. Wat zegt ons deze onbegrijpelijk lange tijd? Die zegt ons enerzijds dat ons karakter eindeloos lang gezuiverd kan worden, en anderzijds dat de vlekken en lagen vuil op onze ware natuur onmetelijk dik zijn.

In het boetegebed 'Sange Mon', dat iedere morgen bij de zenoefening wordt opgezegd, staat: 'Sedert onheuglijke tijden heb ik slecht karma opeengestapeld. Dit komt door mijn onpeilbare hebzucht, mijn haat en mijn verblinding, die uit mijn lichaam, mijn mond en mijn gedachten geboren worden.'

Zoals ik jullie al vaak heb gezegd, is ons dualistische ego daarvoor verantwoordelijk. De oorsprong van het slechte karma is uiteindelijk het onderscheidingsbewustzijn van subject en object, jij en ik, wat niets anders dan het dualistische ego is."

Even verderop in zijn toespraak citeert Zenshin een gedicht van de samensteller van De Poortloze Poort, Mumon:

"Een ijzeren juk zonder gat moeten wij sjouwen. Geen gemakkelijke zaak, de vloek gaat over op onze nakomelingen. Wil je de toegangspoort beschermen en het huis goed onderhouden, dan moet je barrevoets een berg van zwaarden beklimmen."

Zenshin vervolgt:

"Het vers zegt ons dat het een geweldige opgave is het ware boeddhisme te belijden. Het ijzeren juk zonder opening duidt op een ondraaglijke last. De poort is de toegangspoort tot het boeddhisme, tot de ware weg van de Boeddha, en het huis – dat spreekt vanzelf – is het huis van het boeddhisme.

Mumon wil ons zeggen: in dit in verval geraakte huis wonen is zo moeilijk als het sjouwen van een ijzeren juk zonder gat of het barrevoets beklimmen van een berg die met omhoogstekende klingen bedekt is. Onze nakomelingen zullen nooit rust en vrede vinden, maar aan hun geërfde last zwaar te torsen hebben."

Bron: De poortloze poort, Asoka 2010, pagina 115 en verder.

Ik vraag het nog een keer. Hoeveel onheil veroorzaakt deze heilsleer?

80. Wat is kinhin? Hulpmiddelen

Rijtje degenslikkende kinhinmonniken.

81. Zen is een tweesnijdend zwaard

Gedachten en metagedachten afsnijden bij de wortel.

Leerling: Wat is zen?

Meester: Een tweesnijdend zwaard.

Leerling: Waarvoor dient de ene snede?

Meester: Om alle gedachten af te snijden bij de wortel.

Leerling: Waarvoor dient de andere snede?

Meester: Om alle metagedachten af te snijden bij de wortel.

Leerling: Wat zijn metagedachten?

Meester: Gedachten over gedachten.

Leerling: Geef eens een voorbeeld.

Meester: Dat we onze gedachten bij de wortel moeten afsnijden.

Leerling: Ook die gedachte moet bij de wortel afgesneden worden?

Meester: Dat we daar zelf voor kunnen kiezen.

Leerling: Ook die moet bij de wortel afgesneden worden?

Meester: Dat het afsnijden ons alleen maar overkomt.

Leerling: Ook die moet bij de wortel afgesneden worden?

Meester: Dat er een ik is die iets doet of laat.

Leerling: Ook die moet bij de wortel afgesneden worden?

Meester: Dat die ik een illusie is.

Leerling: Ook die moet bij de wortel afgesneden worden?

Meester: Dat zen een tweesnijdend zwaard is.

Leerling: Verwijst u nu naar de leegte?

Meester: Ook die gedachte moet bij de wortel afgesneden worden.

Leerling: Verwijst u nu naar de leegte van de leegte?

Meester: Ook die gedachte moet bij de wortel afgesneden worden.

Leerling: Verwijst u nu naar niet-weten?

Meester: Ook die gedachte moet bij de wortel afgesneden worden.

Leerling: En dan?

Meester: Ook die gedachte moet bij de wortel afgesneden worden.

Leerling: Enzovoort.

Meester: Nou, voort...

Leerling: Ik...

Meester: Die hebben we al gehad.

Leerling: ...

Meester: Niet slecht.

Leerling: ...

Meester: Hou vol...

Leerling: ...

Meester: Dan ga ik gauw mijn zwaard slijpen.

82. Eenvoud is geen kunst – Maarten Houtman en de Tao van Zen

Waarom zen geen goed voornemen is.

Trucjes zijn niet vol te houden

Beste Hans,

Jij spreekt voortdurend alles tegen. Meer heeft je zogenaamde niet-weten niet om het lijf. Op mij komt het over als een trucje.

Beste Xenia,

Welnee joh, ik ben helemaal niet bezig met tegenspreken. Ik laat zien wat niet-weten is. Voor mijn eigen genoegen en voor iedereen die het lezen wil of moet, zoals jij.

Spirituele trucjes bieden hooguit tijdelijk soelaas; vroeger of later mislukken ze. Probeer je aandacht maar eens bij je ademhaling te houden. Je gezicht ontspannen te houden. In het hier en nu te blijven. Alles met volledige aandacht te doen.

Probeer maar eens naar iedereen open te staan. Alleen maar liefde te voelen. Onder alle omstandigheden kalm te blijven. Niets meer te verlangen.

Probeer maar eens ergens niet aan te denken. Probeer maar eens nergens aan te denken. Misschien dat het je eventjes lukt, maar uiteindelijk verlies je het. Of heb jij andere ervaringen?

Xenia: Nee, dat klopt wel zo'n beetje.

Hans: Daaraan zie je dat het trucjes zijn. Je forceert iets dat niet vanzelf komt. Je valt er steeds uit.

Niet-weten kwam vanzelf in mijn leven en het blijft maar komen. Ik hoef nergens op te letten. Ik hoef mezelf niet in bochten te wringen om het denken af te troeven. Ik weet het gewoon niet meer.

Vroeger deed ik meestal alsof ik het allemaal wel doorhad. Net als iedereen beschikte ik over een grote trukendoos om mijn onwetendheid en mijn onzekerheid te verbergen.

De wijsneus uithangen terwijl je van toeten noch blazen weet. De onverstoorbare pief uithangen terwijl de zenuwen door je keel gieren. Afschuwelijk. Je weet vast wel wat ik bedoel.

Xenia: Oké, misschien is jouw niet-weten geen truc, maar het blijft een raar verhaal. Ik kan me er totaal niet in vinden.

Eenvoudig worden

Hans: In welk verhaal kun jij je vinden?

Xenia: Zen, dus. Bij ons verwijst niet-weten naar een onkenbaar en onnoembaar Principe voorbij de woorden. De Geest. Het Zelf. De Tao. De Boeddhanatuur. De Leegte. Het Niets.

Hans: O jee, een principe.

Xenia: Het Principe kan niet gekend worden. Zen is een simpel en deemoedig leven vanuit dit Ene.

Hans: O God, het ene.

Xenia: In een interview met Erna Heijligers zegt zenleraar Maarten Houtman:

"Het is een kunst om echt eenvoudig te worden. Daar moet je je dagelijks in oefenen. Het begint al 's ochtends als je wakker wordt, dat je eigenlijk kans moet zien om niks te zijn. Helaas lukt mij dat niet altijd."

En even verderop:

"Waar het om gaat is dat je een balans vindt tussen het Grote Mysterie en je dagelijks leven. Vaak is er die aandacht niet waarin dat Andere mee kan spelen. Dat is spijtig, maar zo is het gewoon. Ik zeg ook altijd tegen mijn leerlingen: 'Jullie denken misschien dat het bij mij anders is, maar ik ben een gewone sterveling en heel gelukkig als die twee gelijktijdig aanwezig zijn.'"

(Bron: 'Het Verhaal is nog niet uit' in De Tao van Zen; Feestschrift bij Maarten's 90e verjaardag.)

Eenvoudig worden, een balans vinden tussen het Grote Mysterie en je dagelijks leven, dat is mijns inziens waar het op aankomt. En ruiterlijk erkennen dat die aandacht er vaak niet is, waardoor het dagelijks leven steeds weer aan het langste eind trekt. Durf jij dat?

Hans: Mijn aandacht is de mijne niet en gaat gewoon zijn gang. Heel mysterieus.

Xenia: En die eenvoud?

Hans: Mijn denken is zo eenvoudig als wat. Dat komt eenvoudigweg doordat ik het allemaal niet meer weet, niet doordat ik zo eenvoudig als wat probeer te zijn.

Xenia: Eenvoud is eenvoud.

Hans: Een woord is een woord maar jouw betekenis is de mijne niet.

Xenia: Wat is het verschil?

Hans: Voor mij is eenvoud geen ideaal om na te streven. Geen maatstaf om mijn spirituele vooruitgang aan af te meten.

Xenia: Waarom zou je ingewikkeld doen als het eenvoudig kan?

Hans: Omdat je geen keus hebt? Ik weet niet of het je weleens opgevallen is, maar zelfs de gewoonste zaken zijn ontstellend complex. Een ei. Een kip. Een keel. Ademen. Zitten. Lopen.

Een blik. Een woord. Een aanraking. Een boom. Een kachel. Een virus. Je wil niet weten hoe ingewikkeld die dingen zijn, wat er allemaal bij komt kijken.

En ik zou verdomd niet weten waarom je al "als je wakker wordt kans moet zien om niks te zijn." Ingewikkeld gedoe. Dat moet wel mislukken, lijkt mij, en dat blijkt. Maarten kon het niet en jij kan het niet.

Xenia: Hoe doe jij dat dan?

Hans: Zelf sta ik 's ochtends gewoon op. Heel eenvoudig. Kan ik je aanraden. Is nog nooit misgegaan.

Boeddhisten zijn revolutionairen

Xenia: Zo kom je er niet.

Hans: Ik hoef nergens heen.

Xenia: Zen is een levenslange praktijk.

Hans: Dat heb ik nooit begrepen.

Xenia: Wat niet?

Hans: Waarom zen een levenslange praktijk zou moeten zijn. Dat krampachtige streven naar ontspanning, eenvoud, spontaniteit, authenticiteit, deugdzaamheid, openheid. Naar metta, karuna, mudita, upeksha.

Xenia: Wat een negatieve voorstelling van zaken, zeg.

Hans: Negativiteit maakt deel uit van de dharma. 'Leven is lijden', heet het volgens de eerste Edele Waarheid. Daarmee is de toon gezet.

Xenia: De eerste Edele Waarheid is er één van vier. De vier Edele Waarheden vormen maar een fractie van de leer.

Hans: Hoeveel ze ook leren, boeddhisten zijn nooit tevreden. Van de eerste eeuwige beginner tot de laatste dalai lama. Ik ken geen enkele uitzondering. Alles en iedereen moet anders. Jijzelf bijvoorbeeld, ben je tevreden met je leven? Eerlijk zeggen.

Xenia: Nee.

Hans: Ken jij een tevreden boeddhist? Eerlijk zeggen.

Xenia: Nee.

Hans: Boeddhisten zijn voertuigen van onvrede. Utopisten en revolutionairen. Zelfverbeteraars en wereldverbeteraars. Het is gewoon nooit goed.

Xenia: Mahayana, het grote voertuig.

Hans: Alleen is er volgens datzelfde mahayana geen zelf om te bevrijden, geen geest om te temmen, geen wezen om te verlossen, geen wereld om te verbeteren. Alles ontstaat, bestaat en vergaat alles afhankelijk van al het andere. Zelfs de leer.

Xenia: Ja, dat is wel een beetje tegenstrijdig.

Volgende keer beter

Hans: Boeddhisten streven het onmogelijke na en sporen anderen aan het onmogelijke na te streven. Op hun kussentje en in hun engagement. Hoe zou dat niet tot chronische onvrede kunnen lijden?

Xenia: Het onmogelijke?

Hans: Onbeweeglijk zitten met je aandacht eenpuntig op je ademhaling gericht, om na iedere sessie vast te moeten stellen dat het je weer niet gelukt is. Volgende keer beter.

Onoplosbare raadsels oplossen, om bij iedere daisan vast te moeten stellen dat je er weer naast zit. Volgende keer beter.

De Grote Weg gaan zonder enige verwachting, om na iedere oefening vast te moeten stellen dat je nog steeds op verlichting hoopt. Volgende keer beter.

Spontaan proberen te zijn en telkens weer moeten vaststellen dat je spontaniteit gespeeld is. Volgende keer beter.

Authentiek proberen te zijn en telkens weer moeten vaststellen dat je authenticiteit gewild is. Volgende keer beter.

Alles met volle aandacht willen doen, en steeds weer afgeleid raken. Volgende keer beter.

Iedere ochtend je beloften bevestigen, om 's avonds toe te moeten geven dat je ze alweer gebroken hebt. Volgende keer beter.

Alle voelende wezens willen bevrijden terwijl je jezelf nog geen minuut kan redden. Volgende keer beter.

Er is altijd een volgende keer, menen ze. Het kan altijd beter, geloven ze. Daarom hebben boeddhisten levens lang.

Xenia: Misschien is het ons daar wel om te doen. Uit angst voor de leegte van een voortijdig voltooid leven.

Hans: Nou, mijn leven is al vijftien jaar voortijdig voltooid. Eenvoudiger wordt het niet.

De balans tussen het Grote Mysterie en het dagelijks leven

Xenia: Heb jij de balans bereikt tussen het Grote Mysterie en het dagelijks leven waar Maarten Houtman naar verwijst?

Hans: Als je het dagelijks leven zoekt vind je een mysterie, als je het mysterie zoekt vind je het dagelijks leven. Wat valt er te bereiken?

Xenia: Voor jou is er geen verschil tussen het dagelijks leven en het Grote Mysterie?

Hans: Voor mij is er geen dagelijks leven en geen Groot Mysterie. Daarmee stort het hele denksysteem in waarbinnen het zogenaamd gewone en het zogenaamde Andere als afzonderlijke entiteiten verschijnen, uit balans raken en weer in balans moeten worden gebracht.

Xenia: Zonder entiteiten geen balanceeract.

Hans: Dat is pas balans.

Xenia: Bedoel je dat het gewone en het Andere in werkelijkheid leeg zijn?

Hans: Misschien zijn ze reëel, misschien zijn ze illusoir, misschien zijn ze leeg, misschien vormen ze een ondeelbaar geheel of een eenheid of de keerzijden van een munt, misschien zijn het allemaal maar woorden, hoe stel je zoiets vast?

Xenia: Ik heb geen idee.

Hans: Nou, ik ook niet. Vandaar dat "die aandacht ... waarin dat Andere mee kan spelen" op mij gezocht overkomt. Een trucje, zou jij zeggen. Gedoemd om te mislukken, want "vaak is er die aandacht niet", geeft Maarten zelf toe. Zelfs niet na een zenpraktijk van een halve eeuw, en wie kan daarop bogen.

Zen als niet-weten

Xenia: Begrijp ik het goed dat zen voor jou een truc is?

Hans: Dat begrijp je verkeerd. Zen is voor mij niet-weten. Ruiterlijk erkennen dat je het niet weet in plaats van doen alsof je het doorhebt. Juist geen truc dus. Tenzij je doet alsof je niet weet.

Xenia: Zen heeft voor jou niets te maken met eenvoud, balans, spontaniteit, authenticiteit, volmaaktheid, aandachtigheid en overgave?

Hans: Niet als ideaal.

Xenia: Heb jij iets tegen idealen?

Hans: Dat zou het volgende ideaal zijn.

Xenia: Maar voor jou hoeft het niet.

Hans: Ik weet alleen maar niet.

Xenia: En dat kun je iedereen aanraden.

Hans: Ik kan niemand iets aan- of afraden. Anders dan Houtman snap ik er geen hout van.

Xenia: Wou jij de nestor van de Nederlandse zenbeweging naar de kroon steken?

Hans: Dat ik voor eeuwig in Zijn Schaduw mag staan.

Xenia: Als iemand die wel zijn aandacht op het Grote Mysterie gericht weet te houden?

Hans: Ik zit er middenin, wat valt er te richten?

Xenia: Je bent het Zelf.

Hans: Ook mezelf snap ik niet, als je dat bedoelt. Over het zelf heb ik niets te melden.

Xenia: Jijzelf bent het Grote Mysterie, bedoel ik.

Hans: Ik heb geen idee wat ik ben, of hoe groot.

Xenia: Geen mysticus, zo te horen.

Hans: Je zegt het maar.

Xenia: En zeker geen mystagoog.

Hans: Niet-weten is geen onderricht.

Xenia: Ik geloof tenminste niet dat ik je begrijp.

Hans: Eenvoudiger kan ik het niet maken.

Xenia: Toch bedankt.

Hans: Volgende keer beter.

83. Haiku op haiku: tussen waarover en waarom

Een horen is kort,
een horen lang, waarover
zou die slak denken?

(Buson)

Een horen is kort
of hij is lang, dus waarom
zou een slak denken.

(Hans)

Roze slak met hersenen op zijn rug in plaats van een huisje.
^ Dus waarom zou een slak denken.

84. Haiku op haiku: tussen horens en haren

Waarom ter wereld
hebben ze groene rupsen
horens gegeven?

(Buson)

Waarom ter wereld
zouden ze groene rupsen
geen horens geven?

(Hans)

Waarom ter wereld
hebben ze alle mensen
haren gegeven?

(Hans)

85. Haiku op haiku: tussen mensen en woorden

Waarom ter wereld
hebben ze alle mensen
woorden gegeven?

(Meester Enso)

Waarom ter wereld
hebben ze alle woorden
mensen gegeven?

(Meester Zero)

86. Only giving, is dat zen?

Eerste van zeven zenbarbarismen.

Meester: Wat is zen volgens jou?

Leerling: Only giving!

Meester: Geeft niets.

Leerling: Wat is zen volgens u?

Meester: Te denken geven.

87. Only doing, is dat zen?

Tweede van zeven zenbarbarismen.

Meester: Wat is zen volgens jou?

Leerling: Only doing!

Meester: Je doet maar.

Leerling: Wat is zen volgens u?

Meester: Maar wat doen.

88. Only sitting, is dat zen?

Derde van zeven zenbarbarismen.

Meester: Wat is zen volgens jou?

Leerling: Only sitting!

Meester: Couch potato.

Leerling: Wat is zen volgens u?

Meester: In beweging blijven.

89. Only don't know, is dat zen?

Vierde van zeven zenbarbarismen.

Meester: Wat is zen volgens jou?

Leerling: Only don't know!

Meester: Zeker weten?

Leerling: Wat is zen volgens u?

Meester: Geen idee.

90. Crazy wisdom, is dat zen?

Vijfde van zeven zenbarbarismen.

Meester: Wat is zen volgens jou?

Leerling: Crazy wisdom!

Meester: Idioot.

Leerling: Wat is zen volgens u?

Meester: Gekkenwerk.

91. Only kidding, dat is zen!

Zesde van zeven zenbarbarismen.

Leerling: Wat is zen volgens jou?

Meester: Only kidding.

Leerling: No kidding?

Meester: Just kidding.

92. Only talking, is dat zen?

Laatste van zeven zenbarbarismen.

'Helemaal mee eens wat jij over het denken zegt, Hans.'

'Ik neem alles terug.'

'Wij boeddhisten zeggen het zo: elke gedachte is leeg, zelfloos, voorbijgaand, ontstaan in afhankelijkheid.'

'Hallo.'

'Je verwelkomt een gedachte en neemt meteen weer afscheid.'

'Te beginnen met deze.'

'Say hello, say goodbye.'

'Toe dan.'

'Want elke gedachte is leeg, zelfloos, voorbijgaand, ontstaan in afhankelijkheid.'

'Goodbye.'

93. De dubbelzennigheid van het zelfboeddhisme

Goede wijn behoeft geen kruis.

Volgens boeddhisten heeft niets of niemand een eigen wezen, zelf, ziel of essentie, ook de mens niet. Anatman, noemen ze dat in het Sanskriet. Hoe de illusie van het ik tot stand komt wordt uitgelegd in de leer van de aggregaten of skandha's.

De aggregatenleer wringt een beetje, de Indiase hokjesgeest heeft of had een andere indeling dan de westerse, maar de bedoeling is wel duidelijk. Daarom vind ik het zo raar dat zoveel mahayanaboeddhisten, ook degenen die het dogma van anatman volledig onderschrijven, toch een typisch preboeddhistisch, dat wil zeggen oudhindoeïstisch antwoord geven op de vraag wie ze nu echt zijn.

Inderdaad identificeren zij zich niet langer met hun ik, ego, persoon of ziel. Maar ze blijven zich identificeren, zonder enige terughoudendheid, nu weer met wat ze bescheiden het Ware Zelf noemen, de Oorspronkelijke Geest, Atman, Brahman, Big Mind, de of het Onuitsprekelijke. Ze hebben gewoon de ene identiteit ingeruild voor de andere, een kleine voor een grote, een lage voor een hoge, een minderwaardige voor een superieure; een oud zelfbeeld voor een ouder.

Het resultaat is een inconsistente mengleer, laten we hem in lijn met de Indiase tradities een onuitsprekelijke mengnaam geven: hinboeddhisme, hinddhoedisme, boeddhoeïsme. Je kan ook zelfboeddhisme, brahmanboeddhisme of boeddhamystiek zeggen. Het maakt niet uit hoe je hem noemt, zolang de postgautamische dubbelzennigheid maar eenpuntig tot uitdrukking komt.

Dit dubbelisme, dat alleen mogelijk is bij organismen met twee zelfstandige hersenhelften of twee separate halfzielen, maakt onderscheid tussen het relatieve, dat door en door zelfloos is, en het absolute, dat door en door Zelvig is. EénZelvig, om precies te zijn, ongeboren, onvergankelijk, onveranderlijk en alomvattend.

Vanwege zijn grenzeloosheid kan het absolute als zelf van al het zelfloze dienen, als weeshuis voor alle wezenlozen, als thuishaven voor alle ontzielde, ontmande en ontpitte christenboeddhisten, voor wie het leven nu eenmaal onverdraaglijk is zonder almachtige vader, ongeschapen schipper, ongeleide herder, onbewogen beweger of uitgedoofde dover desnoods. Eens een essentialist, altijd een essentialist.

Het idee van een alomtegenwoordigheid is ook voor westerlingen oud nieuws. Neoplatonisme heet deze zienswijze, die teruggaat op de ideeënleer van Plato en de zijnsleer van Parmenides, twee tijdgenoten van de Boeddha.

De neoplatonische mystiek – alles heilig en niets leeg – vierde hoogtij in de middeleeuwen. Ze zou Meister Eckhart in het gat van de godheid drijven, de godheid in het gat van Meister Eckhart en beiden in de behaarde handen van de Inquisitie, een van de honderd namen van God.

Zen, noemen de Franciscanen, de Benedictijnen en de Clarissen nu het bloed van Christus, en het smaakt weer opperbest. Goede wijn behoeft geen kruis.

Wat er over het neoplatonisme kan worden gezegd en ontkend is al in de vijfde eeuw na Christus gezegd en ontkend, nog voor Bodhidharma – alles leeg en niets heilig – in China arriveerde, dus die moeite kan ik me besparen.

Ik wens iedere neoplatonische zenboeddhist een goede tijdreis.

94. Kimono en rakusu – de nieuwe kleren van het seminarie

Tussen het nare zelf en het ware zelf; het heen en weer van oosterse en westerse ontsnappingskunstenaars.

Waarde Arie,

Met stijgende verbazing heb ik je laatste werk gelezen. Je zingt weer als een koanarie.

Inspireren, dat is jou wel toevertrouwd. Zelf ben ik meer van het expireren. Tenslotte moet er ook een keer uitgeademd worden, vraag maar aan Cheyne-Stokes.

Bij het lezen van je woorden voorbij de wijsheid trof mij opnieuw de ver bluffende overeenkomst tussen de christelijke obsessie met goed en kwaad, gepersonifieerd als de eeuwige strijd tussen de duivel en God, en de boeddhistische obsessie met goed en kwaad, gepersonifieerd als de eeuwige strijd tussen het ego en het Zelf. Oude wijn in nieuwe zakken, wat is dat met die oude zakken?

Wat kwam eerder, de koe of de wei? De soutane of de pij? Het Zelf of het Gij? Wijzen verschillende namen naar dezelfde maan of verschillende manen naar dezelfde naam?

Over hemellichamen kan ik niet oordelen, ik ben geen licht, maar op vingers kun je rekenen. In welke van de tien richtingen ook, als ze maar kunnen wijzen.

Waarom hangt er nog steeds zo'n priestersfeertje om het boeddhisme van de lage landen? De Heilige Maagd Maria heeft zich extra armen laten aanmeten en heet nu Kannon, wat zegt een naam. Ik snap het wel, je moet met je tijd meegaan, zeker als die vóór je eigen jaartelling is begonnen.

Kimono en rakusu: de nieuwe kleren van het seminarie. Traditie, trend of bombarie? Zelf sta ik altijd in mijn hemd, dan weten de mensen meteen wat ze aan me hebben. Nu ik nog.


^ Hans in zijn hemd.

Niets weet ik meer uit elkaar te houden, wat een sof. Wat is geest en wat is stof? Wat is kras en wat is plaat? Wat is goed en wat is kwaad?

Voor wie per se in dit soort termen wil denken: ik heb god op mijn ene schouder zitten en de duivel op mijn andere. Beiden hebben horens en ze schreeuwen in mijn oren, even diep in de penarie.

Ook het verschil tussen het vermaledijde ego en het gebenedijde Zelf heeft zich niet aan mij geopenbarie. Hoe zou het ene dan mijn ware gezicht kunnen zijn en het andere niet?

Wat mijn wijze hart betreft, dat geeft al net zoveel richting als mijn dwaze mind. Kompassen op de magnetische polen, draaiend als een derwisj; nooit komen ze tot stilstand.

Dat ook andermans hart weleens doorslaat blijkt uit de groeiende lijst gevallen boeddha's. Missie of transmissie, het hart klopt overal. Ook in de Geest. Ook in de Tong. Ook in het Kruis. Ook in de Moordkuil. En echt niet alleen bij het graven. Het kropt en het weegt en het juicht.

Begrijp me niet of niet verkeerd, van mij wordt niemand nog geleerd. De Grote Weg van Hans van Dam:

Vallen, vallen, almaar vallen.
Vallen tot je niet meer opstaat.
Vallen tot er niets meer klopt.
Niets meer, van geen enkel Woord.
Niemand meer aan niemands Poort.

Benenwagen of Ferrari, 'k hou van jou, mijn waarde Arie. Leve heel de lariefarie,

Tegengroet van Jan Contrarie

Woordenlijstje

Hemd: priestergewaad van de agnost.

Benenwagen: voertuig van de agnost.

Agnost: iemand die in zijn hemd staat en de benenwagen neemt.

95. Wat is kinhin? Gevaren op de Weg

Kinhinmonniken waarvan de voorste op het punt staat over een bananenschil uit te glijden.

96. Waarom ik geen gouden rakusu draag

En wel de witte band van niet-weten.

Mijn eerste kimono

Klederdracht en haardracht zijn van alle tijden en plaatsen. Cultuur is carnaval, een eindeloze verkleedpartij. Kijk mij, hoeveel veren heb jij? Aan zijn outfit ken je de insider.

Soutanes en catsuits. Kostuums en mantelpakjes. Kousen en lederhosen. Tocks en push-upbeha's. Mijters en keppeltjes. Geelhoeden en roodhoeden. Paardenstaarten en tonsuren. Hanenkammen en poederpruiken. Het is ongelofelijk wat mensen allemaal bedenken om erbij te horen, om zich te onderscheiden of waarom dan ook.

Mijn eerste kimono kreeg ik van mijn Japanse kamergenoot toen ik zestien was, een donkerblauwe. Te lange slungel in een te korte jurk. Ik voelde me een hele samoerai, wat zag ik eruit.

Op mijn zeventiende kreeg ik verkering met een Japans meisje. Ondanks mijn kimono. Jaren later zocht ik haar op in Tokio en trok ik bij haar in.

Mijn eerste druipers

Het meisje heb ik nooit leren kennen, al dacht ik eerst van wel. Ze zat vol geheimen, mijn druipers zijn altijd onverklaard gebleven. Hij zat vol geheimen, zijn druipers zijn altijd onverklaard gebleven, zal zij misschien zeggen. Rashomon. Mezelf heb ik nooit leren kennen, ik leer alleen maar af.

Japans heb ik nooit leren spreken. Konnichiwa, ogenki desu ka? Kanji, hiragana, katakana, ik heb ze nooit leren lezen. Alleen met glimlachen deed ik voor niemand onder.

Ook zen en aikido gaven hun geheimen niet prijs. De eerste was te statisch voor me, de tweede te dynamisch. Alleen met blessures deed ik voor niemand onder.

Een gouden rakusu was voor mij niet weggelegd, of wat voor rakusu ook. Tot een zwarte band heb ik het niet geschopt, of tot welke kleur ook. Het bleef bij een eerste kennismaking.

Met Lucienne maak ik nu al 32 jaar kennis, met mezelf 64. Verder dan een eerste kennismaking ben ik nooit gekomen in mijn leven, met niets en niemand.

Mijn enige witte band

Wat ik ook doe, de witte band is voor mij het hoogst haalbare. De witte band van niet-weten. Die kreeg ik uitgereikt bij mijn geboorte. Kort daarop is hij zoekgeraakt en ik heb hem pas een halve eeuw later teruggevonden in een schoenendoos, samen met een blonde haarlok en een piepklein geboortekaartje.

Eerst dacht ik nog dat het mijn navelstreng was, en misschien was het dat wel. Het kan ook de jouwe zijn, kom gerust kijken als je hem kwijt bent, misschien herkent hij je nog.

Ik zou het betreuren als de folklore uit de tradities zou verdwijnen, waar moeten we anders om lachen. Ik zou het betreuren als het bespotten van de folklore uit de tradities zou verdwijnen, waar moeten we anders schande van spreken.

Kanzeon verkies ik niet boven Maria, het boeddhabeeld niet boven het kruisbeeld, dana niet boven tienden, de kimono niet boven de soutane. Wat maakt het uit, vorm is leegte, zeker religieuze.

Ik heb geen moeite met beeldenvereerders, niet met beeldenbestormers, niet met mensen die moeite hebben met mensen die daar geen moeite mee hebben enzovoort.

Zelf heb ik genoeg aan de witte band van niet-weten. Ook hierin wil ik geen voorbeeld zijn.

97. De Koreaanse zenmeester Seung Sahn als Zeeuws meisje

Polderspiritualiteit uit het verre westen.

Alle wijsheid komt uit het oosten, menen wij waterlanders. Daarom dossen we ons graag uit als Aziatische zenpriesters.

In Azië zien ze dat anders. 'Alle wijsheid komt uit het westen', zeggen ze daar.

De Nederlandse polderspiritualiteit mag zich er al eeuwen in grote populariteit verheugen. Hieronder zien we de bekende Koreaanse polderspiritueel Seung Sahn Soen Sa Nim. Hij draagt een Zeeuwse mutsentooi bestaande uit een wijde kap over een nauwsluitende ondermuts.

De naar buiten gekeerde kap symboliseert het handelen, de naar binnen gekeerde ondermuts de overweging. Samen doen ze denken aan het adagium 'Eerst denken, dan doen'.

Het ijzerwerk van de mutsentooi bestaat uit een beugel met oorijzers. De gouden vierkanten (stikken) zijn draaibaar en kantelbaar. Ze zetten aan tot zelfbeschouwing en bespiegeling, bij de kijker en bij de drager, afhankelijk van de stand.

Voor ons is het misschien even wennen, zo'n allochtoon in klederdracht, maar dat zal omgekeerd niet minder zijn.


^ De Koreaanse zenboeddhist Seung Sahn in Hollandse klederdracht, kort na zijn transmissie in de eeuwenoude traditie van de polderspiritualiteit.

98. Zen is geen verkleedpartij

De naakte waarheid.

'Wat is zen?'

'Fetisjisme.'

'Wat is niet-weten?'

'Nudisme.'

99. De rakusu van zenmeester Jezus

Jezus aan het kruis met een rakusu in plaats van een lendendoek.
^ De rakusu van zenmeester Jezus.

(Zenmeester Jezus is de titel van een boek van Jos Stollman.)

100. Dick Verstegen en de teloorgang van anatman

Die rare piemel, wie bedenkt zoiets?

Kaartje van God

"Als je maar diep genoeg graaft vind je uiteindelijk de ader die onder alles door stroomt."

Deze zin trof ik ooit aan in een boek over de Eeuwige Wijsheid, met hoofdletters.

Er zijn een heleboel boeken over Eeuwige Wijsheid of zoiets, met een heleboel van dit soort zinnen erin, en ze komen allemaal op hetzelfde neer. Vraag niet waarop, want dan krijg je nog veel meer van dit soort zinnen. De laatste is altijd 'de Waarheid is voorbij de woorden' of zoiets.

Neem nou de column Kaartje van God van ietsist en cryptochristen Dick Butsugen Verstegen, oud-leerling van Rients Rakusu Ritskes en leerling van Nico Tenko Tydeman.

In deze tekst van amper vijfhonderd woorden wemelt het van uitdrukkingen als het Absolute, Liefde, Leegte, het Ongeborene, Eenheid, de Bron van alle Zijn, Tao, God, het Universele Principe, het mysterie van dit bestaan, het non-duale, het ondoorgrondelijke, en doe er ook nog maar wat wu wei en niet-weten bij.

'God is niet dood', beweert Dick; 'het instituut dat het besef van het goddelijke [...] in de weg staat misschien wel.' Dat je het even weet.

Bloei

In een andere column, Bloei, schrijft Verstegen:

"Met dat pilsje voor mijn neus valt mijn oog plotseling op het wiegen van de takken en hoor ik het ruisen van de bladeren. En opeens voel ik; hier gebeurt waar het allemaal om draait. Overal is dat het geval, maar nu, hier, ervaar ik het. Hier manifesteert zich de onuitputtelijke energie van de Wezer, waar ik zelf deel aan heb."

En:

"Hoe ook je situatie is, de boeddhanatuur, de ware natuur, de 'wezernatuur', is er altijd, in alles om je heen en je bent dat zelf ook."

Zo komt God, doodverklaard door Nietzsche en heengezonden door de westpoort, via de oostpoort als bierdrinkende zenmysticus de kerk weer binnengeslopen.

Dat gewone mensen zonder meer geloven wat ze allemaal voelen en denken is te begrijpen, noem het samsara, noem het nirwana. Dat boeddhisten na jarenlange training in mindfulness nog steeds alles omarmen wat hun mind hen voortovert, vind ik onthutsend.

En geen spoor van twijfel, hè. Blind vertrouwen in zijn boeddha-oog (butsugen): 'Opeens voel ik; hier gebeurt waar het allemaal om draait. Hier manifesteert zich de onuitputtelijke energie van de Wezer.'

Hoed je voor de piekervaring, voor je het weet ben je verkocht. Voor je het weet verkoop je het aan anderen. En voor je het weet hang je als laatste blad aan de laagste tak van de hoogste bodhiboom, noem het transmissie, noem het transcendentie.

Bierglas met alleen maar schuim.
^ Hier manifesteert zich de onuitputtelijke energie van de Wezer. Proost.

Rare piemel

Misschien denk je nu dat ik tegen mystiek ben, maar dan heb je het mis.

Dat er een Wezer bestaat waarvan de onuitputtelijke energie zich manifesteert in het wichelen van de woorden, in het wiegelen van de takken, in het bubbelen van het bier of het brein, kan ik niet bevestigen maar ook niet ontkennen.

Ik heb geen enkel bezwaar tegen welke vorm van mystiek ook, al is er geen enkele vorm die ik persoonlijk onderschrijf. Ja toch, de lege.

In lijn met het axioma van anatman en tegengesteld aan de Wezer van Waaijman is mijn eigen mystiek wezenloos en wezerloos, weerloos en weteloos.

Voor mij betekent mystiek gewoon geheimzinnig, zonder nadere duiding. En als ik erbij stilsta vind ik alles even geheimzinnig. Nooit hoef ik eerst een Wezer te ontwaren, te vermoeden of te projecteren voor ik me kan verbazen. Liever niet, dat leidt maar af.

Het is één ding om een beker wijn achterover te slaan, iets heel anders om het bloed van Christus te drinken. Behalve voor priesters.

Het is één ding om je te verwonderen over de wind in de takken, iets heel anders om je te verwonderen over de onuitputtelijke energie van de Wezer. Behalve voor mystici.

Zelf heb ik niet eens een Wezer nodig om me te kunnen verbazen over het vermogen van mijn medemens om telkens weer zo'n Wezer uit z'n hoge hoofd te toveren. In tijden van nood en in tijden van overdaad, in schuilkelders en op terrasjes, in de schepping, als de schepping of als de schepper – niemand verschijnt vaker aan de medemens dan de Wezer, of het moest de medemens wezen.

Zo heb ik ook geen Wezer nodig om me te kunnen verbazen over mijn vermogen om me te verbazen, misschien omdat het groter lijkt dan gemiddeld. Of over mijn onvermogen om dingen gewoon te blijven vinden, misschien omdat het kleiner lijkt dan gemiddeld.

Terwijl ik evengoed, en dat is pas echt verbazingwekkend, de hele dag bijna alles voor lief loop te nemen. De grond onder mijn voeten. De voeten onder mijn benen. De benen onder mijn heupen. En natuurlijk die rare piemel, de Bron van alle Zijn. Ik bedoel, wie bedenkt zoiets?

Afbeelding: rare piemel. Bijschrift: De Bron van alle Zijn.

101. Jezus redt! Allah redt! Boeddha redt!

Drie Blijde Boodschappen.

Christen: Zoek niet verder, Jezus redt!

Moslim: Zoek niet verder, Allah redt!

Boeddhist: Zoek niet verder, Boeddha redt!

Christen: Boeddha was in zijn hart een christen, Jezus redt!

Moslim: Jezus was in zijn hart een profeet, Allah redt!

Boeddhist: Mohammed was in zijn hart een bodhisattva, Boeddha redt!

Christen: Zoek niet verder, Jezus redt!

Moslim: Zoek niet verder, Allah redt!

Boeddhist: Zoek niet verder, Boeddha redt!

102. Boeddhisme is geen geloof maar alle boeddhisten zijn gelovig

Vierenveertig boeddhistische geloofsartikelen.

Meester Zero zegt:

Boeddhisme is geen geloof.

Toch zijn alle boeddhisten gelovig.

Ze geloven in het boeddhisme.

Ze geloven in de Boeddha.

Ze geloven in de dharma.

Ze geloven in de sangha.

Ze geloven in samsara.

Ze geloven in nirwana.

Ze geloven in verlichting.

Ze geloven in het absolute.

Ze geloven in de boeddhanatuur.

Ze geloven in het einde van het lijden.

Ze geloven in het achtvoudige pad.

Ze geloven in maakbaarheid.

Ze geloven in zelfverheffing.

Ze geloven in onthechting.

Ze geloven in de vrije wil.

Ze geloven in perfectie.

Ze geloven in geloften.

Ze geloven in het zelf.

Ze geloven in niet-zelf.

Ze geloven in de leegte.

Ze geloven in wedergeboorte.

Ze geloven in onsterfelijkheid.

Ze geloven in afhankelijk ontstaan.

Ze geloven in gebedsmolens.

Ze geloven in vlaggetjes.

Ze geloven in titels.

Ze geloven in de lineage.

Ze geloven in transmissie.

Ze geloven in transcendentie.

Ze geloven in beelden.

Ze geloven in tempels.

Ze geloven in karma.

Ze geloven in dana.

Ze geloven in metta.

Ze geloven in karuna.

Ze geloven in mudita.

Ze geloven in upeksha.

Ze geloven in mediteren.

Ze geloven in mantra's.

Ze geloven in soetra's.

Ze geloven in sastra's.

Ze geloven in wijsheid.

Ze geloven in gelukzaligheid.

Ze geloven in onverstoorbaarheid.

Alle boeddhisten zijn gelovig.

Boeddhisme is een geloof.

103. Dualisme, hindoeïsme of boeddhisme?

Drie ware selfies.

'Ik ben mezelf!' zegt het dualistisch verstand.

'Ik ben het zelf!' zegt het hindoeïstisch verstand.

'Niets heeft een zelf!' zegt het boeddhistisch verstand.

Want wijsheid is van alle markten thuis.

104. Waarom Boeddha geen boek is en Jeff Shore geen auteur

Die verdomde gemoedsrust ook. Had ik dat Book of Equanimity maar nooit gelezen.

Beste Hans,

Ben jij bekend met het boek Being without Self van de Amerikaanse zenboeddhist Jeff Shore?

Beste Don,

Jazeker, dat is een vroeg werk van Jeff. Sure heeft zichzelf sindsdien keer op keer overtroffen. In het bijzonder kan ik de volgende titels aanbevelen:

Being your Selfie, Being Someone Else's Selfie, Being Someone Else, Being Everybody Else, Selfie without Being, Being without Selflessness, Being Without, Being a Whiteout, Being within Beinglessness en de opvolger daarvan, Non-beinglessness.

Gauw naar de boekenwinkel dus.

Don: Het is Shore, geen Sure. Heb jij iets tegen Jeff Shore of tegen zijn boeken of tegen zenboeken of tegen alle boeken of wat?

Hans: Heb jij Being Without Books van Hans van Dam al gelezen? Ik leg op dit moment de laatste hand aan de Nederlandse vertaling daarvan, Wezen zonder Lezen. Of zal ik het Je Laatste Boek noemen?

Hoe dan ook, je moet het gelezen hebben. Ik bedoel, je moet het op de plank hebben. Ik bedoel, je moet het gekocht hebben. Gauw naar de boekenwinkel dus.

Don: Tegen boeken dus.

Hans: Welnee joh, ik ben nergens voor of tegen. Die verdomde gemoedsrust ook. Had ik het Book of Equanimity maar nooit gelezen. Sindsdien maak ik me nergens meer druk over.

Misschien moet ik een boek over engagement en verbondenheid in nirwana uitgeven, ik denk aan The Passion of Detachment of Interbeing through Internet.

Don: Misschien moet je iets doen met de bodhisattvageloften.

Hans: Nu je het zegt, ik heb ze net afgelegd.

Don: Mooi zo.

Hans: En ik leg net, as we speak, de laatste hand aan mijn getuigenis daarvan, Being without Vows of (als ik mijn uitgever kan overhalen) Vowlessness, de opvolger van Buddha without Nature en Nature as Buddha, binnenkort verkrijgbaar als trilogie in een luxe zuurvrije doos van houtvrij karton inclusief foto, haarlok en, exclusief, een stukje navelstreng van de auteur, zolang de voorraad strekt. Gauw naar de boekenwinkel dus.

Don: Jij hebt anders zelf ook een boek uitgegeven.

Hans: Andermans boek. Gelukkig is het uitverkocht. Lekker thuisblijven dus.

Bibliografie

Boeddha is geen Boek is deel twaalf van de elfdelige serie Boeddha is geen boeddha van Hans van Dam.

Andere titels in deze serie zijn Boeddha is geen Leegte, Boeddha is geen Voorschrift, Boeddha is geen Beeld, Boeddha is geen Sokkel, Boeddha is geen God, Boeddha is geen Heilige, Boeddha is geen Fee, Boeddha is geen Dana, Boeddha is geen Lama, Boeddha is geen Mantra en Boeddha is geen Boeddhist.

Bestel ze allemaal!

Woordenlijstje Engels - Nederlands

shore: kustlijn

sure: zekers

being without self: zonder zelf zijn, wezen zonder zelf, zelfloosheid (selflessness)

being your Selfie: je selfie zijn

being someone else's selfie: andermans selfie zijn

being someone else: iemand anders zijn

being everybody else: iedereen zijn

selfie without being: selfie zonder wezen, selfie zonder zijn

being without selflessness: zonder zelfloosheid zijn, wezen zonder zelfloosheid

being without: wezen zonder, zonder zijn

being a whiteout: blanco zijn

being within beinglessness: wezen in wezenloosheid, zijn in wezenloosheid

non-beinglessness: niet-wezenloosheid, niet-zijnloosheid

being without books: wezen zonder boeken, zonder boeken zijn, boekenloosheid (booklessness)

book of equanimity: boek van gelijkmatigheid

the passion of detachment: de hartstocht van onthechting, passieloosheid (passionlessness)

interbeing through internet: interzijn met internet

as we speak: nu

being without vows: wezen zonder geloften, zonder geloften zijn, gelofteloosheid (vowlessness)

buddha without nature: boeddha zonder natuur

nature as Buddha: de natuur als boeddha

105. De Beppesutta

Voor boeddhawurmen.

Klepperman van Elleven is de erudiete driemondige protagonist van de Beppesutta.

De Beppesutta is de eerste en tot nog toe enige soetra die op muziek is gezet, door niemand minder dan marakunstenaar Richard Wachtmaar.

De Beppesutta vangt aan met de aria:

Klepperman van Elleven
Waar ga je zo laat naar toe
Naar alle geesteskinderen
Van onze Dada Boe

En je zieltje gaat van zap zap zap
En je mondjes gaan van hap hap hap
Klepperman van Elleven
Doe gauw je boekjes toe

Daarna volgt een relaas over de zielenroerselen van Klepperman van Elleven zo lang als de zielenroerselen van Klepperman van Elleven, en dat wil wat zeggen, maar wat, vermengd met alle bekende en onbekende soetra's en shastra's uit alle kalpa's in alle talen, Pali, Sanskriet, Tibetaans, Chinees, Engels, Duits, Frans, Nederlands, Spijkerschrift en JavaScript.

De Beppesutta en de gelijknamige opera hadden moeten eindigen met het lied:

Klepperman van Elleven
Heeft tweeëntwintig Zelleven
Zo groot als stergewelleven
Maar helpen doet het niet

Maar eindigen doet het niet.

Jongen in een korte broek wiens knieën monden zijn.
^ De driemondige Klepperman van Elleven.

106. Haiku op haiku: tussen priester en bel

Zwervende priester
is in de mist verdwenen.
Zijn bel klinkt nog voort.

(Meisetsu)

Ik hoorde hem echt,
priester bellend in de mist,
maar het was een rund.

(Hans)

107. Loeien als een heilige: tussen haiku en haikoe

Vleesgeworden vers,
Dichter zonder woord of daad,
Haikoe in de wei.

108. Zen is wat geen-oog kan zien

Verstand op oneindig, blik op nul.

'Hoe zie jij jezelf?'

'Vroeg de ene blinde aan de andere.'

'Nou?'

'Ik zie mezelf niet.'

'Verwijs je naar datgene wat geen oog kan zien?'

'Ik zie het Zelf niet.'

'Het Absolute, het Kennen, het Numineuze, de Bron, je Essentie, je Oorspronkelijke Gezicht...'

'Doe maar duur.'

'Bedoel je dat je eigenlijk niemand bent?'

'Waar zie je mij voor aan?'

'Volgens de advaita vedanta...'

'Non-dualist.'

'Het Pali woord anatta...'

'Boeddhist.'

'Het begrip wu wei...'

'Taoïst.'

'Het goddelijke in ons...'

'Mysticus.'

'Maar het Ene...'

'Monist.'

'Je kan toch niet ontkennen dat de Wereldwil...'

'Fatalist.'

'Zo blijft er niets over.'

'Nihilist.'

'Dan weet ik het ook niet meer.'

'Dan weet ik het ook niet meer.'

Iemand met lege oogkassen die in de spiegel kijkt.
^ Hoe ik mezelf zie.

109. Haiku op haiku: tussen vergankelijkheid en eeuwigheid

Een blik in de eeuwigheid
ontdek ik in de gevallen blaren
in mijn tuin.

(Kyorai)

Mijn blik op de eeuwigheid
verlies ik in de gevallen blaren
in mijn tuin.

(Hans)

Gevallen ben ik
in de gevallen blaren
in mijn tuin.

(Hans)

110. Jezelf vergeten, het Zelf vergeten, zen vergeten

En alles gaat vanzelf.

Meester: Wat is zen?

Leerling: Jezelf vergeten.

Meester: En dan?

Leerling: Komt het Zelf vanzelf.

Meester: En dan?

Leerling: En dan niets.

Meester: Hm.

Leerling: Wat is zen volgens u?

Meester: Jezelf vergeten.

Leerling: En dan?

Meester: Het Zelf vergeten.

Leerling: En dan?

Meester: Gaat alles vanzelf.

Leerling: Eerst jezelf vergeten, dan het Zelf vergeten en dan gaat alles vanzelf?

Meester: Dat ging het toch al.

Leerling: En dan?

Meester: Zen vergeten.

Leerling: En dan?

Meester: Het vergeten vergeten.

Leerling: En dan?

Meester: Ik zou het ook niet weten.

111. Zen is ontdekken dat je nergens mee voor de dag hoeft te komen

En daar dan mee voor de dag komen.

Leerling: Wat is zen?

Meester: Een ontmaskering.

Leerling: Waarvan?

Meester: Zen.

Leerling: Zen is een ontmaskering van zen?

Meester: En?

Leerling: Ik dacht van jezelf.

Meester: Ook.

Leerling: Waarvan dan nog meer?

Meester: Het zelf.

Leerling: Zen is een ontmaskering van zen, jezelf en het zelf?

Meester: Ook.

Leerling: Waarvan dan nog meer?

Meester: Leegte, afhankelijk ontstaan, de vier edele waarheden, het achtvoudige pad, de Boeddha, de dharma, de sangha...

Leerling: Kortom, van het hele boeddhisme.

Meester: Ook.

Leerling: Waarvan dan nog meer?

Meester: Van al je begrippen, aannames, ideeën en idealen...

Leerling: Kortom, van al je gedachten.

Meester: Deze ook.

Leerling: En wat komt er onder het masker tevoorschijn?

Meester: Wie zegt dat er iets onder tevoorschijn komt?

Leerling: Bedoelt u dat er niets onder tevoorschijn komt?

Meester: Dan had ik dat wel gezegd.

Leerling: Nou, daar kun je mee voor de dag komen.

Meester: Zen is ontdekken dat je nergens mee voor de dag hoeft te komen.

Leerling: En wat gebeurt er dan?

Meester: Niets.

Leerling: Zen is ontdekken dat je er niets gebeurt als je nergens mee voor de dag komt?

Meester: En daar dan mee voor de dag komen.

Gemaskerd figuur met in elke hand nog een masker.
^ Wat zit er onder jouw maskers?

112. Haiku op haiku: tussen spreken en zwijgen

O, dat is, dat is
Geen woord meer! De bloeiende
Yoshinobergen!

(Teishitsu)

O, dat is, dat zijn...
Ach, dat zijn, dat is, dat zijn...
Och, dat is, dat, o...

(Hans)

Mount Fuji met een sneeuwklokje op de top

113. De groeten aan je beeldzelf

Tussen inkeer en afkeer.

Meester: Wat is zen?

Leerling: Inkeren.

Meester: Tot?

Leerling: Je diepste zelf.

Meester: Hm.

Leerling: Wat zou u zeggen?

Meester: Afkeren.

Leerling: Van?

Meester: Je diepste zelfbeeld.

114. Over de engte tussen zelfbeeld en zenbeeld

Waarmee vereenzelvig jij je?

Meester: Wat is zen?

Leerling: Afkeren van je diepste zelfbeeld.

Meester: Hm.

Leerling: Wat zou u zeggen?

Meester: Afkeren van je diepste zenbeeld.

115. Zen is hm

Het duurt alleen even voor je het door hebt.

Meester: Wat is zen?

Leerling: Het zelf zijn!

Meester: Hm.

Jaren later

Meester: Wat is zen?

Leerling: Jezelf zijn!

Meester: Hm.

Jaren later

Meester: Wat is zen?

Leerling: Zonder zelf zijn!

Meester: Hm.

Jaren later

Meester: Wat is zen?

Leerling: Zonder zelfloosheid zijn!

Meester: Hm.

Jaren later

Meester: Wat is zen?

Leerling: Vanzelf zijn!

Meester: Hm.

Jaren later

Meester: Wat is zen?

Leerling: Hm.

Meester: Hm.

116. Heridentificatie als heilsweg: de ware voeten van Hein Stufkens

Afsluiten voor je begint.

Beste Hans,

Ken jij de filosoof en zenboeddhist Hein Stufkens? Eens woonde ik een lezing van hem bij over de vraag 'Wie ben ik?' Hij sloot af met de wens dat iedereen de liefde, de vrijheid en de ruimte mag ervaren die loskomt als je ophoudt je te identificeren met jezelf en begint je te identificeren met het wezenlijk onnoembare waarvan je een gezicht, de handen en de voeten bent. Die zin is mij altijd bijgebleven. Prachtig, vind je niet?

Beste Lieke,

Dan sluit ik af met de wens dat jij de liefde, de vrijheid en de ruimte mag ervaren die loskomt als je ophoudt je te identificeren met het wezenlijk onnoembare waarvan je een gezicht, de handen en de voeten zou zijn.

Lieke: Niet identificeren met je ik, niet identificeren met het wezenlijk onnoembare, wou je zeggen.

Hans: Welk ik? Welk wezenlijk onnoembare?

Lieke: Volgens mij verwijst meneer Stufkens naar ons ware Zelf. Dat waarin alles verschijnt en verdwijnt.

Hans: Waaronder ons ware Zelf, neem ik aan?

Lieke: Pardon?

Hans: Je hoeft je niet te verontschuldigen, hoor.

Lieke: Verwijs je nu naar de doctrine van anatman, niet-zelf?

Hans: Dan sluit ik af met de wens dat je de liefde, de vrijheid en de ruimte mag ervaren die loskomt als je ophoudt je te identificeren met anatman.

Lieke: Niet-identificeren is het devies.

Hans: Dan sluit ik af met de wens dat je de liefde, de vrijheid en de ruimte mag ervaren die loskomt als je ophoudt je te identificeren met niet-identificeren.

Lieke: Ik heb nog een lange weg te gaan, geloof ik.

Hans: Dan sluit ik af met de wens dat je de liefde, de vrijheid en de ruimte mag ervaren die loskomt als je ophoudt te denken dat je nog verder moet.

Lieke: Bedoel je dat er niets te bereiken valt omdat we er al zijn?

Hans: Dan sluit ik af met de wens dat je de liefde, de vrijheid en de ruimte mag ervaren die loskomt als je ophoudt te denken dat er niets te bereiken valt omdat we er al zijn.

Lieke: Bedoel je soms dat ik moet ophouden van alles te denken?

Hans: Dan sluit ik af met de wens dat je de liefde, de vrijheid en de ruimte mag ervaren die loskomt als je ophoudt te denken dat je moet ophouden van alles te denken.

Lieke: Bedoel je dat ik moet ophouden te geloven wat ik denk?

Hans: Dan sluit ik af met de wens dat je de liefde, de vrijheid en de ruimte mag ervaren die loskomt als je ophoudt te denken dat je moet ophouden te geloven wat je denkt.

Lieke: Dan weet ik het ook niet meer.

Hans: Ik help het je wensen.

Gezicht van Hein Stufkens met een diadeem van tenen en een baard van vingers.
^ Het wezenlijk onnoembare waarvan Hein Stufkens een gezicht, de handen en de voeten is.

117. Hoe ruim is jouw zelfbeeld?

Grootheidswaan is nietsgedaan.

'Waaraan herken je een boeddha?'

'Aan zijn zelfbeeld.'

'Hoe dan?'

'Er komt geen eind aan.'

118. Effe het Zelf bellen: voice dialogue als belweg naar realisatie

'Moshi moshi, mag ik mijn roshi?'

Wat is voice dialogue?

Tot voor kort werd aan het bestaan van het Ware Zelf, alias de Grote Geest, nog weleens getwijfeld, net als vroeger aan God, niet altijd openlijk.

Aan die twijfel is een eind gekomen dankzij de Amerikaanse uitvinding van de voice dialogue in de jaren zeventig van de vorige eeuw.

Het is niemand minder dan Genpo Roshi geweest, de vroegere baantjeszwemmer David Merzel, die op het idee kwam, of tijdens een belseance door het ware Zelf op het idee is gebracht, om deze premobiele techniek toe te passen op postmobiele spiritualiteit.

Zo slaagde hij erin catatonische zitboeddhisten, die verder met geen mogelijkheid meer in beweging te krijgen waren, toch weer op gang te helpen.

Dankzij het geniale Big Mind Process™ kan zelfs de kleinste geest een phonefree gesprek met zijn ware Zelf aangaan. Zoals ik persoonlijk mocht ondervinden:

Mijn stemmendialoog

'Mag ik even met de Grote Geest spreken?'

'Spreek je mee, wat kan ik voor je zeggen?'

'Ik wil alleen wat weten.'

'Wat kan ik voor je weten?'

'Hoe weet ik dat ik u ben?'

'Klinkt mijn stem niet net als de jouwe?

'Inderdaad zeg.'

'Nou dan.'

'Oké, bedankt.'

'Graag gedaan.'

'O, wacht even.'

'Zeg het maar.'

'Ik wou nog wat vragen.'

'Wat kan ik voor je antwoorden?'

'Hoe weet u dat u mij bent?'

Klinkt jouw stem niet net als de mijne?'

'Inderdaad zeg.'

'Nou dan.'

'Oké, bedankt.'

'Graag gedaan.'

One-way authentication

Ongelooflijk, nietwaar, zo'n voice dialogue? Two-way authentication avant la lettre. De Grote Geest valideert de kleine en vice versa. Valsspelen onmogelijk.

Het mooie van een stemmenspel: je kan het samen met iemand anders doen, bijvoorbeeld met je leraar. Is hij niet in de buurt dan roep je hem ter plekke aan, al zit je in bad, al lig je in bed, midden op de dag, in het holst van de nacht. 'Moshi moshi, mag ik mijn roshi?'

Geeft hij geen sjoege dan geef jij het: 'Spreek je mee, wat kan ik voor je zeggen?' Dat is namelijk de tweede mogelijkheid, dat jij beide stemmen van de voice dialogue voor je rekening neemt. One-way authentication. Het zelf valideert zichzelf, wie zou het ook anders moeten doen.

Monnik die druk zit te praten in twee ouderwetse telefoonhoorns.
^ Het zelf valideert zichzelf, wie zou het ook anders moeten doen.

Begint het eengesprek te vervelen omdat je al van tevoren weet wat je gaat zeggen, dan kun je je leraar voicebellen in je hoedanigheid van Big Mind. 'Mag ik even met mijn kleine geest spreken?' Eens kijken of hij dan wél opneemt. Zo leer je je roshi kennen.

Mocht je met voice dialogue willen experimenteren: je kan me altijd bellen. Als small mind of als Big Mind, als roshi of als leerling, collect call of via Skype. Als je maar Zelf opneemt.

119. Zengeest, röntgengeest

Een heldere visie om te doorzien.

Leerling: Wie ben ik?

Meester: Klinkt als een retorische vraag.

Leerling: Toegegeven.

Meester: En hoe luidt het retorische antwoord?

Leerling: Het is het ik dat antwoord eist, het is het ik dat moet worden doorzien.

Meester: Het is de vraag die antwoord eist, het is de vraag die moet worden doorzien.

Leerling: En het ik dan?

Meester: Ook die vraag moet worden doorzien.

Leerling: Maar het was toch het ik dat moest worden doorzien?

Meester: Ook die vraag moet worden doorzien.

Leerling: Zijn wij dan niet het ware zelf?

Meester: Ook die vraag moet worden doorzien.

Leerling: Of is alles zonder zelf?

Meester: Ook die vraag moet worden doorzien.

Leerling: Wat als alle vragen zijn doorzien?

Meester: Ook die vraag is dan doorzien.

Leerling: Is er dan geen antwoord meer?

Meester: Ook die vraag is dan doorzien.

Leerling: Tja, dan weet ik het ook niet meer.

Meester: Ook dat antwoord is dan doorzien.

Leerling: Omdat alles dan is doorzien?

Meester: Zelfs dat wordt dan doorzien.

Leerling: Een heldere visie, zonder meer.

Meester: Heb je hem al doorzien?

120. Wat is je natuurlijke staat: verlichting of niet-weten?

Moeiteloos stom zijn.

Beste Hans,

Zowel in zen als dzogchen en advaita wordt de toestand van verlichting die ons geboorterecht is, aangeduid als de natuurlijke staat. Je komt ook weleens de woorden 'moeiteloos zijn', 'zonder zelf zijn' (being without self) en 'bewust zijn' tegen, dat laatste omdat er alleen maar bewustzijn is, onze ware aard.

Is niet-weten verlichting? Zou jij niet-weten omschrijven als je natuurlijke staat? Is de toestand van niet-weten naar jouw idee dezelfde als de toestand van moeiteloos zijn en de toestand van zonder zelf zijn?

Beste Leonie,

Ja, wat een toestanden allemaal, hè, en zie ze dan nog maar eens uit elkaar te houden.

Leonie: Hoe hou jij ze uit elkaar?

Hans: Soms is een lamp aan, soms is hij uit, wat is zijn natuurlijke staat?

Leonie: Haha.

Hans: Soms slaap ik, soms ben ik wakker. Wat is mijn natuurlijke staat?

Soms voel ik me iemand, soms voel ik me niemand. Wat is mijn natuurlijke staat?

Soms weet ik het weer, soms weet ik het niet meer. Wat is mijn natuurlijke staat?

Soms kost alles moeite, soms gaat alles vanzelf. Wat is mijn natuurlijke staat?

Leonie: Je natuurlijke staat is wat geen moeite kost.

Hans: Daar kan je alle kanten mee op. Dronkenschap kost een alcoholist geen moeite. Moorden kost een psychopaat geen moeite. Dood zijn kost een lijk geen moeite.

Leonie: Het gaat erom wat jou geen moeite kost.

Hans: Moeite doen kost mij geen moeite, geen moeite doen wel. Wat is mijn natuurlijke staat?

Leonie: Bewust zijn kost niemand moeite. Dat is onze natuurlijke staat. Er is alleen maar bewustzijn. Bewustzijn is onze ware aard.

Hans: Dat moet je mij niet vragen, ik weet niet wat onze ware aard is. Ik weet niet of we een ware aard hebben. Ik weet niet of er alleen maar bewustzijn is. Ik weet niet eens of er wel zoiets als bewustzijn is.

Leonie: Niet-weten is onze ware aard, wou je zeggen.

Hans: Niemand is het erover eens wat onze ware aard is, zou ik zeggen. Niemand is het erover eens wat alles is. Niemand is het erover eens dat alles hetzelfde is. Niemand is het erover eens dat alles iets is of zelfs maar dat alles is. Niemand is het waar dan ook over eens.

Was iedereen het wel ergens over eens, dan nog zouden we het allemaal mis kunnen hebben. Is al zo vaak gebeurd. Was de aarde ooit plat? Zetelde het verstand ooit in het hart? Kwamen de kindertjes ooit uit de kool?

Leonie: De meeste mensen zijn het erover eens dat bewust zijn onze natuurlijke staat is.

Hans: Dat denk je maar. Mensen die het eens zijn klitten graag samen en mensen die samenklitten zijn het graag eens. Andersdenkenden worden overgehaald of uitgestoten.

Overal vind je groepjes gelijkgestemden. Afdelingen, loges, sangha's, broederschappen, gezelschappen, gezindten, clans, collectieven, partijen, scholen, kampen, clubs.

Dzogchenboeddhisten, theravadaboeddhisten, fascisten, anarchisten, katholieken, atheïsten, dualisten, non-dualisten, vrijmetselaars, scientologen, idealisten, materialisten.

Groepsleden horen elkaars woorden, lezen elkaars teksten, bevestigen elkaars ideeën, raken ervan overtuigd dat zij en alleen zij gelijk hebben. Ze noemen hun eigen gelijk Inzicht, Waarheid, Wijsheid. Ze noemen zichzelf verlicht, ontwaakt, gerealiseerd.

Leonie: Dat gebeurt ook met niet-weten.

Hans: Niet-weten laat zich geen inzicht noemen, geen waarheid, geen wijsheid. Het laat zich geen verlichting noemen, geen ontwaken, geen realisatie. Dat zou aanmatigend zijn, om niet te zeggen absurd.

Leonie: Je weet alleen maar niet.

Hans: Ook dat weet je niet. Je ontdekt het van ogenblik tot ogenblik voor een ogenblik. 'O, dat weet ik niet.' Het stelt niets voor en jij ook niet.

Leonie: Mag ik hieruit opmaken dat verlichting niet ons geboorterecht is?

Hans: Dat moet je de geboorterechter vragen.

Leonie: Is niet-weten ons geboorterecht?

Hans: Mij lijkt het niet iets waarvoor je op je strepen gaat staan, maar (wie) ben ik?

Leonie: (Wie) ben jij?

Hans: (Wie) wil dat weten?

Leonie: Er gaat niet veel zinnigs in jou om, hè?

Hans: Dat hoor ik wel vaker. Het zal mijn natuurlijke staat toch niet zijn?

121. Haiku op haiku: tussen God en mens

Liever dan een god
zou ik willen proberen
echt een mens te zijn.

(Kenkabo)

Geen echt mens meer zijn,
ik zou bij god niet weten
hoe ik dat moest doen.

(Hans)

Liever dan een god
te zijn wil ik proberen
niets meer te proberen.

(Hans)

122. Zen is geen doen

Maar ook geen laten.

'Wat is zen?'

'Geen doen.'

'Zen is geen doen?'

'Maar ook geen laten.'

'Zen is geen doen maar ook geen laten?'

'Kun je daar iets mee?'

'Wat is zen dan wel?'

'Ik zou het ook niet weten.'

'Is zen niet-weten?'

'Maakt niet uit.'

'Waarom niet?'

'Niet-weten is ook geen doen.'

'En ook geen laten, zeker.'

'Niet dat ik weet.'

123. Zen is echt zijn als je echt bent en nep zijn als je nep bent

Niemand kan het niet.

Aiden: Wat is zen volgens jou?

Hans: Lachen als je lacht, huilen als je huilt.

Aiden: Als je lacht, lach dan helemaal en als je huilt, huil dan helemaal, bedoel je?

Hans: Halfslachtig lachen als je halfslachtig lacht, halfslachtig huilen als je halfslachtig huilt.

Aiden: Zolang het maar echt is.

Hans: Echt zijn als je echt ben, nep zijn als je nep bent.

Aiden: We moeten het leven nemen zoals het komt.

Hans: Als dat is wat er komt.

Aiden: En als het niet is wat er komt?

Hans: Dan nemen we het niet zoals het komt.

Aiden: En anders?

Hans: Nemen we het zoals het niet komt.

Aiden: Want dat is hoe het komt?

Hans: Als dat is hoe het komt.

Aiden: Bedoel je dat we niets moeten nastreven?

Hans: Behalve als we iets moeten nastreven.

Aiden: Nu weet ik het helemaal niet meer.

Hans: Weten als je weet, niet weten als je niet weet.

Aiden: Enfin.

Hans: Een ander woord voor zen.

124. Haiku op haiku: tussen tempels en pioenen

Een tempel waar
pioenen bloeiden liep ik voorbij.
Het spijt me nu.

(Buson)

Pioenen waar
een tempel stond liep ik voorbij.
Het spijt me nu.

(Hans)

125. Zen is algemeenheden zoals deze mijden

Kletskoek van eigendeeg.

Wies: Mijns inziens uit de dharma zich louter op persoonlijke wijze.

Hans: Geldt dat voor iedereen of alleen voor jou?

Wies: Er is geen waarheid buiten mezelf, al denk ik graag van wel.

Hans: Is dit een waarheid in jezelf of buiten jezelf?

Wies: Ik bedoel dat er geen algemeen geldige waarheid is.

Hans: Geldt dat voor iedereen of alleen voor jou?

Wies: Ik kan dus nergens aanspraak op maken.

Hans: Behalve hierop zeker.

Wies: Ik kan nooit zeggen dat ik wel de waarheid heb gevonden en de ander niet.

Hans: Geldt dat voor iedereen of alleen voor jou?

Wies: Dat lijkt jammer maar het is vooral een bevrijdend inzicht.

Hans: Waarom?

Wies: Omdat je als zenboeddhist niets fout kan doen.

Hans: Behalve denken dat je als zenboeddhist iets fout kan doen, zeker.

Wies: En ook niets goed.

Hans: Behalve denken dat je als zenboeddhist iets goed kan doen, zeker.

Wies: Je hoeft eigenlijk alleen nog maar te ontvangen.

Hans: Geldt dat voor iedereen of alleen voor jou?

Wies: En vanuit dit bevrijdende inzicht de moed hebben je eigen weg te gaan.

Hans: Ja, moet je nu ontvangen of je eigen weg gaan?

Wies: Mijns inziens uit de dharma zich louter op persoonlijke wijze.

Hans: Geldt dat voor iedereen of alleen voor jou?

126. Haiku op haiku: tussen onder en boven

Diep onder water,
zacht zijn vinnen bewegend:
een karper die droomt.

(Kyoroku)

Ver boven water,
zacht zijn lippen bewegend:
een mens die murmelt.

(Hans)

127. Zijn bergen bergen en rivieren rivieren?

Denken dat je ziet wat is en inzien dat je dat maar denkt.

Beste Hans,

Ken je dit gedicht?

Is er een berg, dan zien we een berg.
Als het regent, horen we regen.
Lente, zomer, herfst, winter:
Ochtend goed, avond goed.

Beste Beau,

Zien we een berg, dan is er nog geen berg.
Horen we regen, dan is er nog geen regen.
Lente, zomer, herfst, winter:
Wat heet goed.

Beau: Eerst waren bergen bergen en rivieren rivieren. Toen waren bergen geen bergen meer en rivieren geen rivieren. Nu zijn bergen weer bergen en rivieren rivieren.

Hans: Eerst waren woorden dingen en dingen woorden. Toen waren woorden geen dingen meer en dingen geen woorden. Nu zijn woorden geen woorden meer en dingen geen dingen.

Beau: Wat zijn ze dan wel?

Hans:

Ziet een berg? Ziet, een berg.
Hoor, ik regen. Hoor ik regen?

Beau: Zo te horen zit jij vast in het tweede stadium.

Hans: Waarvan?

Beau: 'Toen waren bergen geen bergen meer en rivieren geen rivieren.'

Hans: Toen waren stadia geen stadia meer.

Beau: Voor mij zijn bergen weer bergen en rivieren weer rivieren.

Hans: Zo te horen zit jij vast in het derde stadium.

Beau: Een gewetensvraag. Zie jij wat je denkt of zie jij wat is?

Hans: Denk jij dat je ziet wat is?

Beau: Jouw berg laat zich niet verplaatsen, ik geef het op.

Hans: Mijn plaats laat zich niet verbergen, ik geef het toe.

Beau: En wat is jouw plaats?

Hans: Mijn plaats niet kennen.

Beau: Het ga je goed.

Hans: Wat heet goed.

128. Zengeest, watergeest

Vier stadia van menswording.

Meester Zero zegt:

Eerst zijn mensen geen mensen en bergen geen bergen.

Dan worden mensen mensen en bergen bergen.

Daarna worden mensen bergen en bergen mensen.

Tenslotte worden bergen rivieren en mensen stromen.


^ De Waterberg

129. Zen is tegen de tegenstroom in gaan

De dharma voor dwarsliggers.

Antimeester: Wat is zen?

Antileerling: Tegen de stroom in gaan.

Antimeester: Hm.

Antileerling: Wat zou u zeggen?

Antimeester: Met de tegenstroom meevaren.

Jaren later

Antimeester: Wat is zen?

Antileerling: Met de tegenstroom meevaren.

Antimeester: Hm.

Antileerling: Wat zou u zeggen?

Antimeester: Dwarsbomen.

Jaren later

Antimeester: Wat is zen?

Antileerling: Dwarsbomen.

Antimeester: Hm.

Antileerling: Wat zou u zeggen?

Antimeester: Tegen de tegenstroom in gaan.

Antileerling: En als ik dat had gezegd?

Antimeester: Precies.

130. Zen is geen stroming maar stromen

Tijdgeest, kuddegeest.

Beste Hans,

Vergis ik me of ben jij geaffilieerd met de boeddhistische organisatie Against The Stream van Noah Levine?

Beste Debbie,

Ik ben overal mee geaffilieerd. Hoezo?

Debbie: Vanwege je opstandigheid. Omdat jouw spiritualiteit ook wars is van alle tradities en toch aansluiting zoekt bij diezelfde tradities. Vanwege de tegendraadsheid van je teksten. Omdat je weleens ondertekent met Jan Contrarie.

Hans: Nee hoor, ik ben nergens mee geaffilieerd. Ik ben niet opstandig en ik doe ook niet alsof, zoals de punkbeweging Against The Stream, die boeddhistisch gezien oerconservatief is, op een trendy westers secularisatiesausje na.

Debbie: Nou nou.

Hans: Ze noemen hun priesters dharmapunx en hun tonsuren hanenkammen maar die zijn net zo goed passé als ordekleden en kale koppen. Zengeest, tijdgeest? Ik dacht het niet.

Een zengeest is ook geen kuddegeest. Met welke groep uit het verre of nabije verleden je je ook vereenzelvigt, inclusief chan en punk, het blijft identificatie. Dan ben je boeddhist voor de vorm, niet voor de leegte.

Debbie: Dit klinkt toch behoorlijk opstandig.

Hans: Dat maak jij ervan. Ik hoef niet zo nodig met de stroom mee of ertegenin. Ik vind ook niet dat anderen met de stroom mee moeten gaan of ertegenin. Ik vind ook niet dat mensen daar geen voorkeur in mogen hebben. Ik vind ook niet dat mensen geen voorkeur mogen hebben voor mensen die daar al dan niet een voorkeur in hebben. Begrijp je wat ik bedoel?

Debbie: Ja, heb je nu wel een voorkeur of niet?

Hans: Soms wel, meestal niet, wat maakt het uit. Mijn voorkeur of afkeer of gebrek eraan is mijn zaak niet.

Debbie: Wie zijn zaak is het dan wel?

Hans: Jouw zaak, op dit moment.

Debbie: Ik stelde alleen maar een vraag.

Hans: Misschien maakt mijn voorkeur of afkeer of gebrek eraan wel deel uit van de stroom.

Debbie: En heb je daar dan vrede mee of vecht je ertegen?

Hans: Soms wel, meestal niet, wat maakt het uit. Ook dat is mijn zaak niet. Begrijp je wat ik bedoel?

Debbie: Sorry, ik krijg er geen vinger achter.

Hans: Dat is precies wat ik bedoel.

Debbie: Maar wat is jouw zaak dan wel?

Hans: Dat is mijn zaak niet.

Debbie: Maakt zeker ook weer deel uit van de stroom.

Hans: Welke stroom?

Debbie: Klinkt als malen in de maalstroom.

Hans: Voelt als dwalen in de dwaalstroom.

Debbie: Dus jij bent niet geaffilieerd met Against The Stream.

Hans: En zij niet met mij. Waarmee ben jij geaffilieerd?

Debbie: Dat weet ik eerlijk gezegd niet.

Hans: Ik begrijp precies wat je bedoelt.

131. Wat is kinhin? Against The Stream

Rijtje kinhinmonniken met punkkapsels.

132. De gelijkenis van het vlot in de Alagaddupama-Sutta

De oceaan van agnose.

Het boeddhisme is een van de weinige wijsheidstradities die zijn eigen overstijging tot leerstuk heeft verheven. 'Dood de Boeddha' heet het, en 'sunyata-sunyata', de leegte van de leegte.

In de Alagaddupama-Sutta vinden we de gelijkenis van het vlot, die gaat ongeveer zo:

"Stel dat een reiziger voor een breed water komt te staan en er is in de wijde omtrek geen brug of veerboot te vinden. Met takken, twijgen, bladeren en gras maakt hij een vlot en peddelt met zijn blote handen en voeten naar de overkant.

Zal hij, op de andere oever aangekomen, denken: dankzij dit vlot kon ik oversteken, laat ik het voortaan maar meeslepen, je weet nooit of het nog eens van pas komt? Nee hè. Hij zal denken: fijn dat ik veilig kon overgaan, maar nu heb ik er niets meer aan. Hij zal het vlot laten zinken of op de kant trekken en achterlaten, zodat hij voortaan kan gaan en staan waar hij wil.

Zo is het ook met de boeddhistische leringen. Ze zijn bedoeld om over te steken, niet om ze met je mee te slepen. Uiteindelijk moet je de leringen opgeven."

Wie elke lering opgeeft, is geen leerling meer en geen leraar.

Hij is geen boeddhist meer, geen bodhisattva en geen boeddha.

Hij zit niet in samsara, niet op een vlot, niet in nirwana.

Wie elke lering opgeeft weet niet meer wie of wat of waar hij is.

Wat valt er nog over hem te zeggen? Wat zou hij zelf nog moeten zeggen?

Zijn bestaan is een oceaan van agnose.

133. Haiku op haiku: tussen kikken en vorsen

O, oude vijver.
Een kikvors springt van de kant.
Geluid van water.

(Basho)

O oude denker.
Geluid van water: hé, wat
sprong daar van de kant?

(Hans)

Kikker die uit kabbelend water bestaat.
^ Waterkikker.

134. De Kleine Karmasoetra – vier zenverhalen over de grote oversteek

Waar zit je liever aan vast, begeerten of beloften?

1. Een oud verhaal

Aan de oever van een rivier treffen een zenmeester en zijn leerling een vrouw aan die niet over durft te steken. De meester draagt haar naar de overkant.

'Hoe durft u iemand van het andere geslacht aan te raken', zegt de leerling als ze doorgelopen zijn. 'U hebt nota bene de kuisheidsgelofte afgelegd.'

'Ik heb haar bij de rivier achtergelaten,' zegt de meester. 'Jij draagt haar nog steeds bij je.'

2. Een nieuw verhaal

Aan de oever van een rivier treffen een zenmeester en zijn leerling een vrouw aan die niet over durft te steken. De leerling draagt haar naar de overkant.

'Wat een wijf', verzucht de meester als ze doorgelopen zijn.

'Ik heb haar bij de rivier achtergelaten', zegt de leerling. 'U draagt haar nog steeds bij u.'

'Ik heb mijn kuisheidsgelofte bij de rivier achtergelaten', zegt de meester. 'Jij draagt haar nog steeds bij je.'

3. Een bekend verhaal

Aan de oever van een rivier treft een vrouw een zenmeester en zijn leerling aan die niet over durven steken. Ze draagt hen een voor een naar de overkant.

'Wat een treurige kerels,' mompelt de vrouw, 'denken ze nou echt dat zo'n pij hun opwinding kan verbergen?'

4. Een onbekend verhaal

Aan de oever van de rivier treft een vrouw Gautama Boeddha aan in lotushouding met geloken ogen. De vrouw draagt hem naar de overkant en zet hem neer, nog steeds in lotushouding met geloken ogen.

'Wat een treurige kerel,' mompelt de vrouw, 'die heeft werkelijk niets meer te verbergen.'

135. Wat is kinhin? De navolging van Jezus

Vier kinhinmonniken die over het water lopen.

136. Haiku op haiku: tussen besmeurd en vunzig

Wadende vrouwen
planten rijst. Alles besmeurd
behalve hun lied.

(Raizan)

Wadende vrouwen
planten rijst. Alles besmeurd
en vunzig hun lied.

(Hans)

137. Van zen word je geen heilige

Waarom zenboeddhisten zich nooit aan hun geloften houden.

'Word je van zen een beter mens?'

'In zen gaat ieder idee van beter en slechter verloren.'

'En?'

'Hoe zou je er dan beter van kunnen worden?'

'Misschien bedoelde ik niet zozeer beter als wel menselijker.'

'In zen gaat ieder idee van menselijk en onmenselijk verloren.'

'Zo te horen word je er geen heilige van.'

'In zen gaat...'

'Ieder idee van heilig en profaan verloren, ja ja.'

'Jij zegt het.'

'Wat zou jij zeggen?'

'In zen gaat ieder idee van verliezen verloren.'

'Het verliezen gaat ook verloren?'

'Mooi meegenomen nietwaar?'

'En dan is alles weer gewoon?'

'In zen gaat ieder idee van gewoon en ongewoon verloren.'

138. Van zen word je niet normaal

Waarom spiriatrie geen psychiatrie is.

'Wat is zen?'

'Geen idee.'

'Is zen een soort psychotherapie?'

'In zen gaat ieder idee van ik en niet-ik verloren.'

'Wat wil je daarmee zeggen?'

'Wie of wat zou er dan nog behandeld moeten worden?'

'Ik noch niet-ik?'

'In zen gaat ieder idee van ziek en gezond verloren.'

'Wat wil je daarmee zeggen?'

'Wat zou dan nog het doel van de behandeling kunnen zijn?'

'Ziek noch gezond worden?'

'In zen gaat ieder idee van doel en middel verloren.'

'Dan weet ik het ook niet meer.'

'In zen gaat ieder idee van weten en niet-weten verloren.'

'Zo te horen gaat in zen ieder idee verloren.'

'Het idee.'

139. Niet doden in het christendom en het boeddhisme: overeenkomsten en verschillen

Met tips voor het creëren van terminale morele dilemma's.

Het christendom en het boeddhisme spreken zich allebei uit tegen moord.

Christenen zeggen: 'pleeg geen moord', 'gij zult niet moorden', 'gij zult niet doden', afhankelijk van de bron en de vertaling. Het is het zesde van de tien geboden (het vijfde in de telling van de Rooms-katholieken en de Lutheranen.)

Boeddhisten zeggen: 'Ik neem mij voor geen voelende wezens te doden.' Het is de vierde regel van het achtvoudige pad (over juist handelen). Het is ook de eerste van de vijf leefregels voor leken, van de acht leefregels voor ascetische leken en van de tien leefregels voor monniken.

Overeenkomsten en verschillen tussen de joods-christelijke en de boeddhistische insteek

Wat de joods-christelijke traditie en de boeddhistische traditie met elkaar gemeen hebben is de onuitgesproken gedachte dat we een vrije wil hebben, dat we zelf kunnen kiezen of we doden of laten leven. Ze zijn het er ook over eens dat het slecht met ons zal aflopen als we ons niet aan de regels houden. Doden loont niet. Ooit zullen we de prijs betalen voor ons wangedrag.

Behalve overeenkomsten zijn er ook verschillen:

Het joods-christelijke gebod beperkt zich tot het doden van mensen, de boeddhistische gelofte gaat ook over het doden van dieren.

In de joods-christelijke tradities mag je niet doden van God, in het boeddhisme mag het niet van jezelf.

Volgens het joods-christelijke geloof mag je niet doden omdat het verkeerd is. Volgens het boeddhistische geloof kun je het beter niet doen omdat het onheilzaam is.

Wie zich niet houdt aan het gebod gaat na dit leven naar de hel, onherroepelijk en voorgoed. Wie zich niet houdt aan zijn gelofte creëert negatief karma; daar kun je in dit leven en in toekomstige levens nog flink last van hebben, maar het staat de uiteindelijke bevrijding niet in de weg.

Morele dilemma's

Wat betreft het doden van mensen leveren het joods-christelijke gebod om niet te moorden en de boeddhistische gelofte om niet te doden dezelfde morele dilemma's op.

Morele dilemma's zijn niet eigen aan het leven, ze zijn een artefact van de talige regels die we onszelf (laten) opleggen en de daarin gebruikte begrippen.

Je kan ook redeneren dat begrippen en regels eigen zijn aan talige wezens en daarmee aan het leven. Het is maar net hoe je het bekijkt.

Hoe je het ook bekijkt, wat precies wel is toegestaan en wat niet, hangt af van de definities van 'mens', 'doden' en 'moorden'.

Zolang we niet weten wat we daarmee bedoelen kunnen we ons onmogelijk aan de regels houden of ze zelfs maar overtreden.

Zodra we ons erin gaan verdiepen regent het dilemma's en begint het grote twijfelen.

140. Je mag geen mensen vermoorden, maar wat is een mens?

Moord begint en eindigt met een woord.

Of je nou een christen bent of een boeddhist, mensen mag je niet doden. Maar wat is een mens?

Is een onbevruchte eicel een mens? Is een zaadcel een mens? Is een in vitro bevruchte eicel een mens? Is een diepgevroren embryo een mens? Is een ingeplant embryo een mens? is een extra-uteriene foetus een mens?

Is een teratoom een mens? Is een mensaap een mens? Is een romp met alleen een hoofd erop een mens? Is een meervoudig gehandicapte zwakzinnige een mens? Is een kunstmatig in leven gehouden brein een mens? Is een kunstmatig in leven gehouden hersendode een mens?

Zijn negers mensen? Niet volgens slavendrijvers, die vaak heel christelijk en heel blank waren, dus mochten negerslaven best gedood worden.

Volgens (neo)nazi's zijn joden, negers, zigeuners, homofielen, kunstenaars, idioten en gekken en alle mensen die hen om wat voor reden dan ook niet aanstaan untermenschen, die met het oog op de zuiverheid van het zogenaamde Arische ras maar het beste vernietigd kunnen worden.

Volgens sommige Russen zijn Oekraïners ondermensen en omgekeerd, volgens sommige boeddhisten moslims en omgekeerd enzovoort.

Met het oog op morgen: is een kunstmatige intelligentie een mens? Is een bionisch wezen een mens? Is een digitaal bewustzijn een mens? Is een robot een mens? Zullen analoge mensen straks voor digitale mensen ondermensen zijn?

Mediterende robot.
^ Mediteren op de vraag: Is een mens wel een echte robot?

141. Je mag geen mensen vermoorden, maar wat heet moord?

Hoe je ook met schone handen bloed aan je handen hebt.

Of je nou een christen bent of een boeddhist, mensen mag je niet vermoorden. Maar wat heet moord?

Is abortus moord? Is suïcide moord? Is euthanasie moord? Is executeren moord?

De Nederlandse wet maakt onderscheid tussen geweldpleging met de dood als gevolg (onopzettelijk), dood door schuld (onopzettelijk, door nalatigheid of riskant gedrag), doodslag (opzettelijk maar impulsief), een poging tot moord (met voorbedachten rade maar mislukt) en moord (met voorbedachten rade).

Waar de grenzen tussen moord en doodslag et cetera precies liggen hangt niet alleen af van de reconstructie van de gebeurtenissen door de aanklager, de verdediging en de getuigen, maar ook van de definities van 'opzet' en 'onopzettelijk', 'schuld', 'nalatigheid', 'riskant', 'impulsief' en 'voorbedachten rade'.

Als ik iemand vermoord omdat ik daardoor wordt aangezet door een hersentumor, een psychose, een misplaatste reddingspoging, heb ík dan iemand vermoord of is het moorden mij overkomen?

Als ik het niet kan helpen, heb ik dan toch het gebod om niet te doden overtreden en kom ik dan in de hel? Heb ik toch mijn gelofte om niet te doden gebroken en vergroot dat mijn karma?

Als ik iemand per ongeluk doodrijdt die zonder te kijken overstak, heb ik die dan vermoord? Als ik zonder uit te kijken oversteek en een passerende automobilist zich tijdens zijn uitwijkpoging doodrijdt tegen een boom? Als ik iets bestel en de bezorger omkomt bij een auto-ongeluk?

Als ik me door een sherpa naar de top van de Mount Everest laat duwen en die sherpa komt daarbij om het leven, is dat moord?

Een krant lezen, columns schrijven, astronomie studeren, een retraite volgen, in een duur huis wonen, naar het zwembad of op vakantie gaan terwijl elders mensen sterven door voedseltekort, watertekort, medicijntekort, hitte, koude, is dat moord?

Een zelfmoordterrorist doodschieten voordat hij explodeert en vele omstanders doodt, is dat moord? Die terrorist niet doden waarop hij explodeert en vele omstanders doodt, is dat moord?

Tabak kweken, is dat moord? Sigaretten verkopen, is dat moord? Roet en kankerverwekkende stoffen uitstoten, is dat moord? Pillen verstrekken voor euthanasie, is dat moord? Informatie verstrekken over euthanasie, is dat moord?

Wegen aanleggen waarop mensen elkaar dood kunnen rijden, is dat moord? Transportmiddelen produceren waarmee mensen elkaar doodrijden? Brandstof maken en verkopen voor die transportmiddelen? Een wegrestaurant exploiteren? Toiletten schoonmaken in wegrestaurants?

Een kind verwekken dat expres en per ongeluk vele voelende wezens gaat doden is dat moord?

Willens en wetens nakomelingen verwekken die door hun geboorte ten dode zijn opgeschreven, is dat moord?

142. Een boeddhist mag geen dieren doden, maar wat is een dier en wat heet doden?

Van halve hazen en hypocriete heiligen.

Behalve over alle semantische, ethische en juridische kwesties rondom het doden van mensen, moeten boeddhisten zich ook buigen over de definitie van het woord 'dier'.

Zijn soepkippen dieren? Zijn ratten dieren? Muizen? Schorpioenen? Kakkerlakken? Hoofdluizen? Vlooien? Bacteriën? Virussen? Waar trek je de grens?

Een gierzwaluw uit de lucht schieten zodat er tweeduizend insecten per dag minder worden opgegeten, is dat doden? Gierzwaluwen uitzetten om een muggenplaag te bestrijden, is dat doden? Insecten met insecten bestrijden, is dat doden?

Dieren die mensen doden, mag je die doden om te voorkomen dat ze nog meer mensen doden? Dieren die andere dieren doden, mag je die doden om te voorkomen dat ze nog meer dieren doden? Mensen die dieren doden, mag je die doden om te voorkomen dat ze nog meer dieren doden?

Dieren die ziekteverwekkers dragen, mag je die doden? Dieren die schade aanrichten waardoor mensen en andere dieren lijden of sterven, mag je die doden?

Als je per ongeluk over het achterlijf van een muis bent gereden, mag je dat diertje dan meteen uit zijn lijden helpen door er nog eens overheen te rijden? Hoe zit dat met een egel? Een haas? Een kat? Een hond? Een hert? Een kind? Een bejaarde?

Moderne landbouwmethoden zijn schadelijk voor het bodemleven, is dat doden? Ook biologische en biodynamische boeren rijden met zware trekkers over het land en vernietigen kwetsbare ecosystemen, is dat doden? Zodra je een schep in de grond steekt, dood je duizenden organismen en miljoenen micro-organismen. Mag je als boeddhist plantaardige levensmiddelen nuttigen waar zoveel organismen voor zijn doodgegaan?

De Dalai Lama rijdt en vliegt jaar in jaar uit de wereld rond, waardoor talloze zoogdieren, vogels, insecten de dood vinden. Overal waar de Dalai Lama zijn opwachting maakt, verzamelen zich horden boeddhisten die met hun transportmiddelen nog veel meer dieren doden dan Zijne Heiligheid ooit in zijn eentje zou kunnen.

Wat betekent de gelofte om niet te doden van zo'n hoogwaardigheidsbekleder en zijn achterban nu helemaal? Hoeveel bloed kleeft er aan hun edele gasshohanden en gevulkaniseerde autobanden? En aan die van de automobiele boeddhisten van de lage landen? Ja, ook jij, Brutus.

Is het afleggen van geloften waarvan je weet dat je ze door je levenswijze voortdurend overtreedt, überhaupt te verenigen met de vierde gelofte, juist spreken, en met de vijfde stap van het edele achtvoudige pad, de juiste wijze van levensonderhoud?

143. Haiku op haiku: tussen dader en slachtoffer

Die woedende wesp,
hij stak de stenen boeddha
nog eens en nog eens.

(Bokusui)

Een bij steekt boos een
boeddhabeeld en sterft eraan,
Wie heeft het gedaan?

(Hans)

144. Mensengoden tussen redden en doden

Afhankelijk ontstaan en de ondergang van de onschuld.

Eerst was redden redden en doden doden.

Toen was redden geen redden meer en doden geen doden.

Nu is redden doden en doden redden.

145. Hele korte geschiedenis van de godsdienst

Over de wederopstanding van het mysterie.

Eerst waren mensen mensen en goden goden.

Toen waren goden mensen en mensen goden.

Nu zijn mensen en goden mensen noch goden.

146. Hoe boeddhisten vlees kunnen eten zonder te doden

Voorschriften naleven is makkelijker dan je denkt.

Voorschriften schrijven vóór. Dat lijkt voor vrijgevochten westerlingen een nadeel, maar in de praktijk valt het reuze mee. Je moet gewoon een interpretatie kiezen die bij je past.

Mensen die de boeddhistische gelofte van niet doden afleggen, kunnen kiezen uit verschillende varianten. Ik heb er dertien voor je op een rijtje gezet:

1. Je mag absoluut niet doden.

2. Je mag geen mensen doden.

3. Je mag alleen mensen doden in tijden van oorlog.

4. Je mag alleen mensen doden uit zelfverdediging.

5. Je mag alleen dieren doden.

6. Je mag alleen schadelijke dieren doden.

7. Je mag geen dieren doden voor het vlees.

8. Je mag alleen vlees eten van dieren die je niet zelf hebt gedood.

9. Je mag alleen vlees eten van dieren die door een niet-boeddhist zijn gedood.

10. Je mag alleen vlees eten van dieren die niet speciaal voor jou zijn gedood.

11. Je mag geen vlees eten van dieren waarvan je niet weet door wie en waarom ze zijn gedood.

12. Je mag geen vlees eten van bepaalde diersoorten.

13. Je mag best vlees eten, onthouding is niet nodig voor het zuiveren van de geest.

Ik scharrelde deze dertien interpretaties in een mum van tijd bij elkaar op het internet, compleet met verwijzingen naar soetra's, scholen en landen.

Het boeddhisme is een moderne, flexibele religie, concludeer ik, je kan er alle kanten mee op.

Planteneters, vleeseters, alleseters – iedereen is wel ergens in het boeddhisme welkom.

En hoe je het ook uitlegt, het heet juist spreken.

147. Haiku op haiku: tussen leven en dood

Vlinder in de tuin.
Het kindje graait, hij fladdert.
Het graait, hij fladdert.

(Issa)

Vlinder in de tuin.
Het kindje graait, hij fladdert.
Het graait, verplettert.

(Hans)

Reusachtige blauwe vlinder op het hoofd van een angstig kind.

148. Jagen voor boeddhisten

Tussen gras en gelofte.

'Waartoe leidt de gelofte niet te doden?'

'Overbegrazing.'

'Waartoe leidt overbegrazing?'

'Hongersnood onder de grazers.'

'Waartoe leidt hongersnood?'

'De hongerdood.'

149. Ongediertebestrijding voor boeddhisten

Tussen plaag en principe.

'Waartoe leidt de gelofte van niet doden?'

'Plagen.'

'Waartoe leiden plagen?'

'Misoogsten.'

'Waartoe leiden misoogsten?'

'Hongersnood onder de mensen.'

'Waartoe leidt hongersnood?'

'De hongerdood.'

150. Overbevolking voor boeddhisten

Tussen voorplanting en geboortebeperking.

'Waartoe leidt het gebod niet te doden?'

'Overbevolking.'

'Waartoe leidt overbevolking?'

'Oorlog.'

'Waartoe leidt oorlog?'

'Doden.'

'Waartoe leidt doden?'

'Geboden.'

151. De doodstraf voor boeddhisten

Tussen moord en dwaling.

1

'Waartoe leidt de gelofte niet te doden?'

'Het opheffen van de doodstraf.'

'Waartoe leidt het opheffen van de doodstraf?'

'Moord en doodslag.'

2

'Waartoe leidt de doodstraf?'

'Justitiële dwalingen met fatale afloop.'

'Waartoe leiden justitiële dwalingen met fatale afloop?'

'Moord en doodslag.'

152. Zelfdoding voor boeddhisten

Tussen schuldgevoel en zelfhaat.

'Waartoe leidt de gelofte niet te doden?'

'Schuldgevoelens.'

'Hoe komt dat?'

'Doden is niet te vermijden.'

'Waartoe leiden schuldgevoelens?'

'Zelfhaat.'

'Waartoe leidt zelfhaat?'

'Zelfdoding.'

153. Euthanasie voor boeddhisten

Doden uit mededogen.

'Waartoe leidt de gelofte niet te doden?'

'Uitzichtloos lijden.'

'Waartoe leidt uitzichtloos leiden?'

'Groot mededogen.'

'Waartoe leidt groot mededogen.'

'De bereidheid te doden.'

'Waartoe leidt de bereidheid te doden?'

'Doden.'

154. Gewetensvragen voor boeddhisten

En speciaal voor (gevallen) leraren.

Meester Zero zegt:

Geloften afleggen waarvan je weet dat je je er niet aan kan houden, is dat juist spreken?

Anderen geloften laten afleggen alsof je ze zelf naleeft terwijl je allang weet dat je dat niet kan, is dat juist spreken?

Anderen geloften laten afleggen waarvan je weet dat ze zich er nooit aan zullen kunnen houden, is dat juist spreken?

155. Drie staaltjes van proactief meesterschap

De Grote Weg is niet moeilijk voor wie meteen afslaat.

Leerling: Ik geloof...

Meester: Zeker weten?

Leerling: Ik beloof...

Meester: Zou je dat nou wel doen?

Leerling: Ik zweer...

Meester: Zal ik de dokter bellen?

156. Geloften doden voor boeddhisten

Drie suïcidale opdrachten.

'Ik heb beloofd nooit meer te doden.'

'Je kan niet leven zonder te doden.'

'Dan sterf ik nog liever.'

'Je kan niet sterven zonder te doden.'

'Dan beloof ik wel niets meer.'

'Daar hou ik je aan.'

157. Waarom ik niet aan geloften doe (al kan ik dat niet beloven)

De gelofte die alle geloften onmogelijk maakt.

'Welke geloften heb jij afgelegd, Hans?'

'Ik heb ze allemaal geweigerd.'

'Waarom?'

'Omdat ik niet wou liegen.'

'Betekent dit dat je nooit meer liegt?'

'Dat kan ik niet beloven.'

158. De meest boeddhistische gelofte is de nulde

Niets beloven wat je niet waar kan maken. Dus ook de nulde gelofte niet.

'Wat is de belangrijkste boeddhistische gelofte?'

'De nulde.'

'Ken ik niet.'

'Gelukkig.'

'Hoezo?'

'Dan kun je hem ook niet afleggen.'

'Hoe luidt de nulde gelofte?'

'Ik beloof niets dat ik niet waar kan maken.'

'En de andere boeddhistische geloften?'

'Die kan ik niet waarmaken.'

'Is de nulde gelofte geen bijzonder geval van de vierde, niet liegen?'

'Jawel.'

'Maar?'

'Die kan ik niet waarmaken.'

'De nulde wel?'

'Ik durf het niet te zeggen.'

'Dus eigenlijk beloof je niets?'

'Dat kan ik niet beloven.'

'Jij staat nergens voor in?'

'Daar sta ik niet voor in.'

'Maar wat is nou de nulde gelofte?'

'Dat is nou de nulde gelofte.'

159. De lege gelofte, Ø

En andere elementen van de leegte.

'Hoeveel geloften telt niet-weten?'

'Eén.'

'Verrassend.'

'Hoezo?'

'Ik dacht dat de lege leer leeg was.'

'Eerst wel.'

'Maar?'

'Dat gaf te weinig misverstanden.'

'Hè?'

'Wat?'

'Hoe heet de ene gelofte van niet-weten?'

'De lege gelofte, Ø.'

'En die heb jij afgelegd?'

'Ik zou niet weten hoe.'

'Waarom niet?'

'Omdat hij leeg is.'

'Is het de bedoeling dat je de lege gelofte afwijst?'

'Ik zou niet weten hoe.'

'Waarom niet?'

'Omdat hij leeg is.'

'Maar het idee achter de lege gelofte is dat je geen geloften moet afleggen?'

'Natuurlijk niet.'

'Waarom niet?'

'Omdat hij dan niet leeg zou zijn.'

'Maar jij bent toch tegen geloften?'

'Zou mijn leer leeg zijn als ik tegen geloften was?'

'Ben je dan vóór?'

'Zou mijn leer leeg zijn als ik voor geloften was?'

'Ben je dan neutraal?'

'Zou mijn leer leeg zijn als ik neutraal was?'

'Maar jij gelooft toch dat we geen vrije wil hebben?'

'Zou mijn leer leeg zijn als ik dat geloofde?'

'Geloof jij dan helemaal niets?'

'Zou mijn leer leeg zijn als ik dat geloofde?'

'Vanwaar dan die lege gelofte?'

'Om dit soort misverstanden te voorkomen.'

'Dus de lege leer is leeg op de lege gelofte na?'

'Op de lege stelling na.'

'De lege leer is leeg op de lege gelofte en de lege stelling na?'

'Op de lege religie na.'

'Wat zit er nog meer in de lege leer?'

'De lege boodschap, de lege missie, de lege belijdenis, het lege gelijk, de lege mystiek, het lege antwoord, de lege vraag, het lege symbool, het lege boek, de lege filosofie, de lege geest, de lege moraal, het lege paradigma, de lege spreuk, het lege woord, de lege waarheid, lege wijsheid enzovoort.'

'Allemaal om misverstanden te voorkomen?'

'En een misverstanden dat het geeft.'

'Dus je bent er niets mee opgeschoten?'

'Juist wel.'

'Met al die misverstanden die het oproept, bedoel ik.'

'Dat is precies de bedoeling.'

'Wie wil er nou misverstanden.'

'Dan kun je die tenminste uit de weg ruimen.'

Logo van niet-weten.nl, een nul met een diagonale streep erdoor, uitgevoerd als onmogelijk figuur.
^ Het lege symbool, Ø.

160. Buddhists Anonymous

Na kicken komt afkicken.

Hoe monsterlijk de aandrift om beloften te doen ook is, ik beloof hem altijd te weerstaan.

161. Haiku op haiku: tussen herfstwinden en hersenwinden

Herfstwinden waaien.
Wij leven en kunnen elkander
zien, jij en ik.

(Shiki)

Hersenen spinnen.
Wij dromen elkander
te zien, jij en ik.

(Hans)

162. Haiku op haiku: tussen geest en god

Waar komt het vandaan!
Wij denken hersens te zien,
bewustzijn, de geest.

De Wezer, God of
het voorstellingsvermogen.
Waar komt het vandaan!

163. Haiku op haiku: tussen onszelf en het zelf

Waar komt het vandaan!
Wij denken onszelf te zien,
het zelf of niet-zelf.

Het id, het ego
of onze boeddhanatuur.
Waar komt het vandaan!

164. Lijden valt niet te vermijden

Waarom één edele waarheid wel genoeg is.

'Wat weet jij eigenlijk van het lijden, Hans?'

'Evenveel als iedereen.'

'Wat weet je van de oorzaak van het lijden?

'Even weinig als iedereen.'

'Dat lijkt me geen aanbeveling.'

'Integendeel.'

165. Vijf oorzaken van het lijden

Vier wijsvingers en een duim.

'Wat is de eerste oorzaak van het lijden?'

'Denken dat er een oorzaak is.'

'Wat is de tweede oorzaak van het lijden?'

'Denken dat je er vanaf moet.'

'Wat is de derde oorzaak van het lijden?'

'Denken dat je er vanaf kan.'

'Wacht, ik snap het al.'

'Zeg op.'

'Denken is de oorzaak van het lijden.'

'En de vijfde oorzaak van het lijden?'

'Ik dacht dat er maar vier oorzaken waren?'

'Denken dat denken de oorzaak is van het lijden.'

166. De wondere wereld van afhankelijk ontstaan: alles, alles, alles

Afhankelijk ontstaan als hypercausaliteit.

'Wat is de oorzaak van lijden?'

'Alles.'

'Wat is de oorzaak van vreugde?'

'Alles.'

'Dus mocht ik er ooit in slagen het lijden te overwinnen...'

'Alles.'

167. De wondere wereld van afhankelijk ontstaan: alles, alles, niets

Afhankelijk ontstaan als acausaliteit.

'Wat is de oorzaak van alles?'

'Alles.'

'Wat is het gevolg van alles?'

'Alles.'

'Wat volgt daaruit?'

'Niets.'

168. De wondere wereld van afhankelijk ontstaan: niets, niets, niets

Afhankelijk ontstaan als agnose.

'Wat als alles de oorzaak van alles is?'

'Dan weet je van niets meer waardoor het wordt veroorzaakt of wat het zelf veroorzaakt.'

'Maar wat is iets dan nog van zichzelf?'

'Dat weet je dan ook niet meer.'

'Wat als je niet meer weet wat iets van zichzelf is?'

'Dan weet je niet meer waar het begint en eindigt of zelfs maar dat het is of niet is.'

'Maar wat betekent het dan?'

'Dat je van niets meer weet wat het betekent.'

'Wat als je van niets meer weet wat het betekent?'

'Dan weet je ook niet meer wat het betekent dat je van niets meer weet wat het betekent.'

'Maar betekent het dan nog wel iets?'

'Dat weet je dan ook niet meer.'

'Maar dan betekent het toch niets?'

'Dat weet je dan ook niet meer.'

'Wat als je dat ook niet meer weet?'

'Dan weet je evenveel als ik.'

169. Haiku op haiku: tussen nu en straks

De zeis aanzettend,
zag ik het ganzenbloempje
verdrietig kijken.

(Meisetsu)

De zeis aanzettend,
bleef toch het ganzenbloempje
rustig doorbloeien.

(Hans)

170. Waarom een frontale botsing zo moeilijk te timen is

Afhankelijk ontstaan voor regisseurs.

Meester Zero zegt:

Hoe laat precies moet je vertrekken om op een tegenligger te botsen om 10:17:33?

Hoe laat precies moet je tegenligger daarvoor vertrekken?

Hoe laat precies moet de kat van huis gaan?

Hoe laat precies moet de vogel opvliegen die door de kat beslopen wordt, waarna de kat zijn weg vervolgt?

Hoe laat precies moet de hond uitgelaten worden die, zodra hij hem in het oog krijgt, blaffend de kat achterna rent, waarna beide zonder links, rechts, links te kijken de weg oversteken, waardoor jij en je tegenligger om de dieren te sparen tegelijkertijd het stuur omgooien, toevallig naar dezelfde kant, en frontaal op elkaar botsen?

Geloof me, het is moeilijker dan je denkt om ervoor te zorgen dat je precies om 10:17:33 op een tegenligger botst. Zorg dat je het tot in de puntjes regelt, anders lukt het nooit.

Leeg landschap waar twee piepkleine groepjes kinhinmonniken recht op elkaar aflopen.
^ Waarom een frontale botsing zo moeilijk te timen is.

171. Wat is kinhin? Tegenliggers

Twee groepjes kinhinmonniken die niet voor elkaar opzij willen gaan.

172. Wat is wederzijds afhankelijk ontstaan?

Causaliteitsbeginsels in oost en west.

Afhankelijk ontstaan als pancausaliteit

Wederzijds afhankelijk ontstaan (Sanskriet: pratityasamutpada) is een boeddhistische begrip met meerdere betekenissen. De betekenis waarin ik hier geïnteresseerd ben is die van een bijzondere oorzakelijkheidsleer, namelijk de leer dat alles mede oorzaak is van alles.

Synoniemen van afhankelijk ontstaan in deze betekenis zijn afhankelijk bestaan, wederzijdse afhankelijkheid, interzijn, voorwaardelijkheid en wederkerigheid. Zelf noem ik afhankelijk ontstaan weleens pancausaliteit of hypercausaliteit, vanwege de associatie met het causaliteitsbeginsel (zie onder).

Nog een mooi woord vind ik conditionalisme. Volgens de Oosthoek Encyclopedie van 1973 staat dat voor de opvatting dat een verschijnsel niet één enkele oorzaak heeft, maar door een reeks van samenwerkende omstandigheden tot stand komt.

En in Vreemd Nederlands definieert Jan Meulendijks conditionalisme als de opvatting dat de wereld een systeem is van afhankelijkheden. Kort en krachtig, niet te verbeteren.

Even terug naar het beginsel van pancausaliteit. Als alles inderdaad alles veroorzaakt, is er van oorzaak en gevolg eigenlijk geen sprake meer. Dan muteert het geheel op onnavolgbare wijze aan alle kanten in alle geledingen en in alle richtingen. Dan kun je net zo goed van acausaliteit spreken als van pancausaliteit.

Met 'het geheel' bedoel ik hier niet dat alles één is; dat weet ik niet en ik zou niet weten hoe je zoiets kan weten. Pancausaliteit, conditionalisme, afhankelijk ontstaan dus, betekent alleen dat niets volledig op zichzelf staat of volledig uit zichzelf begrepen kan worden.

De speler speelt de bal, de bal speelt de speler, het publiek bespeelt het team en vergeet de grasmat niet, het stadion, het licht, de lucht, het weer, de aambeien van de coach, de meeuw die op de keeper schijt. En God natuurlijk, aangenomen dat hij bestaat, geen voetbal is, van voetbal houdt en liever meespeelt dan toekijkt. Maar dat weet ik niet en ik zou niet weten hoe je zoiets kan weten.

Afhankelijk ontstaan als beginsel

Het causaliteitsbeginsel is een term uit de westerse metafysica voor het dogma dat alles een oorzaak heeft, dat niets gebeurt zonder oorzaak.

Conditionalisme is niet de ontkenning van het causaliteitsbeginsel maar de inflatie ervan. Die het als uitgangspunt voor het dagelijks leven, de wetenschap en de techniek nutteloos maakt. Wat heb je aan een pancausaliteitsbeginsel, waar wou je dan de oorzaak zoeken?

Geen nood, in de praktijk kunnen we heel goed zonder beginselen. We gaan gewoon ons gang en zien wel wat ervan komt.

Wetenschap en techniek kunnen ook prima zonder beginselen, tot verdriet van de filosofie. Zijn er toch eens uitgangspunten nodig, dan heuristische. Praktisch toepasbare mathematische modellen zoals de algemene systeemtheorie (Von Bertalanffy) en de systeemkunde (systems engineering), de cybernetica en de chaostheorie. Methoden die het bètadenken vrijlaten en vleugels geven.

Afhankelijk ontstaan als eufemisme

Pancausaliteit is voor het boeddhisme wat het reguliere causaliteitsbeginsel is voor het gezond verstand: een geloofsartikel.

Kan het boeddhisme zonder oorzakelijkheidsbeginsel? Waarschijnlijk niet, dan valt de bodem uit de leer. Dan heb je een lege leer in plaats van een leer over de leegte. Dan luistert niemand meer.

Is wederzijds afhankelijk ontstaan wel een beginsel? Het is maar net aan wie je het vraagt. Als je het mij vraagt is het een eufemisme voor niet-weten:

Niet weten waarvan je doen en laten allemaal een effect is.

Niet weten waarop het allemaal effect heeft.

Niet weten wat je daarvan moet vinden.

Geen overzicht kunnen krijgen, terwijl ook de details je grotendeels ontgaan.

Steeds weer verrast worden door onvermoede samenhangen en onsamenhangendheid.

In het duister tasten, zelfs over de vraag in hoeverre je in het duister tast.

Van mij mag je dat best pratityasamutpada noemen hoor, pancausaliteit of conditionalisme. Ik noem het gewoon een zootje.

173. Wat is kinhin? Domino

Rij kinhinmonniken die omvallen als dominostenen.
^ Afhankelijk omgaan.

174. Het afhankelijk ontstaan van de vier edele waarheden

Hoe je jezelf aan je haren uit het moeras van samsara-nirwana trekt.

Wederzijds afhankelijk ontstaan in de zin van pancausaliteit is moeilijk te verenigen met de vier edele waarheden en het achtvoudige pad.

Voor wie net als ik de edele waarheden niet kan onthouden, noem ik ze nog even.

1. Er is lijden.

2. Het lijden heeft een oorzaak.

3. De oorzaak van het lijden kan opgeheven worden.

4. Door het achtvoudige pad te volgen wordt het lijden beëindigd.

Zoals je ziet gaan de vier edele waarheden uit van een overzichtelijke keten van oorzaak en gevolg, waarop je als individu makkelijk kan ingrijpen als je de verbanden eenmaal ziet en je best doet.

Dat er lijden is ga ik niet bestrijden.

Dat dit lijden duidelijk onderscheiden zou zijn van andere verschijnselen, klinkt in het licht van wederzijds afhankelijk ontstaan toch een beetje simplistisch.

Dat het lijden een duidelijk onderscheiden oorzaak zou hebben los van de oorzaken van andere verschijnselen, ook.

Dat die oorzaak zou kunnen worden opgeheven zonder allerlei andere verschijnselen op te heffen of te veranderen, ook.

Dat je daarvoor alleen maar het achtvoudige pad zou hoeven volgen ook.

Als alles werkelijk wederzijds afhankelijk ontstaat, dan ook de vier edele waarheden en ook de gedachte dat alles werkelijk wederzijds afhankelijk ontstaat. Toegegeven, dan kan niemand er wat aan doen dat hij zoiets bedenkt of gelooft, ernaar handelt of meent te handelen. Maar dat maakt het nog niet waar.

Meer in overeenstemming met de gedachte van pancausaliteit is het volgende viertal uitspraken (dat we al eerder zagen, als tweede van de acht perspectieven op de vier edele waarheden):

1. Lijden ontstaat afhankelijk.

2. De oorzaak van het lijden ontstaat afhankelijk.

3. De opheffing van de oorzaak van het lijden ontstaat afhankelijk.

4. Het achtvoudige pad bestaat afhankelijk.

Er is met andere woorden geen beginnen aan. Tenzij en voor zolang er geen houden aan is; dan zul je wel moeten en ben je een tijdje boeddhist.

Natuurlijk zijn de Indiase interpreten erin geslaagd om het begrip wederzijds afhankelijk ontstaan zo uit te leggen dat er door iedereen aan begonnen kan worden, al is er dan weer geen einde aan, het is ook altijd wat. Ik doel op de zogeheten keten van wederzijds afhankelijk ontstaan, niet te verwarren met het begrip wederzijds afhankelijk ontstaan.

Die bewuste keten heeft volgens de laatste berichten, eens even kijken, drie, nee zes, nee negen, nee elf, nee twaalf schakels. Hij strekt zich uit over, eens even kijken, enkele, nee vele, nee talloze existenties. Dus dat moet wel lukken, uiteindelijk.

Ik wens iedereen die zijn eigen lijden en dat van alle wezens wenst te vatten en te beëindigen met behulp van de keten van wederzijds afhankelijk ontstaan, alle benodigde levens toe, en een slijptol.

175. Kun je afhankelijk bestaan en toch onafhankelijk zijn?

Aan het begin neemt een boeddhist toevlucht tot de Drie Juwelen, aan het eind ontvlucht hij iedere toevlucht.

Beste Hans,

Ergens (ik weet niet meer waar) omschrijf jij jezelf als 'de autarkische auteur van NietWeten.nl'. Mijn woordenschat is niet zo groot, dus heb ik het even opgezocht in de Van Dale.

Autarkie (Grieks, autarkeia, 'zelf-genoeg'-zaamheid): zelfgenoegzaamheid (zowel in filosofische als psychologische zin).

Autarkisch: 1. berustend op of strevend naar autarkie. 2. Zelfvoorzienend.

Hieruit maak ik op dat jij zelfgenoegzaam bent. Dat moest ik ook even opzoeken.

Zelfgenoegzaam: 1. (Verouderd, gunstig) zichzelf genoeg, geen anderen, niets anders nodig hebbend. 2. (Ongunstig) in de overtuiging van eigen voortreffelijkheid niet naar anderen of iets anders vragend; synoniem: zelfvoldaan, zelfingenomen.

Wat houdt jouw autarkie precies in? Ben jij jezelf genoeg of vraag jij in de overtuiging van je eigen voortreffelijkheid nooit naar anderen of iets anders?

PS Heb je weleens gehoord van leegte (sunyata)?

Beste Thomas,

Ik kan je meteen geruststellen, vervuld van mijn eigen voortreffelijkheid ben ik niet. Mensen zijn mensen en daarmee is wat mij betreft alles gezegd. Ik heb geen behoefte meer om ze te rangschikken, laat staan om bovenaan een rangschikking te staan.

Zelfvoorzienendheid zie ik ook niets in. Alleen al om mij een banaantje in mijn ontbijt te bezorgen spant de hele wereld samen. Wat anderen ook claimen over het absolute, over god, over het ware zelf, de boeddhanatuur of de leegte, persoonlijk ken ik niets wat op of voor zichzelf bestaat.

'Het is steeds een complex van factoren', zei mijn vader toen hij doorkreeg dat de wereld een maatje te groot was voor zijn verstand maar nog steeds verstandig over wilde komen. Een goede definitie van 'afhankelijk ontstaan', zeg ik achteraf, weer zo'n woord voor mensen die doorkrijgen dat de wereld een maatje te groot is voor hun verstand maar nog steeds verstandig over willen komen.

Ook bij mij bleek alles wat aanvankelijk helder en duidelijk onderscheiden was, bij nader inzien gordiaans verknoopt. Inmiddels heb ik geen idee meer waar het ene ding eindigt en het andere begint. Waar de ene mens eindigt en de andere begint. Waar de geest eindigt en de stof begint. Waar het subject eindigt en het object begint.

De mensen en de dingen, de ideeën en de substanties, de oorzaken en de gevolgen – ze laten zich door mij niet van elkaar scheiden, behalve in de meeste oppervlakkige zin. Ze laten zich ook niet van mij scheiden. Ze laten zich ook niet met elkaar verenigen. Ze laten zich ook niet met mij verenigen.

Zo verknoopt is alles dat ik niet eens meer van afhankelijk ontstaan durf te spreken. Wat zou er bij gebrek aan een duidelijk dit of dat nog waarvan afhankelijk moeten zijn?

Zo verknoopt is alles dat ik niet eens meer van leegte durf te spreken. Wat zou er bij gebrek aan een duidelijk dit of dat nog waarvan leeg moeten zijn?

Je kan de wereld een warboel noemen, dan ligt het niet aan jou. Je kan jezelf een warhoofd noemen, dan ligt het niet aan de wereld. Of je kan zeggen dat je het niet weet, dan hou je het in het midden. Ik doe alle drie. Ziedaar mijn hele repertoire.

Thomas: Als het zo'n warboel is dat je niets meer uit elkaar kan houden, hoe kun je jezelf dan autarkisch noemen?

Hans: Daarmee bedoelde ik alleen maar dat ik geen bevestiging meer nodig heb.

Thomas: En waarom heb jij geen bevestiging meer nodig?

Hans: Omdat mijn leer leeg is natuurlijk.

Thomas: En als ik bevestiging nodig heb van de lege leer?

Hans: Dan ga je de Agnosereeks lezen. Of het Citatenboek Niet-Weten, dan hoor je het ook eens van een ander. Of Preek 34 van de Linji Lu:

"Thuisverlaters, als je de leer wil doorzien, laat je dan niet misleiden. Geloof niemand. Wie je ook maar tegenkomt, dood hem.

Kom je de Boeddha tegen, dood de Boeddha.

Kom je een patriarch tegen, dood de patriarch.

Kom je een arhat tegen, dood de arhat.

Kom je je ouders tegen, dood je ouders.

Kom je familie tegen, dood je familie.

Kom je jezelf tegen, dood jezelf.

Pas als er niemand meer over je schouders meekijkt kun je de zaken helder zien. Alleen door je van iedereen onafhankelijk te maken zul je bevrijding vinden."

Thomas: Juist.

Hans: Aan het begin neemt een boeddhist toevlucht tot de Drie Juwelen, aan het eind ontvlucht hij iedere toevlucht.

Hij dumpt het vlot waarmee hij de rivier overstak.

Hij dumpt zijn pij, zijn nap, zijn rakusu, zijn beeldjes, zijn matjes, zijn kussentjes.

Hij dumpt zijn geloften, zijn rituelen, zijn vaardige methoden, zijn edele waarheden.

Hij dumpt zijn soetra's, zijn shastra's, zijn meesters, zijn leerlingen, zijn samsara en nirwana.

Hij dumpt het idee van afhankelijk bestaan, dat zelf ook afhankelijk bestaat.

Hij dumpt het idee van leegte, dat zelf ook leeg is.

Thomas: En dan?

Hans: En dan staat hij op eigen benen. Dan is hij zichzelf genoeg.

Thomas: Autarkisch.

Hans: Een ongelukkig gekozen woord, begrijp ik nu. Maar als het over zen of niet-weten gaat is ieder uitgesproken woord er een te veel en ieder ingeslikt woord er een te weinig.

176. De reddingslijn van interzijn

Hoe boeddhisten de wereld redden.

Maitreya: Zullen we nog een chocolaatje nemen?

Boeddha: En dat voor een toekomstige boeddha.

Maitreya: Omdat ik een chocolaatje wil?

Boeddha: Om hoe u het zegt.

Maitreya: Hoe zou u het zeggen?

Boeddha: Zullen we nog een cacaoboer steunen?

Maitreya: Zonder cacaoboeren geen chocola, bedoelt u.

Boeddha: Afhankelijk ontstaan.

Maitreya: Interzijn.

Boeddha: Ik heb meer zin in een glas wijn.

Maitreya: Een druivenboer steunen.

Boeddha: Een bottelier.

Maitreya: Een flessenfabrikant.

Boeddha: Een kurksnijder.

Maitreya: Een vrachtwagenchauffeur.

Boeddha: Een supermarkt.

Maitreya: Een autofabriek.

Boeddha: Een hoogoven.

Maitreya: Een ertsmijn.

Boeddha: Je kan niets beters voor de wereld doen dan een glas wijn drinken.

Maitreya: Een belangeloze gift.

Boeddha: Anoniem.

Maitreya: Naar draagkracht.

Boeddha: Dana.

Maitreya: Goed voor je karma.

Boeddha: Wie zijn interdependentie ten volle realiseert, kan wel een potje breken.

Maitreya: Of een glaasje.

Boeddha: Zullen we meteen maar een chipsfabrikant steunen?

Maitreya: Wat dacht u van de filmindustrie?

Boeddha: Ja hoor, zet maar wat op.

Maitreya: Proost.

Boeddha: Proost.

177. Volg de lijn van interzijn

Hoe je van samsara in nirwana komt.

Meester Zero zegt:

Volg de lijn naar interzijn.

Van samsara naar nirwana.

Kluwen touw met een heel klein mannetje dat het begin van het touw in zijn hand houdt.
^ Volg de lijn van interzijn.

De draad kwijt?

Probeer het rustig nog een keer.

De draad kwijt?

Probeer het rustig nog een keer.

De draad kwijt?

Ja, wat dacht je dan.

De lijn van interzijn is een kluwen.

Daar is geen eind aan.

Zen is steeds opnieuw beginnen.

Een eeuwig frisse blik.

Geloof je dat?

Vergeet het maar.

Zelfs het begin is niet te vinden.

Je zit er altijd middenin.

Verder zul je nooit komen.

Er is geen lijn van interzijn.

Er is geen lijn naar interzijn.

Er is alleen maar intrazijn.

Overal tussenin zijn.

Kun je me volgen?

178. Het tussenin van intrazijn, zou dat soms het nirwana zijn?

Het is niet naar, het is niet fijn.

Meester Zero zegt:

Stel dat alles afhankelijk ontstaat.

Afhankelijk bestaat.

Afhankelijk vergaat.

Dan loopt alles door elkaar.

Dan valt er niets te scheiden.

Dan zijn er nergens zijden.

Dan is er geen vorm.

Dan is er geen leegte.

Dan is vorm geen leegte.

Dan is er geen samsara.

Dan is er geen nirwana.

Dan is samsara geen nirwana.

Dan is er geen pad tussen beide.

Dan hoef je nergens heen.

Dan kún je nergens heen.

Dan zit je overal tussenin.

Dan ben je zelf het tussenin.

Het tussenin van intrazijn.

Zonder dit of dat te zijn.

Het is niet naar, het is niet fijn.

Zou dat soms het nirwana zijn?

179. Zen laat zich niet inpakken

Drieëndertig pogingen om er toch weer iets van te maken.

Leerling: Zen is overal de betrekkelijkheid van inzien!
Meester: Maak er nu geen relativisme van.

Leerling: Zen is de onttroning van het verstand!
Meester: Maak er nu geen irrationalisme van.

Leerling: Zen is een boekverbranding!
Meester: Maak er nu geen obscurantisme van.

Leerling: Zen is het einde van het lijden!
Meester: Maak er nu geen panacee van.

Leerling: Zen is onverstoorbaarheid!
Meester: Maak er nu geen gemoedstoestand van.

Leerling: Zen is het einde van ieder onderscheid!
Meester: Maak er nu geen non-dualisme van.

Leerling: Zen is eenheid!
Meester: Maak er nu geen monisme van.

Leerling: Zen is onweerlegbaar!
Meester: Maak er nou geen waarheid van.

Leerling: Zen is de bron!
Meester: Maak er nou geen kosmologie van.

Leerling: Zen geeft richting aan het leven!
Meester: Maak er nu geen weg van.

Leerling: Zen is het einde van de illusie!
Meester: Maak er nu geen werkelijkheid van.

Leerling: Zen is grote twijfel!
Meester: Maak er nu geen scepticisme van.

Leerling: Zen is iedereen wantrouwen!
Meester: Maak er nou geen paranoia van.

Leerling: Zen is het einde van de grote verhalen!
Meester: Maak er nou geen postmodernisme van.

Leerling: Zen is het einde van alle goden!
Meester: Maak er nu geen atheïsme van.

Leerling: Zen is een beeldenstorm!
Meester: Maak er nu geen strijd van.

Leerling: Zen ben je!
Meester: Maak er nu geen identiteit van.

Leerling: Zen is onze ware aard!
Meester: Maak er nou geen essentialisme van.

Leerling: Ik geloof in zen!
Meester: Maak er nu geen religie van.

Leerling: Zen omarmt alles!
Meester: Maak er nu geen liefde van.

Leerling: Zen is het hoogste inzicht!
Meester: Maak er nu geen wijsheid van.

Leerling: Zen is sunyata!
Meester: Maak er nu geen gat van.

Leerling: Zen is groot mededogen!
Meester: Maak er nou geen ideaal van.

Leerling: Zen is openheid!
Meester: Maak er nou geen houding van.

Leerling: Zen is totale aanwezigheid!
Meester: Maak er nou geen mindfulness van.

Leerling: Zen is alleen maar geven!
Meester: Maak er nu geen dana van.

Leerling: Zen is een triomf!
Meester: Maak er nou geen verdienste van.

Leerling: Zen is denken wat je wil denken!
Meester: Maak er nou geen maakbaarheid van.

Leerling: Zen is alleen maar zitten!
Meester: Maak er nu geen praktijk van.

Leerling: Zen is het laatste woord!
Meester: Maak er nou geen autoriteit van.

Leerling: Zen is zen!
Meester: Maak er nu geen tautologie van.

Leerling: Zen is!
Meester: Maak er nu geen entiteit van.

Leerling: Zen!
Meester: ...

Leerling: ...
Meester: Hè hè.

180. Wat je minstens van onthechting moet weten

Voor je het eindelijk mag vergeten.

'Wat weet jij eigenlijk van onthechting, Hans?'

'Minder dan wie ook.'

'Ben jij al helemaal onthecht?'

'Daar maal ik niet om.'

'Ben jij wel een boeddhist?'

'Wat doet het ertoe.'

'Dit lijken me geen aanbevelingen.'

'Integendeel.'

181. Wij en zij op het ereschavot

Over het nut van persoonlijke voornaamwoorden.

Zegt de ene Oranjefan: 'De halve finale hebben we gewonnen!'

Zegt de andere: 'Maar de finale hebben ze verloren.'

182. Remissie en transcendentie op de zenweg

Over het nut van bezittelijke voornaamwoorden.

Leerling: 'De leraar heeft mij welkom geheten!'

Jaren later

Leerling: 'Onze leraar is tot sensei benoemd!'

Jaren later

'Mijn leraar heeft mij de geloften afgenomen!'

Jaren later

'De leraar heeft zijn geloften gebroken!'

Niet veel later

'We gaan die man uit onze sangha zetten!'

Niet veel later

'De leraar heeft berouw getoond!'

Jaren later

'Onze leraar is tot roshi benoemd!'

Jaren later

'Mijn roshi heeft mij tot sensei benoemd!'

183. Hoe je je gehechtheid overwint

En anders wel je onthechting.

Leerling: Denkt u dat we onze gehechtheid moeten overwinnen?

Meester: Denk jij dan dat dat kan?

Leerling: Denkt u dan we onze gehechtheid moeten aanvaarden?

Meester: Denk jij dan dat dat kan?

Leerling: Denkt u dan we onze gehechtheid moeten aanzien?

Meester: Denk jij dan dat dat kan?

Leerling: Denkt u dat we onze gehechtheid moeten negeren?

Meester: Denk jij dan dat dat kan?

Leerling: Denkt u dat we niets meer moeten vinden?

Meester: Denk jij dan dat dat kan?

Leerling: Denkt u dan helemaal niets?

Meester: Denk jij dan dat dat kan?

Leerling: Nu weet ik nog niets.

Meester: Denk jij dan dat dat kan?

Leerling: Ik geef het op.

Meester: Denk jij dan dat dat kan?

184. Hoe je je geest tot rust brengt

Overwinnen, aanvaarden, aanzien of negeren?

'Meester, breng mijn geest tot rust', zei Huiko. 'Breng me je geest en ik breng hem tot rust', antwoordde Bodhidharma. 'Ik kan hem nergens vinden.' 'Dan heb ik hem tot rust gebracht.'

(Koan 41 van de Poortloze Poort.)

1

Denk jij dat we onze gedachten moeten overwinnen?

Denk je dat we onze gedachten moeten aanvaarden?

Denk je dat we onze gedachten moeten aanzien?

Denk je dat we onze gedachten moeten negeren?

Wat denk je allemaal niet?

2

Denk je dat we onze geest moeten overwinnen?

Denk je dat we onze geest moeten aanvaarden?

Denk je dat we onze geest moeten aanzien?

Denk je dat we onze geest moeten negeren?

Wat denk je allemaal niet?

3

Denk je dat we ons ego moeten overwinnen?

Denk je dat we ons ego moeten aanvaarden?

Denk je dat we ons ego moeten aanzien?

Denk je dat we ons ego moeten negeren?

Wat denk je allemaal niet?

4

Denk je dat gedachten, geest en ego in wezen verschillend zijn?

Denk je dat gedachten, geest en ego in wezen hetzelfde zijn?

Denk je dat gedachten, geest en ego wezenlijk zijn?

Denk je dat gedachten, geest en ego leeg zijn?

Wat denk je allemaal niet?

185. Het verschil tussen gehechtheid en onthechting

Je kan wel zoveel denken.

Leerling: Wat is gehechtheid?

Meester: Denken dat je ergens vanaf moet.

Leerling: Wat is onthechting?

Meester: Denken dat je er vanaf bent.

186. De overeenkomst tussen gehechtheid en onthechting

Je kan ook teveel denken.

Leerling: Wat is het verschil tussen gehechtheid en onthechting?

Meester: Gehechtheid is denken dat je ergens vanaf moet, onthechting is denken dat je nergens vanaf moet.

Leerling: Mooi.

Meester: Gehechtheid is denken dat je ergens vanaf moet, onthechting is denken dat je nergens vanaf kan.

Leerling: Dat is heel wat anders.

Meester: Gehechtheid is denken dat je ergens vanaf moet, onthechting is denken dat je overal vanaf bent.

Leerling: Dat is weer wat anders.

Meester: Dat denk je maar.

Leerling: Wat is dan de overeenkomst?

Meester: Denken.

Leerling: De overeenkomst tussen gehechtheid en onthechting is denken?

Meester: Zou je denken?

Leerling: Vindt u dat we minder moeten denken?

Meester: Vinden is een vorm van denken.

Leerling: Vindt u dat we niet meer moeten denken?

Meester: Vinden is een vorm van denken.

Leerling: Bent u zelf gestopt met denken?

Meester: Ik kan wel zoveel vinden.

Leerling: Dat is ook geen antwoord.

Meester: Denken is niet gestopt met mij.

Leerling: Wat wilt u nu eigenlijk zeggen?

Meester: Denk je dat ik wat wil zeggen?

Leerling: Ik snap er niets meer van.

Meester: Wat denk je van mij.

Leerling: Wat is dan het verschil tussen ons?

Meester: Dat ik er niet meer mee zit?

Leerling: Ja, zit u er nu wel mee of zit u er niet mee?

Meester: Ja, ik kan wel zoveel denken.

187. Haiku op haiku: tussen schreeuw en zucht

Een fazant die schreeuwt.
Naar vader en moeder die
dood zijn verlang ik.

(Basho)

Een schreeuw sterft weg
met in zijn kielzog mijn zucht
naar dierbare doden.

(Hans)

188. Gehechtheid op het achtvoudige pad

Acht een-voudige meesters.

Roept de eerste meester, zoals altijd: Het achtvoudige pad is de weg!

Roept de tweede, zoals altijd: U bent gehecht aan de weg!

Roept de derde, zoals altijd: U bent gehecht aan onthechting!

Roept de vierde, zoals altijd: U bent gehecht aan terechtwijzen!

Roept de vijfde, zoals altijd: U bent gehecht aan het woord!

Roept de zesde, zoals altijd: U bent gehecht aan de stilte!

Roept de zevende, zoals altijd: Aargh!

Roept de achtste, zoals altijd: Weg met het achtvoudige pad!

Roept de eerste, zoals altijd: Het achtvoudige pad is de weg!

189. De fundamentele waarheid van zen, en hoe je er vanaf komt

Waarom transmissie een wassen neus is.

'De fundamentele waarheid van zen is onthechting van elke waarheid, Hans.'

'Wie zegt dat?'

'Nico Tydeman.'*

* In Transmissie en Transcendentie, pagina 266.

'Ben je eraan gehecht?'

'Nou je het zegt.'

'Dat heb je met die waarheden.'

'Ben jij gehecht aan de waarheid?'

'Ik zou niet weten hoe.'

'Omdat je onthecht bent van elke waarheid?'

'Omdat ik de waarheid niet ken.'

'Omdat je de waarheid bent, zeggen ze in het non-dualisme.'

'Of ik hem nou ben of niet, ik ken hem niet...'

'De fundamentele waarheid van zen is onthechting van elke waarheid, Hans.'

'Dus waarvan zou ik dan moeten onthechten.'

190. Haiku op haiku: tussen hangen en wilgen

Draag de droefheid, al
het verlangen van uw hart,
over aan de wilgen.

(Basho)

Hang uw hang naar niet
verlangen aan de wilgen
en u hangt niet meer.

(Hans)

191. Onthechting is ook niet alles

Waar een weg is is een wil.

Leerling: Ik wou dat ik niets meer wou.

Meester: Ik wou dat ik nog wat wou.

Jaren later

Leerling: Ik wou dat ik nog wat wou.

Meester: Ik wou dat ik wou dat ik nog wat wou.

Jaren later

Leerling: Ik wou dat ik wou dat ik wou dat ik nog wat wou.

Meester: Wauw.

192. Haiku op haiku: tussen spelen en leven

Wij speelden huishouden,
een kinderspel, speelden
tot de herfstavond.

(Shiki)

Wij spelen leven,
een kinderspel, anders niet.
't Wordt steeds vergeten.

(Hans)

193. Wat is kinhin? Zo kan het ook

Loopmeditatie op één been.

Hinkelende kinhinmonniken.
Kinhinkelen.

194. De mentale constructies van Dogen Zenji

Voice dialogue met een icoon; requiem voor Bodhidharma.

Hans: Wat is volgens u de essentie van het boeddhisme?

Dogen: Er is alleen maar Dit.

Hans: Nou dat weer.

Dogen: We zijn er nooit van gescheiden.

Hans: Waarvan niet?

Dogen: Ik reis in een onbegrensde wereld en elk van mijn stappen is mijn huis.

Hans: U zit anders dag en nacht te mediteren.

Dogen: Ik doel op de ultieme werkelijkheid die komt noch gaat...

Hans: Kom nou gauw.

Dogen: ... en tijd noch ruimte kent.

Hans: Ga toch heen.

Dogen: Echt heilig is...

Hans: Alles leeg en niets heilig, was het toch?

Dogen: Ah ja, Bodhidharma.

Hans: De eerste zenpatriarch.

Dogen: Wat ik zeggen wou, echt heilig is wat ons bevrijdt van onze mentale constructies.

Hans: 'Echt' is een mentale constructie. 'Heilig' is een mentale constructie. 'Ons' is een mentale constructie. 'De ultieme werkelijkheid die komt noch gaat en tijd noch ruimte kent' is een mentale constructie. 'Bevrijding' is een mentale constructie. 'Mentale constructie' is een mentale constructie. Dogen Zenji is een mentale constructie. Dat mentale constructies ons gevangen houden is een mentale constructie.

Dogen: Wat is geen mentale constructie?

Hans: Ik zou het ook niet weten.

Dogen: Niet-weten?

Hans: Niet-weten is het meest nabij.

Dogen: Ah ja, Dizang.

Hans: Al is het ook maar een mentale constructie.

Dogen: Wat is volgens jou de essentie van het boeddhisme?

Hans: Dat is volgens mij de essentie van het boeddhisme.

195. Zelfbeelden in het boeddhisme: licht of lucht?

Zegt de ene bodhisattva: Wat ben jij nou voor boeddhist, je weet niet eens dat je al verlicht bent.

Zegt de andere: Nee jij dan, je denkt nog steeds dat je bestaat.

196. Haiku op haiku: tussen hoog en laag

De bovenste twijg
weet van 't geheime leven
diep in de wortels.

(Shoichi)

Weten de twijgen
van het geheime leven
diep in de wortels?

Weten de wortels
van het geheime leven
hoog in de twijgen?

Weten de twijgen
van het geheime leven
hoog in de twijgen?

Weten de wortels
van het geheime leven
diep in de wortels?

Wie o wie weet wat
wortels en twijgen weten
bij hoog en bij laag?

(Hans)

Hoofd waar een boom op groeit.
^ Weten de wortels / van het geheime leven / diep in de wortels?

197. Inspiratiedagen met Zenmeester Hans van Dam

Wie het eerst komt die het eerst maalt.

Vier keer per maand deelt Zenmeester Hans van Dam zijn diepe inzichten en ervaringen met gewone mensen.

Na afloop mogen ze hem vragen stellen.

Er is beperkt gelegenheid voor een persoonlijk onderhoud (dokusan).

Er is nog beperkter gelegenheid voor een zeer persoonlijk onderhoud (transmissie en transpiratie), uitsluitend op initiatief van Zenmeester Hans van Dam.

Hans van Dam verkleed als zenmeester.
^ Zenmeester Hans van Dam van Zendo Het Lichtend Gat.

Programma

09.00: Surrogaatkoffie of -thee (zelf meenemen).

09:15: Teisho (toespraak) van Zenmeester Hans van Dam waarin hij zijn diepe inzichten en ervaringen deelt met gewone mensen.

12.15: Zazen (zitmeditatie).

12.20: Kinhin (loopmeditatie).

12.25: Vragen stellen.

12.30: Kleine lunch (zelf meenemen) of uitgebreide lunch (zelf meenemen).

Plaats: zendo Het Lichtend Gat.

(Lichtend Gat is de spirituele naam van Zenmeester Hans van Dam. De zendo is naar hem vernoemd.)

Danasuggestie: €75 (€125 voor transmissie en transpiratie).

Bij binnenkomst testen wij of u echt bent, dus wees op tijd.

Zenmeesteres Zero

Als Zenmeester Hans van Dam wegens andere verplichtingen niet persoonlijk aanwezig kan zijn, neemt zijn rechterhond, Zenmeesteres Zero, de training over.

Zero heeft een voorkeur voor zit- en loopmeditatie, maar gehoorzaamheidstraining behoort ook tot de mogelijkheden.

Danasuggestie: €25.

Doorlopende video

Als Zenmeesteres Zero wegens andere verplichtingen niet persoonlijk aanwezig kan zijn, kunt u op eigen gelegenheid gebruik maken van zendo Het Lichtend Gat.

Er worden doorlopend video's vertoond van Zenmeester Hans van Dam, waarin u kunt zien hoe hij zijn diepe inzichten en ervaringen deelt met gewone mensen.

Danasuggestie: €20.

Wie is Zenmeester Hans van Dam?

Zenmeester Hans Sayonara van Dam heeft in 2007 transmissie gekregen van Zenmeester Zuetsu, de achtenveertigste opvolger van de Chinese chanmeester Haha (901-966), stichter van de Foe-Tsieschool.

Zenmeester Hans van Dam is Stamboekboeddhist, voorzitter van de Zonen van de Boeddha, penningmeester van de Hoeders van de Ware Dharma en vertaler van de Ellenlange Redes

Zenmeester Hans van Dam is ook de auteur van het meesterwerk Willen Voelen wat je Voelt, de bestseller Zengeest, Koopmansgeest, het boek van de maand Liegen om Bestwil en het monumentale Pretentie en Descendentie.

198. Diepte-interview met Zenmeester Hans van Dam

'Iedere vorm van transcendentie moet overstegen worden.'

Van onze Buitengewoon Onbezoldigd Correspondent J.N. ter Plaatse.

Ego Zwetsloot

'Om meteen maar met de deur in huis te vallen: wie ten diepste is Zenmeester Hans van Dam?'

'Ego Zwetsloot.'

'Wat? Wie?'

'Hebt u wat aan uw oren?'

'Ik dacht dat u Het Ware Zelf zou zeggen of zoiets.'

'Een authentieke zenmeester is altijd verrassend.'

'Is Ego Zwetsloot uw spirituele naam?'

'Nee, Ego Zwetsloot is mijn eigennaam.'

'Wie is dan Hans van Dam?'

'Hans van Dam is mijn spirituele naam. En zenmeester is mijn ware aard.'

Malafide

'Wie heeft u de spirituele naam Hans van Dam gegeven?'

'Iedere naam is Zelfgegeven.'

'Ik bedoel, van wie hebt u transmissie gekregen?'

'Ik bedoel, van wie heeft Gautama Boeddha transmissie gekregen?'

'Een échte zenmeester heeft dharma overdracht gehad.'

'Een échte zenmeester staat op eigen benen.'

'Wie garandeert ons dat u bonafide bent?'

'Wie op garanties boogt is malafide.'

'Iemand moet toch uw transcendentie bevestigen?'

'Iedere vorm van transcendentie moet overstegen worden.'

Bezeten

'Wat bent u in het dagelijks leven?'

'Is er nog een ander leven?'

'Wat is uw beroep?'

'Zenmeester Hans van Dam.'

'Maar waarmee verdient u de kost?'

'Met Zenmeester Hans van Dam.'

'Dat zal geen vetpot wezen.'

'Een vetpot kan geen boeddha wezen.'

'Hebt u hobby's?'

'Zenmeester Hans van Dam.'

'U lijkt wel bezeten van Zenmeester Hans van Dam.'

'U niet minder.'

Muppets

'Is er dan niets anders dan Zenmeester Hans van Dam?'

'Toch wel.'

'Mag ik vragen wat?'

'YouTube.'

'Aha, filmpjes kijken, hoe menselijk. Waar kijkt u het liefst naar?'

'De Muppets.'

'En verder?'

'Ik kijk eigenlijk alleen maar naar de Muppets.'

'De Muppets, is dat niet een beetje passé?'

'Wat moet u dan wel niet van de Boeddha denken.'

'Met wie identificeert u zich?'

'Wat ben ik, een muppet?'

'Volgens mij identificeert u zich met Zenmeester Hans van Dam.'

'Ik prijs me iedere dag gelukkig dat ik geen interviewer ben.

Ontwaakt

'Als u zo druk bent met Zenmeester Hans van Dam en Muppets kijken, komt u dan nog wel toe aan uw nachtrust?'

'Die heb ik niet nodig.'

'Slapen hoeft voor u niet meer?'

'Slapen hoef ik niet meer.'

'Hoe verklaart u dat?'

'Ik ben volledig ontwaakt.'

'Ik dacht dat slapen iets lichamelijks was en ontwaken meer iets geestelijks?'

'Alles ontstaat afhankelijk. Dat is een eeuwige wet.'

Poespas

'Draagt u altijd die rakusu? Ik heb u nog nooit zonder gezien.'

'Behalve onder de douche. Maar dat krijg jij niet te zien.'

'Is dat nou nodig, die Japanse poespas?'

'De Japanse wijze is van A tot Z uitgekiend door Japanse wijzen.'

'Met stokjes eten heeft toch helemaal geen zin?'

'Met stokjes eten traint de aandacht. In mijn zendo eten we zelfs de soep met stokjes. Een trage geest in een traag lichaam, ziedaar de zenboeddhist in optima forma.'

'Verwart u de leer niet met de vorm?'

'Vorm is leegte, dat zou u onderhand moeten weten.'

Leugens

'Het gerucht gaat dat u jarenlang heeft gelogen over...'

'Roddelen en kwaadspreken zijn op geen enkele wijze te verenigen met juist spreken.'

'Maar is het waar dat u al die jaren heeft gelogen over...'

'Hoe kan iemand liegen die niet eens bestaat?'

'Verwijst u naar de doctrine van niet-zelf?'

'Hoe kan iemand die niet eens bestaat, verwijzen naar doctrines die niet eens bestaan?'

'Maar om even terug te komen op het gerucht dat u al jarenlang...'

'Is het waar dat jij al jarenlang boeddhisten interviewt zonder zelfs maar de lekengeloften te hebben afgelegd?'

'Dat kan ik niet ontkennen, maar...'

'Mag ik je dan uitnodigen om de lekengeloften af te leggen door het bijwonen van de jukaiceremonie in Zendo Het Lichtend Gat komend najaar?'

'Is het waar, Zenmeester Van Dam, dat u tijdens dokusan, slechts gekleed in een rakusu, met een vliegenkwast leerlingen van beiderlei kunne...'

'Dat is dan afgesproken.'

'Maar...'

'Dank voor dit openhartige gesprek.'

Woordenlijstje

Lekengeloften: 1. niet doden; 2. niet stelen; 3. niet seksueel misbruiken; 4. niet liegen of roddelen; 5. geen verdovende middelen gebruiken.

Dharma-overdracht: ritueel waarbij twee mensen die menen de boeddhistische leer te begrijpen elkaar daarin bevestigen.

Dokusan: onderonsje van meester en leerling waarin de eerste doet of hij alles doorheeft en de laatste alsof hij niks doorheeft.

Rakusu: sierslab. Hoe groter de rakusu, hoe groter het ego.

Ego: zenmeester.

199. Zijn we allen zenmeesters?

Over de innerlijke fascist.

Hierboven heb je twee keer kennis kunnen maken met Zenmeester Hans van Dam.

Wat vind je van hem?

Ik zal je zeggen wat ik van hem vindt.

Zenmeester Hans van Dam is een eigenwijze, hypocriete, valse, doortrapte demagoog van een leraar.

Ik hoop dat niemand ooit in zijn of zo'n fuik zwemt, maar die hoop is ijdel aangezien de fictieve Zenmeester Hans van Dam is samengesteld uit een tiental dubieuze leraren in het door schandalen geteisterde boeddhistische wereldje.

Ik beken: ook in mij woont zo'n type. Zenmeester Hans van Dam is een alter ego van de persoon Hans van Dam.

De enige reden dat hij geen kans krijgt om zich in het openbaar uit te leven, is dat ik hem in de smiezen heb, maak ik mezelf graag wijs.

Ik moet er tenminste niet aan denken wie ik had kunnen worden als ik ongecontroleerd mijn gang had kunnen gaan, in een of andere oorlog, in een of andere parochie of sekte, gompa of sangha – in welke situatie ook.

Zijn wij allen nazi's? vroeg Hans Askenasy zich in 1978 af naar aanleiding van de roemruchte experimenten van Stanley Milgram aan Yale University.

Hij antwoordde bevestigend.

Zijn wij allen zenmeesters?

Zenmeester Hans van Dam is toevallig 'zenmeester' geworden omdat de persoon Hans van Dam weleens van zen heeft gehoord, maar wanpraktijken komen voor in alle boeddhistische scholen, in alle religies en in alle organisaties, groot en klein.

Het is steeds hetzelfde liedje: machtswellust, seksisme, seksueel misbruik, uitbuiting, geldklopperij, egoïsme, dikdoenerij, zelfverheerlijking, elitarisme, traditionalisme, leugenachtigheid, pedanterie, dogmatisme, fundamentalisme, indoctrinatie, intimidatie en noem maar op. Alle geloften, geboden en controlemechanismen ten spijt.

Leraren, monniken, priesters, gezagsdragers uit alle geledingen van alle samenlevingen kwamen en komen er langdurig of volledig mee weg.

Iedereen draagt van kindsbeen het zaad van fascistoïde gedrag in zich mee, denk ik weleens, maar misschien is dat projectie van een geboren fascist.

Als jij de uitzondering bent hoor ik het graag.

200. Geef een meester nooit een maagd

Boeddhisme is wel heel gewaagd.

Als een mens maar
Niet meer klaagt

En zijn lijden
Stil verdraagt

Komt nirwana
Ongevraagd

Sprak de meester
Tot de maagd

201. Boeddha's bestaan niet

We zijn allemaal maar mensen.

Groot vertrouwen

Boeddhistische leraren kun je vertrouwen, zou je denken. Ze hebben allemaal de geloften afgelegd, ze zijn allemaal beëdigd, ze hebben allemaal hun begeerte overwonnen, ze hebben niets van niemand nodig. Nergens ben je veiliger. Toch?

Vergeet het maar, niets is minder waar. Ook en juist bij mensen die je honderd procent meent te kunnen vertrouwen, moet je op je hoede zijn.

Geloof je me niet? Doe maar eens onderzoek naar gevallen boeddhistische leraren uit het recente verleden. Hier is een namenlijstje om je op gang te helpen, gevolg door een greep uit de beschuldigingen.

Gevallen boeddhistische leraren

Baker Roshi.

Chögyam Trungpa.

Dennis Merzel.

Eido Roshi.

Frank Uyttebroeck.

Genpo Döring.

Lama Kelsang Chöpel.

Maezumi Roshi.

Mettavihari.

Nico Tydeman.

Noah Levine.

Paul Van hooydonck.

Rients Ritskes.

Sakyong Mipham rinpoche.

Sasaki Roshi.

Seung Sahn.

Sogyal Rinpoche.

Walter Nowick.

Een greep uit de beschuldigingen

Seks met leerlingen.

Seks met minderjarigen.

Buitenechtelijke relaties.

Verkrachting.

Geestelijke mishandeling.

Lichamelijke mishandeling.

Machtsmisbruik.

Intimidatie.

Geldklopperij.

Uitbuiting.

Extravagantie.

Misbruik van giften.

Belastingfraude.

Titelfraude.

Liegen.

Alcoholverslaving.

Cocaïneverslaving.

Seksverslaving.

Tabaksverslaving.

Zelfverheerlijking.

Banden met de georganiseerde misdaad.

Geheimen

Waarschijnlijk zijn deze lijstjes maar het topje van de ijsberg. Lang niet iedereen wordt ontmaskerd, lang niet iedereen die wordt ontmaskerd komt in het nieuws, lang niet iedereen die het nieuws haalt haalt het Nederlandse nieuws, lang niet iedereen die het Nederlandse nieuws haalt staat op dit lijstje.

Er is geen enkele manier om met zekerheid vast te stellen hoe betrouwbaar een boeddhistische leraar is, wat er allemaal in hem of haar omgaat, waar hij of zij stiekem op uit is.

Geloof je me nog steeds niet? Kijk dan eens eerlijk naar jezelf, als je durft. Naar je eigen geheime leven. Naar alles wat je niet wil weten over jezelf. Naar alles wat niemand over je mag weten, zelfs intimi niet.

Dat is heel wat, nietwaar? Is er zelfs maar één iemand in je leven die alles van je mag zien en kan aanzien? Is er zelfs maar één iemand in je leven van wie je absoluut zeker weet dat hij geen geheimen voor je heeft?

202. Bestaan boeddha's echt niet?

Waarom ik een slag om de arm hou.

Bestaan boeddha's echt niet? Ja, weet ik dat. Zomin als ik weet of engelen bestaan, kabouters, elfjes. De Vader, de Zoon, de Heilige Geest. Tovenaars, heksen, trollen.

De een zweert van wel, de ander zweert van niet, dit is een valse, dat is een echte, ze trekken hun zwaard om het pleit te beslechten, welke kromme is de enige rechte?

Het lijkt me in ieder geval logisch dat de toekomstige boeddha Maitreya niet bestaat. Maar hoe verklaar je dan alle woorden die in het verleden van hem zijn opgetekend?

Het komt mij voor dat de historische boeddha Siddharta Gautama minstens al sinds zijn dood niet meer bestaat. Maar volgens de onovertroffen dharma had hij niet één maar drie lichamen, waarvan twee onsterfelijk. En sommige van mijn vaagste kennissen rekenen hem tot hun beste vrienden.

Er zijn goede redenen om aan te nemen dat Meester Linji Yixuan, de protagonist van de Linji Lu, een literaire constructie is. Maar als dat echt zo is, over wie gaan die kronieken dan?

Ik dacht altijd dat boeddhabeelden beelden waren en geen boeddha's. Maar zouden ze wereldwijd aanbeden worden als er helemaal niets achter zat? Kom nou, mensen zijn niet gek.

Redenen genoeg dus om mijn oordeel op te schorten tot ik eindelijk mijn eerste echte boeddha ontmoet. Een uitgedoofde gelukzalige die niet nog moet komen en nog niet is overleden. Man, ik kan niet wachten.

203. Waarom je in nirwana geen boeddha's vindt

Omdat ze allemaal in samsara zitten.

'Is iedere boeddha volledig onthecht?'

'Geen enkele boeddha is volledig onthecht.'

'Wat begeert hij dan?'

'Bevrijding van alle voelende wezens.'

'Is daar een eind aan?'

'Natuurlijk niet.'

'Waarom niet?'

'Levende wezens vermeerderen zich sneller dan ze zich laten verlossen.'

'Maar een boeddha is toch voorgoed nirwana binnengegaan?'

'Natuurlijk niet.'

'Waarom niet?'

'Nirwana betekent uitdoving.'

'Wie verlangt naar bevrijding van alle voelende wezens is niet uitgedoofd, wou je zeggen.'

'Verlangen is verlangen.'

'Dus een boeddha is niet voorgoed nirwana binnengegaan?'

'Een boeddha is voorgoed samsara binnengegaan.'

'Hoezo voorgoed?'

'Het is al vijfentwintighonderd jaar niemand gelukt.'

'Ik vind bevrijding van alle voelende wezens een nobel streven.'

'Streven is streven.'

204. Meester, masturbeert u nog?

Vragen om aan je boeddhistische leraar te stellen.

Vragen stellen

Als je wil weten waar je met je leraar aan toe bent, moet je vragen stellen. Mag dat niet? Heeft hij geen tijd? Is hij beledigd? Dan weet je genoeg. Dan weet je dat je niet weet waar je met hem aan toe bent.

Kun je het niet? Durf je het niet? Wil je het niet? Dan weet je genoeg. Dan weet je waar je met jezelf aan toe bent. Dan weet je dat je nooit zal weten waar je met je leraar aan toe bent.

Want dat volstaat. Je hoeft niet te weten waar je met je leraar aan toe bent. Als je maar weet dat je niet weet waar je aan toe bent.

In het onwaarschijnlijke geval dat je leraar zich helemaal openstelt en jij het aandurft, wat voor vragen moet je dan stellen? De vragen die voor jou het belangrijkst zijn natuurlijk. De belangrijkst het eerst.

Voorbeeldvragen

Welke boeddhistische geloften hebt u afgelegd?

Hoe vaak hebt u uw geloften al gebroken?

Hoort u zichzelf graag praten?

Vind u zichzelf bijzonder?

Houdt u van aandacht?

Is een titel belangrijk voor u?

Wat hoopt u te bereiken?

Hoever gaat u om de top te halen?

Wanneer hebt u voor het laatst gelogen?

Wanneer hebt u voor het laatst tegen uzelf gelogen?

Hebt u al eens tegen mij gelogen?

Wat houdt u allemaal achter om niet te hoeven liegen?

Doet u zich weleens mooier voor dan u bent?

Doet u zich weleens groter voor dan u bent?

Doet u zich weleens kleiner voor dan u bent?

Doet u zich weleens anders voor dan u bent?

Bepaalt u altijd zelf hoe u zich voordoet?

Bepaalt u zelf wat u wanneer tegen wie zegt?

Hebt u de waarheid in pacht?

Hebt u weleens ergens spijt van?

Waar hebt u zoal spijt van?

Piekert u weleens?

Heeft u idealen?

Bent u helemaal vrij van begeerte?

Bent u verslaafd aan het nieuws?

Wanneer hebt u voor het laatst alcohol gebruikt? Koffie? Tabak? Drugs?

Wanneer hebt u voor het laatst vlees gegeten?

Wanneer hebt u voor het laatst iets gestolen?

Bent u trots op uzelf?

Is het belangrijk voor u dat anderen tegen u opkijken?

Waarom moet ik u vousvoyeren?

Heeft u een eigen huis?

Heeft u een eigen auto? Hoeveel kilometer per jaar rijdt en vliegt u?

Hoeveel geldt staat er op uw rekening?

Wanneer hebt u voor het laatst een levend wezen gedood?

Hoe komt u zo dik?

Wordt u geil als u mij of andere leerlingen ziet?

Waar valt u op?

Hoe gaat u met uw geilheid om?

Wanneer bent u voor het laatst seksueel opgewonden geweest?

Kijkt u porno?

Waar fantaseert u zoal over?

Masturbeert u weleens?

Vindt u deze vragen opwindend?

Jezelf ontmaskeren

Denk erom dat intieme vragen tot ongewenste intimiteiten kunnen leiden. Je leraar verleiden geeft wel meteen duidelijkheid natuurlijk.

Leraren ontmaskeren is eigenlijk zonde van je tijd. De uitkomst laat zich raden. Zelfs leraren van onbesproken gedrag hebben waarschijnlijk geheime gedachten, gevoelens en intenties. Of ze het nou toegeven of niet. Net als jijzelf.

Jezelf ontmaskeren, dat is pas interessant. In plaats van bovenstaande vragen aan een leraar te stellen kan je ze met de nodige aanpassingen aan jezelf stellen. Of, nog spannender, aan jezelf laten stellen door een ander.

Als je helemaal eerlijk bent, zal je waarschijnlijk net als ik ontdekken dat je niet wezenlijk verschilt van gevallen leraren. Geloof je me niet? Wacht maar tot je je kans schoon ziet. De gelegenheid schept de dief.

Mensen blijven mensen. Hoe graag ze ook willen van niet.

205. Wat is kinhin? Onthechting

Vier kinhinmonniken met een stijve die je door hun gewaden heen ziet.

206. Strebers in het boeddhisme, en hoe je ze herkent

Met mensen weet je het maar nooit, met strebers weet je het nooit niet.

Mensen zijn mensen.

Met mensen weet je het maar nooit.

Meesters, priesters, bodhisattva's en boeddha's zijn ambitieuze mensen.

Mensen met spirituele en religieuze ambities.

Mensen die menen boven hun menselijkheid en boven hun medemens uit te kunnen stijgen of uitgestegen te zijn.

Mensen die zich graag meester, osho, goeroe, vriend, eerwaarde, excellentie, weledele, hoogheid, verhevene, gezegende laten noemen.

Mensen die de waarheid in pacht hebben, overtuigd zijn van hun eigen gelijk en nooit hun ongelijk zullen toegeven.

Mensen die te koop zijn en te koop lopen met diploma's, vliegenkwasten, rakusu's, titels, spirituele namen en een lineage die, zeker weten, zonder onderbreking teruggaat op de eerste Verhevene.

Mensen die graag op een podium staan, een treetje hoger dan de rest, en in het centrum van de belangstelling.

Mensen die het op prijs stellen dat je voor hen buigt, hoe dieper hoe beter.

Mensen die staatsieportretten laten maken van zichzelf en hun gevolg, met henzelf in het midden.

Mensen die zich laten betalen voor hun spirituele onderricht alsof het een baan is in plaats van een gift.

Mensen die mooiere kleren dragen dan hun volgelingen.

Mensen die alle aandacht opeisen wanneer ze bescheiden het woord nemen.

Mensen die privileges nemen en geven, en zo de wind eronder houden.

Ja, mensen blijven mensen en met mensen weet je het maar nooit. Maar strebers blijven strebers, en dan weet je het wel.

Vragen aan de lezer

Heb jij spirituele ambities?

Welke van de eigenschappen hierboven kenmerken jouw leraar?

Welke van deze eigenschappen bespeur je, misschien nog in een pril stadium, in jezelf?

Kan je nog terug?

207. Ken jEZELf

Koning, keizer, admiraal, ezels zijn we allemaal.

Aan alle dharmaleiders, dharmalijers en dharmalijders.

Aan alle lama's, rinpoches, roshi's, sensei's en osho's.

Aan alle boeddha's, bodhisattva's, bhikkhu's, arhats en shri's.

Aan alle excellenties, eminenties, kardinalen, hogepriesters en notabelen.

Aan alle manteldragers, kroondragers, gezagsdragers, ambtsdragers, titeldragers, naamdragers, slippendragers, voordragers en overdragers.

Aan alle schijnheiligen, schijnheiligenvereerders, strebers naar eigenheiligheid en andere god-, gat- en goed-gelovigen:

Ken jEZELf en ken de ander als jEZELf.

Monnik die in de spiegel kijkt en een ezel ziet.
^ Ken jEZELf en ken de ander als jEZELf.

208. De meester, de mystagoog en de minnaar – het leraarschap van Nico Tydeman

Hoe de ene maan de andere wast.

Kort na het verschijnen van het meester-werk Transmissie en transcendentie kwam uit dat de auteur, Nico Niko ('breed licht') Tydeman, voorheen Nico Sojun ('authentieke dharma') Tydeman, jarenlang een geheime relatie had met een van zijn leerlingen. Transpiratie en transcendentie, zeg maar.

Beiden, zowel de leraar als de leerling, hebben de boeddhistische geloften afgelegd, waaronder de derde:

'Ik houd mij aan het voorschrift om af te zien van seksueel wangedrag.'

En de vierde:

'Ik houd mij aan het voorschrift om af te zien van incorrect spreken.'

Je moet het breed zien, vind ik. Tydeman afficheert zichzelf in zijn boek als mystagoog. 'Mystiek' betekent 'geheim', dus eigenlijk was Nico Niko er heel open over.

Drie leraarstypen onderscheidt de auteur in zijn boek: de vriend, de goeroe en de mystagoog. En een vierde dus, buiten de geschriften om, van hart tot hart, alleen voor ingewijden: de minnaar.

Met zijn gedrag trad Nico Aijin Tydeman niet alleen in zijn eigen voetsporen maar ook in die van zijn leraar Dennis Trademark Merzel, die hij als zijn goeroe ziet. Een goeroe is iemand die de dharma demonstreert door zijn gedrag, stelt Nico Niko Tydeman, en inderdaad, dat gedrag liegt er niet om.

Inmiddels heeft Merzel het transcendente leraarschap van zijn navolger bekrachtigd met de titel 'roshi' en de dharmanaam Tenkei, 'hemels licht'. De ene maan wast de andere.

Inka, heet zo'n bekrachtiging in zen. Een wassen zegel, 'the final seal of approval', door Nico Tenkei Tydeman in alle nederigheid aanvaard. Heeft een hond de boeddhanatuur?

'Ik ben dankbaar voor al de jaren die ik met mijn leraar heb doorgebracht' zegt hij bescheiden. 'Zonder hem was ik niet geworden die ik nu ben.' Hoe zal hij dan vroeger zijn geweest, vraag je je af.

Zelf houd ik het al drieëndertig jaar met mijn lief, Lucienne, en niemand spreekt er schande van. Is er een betere leraar dan je minnaar?

Geloften hebben we nooit gebroken omdat we ze nooit hebben afgelegd. Behalve de huwelijkse, maar die hebben we weer afgelegd, ongebroken.

Vorig jaar werd ik verliefd op een schrijfster en omgekeerd. De eerste die het hoorde was Lucienne, voor wie ik geen geheimen heb. Ze sprak er geen schande van en vond het net zo spannend als ik.

De laatste die het hoorde, ondanks mijn aandringen, was de partner van mijn correspondente. Die sprak er niet alleen schande van, hij noemde me nog een goeroe ook.

Vandaar mijn vraag aan jou, wat voor leraar ben ik nou?

209. Even voorstellen: Klaas Keiken Klaassen

Hoe de ene naam de andere wast.

Leerling: Wilt u mij een spirituele naam geven?

Meester: Wou je er nog een identiteit bij?

210. Even voorstellen: Jan Anatman

Leerling: Ik wil voortaan naamloos door het leven.

Meester: Wou je er nog een identiteit bij?

211. Leraarstypetjes van Nico Tydeman

Non-dualiteit is geen onderscheid.

1. Een koan

Joke: Mag ik jou een vraag stellen?

Hans: Nee.

Joke: Waarom niet?

Hans: Daar komen alleen maar antwoorden van.

Joke: 'Het is de taak van de spirituele leraar om ons bij te staan op onze weg naar non-dualiteit', schrijft Nico Tydeman in Transmissie en Transcendentie.

Hans: God sta ons bij.

Joke: In zijn boek maakt hij onderscheid tussen drie aspecten van het spirituele leraarschap.

Hans: Ik weet er wel driehonderd.

Joke: Vriend, goeroe en mystagoog.

Hans: Onderscheiden doet lijden.

Joke: Scheiden doet lijden, was het toch?

Hans: En andersom.

Joke: Lijden doet scheiden?

Hans: Lijden doet huwen, was het toch?

Joke: Ik kan je even niet meer volgen.

Hans: Ik al heel lang niet meer.

Joke: Waar pas jij in Nico's lerarenschema?

Hans: Mooie koan.

Joke: Werk nou even mee.

Hans: Ik pas er niet in, ik sta er niet buiten, ra ra.

Joke: Je staat erboven, wou je zeggen.

Hans: Nee dank je, ik zit liever.

2. Een mens

Joke: Ben jij een vriend?

Hans: Is dit een vriendschapsverzoek?

Joke: Voor je leerlingen, bedoel ik.

Hans: Ik heb niet eens een leer.

Joke: Of ben je meer een goeroe?

Hans: Gewoon een ouwehoeroe.

Joke: Die de dharma demonstreert door zijn gedrag?

Hans: God sta ons bij.

Joke: Wat demonstreer jij door je gedrag?

Hans: Dat ik ben uitgedemonstreerd?

Joke: Wat als ik een voorbeeld aan je zou nemen?

Hans: Dan werd je wat je was en bent en blijft.

Joke: Te weten?

Hans: Een mens, een mens, een mens.

Joke: Maar dat ben ik al.

Hans: Dat zeg ik.

Joke: En als ik boven mezelf uit wil stijgen?

Hans: Hoe menselijk.

Joke: Nou?

Hans: Dan word je wat je was en bent en blijft.

Joke: En jij?

Hans: Ik was het al en ik ben het nog steeds.

3. Een wolk van niet-weten

Joke: Geen vriend, geen goeroe, dan moet je wel een mystagoog zijn.

Hans: Een mis-agoog.

Joke: Afijn.

Hans: Weet je wat ik wel zou willen zijn?

Joke: Een bloemetjesgordijn?

Hans: Ik dacht eerder aan een mistgordijn.

Joke: Het moet niet veel gekker worden.

Hans: Of doe maar een mistbank.

Joke: Je zegt het maar.

Hans: Dan kun je gezellig naast me komen zitten.

Joke: Ik sta liever.

Hans: Verschil moet er zijn.

Joke: Juist niet.

Hans: Doe dan maar een wolk van niet-weten.

4. Een minnaar

Joke: Ben je het er tenminste mee eens dat de spirituele leraar ons bij moet staan op onze weg naar non-dualiteit?

Hans: Weg met de non-dualiteit.

Joke: Even serieus.

Hans: Ik meen het.

Joke: Wat versta jij dan onder non-dualiteit?

Hans: Overal doorheen kijken. Ieder onderscheid doorzien. Ook het onderscheid tussen dualiteit en non-dualiteit. Ook het onderscheid tussen leraar en leerling. Ook het onderscheid tussen vriend, goeroe en mystagoog.

Joke: Oké, vergeet Nico's typologie dan maar even.

Hans: Vergeten en vergeven.

Joke: Wat voor spirituele leraar ben jij dan?

Hans: Een minnaar natuurlijk.

Joke: Wát?

Hans: Vinger in je gat.

Joke: Je kan toch wel normaal antwoord geven?

Hans: Serieus.

5. Een afleraar

Joke: Ik wil alleen maar weten wat voor leraar jij bent.

Hans: Wat voor vader ben jij?

Joke: Ik ben een vrouw, sufferd.

Hans: Nou dan.

Joke: O, zo.

Hans: O zo.

Joke: Je probeert me al die tijd duidelijk te maken dat je geen leraar bent.

Hans: Nou dat weer.

Joke: Laat ik het dan zo stellen: als jij een spirituele leraar was, wat voor een zou je er dan zijn?

Hans: Een afleraar?

Joke: Wat doet een afleraar?

Hans: Afleren?

Joke: Wat afleren?

Hans: De leer?

Joke: Welke leer?

Hans: Elke leer?

Joke: Waar is dat goed voor?

Hans: Is het ergens goed voor?

Joke: Is het nergens goed voor?

Hans: Wat heet goed?

Joke: Wie zit er nou te wachten op een afleraar?

Hans: Een afleerling?

Joke: Vanwaar al die vraagtekens?

Hans: Vanwege dat afleren?

Joke: Ik geloof niet dat ik er gevoelig voor ben.

Hans: Dat had ik ook niet verwacht.

Joke: Waarom niet?

Hans: Ik moet de eerste afleerling nog tegenkomen.

Joke: Jij bent een afleraar zonder afleerlingen.

Hans: Als je er maar geen type van maakt.

6. Een boekhouder

Joke: Wat heb jij toch tegen typologieën?

Hans: Ik heb niets tegen typologieën.

Joke: Wat is dan het probleem?

Hans: Hoe ze gebruikt worden.

Joke: Hoe dan?

Hans: Om jezelf een veer in je reet te steken.

Joke: Pardon?

Hans: 'Vriend, goeroe en mystagoog.'

Joke: Wat is daar mis mee?

Hans: Een keuze uit drie goeden.

Joke: Ben ik mooi, knap of schoon.

Hans: Best wel.

Joke: Wat stel je voor?

Hans: Toneelspeler, profiteur en narcist.

Joke: Een keuze uit drie kwaden.

Hans: Dat brengt de boel weer in balans.

7. Een schrijver

Joke: Voel jij je eerder een goeroe, een vriend of een mystagoog?

Hans: Een schrijver dan maar.

Joke: Wat is het doel van jouw schrijverschap?

Hans: Alle doelen van me afschrijven.

Joke: Ik dacht dat je getuigen zou zeggen.

Hans: Waarvan?

Joke: Tja.

Hans: Hoe raad je het.

Joke: Een getuigenis kan ook leerzaam zijn.

Hans: En wat dan nog?

Joke: Dan zou je als getuige tevens leraar kunnen zijn.

Hans: Ik kom prima aan mijn trekken zo.

8. Een schriftgeleerde

Joke: Ik kan je kennelijk niet overhalen om jezelf te typeren.

Hans: Jawel hoor.

Joke: Toe dan.

Hans: Ik ben een echte schriftgeleerde.

Joke: Die heeft helaas geen plek gekregen in Nico's typologie.

Hans: Nee, wat dacht je.

Joke: Hoezo?

Hans: In zen gaat alles buiten de geschriften om.

Joke: Maar jij bent een schriftgeleerde.

Hans: De beste die er is.

Joke: Wat is jouw specialiteit?

Hans: De lege schrift, Ø.

Joke: Hè?

Hans: Maar daar weet ik dan ook alles van.

Joke: Van jou word je ook niks wijzer.

Hans: Non-dualiteit is geen wijsheid.

212. Zen is geen transmissie

Een dubbele beveiliging.

Tegen leraren zegt Meester Zero:

Zen is geen transmissie, je geeft het door door het af te nemen.

Tegen leerlingen zegt Meester Zero:

Zen is geen transmissie, je krijgt het door door het terug te geven.

213. Zen is geen transcendentie

Door het stof.

Tegen beginners zegt Meester Zero:

Zen is transcendentie, je komt er door het te overstijgen.

Tegen gevorderden zegt Meester Zero:

Zen is toch geen transcendentie, je overstijgt het door eronderdoor te gaan.

Tegen leraren zegt Meester Zero:

Zen is geen transcendentie, je komt er door af te stijgen.

214. Nieuwe notabelen: de transmissionaris en de transcendentaris

Hoe je het overstijgen overstijgt.

1. De transmissionaris en de transcendentaris

Menno: Aan hoeveel mensen heb jij transmissie verleend?

Hans: Wat ben ik, een transmissionaris?

Menno: Een wat?

Hans: Een functionaris in een religieuze organisatie belast met het toekennen, uitdelen, administreren en controleren van spirituele statussymbolen.

Menno: Zoals?

Hans: Diploma's, certificaten, stambomen, zegels, medailles, strepen, lintjes, gewaden, sjerpen, slabbetjes, hoedjes, namen, titels, functies, onkostenvergoedingen, emolumenten, privéleges en andere parafernalia om de ware mens zonder rang of stand te onderscheiden van het klootjesvolk.

Menno: Ik wist niet dat zo iemand een transmissionaris heet.

Hans: Het is zijn missie om in naam der non-dualiteit onderscheid te maken en onderscheidingen uit te delen of te onthouden aan de transcendentaris.

Menno: Transcendentaris?

Hans: Een aspirant notabele. Iemand die meent overal bovenuit gestegen te zijn en daarvoor erkenning zoekt bij zijn meerderen.

2. De lege club

Menno: Jij bent geen transmissionaris?

Hans: Natuurlijk niet.

Menno: Waarom niet?

Hans: Daarvoor zou ik eerst de nodige titels en rechten moeten verwerven.

Menno: Want die heb jij niet?

Hans: Natuurlijk niet.

Menno: Waarom niet?

Hans: Daarvoor zou ik eerst lid moeten worden van een religieuze organisatie.

Menno: Want dat ben jij niet?

Hans: Officieel niet.

Menno: En officieus?

Hans: Ben ik lid van de religieuze organisatie van mensen die geen lid zijn van een religieuze organisatie.

Menno: Hoe heet die club?

Hans: De lege club, Ø.

Menno: Wat propageert de lege club?

Hans: De lege leer, Ø.

Menno: Hoe onderscheiden lege clubleden zich?

Hans: Door zich niet te onderscheiden.

Menno: Alle varkens zijn gelijk.

Hans: Ook niet door gelijkheid.

Menno: Streng hoor.

Hans: Juist niet.

Menno: Is het niet gewoon de kift?

Hans: Ik gun iedere transcendentaris zijn onderscheidingstekens.

Menno: Maar?

Hans: Voor elke prijs betaal je een prijs.

Menno: En zonder onderscheidingstekens?

Hans: Ben je vogelvrij.

Menno: Dan mag iedereen je afschieten.

Hans: Dan schiet je overal tussendoor.

Menno: Volgens Linji moeten we op eigen benen leren staan.

Hans: Dus niet op die van Linji.

3. Personificaties

Menno: Eigenlijk wilde ik alleen maar weten of jij ooit iemands niet-weten hebt erkend.

Hans: Zeg dat dan meteen.

Menno: En?

Hans: Wat valt er te erkennen aan niet-weten?

Menno: Dat die succesvol doorgegeven en geïntegreerd is?

Hans: Wat valt er door te geven en te integreren aan een lege leer?

Menno: Dus jij hebt nog nooit iemands niet-weten erkend?

Hans: Ik heb niet eens mijn eigen niet-weten erkend.

Menno: Hè?

Hans: Het is niet mijn zoon en ik ben niet zijn vader.

Menno: Het niet-weten heeft jou erkend, wou je zeggen.

Hans: Het is niet mijn vader en ik ben niet zijn zoon.

Menno: Herkend, dan?

Hans: Schei toch uit met die personificaties.

Menno: Je erkent alleen het niet-weten als zodanig, niet in relatie tot jezelf.

Hans: Ik erken of ontken niets, dus ook geen weten of niet-weten, absoluut of relatief.

Menno: Waarom niet?

Hans: Je kan net zo goed vragen waarom wel.

Menno: Waarom wel?

Hans: Daarvoor zou ik toch eerst mezelf moeten erkennen.

Menno: Waarom?

Hans: Iemand moet toch het erkennen of ontkennen voor zijn rekening nemen.

Menno: En dat doe jij niet?

Hans: Mij niet gezien.

Menno: Bedoel je dat het ik niet echt is?

Hans: Daarmee zou ik mezelf ontkennen.

Menno: En dat doe jij niet?

Hans: Mij niet gezien.

Menno: Maar de persoon is toch een illusie?

Hans: In tegenstelling tot?

Menno: Het ware zelf, zou ik zeggen.

Hans: Dan zou ik toch eerst het ware zelf moeten erkennen.

Menno: En dat doe jij niet?

Hans: Mij niet gezien.

Menno: Verwijs je nu naar niet-zelf?

Hans: Ik erken of ontken niets, dit ook niet, laat staan mezelf, het zelf of niet-zelf.

4. Een wijze van spreken

Menno: Het zijn allemaal illusies.

Hans: Dat zeg jij.

Menno: Wat zeg jij?

Hans: Wie kent het verschil tussen illusie en werkelijkheid?

Menno: Bedoel je dat je geen onderscheid meer weet te maken?

Hans: Waartussen?

Menno: Tussen al deze zaken. Tussen jezelf, het zelf en niet-zelf. Tussen illusie en werkelijkheid. Tussen weten en niet-weten.

Hans: Eerst maar eens vaststellen of het wel zaken zijn.

Menno: In plaats van?

Hans: Gedachten, ideeën, woorden, wanen.

Menno: Bedoel je dat er misschien helemaal geen niet-weten is?

Hans: Misschien niet in de zin die jij eraan geeft.

Menno: Welke zin geef ik eraan?

Hans: Die van een toestand, een vermogen, een kunst, een prestatie. Iets spiritueels. Iets moois. Iets om je mee te onderscheiden. Iets om erkenning voor te krijgen.

Menno: Toch komt jouw niet-weten op mij authentiek over.

Hans: Weet jij veel wat voor spelletje ik speel.

Menno: Al was het maar omdat jij zelfs je eigen niet-weten weigert te erkennen.

Hans: Ik weiger het zelfs te ontkennen.

Menno: Maar kun jij op een of andere manier zien of voelen of anderszins vaststellen of iemands niet-weten echt is?

Hans: Vaststellen is weten.

Menno: Ik bedoel, denk jij dat ik de lege leer heb gerealiseerd?

Hans: Natuurlijk niet.

Menno: Waarom niet?

Hans: De lege leer bestaat niet. Het is een wijze van spreken.

Menno: Welke wijze van spreken?

Hans: Deze wijze van spreken.

Menno: Geen erkenning dus?

Hans: Wat ben ik, een transmissionaris?

215. Transmissie en ascendentie

Een hoge vlucht.

Meester Zero zegt:

Wie eindelijk begrijpt dat hij niets begrijpt, heeft toch weer iets begrepen. Nog even volhouden dus, maar wat?

Meester Zero zegt ook:

Niet begrijpen is geen hogere vorm van begrijpen. Wil je alles overstijgen dan moet je maar een vliegbrevet gaan halen.

Zero (Japans vliegtuigtype voor kamikazepiloten) die recht omhoog vliegt, eronder zie je een tempeldak.
^ Wil je alles overstijgen dan moet je maar een vliegbrevet gaan halen.

216. Transmissie en descendentie

Je laatste vlucht.

Meester Zero zegt:

Op een zafu is nog nooit iemand opgestegen.

Wie diep wil vallen moet hoog vliegen.

Je Zero staat al voor je klaar.

Brevet overbodig, je vlucht eenmalig.

Banzai!

Zero (Japans vliegtuigtype voor kamikazepiloten) die op het punt staat zich in een tempeldak te boren.
^ Wie diep wil vallen moet hoog vliegen.

217. Acht ego's die het ego hebben overwonnen

Waarom meesters zich nooit laten kennen.

Roept de eerste meester: 'Uitslovers! Ik ben hier de enige die het ego heeft overwonnen!'

Roept de tweede: 'Uitslovers! Ik ben hier de enige die toe durft te geven dat het hem niet is gelukt!'

Roept de derde: 'Uitslovers! Ik ben hier de enige die inziet dat het ego niet bestaat!'

Roept de vierde: 'Uitslovers! Ik ben hier de enige die inziet dat hij zelf niet bestaat!'

Roept de vijfde: 'Uitslovers! Ik ben hier de enige die niet zo nodig de enige hoeft te zijn!'

Roept de zesde: 'Uitslovers! Ik ben hier de enige die durft toe te geven dat hij niets durft toe te geven!'

Roept de zevende: 'Uitslovers! Ik ben hier de enige die zijn mond weet te houden!'

Denkt de achtste: Uitslovers. Ik ben hier de enige die zijn mond heeft gehouden.

218. Zen is een levende geest

De kringloop van geboorte en dood.

Leven

'Wat is overgeleverde zen?'

'Een dode letter.'

'Wat is levende zen?'

'Letters doden.'

'Wat als je alle letters hebt gedood?'

'Dan heb je een levende geest.'

Dood

'Wat als je een levende geest hebt?'

'Lesgeven. Leerboeken schrijven.'

'Wat als je lesgeeft en leerboeken schrijft?'

'Dode letters.'

'Wat als je dode letters nalaat?'

'Overgeleverde zen.'

219. E.G.O. – Even God Overtreffen

Gisboeddhisme: letterwoorden voor letterlijken.

Letterzen

Letterzen is een van vele vormen van gisboeddhisme, gebaseerd op overgeleverde acroniemen (letterwoorden) waarvan de oorspronkelijke betekenis verloren is gegaan.

Letterzen kent twee vormen van beoefening. Inzichtmeditatie zoekt naar de oorspronkelijke betekenis van een letterwoord. Hartmeditatie streeft naar eenwording met een letterwoord.

E.G.O.

Het belangrijkste acroniem van letterzen, overgeleverd in een ononderbroken lijn van borst tot borst, is E.G.O.

Bij borstmeditatie op E.G.O. worden veertien graden van eenwording onderscheiden: AA, A, B, C, D, DD, E, F, G, H, I, J, K en L.

Wie het hoogste stadium van eenwording met E.G.O. heeft bereikt (L), mag de titel acronymus voeren. Hij mag ook een goudbrokaten slab (rakusu) op de borst dragen met daarop een overgeleverd acroniem of de eigen initialen, meestal het laatste.

Een grauwe overjas

Schrijver dezes (t.z.t. H.v.D.) heeft tijdens jarenlange inzichtmeditaties op E.G.O. vier edele ingevingen gehad.

1. Even God Overtreffen

2. Enorm Grote Oen

3. Echt Grote Onzin

4. Een Grauwe Overjas

Twee van de vier zijn inmiddels bonafide verklaard door Hare Excellentie Acro F.P. de Negenzestigste, voorheen Fietje Piep. Welke, dat mag t.z.t. H.v.D. niet verklappen, ook niet met één hand.

Een van de twee goedgekeurde edele ingevingen heeft hij geadopteerd als zijn spirituele naam. Daarmee begroet hij zichzelf iedere ochtend in de spiegel. Tot nog toe heeft het niets geholpen.

Een bevrijdend inzicht

Mensen hebben soms hun hele leven of vele levens nodig om één te worden met E.G.O. Dat is nergens voor nodig. Waarom niet?

E.G.O. is je oorspronkelijke natuur.

E.G.O. is je ware gezicht.

E.G.O. is je diepste wezen.

Echt, je hoeft er niets voor doen of te laten.

Je moet het alleen even inzien.

220. Haiku op haiku: tussen zwammen en gezwam

Naar zwammen zoekend
hief ik het hoofd op, daar stond
de maan op de berg.

(Buson)

Naar woorden zoekend
zag ik ineens mezelf staan
zwammen op de berg.

(Hans)

Twee boleten in de vorm van de maan liggen in het bos.
^ Maanzwammen.

221. Ben jij een boeddha? Doe de spiegeltest!

Wat je ziet is niet wat je bent.

Meester Zero zegt:

Een mens is iemand die een boeddha ziet als hij in de spiegel kijkt.

Een bodhisattva is iemand die een mens ziet als hij in de spiegel kijkt.

Een boeddha is iemand die een spiegel ziet als hij in de spiegel kijkt.

Een spiegel is iets dat nergens boeddha's, bodhisattva's, mensen of spiegels ziet.

Spiegel, mens, bodhisattva of boeddha: wat ben je?

Boeddha, bodhisattva, mens of spiegel: wat wil je zijn?

222. Maakt het boeddhisme echt een einde aan begeerte en onwetendheid?

Waarom Gautama te vroeg gestorven is.

Ben ik een boeddha
of slechts een mens
vraagt de Boeddha
aan zijn pens.

Hou ik van eten
of houdt het van mij?
Ben ik gehecht
of ben ik vrij?

Ben ik onthecht
en niet meer vrij?
Houdt het van eten
of ik van mij?

Ben ik een boeddha
of slechts een pens
vraagt de Boeddha
aan de mens.

223. Zen is een botte bijl

Niet slijpen maar slopen.

'Wat is zen?'

'Een botte bijl.'

'Ik dacht dat zen een tweesnijdend zwaard was.'

'Natuurlijk niet.'

'Waarom niet?'

'Dan ben je alleen nog maar aan het slijpen.'

'Jij slaat er gewoon op los.'

'Ik sla gewoon alles los.'

'Wat blijft er dan nog over?'

'Een botte bijl.'

'Geen zen?'

'Geen spoor.'

'Wat is geen zen?'

'Zen.'

Bijl met een kop aan beide uiteinden van de steel.
^ Tweekoppige zenbijl.

224. Zen is voor de bijl gaan

Als spreekwoorden konden spreken...

Meester: Wat is zen?

Leerling: Alles weghakken.

Meester: Hm.

Leerling: Wat zou u zeggen?

Meester: Het bijltje achter de hand houden.

Jaren later

Meester: Wat is zen?

Leerling: Het bijltje achter de hand houden.

Meester: Hm.

Leerling: Wat zou u zeggen?

Meester: Het bijltje erbij neergooien.

Jaren later

Meester: Wat is zen?

Leerling: Het bijltje erbij neergooien.

Meester: Hm.

Leerling: Wat zou u zeggen?

Meester: Alles weghakken.

Leerling: En als ik dat had gezegd?

Meester: Precies.

225. Het laatste woord van zen

Een gebed zonder end.

Eline: Wat is het laatste woord van zen?

Hans: Geen idee.

Eline: Ik dacht dat niet-weten voor jou het laatste woord van zen was.

Hans: Nooit van gehoord.

Eline: Volgens mijn zenleraar is mededogen het laatste woord van zen. Wie heeft er gelijk?

Hans: Als je denkt dat niet-weten het laatste woord van zen is zit je daarin vast. Als je denkt dat mededogen het laatste woord van zen is zit je daarin vast.

Eline: Bedoel je dat zen geen laatste woord heeft?

Hans: Als je denkt dat zen een laatste woord heeft ga je ernaar op zoek en zit je daarin vast. Als je denkt dat zen geen laatste woord heeft stop je met zoeken en zit je daarin vast.

Eline: Maar heeft mijn zenleraar nu gelijk of niet?

Hans: Als je denkt dat je zenleraar gelijk heeft zit je daarin vast. Als je denkt dat je zenleraar ongelijk heeft zit je daarin vast.

Eline: We moeten voorbij gelijk en ongelijk gaan, bedoel je.

Hans: Als je denkt dat je gelijk hebt zit je daarin vast. Als je denkt dat je ongelijk hebt zit je daarin vast. Als je denkt dat je voorbij gelijk en ongelijk moet gaan zit je daarin vast.

Eline: Mijn zenleraar...

Hans: Mijn zenleraar dit, mijn zenleraar dat.

Eline: Bedoel je dat een zenleraar geen zin heeft?

Hans: Als je denkt dat een zenleraar zin heeft ben je zijn leerling en zit je daarin vast. Als je denkt dat een zenleraar geen zin heeft sta je er alleen voor en zit je daarin vast.

Eline: Loslaten is het devies.

Hans: Dan zit je daarin vast.

Eline: Het gaat niet om mijn zenleraar, het gaat om mij, wou je zeggen.

Hans: Als je denkt dat het om je zenleraar gaat zit je daarin vast. Als je denkt dat het om jou gaat zit je daarin vast.

Eline: Misschien is zen wel het laatste woord van zen.

Hans: Amen.

226. Het RampBoeddhisme van Glaswerk B.V.

Boek snel want op=op!

30 november

Ook dit jaar organiseren de RampBoeddhisten weer een Turn The Year Around Bearing Witness Sesshin in Nederland.

Lag vorig jaar het accent op slachtoffers van zinvol geweld, dit jaar richten we ons op vuurwerkslachtoffers.

We vertrekken op oudejaarsavond om 22:00 uur vanaf het Amstelstation te Amsterdam en zullen per luxe touringcar in drie dagen de EHBO posten aandoen van alle grote ziekenhuizen in Nederland.

Keuzeloos kijken wat kruit kan aanrichten.

Boek snel want op=op!

5 december

Helaas is Vuurwerkslachtoffers Kijken alweer volgeboekt. Wel zijn er nog enkele plaatsen vrij voor Kruizen Kijken

Kruizen Kijken is onze cyclus van Acht Edele Bedevaarten naar Jeruzalem in acht opeenvolgende jaren. Daarmee willen we de slachtoffers maar ook de daders van de eerste acht kruistochten in de middeleeuwen herdenken.

We kijken ook naar de toekomst. Met Kruizen Kijken hopen we een steentje bij te dragen aan de innerlijke vrede van de deelnemers, en indirect aan de interpersoonlijke, nationale, internationale, interreligieuze, interplanetaire en kosmische vrede.

Wij volgen de routes van achtereenvolgens:

1. De Eerste Kruistocht (1096–1099).

2. De Tweede Kruistocht (1147–1149).

3. De Derde Kruistocht (1189–1192).

4. De Vierde Kruistocht (1202–1204).

5. De Vijfde Kruistocht (1213–1221).

6. De Zesde Kruistocht (1228–1229).

7. De Zevende Kruistocht (1248–1254).

8. De Achtste Kruistocht (1270).

Exacte data en routes worden zo spoedig mogelijk bekendgemaakt.

Boek snel want op=op!

8 december

Enthousiaste Boeddhisten gezocht voor de gevangenis.

227. Stand-up meditatie, een heilzaam alternatief

Niet stilzitten, niet rondlopen maar erbij staan en ernaar kijken.

Don't just stand there, do something, heette het vroeger. Wat sta je daar te staan, doe iets!

Dat is geen zen.

Don't just do something, stand there, zeggen wij standboeddhisten tegen elkaar. Wat doe je allemaal, sta stil!

Dat is zen.

Tegen zitboeddhisten zeggen we:

Don't just sit there, stand there. Wat zit je daar te zitten, sta op!

Dat is zen.

Tegen scharrelboeddhisten zeggen we:

Don't just walk around, stand there. Waar moet dat heen, blijf staan!

Dat is zen.

Zitmeditatie is achterhaald.

Blijf staan!

Loopmeditatie is uit.

Blijf staan!

Stand-up meditatie is je ware.

Toeschouwen.

Bearing witness.

As long as you can bear it.

Rijtje kinhinmonniken die op een zafu staan.
^ Stand-up meditatie.

228. Haiku op haiku: tussen buigen en barsten

Bij een bliksemflits
boog ik voor 't beeld van Boeddha
ver in de heide.

(Kakei)

Nooit boog het beeld van
Boeddha ver in de heide
eens naar mij terug.

(Hans)

229. Zen is buigen, niet-weten is strekken

Een makkelijke keus.

Meester Zero zegt:

Zen is je benen buigen.

Als je je benen buigt krijg je zere knieën.

Niet-weten is je geest strekken.

Als je je geest strekt krijg je een recht rug.

Dan hoef je nooit meer te buigen.

Niet voor de Boeddha.

Niet voor de Dharma.

Niet voor de Sangha.

Dan sta je nergens meer voor.

Dan zit je nergens meer mee.

Niet-weten is je geest strekken.

Zen is je benen buigen.

Aan jou de keus.

230. Zen of niet-weten? Twee handreikingen

Meester Zero zegt:

Zen is aan de hand lopen.

Niet-weten is uit de hand lopen.

Wat heb je liever?

231. Soefisme, zen of niet-weten? Drie vicieuze cirkels

Meester Zero zegt:

Soefisme is rondjes draaien.

Zen is rondjes lopen.

Niet-weten is met molentjes lopen.

Wie is hier nou gek?

232. Hoe zenmeester Zuigan zenleerling bleef

Laat je door niemand iets wijsmaken, dit ook niet.

Beste Hans,

Jouw dwaalteksten doen me denken aan mijn favoriete koan uit de Poortloze Poort. Ik heb het over nummer twaalf, waarin meester Zuigan zichzelf iedere morgen bij het ontwaken (!) aanspoort om zich door niemand iets te laten wijsmaken:

"Zuigan riep elke dag tegen zichzelf uit: Meester. Vervolgens antwoordde hij zichzelf: Ja, heer. En daarna voegde hij er aan toe: Matig u. Opnieuw antwoordde hij: Ja, heer. En als u zover bent, ging hij verder, laat u niet door anderen bedriegen. Ja, heer; ja, heer, antwoordde hij."

(uit Zen-zin, Zen-onzin, Paul Reps, 1972)

Een mens moet alert blijven want de mind is er altijd op uit om je te bedotten met weer een mooie gedachte.

Beste Allert,

Probeer jij mij iets wijs te maken?

Allert: Leukerd.

Hans: Heeft Meester Zuigan of degene die die koan heeft opgetekend of degene die hem uit zijn duim heeft gezogen jou iets wijs weten te maken?

Allert: Als je het zo wil stellen, ja. Hij heeft me wijs weten te maken dat ik mij door niemand iets wijs moet laten maken. Mij lijkt dat opperste wijsheid, vandaar dat ik hiervoor een uitzondering maak. Anders kun je wel ophouden.

Hans: Volgens mij heb jij je onder meer het volgende laten wijsmaken:

1. Dat je je door niemand iets moet laten wijsmaken.

2. Dat je daadwerkelijk kan voorkomen dat iemand je iets wijsmaakt.

3. Dat je dat kan voorkomen door de hele dag alert te blijven.

4. Dat het mogelijk is de hele dag alert te blijven.

5. Dat je zelf kan kiezen waar je alert op bent.

6. Dat je beter af bent wanneer je je door niemand iets laat wijsmaken.

7. Dat de nadelen van zo'n houding opwegen tegen de voordelen.

Geloof je dat werkelijk?

Heb je het zelf onderzocht of neem je het op gezag aan?

Denk je echt dat je wel kan ophouden als je geen uitzondering maakt op de gedachte dat je je door niemand iets moet laten wijsmaken?

Is er wel zoiets als een mind of is dat ook maar een gedachte?

Als je inderdaad een mind hebt, is die er dan werkelijk steeds op uit om je te bedotten met mooie gedachten, of is dat ook maar een gedachte?

Allert: Ik laat me door jou niet gek maken.

Hans: Niemand laat zich door mij gek maken. Mensen maken zichzelf gek. Met andermans gedachten, waaronder de mijne, en met hun eigen. Jij bent degene voor wie je op moet passen.

Allert: De ware betekenis van de koan over Zuigan is volgens mij dat je niemand moet geloven. Dat je alleen op jezelf kan bouwen. Dat je alleen naar je innerlijke goeroe moet luisteren en naar niemand anders. De hoogste wijsheid zit in jezelf. Jij bent de eerste, de laatste en de enige toetssteen.

Hans: Jij maakt jezelf gek met de volgende gedachten:

1. Dat je niemand moet geloven.

2. Dat je alleen op jezelf kan bouwen.

3. Dat er een zelf is waarop je kan bouwen.

4. Dat je een innerlijke goeroe hebt.

5. Dat je naar die innerlijke goeroe moet luisteren.

6. Dat er zoiets is als de hoogste wijsheid.

7. Dat die in jezelf zit.

8. Dat er iets te toetsen valt.

9. Dat jij de eerste, de laatste en de enige toetssteen bent.

10. Dat dit de ware betekenis is van de koan over Zuigan.

Hoe weet je dat allemaal zo zeker?

Allert: Doordat ik het iedere dag tegen mezelf zeg?

Hans: Als ik iedere dag tegen mezelf zeg dat ik de mooiste van het land ben, ben ik dan de mooiste van het land?

Allert: Alleen als je het al was.

Hans: Iedere ochtend zegt Meester Zuetsu tegen zichzelf, 'Laat je door niemand iets wijsmaken hè.' 'Nee meester.' 'Ook niet door jezelf.' 'Nee meester.' 'Ook niet dat je jezelf door niemand iets moet laten wijsmaken.' 'Nee meester.' 'Ja, wat zeg ik nu.' 'Ja meester.'*

* Niet om door te komen! De Poortloze Poort, koan 12.1.

233. Waar ik in geloof, en waarom niet

De lege belijdenis.

'Waar geloof jij in, Hans?'

'In niet geloven.'

'Wat niet geloven?'

'Je gedachten niet geloven.'

'Meen je dat nou?'

'Ik geloof het niet.'

'Waarom niet?'

'Omdat het ook maar een gedachte is.'

'Waarom zeg je het dan?'

'Omdat het zo is.'

234. Zen is geen metta

Boeddha tussen spiegel en beeld.

'Wat ben jij een dwarskont, Hans. Een beetje meer metta zou echt geen kwaad kunnen.'

'Wat kan ik zeggen. Ik ben geen pamper, er wordt hier niet geluierd.'

'Bodhisattva's zijn zachte heelmeesters.'

'Zachte heelmeesters zijn stinkende wonden.'

'Een echte boeddha is naar mijn mening warm en ontvankelijk.'

'Meningen zijn naar mijn mening koud en onhebbelijk.'

'Haha, dat was een mening.'

'Haha, het was een spiegel.'

'Wat is naar jouw mening een echte boeddha?'

'Zijn er volgens jou onechte boeddha's?'

'Ben jij volgens jou een boeddha?'

'Denk jij dat er boeddha's zijn?'

'Verwijs je nu naar de leegte?'

'Denk jij dat die bestaat?'

'Zie je wel dat je een dwarskont bent?'

'Een beetje meer metta zou echt geen kwaad kunnen.'

235. Wie zich meester laat noemen is geen meester

Hoe noem je iemand die zich meester noch leerling laat noemen?

'Wat is een meester?'

'Vraag maar aan je meester.'

'Wat is geen meester?'

'Iemand die zich meester laat noemen.'

'Wat is een leerling?'

'Iemand die zich leerling laat noemen.'

'Iemand die zich meester laat noemen is geen meester maar iemand die zich leerling laat noemen is wel een leerling?'

'Iemand die zich meester laat noemen ook.'

'Iemand die zich meester laat noemen is een leerling en iemand die zich leerling laat noemen ook?'

'Hoe bedenk je het.'

'Wat is dan het verschil?'

'Dat zou ik ook weleens willen weten.'

'Hoe noem je iemand die zich meester noch leerling laat noemen?'

'Vrij.'

236. Wie weigert zich meester te laten noemen is geen meester

Hoe noem je iemand die het niet uitmaakt of het hem uitmaakt?

'Wat is iemand die weigert zich meester te laten noemen?'

'Geen meester.'

'Waarom niet?'

'Wat maakt het uit hoe ze je noemen.'

'Iemand die zich er druk om maakt is geen meester?'

'Kan jou het schelen.'

'En iemand die zich er niet druk om maakt?'

'Die maakt het niet uit.'

'En als het hem toch uitmaakt?'

'Dat maakt hem niet uit.'

'Hoe noem je iemand die het niet uitmaakt of het hem uitmaakt?'

'Vrij.'

237. Wie zich verheven laat noemen is diep gezonken

Hoe noem je iemand die geen titel draagt?

'Wat is iemand die zich roshi laat noemen?'

'Geen roshi.'

'Wat is iemand die zich rinpoche laat noemen?'

'Geen rinpoche.'

'Wat is iemand die zich dalai lama laat noemen?'

'Geen lama.'

'Omdat hij zich dalai lama laat noemen?'

'En zijne heiligheid. En zijne eminentie.'

'Wat is iemand die zich de verhevene laat noemen?'

'Die is diep gezonken.'

'Wou jij beweren dat de Boeddha diep gezonken is?'

'De Boeddha is in rook opgegaan, heb ik gehoord.'

'De verhevene is namelijk een van de aanspreekvormen van de Boeddha.'

'Had hij maar geen leraar moeten worden.'

'Hoe noem je iemand die geen titel draagt?'

'Vrij.'

238. Gedicht op gedicht: tempelcomplex en aardewerk

De schalen en de kommen van ieder huis
in het hemelse Jeruzalem
zullen zijn als de schalen en de kommen
van de tempel.

(Sokan)

De schalen en de kommen van de tempel
zullen zijn als de schalen en de kommen
van ieder huis.

(Hans)

239. De Oude Meester

Elf uitspraken over de wijze voorbij alle wijsheid.

De oude meester.

Hij doet niet.

Hij leert niet.

Hij weet niet.

Hij stuurt niet.

Hij oefent niet.

Hij verlost niet.

Hij verklaart niet.

Hij spreekt niet.

Hij zwijgt niet.

Hij is niet oud.

Hij is geen meester.

De oude meester.

240. Zen is een weg zonder wijzers of onderwijzers

Meesterschap van een nul.

Meester Zero zegt:

Sinds ik niemand meer achterna loop, loopt niemand mij meer achterna.

Waarom ik niemand meer achterna loop, vraag je? Ik zou niet weten wie.

Sinds ik niemand meer iets wijs maak, maakt niemand mij meer iets wijs.

Waarom ik niemand meer iets wijs maak, vraag je? Ik zou niet weten wat.

Sinds ik niemand meer de weg wijs, wijst niemand mij meer de weg.

Waarom ik niemand meer de weg wijs, vraag je? Ik zou niet weten waarheen.

Sinds ik niemand meer wil veranderen, wil niemand mij meer veranderen.

Waarom ik niemand meer wil veranderen, vraag je? Ik zou niet weten waarin.

241. Het toppunt van boeddhisme is het einde van het boeddhisme

Waarom je de dharma niet kan hebben of kwijtraken.

'Wat is het toppunt van boeddhisme?'

'De dharma begrijpen.'

'Wat is de dharma begrijpen?'

'De dharma doorzien.'

'Wat is de dharma doorzien?'

'De dharma loslaten.'

'Wat is de dharma loslaten?'

'Het einde van het boeddhisme.'

'Wat is het einde van het boeddhisme?'

'Het toppunt van boeddhisme.'

'Wat is het toppunt van boeddhisme?'

242. Zen is een berg van een gat

Met je derde oog kijk je er zo doorheen.

De dharma begrijpen is de dharma doorzien. Zelf had ik de dharma al doorzien voor ik hem begreep – al voor ik er kennis mee had gemaakt. Je kan ook zeggen dat ik hem nooit begrepen heb, dat komt op hetzelfde neer. Je kan ook zeggen dat begrijpen niet de weg is, dat komt op hetzelfde neer. Voor boeddhisten is dit vloeken in de tempel, voor mij is de tempel de plaats waar je leert vloeken.

Beginners willen de boeddhistische berg beklimmen en dat valt vies tegen. Gevorderden willen de boeddhistische berg afdalen en dat valt vies tegen. Ikzelf liep er altijd in een wijde boog omheen, dat viel wel mee. Nu ik wat ouder wordt, en minder goed ter been, boor ik er dwars doorheen. Kriskras in alle richtingen, hoe meer doorgangen hoe beter. Want een berg zonder tunnels is als een vorm zonder leegte.

Omdat ik me nooit op de dharma heb verlaten heb ik hem nooit hoeven verlaten. Voor een agnost als ik is het doden van de Boeddha daarom niet meer dan een steekspel met een stropop. Gelukkig maar, een traditie de rug toekeren schijnt een traumatische ervaring te zijn. Jezelf bevrijden van andermans bevrijdingsleer, ga er maar aan staan.

Om te kunnen publiceren over het boeddhisme heb ik me erin moeten verdiepen. Ook een traumatische ervaring, maar gelukkig heb ik er helaas niets aan overgehouden of omgekeerd. Anatman, prajnaparamita, pratitya-samutpada, sunyata, noemen boeddhisten dat 'niets' geloof ik, of zal ik zeggen, dat 'niets geloof ik', dan lijkt het nog iets.

Hoe je het ook noemt, niets is wat het lijkt, zeker het boeddhisme niet. Maar met je derde oog, ik bedoel natuurlijk het blote oog, kijk je er zo doorheen. Als je maar durft.

Bergvormige ruimte met maansikkel en sterren in een landschap.
^ Zen is een berg van een gat. Met het blote oog kijk je er zo doorheen.

243. Zen is zonder wijsheid en wijsheid is zonder zen

Over sunyata zegt Meester Zero:

De wijsheid van de leegte is de leegte van de wijsheid.

244. De stoffige spiegel van Huineng

Zen is een cirkelredenering waar geen eind aan komt.

1

Leerling: Wat is de centrale gedachte van het boeddhisme?

Meester: Gedachten zijn stof op de spiegel van de geest. Het gaat er niet om de juiste gedachten te koesteren. Je hoeft alleen maar de spiegel schoon te houden.

2

Meester: Wat is de centrale gedachte van het boeddhisme?

Leerling: Gedachten zijn stof op de spiegel van de geest. Het gaat er niet om de juiste gedachten te koesteren. Je hoeft alleen maar de spiegel schoon te houden.

Meester: Is er wel zoiets als de geest, of is dat ook maar een gedachte? Als alles leeg is, dan ook de geest. Waaraan zou de stof zich moeten hechten?

3

Meester: Gedachten zijn stof op de spiegel van de geest. Hoe hou je de spiegel van de geest schoon?

Leerling: Is er wel zoiets als de geest, of is dat ook maar een gedachte? Als alles leeg is, dan ook de geest. Waaraan zou de stof zich moeten hechten?

Meester: Als alles leeg is, dan ook de leegte. Dan valt er niets meer te zeggen.

4

Meester: Wat is de centrale gedachte van het boeddhisme?

Leerling: Als alles leeg is, dan ook de leegte. Dan valt er niets meer te zeggen.

Meester: Waarom doe je het dan toch?

Leerling: Omdat dit de centrale gedachte van het boeddhisme is.

Meester: Gedachten zijn stof op de spiegel van de geest. Het gaat er niet om de juiste gedachten te koesteren. Je hoeft alleen maar de spiegel schoon te houden.


^ Zen is een cirkelredenering waar geen eind aan komt.

245. Waarom boeddhisten zo luchtig zijn

Pleinvreugd tussen essentialisme en nihilisme.

'Wat is de essentie van het boeddhisme?'

'De dharma natuurlijk.'

'Wat is de essentie van de dharma?'

'Leegte natuurlijk.'

'Wat is de essentie van leegte?'

'Leegte natuurlijk.'

'De leegte is zelf leeg?'

'Als alles leeg is wel.'

'En als niet alles leeg is?'

'Dan helemaal.'

'Ja, is alles nou leeg of niet?'

'Ja, dat is nou de essentie van het boeddhisme.'

246. Rare vragen voor boeddhisten

En rare antwoorden voor boeddhisten.

'Wat is de essentie van het boeddhisme?'

'Rare vraag voor een boeddhist.'

'Volgens mij is sunyata de essentie van het boeddhisme.'

'Raar antwoord voor een boeddhist.'

'Vanwege die essentie zeker?'

'Om over sunyata nog maar te zwijgen.'

'Omdat sunyata zelf sunyata is, zeker?'

'Zeker.'

'Sunyata-sunyata.'

'Raar woord voor een boeddhist.'

'Omdat sunyata-sunyata ook weer sunyata is, zeker?'

'Zeker.'

'Sunyata-sunyata-sunyata.'

'Enzovoort.'

'Dit gaat wel heel ver.'

'Nee hoor, dit gaat nergens heen.'

'En dat zou de essentie van het boeddhisme zijn?'

'Rare vraag voor een boeddhist.'

247. Sunyata is een ander woord voor niet-weten

Meester: Wat is de essentie van zen volgens jou?

Leerling: Leegte natuurlijk. Sunyata.

Meester: Wat versta jij onder leegte?

Leerling: Dat niets is wat het lijkt.

Meester: Niets?

Leerling: Wezens niet, dingen niet en begrippen niet.

Meester: Waar lijken ze op zonder het te zijn?

Leerling: Zelfstandigheden die los van al het andere bestaan.

Meester: Wat is een wezen, ding of begrip in werkelijkheid?

Leerling: Alle andere wezens, dingen of begrippen waarvan het voor zijn bestaan afhankelijk is.

Meester: En al die andere wezens en dingen en begrippen?

Leerling: Ook.

Meester: Alles bestaat alleen maar als al het andere?

Leerling: Dat is sunyata. Ze noemen het ook wel niet-zelf, anatman. Of afhankelijk bestaan, pratitya-samutpada.

Meester: Allemaal woorden om aan te geven dat je van niets weet wat het op zichzelf beschouwd is?

Leerling: Nou, eh...

Meester: Maar wel dát het is?

Leerling: Eh... niet als zodanig. Niet als zelfstandige entiteit dus. Niet als autonoom wezen, ding of begrip.

Meester: Eigenlijk weet je van geen enkel wezen, ding of begrip wat of dat het is?

Leerling: Daar komt het wel op neer.

Meester: Geldt dat misschien ook voor boeddhistische begrippen?

Leerling: Wat?

Meester: Of sunyata, anatman en pratitya-samutpada et cetera zelf misschien ook leeg zijn.

Leerling: O jee.

Meester: En zen?

Leerling: Ai.

Meester: Waar hebben we het dan nog over?

Leerling: Ik zou het echt niet weten.

Meester: Zeg dat dan meteen.

248. Zen is alles opslokken

Ook zen.

Leerling: Klopt het dat uw ego is opgeslokt door het Zelf?

Meester: Zeker, net als het Zelf.

Leerling: Wat is daarmee?

Meester: Ook opgeslokt.

Leerling: Misschien had ik moeten zeggen, door niet-zelf?

Meester: Ook opgeslokt.

Leerling: Door het Ene, het Ware, het Hoogste, het Absolute, Zoheid, Boeddhanatuur?

Meester: Allemaal opgeslokt.

Leerling: Misschien had ik moeten zeggen, door de Gewone Geest, de Oorspronkelijke Geest, de Grote Geest, de Weetnietgeest, de Lege Geest, Geen-geest?

Meester: Ook opgeslokt.

Leerling: O, ik snap het al.

Meester: Nu gaan we het krijgen.

Leerling: U bedoelt natuurlijk de concepten.

Meester: In plaats van?

Leerling: De geleefde werkelijkheid.

Meester: Opgeslokt.

Leerling: Zo blijft er niets... aha... het Niets. De Leegte. Sunyata?

Meester: Allemaal opgeslokt.

Leerling: Is dat dan zen?

Meester: Opgeslokt.

Leerling: Is opslokken dan het enige wat overblijft?

Meester: Opgeslokt en uitgekakt.

249. Zen is geen eredienst

Twee blikken op één duisternis.

'Wat is theïsme?'

'Overal een god in zien.'

'Wat is zen?'

'Overal een gat in zien.'

250. Dansen in de leegte

Hoeveel weegt jouw gat?

'Wat is weten?'

'Leegte.'

'Wat is niet-weten?'

'Leegte.'

'Wat is dan het verschil?'

'Wie wéét gaat eronder gebukt.'

'En wie niet weet?'

'Die danst erin rond.'

251. Wat is kinhin? Lijndansen

252. Zen maakt je niets

Drieëndertig vormen van leegte.

Leerling: Maakt zen je bewust?
Meester: Zen maakt je niets.

Leerling: Maakt zen je stil?
Meester: Zen maakt je niets.

Leerling: Maakt zen je leeg?
Meester: Zen maakt je niets.

Leerling: Maakt zen je open?
Meester: Zen maakt je niets.

Leerling: Maakt zen je spontaan?
Meester: Zen maakt je niets.

Leerling: Maakt zen je authentiek?
Meester: Zen maakt je niets.

Leerling: Maakt zen je gelukkig?
Meester: Zen maakt je niets.

Leerling: Maakt zen je liefdevol?
Meester: Zen maakt je niets.

Leerling: Maakt zen je sociaal?
Meester: Zen maakt je niets.

Leerling: Maakt zen je zacht?
Meester: Zen maakt je niets.

Leerling: Maakt zen je hard?
Meester: Zen maakt je niets.

Leerling: Maakt zen je neutraal?
Meester: Zen maakt je niets.

Leerling: Maakt zen je wijs?
Meester: Zen maakt je niets.

Leerling: Maakt zen je dwaas?
Meester: Zen maakt je niets.

Leerling: Maakt zen je filosofisch?
Meester: Zen maakt je niets.

Leerling: Maakt zen je sceptisch?
Meester: Zen maakt je niets.

Leerling: Maakt zen je cynisch?
Meester: Zen maakt je niets.

Leerling: Maakt zen je fatalistisch?
Meester: Zen maakt je niets.

Leerling: Maakt zen je nihilistisch?
Meester: Zen maakt je niets.

Leerling: Maakt zen je moreel?
Meester: Zen maakt je niets.

Leerling: Maakt zen je immoreel?
Meester: Zen maakt je niets.

Leerling: Maakt zen je amoreel?
Meester: Zen maakt je niets.

Leerling: Maakt zen je bijzonder?
Meester: Zen maakt je niets.

Leerling: Maakt zen je eenvoudig?
Meester: Zen maakt je niets.

Leerling: Maakt zen je nederig?
Meester: Zen maakt je niets.

Leerling: Maakt zen je trots?
Meester: Zen maakt je niets.

Leerling: Maakt zen je dankbaar?
Meester: Zen maakt je niets.

Leerling: Maakt zen je goddelijk?
Meester: Zen maakt je niets.

Leerling: Maakt zen je menselijk?
Meester: Zen maakt je niets.

Leerling: Maakt zen je heel?
Meester: Zen maakt je niets.

Leerling: Maakt zen je stuk?
Meester: Zen maakt je niets.

Leerling: Maakt zen je vrij?
Meester: Zen maakt je niets.

Leerling: Maakt zen je niets?
Meester: Zen maak je niets.

253. Inleiding tot de Lege Diamantsoetra

Hoe je een diamantboeddha wordt.

De brand erin

De Diamantsoetra is een vooral in zen-kringen populaire, korte, iconoclastische soetra. Hij maakt deel uit van de prajnaparamitaliteratuur van het mahayana-boeddhisme. Niemand weet precies hoe oud hij is, maar waarschijnlijk is hij ontstaan in de eerste helft van het eerste millennium.

De Diamantsoetra is de soetra die alle soetra's overbodig maakt, ook zichzelf. Na bestudering kan je met een gerust hart je aantekeningen in de fik steken. Zoals die monnik in koan 28 van de Poortloze Poort:

"Deshan trad naar voren met een stapel commentaren op de Diamantsoetra, wees ernaar met zijn fakkel en zei: 'Zelfs de meest omvattende doctrines zijn nog geen haartje in het heelal. De grootste geheimen van de leer zijn nog geen druppel op een gloeiende plaat.' Daarop verbrandde hij al zijn aantekeningen, maakte een buiging voor zijn leraar en vertrok."

Waarom hij alleen zijn aantekeningen aanstak en niet de Diamantsoetra zelf, blijft onverklaard.

Geen diamant maar een diamantbeitel

De Diamantsoetra wordt ook wel de Diamantsnijdersoetra genoemd omdat er in deze onnavolgbaar geest-dodende (en geestdodende) soetra geen diamant wordt aangeboden, maar een diamantbeitel. Een mes om alle boeddhistische wortels te doorklieven.

De Diamant(snijders)soetra kan je anachronistisch duiden als een postmoderne deconstructie van het boeddhisme. Omgekeerd kan je de postmoderne deconstructiemethode anachronistisch duiden als een wijsgerige upaya. Het is maar net waar je roots liggen.

Wel lijdt de Diamantsoetra aan hetzelfde euvel als alle beeldenbrekende boeddhistische literatuur die ik ken, waaronder de Hartsoetra, de Vimalakirtisoetra, de Poortloze Poort en de Linji Lu: hij is volstrekt egocentrisch.

Eerst begraven boeddhisten zichzelf onder dikke lagen jargon en als ze zich dan eindelijk uitgegraven hebben, zijn ze zo opgelucht dat ze van nirwana spreken. Terwijl ze hooguit hun eigen last hebben afgeschud.

Wie de Diamantsoetra met succes heeft doorgeworsteld is misschien van het boeddhisme verlost maar verder geen steek opgeschoten. Tenzij hij gaandeweg allergisch is geworden voor leerstelsels.

De Lege Diamantsoetra

De originele Diamantsoetra bestaat uit twee bijna identieke helften met in totaal 32 hoofdstukken, vaak zonder duidelijk thema, die sterk variëren van lengte, vaak zonder duidelijke reden. Alsof iemand met Parkinson een onverteerbare tekst in hapklare brokken heeft willen hakken.

Mijn deconstructie omvat 52 hoofdstukjes van ongeveer gelijke lengte, waarin steeds iemand één vraag stelt en de Boeddha antwoordt geeft vanuit de leegte.

Heb je één hoofdstukje gelezen dan heb je ze allemaal gelezen.

Heb je ze allemaal gelezen dan heb je de leegte gezien.

Heb je de leegte gezien dan heb je de leegte doorzien.

Heb je ze de leegte doorzien dan heb de Diamantsoetra doorzien, je aantekeningen doorzien, de Boeddha doorzien en het boeddhisme doorzien.

Dan kan je je hele boeddhaboedel verbranden.

Dan mag je jezelf een diamantboeddha noemen.

Een wat?

Een diamantboeddha

Een diamantboeddha is iemand die geen behoefte meer heeft aan een diamantmes. Hij stopt zijn diamanten gewoon in zijn oren.

Een diamantboeddha heeft ook geen behoefte meer om een boeddha genoemd te worden. Het zegt hem niets, het is maar een woord, zo leeg als het woord leegte, weg ermee.

Hooguit hebben anderen behoefte om hem een boeddha te noemen. Of, Boeddha verhoede, een diamantboeddha. Nou ja, hij hoort het toch niet. Hoeft hij er ook geen diamantmes meer in te zetten.


Diamantboeddha.

Bron

Bij mijn radicalisering van de Diamantsoetra heb ik me gebaseerd op de vertaling in De Diamantsoetra: de wereld opnieuw begrijpen, (pagina's 75 – 91, Mu Soeng, Maitreya 2002) omdat die toevallig voorhanden was in de Openbare Bibliotheek Amsterdam.

Mocht dat boek ooit opnieuw uitgegeven worden, dan stel ik een nieuwe titel voor: De Diamantsoetra: waarom de wereld zich niet laat grijpen.

254. De Lege Diamantsoetra

Hoe je je gedachten onder controle houdt.

1

In de tuin van Anathapindika spreekt de Boeddha een grote gemeenschap toe.

Er zijn monniken, er zijn bodhisattva's, er zijn mahasattva's.

Ze willen weten hoe ze verlicht kunnen worden.

Ze willen weten hoe ze hun gedachten onder controle moeten houden.

2

Iemand vraagt: Klopt het dat de bodhisattva alle voelende wezens moet bevrijden?

Boeddha zegt: Ik heb geen idee of de bodhisattva alle voelende wezens moet bevrijden. Misschien denken we dat alleen maar.

Ik weet niet eens of er werkelijk bodhisattva's zijn, voelende wezens of bevrijding daarvan. Misschien denken we dat ook alleen maar.

Wie weet zijn al die gedachten en woorden wel leeg. Of denken we dat ook alleen maar?

3

Iemand vraagt: Klopt het dat de Tathagata de dharma van niet-zelf, niet-persoon, niet-wezen en non-entiteit heeft onderwezen?

Boeddha zegt: Ik heb geen idee of de Tathagata de dharma van niet-zelf, niet-persoon, niet-wezen en non-entiteit heeft onderwezen. Misschien denken we dat alleen maar.

Ik weet niet eens of er werkelijk een Tathagata is, een niet-zelf, een niet-persoon, een niet-wezen of een non-entiteit, een dharma daarover of onderwijs daarvan. Misschien denken we dat ook alleen maar.

Wie weet zijn al die gedachten en woorden wel leeg. Of denken we dat ook alleen maar?

4

Iemand vraagt: Klopt het dat bodhisattva's harmonieuze boeddhalanden scheppen?

Boeddha zegt: Ik heb geen idee of bodhisattva's harmonieuze boeddhalanden scheppen. Misschien denken we dat alleen maar.

Ik weet niet eens of er werkelijk bodhisattva's zijn, boeddhalanden of het scheppen daarvan. Misschien denken we dat ook alleen maar.

Wie weet zijn al die gedachten en woorden wel leeg. Of denken we dat ook alleen maar?

5

Iemand vraagt: Klopt het dat je alle ideeën moet loslaten terwijl gewone, dwaze mensen eraan vasthouden?

Boeddha zegt: Ik heb geen idee of je alle ideeën moet loslaten terwijl gewone, dwaze mensen eraan vasthouden. Misschien denken we dat alleen maar.

Ik weet niet eens of er werkelijk ideeën zijn, een vasthouden daaraan of een loslaten ervan, of dat er gewone, dwaze mensen zijn. Misschien denken we dat ook alleen maar.

Wie weet zijn al die gedachten en woorden wel leeg. Of denken we dat ook alleen maar?

6

Iemand vraagt: Klopt het dat de bodhisattva die de vorm van de Tathagata heeft gezien en zijn stem heeft gehoord op het verkeerde pad is en de Tathagata niet zal zien?

Boeddha zegt: Ik heb geen idee of de bodhisattva die de vorm van de Tathagata heeft gezien en zijn stem heeft gehoord op het verkeerde pad is en de Tathagata niet zal zien. Misschien denken we dat alleen maar.

Ik weet niet eens of er werkelijk een bodhisattva is, een Tathagata, een vorm van de Tathagata, een zien daarvan, een stem van de Tathagata, een horen daarvan of een juist pad. Misschien denken we dat ook alleen maar.

Wie weet zijn al die gedachten en woorden wel leeg. Of denken we dat ook alleen maar?

7

Iemand vraagt: Klopt het dat een boeddha gekend wordt door dharmakaya terwijl toch de ware natuur van dharmakaya niet kan worden begrepen?

Boeddha zegt: Ik heb geen idee of een boeddha wordt gekend door dharmakaya terwijl toch de ware natuur van dharmakaya niet kan worden begrepen. Misschien denken we dat alleen maar.

Ik weet niet eens of er werkelijk een boeddha is, een kennen daarvan of een dharmakaya, een ware natuur daarvan of een begrijpen ervan. Misschien denken we dat ook alleen maar.

Wie weet zijn al die gedachten en woorden wel leeg. Of denken we dat ook alleen maar?

8

Iemand vraagt: Klopt het dat de Tathagata het menselijk oog, het goddelijk oog, het inzichtelijk oog, het prajna-oog en het boeddha-oog bezit?

Boeddha zegt: Ik heb geen idee of de Tathagata het menselijk oog, het goddelijk oog, het inzicht-oog, het prajna-oog en het boeddha-oog bezit. Misschien denken we dat alleen maar.

Ik weet niet eens of er werkelijk een Tathagata is of een menselijk oog, een goddelijk oog, een inzicht-oog, een prajna-oog of een boeddha-oog. Misschien denken we dat ook alleen maar.

Wie weet zijn al die gedachten en woorden wel leeg. Of denken we dat ook alleen maar?

9

Iemand vraagt: Klopt het dat de dharma naar het ware zelf voert?

Boeddha zegt: Ik heb geen idee of de dharma naar het ware zelf voert. Misschien denken we dat alleen maar.

Ik weet niet eens of er werkelijk een dharma is, een waar zelf of een voeren van een dharma daarheen. Misschien denken we dat ook alleen maar.

Wie weet zijn al die gedachten en woorden wel leeg. Of denken we dat ook alleen maar?

10

Iemand vraagt: Klopt het dat een bodhisattva die het principe van niet-zelf en niet-dharma geheel begrijpt en dit principe herkent als het ware zelf en de ware dharma, oprecht een bodhisattva genoemd kan worden?

Boeddha zegt: Ik heb geen idee of een bodhisattva die het principe van niet-zelf en niet-dharma geheel begrijpt en dit herkent als het ware zelf en de ware dharma, oprecht een bodhisattva genoemd kan worden. Misschien denken we dat alleen maar.

Ik weet niet eens of er werkelijk een bodhisattva is, een waar zelf, een ware dharma, een principe van niet-zelf, een principe van niet-dharma, een begrijpen daarvan of een herkennen ervan als het ware zelf en de ware dharma. Misschien denken we dat ook alleen maar.

Wie weet zijn al die gedachten en woorden wel leeg. Of denken we dat ook alleen maar?

11

Iemand vraagt: Klopt het dat grote verdiensten de natuur van niet-verdiensten hebben?

Boeddha zegt: Ik heb geen idee of grote verdiensten de natuur van niet-verdiensten hebben. Misschien denken we dat alleen maar.

Ik weet niet eens of er werkelijk verdiensten zijn en of die een natuur hebben, of dat er niet-verdiensten zijn en of die een natuur hebben. Misschien denken we dat ook alleen maar.

Wie weet zijn al die gedachten en woorden wel leeg. Of denken we dat ook alleen maar?

12

Iemand vraagt: Klopt het dat bodhisattva's de perfecties moeten beoefenen?

Boeddha zegt: Ik heb geen idee of bodhisattva's de perfecties moeten beoefenen. Misschien denken we dat alleen maar.

Ik weet niet eens of er werkelijk bodhisattva's zijn of perfecties of beoefening daarvan. Misschien denken we dat ook alleen maar.

Wie weet zijn al die gedachten en woorden wel leeg. Of denken we dat ook alleen maar?

13

Iemand vraagt: Klopt het dat bodhisattva's vrijgevigheid moeten beoefenen zonder te hechten aan een object?

Boeddha zegt: Ik heb geen idee of bodhisattva's vrijgevigheid moeten beoefenen zonder te hechten aan een object. Misschien denken we dat alleen maar.

Ik weet niet eens of er werkelijk bodhisattva's zijn of dat er vrijgevigheid is of een beoefenen daarvan, of dat er objecten zijn of een hechten daaraan. Misschien denken we dat ook alleen maar.

Wie weet zijn al die gedachten en woorden wel leeg. Of denken we dat ook alleen maar?

14

Iemand vraagt: Klopt het dat het onderricht van de Tathagata over de perfectie van geduld in werkelijkheid geen perfectie is?

Boeddha zegt: Ik heb geen idee of het onderricht van de Tathagata over de perfectie van geduld in werkelijkheid geen perfectie is. Misschien denken we dat alleen maar.

Ik weet niet eens of er werkelijk een Tathagata is, perfectie van geduld, onderricht daarover of niet-perfectie. Misschien denken we dat ook alleen maar.

Wie weet zijn al die gedachten en woorden wel leeg. Of denken we dat ook alleen maar?

15

Iemand vraagt: Klopt het dat bevrijding van alle gehechtheid de hoogste verlichting is?

Boeddha zegt: Ik heb geen idee of bevrijding van alle gehechtheid de hoogste verlichting is. Misschien denken we dat alleen maar.

Ik weet niet eens of er werkelijk zoiets is als verlichting, gehechtheid of bevrijding daarvan. Misschien denken we dat ook alleen maar.

Wie weet zijn al die gedachten en woorden wel leeg. Of denken we dat ook alleen maar?

16

Iemand vraagt: Klopt het dat bodhisattva's het juiste inzicht moeten verwerven?

Boeddha zegt: Ik heb geen idee of bodhisattva's het juiste inzicht moeten verwerven. Misschien denken we dat alleen maar.

Ik weet niet eens of er werkelijk bodhisattva's zijn, of er inzicht is of een verwerven daarvan. Misschien denken we dat ook alleen maar.

Wie weet zijn al die gedachten en woorden wel leeg. Of denken we dat ook alleen maar?

17

Iemand vraagt: Klopt het dat wat juist inzicht wordt genoemd in werkelijkheid niet-inzicht is?

Boeddha zegt: Ik heb geen idee of wat juist inzicht wordt genoemd in werkelijkheid niet-inzicht is. Misschien denken we dat alleen maar.

Ik weet niet eens of er werkelijk inzicht is of niet-inzicht. Misschien denken we dat ook alleen maar.

Wie weet zijn al die gedachten en woorden wel leeg. Of denken we dat ook alleen maar?

18

Iemand vraagt: Klopt het dat bodhisattva's de hoogste transcendente wijsheid moeten nastreven?

Boeddha zegt: Ik heb geen idee of bodhisattva's de hoogste transcendente wijsheid moeten nastreven. Misschien denken we dat alleen maar.

Ik weet niet eens of er werkelijk bodhisattva's zijn, of dat er wijsheid is of een nastreven daarvan. Misschien denken we dat ook alleen maar.

Wie weet zijn al die gedachten en woorden wel leeg. Of denken we dat ook alleen maar?

19

Iemand vraagt: Klopt het dat wat de Tathagata prajnaparamita heeft genoemd in feite niet prajnaparamita?

Boeddha zegt: Ik heb geen idee of datgene wat de Tathagata prajnaparamita heeft genoemd in feite niet prajnaparamita is. Misschien denken we dat alleen maar.

Ik weet niet eens of er een Tathagata is en of er iets is dat in feite niet prajnaparamita is, of iets dat wel prajnaparamita is.

Wie weet zijn al die gedachten en woorden wel leeg. Of denken we dat ook alleen maar?

20

Iemand vraagt: Klopt het dat er een onafhankelijk bestaand object van het bewustzijn bereikt kan worden dat de superieure en perfecte verlichting kan worden genoemd?

Boeddha zegt: Ik heb geen idee of er een onafhankelijk bestaand object van het bewustzijn bereikt kan worden dat de superieure en perfecte verlichting kan worden genoemd. Misschien denken we dat alleen maar.

Ik weet niet eens of er werkelijk bewustzijn is, of een object dat verlichting kan worden genoemd, of een bereiken daarvan. Misschien denken we dat ook alleen maar.

Wie weet zijn al die gedachten en woorden wel leeg. Of denken we dat ook alleen maar?

21

Iemand vraagt: Klopt het dat er in werkelijkheid geen bereiken is van iets dat de superieure en perfecte verlichting kan worden genoemd?

Boeddha zegt: Ik heb geen idee of er in werkelijkheid geen bereiken is van iets dat de superieure en perfecte verlichting kan worden genoemd. Misschien denken we dat alleen maar.

Ik weet niet eens of er werkelijk iets is dat verlichting kan worden genoemd of een bereiken daarvan. Misschien denken we dat ook alleen maar.

Wie weet zijn al die gedachten en woorden wel leeg. Of denken we dat ook alleen maar?

22

Iemand vraagt: Klopt het dat de waarheid niet te bevatten is en alle beschrijving te boven gaat?

Boeddha zegt: Ik heb geen idee of de waarheid niet te bevatten is en alle beschrijving te boven gaat. Misschien denken we dat alleen maar.

Ik weet niet eens of er werkelijk een waarheid is, een bevatten daarvan, een beschrijving daarvan of een alle beschrijving te boven gaan daarvan. Misschien denken we dat ook alleen maar.

Wie weet zijn al die gedachten en woorden wel leeg. Of denken we dat ook alleen maar?

23

Iemand vraagt: Klopt het dat bestudering van de dharma's leidt tot de hoogste verlichting?

Boeddha zegt: Ik heb geen idee of bestudering van de dharma's leidt tot de hoogste verlichting. Misschien denken we dat alleen maar.

Ik weet niet eens of er werkelijk dharma's zijn, bestudering daarvan, het tot verlichting leiden ervan of verlichting. Misschien denken we dat ook alleen maar.

Wie weet zijn al die gedachten en woorden wel leeg. Of denken we dat ook alleen maar?

24

Iemand vraagt: Klopt het dat de bodhisattva vrij is van de gedachte van zowel een dharma als een niet-dharma?

Boeddha zegt: Ik heb geen idee of de bodhisattva vrij is van de gedachte van zowel een dharma als een niet-dharma. Misschien denken we dat alleen maar.

Ik weet niet eens of er werkelijk een bodhisattva is, een dharma, een niet-dharma, een gedachte daaraan of vrijheid daarvan. Misschien denken we dat ook alleen maar.

Wie weet zijn al die gedachten en woorden wel leeg. Of denken we dat ook alleen maar?

25

Iemand vraagt: Klopt het dat datgene wat bekend staat als het onderricht van de Tathagata niet het onderricht van de Tathagata is?

Boeddha zegt: Ik heb geen idee of datgene wat bekend staat als het onderricht van de Tathagata niet het onderricht van de Tathagata is. Misschien denken we dat alleen maar.

Ik weet niet eens of er werkelijk een Tathagata is, onderricht daarvan of een bekend staan daarvan als het onderricht van de Tathagata. Misschien denken we dat ook alleen maar.

Wie weet zijn al die gedachten en woorden wel leeg. Of denken we dat ook alleen maar?

26

Iemand vraagt: Klopt het dat alle grote leraren verheven zijn door het ongeconditioneerde?

Boeddha zegt: Ik heb geen idee of alle grote leraren verheven zijn door het ongeconditioneerde. Misschien denken we dat alleen maar.

Ik weet niet eens of er werkelijk grote leraren zijn of dat er zoiets is als het ongeconditioneerde of een daardoor verheven zijn. Misschien denken we dat ook alleen maar.

Wie weet zijn al die gedachten en woorden wel leeg. Of denken we dat ook alleen maar?

27

Iemand vraagt: Klopt het dat er een dharma is waarmee de Tathagata de hoogste, correcte en perfecte bevrijding heeft bereikt?

Boeddha zegt: Ik heb geen idee of er een dharma is waarmee de Tathagata de hoogste, correcte en perfecte bevrijding heeft bereikt. Misschien denken we dat alleen maar.

Ik weet niet eens of er werkelijk een dharma is, een Tathagata, bevrijding of een bereiken daarvan. Misschien denken we dat ook alleen maar.

Wie weet zijn al die gedachten en woorden wel leeg. Of denken we dat ook alleen maar?

28

Iemand vraagt: Klopt het dat de dharma die de Tathagata heeft ervaren en getoond ongrijpbaar is?

Boeddha zegt: Ik heb geen idee of de dharma die de Tathagata heeft ervaren en getoond ongrijpbaar is. Misschien denken we dat alleen maar.

Ik weet niet eens of er werkelijk een Tathagata is, een door hem ervaren en getoonde dharma of ongrijpbaarheid daarvan. Misschien denken we dat ook alleen maar.

Wie weet zijn al die gedachten en woorden wel leeg. Of denken we dat ook alleen maar?

29

Iemand vraagt: Klopt het dat de Tathagata denkt dat hij de dharma heeft onderwezen?

Boeddha zegt: Ik heb geen idee of de Tathagata denkt dat hij de dharma heeft onderwezen. Misschien denken we dat alleen maar.

Ik weet niet eens of er werkelijk een Tathagata is, een denken, een dharma of een onderwijzen daarvan. Misschien denken we dat ook alleen maar.

Wie weet zijn al die gedachten en woorden wel leeg. Of denken we dat ook alleen maar?

30

Iemand vraagt: Klopt het dat zij die zich op het bodhisattva-pad hebben begeven alle dharma's moeten zien in termen van hun opheffing?

Boeddha zegt: Ik heb geen idee of zij die zich op het bodhisattva-pad hebben begeven alle dharma's moeten zien in termen van hun opheffing. Misschien denken we dat alleen maar.

Ik weet niet eens of er werkelijk bodhisattva's zijn, of er een bodhisattva-pad is, of er dharma's zijn of een zien daarvan of opheffing ervan. Misschien denken we dat ook alleen maar.

Wie weet zijn al die gedachten en woorden wel leeg. Of denken we dat ook alleen maar?

31

Iemand vraagt: Klopt het dat de srotapanna de stroom is binnengegaan?

Boeddha zegt: Ik heb geen idee of de srotapanna de stroom is binnengegaan. Misschien denken we dat alleen maar.

Ik weet niet eens of er werkelijk een srotapanna is, een stroom of een binnengaan daarvan. Misschien denken we dat ook alleen maar.

Wie weet zijn al die gedachten en woorden wel leeg. Of denken we dat ook alleen maar?

32

Iemand vraagt: Klopt het dat de sakridagamin niet eenmaal gegaan en gekomen is?

Boeddha zegt: Ik heb geen idee of de sakridagamin niet eenmaal gegaan en gekomen is. Misschien denken we dat alleen maar.

Ik weet niet eens of er werkelijk een sakridagamin is of een gaan en komen daarvan. Misschien denken we dat ook alleen maar.

Wie weet zijn al die gedachten en woorden wel leeg. Of denken we dat ook alleen maar?

33

Iemand vraagt: Klopt het dat de anagamin niet gekomen is?

Boeddha zegt: Ik heb geen idee of de anagamin niet gekomen is. Misschien denken we dat alleen maar.

Ik weet niet eens of er werkelijk een anagamin is of een niet-komen daarvan. Misschien denken we dat ook alleen maar.

Wie weet zijn al die gedachten en woorden wel leeg. Of denken we dat ook alleen maar?

34

Iemand vraagt: Klopt het dat de arhat bevrijd is van onheilzame verlangens?

Boeddha zegt: Ik heb geen idee of de arhat bevrijd is van onheilzame verlangens. Misschien denken we dat alleen maar.

Ik weet niet eens of er werkelijk een arhat is, of dat er onheilzame verlangens zijn of bevrijding daarvan. Misschien denken we dat ook alleen maar.

Wie weet zijn al die gedachten en woorden wel leeg. Of denken we dat ook alleen maar?

35

Iemand vraagt: Klopt het dat de bodhisattva die meent dat de Tathagata gaat, komt, staat, zit of ligt de betekenis van zijn onderricht niet begrijpt?

Boeddha zegt: Ik heb geen idee of de bodhisattva die meent dat de Tathagata gaat, komt, staat, zit of ligt de betekenis van zijn onderricht niet begrijpt. Misschien denken we dat alleen maar.

Ik weet niet eens of er werkelijk een bodhisattva is, een Tathagata, een gaan, komen, staan, zitten of liggen daarvan, of dat er onderricht is, een betekenis daarvan of een begrijpen ervan. Misschien denken we dat ook alleen maar.

Wie weet zijn al die gedachten en woorden wel leeg. Of denken we dat ook alleen maar?

36

Iemand vraagt: Klopt het dat de verlichte in vrede verblijft?

Boeddha zegt: Ik heb geen idee of de verlichte in vrede verblijft. Misschien denken we dat alleen maar.

Ik weet niet eens of er werkelijk een verlichte is, vrede of een verblijven daarin. Misschien denken we dat ook alleen maar.

Wie weet zijn al die gedachten en woorden wel leeg. Of denken we dat ook alleen maar?

37

Iemand vraagt: Klopt het dat de bodhisattva zich van alle denkbeelden heeft losgemaakt?

Boeddha zegt: Ik heb geen idee of de bodhisattva zich van alle denkbeelden heeft losgemaakt. Misschien denken we dat alleen maar.

Ik weet niet eens of er werkelijk een bodhisattva is, of dat er denkbeelden zijn of een zich losmaken daarvan. Misschien denken we dat ook alleen maar.

Wie weet zijn al die gedachten en woorden wel leeg. Of denken we dat ook alleen maar?

38

Iemand vraagt: Klopt het dat de bodhisattva zich van alle gewaarwordingen heeft bevrijd?

Boeddha zegt: Ik heb geen idee of de bodhisattva zich van alle gewaarwordingen heeft bevrijd. Misschien denken we dat alleen maar.

Ik weet niet eens of er werkelijk een bodhisattva is of dat er gewaarwordingen zijn of een zich bevrijden daarvan.

Wie weet zijn al die gedachten en woorden wel leeg. Of denken we dat ook alleen maar?

39

Iemand vraagt: Klopt het dat een gewaarwording van een zelf in werkelijkheid niet-gewaarwording is?

Boeddha zegt: Ik heb geen idee of een gewaarwording van een zelf in werkelijkheid niet-gewaarwording is. Misschien denken we dat alleen maar.

Ik weet niet eens of er werkelijk een zelf is of een gewaarwording of niet-gewaarwording daarvan. Misschien denken we dat ook alleen maar.

Wie weet zijn al die gedachten en woorden wel leeg. Of denken we dat ook alleen maar?

40

Iemand vraagt: Klopt het dat de Tathagata alle geestesgesteldheden kent?

Boeddha zegt: Ik heb geen idee of de Tathagata alle geestesgesteldheden kent. Misschien denken we dat alleen maar.

Ik weet niet eens of er werkelijk een Tathagata is, of dat er geestesgesteldheden zijn of een kennen daarvan. Misschien denken we dat ook alleen maar.

Wie weet zijn al die gedachten en woorden wel leeg. Of denken we dat ook alleen maar?

41

Iemand vraagt: Klopt het dat het vroegere bewustzijn niet te vatten is, het latere bewustzijn niet te vatten is en het huidige bewustzijn niet te vatten is?

Boeddha zegt: Ik heb geen idee of het vroegere bewustzijn niet te vatten is, het latere bewustzijn niet te vatten is en het huidige bewustzijn niet te vatten is. Misschien denken we dat alleen maar.

Ik weet niet eens of er werkelijk een vroeger bewustzijn is, een later bewustzijn, een huidig bewustzijn of een vatten daarvan. Misschien denken we dat ook alleen maar.

Wie weet zijn al die gedachten en woorden wel leeg. Of denken we dat ook alleen maar?

42

Iemand vraagt: Klopt het dat de Tathagata niet herkend kan worden aan de tweeëndertig kenmerken van een groot mens?

Boeddha zegt: Ik heb geen idee of de Tathagata niet herkend kan worden aan de tweeëndertig kenmerken van een groot mens. Misschien denken we dat alleen maar.

Ik weet niet eens of er werkelijk een Tathagata is of een groot mens, tweeëndertig kenmerken daarvan of een herkennen daarvan. Misschien denken we dat ook alleen maar.

Wie weet zijn al die gedachten en woorden wel leeg. Of denken we dat ook alleen maar?

43

Iemand vraagt: Klopt het dat de Tathagata de anuttara samyaksambodhi niet heeft bereikt op grond van zijn tweeëndertig kenmerken?

Boeddha zegt: Ik heb geen idee of de Tathagata de anuttara samyaksambodhi niet heeft bereikt op grond van zijn tweeëndertig kenmerken. Misschien denken we dat alleen maar.

Ik weet niet eens of er werkelijk een Tathagata is, of dat er tweeëndertig kenmerken zijn, of dat er een anuttara samyaksambodhi is of een bereiken daarvan. Misschien denken we dat ook alleen maar.

Wie weet zijn al die gedachten en woorden wel leeg. Of denken we dat ook alleen maar?

44

Iemand vraagt: Klopt het dat de Tathagata niet aan zijn perfect gevormde lichaam of aan zijn lichamelijke kenmerken kan worden herkend?

Boeddha zegt: Ik heb geen idee of de Tathagata niet aan zijn perfect gevormde lichaam of aan zijn lichamelijke kenmerken kan worden herkend. Misschien denken we dat alleen maar.

Ik weet niet eens of er werkelijk een Tathagata is, een perfect gevormd lichaam, of dat er lichamelijke kenmerken zijn of een herkennen daarvan. Misschien denken we dat ook alleen maar.

Wie weet zijn al die gedachten en woorden wel leeg. Of denken we dat ook alleen maar?

45

Iemand vraagt: Klopt het dat met het bezitten van lichamelijke kenmerken eigenlijk het niet-bezitten van niet-lichamelijke kenmerken wordt bedoeld?

Boeddha zegt: Ik heb geen idee of met het bezitten van lichamelijke kenmerken eigenlijk het niet-bezitten van niet-lichamelijke kenmerken wordt bedoeld. Misschien denken we dat alleen maar.

Ik weet niet eens of er werkelijk lichamen zijn, kenmerken daarvan of een bezitten daarvan, of dat er niet-lichamelijke kenmerken zijn of een niet-bezitten daarvan. Misschien denken we dat ook alleen maar.

Wie weet zijn al die gedachten en woorden wel leeg. Of denken we dat ook alleen maar?

46

Iemand vraagt: Klopt het dat de wereld een droom of een illusie is?

Boeddha zegt: Ik heb geen idee of de wereld een droom of een illusie is. Misschien denken we dat alleen maar.

Ik weet niet eens of er werkelijk een wereld is, een droom of een illusie. Misschien denken we dat ook alleen maar.

Wie weet zijn al die gedachten en woorden wel leeg. Of denken we dat ook alleen maar?

47

Iemand vraagt: Klopt het dat herkenning van de misleidende natuur van alle vormen herkenning van de Tathagata is?

Boeddha zegt: Ik heb geen idee of herkenning van de misleidende natuur van alle vormen herkenning van de Tathagata is. Misschien denken we dat alleen maar.

Ik weet niet eens of er werkelijk vormen zijn, een misleidende natuur of herkenning daarvan, een Tathagata of herkenning daarvan. Misschien denken we dat ook alleen maar.

Wie weet zijn al die gedachten en woorden wel leeg. Of denken we dat ook alleen maar?

48

Iemand vraagt: Klopt het dat alle verschijnselen vergankelijk zijn als een ster bij de dageraad, een luchtbel in een stroom, een bliksemschicht, een zomerwolk, een flikkerende lamp?

Boeddha zegt: Ik heb geen idee of alle verschijnselen vergankelijk zijn als een ster bij de dageraad, een luchtbel in een stroom, een bliksemschicht, een zomerwolk, een flikkerende lamp. Misschien denken we dat alleen maar.

Ik weet niet eens of er werkelijk verschijnselen zijn of dat er sterren zijn, dageraden, stromen of luchtbellen daarin, bliksemschichten, zomerwolken, flikkerende lampen of vergankelijkheid. Misschien denken we dat ook alleen maar.

Wie weet zijn al die gedachten en woorden wel leeg. Of denken we dat ook alleen maar?

49

Iemand vraagt: Klopt het dat datgene wat de Tathagata een systeem van drieduizend chilio-universa noemt niet werkelijk een systeem van chilio-universa is?

Boeddha zegt: Ik heb geen idee of datgene wat de Tathagata een systeem van drieduizend chilio-universa noemt niet werkelijk een systeem van chilio-universa is. Misschien denken we dat alleen maar.

Ik weet niet eens of er werkelijk een Tathagata is, chilio-universa, een systeem daarvan of een benoemen daarvan. Misschien denken we dat ook alleen maar.

Wie weet zijn al die gedachten en woorden wel leeg. Of denken we dat ook alleen maar?

50

Iemand vraagt: Klopt het dat datgene wat de Tathagata een verzameling stofdeeltjes noemt in essentie geen verzameling stofdeeltjes is?

Boeddha zegt: Ik heb geen idee of datgene wat de Tathagata een verzameling stofdeeltjes noemt in essentie geen verzameling stofdeeltjes is. Misschien denken we dat alleen maar.

Ik weet niet eens of er werkelijk een Tathagata is, of stofdeeltjes, een verzameling daarvan, een essentie daarvan of een benoemen ervan. Misschien denken we dat ook alleen maar.

Wie weet zijn al die gedachten en woorden wel leeg. Of denken we dat ook alleen maar?

51

Iemand vraagt: Klopt het dat de leringen vergeleken moeten worden met een vlot, en dat zelfs een dharma moet worden opgegeven, des te meer een niet-dharma?

Boeddha zegt: Ik heb geen idee of de leringen vergeleken moeten worden met een vlot, en dat zelfs een dharma moet worden opgegeven, des te meer een niet-dharma. Misschien denken we dat alleen maar.

Ik weet niet eens of er werkelijk leringen zijn, of een vlot waarmee ze vergeleken kunnen worden, of dat er dharma's zijn of niet-dharma's of een opgeven daarvan. Misschien denken we dat ook alleen maar.

Wie weet zijn al die gedachten en woorden wel leeg. Of denken we dat ook alleen maar?

52

Iemand vraagt: Hoe moeten we onze gedachten onder controle houden?

Boeddha zegt: Welke gedachten wou je dan onder controle houden?

Daarop sluit de Boeddha zijn ogen en reageert nergens meer op.

De aanwezigen zijn met stomheid geslagen, verbijsterd over zijn onderricht.

In gedachten verzonken gaan ze elk hun weg.

Vergeefs trachten ze het onderricht ter harte te nemen.

Vergeefs trachten ze het uit hun hart te bannen.

255. Hoe je een Diamantsoetra deconstrueert

Met name de bodhisattvagelofte, dana, lichamelijke kenmerken van de Tathagata, de gelijkenis van het vlot en de dharma.

Hierboven heb je kennis kunnen maken met de Lege Diamantsoetra. Ik presenteerde die als een deconstructie van de originele Diamantsoetra, die zelf een deconstructie is van het hele toenmalige boeddhisme.

Hieronder laat ik zien hoe zo'n deconstructie van een deconstructie in zijn werk gaat. Het resultaat is opnieuw taai als (de) leer, maar dat is nou eenmaal het eerste en zekerste van de tweeëndertig waarmerken van de dharmakaya, wat wil je nog meer.

Omdat het me vooral om de werkwijze gaat, beperk ik me tot de eerste vijf inhoudelijke hoofdstukken (3 - 7), dat zal genoeg zijn, of al teveel.

Van iedere hoofdstuk geef ik eerst de oorspronkelijke tekst en dan een opsomming van alle daarin genoemde lege wezens, lege verschijnselen en lege leerstellingen.

Bron: De Diamantsoetra: de wereld opnieuw begrijpen, (pagina's 75 – 91, Mu Soeng, Maitreya 2002).

3. De bodhisattvagelofte

De Boeddha zei tot Subhuti: 'Alle bodhisattva-mahasattva's die meditatie beoefenen, moeten slechts één gedachte koesteren: Als ik de hoogste verlichting bereik, zal ik alle voelende wezens, in welke bestaanswereld binnen het universum ze ook leven, bevrijden, ongeacht of ze nu uit een ei, uit een baarmoeder, uit vocht of op miraculeuze wijze zijn geboren, of zij nu vorm of geen vorm bezitten, of ze nu beschikken over waarnemingsvermogen, geen waarnemingsvermogen of geen van beide. Zolang er voelende wezens bestaan, zal ik ervoor zorgen dat ze de eeuwige vrede van het nirwana, het nirwana dat zonder overblijfsel is, kunnen binnengaan en zo de staat van uiteindelijke bevrijding bereiken.

En toch, hoewel er een onmeetbaar, ontelbaar en onbegrensd aantal voelende wezens bevrijding heeft bereikt, heeft waarlijk geen voelend wezen bevrijding bereikt. En waarom niet? Omdat geen enkele bodhisattva die zulke gedachten aan een zelf, een persoon, een wezen of een voortlevende entiteit koestert een echte bodhisattva is. Derhalve zijn er geen voelende wezens die bevrijd moeten worden en is er geen zelf dat de hoogste verlichting bereikt.'

3.1

Alle wezens zijn leeg, dus ook de Boeddha.

Dus ook Subhuti.

Dus ook alle bodhisattva-mahasattva's.

Dus ook alle voelende wezens.

3.2

Alle verschijnselen zijn leeg, dus ook meditatie, en het beoefenen daarvan.

Dus ook gedachten aan bevrijding, en het koesteren daarvan.

Dus ook de hoogste verlichting, en het bereiken daarvan.

Dus ook het bevrijden.

Dus ook het nirwana zonder overblijfsel, en de eeuwige vrede daarvan en het binnengaan ervan.

Dus ook de staat van uiteindelijke bevrijding, en het bereiken daarvan.

Dus ook gedachten aan een zelf, een persoon, een wezen en een voortlevende entiteit, en het koesteren daarvan.

3.3

Alle leerstellingen zijn leeg, dus ook de leerstelling dat alle bodhisattva-mahasattva's die meditatie beoefenen, slechts één gedachte moeten koesteren: de bodhisattva-gelofte.

Dus ook de leerstelling dat waarlijk geen voelend wezen bevrijding heeft bereikt, ook al heeft een onmeetbaar aantal voelende wezens bevrijding bereikt.

Dus ook de leerstelling dat geen enkele bodhisattva die gedachten aan een zelf, een persoon, een wezen of een voortlevende entiteit koestert, een echte bodhisattva is.

Dus ook de leerstelling dat er derhalve geen voelende wezens zijn die bevrijd moeten worden en geen zelf is dat de hoogste verlichting bereikt.

3.4

Ook de leerstelling dat alle wezens, verschijnselen en leerstellingen leeg zijn, is leeg.

4. Dana

'Bovendien, Subhuti in de beoefening van vrijgevigheid zal een bodhisattva niet hechten aan een object. Hij of zij zal vrijgevigheid beoefenen zonder te hechten aan een visueel object, aan geluid, aanraking, smaak, geur of opkomende gedachten. Op deze manier, Subhuti, zal een bodhisattva vrijgevigheid beoefenen zonder te hechten aan een teken. Waarom? Als een bodhisattva vrijgevigheid beoefent zonder te hechten aan een teken, dan is de omvang van zijn of haar verdiensten niet te bevatten. Subhuti, wat denk je, kun je de ruimte naar het oosten opmeten?'

'Nee, O Alomgeëerde, dat kan ik niet.'

'Subhuti, kun je de ruimte naar het zuiden, westen, noorden, naar boven of naar beneden opmeten?'

'Nee, O Alomgeëerde, dat kan ik niet.'

'Subhuti, zo ook is het met de verdiensten van een bodhisattva die vrijgevigheid beoefent zonder aan tekenen vast te houden; zij zijn onmeetbaar gelijk de ruimte. Subhuti, een bodhisattva zal eenpuntig volharden in deze instructie.'

4.1

Alle wezens zijn leeg, dus ook Subhuti.

Dus ook de Alomgeëerde.

Dus ook de bodhisattva's.

4.2

Alle verschijnselen zijn leeg, dus ook vrijgevigheid en de beoefening daarvan.

Dus ook visuele objecten, geluiden, aanrakingen, smaken, geuren, opkomende gedachten, en het hechten daaraan.

Dus ook tekens.

Dus ook verdiensten, en de omvang daarvan en het niet bevatten ervan.

Dus ook ruimte, en de onmeetbaarheid daarvan.

Dus ook instructies, en eenpuntige volharding daarin.

4.3

Alle leerstellingen zijn leeg, dus ook de leerstelling dat een bodhisattva in de beoefening van vrijgevigheid eenpuntig zal volharden in de instructie niet te hechten aan een visueel object, aan geluid, aanraking, smaak, geur of opkomende gedachten of andere objecten of tekens.

Dus ook de leerstelling dat de omvang van zijn of haar verdiensten dan niet te bevatten zal zijn, onmeetbaar gelijk de ruimte.

4.4

Ook de leerstelling dat alle wezens, verschijnselen en leerstellingen leeg zijn, is leeg.

5. Lichamelijke kenmerken

'Subhuti, denk je dat het mogelijk is een Tathagata te herkennen aan de lichamelijke kenmerken?'

'Nee, O alomgeëerde. En waarom niet? omdat wanneer de Tathagata over lichamelijke kenmerken spreekt, hij spreekt over het niet-bezitten van niet-kenmerken.'

De Boeddha zei tot Subhuti: 'Alles wat een vorm bezit is misleidend. Als de misleidende natuur van vorm is herkend, is de Tathagata herkend.'

5.1

Alle wezens zijn leeg, dus ook Subhuti.

Dus ook de Boeddha.

Dus ook de Tathagata.

5.2

Alle verschijnselen zijn leeg, dus ook het herkennen van de Tathagata.

Dus ook lichamelijke kenmerken, en het bezitten daarvan.

Dus ook niet-kenmerken, en het niet-bezitten daarvan.

Dus ook alles wat een vorm bezit.

Dus ook vorm, en het bezitten daarvan, en de misleidende natuur ervan.

5.3

Alle leerstellingen zijn leeg, dus ook de leerstelling dat het niet mogelijk een Tathagata te herkennen aan de lichamelijke kenmerken.

Dus ook de leerstelling dat de Tathagata spreekt over het niet-bezitten van niet-kenmerken als hij spreekt over lichamelijke kenmerken.

Dus ook de leerstelling dat alles wat een vorm bezit misleidend is.

Dus ook de leerstelling dat de Tathagata is herkend als de misleidende natuur van vorm is herkend.

5.4

Ook de leerstelling dat alle wezens, verschijnselen en leerstellingen leeg zijn, is leeg.

6. De gelijkenis van het vlot

Subhuti sprak tot de Boeddha: 'O Alomgeëerde, zullen er in de toekomst mensen zijn die, wanneer ze deze leringen horen, er oprecht geloof en vertrouwen in hebben?'

De Boeddha zei: 'Subhuti, spreek niet zo. Vijfhonderd jaar na het heengaan van de Tathagata zullen er mensen zijn die morele zelfdiscipline hebben beoefend en zo over voldoende verdiensten beschikken. Zij zullen, wanneer ze deze woorden horen, hun waarheid begrijpen. Je moet weten dat dergelijke mensen hun verzameling van verdiensten niet hebben gecreëerd bij slechts één, twee, drie, vier of vijf boeddha's, maar bij ontelbare boeddha's. Als zij deze woorden horen en, al is het maar gedurende één tel, zuiver en helder vertrouwen opwekken, dan zal de Tathagata ze opmerken en hun onmetelijke hoeveelheid verdiensten herkennen. Waarom? Omdat deze mensen vrij zijn van het idee van een zelf, een persoon, een wezen of een voortlevende entiteit; ze zijn vrij van het idee van zowel een dharma als een niet-dharma. En waarom? Omdat als ze het idee van een dharma koesteren, ze nog steeds gehecht zijn aan een zelf, persoon, een wezen of een voortlevende entiteit. Omdat als ze het idee van een niet-dharma koesteren, ze nog steeds gehecht zijn aan een zelf, persoon, een wezen of een voortlevende entiteit. Koester daarom niet het idee van een dharma noch van een niet-dharma. Daarom verkondigt de Tathagata altijd: 'O bhikshu's, weet dat mijn leringen vergeleken moeten worden met een vlot. Zelfs een dharma moet worden opgegeven, des te meer een niet-dharma.”

6.1

Alle wezens zijn leeg, dus ook Subhuti.

Dus ook de Boeddha.

Dus ook de Tathagata.

Dus ook bhikshu's.

Dus ook toekomstige mensen.

Dus ook ontelbare boeddha's.

6.2

Alle verschijnselen zijn leeg, dus ook de toekomst.

Dus ook leringen.

Dus ook oprecht geloof.

Dus ook zuiver en helder vertrouwen, en het opwekken daarvan.

Dus ook het heengaan van de Tathagata.

Dus ook morele zelfdiscipline, en het beoefenen daarvan.

Dus ook verdiensten, en het creëren daarvan, het verzamelen ervan, het beschikken erover, het opmerken ervan en het herkennen ervan.

Dus ook woorden, en het horen daarvan.

Dus ook waarheid, en het begrijpen daarvan.

Dus ook het idee van een zelf, een persoon, een wezen of een voortlevende entiteit, en het gehecht zijn daaraan, en het vrij zijn ervan.

Dus ook het idee van een dharma en een niet-dharma, en het koesteren daarvan, het opgeven ervan en het vrij zijn ervan.

Dus ook een lering, en het verkondigen daarvan en het vergelijken ervan met een vlot.

6.3

Alle leerstellingen zijn leeg, dus ook de leerstelling dat er vijfhonderd jaar na het heengaan van de Tathagata mensen zullen zijn die morele zelfdiscipline hebben beoefend en zo over voldoende verdiensten beschikken.

Dus ook de leerstelling dat deze mensen, wanneer zij deze woorden horen, hun waarheid zullen begrijpen.

Dus ook de leerstelling dat deze mensen hun verzameling van verdiensten niet hebben gecreëerd bij slechts één, twee, drie, vier of vijf boeddha's, maar bij ontelbare boeddha's.

Dus ook de leerstelling dat als zij deze woorden horen en, al is het maar gedurende één tel, zuiver en helder vertrouwen opwekken, de Tathagata ze zal opmerken en hun onmetelijke hoeveelheid verdiensten zal herkennen.

Dus ook de leerstelling dat deze mensen vrij zijn van het idee van een zelf, een persoon, een wezen of een voortlevende entiteit, en vrij van het idee van zowel een dharma als een niet-dharma.

Dus ook de leerstelling dat ze, als ze het idee van een dharma of niet-dharma koesteren, nog steeds gehecht zijn aan een zelf, een persoon, een wezen of een voortlevende entiteit.

Dus ook de leerstelling dat je daarom niet het idee van een dharma moet koesteren, noch van een niet-dharma; dat zelfs een dharma moet worden opgegeven, des te meer een niet-dharma.

Dus ook de leerstelling dat de leringen van de Tathagata vergeleken moeten worden met een vlot.

6.4

Ook de leerstelling dat alle wezens, verschijnselen en leerstellingen leeg zijn, is leeg.

7. De dharma

'Wat denk je, Subhuti, heeft de Tathagata de hoogste verlichting bereikt? Heeft hij iets dat hij kan verkondigen?'

Subhuti zei: 'O Alomgeëerde, als ik de leringen van de Boeddha goed begrepen heb, heeft de Boeddha geen leer over te dragen. De waarheid is niet te bevatten en gaat alle beschrijving te boven. Het is noch een dharma, noch een niet-dharma. Waarom is dit zo? Omdat alle grote leraren verheven zijn door het ongeconditioneerde.'

7.1

Alle wezens zijn leeg, dus ook Subhuti.

Dus ook de Tathagata.

Dus ook de grote leraren.

7.2

Alle verschijnselen zijn leeg, dus ook de hoogste verlichting, en het bereiken daarvan.

Dus ook de waarheid, en het niet kunnen bevatten daarvan en het alle beschrijving te boven gaan ervan.

Dus ook de dharma.

Dus ook de niet-dharma.

Dus ook het ongeconditioneerde, en het verheven zijn daardoor.

7.3

Alle leerstellingen zijn leeg, dus ook de leerstelling dat de Boeddha de hoogste verlichting heeft bereikt.

Dus ook de leerstelling dat hij desondanks geen leer over te dragen heeft.

Dus ook de leerstelling dat de waarheid niet te bevatten is en alle beschrijving te boven gaat.

Dus ook de leerstelling dat de waarheid noch een dharma, noch een niet-dharma is.

Dus ook de leerstelling dat alle grote leraren verheven zijn door het ongeconditioneerde.

7.4

Ook de leerstelling dat alle wezens, verschijnselen en leerstellingen leeg zijn, is leeg.

256. Is de Diamantsoetra een zijnsleer of een kenleer?

Sunyata versus prajnaparamita.

Alles leeg en niets heilig

Alles leeg en niets heilig, zou de eerste zenpatriarch, Bodhidharma, tegen de Gele Keizer hebben gezegd toen deze hem naar de kern van de boeddhistische leer vroeg. Dat geldt zeker voor de kern van de Diamantsoetra.

In mijn deconstructie van de hoofdstukken 3-7 van de Diamantsoetra keren vier zinnetjes steeds terug:

1. Alle wezens zijn leeg.

2. Alle verschijnselen zijn leeg.

3. Alle leerstellingen zijn leeg.

4. Ook de leegte is leeg.

Daarmee verwijs ik naar vier begrippen uit de prajnaparamitaliteratuur:

1. Anatman: alle wezens zijn leeg.

2. Sunyata: alle verschijnselen zijn leeg.

3. Prajnaparamita: alle leerstellingen zijn leeg.

4. Sunyata-sunyata: ook de leegte is leeg.

Sunyata als sleutelbegrip

Anatman (niet-zelf) kan je opvatten als sunyata toegepast op het idee van een bestendig subject.

Prajnaparamita kan je opvatten als sunyata toegepast op het idee van een bestendige leer.

Sunyata-sunyata kan je opvatten als sunyata toegepast op het idee van een bestendige leegte.

Zo bezien is sunyata het omega van alle ontologische begrippen.

Het is de tegenhanger van prajnaparamita, dat tot het domein van de kenleer behoort en daarin een vergelijkbare (zelf)vernietigende werking heeft.

Prajnaparamita als sleutelbegrip

Anatman kan je ook opvatten als prajnaparamita toegepast op het idee van een bestendig subject.

Sunyata kan je opvatten als prajnaparamita toegepast op het idee van een bestendig object.

Sunyata-sunyata kan je opvatten als prajnaparamita toegepast op het idee van sunyata.

Zo bezien is prajnaparamita het omega van alle epistemologische begrippen.

Het is de tegenhanger van sunyata, dat tot het domein van de zijnsleer behoort en daarin een vergelijkbare (zelf)vernietigende werking heeft.

Sunyata of prajnaparamita?

Wat is primair, sunyata of prajnaparamita?

Doet er niet toe, uiteindelijk gaan ze allebei aan zichzelf te gronde.

Dan hou je niets meer over.

Dan kan je je tong uit de knoop halen en je diamanten uit je oren.

Dan kan je je vlotten achter je verbranden, je wijsheidsmasker afzetten, je pij uittrekken en het ervan nemen.

Als je tenminste nog weet hoe dat moet.

257. Boeddhisme in de steentijd

Hoe noem je iemand die in de leegte is gevestigd?

Een holbewoner.

Holbewoner met een gouden rakusu en een dito enso op de muur van haar hol.
^ Holbewoner.

258. Boeddhisme in de leertijd

Wat is het verschil tussen een leerling en een meester?

De leerling gelooft in de meester, de meester niet.

259. Woordbewoners zijn holbewoners

Waarom een agnost geen boeddhist is en ook niets anders.

Meester Zero zegt:

Wat is het verschil tussen een boeddhist en een agnost? Een boeddhist hecht aan woorden, een agnost speelt ermee.

Wat is het verschil tussen een non-dualist en een agnost? Een non-dualist schermt met woorden, een agnost speelt ermee.

Wat is het verschil tussen een fundamentalist en een agnost? Een fundamentalist vecht met woorden, een agnost speelt ermee.

Wat is het verschil tussen een quiëtist en een agnost? Een quiëtist vlucht voor woorden, een agnost speelt ermee.

Wat is het verschil tussen een handelaar en een agnost? Een handelaar verkoopt met woorden, een agnost speelt ermee.

Wat is het verschil tussen een mysticus en een agnost? Een mysticus gelooft in woorden, een agnost speelt ermee.

Wat is het verschil tussen een scepticus en een agnost? Een scepticus twijfelt aan woorden, een agnost speelt ermee.

Wat is het verschil tussen een filosoof en een agnost? Een filosoof woont in woorden, een agnost speelt ermee.

Wat doe jij met woorden?

Wat doen woorden jou?

260. Nirwana is geen samsara want een kat is geen muis

Meester Zero zegt:

Wat is het verschil tussen boeddha's en boeddhisten?

Boeddha's spelen met woorden, woorden spelen met boeddhisten.

261. Tien kernbegrippen van het leegteboeddhisme

Over de betekenis van pratitya samutpada, prajnaparamita, anutpada, sunyata, svabhava-sunya, anatman, anitya, maya, indrajala en tathata.

Het onverdraaglijke geheim van niet-weten

Als je een boom wil verbergen, zet je hem in een bos. Dat moet de insteek geweest zijn waarmee enthousiaste boeddhisten eeuwen na zijn overlijden onder de mottige vlag van Siddharta Gautama massaal aan de slag zijn gegaan. Missie: het onverdraaglijke geheim van weteloosheid voorgoed verbergen in een woud van begrippen op een berg van teksten.

Het kan lang duren voordat je voldoende van hun pennenvruchten geproefd hebt om door te krijgen dat het allemaal moesappels zijn. Zacht, zuur en melig, niet te pruimen behalve met suiker en kaneel als bijgerecht.

Van tien van de grotere appels gaan we nu een klein hapje nemen, leg je insulinespuit maar vast klaar. Ik hoop met deze wormstekige proef aannemelijk te maken dat de kernbegrippen van het leegteboeddhisme allemaal ongeveer hetzelfde betekenen. In formulevorm:

Pratitya samutpada ≈ prajnaparamita ≈ anutpada ≈ sunyata ≈ svabhava-sunya ≈ anatman ≈ anitya ≈ maya ≈ indrajala ≈ tathata.

Ik hoop ook aannemelijk te maken dat die tien kernbegrippen stuk voor stuk eufemismen zijn van niet-weten. Of omgekeerd, dat niet-weten een dysfemisme is voor de kernbegrippen van het leegteboeddhisme, het is maar net hoe je het bekijkt.

1. Pratitya samutpada

Het maakt niet uit met welk kernbegrip we beginnen, dus ik schrijf ze alle tien op een papiertje, gooi ze in mijn pet, trek er eentje uit, en dat is... (tromgeroffel) pratitya samutpada.

Het begrip pratitya samutpada hebben we eerder in dit boek al leren kennen als wederzijds afhankelijk ontstaan, voorwaardelijk bestaan, interzijn, conditionalisme, pancausaliteit en acausaliteit.

Pratitiya ('afhankelijk') samutpada ('oorsprong') staat voor het idee dat alle dharma's de speelbal zijn van alle andere dharma's: dingen, mensen, dieren, gebeurtenissen, processen, woorden, beelden, gedachten en niet te vergeten het boeddhisme met alles erop en eraan.

De wereld bestaat niet uit autonome en afgegrensde entiteiten met een eigen karakter, identiteit of werkzaamheid waardoor ze voorspelbaar en beheersbaar worden, dat lijkt maar zo. Verschijnselen beïnvloeden elkaar onophoudelijk op onnavolgbare wijze. Zichtbaar en onzichtbaar doordringen ze elkaar.

Omdat alles zo verweven is, weet je bij god niet waar het ene ding ophoudt en het andere begint, niet waar jij ophoudt en de ander begint, niet waar jij ophoudt en de wereld begint, niet waar de ene gebeurtenis ophoudt en de volgende begint.

Je weet bij god niet wat er op dit moment allemaal aan het gebeuren is, niet wat er in het verleden allemaal gebeurd is, niet wat er in de toekomst allemaal gebeuren zal, niet wat het allemaal te betekenen heeft.

Weteloosheid is een direct gevolg van pratitya samutpada, zou je zeggen, maar die conclusie veronderstelt dat de wereld is wat de boeddhist ervan maakt en niet, bijvoorbeeld, wat de non-dualist ervan maakt, een illusie in universeel bewustzijn. En niet wat de solipsist ervan maakt, een droom in mijn persoonlijke bewustzijn. Niet wat Kant ervan maakt, een voorstelling van het verstand van een onkenbaar Ding-an-sich. Niet wat Leibniz ervan maakt, een batterij volmaakt gesynchroniseerde monaden.

Wie zich in de metafysica verdiept ontdekt talloze alternatieven voor het boeddhistische pratitya samutpada, maar geen enkele methode om vast te stellen welk alternatief het juiste is. Daarom noemen we metafysica metafysica in plaats van fysica. Daarom noemen we metafysica speculatief in plaats van wetenschappelijk.

Voor mij is weteloosheid geen gevolg van pratitya samutpada; voor mij is pratitya samutpada een schijngestalte van niet-weten.

2. Prajnaparamita

Zo, de kop is eraf, hopelijk groeit hij niet terug. Nu hoef ik alleen nog te laten zien dat andere kernbegrippen van het leegteboeddhisme variaties op pratitya samutpada zijn.

Mocht dat lukken, en dat zal het, dan hebben we een woordwolk die gerust niet-weten mag heten. Of pratitya samutpada. Of prajnaparamita, anutpada, sunyata, svabhava-sunya, anatman, anitya, maya, indrajala, tathata et cetera, allemaal goed. De Woordwolk van Niet-Weten, had dit stuk kunnen heten, want dat is wat het is.

Het woord prajnaparamita is samengesteld uit prajna, wijsheid, en paramita, perfectie. Het is op vele manieren vertaald, zoals de perfectie van de wijsheid, de hoogste wijsheid, transcendente wijsheid, de wijsheid voorbij alle wijsheid, de wijsheid zonder wijsheid, de kennis zonder leraar, niet-wijsheid, niet-inzicht...

Als je die vertalingen van prajnaparamita op de voet volgt, voel je op je geta aan waar het heen gaat met die hoogste wijsheid, raad eens?

Gaan we op zoek naar de boeddhistische betekenis van prajnaparamita, dan vinden we verwijzingen.

Verwijzingen naar het idee dat dharma's afhankelijk ontstaan, pratitya samutpada.

Verwijzingen naar het idee dat dharma's niet ontstaan en niet vergaan, anutpada.

Verwijzingen naar het idee dat dharma's leeg zijn, sunyata.

Verwijzingen naar het idee dat dharma's geen essentie hebben, svabhava-sunya.

Verwijzingen naar het idee dat dharma's zonder zelf zijn, anatman.

Verwijzingen naar het idee dat dharma's vergankelijk zijn, anitya.

Verwijzingen naar het idee dat dharma's illusoir zijn, maya.

Prajnaparamita ≈ pratitya samutpada ≈ anutpada ≈ sunyata ≈ svabhava-sunya ≈ anatman ≈ anitya ≈ maya.

En waar ging het heen met die reeks vertalingen van het woord prajnaparamita, heb je het al geraden? Inderdaad, niet-weten. Dat viel te verwachten, alleen al omdat prajnaparamita verwijst naar pratitya samutpada.

Een soortgelijke redenering gaat op voor de andere kernbegrippen van het leegteboeddhisme hieronder. Het lijkt me niet nodig om die steeds helemaal uit te schrijven.

3. Anutpada

Anutpada is een samenstelling van an, niet en utpada, oorsprong.

Omdat alles afhankelijk van al het andere ontstaat, kan je van niets zeggen dat het op zichzelf bestaat, dus ook niet dat het ontstaat of vergaat.

Alle verschijnselen, zowel de wezens als de dingen, zijn geboorteloos en doodloos, zonder begin, midden of einde.

Anutpada ≈ pratitya samutpada ≈ niet-weten.

4. Sunyata

Sunya betekent leeg, sunyata betekent leegte.

In het boeddhisme staat sunyata voor het idee dat dingen geen eigen wezen, werkzaamheid of werkelijkheid hebben (svabhava-sunya) maar leeg zijn van een zelf (anatman) en volledig afhankelijk bestaan (pratitya samutpada).

Sunyata-sunyata is de toepassing van het begrip sunyata op zichzelf; de leegte is zelf leeg, bestaat zelf alleen voorwaardelijk, in relatie tot alle andere begrippen. Zoals ook het begrip afhankelijk ontstaan zelf weer afhankelijk bestaat, in relatie tot andere begrippen.

Sunyata ≈ pratitiya samutpada ≈ svabhava-sunya ≈ anatman ≈ niet-weten.

5. Svabhava-sunya

Svabhava (zonder het achtervoegsel -sunya), is een typisch hindoeïstisch concept en betekent essentie, intrinsieke natuur.

In combinatie met sunya is svabhava een typisch boeddhistisch concept en betekent leeg van essentie, zonder intrinsieke natuur.

Svabhava-sunya ≈ sunyata ≈ pratitya samutpada ≈ niet-weten.

6. Anatman

Anatman is een samenstelling van an, niet en atman, zelf, ziel essentie.

Volgens het hindoeïsme heeft ieder menselijk wezen een atman, een ziel die, afhankelijk van wat je gelooft, op zichzelf staat, deel heeft aan de alziel Brahman of daarmee samenvalt.

Volgens het boeddhisme is ieder mens in wezen zonder wezen: anatman.

Het woord anatman wordt door boeddhisten ook in algemenere zin gebruikt, om aan te geven dat niet alleen de mens maar ieder voelend wezen zonder zelf is, leeg, gespeend van een intrinsieke natuur. En in nog algemenere zien om aan te geven dat álle dharma's zonder essentie zijn, niet alleen de voelende wezens.

Anatman ≈ sunyata ≈ svabhava-sunya ≈ niet-weten.

7. Anitya

Anitya is een samenstelling van a, niet en nitya, permanent.

Anitya staat voor vergankelijkheid, veranderlijkheid, vluchtigheid, wisselvalligheid.

Lijden (duhkha), niet-zelf (anatman) en vergankelijkheid (anitya) worden samen de Drie Bestaanskarakteristieken genoemd.

Alle verschijnselen zijn volgens het boeddhisme vergankelijk. Wie zich hecht aan of identificeert met het vergankelijke, heeft niet goed begrepen dat alles vergaat. Daarom zal hij nodeloos lijden.

Waarom vergaan de dharma's? Omdat ze alleen afhankelijk bestaan. Afhankelijk van al het andere. Afhankelijk van het veranderlijke. Van zichzelf zijn ze niets, leeg. Ze hebben geen ziel, karakter, wezen of eigenheid, dat denk je er zelf bij.

Doordat alles almaar verandert, weet je nooit waar je aan toe bent. Niet met jezelf. Niet met je ouders. Niet met je kinderen. Niet met je vrienden. Niet met je familie. Niet met kennissen. Niet met vreemden. Niet met de dingen. Niet met de wereld.

Anitya ≈ pratitya samutpada ≈ sunyata ≈ svabhava-sunya ≈ niet-weten.

8. Maya

In de advaita vedanta staat het begrip maya voor de gedachte dat verschijnselen ideëel zijn, illusoir: manifest bewustzijn in een oceaan van latent bewustzijn.

In het boeddhisme verwijst maya naar de gedachte dat verschijnselen weliswaar echt bestaan, maar volledig afhankelijk, als functie van alle andere verschijnselen. Dat geldt zelfs voor de boeddhistische leer, voor het boeddhaschap, voor de boeddhanatuur, voor nirwana. Alles leeg, niets eigens,

Maya ≈ pratitya samutpada ≈ sunyata ≈ svabhava-sunya ≈ niet-weten.

9. Indrajala

Indrajala, Indra's net, is een eindeloos weefsel met parels op de knooppunten die elkaar eindeloos weerspiegelen.

In het boeddhisme fungeert Indra's net als metafoor voor de wederzijdse onderlinge verbondenheid van alle verschijnselen.

Indrajala ≈ pratitya samutpada ≈ niet-weten.

10. Tathata

Tathata, een woord dat bij mij op de lachspieren werkt, wordt in het Nederlands gewoonlijk vertaald als zoheid, een woord dat bij mij op de lachspieren werkt.

De zoheid van de dingen, dat klinkt als een tathalogie, maar wat het nou betekent? Ja, hoe de dingen zijn, maar hoe zijn ze dan?

Voor de boeddhist zijn de dingen vergankelijk, leeg, zonder zelf, zonder essentie, ongeboren en doodloos, illusoir, afhankelijk ontstaan enzovoort.

Tathata ≈ anitya ≈ anatman ≈ sunyata ≈ svabhava-sunya ≈ pratitya samutpada ≈ niet-weten.

In de Diamantsoetra verwijst de protagonist, de Boeddha, naar zichzelf als de Tathagata, wat gewoonlijk vertaald wordt als 'hij die zo gekomen is', 'hij die zo gegaan is', 'hij die zo is' of 'hij die de zoheid gezien heeft'.

Zelf vertaal ik Tathagata altijd als hij die de zotheid gezien heeft, en tathata als de zotheid van de dingen.

Essentialisme versus nihilisme

Dit waren ze, tien kernbegrippen uit het leegteboeddhisme.

Vind je ook niet dat ze erg op elkaar lijken? Ken je er één dan ken je ze allemaal. Met niet-weten als passe-partout ontsluit je in een handomdraai ieder woord, en zie, er is geen poort. Wie zich niets laat wijsmaken, dit ook niet, hoeft nergens doorheen en staat nooit voor gesloten deuren.

Net als het christendom en het hindoeïsme is het boeddhisme een woud van woorden in een moeras van meningen. Daarom is het onmogelijk algemene uitspraken over het boeddhisme te doen die niet op vele manieren weerlegd kunnen worden.

Voor zowat iedere opvatting zijn wel ondersteunende citaten te vinden en gevonden. De Boeddha bestaat niet, behalve als spiegel. Hij is wat jij van hem maakt. Hij bevestigt wat jij vindt. Je hoort wat jij denkt dat hij zegt, evam me sutam. In dit artikel, in deze alinea, in deze zin zeg ik wat ik denk uit naam van de Boeddha, maar daarom is het nog niet waar.

Door essentialisten wordt prajnaparamita gedefinieerd als kennis van de ene, hoogste werkelijkheid. Sunyata zien ze als de essentie van alle dharma's. Maya betekent voor hen dat de dharma's niets anders zijn dan vluchtige manifestaties van of in het enige echte. Met de zoheid van de dharma's bedoelen ze de boeddhanatuur, het ware zelf waarin de dharma's verschijnen en verdwijnen.

In de tiantaischool en de nichirenschool is zelfs sprake van tien zoheden die de ultieme werkelijkheid van alle dharma's zouden karakteriseren. Waar halen ze het vandaan, vraag je je af, en daarop geven ze inderdaad hetzelfde antwoord als iedere boeddhist in welke school ook: van de Boeddha.

Wat de ware dharma ook mag zijn, niet-weten is geen essentialisme, dat hoef ik niemand uit te leggen. Niet-weten is ook geen nihilisme, dat kan ik niet vaak genoeg zeggen.

Niet-weten is geen isme, niet-weten is een lege leer. Het leert dus niet dat alles één is. Het leert niet dat alles leeg is. Het leert ook niet, zoals Nagarjuna, dat je het midden moet houden tussen essentialisme en nihilisme.

Niet-weten leert je niets.

Het is maar een woord.

Net als pratitya samutpada.

Net als prajnaparamita.

Net als anutpada.

Net als sunyata.

Net als svabhava-sunya.

Net als anatman.

Net als anitya.

Net als maya.

Net als indrajala.

Net als tathata.

Het zijn allemaal maar woorden.

Woorden voor de leegte.

Lege leegtewoorden.

Verwijzingen naar de lege leer.

262. Haiku op haiku: tussen samen en alleen

Een vuurvlieg flitste.
Kijk, had ik haast geroepen
maar ik was alleen.

(Taigi)

Een vuurvlieg flitste.
Kijk, had het haast geroepen
maar het was alleen.

(Hans)

263. Zen is fluiten in het donker

Als beginsel volstaat zelfs de stilte niet.

"Worden de blinden geopend, dan licht de lege ruimte op
Maar als beginsel volstaat zelfs de leegte niet
Werp liever alle dingen én de leegte weg
Opdat de geesteswind nooit meer door de kieren zal gieren."

(Wumen Huikai in zijn vers bij koan 26 van de Poortloze Poort.)

De vorm loslaten, én de leegte, ja, dat zou boeddhisten sieren. Maar waarom mag de geesteswind niet door de kieren gieren?

Worden je ogen geopend dan blijk je ziende blind
Als beginsel volstaat zelfs de windstilte niet
Werp liever ook het werpen weg
Van dingen en van leegte en...

Hoor die ketel plots weer fluiten
Noch van binnen noch van buiten
Licht de ruimte weer eens op
Zet hem dan maar op je kop

Rode fluitketel met schele ogen en een scheve mond en een dansende deksel waar stoom uit komt.
^ Hoor die ketel plots weer fluiten.

264. Zen is erover ophouden

Hoe je misverstanden over zen voorkomt.

Leerling: Wat is zen?

Meester: Zen?

Leerling: Hoe zou u het noemen?

Meester: Noemen leidt tot misverstanden.

Leerling: Hoe zou u het niet-noemen?

Meester: Niet noemen leidt tot misverstanden.

Leerling: Hoe zou u het omschrijven?

Meester: Omschrijven leidt tot misverstanden.

Leerling: Hoe zou u het niet-omschrijven?

Meester: Niet omschrijven leidt tot misverstanden.

Leerling: Hoe zou u het demonstreren?

Meester: Demonstreren leidt tot misverstanden.

Leerling: Hoe zou u het niet-demonstreren?

Meester: Niet demonstreren leidt tot misverstanden.

Leerling: Wat voor misverstanden eigenlijk?

Meester: Neem alleen al het woordje het.

Leerling: Als in 'hoe zou u het noemen'?

Meester: Alsof er een of ander het is.

Leerling: Wou u beweren van niet?

Meester: Alsof ik iets wou beweren.

Leerling: Allemaal misverstanden.

Meester: En dan dat woordje misverstand.

Leerling: Ook dat is al een misverstand?

Meester: Alsof je iets verkeerd kan doen.

Leerling: Bedoelt u dat je niets verkeerd kan doen?

Meester: En dan dat woord verkeerd.

Leerling: Is dat dan ook verkeerd?

Meester: Alsof je ook iets goed kan doen.

Leerling: Alweer een misverstand?

Meester: Alsof je nooit iets goed kan doen.

Leerling: Opnieuw een misverstand.

Meester: En dan dat woordje doen.

Leerling: In plaats van ondergaan?

Meester: En hopla, nog een misverstand.

Leerling: Laten we erover ophouden.

Meester: Ik dacht dat je het nooit zou zeggen.

Leerling: Maar wat is nu zen?

Meester: Dat is nu zen.

Leerling: Misverstanden uit de weg ruimen?

Meester: Erover ophouden.

265. Haiku op haiku: tussen boeddha en beeld

Voor alle mensen
sta ik hier in de regen,
biddend tot Boeddha.

(Issa)

Alle mensen zeg,
sta ik hier in de regen,
biddend tot een beeld.

(Hans)

266. Waarmerken van het boeddhaschap: sunyata

'Waaraan herken je een boeddha?'

'Aan zijn pens.'

267. Waarmerken van het boeddhaschap: gemoedsrust

'Waaraan herken je een boeddha?'

'Die laat het doden aan anderen over.'

268. Waarmerken van het boeddhaschap: dana

'Waaraan herken je een boeddha?'

'Die steelt alleen met toestemming van het slachtoffer.'

269. Haiku op haiku: tussen daarheen en hierheen

O najaarswinden,
nader tot boeddha gaan wij,
al verouderend.

(Issa)

O najaarswinden,
ook vandaag waaien wij weer
alle kanten op.

(Hans)

270. De peperdure zentitels van zentitelfraudeur Rients Ritskes

Zengeest, handelsgeest.

Titelfraude

In 2013 maakte roshi Sokun Tsushimoto bekend dat Rients Ranzen Ritskes nooit zijn leerling was geweest en dat hij hem nooit een titel had verleend. En zeker niet de titel waarmee Ritskes toen goede sier maakte, dai-osho (grootmeester), omdat die uitsluitend postuum wordt toegekend aan erkende en gerespecteerde zenleraren.

De Tenryu-ji tempel in Kyoto, waar Ritskes weleens mocht meedoen met mediteren, reageerde op de onthullingen van Sokun Tsushimoto, door Ritskes voor altijd de toegang te ontzeggen – de Japanse versie van excommunicatie.

Ritskes, die het niet zo nauw neemt met de boeddhistische gelofte van juist spreken, schrijft hierover op zijn site:

In datzelfde jaar verbreekt Ritskes, na 27 jaar regelmatig Tenryu-ji in Kyoto bezocht te hebben, zijn relatie met zijn Japanse leraren om als zelfstandige Nederlandse Rinzai Zenschool verder te gaan.

Lang heeft onze ambitieuze usotsuki niet zonder titel rondgelopen. Hij zoog ter plekke wat nieuwe titels uit zijn duim en kende zichzelf meteen de hoogste toe, 'zenmeester', die als een matroesjka alle lagere titels omvat. Niet helemaal bevredigend voor de man die er al zijn halve leven van droomde officieel tot roshi benoemd te worden, maar ja, die kans was nu voorgoed verkeken en je moet toch wat.

Sindsdien handelt Ritskes zelfverbeteringsschool op steeds grotere schaal in zelfverzonnen en zelfgelegitimeerde zendiploma's en zentitels, en kan niemand hem meer wat maken.

Niet dat iemand hem ooit wat kon maken. Het stond en staat iedereen vrij om zichzelf zenmeester te noemen, zenleraar, zencoach, zengoeroe, zengod of wat dan ook.

Zentitels zijn in Nederland onbeschermd en betekenen feitelijk niets. Net als het corrupte lineagesysteem bieden ze geen enkele garantie. Om zenles te geven of de zenpriester uit te hangen heb je geen diploma nodig, alleen een uithangbord.

Wettelijk gezien heeft Ritskes dus nooit gefraudeerd, zo dom is hij niet, maar zijn zentitels zijn onzentitels, zijn diploma's onzendiploma's, behalve voor degenen die erin hebben geïnvesteerd.

'Ranzen', de spirituele naam van Rients Ritskes, is trouwens Japans voor 'Hollandse zen'. Een goed gekozen naam, achteraf gezien. Nederlanders zijn in Japan wereldberoemd om hun koopmansgeest. Een koopman is iemand die waarde genereert door de prijs te verhogen. Ritskes is de meester van de prijsverhoging.

Zenopleidingen

Als je op de website van Ritskes zoekt naar de kosten van een opleiding, vind je niets. Er zijn namelijk geen kosten aan verbonden, alleen investeringen. Echt waar, ranzen kost niets, je investeert erin.

Hieronder een overzicht van de benodigde investeringen op peildatum 4 november 2022.

Een introductieles vraagt geen enkele investering. Wel word je aangemoedigd om je in te schrijven voor de introductiecursus.

Een introductiecursus vraagt een investering van 5 maanden à €65 = €325. Tijdens de introductiecursus word je aangemoedigd om je in te schrijven voor de basisopleiding.

Voor de basisopleiding en alle vervolgopleidingen investeer je een vast bedrag van €270 per maand plus €800 of €1000 per retraite (van zeven dagen) afhankelijk van de kamerschikking.

De basisopleiding zen vraagt een investering van gemiddeld 24 maanden en minstens 2 verplichte retraites, in totaal €8.080, zeg 8 mille.

De opleiding tot zenleraar mag alleen afgelegd worden na de basisopleiding zen en vraagt een investering van gemiddeld 24 maanden en in totaal minstens 3 verplichte retraites, cumulatief €15.360, zeg 15 mille.

De opleiding tot zencoach mag alleen afgelegd worden na de opleiding tot zenleraar en vraagt een investering van gemiddeld 18 maanden en in totaal minstens 7 verplichte retraites, cumulatief €22.880, zeg 23 mille.

De opleiding tot junior opleider (zenlerarenopleider in opleiding) mag alleen afgelegd worden na de opleiding tot zenleraar en vraagt een investering van minstens 24 maanden en in totaal minstens 10 verplichte retraites, cumulatief €31.760, zeg 32 mille.

En dan de hoofdprijs: 'het verdiepingstraject van de zenlerarenopleiding kan, met voldoende talent, inzet en volharding, uitmonden in het zenmeesterschap.' Duur en kosten onbekend, afhankelijk van de luimen van de zittende zenmeester, een pro memorie die onbeperkt in de papieren kan lopen.

Verder wordt de investeerder geacht in iedere fase praktijkervaring op te doen door onbezoldigd en onbeëdigd alvast als zenassistent, zenleraar, zencoach, junioropleider op te treden, in totaal gedurende zes jaar. Een aanzienlijke investering, ook niet in geld uit te drukken, en voor de zenbaas een aanzienlijke besparing.

Als ik goed gerekend heb vraagt iedere opleidingsgraad een investering van zo'n 2 jaar en 8 mille.

Het totale opleidingstraject tot en met junior opleider vraagt een investering van 8 jaar en 32 mille, meer als je niet zo snel bent of meer dan het minimum vereiste aantal weekretraites doet.

Zenwinkel

Bovengenoemde bedragen zijn exclusief voorgeschreven boeken van de meesterhand van Ritskes en exclusief accessoires, beide te verkrijgen in de zenwinkel van zenbedrijf Ritskes.

Als je de groepsfoto's op de bedrijfssite bekijkt, zie je dat iedereen hetzelfde zwarte meditatiepak draagt en op dezelfde kussens zit. Gedwongen winkelnering? Groepsdruk? Behaagzucht? Hoeveel geven zencursisten uit voor het gevoel erbij te horen?

Een zabuton, gewoon een plat, rechthoekig kussentje dus, vraagt een investering van €60, met een rood-zwart stofje €133. Een simpele zafu, zo'n bol meditatiekussentje, niet meer dan een katoenen zakje met een beetje boekweit erin, vraagt een investering van €43, een extra grote 'zafu nl' €54.

Een zwart meditatiepak vraagt een investering van €154 en daar heb je er algauw een paar van nodig tijdens je retraite, want van mediteren ga je stinken en in de zendo zit je dicht op elkaar. Een 'rakusu nl' om je gezwollen borst achter te verstoppen vraagt een investering van €240, en dan nog kijk je er zo doorheen.

Behalve stof voert de zenshop xl een uitgebreid assortiment van andere overbodigheden, belletjes, wierookstaafjes, potjes, prenten et cetera om je hebzucht te bevredigen, je pronkzucht te stelpen, je identiteit te verstevigen, je Happinez te vergroten en iedere dag opnieuw helemaal zen punt nl te worden.

Annuleringskosten

Tekenend voor de mentaliteit van Ritskes' zenonderneming zijn de annuleringsinvesteringen voor retraites.

Als je een retraite tot 8 weken van tevoren afzegt, moet er een streep door je naam, een forse klus voor drie man – iemand om je naam vast te houden, iemand anders om de pen vast te houden en een derde om ze in tegengestelde richting in een rechte lijn langs elkaar te bewegen – waarvoor de uitbaters €50 administratiekosten in rekening brengen, een koopje als je beseft wat er allemaal bij komt kijken.

Tussen 8 en 2 weken van tevoren annuleren vraagt een investering van €100, twee keer zoveel, vanwege het duurdere overwerk en de extra overhead, vermoed ik.

In de laatste twee weken betaal je het volle bedrag voor het privilege weg te blijven, tenzij je plaats wordt ingenomen door een ander, dan blijft het bij €100.

Dat heeft onze Rinus Ritselaar toch weer slim bedacht: of je nou komt of wegblijft, je geldkraan blijft openstaan.

Ritskes in het bedrijfsleven.

Het zijn niet alleen individuen die voor de charmes van de zelfbenoemde zenmeester vallen, ook bedrijven herkennen zich in hem.

Op Ritskes website vind je sinds jaar en dag de logo's van BDO, IBM, Gemeente Nijmegen, de Rabobank, Danfoss, de Politieacademie, Coöperatie DELA, STORK, Rijksdienst voor OnderNemend Nederland, UNIT4 en RET.

Wat zegt dat over die bedrijven, vraag ik me af, dat ze onbekommerd zaken doen met iemand die in opspraak is geraakt?

Of, als ze zaken met Ritskes hebben gedaan voordat hij ontmaskerd werd, wat zegt het over die bedrijven dat ze hun logo niet van zijn website hebben laten verwijderen?

Wat denk je, zou Ritskes zijn klanten gewoon nooit eerlijk over zijn antecedenten informeren? Onder het motto: niets gezegd is niets gelogen?

Wat zen mij heeft gekost

Zen is pas een halve eeuw geleden bij Lobith ons middenstandersland binnengestroomd en bij Ritskes nu al duurder dan orthodoxe religies die 'slechts' een tiende van je jaarinkomen vragen.

Weet je wat zen mij heeft gekost? Geen cent. Helemaal niets. Ja toch, hoofdbrekens. Zonder hoofdbrekens gaat het niet. Maar de enige die je hoofd kan breken ben je zelf en de enige wiens hoofd gebroken moet worden ben jij.

Zeg eens eerlijk, hoeveel heb jij al uitgegeven aan zen? Meer dan niets? Dan zou ik mezelf maar eens flink voor mijn kop slaan. Dat is namelijk de enige manier om je hoofd te breken. Iedere keer dat je er instinkt jezelf voor je kop slaan. Net zolang tot je jezelf voor bent.

En nou niet meteen weer naar de zenwinkel hollen om een hardhouten zenhamer aan te schaffen, hè.

Houten hamer met gouden band en dito enso.
^ Zenhamer 'Hakuin nl', €385.

271. Zen is geen zelfverbetering

Trainen voor langere benen.

Naakt mannetje met een rakusu en ontzettend lange benen.
^ Trainen voor langere benen.

Beste Hans van Dam,

In antwoord op je vraag naar het doel van onze zentraining kan ik je meedelen dat dit achtvoudig is:

1. Zien dat je er volledig mag zijn zoals je bent.

2. Werkelijk kunnen zijn waar je bent.

3. Kunnen doen wat je werkelijk te doen hebt.

4. Liefdevoller worden naar jezelf en anderen.

5. Meer openheid ontwikkelen.

6. Meer in de flow zijn.

7. Je doelmatigheid versterken.

8. Je meer in verbinding voelen met jezelf en je omgeving.

Als je nog meer vragen hebt hoor ik het graag, en anders ben je van harte welkom voor een gratis proefles.

Beste Zenmeneer,

Een achtvoudig doel, fantastisch zeg. U gaat echt met uw tijd mee. In sommige zenscholen jammeren ze nog steeds dat iedere spirituele ambitie tot op de draad moet verslijten. En denk maar niet dat je daarom korting krijgt.

Voor ik me definitief aan uw school verblind heb ik nog een achtvoudige vraag:

1. Ik hoef van mezelf niet volledig te mogen zijn zoals ik ben.

2. Ik hoef van mezelf niet werkelijk te zijn waar ik ben.

3. Ik weet niet wat ik werkelijk te doen heb.

4. Ik hoef van mezelf niet liefdevoller te worden.

5. Ik sta open voor mijn eigen en andermans geslotenheid.

6. Flow komt en gaat, en daarin vloei ik dan maar mee.

7. Ik gedij bij ondoelmatigheid.

8. Ik kan mezelf en mijn omgeving niet uit elkaar houden.

Is daar ruimte of kan ik maar beter mijn eigen zenschool beginnen?

Achtvoudige groeten,

Hans van Dam

Mannetje dat zwaait met een hand met 8 vingers.
^ Achtvoudige groeten.

272. Rients Ritskes geeft het toe: 'Zen heeft ook nadelen'

Overal op internet kun je lezen over de voordelen van meditatie, de voordelen van mindfulness, de voordelen van zen. Begrijpelijk, door de helft van het verhaal weg te laten haal je klanten binnen. Des te verrassender dat juist onze eigenste zenboer Rients Ranzen Ritskes dit zentaboe durft te doorbreken. Dertien nadelen van zen.

Beste meneer Ritskes,

Op de site van uw zenbedrijf toont u zich een fervent voorstander van zen en benadrukt u voortdurend waar meditatie allemaal goed voor is. Meer geluk. Betere concentratie. Grotere doelmatigheid. Een dikkere hersenbalk.

Afgaand op uw geweldige meditatieverleden zult u wel een enorme hersenbalk hebben. Zelf moet ik het doen met een splinter, zoals u aan mijn publicaties kunt aflezen; vandaar wellicht dat ik op alle fronten zo slecht geïntegreerd ben.

Ik zou best een dikkere hersenbalk hebben, vooral voor mijn vrouw, maar dat is niet de reden dat ik u schrijf. Wat ik graag eens uit eerste hand zou vernemen: heeft zen dan helemaal geen nadelen? Ik kan het me nauwelijks voorstellen, maar je leest er nooit iets over.

Beste meneer van Dam,

Ach, wat aardig van u om mij belangeloos te attenderen op de nadelen van zen. In mijn enthousiasme heb ik ze tot nog toe stelselmatig over het hoofd gezien.

Daarin sta ik weliswaar niet alleen, de Verhevene heeft er voor zover bekend geen woord aan vuil gemaakt, en daar hebben wij boeddhisten maar al te graag een voorbeeld aan genomen in de hoop onszelf te kunnen verheffen, want dat is toch het doel van het achtvoudige pad hè, zelfverheffing.

Maar misschien is de tijd er onderhand rijp voor om onze kaarten op tafel te leggen, u voelt dat ginds vanuit de coulissen van het boeddhisme mogelijk haarfijn aan, en wie weet wat het oplevert.

Ieder voordeel heb zijn nadeel, zei mijn favoriete zencoach avant la lettre, Johan Cruyff, al in de vorige eeuw. Een tijdloze waarheid, hij grossierde erin, wat had ik die man graag opgeleid, hij had het ver kunnen schoppen.

Hieronder noem ik vast enkele nadelen van zen, nog voor de vuist weg, een sneak preview in mijn prilste gedachten, u hebt het verdiend.

En ik zweer, met mijn vingers op de inleiding van de Diamantsoetra die ik heb geschreven voor een vertaling van iemand anders, hoe heet hij ook alweer, dat ik serieus studie van de nadelen van zen zal maken, net zo serieus als van de voordelen van zen, wetenschappelijk en statistisch verantwoord dus, met staafdiagrammen en al, ook een soort hersenbalken.

En ik zweer, met mijn vingers op mijn hoofdwerk Leren denken wat ik jou wil laten denken [sic] dat ik onze zensite zal aanpassen overeenkomstig mijn bevindingen, zelfs wanneer die niet stroken met de bedrijfsdoelstellingen, mits ik het bestuur van de noodzaak kan overtuigen – geen sinecure met mezelf als eerste bestuurslid onder gelijken.

Weet u, juist spreken is belangrijk voor iedereen en onontbeerlijk voor een boeddhist, het is ons enige kapitaal. Wij hebben een voorbeeldfunctie en die brengt verplichtingen met zich mee. Al duurt eerlijkheid aantoonbaar niet het langst, onder ons gezegd.

Nu dan, de nadelen van zen, versie 1.0.

1. Zen kost geld

Om te beginnen is zentraining slecht voor je portemonnee. Bij ons betaal je bijna €300 per maand exclusief retraites en boeken, dat is voor veel klanten zo'n 20% van hun netto inkomen.

In ruil daarvoor mag je wel onbeperkt op een zelfbetaald kussentje zitten en op gezette tijden je benen strekken, als je er maar niet bij praat.

Je kan zeggen wat je wil, maar mensen hebben het ervoor over en ik leef er goed van, als een echte Anatman – een win-winsituatie.

Welbeschouwd is zentraining best goed voor je portemonnee, alleen niet voor iedereen.

2. Zen kost tijd

Zentraining vraagt toewijding en toewijding kost tijd. Leestijd, studietijd, meditatietijd, reistijd en niet te vergeten de arbeidstijd benodigd om je opleiding te betalen, gemiddeld 20% van je werktijd. Een dag per week voor zenmeester Ritskes werken, dat is dana.

Maar wil je serieus zen beoefenen, dan ben je er dag en nacht mee bezig. Ochtendmeditatie, avondmeditatie, weekendretraites en weekretraites in plaats van vakantie, en de zengeest blijft maar in je hoofd spoken.

Voor veel mensen is dat een zegen, al zullen ze het niet gauw toegeven. Zen verdrijft de leegte, sunyata noemen wij die, wij vullen haar op met vormen voordat ze ons overweldigt.

3. Zen leidt tot gehechtheid

Zentraining gaat over onthechting maar leidt altijd tot nieuwe vormen van gehechtheid en verslaving. Aan de Boeddha, aan de leer, aan de sangha. Aan lievelingssoetra's en lievelingsbegrippen. Aan de school en het land van voorkeur. Aan de lessen, aan het lesgeven, aan het coachen, aan de koans, aan de geloften, aan het breken daarvan. Aan meditatie, rituelen, beelden, mantra's.

Bovenal hechten onze klanten aan de zenleraar, de zencoach, de zenmeester, die soms de status van een god toebemeten krijgt, niet altijd terecht.

Persoonlijk heb ik er geen moeite mee als mensen mij imiteren of vereren, dat doe ik zelf ook.

4. Zen leidt tot spiritueel materialisme

Een veel voorkomende vorm van hebzucht waar we steeds vaker mee geconfronteerd worden, staat bekend als spiritueel materialisme: het aanschaffen, verzamelen en etaleren van steeds meer boeken, beelden, kledingstukken, schoeisel en allerhande boeddhistische en spirituele accessoires als doel op zich.

Om in die behoefte te voorzien hebben wij een online zenwinkel ingericht waarin je slechts een paar muisklikken verwijderd bent van willekeurig welk artikel uit onze unieke collectie spirituele parafernalia. Als je toch moet shoppen, dan maar in een vertrouwde omgeving met een goede prijs-kwaliteitverhouding, is onze filosofie.

Zo zorgen wij voor onze afnemers en zij voor ons.

5. Zen is slecht voor je gezondheid

Zentraining is slecht voor je gezondheid. Tijdens het mediteren staan je gewrichten voortdurend onder spanning, vooral je knieën en heupen hebben eronder te lijden. Oudere meditatoren krijgen eerder en vaker knie- en heupprothesen aangemeten dan gemiddeld.

De halve en hele lotushouding is weliswaar stabiel maar stremt de bloedsomloop, wat tot koude voeten, spataderen en embolieën kan leiden. Wanneer bloedklonters in je benen, hersenen of longen blijven steken, sterft het weefsel lokaal af en zijn de gevolgen niet te overzien.

Ook voor je perifere zenuwen is meditatie ongezond omdat ze langdurig onder druk staan of uitgerekt worden. Tintelende, dove en slapende ledematen zijn een veel voorkomend euvel. Mijns inziens is dat een bijverschijnsel van het ontwaakproces, de slaap moet toch ergens heen.

Doorzitters hebben regelmatig last van aambeien en constipatie. Teveel vorm, te weinig leegte, geen ideale combinatie, weet ik uit ervaring. Naar andermans aambeien heb ik nooit durven vragen uit angst dat men naar de mijne zou vragen, maar ik kan de vraag opnemen in onze vragenlijsten of camera's installeren in de toiletten, dat is minder confronterend.

Nog een probleem: van al dat zitten word je niet fitter, en je stappenteller ook niet. Daarom verkopen we in onze zenshop zenmeditatiewekkers, tot op de seconde nauwkeurig. Die lopen zonder onderbreking tot de batterij leeg is. Je kan er ook scharreleieren mee timen, echt een aanrader.

6. Zen leidt tot misbruik

Zentraining kan resulteren in traumatische ervaringen met malafide leraren die uit zijn op geldelijk gewin, seks, macht, aandacht, applaus et cetera.

Er zijn het laatste decennium al heel wat leraren door de mand gevallen en er zullen er nog velen volgen, bonafide zenbedrijven zijn en blijven zeldzaam.

Ik heb me in het verleden ook weleens mooier voorgedaan dan ik was, maar als klanten dat van mij vragen, wie ben ik dan om ze de realiteit op te dringen?

Als mijn studenten tegen me willen opzien, waarom zou ik dan niet voor ze op een podium klimmen?

Als klanten voor me willen buigen, buigen ze niet voor mij als persoon maar als verpersoonlijking van zen, daar kan ik toch geen bezwaar tegen maken?

Een echte boeddha is altijd dienstbaar en het ware zelf is altijd zichzelf.

7. Zen vernietigt relaties

Zentraining kan huwelijken, relaties en vriendschappen verstoren. Soms leidt het zelfs tot een echtscheiding wanneer de partner er een andere of geen enkele geloofsovertuiging op nahoudt, of aandacht tekort komt, of wanneer de zenleerling verliefd wordt op een zenmeester, wat ik me goed kan voorstellen, of op een medeleerling.

Ik wil zen niet vrijpleiten, maar hetzelfde gebeurt in werkkringen, verenigingen en clubs. Zo zijn mensen nou eenmaal, zeker de ongelukkigen die hun ware aard nog niet hebben leren kennen.

8. Zen verstoort je nachtrust

Zentraining kan je nachtrust en je dag-nachtritme verstoren.

Tijdens retraites uren vroeger opstaan dan je gewend bent heeft hetzelfde effect als een jetlag en als je na een lang weekend of na een week thuiskomt krijg je nog eens een jetlag in omgekeerde richting te verstouwen, dan loop je echt op je laatste benen.

Minder slapen dan nodig zorgt ervoor dat je lichaam overdag de slaap wil inhalen of terugschakelt naar een sluimertoestand, waardoor je zentraining een halfslaap wordt. En als je dan eindelijk naar bed mag, ben je over je slaap heen en lig je van uitputting uren wakker.

Ook een intensief gesprek met je leraar vlak voor het slapen gaan, en zelfs het onbevredigde verlangen ernaar, kan je uit je slaap houden. Mensen die met een koan zitten liggen er vaak nachtenlang of zelfs jarenlang wakker van. Hoog is de prijs die we moeten betalen voor de hoogste bevrijding.

9. Zen leidt tot wanen en psychoses

Intensieve zentraining, zoals bij retraites, leidt tot bewegingsarmoede, prikkelarmoede, hypo's en uitputting.

Die veroorzaken op hun beurt sluimerbeelden, lucide dromen, wanen, visioenen, geestverschijningen, angstaanvallen en nachtmerries, dat is algemeen bekend, en soms zelfs psychoses of zelfmoordneigingen.

Wij duiden dergelijke ervaringen altijd in termen van kensho en satori, verlichting en verdieping. Dat vermindert de angst, helpt bij de verwerking en effent het achtvoudige pad.

Als ze te vaak uit hun dak gaan, moedigen we onze patiënten aan om hun heil elders te zoeken en nemen we het omzetverlies voor lief. Ook dat is mededogen.

10. Zen maakt tijdelijk hooggevoelig

Langdurige zentrainingen zoals weekretraites leiden bij de meeste deelnemers tot een voorbijgaande toestand van overgevoeligheid en verminderde weerbaarheid die de terugkeer naar het dagelijks leven bemoeilijkt en soms traumatisch maakt.

11. Groepszen leidt tot de verspreiding van besmettelijke ziekten

Wanneer zen in groepsverband wordt beoefend, kunnen de deelnemers elkaar op allerlei manieren besmetten. Meestal gaat het om verkoudheden, griep en corona.

Bij lichamelijk contact en via toiletbrillen en douchevloeren worden er schimmels en soa's overgedragen, van huid tot huid of van hart tot hart buiten de geschriften om net als zen, soms ook sperma, meestal onbedoeld.

Door slaapgebrek neemt de weerstand in de loop van de retraite af en de kans op besmetting toe, dat beseffen we, maar het doel heiligt de middelen, zen is oorlog.

12. Zen levert weinig op

Zen is een lang, langzaam traject. Het grootste deel van de tijd sta je met panne op de vluchtstrook of in de file te wachten tot het grote voertuig eindelijk weer gaat rijden. Met staan bedoel ik natuurlijk zitten en lopen.

De hooggespannen verwachtingen waarmee mensen als gevolg van eenzijdige voorlichting aan zen beginnen, worden zelden of nooit waargemaakt, waardoor leerlingen op den duur teleurgesteld raken, depressief worden en soms in een crisis terechtkomen.

Het is mijn taak om ze zo lang mogelijk bij de les te houden, vandaar ons getrapte curriculum.

13. Zen is saai

Last but not least: zentraining is een van de minst enerverende bezigheden op aarde. Er gebeurt bijna niets, er is nauwelijks enige actie of interactie. Een enkele keer heb je een inzicht of een piekervaring, waar je na thuiskomst met bevreemding of verbijstering op terugkijkt.

De meeste deelnemers vervelen zich dood tijdens het mediteren, en als ze niet afhaken raken ze onvermijdelijk afgestompt. Wij duiden dat als uitdoving, een ander woord voor nirwana, dan kunnen ze er weer even tegen.

Aan de slag

Dit zijn voor de vuist weg enkele in het oog springende nadelen van zen. Er zijn er vast nog meer, daar kom ik met een enquête onder onze cursisten wel achter. We gaan ermee aan de slag, Hans!

Overigens zijn er nog enkele plaatsen vrij voor onze najaarsretraite. Je bent van harte welkom, ik hou wel van een uitdaging.

Ganbatte kudasai,

Rients Uso Ritskes, zenmeester xl

Rients Ritskes met een balk door zijn hoofd.
^ Wat meditatie met je doet: de hersenbalk van Rients Ritskes.

273. Naar de boeddhelebonte hemel voor het bonteleboeddhaschap

Kinderliedje voor volwassenen.

Op de boeddhelebonte heuvel staat een boeddhelebonte trap

Naar de boeddhelebonte hemel voor het bonteleboeddhaschap

In de boeddhelebonte keuken eet je boeddhelebonte drab

Met een boeddhelebonte lepel uit een boeddhelebonte nap

Zeg, die boeddhelebonte kovel en die boeddhelebonte slab

Is dat boeddhelebonte mode of een boeddhelebonte grap

Op de boeddhelebonte heuvel staat een boeddhelebonte trap

Naar de boeddhelebonte hemel voor het bonteleboeddhaschap

Groepje kleurloze kinhinmonniken
^ Naar de boeddhelebonte hemel voor het bonteleboeddhaschap.

274. Rients Ritskes: de maakbaarheidszen van een self-made man

Wensdenken, waanvoelen en droomdoen.

Wensdenken over het einde van het wensdenken

Hans: Wat is zen?

Rients: Leren denken wat je wil denken.

Hans: Denk je dat of wil je dat denken?

Rients: Eh...

Hans: Als ik het niet dacht.

Jaren later

Hans: Wat is zen?

Rients: Leren voelen wat je wil voelen.

Hans: Voel je dat of wil je dat voelen?

Rients: Eh...

Hans: Ik had al zo'n gevoel.

Jaren later

Hans: Wat is zen?

Rients: Leren doen wat je wil doen.

Hans: Doe je dat of wil je dat doen?

Rients: Eh...

Hans: Niets aan te doen.

Jaren later

Hans: Wat is zen?

Rients: Willen denken wat je denkt.

Hans: Wil je dat of denk je dat?

Rients: Eh...

Hans: Als ik het niet dacht.

Jaren later

Hans: Wat is zen?

Rients: Willen voelen wat je voelt.

Hans: Wil je dat of voel je dat?

Rients: Eh...

Hans: Ik had al zo'n gevoel.

Jaren later

Hans: Wat is zen?

Rients: Willen doen wat je doet.

Hans: Wil je dat of doe je dat?

Rients: Eh...

Hans: Niets aan te doen.

Jaren later

Hans: Wat is zen?

Rients: Denken wat je denkt.

Hans: In plaats van?

Rients: Eh...

Hans: Als ik het niet dacht.

Jaren later

Hans: Wat is zen?

Rients: Voelen wat je voelt.

Hans: In plaats van?

Rients: Eh...

Hans: Ik had al zo'n gevoel.

Jaren later

Hans: Wat is zen?

Rients: Doen wat je doet.

Hans: In plaats van?

Rients: Eh...

Hans: Niets aan te doen.

Jaren later

Hans: Wat is zen?

Rients: Eh...

Hans: Hm.

Rients: Wat denk jij?

Hans: Hè?

Het minimentale levenswerk van Rients Ritskes

Bovenstaande tekst is geïnspireerd door het elfdelige minimentale levenswerk van Rients Ritskes.

In zijn eerste fase, van manische maakbaarheid, die tot op de dag van vandaag voortduurt, schreef Ritskes de zelfhulpboeken Leer denken wat je wilt denken, Leer voelen wat je wilt voelen, en Leer doen wat je wilt doen.

In zijn tweede fase, van gematigde maakbaarheid, die nog moet beginnen, naar verwachting in een volgend leven, zal hij afstand nemen van zijn oude werk en drie nieuwe boeken schrijven: Willen denken wat je denkt, Willen voelen wat je voelt en Willen doen wat je doet.

In zijn derde fase, levens later, van gelatenheid, zal hij de tathalogische tautologie ontdekken en drie nieuwe boeken schrijven: Denken wat je denkt, Voelen wat je voelt en Doen wat je doet.

In zijn laatste fase, na de langverwachte verschijning van Maitreya, en waarschijnlijk namens of als Maitreya (op voorwaarde dat Maitreya eerst met goed gevolg zijn diploma zenmeester heeft behaald), volgen Ritskes' laatste twee werken, het ingetogen Hm en het monomentale Hè?

Nog even geduld dus.

Wie is Rients Ritskes?

Rients Rakusu Ritskes is zelfgediplomeerd zenmeester, zelfverklaard dai-osho (overleden grootmeester) en drager van de grootste gouden rakusu van de lege landen, een gewoonte die inmiddels is overgewaaid naar de internationale rapscene.

Zenmeester Ritskes staat bekend als een vormboeddhist met een lege moraal en als spiritueel materialist met een maakbaarheidsideaal, die buiten de traditie om van hart tot hart zentitels en bijpassende accessoires slijt aan mensen die daar net als hijzelf geen been in zien.

275. Een zenboeddhist is ook maar een heel mens

Of eigenlijk drie.

Leerling: Zijn er bepaalde dingen die een zenboeddhist nooit denkt?

Meester: Niet dat ik weet.

Leerling: Wat denkt u zoal?

Meester: De gekste dingen. De gewoonste dingen. De mooiste dingen. De lelijkste dingen. De wildste dingen en de tamste. De wreedste dingen en de schoonste. De meest abstracte dingen en de meest concrete. Niets menselijks is mij vreemd. Niets onmenselijks is mij vreemd.

Leerling: Net als ik!

Meester: Wat dacht je dan.

Leerling: Dat een zenboeddhist alleen maar goede dingen dacht.

Meester: Dan zou hij maar een half mens zijn.

Leerling: Zijn er bepaalde dingen die een zenboeddhist nooit voelt?

Meester: Niet dat ik weet.

Leerling: Wat voelt u zoal?

Meester: Blijdschap, lust, weerstand, honger, verzadiging, euforie, schaamte, schuld, verveling, melancholie, pijn, boosheid, woede, ergernis, verdriet, weemoed, ontroering, medelijden, onverschilligheid, jaloezie, liefde, haat, hartstocht, lauwheid, sympathie, antipathie, ongeduld, geduld, bezorgdheid, angst, verheugenis, walging enzovoort. Niets menselijks is mij vreemd. Niets onmenselijks is mij vreemd.

Leerling: Net als ik!

Meester: Wat dacht je dan.

Leerling: Dat een zenboeddhist alleen maar goede gevoelens had.

Meester: Dan zou hij maar een half mens zijn.

Leerling: Zijn er bepaalde dingen die een zenboeddhist nooit doet?

Meester: Niet dat ik weet.

Leerling: Wat doet u zoal?

Meester: Zingen, klagen, zwijgen, spreken, mopperen, schelden, ruzie zoeken, vleien, dreigen, lachen, huilen, opvrijen, aftrekken, helpen, hinderen, me aan de regels houden, regels overtreden, confronteren, mijden, werken, luieren, slapen, wakker liggen, snoepen, poepen enzovoort. Niets menselijks is mij vreemd. Niets onmenselijks is mij vreemd.

Leerling: Net als ik!

Meester: Wat dacht je dan.

Leerling: Dat een zenboeddhist alleen maar goede dingen deed.

Meester: Dan zou hij maar een half mens zijn.

Leerling: Wat heeft al dat denken, voelen en doen te betekenen?

Meester: Ik zou het ook niet weten.

Leerling: Bedoelt u dat het niets te betekenen heeft?

Meester: Hoe moet ik dat weten?

Leerling: Wat verstaat u dan onder zen?

Meester: Denken wat je denkt, voelen wat je voelt en doen wat je doet?

Leerling: En daar vrede mee hebben?

Meester: Of onvrede.

Leerling: Net zo het komt?

Meester: Tot het weer gaat.

Leerling: Ik weet niet of ik dat wel wil.

Meester: Of je wil of niet.

276. Waarom een zenboeddhist het afwijzen niet afwijst

En het omarmen niet omarmt.

Leerling: Wat is zen?

Meester: Denken wat je denkt, voelen wat je voelt en doen wat je doet?

Leerling: Maar dat doe ik al mijn hele leven!

Meester: Dus dat kan het probleem niet zijn.

Leerling: Waarom heet het dan zen?

Meester: Zodat het nog wat lijkt?

Leerling: Zen is dus niet, denken wat je wilt denken, voelen wat je wilt voelen en doen wat je wilt doen?

Meester: Je kan wel zoveel willen.

Leerling: En ook niet, willen denken wat je denkt, willen voelen wat je voelt en willen doen wat je doet?

Meester: Je kan wel zoveel willen.

Leerling: In de zin van omarmen wat er maar gebeurt, bedoel ik.

Meester: Zen is omarmen wat je omarmt en afwijzen wat je afwijst.

Leerling: Maar dat doe ik al mijn hele leven!

Meester: Dus dat kan het probleem niet zijn.

Leerling: Hoe zorg ik ervoor dat ik omarm wat ik afwijs?

Meester: Nu wijs je het afwijzen af.

Leerling: Hoe zorg ik ervoor dat ik het afwijzen omarm?

Meester: Nu wijs je het afwijzen van het afwijzen af.

Leerling: Hoe zorg ik ervoor dat ik het afwijzen van het afwijzen omarm?

Meester: Nu wijs je het afwijzen van het afwijzen van het afwijzen af.

Leerling: Hoe kom ik daar vanaf?

Meester: Ergens vanaf willen is afwijzen.

Leerling: Dan weet ik het ook niet meer.

Meester: Dan weet ik het ook niet meer.

277. Haiku op haiku: tussen pikken en krassen

Altijd nog pikt hij
op dezelfde boom, die specht,
al valt ook de avond.

(Issa)

Nog steeds krast hij op
diezelfde lei, de denker,
al valt ook de avond.

(Hans)

278. Zen is: mindless zijn als je mindless bent

Zingen als je werkt, lezen als je poept.

Beste Hans,

Vandaag heb ik weer uren over het strand gelopen. Er waren golven, er waren wolken, er was wind en zand en zee. En ik?

Ik dacht na over het leven. Als een dwaas doorzocht ik mijn geest op zoek naar de diepste waarheid. En zag haar faliekant over het hoofd. De waarheid van de schelpen onder mijn voeten, het zand tussen mijn tenen, de meeuwen in de lucht en de zon op mijn huid.

Beste Maris,

Ik zie het helemaal voor me. Eén ding begrijp ik niet. Waarom noem je de schelpen onder je voeten de waarheid? Schelpen zijn toch niet waar of onwaar? Of gaat het over de relatie tussen de schelpen en je voeten?

Maris: Ik doel op de waarheid van gewoon maar dit. De waarheid van het hier en nu. De waarheid van de aarde die je draagt. De waarheid van de werkelijkheid die is wat hij is, wat je er ook over denkt. Die steeds op je wacht en er altijd voor je zal zijn. Omdat je hem al bent. De hoogste werkelijkheid waarin je thuiskomt in jezelf.

Schelpen onder mijn voeten.
Zand tussen mijn tenen.
Meeuwen in de lucht.
De zon op mijn huid.

Hans: O, het hier en nu. Eén ding begrijp ik niet. Wat als er hier en nu zoeken naar de waarheid is? Of denken over het leven? Is dat dan niet de waarheid en de hoogste werkelijkheid?

Maris: De hoogste werkelijkheid gaat vooraf aan alle gedachten.

Hans: Is de hoogste werkelijkheid wel meer dan een gedachte?

Maris: Wat?

Hans: En het hier en nu, is dat wel meer dan een gedachte?

Maris: Ja, daar zeg je zo wat.

Hans: Waarom zijn zintuiglijke waarnemingen wel acceptabel in jouw hier en nu en gedachten niet?

Maris: Ik weet het even niet meer.

Hans: Ik weet het allang niet meer.

Maris: Ik ga erover nadenken.

Hans: Naar het strand dan maar weer.

Maanden later

Maris:

Denken als je denkt.
Praten als je praat.
Zingen als je zingt.
Lezen als je leest.

Hans: Aha, je weet het weer even. Maar wat? Bedoel je soms dat je alles met volledige aandacht moet doen of dat je maar één ding tegelijk mag doen of zo?

Maris: Ik kan het wel verklappen. Ik doe nu aan mindfulness.

Hans: Spannend hoor. Dan zeg ik,

Denken als je loopt.
Praten als je fietst.
Zingen als je werkt.
Lezen als je poept.

Maris: Niet erover lezen, bedoel ik, maar echt oefenen. Onder begeleiding en thuis.

Hans: Dan zeg ik,

Mindful zijn als je mindful bent.
Mindless zijn als je mindless bent.

Maris: Bedoel je dat het komt zoals het komt en dat we alles moeten omarmen? Met gedachten en al? Dat het niet verkeerd is om over het strand te lopen en ondertussen over iets anders na te denken? Dat ik er gewoon van moet genieten in plaats van me ertegen te verzetten? Van al dat denken bedoel ik. Genieten van wat er maar gebeurt?

Hans: Goed, verkeerd, je zadel zoekt een peerd. Verzet is ook wat er gebeurt. Weerstand tegen je verzet is ook wat er gebeurt. Er niet van kunnen genieten is ook wat er gebeurt. Denken dat je ervan moet kunnen genieten is ook wat er gebeurt.

Maris: Dus?

Hans: Dus.

279. Haiku op haiku: tussen mijmeren en malen

Hoelang moeten de
krekels roepen in 't naaldhout
eer het middag wordt?

(Issa)

Er roepen krekels
in 't naaldhout. Middag wordt het
alleen voor mensen.

(Hans)

Loofboom met een horloge om de stam.
^ Middag wordt het alleen voor mensen.

280. Is mindfulness nu wel of niet boeddhistisch?

Resumé van de zoveelste discussie tussen lezers van het Boeddhistisch Dagblad over mindfulness.

'Boeddhisme is de basis van mindfulness!'

'Mindfulness is de essentie van het boeddhisme!'

'Mindfulness heeft niets te maken met boeddhisme!'

'Mindfulness is boeddhisme voor beginners!'

'Mindfulness is de essentie van religie!'

'Mindfulness is een travestie van religie!'

'Mindfulness staat los van religie!'

'Mindfulness is milde open aandacht!'

'Mindfulness is theorie!'

'Mindfulness voor al uw falen!'

'Mindfulness is poëzie!'

'Mindfulness is maar een middel!'

'Mindfulness is therapie!'

'Mindfulness is easy money!'

'Mindfulness for you and me!'

'Wil dan niemand accorderen?'

'Let's agree to disagree!'

'I disagree!'

'I disagree!'

'I disagree!'

'I disagree!'

'Het is religie!'

'Het is een hype!'

'Het is een woord!'

'Dat is het niet!'

Woordenlijstje

Mindfulness: volle mind.

Mouthfulness: woordvloed bij volle mind.

281. Mindfulness is tegen woordigheid van geest

Woorden voorbij de waarheid.

'Wat betekent mindful voor jou, Hans?'

'Tegen woordigheid van geest.'

'En dat in het hier en nu zeker?'

'Dat is ook weer zo'n woord.'

'Met volledige aandacht dan?'

'Dat is ook weer zo'n woord.'

'Met volledige aandacht betekent anders hetzelfde als mindful.'

'Dat is ook weer zo'n woord.'

'Ik ben ook tegen woordigheid van geest.'

'Je zou het zo niet zeggen.'

'Omdat de waarheid voorbij de woorden is.'

'Hoe kun je dat dan zeggen?'

'Aan jouw tegenwoordigheid van geest mankeert duidelijk niets.'

'Dat is ook weer zo'n woord.'

'Tegenwoordigheid of geest?'

'Woord.'

282. Haiku op haiku: tussen mus en mens

Van de ene vogel-
verschrikker naar de andere
vliegen de mussen.

(Sazanami)

Van de ene wijze
naar de andere wijze
vliegen de mensen.

(Hans)

283. De enorme mentale kracht van Maurice Knegtel en Dennis Merzel

Over de kunst van het napraten.

Beste Hans,

Over zijn boek Ontwaakte aanwezigheid zegt Maurice Shonen Genko Knegtel Roshi:

"Ontwaakte aanwezigheid gaat over wat we volgens zen in wezen zijn: een in zichzelf rustende, open, alles omvattende, volmaakt vrije en heldere aanwezigheid."

Mooi hè? Een open, vrije en heldere aanwezigheid lijkt mij een prima definitie van niet-weten.

Beste David,

Je zal maar Maurice Shonen Genko Knegtel Roshi heten.

David: Dat is erg belangrijk voor hem, geloof ik. Wat vind je van zijn definitie?

Hans: Klinkt meer als advaita of dzogchen. Izen is boeddhisme op hindoeïstische leest. Hinboeïsme. Brahmanzen. En Knegtel is een mysticus. Een metafysicus. Een essentialist.

Er zijn wel meer essentialistische boeddhisten, het heerst had ik haast gezegd, maar er zijn nog genoeg boeddhisten, ook in zen, die daar niets in zien.

Ik denk dat Knegtel buiten zijn boekje gaat als hij namens zen spreekt. Er bestaat in zen geen consensus over wat we in wezen zijn, dat weet hij best. Waarom spreekt hij niet namens zichzelf?

David: Wat denk jij dat wij in wezen zijn?

Hans: Ik heb geen idee wat wij in wezen zijn of niet zijn; ik weet niet eens of wij in wezen wat zijn.

Ik heb geen idee of ik of wij allemaal individueel of collectief alles omvatten, of iets, of niets, of hoe je zoiets vaststelt, of wat het überhaupt betekent.

Ik weet ons geen aanwezigheid en geen afwezigheid, niet volmaakt helder of onvolmaakt helder of volmaakt onhelder, niet volmaakt vrij of onvolmaakt vrij of volmaakt onvrij.

David: En die openheid?

Hans: Mochten wij inderdaad alles omvatten, dan is het onzin om onszelf open te noemen, aangezien er buiten ons niets is om voor open te staan.

Mochten wij inderdaad open zijn, dan is het onzin om onszelf alomvattend te noemen, aangezien er buiten ons iets moet zijn om voor open te staan.

Mochten wij open en niet alomvattend zijn, dan is het onzin om te zeggen dat wij in onszelf rusten.

Mochten wij in onszelf rusten dan hebben we per definitie geen toegang tot iets buiten onszelf, waardoor we onmogelijk kunnen vaststellen of we alomvattend zijn.

Mochten we alles omvatten, dan is het onzin om onszelf vrij te noemen, want wat zouden we in dat geval anders kunnen dan voortdurend alles omvatten, aanwezig zijn en met onszelf samenvallen.

David: Maar als je jezelf nu erváárt als een in zichzelf rustende, open, alles omvattende, volmaakt vrije en heldere aanwezigheid, dan weet je het toch gewoon?

Hans: Is iets waar omdat ik het ervaar? Zijn mijn dromen waar omdat ik ze ervaar? Als ik duizelig ben en de wereld om me heen zie draaien, is dat dan waar? Als ik Jezus in mijn hart voel, is Jezus dan in mijn hart of is het Satan die mij fopt of wat? Als ik tril van ontzag voor het numineuze, bewijst dat dan het bestaan van het numineuze?

David: Maurice zuigt het toch ook niet uit zijn duim allemaal.

Hans: Maurice zuigt het allemaal uit andermans duim.

"De realisatie van ons ware zelf is een numineuze ervaring, zoals Tjeu van den Berk het in navolging van C.G. Jung heeft genoemd in zijn boek 'Het numineuze'."

Zo praat die man. Dat heet eruditie, heel vermoeiend. Name-dropping. Liet hij maar een paar van zijn eigen namen vallen, denk ik dan, maar daar word je te gewoontjes van. Nou ja, niet mijn pakkie an. Als je maar niet denkt dat Maurice Shonen Genko Knegtel Roshi het allemaal van de Boeddha heeft.

David: Volgens zenboeddhisten gaat hun leer rechtstreeks terug op de Verhevene.

Hans: Dat ze dat nog steeds geloven pleit niet voor hun helderheid van geest. Niemand weet wat de historische Boeddha gezegd heeft, maar als metafysicus heeft hij hoegenaamd geen naam gemaakt.

Feitelijk heeft hij nergens naam in gemaakt. Voor zover bekend heeft Siddharta Gautama geen woord op papier gezet, dat hebben anderen gedaan, honderden jaren later. En hoe.

Alleen al de Pali-canon, die door mensen die er ook niet bij waren het meest authentiek wordt geacht, bevat tienduizend leerredes, wist je dat? Tienduizend! Allemaal van die ene Boeddha. Allemaal feilloos overgeleverd. Geloof jij het?

David: Als je het zo stelt...

Hans: Alle woorden van de Boeddha zijn hem in de mond gelegd door latere generaties. Allemaal hè, zonder uitzondering. En allemaal even tersluiks. Tersluiks is een archaïsme voor sneaky. Sneaky is een barbarisme voor stiekem. Geen soetra is ooit begonnen met: 'Tja, we weten niet wat de Boeddha gezegd heeft, we waren er niet bij, we hebben het niet gehoord, we moeten voor onszelf leren spreken, wie mag ik het woord geven?'

Op dit moment is er geen enkele manier om vast te stellen wie al die boeddhistische woorden, talrijk als de zandkorrels van de machtige Ganges, voor het eerst heeft uitgesproken. Eén ding is zeker: alle lijnen verzanden voor ze de historische Boeddha bereiken. Het boeddhisme claimt een bron zonder stroom te zijn maar het is een stroom zonder bron.

David: De lineage heeft geen wortels.

Hans: Alle takken hangen in de lucht. En als er iemand aan het luchtfietsen is, dan is het wel Maurice Shonen Genko Knegtel Roshi. 'Genpo Roshi was de enige die mijn enorme mentale kracht kon breken', zegt hij bescheiden over zichzelf. Als je het mij vraagt moet het nog steeds gebeuren. En tot op de dag van vandaag heeft geen roshi of schandaal de enorme mentale kracht van de Amerikaanse meesteroplichter David Paul Genpo Merzel Roshi kunnen breken, dus dat zijn twee hoofden op één hals.

David: Ik krijg hier een heel ongemakkelijk gevoel van.

Hans: Nergens voor nodig. Knegtel en Merzel zijn gewoon de zoveelste epigonen van de Onbekende Boeddha die er alles voor over hebben om niet vergeten te worden.

Boeddhisme gaat niet over personen, boeddhisme gaat over gedachten. Durf jij op grond van eigen ervaring of overtuiging op dit moment je hand in het vuur te steken voor de gedachte dat wij in wezen een in zichzelf rustende, open, alles omvattende, volmaakt vrije en heldere aanwezigheid zijn?

David: Nee.

Hans: Nou dan.

David: Eerlijk gezegd durf ik op dit moment nergens mijn hand voor in het vuur te steken.

Hans: Mij lijkt dat een prima definitie van niet-weten.

284. Wat is kinhin? De voorganger

Kinhin met slaapwandelende monniken.
^ De voorganger.

285. Zen is niet

Zen

Zen is

Zen is niet

Zen is niet weten

Zen is niet weten wat

Zen is niet weten wat zen is

Niet weten wat zen is

Niet weten wat is

Niet weten wat

Niet weten

Niet

286. Haiku op haiku: tussen hert en jager

Drie keer weerklonk hij,
toen was niet meer te horen,
de kreet van het hert.

(Buson)

Drie keer, steeds zachter,
klonk de kreet van een hert of
was het de jager.

(Hans)

Drie keer, steeds zachter,
klonk de kreet van een hert of
twee herten of drie.

(Hans)

Hert met drie koppen.

287. Mindful omgaan met de media

Voor nuïsten.

Meester Zuetsu zegt:

Ik ben al bijna helemaal in het moment. Ik laat me alleen nog leiden door de waan van de dag.

288. In het moment willen zijn haalt je uit het moment

Waardoor laat jij je leiden?

Leerling: Ik ben helemaal in het moment, ik laat me alleen nog leiden door het nu!

Meester: Ik ben helemaal in het moment, ik laat me nergens meer door leiden.

Jaren later

Leerling: Ik ben helemaal in het moment, ik laat me nergens meer door leiden!

Meester: Ik ben helemaal in het moment, ik laat me overal door leiden.

Jaren later

Leerling: Ik ben helemaal in het moment, ik laat me overal door leiden!

Meester: Ik ben helemaal in het moment, waar zou ik anders moeten zijn?

Jaren later

Leerling: Ik ben helemaal in het moment, waar zou ik anders moeten zijn!

Meester: Ik ben helemaal in het moment, ik vraag me geen moment af waar ik ben.

Jaren later

Leerling: Ik ben helemaal in het moment, ik vraag me geen moment af waar ik ben!

Meester: Ben je daar nu nog steeds mee bezig?

289. Wat is erger, terreurnieuws of nieuwsterreur?

Vier ijdele obsessies.

Meester Lijk zegt:

1

Iedere dag worden er mensen getroffen door kogels.

Iedere dag worden miljarden mensen getroffen door nieuwsberichten over schietpartijen.

Waardoor word jij iedere dag getroffen?

2

Iedere dag worden er mensen uiteengereten door bommen.

Iedere dag worden miljarden mensen uiteengereten door nieuwsberichten over bomexplosies.

Waardoor word jij iedere dag uiteengereten?

3

Iedere dag worden er mensen verkracht.

Iedere dag worden miljarden mensen verkracht door nieuwsberichten over verkrachtingen.

Waardoor wordt jij iedere dag verkracht?

4

Iedere dag worden er mensen geterroriseerd.

Iedere dag worden miljarden mensen geterroriseerd door nieuwsberichten over terreur.

Waardoor word jij iedere dag geterroriseerd?

290. Als alles er mag zijn mag niet alles er zijn

Verbinden met angst en reserve.

Beste Hans,

Wat ik denk ik het meeste mis in jouw zen is verbondenheid. Verbondenheid met het leven, verbondenheid met alle voelende wezens, verbondenheid met dit moment, verbondenheid met wat zich maar voordoet, precies zoals het zich voordoet. Is verbinding niet waar het in het leven om draait? Wat er ook is, wend je niet af!

Beste Wendy,

Wat als er afwenden is?

Wendy: Het gaat erom dat je je helemaal overgeeft aan dit moment, zonder angst of reserve!

Hans: Wat als er angst of reserve is?

Wendy: Dat is nu net mijn punt. Alles mag er zijn!

Hans: Waarom dan dat 'wend je niet af'? Mag afwenden er soms niet zijn? Waarom 'zonder angst of reserve'? Mogen angst en reserve er soms niet zijn?

Wendy: Nu hoor ik pas wat je zegt.

Hans: Geef je daar dan maar eens helemaal aan over. Of wend je ervan af, ook goed.

Wendy: Ik weet even niet meer wat ik moet zeggen.

Hans: Geef je daar dan maar eens helemaal aan over. Of wend je ervan af, ook goed.

Wendy: Dus eigenlijk geef ik mij met mijn verzet tegen afwenden, angst en reserve helemaal niet over aan dit moment?

Hans: Tenzij er op dit moment verzet tegen afwenden, angst en reserve is.

Wendy: Ook verzet tegen afwenden, angst en reserve mag er zijn, wou je zeggen.

Hans: En verzet tegen verzet tegen afwenden, angst en reserve. En verzet tegen verzet tegen verzet tegen afwenden, angst en reserve.

Wendy: Want?

Hans: Als alles er mag zijn, dan ook dat niet alles er mag zijn en ook dat alles er niet mag zijn. Is dat niet fijn?

Wendy: Maar wat zeg je dan nog helemaal?

Hans: Dit.

Wendy: Maar wat is dan zen?

Hans: Dat is dan zen.

291. Onze plaats en bestemming volgens zen

Voor iedereen die de goede kant op wil.

Leerling: We komen er wel.

Meester: Ik hoef nergens heen.

Leerling: Bedoelt u dat we er al zijn?

Meester: Waar zijn?

Leerling: Hier zijn.

Meester: Waar anders.

Leerling: In het hier en nu zijn.

Meester: En wat dan nog?

Leerling: Ik wil gewoon weten waar we zijn.

Meester: Waar we zijn.

Leerling: Ja, hè hè.

Meester: Waar anders.

Leerling: En ik wil weten waar we heengaan.

Meester: Waar we heen gaan.

Leerling: Tjonge jonge.

Meester: Waarheen anders.

Leerling: En ik wil weten waar ik heen moet.

Meester: Van wie?

Leerling: Als ik dat eens wist.

Meester: Zoek dat dan eerst maar uit.

Leerling: Van God? Van het leven? Van het universum?

Meester: Dan vraag je dat toch gewoon?

Leerling: Aan wie?

Meester: Aan God. Aan het leven. Aan het universum.

Leerling: Dat heb ik al zo vaak gedaan.

Meester: En?

Leerling: Niemand thuis.

Meester: Mooi toch?

Leerling: Hoezo?

Meester: Dan kun je nog alle kanten op.

Leerling: Ik wil niet alle kanten op.

Meester: Dat vraagt toch ook niemand van je?

Leerling: Ik wil alleen de goede kant op.

Meester: Goed in welk opzicht?

Leerling: Goed in elk opzicht.

Meester: Dan zal dat het probleem wel zijn.

Leerling: Kan u mij niet vertellen waar ik heen moet?

Meester: Dat zeg ik.

Leerling: Waarheen dan?

Meester: Waar je heen gaat.

Leerling: Ja, zo kan ik het ook.

Meester: Wat let je?

292. Wat je minstens moet weten van meditatie

Een goed bewaard geheim.

'Wat weet jij eigenlijk van meditatie, Hans?'

'Minder dan wie ook.'

'Dat lijkt me geen aanbeveling.'

'Integendeel.'

293. Haiku op haiku: tussen statig en suf

Statig zit hij daar
de bergen te beschouwen,
die dikke kikvors.

(Issa)

Rustig zit hij daar
de bergen te negeren,
die suffe kikvors.

(Hans)

Mediterende kikker met zijn tong tot op de grond.
^ Rustig zit hij daar de bergen te negeren.

294. Kleine meditatie op de vorm

Over de lichamelijke kenmerken van meditatie.

'Waaraan herken je een boeddha?'

'Aan zijn aambeien.'

295. Kleine meditatie op de leegte

Over de geestelijke kenmerken van meditatie.

'Wat ten diepste is zazen?'

'Gatsdienst.'

296. Ik mediteer nooit en ik mediteer nooit niet

Zwichten voor het ongerichte.

Beste Hans,

Wat is mediteren volgens jou?

Beste Suus,

Oefenen voor een leven zonder oefenen.

Suus: Pardon?

Hans: Streven naar het einde van het streven.

Suus: Hoe vaak mediteer jij, hoelang achter elkaar, in welke houding en met welke techniek?

Hans: Ik mediteer nooit en ik mediteer nooit niet. Je kan je wel voorstellen hoe onpraktisch het is om daarbij steeds dezelfde houding aan te moeten nemen. Liever geef ik me over aan de houding van het moment en de veranderingen die zich daarin van nature voordoen.

Suus: Ga jij weleens op retraite?

Hans: Ik ben permanent op retraite. In mezelf, in mijn lief, in weteloosheid, in een retraitewaan. Daarom heeft het voor mij geen enkele zin om officieel op retraite te gaan.

Misschien krijg ik nog eens behoefte om me uit mijn teruggetrokkenheid terug te trekken, maar tot het zover is kan ik er niet over meepraten.

Suus: Wat versta jij onder de meditatieve staat?

Hans: In de meditatieve staat waarin ik nooit wel en nooit niet verkeer heb je geen idee of je wel of niet in een meditatieve staat verkeert en maak je je daar geen moment zorgen om.

Maak je je er toch zorgen om dan maak je je dáár geen zorgen om, zou ik denken, maar dat heb ik nog niet mogen meemaken.

Bij gebrek aan definitie en finaliteit valt er voor mij niets te doen of te laten, niets te cultiveren, niets te beheersen en niets te bezweren. Iedere meditatietechniek, improvisatie daarop, simulatie ervan, weerstand ertegen of afwezigheid ervan is daarom zonder meer welkom.

In deze weldadige niet-staat of niet-dadige welstaat is het volstrekt onduidelijk of er gemediteerd wordt, en al even onduidelijk of er iemand is die, of iets is dat, dit al-dan-niet mediteren doet, ondergaat of nalaat.

De hang om hierin, of waarin dan ook, duidelijkheid te scheppen is allang geen partij meer voor de drang om elke vorm van duiding en eenduidigheid te onderscheppen voor hij doel treft.

Willoos verwijlen in het wisse ongewisse, zo zou ik de staat omschrijven die mijn woorden doel doet missen en mijn schrijven maakt tot wissen maar zich nimmer laat verdrijven.

Suus: Wat heb je eraan? Ben er een beter mens van geworden? Heeft het een einde aan het lijden gemaakt?

Hans: Wat je eraan hebt weet ik precies niet. Ik kan wel beweren dat je er een beter mens van wordt, maar wat is dat? Iemand die net zo leeft en denkt en spreekt als ik? Weinigen zullen dat beamen, ik ook niet, nog minder zullen erop uit zijn, ik ook niet.

En ik kan wel liegen dat er in het willoos ongewisse geen lijden is, maar dat zou het op slag gewis en gewild maken, van jou een loser en van mij een verlosser, met alle lijden van dien.

Eén ding is zeker: ik krijg er nooit genoeg van – tot nog toe niet tenminste.

Suus: Wat of wie kun je mij aan- of afraden?

Hans: Niets of niemand, aan noch af. Welke richtlijn of verrichting kan het richten zelf ontwrichten? Valt hier nog wat te doen of te halen of is het meer een kwestie van het omverhalen van onze verhalen over wat we doen?

Gelukkig is dit zo'n probleem dat verdwijnt zodra de oplossingen zijn doorzien. Tot die tijd is alles best, erna helemaal.

Auteur op zijn rug met zijn benen in een split.
^ Hans in de houding van het moment.

297. Zen is geen natuur of techniek

Heersen of beheerst worden?

Leerling: Helder inzicht in de boeddhanatuur vraagt volledige beheersing van de geest.

Meester: Maar hoe beheers je de geest?

Leerling: Door middel van meditatietechnieken natuurlijk.

Meester: Niemand die er ook maar één volledig beheerst...

Leerling: Maar?

Meester: Velen die er volledig door worden beheerst.

298. Zen is volledige beheersing van de geest

De groeten van Bodhidharma.

Leerling: Helder inzicht in de boeddhanatuur vraagt volledige beheersing van de geest.

Meester: Welke geest?

Leerling: Wou u beweren dat de geest niet bestaat?

Meester: Dat weet ik niet.

Leerling: Wie weet het wel?

Meester: Ik weet niet of iemand het weet.

Leerling: Wat moeten we doen om het te weten te komen?

Meester: Ik weet niet of we het te weten kunnen komen.

Leerling: Wat weet u wel over de geest?

Meester: Niets, voor zover ik weet.

Leerling: Wat is niets weten over de geest?

Meester: Volledige beheersing van de geest.

299. Zen is helder inzicht in de boeddhanatuur

Natuurmystiek voor beginners.

Leerling: Helder inzicht in de boeddhanatuur vraagt volledige beheersing van de geest.

Meester: Welke boeddhanatuur?

Leerling: Wou u beweren dat de boeddhanatuur niet bestaat?

Meester: Dat weet ik niet.

Leerling: Wie weet het wel?

Meester: Ik weet niet of iemand het weet.

Leerling: Wat moeten we doen om het te weten te komen?

Meester: Ik weet niet of we het te weten kunnen komen.

Leerling: Wat weet u wel over de boeddhanatuur?

Meester: Niets, voor zover ik weet.

Leerling: Wat is niets weten over de boeddhanatuur?

Meester: Helder inzicht in de boeddhanatuur.

300. Waarom ik met open mond mediteer

Bermmeditatie van een wegwerker.

Iedere zondagochtend ga ik in een willekeurige berm op mijn hurken zitten mediteren over de weg.

Als een voorbijganger vraagt waarom ik daar op mijn hurken zit, zeg ik dat ik kwalijk op de zijne kan gaan zitten. In werkelijkheid zit ik op mijn hurken omdat ik niet ook nog een zafu mee wil zeulen.

Om voertuigen groot en klein te waarschuwen voor mijn aanwezigheid zet ik mijn draagbare werk-aan-de-wegbord aan de weg, met twee zandzakken op het frame tegen het wegwaaien.

Mocht je ooit zo'n bord langs de weg zien staan, dikke kans dat ik erachter zit. Minder vaart als je moet, stop desnoods maar stel alsjeblieft geen vragen. Ik mediteer met open ogen en met open mond – dat zegt al genoeg.

Hans van Dam achter een waarschuwingsbord, Werk in Uitvoering.
^ Hans mediteert zich weg.

301. Vier niveaus van zen

Geen peil op te trekken.

'Wat is zen, Hans?'

'Dat hangt van je niveau af.'

'Voor beginners?'

'Overal mee zitten.'

'Voor gevorderden?'

'Nergens meer voor staan.'

'Voor meesters?'

'Nergens meer mee zitten.'

'En voor jou?'

'Wat is zen?'

302. Zen is laten zitten

Tussen slagen en falen vind je de poort zonder woord

Leerling: Waar is al dat zitten goed voor?

Meester: Om je te laten nadenken over de vraag waar al dat zitten goed voor is.

Leerling: Nou, dat is dan mooi gelukt.

Jaren later

Leerling: Waar is al dat nadenken over de vraag waar al dat zitten goed voor is, goed voor?

Meester: Om je te laten voelen wat het is om geen antwoord te hebben.

Leerling: Nou, dat is dan mooi gelukt.

Jaren later

Leerling: Waar is al dat voelen wat het is om geen antwoord te hebben goed voor?

Meester: Om je te laten zien waar het in zen om draait.

Leerling: Nou, dat is dan mooi mislukt.

Jaren later

Meester: Waar is al dat zitten goed voor?

Leerling: Ja, laat maar zitten.

Meester: Dan is het toch gelukt.

303. Alleen zoekers vinden iets

Wat vind jij?

Leerling: Waar is al dat zitten goed voor?

Meester: Kan jou het schelen.

Leerling: Ik wil weten waarom ik het doe.

Meester: Waarom vraag je dat aan mij?

Leerling: Ik dacht dat u het wel zou weten.

Meester: Weet jij waarom ik iets doe?

Leerling: Nee.

Meester: Nou, ik ook niet.

Leerling: U weet niet eens waarom u iets doet?

Meester: Laat staan dat ik weet waarom jij iets doet.

Leerling: Dus u kan me niet vertellen waar al dat zitten goed voor is?

Meester: Wou jij beweren dat al dat zitten ergens goed voor is?

Leerling: Waarom zou ik het anders doen?

Meester: Waarom vraag je dat aan mij?

Leerling: Ik wil alleen maar weten wat u vindt.

Meester: Alleen zoekers vinden iets.

304. Zen is doorvragen tot je bent uitgevraagd

Terugtrekkend inzicht.

Leerling: Waar is al dat zitten goed voor?

Meester: Wat maakt het uit.

Leerling: Mij maakt het uit.

Meester: Stel dat het ergens goed voor is.

Leerling: Wat dan?

Meester: Waar is dát dan goed voor?

Leerling: Ergens anders voor, zou ik zeggen.

Meester: En dat?

Leerling: Weer ergens anders voor, lijkt mij.

Meester: En dat?

Leerling: Voor zichzelf dan maar.

Meester: O?

Leerling: Je moet toch een keer ophouden.

Meester: Waarom dan niet meteen bij het begin?

Leerling: Bedoelt u dat al dat zitten nergens goed voor is?

Meester: Waar is al dat vragen goed voor?

305. Zen is niet met ideeën zitten

Laat staan met acht ideeën.

Leerling: We moeten zitten zonder het idee dat er iets te halen valt.

Meester: Ook.

Leerling: Hoe dan nog meer?

Meester: Zonder het idee dat er niets te halen valt.

Leerling: Wat?

Meester: Wat?

Leerling: Bedoelt u dat we moeten zitten zonder idee?

Meester: 't Idee.

Leerling: Waarom moet dat trouwens op een kussen?

Meester: En waarom moet het eigenlijk zittend.

Leerling: Hoe moet het volgens u?

Meester: Eerst maar eens vaststellen of het wel moet.

Leerling: Bedoelt u dat we dat zelf mogen uitmaken?

Meester: Wie zegt dat we zelf iets kunnen uitmaken?

Leerling: Zegt u nu dat we geen keus hebben?

Meester: Wat zegt dat als ik daar geen keus in zou hebben?

Leerling: Ik merk het al.

Meester: O jee.

Leerling: Bij u valt niets te halen.

Meester: 't Idee.

306. Zen is doen alsof je niet doet alsof

Epibreren op z'n oosters.

Leerling: We moeten zitten zonder het idee dat er iets te halen valt.

Meester: Alsof er iets te zitten valt.

Leerling: Wou u zeggen van niet?

Meester: Alsof er iets te zeggen valt.

Leerling: Vindt u dat ik mijn mond moet houden?

Meester: Alsof er iets te zwijgen valt.

Leerling: Wat wilt u dan zeggen?

Meester: Alsof er iets te willen valt.

Leerling: Bedoelt u dat we ons moeten overgeven?

Meester: Waaraan?

Leerling: Aan het ware zelf natuurlijk, waaraan anders?

Meester: Wie zou dat dan moeten doen?

Leerling: Daar vraagt u me wat.

Meester: Alsof er iets te vragen valt.

Leerling: Hoe moeten we dan zitten?

Meester: Ga daar dan maar mee zitten.

Leerling: Bij u valt echt niets te halen, hè?

Meester: Denk je dat nu nog steeds?

307. De laatste les van zen

Weet jij hem?

Leerling: Wat is zazen?

Meester: Zitten tot je een ons weegt.

Leerling: Bedoelt u dat het nergens goed voor is?

Meester: Zitten is zitten.

Leerling: Maar wat is dan de les?

Meester: Dat is dan de les.

Leerling: Dan heb ik mijn lesje wel geleerd.

Meester: Ga dan maar weer zitten.

Leerling: Waarvoor?

Meester: Voor de volgende les.

Leerling: Welke les?

Meester: De eeuwige les van zen.

Leerling: Wat is de eeuwige les van zen?

Meester: De enige les van zen.

Leerling: Wat is de enige les van zen?

Meester: Het afleren van de vorige.

308. Kan een zeeleeuw mediteren?

Zendo in de zoo.

Zenboeddhisten maken zich nu al meer dan duizend jaar druk over de vraag of een hond de boeddhanatuur heeft. Sommigen danken hun spirituele naam eraan, anderen een graad of een titel, en ze raken er maar niet over uitgepraat.

Zelfs een zenboeddhist wil weleens wat anders, daarom stel ik voor om ons de komende duizend jaar bezig te houden met de vraag of een zeeleeuw kan mediteren, weer een koan van jewelste.

Ik ben benieuwd of jij hem weet op te lossen, welke verlichtingsgraad je ermee zal bereiken, tot welk verlichtingsgedicht je oplossing zal inspireren en wat je verlichtingsnaam zal zijn.


^ Californische zeeleeuw, Artis, oktober 2017.

Deze zeeleeuwin zat/stond zo'n vijfentwintig minuten op de bodem van het zeeleeuwenbassin, kleine belletjes blazend, waarbij ze elke drie minuten rechtstandig opsteeg om adem te halen en vervolgens weer rechtstandig afdaalde. Na afloop had ik een gesprekje met haar.

Hans: Kan een zeeleeuw mediteren?

Zeeleeuw: Oink.

Hans: Bent u verlicht?

Zeeleeuw: Oink.

Hans: Hebben we het dan over volmaakte verlichting?

Zeeleeuw: Oink.

Hans: Wat is uw spirituele naam?

Zeeleeuw: Oink.

Hans: Hoe luidt uw verlichtingsgedicht?

Zeeleeuw: Oink oink oink.

Daarna zwom ze zonder iets te zeggen weg.

Echt een zenmeester.

309. Dogen Zenji en de notie van oorspronkelijke verlichting

Vooroordelen zonder grenzen.

Anton: Ben jij bekend met de Japanse boeddhist Zenji Dogen (1200-1253)?

Hans: Nee, ik ben van 1958.

Anton: Volgens Dogen mediteer je omdat je verlicht bent, niet omdat je het wil worden.

Hans: Mediteer jij?

Anton: Al jaren.

Hans: En sindsdien ben je verlicht?

Anton: Iedereen is al verlicht, zegt Dogen. Dat is de notie van oorspronkelijke verlichting.

Hans: Waarom mediteert iedereen dan niet?

Anton: Hoe bedoel je?

Hans: Je mediteert omdat je verlicht bent, zeg je, en iedereen is al verlicht. Volgens de syllogistiek van de Griekse wijsgeer Arie Stoteles volgt daaruit dat iedereen mediteert.

Anton: Dogen's idee is dat je op je kussen zit met geen ander doel dan je ideeën en verwachtingen over verlichting weg te branden.

Hans: O, vandaar dat bijna niemand mediteert.

Anton: Hoezo?

Hans: De meeste mensen hebben helemaal geen ideeën of verwachtingen over verlichting. Ze hebben wel wat anders aan hun hoofd.

Anton: Je zou ze de kost moeten geven.

Hans: Je zou ze de kost moeten geven die niet eens aan de kost kunnen komen.

Anton: De blanke pit is er al, zegt Dogen, maar kan pas aan de oppervlakte treden wanneer de ruwe bolster van preconcepties eindelijk openbarst.

Hans: Behoort de gedachte dat je al verlicht bent nog tot de ruwe bolster van preconcepties of al tot de blanke pit?

Anton: In het Tibetaanse dzogchen denken ze er net zo over.

Hans: Vooroordelen kennen geen grenzen.

Anton: In advaita ook.

Hans: En hoe denk jij erover?

Anton: Ik weet het eerlijk gezegd niet. Ik hoop dat Dogen gelijk heeft.

Hans: Wat is eigenlijk die blanke pit?

Anton: Het ware zelf natuurlijk. Je oorspronkelijke gezicht. Je boeddhanatuur. Bewustzijn. Het ene. Dat wat je was voor je ouders geboren werden.

Hans: Behoort dat dan niet tot de preconcepties?

Anton: Nou moe.

Hans: Moe werd de Moeman van de vraag of ook een hond de boeddhanatuur heeft. Die vraag hield hem zes lange jaren aan zijn kussen gekluisterd.

Anton: Volgens mij zei Mumon mu in antwoord op de vraag of een hond de boeddhanatuur heeft. Mu betekent nee.

Hans: En ik maar denken dat Wumen wu zei.

Anton: Zullen we het over Dogen hebben?

Hans: Zou Dogen ook zo mu geworden zijn van de vraag of iedereen al verlicht is?

Anton: Hm.

Hans: Wat?

Anton: Ik heb geloof ik nog heel wat weg te branden.

Hans: Tenzij dat ook tot de preconcepties hoort.

Anton: Daar zeg je me wat.

Hans: Misschien behoort de blanke pit ook wel tot de preconcepties.

Anton: Jij houdt niet op, hè?

Hans: Dan is die ruwe bolster gewoon leeg.

Anton: Tja.

Hans: Of misschien is de blanke pit wel de ruwe bolster.

Anton: En het ware zelf dan?

Hans: Misschien verwijst Dogen wel naar leegte of niet-zelf.

Anton: Sunyata, anatman.

Hans: Blanco zijn.

Anton: Een onbeschreven blad.

Hans: Of is dat weer zo'n preconceptie?

Anton: Mijn kussen roept.

Hans: Pas maar op dat het niet in de fik vliegt.

Anton: Waarom zou het?

Hans Omdat je daar al je ideeën en verwachtingen over verlichting weg zit te branden natuurlijk.

Anton: Ik zal er een emmer zand naast zetten.

Hans: Vergeet je ideeën over zitmeditatie niet.

Anton: Wou jij beweren dat zazen ook maar een idee is?

Hans: Tenzij dat ook maar een idee is.

Anton: Als je het niet erg vind ga ik nu weer verder zoeken naar mijn blanke pit.

Hans: Bevalt mijn ruwe bolster je niet?

Anton: Voorlopig heb ik mijn handen vol aan Dogen.

Hans: Blijf daar dan maar mee zitten.

310. Mediteren is één worden met jezelf

Mediterend naakt, voorovergebogen, in haar eigen lichaam gezakt.
^ Eén worden met jezelf.

311. Koan: het is grauw en het broedt op een kussen

Over de onverslijtbaarheid van spirituele ambities.

Mumon is de naam die de Japanners hebben gegeven aan de Chinese chanmeester Wumen, de samensteller van de Poortloze Poort, een verzameling van 48 koans met commentaar en gedichtjes van Wumen. De eerste koan van die verzameling luidt:

Heeft een hond ook de boeddhanatuur?

Wu, waagde Wumen na zes wanhopige jaren. Sindsdien luidt de koan:

Heeft een hond ook de boeddhanatuur? Wu.

Een raadsel met oplossing, dat is pas een raadsel, moet Wumen gedacht hebben toen hij hem in zijn collectie opnam, daar komt geen hond meer uit. Mu, zeggen de Japanners en de westerlingen die hen nadoen hem al duizend jaar na, dus dat had hij goed gezien. Woef, doet de hond zonder nadenken of nazeggen, hoe komt hij erop.

Wumen, dharmahouder in de lijn van Linji (Rinzai voor Japanners), is samen met zijn mythische voorganger het boegbeeld van het Japanse rinzaizen, dat op versleten strosandalen en afgekloven raadsels drijft. Raadsels waarop mensen omwille van hun bevrijding jarenlang zitten te broeden, wachtend op verlossing van hun smachtende gedachten, biddend dat hun kussen hun begeerte wel zal blussen.

Hoe mensen het volhouden is mij een raadsel. Of in de vorm van een raadsel: het is grauw en het broedt op een zafu. Dit raadsel is niet overgeleverd en staat in geen enkele collectie, je kan het negeren zonder je toekomstige transmissie in gevaar te brengen. Je mag ook in de spiegel kijken voor de oplossing zonder raadsel van dit raadsel zonder oplossing, ziedaar je ware gezicht, maar misschien vind je dat te makkelijk of te moeilijk.

Broeder Dogen is na achthonderd jaar nog altijd de verpersoonlijking van sotozen, dat naast het synchroonzitten het schoonzitten propageert. Shikantaza, l'art pour l'art – opzitten als een boegbeeld dat onverstoorbaar de golven van gevoelens doorklieft. Roerloos in het oog van je eigen stijgwinden verwijlen, je raadt nooit wat je gegeten hebt. Je kussen constant op konttemperatuur houden in de hoop dat het ooit uit zal komen.

Het leven mag een raadsel zijn, het zitten zelf is het raadsel der raadselen. Dat je maar doorgaat, dwars door je verveling en je pijn heen, lijdend om een eind te maken aan je lijden. Vanwege je blinde geloof in de leer. Vanwege je blinde gehoorzaamheid aan je leraar. Vanwege je blinde ambitie. Zo ken je jezelf niet en wil je jezelf niet kennen.

De insteek van de fatalistische sotoschool is door Nico Tydeman treffend verwoord in Dansen in het duister: "Iedere spirituele ambitie moet tot op de draad verslijten." Dat is geen dansen, dat is schuifelen. Dat is geen leven, dat is sterven. Doodzitten tot de pitten uit je kussen barsten. Blanke pitten, kersenpitten, als je maar blijft zitten zitten.

Alles is vergankelijk, zelfs de vergankelijkheid, maar in de praktijk slijten kussens en knieën sneller dan ambities. Gelukkig krijg je bij iedere reïncarnatie nieuwe knieën, dat houdt de moed erin.

Hoe ik weet dat zelfs de vergankelijkheid vergankelijk is? Uit de onovertroffen Mahayana Mahaparinirwana Soetra. Die omschrijft het parinirwana als het eeuwige rijk van het ware zelf van de Boeddha. Of zou dat onvergankelijke mahayanapoeha zijn, wat denk jij?

312. Zen is oefenen in spontaniteit


^ Oefening baart kunstjes.

313. Smerige ego's zitten in zendo's

Oost, west, krijg de pest.

Stoute kinderen staan in hoeken.
Zondige zielen knielen in kerken.
Smerige ego's zitten in zendo's.
We krijgen onszelf nog wel
klein.

monnik zit in de hoek
^ Smerige ego's zitten in zendo's

(Deze tekst heb ik geschreven naar aanleiding van de woorden 'Het ego maakt alles smerig' in een artikeltje over meditatie in het Boeddhistisch Dagblad.)

314. Dat egoding is niet van jou

Wie zijn ego zoekt te doden vindt zichzelf onder de zoden.

(Hans van Dam in Wadden, waden en gewaden.)

Er woont een egoding in jou.
Er woont een egoding in mij.
Ik zie het met een glimlach aan
en haal er niet van alles bij.

Dat egoding is niet van jou.
Het egoding is niet van mij.
Wie wat van niemand is bestrijdt
komt van die wanen nimmer vrij.

Er woont geen egoding in jou.
Er woont geen egoding in mij.
Kom zie het met een glimlach aan
en trek je voeten uit de klei.

Maar denk erom, slechts één voor één.
En wees beducht voor het getij.

315. Katsu! Rohatsu!

Dubbele lotus of dubbele houdgreep?

Kernwaarden van zen zijn spontaniteit, authenticiteit en leven bij de dag. Zitten als je moe bent, lachen als je lacht.

Kernwaarden realiseer je niet zomaar, daar moet je keihard voor oefenen, liefst in groepsverband.

Samen niet bewegen, samen niets zeggen, daar komt het op aan.

Zitten tot je flauwvalt, wachten zonder klacht.

Grijpen naar de leegte, zen uit alle macht.

Wie niet meer kan die laat zich slaan opdat hij zich maar niet laat gaan.

Ook dit jaar organiseren wij weer een rohatsu ter gelegenheid van de verlichting van onze geliefde Shakyamuni Boeddha, die op de achtste dag van zijn retraite een ster zag.

Boek nu en leer eeuwig leven bij de dag.

Dag 1

09.00 Schoonmaken, 12:00 Lunch, 18:00 Diner, 19:30 Intro, 20:00 Kinhin, 20:10 Zazen, 21:00 Dagsluiting.

Dag 2

03:40 Opstaan, 04:10 zazen, 05:00 kinhin, 05:10 zazen, 06:00 ontbijt, 07:10 zazen, 08:00 kinhin, 08:10 zazen, 09:00 kinhin, 09:10 zazen, 10:00 kinhin, 10:10 zazen, 11:00 kinhin, 11:10 zazen, 12:00 lunch, 13:10 zazen, 14:00 kinhin, 14:10 zazen, 15:00 kinhin, 15:10 zazen, 16:00 kinhin, 16:10 zazen, 17:00 kinhin, 17:10 zazen, 18:00 diner, 19:10 zazen, 20:00 kinhin, 20:10 zazen, 21:00 dagsluiting.

Dag 3

03:40 Opstaan, 04:10 zazen, 05:00 kinhin, 05:10 zazen, 06:00 ontbijt, 07:10 zazen, 08:00 kinhin, 08:10 zazen, 09:00 kinhin, 09:10 zazen, 10:00 kinhin, 10:10 zazen, 11:00 kinhin, 11:10 zazen, 12:00 lunch, 13:10 zazen, 14:00 kinhin, 14:10 zazen, 15:00 kinhin, 15:10 zazen, 16:00 kinhin, 16:10 zazen, 17:00 kinhin, 17:10 zazen, 18:00 diner, 19:10 zazen, 20:00 kinhin, 20:10 zazen, 21:00 dagsluiting.

Dag 4

03:40 Opstaan, 04:10 zazen, 05:00 kinhin, 05:10 zazen, 06:00 ontbijt, 07:10 zazen, 08:00 kinhin, 08:10 zazen, 09:00 kinhin, 09:10 zazen, 10:00 kinhin, 10:10 zazen, 11:00 kinhin, 11:10 zazen, 12:00 lunch, 13:10 zazen, 14:00 kinhin, 14:10 zazen, 15:00 kinhin, 15:10 zazen, 16:00 kinhin, 16:10 zazen, 17:00 kinhin, 17:10 zazen, 18:00 diner, 19:10 zazen, 20:00 kinhin, 20:10 zazen, 21:00 dagsluiting.

Dag 5

03:40 Opstaan, 04:10 zazen, 05:00 kinhin, 05:10 zazen, 06:00 ontbijt, 07:10 zazen, 08:00 kinhin, 08:10 zazen, 09:00 kinhin, 09:10 zazen, 10:00 kinhin, 10:10 zazen, 11:00 kinhin, 11:10 zazen, 12:00 lunch, 13:10 zazen, 14:00 kinhin, 14:10 zazen, 15:00 kinhin, 15:10 zazen, 16:00 kinhin, 16:10 zazen, 17:00 kinhin, 17:10 zazen, 18:00 diner, 19:10 zazen, 20:00 kinhin, 20:10 zazen, 21:00 dagsluiting.

Dag 6

03:40 Opstaan, 04:10 zazen, 05:00 kinhin, 05:10 zazen, 06:00 ontbijt, 07:10 zazen, 08:00 kinhin, 08:10 zazen, 09:00 kinhin, 09:10 zazen, 10:00 kinhin, 10:10 zazen, 11:00 kinhin, 11:10 zazen, 12:00 lunch, 13:10 zazen, 14:00 kinhin, 14:10 zazen, 15:00 kinhin, 15:10 zazen, 16:00 kinhin, 16:10 zazen, 17:00 kinhin, 17:10 zazen, 18:00 diner, 19:10 zazen, 20:00 kinhin, 20:10 zazen, 21:00 dagsluiting.

Dag 7

03:40 Opstaan, 04:10 zazen, 05:00 kinhin, 05:10 zazen, 06:00 ontbijt, 07:10 zazen, 08:00 kinhin, 08:10 zazen, 09:00 kinhin, 09:10 zazen, 10:00 kinhin, 10:10 zazen, 11:00 kinhin, 11:10 zazen, 12:00 lunch, 13:10 zazen, 14:00 kinhin, 14:10 zazen, 15:00 kinhin, 15:10 zazen, 16:00 kinhin, 16:10 zazen, 17:00 kinhin, 17:10 zazen, 18:00 diner, 19:10 zazen, 20:00 kinhin, 20:10 zazen, 21:00 dagsluiting.

Dag 8

03:40 Opstaan, 04:10 zazen, 05:00 kinhin, 05:10 zazen, 06:00 ontbijt, 07:10 zazen, 08:00 kinhin, 08:10 zazen, 09:00 kinhin, 09:10 zazen, 10:00 kinhin, 10:10 zazen, 11:00 kinhin, 11:10 zazen, 12:00 lunch, 13:10 zazen, 14:00 kinhin, 14:10 zazen, 15:00 kinhin, 15:10 zazen, 16:00 kinhin, 16:10 zazen, 17:00 kinhin, 17:10 zazen, 18:00 diner, 19:10 zazen, 20:00 kinhin, 20:10 zazen, 21:00 thee, 21:20 zazen, 22:00 kinhin, 22:10 zazen, 23:00 kinhin, 23:10 zazen, 24:00 liturgische dienst.

Dag 9

09:00 ontbijt, 10:00 schoonmaken.

Groep van identieke mediterende monniken op de rug gezien.
^ Zen uit alle macht.

316. Dood de sangha

Van uniformering, zelfkastijding en concentratiekramp.

Leerling: Waarheen leidt de boeddhistische weg?

Meester: Naar een kamp met gelijkgestemden.

Leerling: Wat staat er boven de toegangspoort?

Meester: Arbeit macht frei.

317. Wat is kinhin? Luchten

Zoek de verschillen.

Meester Zero zegt:

In je cel mag je je vrij bewegen maar je mag er niet uit. Behalve op aangeven van de bewaarder, om met zijn allen rondjes te lopen. Dat heet luchten. Even je benen strekken en dan weer gauw naar je cel.

Op je zafu mag je je niet bewegen en je mag er niet af. Behalve op aangeven van de meester, om met zijn allen rondjes te lopen. Dat heet kinhin. Even je benen strekken en dan weer gauw naar je kussen.

Kerker met gevangenen in monnikspij die rondjes lopen, vrij naar Gustave Doré.
^ Kinhin geeft lucht.

318. Zen is zittenblijven tot je overgaat

Opstekers voor trage leerlingen.

Als je hem vraagt wat zen is, zegt Meester Makkie:

Zen is zitten tot je opstaat.

Hij zegt ook weleens:

Zen is opzitten tot je dwarsligt.

En:

Zen is zittenblijven tot je overgaat.

Of:

Zen is niet vastzitten, dus ook niet op je kussen.

Wat Meester Makkie zelf het liefste doet?

Gewoon lekker zitten.

Dat doet hem altijd goed.

Weet jij nog hoe dat moet?

319. Mediteren is doortrekken

Meester Zero zegt:

Mediteren is doortrekken.

Even je geest doorspoelen.

Zo vaak als nodig.

Al je ideeën eruit.

Ook die over mediteren.

Zo het riool in.

Dat doe je op je gemak.

Kleine boodschap, kleine opluchting.

Grote boodschap, grote opluchting.

Hèhè.

Vrouw die in haar nakie op de wc zit te mediteren. De stortbak komt uit in haar hoofd.
^ Mediteren doe je op je gemak.

320. Kun je te veel of te weinig mediteren?

Vraaggesprek over meditatie met Meester Makkie.

'Mediteert u veel?'

'Ik hou dat niet zo bij.'

'Hoe mediteert u het liefst?'

'Zittend.'

'Hoe zit u het liefst?'

'Zoals ik op dat moment het liefst zit.'

'Op een kussentje in dubbele lotus?'

'Als dat is hoe ik op dat moment het liefst zit.'

'Hoe dan nog meer?'

'Op een stoel, op een bankje, op een kruk, op een muurtje, op een kei, op de grond, op een schommel, op de wc, op de bodem van het zwembad...'

'Hoe vaak mediteert u?'

'Iedere keer dat ik mediteer.'

'Eén keer per dag, twee keer, vaker, minder vaak?'

'Inderdaad.'

'Hoelang mediteert u achter elkaar?'

'Zolang het duurt.'

'Een minuut, een kwartier, een uur?'

'Bijvoorbeeld.'

'Wat is het verschil tussen meditatief zitten en gewoon zitten?'

'Zitten is zitten.'

'Wat doet u als u uitgezeten bent?'

'Dan sta ik op of ga ik liggen.'

'Om verder te mediteren of zomaar?'

'Ik zie het verschil niet.'

'Kon ik het maar zo.'

'Je doet al niet anders.'

'Wat is dan het verschil tussen u en mij?'

'Dat jij het nog niet doorhebt.'

'Misschien mediteer ik gewoon niet genoeg.'

'Waarom hou je dat ook bij.'

'Mediteert u veel?'

321. Vier stadia van meditatie

In welk stadium zit jij?

Meester Makkie zegt:

Meditatie kent vier stadia.

Eerst mediteer je niet omdat je niet weet wat het is.

Dan mediteer je omdat je weet wat het is.

Daarna mediteer je hoewel je niet meer weet wat het is.

Ten slotte weet je niet meer of je mediteert.

Niet iedereen doorloopt al deze stadia.

Sommigen blijven in het eerste stadium hangen.

Sommigen blijven in het tweede stadium hangen.

Sommigen blijven in het derde stadium hangen.

Meester Makkie is in het laatste stadium begonnen en erin gebleven.

In welk stadium zit jij?

322. Zen is geen half werk

Vier meevallers en vier tegenvallers.

1

Meester: Wat is zen?

Leerling: Niets meer te doen!

Meester: Of te laten.

2

Meester: Wat is zen?

Leerling: Niets meer te vragen!

Meester: Of te zeggen.

3

Meester: Wat is zen?

Leerling: Niets meer te verliezen!

Meester: Of te winnen.

4

Meester: Wat is zen?

Leerling: Absolute zekerheid!

Meester: Over absoluut niets.

323. Zen voor koks

Daar klopt iets niet.

Kok: Wat is zen ?

Meester: De kluts kwijt zijn.

Kok: Bent u de kluts kwijt?

Meester: Toch niet.

Kok: Waarom niet?

Meester: Ik heb hem nooit gehad.

324. Zen voor timmerlui

Spijkers op laag water.

Timmerman: Wat is de clou van zen?

Meester: Geen clou meer hebben.

Timmerman: Waarvan?

Meester: Ik heb geen clou.

Timmerman: Van zen?

Meester: Van wat?

325. Zen voor assuradeurs

Leven zonder garanties.

Verzekeringsagent: Wat is zen?

Meester: Niets claimen.

Agent: Zen is no-claim?

Meester: En geen verzekering.

Agent: En de premie?

Meester: Die kost je de kop.

326. Koan 20 van Het Boek van Sereniteit: niet weten is het meest nabij

De pelgrim als omloper.

Dizang: Waar ga je heen?

Fayan: Op bedevaart.

Dizang: Waar is dat goed voor?

Fayan: Dat weet ik eigenlijk niet.

Dizang: Niet weten is het meest nabij.

327. Niet spreken is het meest nabij

Eerste van zeven omtrekkende bewegingen richting zen geïnspireerd door koan 20 van Het Boek van Sereniteit.

Leerling: Waar gaat u heen?

Meester: Op bedevaart.

Leerling: Waar is dat goed voor?

Meester: Dat weet ik niet.

Leerling: Niet weten is het meest nabij.

Meester: Nabij wat?

Leerling: Eh...

Meester: Naprater.

Leerling: Had ik nou maar niets gezegd.

Meester: Zeg dat wel.

Leerling: Hoezo?

Meester: Niet spreken is het meest nabij.

328. Niet denken is het meest nabij

Tweede van zeven omtrekkende bewegingen richting zen geïnspireerd door koan 20 van Het Boek van Sereniteit.

Meester: Waar ga je heen?

Leerling: ...

Meester: Zeg dat nog eens.

Leerling: Ik zei niets.

Meester: Waarom niet?

Leerling: Niet spreken is het meest nabij.

Meester: Nabij wat?

Leerling: Hm.

Meester: Wat?

Leerling: Betrapt.

Meester: Waarop?

Leerling: Dat ik daar nog helemaal niet over heb nagedacht.

Meester: Dan is er nog hoop.

Leerling: Hoezo?

Meester: Niet denken is het meest nabij.

329. Niet hechten is het meest nabij

Derde van zeven omtrekkende bewegingen richting zen geïnspireerd door koan 20 van Het Boek van Sereniteit.

Leerling: Waar gaat u heen?

Meester: Wat maakt het uit.

Leerling: Niet denken kun je overal, wou u zeggen.

Meester: Niet denken kun je nergens, zou ik zeggen.

Leerling: Wat?

Meester: Denken moet je overal.

Leerling: Gisteren zei u nog dat niet denken het meest nabij was.

Meester: Nabij wat?

Leerling: Daar probeer ik juist niet aan te denken.

Meester: Waarom niet?

Leerling: Omdat ik aan uw woorden hecht.

Meester: Niet hechten is het meest nabij.

330. Niet doen is het meest nabij

Vierde van zeven omtrekkende bewegingen richting zen geïnspireerd door koan 20 van Het Boek van Sereniteit.

Leerling: Eerst dacht ik dat niet weten het meest nabij was.

Meester: Wist jij veel.

Leerling: Toen dacht ik dat niet spreken het meest nabij was.

Meester: Zeg dat maar eens zonder te spreken.

Leerling: Toen dacht ik dat niet denken het meest nabij was.

Meester: Leuk bedacht.

Leerling: Nu denk ik weer dat niet hechten het meest nabij is.

Meester: Behalve bij gapende wonden.

Leerling: Maar als ik dat tegen u zeg, zegt u vast weer...

Meester: Nabij wat?

Leerling: Of...

Meester: Ben jij gehecht aan onthechting?

Leerling: Of...

Meester: Een mens denkt wat af.

Leerling: Wat doe ik toch verkeerd?

Meester: Niet doen is het meest nabij.

331. Niet moeten is het meest nabij

Vijfde van zeven omtrekkende bewegingen richting zen geïnspireerd door koan 20 van Het Boek van Sereniteit.

Leerling: Waar gaat u heen?

Meester: Ga ik ergens heen?

Leerling: Wat gaat u daar doen?

Meester: Ga ik daar wat doen?

Leerling: Niet doen is het meest nabij, wou u zeggen.

Meester: Wou ik wat zeggen?

Leerling: Alles op zijn beloop laten, bedoel ik.

Meester: En dan?

Leerling: Is niet antwoorden soms het meest nabij?

Meester: Hoe kom je daar nou bij?

Leerling: Omdat u nooit antwoord geeft?

Meester: En deze antwoorden dan?

Leerling: U stelt alleen maar vragen.

Meester: Zijn vragen soms geen antwoorden?

Leerling: Is vragen soms het meest nabij?

Meester: Nabij wat?

Leerling: Wat moet ik anders?

Meester: Niet moeten is het meest nabij.

332. Alles is het meest nabij

Zesde van zeven omtrekkende bewegingen richting zen geïnspireerd door koan 20 van Het Boek van Sereniteit.

Leerling: Niet weten is het meest nabij, niet spreken is het meest nabij, niet denken is het meest nabij, niet hechten is het meest nabij, niet doen is het meest nabij, niet vragen is het meest nabij, niet moeten is het meest nabij.

Meester: Wat is de vraag?

Leerling: Wat is eigenlijk niet nabij?

Meester: Nabij wat?

Leerling: Als ik dat eens wist.

Meester: Wat dan?

Leerling: Volgens mij is alles even nabij.

Meester: Hoe kun je zoiets meten?

Leerling: Maar dan is alles ook even veraf.

Meester: Ik zou het maar vergeten.

Leerling: Dus is niets het meest nabij.

Meester: Dit mag best onzin heten.

Leerling: Sla ik de spijker op zijn kop?

Meester: Je zit erbovenop.

333. Niet lezen is het meest nabij

Laatste van zeven omtrekkende bewegingen richting zen geïnspireerd door koan 20 van Het Boek van Sereniteit.

Niet schrijven is het meest nabij.
Helaas geldt dat alleen voor mij.

Bespaar je dus mijn letterbrij.
Niet lezen is het meest nabij.

334. Een veel voorkomend misverstand over soto-zen

Leerling: Het gaat om de weg, niet om het doel!

Meester: Toch weer een doel gevonden?

335. De weg van het midden leidt weg van het midden

Uitersten mijden is nogal extreem.

Meester: Wat is de weg van het midden volgens jou?

Leerling: Het vermijden van uitersten.

Meester: Waarheen leidt de weg van het midden?

Leerling: Naar nirwana, zou ik zeggen.

Meester: Denk jij soms dat nirwana geen uitersten kent?

Leerling: Dat dacht ik altijd.

Meester: Of dat het midden geen uiterste is?

Leerling: Wat is de weg van het midden volgens u?

Meester: Dat laat ik liever in het midden.

Leerling: Waarheen leidt de weg van het midden?

Meester: Dat laat ik liever in het midden.

Leerling: Is er eigenlijk wel een weg van het midden?

Meester: Dat laat ik liever in het midden.

Leerling: Wat betekent een en ander voor mij?

Meester: Dat laat ik liever in het midden.

Leerling: Is dit nou de weg van het midden?

Meester: Dat laat ik liever in het midden.

Leerling: Weet u het niet of wilt u zich niet vastleggen?

Meester: Dat laat ik liever in het midden.

Leerling: Ik vind uw antwoorden nogal extreem.

Meester: Zo mijd ik het uiterste midden.

336. Wat is kinhin? Segway is the Way

De Grote Weg is niet moeilijk voor leeglopers.

Vijf kinhinmonniken op Segways achter elkaar.
^ Segway is the Way.

337. De zenweg is een remweg

Een kleine slipcursus.

Leerling: Ik boek helemaal geen progressie meer.

Meester: Moet je ergens heen dan?

Leerling: Bedoelt u dat ik hier moet blijven?

Meester: Ik stelde alleen maar een vraag.

Leerling: Zo gaat het nou altijd.

Meester: Altijd is nog altijd niet voorbij.

Leerling: Steeds heb ik u vertrouwd.

Meester: Dan zal dat het probleem wel zijn.

Leerling: Nooit heb ik de moed opgegeven.

Meester: Een complicerende factor.

Leerling: Maar nu kan ik niet meer.

Meester: Kijk eens aan.

Leerling: Ik geef het op.

Meester: Eindelijk progressie.

338. Zen is niet onderstellen maar ondermijnen

Vol erin, leeg eruit.

Leerling: Waarheen leidt de weg die wij moeten gaan?

Meester: Je veronderstelt dat wij hem moeten gaan.

Leerling: Waarheen leidt de weg?

Meester: Je veronderstelt dat hij ergens heen leidt.

Leerling: Wat kan u mij over de weg vertellen?

Meester: Je veronderstelt dat er een weg is.

Leerling: Wou u beweren van niet?

Meester: Je veronderstelt dat ik dat weet.

Leerling: Als iemand het weet...

Meester: Je veronderstelt dat iemand het weet.

Leerling: Wou u beweren van niet?

Meester: Je veronderstelt dat ik dat weet.

Leerling: Wat wilt u dan zeggen?

Meester: Je blijft maar veronderstellen, hè?

Leerling: Maar...

Meester: En weer.

Leerling: Dan zeg ik wel niets meer.

Meester: Weer.

Leerling: ...

Meester: Weer.

339. Wat je moet doen als je voor de poortloze poort staat

Hangen of wurgen.

Hangen

Leerling: De poortloze poort heb ik gevonden, maar wat er nu aan de andere kant zit?

Meester: Wat voor slot zit erop?

Leerling: Een hangslot.

Meester: Gewoon door het sleutelgat kijken.

Hangslot met een sleutelgat waar je niet doorheen kan kijken of kruipen.
^ Gewoon door het sleutelgat kijken.

Wurgen

Leerling: De poortloze poort heb ik gevonden, maar hoe ik nu aan de andere kant kom?

Meester: Wat voor slot zit erop?

Leerling: Een hangslot.

Meester: Gewoon door het sleutelgat kruipen.

340. Zen is nergens thuis zijn

Ook niet in thuisloosheid.

'Wat is zen volgens jou?'

'Thuisloos zijn, Hans.'

'Waarin?'

'Wie thuisloos is, is overal thuis.'*

(* Nico Tydeman, Transmissie en Transcendentie, pagina 321)

'Wie thuisloos is, is nergens thuis.'

'Hoe dat zo?'

'Anders zou hij niet thuisloos zijn.'

'Dan is hij toch thuis in thuisloosheid?'

'Dan zou hij toch weer ergens thuis zijn.'

'Hoe is het om nergens thuis te zijn?'

'Vraag maar aan iemand die nergens thuis is.'

'Waar ben jij thuis?'

'Geen idee.'

'Is dat jouw thuis of weet je het niet?'

'Geen idee.'

'Wat ik ook vraag, jij geeft niet thuis.'

'Ik geef het graag, maar niemand geeft thuis.'

341. Haiku op haiku: tussen uit en thuis

Dikke huisjesslak,
ook jij, beklim de Fuji,
maar langzaam, langzaam.

(Issa)

Arme huisjesslak,
ook jij raakt al klimmende
steeds verder van huis.

(Hans)

Arme huisjesslak,
ook op de Fuji blijf jij
aan huis gebonden.

(Hans)

Oude gebogen monnik met een tempel op zijn rug
^ Arme heilige, ook op de Fuji blijft jij een tempeldrager.

342. Waarom boeddhisme groter is dan niet-weten

Over een vracht zonder ezel en een ezel zonder vracht.

'Waarvoor staat de boeddhistische term hinayana?'

'Het kleine voertuig.'

'Wat is er klein aan?'

'Het richt zich alleen op je eigen verlossing.'

'Waarvoor staat de term mahayana?'

'Het grote voertuig.'

'Wat is er groot aan?'

'Het richt zich vooral op andermans verlossing.'

'En niet-weten?'

'Dat laat zich voor niemands karretje spannen.'

'Waarom niet?'

'Omdat het geen voertuig is.'

'Aha.'

'En het probeert niemand voor zijn karretje te spannen.'

'Waarom niet?'

'Omdat het nergens heen hoeft.'

'Wat is groter, boeddhisme of niet-weten?'

'Boeddhisme natuurlijk.'

'Waarom?'

'Op niet-weten staat geen maat.'

343. Klein abc van de Grote Weg van Sengtsan

Deconstructie van de Hsin Hsin Ming.

De Grote Weg; verzen over de geest van vertrouwen (Hsin Hsin Ming, Xin Xin Ming; Shinjinmei; Shinjin no mei) is een compacte uitdrukking van het mahayanaboeddhisme.

Net als in de Vimalakirtisoetra (zie het Witboek Advaita) ligt het accent van de Hsin Hsin Ming op non-dualiteit.

De tekst bestaat uit 73 zinnen van 8 tekens elk en wordt toegeschreven aan de derde zenpatriarch, Sengtsan (Sosan Zenji), overleden in het jaar 606.

Omdat de 73 zinnen zo op elkaar lijken heb ik er 26 geselecteerd die volgens mij representatief zijn voor de gedachten van Sengtsan. En omdat de beschikbare Engelse en Nederlandse vertalingen een beetje krom zijn, heb ik ze hertaald in eenvoudig Nederlands.

Van die 26 zinnen heb ik dialoogjes gemaakt, gelabeld van A tot Z, tussen Sengtsan, die uiteraard zijn eigen ideeën vertolkt, en ik, zei de gek, die er een agnostische draai aan geef. Hier komen ze.

A

Sengtsan: De Grote Weg is niet moeilijk voor wie geen voorkeur heeft.

Hans: De Grote Weg is niet moeilijk voor wie hem kwijt is.

Asfaltweg in de vorm van twee geschakelde vraagtekens.
^ De Grote Weg is niet moeilijk voor wie hem kwijt is.

B

Sengtsan: Maak je ook maar het kleinste onderscheid, dan splijten hemel en aarde uiteen.

Hans: Vermijd je ieder onderscheid, dan splijten hemel en aarde uiteen.

C

Sengtsan: Wil je de waarheid zien, wees dan niet voor of tegen.

Hans: Wil je de waarheid voorbij, blijf dan niet hangen in neutraliteit.

D

Sengtsan: Nadenken over wat je bevalt en wat niet, is een geestesziekte.

Hans: Ziekte is een woord voor wat je niet bevalt.

E

Sengtsan: De Grote Weg is een onmetelijke ruimte waarbinnen niets ontbreekt en niets overbodig is.

Hans: Gemis en overbodigheid maken deel uit van de Grote Weg.

F

Sengtsan: Omdat we steeds het een aanvaarden en het ander afwijzen, zien wij de ware aard van de dingen niet.

Hans: Zolang wij denken in termen van waar en vals, zullen wij het een aanvaarden en het ander afwijzen.

G

Sengtsan: Raak niet verstrikt in uiterlijk zaken of in een innerlijk gevoel van leegte.

Hans: Raak niet verstrikt in het mijden van uiterlijke of innerlijke zaken.

H

Sengtsan: Verblijf onaangedaan in de eenheid van de dingen en je onjuiste denkbeelden verdwijnen vanzelf.

Hans: De Grote Weg is niet moeilijk voor wie geen onderscheid maakt tussen juiste en onjuiste denkbeelden.

I

Sengtsan: Zolang je neigt tot dit of dat, zul je nooit eenheid kennen.

Hans: Zolang je tot eenheid neigt, zul je blijven tellen.

J

Sengtsan: Hoe meer je erover denkt, hoe verder je afdwaalt van de waarheid.

Hans: Tot je erover nadenkt blijf je onderscheid maken tussen waar en onwaar.

K

Sengtsan: Houd op met denken en je zal alles begrijpen.

Hans: Houd op met begrijpen en je mag alles denken.

L

Sengtsan: De Grote Weg kan niet onder woorden worden gebracht, want zij kent geen gisteren, geen morgen, geen vandaag.

Hans: De Grote Weg kan niet zonder woorden worden gebracht, want zij kent ook gisteren, morgen, vandaag.

M

Sengtsan: Terugkeren naar de kern is de werkelijkheid ontdekken; schijn najagen is de bron over het hoofd zien.

Hans: De Grote Weg is niet moeilijk voor wie geen onderscheid maakt tussen werkelijkheid en schijn.

N

Sengtsan: Zoek niet naar de waarheid; houd er alleen mee op vaststaande meningen te koesteren.

Hans: Koester geen mening over vaststaande meningen en hou op over de waarheid.

O

Sengtsan: Laat het dualisme achter je; ga alles uit de weg wat daartoe leidt.

Hans: Laat ook het non-dualisme achter je en je hoeft niets meer uit de weg te gaan.

P

Sengtsan: Het geringste spoor van goed en slecht brengt je onherroepelijk in verwarring.

Hans: Goed en slecht zijn goed noch slecht; verwarring is het meest nabij.

Q

Sengtsan: Zie de onderlinge afhankelijkheid tussen subject en object; zie het één zijn van de leegte.

Hans: Zie de leegte van afhankelijkheid, eenheid en leegte.

R

Sengtsan: Maak geen onderscheid tussen grof en fijn en je blijft onbevooroordeeld.

Hans: De Grote Weg is niet moeilijk voor wie geen onderscheid maakt tussen bevooroordeeld en onbevooroordeeld.

S

Sengtsan: Laat de dingen gewoon zoals ze zijn en er zal komen noch gaan meer bestaan.

Hans: Laat de dingen gewoon komen, zijn en gaan.

T

Sengtsan: Zolang je gedachten aan banden zijn gelegd, blijft de waarheid verborgen.

Hans: Laat je niet aan banden leggen door gedachten aan een verborgen waarheid.

U

Sengtsan: De wijze streeft niets na, de dwaas slaat zichzelf in de boeien.

Hans: De wijze kijkt geboeid naar zijn boeien en streeft geen vrijheid na.

V

Sengtsan: Wees zelfs niet aan het ene gehecht, al is die de bron van alle tegenstellingen.

Hans: Wees zelfs niet gehecht aan onthechting van tegenstellingen of het ene.

W

Sengtsan: Tegenstellingen zijn denkbeeldige bloemen: het is dwaasheid ze te willen plukken.

Hans: Eenheid is een denkbeeldige bloem: het is dwaasheid haar te willen plukken.

X

Sengtsan: In de wereld van het pure zijn tellen je gedachten, gevoelens, kennis en verbeelding niet meer.

Hans: De wereld van het pure zijn bestaat alleen in je gedachten, gevoelens, kennis en verbeelding.

Y

Sengtsan: Verspil geen tijd aan twijfels en redeneringen.

Hans: Verspil geen tijd aan zekerheden en waarheden.

Z

Sengtsan: Alle dingen zijn gelijk; leef er middenin, zonder kieskeurig te zijn.

Hans: De Grote Weg is niet moeilijk voor wie berust in kieskeurigheid en afzijdigheid.

Klein abc van de Grote Weg van Niet-Weten

Als je de zinnen van Sengtsan onder elkaar zet, heb je een verkorte versie van de oorspronkelijke tekst, vandaar de titel van dit stuk: Klein abc van de Grote Weg van Sengtsan.

Zet je mijn reacties op Sengtsan onder elkaar, dan heb je een alternatieve versie van het Klein abc van de Grote Weg van Sengtsan, laten we hem Klein abc van de Grote Weg van Niet-Weten noemen.

De Grote Weg van Niet-Weten is natuurlijk geen verbeterde versie van de Grote Weg van Sengtsan, maar een deconstructie ervan. Een deconstructie die zelf ook weer om deconstructie vraagt.

Niet-weten is namelijk geen denkresultaat, maar een denkbeweging uit het vorige denkresultaat.

De Grote Weg van Niet-Weten leidt weg van iedere weg, ook die van Sengtsan, ook die van niet-weten.

Een lege geest levert het ook niet op, alleen een doorgaande ontlediging van een levendige geest.

Windend als een luchtballon van horizon naar horizon – nooit is mijn weg zo groot geweest.

344. Wat is kinhin? De geest van vertrouwen

De Grote Weg is niet moeilijk in de geest van vertrouwen.

Kinhinmonniken die op het punt staan een ravijn in te lopen.
^ De geest van vertrouwen.

345. Zen is geen weg naar geen idee

Zenweg, weg zen.

Leerling: Wat is zen?

Meester: Een weg.

Leerling: Waarheen?

Meester: Geen idee.

Leerling: Hebt u geen idee waarheen de zenweg leidt of leidt de zenweg naar geen-idee?

Meester: 't Idee.

346. Haiku op haiku: tussen licht en duister

Toen 't elektrisch licht
uitviel, zag ik plotseling
de sterrenhemel.

(anoniem)

Toen de sterrenhemel
uitviel, zag ik eindelijk
heel de duisternis.

(Hans)

347. Haiku op haiku: tussen werkelijkheid en waan

Wat ook geleerden
over haar vertellen, 't blijft
onze mooie maan.

(anoniem)

Wat al die wijzen
ons ook op de mouw spelden,
't blijft een raar bestaan.

(Hans)

348. Haiku op haiku: tussen mens en vogelverschrikker

Wanneer de maan schijnt
och, lijken zij op mensen,
vogelverschrikkers.

(Shiki)

Ja, zelfs bij daglicht
lijken de mensen op ons
vogelverschrikkers.

(Hans)

Maan met strohoed.
^ In volle glorie / ben ik de allergrootste / mensenverschrikker.

349. Malamolens voor leraren – vier ijdele meditaties

Laat de waan maar aan de mensen, laat de maan maar aan de schijn.

Aanbevolen herhalingen per meditatie: 108 of een veelvoud daarvan.

Gebruik zo nodig een mala of rozenkrans om de tel bij de houden.

Je kan de woorden denken, prevelen, fluisteren, chanten of declameren.

Uitschreeuwen mag ook, maar denk om de buren.

Gevorderden laten de woorden weg en raken de tel kwijt.

Eerste meditatie: willen

Laat de waan niet aan de mensen,

laat de maan niet aan de schijn,

laat ze willen zonder willen,

laat ze worden wat ze zijn,

dus

laat de waan maar aan de mensen,

laat de maan maar aan de schijn,

laat ze willen wat ze willen,

laat ze wezen wat ze zijn,

dus

Herhaal

Tweede meditatie: hebben

Laat de waan niet aan de mensen,

laat de maan niet aan de schijn,

laat ze hebben zonder hebben,

laat ze worden wat ze zijn,

dus,

laat de waan maar aan de mensen,

laat de maan maar aan de schijn,

laat ze hebben wat ze hebben,

laat ze wezen wat ze zijn,

dus,

Herhaal

Derde meditatie: denken

Laat de waan niet aan de mensen,

laat de maan niet aan de schijn,

laat ze denken zonder denken,

laat ze worden wat ze zijn,

dus,

laat de waan maar aan de mensen,

laat de maan maar aan de schijn,

laat ze denken wat ze denken,

laat ze wezen wat ze zijn,

dus,

Herhaal

Vierde meditatie: weten

Laat de waan niet aan de mensen,

laat de maan niet aan de schijn,

laat ze weten zonder weten,

laat ze worden wat ze zijn,

dus,

laat de waan maar aan de mensen,

laat de maan maar aan de schijn,

laat ze weten wat ze weten,

laat ze wezen wat ze zijn,

dus,

Herhaal

Maan met het gezicht van de Lachende Boeddha.
^ Laat de waan niet aan de mensen, laat de maan maar aan de schijn.

350. Zen is redekundig ontleden

Dertien tips van en voor taalgeleerden

Toen een professor Nederlands hem eens vroeg wat zen is, riep Meester Zuetsu:

Geen onderwerp zijn!

Geen lijdend voorwerp zijn!

Geen gezegde zijn!

Geen onderwerp van gezegden zijn!

Geen gezegde van onderwerpen zijn!

Zin zonder onderwerp of gezegde zijn!

Onderwerp of gezegde zonder zin zijn!

Zin zonder zin zijn!

Iedere zin zijn!

Niet onderwerpen!

Niet onderworpen zijn!

Niets zeggen!

Niets ongezegd laten!

351. Hoe effectief zijn methoden om tot niet-weten te komen?

Over het nut van zelfonderzoek, autolyse, het werk, cognitieve therapie, zen, vipassana en konmari.

Klaas: Aparte site, Hans, maar waar jij nou voor staat?

Hans: Goed samengevat.

Klaas: Voor niet-weten toch?

Hans: Mij niet gezien.

Klaas: Pardon?

Hans: Wie weet er nou niets.

Klaas: Wat ik eigenlijk wil weten: kun je oefenen in niet-weten? Kun je het niet-weten beoefenen?

Hans: Niet-weten is de afwezigheid van hardgebakken kennis. Hoe kun je nou oefenen in de afwezigheid van iets wat er nog is? En als het eenmaal weg is, waarom zou je dan nog oefenen?

Klaas: Hoe kom je er anders vanaf?

Hans: Wie zegt dat je er vanaf kan komen?

Klaas: Je moet toch ergens van uitgaan.

Hans: Hoezo?

Klaas: Anders kan je wel ophouden.

Hans: Niet-weten is nergens van uitgaan. Ook hiervan niet. Overal mee ophouden. Ook met niet-weten. Ook met ophouden.

Klaas: Valt er dan helemaal niets te doen of te laten?

Hans: Als je al iets kan, dan is het je hardgebakken kennis kritisch onderzoeken. Al je woorden, al je waarden. Maar hoe krijg je jezelf zo gek? Waarom zou je twijfelen aan je projecties zolang je ze voor werkelijk houdt? Waarom zou je onderzoeken wat voor jou vanzelf spreekt? Is 'projectie' zelf geen projectie, wat heet 'werkelijk'?

Klaas: Jij denkt niet dat het kan.

Hans: Byron Katie denkt dat het kan, haar methode heet het werk.

Jed McKenna denkt dat het kan, zijn methode heet autolyse.

Psychotherapeuten denken dat het kan, hun methode heet cognitieve therapie.

Filosofen denken dat het kan, hun methode heet deconstructie.

Zenboeddhisten denken dat het kan, hun methode heet meditatie.

'Only don't know', zei Seung-Sahn, en die kon het weten.

'Geloof niets', zei Linji, en hij geloofde het nog ook.

Jan Bor heeft naar eigen zeggen zo'n dertig jaar op dezelfde koan zitten broeden.* Kan je nagaan hoe effectief dat is.

* Wat was je ware gezicht voor je ouders geboren werden?

Ik ken iemand die al zo'n dertig jaar shikantaza beoefent – alleen maar zitten. Kan je nagaan hoe effectief dat is.

Ik ken iemand die al zo'n dertig vipassanaretraites achter de rug heeft – alleen maar toekijken. Kan je nagaan hoe effectief dat is.

Volgens de laatste mode moeten we boekjes van Mari Konmari kopen en alles wegdoen, behalve de boekjes van Mari Konmari. Een leeg huis voor een lege geest, en een volle beurs voor Madam Mari op de koop toe.

Klaas: Is niet-weten een methode, een houding, een filosofie, een vorm van mystiek, een hogere bewustzijnstoestand, een vorm van meditatie?

Hans: Niet-weten is voor iedereen wat anders. Voor mij is het de zelfbewustwording van mijn denken. Eindelijk, na bijna een halve eeuw, kreeg het oog voor zijn blinde vlek. Ineens, vraag me niet waarom, zag het zichzelf en sindsdien kan het zichzelf nooit meer niet zien.

Klaas: Hoe hou je het vol.

Hans: Ik doe er niets voor.

Klaas: Het klinkt toch als een soort mindfulness.

Hans: Er is niets geforceerds aan.

Klaas: Jij laat het zijn gang gaan.

Hans: Er is geen het.

Klaas: Het denken, hebben we het toch over?

Hans: Alleen maar bij wijze van spreken.

352. Wat is kinhin? Ezels

Drie kinhinmonnik achterstevoren op een ezel.
^ De Grote Weg is niet moeilijk voor vier ezels.

353. Wat is wijsheid? Jan Bor en het mom van niet-weten

De zoete koek van een beroepsdenker.

Erna: Ken jij het gedicht 'Ik. Wie?' van...

Hans: Wie? Ik?

Erna: Nee, 'Ik. Wie?' Daarmee begint het boekje Wat is wijsheid? van filosoof en zenboeddhist Jan Bor.

Hans: Ik had liever gezien dat het ermee eindigde.

Erna: Maar dat doet het niet. Het eindigt met de volgende woorden:

"Wat is dus wijsheid? Tja, ik weet het natuurlijk ook niet, maar besef inmiddels wel dat juist daarin de toegang tot dit mysterie ligt, in het weten dat je het niet weet (zoals je ook niet weet wie je in de grond bent). Wat in ieder geval helpt is om jezelf niet zo serieus te nemen, niet te denken dat jij de waarheid in pacht hebt, wel je eigen toevluchtsoord te zijn (zoals de Boeddha zei) en dus niets voor zoete koek te slikken; om je niets aan te trekken van de meningen van anderen (zoals een Engelse vriend ooit in het grijze verleden zei en lang voor hem Seneca), maar die anderen – los van hun oordelen – wel lief te hebben en zo nodig de helpende hand te bieden; om vooral ook zelf niet te oordelen opdat je zelf niet geoordeeld wordt (zei Jezus), en niet aan anderen op te leggen wat je zelf niet wilt (zei Confucius al); om geen doelen in de verre toekomst te stellen en zo voorbij te gaan aan het levende nu, niet je hele leven van a tot z willen controleren, je oogkleppen af te doen, en je open te stellen voor het wonder van alles en iedereen."

Hans: Voor iemand die adviseert om je niets aan te trekken van de meningen van anderen, haalt hij wel erg veel meningen van anderen aan.

Erna: Nou je het zegt.

Hans: En dat je je niets aan moet trekken van de meningen van anderen is ook maar een mening.

Erna: Een metamening.

Hans: Niet voor zoete koek slikken dus, om het met Jan te zeggen, die het weer van Sint Nicolaas heeft, maar ja, of we dat dan wél voor zoete koek moeten slikken?

Erna: Je geeft hem wel erg weinig speelruimte.

Hans: Had hij het nou maar bij die eerste zin gelaten.

Erna: 'Wat is dus wijsheid?'

Hans: Of bij de tweede desnoods.

Erna: 'Tja, ik weet het natuurlijk ook niet, maar...'

Hans: Altijd weer die maar. Weet hij het nou wel of weet hij het nou niet?

Erna: Hij zegt van niet.

Hans: Maar beseft 'inmiddels wel dat juist daarin de toegang tot dit mysterie ligt, in het weten dat je het niet weet.'

Erna: En?

Hans: Weten dat je het niet weet, is weten, geen niet weten.

Erna: Per definitie.

Hans: Dat geldt ook voor de gedachte dat het leven een mysterie is.

Erna: Daar zijn we het allemaal onderhand wel over eens, dacht ik. Wat zou het leven anders kunnen zijn?

Hans: Ja, wat niet. Een feit, een illusie, een schepping van een of meer goden, een giller, een oefening in zinloosheid, een oefening in zingeving, een strijd om te overleven, een spel, een hel, een paradijs, een queeste om je ware aard te realiseren, een queeste om je daarvan te bevrijden, een queeste om een eind te maken aan je queeste, een gedachte nu, een woord zonder tegenhanger in de werkelijkheid, dit alles tegelijk, niets van dit alles of wat dan ook.

Erna: Het leven alleen maar zien als een mysterie is best beperkt, wou je zeggen.

Hans: En dat je door niet-weten 'toegang tot dit mysterie' krijgt, is wéér weten, geen niet-weten.

Erna: Wat vind je van zijn advies om jezelf niet zo serieus te nemen, kan dat wel door de beugel?

Hans: Ik heb geen beugel. Maar het is opnieuw weten, geen niet-weten. Net als de onuitgesproken aanname dat je zelf kan bepalen hoe serieus je jezelf neemt. En ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat Bor zichzelf behoorlijk serieus neemt.

Erna: En zijn advies om je eigen toevluchtsoord te zijn?

Hans: Daarmee zoekt hij toevlucht in een oud boeddhistisch cliché waaraan geen boeddhist zich ooit gehouden heeft, anders was hij geen boeddhist geworden. Zoals Jan ook toevlucht zoekt in de woorden van Seneca, waarvan bekend is dat die zich niet eens aan zijn eigen raadgevingen kon houden. En in de woorden van Jezus, die ervoor is opgehangen, in de woorden van Confucius (wat zegt een naam) en noem maar op.

Het zal beroepsdeformatie zijn, filosofen citeren zich suf in de hoop zelf geciteerd te worden, denk ik weleens. Wat ook de reden mag zijn, Jan geeft graag adviezen, meestal van anderen, en hij volgt graag adviezen, meestal van anderen, allemaal onder het mom van niet-weten.

Erna: Wat vind je van zijn advies om mensen lief te hebben?

Hans: Kan jij dat, mensen zomaar lief hebben? Ik niet, mijn gevoelens laten zich niet dwingen. Ik kan even doen alsof, maar dat hou ik niet vol.

Erna: En van zijn advies om mensen zo nodig de helpende hand te bieden?

Hans: Als je iedereen helpt die hulp nodig heeft kom je nergens anders meer aan toe. Verder maakt hulp algauw hulpbehoevend. Ach, het klinkt zo naïef allemaal, zo grootmoederlijk, zo christelijk.

Erna: En het advies om niet te oordelen opdat je zelf niet geoordeeld wordt?

Hans: Over naïef gesproken. Denkt hij nou echt dat je op die manier kunt voorkomen dat je geoordeeld wordt?

Erna: En het advies om anderen niets op te leggen wat je zelf niet wil?

Hans: Ook al zo'n oudtestamentisch idee. 'Wat gij niet wil dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet.' Alsof je anderen wel mag opleggen wat je zelf wil. Daar moet je toch niet aan denken.

Erna: Misschien moeten we anderen niets opleggen wat zij niet willen.

Hans: We zetten anderen en onszelf van voor onze geboorte tot na onze dood dag en nacht op duizend verschillende manieren onder druk, alle tegeltjeswijsheden ten spijt. Ik ook, jij ook, Jan net zo goed.

Erna: En zijn advies om geen doelen in de verre toekomst te stellen die voorbij gaan aan het levende nu – daar kun je toch geen bezwaar tegen hebben?

Hans: Doelen in de verre toekomst stellen maakt deel uit van het levende nu, zoals het verre nu eens deel zal uitmaken van de levende toekomst.

Erna: Zo kan je het ook bekijken.

Hans: Dromen dat je nooit meer doelen in de verre toekomst zult stellen en zo nooit meer voorbij zult gaan aan het levende nu, opnieuw een doel stellen voor de verre toekomst en voorbijgaan aan het levende nu.

Erna: En Jan's advies om niet je hele leven van a tot z te willen controleren?

Hans: Is een poging controle te krijgen over het verlangen je leven van a tot z te controleren.

Erna: En het advies om je oogkleppen af te doen en je open te stellen voor het wonder van alles en iedereen?

Hans: Oogkleppen en geslotenheid maken deel uit van het wonder. Alles en iedereen tot een wonder reduceren is jezelf afsluiten voor andere zienswijzen op alles en iedereen, maar daar hebben we het al over gehad.

Erna: Jan vervolgt,

"Wijs is om ervan doordrongen te zijn dat je het inderdaad niet weet en het niet kan weten. (De goeroes van de nieuwe spiritualiteit die allemaal zeggen het wel te weten, zijn dus allemaal on-wijs)."

Hans: Zo maakt de oude dwaas van zichzelf een nieuwe wijze. En veroordeelt in één moeite door de goeroes van de nieuwe spiritualiteit. Opdat hij zelf niet geoordeeld wordt, haha.

Erna: En tenslotte,

"Het is steeds weer terugkeren tot dit niet-weten. Uiteindelijk is het iets van het hart. Het is daarmee van een andere orde dan weten en de ontkenning ervan, botte onwetendheid. Het ontspringt aan een andere bron, een die onkenbaar is, in duisternis gehuld. De Laozi zegt daarover... 'Dit (oorspronkelijk) eenzijn heet: het duistere. In het duistere van dat duistere schuilt de poort tot de massa mysteriën.' Of in een andere mooie vertaling van dit slot van het eerste hoofdstuk van de Laozi (in de vertaling van Jan De Meyer): 'Die gezamenlijke bron duiden we aan als het mysterie, het nog mysterieuzere dan het mysterie, de poort van alle subtiliteiten'."

Hans: Nog meer meningen en citaten onder het mom van niet weten.

Erna: Zelfs hierin kun je je niet vinden?

Hans: Voor mij is niet-weten een denken dat zichzelf doorziet, meer niet.

Erna: Niet-weten is geen intuïtieve kenwijze van een onkenbare bron?

Hans: Ik ken geen onkenbare bron en geen intuïtieve kenwijzen ervan, dus daar kan ik niet over meepraten. Ik ken niet-weten alleen als niet weten. Je weet wel, dat je het niet weet. Een goed gekozen term, als je het zo bekijkt. Voor een intuïtieve kenwijze is 'niet-weten' juist een slecht gekozen term die alleen maar verwarring kan wekken.

Erna: En ik maar denken dat dit jou wel aan zou spreken.

Hans: Niet-weten is geen ontologie of kosmologie.

Erna: Is er nog iets wat je tegen Jan zou willen zeggen?

Hans: Ja, doei.

Erna: Is dat alles?

Hans: De groeten van het mysterie.

Erna: En dat voor iemand die een hele Agnosereeks uit de grond heeft gestampt.

Hans: Er zijn veel woorden nodig om ze uit te hollen.

Erna: Mooi gezegd.

Hans: Als je het maar geen wijsheid gaat noemen.

Erna: Wat is wijsheid?

354. Vier pijnlijke waarheden over het edele achtvoudige pad

Kan jij ze aanhoren?

Meester Zuetsu zegt:

Hoor je dat een mens geloften aflegt, geloof het gerust. Hoor je dat een mens zich eraan houdt, geloof het niet.

Hoor je dat een boeddha mensen heeft gedood, geloof het gerust. Hoor je dat een mens de Boeddha heeft gedood, geloof het niet.

Hoor je dat een dwaas wijsheid zoekt, geloof het gerust. Hoor je dat een wijze dwaasheid heeft gevonden, geloof het niet.

Hoor je dat niet-weten zich tot een mens heeft gewend, geloof het gerust. Hoor je dat een mens zich tot niet-weten heeft gewend, geloof het niet.

355. Wat is kinhin? Denkers

Kinhinmonniken die een cirkelvormige loopgraaf hebben uitgesleten; alleen hun bovenlijf komt nog boven de grond uit.
^ Diepgang in het boeddhisme.

356. Haiku op haiku: tussen roependen en geroepenen

Een tempelbel roept.
Ook een watervogel roept.
De nacht wordt donker.

(Issa)

Daar niemand ons roept
beroepen wij onszelf op
roeping en beroep.

(Hans)

357. De wijsheid van de strontvlieg

Hoeveel facetten heeft jouw wijsheidsoog?

Beste Hans,

Jij noemt je dwaalgesprekken ergens 'polderkoans', maar voor mij missen ze de filosofische diepgang en literaire kwaliteit van de originele Chinese gong-an. Erg hartelijk en ingeleefd zijn ze ook niet.

Beste Musho,

Je kan van de originele Chinese koans veel zeggen, maar niet dat ze hartelijk en ingeleefd zijn. Er wordt gemept, gehakt, geschreeuwd, gescholden. Ook van filosofische diepgang en literaire kwaliteit is geen sprake, of ik moet er blind voor zijn.

Koans zijn kanonnen om je wakker te knallen, geen wiegeliedjes om je in slaap te sussen. Werp maar eens een blik op de koans van de Linji Lu of de Poortloze Poort en kijk of jouw kwalificaties daarop van toepassing zijn.

Met de term 'polderkoan' wilde ik aangeven dat mijn dialogen eerder geïnspireerd zijn door het lage westen dan door het verre oosten. Mijn protagonisten heten geen Bodhidharma, eten geen umeboshi's en zijn niet gebiologeerd door de boeddhanatuur van de hond.

Wel ben ik het me je eens dat mijn teksten oppervlakkig zijn. Net zo plat als mijn denken, dat geen hoogten of diepten meer kent. Nóg een reden om de polder als metafoor te kiezen.

Musho: Zen is wijsheid. Van jou word je geen steek wijzer.

Hans: De meeste mensen zien de wereld door een koker. Wat in hun blik valt noemen ze wijsheid, wat erbuiten valt dwaasheid.

Gezegend zijn de schelen, zij zien alles van twee kanten. Zelf zie ik alles van alle kanten, daar komt geen eind aan. Een spiritueel atavisme: de spontane terugkeer naar het facetoog – een van de tweeëndertig waarmerken van boeddha's en strontvliegen. Dus wat ben ik nou?

Voor mij geen fundamentele vragen of antwoorden meer. Niet-weten is van je voetstuk vallen. Eenpuntig aan je stoelpoten zagen tot je erdoorheen zakt en voorgoed op je gat zit en wat daaruit komt. Zonder het meteen weer meditatie, je natuurlijke staat, je ware aard of keuzeloos gewaar zijn te noemen.

Literaire, spirituele of religieuze talenten, ambities of pretenties heb ik niet en nooit gehad. Dwaalteksten moeten gewoon hun werk doen: een indruk geven van een ontregeld, ontregelend denken dat zichzelf bij de staart heeft. En dat doen ze – maar alleen als je er oog voor hebt.

Lachende boeddha met facetogen.
^ Het facetoog: een van de tweeëndertig waarmerken van boeddha's en strontvliegen.

358. Zen is nergens halt houden

De via negativa naar zen.

Meester Zuetsu zegt:

Zen is geen klooster, geen tempel, geen zendo, geen tuin, geen enso, geen wierook, geen boeddhabeeld, geen boeddha, geen dharma, geen sangha, geen hokei, geen ceremonie, geen ritueel, geen trommel, geen bel, geen rakusu, geen kesa, geen fundoshi, geen zafu, geen oryoki, geen dieet, geen teisho, geen zazen, geen shikantaza, geen kinhin, geen sesshin, geen kyosaku, geen samu, geen gelofte, geen jukai, geen koanstudie, geen dokusan, geen recitatie, geen soetra, geen shastra, geen mantra, geen mala, geen vlot, geen upaya, geen therapie, geen panacee, geen meditatie, geen concentratie, geen mindfulness, geen weg, geen doel.

Zen is geen hoogste werkelijkheid, geen diepste grond, geen grondeloosheid, geen kosmisch principe, geen grenzeloos bewustzijn, geen kennendheid, geen non-dualiteit, geen keuzeloos gewaar zijn, geen goddelijke natuur, geen boeddhanatuur, geen ware aard, geen oorspronkelijk gezicht, geen essentie, geen vorm, geen vormeloosheid, geen vorm-in-leegte, geen leegte, geen gewone geest, geen oorspronkelijke geest, geen lege geest, geen grote geest, geen algeest, geen niet-geest, geen zelf, geen niet-zelf.

Zen is geen wijsheid, geen wijsheid zonder wijsheid, geen wijsheid voorbij alle wijsheid, geen eeuwige wijsheid, geen dwaze wijsheid, geen wijze dwaasheid, geen dwaasheid, geen bevrijdend inzicht, geen inzicht zonder kennis, geen kennis zonder leraar, geen waarheid zonder woorden, geen waarheid voorbij de woorden, geen weten, geen niet-weten, geen lege leer.

Zen is geen liefdevolle vriendelijkheid, geen onbegrensd mededogen, geen medevreugde, geen gelijkmoedigheid, geen innerlijke vrede, geen gelukzaligheid, geen verwondering, geen openheid, geen naaktheid, geen eenvoud, geen spontaniteit, geen doen, geen niet-doen.

Zen is geen transcendentie, geen samadhi, geen kensho, geen daikensho, geen satori, geen daigo, geen piekervaring, geen eenheidservaring, geen eenwording, geen eenheid enzovoort et cetera.

Dit was de via negativa van zen.

De weg naar zen die wegloopt van zen.

De weg weg van zen telt vele haltes.

Je moet ze allemaal voorbij gaan.

Voorbij, voorbij, voorgoed voorbij, helemaal voorbij.

Weg zen.

359. Haiku op haiku: tussen waarnemen en waargeven

Ruisende regen.
In 't duister van ons rijtuig
uw zacht fluisteren.

(Buson)

Een zacht fluisteren.
In 't duister van het rijtuig
denk ik u erbij.

(Hans)

Ruisen als van regen.
Een ratelen en schudden
als in een rijtuig.

(Hans)

360. Juist spreken is onzinnig gepraat

Nederchinees tweegesprek tussen chanmeesters Foe Tsie en Boei'en.

Foe Tsie: Wat is juist spleken?

Boei'en: Spleken dat geen ondelscheid maakt tussen juist en onjuist.

Foe Tsie: Wat is spleken dat wel ondelscheid maakt tussen juist en onjuist?

Boei'en: Onzinnig geplaat.

Foe Tsie: Wat is onzinnig geplaat?

Boei'en: Geplaat dat ondelscheid maakt tussen zinnig en onzinnig.

Foe Tsie: Wat is geplaat dat geen ondelscheid maakt tussen zinnig en onzinnig?

Boei'en: Juist spleken.

De vergeten dynastie

Chanmeesters Foe Tsie en Boei'en behoren samen met meesters Zero en Zuetsu en meesteres Oei! tot de Vergeten Dynastie – de zesde van vijf chanhuizen en de enige school die niet te boek staat als school of boek.

In werkelijkheid zijn de leden van de Vergeten Dynastie niet vergeten maar als archetype bewust ondergedoken in het Collectief Onbewuste, diep onder het Mentale Massief, door Cao Yung, de veertiende Chinese reïncarnatie van Karl Jung, zo treffend omschreven als Limbo für Narren ohne Ausweiss während oben die Weisheit weiter wuchert.

('Onderwereld voor poortloze dwazen terwijl bovenwerelds de wijsheid voortwoekert.')

361. Zen is geen begrip

Meestal duurt het een tijdje voor je dat niet begrijpt.

Leerling: Wat is zen?

Meester: Tja.

Leerling: Volgens mij hebt u er niets van begrepen.

Meester: Jij wel?

Leerling: Toevallig wel, ja.

Meester: Dan zal dat het probleem wel zijn.

362. Woorden voorbij de stilte

Twee onverbeterlijke kletskousen.

Meester: Wat ben je stil.

Leerling: Ik heb niets meer te zeggen.

Meester: Toch weer iets te zeggen gevonden?

Jaren later

Meester: Wat ben je stil.

Leerling: Ik heb niets meer te zeggen, en dat ook niet.

Meester: Toch weer iets te zeggen gevonden?

Jaren later

Meester: Wat ben je stil.

Leerling: Ik heb niets meer te zeggen, en dat ook niet, en dat ook niet.

Meester: Toch weer iets te zeggen gevonden?

Jaren later

Meester: Wat ben je stil.

Leerling: ...

Meester: Nou dat weer.

363. Wat is kinhin? Monniken zijn edele dieren

Hinnikende kinhinmonniken met paardenkoppen en hoeven.
^ Kinhinniken.

364. Zen is nergens in vastzitten, ook niet in loslaten

Een kleine demonstructie.

Meester: Wat is zen?

Leerling: Alles tegenspreken.

Meester: Welnee.

Leerling: Waarom niet?

Meester: Dan zit je daar weer in vast.

Leerling: Alles loslaten dan?

Meester: Welnee.

Leerling: Waarom niet?

Meester: Dan zit je daar weer in vast.

Leerling: Geen voorschriften volgen?

Meester: Welnee.

Leerling: Waarom niet?

Meester: Dan zit je daar weer in vast.

Leerling: Alles maar laten gebeuren?

Meester: Welnee.

Leerling: Waarom niet?

Meester: Dan zit je daar weer in vast.

Leerling: Zen is nergens in vastzitten.

Meester: Welnee.

Leerling: Waarom niet?

Meester: Dan zit je daar weer in vast.

Leerling: Wat is dan zen?

Meester: Dit?

365. De weg naar de hel is geplaveid met meningen

Het rad van samsara draait altijd door.

Leerling: De weg naar de hel is geplaveid met meningen.

Meester: Dat is een mening.

Leerling: Het is een feit.

Meester: En nog een.

Leerling: Daar ben ik het niet mee eens.

Meester: En nog een.

Leerling: Betweter.

Meester: En nog een.

Leerling: Eigenwijze klootzak.

Meester: En nog een.

Leerling: Een mening voor uw kop kan u krijgen!

Meester: Au!

Leerling: Dat zal u leren.

Meester: (onverstaanbaar)

Leerling: Wat?

Meester: De weg naar de hel is geplaveid met meningen.

Leerling: Dat is een mening.

Meester: Het is een feit.

Leerling: En nog een.

Meester: Daar ben ik het niet mee eens.

Leerling: En nog een.

Meester: Betweter.

Leerling: En nog een.

Meester: Eigenwijze klootzak.

Leerling: En nog een.

Meester: Een mening voor je kop kan je krijgen!

Leerling: Au!

Meester: Dat zal je leren.

Leerling: (onverstaanbaar)

Meester: Wat?

Leerling: De weg naar de hel is geplaveid met meningen.

366. Een boeddhist en een hooligan zien het licht

Eindelijk vrij.

Plaats: Café Weer Thuis.

Tijd: Na de wedstrijd.

Boeddhist: Het maakt mij geen fluit uit wat mensen aanhangen. Ze zijn me allemaal even lief. In de privésfeer praat ik daarom niet meer over boeddhisme. Het lijkt wel of ik sindsdien ruimer in mijn jasje steek. Ik voel me werkelijk een ander mens.

Hooligan: Waar praat je dan wel over?

Boeddhist: Voetbal.

Hooligan: Het maakt mij geen fluit uit wat mensen aanhangen. Ze zijn me allemaal even lief. In de privésfeer praat ik daarom niet meer over voetbal. Het lijkt wel of ik sindsdien ruimer in mijn jasje steek. Ik voel me werkelijk een ander mens.

Boeddhist: Waar praat je dan wel over?

Hooligan: Boeddhisme.

367. Zen is leren dat je niet weet wat je zegt

Over verworven onwetendheid.

Leerling: De wijsheid voorbij alle wijsheid, de hoogste waarheid, de kennis zonder object kan alleen met het innerlijk oog gezien worden. Wie één wordt met de...

Meester: Schei toch uit.

Leerling: Wat heb ik nou weer verkeerd gezegd?

Meester: Wat is kennis zonder object volgens jou?

Leerling: De hoogste waarheid.

Meester: Wat is de hoogste waarheid?

Leerling: De wijsheid voorbij alle wijsheid.

Meester: Wat is de wijsheid voorbij alle wijsheid?

Leerling: Wat denkt u?

Meester: Verworven onwetendheid natuurlijk.

Leerling: De kennis zonder object is verworven onwetendheid?

Meester: Wat is het innerlijk oog volgens jou?

Leerling: Het orgaan waarmee wij de wijsheid voorbij alle wijsheid...

Meester: Een rudimentair gezichtsorgaan dat achter je dikke schedel stekeblind zit te wezen.

Leerling: Stekeblind?

Meester: Ook wel de pijnappelklier genoemd.

Leerling: Mijns inziens is het innerlijk oog een niet-organisch orgaan waarover alle wijsheidstradities...

Meester: Je weet gewoon niet wat je zegt.

Leerling: U wel?

Meester: Nee, maar ik doe tenminste niet alsof.

Leerling: Wat doe ik dan hier?

Meester: Leren dat je niet weet wat je zegt. Leren om niet te doen alsof.

Leerling: Is dat dan de wijsheid voorbij alle wijsheid, de hoogste waarheid, de kennis zonder object die alleen maar met het innerlijk oog gezien kan worden?

368. Zen en de kunst van het uitdrukken

De uitdager uitgedaagd.

Leerling: Kunt u zonder spreken of zwijgen de waarheid uitdrukken?

Meester: Stel eerst je vraag maar eens op die manier.

369. De waarheid is dat je van alles aanneemt over de waarheid

Een goed begin is het hele werk.

Leerling: Kunt u zonder spreken of zwijgen de waarheid uitdrukken?

Meester: Je veronderstelt dat er een waarheid is.

Leerling: Waar hebben we het anders de hele tijd over?

Meester: Je veronderstelt dat ik de waarheid ken.

Leerling: Wat doe ik anders hier?

Meester: Je veronderstelt dat er iets te doen is.

Leerling: We zouden het toch over de waarheid hebben?

Meester: Waarop baseer je al die aannames?

Leerling: Zegt u me nu maar gewoon de waarheid.

Meester: Maar ik doe al niet anders.

370. Zonder spreken of zwijgen uitdrukking geven aan niet weten

De beste antwoorden zijn vragen.

'Hoe kan je zonder spreken of zwijgen uitdrukking geven aan niet weten?'

'Eerst maar eens vaststellen of je niet weet.'

'Hoe stel je vast of je niet weet?'

'Eerst maar eens vaststellen of je bent.'

'Hoe stel je vast of je bent?'

'Eerst maar eens vaststellen wat 'zijn' betekent.'

'Aan jou heb je ook niets.'

'Kom er maar eens om.'

'Ik bedoel, wat zijn dit voor antwoorden?'

'Vragen.'

'Wat is daar de bedoeling van?'

'Zonder spreken of zwijgen uitdrukking geven aan niet weten.'

371. Over zen spreken is ijzer, erover zwijgen is schroot

Tussen twee kwaden vind je het woordloze woord.

1

Leerling: Moeten wij over zen spreken of zwijgen?

Meester: Spreek erover en je zegt te veel, zwijg erover en je zegt te weinig.

Leerling: Dus?

Meester: Dus.

2

Leerling: Moeten wij over zen spreken of zwijgen?

Meester: Spreek erover en je zegt te veel, zwijg erover en je zegt veel te veel.

Leerling: Dus?

Meester: Dus.

372. FAQ: 'Als je niets weet, waarom spreek je dan nog?'

Vier verklaringen om af te leggen.

1

'Als je niets weet, waarom spreek je dan nog?'

'Moet alle spraak dan een weten uitdrukken?'

2

'Als je niets weet, waarom spreek je dan nog?'

'Als ik niets weet, waarom niet?'

3

'Als je niets weet, waarom spreek je dan nog?'

'Om daar achter te komen?'

4

'Als je niets weet, waarom spreek je dan nog?'

'Omdat jij iets weet?'

373. Vierenveertig edele vragen over de vier edele waarheden

Voor iedereen die liever zelf denkt.

Wat is lijden volgens jou? Waar lijd jij momenteel onder? Waar leed je vroeger onder? Waar verwacht je later onder te lijden?

Is leven lijden volgens jou? Is leven alleen maar lijden? Is geboorte alleen maar lijden? Is opgroeien alleen maar lijden? Is volwassenheid alleen maar lijden? Is ouderdom alleen maar lijden? Is ziekte alleen maar lijden? Is doodgaan alleen maar lijden?

Kun je overleven zonder lijden? Moet lijden altijd bestreden worden? Kan elk lijden bestreden worden? Hoeveel leed brengt het bestrijden van het lijden met zich mee. Wat is er mis met lijden? Wie zou je zijn als je nooit geleden had? Zou je dan nog menselijk zijn? Zou je dan nog medelijden kunnen voelen?

Ooit een mens gezien, leek, bodhisattva of boeddha, die niet lijdt? Die helemaal pijnvrij is, nooit misselijk of duizelig, hongerig, moe, slapeloos, ongeduldig, ontmoedigd, terneergeslagen? Die geen verdriet, angst, begeerte of woede meer voelt of nooit gevoeld heeft? Die niet bezorgd is over zijn eigen lot of over dat van de medemens dieren, planten, de aarde?

Waar houdt lijden op en begint vreugde? Kan lijden ook samengaan met vreugde of uitmonden in vreugde en omgekeerd? Is lijden ooit helder onderscheiden van vreugde, van andere gevoelens en gemoedstoestanden, van gedachten, gewaarwordingen en andere verschijnselen?

Heeft lijden werkelijk een duidelijk onderscheiden oorzaak? Hebben alle vormen van lijden dezelfde oorzaak? Zijn de oorzaken van lijden duidelijk onderscheiden van de oorzaken van vreugde, van andere gevoelens en gemoedstoestanden, van gedachten, gewaarwordingen en andere verschijnselen?

Kan de oorzaak van het lijden werkelijk opgeheven worden? Is het mogelijk de oorzaak van het lijden op te heffen zonder de oorzaken van vreugde, van andere gevoelens en gemoedstoestanden, van gedachten, gewaarwordingen en andere verschijnselen op te heffen?

Is het achtvoudige pad werkelijk de manier om de oorzaak van het lijden op te heffen? Zal het alleen de oorzaak van het lijden opheffen of ook de oorzaken van vreugde, van andere gevoelens en gemoedstoestanden, van gedachten, gewaarwordingen en andere verschijnselen? Is het voor iedereen de beste manier om het lijden op te heffen of werkt het niet altijd even goed? Zijn er mensen voor wie het helemaal niet werkt?

Waarom heeft het boeddhisme het lijden van de mensheid na vijfentwintighonderd jaar nog steeds niet kunnen lenigen? Kan het ook lijden veroorzaken? Hoeveel leed heeft het al veroorzaakt en hoeveel leed zal het nog veroorzaken? Hoeveel leed kun je voorkomen door het boeddhisme te verzaken?

374. Waarheid is lijden, vragen is vreugd

Goede vragen zijn hun eigen antwoord.

Vraag: hoe kijkt een mens van niet-weten tegen lijden en vreugde aan? Wat betekenen de Vier Edele Waarheden over het lijden, de oorzaak van het lijden en de opheffing van de oorzaak van het lijden door het volgen van het Achtvoudige Pad voor mij?

Antwoord: als het aan mij lag zouden de Vier Edele Waarheden geen waarheden zijn maar vragen. Katalysatoren van een doorlopend gesprek over lijden. Een gesprek met jezelf, een gesprek met je lief, met vrienden, kennissen, leraren, leerlingen, bekenden of onbekenden – een gesprek met wie je maar wil spreken die met jou wil spreken.

Vragen zijn edel voor zover ze iets ter sprake stellen, iets openscheuren dat eerder gesloten was, waarover niet gesproken mocht of kon worden omdat het taboe was of omdat de woorden ontbraken of omdat niemand nog op het idee was gekomen.

Antwoorden zijn onedel voor zover ze het denken dooddoen, iets dichtplakken dat vrij toegankelijk was, waarover nu niet langer gesproken mag of kan worden behalve in overgeleverd jargon.

Als er iets onedel is dan zijn het wel waarheden – gestolde antwoorden waarvan de vraag vergeten is, onderstellingen die verheven zijn tot stellingen die zijn uitgebouwd tot instellingen die het vrije denken institutionaliseren en canoniseren opdat we eindelijk veilig zijn voor onszelf en voor anderen.

Boeddhisten leren geen vragen stellen, ze leren zelfs geen antwoord geven, ze leren rijtjes waarheden uit hun hoofd, memen die hun denken overnemen, daar worden ze rustig van, hopen ze, en doen wat de meester zegt.

Zelf vind ik vragen stellen het mooiste wat er is. Ik heb er tienduizenden gesteld aan anderen, meer nog aan mezelf, en de meeste vragen staan nog fier overeind.

Vragenderwijs heb ik ontdekt dat vragen niet om antwoord vragen, dat lijkt maar zo. Ze vragen om vervolgvragen. Ze vragen om wedervragen.

Goede vragen zijn hun eigen antwoord. Zwijgend en geduldig doen ze hun monnikenwerk. Daar word je pas rustig van. Ik tenminste wel.

Hou jij van vragen? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet? Zo ja en nee, waarom wel en niet?

375. Hoeveel vragen stelt jouw leer?

Voor trouwe volgelingen, fundamentalisten en extremisten.

Meester Zero zegt:

Wie alles weet die vraagt niet meer.

Die waant zichzelf de hoogste heer.

Die snapt het al, die weet het weer.

Die antwoordt wel maar denkt niet meer.

Dus daarom vraag ik keer op keer:

Hoeveel vragen stelt jouw leer?

Nulvormige enso.
^ Hoeveel vragen telt jouw leer?

376. Waarom Hollebolle Geest aan slapeloosheid leed

Over het verschil tussen wakker liggen en ontwaken.

Heb je wel gehoord van de hollebolle wagen
Waarin Hollebolle Geest ooit reed?

Hollebolle Geest stelde hollebolle vragen
Kwesties waar niemand het antwoord op weet.

Hollebolle Geest kon daar heel slecht tegen.
Las en leerde geschriften bij de vleet.

Soetra's, shastra's, artikels en verhalen.
Wijsheid waar hij zijn geest aan sneed.

Vind je 't gek dat Hollebolle Geest toen
Dag en nacht aan slapeloosheid leed?

't Kwam dus door dat hollebolle voertuig
Waar zijn Hollebolle Geest in reed.

Dikke Boeddha met wijd open mond op een huifkar onder een tempelpoort.
^ Hollebolle Geest in zijn hollebolle wagen.

377. Van hollebollegeest naar weetnietgeest

Een sprong in het duister.

Vragen verbijsteren, mensen willen antwoorden, liefst alomvattende. Boeddhisme is zo'n alomvattend antwoord, hoop je als je eraan begint. Wat blijkt?

Ook boeddhisten denken zich rot. Niet alleen over het leven, dan ben je wel even zoet, maar ook nog eens over het boeddhisme, nou, dan ben je zuur. Als de Boeddha maar een fractie van alle edele woorden heeft gedacht die hem sinds zijn verscheiden in de edele mond zijn gelegd, zal zijn edele tong permanent op zijn edele sandalen hebben gehangen.

Ook boeddhisten denken zich rot, zei ik, maar dat moet zijn: juist boeddhisten denken zich rot. Wie antwoorden zoekt in het boeddhisme, wordt geconfronteerd met een enorme berg overgeleverde geschriften – theorieën en praktijken van tweeënhalf millennia bezeten doordenkerij over de weg uit bezeten doordenkerij, theorieën en praktijken.

De verheven Boeddha blijkt een Hollebolle Gijs, zijn verheven voertuig een overladen bolderwagen. Een beginnende boeddhist staat voor de herculische taak om de juiste gedachten van de onjuiste te scheiden, de enige juiste eruit te zeven, zo die er zijn.

Al ben ik zelf geen boeddhist of niet-boeddhist en nooit geweest, over bezeten doordenkerij en redeloze gehechtheid aan lievelingsgedachten kan ik meepraten. Alsof het onschatbare parels zijn, goddelijke ingevingen met eeuwigheidswaarde.

Niet-weten is de wonderbaarlijke transformatie van de hollebollegeest in de weetnietgeest. Radicale onthechting van je lievelingsgedachten. Zien dat het geen parels zijn maar scherven van gebroken denkramen, schilfers van de glazen ogen van dode agogen.

Er is geen weg naar niet-weten. Er is geen voertuig. Niet-weten is een sprong in het duister.

378. Haiku op haiku: tussen vlooien en mensen

Zou voor de vlooien
de herfstnacht ook zo lang zijn,
en ook zo eenzaam?

(Issa)

Zou voor de mensen
de wereld ook zo snel zijn,
zo groot en harig?

(Hans)

379. Dronken van niet-weten

Dwaalgesprek tussen Zijne Zennelijke Zitheid en Zijne Zinnelijke Zotheid over verschillende vormen van zatheid.

Guido: Volgens mij had jij je website lof-der-zotheid.nl moeten noemen, Hans.

Hans: Volgens mij had jij je website lof-der-zoheid.be moeten noemen, Guido.

Guido: Een obscure term, de zoheid der dingen, ik geef het toe, maar spot-on.

Hans: Bhutatathata.

Guido: Kan ik het helpen.

Hans: Klinkt als patattepatat.

Guido: Ja ja.

Hans: Of patati patata.

Guido: Haha.

Hans: Zelf heb ik meer met de zusheid der dingen.

Guido: Jij houdt niet op, hè?

Hans: Jawel hoor...

Guido: Maar?

Hans: Ik begin steeds opnieuw.

Guido: Dan zal dat het probleem wel zijn.

Hans: Zeg maar gerust de oplossing.

Guido: Volgens mij had jij je website lof-der-zatheid.nl moeten noemen.

Hans: Vind je mij dronken?

Guido: Dronken van niet-weten.

Hans: Of ben je me zat?

Guido: Zot.

Hans: Volgens mij had jij je website lof-der-zitheid.be moeten noemen.

Guido: Awel, ik ben een echte zitzak. Tweemaal daags vijftig minuten.

Hans: De uren op de sofa niet meegerekend.

Guido: Om over retraites nog maar te zwijgen.

Hans: Ik zal je voortaan aanspreken met Zijne Zennelijke Zitheid.

Guido: Eindelijk een titel.

Hans: En dat zonder transmissie.

Guido: Ik heb genoeg aan transcendentie.

Hans: Ik zal voor je bidden.

Guido: Bidden?

Hans: Heb ik iets verkeerd gezegd?

Guido: Waar haalt Zijne Zinnelijke Zotheid zo gauw een godheid vandaan?

Hans: Weet je dat niet? Ik ben de laatste postkatholieke non-boeddhist van Europa. Of de laatste non-katholieke postboeddhist, daar ben ik nog niet uit.

Guido: Dan komen we goed weg.

Hans: Wie?

Guido: Wij Zennelijke Zitheden.

Hans: Wier heden zitten is.

Guido: Zitheden met een zitverleden en een dito toekomst.

Hans: Onverzittelijke doorzotters.

Guido: Een zenboeddhist heeft altijd wat te doen.

Hans: Waar is al dat zitten goed voor?

Guido: De vier onmetelijkheden.

Hans: Daar ben je wel even zoet mee.

Guido: Metta, karuna, mudita, upeksha.

Hans: Moeder Maria.

Guido: De godin van het mededogen.

Hans: Met 40 vagina's en 108 borsten.

Guido: En nochtans onbevlekt.

Hans: Zitten zonder paal.

Guido: Onzedelijke taal.

Hans: Volgens mij had jij je website lof-der-zoetheid.be moeten noemen.

Guido: Je kan het zenboeddhisme veel verwijten, maar geen zoetheid. Ga zelf maar eens een tijdje zitten, dan weet je wat ik bedoel.

Hans: Waarom zou ik het mezelf moeilijk maken?

Guido: Volgens mij had jij je website lof-der-luiheid.nl moeten noemen.

Hans: Wie niet sterk is moet zwak zijn.

Guido: Wat hoop jij al schrijvend te vinden?

Hans: Woorden voor hoe ik het zoeken kwijtraakte.

Guido: Volgens mij had jij je website nietweten.nl moeten noemen.

Hans: Wat hoop jij al zittend te vinden?

Guido: Mijn zelf hoop ik al zittend te vinden.

Hans: Misschien zit je er wel bovenop.

Guido: Misschien zit jij er wel naast.

Hans: Het ware zelf of het valse?

Guido: Het enige.

Hans: En dat voor iemand die het nog niet gevonden heeft.

Guido: Die zit.

380. Hans van Dam over zijn ware snuit

Koning der kieren.

'Ben jij altijd zo kattig, Hans?'

'Alleen tegen katten.'

'Waarom?'

'Omdat ik eigenlijk een muis ben.'

'Haha, het ware gezicht van Hans van Dam.'

'Mijn ware snuit.'

'En ik maar denken dat jij een leeuw was.'

'Weer een illusie armer.'

'Die kan BRULLEN dat horen en zien vergaan.'

'Piep.'

'Genade!'

'En?'

'Wat?'

'Zijn horen en zien je al vergaan?'

'Nog lang niet.'

'Dan zal dat het verschil wel zijn.'

381. Haiku op haiku: tussen vlieg en mepper

Die vlieg niet doodslaan.
Hij wast voor u zijn handjes.
Hij wast zijn voetjes.

(Issa)

Kijk, de mepper zwiept.
Hoor, het zuchten van de lucht.
Bromvlieg op zijn rug.

(Hans)

Op z'n rug een vlieg.
Hij spreidt voor u zijn vleugels.
Hij toont u zijn buik.

(Hans)

382. Zen is tussen twee vuren zitten

Zonder in brand te vliegen of uit te doven.

Meester Zero zegt:

Boeddha is wie de Boeddha trotseert.

Een boeddha is een antiboeddha.

Antiboeddha is wie de antiboeddha bezweert.

Een antiboeddha is een boeddha.

383. Was Boeddha een boeddhist?

Moet je boeddhist worden om een boeddha te worden?

Leerling: Bent u boeddhist?

Meester: Was Boeddha boeddhist?

Leerling: Daar moet ik eens heel diep over nadenken.

Meester: En?

Leerling: Ik zou het oprecht niet weten.

Meester: Nou, ik ook niet.

Leerling: En u?

Meester: Is iemand een boeddhist die in de voetsporen treedt van iemand die geen boeddhist was?

Leerling: Daar moet ik eens heel diep over nadenken.

Meester: En?

Leerling: Ik zou het oprecht niet weten.

Meester: Nou, ik ook niet.

384. Was Boeddha een boeddha?

Hoe je een voorbeeld neemt aan iemand die aan niemand een voorbeeld nam.

Leerling: Wanneer zeg je van iemand dat hij een boeddha is?

Meester: Als hij op eigen kracht, zonder leer of leraar, het boeddhaschap bereikt heeft.

Leerling: Was de Boeddha een boeddha?

Meester: Natuurlijk niet.

Leerling: Maar hij heeft toch het boeddhaschap bereikt?

Meester: Natuurlijk niet.

Leerling: Maar hij is toch ontwaakt?

Meester: Natuurlijk niet.

Leerling: Maar hij is toch nirwana binnengegaan?

Meester: Natuurlijk niet.

Leerling: Maar hij heeft samsara toch achter zich gelaten?

Meester: Natuurlijk niet.

Leerling: Waarom niet?

Meester: Omdat die begrippen toen nog niet bestonden of hun boeddhistische betekenis nog niet hadden gekregen.

Leerling: Waarom niet?

Meester: Omdat het boeddhisme nog niet bestond.

Leerling: Dus Boeddha was geen boeddha?

Meester: Dat heeft hij pas later bedacht.

Leerling: En hij heeft nooit het boeddhaschap bereikt?

Meester: Dat heeft hij pas later bedacht.

Leerling: En hij is nooit ontwaakt?

Meester: Dat heeft hij pas later bedacht.

Leerling: En hij heeft nooit samsara achter zich gelaten?

Meester: Dat heeft hij pas later bedacht.

Leerling: En hij is nooit nirwana binnengegaan?

Meester: Dat heeft hij pas later bedacht.

Leerling: Hij heeft nogal wat bedacht.

Meester: Als hij het al zelf heeft bedacht.

Leerling: Zo staat het toch in de soetra's?

Meester: Die zijn pas later geschreven.

Leerling: Hoeveel later?

Meester: Enkele tot vele eeuwen na het overlijden van de historische Boeddha.

Leerling: Zou Boeddha als boeddhist boeddha hebben kunnen worden?

Meester: Natuurlijk niet.

Leerling: Waarom niet?

Meester: Omdat een boeddha per definitie op eigen kracht, zonder leer of leraar, het boeddhaschap bereikt.

Leerling: Zou de Boeddha als boeddhist ooit verlicht zijn geraakt?

Meester: Dat zal hij zich zelf ook weleens afgevraagd hebben.

Leerling: Zouden we dan niet net als de Boeddha onze eigen weg moeten gaan?

Meester: Ik dacht dat je het nooit zou vragen.

385. Zen is een moord op een droom

Over het verschil tussen samsara en nirwana.

Meester Zero zegt:

Samsara is dromen van nirwana.

Nirwana is het einde van de droom.

Waar droom jij van?

386. Voor ware boeddhisten zijn er geen ware boeddhisten

Maar voor onware boeddhisten zijn er wel onware boeddhisten.

Leerling: Vindt u dat we de Boeddha moeten doden?

Meester: Welke Boeddha?

Leerling: Ware boeddhisten doden de Boeddha, zegt Linji in de Linji Lu.

Meester: Linji is dood, als hij al geen literaire constructie was.

Leerling: Wat zou u zeggen?

Meester: Ware boeddhisten maken geen onderscheid tussen ware boeddhisten en valse boeddhisten.

Leerling: Want ware boeddhisten maken geen onderscheid?

Meester: Iedereen maakt onderscheid, daar helpt geen lieve boeddhaatje tegen.

Leerling: Waarom maken ware boeddhisten dan geen onderscheid tussen ware boeddhisten en valse boeddhisten?

Meester: Omdat ze niet weten wat het verschil is.

Leerling: Waarom weten ze niet wat het verschil is?

Meester: Omdat ze de Boeddha hebben gedood.

Leerling: Vindt u dat we de Boeddha moeten doden?

Lachende boeddha met een kogelgat op de plaats van het wijsheidsoog.
^ Het derde oog.

387. Haiku op haiku: tussen vragen en zeggen

Ik boog voor 't altaar.
Helemaal niets te vragen.
Hoe vredig is dat.

(Shoichi)

Ik boog voor niemand.
Helemaal niets te zeggen.
Zo ledig als wat.

(Hans)

388. Wees een dwaallicht voor jezelf

Waarom een boeddha geen leer heeft.

Beste Hans,

Ken jij deze passage uit de Mahaparinibbana Sutta?

"Daarom, Ananda, wees een licht voor jezelf, wees een toevlucht voor jezelf. Zoek geen toevlucht buiten jezelf. Houd vast aan de waarheid als aan een lamp, zoek toevlucht in de waarheid. Zoek geen toevlucht in iemand anders.

Want diegenen, Ananda, die nu of na mijn dood een licht zijn voor zichzelf, die geen toevlucht zoeken buiten zichzelf, maar vasthouden aan de waarheid als aan een lamp, en toevlucht zoeken in de waarheid, en toevlucht zoeken in zichzelf – zij zijn het die het hoogste doel zullen bereiken."

Ik dacht dat deze tekst een iconoclast als jij wel zou aanspreken.

Beste Ad,

Een iconoclast is een beeldenbreker die het beeld van de beeldenbreker aanbidt als zichzelf. Breek het beeld van de beeldenbreker en de beeldenstorm gaat meteen liggen. Dan gun je ieder zijn beeld. Zelfs de beeldenbreker.

Ad: Oké, ieder zijn beeld. Maar wat vind je van die passage uit de Mahaparinibbana Sutta?

Hans: Ken jij deze passage uit de Sunna-sunnata Sutta?

"Wees een dwaallicht voor jezelf. Wees geen toevlucht voor jezelf. Zoek geen toevlucht buiten jezelf. Houd niet vast aan een waarheid als aan een lamp, zoek geen toevlucht in een waarheid. Zoek geen toevlucht in iemand anders.

Want diegenen die een dwaallicht zijn voor zichzelf, die geen toevlucht zoeken buiten zichzelf, niet vasthouden aan een waarheid als aan een lamp, die toevlucht zoeken noch in een waarheid noch in zichzelf – zij zijn het die niet langer reiken."

Ad: Ik heb me rot gezocht naar de Sunna-sunnata Sutta, maar ik kon hem nergens vinden. Hij lijkt geen deel uit te maken van de Pali-canon. Weet je zeker dat die passage uit de Sunna-sunnata Sutta komt en niet, bijvoorbeeld, uit de Cula-sunnata Sutta of de Maha-sunnata Sutta?

Hans: Nee hoor, hij is echt afkomstig uit de Sunna-sunnata Sutta die, de naam zegt het al, dubbelleeg is – zelfs van leegte ontdaan. Vandaar dat hij toch tekst bevat, al is het dan dubbellege.

Dat de Sunna-sunnata Sutta geen deel uitmaakt van de Pali-canon komt doordat ik hem zelf heb bedacht. Wedden dat je nu meteen je belangstelling verliest?

Ad: In plaats van een iconoclast had ik je misschien beter een fantast kunnen noemen.

Hans: Dan kun je iedere suttaschrijver wel een fantast noemen.

Ad: Hoezo?

Hans: Er schijnt niet één sutta door de Boeddha zelf geschreven te zijn.

Ad: Hoe verklaar je dat?

Hans: Een boeddha heeft geen leer, meneer, boeddhisten des te meer.

Mannetje dat een lantaarnpaal met zich meezeult.
^ Wees een dwaallicht voor jezelf.

389. Haiku op haiku: tussen maan en water

Hij wordt gebroken
en weer gebroken, toch blijft
de maan in 't water.

(Chosu)

Hij wordt gebroken
en gebroken, ook de maan
valt in het water.

(Hans)

390. Haiku op haiku: tussen vensterruit en hemelpoort

In mijn vensterruit
hangt nog steeds de maan, de dief
heeft hem vergeten.

(Ryokan)

In het hemelruim
hangt nog steeds de maan, haar licht
heeft ze gestolen.

(Hans)

391. Niet-weten maakt je geen sjamaan

Je bent alleen maar vreemdgegaan.

Als ieder denkbeeld moet vergaan

Dan ook het denkbeeld van de maan

Maar kraters zijn nog geen vulkaan

Zelfs leegte kan niet zelfbestaan

Vergeet afhankelijk ontstaan

Je waarheids- en je eenheidswaan

Vergaan, vergaan, voorgoed vergaan

Waan jij je vrij van elk verstaan?

Voel jij je daarom zelfvoldaan?

Niet weten maakt je geen sjamaan

Je bent nog steeds een baviaan

Met brillenglazen die beslaan

Een leven als een hinkelbaan

Een opscheplepel levertraan

Je doet nog steeds gemaakt spontaan

Je winden stinken naar methaan

Och waterdrager naar de kraan

Wat is er dat niet stuk zal gaan

Nog even en je gaat eraan

Wat zuchten en het is gedaan

Als ieder denkbeeld moet vergaan

Zal alles tussen haakjes staan

Dus ook het denkbeeld van de waan

De groeten van de nieuwe maan

Twee naar elkaar toegekeerde maansikkels.
Zal alles tussen haakjes staan.

392. Wat is kinhin? Boeddha de Beer

Over de vijfde van de vier verheven gemoedstoestanden.

Onlangs kregen we van een lezeres een silhouet van een loopmediterende monnik, onze eigenste kinhinman, met een teddybeer in zijn knuisten, die had ze erbij getekend.

Toen ik dat zag schoot ik in de lach maar ook in de traan. Want inderdaad, zo'n monnik gun je een pluchen beest. Iedere zenboeddhist eigenlijk, monnik of leek, meester of leerling, ongeacht geslacht. Iedere boeddhist eigenlijk. Waarom zeg ik dat nu? Waarom voelt ik dat zo?

Ik denk omdat boeddhisten er vaak zo eenzaam uitzien. Zo alleen met zijn allen rondjes lopend alsof ze ieder moment door het ijs kunnen zakken. Zo alleen met zichzelf op hun kussentje, hun gedachten observerend, de pijn verbijtend, hun bewegingen onderdrukkend, ingehouden zuchtend, stilletjes afziend, gelaten wachtend op het oosterlicht.

Boeddhisten zullen mijn medeleven allicht mededogen noemen, of mij mededelen dat mededogen iets anders is dan medelijden en dat er al mediterend ook vreugde beleefd wordt.

Of ze zullen mijn medeleven projectie noemen en me aansporen om net als zij naar binnen te keren en me voorgoed te bevrijden van mijn geest door hem voorgoed op de voet te volgen.

Zelf noem ik mijn medeleven bearing witness. Teddybearing witness. Witnessing teddybears. De tweede van de drie intenties van de Zen Peacemakers, getuigen is getuigen.

Ik gun iedereen een beestje. Een kindje. Een liefje. Een dingetje. Een geloof desnoods, in iets hogers desnoods.

Een heilige. Een beschermengel. Een maagd die over je waakt. Veertig chickies om te ontmaagden.

Een uiterlijke of innerlijke goeroe. Christus op een kruis. Onze Vader in de hemel. Onze Boeddha in nirwana. Een maan waarvan je denkt dat hij jou volgt omdat jij hem volgt.

Het komt allemaal op hetzelfde neer.

Een teddybeer is een teddybeer.

Rijtje kinhinmonniken met elk een eigen teddybeer.
^ Boeddhabeertjes.

393. Haiku op haiku: tussen poort en gat

Van de grote abdij
staat alleen nog de poort
in de dorre heide.

(Shiki)

Van de oude poort
staat alleen nog het gat, wij
zijn te benijden.

(Hans)

394. De kringloop van leve en dood de Boeddha

Steeds opnieuw beginnen.

1

Leerling: Leve de Boeddha!

Meester: Dood de Boeddha!

2

Leerling: Dood de Boeddha!

Meester: Dood de Boeddhadoder!

3

Leerling: Dood de Boeddhadoder!

Meester: Leve de Boeddha!

Naar 1.

Enso met pijlpunt.

395. Hoe de Boeddha zichzelf doodde

En zijn televisie wegdeed.

Wijlen de Tathagata had het best naar zijn zin in nirwana, maar op een dag kon hij de eindeloze recitaties van soetra's uit zijn naam op Samsara-tv niet meer aanzien.

De Gezegende besloot de woekerende dharma naar het voorbeeld van het Oude Testament terug te snoeien tot een verzameling genummerde verzen uit eerste mond, en de rest, het leeuwendeel, als apocrief te bestempelen, voer voor boeddhologen, brandstof voor crematies.

Via een begaafd medium wist Zijne Excellentie contact te leggen met wat voor hem sinds zijn verscheiden gene zijde was geworden, en de Zelfgerealiseerde vertaalde seance na seance zijn gansche leer in gevleugelde woorden.

Alles verliep vlekkeloos totdat de laatste sententies in samsara waren geland en op tegeltjes overgezet.

Toen kreeg de dienstdoende monnik uit het niets een aanval van razernij waaraan pas een eind kwam nadat hij alle baksels aan diggelen had gesmeten, alle diggelen tot gruis had vermalen en alle gruis tot de laatste grein in de snelstromende rivier langs het klooster had gestort, die prompt buiten zijn oevers trad.

De verontwaardiging onder de monniken was groot: spreuken van de Verhevene vernietigen, hoe haal je het in je hoofd!

De kok die op het tumult was afgekomen, klapte in zijn handen en zei: 'De Mahapurisa zal in zijn nopjes zijn. Hoe vaak heeft hij ons al niet aangespoord om voorbij alle wijsheid te gaan.'

Waarop de gemoederen bedaarden en de monniken eensgezind Samsara-tv gingen kijken.

En de Boeddha? Die heeft zijn televisie weggedaan en is opgegaan in het uitzicht.


^ Samsara-tv, met Tenzin Gyatso in de rol van Superbodhi, vandaag aflevering 374 om 09:00, herhaling om 14:00, 20:00 en 02:00.

396. Zen is helemaal het einde!

Tweeëntwintig tegenstellingen om te doorzien.

Zen is geen theorie maar het einde van de theorie en daar dan weer het einde van! Zen is ook geen praktijk maar het einde van de praktijk en daar dan weer het einde van!

Zen is geen illusie maar het einde van de illusie en daar dan weer het einde van! Zen is ook geen werkelijkheid maar het einde van de werkelijkheid en daar dan weer het einde van!

Zen is geen hel maar het einde van de hel en daar dan weer het einde van! Zen is ook geen hemel maar het einde van de hemel en daar dan weer het einde van!

Zen is geen geloof maar het einde van het geloof en daar dan weer het einde van! Zen is ook geen ongeloof maar het einde van het ongeloof en daar dan weer het einde van!

Zen is geen egoïsme maar het einde van het egoïsme en daar dan weer het einde van! Zen is ook geen altruïsme maar het einde van het altruïsme en daar dan weer het einde van!

Zen is geen keuze maar het einde van het kiezen en daar dan weer het einde van! Zen is ook geen overgave maar het einde van het overgeven en daar dan weer het einde van!

Zen is geen vrijheid maar het einde van de vrijheid en daar dan weer het einde van! Zen is ook geen gebondenheid maar het einde van de gebondenheid en daar dan weer het einde van!

Zen is geen idealisme maar het einde van het idealisme en daar dan weer het einde van! Zen is ook geen fatalisme maar het einde van het fatalisme en daar dan weer het einde van!

Zen is geen wanhoop maar het einde van wanhoop en daar dan weer het einde van! Zen is ook geen hoop maar het einde van hoop en daar dan weer het einde van!

Zen is geen doen maar het einde van het doen en daar dan weer het einde van! Zen is ook geen laten maar het einde van het laten en daar dan weer het einde van!

Zen is geen twijfel maar het einde van de twijfel en daar dan weer het einde van! Zen is ook geen zekerheid maar het einde van de zekerheid en daar dan weer het einde van!

Zen is geen antwoord maar het einde van het antwoorden en daar dan weer het einde van! Zen is ook geen vraag maar het einde van het vragen en daar dan weer het einde van!

Zen is geen zoeken maar het einde van het zoeken en daar dan weer het einde van! Zen is ook geen vinden maar het einde van het vinden en daar dan weer het einde van!

Zen is geen waarheid maar het einde van de waarheid en daar dan weer het einde van! Zen is ook geen leugen maar het einde van de leugen en daar dan weer het einde van!

Zen is geen gehechtheid maar het einde van gehechtheid en daar dan weer het einde van! Zen is ook geen onthechting maar het einde van onthechting en daar dan weer het einde van!

Zen is geen samsara maar het einde van samsara en daar dan weer het einde van! Zen is ook geen nirwana maar het einde van nirwana en daar dan weer het einde van!

Zen is geen vorm maar het einde van de vorm en daar dan weer het einde van! Zen is ook geen leegte maar het einde van de leegte en daar dan weer het einde van!

Zen is geen veelheid maar het einde van de veelheid en daar dan weer het einde van! Zen is ook geen eenheid maar het einde van het eenheid en daar dan weer het einde van!

Zen is geen duisternis maar het einde van de duisternis en daar dan weer het einde van! Zen is ook geen licht maar het einde van het licht en daar dan weer het einde van!

Zen is geen vasthouden maar het einde van het vasthouden en daar dan weer het einde van! Zen is ook geen loslaten maar het einde van het loslaten en daar dan weer het einde van!

Zen is geen dwaasheid maar het einde van de dwaasheid en daar dan weer het einde van! Zen is ook geen wijsheid maar het einde van de wijsheid en daar dan weer het einde van!

Zen is geen weten maar het einde van het weten en daar dan weer het einde van! Zen is ook geen niet-weten maar het einde van het niet-weten en daar dan weer het einde van!

Want zen is geen einde maar het einde van het einde en daar dan weer het einde van! Zen is helemaal het einde!

Verkeersbord 'verboden in te rijden' in de vorm van een rode enso.
Zen is helemaal het einde!

Varianten

In plaats van 'zen' kun je hier ook, bijvoorbeeld 'niet-weten' zeggen, of 'spiritualiteit', 'non-dualiteit', 'non-dualisme', 'vrijheid':

Niet-weten is geen theorie maar het einde van de theorie en daar dan weer het einde van! Niet-weten is ook geen praktijk maar het einde van de praktijk en daar dan weer het einde van!

Spiritualiteit is geen illusie maar het einde van de illusie en daar dan weer het einde van! Spiritualiteit is ook geen werkelijkheid maar het einde van de werkelijkheid en daar dan weer het einde van!

Non-dualiteit is geen hel maar het einde van de hel en daar dan weer het einde van! Non-dualiteit is ook geen hemel maar het einde van de hemel en daar dan weer het einde van!

Non-dualisme is geen geloof maar het einde van het geloof en daar dan weer het einde van! Non-dualisme is ook geen ongeloof maar het einde van het ongeloof en daar dan weer het einde van!

Vrijheid is geen egoïsme maar het einde van het egoïsme en daar dan weer het einde van! Vrijheid is ook geen altruïsme maar het einde van het altruïsme en daar dan weer het einde van!

...

397. Geef zen een gezicht: maak een emoji van je enso!

Meegeven met je gemoed.

Neem het heft in eigen handen

Meester Zero zegt:

Vind je enso's ook zo saai?

Doe er wat aan!

Neem het penseel in eigen handen, de markeerstift, de spuitbus.

Geef bij je eerstvolgende bezoek aan de zendo de enso een gezicht.

Niet 'je ware gezicht van voor je ouders geboren werden', die tijd is voorbij.

Laat liever zien hoe je je nu voelt.

Bijvoorbeeld zo:

Enso blij.

Of zo:

Enso sip.

Of zo:

Enso vlak.

Neem een voorbeeld aan Meester Zero

Je kan het anarchistische artwork van Meester Zero op steeds meer locaties bewonderen.

Bijvoorbeeld in zendo Het Lichtend Gat, waar hij de enso van Zenmeester Hans van Dam onder handen heeft genomen.

Met een spuitbus in de kleur hemelsblauw om de blues te verdrijven.

Want niet-weten is wel paradoxaal maar geen jazz.

Ingelijste enso met blauwe graffiti in de vorm van een smiley.
^ Enso van zendo Het Lichtend Gat, nabewerkt door Meester Zero.

Breng wat leven in je zendo, geef zen een oorspronkelijk gezicht!

398. Ontwaakt!

Wakkerder dan ooit.
O lettergrepenteller.
Haiku in de nacht.

399. Haiku op haiku: tussen ziekte en dood

Reizend werd ik ziek.
Over verdorde heiden
blijft mijn droom dwalen.

(Basho)

Mijn leven loopt dood.
In uitgedroogde woorden
blijft mijn droom steken.

(Hans)

Lange inhoudsopgave


NietWeten.nl