Top

Laatst gewijzigd op 21 september.

-1-

Wit wat je weet met het…

Witboek Zen

Boeddhisme zonder dogma’s

Door Hans van Dam

Deel 9 van de Agnosereeks

Omslag van deel 9 van de Agnosereeks.
Dood de Boeddha, begin bij je zelf.

Alles wat je altijd al wilde niet-weten over zen maar nooit durfde vragen.

‘De Grote Weg is niet moeilijk voor wie hem kwijt is.’ Driehonderd dwaalteksten over zen, zazen, verlichting, eenvoud, overgave, leegte, de weg, het zelf, koans, geloften en nog veel meer.

Meteen door naar de Hartsoetra of de Diamantsoetra.

Andere boeken over zen en niet-weten: De Linji Lu en De Poortloze Poort.

-2-

Proloog

Wat je minimaal van zen moet weten.

‘Wat weet jij eigenlijk van zen, Hans?’

‘Minder dan wie ook.’

‘Dat lijkt me geen aanbeveling.’

‘Integendeel.’

-3-

Zen is geen fijnslijperij

maar grofsloperij.

‘Wat is zen?’

‘Een botte bijl.’

‘Ik dacht dat het een tweesnijdend zwaard was.’

‘Gelukkig niet.’

‘Hoezo?’

‘Je blijft slijpen.’

‘Jij slaat er gewoon op los.’

‘Ik sla gewoon alles los.’

‘En waarom sla je alles los?’

‘Omdat zen een botte bijl is.

-4-

Zen is een levende geest

‘Wat is overgeleverde zen?’

‘Een dode letter.’

‘Wat is levende zen?’

‘Letters doden.’

‘Wat als je alle letters hebt gedood?’

‘Dan heb je een levende geest.’

-5-

De kringloop van leven en dood

‘Wat als je een levende geest hebt?’

‘Boeken schrijven.’

‘Wat als je boeken schrijft?’

‘Dode letters.’

‘Wat als je dode letters nalaat?’

‘Wachten op de volgende zengeest.’

-6-

Zen laat zich niet vangen

Wat is zen?

Oorspronkelijk is het boeddhisme een verlossingsleer, een weg uit samsara, de eeuwige kringloop van wedergeboorte en -dood.

In het zenboeddhisme, zeker in de soto-traditie, is dit aspect van verlossing samen met de reïncarnatieleer wat op de achtergrond geraakt.

Net als advaita en dzogchen is sotozen geen ingewikkelde verlossingsleer maar een eenvoudige realisatieleer.

Er is geen doel, dus ook geen weg.

Er is niets om je van te verlossen en niemand om te verlossen.

Je hoeft niets te doen of te laten of te worden.

Realisatie is je realiseren dat er niets te realiseren valt.

Inzicht is inzien dat er niets valt in te zien.

In zen is verlichting opluchting.

Een tijdelijke opluchting heet in het Japans kensho; een opluchting waar geen eind aan komt satori.

Wat is zazen?

In zen is er geen weg en zen is geen weg.

Daar zen hier is, kan je er net zo goed bij gaan zitten. Dit zitten heet in het Japans zazen.

Zazen dient geen hoger doel. Om toch iets te doen te hebben, maak je van het zitten een deugd.

Zenmeditatie is niet bij de pakken neerzitten, maar schoonzitten. Liefst in de lotushouding, met geloken ogen en je tong tegen je verhemelte.

De eerste vijfentwintig jaar doet zazen zeer en net als je eraan begint te wennen krijg je artrose, maar van de pijn blijf je wakker, een ander woord voor realisatie.

Schoonzitten en verder niks heet in het Japans shikantaza.

Om de tijd te verdrijven, die anders wel erg langzaam gaat, mag je tijdens shikantaza je ademhalingen tellen. Niemand zal het je kwalijk nemen zolang je maar niet hardop telt.

Als je ondanks de pijn en het tellen van je adem in slaap blijft vallen, kan je beter rinzaizen gaan doen. Dan krijg je raadseltjes op die in het Japans koans heten en je ook ’s nachts uit je slaap houden.

Koans hebben geen oplossing en dat is de oplossing, dus uiteindelijk komt het allemaal weer op shikantaza neer, maar dat besef je pas achteraf.

Van agnose naar gnosis

‘Koans hebben geen oplossing’, zei ik, ‘en dat is de oplossing’, maar dat is ook geen oplossing.

Het is aan de zitter om aan geen-oplossing geen-gestalte te geven – kinderspel.

Helaas zijn er in de loop der tijd door excellente zenmeesters toch weer oplossingen en gestalten bedacht en vastgelegd in antwoordboeken die heimelijk werden doorgegeven van zenvader op zenzoon, helemaal tot op de dag van vandaag, ach, ach.

Agnose werd gnosis, vrijdenkerij vrijmetselarij, zen een molensteen der wijzen om menig dwazennek. De strop van de lineage – geen religie zonder erfzonde.

Diezelfde excellente zenmeesters hebben in dezelfde grijpgeest ook stadia van verlichting bedacht, drie, vier, vijf, zeven, tien, zoveel je maar wilt.

Hieruit moet blijken dat de bedenker zelf het hoogste stadium heeft bereikt, anders had hij het nooit kunnen bedenken.

Zodoende is de bedenker automatisch geautoriseerd om ook bij anderen de graad van verlichting vast te stellen en zal niemand Zijne Zennelijke Zitzak in dit leven nog van zijn zafu stoten.

Van iconoclasme tot instituut

Van alle boeddhistische scholen is zen een van de meest iconoclastische. Dat geldt in elk geval voor de oorspronkelijke Chinese variant, die chan genoemd wordt, met als schoolvoorbeeld de boeddhadoder Linji Yixuan.

Chan was populair in China, tot het door de keizer in de ban werd gedaan. Vervolgens bloeide het op in het traditionalistische Japan, waar het door institutionalisering langs de hierboven geschetste lijnen razendsnel zijn frisheid verloor.

Niet-weten werd zeker weten, improvisatie werd ritueel, spontaniteit werd regel.

Koans werden examens, zenleraren examinatoren, transmissie een diploma-uitreiking.

De val in de vrijheid die zen heet, werd een krampachtige klimpartij naar de top van een honderd voet hoge bamboepaal, waar je dertig meter dichter bij de maan zit dan alle anderen, om nooit meer los te laten.

Niet-weten, dat is pas zen

Een radicaal niet-weten, de naam zegt het al, weet als het erop aankomt geen onderscheid te maken tussen een verlossingsleer en een realisatieleer, niet tussen samsara en nirwana, niet tussen hinayana en mahayana, niet tussen meester en leerling, niet tussen vrijheid en gebondenheid, niet tussen de weg en het doel, niet tussen binnen en buiten, niet tussen vorm en leegte, niet tussen rinzai en soto, niet tussen het ene en het vele, niet tussen de persoon en het zelf, niet tussen de verlichte en de onverlichte, niet tussen mediteren en epibreren, niet tussen weten en niet-weten, niet tussen zen, zin en onzin.

In een radicaal niet-weten houdt geen enkel denkbeeld stand.

Ook niet het denkbeeld van een radicaal niet-weten waarin geen enkel denkbeeld standhoudt.

Ook niet de karikatuur van zen die ik zojuist heb geschetst en die je wellicht met instemming of met stijgende verbazing of met groeiende verontwaardiging hebt gelezen.

Zen laat zich niet in woorden vangen.

Het leven ook niet.

Alles loslaten, dat is pas vangen.

Een streep zetten door je eigen praatjes, dat is pas niet-weten.

Niet-weten, dat is pas zen.

Weetnietzen – weg ermee.

Wegwerpzen, hoezee.

-7-

Zen is zen

Leerling: Wat is zen?

Meester: Niet weten wat zen is.

Leerling: Wat is niet-weten?

Meester: Zen.

-8-

Vergeet het maar

Leerling: Wat is zen?

Meester: Niet weten wat zen is.

Leerling: Wat is niet-weten?

Meester: Alles vergeten.

Leerling: Dus zen is alles vergeten?

Meester: Dat ben ik vergeten.

Leerling: En vergeten is niet-weten?

Meester: Ik zou het niet weten.

Leerling: Noem dat maar zen.

Meester: Wat is zen?

-9-

Opzitten tot je opstaat

Leerling: Heeft een hond de boeddhanatuur?

Meester: Vraag maar aan die hond daar.

Leerling: Heb ik al gedaan.

Meester: Wat zei die?

Leerling: Woef.

Meester: Nou dan.

Leerling: Hebben leerlingen de boeddhanatuur?

Meester: Vraag maar aan jezelf.

Leerling: Heb ik al gedaan.

Meester: Wat zei je?

Leerling: Niks.

Meester: Nou dan.

Leerling: Heeft iedere boeddhist de boeddhanatuur?

Meester: Vraag maar aan iedere boeddhist.

Leerling: Ik zou niet weten hoe.

Meester: Nou dan.

Leerling: Wat denkt u?

Meester: Dat iedere boeddhist een hondennatuur heeft.

Leerling: Wat als je een hondennatuur hebt?

Meester: Dan ben je altijd op zoek naar een baasje.

Leerling: Wat als je een baasje hebt gevonden?

Meester: Opzitten en pootjes geven.

Leerling: Braaf zijn.

Meester: Het braafste kindje van de klas.

Leerling: Juist denken, juist spreken, juist handelen, juist leven, juist mediteren…

Meester: Je komt nergens anders meer aan toe.

Leerling: Wat als je niet meer op zoek bent naar een baasje?

Meester: Dan sta je op eigen benen.

Leerling: Ben je dan nog wel boeddhist?

Meester: Dat kan je dan niks meer schelen.

Leerling: Heb je dan je boeddhanatuur gerealiseerd?

Meester: Dat kan je dan niks meer schelen.

Leerling: Ben je dan een boeddha?

Meester: Dat kan je dan niks meer schelen.

Leerling: Omdat je eindelijk op eigen benen staat?

Meester: Dat kan je dan niks meer schelen.

Leerling: Hè?

Meester: Ha!

Leerling: Wat als het je niks meer kan schelen of je op eigen benen staat?

Meester: Woef.

Hondje op een meditatiekussen met zijn pootjes omhoog, een riem in zijn bek en een stijve piemel.
Opzitten tot je opstaat.

Lees ook: Op eigen benen, preek 35 van de Linji Lu.

-10-

Waar je de zenboeddhist aan herkent

Waaraan herken je de zenboeddhist?

Hij heeft een pij van de duurste sunyata.

Toch is hij geen exhibitionist.

Hij gedraagt zich als een keizer zonder kleren.

Toch heeft hij geen rijk.

Hij heeft niets meer hoog te houden.

Toch is hij niet laag.

Hij heeft niets meer te doen.

Toch zit hij niet bij de pakken neer.

Er valt voor hem niets meer te weten.

Dat is zijn hele leer.

Daaraan herken je de zenboeddhist.

-11-

Zen is in wezen niet-weten

Zen is in wezen niet-weten.

Niet-weten is in wezen niet-meer-weten.

Niet-meer-weten is het zeker-weten achter je laten.

Zonder te vergeten wat je hebt geweten.

Zonder te vergeten dát je hebt geweten.

Zonder te vergeten dat je het allemaal heilig hebt geloofd.

Zonder te vergeten dat je je identificeerde met wat je meende te weten.

Zonder te vergeten dat je er mensen mee lastig viel die er niets van wilden weten.

Niet-meer-weten volgt op weten zoals weten volgt op onwetendheid.

Niet-meer-weten is in wezen niet-weten.

Niet-weten is in wezen zen.

-12-

De weetnietgeest van Linji Yixuan en Seung Sahn

Net als de taoïsten waaraan ze schatplichtig zijn, hebben zenboeddhisten iets met niet-weten. Altijd gehad, en nog steeds.

Dit is mijn favoriete koan uit het Book of Serenity:

Niet-weten is het meest nabij

Dizang: Waar ga je heen?
Fayan: Op bedevaart.
Dizang: Waar is dat goed voor?
Fayan: Dat weet ik eigenlijk niet.
Dizang: Niet weten is het meest nabij.

De 11e-eeuwse kampioen niet-weten was misschien wel de fictieve Chinese meester Linji, bekend van de koancollectie de Linji Lu en losjes gebaseerd op de historische meester Linji uit de 9e eeuw.

De 20e-eeuwse kampioen niet-weten was misschien wel wijlen de Koreaanse zenmeester Seung Sahn, in het westen bekend van de don’t-know mind (de weetnietgeest) – en inmiddels ook van zijn losse zeden, das haben wir lange nicht gewusst.

Zijn teaching letters zijn kostelijk leesvoer. In honderden van die brieven komt het niet-weten langs, indirect of met zoveel woorden – al spreekt hij in andere brieven vaak met een (voor mij) onverdraaglijke patriarchale stelligheid.

Behalve ‘niet-weten’ heeft zen van oudsher eufemistische oxymorons gebezigd, zoals de kennis zonder leraar, de wijsheid zonder wijsheid en de wijsheid voorbij alle wijsheid.

Eufemistisch omdat zen tenminste in de gedaante van een radicaal niet-weten – weetnietzen dus – helemaal geen vorm van kennis of wijsheid is, dus ook geen hogere of overstijgende.

Onwetendheid is het echter ook niet, juist niet, want wie tot niet-weten wil komen, moet diep door de leerstof van het leven gaan.

Zo diep dat de gaten erin vallen en je er – eindelijk – doorheen kan zien.

Vraag me niet wat je dan zal zien, want dat behoort nog tot de leerstof.

Het gaat erom dat je die helemaal doorziet.

En dan nu de hamvraag: is niet-weten werkelijk het meest nabij?

-13-

Niet spreken is het meest nabij

Leerling: Waar gaat u heen?

Meester: Op bedevaart.

Leerling: Waar is dat goed voor?

Meester: Dat weet ik niet.

Leerling: Niet weten is het meest nabij.

Meester: Nabij wat?

Leerling: Eh…

Meester: Naprater.

Leerling: Had ik nou maar niks gezegd.

Meester: Zeg dat wel.

Leerling: Hoezo?

Meester: Niet spreken is het meest nabij.

-14-

Niet denken is het meest nabij

Meester: Waar ga je heen?

Leerling: …

Leerling: Niet spreken is het meest nabij.

Meester: Nabij wat?

Leerling: Hm.

Meester: Wat?

Leerling: Betrapt.

Meester: Waarop?

Leerling: Dat ik daar nog helemaal niet over heb nagedacht.

Meester: Dan is er nog hoop.

Leerling: Hoezo?

Meester: Niet denken is het meest nabij.

-15-

Niet hechten is het meest nabij

Leerling: Waar gaat u heen?

Meester: Wat maakt het uit.

Leerling: Niet denken kan je overal, wou u zeggen.

Meester: Niet denken kan je nergens, zou ik zeggen.

Leerling: Wat?

Meester: Denken moet je overal.

Leerling: Gisteren zei u anders dat niet denken het meest nabij was.

Meester: Nabij wat?

Leerling: Daar probeer ik juist niet aan te denken.

Meester: Waarom niet?

Leerling: Omdat ik aan uw woorden hecht.

Meester: Niet hechten is het meest nabij.

-16-

Niet doen is het meest nabij

Leerling: Eerst dacht ik dat niet weten het meest nabij was.

Meester: Wist jij veel.

Leerling: Toen dacht ik dat niet spreken het meest nabij was.

Meester: Zeg dat maar eens zonder te spreken.

Leerling: Toen dacht ik dat niet denken het meest nabij was.

Meester: Leuk bedacht.

Leerling: Nu denk ik weer dat niet hechten het meest nabij is.

Meester: Behalve bij gapende wonden.

Leerling: Maar als ik dat tegen u zeg, zegt u vast weer…

Meester: Nabij wat?

Leerling: Of…

Meester: Ben jij gehecht aan onthechting?

Leerling: Of…

Meester: Een mens denkt wat af.

Leerling: Wat doe ik toch verkeerd?

Meester: Niet doen is het meest nabij.

-17-

Niet moeten is het meest nabij

Leerling: Waar gaat u heen?

Meester: Ga ik ergens heen?

Leerling: Wat gaat u daar doen?

Meester: Ga ik daar wat doen?

Leerling: Niet doen is het meest nabij, wou u zeggen.

Meester: Wou ik wat zeggen?

Leerling: Alles op zijn beloop laten, bedoel ik.

Meester: En dan?

Leerling: Is niet antwoorden soms het meest nabij?

Meester: Hoe kom je daar nou bij?

Leerling: Omdat u geen antwoord geeft.

Meester: Wat is dit dan?

Leerling: U stelt alleen maar vragen.

Meester: Zijn vragen soms geen antwoorden?

Leerling: Is vragen soms het meest nabij?

Meester: Nabij wat?

Leerling: Maar wat moet ik dán!

Meester: Niet moeten is het meest nabij.

-18-

Alles is het meest nabij

Leerling: Niet moeten is het meest nabij, niet vragen is het meest nabij, niet doen is het meest nabij, niet hechten is het meest nabij, niet denken is het meest nabij, niet spreken is het meest nabij, niet weten is het meest nabij…

Meester: Wat is de vraag?

Leerling: Wat is eigenlijk niet nabij?

Meester: Nabij wat?

Leerling: Dat zou ik ook weleens willen weten.

Meester: Ik zou het ook niet weten.

Leerling: Volgens mij is alles even nabij.

Meester: Hoe kan je zoiets meten?

Leerling: Maar dan is alles ook even veraf.

Meester: Ik zou het maar vergeten.

Leerling: Dus is niets het meest nabij.

Meester: Dit mag best onzin heten.

Leerling: Sla ik de spijker op zijn kop?

Meester: Je zit erbovenop.

-19-

Niet lezen is het meest nabij

Niet schrijven komt er ook dichtbij…

Helaas geldt dat alleen voor mij.

Niet lezen is voor jou nabij…

Bespaar je dus mijn letterbrij.

Lees ook niet: De dharma voor dummy’s.

-20-

Verwarring is het meest nabij

Monnik: De wereld is in verwarring!

Monnik: Welke wereld? Je geest is in verwarring!

Monnik: Welke geest? Je gedachten zijn in verwarring!

Monnik: Welke je? Gedachten zijn verwarring!

Monnik: Welke gedachten? Waar zijn ze nu?

Monnik: Nou weet ik het helemaal niet meer!

Meester: Verwarring is het meest nabij.

-21-

Zengeest, weetnietgeest

‘Zen is steeds opnieuw beginnen’, zei Shunryu Suzuki.

Zengeest, beginnersgeest heet zijn boekie.

Alsof het een keus is.

Alsof er een alternatief is voor vallen en opstaan.

Vallen – daarmee begint je leven.

Een val uit de baarmoeder.

In de val van het leven.

Baf!

Op een dag sta je voor het eerst op.

Als het meezit tenminste, want sommigen van ons zijn dan al weggevallen.

Daarna is het pas echt vallen en opstaan.

Vallen en opstaan.

Vallen en opstaan.

Vallen en opstaan.

En zo verder, tot je laatste val.

In het graf.

Baf!

Hoe zou je dan niet op je achterhoofd gevallen kunnen zijn?

Je begint je leven als weetniet.

Je leeft je leven als weetniet.

Je eindigt je leven als weetniet.

Je bent en blijft een weetniet.

Een dummy, een sufferd, een onbenul.

Een professor in slap gelul.

Of je het ziet of niet.

Het enige verschil tussen jou en mij is dat ik het niet langer verberg.

Alleen dwazen geloven in hun wijsheid.

Je herkent ze al van verre.

Aan hun wijde gewaden.

Aan hun brede gebaren.

Aan hun gedragenheid.

Geestelijke lijders op zoek naar volgelingen.

Gedeelde smart is halve smart, maar wel twee keer zo veel.

Wat heb je dan gewonnen?

Niet-weten is verliezen.

Wie niet-weet is gezien.

De onmacht aan de macht.

Overmacht maakt zacht.

Je zwakte is je kracht.

Niet-weten is je kleinheid realiseren.

Precies zo groot worden als je bent.

De weetniet is groot in zijn kleinheid.

Je ware grootte vinden is grootteloos worden.

Je grootheid verliezen en je kleinheid verliezen.

Niet meer weten hoe groot je bent in absolute zin.

Niet meer weten hoe groot je bent in vergelijking met anderen.

Niet meer weten hoe groot mensen zijn.

Weten dat mensen geen ware grootte hebben – behalve in hun geest.

Zelfs niet meer weten dat mensen geen ware grootte hebben.

Wijs is wie zijn dwaasheid kent.

Zengeest, weetnietgeest in mijn boekie.

Dat boekie is nog kleiner dan het boekie van Suzuki.

Het is een leeg boekie.

Het is een boekie van niets.

Hét boekie van niets.

Want niet weten van niet-weten is tien pond scheten.

Het is gewoon de volgende val.

Trap er niet in.

-22-

Zen is zelfs niet niets

Sunyata-sunyata.

‘Wat is zen?’

‘Leegte.’

‘Wat is zen-zonder-zen?’

‘De leegte van de leegte.’

‘Wat is leegte?’

‘Niet-weten.’

‘Wat is de leegte van de leegte?’

‘Zelfs niet weten van niet-weten.’

‘Zo hou je weinig over.’

‘Niets.’

‘Zo hou je niets over.’

‘Zelfs niet niets.’

‘Wat is zelfs niet niets?’

‘Zen.’

-23-

De soetra zonder hart

‘Wat is volgens jou de essentie van de Hartsoetra, Hans?’

‘Gate gate paragate parasamgate.’*

* Sanskriet; letterlijk ‘gegaan, gegaan, voorbij gegaan, volledig voorbij gegaan’, in de Agnosereeks meestal vertaald als verder verder, almaar verder, zelfs het verder gaan voorbij.

‘Wat betekent dat?’

‘Het is maar net aan wie je het vraagt.’

‘Als je het jou vraagt.’

‘Alles achter je laten.’

‘Behalve de Hartsoetra, zeker?’

‘Die ook.’

‘Behalve de leegte dan?’

‘Die ook.’

‘Behalve het Zelf?’

‘Dat ook.’

‘Behalve niet-zelf?’

‘Dat ook.’

‘Behalve het achterlaten?’

‘Dat ook.’

‘Zo hou je niets over.’

‘Dat ook niet.’

‘Maar moet ik de Hartsoetra nou achter me laten of juist niet?’

‘Ik zou het ook niet weten.’

‘Maar wat is nou de essentie van de Hartsoetra?’

‘Dat is nou de essentie van de Hartsoetra.’

-24-

Wat is de Hartsoetra?

Het hart van de Hartsoetra is leeg

De Hartsoetra is een korte boeddhistische tekst uit het eerste millennium die door veel boeddhisten wordt gezien als het hart van de prajnaparamitaliteratuur, en die weer als het hart van het mahayanaboeddhisme.

Het hart van de Hartsoetra is leegte, sunyata.

Voor sommigen verwijst sunyata naar een metafysisch of goddelijk niets, maar voor mij staat het voor de onthutsende ondervinding, telkens weer, de hele dag door, dat niets op zichzelf blijkt te staan – dat niets in en uit en als zichzelf begrepen kan worden.

Ietsje minder mooi gezegd: dat de werkelijkheid bij nader inzien een onbegrijpelijke janboel is, die niet te ontwarren valt.

Alle wezens, dingen, verschijnselen en begrippen zijn gordiaans verknoopt.

Welke draad je ook probeert te volgen, je komt onherroepelijk bij het hele weefsel uit.

Het tapijt van het leven zal zich wel nooit definitief laten ontrafelen door een dualistisch* denken, dat alle wezens, dingen, verschijnselen en begrippen een onafhankelijk bestaan toedicht – een eigen wezen, identiteit, rationaliteit en werking.

* Dualistisch: analytisch, divisionistisch, discursief, essentialistisch, eternalistisch, hypostatisch, substantialistisch of hoe je het maar noemen wilt.

Sunyata is het einde van het heilige geloof in het dualistische denken.

Het einde van het heilige geloof in het dualistische denken heet niet-weten.

De leegte van de leegte

Volgens Geshe Sonam Gyaltsen is al het onderricht van de Boeddha slechts een ‘aanloop of voorbereiding op het essentiële onderricht over de leegte. Alle inzichten over bijvoorbeeld gebrekkigheid, vergankelijkheid en het lijden zijn enkel bedoeld om ons in de richting van de leegte te zetten.’ (De Hart Soetra, Geshe Sonam Gyaltsen, Maitreya, 2000, p13)

Nadat de boeddhistische canon op deze wijze tot één begrip is gereduceerd, rest ons nog één overweging:

Als alles leeg is, dan ook de leegte (sunyata-sunyata).

Daarmee verdwijnt je laatste houvast en gaat je hart los.

Biddende monnik in de vorm van een hart mij pij.
De Hartsoetra: lege wijsheid voor een vol hart.

Een pak van je hart

De oorspronkelijke Hartsoetra van circa 1100 na Boeddha wijst de weg uit de doolhof van woorden, begrippen en methoden die het boeddhisme indertijd al topzwaar maakte, en fungeert als tegenwicht voor de onuitroeibare menselijke neiging tot exegese, verering, gehechtheid en identificatie.

Onvermijdelijk is de Hartsoetra in de loop der eeuwen zelf onderwerp van exegese, verering, gehechtheid en identificatie geworden.

Vandaar misschien mijn behoefte om een versie van de Hartsoetra te schrijven waar niemand mee aan de haal kan gaan.

Dotteren is het doel.

Alle aankoeksels uitboren, alle aangroeisels wegsnoeien, zodat je bloed weer kan stromen en je gedachten weer vloeien.

Niets maar dan ook niets gezegd laten, als negatieve expressie van, vooruit dan maar, voor deze ene keer: de wijsheid zonder wijsheid.

Het resultaat is een hartsoetra die net zo leeg is als de leegte die hij aan de orde stelt – een hartsØetra.

Om hem te onderscheiden van de oorspronkelijke Hartsoetra noem ik hem de Hartsoetra voor Hardliners.

Dat sluit mooi aan bij de Diamantsoetra voor Hardliners verderop in dit Witboek Zen.

Als je na lezing denkt ‘nou, daar word je ook niet wijzer van’, dan ben ik in mijn opzet geslaagd.

Als dat een pak van je hart is, helemaal.

-25-

De Hartsoetra voor Hardliners

Ridiculisering Radicalisering van een beeldenbrekende zenklassieker. Lege zen voor een vol hart.

Proloog

Op de Gierberg in Radjagriha spreekt Avalokiteshvara over volmaakte wijsheid tot Shariputra in aanwezigheid van de Boeddha en een groot aantal monniken en bodhisattva’s.

Is de bodhisattva in de stroom van de Wijsheid voorbij alle Wijsheid gegaan?

Ik zeg niet dat de bodhisattva in de stroom van Wijsheid voorbij alle Wijsheid is gegaan.

Ik zeg niet dat de bodhisattva niet in de stroom van Wijsheid voorbij alle Wijsheid is gegaan.

Ik zeg niet dat er een bodhisattva is of Wijsheid voorbij alle Wijsheid of een stroom daarvan of een ingaan daarin.

Ik zeg niet dat er geen bodhisattva is of geen Wijsheid voorbij alle Wijsheid of geen stroom daarvan of geen ingaan daarin.

Noem dit desnoods het ingaan in de stroom van Wijsheid voorbij alle Wijsheid door de bodhisattva.

Zelf zeg ik liever niets.

Zijn de vijf skandha’s in wezen leeg?

Ik zeg niet dat de vijf skandha’s in wezen leeg zijn.

Ik zeg niet dat de vijf skandha’s in wezen niet leeg zijn.

Ik zeg niet dat er skandha’s zijn of een wezen daarvan of leegte daarvan.

Ik zeg niet dat er geen skandha’s zijn of geen wezen daarvan of geen leegte daarvan.

Noem dit desnoods de leegte van de vijf skandha’s.

Zelf zeg ik liever niets.

Skandha’s of kandha’s: bestaansvormen waaraan je gehecht kan raken, zoals dingen, het lichaam, gewaarwordingen, voorstellingen, idealen, herinneringen en gedachten.

Zijn vorm en leegte gelijk aan elkaar?

Ik zeg niet dat vorm gelijk is aan leegte of dat leegte gelijk is aan vorm.

Ik zeg niet dat vorm verschilt van leegte of dat leegte verschilt van vorm.

Ik zeg niet dat er vorm is of leegte of gelijkheid of verschil.

Ik zeg niet dat er geen vorm is of geen leegte of geen gelijkheid of geen verschil.

Noem dit desnoods de gelijkheid van vorm en leegte.

Zelf zeg ik liever niets.

Bestaan vorm en leegte los van elkaar?

Ik zeg niet dat vorm niet gescheiden van leegte bestaat of leegte niet gescheiden van vorm.

Ik zeg niet dat vorm toch gescheiden van leegte bestaat of leegte toch gescheiden van vorm.

Ik zeg niet dat er vorm is of leegte of gescheidenheid of bestaan.

Ik zeg niet dat er geen vorm is of geen leegte of geen gescheidenheid of geen bestaan.

Noem dit desnoods de vorm die niet gescheiden bestaat van leegte of de leegte die niet gescheiden bestaat van de vorm.

Zelf zeg ik liever niets.

Is elke zijnsvorm leeg?

Ik zeg niet dat elke zijnsvorm leeg is – niet voortgebracht, niet eindigend, noch zuiver noch onzuiver, noch volmaakt noch onvolmaakt.

Ik zeg niet dat sommige of alle zijnsvormen toch leeg zijn – toch voortgebracht of eindigend, toch zuiver of onzuiver, toch volmaakt of onvolmaakt.

Ik zeg niet dat er zijnsvormen zijn of een voortbrengen daarvan of een eindigen daarvan of zuiverheid daarvan of onzuiverheid daarvan of volmaaktheid daarvan of onvolmaaktheid daarvan of leegte daarvan.

Ik zeg niet dat er geen zijnsvormen zijn of geen voortbrengen daarvan of geen eindigen daarvan of geen zuiverheid daarvan of geen onzuiverheid daarvan of geen volmaaktheid daarvan of geen onvolmaaktheid daarvan of geen leegte daarvan.

Noem dit desnoods de leegte van elke zijnsvorm, niet voortgebracht, niet eindigend, noch zuiver noch onzuiver, noch volmaakt noch onvolmaakt.

Zelf zeg ik liever niets.

Zijn voelen, denken, motivatie en gewaarwording leeg?

Ik zeg niet dat voelen, denken, motivatie en gewaarwording leeg zijn.

Ik zeg niet dat voelen, denken, motivatie en gewaarwording niet leeg zijn.

Ik zeg niet dat er voelen, denken, motivatie, gewaarwording of leegte is.

Ik zeg niet dat er geen voelen, denken, motivatie, gewaarwording of leegte is.

Noem dit desnoods de leegte van voelen, denken, motivatie en gewaarwording.

Zelf zeg ik liever niets.

Is er in de leegte een oog, oor, neus, tong, lichaam of geest?

Ik zeg niet dat er in de leegte geen oog, oor, neus, tong, lichaam of geest is.

Ik zeg niet dat er in de leegte toch een oog, oor, neus, tong, lichaam of geest is.

Ik zeg niet dat er leegte is of een oog, oor, neus, tong, lichaam of geest.

Ik zeg niet dat er geen leegte is of geen oog, oor, neus, tong, lichaam of geest.

Noem dit desnoods de leegte van oog, oor, neus, tong, lichaam en geest.

Zelf zeg ik liever niets.

Is er in de leegte vorm, klank, geur, smaak, aanraking en zo?

Ik zeg niet dat er in de leegte geen vorm, klank, geur, smaak, aanraking, voorstelling, beeld, waarnemingsveld of bewustzijn is.

Ik zeg niet dat er in de leegte toch vorm, klank, geur, smaak, aanraking, voorstelling, beeld, waarnemingsveld of bewustzijn is.

Ik zeg niet dat er leegte is, of vorm, klank, geur, smaak, aanraking, voorstelling, beeld, waarnemingsveld of bewustzijn.

Ik zeg niet dat er geen leegte is, of geen vorm, klank, geur, smaak, aanraking, voorstelling, beeld, waarnemingsveld of bewustzijn.

Noem dit desnoods de leegte van vorm, klank, geur, smaak, aanraking, voorstelling, beeld, waarnemingsveld en bewustzijn.

Zelf zeg ik liever niets.

Is er in de leegte onwetendheid, ouderdom en dood?

Ik zeg niet dat er in de leegte geen onwetendheid en geen einde van onwetendheid is, geen ouderdom en dood en geen einde van ouderdom en dood, geen lijden en geen oorzaak van lijden en geen opheffing van lijden, geen weg en geen inzicht, geen bereiken en geen niet-bereiken.

Ik zeg niet dat er in de leegte toch onwetendheid of een einde van onwetendheid is, ouderdom en dood of een einde van ouderdom en dood, lijden of een oorzaak van lijden of opheffing van lijden, een weg of inzicht, een bereiken of een niet-bereiken.

Ik zeg niet dat er leegte is, of onwetendheid of een einde van onwetendheid of ouderdom en dood of een einde van ouderdom en dood of lijden of een oorzaak of lijden of opheffing van lijden of een weg of inzicht of een bereiken of een niet-bereiken.

Ik zeg niet dat er geen leegte is, of geen onwetendheid of geen einde van onwetendheid of geen ouderdom en dood of geen einde van ouderdom en dood of geen lijden of geen oorzaak of geen lijden of geen opheffing van lijden of geen weg of geen inzicht of geen bereiken of geen niet-bereiken.

Noem dit desnoods de leegte van onwetendheid en van het einde van onwetendheid, van ouderdom en dood en van het einde van ouderdom en dood, van lijden en de oorzaak van lijden en de opheffing van lijden, van de weg en van inzicht en van het bereiken en van het niet-bereiken.

Zelf zeg ik liever niets.

Verblijft de bodhisattva waar geen grens bestaat?

Ik zeg niet dat de bodhisattva gedragen wordt door de Wijsheid voorbij alle Wijsheid en verblijft waar geen grens bestaat.

Ik zeg niet dat de bodhisattva niet gedragen wordt door de Wijsheid voorbij alle Wijsheid of niet verblijft waar geen grens bestaat.

Ik zeg niet dat er een bodhisattva is of Wijsheid voorbij alle Wijsheid of een gedragen worden daardoor of een plaats waar geen grens is of een verblijven daarin.

Ik zeg niet dat er geen bodhisattva is of geen Wijsheid voorbij alle Wijsheid of geen gedragen worden daardoor of geen plaats waar geen grens is of geen verblijven daarin.

Noem dit desnoods gedragen worden door de Wijsheid voorbij alle Wijsheid of verblijven waar geen grens bestaat.

Zelf zeg ik liever niets.

Maakt de bodhisattva al het valse ongedaan?

Ik zeg niet dat de bodhisattva vrij van grenzen en onbevreesd is of al het valse ongedaan maakt en zo het verwijlen in nirwana bereikt.

Ik zeg niet dat de bodhisattva niet vrij van grenzen of toch bevreesd is of niet al het valse ongedaan maakt of niet het verwijlen in nirwana bereikt.

Ik zeg niet dat er een bodhisattva is of vrijheid van grenzen of onbevreesdheid of iets vals of het ongedaan maken daarvan of een nirwana of een bereiken daarvan of een verwijlen daarin.

Ik zeg niet dat er geen bodhisattva is of geen vrijheid van grenzen of geen onbevreesdheid of niets vals of geen ongedaan maken daarvan of geen nirwana of geen bereiken daarvan of geen verwijlen daarin.

Noem dit desnoods vrijheid van grenzen, onbevreesdheid, het ongedaan maken van al het valse of het bereiken van of het verwijlen in nirwana.

Zelf zeg ik liever niets.

Hebben alle bodhisattva’s de hoogste verlichting ervaren?

Ik zeg niet dat alle bodhisattva’s die ontwaakt zijn doorheen alle tijden, in verleden, toekomst en heden, door in Wijsheid voorbij alle Wijsheid te verblijven de hoogste verlichting volkomen ervaren hebben.

Ik zeg niet dat alle bodhisattva’s die ontwaakt zijn doorheen alle tijden, in verleden, toekomst en heden, door in Wijsheid voorbij alle Wijsheid te verblijven niet de hoogste verlichting volkomen ervaren hebben.

Ik zeg niet dat er bodhisattva’s zijn of dat er ontwaken is of dat er tijden zijn, een verleden, een toekomst of een heden, of dat er Wijsheid voorbij alle Wijsheid is of een verblijven daarin, of dat er een hoogste verlichting is of een volkomen ervaren daarvan.

Ik zeg niet dat er geen bodhisattva’s zijn of dat er geen ontwaken is of dat er geen tijden zijn, geen verleden, geen toekomst en geen heden, of dat er geen Wijsheid voorbij alle Wijsheid is of geen verblijven daarin, of dat er geen hoogste verlichting is of geen volkomen ervaren daarvan.

Noem dit desnoods het volkomen ervaren van de hoogste verlichting door in Wijsheid voorbij alle Wijsheid te verblijven.

Zelf zeg ik liever niets.

Geeft de bodhisattva gehoor aan alle noodkreten?

Ik zeg niet dat de bodhisattva aan alle noodkreten gehoor geeft.

Ik zeg niet dat de bodhisattva niet aan alle noodkreten gehoor geeft.

Ik zeg niet dat er een bodhisattva is of dat er noodkreten zijn of een gehoor geven daaraan.

Ik zeg niet dat er geen bodhisattva is of dat er geen noodkreten zijn of geen gehoor geven daaraan.

Noem dit desnoods het gehoor geven aan alle noodkreten door de bodhisattva.

Zelf zeg ik liever niets.

Lenigt de Wijsheid voorbij alle Wijsheid alle lijden?

Ik zeg niet dat de Wijsheid voorbij alle Wijsheid het volmaakte woord is of dat het vanuit het hart opwelt of uit het allerdiepste inzicht of dat het alle lijden lenigt.

Ik zeg niet dat de Wijsheid voorbij alle Wijsheid niet het volmaakte woord is of dat het niet vanuit het hart opwelt of niet uit het allerdiepste inzicht of dat het niet alle lijden lenigt.

Ik zeg niet dat er Wijsheid voorbij alle Wijsheid is of een volmaakt woord of een hart of een opwellen daaruit of een allerdiepst inzicht of een opwellen daaruit of een lijden of een lenigen daarvan.

Ik zeg niet dat er geen Wijsheid voorbij alle Wijsheid is of geen volmaakt woord of geen hart of geen opwellen daaruit of geen allerdiepst inzicht of geen opwellen daaruit of geen lijden of geen lenigen daarvan.

Noem dit desnoods de Wijsheid voorbij alle Wijsheid, het volmaakte woord dat vanuit het hart opwelt of uit het allerdiepste inzicht, dat alle lijden lenigt.

Zelf zeg ik liever niets.

Moeten we inderdaad overal aan voorbijgaan?

Gate gate paragate parasamgate.

Ik zeg niet dat we ‘verder, verder, almaar verder, zelfs het verder gaan voorbij’ moeten gaan.

Ik zeg niet dat we niet ‘verder, verder, almaar verder, zelfs het verder gaan voorbij’ moeten gaan.

Ik zeg niet dat er een we is of een verder of een voorbij of een moeten of een gaan.

Ik zeg niet dat er geen we is of geen verder of geen voorbij of geen moeten of geen gaan.

Noem dit desnoods het verder, verder, almaar verder, zelfs het verder gaan voorbijgaan.

Zelf zeg ik liever niets.

Epiloog

De Arya Avalokiteshvara rekt zich uit, schraapt zijn keel en verzucht: ‘Ik heb gezegd.’

Er ontstaat geroezemoes, waarop hij verschrikt roept: ‘Wat heb ik gezegd!’

De bodhisattva’s zijn met stomheid geslagen, verbijsterd over zijn onderricht.

In gedachten verzonken gaat elk zijn weg.

Vergeefs trachten ze zijn onderricht ter harte te nemen.

Vergeefs trachten ze het uit hun hart te bannen.

-26-

Openhartoperatie

‘Wat is de Hartsoetra in essentie?’

‘Inessentie.’

‘En wat is de essentie van inessentie?’

‘Inessentie.’

-27-

Vinger zonder waan

Spiritualiteit voor lunatics.

De dharma is een vinger naar de maan, beweert de boeddhist.

Dat is te zuinig uitgedrukt.

Ontdaan van alle franje betekent de dharma: álles naar de maan.

Praktijken en middelen, ideeën en idealen, boeddhistische en non-boeddhistische, zonder uitzondering.

De Boeddha doden, de boeddhadoder doden.

Jezelf doden, het Zelf doden.

Het vlot achterlaten, het achterlaten achterlaten.

Zo versta ik zen,

Zo versta ik de weg,

Zo versta ik verlichting,

Zo versta ik advaita,

Zo versta ik soefisme,

Zo versta ik taoïsme,

Zo versta ik mystiek:

Als een radicaal niet-weten.

En zo versta ik een radicaal niet-weten:

Als een eh… jeetje.

Vinger zonder waan.

-28-

De groeten van de nieuwe maan

Waarin elk denkbeeld moet vergaan!

Dus ook het denkbeeld van de maan!

En dan jijzelf erachteraan!

En dan het Zelf erachteraan!

En het niet-zelf erachteraan!

Vergaan, vergaan, voorgoed vergaan!1

Je spraakorgaan een tastorgaan!

Maar kraters zijn nog geen vulkaan!

De leegte kan niet zelfbestaan!

Vergeet afhankelijk ontstaan!

Je godsdienst- en je eenheidswaan!

Je reinheids- en gelijkheidswaan!

Nirwana- en samsarawaan!

Vergaan, vergaan, voorgoed vergaan!

Waan jij je vrij van elk verstaan?

Voel jij je daarom zelfvoldaan?

Niet weten maakt je geen sjamaan!

Je bent nog steeds een baviaan!

Je leven blijft een hinkelbaan!

Een opscheplepel levertraan!

Och waterdrager naar de kraan!

Wat is er dat niet stuk zal gaan!

Nog even en je gaat eraan!

Drie zuchten en het is gedaan!

Want ieder denkbeeld moet vergaan!

Dus ook het denkbeeld van de waan!

Vergaan, vergaan, voorgoed vergaan!

De groeten van de nieuwe maan!2

1. ‘Gate, gate, pāragate pārasamgate, bodhi svāhā’ heet het in de Hartsoetra: ‘Gegaan, gegaan, overgegaan, helemaal overgegaan, ontwaakt, gezegend’. Mij te mooi.

2. ‘Nieuwe maan’ is de naam voor de compleet verduisterde maan pal tussen twee volle manen in. Je ziet hem niet, maar zijn aantrekkingskracht is onverminderd groot.

Maan met het gezicht van de Lachende Boeddha.
De groeten van de nieuwe maan!

-29-

Zen is geen verkleedpartij

‘Wat is zen?’

‘Fetisjisme.’

‘Wat is zen zonder zen?’

‘Nudisme.’

-30-

Zen is oefenen in spontaniteit

Oefening baart kunstjes.

-31-

Haiku op haiku - Wat viel daar in het water?

Wat viel in ’t water
Zo diep in het zomerbos
Een bloem, een besje?

(Buson)

Wat viel in ’t water
Zo diep in het zomerbos
Een plan, een feestje?

(Hans)

Wat viel daar in het water? Een zenfeestje.

-32-

Haiku op haiku - Schijngestalten van de maan

Hij wordt gebroken
En weer gebroken, toch blijft
De maan in ’t water

(Chosu)

Hij wordt gebroken
En gebroken, ook de maan
Valt in het water

(Hans)

-33-

Tanka, renga, haiku en senryu

Daarnet heb je tweemaal twee haiku’s kunnen lezen, en in dit Witboek Zen komen zul je er nog veel meer tegenkomen, maar wat is een haiku?

De familie Tanka

Een haiku is een dichtvorm ontstaan uit de renga.

Een renga is een dichtvorm ontstaan uit de tanka.

Een senryu is een dichtvorm ontstaan uit de haiku.

Tanka staat tot renga staat tot haiku staat tot senryu als opa tot papa tot kind tot kleinkind.

Samen vormen deze vier generaties de familie Tanka.

Ik ga ze een voor een aan je voorstellen.

Wat is een tanka?

Een tanka (短歌, ‘kort gedicht’, meervoud tanka of tanka’s) is een Japanse dichtvorm bestaande uit 5 regels van liefst 5, 7, 5, 7 en 7 lettergrepen.

De regels hoeven niet te rijmen en de maat is niet voorgeschreven.

Woudpioenrozen –
juist nu op het hoogtepunt
van hun volle bloei;
te mooi om af te plukken –
te mooi om niet te plukken.

(zenmonnik Ryokan)

Al slaap ik altijd
op mijn reizen, elke nacht
op een andere plaats,
de droom die ik altijd droom
brengt mij naar mijn eigen huis.

(idem)

Medelijwekkend –
de mensen die niets weten
van de verrukking
van ’t nirwana! Altijd door
treuren zij, om dood, om leven.

(zenmeester Ikkyu)

Daar ik zou denken
dat de werkelijkheid geenszins
werkelijk is,
hoe kan ik dan denken dat
dromen werkelijk dromen zijn?

(shingopriester Saigyo)

De eerste drie regels van de tanka worden de kami-no-ku (上の句) genoemd, en vormen de aanhef.

De laatste twee regels, de shimo-no-ku (下の句), dienen ter afronding.

Ku (句) betekent hier strofe, no (の) van, kami (上) boven en shimo (下) onder.

Een tanka bestaat dus uit twee strofen, de aanhef en de afronding, die gewoonlijk achter elkaar worden geschreven zonder witregel ertussen.

Wat is een renga?

Een renga (連歌, ‘samenwerkingsgedicht’, meervoud renga of renga’s) is een groepsgedicht of kettinggedicht, dat wil zeggen, een gedicht geschreven door twee of meer mensen die om de beurt een ku (strofe) voor hun rekening nemen.

Hieronder de eerste 10 schakels van Winterse bui, een zesmansgedicht van 36 strofen uit 1684:

1. Al tracht de winterbui / de maan te omwikkelen, / zij rukt zich los.1

2. Hij trapt op het ijs: / het bliksemt in het water.2

3. Varentakken / draagt de jager met Nieuwjaar / op zijn pijlkoker.3

4. Hij duwt de Noordpoort open / en de lente begint.4

5. Op de waaier / waar hij paardenvijgen mee veegt: / een wazige bries.5

6. De liefhebber van de theeceremonie / is dol op de pisbloemen langs de weg.6

7. Hoe bevallig / zit zij te lezen / zijn geliefde dochter!2

8. Met twee lantaarns / wedijveren ze om haar liefde.1

9. De hagi worstelt / met de dauwdruppel, maar de strijd / blijft onbeslist.4

10. Zelfs soba is hier heldergroen: / een tempelverblijf in Shigaraki.3

1. Tokoku, 2. Jugo, 3. Yasuï, 4. Basho, 5. Kakei, 6. Shohei

De kortste vorm van de renga heet de tanrenka (短連歌, ‘kort samenwerkingsgedicht’).

Deze bestaat uit een openingsgedicht, de hokku (発句), van 3 regels met liefst 5, 7 en 5 lettergrepen, gevolgd door de waki (脇), een reactie van 2 regels met liefst 7 lettergrepen elk.

Hokku en waki worden gescheiden door een witregel.

De tanrenka is dus een renga van twee strofen geschreven door twee personen.

Het is niet moeilijk hierin de oorspronkelijke tanka te herkennen, die dezelfde vorm heeft (minus de witregel) maar geschreven is door één persoon.

De hokku van de renga correspondeert met de kami-no-ku van de tanka, en de waki van de renga correspondeert met de shimo-no-ku van de tanka; andere namen voor dezelfde dichtregels.

Een renga is op te vatten als een reeks tanrenka’s.

Uit de renga ontwikkelde zich een luchtige variant die zich weinig aan de geschreven en ongeschreven rengaregels gelegen laat liggen.

Deze variant staat bekend als de haikai no renga, de humoristische renga of de volksrenga.

Wat is een haiku?

Het openingsgedicht van de renga, de hokku, ging na verloop van tijd een eigen leven leiden.

In het begin werd de verzelfstandigde hokku kortweg hokku genoemd, of naar het voorbeeld van de haikai no renga, haikai no hokku, ‘populair versje’ of ‘humoristische strofe’, al waren ze eerder melancholiek dan grappig.

Later ontstond door samentrekking van ‘haikai no hokku’ de naam waaronder we deze dichtvorm in het westen kennen: haiku.

Bloesems van de avond!
Als je ze nog eens wilt zien,
zijn ’t alweer vruchten.

(Buson)

Dagen vol vrede;
de rusteloze jaren
alweer vergeten.

(Taigi)

Zonder jou erbij,
waren zij te diep, te groot,
die donkere bossen.

(Issa)

De lichten branden.
Kersenbloesems vallen neer.
Mensen verlangen.

(Shirao)

Een haiku (俳句, meervoud haiku of haiku’s) is een gedichtje van 3 regels met liefst 5, 7 en 5 of, minder vaak, 3, 5 en 3 lettergrepen.

Ook andere aantallen lettergrepen komen voor en sommige dichters zijn strenger voor zichzelf dan andere.

Het onderwerp van de haiku staat niet vast. Haiku’s gaan – net als renga’s en tanka’s – over geboorte en dood, liefde en ziekte, afscheid en verlangen, eenvoud en armoede, Boeddha en dharma en wat al niet. Maar van oudsher zijn de natuur en de seizoenen favoriet.

Wat is een senryu?

Haiku die andere haiku parodiëren en haiku over de onvolkomenheden van de mens doen hun oorspronkelijke naam van ‘haikai no hokku’ eer aan, want ze kunnen heel komisch zijn.

Omdat de haiku inmiddels een serieuze dichtvorm was geworden, ontstond er voor de ironische variant een nieuwe naam: de senryu (川柳, ‘waterwilg’, meervoud senryu of senryu’s), naar de schrijversnaam van zijn grootste protagonist, Karai Hachiemon (1718-1790).

Senryu’s zijn over het algemeen aards, anarchistisch, anti-elitair, anti-intellectueel en niet zelden een puntige uitdrukking van de weetnietgeest:

Alsof hij alles
ter wereld begreep, is de
priester gestorven.

(Kojyaku)

’k Wou dat ze lachten
om dat wonderbaarlijke
feit, dat ze leven.

(Ichiro)

Menend, dat mensen
altijd werkelijk mensen zijn,
maken wij ons kwaad.

(Kenkabo)

Hij is niet zo wijs,
dus leeft hij veel vrolijker,
zo’n gewone man.

(Kako)

Zo spreekt de wijze:
‘Hemel en aarde weten,
ik weet er niets van.’

(Ittosai)

Alle tanka en haiku hierboven komen uit Japans gedicht, de mooiste haiku, senryu en tanka, J. van Tooren, Meulenhoff Amsterdam, 1985.

De renga Winterse bui komt uit Eeuwige Reizigers: een bloemlezing uit de klassieke Japanse literatuur, Jos Vos, De Arbeiderspers, 2008, p564-571, dat veel verklarende voetnoten bevat over de voor ons soms onnavolgbare gedachtesprongen tussen de schakels.

De senryu komen uit Senryu, De Waterwilgen, Japanse volkspoëzie, vertaald en ingeleid door J. van Tooren, deel III, Meulenhoff Amsterdam 1976.

-34-

De wereld als illusie en het lichaam als fantoom

‘Het is niet de geest, het is niet de boeddha, het zijn niet de dingen.’

Meester Nanquan in koan 27 van de Poortloze Poort.

Haiku’s als spiegel van de ziel

Haiku’s over de natuur en de seizoenen neigen naar een vorm van lyriek waarbij typisch menselijke gevoelens, gemoedstoestanden en gedachten aan de omgeving worden toegedicht.

Je kan het ook zo zeggen: haiku’s zitten stampvol antropomorfe projecties.

Krekels roepen tot het eindelijk middag is, een leeuwerik bidt boven een graf, een statige kikvors zit de bergen te beschouwen, een ganzenbloempje is verdrietig bij het naderen van een zeis, een pijnboom die nog geen boeddha is staat wat te dromen, de maan wordt gebroken.

Vlooien maken een lange nacht door, het water spreekt, een slak beklimt een heilige berg, een bromvlieg wast speciaal voor ons zijn pootjes, een vogeljong is eenzaam, groene rupsen hebben van iemand hoorns gekregen et cetera.

Dergelijke haiku’s onthullen misschien iets over de natuur, maar minstens zoveel over de werking van de menselijke geest, de aard van het menselijk denken.

Vooral dit: de wereld die wij waarnemen en beleven is een door en door menselijke, en subjectieve wereld, die zich gek genoeg aan ons voordoet als een door en door objectieve, universele wereld.

We nemen zonder meer aan dat onze wereld dé wereld is en dat die wereld hetzelfde is voor ieder mens van alle tijden, en voor ieder wezen waar dan ook.

De wereld als voorstelling van het verstand

Maar hebben krekels wel weet van ochtend en middag?

Weet een leeuwerik wat een graf is en kiest hij daarboven positie om te bidden?

Is een ganzenbloempje ooit verdrietig?

Staan pijnbomen weleens te dromen?

Koeren duiven werkelijk uit de zachtheid van hun gemoed?

Ziet een kikvors bergen?

Wat is eigenlijk een berg zonder het idee berg?

Wat is een graf zonder het idee graf?

Wat is een leeuwerik zonder het idee leeuwerik?

Wat is bidden zonder het idee bidden?

Wat zijn ochtend, middag en avond zonder een idee van tijd?

De wereld die wij zogenaamd waarnemen is minstens gedeeltelijk door onszelf geschapen, niet vijf miljard geleden, niet zesduizend jaar geleden, maar hier, nu, live.

Waarnemingen van de werkelijkheid zijn in werkelijkheid voorstellingen van het verstand, dacht Immanuel Kant.

Hoe het Ding-an-sich eruit ziet zonder voorstelling van het verstand, weten wij niet en kunnen wij niet weten, stelde hij.

Ook dit is slechts een voorstelling van het verstand, maar wel een die ons van eerdere voorstellingen kan bevrijden.

Waarnemen of waargeven?

Niet alleen injecteren wij allerlei onderscheidingen, betekenissen en oordelen in onze waarnemingen, ook de basale waarnemingskwaliteiten, licht, kleur, smaak, geur, druk, warmte en koude, pijn en het evenwichtsgevoel, lijken niet meer dan een projectie van onze geest.

‘Licht is toch gewoon elektromagnetische straling,’ zal een natuurkundeleerling tegenwerpen, ‘en die is objectief aantoonbaar.’

Kan best wezen, maar elektromagnetische straling is nog geen licht en luchttrillingen zijn nog geen geluid.

Volgens de neuroloog Oliver Sacks zijn wij het zelf die, is het ons brein dat een smal deel van het elektromagnetische spectrum in een lichtsensatie transformeert, een smal deel van het akoestische spectrum in een geluidssensatie.

Sterker nog, ‘elektromagnetische straling’ is ook maar een voorstelling van het verstand, een abstractie, een constructie, een rekeneenheid, en alleen ‘objectief aantoonbaar’ via dezelfde waarnemingen waarvan de objectiviteit hier ter discussie staat.

Licht en geluid, warmte en koude, hardheid en zachtheid bestaan niet ‘daarbuiten’, los van iedere waarnemer en waarneming – dat lijkt maar zo.

Ze ontstaan ‘hierbinnen’ op het moment van waarnemen.

Net zoals het onderscheid tussen daarbuiten en hierbinnen.

De dingen en het lichaam als projecties van de geest – misschien vind je dat een belachelijk idee.

Maar hoe wou je anders het fantoomledemaat en fantoompijn verklaren?

En wat te denken van herinneringen, fantasieën, dromen, sluimerbeelden, hallucinaties en dergelijke?

Geen ding, geen geest, geen zelf

Zonder geest geen werkelijkheid, zonder werkelijkheid geen geest, lijkt het.

Tenzij de geest op zijn beurt een projectie is, Joost mag weten waarvan.

Ik kan hem tenminste nergens vinden, die geest. Niet als ik hem zoek. Juist dan niet.

Mijn geest niet, jouw geest niet, de universele geest niet, in alle tien richtingen niet.

Ik kan hem wel dénken, als het substraat van al mijn gedachten, maar ja, ik kan wel zoveel denken.

Ikzelf lijk bij nader inzien ook niet meer dan een schim die ongevraagd verschijnt en verdwijnt in waarnemingen van de ogenschijnlijke buitenwereld, en in gedachten en gevoelens in de ogenschijnlijke binnenwereld.

Daarbij figureert mijn lichaam als intermediair, tegelijk buiten en binnen, eigen en oneigen, object en subject, waarneming en waarnemer, slachtoffer en dader.

Maar het zelf zelf kan ik nergens vinden. Niet als ik het zoek. Juist dan niet.

Mijn zelf niet, jouw zelf niet, het ware zelf niet, in alle tien richtingen niet.

Geen ding, geen geest, geen zelf – zo zijgt het kaartenhuis van het gezond verstand langzaam ineen.

Gewoonlijk komt er dan algauw een nieuw verstand tevoorschijn, als een nieuwe staart aan een hagedis, een nieuwe kop op een draak.

Een Nieuw Verstand dat een Volgend Verhaal produceert, dat het heel origineel de Waarheid noemt, en zichzelf een Wijze.

En maar wijzen, dáár is de Weg.

Maar zo hóeft het niet te gaan.

Mijn staart is afgevallen en ik heb geen nieuwe gekregen.

Zelfs geen fantoomstaart.

Mijn koppen zijn afgehakt, alle zeven, en nooit meer teruggegroeid.

Sinds het bezwijken van mijn gezond verstand ben ik voor zover ik weet op wonderbaarlijke wijze verschoond gebleven van een Nieuw Verstand en een Volgend Verhaal.

Ook dit verhaal onderschrijf ik niet, al schrijf ik het zelf – ik ben niet gek.

Het is alleen maar een om-schrijving van het onverstand.

Een schijnverhaal dat niet-weten heet over het onverhaal dat niet wil heten.

Gezegend zijn de legen omdat ze niets meer wegen.

Wat moeten vogels met een weg?

Silhouet van een vogel op een tak.
Wat moeten vogels met een weg?

-35-

Haiku op haiku – lettergrepen naar de macht

In dit Witboek Zen koppel ik klassieke haiku met een bepaalde kijk aan eigen haiku met een alternatieve kijk.

Het resultaat is een soortement tanrenka, of in elk geval een poëtisch dialoogje, een seriegedichtje, een dubbelhaiku geschreven door twee mensen, de vertaler(s) niet meegerekend.

Van een echte dialoog is natuurlijk geen sprake. De aangevers zijn allemaal dood – zoals de meeste van mijn gesprekspartners, je bent gewaarschuwd.

Bovendien ben ik (op deze plaats) niet uit op lyriek, zoals de reguliere rengadichter.

Ik wil alleen maar laten zien hoeveel aannames er in ons denken en in onze woorden verstopt zitten, zelfs in de kleinste gedichtjes.

Daardoor zijn mijn haiku eerder senryu, die de openingshaiku parodiëren en/of de menselijke onvolkomenheid tot thema hebben; met name ons beperkte en beperkende perspectief, het subjectieve dat wij naïef aanzien voor objectief.

Haiku’s en senryu’s bieden niet veel speelruimte.

Meer dan stotteren en snotteren kun je niet binnen zeventien lettergrepen.

Toespelingen maken.

Spelen en verspelen.

Spreken over niet-weten is sowieso een kwestie van stamelen, hoeveel lettergrepen je ook tot je beschikking hebt.

Haspelen en pruttelen.

Zuchten en schreeuwen.

In onmacht en van opluchting.

Dat lijkt een nadeel maar het is een voordeel:

Iedereen kan het al.

Iedereen doet het al.

Van de eerste ademteug tot de laatste zucht.

Jij ook, ja.

Je moet het alleen nog even onder ogen zien.

Twee naar elkaar buigende, spiegelbeeldige vrouwenbeelden.
Haiku op haiku – lettergrepen naar de macht.

Alle openingshaiku’s in dit Witboek zijn ontleend aan Haiku, Een jonge maan, J. van Tooren, 1984 en het eerder genoemde Japans gedicht, de mooiste haiku, senryu en tanka, J. van Tooren, 1985.

Hoofdlettergebruik en interpunctie heb ik zo nodig aan de stijl van de Agnosereeks aangepast.

-36-

Haiku op haiku - Eer het middag wordt

Hoe lang moeten de
Krekels roepen in ’t naaldhout
Eer het middag wordt?

(Issa)

Er roepen krekels
In ’t naaldhout, middag wordt het
Alleen voor mensen

(Hans)

Loofboom met een horloge om de stam.
Middag wordt het alleen voor mensen.

-37-

Haiku op haiku - Een schreeuw

Een fazant die schreeuwt
Naar vader en moeder die
Dood zijn verlang ik

(Basho)

Een schreeuw sterft weg
Met in zijn kielzog mijn zucht
Naar dierbare doden

(Hans)

-38-

Haiku op haiku - Tingeling

Wolken van bloesems
Een avondbel - Ueno
Of Asakusa?

(Basho)

Wolk van niet-weten
Geen Asakusa, geen Ueno
Enkel geklingel

(Hans)

-39-

Haiku op haiku - Een zacht mijmeren

Ruisende regen
In ’t duister van ons rijtuig
Uw zacht fluisteren

(Buson)

Een zacht fluisteren
In ’t duister van het rijtuig
Denk ik u erbij

(Hans)

Ruisen als van regen
Een ratelen en schudden
Als in een rijtuig

(Hans)

-40-

Zen is alles vergeten

Meester: Wat is zen?

Leerling: Jezelf vergeten.

Meester: En dan?

Leerling: Komt het Zelf vanzelf.

Meester: Hm.

Leerling: Wat is zen volgens u?

Meester: Het Zelf vergeten.

Leerling: En dan?

Meester: Gaat alles vanzelf.

Leerling: En dan?

Meester: Het vergeten vergeten.

Leerling: En dan?

Meester: Ik zou het ook niet weten.

Leerling: Noem dat maar zen.

Meester: Of hoe het ook mag heten.

-41-

Zen is geen idee

Leerling: Wat is zen?

Meester: Een weg.

Leerling: Waarheen?

Meester: Geen idee.

Leerling: Hebt u geen idee waarheen de zenweg leidt of leidt hij naar geen-idee?

Meester: ‘t Idee.

-42-

Zen is mediteren zonder mediteren

Meester: Wat is zen volgens jou?

Leerling: Mediteren.

Meester: Wat is zen als je niet mediteert?

Leerling: Eh…

Meester: Niet slecht.

Leerling: Wat is zen volgens u?

Meester: Geen meditatie…

Leerling: Geen meditatie of geen-meditatie?

Meester: En geen niet-meditatie.

Leerling: Hè?

Meester: Kan niet missen.

Leerling: Bedoelt u soms dat alles meditatie is?

Meester: Ach.

Leerling: Dat niets meditatie is dan?

Meester: Och.

Leerling: Maar wat is nou zen?

Meester: Dat is nou zen.

-43-

Dubbele lotus of dubbele houdgreep?

Zwichten voor het ongerichte.

Beste Hans,

Wat is mediteren volgens jou?

Beste X,

Oefenen voor een leven zonder oefenen.

X: Pardon?

H: Streven naar het einde van het streven.

X: Hoe vaak mediteer jij, hoe lang achter elkaar, in welke houding en met welke techniek?

H: Ik mediteer nooit en ik mediteer nooit niet.

Je kan je voorstellen dat het voor iemand die nooit mediteert onpraktisch is om daarbij steeds dezelfde houding aan te nemen.

Voor iemand die nooit niet mediteert trouwens ook.

Vandaar dat ik genoegen neem met de houding of activiteit van het moment, en de veranderingen die zich daarin van nature voordoen voor lief neem.

X: Ga jij weleens op retraite?

H: Ik ben permanent op retraite.

In mezelf of in niet weten of in een retraitewaan of waarin het ook is en hoe dat ook mag heten.

Daarom heeft het voor mij weinig zin om op retraite te gaan.

Misschien krijg ik nog eens behoefte om mij een poosje uit mijn retraite terug te trekken, als dat tot de mogelijkheden behoort, maar tot het zover is kan ik er niet over meepraten.

X: Wat versta jij onder de meditatieve staat?

H: In de meditatieve staat waarin ik nooit niet verkeer heb je geen idee of je in een meditatieve staat verkeert en maak je je daar geen moment zorgen om.

Maak je je er toch zorgen om dan maak je je dáár geen zorgen om, zou ik denken, maar dat heb ik nog niet meegemaakt.

Bij gebrek aan definitie en finaliteit valt er niets te doen of te laten, niets te cultiveren, niets te beheersen en niets te bezweren.

Iedere meditatietechniek of improvisatie daarop of simulatie ervan of weerstand ertegen of afwezigheid ervan is zonder meer welkom of nietkom.

In deze weldadige niet-staat of niet-dadige welstaat is het niet alleen onduidelijk of er gemediteerd wordt, het is evenzeer onduidelijk of er wel iemand is die, of iets is dat, dit al dan niet mediteren doet of ondergaat.

De hang om hierin, of waarin dan ook, duidelijkheid te scheppen is allang geen partij meer voor de drang om elke vorm van duiding en eenduidigheid te onderscheppen.

Ongewild verwijlen in het wisse ongewisse, zo zou ik de staat omschrijven die mijn woorden doel doet missen, die mijn schrijven maakt tot wissen en zich toch niet laat verdrijven.

X: Maar wat heb je eraan? Word je er een beter mens van? Maakt het een einde aan het lijden?

H: Wat je eraan hebt weet ik precies niet.

Ik kan wel beweren dat je er een beter mens van wordt, maar wat is dat?

Iemand die net zo leeft en denkt en spreekt als ik?

Weinigen zullen dat beamen, ik ook niet, nog minder zullen erop uit zijn, ik al helemaal niet.

En ik kan wel liegen dat er in het ongewilde ongewisse geen lijden is, maar dat zou het op slag gewis en gewild maken, van jou een loser en van mij een verlosser, met alle lijden van dien.

Dit kan ik je wel verzekeren: ik krijg er nooit genoeg van.

Tot nog toe niet tenminste.

X: Wat kan je mij aan- of afraden?

H: Niets of niemand, aan noch af.

Welke richtlijn of verrichting kan het richten zelf ontwrichten?

Valt hier nog wat te oefenen en behalen of is het meer een kwestie van neerhalen en effenen wat nooit was?

Gelukkig is dit zo’n probleem dat verdwijnt zodra de oplossingen zijn doorzien.

Tot die tijd is alles best.

Na die tijd helemaal.

Auteur op zijn rug met zijn benen in een split.
Mediteren zonder mediteren.

-44-

Wat je minstens van meditatie moet weten

‘Wat weet jij eigenlijk van meditatie, Hans?’

‘Minder dan wie ook.’

‘Dat lijkt mij geen aanbeveling.’

‘Integendeel.’

‘Mediteren moet je doen, wou je zeggen.’

‘Alsof ik wat wou zeggen.’

‘Kan jij goed mediteren?’

‘Minder dan wie ook.’

‘Dat lijkt mij geen aanbeveling.’

‘Integendeel.’

-45-

Beheerst door meditatietechnieken

Leerling: Helder inzicht in de boeddhanatuur vraagt volledige beheersing van de geest.

Meester: Maar hoe beheers je de geest?

Leerling: Door middel van meditatietechnieken natuurlijk.

Meester: Niemand die er ook maar één volledig beheerst…

Leerling: Maar?

Meester: Velen die er volledig door worden beheerst.

-46-

Om je te laten

Leerling: Waar is al dat zitten eigenlijk goed voor?

Meester: Om je te laten nadenken over de vraag waar het goed voor is.

Leerling: Nou, dat is dan mooi gelukt.

Jaren later

Leerling: Waar is al dat nadenken over de vraag waar al dat zitten goed voor is eigenlijk goed voor?

Meester: Om je te laten voelen wat het is om geen antwoord te hebben.

Leerling: Nou, dat is dan mooi gelukt.

Jaren later

Leerling: Waar is al dat voelen wat het is om geen antwoord te hebben eigenlijk goed voor?

Meester: Om je te laten zien waar het in zen om draait.

Leerling: Nou, dat is dan mooi mislukt.

Jaren later

Meester: Waar is zen volgens jou goed voor?

Leerling: Laat maar zitten.

Meester: Dan is het toch gelukt.

-47-

Alleen zoekers vinden iets

Maar waar dat goed voor is?

Leerling: Waar is al dat zitten goed voor?

Meester: Wie zegt dat het ergens goed voor is?

Leerling: Wou u zeggen van niet?

Meester: Alsof ik iets wil zeggen.

Leerling: Ik wil alleen maar weten wat u vindt.

Meester: Alleen zoekers vinden iets.

-48-

Terugtrekkend inzicht

Leerling: Waar is al dat zitten goed voor?

Meester: Wat maakt het uit.

Leerling: Mij maakt het uit.

Meester: Stel dat het ergens goed voor is, waar is dát dan goed voor?

Leerling: Ergens anders voor, zou ik zeggen.

Meester: En dat?

Leerling: Weer ergens anders voor.

Meester: En dat?

Leerling: Voor zichzelf dan maar.

Meester: O?

Leerling: Je moet toch een keer ophouden.

Meester: Waarom dan niet meteen bij het begin?

Leerling: Bedoelt u dat al dat zitten nergens goed voor is?

Meester: Geen idee.

Leerling: Waar is geen idee goed voor?

Meester: Waar is al dat vragen goed voor?

-49-

Haiku op haiku - Schone beelden

Zie, door de scheuren
In mijn papieren venster
Beeldschoon, de melkweg

(Issa)

Zie, in de krochten
Van de melkweg, beeldschoon mijn
Gescheurde venster

(Hans)

Vrouwentorso waarvan één borst een doorkijkje geeft op het heelal met sterren en een maansikkel.
In mijn geestesoog / beeldschoon de melkweg.

-50-

Over de bodhisattvagelofte

Boeddhisten zweren bij geloften en zijn er bepaald niet zuinig mee.

Een van de zwaarste geloften die de mahayanaboeddhist aflegt is de bodhisattvagelofte om alle voelende wezens te bevrijden.

Allemaal?

In je uppie?

Ben je dan goed of ben je dan goed gek?

Om die vraag te kunnen beantwoorden, zullen we eerst nagaan wat de bodhisattvagelofte precies inhoudt.

Want we moeten weten wat we moeten witten, nietwaar?

Wat is een bodhisattva?

In het Sanskriet betekent bodhi verlichting en sattva wezen.

Een bodhisattva is in het boeddhisme iemand die verlicht is of naar verlichting streeft.

Onder verlichting verstaat de boeddhist het einde van begeerte en onwetendheid, dat wil zeggen het realiseren van onthechting en het verwerven van inzicht.

Onthechting waarvan? Van ideeën, overtuigingen, idealen, plannen, eigendommen, je lichaam, je gezondheid, je dierbaren, mensen, dieren, dingen, seks, drugs, rock ’n roll, rituelen, kortom, van alles waar je aan gehecht kan zijn – inclusief de Boeddha, de dharma en de sangha.

Inzicht waarin? In je vorige levens, in de werking van karma en wedergeboorte, in de werking van de geest, in de vier edele waarheden, in de leegte, in de middenweg, in de drie bestaanskarakteristieken, in de boeddhanatuur, in de drie lichamen van de Boeddha, in het universele bewustzijn enzovoort.

Het einde van begeerte en onwetendheid betekent volgens het boeddhisme het einde van het geestelijk lijden.

De viervoudige bodhisattvagelofte

Alle bodhisattva’s streven naar verlichting voor zichzelf, maar het streven van de bodhisattva naar verlichting voor alle andere wezens, zoals voorgeschreven in de bodhisattvagelofte, is typerend voor het mahayanaboeddhisme (maha, groot, yana, voertuig, mahayana, het grote voertuig).

Dit streven dient plaats te vinden in de geest van metta (liefdevolle vriendelijkheid), karuna (mededogen), mudita (medevreugde) en uphekka (gelijkmoedigheid), met de nadruk op het mededogen, dat vanwege de reikwijdte ook wel groot mededogen wordt genoemd, maha karuna.

De bodhisattvagelofte (Japans, shiguseigan) is vierledig:

1. Hoe talrijk de wezens ook zijn, ik beloof ze allemaal te bevrijden.

2. Hoe monsterlijk de begeerten ook zijn, ik beloof ze allemaal te weerstaan.

3. Hoe geleerd de dharma’s ook zijn, ik beloof ze allemaal te verwerven.

4. Hoe volmaakt de boeddha’s ook zijn, ik beloof ze allemaal te evenaren.

Het woord bodhisattvagelofte kan zowel naar elke afzonderlijke gelofte als naar alle vier tegelijk verwijzen.

Mahayana versus hinayana

Het mahayanaboeddhisme is geen school, maar een stroming die de grondslag vormt van heel verschillende scholen zoals Zuiver Land, dzogchen en zen.

Tegenover het mahayana staat het hinayana (‘hina’, klein en ‘yana’, voertuig; het kleine voertuig) waarin het accent ligt op de eigen bevrijding.

Hinayana schijnt een scheldwoord te zijn waarmee mahayanaboeddhisten hun minachting uitdrukken voor de zelfzuchtigheid van iedere boeddhist, met name de theravadin, die het verlossen van alle wezens niet tot de spil van zijn beoefening maakt.

Omgekeerd wordt theravada door haar beoefenaars gezien als het oorspronkelijke boeddhistische voertuig en mahayana als een verwaterd allemansboeddhisme van misleide pseudoboeddhisten die het contact met de enige echte dhamma (Pali, leer) zijn kwijtgeraakt.

Welke van deze twee zienswijzen getuigt volgens jou het meest van inzicht in de werking van de menselijke geest?

-51-

Hechting en onthechting in de hoogste divisie

Wij en zij.

Zegt de ene Oranjefan: ‘De halve finale hebben we gewonnen!’

Zegt de andere: ‘Maar de finale hebben ze verloren.’

-52-

Haiku op haiku - Opgehangen

Draag de droefheid, al
Het verlangen van uw hart
Over aan de wilgen

(Basho)

Hang uw hang naar niet
Verlangen aan de wilgen
En u hangt niet meer

(Hans)

-53-

Help, ik wil de wereld redden

Beste Hans,

Ik schrijf je omdat ik momenteel in een crisis verkeer. Ik weet niet of ik het een spirituele of een existentiële crisis moet noemen. In het kort komt het hierop neer dat ik mij tekort voel schieten jegens de mensheid. De bodhisattvagelofte die ik heb afgelegd is te groot voor mij. Ik wil de wereld redden en ik kan het niet. Er was en er is in mij een diep verlangen om de mensen te verlossen uit hun lijden, maar als ik terugblik op mijn leven moet ik vaststellen dat ik niet meer dan een druppel op een gloeiende plaat ben geweest. Nu ik met rasse schreden de pensioengerechtigde leeftijd nader, zijn mijn kansen om verschil te maken bijna verkeken.

Ik heb een lange zoektocht achter de rug waarmee ik je niet wil vermoeien. Tot mijn ontsteltenis heb ik op enig moment moeten vaststellen dat er geen ik is. Mijn persoon – echtgenoot, huisarts, psychiater, onderzoeker – is een illusie. Er is geen subject, er is geen object en geen relatie daartussen. Er is alleen maar zien. Alleen maar waarnemen. Alleen maar denken. In dat denken voltrekken zich schijnbare gebeurtenissen rondom een schijnbare hoofdrolspeler die vanuit de eerste persoon enkelvoud de schijnbare wereld inkijkt. Dit is de laatste en de enige waarheid en dit, in een notendop, is het resultaat van mijn zoektocht.

Ik mediteer zoveel mogelijk en ervaar dan, eventjes of uren achtereen, goddelijke eenheid. Maar dat gevoel houdt nooit stand. Mijn hooggespannen verwachtingen aangaande mijn rol in dit leven zijn niet uitgekomen en dat laat me niet meer los. Ik heb gefaald. Ik heb plechtig beloofd alle wezens te redden, ik beloof het iedere dag opnieuw – en ik kan het niet. Deze gedachte verscheurt me en zo kom ik keer op keer in de afgescheidenheid terecht van waaruit ik überhaupt niets meer voor anderen kan betekenen.

Telkenmale neem ik mij voor het Werk van Byron Katie te doen wanneer ik uit de eenheid glip, maar het blijft bij een voornemen. En zo ben ik de wereld die ik uit zijn lijden wilde verlossen zelf tot last geworden.

Ik schrijf jou, Hans, omdat je mij een lieve, vrije, eerlijke man lijkt die zijn woorden niet inslikt. Je hoeft mijn problemen niet voor mij op te lossen. Het volstaat dat ik ze met je heb kunnen delen. Waarvoor mijn hartelijke dank.

Beste X,

Omdat ik je niet ken, kan ik niet beoordelen of jouw spirituele of existentiële crisis niet een lichamelijke of psychische oorzaak heeft, laten we zeggen darmkanker of een grote depressie.

Ik besef dat je medicus en psychiater bent, wat we van mij niet kunnen zeggen, maar er zijn veel voorbeelden van artsen, psychologen en psychiaters die hun eigen problemen niet onderkenden.

Laat ik er gemakshalve van uitgaan dat je gedachten een goede weergave zijn van wat er nu met je lijkt te gebeuren.

Wat je hebt ontdekt tijdens je zoektocht is, begrijp ik, dat je niemand bent en dat er alleen maar waarnemen is, alleen maar denken.

Dit denken tovert je een wereld voor die niet werkelijk bestaat.

Het denken is dus onbetrouwbaar en moet worden doorzien.

Laten we de onbetrouwbaarheid van het denken even als uitgangspunt nemen.

Hoe weet je dan dat je niemand bent?

Is dat niet nog steeds een gedachte?

Hoe weet je dat het denken je een wereld voortovert?

Is dat niet nog steeds een gedachte?

Hoe weet je dat er alleen maar denken is?

Is dat niet nog steeds een gedachte?

Het lijkt erop dat je de filosofie van het materialisme hebt verruild voor de filosofie van het idealisme, de filosofie van het dualisme voor de filosofie van het monisme, de filosofie van het ik voor de filosofie van het zelf, of moet ik zeggen, de filosofie van het zelf voor de filosofie van geen-zelf – hoe dan ook, de ene filosofie voor de andere.

Het ene denken voor het andere.

De ene illusie voor de andere?

Als omgekeerd het denken toch niet per definitie onbetrouwbaar is, dan moet je mij eens uitleggen hoe je hebt kunnen vaststellen dat de gedachte een persoon te zijn, illusoir is, en de gedachte dat er alleen maar eenheid is, de waarheid.

Op welke autoriteit beroep je je daarbij?

Is er een bevoorrecht type denken of logica of waarnemen of ervaren of kennen dat inzake levensvragen wél betrouwbare resultaten oplevert?

Of val je daarvoor terug op een autoriteit buiten het denken, zoals de kerk of de bijbel of de upanishaden of de soetra’s of god zelf of de levende waarheid in de vorm van een goeroe of het ware zelf of iets dergelijks?

Zo ja, hoe autoriseer je die autoriteit zonder meteen weer op het denken terug te vallen?

Dan is er de kwestie van het redden van ‘de wereld’.

Waarom denk je dat de wereld gered moet worden?

Waarom denk je dat de wereld gered kán worden?

Wat is er mis met de wereld dat hij gered moet worden?

Als de wereld van de persoon illusoir is, welke wereld is het dan eigenlijk die gered moet worden?

Hoe kan iemand zonder ‘ik’ lijden onder zijn onvermogen om de wereld te redden?

Toch alleen doordat hij een wereld heeft bedacht die gered moet worden, en een persoon, hijzelf, die dat moet doen?

Je zegt dat je de hooggespannen verwachtingen die je van het leven had, niet lijkt te gaan realiseren.

Misschien zijn die verwachtingen niet zozeer hooggespannen als wel overspannen.

Misschien – ik speculeer – zijn het wel de ijzeren tralies van de gevangenis die je, toen je dat in een eerdere fase van je leven nodig had, een bestaansreden verschaften tegen een nu te betalen prijs.

Het komt mij voor dat je op dit moment niet zozeer je bestaansreden als wel je spirituele zelfbeeld en je spirituele wereldbeeld aan het verliezen bent.

Vanuit jouw standpunt gezien een hoge of misschien wel de hoogste prijs.

Vanuit agnose gezien zwijnen voor de paarlen.

Inderdaad zou je telkens wanneer je uit de eenheid glipt het werk van Byron Katie kunnen doen.

Bijvoorbeeld zo:

‘Alles is één.’ 1. Is dat waar? 2. Kan ik dat wel weten? 3. Wat gebeurt er als ik dat geloof? 4. Wie zou ik zijn zonder die gedachte? 5. Keer het om.

‘Ik moet voortdurend in eenheid zijn.’ 1. Is dat waar? 2. Kan ik dat wel weten? 3. Wat gebeurt er als ik dat geloof? 4. Wie zou ik zijn zonder die gedachte? 5. Keer het om.

‘Ik moet de wereld verlossen.’ 1. Is dat waar? 2. Kan ik dat wel weten? 3. Wat gebeurt er als ik dat geloof? 4. Wie zou ik zijn zonder die gedachte? 5. Keer het om.

‘Ik moet mijn bestaan rechtvaardigen.’ 1. Is dat waar? 2. Kan ik dat wel weten? 3. Wat gebeurt er als ik dat geloof? 4. Wie zou ik zijn zonder die gedachte? 5. Keer het om.

En voor de zekerheid ook meteen maar:

‘Mijn bestaan behoeft geen rechtvaardiging.’ 1. Is dat waar? 2. Kan ik dat wel weten? 3. Wat gebeurt er als ik dat geloof? 4. Wie zou ik zijn zonder die gedachte? 5. Keer het om.

Mocht het Werk zélf als een loden last op je schouders drukken, overweeg dan eens:

‘Het Werk kan mij helpen om mijn doelen te realiseren.’ 1. Is dat waar? 2. Kan ik dat wel weten? 3. Wat gebeurt er als ik dat geloof? 4. Wie zou ik zijn zonder die gedachte? 5. Keer het om.

En:

‘Ik kan zelf bepalen of ik het Werk doe of niet.’ 1. Is dat waar? 2. Kan ik dat wel weten? 3. Wat gebeurt er als ik dat geloof? 4. Wie zou ik zijn zonder die gedachte? 5. Keer het om.

Dat kan je een berg Werk schelen.

Het spijt me dat ik verder geen troostende of zalvende woorden voor je heb.

Niet-weten is geen mooi verhaal, maar het vuur waarin alle verhalen – mooi, lelijk en neutraal – verbranden.

Het verhaal dat er een ik is, bijvoorbeeld. Maar ook het verhaal dat er geen ik is.

Het verhaal dat er een materiële werkelijkheid is, bijvoorbeeld. Maar ook het verhaal dat er alleen maar denken is.

Het verhaal dat we in een wereld vol tegenstellingen leven, bijvoorbeeld. Maar ook het verhaal dat alles één is.

Het verhaal dat de wereld gered moet worden, bijvoorbeeld. Maar ook het verhaal dat de wereld niet gered kan of hoeft te worden.

Het verhaal dat je iets kan weten, bijvoorbeeld. Maar ook het verhaal dat je niets kan weten.

En ook het verhaal dat niet-weten geen mooi verhaal is, maar het vuur waarin alle verhalen, mooi of lelijk en neutraal, verbranden.

Weg ermee.

En weg ook met het weg ermee.

Heb ik je nu teleurgesteld?

Beste Hans,

Opnieuw heb je je woorden niet ingeslikt, en inderdaad heb je mijn problemen niet voor mij opgelost. Teleurgesteld ben ik geenszins. Integendeel, jouw brief heeft mij weer lucht gegeven.

-54-

Waarvan wij allemaal bevrijd moeten worden

Leerling: Hoe talrijk de wezens ook zijn, ik beloof ze allemaal te bevrijden.

Meester: Waar begin je aan.

Leerling: Ja, daar zijn we wel even zoet mee.

Meester: Waarvan moeten we eigenlijk bevrijd worden?

Leerling: Van het lijden natuurlijk, wie is hier nou de leraar?

Meester: Moeten we ook bevrijd worden van de bodhisattva’s?

Leerling: Wat zegt u me daar?

Meester: Als we lijden onder onze bevrijders.

Leerling: Dan wel natuurlijk.

Meester: Moeten we ook bevrijd worden van de bodhisattvagelofte?

Leerling: Waarom in Boeddha’s naam?

Meester: Als we gebukt gaan onder ons voornemen.

Leerling: Op die manier.

Meester: Moeten we ook bevrijd worden van de gedachte dat we bevrijd moeten worden van de bodhisattvagelofte?

Leerling: Jemig.

Meester: En van het boeddhisme?

Leerling: Daar zegt u me wat.

Meester: En van de Boeddha?

Leerling: God ja, dood de Boeddha…

Meester: En van de boeddhadoder?

Leerling: Zeg, zo blijft er niets over.

Meester: Als dat geen bevrijding is…

-55-

Bodhisattvageloften voor iedereen

Shiguseigan 1.0

1. Hoe talrijk de wezens ook zijn, ik beloof ze allemaal te bevrijden.

2. Hoe monsterlijk de driften ook zijn, ik beloof ze allemaal te weerstaan.

3. Hoe geleerd de dharma’s ook zijn, ik beloof ze allemaal te verwerven.

4. Hoe volmaakt de boeddha’s ook zijn, ik beloof ze allemaal te evenaren.

Shiguseigan 2.0

1. Hoe talrijk de wezens ook zijn, ik beloof ze allemaal van mij te bevrijden.

2. Hoe monsterlijk de driften ook zijn, ik beloof ze allemaal te onderkennen.

3. Hoe geleerd de dharma’s ook zijn, ik beloof ze allemaal te weerstaan.

4. Hoe volmaakt de boeddha’s ook zijn, ik beloof ze allemaal te doden.

Shiguseigan 3.0

1. Hoe talrijk de wezens ook zijn, ik beloof niets.

2. Hoe monsterlijk de driften ook zijn, ik beloof niets.

3. Hoe geleerd de dharma’s ook zijn, ik beloof niets.

4. Hoe volmaakt de boeddha’s ook zijn, ik beloof niets.

Shiguseigan 4.0

1. Ik beloof niet dat ik niets beloof.

2. Ik beloof niet dat ik niets beloof.

3. Ik beloof niet dat ik niets beloof.

4. Ik beloof niet dat ik niets beloof.

Shiguseigan 5.0 en hoger

Tralala.

-56-

Haiku op haiku - Vorsers

O, oude vijver
Een kikvors springt van de kant
Geluid van water

(Basho)

O oude denker
Geluid van water: ‘Hé, wat
Sprong daar op de kant?’

(Hans)

Kikker die uit kabbelend water bestaat.
‘Geluid van water: Hé, wat sprong daar op de kant?’

-57-

Verlos ons van de verlossers, amen

Van de regen in de drup.

‘Heb jij de bodhisattvagelofte al afgelegd, Hans?’

‘Ik kon het niet over mijn hart verkrijgen.’

‘Hoe talrijk de wezens ook zijn, ik beloof ze allemaal te redden.’

‘En ze hebben het al zo moeilijk.’

Mannetje met paraplu dat een bloem uit de regen houdt.
‘En ze hebben het al zo moeilijk.’

-58-

Buddhists Anonymous

Hoe monsterlijk de aandrift om beloften te doen ook is, ik beloof hem altijd te weerstaan.

-59-

De bodhisattvagelofte voor theravadins (de hinayanagelofte)

Hoe talrijk de mahayanaboeddhisten ook zijn, ik beloof ze allemaal te bevrijden van de bodhisattvagelofte.

-60-

Niet-weten is geen brevet

Meester Zero had dikwijls:

‘Wie eindelijk doorkrijgt dat hij niets begrijpt, heeft toch weer iets begrepen. Nog even volhouden dus, maar wat?’

Hij zei ook vaak:

‘Niet begrijpen is geen hogere vorm van begrijpen; transmissie wordt hier niet verleend.’

En:

‘Nabij een hemellichaam is vallen geen kunst en in de eindeloze ruimte geen vliegwerk, maar wie zich veiliger voelt met een brevet kan zich met een gerust hart tot zen wenden: de leertijd is onbegrensd en je Zero staat al klaar.’

Zero (Japans vliegtuigtype voor kamikazepiloten) die zich bijna in een tempeldak boort.
‘Je Zero staat al klaar.’

Vandaar misschien dat hij geen leerlingen had.

Die Meester Zero.

-61-

Zen is categorieën doorbreken

Leerling: Wat is zen?

Meester: Zeg jij het maar.

Leerling: Zen is een vorm van zingeving.

Meester: Waar je zin in hebt.

Leerling: Is zen dan onzin?

Meester: Zen heeft niets te maken met zin of onzin.

Leerling: Waarmee heeft het dan wel te maken?

Meester: Met het doorbreken van dit soort categorieën.

Leerling: Zen is tegen categorisch denken?

Meester: Dat is gewoon de volgende categorie.

Leerling: Categorisch denken versus categorievrij denken, bedoel ik.

Meester: Daar heb je het al.

Leerling: Maar zen is toch vierkant tegen de hokjesgeest?

Meester: Dat is gewoon de volgende categorie.

Leerling: De hokjesgeest versus de weetnietgeest, bedoel ik.

Meester: Zie je wel?

Leerling: Gaat dit over non-dualiteit?

Meester: En weer een categorie.

Leerling: Versus dualiteit, bedoel ik.

Meester: Zei ik het niet?

Leerling: Dat alles één is.

Meester: En nog een categorie.

Leerling: In plaats van veel.

Meester: Zeg, ik blijf niet aan de gang.

Leerling: Wat is zen dan wel?

Meester: Dat zeg ik.

Leerling: Categorieën doorbreken.

Meester: Deze ook.

Leerling: Het doorbreken van categorieën moet ook doorbroken worden?

Meester: Waar je zin in hebt.

-62-

Zen is het eeuwige streven van de kleine geest naar een grote geest

Leerling: Wat is zen?

Meester: Het eeuwige streven van de kleine geest naar een grote geest.

Leerling: Wat is de kleine geest?

Meester: Een hokje.

Leerling: Wat is de grote geest?

Meester: Een hokje.

Leerling: Wat is dan het verschil?

Meester: Zeg jij het maar.

Leerling: Dat de kleine geest verschijnt in de grote geest!

Meester: En de grote geest?

Leerling: Nou?

Meester: De grote geest verschijnt in de kleine geest.

Nota bene: small mind is in de terminologie van de Amerikaanse zenboeddhist Genpo Roshi de geest die onderscheid maakt, Big Mind™ de geest die geen onderscheid maakt. David Merzel schijnt goed te verdienen aan dit onderscheid, en hij is de enige niet.

-63-

Requiem voor een levende geest

Beste Hans,

Wanneer het niet aflatende verstand, uitgeput door de vele vragen, bezwijkt onder het niet-weten, neemt Big Mind het stokje over van small mind. Dan resteert alleen de eerlijkheid van de overgave en de ontmaskerende stilte van de dood. Dat is wijsheid.

Beste X,

Mijn verstand, aangenomen dat er een verstand ten grondslag ligt aan mijn gedachten, aangenomen dat ik meer gedachten heb dan deze ene nu, is helemaal niet bezweken of uitgeput, maar alive and kicking als een kind.

Het danst onvermoeibaar rond op zijn rode schoentjes, bekijkt de zaken steeds van alle kanten en trekt voortdurend aan de losse eindjes van de zelfbreiende trui die door mensen die het beter weten onveranderlijk(e) wijsheid wordt genoemd.

Het zou ook niet best zijn als mijn verstand uitgeput raakte en bezweek, want wie of wat moet het dan opnemen tegen alle diepzinnigheden die mij mijn hele leven al om de oren vliegen, nu jouw brief weer.

Of de stilte van de dood inderdaad iets of iemand ontmaskert of dat de dood integendeel zelf ontmaskerd wordt, moeten we maar afwachten, want we zijn nog niet dood, ik in elk geval niet. Tenzij dit de dood al is, maar wat is dan het leven?

Of de dood inderdaad gepaard gaat met stilte moet ook nog blijken. Ik kan niet uitsluiten dat de stilte eerder begint, of later, of nooit, dus daar waag ik me niet aan.

Als de stilte al komt, zal het wel niet van de nabestaanden zijn, leert de ervaring, maar het is niet ondenkbaar, voor een kleine geest als de mijne tenminste, dat small mind dan eindelijk zijn kwek houdt. Ach, wat zal ik hem missen, of is hij het zelf die dat nu zegt, of is hij het die mij zal missen, als alter ego of souffleur of toehoorder of wat?

Big Mind heeft sowieso nog nooit iets van zich laten horen, geen kwik en geen kwak, dat zul je met me eens zijn, tenzij dat nou juist is hoe hij, zij of het van zich laat horen, maar hoe stel je zoiets vast?

De manier waarop je het woord ‘eerlijkheid’ gebruikt, suggereert dat het veronderstelde verstand of zijn veronderstelde product, de gedachte, oneerlijk of vals of illusoir is. Maar dan is ‘eerlijkheid’ ook zo’n product van het verstand en zelf oneerlijk of vals of illusoir, nietwaar?

Persoonlijk ervaar ik agnose niet als een vorm van overgave en niet als een vorm van eerlijkheid. Eerder zou ik zeggen dat ik, als het erop aan komt, geen onderscheid meer weet te maken tussen eerlijk en oneerlijk, small mind en big mind, verstand en gedachte, strijd en overgave, masker en gezicht, levend en dood, onderscheid en eenheid, weten en niet-weten en noem maar op.

Dat is gewoon een onvermogen, ik geef het eerlijk toe, en erover zwijgen kan ik ook al niet.

Dwaasheid, zou je zeggen, maar niets wekt zoveel misverstand als stilte – en niets is zo doods.

-64-

Zen is het einde van de kleine geest en de grote geest

Is er ooit een geest geweest? Eeuwig duurt het hokjesfeest.

Leerling: Wat is de kleine geest?

Meester: Een hokjesgeest.

Leerling: Wat is de grote geest?

Meester: Ook een hokjesgeest.

Leerling: Hè?

Meester: Had je niet gedacht, hè?

Leerling: Wat is het dat beide tegelijk ziet?

Meester: Een hokjesgeest.

Leerling: Hè?

Meester: Had je niet gedacht, hè?

Leerling: Wat is geen-geest?

Meester: Een hokjesgeest.

Leerling: Hè?

Meester: Had je niet gedacht, hè?

Leerling: Wat is het derde oog?

Meester: Een hokjesgeest.

Leerling: Hè?

Meester: Had je niet gedacht, hè?

Leerling: Wat is het voor geest die inziet dat het allemaal maar hokjes zijn?

Meester: Een hokjesgeest.

Leerling: Hè?

Meester: Hè? Hè? Hè?

Leerling: Hoe kan de geest die inziet dat het allemaal maar hokjes zijn nou een hokjesgeest zijn!

Meester: Omdat hij overal hokjes ziet natuurlijk.

Leerling: Dus iedere geest is een hokjesgeest?

Meester: Alleen maar voor een hokjesgeest.

-65-

Haiku op haiku - Typerend

Uit de tempelpoort
komend, ’t lied van de thee-oogst
Dat is Japan!

(Kikusha)

Uit de tempelpoort
komend, ’t lied van de thee-oogst
Dat is China!

(Hans)

Uit de tempelpoort
komend, ’t lied van de thee-oogst
Dat is India!

(Hans)

-66-

Hoe het denken zichzelf overwint en vergeet

Beweringen weerleggen zonder beweringen.

Yanyang: Wat als je niks meer hebt?

Zhaozhou: Weg ermee.

Yanyang: Ik heb niks meer, zeg ik u.

Zhaozhou: Sleep het dan maar met je mee.

(koan 277 uit Het Ware Dharma Oog)

Beste Hans,

Zoekend naar nieuwe perspectieven op spiritualiteit stuitte ik op het proefschrift Nietzsche and Zen. Self-overcoming without a Self van hoogleraar boeddhistische filosofie André van der Braak.

In dit boek interpreteert hij zen als een niet-propositionele weg naar een niet-propositionele waarheid. Ik moest meteen aan jou denken.

Zou jij spiritueel niet-weten omschrijven als een niet-propositionele waarheid? Zo ja, zou dat dezelfde kunnen zijn als de niet-propositionele waarheid van zen?

Is niet-weten net als zen behalve een niet-propositionele waarheid tevens een niet-propositionele weg? Zo ja, wat houdt deze weg precies in en wat is het verschil met de niet-propositionele weg van zen?

Beste X,

‘Niet-weten is een niet-propositionele waarheid’ is een propositie.

Als deze propositie waar is behoort ze per definitie niet tot het niet-weten dat ze probeert te definiëren.

Wat is dat eigenlijk, een niet-propositionele waarheid, en wat is precies het verschil met een niet-propositionele onwaarheid dan wel leugen?

Boeiende besognes die in bruisende breinen tot briljante boeken vol pakkende proposities leiden.

Mij pakken ze niet meer; sinds mijn palingwording kan niets of niemand mij nog boeien, ikzelf al helemaal niet.

Een kwestie van spartelen en spelen – dartele spiritualiteit.

Sowieso bedient een agnost zich niet van proposities of van non-proposities maar van opposities.

Spreken hoeft niet meer, behalve soms eens tegen.

Zijn gedachten zijn als contrapunten bij de punten van de wijze.

Hij biedt tegenwicht aan diens gewicht, om het evenwicht te bewaren.

Om zich van gewichtigheid te vrijwaren.

Om zijn gewichtloosheid te verzwaren.

Ik vrees dat je in een lege vijver zit te vissen.

Probeer het anders eens bij André.

X: Zie jij zen als een niet-propositionele waarheid?

H: ‘Zen is een niet-propositionele waarheid’ is een propositie.

Als deze propositie waar is behoort ze per definitie niet tot de zen die ze probeert te definiëren.

Wat is dat eigenlijk, een niet-propositionele waarheid, en wat is precies het verschil met een niet-propositionele onwaarheid?

Boeiende besognes die in bruisende breinen tot briljante boeken vol pakkende proposities leiden.

Ik vrees dat je in een lege vijver zit te vissen.

Probeer het anders eens bij André.

X: Even afgezien van de niet-propositionele waarheid, is niet-weten volgens jou net als zen een niet-propositionele weg?

H: Wat moet iemand die afziet van de niet-propositionele waarheid met een niet-propositionele weg?

X: André van der Braak schrijft over Nietzsche, de filosoof van het nihilisme, maar allemachtig, jij kan er ook wat van.

H: Nihilisme is de niet-lege leer dat er geen grondwaarheden bestaan.

Als deze propositie waar is dan bestaat er toch een grondwaarheid en is ze alsnog onwaar.

Een prachtparadox waarin het fijn filosoferen is, maar geen niet-weten.

Ik vrees dat je in een lege vijver zit te vissen.

Probeer het anders eens bij André.

X: Is dit soms een voorbeeld van een niet-propositionele weg?

H: Eerder een voorbeeld van een propositionele niet-weg.

X: In zijn proefschrift voert André een chanmeester ten tonele, ene Linji, die stelt dat verlichting verwijst naar een waarheid voorbij de woorden.

H: Nooit van gehoord.

X: Ha ha.

H: Waarheid is een woord.

Verlichting is een woord.

Voorbij de woorden is een woord.

X: ‘Verlichting verwijst naar een waarheid voorbij de woorden’ is een propositie, wou je zeggen. En als die propositie waar is, dan behoort ze per definitie niet tot de verlichting die ze definieert.

H: ‘Verlichting’ ook niet, als die propositie al waar is.

X: André heeft het in zijn ondertitel over ‘Self-overcoming without a Self’. Ben jij het met hem eens dat wij geen zelf hebben en daarom voor de paradoxale opdracht staan zelfloos het illusoire zelf te doorzien?

H: Om nog maar te zwijgen over het illusoire niet-zelf.

X: Dat wij geen zelf hebben is volgens jou ook een illusie?

H: Tenzij dat ook een illusie is.

X: Bedoel je dat zelf en niet-zelf beide illusoir zijn? Geen atman, geen anatman?

H: Ik ben een gat, man, riep de gatman.

X: Werk nou eens een beetje mee.

H: Probeer het eerst maar bij André.

André van der Braak bekleedt sinds 2012 de Nicolaas Pierson-leerstoel voor ‘Boeddhistische filosofie in dialoog met andere levensbeschouwelijke tradities’ aan de Vrije Universiteit Amsterdam. In 2004 promoveerde hij op Hoe men wordt wat men is: zelfvervolmaking, zelfoverwinning en zelfvergetelheid bij Nietzsche. (Nietzsche and Zen. Self-overcoming without a Self).

-67-

Gatman

1. Iemand die niet weet wie of wat of dat hij is. Synoniem: agnost.

2. Incourante vertaling van anatman. Antoniem: watman.

-68-

De ongeboren bodhisattva en de doodgeboren filosoof

Lachende Boeddha met reuzensnor.
De lachende Boeddha alias de lallende Basta.

Dit is de Lachende Boeddha alias Maitreya, de ongeboren bodhisattva die lucht en licht wil brengen in bedompte bovenkamers en duistere achterkamers.

Het is ook de Lallende Basta alias Friedrich Nietzsche, de doodgeboren filosoof die lucht en licht wil brengen in bloedeloze hartkamers en vochtige kelders.

Zijn denken is een kango, zijn zitten is een tango, zie je zo.

Hij popelt om op te staan en aan de slacht te gaan.

Die snor is natuurlijk camouflage.

Daarmee verbergt hij zijn lach tot de mensen eraan toe zijn.

Die buik is ook camouflage.

Daarmee verbergt hij zijn leegte tot de mensen eraan toe zijn, en de leegte van zijn leegte tot hij er zelf aan toe is.

Die mantel is ook camouflage, kijk maar eens onder je eigen mantel, wou ik zeggen.

Maar je kan beter in je bovenkamer kijken, daar zie je alles.

-69-

Waarom ik geen echte boeddhist ben

‘Wat is volgens jou de essentie van het boeddhisme, Hans?’

‘Rare vraag voor een boeddhist.’

‘Volgens mij is sunyata de essentie van het boeddhisme.’

‘Raar antwoord voor een boeddhist.’

‘Vanwege die essentie zeker?’

‘Om over sunyata nog maar te zwijgen.’

‘Omdat sunyata zelf sunyata is, zeker?’

‘Zeker.’

‘Sunyata-sunyata.’

‘Raar woord voor een boeddhist.’

‘Omdat sunyata-sunyata ook weer sunyata is, zeker?’

‘Zeker.’

‘Sunyata-sunyata-sunyata.’

‘Enzovoort.’

‘Niemand gaat zo ver als jij.’

‘Iedereen gaat verder dan ik.’

‘Hoezo?’

‘Ik ga nergens heen.’

‘Raar.’

‘Al ben ik nergens thuis.’

‘Heel raar.’

‘Raar raar, waar ben ik.’

‘Volgens mij ben jij een echte boeddhist, Hans.’

‘Raar woord voor een boeddhist.’

‘Vanwege dat echt, zeker?’

‘Om over boeddhist nog maar te zwijgen.’

-70-

Wat je minstens van de leegte moet weten

‘Wat weet jij eigenlijk van de leegte, Hans?’

‘Minder dan wie ook.’

‘Dat lijkt me geen aanbeveling.’

‘Integendeel.’

-71-

Is elke boeddhist een nihilist?

Een wijze van zwijgen (bij wijze van spreken)

Beste Hans,

Ben jij niet gewoon een nihilist, net als elke boeddhist?

Beste X,

Wat versta jij onder een nihilist?

X: Je weet wel: er is geen god, er is geen ziel enzovoort.

H: Er is geen god, er is geen ziel enzovoort heet atheïsme.

Er is een god, er is een ziel enzovoort heet theïsme.

We kunnen niks bewijzen over god en ziel et cetera heet agnosticisme.

Wie niet weet is geen theïst, geen atheïst en geen agnosticus.

Wat maakt dat mij, denk jij?

X: Onder nihilisme versta ik de leer die de mogelijkheid om te komen tot een stellige overtuiging of tot grondwaarheden op ethisch, wijsgerig, spiritueel, religieus of sociaal gebied ontkent. Alles is leeg. Er is geen subject. Er is geen weg. Er valt niets te realiseren. Alle waarheid is subjectief. Iedere moraal is grondeloos. God bestaat niet. Vooruitgang is een illusie.

H: Ik zeg niet dat alles leeg is, ik zeg ook niet van niet.

Ik zeg niet dat er een subject is, ik zeg ook niet van niet.

Ik zeg niet dat er een weg is, ik zeg ook niet van niet.

Ik zeg niet dat er iets te realiseren valt, ik zeg ook niet van niet.

Ik zeg niet dat alle waarheid subjectief is, ik zeg ook niet van niet.

Ik zeg niet dat alle moraal grondeloos is, ik zeg ook niet van niet.

Ik zeg niet dat god bestaat, ik zeg ook niet van niet.

Ik zeg niet dat vooruitgang een illusie is, ik zeg ook niet van niet.

Ik zeg niet dat het mogelijk is om te komen tot een stellige overtuiging of tot grondwaarheden op ethisch, wijsgerig of sociaal gebied, ik zeg ook niet van niet.

Ik zeg niet dat termen als alles, subject, weg, waarheid, moraal, god, vooruitgang, illusie en grondwaarheid met iets werkelijks corresponderen, ik zeg ook niet van niet.

Ik zeg niet dat je dit alles niet kan weten, ik zeg ook niet van niet.

Daar heb ik vrede mee, vrede van jewelste.

Wat maakt dat mij, denk jij?

X: Wat heeft het voor zin om op deze manier te spreken?

H: Ik zeg niet dat het zin heeft om op deze manier te spreken, ik zeg ook niet van niet.

X: Nee, dat dacht ik wel.

H: Ik wilde even uitleggen waarom ik niet in jouw definitie van nihilisme pas, alsof mij dat wat kan schelen.

X: Wat is volgens jou het verband tussen niet-weten en nihilisme?

H: Tja.

X: Is dat alles wat je erover te zeggen hebt?

H: Voor de grap zou je niet-weten kunnen definiëren als een hypernihilisme dat zelfs het nihilisme nietig verklaart.

Hypernihilisme is dan niet alleen het toppunt van nihilisme maar ook, en in dezelfde mate, dat wil zeggen totaal en onherroepelijk, het einde ervan.

Zoals het ook meteen, totaal en onherroepelijk het einde van zichzelf is.

Zijn we daar ook weer vanaf.

X: Volgens mij komt jouw lege leer in wezen neer op nihilisme.

H: De lege leer komt niet neer op nihilisme of obscurantisme of quiëtisme of subjectivisme of relativisme of perspectivisme of scepticisme of pyrronisme of situationisme of anti-intellectualisme of irrationalisme of agnosticisme of anarchisme of sunyavada of madhyamaka of yogachara of advaeta dvaeta advaeta vedanta of welk geloof of opgeschort geloof of ongeloof ook, hoe subtiel of minimalistisch ook.

Anders zou het namelijk geen lege leer zijn maar een leer over een of andere vorm van leegte.

De lege leer komt ook niet neer op een weerlegging of tegenhanger van welk geloof of opgeschort geloof of ongeloof ook, hoe subtiel of minimalistisch ook.

Anders zou het namelijk geen lege leer zijn maar een leer over een of andere vorm van niet-leegte.

X: Wat is de lege leer dan wel?

H: Een gimmick. Een blinker. Een haak zonder aas, eens kijken wie er bijt.

X: Ik dus.

H: Je kan de lege leer ook een katalysator noemen, die het denken smeert en in beweging houdt maar bij gebrek aan inhoud zelf geen verbindingen aangaat.

X: Jouw denken loopt in elk geval gesmeerd.

H: Het loopt vrij zonder versnelling.

X: Dus jij bent wel een boeddhist maar geen nihilist?

H: Wat versta jij onder een boeddhist?

Skelet dat onder water zit te vissen met twee hengels zonder aas.
‘Een haak zonder aas, eens kijken wie er bijt.’

-72-

Haiku op haiku - Heel de dag

Heel de dag is niet
Genoeg voor de leeuwerik
Die zingen wil, zingen

(Basho)

Heel de dag is veel
Te veel voor de leeuwerik
Die zingen moet, zingen

(Hans)

-73-

De reddingslijn van interzijn

Monnik: Zullen we nog een chocolaatje nemen?

Meester: En dat voor een boeddhist.

Monnik: Omdat ik een chocolaatje wil?

Meester: Om hoe u het zegt.

Monnik: Hoe zou u het zeggen?

Meester: Zullen we nog een cacaoboer steunen?

Monnik: Zonder cacaoboeren geen chocola, bedoelt u.

Meester: Afhankelijk ontstaan.

Monnik: Interzijn.

Meester: Ik heb meer zin in een glas wijn.

Monnik: Een druivenboer steunen.

Meester: Een bottelier.

Monnik: Een flessenfabrikant.

Meester: Een kurksnijder.

Monnik: Een vrachtwagenchauffeur.

Meester: Een supermarkt.

Monnik: Een autofabriek.

Meester: Een hoogoven.

Monnik: Een ertsmijn.

Meester: Je kan niets beters voor de wereld doen dan een glas wijn drinken.

Monnik: Een belangeloze gift.

Meester: Anoniem.

Monnik: Naar draagkracht.

Meester: Dana.

Monnik: Goed voor je karma.

Meester: Wie zijn interdependentie ten volle realiseert, kan wel een potje breken.

Monnik: Of een glaasje.

Meester: Zullen we meteen maar een chipsfabrikant steunen?

Monnik: Wat dacht u van de filmindustrie?

Meester: Ja hoor, zet maar wat op.

Monnik: Proost.

Meester: Proost.

-74-

Volg de lijn van interzijn

Kluwen touw met een heel klein mannetje dat het begin van het touw in zijn hand houdt.
Volg de lijn van interzijn.

Oefening 1

Volg de lijn van interzijn naar gene zijde.

Je mag zo vaak opnieuw beginnen als je wilt.

De draad kwijt?

Ja, wat dacht je dan.

Probeer het anders eens van de andere kant.

Oefening 2

Volg de lijn van interzijn naar deze zijde.

Je mag zo vaak opnieuw beginnen als je wilt.

De draad kwijt?

Ja, wat dacht je dan.

Probeer het anders eens van de andere kant.

-75-

Bodhisattvageloften voor doordenkers

Bodhisattvagelofte voor beginners.

Hoe talrijk de wezens ook zijn, ik beloof ze allemaal te bevrijden.

Bodhisattvagelofte voor mingevorderden

Hoe talrijk de wezens ook zijn, ik beloof ze allemaal te bevrijden van de gedachte dat ze bevrijd moeten worden.

Bodhisattvagelofte voor gevorderden

Hoe talrijk de wezens ook zijn, ik beloof ze allemaal te bevrijden van de gedachte dat ze bevrijd moeten worden van de gedachte dat ze bevrijd moeten worden.

Bodhisattvagelofte voor vergevorderden

Hoe talrijk de wezens ook zijn, ik beloof ze allemaal te bevrijden van de gedachte dat ze bevrijd moeten worden van de gedachte dat ze bevrijd moeten worden van de gedachte dat ze bevrijd moeten worden.

Bodhisattvagelofte voor bodhisattva’s

Hoe talrijk de wezens ook zijn, ik beloof niets.

Bodhisattvagelofte voor bodhisattva’s voorbij alle bodhisattvageloften

Hoe talrijk de wezens ook zijn.

-76-

Wees een dwaallicht voor jezelf

Beste Hans,

Ken jij deze passage uit de Mahaparinibbana Sutta?

‘Daarom, Ananda, wees een licht voor jezelf, wees een toevlucht voor jezelf.

Zoek geen toevlucht buiten jezelf.

Houd vast aan de waarheid als aan een lamp, zoek toevlucht in de waarheid.

Zoek geen toevlucht in iemand anders.

[…]

Want diegenen, Ananda, die nu of na mijn dood een licht zijn voor zichzelf, die geen toevlucht zoeken buiten zichzelf, maar vasthouden aan de waarheid als aan een lamp, en toevlucht zoeken in de waarheid, en toevlucht zoeken in zichzelf – zij zijn het die het hoogste doel zullen bereiken.

Ik dacht dat deze tekst een iconoclast als jij wel zou aanspreken.

Beste X,

Een iconoclast is een beeldenbreker die het beeld van de beeldenbreker aanbidt als zichzelf.

Breek het beeld van de beeldenbreker en de beeldenstorm gaat meteen liggen.

Dan gun je ieder zijn beeld, zelfs de beeldenbreker.

X: Oké, ieder zijn beeld. Maar wat vind je van die passage uit de Mahaparinibbana Sutta?

H: Ken jij deze passage uit de Suñña-suññata Sutta?

‘Wees een dwaallicht voor jezelf.

Wees geen toevlucht voor jezelf.

Zoek geen toevlucht buiten jezelf.

Houd niet vast aan een waarheid als aan een lamp, zoek geen toevlucht in een waarheid.

Zoek geen toevlucht in iemand anders.

Want diegenen die een dwaallicht zijn voor zichzelf, die geen toevlucht zoeken buiten zichzelf, niet vasthouden aan een waarheid als aan een lamp, die toevlucht zoeken noch in een waarheid noch in zichzelf – zij zijn het die niet langer reiken.‘

X: Ik heb me rot gezocht naar de Suñña-suññata Sutta, maar ik kan hem nergens vinden. Hij lijkt geen deel uit te maken van de Pali-canon. Weet je zeker dat die passage daaruit afkomstig is en niet, bijvoorbeeld, uit de Cula-suññata Sutta of de Maha-suññata Sutta?

H: Die passage is wel degelijk afkomstig uit de Suñña-suññata Sutta die, de naam zegt het al, dubbelleeg is – zelfs van leegte ontdaan, wat meteen verklaart hoe die passage erin terechtgekomen is.

Alleen heb ik die sutta zelf bedacht – wedden dat je nu meteen je belangstelling verliest?

X: In plaats van een iconoclast had ik je misschien beter een fantast kunnen noemen.

H: Dan kan je iedere suttaschrijver wel een fantast noemen.

X: Hoezo?

H: Er schijnt niet één sutta door de Gezegende zelf geschreven te zijn.

X: In plaats van een fantast had ik je misschien beter een nihilist kunnen noemen.

H: Weer mis.

X: Hoezo?

H: De nihilist stelt dat er geen waarheden zijn.

Zonder deze grondstelling verdwijnt je nihilisme subiet in het niet dat het nota bene weigert te ontkennen.

Dan gun je ieder zijn leer, zelfs de nihilist.

X: Zelfs de Boeddha?

H: Gautama is toch dood meneer. Wat moet een dode met een leer?

X: Ik bedoel, zelfs een boeddha?

H: Een boeddha heeft vanzelf geen leer – boeddhisten des te meer.

Mannetje dat een lantaarnpaal met zich meezeult.
‘Wees een dwaallicht voor jezelf.’

-77-

De boeddhist en de hooligan

Plaats: Café Weer Thuis. Tijd: Na de wedstrijd.

Zegt een boeddhist: Het maakt mij geen fluit uit wat mensen aanhangen. Ze zijn me allemaal even lief. In de privésfeer praat ik daarom niet meer over boeddhisme. Het lijkt wel of ik sindsdien ruimer in mijn jasje steek. Ik voel me werkelijk een ander mens.

Zegt een andere: Waar praat je dan wel over?

Zegt de eerste: Over voetbal.

Zegt een hooligan: Mij maakt het geen fluit uit wat mensen aanhangen. Ze zijn me allemaal even lief. In de privésfeer praat ik daarom niet meer over voetbal. Het lijkt wel of ik sindsdien ruimer in mijn jasje steek. Ik voel me werkelijk een ander mens.

Zegt een andere: Waar praat je dan wel over?

Zegt de eerste: Over boeddhisme.

-78-

De meester en de leerling

Twee onbemiddelde werkelijkheden.

Meester: Ik heb al tien leerlingen verlost!

Leerling: Ik heb al honderd meesters versleten!

-79-

Haiku op haiku - Denksporen

Och kijk, een mus sprong
Helemaal langs de veranda
Met natte voetjes

(Shiki)

Och, kijk, die vlekjes
Ik denk er een vogel bij
Dan zie ik een spoor

(Hans)

Rolstempel op een stok waarmee je een spoor van vogelpootjes kan stempelen.
‘Rolstempel uit het postornithologicum voor het maken van nostalgische vogelsporen.’

-80-

De gelijkenis van het vlot

Het boeddhisme is een van de weinige wijsheidstradities die zijn eigen overstijging tot leerstuk heeft verheven.

‘Dood de Boeddha’ heet het, en ‘sunyata-sunyata’, de leegte van de leegte.

In de Alagaddupama-Sutta vinden we de gelijkenis van het vlot:

“Stel dat een man die op reis is een grote stroom ziet, waarvan de oever aan zijn kant gevaarlijk, angstaanjagend is en de tegenoverliggende oever veilig en er is geen veerpont of een brug om over te steken. Hij zou zo denken: “Als ik nu eens gras, stukken hout, takken en bladeren zou verzamelen, een vlot zou bouwen en met behulp van dat vlot, peddelend met handen en voeten, veilig en wel naar de overkant zou oversteken?” Hij zou dat doen en aan de overkant aangekomen zou hij dit denken: “Dit vlot is een grote hulp voor me. Als ik het nu eens op mijn hoofd of mijn schouders zou tillen en verder zou gaan?”

Wat denken jullie, zou die man doen wat er met dat vlot gedaan moet worden?”

“Zeker niet, Heer!”

“Hoe zou die man dan wel moeten handelen?”

“Welnu, die man zou, als hij overgestoken is, zo kunnen denken: “Dit vlot is een grote hulp voor me geweest. Als ik het nu eens op het droge zou trekken of op het water laten wegdrijven en zelf verder zou gaan?” Zo handelend zou die man doen wat er met dat vlot gedaan moet worden. Net zo heb ik de Dhamma onderwezen, als te vergelijken met een vlot, bedoeld om mee over te steken, niet om vast te houden. De gelijkenis van het vlot begrijpend, moeten jullie zelfs de leringen opgeven, laat staan de dingen die in strijd zijn met de leringen.”

Vertaald door Jansen en De Breet.

Wie elke lering opgeeft, is leraar noch leerling.

Hij waant zich niet aan deze zijde, hij waant zich niet aan gene zijde, hij waant zich niet op een vlot.

Zijn bestaan is een oceaan van agnose.

-81-

Stille weetnietgeest

Stille weetnietgeest
Je hebt geen antwoorden meer
en ook geen vragen

-82-

Wat is de Diamantsoetra?

De soetra die alle soetra’s overbodig maakt

De Diamantsoetra is een vooral in zen-kringen populaire, korte, iconoclastische soetra behorende tot de prajnaparamitaliteratuur van het mahayanaboeddhisme.

Niemand weet precies hoe oud hij is, maar men is het erover eens dat hij ontstaan is in de eerste helft van het eerste millennium.

De Diamantsoetra is de soetra die alle soetra’s overbodig maakt, ook zichzelf.

Na bestudering kan je niet alleen met een gerust hart je aantekeningen verbranden, zoals Deshan hieronder, maar ook je Diamantsoetra.

Deshan trad naar voren met een stapel commentaren op de Diamantsoetra, wees ernaar met zijn fakkel en zei: ‘Zelfs de meest omvattende doctrines zijn nog geen haartje in het heelal. De grootste geheimen van de leer zijn nog geen druppel op een gloeiende plaat.’ Daarop verbrandde hij al zijn aantekeningen, maakte een buiging voor zijn leraar en vertrok.

(uit koan 28 van de Poortloze Poort)

Geen diamant maar een diamantbeitel

De Diamantsoetra wordt ook wel de Diamantsnijderssoetra genoemd omdat er in deze onnavolgbaar geest-dodende (en, toegegeven, geestdodende) soetra geen diamant wordt aangeboden, maar een diamantbeitel.

Een kapmes om alle wortels, van illusie én werkelijkheid, boeddhistisch én non-boeddhistisch, te doorklieven.

Een kapmes ook om alle geesten uit het boeddhistische verleden en heden mee te doden:

De Boeddha, het zelf (atman), niet-zelf (anatman) de geest (the mind), de gewone geest (ordinary mind), de kleine geest (small mind), de grote geest (big mind), de oorspronkelijke geest (original mind), de weetnietgeest (don’t-know mind), de algeest (one mind), de lege geest (empty mind), de niet-geest (no mind) en natuurlijk de killer mind, die vastzit in het doden van de Boeddha omdat hij vergeet zichzelf op de korrel te nemen.

De Diamant(snijders)soetra kan je anachronistisch duiden als een postmoderne deconstructie van het hele boeddhisme.*

* Zoals je de postmoderne deconstructiemethode anachronistisch kan duiden als een filosofische upaya.

Zo’n deconstructie kan je op haar beurt zien als het toppunt van boeddhisme, of als het eindpunt ervan, of allebei tegelijk, of afwisselend als toppunt en eindpunt tot in het oneindige.

De Boeddha is dood, leve de bØeddha!

Afsnijden en afdanken

Hoe iconoclastisch de Diamantsoetra van origine ook is, in de loop der eeuwen is hij net als de Hartsoetra ingelijfd in de boeddhistische canon en zelf iconisch geworden – onderwerp van verering, exegese, gehechtheid en identificatie.

Reden genoeg om ook voor deze soetra een lege variant te schrijven die niets gezegd laat.

Het resultaat is een diamantsoetra die niet alleen de dharma maar ook zichzelf ontweidt – een diamantsØetra.

Om hem te onderscheiden van de oorspronkelijke Diamantsoetra noem ik hem de Diamantsoetra voor Hardliners.

Dat sluit mooi aan bij de Hartsoetra voor Hardliners eerder in dit Witboek Zen.

De Diamantsoetra voor Hardliners is een tekst die harakiri pleegt; de diamantbeitel als ontweidmes.

Vanwege zijn lengte is het ondoenlijk om de hele Diamantsoetra systematisch te deconstrueren, dat wordt een gebed zonder end.

Daarom heb ik er een aantal karakteristieke uitspraken uit gelicht, waarmee ik doe wat de soetra zelf met het boeddhisme doet: afsnijden en afdanken.*

* Net als Meester Linji in zijn aanvankelijk beeldenbrekende preken.

Het boeddhisme reduceren tot bØeddhisme.

Mijn radicalisering van de Diamantsoetra, zo mogelijk nog geest-dodender (en, toegegeven, geestdodender) dan het origineel, bestaat uit 44 paragrafen van 6 uitspraken elk.

Heb je één paragraaf gezien, dan heb je ze allemaal gezien.

Heb je er één doorzien, dan heb je ze allemaal doorzien.

Heb je ze allemaal doorzien, dan heb je de Diamantsoetra doorzien, het boeddhisme doorzien, de Boeddha doorzien en het doorzien doorzien.

Dan valt er niets meer af te snijden of te doorzien.

Dan kan je je diamanten in je oren stoppen.

Eindelijk rust, zei de diamantboeddha, en sloot zijn ogen.

Lachende Boeddha met diamanten in zijn oren.
‘Dan kan je je diamanten in je oren stoppen. Eindelijk rust.’

-83-

De Diamantsoetra voor Hardliners

Ridiculisering Radicalisering van een iconoclastische zenklassieker.

Proloog

In de tuin van Anathapindika spreekt de Boeddha met Subuthi in aanwezigheid van een groot aantal monniken en bodhisattva’s.

Ze willen weten hoe ze op het pad naar de hoogste verlichting moeten voortgaan en hoe ze hun gedachten onder controle moeten houden.

De Boeddha beantwoordt geduldig alle vragen.

(De) Boeddha (met een hoofdletter): de historische/mythologische figuur van Siddharta Gautama in zijn hoedanigheid van verlichte.

Subuthi: aangever in de dialoog met de Boeddha.

bodhisattva: volgeling van Boeddha: iemand die de bevrijding van alle voelende wezens streeft.

Moet de bodhisattva alle voelende wezens bevrijden?

Ik zeg niet dat de bodhisattva alle voelende wezens moet bevrijden.

Ik zeg niet dat de bodhisattva alle voelende wezens niet moet bevrijden.

Ik zeg niet dat er bodhisattva’s zijn of voelende wezens of bevrijding daarvan.

Ik zeg niet dat er geen bodhisattva’s zijn of geen voelende wezens of geen bevrijding daarvan.

Noem dit desnoods de bevrijding van alle voelende wezens.

Zelf zeg ik liever niets.

Heeft de Tathagata het idee van niet-zelf onderwezen?

Ik zeg niet dat de Tathagata het idee van niet-zelf, niet-persoon, niet-wezen of non-entiteit heeft onderwezen.

Ik zeg niet dat de Tathagata het idee van een zelf, een persoon, een wezen of een voortlevende entiteit heeft onderwezen.

Ik zeg niet dat er een Tathagata is, een zelf of niet-zelf, een persoon of niet-persoon, een wezen of niet-wezen, een voortlevende entiteit of non-entiteit, een idee daarover of onderwijs daarvan.

Ik zeg niet dat er geen Tathagata is, geen zelf of niet-zelf, geen persoon of niet-persoon, geen wezen of niet-wezen, geen voortlevende entiteit of non-entiteit, geen idee daarover of geen onderwijs daarvan.

Noem dit desnoods het onderwijzen van het idee van niet-zelf, niet-persoon, niet-wezen en non-entiteit.

Zelf zeg ik liever niets.

(De) Tathagata: de titel waarmee de Boeddha in de Pali-canon naar zichzelf verwijst. Volgens sommigen betekent het ‘hij die zo gegaan is’, dat wil zeggen degene die voorbij komen en gaan is, maar daar is veel discussie over.

Mag je je aan ideeën vasthouden?

Ik zeg niet dat je niet aan ideeën moet vasthouden en dat gewone, dwaze mensen dat wel doen.

Ik zeg niet dat je toch aan ideeën moet vasthouden of dat gewone, dwaze mensen dat niet doen.

Ik zeg niet dat er ideeën zijn of een vasthouden daaraan of dat er gewone, dwaze mensen zijn.

Ik zeg niet dat er geen ideeën zijn of geen vasthouden daaraan of dat er geen gewone, dwaze mensen zijn.

Noem dit desnoods het loslaten van ideeën die gewone, dwaze mensen vasthouden.

Zelf zeg ik liever niets.

Is de bodhisattva die de Tathagata zag of hoorde op het verkeerde pad?

Ik zeg niet dat de bodhisattva die mijn vorm zag en mijn stem heeft gehoord op het verkeerde pad is en de Tathagata niet zal zien.

Ik zeg niet dat de bodhisattva die mijn vorm niet zag en mijn stem niet heeft gehoord op het juiste pad is en de Tathagata zal zien of heeft gezien.

Ik zeg niet dat er een bodhisattva is of een Tathagata of een vorm van de Tathagata of een zien of niet-zien daarvan of een stem van de Tathagata of een horen of niet-horen daarvan of een juist of verkeerd pad.

Ik zeg niet dat er geen bodhisattva is of geen Tathagata of geen vorm van de Tathagata of geen zien of niet-zien daarvan of geen stem van de Tathagata of geen horen of niet-horen daarvan of geen juist of verkeerd pad.

Noem dit desnoods het zien en horen van de Tathagata door het niet-zien van mijn vorm en het niet-horen van mijn stem.

Zelf zeg ik liever niets.

Kan een boeddha gekend worden door de dharmakaya?

Ik zeg niet dat een boeddha wordt gekend door de dharmakaya terwijl toch de ware natuur van de dharmakaya niet kan worden begrepen.

Ik zeg niet dat een boeddha niet wordt gekend door de dharmakaya of dat de ware natuur van de dharmakaya toch kan worden begrepen.

Ik zeg niet dat er een boeddha is of een kennen daarvan of de dharmakaya of een ware natuur daarvan of een begrijpen daarvan.

Ik zeg niet dat er geen boeddha is of geen kennen daarvan of geen dharmakaya of geen ware natuur daarvan of geen begrijpen daarvan.

Noem dit desnoods het kennen van de boeddha door de dharmakaya terwijl toch de ware natuur van de dharmakaya niet kan worden begrepen.

Zelf zeg ik liever niets.

Dharmakaya: verwijzing naar de drielichamenleer, die stelt dat de Boeddha eigenlijk drie lichamen heeft: 1. de dharmakaya, het wijsheidslichaam dat de boeddhistische leer (dharma), de boeddhanatuur of de waarheid voorstelt; 2. de sambhogakaya of het stralingslichaam of het boeddhaveld dat de sereniteit, de rustgevende gelukzaligheid van de verlichting voorstelt, en 3. de nirmanakaya, het vlees en bloed van de historische Boeddha.

Welke ogen heeft de Tathagata?

Ik zeg niet dat de Tathagata het menselijk oog, het goddelijk oog, het inzicht-oog, het prajna-oog en het boeddha-oog bezit.

Ik zeg niet dat de Tathagata niet het menselijk oog, het goddelijk oog, het inzicht-oog, het prajna-oog en het boeddha-oog bezit.

Ik zeg niet dat er een Tathagata is of een menselijk oog of een goddelijk oog of een inzicht-oog of een prajna-oog of een boeddha-oog.

Ik zeg niet dat er geen Tathagata is of geen menselijk oog of geen goddelijk oog of geen inzicht-oog of geen prajna-oog of geen boeddha-oog.

Noem dit desnoods het menselijk oog, het goddelijk oog, het inzicht-oog, het prajna-oog of het boeddha-oog van de Tathagata.

Zelf zeg ik liever niets.

Voert de leer naar het ware zelf?

Ik zeg niet dat de leer naar het ware zelf voert.

Ik zeg niet dat de leer niet naar het ware zelf voert.

Ik zeg niet dat er een leer is of een waar zelf of een voeren van de leer daarheen.

Ik zeg niet dat er geen leer is of geen waar zelf of geen voeren van de leer daarheen.

Noem dit desnoods de leer die naar het ware zelf voert.

Zelf zeg ik liever niets.

Wanneer kun je iemand oprecht een bodhisattva noemen?

Ik zeg niet dat een bodhisattva die het principe van niet-zelf en niet-dharma geheel begrijpt en dit herkent als het ware zelf en de ware dharma, oprecht een bodhisattva genoemd kan worden.

Ik zeg niet dat een bodhisattva die het principe van niet-zelf en niet-dharma geheel begrijpt en dit herkent als het ware zelf en de ware dharma, niet oprecht een bodhisattva genoemd kan worden.

Ik zeg niet dat er een bodhisattva is, of een waar zelf of een ware dharma of een principe van niet-zelf of een principe van niet-dharma of een begrijpen daarvan of een herkennen daarvan als het ware zelf en de ware dharma.

Ik zeg niet dat er geen bodhisattva is, of geen waar zelf of geen ware dharma of geen principe van niet-zelf of geen principe van niet-dharma of geen begrijpen daarvan of geen herkennen daarvan als het ware zelf en de ware dharma.

Noem dit desnoods het geheel begrijpen en herkennen van het principe van niet-zelf en niet-dharma.

Zelf zeg ik liever niets.

Hebben grote verdiensten de natuur van geen-verdiensten?

Ik zeg niet dat grote verdiensten de natuur van geen-verdiensten hebben.

Ik zeg niet dat grote verdiensten niet de natuur van geen-verdiensten hebben.

Ik zeg niet dat er grote verdiensten zijn of dat er niet-verdiensten zijn of dat die een of andere natuur hebben.

Ik zeg niet dat er geen grote verdiensten zijn of dat er geen niet-verdiensten zijn of dat die niet een of andere natuur hebben.

Noem dit desnoods de natuur van geen-verdiensten van grote verdiensten.

Zelf zeg ik liever niets.

Moeten bodhisattva’s de perfecties beoefenen?

Ik zeg niet dat bodhisattva’s de perfecties moeten beoefenen.

Ik zeg niet dat bodhisattva’s de perfecties niet moeten beoefenen.

Ik zeg niet dat er bodhisattva’s zijn of perfecties of de beoefening daarvan.

Ik zeg niet dat er geen bodhisattva’s zijn of geen perfecties of geen beoefening daarvan.

Noem dit desnoods het beoefenen van de perfecties.

Zelf zeg ik liever niets.

Moeten bodhisattva’s vrijgevigheid beoefenen zonder te hechten aan een object?

Ik zeg niet dat bodhisattva’s vrijgevigheid moeten beoefenen zonder te hechten aan een object.

Ik zeg niet dat bodhisattva’s geen vrijgevigheid moeten beoefenen zonder te hechten aan een object.

Ik zeg niet dat er bodhisattva’s zijn of dat er vrijgevigheid is of een beoefenen daarvan of dat er objecten zijn of een hechten daaraan.

Ik zeg niet dat er geen bodhisattva’s zijn of dat er geen vrijgevigheid is of geen beoefenen daarvan of dat er geen objecten zijn of geen hechten daaraan.

Noem dit desnoods het beoefenen van vrijgevigheid zonder te hechten aan een object.

Zelf zeg ik liever niets.

Is de perfectie van geduld wel een perfectie?

Ik zeg niet dat het onderricht van de Tathagata over de perfectie van geduld in werkelijkheid geen perfectie is.

Ik zeg niet dat het onderricht van de Tathagata over de perfectie van geduld in werkelijkheid toch perfectie is.

Ik zeg niet dat er een Tathagata is of perfectie van geduld of onderricht daarover.

Ik zeg niet dat er geen Tathagata is of geen perfectie van geduld of geen onderricht daarover.

Noem dit desnoods het onderricht over de perfectie van geduld die in werkelijkheid geen perfectie is.

Zelf zeg ik liever niets.

Is bevrijding van gehechtheid de hoogste verlichting?

Ik zeg niet dat de hoogste verlichting bevrijding van alle gehechtheid is.

Ik zeg niet dat de hoogste verlichting geen bevrijding van alle gehechtheid is.

Ik zeg niet dat er verlichting is of gehechtheid of bevrijding daarvan.

Ik zeg niet dat er geen verlichting is of geen gehechtheid of geen bevrijding daarvan.

Noem dit desnoods de bevrijding van alle gehechtheid die de hoogste verlichting is.

Zelf zeg ik liever niets.

Moeten bodhisattva’s het juiste inzicht verwerven?

Ik zeg niet dat bodhisattva’s het juiste inzicht moeten verwerven.

Ik zeg niet dat bodhisattva’s niet het juiste inzicht moeten verwerven.

Ik zeg niet dat er bodhisattva’s zijn of dat er juist inzicht is of een verwerven daarvan.

Ik zeg niet dat er geen bodhisattva’s zijn of dat er geen juist inzicht is of geen verwerven daarvan.

Noem dit desnoods het verwerven van het juiste inzicht.

Zelf zeg ik liever niets.

Is het juiste inzicht in werkelijkheid niet-inzicht?

Ik zeg niet dat wat het juiste inzicht wordt genoemd in werkelijkheid niet-inzicht is.

Ik zeg niet dat wat het juiste inzicht wordt genoemd in werkelijkheid geen niet-inzicht is.

Ik zeg niet dat er juist inzicht is of niet-inzicht.

Ik zeg niet dat er geen juist inzicht is, of geen niet-inzicht.

Noem dit desnoods het juiste inzicht dat in werkelijkheid niet-inzicht is.

Zelf zeg ik liever niets.

Moeten bodhisattva’s transcendente wijsheid nastreven?

Ik zeg niet dat bodhisattva’s de hoogste transcendente wijsheid moeten nastreven.

Ik zeg niet dat bodhisattva’s de hoogste transcendente wijsheid niet moeten nastreven.

Ik zeg niet dat er bodhisattva’s zijn of dat er transcendente wijsheid is of een nastreven daarvan.

Ik zeg niet dat er geen bodhisattva’s zijn of dat er geen transcendente wijsheid is of geen nastreven daarvan.

Noem dit desnoods de hoogste transcendente wijsheid die bodhisattva’s moeten nastreven.

Zelf zeg ik liever niets.

Is wat de Tathagata prajnaparamita heeft genoemd in feite geen prajnaparamita?

Ik zeg niet dat datgene wat de Tathagata prajnaparamita heeft genoemd in feite geen prajnaparamita is.

Ik zeg niet dat datgene wat de Tathagata prajnaparamita heeft genoemd in feite toch prajnaparamita is.

Ik zeg niet dat er een Tathagata is of iets wat hij prajnaparamita heeft genoemd dat in feite geen prajnaparamita is.

Ik zeg niet dat er geen Tathagata is of niet iets wat hij prajnaparamita heeft genoemd dat in feite geen prajnaparamita is.

Noem dit desnoods datgene wat de Tathagata prajnaparamita heeft genoemd dat in feite geen prajnaparamita is.

Zelf zeg ik liever niets.

Is er een onafhankelijk bestaand object van het bewustzijn dat superieure en perfecte verlichting kan worden genoemd?

Ik zeg niet dat er een onafhankelijk bestaand object van het bewustzijn is dat de superieure en perfecte verlichting kan worden genoemd.

Ik zeg niet dat er geen onafhankelijk bestaand object van het bewustzijn is dat de superieure en perfecte verlichting kan worden genoemd.

Ik zeg niet dat er bewustzijn is of een onafhankelijk bestaand object daarin dat de superieure en perfecte verlichting kan worden genoemd, of een bereiken daarvan.

Ik zeg niet dat er geen bewustzijn is of geen onafhankelijk bestaand object daarin dat de superieure en perfecte verlichting kan worden genoemd, of geen bereiken daarvan.

Noem dit desnoods het bereiken van een onafhankelijk bestaand object van het bewustzijn dat de superieure en perfecte verlichting kan worden genoemd.

Zelf zeg ik liever niets.

Is de waarheid te bevatten en te beschrijven?

Ik zeg niet dat de waarheid niet te bevatten is en alle beschrijving te boven gaat.

Ik zeg niet dat de waarheid toch te bevatten of niet alle beschrijving te boven gaat.

Ik zeg niet dat er een waarheid is of een bevatten daarvan of een beschrijving daarvan of een alle beschrijving te boven gaan daarvan.

Ik zeg niet dat er geen waarheid is of geen bevatten daarvan of geen beschrijving daarvan of geen alle beschrijving te boven gaan daarvan.

Noem dit desnoods het niet bevatten van een waarheid die alle beschrijving te boven gaat.

Zelf zeg ik liever niets.

Leidt bestudering van de dharma’s tot de hoogste verlichting?

Ik zeg niet dat bestudering van de dharma’s leidt tot de hoogste verlichting.

Ik zeg niet dat bestudering van de dharma’s niet leidt tot de hoogste verlichting.

Ik zeg niet dat er dharma’s zijn of dat er verlichting is of dat er bestudering van de dharma’s is of het tot de hoogste verlichting leiden daarvan.

Ik zeg niet dat er geen dharma’s zijn of dat er geen verlichting is of geen bestudering van de dharma’s of geen tot de hoogste verlichting leiden daarvan.

Noem dit desnoods de bestudering van de dharma’s die tot hoogste verlichting leidt.

Zelf zeg ik liever niets.

Is de bodhisattva vrij van het idee van dharma’s en niet-dharma’s?

Ik zeg niet dat de bodhisattva vrij is van het idee van dharma‘s en niet-dharma‘s.

Ik zeg niet dat de bodhisattva niet vrij is van het idee van dharma‘s en niet-dharma‘s.

Ik zeg niet dat er een bodhisattva is of dat er dharma’s of niet-dharma’s zijn of een idee daarvan of vrijheid daarvan.

Ik zeg niet dat er geen bodhisattva is of dat er geen dharma’s en niet-dharma’s zijn of geen idee daarvan of geen vrijheid daarvan.

Noem dit desnoods de vrijheid van het idee van dharma’s en niet-dharma’s.

Zelf zeg ik liever niets.

Is het onderricht van de Tathagata wel het onderricht van de Tathagata?

Ik zeg niet dat datgene wat bekend staat als het onderricht van de Tathagata niet het onderricht van de Tathagata is.

Ik zeg niet dat datgene wat bekend staat als het onderricht van de Tathagata toch het onderricht van de Tathagata is.

Ik zeg niet dat er een Tathagata is of onderricht daarvan of een bekend staan daarvan als het onderricht van de Tathagata.

Ik zeg niet dat er geen Tathagata is of geen onderricht daarvan of geen bekend staan daarvan als het onderricht van de Tathagata.

Noem dit desnoods het onderricht van de Tathagata dat niet bekend staat als het onderricht van de Tathagata.

Zelf zeg ik liever niets.

Zijn grote leraren verheven door het ongeconditioneerde?

Ik zeg niet dat alle grote leraren verheven zijn door het ongeconditioneerde.

Ik zeg niet dat alle grote leraren niet verheven zijn door het ongeconditioneerde.

Ik zeg niet dat er grote leraren zijn of dat er zoiets is als het ongeconditioneerde of een daardoor verheven zijn.

Ik zeg niet dat er geen grote leraren zijn of dat er niet zoiets is als het ongeconditioneerde of geen daardoor verheven zijn.

Noem dit desnoods het verheven zijn door het ongeconditioneerde.

Zelf zeg ik liever niets.

Is er een dharma waarmee de Tathagata de hoogste, correcte en perfecte bevrijding heeft bereikt?

Ik zeg niet dat er een dharma is waarmee de Tathagata de hoogste, correcte en perfecte bevrijding heeft bereikt.

Ik zeg niet dat er geen dharma is waarmee de Tathagata de hoogste, correcte en perfecte bevrijding heeft bereikt.

Ik zeg niet dat er een dharma is of een Tathagata of een hoogste, correcte en perfecte bevrijding of een bereiken daarvan.

Ik zeg niet dat er geen dharma is of geen Tathagata of geen hoogste, correcte en perfecte bevrijding of geen bereiken daarvan.

Noem dit desnoods de dharma waarmee de Tathagata de hoogste, correcte en perfecte bevrijding heeft bereikt.

Zelf zeg ik liever niets.

Is de dharma die de Tathagata heeft ervaren en getoond ongrijpbaar?

Ik zeg niet dat de dharma die de Tathagata heeft ervaren en getoond ongrijpbaar is.

Ik zeg niet dat de dharma die de Tathagata heeft ervaren en getoond niet ongrijpbaar is.

Ik zeg niet dat er een Tathagata is of een door hem ervaren en getoonde dharma of ongrijpbaarheid daarvan.

Ik zeg niet dat er geen Tathagata is of geen door hem ervaren en getoonde dharma of geen ongrijpbaarheid daarvan.

Noem dit desnoods de ongrijpbare dharma die de Tathagata heeft ervaren en getoond.

Zelf zeg ik liever niets.

Denkt de Tathagata de dharma te hebben onderwezen?

Ik zeg niet dat de Tathagata denkt dat hij de dharma heeft onderwezen.

Ik zeg niet dat de Tathagata niet denkt dat hij de dharma heeft onderwezen.

Ik zeg niet dat er een Tathagata is of een denken of een dharma of een onderwijzen daarvan.

Ik zeg niet dat er geen Tathagata is of geen denken of geen dharma of geen onderwijzen daarvan.

Noem dit desnoods de dharma die de Tathagata niet onderwezen denkt te hebben.

Zelf zeg ik liever niets.

Moeten bodhisattva’s alle dharma’s zien als hun eigen opheffing?

Ik zeg niet dat zij die zich op het bodhisattva-pad hebben begeven alle dharma’s moeten zien in termen van hun opheffing.

Ik zeg niet dat zij die zich op het bodhisattva-pad hebben begeven alle dharma’s niet moeten zien in termen van hun opheffing.

Ik zeg niet dat er bodhisattva’s zijn of dat er een bodhisattva-pad is of dat er dharma’s zijn of een zien daarvan of opheffing daarvan.

Ik zeg niet dat er geen bodhisattva’s zijn of dat er geen bodhisattva-pad is of dat er geen dharma’s zijn of geen zien daarvan of geen opheffing daarvan.

Noem dit desnoods het zien van alle dharma’s in termen van hun opheffing.

Zelf zeg ik liever niets.

Is de srotapanna de stroom binnengegaan?

Ik zeg niet dat de srotapanna de stroom is binnengegaan.

Ik zeg niet dat de srotapanna niet de stroom is binnengegaan.

Ik zeg niet dat er een srotapanna is of een stroom of een binnengaan daarvan.

Ik zeg niet dat er geen srotapanna is of geen stroom of geen binnengaan daarvan.

Noem dit desnoods het binnengaan van de stroom door de srotapanna.

Zelf zeg ik liever niets.

Srotapanna, sotapanna of stroomintreder: bodhisattva die zich heeft losgemaakt van de eerste 3 van de 10 mentale ketens en binnen hooguit 7 wedergeboortes nirwana (nibbana) zal binnengaan, en daarbij nooit meer in de hel, als geest of als dier zal reïncarneren. De srotapanna heeft de laagste van de vier graden van verlichting bereikt.

Moet de sakridagamin nog eenmaal komen en gaan?

Ik zeg niet dat de sakridagamin nog eenmaal moet komen en gaan.

Ik zeg niet dat de sakridagamin niet nog eenmaal moet komen en gaan.

Ik zeg niet dat er een sakridagamin is of een eenmaal komen en gaan daarvan.

Ik zeg niet dat er geen sakridagamin is of geen eenmaal komen en gaan daarvan.

Noem dit desnoods het eenmaal komen en gaan van de sakridagamin.

Zelf zeg ik liever niets.

Sakridagamin, sakadagami of eenmaal-terugkeerder: srotapanna die ook bijna bevrijd is van de 4e en 5e van de mentale ketens en die nog maar één keer als mens herboren hoeft te worden. De sakridagamin heeft de tweede graad van verlichting bereikt.

Zal de anagamin niet meer terugkomen als mens?

Ik zeg niet dat de anagamin niet zal terugkomen als mens.

Ik zeg niet dat de anagamin toch terug zal komen als mens.

Ik zeg niet dat er een anagamin is of een niet-terugkomen als mens daarvan.

Ik zeg niet dat er geen anagamin is en geen niet-terugkomen als mens daarvan.

Noem dit desnoods het niet meer terugkomen als mens van de anagamin.

Zelf zeg ik liever niets.

Anagamin, anagami of niet-terugkeerder: sakridagamin die volledig vrij is van de eerste 5 van de mentale ketens en die niet meer als mens herboren zal worden, maar alleen nog als goddelijk wezen. De anagamin heeft de derde graad van verlichting bereikt.

Is de arhat volledig bevrijd van onheilzame verlangens?

Ik zeg niet dat de arhat volledig bevrijd is van onheilzame verlangens.

Ik zeg niet dat de arhat niet volledig bevrijd is van onheilzame verlangens.

Ik zeg niet dat er een arhat is of dat er onheilzame verlangens zijn of volledige bevrijding daarvan.

Ik zeg niet dat er geen arhat is of dat er geen onheilzame verlangens zijn of geen volledige bevrijding daarvan.

Noem dit desnoods de volledige bevrijding van onheilzame verlangens van de arhat.

Zelf zeg ik liever niets.

Arhat, arahant of nobele: anagamin die volledig vrij is van de 10 mentale ketens en de 3 vergiften en die niet meer herboren zal worden. De arhat heeft de vierde en hoogste graad van verlichting bereikt.

Begrijpt een bodhisattva die meent dat de Tathgata gaat, komt, staat, zit of ligt uw onderricht?

Ik zeg niet dat een bodhisattva die meent dat de Tathagata gaat, komt, staat, zit of ligt mijn onderricht niet begrijpt.

Ik zeg niet dat een bodhisattva die meent dat de Tathagata gaat, komt, staat, zit of ligt mijn onderricht toch begrijpt.

Ik zeg niet dat er een bodhisattva is of een Tathagata of een gaan, komen, staan, zitten of liggen daarvan, of dat er onderricht is of een begrijpen daarvan.

Ik zeg niet dat er geen bodhisattva is of geen Tathagata of geen gaan, komen, staan, zitten of liggen daarvan, of dat er geen onderricht is of geen begrijpen daarvan.

Noem dit desnoods het begrijpen van mijn onderricht over het niet gaan, komen staan, zitten of liggen van de Tathagata.

Zelf zeg ik liever niets.

Verblijft de verlichte in vrede?

Ik zeg niet dat de verlichte in vrede verblijft.

Ik zeg niet dat de verlichte niet in vrede verblijft.

Ik zeg niet dat er een verlichte is of vrede of een verblijven daarin.

Ik zeg niet dat er geen verlichte is of geen vrede of geen verblijven daarin.

Noem dit desnoods de vrede waarin de verlichte verblijft.

Zelf zeg ik liever niets.

Heeft de bodhisattva zich van alle denkbeelden losgemaakt?

Ik zeg niet dat de bodhisattva zich van alle denkbeelden heeft losgemaakt.

Ik zeg niet dat de bodhisattva zich niet van alle denkbeelden heeft losgemaakt.

Ik zeg niet dat er een bodhisattva is of dat er denkbeelden zijn of een zich losmaken daarvan.

Ik zeg niet dat er geen bodhisattva is of dat er geen denkbeelden zijn of geen zich losmaken daarvan.

Noem dit desnoods het zich losmaken van alle denkbeelden door de bodhisattva.

Zelf zeg ik liever niets.

Heeft de bodhisattva zich van alle gewaarwordingen bevrijd?

Ik zeg niet dat de bodhisattva zich van alle gewaarwordingen heeft bevrijd.

Ik zeg niet dat de bodhisattva zich niet van alle gewaarwordingen heeft bevrijd.

Ik zeg niet dat er een bodhisattva is of dat er gewaarwordingen zijn of een zich bevrijden daarvan.

Ik zeg niet dat er geen bodhisattva is of dat er geen gewaarwordingen zijn of geen zich bevrijden daarvan.

Noem dit desnoods het zich bevrijden van alle gewaarwordingen door de bodhisattva.

Zelf zeg ik liever niets.

Is de gewaarwording van een zelf in werkelijkheid niet-gewaarwording?

Ik zeg niet dat de gewaarwording van een zelf in werkelijkheid niet-gewaarwording is.

Ik zeg niet dat de gewaarwording van een zelf in werkelijkheid toch gewaarwording is.

Ik zeg niet dat er een zelf is of een gewaarwording of niet-gewaarwording daarvan.

Ik zeg niet dat er geen zelf is of geen gewaarwording of geen niet-gewaarwording daarvan.

Noem dit desnoods de niet-gewaarwording die een gewaarwording van een zelf in werkelijkheid is.

Zelf zeg ik liever niets.

Kent de Tathagata alle geestesgesteldheden?

Ik zeg niet dat de Tathagata alle geestesgesteldheden kent.

Ik zeg niet dat de Tathagata niet alle geestesgesteldheden kent.

Ik zeg niet dat er een Tathagata is of dat er geestesgesteldheden zijn of een kennen daarvan.

Ik zeg niet dat er geen Tathagata is of dat er geen geestesgesteldheden zijn of geen kennen daarvan.

Noem dit desnoods het kennen van alle geestesgesteldheden door de Tathagata.

Zelf zeg ik liever niets.

Zijn het voorbije, het toekomstige en het huidige bewustzijn te vatten?

Ik zeg niet dat het voorbije, het toekomstige en het huidige bewustzijn niet te vatten is.

Ik zeg niet dat het voorbije, het toekomstige en het huidige bewustzijn toch te vatten zijn.

Ik zeg niet dat er een voorbij bewustzijn, een toekomstig bewustzijn of een huidig bewustzijn of een vatten daarvan is.

Ik zeg niet dat er geen voorbij bewustzijn is en geen toekomstig bewustzijn en geen huidig bewustzijn of geen vatten daarvan is.

Noem dit desnoods het niet vatten van het verleden bewustzijn, het toekomstig bewustzijn en het huidig bewustzijn.

Zelf zeg ik liever niets.

Kan de Tathagata herkend worden aan de tweeëndertig kenmerken van een groot mens?

Ik zeg niet dat de Tathagata niet herkend kan worden aan de tweeëndertig kenmerken van een groot mens.

Ik zeg niet dat de Tathagata toch herkend kan worden aan de tweeëndertig kenmerken van een groot mens.

Ik zeg niet dat er een Tathagata is of een groot mens of dat er tweeëndertig kenmerken zijn of een herkennen daarvan.

Ik zeg niet dat er geen Tathagata is of geen groot mens of dat er geen tweeëndertig kenmerken zijn of geen herkennen daarvan.

Noem dit desnoods het niet herkennen van de Tathagata aan de tweeëndertig kenmerken van een groot mens.

Zelf zeg ik liever niets.

Is het bezitten van lichamelijke kenmerken eigenlijk het niet-bezitten van niet-lichamelijke kenmerken?

Ik zeg niet dat met het bezitten van lichamelijke kenmerken eigenlijk het niet-bezitten van niet-lichamelijke kenmerken wordt bedoeld.

Ik zeg niet dat met het bezitten van lichamelijke kenmerken toch niet het niet-bezitten van niet-lichamelijke kenmerken wordt bedoeld.

Ik zeg niet dat er lichamen zijn of kenmerken daarvan of een bezitten daarvan of dat er niet-lichamelijke kenmerken zijn of een niet-bezitten daarvan.

Ik zeg niet dat er geen lichamen zijn of geen kenmerken daarvan of geen bezitten daarvan of dat er geen niet-lichamelijke kenmerken zijn of geen niet-bezitten daarvan.

Noem dit desnoods het niet-bezitten van niet-lichamelijke kenmerken dat bedoeld wordt met het bezitten van lichamelijke kenmerken.

Zelf zeg ik liever niets.

Is de wereld in werkelijkheid een droom en een illusie?

Ik zeg niet dat de wereld in werkelijkheid een droom en een illusie is.

Ik zeg niet dat de wereld in werkelijkheid geen droom of geen illusie is.

Ik zeg niet dat er een wereld is of een droom of illusie.

Ik zeg niet dat er geen wereld is of geen droom of geen illusie.

Noem dit desnoods de droom of illusie die de wereld in werkelijkheid is.

Zelf zeg ik liever niets.

Is herkenning van de Tathagata herkenning van de misleidende natuur van alle vormen?

Ik zeg niet dat herkenning van de misleidende natuur van alle vormen herkenning van de Tathagata is.

Ik zeg niet dat herkenning van de misleidende natuur van alle vormen geen herkenning van de Tathagata is.

Ik zeg niet dat er vormen zijn of dat ze een misleidende natuur hebben of dat deze natuur herkend kan worden of dat er een Tathagata is of herkenning daarvan.

Ik zeg niet dat er geen vormen zijn of dat ze geen misleidende natuur hebben of dat deze natuur niet herkend kan worden of dat er geen Tathagata is of geen herkenning daarvan.

Noem dit desnoods herkenning van de misleidende natuur van alle vormen die herkenning van de Tathagata is.

Zelf zeg ik liever niets.

Zijn alle verschijnselen vergankelijk?

Ik zeg niet dat alle verschijnselen vergankelijk zijn als een ster bij de dageraad, een luchtbel in een stroom, een bliksemschicht, een zomerwolk, een flikkerende lamp.

Ik zeg niet dat niet alle verschijnselen vergankelijk zijn als een ster bij de dageraad, een luchtbel in een stroom, een bliksemschicht, een zomerwolk, een flikkerende lamp.

Ik zeg niet dat er verschijnselen zijn of dat er sterren zijn of dageraden of stromen of luchtbellen daarin of bliksemschichten of zomerwolken of flikkerende lampen of vergankelijkheid daarvan.

Ik zeg niet dat er geen verschijnselen zijn of geen sterren of geen dageraden of geen stromen of geen luchtbellen daarin of geen bliksemschichten of geen zomerwolken of geen flikkerende lampen of geen vergankelijkheid daarvan.

Noem dit desnoods de vergankelijkheid als een ster bij de dageraad, een luchtbel in een stroom, een bliksemschicht, een zomerwolk, een flikkerende lamp, van alle verschijnselen.

Zelf zeg ik liever niets.

Moeten de leringen vergeleken worden met een vlot?

Ik zeg niet dat de leringen vergeleken moeten worden met een vlot, en dat zelfs een dharma moet worden opgegeven, des te meer een niet-dharma.

Ik zeg niet dat de leringen niet vergeleken moeten worden met een vlot, en dat zelfs een dharma niet hoeft te worden opgegeven, des te minder een niet-dharma.

Ik zeg niet dat er leringen zijn of een vlot waarmee ze vergeleken moeten worden, of dat er dharma’s zijn of niet-dharma’s of een opgeven daarvan.

Ik zeg niet dat er geen leringen zijn of geen vlot waarmee ze vergeleken moeten worden, of dat er geen dharma’s zijn of geen niet-dharma’s of geen opgeven daarvan.

Noem dit desnoods het vergelijken van mijn leringen met een vlot en het opgeven van alle dharma’s en niet-dharma’s.

Zelf zeg ik liever niets.

Epiloog

De Boeddha rekt zich uit, schraapt zijn keel en zegt: ‘Ik heb gezegd.’

Er ontstaat geroezemoes, waarop hij verschrikt roept: ‘Wat heb ik gezegd!’

De bodhisattva’s zijn met stomheid geslagen, verbijsterd over zijn onderricht.

In gedachten verzonken gaat elk zijn weg.

Vergeefs trachten ze zijn onderricht ter harte te nemen.

Vergeefs trachten ze het uit hun hart te bannen.

Bron

Voor mijn radicalisering van de Diamantsoetra heb ik gebruik gemaakt van De Diamantsoetra: de wereld opnieuw begrijpen, (pagina’s 75 - 91, Mu Soeng, Maitreya 2002), niet omdat ik daar een voorkeur voor heb maar omdat die vertaling toevallig voorhanden was in de Openbare Bibliotheek Amsterdam.

Ook de demonstratie van het deconstructieproces hieronder is op deze vertaling gebaseerd.

-84-

Hoe je een soetra deconstrueert

Een tekst deconstrueren is helemaal niet zo moeilijk.

Het is net zoiets als je gedachten ontmantelen: gewoon alle begrippen en personages, aannames en leerstellingen opsnorren en in het zwarte gat van sunyata werpen.

Hieronder vijf voorbeelden om je een indruk te geven hoe ik tot bovenstaande deconstructie ben gekomen.

Ze geven meteen een indruk van de Diamantsoetra zelf, mocht je die nog niet onder ogen hebben gehad.

De bodhisattva-gelofte (hoofdstuk 3)

De Boeddha zei tot Subhuti: ‘Alle bodhisattva-mahasattva’s die meditatie beoefenen, moeten slechts één gedachte koesteren:

Als ik de hoogste verlichting bereik, zal ik alle voelende wezens, in welke bestaanswereld binnen het universum ze ook leven, bevrijden, ongeacht of ze nu uit een ei, uit een baarmoeder, uit vocht of op miraculeuze wijze zijn geboren, of zij nu vorm of geen vorm bezitten, of ze nu beschikken over waarnemingsvermogen, geen waarnemingsvermogen of geen van beide.

Zolang er voelende wezens bestaan, zal ik ervoor zorgen dat ze de eeuwige vrede van het nirwana, het nirwana dat zonder overblijfsel is, kunnen binnengaan en zo de staat van uiteindelijke bevrijding bereiken.

En toch, hoewel er een onmeetbaar, ontelbaar en onbegrensd aantal voelende wezens bevrijding heeft bereikt, heeft waarlijk geen voelend wezen bevrijding bereikt. En waarom niet?

Omdat geen enkele bodhisattva die zulke gedachten aan een zelf, een persoon, een wezen of een voortlevende entiteit koestert een echte bodhisattva is. Derhalve zijn er geen voelende wezens die bevrijd moeten worden en is er geen zelf dat de hoogste verlichting bereikt.’

1. Alle wezens zijn leeg

Ook de Boeddha, Subhuti, alle bodhisattva-mahasattva’s en alle voelende wezens.

2. Alle verschijnselen zijn leeg

Ook meditatie en het beoefenen daarvan en gedachten aan bevrijding en het koesteren daarvan en de hoogste verlichting en het bereiken daarvan en het bevrijden en het nirwana zonder overblijfsel en de eeuwige vrede daarvan en het binnengaan daarvan en de staat van uiteindelijke bevrijding en het bereiken daarvan en gedachten aan een zelf, een persoon, een wezen en een voortlevende entiteit en het koesteren daarvan.

3. Alle leerstellingen zijn leeg

Ook de bodhisattva-gelofte ‘Als ik de hoogste verlichting bereik, zal ik alle voelende wezens bevrijden. Ik zal ervoor zorgen dat ze de eeuwige vrede van het nirvana, het nirvana dat zonder overblijfsel is, kunnen binnengaan en zo de staat van uiteindelijke bevrijding bereiken.’

Ook de leerstelling dat alle bodhisattva-mahasattva’s die meditatie beoefenen, slechts één gedachte moeten koesteren: de bodhisattva-gelofte.

Ook de leerstelling dat waarlijk geen voelend wezen bevrijding heeft bereikt, ook al heeft een onmeetbaar aantal voelende wezens bevrijding bereikt.

Ook de leerstelling dat geen enkele bodhisattva die gedachten aan een zelf, een persoon, een wezen of een voortlevende entiteit koestert, een echte bodhisattva is.

Ook de leerstelling dat er dus geen voelende wezens zijn die bevrijd moeten worden en geen zelf is dat de hoogste verlichting bereikt.

4. Ook de leerstelling dat alle wezens, verschijnselen en leerstellingen leeg zijn, is leeg.


Vrijgevigheid (hoofdstuk 4)

‘Bovendien, Subhuti in de beoefening van vrijgevigheid zal een bodhisattva niet hechten aan een object. Hij of zij zal vrijgevigheid beoefenen zonder te hechten aan een visueel object, aan geluid, aanraking, smaak, geur of opkomende gedachten. Op deze manier, Subhuti, zal een bodhisattva vrijgevigheid beoefenen zonder te hechten aan een teken. Waarom? Als een bodhisattva vrijgevigheid beoefent zonder te hechten aan een teken, dan is de omvang van zijn of haar verdiensten niet te bevatten.

Subhuti, wat denk je, kun je de ruimte naar het oosten opmeten?’

‘Nee, O Alomgeëerde, dat kan ik niet.’

‘Subhuti, kun je de ruimte naar het zuiden, westen, noorden, naar boven of naar beneden opmeten?’

‘Nee, O Alomgeëerde, dat kan ik niet.’

‘Subhuti, zo ook is het met de verdiensten van een bodhisattva die vrijgevigheid beoefent zonder aan tekenen vast te houden; zij zijn onmeetbaar gelijk de ruimte.

Subhuti, een bodhisattva zal eenpuntig volharden in deze instructie.’

1. Alle wezens zijn leeg

Ook Subhuti, de Alomgeëerde en de bodhisattva’s.

2. Alle verschijnselen zijn leeg

Ook vrijgevigheid en de beoefening daarvan en visuele objecten en geluiden en aanrakingen en smaken en geuren en opkomende gedachten en het hechten daaraan en tekens en verdiensten en de omvang daarvan en het niet bevatten daarvan en ruimte en de onmeetbaarheid daarvan en instructies en eenpuntige volharding daarin.

3. Alle leerstellingen zijn leeg

Ook de leerstelling dat een bodhisattva in de beoefening van vrijgevigheid eenpuntig zal volharden in de instructie niet te hechten aan een visueel object, aan geluid, aanraking, smaak, geur of opkomende gedachten of andere objecten of tekens.

Ook de leerstelling dat de omvang van zijn of haar verdiensten dan niet te bevatten zal zijn, onmeetbaar gelijk de ruimte.

4. Ook de leerstelling dat alle wezens, verschijnselen en leerstellingen leeg zijn, is leeg.


Lichamelijke kenmerken (hoofdstuk 5)

‘Subhuti, denk je dat het mogelijk is een Tathagata te herkennen aan de lichamelijke kenmerken?’

‘Nee, O alomgeëerde. En waarom niet? omdat wanneer de Tathagata over lichamelijke kenmerken spreekt, hij spreekt over het niet-bezitten van niet-kenmerken.’

De Boeddha zei tot Subhuti: ‘Alles wat een vorm bezit is misleidend. Als de misleidende natuur van vorm is herkend, is de Tathagata herkend.’

1. Alle wezens zijn leeg

Ook Subhuti en de Boeddha.

2. Alle verschijnselen zijn leeg

Ook het herkennen van de Tathagata, lichamelijke kenmerken, het bezitten daarvan, niet-kenmerken, het niet-bezitten daarvan, alles, vorm, het bezitten daarvan en de misleidende natuur daarvan.

3. Alle leerstellingen zijn leeg

Ook de leerstelling dat het niet mogelijk een Tathagata te herkennen aan de lichamelijke kenmerken.

Ook de leerstelling dat de Tathagata spreekt over het niet-bezitten van niet-kenmerken als hij spreekt over lichamelijke kenmerken.

Ook de leerstelling dat alles wat een vorm bezit misleidend is.

Ook de leerstelling dat de Tathagata is herkend als de misleidende natuur van vorm is herkend.

4. Ook de leerstelling dat alle wezens, verschijnselen en leerstellingen leeg zijn, is leeg.


Een vlot (hoofdstuk 6)

Subhuti sprak tot de Boeddha: ‘O Alomgeëerde, zullen er in de toekomst mensen zijn die, wanneer ze deze leringen horen, er oprecht geloof en vertrouwen in hebben?’

De Boeddha zei: ‘Subhuti, spreek niet zo. Vijfhonderd jaar na het heengaan van de Tathagata zullen er mensen zijn die morele zelfdiscipline hebben beoefend en zo over voldoende verdiensten beschikken. Zij zullen, wanneer ze deze woorden horen, hun waarheid begrijpen.

Je moet weten dat dergelijke mensen hun verzameling van verdiensten niet hebben gecreëerd bij slechts één, twee, drie, vier of vijf boeddha’s, maar bij ontelbare boeddha’s. Als zij deze woorden horen en, al is het maar gedurende één tel, zuiver en helder vertrouwen opwekken, dan zal de Tathagata ze opmerken en hun onmetelijke hoeveelheid verdiensten herkennen. Waarom?

Omdat deze mensen vrij zijn van het idee van een zelf, een persoon, een wezen of een voortlevende entiteit; ze zijn vrij van het idee van zowel een dharma als een niet-dharma. En waarom?

Omdat als ze het idee van een dharma koesteren, ze nog steeds gehecht zijn aan een zelf, persoon, een wezen of een voortlevende entiteit. Omdat als ze het idee van een niet-dharma koesteren, ze nog steeds gehecht zijn aan een zelf, persoon, een wezen of een voortlevende entiteit. Koester daarom niet het idee van een dharma noch van een niet-dharma.

Daarom verkondigt de Tathagata altijd: “O bhikshu’s, weet dat mijn leringen vergeleken moeten worden met een vlot. Zelfs een dharma moet worden opgegeven, des te meer een niet-dharma.”’

1. Alle wezens zijn leeg

Ook Subhuti, de Boeddha, bhikshu’s, toekomstige mensen en ontelbare boeddha’s.

2. Alle verschijnselen zijn leeg

Ook de toekomst, leringen, oprecht geloof, zuiver en helder vertrouwen en het opwekken daarvan, het heengaan van de Tathagata, morele zelfdiscipline en het beoefenen daarvan, verdiensten en het creëren daarvan en het verzamelen daarvan en het beschikken daarover en het opmerken daarvan en het herkennen daarvan, woorden en het horen daarvan, waarheid en het begrijpen daarvan, het idee van een zelf, een persoon, een wezen of een voortlevende entiteit en het gehecht zijn daaraan en het vrij zijn daarvan, het idee van een dharma en een niet-dharma en het koesteren daarvan en het opgeven daarvan en het vrij zijn daarvan, een lering en het verkondigen daarvan en het vergelijken daarvan met een vlot.

3. Alle leerstellingen zijn leeg

Ook de leerstelling dat er vijfhonderd jaar na het heengaan van de Tathagata mensen zullen zijn die morele zelfdiscipline hebben beoefend en zo over voldoende verdiensten beschikken.

Ook de leerstelling dat deze mensen, wanneer zij deze woorden horen, hun waarheid zullen begrijpen.

Ook de leerstelling dat deze mensen hun verzameling van verdiensten niet hebben gecreëerd bij slechts één, twee, drie, vier of vijf boeddha’s, maar bij ontelbare boeddha’s.

Ook de leerstelling dat als zij deze woorden horen en, al is het maar gedurende één tel, zuiver en helder vertrouwen opwekken, de Tathagata ze zal opmerken en hun onmetelijke hoeveelheid verdiensten herkennen.

Ook de leerstelling dat deze mensen vrij zijn van het idee van een zelf, een persoon, een wezen of een voortlevende entiteit, en vrij van het idee van zowel een dharma als een niet-dharma.

Ook de leerstelling dat ze, als ze het idee van een dharma of niet-dharma koesteren, nog steeds gehecht zijn aan een zelf, persoon, een wezen of een voortlevende entiteit.

Ook de leerstelling dat je daarom niet het idee van een dharma moet koesteren, noch van een niet-dharma; dat zelfs een dharma moet worden opgegeven, des te meer een niet-dharma.

Ook de leerstelling dat de leringen van de Tathagata vergeleken moeten worden met een vlot.

4. Ook de leerstelling dat alle wezens, verschijnselen en leerstellingen leeg zijn, is leeg.


Geen leer (hoofdstuk 7)

‘Wat denk je, Subhuti, heeft de Tathagata de hoogste verlichting bereikt? Heeft hij iets dat hij kan verkondigen?’

Subuthi zei: ‘O Alomgeëerde, als ik de leringen van de Boeddha goed begrepen heb, heeft de Boeddha geen leer over te dragen. De waarheid is niet te bevatten en gaat alle beschrijving te boven. Het is noch een dharma, noch een niet-dharma. Waarom is dit zo?

Omdat alle grote leraren verheven zijn door het ongeconditioneerde.’

1. Alle wezens zijn leeg

Ook Subhuti, de Boeddha en de grote leraren.

2. Alle verschijnselen zijn leeg

Ook de hoogste verlichting en het bereiken daarvan en de waarheid en het niet kunnen bevatten daarvan en het alle beschrijving te boven gaan daarvan en de dharma en de niet-dharma en het ongeconditioneerde en het verheven zijn daardoor.

3. Alle leerstellingen zijn leeg

Ook de leerstelling dat de Boeddha de hoogste verlichting heeft bereikt.

Ook de leerstelling dat hij desondanks geen leer over te dragen heeft.

Ook de leerstelling dat de waarheid niet te bevatten is en alle beschrijving te boven gaat.

Ook de leerstelling dat de waarheid noch een dharma noch een niet-dharma is.

Ook de leerstelling dat alle grote leraren verheven zijn door het ongeconditioneerde.

4. Ook de leerstelling dat alle wezens, verschijnselen en leerstellingen leeg zijn, is leeg.

-85-

Alles leeg en niets heilig

‘Alles leeg en niets heilig’, zou de eerste zenpatriarch, Bodhidharma, tegen de Gele Keizer hebben gezegd toen deze hem naar de essentie van de boeddhistische leer vroeg.

Het had het motto van de Diamantsoetra kunnen zijn.

In mijn deconstructie van de citaten uit de hoofdstukken 3-7 van de Diamantsoetra hierboven keren vier zinnetjes steeds terug:

1. Alle wezens zijn leeg.

2. Alle verschijnselen zijn leeg.

3. Alle leerstellingen zijn leeg.

4. Ook de leerstelling dat alle wezens, verschijnselen en leerstellingen leeg zijn, is leeg.

Hiermee verwijs ik achtereenvolgens naar 1. anatman, 2. sunyata, 3. prajnaparamita* en 4. sunyata-sunyata (‘de leegte van de leegte’).

* Onder prajnaparamita (‘de perfectie van de wijsheid’) versta ik in deze context dharma noch niet-dharma of de wijsheid zonder wijsheid of de wijsheid voorbij alle wijsheid of de wijdsheid voorbij alle wijsheid of niet-inzicht of de leegte van de leer of de lege leer, Ø – of hoe je het maar wil zeggen.

Sunyata als sleutelbegrip

Anatman (niet-zelf) kan je opvatten als sunyata toegepast op het idee van een bestendig subject – naar keuze een ik of een persoon of een persoonlijke ziel (atman) of wat dan ook.

Prajnaparamita kan je opvatten als sunyata toegepast op het idee van een bestendig object – naar keuze een ding of gebeurtenis of proces of wat dan ook.

Sunyata-sunyata kan je opvatten als sunyata toegepast op het idee van een bestendige, metafysische leegte die de bron en bestemming van iedere vorm zou zijn.

Zo bezien is sunyata zo niet het alfa dan toch het omega (Ømega) van alle begrippen.

Het is de ontologische tegenhanger van niet-weten, dat tot het domein van de epistemologie behoort en daarin een vergelijkbare (zelf)vernietigende werking heeft.

Sunyata is ØntØlØgie.

De leegte van de leegte correspondeert met niet weten van niet-weten.

Tip: Niet-weten als passe-partout.

Prajnaparamita als sleutelbegrip

Anatman kan je ook opvatten als prajnaparamita toegepast op het idee van een bestendig subject.

Sunyata kan je opvatten als prajnaparamita toegepast op het idee van een bestendig object.

Niet-dharma kan je opvatten als prajnaparamita toegepast op het idee van een bestendige leer.

Zo bezien is prajnaparamita het Ømega van alle begrippen.

Het is de epistemologische tegenhanger van sunyata.

Prajnaparamita is epistemØlØgie.

Wat is fundamenteler, sunyata of prajnaparamita?

Wat is primair, ontologie of epistemologie?

Sunyata of prajnaparamita?

Verschijnt het weten in het zijn of het zijn in het weten?

Is leegte het einde van het weten of niet-weten het einde van het zijn?

Maakt niet uit.

Hoe je het ook wendt of keert, uiteindelijk gaan zowel anatman als sunyata als prajnaparamita als de leegte van de leegte als niet-weten als niet weten van niet-weten als de lege leer als agnose aan zichzelf te gronde.

Wat hou je over als je sunyata toepast op anatman, prajnaparamita en sunyata-sunyata?

Niets, en dat ook niet.

Wat hou je over als je prajnaparamita toepast op anatman, sunyata en sunyata-sunyata?

Niets, en dat ook niet.

Uppaya’s: vlotten om af te zinken

Geen nood, het waren maar uppaya’s, ‘vaardige middelen’, vlotten om mee over te steken – niet om de rest van je levens(dagen) achter je aan te slepen.

Uppaya’s zijn vlØtten.

Het boeddhisme mag dan een wereldwijd asiel voor verweesde doctrines wezen, het bØeddhisme kent geen doctrines en zal ze ook nooit kennen.

Het bØeddhisme bevat uitsluitend dØctrines.

Weg met alle doctrines, zegt de rechtgeaarde bØeddhist.

Weg met het idee dat je voor doctrines bij andere tradities moet wezen!

Weg met alle uppaya’s!

Weg ook met het idee dat het alleen maar uppaya’s waren!

Weg met het oversteken, weg met de rivier, weg met de metafoor van het vlot!

Weg met niet-oversteken, weg met geen-rivier, weg met geen-vlot!

Weg met gene zijde, weg met nirwana!

Weg met deze zijde, weg met samsara!

Weg met nirwana = samsara!

Weg met nirwana-en-samsara!

Weg met nirwana-noch-samsara!

Weg met samwananirsara, weg met samsiewamsieramsie, weg alvast met de mula-madhya-mika-karika-shunya-dvaya-vada-veda-prajnaparamita-pedanta van de toekomstige grootmeester Maitreya-kiteshavara-adhy-atma-bahirda-sunyanta Shankara-sharanka-rakansha-kakaran-shakaran-rashan!

Ik zeg, weg met iedere hoofdweg, middenweg, zijweg, bijweg en omweg, weg ook met de onweg, weg ook met het weg ermee!

De Boeddha is dood!

En dat dan toch maar weer anatman of sunyata of prajnaparamita of sunyata-sunyata of niet-weten of niet weten van niet-weten of de lege leer of agnose noemen.

Met alle misverstanden van dien.

Wat moet je anders?

Leve de bØeddha!

-86-

Haiku op haiku - Het hoogste lied

Wadende vrouwen
Planten rijst, alles besmeurd
Behalve hun lied

(Raizan)

Wadende vrouwen
Planten rijst, alles besmeurd
En vunzig hun lied

(Hans)

-87-

Zen is geen meester

Dertig paradoxen om in te blijven.

Zen is geen god.

Ik aanbid het door het niet te aanbidden.

Zen is geen feest.

Ik vier het door het niet te vieren.

Zen is geen prijs.

Ik win het door het niet te winnen.

Zen is geen bruid.

Ik min het door het niet te minnen.

Zen is geen geest.

Ik ken het door het niet te kennen.

Zen is geen identiteit.

Ik ben het door het niet te zijn.

Zen is geen bezit.

Ik heb het door het niet te hebben.

Zen is geen realiteit.

Ik realiseer het door het niet te realiseren.

Zen is geen plek.

Ik verblijf er door er niet te verblijven.

Zen is geen asiel.

Ik vlucht erin door niet te vluchten.

Zen is geen keus.

Ik kies ervoor door niet te kiezen.

Zen is geen begrip.

Ik vat het door het niet te vatten.

Zen is geen verhaal.

Ik vertel het door het niet te vertellen.

Zen is geen boek.

Ik lees het door het niet te lezen.

Zen is geen kennis.

Ik weet het door het niet te weten.

Zen is geen filosofie.

Ik leer het door het niet te leren.

Zen is geen principe.

Ik huldig het door het niet te huldigen.

Zen is geen ideaal.

Ik koester het door het niet te koesteren.

Zen is geen recht.

Ik claim het door het niet te claimen.

Zen is geen gezag.

Ik volg het door het niet te volgen.

Zen is geen weg.

Ik ga het door het niet te gaan.

Zen is geen doel.

Ik bereik het door het niet te bereiken.

Zen is geen kunst.

Ik doe het door het niet te doen.

Zen is geen licht.

Ik zie het door het niet te zien.

Zen is geen maan.

Ik wijs ernaar door niet te wijzen.

Zen is geen diploma.

Ik haal het door het niet te halen.

Zen is geen transmissie.

Ik draag het over door het niet over te dragen.

Zen is geen geloof.

Ik belijd het door het niet te belijden.

Zen is geen boodschap.

Ik breng het door het niet te brengen.

Zen is geen meester.

Ik eer het door het niet te eren.

-88-

Zen is onbetaalbaar

Gelukkig kost het niks.

Zen is geen geld.

Ik spaar het door het uit te geven.

Zen is geen eenheid.

Ik vermenigvuldig het door het te delen.

Zen is geen thuis.

Ik kom er door er weg te gaan.

Zen is geen leven.

Ik leef het door het te doden.

Zen is geen dood.

Ik dood het door het te leven.

-89-

Zen is geen bewaarschool

Tenzij voor schoolverlaters.

Zen is geen traditie.

Ik bewaar het door het niet te bewaren.

Zen is geen orde.

Ik bewaar het door het niet te bewaren.

Zen is geen stilte.

Ik bewaar het door het niet te bewaren.

Zen is geen geheim.

Ik bewaar het door het niet te bewaren.

Zen is geen schat.

Ik bewaar het door het niet te bewaren.

-90-

Wat zen voor mij doet

Door mij te laten.

Zen is geen grond.

Het draagt mij door me niet te dragen.

Zen is geen kompas.

Het stuurt mij door me niet te sturen.

Zen is geen hart.

Het drijft mij door me niet te drijven.

Zen is geen touw.

Het bindt mij door me niet te binden.

Zen is geen wondermiddel.

Het helpt mij door me niet te helpen.

Zen is geen verlosser.

Het redt mij door me niet te redden.

-91-

Zen is geen stelling

Zen is geen stelling.

Het stelt door niet te stellen.

Zo stelt het mij gerust.

-92-

Haiku op haiku - Zonder kicken

Statig zit hij daar
De bergen te beschouwen
Die dikke kikvors

(Issa)

Rustig zit hij daar
De bergen te negeren
Die suffe kikvors

(Hans)

Mediterende kikker met zijn tong tot op de grond.
‘Rustig zit hij daar de bergen te negeren.’

-93-

Acht bodhisattvageloften op maat

Hoe ik vormgeef aan mijn compassie.

Beste Hans,

Bezien door de bril van het boeddhisme ben jij het prototype van een pratyekaboeddha: een solist die zijn eigen verlichting nastreeft. Maar er is meer dan verlichting.

Ben jij bekend met de bodhisattva Avalokiteshvara die het mededogen belichaamt? Of misschien ken je hem onder een andere naam. In het Chinees heet hij Guanyin, Kwannon, Kwanyin, Guanshiyin of Guanyin Pusa; in het Japans Kanzeon of Kannon, in het Tibetaans Chenrezig.

De belangrijkste gelofte die de mahayanaboeddhist aflegt is mijns inziens de bodhisattvagelofte:

Hoe talrijk de levende wezens ook zijn, ik beloof ze allemaal te verlossen.

Hoe geef jij, los van NietWeten.nl, vorm aan jouw compassie?

Beste X,

Hoe talrijk de bodhisattva’s ook zijn, ik beloof ze allemaal te verlossen van hun compassie.

X: Geloof jij niet in mededogen?

H: Hoe talrijk de bodhisattva’s ook zijn, ik beloof ze allemaal te verlossen van hun bodhisattvagelofte.

X: Geloof je niet in de bodhisattvagelofte?

H: Hoe talrijk de boeddhisten ook zijn, ik beloof ze allemaal te verlossen van al hun geloften.

X: Ik geloof niet in cynisme.

H: Hoe talrijk de cynici ook zijn, ik beloof ze allemaal te verlossen van hun cynisme.

X: Dat klinkt al boeddhistischer.

H: Hoe talrijk de boeddhisten ook zijn, ik beloof ze allemaal te verlossen van hun boeddhisme.

X: Ik geloof niet in nihilisme.

H: Hoe talrijk de nihilisten ook zijn, ik beloof ze allemaal te verlossen van hun nihilisme.

X: ‘Dood de Boeddha’, is dat waar je op doelt?

H: Hoe talrijk de boeddhadoders ook zijn, ik beloof ze allemaal te verlossen van hun moordlust.

X: Iedereen verlossen, daar zet jij op in.

H: Hoe talrijk de verlossers ook zijn, ik beloof ze allemaal te verlossen van hun verlosserscomplex.

Monnik die als Superman door de lucht vliegt.
Superbodhi, verlosser van alle verlossers.

-94-

Metta of zonda?

‘Wat ben jij een dwarskont, Hans. Een beetje meer metta zou echt geen kwaad kunnen.’

‘Wat kan ik zeggen? Ik ben geen pamper. Er wordt hier niet geluierd.’

‘Bodhisattva’s zijn zachte heelmeesters.’

‘Zachte heelmeesters maken stinkende wonden.’

‘Een echte boeddha is naar mijn mening warm en ontvankelijk.’

‘Meningen zijn naar mijn mening koud en onhebbelijk.’

‘Ha ha, dat was een mening.’

‘Ha ha, het was een spiegel.’

‘Wat is naar jou mening een echte boeddha?’

‘Iemand die echt niet weet wat een boeddha is.’

‘Ben jij zo iemand?’

‘Ben ik iemand?’

‘Zie je wel dat je een dwarskont bent?’

‘Een beetje meer metta zou echt geen kwaad kunnen.’

-95-

Betweters

Leerling: De weg naar de hel is geplaveid met meningen.*

*Variatie op het spreekwoord 'De weg naar de hel is geplaveid met goede voornemens.'

Meester: Dat is een mening.

Leerling: Het is een feit.

Meester: En nog een.

Leerling: Daar ben ik het niet mee eens.

Meester: En nog een.

Leerling: Betweter.

Meester: En nog een.

Leerling: Eigenwijze klootzak!

Meester: En nog een.

Leerling: Een mening voor uw KOP kan u krijgen!

Meester: Au!

Leerling: Dat zal u leren!

Meester: (onverstaanbaar)

Leerling: Wat zegt u?

Meester: De weg naar de hel is geplaveid met meningen.

-96-

Haiku op haiku - Grote vrede

Totaal niets heb ik
Maar deze grote vrede
En deze koelte

(Issa)

Totaal niets heb ik
Aan deze grote vrede
En deze koelte

(Hans)

Totaal niets heb ik
Maar deze grote vrede
En deze onrust

(Hans)

-97-

De ontbinding van het absolute

Begripsvorming van vrijheid en vrijheid van begripsvorming tussen de dood en de vorige geboorte.

Beste Hans,

In De monnik en de filosoof (Asoka, 1998, p327) vertelt de Tibetaans boeddhistische Fransman Matthieu Ricard wat we volgens hem meemaken na het overlijden van ons lichaam:

‘Achtereenvolgens zullen we een grote helderheid en gelukzaligheid ervaren en een toestand die vrij is van begripsvorming. Dat is het moment waarop we even in verbinding staan met het absolute. Een doorgewinterde beoefenaar is bij machte in deze absolute staat te blijven en het ontwaken te bereiken. Als dat niet lukt, gaat het bewustzijn naar de tussenstaat, die de periode tussen de dood en de volgende geboorte beslaat.’

Ken jij de toestand die vrij is van begripsvorming?

Beste X,

Nee, vrij van begripsvorming ben ik eigenlijk nooit, of het moest in de droomloze slaap zijn, maar hoe stel je zoiets vast?

Wel lossen mijn begrippen bijna net zo snel op als ze zich vormen.

Nou deze weer.

Hetzelfde geldt voor mijn gedachten.

Nou deze weer.

Wat een mirakel.

En ik heb er niet eens voor hoeven sterven.

Of zou ik ongemerkt overleden zijn?

Of zou ik nooit geboren zijn?

Zoiets een staat of toestand noemen is onzin, daar is het veel te beweeglijk voor.

Zoiets het absolute noemen is eveneens onzin, want dat is ook maar een begrip en daarom al net zo relatief als, bijvoorbeeld, het begrip ‘relatief’.

Grote helderheid kan ik het ook al niet noemen, omdat mij uiteindelijk niets helder geworden is, dit ook niet.

Daarom spreek ik liever van niet-weten of agnose.

Wat ik ook even recht wil zetten, ingeval het scheef mocht staan:

Ik ben geen doorgewinterde beoefenaar van wat dan ook, behalve van ademen (steeds sneller), praten (steeds dommer), eten (steeds minder) en slapen (steeds lichter).

Laat staan dat ik juist dankzij mijn doorgewinterde beoefening bij machte zou zijn in niet-weten te verblijven.

Dat geeft niks want niet-weten vraagt geen enkele machtsuitoefening mijnerzijds.

Ook van overgave is geen sprake, eerder ben ik onmachtig eraan te ontsnappen.

Maakt niet uit, ik zit hier goed noch slecht.

X: Ken jij iemand die vrij is van begripsvorming?

H: Nooit heb ik iemand gezien die vrij was van begripsvorming.

Ook Gautama Boeddha, de nulde boeddhist niet.

Ook Jezus van Nazareth, de eerste zoon van God niet.

Ook Tenzin Gyatso, de veertiende dalai lama niet.

Ook Ramana Maharshi, de zoveelste autist niet.

Ook Franciscus, de tweehonderdzesenzestigste paus niet.

Ook Maezumi Roshi, de zoveelste alcoholist niet.

Ook Bhagwan Sri Rajneesh, de zoveelste narcist niet.

Ook Thich Nat Hahn, de zoveelste activist niet – hoewel hij er nu misschien dichtbij is.

Zelfs bacteriën hebben aan hun gedrag te zien een rudimentair, impliciet begrip van goed en fout en goed fout: ze zoeken het licht of juist het donker, zoet of zuur, heet of koud, nat of droog.

De eerste boeddhist die vrij is van begripsvorming moet denk ik nog geboren worden – of overlijden natuurlijk.

Sterker nog, als je echt wil verdwalen in een ongecontroleerde wildgroei van begrippen, dan moet je bij het boeddhisme wezen.

De eerste mysticus die vrij is van begripsvorming moet denk ik ook nog geboren worden.

Sterker nog, als je echt wil verdwalen in een ongecontroleerde wildgroei van begrippen, dan moet je bij de mystici wezen.

De eerste yogi die vrij is van begripsvorming moet denk ik ook nog geboren worden.

Sterker nog, als je echt wil verdwalen in een ongecontroleerde wildgroei van begrippen, dan moet je bij het hindoeïsme wezen.

De eerste non-dualist die vrij is van begripsvorming moet denk ik ook nog geboren worden.

Sterker nog, als je echt wil verdwalen in een ongecontroleerde wildgroei van begrippen, dan moet je bij de advaita vedanta wezen.

Zie je het patroon?

Pas dan maar op, patronen zien is het begin van begripsvorming.

Begripsvorming is het begin van verklaren.

Daar is geen eind aan, want iedere verklaring behoeft verdere klaring en algauw zit je eindeloos te speculeren over het eindeloze – een almachtige god, een waar zelf, een oorspronkelijke staat, een universeel bewustzijn, een boeddhanatuur of een andere theorie van alles, kortom, het absolute.

Daarvoor hoef je heus geen monnik of filosoof te zijn, al helpt het wel als je eraan wil verdienen.

Alleen de allergrootste idioten met het allerlaagste IQ zijn vrij van begripsvorming, speculeer ik.

Voorwaar een benijdenswaardig lot, of zou het een keuze wezen?

Niet voor iemand die vrij is van begripsvorming, zou ik denken, maar ja, ik kan wel zoveel denken.

Overeenkomstig de diepste inzichten van broeder Ricard en zijn Tibetaanse leermeesters wens ik jou en iedereen die verbinding zoekt met het absolute een spoedige dood toe.

X: Grapjurk.

H: Staat mij beter dan een lijkwade, al zeg ik het zelf.

X: En hoe zit het met de gelukzaligheid waarmee de toestand die vrij is van begripsvorming, gepaard zou gaan?

H: Nogmaals, ik ben niet vrij van begripsvorming en nogmaals, niet-weten is voor mij geen toestand, dus ook geen gemoedstoestand.

Ik heb al heel wat gemoedstoestanden langs zien komen sinds de bliksem insloeg, maar nog steeds is geen enkel menselijk gevoel mij vreemd, van angst tot zotheid.

X: Welke gemoedstoestanden heb je zoal langs zien komen?

H: Mijn weetnietfeest begon met een paar weken van stille euforie, toen een paar maanden van stille verbijstering, vervolgens een half jaar van stil verdriet, toen een paar jaar van stille gelatenheid, daarna een paar jaar van stil geluk, en de laatste jaren is er sprake van stille jubel – het moet niet gekker worden.

X: Ben je er bang voor?

H: Nee hoor, alles is welkom, en zo niet dan toch.

Mijn gemoedstoestand deed en doet voor mij niet ter zake.

Voor zover ik kan nagaan ben ik nooit uit geweest op een onveranderlijke staat van innerlijke vrede, liefdevolle vriendelijkheid, universeel mededogen, sereniteit, heerlijkheid of gelukzaligheid.

Voor mij is dat net zoiets als altijd mooi weer of eeuwig klaarkomen – ik moet er niet aan denken.

Ik wou alleen maar weten wat waar was, écht waar – of het me nou uitkwam of niet.

Tot ik na een halve eeuw van zoeken, vinden, kwijtraken en weer verder zoeken totaal onverwacht de geest gaf en uit mijn fles ontsnapte.

X: Welke geest?

H: Gewoon die hele tuin van zelfbeelden, lichaamsbeelden, mensbeelden, wereldbeelden, godsbeelden, boeddhabeelden, heiligenbeelden, voorbeelden, wensbeelden, ideaalbeelden, schrikbeelden en andere denkbeelden waarmee ik tevergeefs trachtte – ja, wat eigenlijk?

Al die verhalen over wie, wat, waar, wanneer, hoe en waarom, tjonge jonge.

Nou dit verhaal weer.

Weg ermee.

Niks ‘even in verbinding staan met het absolute’ dus, maar radicale ontbinding van zowel het relatieve als het absolute.

Anders bereiken we nooit de toestand die vrij is van begripsvorming waarin we gelukzaligheid en grote helderheid ervaren.

-98-

Haiku op haiku - Wolk van niet-weten

Wat werd geroepen
In deze zware nevel
Tussen berg en schip?

(Kito)

Niets viel te horen
In deze dichte nevel
Tussen dek en dijk

(Goff)

Niets wordt er verstaan
In de eeuwige nevel
Tussen wal en schip

(Hans)

-99-

Oorspronkelijk is er geen oorspronkelijk

Beste Hans,

Van de week las ik in een zenboek: ‘Oorspronkelijk is er geen binnen en geen buiten’. Daar ben ik het helemaal mee eens. Alles is één. In het ene kan geen binnen en buiten zijn. Binnen plus buiten is twee.

Beste X,

Wanneer heb jij voor het laatst buiten gespeeld?

X: Daarnet nog, met mijn hond. Die maakt ook geen onderscheid tussen binnen en buiten. Ik bedoel daarmee, tussen zichzelf en de wereld. Tussen subject en object. Tussen de waarnemer en het waargenomene. Dat zijn alleen maar constructies van de mind. Dus ja, oorspronkelijk is er geen binnen en buiten.

H: Als je je hond wil volgen, doe het dan ook helemaal.

X: Hoe bedoel je?

H: Maakt een hond onderscheid tussen oorspronkelijk en nadien?

Kan een hond tot één tellen?

Laat een hond zich binnenstebuiten keren?

Waarom wil mijn hond niet naar buiten als het regent?

Als een hond zijn spiegelbeeld aanvalt, is hij dan met zichzelf aan het spelen?

Voor je losbrandt, eerst even je woef raadplegen.

X: Dat er oorspronkelijk geen binnen en geen buiten is, is ook een constructie van de mind, wou je zeggen.

H: En waarvan is de mind een constructie?

-100-

Zengeest, schreeuwgeest

Terug naar de boeddhanatuur; ver-wenserij van de stamboekfee.

Twee sangha’s voeren een dharmastrijd in een weiland.

De eerste sangha schreeuwt: Leve de lineage!

De koeien roepen: Boe!

De tweede sangha schreeuwt: Weg met de lineage!

De koeien roepen: Boe!

De eerste sangha schreeuwt: Alleen zo houden we de leer zuiver!

De koeien roepen: Boe!

De tweede sangha schreeuwt: Alleen zo houden we de leer zuiver!

De koeien roepen: Boe!

De tweede sangha bestookt de eerste met watervaste verfbommen in alle kleuren van de regenboog.

De koeien roepen: Boe!

De eerste sangha slaat terug met lineageborden van voorchristelijk eikenhout.

De koeien roepen: Boe!

Een lekenjury oordeelt traditiegetrouw: Onbeslist!

De koeien roepen: Boe!

Bont en blauw druipen de schreeuwers af naar hun heilige huisjes en op het land keert de rust weer.

De koeien roepen: Boe!

Sangha: 1. stam; 2. hersenstam.

Lineage: stamboom van boeddha’s.

Rasboeddhist, rabboe: boeddhist met stamboom; ware afstammeling van Gautama Boeddha.

Bastaardboeddhist, babboe: boeddhist zonder stamboom; synoniem: vuilnisbakkenboeddhist (pejoratief).

Schreeuwgeest: atavistische mentaliteit die ernaar streeft de onderlinge banden te verstevigen door de onderlinge verschillen te benadrukken (zie ook religie, parlement, teamsport, chimpansee).

-101-

Haiku op haiku - Aandoenlijk

Vlinder in de tuin
Het kindje graait, hij fladdert
Het graait, hij fladdert

(Issa)

Vlinder in de tuin
Het kindje graait, hij fladdert
Het graait, verplettert

(Hans)

Reusachtige blauwe vlinder op het hoofd van een angstig kind.
De vlinder graait…

-102-

Lezen als je poept

Mindless zijn als je mindless bent.

Beste Hans,

Vandaag heb ik weer uren over het strand gelopen. Er waren golven, er waren wolken, er was wind en zand en zee. En ik? Ik dacht na over het leven. Als een dwaas doorzocht ik mijn geest op zoek naar de diepste waarheid. En zag haar faliekant over het hoofd. De waarheid van de schelpen voor mijn voeten, het zand tussen mijn tenen, de meeuwen in de lucht en de zon op mijn huid.

Beste X,

Ik zie het helemaal voor me.

Eén ding begrijp ik niet.

Je schrijft dat je de waarheid faliekant over het hoofd zag.

Welke waarheid?

Beste Hans,

De waarheid van gewoon maar dit. De waarheid van het hier en nu. De waarheid van de aarde die je draagt. De waarheid van de werkelijkheid die is wat hij is, wat je er ook over denkt. Die steeds op je wacht en er altijd voor je zal zijn. Omdat je hem al bent. De hoogste werkelijkheid waarin je thuiskomt in jezelf.

Schelpen onder mijn voeten
Zand tussen mijn tenen
Meeuwen in de lucht
De zon op mijn huid

Beste X,

Aha, de waarheid van het hier en nu natuurlijk.

Hoe kon ik haar over het hoofd zien.

Eén ding begrijp ik niet.

Wat als er hier en nu zoeken naar de waarheid is?

Of denken over het leven?

Is dat dan niet de diepste waarheid en de hoogste werkelijkheid?

X: De hoogste werkelijkheid gaat vooraf aan alle gedachten.

H: Zou best kunnen.

Het zou ook kunnen dat ‘de hoogste werkelijkheid’ ook maar een gedachte is.

Zo ja, wat gaat dan nog waaraan vooraf?

Wat ik ook weleens zou willen weten:

Als gedachten geen deel uitmaken van de hoogste werkelijkheid, waarvan dan wel?

Wat is precies het verband tussen datgene waarvan ze deel uitmaken, gesteld dat ze inderdaad ergens deel van uitmaken, en de hoogste werkelijkheid, gesteld dat er zoiets is?

Hoeveel werkelijkheden ken jij eigenlijk?

Los van deze vragen vinden je gedachten naar ik aanneem net zo goed hier en nu plaats als je waarnemingen van zand, zon en zee.

Als je ze toch wilt uitsluiten van de hoogste werkelijkheid zal je dus een ander criterium moeten verzinnen dan hun actualiteit.

Om nog maar te zwijgen over de mogelijkheid dat ook het hier en nu alleen maar een gedachte is.

X: Ik wil juist niets uitsluiten.

H: Waarom zijn zintuiglijke waarnemingen dan wél acceptabel in jouw hier en nu en gedachten niet?

Wat is op de keper beschouwd het verschil tussen waarnemingen en gedachten?

Tussen dingen en waarnemingen?

Tussen dingen en gedachten?

En nu we het er toch over hebben:

Wat is op de keper beschouwd het verschil tussen hier en daar?

Tussen toen en straks en nu?

X: Ik weet het even niet meer.

H: Ik weet het allang niet meer.

Maanden later

Beste Hans,

Eten als je eet
Slapen als je slaapt
Zoeken als je zoekt
Denken als je denkt

Beste X,

Aha, je weet het weer even. Maar wat?

Bedoel je soms dat je alles met volledige aandacht moet doen of dat je maar één ding tegelijk mag doen?

X: Ik kan het net zo goed verklappen: ik doe sinds een paar weken aan mindfulness.

H: Spannend hoor. Dan zeg ik:

Mindful zijn als je mindful bent
Mindless zijn als je mindless bent

En wat de praktijk van alledag betreft:

Denken als je wandelt
Lezen als je poept
Krabben als je zingt
Zuchten als je droomt

X: Bedoel je dat het komt zoals het komt en dat we alles moeten omarmen? Met gedachten en al? Dat het niet verkeerd is om over het strand te lopen en ondertussen over iets anders na te denken? Dat ik er gewoon van moet genieten in plaats van me ertegen te verzetten? Van al dat denken bedoel ik. Genieten van wat er maar gebeurt?

H: Goed, verkeerd, je zadel zoekt een peerd.

Verzet is ook wat er gebeurt.

Weerstand tegen je verzet is ook wat er gebeurt.

Er niet van kunnen genieten is ook wat er gebeurt.

Denken dat je ervan moet kunnen genieten is ook wat er gebeurt.

X: Dus?

H: Dus.

-103-

Mindfulness, mindfoolness en mouthfulness*

* Mouthfulness: spraakvloed bij volle mind.

‘Vergeet niet dat het boeddhisme ten grondslag ligt aan mindfulness!’

‘Welnee, mindfulness is de essentie van het boeddhisme!’

‘Onzin, mindfulness heeft niets te maken met boeddhisme!’

‘Kom op zeg, mindfulness is boeddhisme voor beginners!’

‘Mindfulness is religie!’

‘Mindfulness staat los van religie!’

‘Religie ligt ten grondslag aan mindfulness!’

‘Mindfulness is de essentie van religie!’

‘Mindfulness is milde open aandacht!’

‘Mindfulness is theorie!’

‘Mindfulness voor al uw falen!’

‘Mindfulness is poëzie!’

‘Mindfulness is maar een middel!’

‘Mindfulness is therapie!’

‘Mindfulness is easy money!’

‘Mindfulness for you and me!’

‘Wil dan niemand accorderen?’

‘Let’s agree to disagree!’

‘I disagree!’

‘I disagree!’

‘I disagree!’

‘I disagree!’

‘Het is religie!’

‘Het is een hype!’

‘Het is een woord!’

‘Dat is het niet!’

BisBis

Geschreven naar aanleiding van een oeverloze discussie in het Boeddhistisch Dagblad over het boeddhistisch kaliber van mindfulness.

Wat is het boeddhistisch kaliber van discussies, vraag je je af, maar ja, dat is gewoon de volgende discussie.

-104-

Niet weten is tegen woordigheid van geest

‘Wat betekent mindful voor jou, Hans?’

‘Tegen woordigheid van geest.’

‘En dat in het hier en nu zeker?’

‘Dat is ook weer zo’n woord.’

‘Met volledige aandacht dan.’

‘Dat is ook weer zo’n woord.’

‘Met volledige aandacht betekent anders hetzelfde als mindful.’

‘Dat is ook weer zo’n woord.’

‘Ik ben ook tegen woordigheid.’

‘Je zou het zo niet zeggen.’

‘Omdat de waarheid voorbij de woorden is.’

‘Hoe kan je dat dan zeggen?’

‘Aan jouw tegenwoordigheid van geest mankeert duidelijk niets.’

‘Dat is ook weer zo’n woord.’

‘Tegenwoordigheid of geest?’

‘Woord.’

-105-

Haiku op haiku - Dagdromen

Die oude pijnboom
Hij is nog lang geen boeddha
Maar heerlijk droomt hij

(Issa)

Die oude pijnboom
Hij is allang een boeddha
En nog steeds droomt hij

(Hans)

-106-

Hoe je ontsnapt aan de leegte

‘Wat is de essentie van zen?’

‘Boeddhisme natuurlijk.’

‘Wat is de essentie van het boeddhisme?’

‘De leer natuurlijk.’

‘Wat is de essentie van de leer?’

‘Leegte natuurlijk.’

‘Wat is de essentie van leegte?’

‘Leegte natuurlijk.’

‘De leegte is zelf leeg?’

‘Als alles leeg is wel.’

‘En als niet alles leeg is?’

‘Dan helemaal.’

‘Is er dan geen enkele manier om te ontsnappen aan de leegte?’

‘Welke leegte?’

-107-

Het einde van je boeddhisme is het toppunt van boeddhisme

‘Wat is het toppunt van boeddhisme?’

‘De dharma begrijpen.’

‘Wat is de dharma begrijpen?’

‘De dharma doorzien.’

‘Wat is de dharma doorzien?’

‘De dharma loslaten.’

‘Wat is de dharma loslaten?’

‘Het einde van je boeddhisme.’

‘Wat is het einde van je boeddhisme?’

‘Het toppunt van boeddhisme.’

-108-

Een berg om omheen te lopen

De dharma begrijpen is de dharma doorzien.

Zelf had ik de dharma al doorzien voordat ik hem begreep en zelfs al voordat ik er kennis mee had gemaakt.

Je kan ook zeggen dat ik hem nooit begrepen heb, dat komt op hetzelfde neer.

Je kan ook zeggen dat begrijpen niet de weg is, dat komt op hetzelfde neer.

Voor boeddhelebonte mensen is dit vloeken in de tempel, voor mij is de tempel de plaats waar je leert vloeken.

Voor beginners is de boeddhistische leer een berg om te beklimmen, voor gevorderden een berg om van af te dalen.

Voor mij was het aanvankelijk een berg om met een wijde boog omheen te lopen.

Inmiddels is het een berg om met bruut geweld doorheen te boren.

Kriskras in alle richtingen, hoe meer doorgangen hoe beter.

Om de berg in te komen, maar vooral om er weer uit te komen.

Want een berg zonder tunnels is als een vorm zonder leegte.

Omdat ik me nooit op de dharma verlaten heb, heb ik hem nooit hoeven verlaten.

Voor een agnost als ik is het doden van de Boeddha daarom niet meer dan een steekspel met een stropop.

Gelukkig maar, een traditie de rug toekeren schijnt een traumatische ervaring zijn.

Jezelf bevrijden van andermans bevrijdingsleer, ga er maar aan staan.

Om te kunnen publiceren over het boeddhisme heb ik me er de afgelopen jaren toch in moeten verdiepen.

Ook een traumatische ervaring, maar gelukkig heb ik er helaas niets aan overgehouden of omgekeerd.

Sunyata noemen boeddhisten dat niets, dan lijkt het toch nog iets.

-109-

Het achtvoudige pad is een berg van een gat

Op de boeddhelebonte berg staat een boeddhelebont huis.

In dat boeddhelebonte huis wonen boeddhelebonte mensen.

En die boeddhelebonte mensen hebben boeddhelebonte kinderen.

En die boeddhelebonte kinderen eten boeddhelebonte pap.

Met een boeddhelebonte lepel uit een boeddhelebonte nap.

En al die boeddhelebonte mensen dragen een boeddhelebonte slab.

Is dat nou boeddhelebonte mode of een boeddhelebonte grap?

-110-

Haiku op haiku - Het reine land

Zacht glanst een dauwdrop
Zachtmoedig koeren duiven
Boeddha, behoed ons

(Issa)

Zachtjes koert een duif
En onaangedaan glimlacht
De boeddha ons uit

(Hans)

Boeddha met duivenkop.
Onaangedaan glimlacht de Boeddha ons uit.

-111-

Vreemd maar niet verdwaald

‘Wat is zen?’

‘Vreemdgaan in het bekende.’

‘En dan?’

‘Thuiskomen in den vreemde.’

-112-

IJdele Gedachten over Edele Waarheden

‘Ik zou je zestig stokslagen moeten geven maar ik zal ze je besparen.’

(Meester Yunmen, Poortloze Poort, #15)

Beste Hans,

De kern van het boeddhisme wordt in mijn optiek gevormd door de Vier Edele Waarheden over het lijden, de oorzaak van het lijden en de opheffing van de oorzaak van het lijden door het volgen van het Achtvoudige Pad. Hoe kijkt een mens van niet-weten tegen lijden en geluk aan? Wat betekenen de Vier Edele Waarheden voor jou?

Beste X,

Volgens sommigen wijzen de Vier Edele Waarheden de weg uit het lijden.

Zij benadrukken op gezag van de Boeddha of diens chroniqueurs dat wij dit niet op gezag hoeven aannemen maar persoonlijk kunnen vaststellen.

Volgens anderen zijn de Vier Edele Waarheden zelf een bron van lijden.

Zij benadrukken in navolging van de Boeddha of diens chroniqueurs dat wij dit niet op gezag hoeven aannemen maar persoonlijk kunnen vaststellen.

Wat ik persoonlijk zowel bij anderen als bij mezelf heb kunnen vaststellen is een verbijsterende variatie aan eenmalige en recidiverende gedachten, waaronder een heleboel over de kern van het boeddhisme en een heleboel over lijden en geluk – zowel prettige gedachten als vervelende en neutrale.

En, in samenhang met die enorme diversiteit, grote geestelijke onrust en een onstuitbaar verlangen om de juiste gedachten van de onjuiste te scheiden of beter nog, de enige juiste eruit te zeven.

De vorige bijvoorbeeld, of die daarvoor, of de huidige, of anders toch de eerstvolgende of de daaropvolgende…

Ridicule gehechtheid aan mijn eigen gedachten en die van mijn idolen – alsof het onschatbare parels waren, goddelijke ingevingen met eeuwigheidswaarde – was misschien wel de grootste dwaasheid van mijn leven.

Als we deze gedachte tenminste mogen geloven.

Radicale onthechting van alle gedachten, ongeacht hun bron, alsof het maar stukjes glas zijn, scherven van gebroken denkramen, brillen van melkglas, glazen ogen van dode agogen, is misschien wel het grootste wonder en het leegste geluk van mijn leven – dwaasheid of niet.

Om tenminste een klein deel van de stortvloed van gedachten over tenminste een klein deel van het boeddhisme tenminste te kunnen herkennen als gedáchten, al is het maar eventjes, stel ik voor om, in overeenstemming met de Edele Rijtjesgeest van de (abhi)dhamma, de vier Edele Waarheden aan te vullen met de Vier Edele Vragen, de Achtenveertig Edele Constateringen en de Vier Edele Conclusies, bij elkaar zestig Edele Gedachten.

Kijk, ze glinsteren ons al tegemoet!

In plaats van Edel mag je ze ook IJdel noemen, al is dat natuurlijk ook maar een gedachte.

Hier komen ze.

De Vier Edele Waarheden

1. Er is lijden.

2. Het lijden heeft een oorzaak.

3. De oorzaak van het lijden kan opgeheven worden.

4. Door het achtvoudige pad te volgen wordt het lijden beëindigd.

De Vier Edele Vragen

1. Is er lijden?

2. Heeft het lijden wel een oorzaak?

3. Kan de oorzaak van het lijden wel opgeheven worden?

4. Wordt het lijden wel beëindigd door het achtvoudige pad te volgen?

De Achtenveertig Edele Constateringen

1. Er is de gedachte dat er lijden is.

2. Er is de gedachte dat het lijden een oorzaak heeft.

3. Er is de gedachte dat de oorzaak van het lijden opgeheven kan worden.

4. Er is de gedachte dat het lijden beëindigd wordt door het achtvoudige pad te volgen.


1. Er is de gedachte dat er geen lijden is.

2. Er is de gedachte dat het lijden geen oorzaak heeft.

3. Er is de gedachte dat de oorzaak van het lijden niet opgeheven kan worden.

4. Er is de gedachte dat het lijden niet beëindigd wordt door het achtvoudige pad te volgen.


1. Er is lijden aan de gedachte dat er lijden is.

2. Er is lijden aan de gedachte dat het lijden een oorzaak heeft.

3. Er is lijden aan de gedachte dat de oorzaak van het lijden kan worden opgeheven.

4. Er is lijden aan de gedachte dat het lijden wordt beëindigd door het achtvoudige pad te volgen.


1. Er is lijden aan de gedachte dat er geen lijden is.

2. Er is lijden aan de gedachte dat het lijden geen oorzaak heeft.

3. Er is lijden aan de gedachte dat de oorzaak van het lijden niet kan worden opgeheven.

4. Er is lijden aan de gedachte dat het lijden niet wordt beëindigd door het achtvoudige pad te volgen.


1. Er is geluk bij de gedachte dat er lijden is.

2. Er is geluk bij de gedachte dat het lijden een oorzaak heeft.

3. Er is geluk bij de gedachte dat de oorzaak van het lijden kan worden opgeheven.

4. Er is geluk bij de gedachte dat het lijden wordt beëindigd door het achtvoudige pad te volgen.


1. Er is geluk bij de gedachte dat er geen lijden is.

2. Er is geluk bij de gedachte dat het lijden geen oorzaak heeft.

3. Er is geluk bij de gedachte dat de oorzaak van het lijden niet kan worden opgeheven.

4. Er is geluk bij de gedachte dat het lijden niet wordt beëindigd door het achtvoudige pad te volgen.


1. Er is de gedachte dat er geluk is.

2. Er is de gedachte dat geluk een oorzaak heeft.

3. Er is de gedachte dat de oorzaak van geluk opgeheven kan worden.

4. Er is de gedachte dat geluk beëindigd wordt door het achtvoudige pad te volgen.


1. Er is de gedachte dat er geen geluk is.

2. Er is de gedachte dat geluk geen oorzaak heeft.

3. Er is de gedachte dat de oorzaak van geluk niet opgeheven kan worden.

4. Er is de gedachte dat geluk niet beëindigd wordt door het achtvoudige pad te volgen.


1. Er is lijden aan de gedachte dat er geluk is.

2. Er is lijden aan de gedachte dat geluk een oorzaak heeft.

3. Er is lijden aan de gedachte dat de oorzaak van geluk kan worden opgeheven.

4. Er is lijden aan de gedachte dat geluk wordt beëindigd door het achtvoudige pad te volgen.


1. Er is lijden aan de gedachte dat er geen geluk is.

2. Er is lijden aan de gedachte dat geluk geen oorzaak heeft.

3. Er is lijden aan de gedachte dat de oorzaak van geluk niet kan worden opgeheven.

4. Er is lijden aan de gedachte dat geluk niet wordt beëindigd door het achtvoudige pad te volgen.


1. Er is geluk bij de gedachte dat er geluk is.

2. Er is geluk bij de gedachte dat geluk een oorzaak heeft.

3. Er is geluk bij de gedachte dat de oorzaak van geluk kan worden opgeheven.

4. Er is geluk bij de gedachte dat geluk wordt beëindigd door het achtvoudige pad te volgen.


1. Er is geluk bij de gedachte dat er geen geluk is.

2. Er is geluk bij de gedachte dat geluk geen oorzaak heeft.

3. Er is geluk bij de gedachte dat de oorzaak van geluk niet kan worden opgeheven.

4. Er is geluk bij de gedachte dat geluk niet wordt beëindigd door het achtvoudige pad te volgen.

De Vier Edele Conclusies

1. De vier edele waarheden zijn gedachten.

2. De vier edele vragen zijn gedachten.

3. De achtenveertig edele constateringen zijn gedachten.

4. De vier edele conclusies zijn gedachten.


Tja, dat waren ze alweer: zestig stuks.

Zomaar uit de lucht gegrepen – en zo weer terug erin.

Niet te geloven!

-113-

Haiku op haiku - Gassho Basho

Die bij de bliksem
Geen inzicht heeft verworven
Hoe edel is hij

(Basho)

Die bij de bliksem
Geen inzicht heeft verworven
Hoe ijdel is hij

(Hans)

Edel de bliksem
Even ijdel de donder –
Niets van te bakken

(Goff)

Monnik die belerend zijn vinger in de lucht steekt, waar de bliksem inslaat.
Die bij de bliksem geen inzicht heeft verworven – hoe ijdel is hij.

-114-

Samuraizen

Leerling: Wat is zen?

Meester: Een tweesnijdend zwaard.

Leerling: Waarvoor dient de ene snede?

Meester: Om alle gedachten af te snijden bij de wortel.

Leerling: Waarvoor dient de andere snede?

Meester: Om alle metagedachten af te snijden bij de wortel.

Leerling: Wat zijn metagedachten?

Meester: Gedachten over gedachten.

Leerling: Geef eens een voorbeeld.

Meester: Dat we onze gedachten bij de wortel moeten afsnijden bijvoorbeeld.

Leerling: Ook die gedachte moet bij de wortel afgesneden worden?

Meester: Of dat we daar zelf voor kunnen kiezen bijvoorbeeld.

Leerling: Ook die gedachte moet bij de wortel afgesneden worden?

Meester: Of dat het afsnijden ons alleen maar overkomt bijvoorbeeld.

Leerling: Ook die gedachte moet bij de wortel afgesneden worden?

Meester: Of dat er een ik is die iets doet of laat bijvoorbeeld.

Leerling: Ook die gedachte moet bij de wortel afgesneden worden?

Meester: Of dat die ik een illusie is bijvoorbeeld.

Leerling: Ook die gedachte moet bij de wortel afgesneden worden?

Meester: Of dat zen een tweesnijdend zwaard is bijvoorbeeld.

Leerling: Zo blijft er niet veel over.

Meester: Waarvan?

Leerling: Verwijst u nu naar de leegte?

Meester: Ook die gedachte moet bij de wortel afgesneden worden.

Leerling: Verwijst u nu naar de leegte van de leegte?

Meester: Ook die gedachte moet bij de wortel afgesneden worden.

Leerling: Verwijst u nu naar niet-weten?

Meester: Ook die gedachte moet bij de wortel afgesneden worden.

Leerling: En dan?

Meester: Ook die gedachte moet bij de wortel afgesneden worden.

Leerling: Enzovoort.

Meester: Nou, voort…

Leerling: Ik…

Meester: Die hebben we al gehad.

Leerling: …

Meester: Niet slecht.

Leerling: …

Meester: Hou vol…

Leerling: …

Meester: Dan ga ik gauw mijn zwaard slijpen.

-115-

Haiku op haiku - Kabbel en babbel

O, lang is de nacht
Het geluid van het water
Zegt mijn gedachten

(Buson)

O, lang is de nacht
Mijn gedachten zeggen het
Geluid van water

(Hans)

-116-

Haiku op haiku - Bedacht

Een horen is kort
Een horen lang, waarover
Zou die slak denken?

(Buson)

Een hoorn is kort of
Een hoorn is lang, dus waarom
Zou die slak denken?

(Hans)

Roze slak met hersenen op zijn rug in plaats van een huisje.
Waarom zou die slak denken?

-117-

Ook in loslaten kun je vastzitten

Leerling: Wat is zen?

Meester: Alles tegenspreken.

Leerling: Behalve het tegenspreken zeker?

Meester: Zeker het tegenspreken.

Jaren later

Meester: Wat is zen?

Leerling: Alles tegenspreken.

Meester: Daar ben ik het niet mee eens.

Leerling: Waarom niet?

Meester: Dan zit je daar weer in vast.

Jaren later

Meester: Wat is zen?

Leerling: Alles loslaten.

Meester: Daar ben ik het niet mee eens.

Leerling: Waarom niet?

Meester: Dan zit je daar weer in vast.

Jaren later

Meester: Wat is zen?

Leerling: Geen voorschriften volgen.

Meester: Daar ben ik het niet mee eens.

Leerling: Waarom niet?

Meester: Dan zit je daar weer in vast.

Jaren later

Meester: Wat is zen?

Leerling: Nergens in vastzitten.

Meester: Daar ben ik het niet mee eens.

Leerling: Waarom niet?

Meester: Dan zit je daar weer in vast.

Leerling: Nergens in vastzitten, zeg ik toch?

Meester: Je veronderstelt dat je het voor het zeggen hebt.

Leerling: Bedoelt u dat we geen vrije wil hebben?

Meester: Je veronderstelt dat we personen zijn die ergens over beschikken.

Leerling: Verwijst u naar de doctrine van niet-zelf?

Meester: Nou dat weer.

Leerling: Bedoelt u dat we er geen doctrines op na mogen houden?

Meester: Natuurlijk niet.

Leerling: Waarom niet?

Meester: Dan zit je daar weer in vast.

-118-

Juist spreken is onzinnig gepraat

Nederchinees tweegesprek tussen chanmeesters Foei! en Boei’en.*

Foei: Wat is juist spleken?

Boei’en: Spleken dat geen ondelscheid maakt tussen juist en onjuist.

Foei: Wat is spleken dat wel ondelscheid maakt tussen juist en onjuist?

Boei’en: Onzinnig geplaat.

Foei: Wat is onzinnig geplaat?

Boei’en: Geplaat dat ondelscheid maakt tussen zinnig en onzinnig.

Foei: Wat is geplaat dat geen ondelscheid maakt tussen zinnig en onzinnig?

Boei’en: Juist spleken.

Foei: Wat als je ook maal het gelingste ondelscheid maakt tussen juist en onjuist?

Boei’en: Dan splijten hemel en aalde oneindig vel uiteen.

Foei: Wat als hemel en aalde oneindig dicht bijeen blijven?

Boei’en: Dan kun je zeggen wat je wilt.

Foei: Is dit nu juist spleken of onzinnig geplaat?

Boei’en: Dat kun je wel zeggen.

Ch’anmeesters Foei! (842-849) en Boei’en (821-920) behoren samen met (onder anderen) meester Zuetsu, meester Baibai, meesteres Oei! en meester Tia tot de zogenaamde Vergeten Dynastie, de zesde van vijf chanhuizen* en de enige school die niet te boek staat als school en niet als boek.

* Guiyang, Linji, Caodong, Yunmen en Fayan.

In werkelijkheid zijn de leden van de Vergeten Dynastie niet vergeten, maar als archetype bewust ondergedoken in het Collectief Onbewuste, diep onder het Mentale Massief, door Cao Yung zo treffend omschreven als Limbo für Narren ohne Ausweiss während oben die Weisheit weiter wuchert.*

* ‘Onderwereld voor poortloze dwazen wijl bovenwerelds de wijsheid voortwoekert.’

-119-

De kringloop van leven en dood

Steeds opnieuw beginnen.

Leerling: Leve de Boeddha!

Meester: Dood de Boeddha!

Jaren later

Leerling: Dood de Boeddha!

Meester: Dood de Boeddhadoder!

Jaren later

Leerling: Dood de Boeddhadoder!

Meester: Leve de Boeddha!

-120-

Boeddhisme of anachronisme?

Leerling: Bent u boeddhist?

Meester: Was Boeddha boeddhist?

Leerling: Daar moet ik eens heel diep over nadenken.

Meester: En?

Leerling: Ik zou het oprecht niet weten.

Meester: Nou, ik ook niet.

Leerling: Hebt u het nou over de Boeddha of over uzelf?

Meester: Daar moet ik eens heel diep over nadenken.

-121-

Helder inzicht is geen idee

Leerling: Helder inzicht in de boeddhanatuur vraagt volledige beheersing van de geest.

Meester: Oei.

Leerling: Wat?

Meester: Dat gaat je de rest van je levens kosten.

Leerling: Desnoods.

Meester: Zou je niet eerst je aannames onderzoeken?

Leerling: Welke dan bijvoorbeeld?

Meester: Dat je een geest hebt bijvoorbeeld?

Leerling: En als dat niet het geval mocht zijn?

Meester: Wat valt er dan nog te beheersen?

Leerling: Welke aannames nog meer?

Meester: Dat je een vrije wil hebt bijvoorbeeld?

Leerling: En als dat niet het geval mocht zijn?

Meester: Wat valt er dan nog te streven?

Leerling: Welke aannames nog meer?

Meester: Dat je een boeddhanatuur hebt bijvoorbeeld? Dat je daar helder inzicht in kan krijgen bijvoorbeeld? Dat je dan beter af bent bijvoorbeeld?

Leerling: Potverdrie.

Meester: Nou neem je weer aan dat er iets mis is en dat je onderscheid kan maken tussen mis en raak.

Leerling: Ik voel me zo stom.

Meester: Nou neem je weer aan dat dit gesprek iets over jou zegt en dat er een jij is waarover iets gezegd kan worden.

Leerling: Wat ziet u alles toch helder.

Meester: Nou neem je weer aan dat ik het helder zie en dat er een ik is die helder kan zien.

Leerling: Wou u beweren van niet?

Meester: Nou neem je weer aan dat ik iets wou beweren.

Leerling: Niets aannemen is het devies?

Meester: Wat dát weer niet veronderstelt.

Leerling: Hoe zou u het noemen?

Meester: Geen idee.

Leerling: Is dat hoe u het zou noemen of heeft u geen idee?

Meester: Doe dan maar helder inzicht in de boeddhanatuur.

-122-

Haiku op haiku - Beeld en storm

Bij een bliksemflits
Boog ik voor ’t beeld van Boeddha
Ver in de heide

(Kakei)

Nooit boog het beeld van
Boeddha ver in de heide
Eens naar mij terug

(Hans)

-123-

Haiku op haiku - In de regen

Voor alle mensen
Sta ik hier in de regen
Biddend tot Boeddha

(Issa)

Alle mensen zeg
Sta ik in de regen te
Bidden tot een beeld

(Hans)

-124-

Haiku op haiku - Voortgejaagd

O najaarswinden
Nader tot Boeddha gaan wij
Al verouderend

(Issa)

O najaarswinden
Ook vandaag waaien wij weer
Alle kanten op

(Hans)

-125-

Als jij zen niets maakt, maakt zen jouw niets

Zijn wat je bent – hoe moeilijk kan het zijn?

‘Maakt zen je bewust?’

‘Zen maakt je niets!’

‘Maakt zen je stil?’

‘Zen maakt je niets!’

‘Maakt zen je leeg?’

‘Zen maakt je niets!’

‘Maakt zen je open?’

‘Zen maakt je niets!’

‘Maakt zen je spontaan?’

‘Zen maakt je niets!’

‘Maakt zen je authentiek?’

‘Zen maakt je niets!’

‘Maakt zen je gelukkig?’

‘Zen maakt je niets!’

‘Maakt zen je liefdevol?’

‘Zen maakt je niets!’

‘Maakt zen je hard?’

‘Zen maakt je niets!’

‘Maakt zen je zacht?’

‘Zen maakt je niets!’

‘Maakt zen je neutraal?’

‘Zen maakt je niets!’

‘Maakt zen je wijs?’

‘Zen maakt je niets!’

‘Maakt zen je dwaas?’

‘Zen maakt je niets!’

‘Maakt zen je filosofisch?’

‘Zen maakt je niets!’

‘Maakt zen je sceptisch?’

‘Zen maakt je niets!’

‘Maakt zen je cynisch?’

‘Zen maakt je niets!’

‘Maakt zen je fatalistisch?’

‘Zen maakt je niets!’

‘Maakt zen je nihilistisch?’

‘Zen maakt je niets!’

‘Maakt zen je onverstoorbaar?’

‘Zen maakt je niets!’

‘Maakt zen je vrij?’

‘Zen maakt je niets!’

‘Maakt zen je moreel?’

‘Zen maakt je niets!’

‘Maakt zen je immoreel?’

‘Zen maakt je niets!’

‘Maakt zen je amoreel?’

‘Zen maakt je niets!’

‘Maakt zen je bijzonder?’

‘Zen maakt je niets!’

‘Maakt zen je gewoon?’

‘Zen maakt je niets!’

‘Maakt zen je nederig?’

‘Zen maakt je niets!’

‘Maakt zen je trots?’

‘Zen maakt je niets!’

‘Maakt zen je dankbaar?’

‘Zen maakt je niets!’

‘Maakt zen je heel?’

‘Zen maakt je niets!’

‘Maakt zen je stuk?’

‘Zen maakt je niets!’

‘Maakt zen je menselijk?’

‘Zen maakt je niets!’

‘Maakt zen je goddelijk?’

‘Zen maakt je niets!’

‘Maakt zen je niets?’

Zen maakt je zelfs niet niets!

-126-

Zen is voor iedereen (wat anders)

‘Wat is zen, Hans?’

‘Dat hangt van je niveau af.’

‘Voor beginners?’

‘Overal mee zitten.’

‘Voor gevorderden?’

‘Nergens meer voor staan.’

‘Voor meesters?’

‘Nergens meer mee zitten.’

‘En voor jou?’

‘Wat is zen?’

-127-

Eenvoud is geen kunst

Waarom zen geen goed voornemen is.

Niet-weten is geen truc

Beste Hans,

Jij spreekt voortdurend alles tegen. Meer heeft je zogenaamde niet-weten niet om het lijf. Op mij komt het over als een truc.

Beste X,

Welnee joh, ik spreek nooit iemand tegen.

Dat heeft ook helemaal geen zin, mensen luisteren toch niet.

Bovendien zijn trucs op den duur niet vol te houden, dat weet je net zo goed als ik.

Probeer je aandacht maar eens een bij je ademhaling te houden.

Probeer je gezicht maar eens ontspannen te houden.

Probeer maar eens een erectie in stand te houden zonder handen.

Probeer maar eens uitsluitend lieve dingen te denken.

Probeer maar eens nergens aan te denken.

Misschien dat het je eventjes lukt, maar uiteindelijk verlies je het. Of niet soms?

X: Tja, dat kan ik niet ontkennen.

H: Niet-weten hou ik nu al tien jaar vol.

Voor mij is dat te doen, want ik hoef het niet te doen.

Niet-weten kost mij net zo min moeite als ademen of spijsverteren.

Wat me nou juist geen doen lijkt, is om het niet meer te doen.

Weer net als vroeger heilig in mijn gedachten te geloven, welke dan ook.

Al was het maar de gedachte dat ik niet-weten nu al tien jaar volhoud, dat dit voor mij te doen is omdat ik het niet hoef te doen en dat het voor mij geen doen zou zijn om het niet meer te doen.

Doen alsof ik zeker weet – dat zou voor mij pas een truc zijn.

Ik zou meteen door de mand vallen.

Zo niet voor anderen, dan toch voor mezelf.

Denk ik nu eventjes.

Maar ja…

Een denken dat geen enkele gedachte doorslikt

X: Kijk eens naar hoe je schrijft. Is dat soms geen maniertje?

H: Van jou uit gezien misschien.

Van hieruit gezien is het een spontaan zelfontkennend denken dat elke gedachte proeft maar geen enkele gedachte doorslikt.

Dat elke gedachte beproeft.

Dat zichzelf het vuur na aan de schenen legt, zonder effectbejag, zonder winstoogmerk en zonder aanzien des persoons.

Dat geen vonken vreest en zichzelf niet spaart.

X: Een denken dat geen enkele gedachte doorslikt? Daar geloof ik niks van.

H: Nou doe je het zelf ook.

X: Nou doe ik wat zelf ook?

H: Een gedachte proeven zonder hem door te slikken.

X: Welke dan?

H: De gedachte aan een denken dat geen enkele gedachte doorslikt natuurlijk.

X: Ieder denken zoekt houvast.

H: ‘Ieder denken zoekt houvast’ is een voorbeeld van een denken dat houvast zoekt, in dit geval in de gedachte dat ieder denken houvast zoekt.

Mijn denken zoekt geen houvast en biedt geen houvast, niet dat ik weet.

Ook niet in de gedachte dat het geen houvast zoekt en geen houvast biedt.

Ook niet in de gedachte dat het geen vonken vreest en zichzelf niet spaart.

Ook niet in de gedachte dat het zijn gedachten het vuur na aan de schenen legt, zonder effectbejag, zonder winstoogmerk en zonder aanzien des persoons.

Ook niet in de gedachte dat er een entiteit bestaat die ‘denken’ heet en een andere entiteit die met ‘mij’ kan worden aangeduid en van dat denken de eigenaar of de schepper of de denker of de getuige is.

Ook niet in de gedachte dat er géén entiteit bestaat die ‘denken’ heet of geen entiteit die met ‘mij’ kan worden aangeduid, of van dat denken niet de eigenaar of de schepper of de denker of de getuige is, enzovoort.

Hoeveel hoeken heeft een cirkel?

X: Je schildert jezelf met reuzenstreken in de hoek.

H: In welke hoek dan?

X: De hoek van niet-weten.

H: Hoekjes vind je in een hoekjesgeest.

Hoeveel hoeken heeft een cirkel?

Niet-weten als enso.

X: Een cirkel heeft geen hoeken, maar wel een binnen waarin je je kan verstoppen voor buiten en omgekeerd.

H: Laat ik het dan zo zeggen:

De weetnietgeest is als een oneindige lege ruimte.

Daar is niets om te verstoppen en niets om het achter te verstoppen.

X: Ja, zo kan ik het ook.

H: Wat let je?

X: Ik wil geen tegenspreker worden.

H: Je hebt me tot nog toe anders alleen maar tegengesproken.

X: Ik wil mezelf niet in een hoek schilderen.

H: De weetnietgeest schildert zichzelf met reuzenstreken uit iedere hoek.

Daardoor komt hij nooit vast te zitten.

Ook niet in de gedachte dat hij nooit vast komt te zitten.

Ook niet in de gedachte van de weetnietgeest.

Is dit wat je bedoelt met ‘tegenspreken’ en ‘een truc’?

X: Misschien is het geen truc, maar ik blijf het een raar verhaal vinden. Ik kan me er niet in vinden.

Eenvoudig worden

H: Waar kan jij je wel in vinden?

X: Zelf zit ik in de hoek van het zenboeddhisme en het taoïsme. Daarin verwijst niet-weten naar een onkenbaar en onnoembaar principe voorbij de woorden. De Tao, de geest, het zelf, de boeddhanatuur, leegte. Een simpel en deemoedig leven vanuit niet-weten. Dat noem ik zen.

H: Zelf zit ik niet langer in de hoek.

X: In een interview met Erna Heijligers zegt zenleraar Maarten Houtman:

Het is een kunst om echt eenvoudig te worden. Daar moet je je dagelijks in oefenen. Het begint al ‘s ochtends als je wakker wordt, dat je eigenlijk kans moet zien om niks te zijn. Helaas lukt mij dat niet altijd.

En even verderop:

Waar het om gaat is dat je een balans vindt tussen het Grote Mysterie en je dagelijks leven. Vaak is er die aandacht niet waarin dat Andere mee kan spelen. Dat is spijtig, maar zo is het gewoon. Ik zeg ook altijd tegen mijn leerlingen: “Jullie denken misschien dat het bij mij anders is, maar ik ben een gewone sterveling en heel gelukkig als die twee gelijktijdig aanwezig zijn.”

(Het Verhaal is nog niet uit in De Tao van Zen; Feestschrift bij Maarten’s 90e verjaardag)

Eenvoudig worden, een balans vinden tussen het Mysterie en je dagelijks leven, dat is mijns inziens waar het op aankomt. En ruiterlijk erkennen dat die aandacht er vaak niet is, waardoor het dagelijks leven steeds weer aan het langste eind trekt. Durf jij dat?

H: Mijn aandacht is de mijne niet en gaat gewoon zijn gang. Heel mysterieus.

X: En die eenvoud?

H: Mijn denken is zo eenvoudig als wat, maar dat komt eenvoudig doordat ik het allemaal niet meer weet, niet doordat ik zo eenvoudig als wat probeer te zijn.

X: Eenvoud is eenvoud.

H: Maar jouw eenvoud is de mijne niet.

X: Wat is dan het verschil?

H: Dat eenvoud voor mij geen ideaal is om na te streven en geen maatstaf om mijn spirituele vooruitgang aan af te meten.

X: Waarom zou je ingewikkeld doen als het eenvoudig kan?

H: Omdat je geen keus hebt?

Ik weet niet of het je weleens opgevallen is, maar zelfs het gewoonste blijkt meestal onthutsend complex.

Een haar, ademhalen, een woord, een aanraking, een virus – je wil niet weten hoe ingewikkeld die dingen zijn.

En ik zou verdomd niet weten waarom je al “als je wakker wordt (…) kans moet zien om niks te zijn.”

Iets dat niets wil zijn? Ingewikkeld gedoe.

Dat moet wel mislukken, lijkt mij, en dat doet het dus ook, keer op keer.

Vraag maar aan Maarten.

X: Hoe doe jij dat dan?

H: Zelf sta ik ’s ochtends gewoon op.

Kan ik je aanraden.

Is nog nooit misgegaan.

Boeddhisten zijn revolutionairen

X: Zo kom je er nooit.

H: Ik hoef nergens heen.

X: Zen is een levenslange praktijk.

H: Dat heb ik nooit begrepen.

X: Wat niet?

H: Waarom zen een levenslange praktijk zou moeten zijn.

Ik bedoel, wat een krampachtig gedoe, zeg.

Dat terminale streven naar eenvoud.

Dat terminale streven naar spontaniteit.

Dat terminale streven naar authenticiteit.

Dat terminale streven naar correctheid.

Dat terminale streven naar liefdevolle vriendelijkheid.

Dat terminale streven naar wat dan ook.

X: Wat een negatieve voorstelling van zaken, zeg.

H: Negativiteit maakt deel uit van de dharma.

‘Leven is lijden’, heet het volgens de eerste Edele Waarheid.

Daarmee is de toon gezet.

Dat kan je mij toch niet kwalijk nemen?

X: De eerste Edele Waarheid is er één van vier. De vier Edele Waarheden vormen maar een fractie van de leer.

H: Je kan redeneren wat je wilt, boeddhisten zijn nooit tevreden.

Van de eerste beginner tot de laatste dalai lama.

Ik ken geen enkele uitzondering.

Jijzelf bijvoorbeeld, ben jij tevreden met je leven?

X: Nee.

H: Ken jij een tevreden boeddhist?

X: Nee.

H: Boeddhisten zijn voertuigen van onvrede.

Utopisten en revolutionairen.

Zelfverbeteraars en wereldverbeteraars.

Eeuwige strijders voor eeuwige vrede.

X: Mahayana, het grote voertuig.

H: Alleen is er volgens datzelfde mahayana helemaal geen zelf om te bevrijden, geen geest om te temmen, geen wezen om te verlossen en geen wereld om te verbeteren. Alles ontstaat en bestaat immers afhankelijk van al het andere.

X: Ja, dat is wel een beetje tegenstrijdig.

Een zenboeddhist heeft altijd wat te doen

H: Boeddhisten streven het onmogelijke na en sporen anderen aan het onmogelijke na te streven. Niet alleen in hun engagement, maar ook op hun kussentje. Hoe zou dat niet tot chronische onvrede kunnen lijden?

X: Het onmogelijke?

H: Onbeweeglijk zitten met de aandacht eenpuntig op de ademhaling gericht, om na iedere sessie vast te moeten stellen dat het je weer niet gelukt is.

Volgende keer beter.

Onoplosbare raadsels oplossen, om bij iedere daisan vast te moeten stellen dat je er weer naast zit.

Volgende keer beter.

De Grote Weg gaan zonder enige verwachting, om na iedere oefening vast te moeten stellen dat je nog steeds op satori hoopt.

Volgende keer beter.

Helemaal spontaan zijn, om in iedere situatie vast te moeten stellen dat je nog steeds secundair reageert.

Volgende keer beter.

Geloften afleggen, om aan het eind van iedere dag vast te moeten stellen dat je ze weer niet volledig hebt nageleefd.

Volgende keer beter.

Alles met totale overgave doen, om aan het eind van iedere handeling vast te moeten stellen dat je je kop er weer niet bij had.

Volgende keer beter.

Er is altijd een volgende keer, menen ze, het kan altijd beter, geloven ze, en daarom hebben boeddhisten levenslang.

X: Misschien is het ons daar wel om te doen. Uit angst voor de leegte van een voortijdig voltooid leven.

H: Waaraan herken je de boeddhist? Aan zijn achtvoudige to-do list.

X: Jij bent niet bang voor de leegte van een voortijdig voltooid leven?

H: Ik ben het wel gewend. Mijn leven is al tien jaar voltooid. Daar valt best mee te leven.

De balans tussen het Grote Mysterie en het dagelijks leven

X: Heb jij de balans bereikt tussen het Grote Mysterie en het dagelijks leven waar Maarten Houtman naar verwijst?

H: Dat hoef ik niet.

X: Waarom niet?

H: Als je het Grote Mysterie zoekt vind je het dagelijks leven en als je het dagelijks leven onderzoekt begrijp je er niks meer van. Wat maakt het dan nog uit?

X: Voor jou is er geen verschil tussen het Grote Mysterie en het dagelijks leven?

H: Nee. Daarmee stort het denksysteem in waarbinnen het zogenaamd gewone en het zogenaamde Andere als afzonderlijke entiteiten kunnen verschijnen, uit balans kunnen raken en weer in balans moeten worden gebracht.

X: Zonder entiteiten geen balanceeract.

H: Dat is pas balans.

X: Bedoel je dat het gewone en het Andere in werkelijkheid leeg zijn?

H: Misschien zijn ze reëel, misschien zijn ze illusoir, misschien zijn ze leeg, misschien vormen ze een ondeelbaar geheel of een eenheid of de keerzijden van een munt, misschien zijn het allemaal maar woorden, hoe stel je zoiets vast?

X: Ik heb geen idee.

H: Nou, ik ook niet.

Vandaar dat “die aandacht (…) waarin dat Andere mee kan spelen” op mij een beetje gewild overkomt.

Een trucje, zou jij zeggen.

Voortkomend uit een twijfelachtig maar gekoesterd onderscheid.

Een trucje dat hoe dan ook gedoemd lijkt om te mislukken.

Want “vaak is er die aandacht niet”, geeft ook Maarten ruiterlijk toe.

Zelfs niet na een zenpraktijk van een halve eeuw.

En wie kan daarop bogen?

Zen is geen truc

X: Begrijp ik het goed dat zen voor jou een truc is?

H: Zen is voor mij niet-weten.

Niet-weten is toegeven dat je het niet weet in plaats van doen alsof je het weet.

Juist geen truc dus.

X: Heb jij iets tegen trucs?

H: Ik heb niets tegen trucs. Dat zou gewoon het volgende ideaal zijn.

X: Heb jij iets tegen idealen?

H: Ik heb niets tegen idealen. Dat zou gewoon het volgende ideaal zijn.

Vandaar dat ik ook niets heb tegen mensen die hun hele leven naar eenvoud, balans, onbeweeglijkheid, spontaniteit, volmaaktheid, aandachtigheid of overgave streven, of proberen niks te zijn, of wat dan ook.

X: Van jou mogen ze.

H: Ik wens ze veel succes. Ook in hun volgende levens.

X: En jij?

H: Ik weet het niet.

X: En dat kan je iedereen aanraden.

H: Ik kan niemand iets aan- of afraden, dit ook niet. In tegenstelling tot Houtman snap ik er geen hout van.

X: Wou jij de nestor van de Nederlandse zenbeweging naar de kroon steken?

H: Dat ik voor eeuwig in Zijn Schaduw mag staan.

X: Als iemand die wél permanent in agnose verkeert en er nooit eens uitvalt, bedoel ik.

H: Ik verkeer nergens in. Vandaar dat ik er nooit eens uitval. Snappie?

X: Nee.

H: Eenvoudiger kan ik het niet maken.

X: Toch bedankt.

H: Volgende keer beter.

-128-

Mediteren zonder eind

Zen uit alle macht; oefenen in spontaniteit.

Kernwaarden van zen zijn spontaniteit, authenticiteit en leven bij de dag.

Zitten als je moe bent, lachen als je lacht.

Kernwaarden realiseer je niet zomaar, die moet je oefenen.

In groepsverband: één voor allen, allen voor één.

Samen niet bewegen, samen niks zeggen, daar komt het op aan.

Zitten tot je flauwvalt, wachten zonder klacht.

Streven naar niet streven; zen uit alle macht.

Wie niet meer kan die laat zich slaan opdat hij zich maar niet laat gaan.

Hieronder de onvergankelijke agenda van rohatsu retraites wereldwijd.

Boek nú voorgoed bij een zendo in jouw buurt en leer eeuwig leven bij de dag.


30 november
09.00 Schoonmaken / 12:00 Lunch / 18:00 Diner / 19:30 Intro / 20:00 Kinhin / 20:10 Zazen / 21:00 Dagsluiting

1 december
03:40 Opstaan / 04:10 Zazen / 05:00 Kinhin / 05:10 Zazen / 06:00 Ontbijt / 07:10 Zazen / 08:00 Kinhin / 08:10 Zazen / 09:00 Kinhin / 09:10 Zazen / 10:00 Kinhin / 10:10 Zazen / 11:00 Kinhin / 11:10 Zazen / 12:00 Lunch / 13:10 Zazen / 14:00 Kinhin / 14:10 Zazen / 15:00 Kinhin / 15:10 Zazen / 16:00 Kinhin / 16:10 Zazen / 17:00 Kinhin / 17:10 Zazen / 18:00 Diner / 19:10 Zazen / 20:00 Kinhin / 20:10 Zazen / 21:00 Dagsluiting

2 december
03:40 Opstaan / 04:10 Zazen / 05:00 Kinhin / 05:10 Zazen / 06:00 Ontbijt / 07:10 Zazen / 08:00 Kinhin / 08:10 Zazen / 09:00 Kinhin / 09:10 Zazen / 10:00 Kinhin / 10:10 Zazen / 11:00 Kinhin / 11:10 Zazen / 12:00 Lunch / 13:10 Zazen / 14:00 Kinhin / 14:10 Zazen / 15:00 Kinhin / 15:10 Zazen / 16:00 Kinhin / 16:10 Zazen / 17:00 Kinhin / 17:10 Zazen / 18:00 Diner / 19:10 Zazen / 20:00 Kinhin / 20:10 Zazen / 21:00 Dagsluiting

3 december
03:40 Opstaan / 04:10 Zazen / 05:00 Kinhin / 05:10 Zazen / 06:00 Ontbijt / 07:10 Zazen / 08:00 Kinhin / 08:10 Zazen / 09:00 Kinhin / 09:10 Zazen / 10:00 Kinhin / 10:10 Zazen / 11:00 Kinhin / 11:10 Zazen / 12:00 Lunch / 13:10 Zazen / 14:00 Kinhin / 14:10 Zazen / 15:00 Kinhin / 15:10 Zazen / 16:00 Kinhin / 16:10 Zazen / 17:00 Kinhin / 17:10 Zazen / 18:00 Diner / 19:10 Zazen / 20:00 Kinhin / 20:10 Zazen / 21:00 Dagsluiting

4 december
03:40 Opstaan / 04:10 Zazen / 05:00 Kinhin / 05:10 Zazen / 06:00 Ontbijt / 07:10 Zazen / 08:00 Kinhin / 08:10 Zazen / 09:00 Kinhin / 09:10 Zazen / 10:00 Kinhin / 10:10 Zazen / 11:00 Kinhin / 11:10 Zazen / 12:00 Lunch / 13:10 Zazen / 14:00 Kinhin / 14:10 Zazen / 15:00 Kinhin / 15:10 Zazen / 16:00 Kinhin / 16:10 Zazen / 17:00 Kinhin / 17:10 Zazen / 18:00 Diner / 19:10 Zazen / 20:00 Kinhin / 20:10 Zazen / 21:00 Dagsluiting

5 december
03:40 Opstaan / 04:10 Zazen / 05:00 Kinhin / 05:10 Zazen / 06:00 Ontbijt / 07:10 Zazen / 08:00 Kinhin / 08:10 Zazen / 09:00 Kinhin / 09:10 Zazen / 10:00 Kinhin / 10:10 Zazen / 11:00 Kinhin / 11:10 Zazen / 12:00 Lunch / 13:10 Zazen / 14:00 Kinhin / 14:10 Zazen / 15:00 Kinhin / 15:10 Zazen / 16:00 Kinhin / 16:10 Zazen / 17:00 Kinhin / 17:10 Zazen / 18:00 Diner / 19:10 Zazen / 20:00 Kinhin / 20:10 Zazen / 21:00 Dagsluiting

6 december
03:40 Opstaan / 04:10 Zazen / 05:00 Kinhin / 05:10 Zazen / 06:00 Ontbijt / 07:10 Zazen / 08:00 Kinhin / 08:10 Zazen / 09:00 Kinhin / 09:10 Zazen / 10:00 Kinhin / 10:10 Zazen / 11:00 Kinhin / 11:10 Zazen / 12:00 Lunch / 13:10 Zazen / 14:00 Kinhin / 14:10 Zazen / 15:00 Kinhin / 15:10 Zazen / 16:00 Kinhin / 16:10 Zazen / 17:00 Kinhin / 17:10 Zazen / 18:00 Diner / 19:10 Zazen / 20:00 Kinhin / 20:10 Zazen / 21:00 Dagsluiting

7 december
03:40 Opstaan / 04:10 Zazen / 05:00 Kinhin / 05:10 Zazen / 06:00 Ontbijt / 07:10 Zazen / 08:00 Kinhin / 08:10 Zazen / 09:00 Kinhin / 09:10 Zazen / 10:00 Kinhin / 10:10 Zazen / 11:00 Kinhin / 11:10 Zazen / 12:00 Lunch / 13:10 Zazen / 14:00 Kinhin / 14:10 Zazen / 15:00 Kinhin / 15:10 Zazen / 16:00 Kinhin / 16:10 Zazen / 17:00 Kinhin / 17:10 Zazen / 18:00 Diner / 19:10 Zazen / 20:00 Kinhin / 20:10 Zazen / 21:00 Thee / 21:20 Zazen / 22:00 Kinhin / 22:10 Zazen / 23:00 Kinhin / 23:10 Zazen / 24:00 Dienst

8 december
09:00 Ontbijt / 10:00 Schoonmaken

Groep van identieke mediterende monniken op de rug gezien.
‘Streven naar niet streven; zen uit alle macht.’

-129-

Dood de sangha

Van uniformering, zelfkastijding en concentratiekramp.

Leerling: Waarheen leidt de boeddhistische weg?

Meester: Naar een kamp met gelijkgestemden.

Leerling: Wat staat er boven de toegangspoort?

Meester: Arbeit macht frei.

-130-

Haiku op haiku - Waarom ter wereld?

Waarom ter wereld
Hebben ze groene rupsen
Horens gegeven?

(Buson)

Waarom ter wereld
Zouden ze groene rupsen
Geen horens geven?

(Hans)

Waarom ter wereld
Hebben ze alle mensen
Haren gegeven?

(Hans)

Waarom ter wereld
Hebben ze alle mensen
Woorden gegeven?

(Hans)

Waarom ter wereld
Hebben ze alle woorden
Mensen gegeven?

(Hans)

-131-

Mensen met woorden

‘Waarom ter wereld hebben ze alle mensen woorden gegeven?’

‘Waarover zouden we het anders de hele dag moeten hebben?’

-132-

Woorden met mensen

‘Waarom ter wereld hebben ze alle woorden mensen gegeven?’

‘Wie had die vraag anders moeten stellen?’

-133-

De wijsheid voorbij alle wijsheid

Gautama Boeddha had het best naar zijn zin in nirwana, maar op een dag kon hij de wildgroei van eindeloze soetra’s en sastra’s op samsara-tv niet meer aanzien en besloot hij zijn tot in de hemel gegroeide leer terug te snoeien tot een eindige verzameling kernwijsheden uit eerste mond.

Via een begaafd medium wist hij contact te leggen met wat voor hem sinds zijn verscheiden gene zijde was geworden, en de Gezegende vertaalde seance na seance zijn ganse leer in bondige spreuken.

Alles ging vlekkeloos totdat de laatste sententies waren overgeseind en op tegeltjes gezet; toen kreeg de dienstdoende monnik plotseling een aanval van razernij waaraan pas een eind kwam nadat hij alle baksels aan diggelen had gesmeten.

De verontwaardiging onder de andere monniken was groot: aforismen van de Verhevene vernielen, hoe haal je het in je hoofd!

De kok die op het tumult was afgekomen, riep: ‘Niets aan de hand, de Boeddha is vast in zijn nopjes! Hoe vaak heeft hij ons al niet aangespoord om voorbij alle wijsheid te gaan?’

Waarop de gemoederen bedaarden en de monniken eensgezind de rommel opruimden.

En de Boeddha?

Die heeft zijn televisie weggedaan en is nu helemaal in zijn nopjes.

-134-

Kill your darlings

Leerling: Als u maar één ding mocht zeggen tegen een boeddhist, wat zou u dan zeggen?

Meester: Dood de Boeddha.

Leerling: En tegen een hindoe?

Meester: Dood Brahman.

Leerling: En tegen een non-dualist?

Meester: Dood het Zelf.

Leerling: En tegen een taoïst?

Meester: Dood de Tao.

Leerling: En tegen een mohammedaan?

Meester: Dood de Profeet.

Leerling: En tegen een derwisj?

Meester: Dood de Vriend.

Leerling: En tegen een gnosticus?

Meester: Dood Jezus.

Leerling: En tegen een christen?

Meester: Dood de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.

Leerling: En tegen een jood?

Meester: Dood JWHW.

Leerling: En tegen een chassidim?

Meester: Dood de Baal Shem Tov.

Leerling: En tegen een humanist?

Meester: Dood de Mens.

Leerling: En tegen een fatalist?

Meester: Dood het Lot.

Leerling: En tegen een scepticus?

Meester: Dood de Twijfel.

Leerling: En tegen een nihilist?

Meester: Dood het Niets.

Leerling: En tegen mij?

Meester: Dood mij.

Leerling: Wat zou u zeggen tegen de boeddhist die de Boeddha heeft weten te doden?

Meester: Noem dat desnoods boeddhisme.

Leerling: En tegen een hindoe die Brahman heeft weten te doden?

Meester: Noem dat desnoods hindoeïsme.

Leerling: En tegen een non-dualist die het Zelf heeft weten te doden?

Meester: Noem dat desnoods advaita.

Leerling: En tegen een taoïst die de Tao heeft weten te doden?

Meester: Noem dat desnoods taoïsme.

Leerling: En tegen een moslim die de Profeet heeft weten te doden?

Meester: Noem dat desnoods mohammedanisme.

Leerling: En tegen een derwisj die de Vriend heeft weten te doden?

Meester: Noem dat desnoods soefisme.

Leerling: En tegen een gnosticus die Jezus heeft weten te doden?

Meester: Noem dat desnoods gnosticisme.

Leerling: En tegen een christen die de Vader, de Zoon en de Heilige Geest heeft weten te doden?

Meester: Noem dat desnoods christendom.

Leerling: En tegen een jood die JWHW heeft weten te doden?

Meester: Noem dat desnoods jodendom.

Leerling: En tegen een chassidim die de Baal Shem Tov heeft weten te doden?

Meester: Noem dat desnoods chassidisme.

Leerling: En tegen een humanist die de Mens heeft weten te doden?

Meester: Noem dat desnoods humanisme.

Leerling: En tegen een fatalist die het Lot heeft weten te doden?

Meester: Noem dat desnoods fatalisme.

Leerling: En tegen een scepticus die de Twijfel heeft weten te doden?

Meester: Noem dat desnoods scepticisme.

Leerling: En tegen een nihilist die het Niets heeft weten te doden?

Meester: Noem dat desnoods nihilisme.

Leerling: En tegen iemand die u heeft weten te doden?

Meester: Opgeruimd staat netjes.

-135-

Wegwerkers gaan nergens heen

Maar daarom zijn ze nog niet thuis.

Roept de eerste meester – Het achtvoudige pad is de weg!

Roept de tweede: U bent gehecht aan de weg!

Roept de derde: U bent gehecht aan onthechting!

Roept de vierde: U bent gehecht aan terechtwijzen!

Roept de vijfde: U bent gehecht aan het woord!

Roept de zesde: U bent gehecht aan de stilte!

De zevende zwijgt hooghartig.

Roept de achtste: En weg was het achtvoudige pad!

Roept de eerste: Het achtvoudige pad is de weg!

-136-

Licht of lucht?

Zegt de ene bodhisattva: Wat ben jij nou voor boeddhist, je weet niet eens dat je al verlicht bent!

Zegt de andere: Nee, jij dan, je weet niet eens dat je niet bestaat!

-137-

Waarom ik niet bevestigd hoef te worden

Beste Hans,

Ergens (ik weet niet meer waar) omschrijf jij jezelf als ‘de autarkische auteur van NietWeten.nl’. Nu is mijn woordenschat niet zo groot, dus heb ik het even opgezocht in Van Dale 13:

autarkisch
1. berustend op of strevend naar autarkie (1)
2. zelfvoorzienend

autarkie
Grieks, autarkeia (‘zelf-genoeg’-zaamheid)
1. zelfgenoegzaamheid (zowel in filosofische als psychologische zin)
2. (in ’t bijzonder) volstrekte economische onafhankelijkheid van een staat, gesloten staatshuishouding; synoniem: zelfvoorziening

Hieruit maak ik op dat jij zelfgenoegzaam bent. Dat moest ik ook even opzoeken:

zelfgenoegzaam
1. (verouderd, gunstig) zichzelf genoeg, geen anderen, niets anders nodig hebbend
2. (ongunstig) in de overtuiging van eigen voortreffelijkheid niet naar anderen of iets anders vragend; synoniem: zelfvoldaan, zelfingenomen

zelfgenoegzaamheid
1. het vervuld-worden door, tevredenheid met zichzelf
2. ijdele vervuldheid van zichzelf; synoniem: zelfvoldaanheid, zelfingenomenheid

Wat houdt jouw autarkie precies in? Ben jij jezelf genoeg of vraag jij in de overtuiging van je eigen voortreffelijkheid niet naar anderen of iets anders?

PS Heb je weleens gehoord van leegte (sunyata)?

Beste X,

Wees gerust, vervuld van mijn eigen voortreffelijkheid ben ik niet. Ik vind mezelf niet beter of slechter dan wie ook. Vind ik het toch eens, dan geloof ik het niet.

Zelfvoorzienend ben ik al helemaal niet. Alleen al om mij een banaantje in mijn ontbijt te bezorgen spant de hele wereld samen. Afhankelijk bestaan, hè.

‘Het is steeds een complex van factoren’, zei mijn vader altijd, die nog nooit van het boeddhisme had gehoord. ‘Wat een onzin’, dacht ik altijd, ook toen ik al meer van het boeddhisme had gehoord dan me lief was.

Dwijsheid komt met de jaren. Alles wat voor mij vroeger helder en duidelijk onderscheiden was, bleek bij nader inzien totaal verknoopt.

Geen idee meer waar het ene ding eindigt en het andere begint – niet echt.

Geen idee meer waar de ene mens eindigt en de andere begint – niet echt.

Geen idee meer waar de geest eindigt en de stof begint – niet echt.

Geen idee meer waar het subject eindigt en het object begint – niet echt.

Geen idee meer wat ik is en wat niet-ik – niet echt.

De mensen en de dingen, de ideeën en de substanties, de oorzaken en de gevolgen, waarnemer en waargenomene, kenner, kennis en gekende, feit en fictie, werkelijkheid en illusie, deugd en ondeugd, goed en slecht, gelijk en ongelijk, gehechtheid en onthechting, vasthouden en loslaten, geven en nemen, keuze en overmacht, het eendere en het andere, dwaasheid en wijsheid, weten en niet-weten, ego en zelf, mind en heart – ze laten zich niet van elkaar scheiden.

Ze laten zich ook niet van mij scheiden.

Ze laten zich ook niet met elkaar verenigen.

Ze laten zich ook niet met mij verenigen.

Zo’n warboel is het, dat ik niet eens meer van afhankelijk ontstaan of bestaan durf te spreken. Wat zou er bij gebrek aan een duidelijk dit of dat nog waarvan afhankelijk moeten zijn?

Zo’n warboel is het dat ik niet eens meer van leegte durf te spreken. Wat zou er bij gebrek aan een duidelijk dit of dat nog waarvan leeg moeten zijn?

X: Hoe kan je jezelf dan in godsnaam nog autarkisch noemen?

H: Daarmee bedoelde ik alleen maar dat ik geen bevestiging meer nodig heb.

X: En waarom heb jij geen bevestiging meer nodig?

H: Omdat mijn leer leeg is natuurlijk.

X: Wat valt er te bevestigen aan een lege leer, bedoel je.

H: Dit zei de negende-eeuwse Chinese chanmeester Linji Yìxuán erover in Preek 34 van de Linji Lu:

Thuisverlaters, als je de leer wilt doorzien, laat je dan niet misleiden. Geloof niemand. Wie je ook maar tegenkomt, dood hem.

Kom je de Boeddha tegen, dood de Boeddha! Kom je een patriarch tegen, dood de patriarch! Kom je een arhat tegen, dood de arhat! Kom je je ouders tegen, dood je ouders! Kom je familie tegen, dood je familie! Kom je jezelf tegen, dood jezelf!

Pas als er niemand meer over je schouders meekijkt, kun je de zaken helder zien. Alleen door je van iedereen onafhankelijk te maken, zul je bevrijding vinden.

X: Helder.

H: Aan het begin van de rit neemt de boeddhist toevlucht tot de Drie Juwelen*, maar aan het eind van de rit wordt diezelfde boeddhist geacht iedere toevlucht te ontvluchten.

* De Boeddha, de dharma en de sangha.

Hij moet zijn boeddha’s en niet-boeddha’s doden, zijn dharma’s en niet-dharma’s opgeven en zijn sangha’s en niet-sangha’s verlaten om terug te keren naar ‘de marktplaats van het leven.’*

* Zoals dat heet in de De tien plaatjes van de os.

Hij moet het vlot waarmee hij de rivier overstak prijsgeven; zijn pij, zijn nap, zijn rakusu, zijn beeldjes, zijn matjes, zijn kussentjes, zijn aambeien, zijn geloften, zijn rituelen, zijn vaardige methoden, zijn edele waarheden, zijn soetra’s, zijn shastra’s, zijn meesters, zijn leerlingen, zijn samsara, zijn nirwana – de hele bliksemse boel.

Inclusief het idee van afhankelijk bestaan, dat zelf ook afhankelijk bestaat.

Inclusief het idee van leegte, dat zelf ook leeg is.

Als je alles kwijt bent, tot en met het kwijt zijn aan toe, sta je op eigen benen.

Dan ben je jezelf genoeg.

Wij boeddhisten

Beste Hans,

Helemaal mee eens hoe jij tegen het denken aankijkt. Wij boeddhisten zeggen het zo: elke gedachte is niet zelf, geen essentie, niet blijvend, behoort niemand toe en is alleen ontstaan in afhankelijkheid.

Beste X,

Deze gedachte dan ook.

X: Ja, alle gedachten.

H: Wat lul je dan?

-138-

Haiku op haiku - De heilige berg

Dikke huisjesslak
Ook jij, beklim de Fuji
Maar langzaam, langzaam

(Issa)

Arme huisjesslak
Ook jij raakt al klimmende
Steeds verder van huis

(Hans)

Arme huisjesslak
Ook op de Fuji blijf jij
Aan huis gebonden

(Hans)

Oude gebogen monnik met een tempel op zijn rug
Arme heilige / Ook op de Fuji blijft hij / Een tempeldrager.

-139-

Haiku op haiku - Leven zonder perspectief

De zeis aanzettend
Zag ik het ganzenbloempje
Verdrietig kijken

(Meisetsu)

De zeis aanzettend
Bleef toch het ganzenbloempje
Rustig doorbloeien

(Hans)

-140-

Haiku op haiku - Steken tellen

Die woedende wesp
Hij stak de stenen Boeddha
Nog eens en nog eens

(Bokusui)

Een bij steekt boos een
Boeddhabeeld en sterft eraan
Wie heeft het gedaan?

(Hans)

-141-

De bodhisattvagelofte van een agnost

‘Waarom wil jij de mensen bevrijden van hun bodhisattvagelofte, Hans?’

‘Vanwege mijn bodhisattvagelofte.’

‘Maar jij hebt toch geen bodhisattvagelofte afgelegd?’

‘Niet dat ik weet.’

‘Waarom eigenlijk niet?’

‘Vanwege mijn bodhisattvagelofte.’

‘En daarom wil jij de mensen bevrijden van hun bodhisattvagelofte?’

‘Niet dat ik weet.’

-142-

De bodhisattvagelofte voor aannemers

‘Ken jij de bodhisattvagelofte, Hans?’

‘Nooit van gehoord.’

‘Hoe talrijk de voelende wezens ook zijn, ik beloof ze allemaal te bevrijden. Hoe onpeilbaar de oorzaak van het lijden ook is, ik beloof hem helemaal te verwijderen.’

‘Dat veronderstelt nogal wat.’

‘Wat dan?’

‘Dat er wezenlijke wezens zijn bijvoorbeeld.

Dat je de voelende wezens kan onderscheiden van de gevoelloze en van levenloze materie.

Dat alle voelende wezens almaar lijden.

Dat ze allemaal van hun lijden bevrijd willen en kunnen worden

Dat ze tot het zover is onvrij zijn.

Dat jij degene bent die ze allemaal moet en kan bevrijden.

Dat je voor ieder voelend wezen kan vaststellen waar het onder lijdt.

Dat elk lijden duidelijk onderscheiden is van vreugde en andere emoties.

Dat elk lijden ongewenst is.

Dat elk lijden aanwijsbare oorzaken heeft, hoe onpeilbaar ze ook lijken.

Dat alle oorzaken voorgoed weggenomen kunnen worden.

Dat het bevrijden en het vrij zijn van een wezen bij dat wezen zelf geen nieuw lijden veroorzaakt.

Dat het bevrijden van het ene wezen niet ten koste zal gaan van het andere.

Dat het bevrijden van andere wezens niet ten koste zal gaan van jezelf.

Dat er een jij is met een vrije wil die beloften kan doen en zich eraan kan houden…’

‘Jezus, Hans!’

‘Zoveel aannames.’

‘…’

‘Gaat het?’

‘Ik probeerde een bodhisattvagelofte zonder aannames te bedenken.’

‘En?’

‘Toen werd het stil in mij.’

‘Wat wil je nog meer.’

‘Heb jij een alternatief?’

‘Voor de stilte?’

‘Voor de bodhisattvagelofte.’

‘Hoe talrijk mijn aannames ook zijn, ik beloof er niet in mee te gaan.’

‘Verdomd.’

‘Maar ja…’

‘Nee hè…’

‘Wat dat weer niet allemaal veronderstelt.’

-143-

De bodhisattvagelofte voor boeddha’s

Fluistert de ene boeddha tegen de andere:

‘Ik zeg niks!’

‘Zeg dat niet!’

‘Hoe talrijk de wezens ook zijn!’

‘Zeg dat wel!’

-144-

Bodhisattva zonder mededogen

Reconstructie van een deconstructie.

Beste Hans,

Jij hebt het regelmatig over niet-weten als een radicale deconstructie van alle begrippen. Hoe zit dat met compassie? Is niet-weten volgens jou een vorm van mededogen of juist een radicale deconstructie ervan?

Beste X,

Als je het echt niet meer weet, zoals ik, is het simpelweg ondoenlijk om mensen langer dan de duur van een gedachte in een hokje te stoppen of voor je karretje te spannen.

Daarom zou je een radicaal niet-weten inderdaad kunnen omschrijven als een vorm van mededogen of zachtmoedigheid of neutraliteit – maar dan wel ongezocht en ongedwongen.

Ik bedoel, de oordelen blijven ongevraagd in me opkomen, maar er onvoorwaardelijk in geloven kan ik niet meer.

Zoals ik ook niet meer onvoorwaardelijk kan geloven in principieel onderscheiden entiteiten als ‘jij’ en ‘ik’, laat staan in een of andere welbepaalde relatie daartussen.

Waarmee ook het begrip ‘mededogen’ op losse schroeven komt te staan, want wie heeft er dan precies mededogen met wie, en was dat wel een keuze?

Daarom zou je niet-weten inderdaad kunnen omschrijven als een radicale deconstructie van mededogen (karuna) – en meteen ook maar van liefdevolle vriendelijkheid (metta), medevreugde (mudita) en gelijkmoedigheid (uphekka), die immers allemaal uitgaan van een onbetwistbaar wezenlijk en vrij ik.

Maar wat je ook over mededogen zegt, je zal het terug moeten nemen, anders beperk je de oneindige denkruimte die niet-weten heet en die er voor mij de voorwaarde en de verwerkelijking van is.

En wat je ook over niet-weten zegt, je zal het terug moeten nemen, anders is het geen niet-weten meer, maar weten van niet-weten – metaweterij.

X: Goedendag.

H: Jij bent begonnen.

X: Misschien heb ik door de formulering van mijn vraag meer voorkennis gesuggereerd dan ik in huis heb. Stel nu eens dat ik daar niet over beschik.

H: In dat geval betekent niet-weten simpelweg dat je het allemaal niet meer weet, dat je het allemaal niet meer uit elkaar kan houden en je daarom niet meer druk kan maken over zaken als mededogen, meedogenloosheid, weten, niet-weten, constructie, destructie, deconstructie en hun overeenkomsten en verschillen, zelfs als je dat nog zou willen.

Laat staan dat je je nog bezig zou houden met het cultiveren van het een en het onderdrukken van het ander (waar boeddhisten dol op zijn) of met het onderdrukken van het cultiveren (waar zenboeddhisten een handje van hebben).

X: Wat betekent dat in de praktijk van alledag?

H: Dat je laat wat je doet en doet wat je laat en lacht als je haat en zit als je staat.

X: Maar wat moet ik me nou precies voorstellen bij een radicale deconstructie van mededogen, of althans van het begrip mededogen?

H: Goedendag.

X: Ik wou het toch nog eens proberen.

H: Om te beginnen het ontmantelen van de sleutelbegrippen ‘ik’, ‘jij’ en ‘wereld’, dus.

Volgens de boeddhistische doctrine van de leegte (sunyata) zijn alle dingen en alle begrippen leeg, dat wil zeggen zonder eigen wezen of werkzaamheid.

‘Ik’ en ‘jij’ en ‘wereld’ zijn schijngestalten in een onontwarbare werkelijkheid waarin alles met alles verweven is.

Zonder substantieel ik is er geen vrije wil, en zonder vrije wil is mededogen niet meer dan een verschijnsel onder verschijnselen dat afhankelijk ontstaat en afhankelijk vergaat en niet gecultiveerd kan of hoeft te worden.

Zonder spoor kan een trein niet rijden.

Einde deconstructie.

X: Logisch.

H: Het zwakke punt in dit verhaal is natuurlijk de doctrine van de leegte, die als hij onjuist is geen hout snijdt en als hij juist is aan zijn eigen waarheid – de leegte van de leegte – ten onder gaat.

X: Ik denk dat ik begrijp wat je zegt. Er moet een wereld zijn met een ik en een jij voordat de een mededogen kan hebben met de ander en de vrijheid heeft met dat gevoel iets te doen of het erbij te laten.

Zonder ik, jij en wereld verwijlen wij in iets dat je eigenlijk alleen maar eenheid kan noemen. In eenheid is er alleen maar het tijdloze. Het onveranderlijke. Niet-ik. Niet-jij. Niet-wereld. Leegte. En dat ene kan alleen gekend kan worden door niet-weten. Is dat zo’n beetje wat je bedoelt met deconstructie?

H: En dan nog de begrippen ‘tijdloos’, ‘onveranderlijk’, ‘eenheid’, ‘niet-ik’, ‘niet-jij’, ‘niet-wereld’, ‘leegte’, ‘niet-weten’ en ‘deconstructie’ deconstrueren. Want we leveren natuurlijk geen half werk.

X: Dat snap ik niet. Verlichting is toch de gang van het tijdelijke naar het tijdloze? Van illusie naar werkelijkheid? Van samsara naar nirwana? Van het geconditioneerde naar het ongeconditioneerde? Van het relatieve naar het absolute? Van twee naar niet-twee? Van het vele naar het ene? Van het menselijke naar het goddelijke?

H: Zo vervang je alleen maar het ene begrip door het andere.

X: Bedoel je dat we alle begrippen moeten loslaten?

H: Loslaten is gewoon het volgende begrip.

X: Radicale vrijheid dus.

H: Vrijheid is gewoon het volgende begrip.

X: Wat blijft er dan nog over?

H: Waarvan?

X: Wat kan je dan nog zeggen?

H: Waarover?

X: Waarheen wijst jouw vinger?

H: Naar niet-wijzen?

X: Niet naar de maan?

H: Die is naar de maan.

X: Een duidelijk antwoord graag, bestaat mededogen of bestaat het niet?

H: Wie zou er bij ontstentenis van een substantieel ik, een substantieel jij en een substantiële wereld mededogen moeten hebben met wie?

Aan de andere kant, wie zou er bij ontstentenis van niet-ik, niet-jij en geen-wereld het bestaan van mededogen moeten ontkennen of het niet-bestaan ervan moeten bevestigen?

X: Dus?

H: Is er geen bestaan van mededogen en geen niet-bestaan van mededogen en geen bestaan-en-niet-bestaan van mededogen en geen bestaan-noch-niet-bestaan van mededogen.

X: Jij bent meedogenloos!

H: Als dat geen mededogen is…

-145-

Haiku op haiku - Vlooienspel

Zou voor de vlooien
De herfstnacht ook zo lang zijn
En ook zo eenzaam?

(Issa)

Zou voor de mensen
De wereld ook zo snel zijn
Zo groot en harig?

(Hans)

-146-

Zen is only kidding

(S)words of wisdom; 5 barbarismen voor puristen.

1

Meester: Wat is zen?

Leerling: Only giving.

Meester: Hm.

Leerling: Wat zou u zeggen?

Meester: Te denken geven.

2

Meester: Wat is zen?

Leerling: Only doing.

Meester: Hm.

Leerling: Wat zou u zeggen?

Meester: Maar wat doen.

3

Meester: Wat is zen?

Leerling: Only sitting.

Meester: Hm.

Leerling: Wat zou u zeggen?

Meester: Laat maar zitten.

4

Meester: Wat is zen?

Leerling: Only don’t know.

Meester: Hm.

Leerling: Wat zou u zeggen?

Meester: Geen idee.

5

Leerling: Wat is zen?

Meester: Only kidding.

Leerling: No kidding?

Meester: Just kidding.

Barbarisme: woord, uitdrukking of grammaticale vorm uit een andere taal (only giving, only don’t know).

Purisme:

1. Geloof in universele motto’s (alleen maar doen, alleen maar zitten), universele waarheden (leven is lijden, alles is vergankelijk) of universele verklaringen (alles is één, alles is leeg);

2. Geloof in zuiverheid, bijvoorbeeld van ras, taal, cultuur, moraal, religie, spiritualiteit, traditie of levenswijze (juiste intenties, juist spreken, juist handelen) en een radicale afwijzing van alles wat niet in het zuiverheidsideaal past;

3. (Met betrekking tot de moedertaal) radicale afwijzing van barbarismen.

Zuivering: het ontkennen, onderdrukken, bestrijden, uitroeien of vernietigen van alles wat voor onzuiver wordt gehouden.

-147-

Dwijze waasheid

Nog een barbarisme.

Meester: Wat is zen?

Leerling: Crazy wisdom.

Meester: Hm.

Leerling: Wat zou u zeggen?

Meester: Gekkenwerk.

-148-

Zen is anarchie

Meester: Wat is zen?

Leerling: Totale anarchie.

Meester: Weg met de anarchie.

-149-

Kimono of hemd? De nieuwe kleren van het seminarie

Tussen het nare en het ware zelf; het heen en weer van oosterse en westerse ontsnappingskunstenaars.

Waarde Arie,

Met stijgende verbazing heb ik je laatste werk gelezen.

Je zingt weer als een koanarie.

Inspireren, dat is jou wel toevertrouwd.

Zelf ben ik meer van het expireren.

Tenslotte moet er ook een keer uitgeademd worden, vraag maar aan Cheyne-Stokes.

Bij het lezen van je woorden voorbij de wijsheid trof mij opnieuw de ver bluffende overeenkomst tussen de christelijke obsessie met goed en kwaad gepersonificeerd als de eeuwige strijd tussen God en de duivel, en de boeddhistische obsessie met goed en kwaad gepersonificeerd als als de eeuwige strijd tussen het Zelf en het ego.

Oude wijn in nieuwe zakken.

Wat is dat met die oude zakken?

Wat was eerder, de koe of de wei?

De soutane of de pij?

Het Zelf of het Gij?

Verschillende vingers naar dezelfde maan?

Over hemellichamen kan ik niet-oordelen, ik ben niet zo’n licht.

Maar vingers zijn allemaal hetzelfde.

In welke van de tien richtingen ook: als ze maar kunnen wijzen.

Waarom hangt er nog steeds zo’n priestersfeertje om het boeddhisme van de lage landen?

De Heilige Maagd Maria heeft zich in de kliniek van Schumacher zonder leest scheve ogen laten aanmeten en heet nu Kanzeon.

Je moet met je tijd meegaan.

Kimono en rakusu: de nieuwe kleren van het seminarie.

Traditie, trend of bombarie?

Zelf sta ik altijd in mijn hemd.

Zo weten de mensen meteen wat ze aan me hebben.

Nou ik nog.

Niks weet ik meer uit elkaar te houden, wat een sof.

Wat is geest en wat is stof?

Wat is kras en wat is plaat?

Wat is goed en wat is kwaad?

Voor wie per se in dit soort termen wil denken: ik heb god op mijn ene schouder zitten en de duivel op mijn andere.

Beiden hebben horens en ze schreeuwen om het hartst in mijn orens.

Even diep in de penarie.

Ook het verschil tussen het vermaledijde ego en het gebenedijde Zelf heeft zich aan mij niet geopenbarie.

Hooguit de overeenkomst.

Wat mijn wijze hart betreft, dat geeft al net zoveel richting als mijn dwaze mind.

Kompassen op de magnetische polen.

Draaiend als een derwisj.

Dat ook andermans hart weleens doorslaat blijkt uit de groeiende lijst gevallen boeddha’s.

Weer een overeenkomst met de kerk.

Vandaar die penitentiarie.

Missie of transmissie, het hart klopt overal.

Ook in de Geest.

Ook in de Tong.

Ook in het Kruis.

Ook in de Moordkuil.

En echt niet alleen bij het graven.

Het kropt en het weegt en het juicht.

Niets aan te doen of te niet-doen of teniet te doen.

Begrijp me niet of niet verkeerd.

Van mij wordt niemand nog geleerd.

De Grote Weg van Hans van Dam:

Vallen, vallen, almaar vallen
Vallen tot je niet meer opstaat
Vallen tot er niets meer klopt
Niets meer, van geen enkel Woord
Niemand meer aan niemands Poort

Benenwagen of Ferrari –

Ik hou van jou, mijn lieve Arie.

Leve heel de lariefarie,

Tegengroet van Jan Contrarie.

hemd: priestergewaad van de agnost

benenwagen: voertuig van de agnost

agnost: weetniet, dwijze

Vogelverschrikker in kimono

Lieve mensen, ik vind kimono’s prachtig, geloof me.

Ik kreeg mijn eerste van mijn Japanse kamergenoot toen ik zestien was.

Het moet lachwekkend geweest zijn, een slungel in een jurk, maar ik voelde me een hele samoerai.

Op mijn zeventiende kreeg ik verkering met een Japans meisje.

Ondanks mijn kimono.

Ik heb haar een paar keer bezocht in Tokyo en toen ben ik bij haar ingetrokken.

In die tijd maakte ik voor het eerst kennis met zen en aikido.

Het meisje heb ik nooit echt leren kennen, mezelf al helemaal niet, en ook in zen en aikido bleef het bij een eerste kennismaking.

Tot een gele band of een gouden rakusu heb ik het nooit geschopt.

Ik zou het betreuren als de folklore uit het boeddhisme zou verdwijnen en ik zou het betreuren als het verzet tegen de folklore uit het boeddhisme zou verdwijnen.

Ik verkies het beeld van Kanzeon niet boven dat van Maria, het kruis niet boven het boeddhabeeld, het niet-verkiezen niet boven het verkiezen.

Ik heb geen moeite met beeldenvereerders, niet met beeldenbestormers, niet met mensen die wel moeite hebben met beeldenvereerders of beeldenbestormers.

Ook hierin wil ik geen voorbeeld zijn.

-150-

Haiku op haiku - Zwervers

Zwervende priester
Is in de mist verdwenen
Zijn bel klinkt nog voort

(Meisetsu)

Ik hoorde hem echt
Priester bellend in de mist
Maar het was een koe

(Hans)

-151-

De heilige

Vleesgeworden vers
Dichter zonder woord of daad
Haikoe in de wei

-152-

Niet-weten als sunyata

‘Wat is weten?’

‘Overal wat in zien.’

‘Wat is niet-weten?’

‘Overal een gat in zien.’

-153-

Niet-weten voor voyeurs

‘Wat is weten?’

‘Alles dichttimmeren.’

‘Wat is niet-weten?’

‘Overal kieren zien.’

-154-

Hoeveel weegt jouw leegte?

‘Wat is weten?’

‘Leegte.’

‘Wat is niet-weten?’

‘Leegte.’

‘Wat is dan het verschil?’

‘Wie wéét, gaat eronder gebukt.’

‘En wie niet weet?’

‘Die danst erin rond.’

-155-

Remweg

Leerling: Ik boek helemaal geen progressie meer.

Meester: Moet je ergens heen dan?

Leerling: Bedoelt u dat ik hier moet blijven?

Meester: Wie zegt dat ik iets bedoel?

Leerling: Zo gaat het nou altijd.

Meester: Altijd moet nog komen.

Leerling: Steeds heb ik u vertrouwd.

Meester: Dan zal dat het probleem wel zijn.

Leerling: Steeds ben ik optimistisch gebleven.

Meester: Een complicerende factor.

Leerling: Maar nou kan ik niet meer.

Meester: Kijk eens aan.

Leerling: Ik geef het op.

Meester: Eindelijk progressie.

-156-

Ontstellen of veronderstellen?

Leerling: Waarheen leidt de weg die wij moeten gaan?

Meester: Je veronderstelt dat wij hem moeten gaan.

Leerling: Waarheen leidt de weg?

Meester: Je veronderstelt dat hij ergens heen leidt.

Leerling: Wat kunt u mij over de weg vertellen?

Meester: Je veronderstelt dat er een weg is.

Leerling: Wou u beweren van niet?

Meester: Je veronderstelt dat ik dat weet.

Leerling: Als iemand het weet…

Meester: Je veronderstelt dat iemand het weet.

Leerling: Wou u beweren van niet?

Meester: Je veronderstelt dat ik dat weet.

Leerling: Wou u beweren van niet?

Meester: Je veronderstelt dat ik iets wil zeggen.

Leerling: Wou u beweren van niet?

Meester: Nou veronderstel je weer dat ik niets wil zeggen.

Leerling: Wat wilt u dan zeggen?

Meester: Je blijft maar veronderstellen, hè?

Leerling: Maar…

Meester: En weer.

Leerling: Dan zeg ik wel niks meer.

Meester: Weer.

Leerling: …

Meester: Weer.

-157-

Haiku op haiku - Op de tast

De erwtenranken
Denken bij zichzelve, kom
Waar gaan we nu heen?

(Kigiro)

Ook erwtenranken
Denken bij zichzelf, jemig
Waar gaan we toch heen

(Hans)

-158-

Haiku op haiku - Zwevers

Van de ene vogel-
verschrikker naar de andere
Vliegen de mussen

(Sazanami)

Van de ene wijze
Naar de andere wijze
Vliegen de mensen

(Hans)

-159-

Wijsheid is van alle markten thuis

‘Ik ben mezelf!’ zegt het dualistisch verstand.

‘Ik ben het zelf!’ zegt het hindoeïstisch verstand.

‘Niets heeft een zelf!’ zegt het boeddhistisch verstand.

Want wijsheid is van alle markten thuis.

-160-

Dood het zelf

Want niemand anders kan het voor je doen.

Leerling: Klopt het dat uw ego is opgeslokt door het Zelf?

Meester: Zeker, net als het Zelf.

Leerling: Wat is daarmee?

Meester: Ook opgeslokt.

Leerling: Misschien had ik moeten zeggen, door niet-zelf?

Meester: Ook opgeslokt.

Leerling: Door het Ene, het Ware, het Hoogste, het Absolute, Zoheid, Boeddhanatuur?

Meester: Allemaal opgeslokt.

Leerling: Misschien had ik moeten zeggen, door de Gewone Geest, de Oorspronkelijke Geest, de Grote Geest, de Weetnietgeest, de Lege Geest, Geen-geest?

Meester: Allemaal opgeslokt.

Leerling: O, ik snap het al.

Meester: Nou gaan we het krijgen.

Leerling: U bedoelt natuurlijk de concepten.

Meester: In tegenstelling tot?

Leerling: De geleefde werkelijkheid.

Meester: Ook opgeslokt.

Leerling: Zo blijft er niets… aha… het Niets. De Leegte. Sunyata?

Meester: Opgeslokt.

Leerling: Is opslokken dan het enige wat overblijft?

Meester: Burp.

-161-

Zen is geen gedachtegoed

Fatale strategieën.

Beste Hans,

Goeie greep uit Baudrillard’s Fatale Strategieën op je website. Ik herken de teksten meteen, want het zijn ook de teksten die het meest indruk op mij gemaakt hebben.

Niet-weten is leuk maar het zenboeddhisme valt steeds terug in het oncomfortabele en verwoede zin- en waarheidsvinden.

Beste X,

Geen woord teveel hè?

Getuigen de fatale strategieën van Baudrillard soms niet van een oncomfortabel en verwoed zin- en waarheidsvinden zijnerzijds?

Getuigt jouw lectuur van en instemming met Baudrillard’s getuigenis soms niet van een oncomfortabel en verwoed zin- en waarheidsvinden jouwerzijds?

En jouw lectuur van het zenboeddhisme?

En je lectuur van NietWeten.nl?

X: Nee nee, ik ben niet zo bezig met zin- en waarheidszoeken. Hou me meer bezig met… eh… ‘ont-kennen’ en zal daarom wel vaker op jouw website stuiten.

H: Geeft ont-kennen zin aan je leven?

X: Om het met Nietzsche te zeggen (weer van jouw site): De ‘ware wereld’, hoe men die tot dusver ook heeft geconcipieerd – het was steeds de schijnbare wereld nog een keer.

H: De ‘ware wereld’, hoe men die tot dusver ook heeft geconcipieerd – het was steeds de schijnbare wereld nog een keer – is dit dan wel de ware wereld, of is het de schijnbare wereld nog een keer?

Zes maanden later

Beste Hans,

Om nog even terug te komen op ‘De Ware Wereld’… Plato was wrong! We moeten verder in de grot der simulakra! Baudrillard: ‘Alleen het simulakrum is waar.’ Toch?

Beste X,

Is dat waar of is het nog steeds het simulakrum?

X: De iconoplasten vermoedden een ware wereld achter de beelden en de iconoclasten vermoedden dat de beelden niets verborgen… maar het simulakrum is noch waar noch on-waar… verificatie overbodig…

H: Mooi zo. Welk simulakrum eigenlijk?

X: Nietzsche: ‘einde van de ware wereld’ of: ‘hoe de ware wereld een fabel werd’.

H: De ware wereld een fabel – is dat waar of is het de volgende fabel?

Maar zeg eens, hoe lang denk je hier nog mee door te gaan?

X: Waarmee?

H: Met het ont-kennen van het premoderne gedachtegoed door het her-kennen van het postmoderne gedachtegoed.

Want mij interesseert dat geen biet.

Zen is geen gedachtegoed – voor mij niet.

In zen is geen gedachte goed, in zen is geen gedachte fout, zelfs als je postmodern citeert zijn je gedachten jaren oud

Mocht je het daar ooit net zo benauwd van krijgen als ik, dan weet je waar je wezen moet.

En anders is het ook goed.

-162-

De Beppesutta

Klepperman van Elleven is de erudiete driemondige protagonist van de Beppesutta, op muziek gezet door marakunstenaar Richard Wachtmaar, die aanvangt met de aria:

Klepperman van Elleven
Waar ga je zo laat naar toe
Naar alle geesteskinderen
Van de Boeddha toe

En je zieltje gaat van zap zap zap
En je knietjes gaan van klap klap klap
Klepperman van Elleven
Doe nou je boekjes maar toe

Daarna volgt een relaas over de zieleroerselen van Klepperman van Elleven zo lang als de zieleroerselen van Klepperman van Elleven, en dat wil wat zeggen, maar wat?

De Beppesutta en de gelijknamige opera hadden moeten eindigen met het lied:

Klepperman van Elleven
Heeft tweeëntwintig Zelleven
Zo groot als stergewelleven
Maar helpen doet het niet

Maar eindigen doet het niet.

Jongen in een korte broek wiens knieën monden zijn.
De driemondige Klepperman van Elleven.

Vrij naar het oorspronkelijke kinderliedje: Klepperman van elleven / Waar ga je zo laat naar toe / Naar al de stoute kinderen / En naar de koetjes boe / En de handjes gaan van klap klap klap / En de voetjes gaan van stap stap stap / Klepperman van elleven / Waar ga je zo laat naar toe

-163-

Zen is geen doen en geen laten

Leerling: Wat is zen?

Meester: Geen doen.

Leerling: Zen is geen doen?

Meester: Maar ook geen laten.

Leerling: Zen is geen doen maar ook geen laten?

Meester: Kun je daar iets mee?

Leerling: Wat is zen dan wel?

Meester: Ik zou het ook niet weten.

Leerling: Is zen soms niet-weten.

Meester: Maakt niet uit.

Leerling: Waarom niet?

Meester: Niet-weten is ook geen doen.

Leerling: En ook geen laten, zeker.

Meester: Niet dat ik weet.

-164-

Zen is echt zijn als je echt bent en nep zijn als je nep bent

Tautologica.

Leerling: Wat is zen?

Meester: Lachen als je lacht, huilen als je huilt.

Leerling: U bedoelt, als je lacht, lach dan helemaal en als je huilt, huil dan helemaal.

Meester: Halfslachtig lachen als je halfslachtig lacht, halfslachtig huilen als je halfslachtig huilt.

Leerling: Zolang het maar echt is.

Meester: Echt zijn als je echt ben, nep zijn als je nep bent.

Leerling: We moeten het leven nemen zoals het komt.

Meester: Als dat is wat er komt.

Leerling: En als dat niet is wat er komt?

Meester: Dan nemen we het niet zoals het komt.

Leerling: En anders?

Meester: Nemen we het zoals het niet komt.

Leerling: Want dat is hoe het komt?

Meester: Als dat is hoe het komt.

Leerling: Bedoelt u dat we niets moeten nastreven?

Meester: Behalve als we iets moeten nastreven.

Leerling: Nou weet ik het helemaal niet meer.

Meester: Weten als je weet, niet weten als je niet weet.

Leerling: Enfin.

Meester: Een ander woord voor zen.

-165-

Zen is algemeenheden zoals deze mijden

Autologica.

Meester: Wat is zen?

Leerling: Mijns inziens uit de dharma zich louter op persoonlijke wijze.

Meester: Geldt dat voor iedereen of alleen voor jou?

Leerling: Er is geen waarheid buiten mijzelf, al denk ik graag van wel.

Meester: Is dat een waarheid in jezelf of buiten jezelf?

Leerling: Ik bedoel dat er geen algemeen geldige waarheid is.

Meester: Geldt dat voor iedereen of alleen voor jou?

Leerling: Ik kan dus nergens aanspraak op maken.

Meester: Behalve hierop zeker.

Leerling: Ik kan nooit zeggen dat ik wel de waarheid heb gevonden en de ander niet.

Meester: Geldt dat voor iedereen of alleen voor jou?

Leerling: Dat lijkt jammer maar het is vooral een bevrijdend inzicht.

Meester: Waarom?

Leerling: Omdat je als zenboeddhist niets fout kan doen.

Meester: Behalve denken dat je als zenboeddhist iets fout kan doen, zeker.

Leerling: En ook niets goed.

Meester: Behalve denken dat je als zenboeddhist iets goed kan doen, zeker.

Leerling: Je hoeft eigenlijk alleen nog maar te ontvangen.

Meester: Geldt dat voor iedereen of alleen voor jou?

Leerling: En vanuit dit bevrijdende inzicht de moed hebben je eigen weg te gaan.

Meester: Ja, moet je nou ontvangen of je eigen weg gaan?

Leerling: Mijns inziens uit de dharma zich louter op persoonlijke wijze.

Meester: Geldt dat voor iedereen of alleen voor jou?

-166-

Haiku op haiku - Waar pioenen bloeien

Een tempel waar
Pioenen bloeiden liep ik voorbij
Het spijt me nu

(Buson)

Pioenen waar
Een tempel stond liep ik voorbij
Het spijt me nu

(Hans)

-167-

Haiku op haiku - Onder en boven

Diep onder water
Zacht zijn vinnen bewegend
Een karper die droomt

(Kyoroku)

Ver boven water
Zacht zijn lippen bewegend
Een mens die murmelt

(Hans)

-168-

Zen is nergens meer mee zitten

Leerling: Wat is mediteren?

Meester: Zitten zonder motto.

Leerling: Dat is nog steeds een motto.

Meester: Ga daar dan maar mee zitten.

-169-

Zen is anderen niet geloven

Meester: Wie heeft er een motto?

Leerling: Ik!

Meester: Is dat je motto of heb je er een?

Leerling: Ik heb er een.

Meester: Voor de draad ermee.

Leerling: Credo nulli.

Meester: Wat betekent dat?

Leerling: Niemand geloven.

Meester: Wie zegt dat?

Leerling: Erasmus.

Meester: En?

Leerling: Wat?

Meester: Geloof je hem?

-170-

Zen is jezelf niet geloven

Meester: Wie heeft er een motto?

Leerling: Credo nulli!

Meester: Wie zegt dat?

Leerling: Dat doet er niet toe.

Meester: Waarom niet?

Leerling: Omdat ik er zelf ook zo over denk.

Meester: En?

Leerling: Wat?

Meester: Geloof je jezelf?

-171-

Zen is geen geloof en geen ongeloof

Meester: Wie heeft er een motto?

Leerling: Credo nulli nulli!

Meester: Wat betekent dat?

Leerling: Zelfs niet geloven dat je niemand moet geloven.

Meester: Wie zegt dat?

Leerling: Niemand, volgens mij.

Meester: En?

Leerling: Wat?

Meester: Geloof je niemand?

-172-

Denk jij dat je ziet wat is?

Beste Hans,

Dit vind ik nou een mooi gedicht:

Is er een berg, dan zien we een berg.
Als het regent, horen we regen.
Lente, zomer, herfst, winter:
Ochtend goed, avond goed.

Beste X,

Zien we een berg, dan is er nog geen berg.
Horen we regen, dan is er nog geen regen.
Lente, zomer, herfst, winter:

X: Wat vind je hiervan:

Eerst waren bergen bergen en rivieren rivieren. Toen waren bergen geen bergen meer en rivieren geen rivieren. Nu zijn bergen weer bergen en rivieren rivieren.

H:

Ziet, een berg. Ziet een berg?
Hoor ik regen? Hoor, ik regen.

X: Zo te horen zit jij vast in het tweede stadium.

H: Waarvan?

X: ‘Toen waren bergen geen bergen meer en rivieren geen rivieren.’

H: Toen waren stadia geen stadia meer.

X: Voor mij zijn bergen weer bergen en rivieren weer rivieren.

H: Zit jij vast in het derde stadium?

X: Een gewetensvraag: zie jij wat je denkt of zie jij wat is?

H: Denk jij dat je ziet wat is?

X: Jouw berg laat zich niet verplaatsen. Het ga je goed.

H: Mijn plaats laat zich niet verbergen. Ik zit hier goed.

De Waterberg

-173-

Haiku op haiku - Wij en ik

Herfstwinden waaien
Wij leven en kunnen elkander
Zien, jij en ik

(Shiki)

Herfstwinden waaien
Wij leven en menen steeds
Elkander te zien

(Hans)

-174-

Haiku op haiku - Nat gaan

Een najaarsvlinder
Is in het gras gevallen
Nat van de regen

(Kido)

Een najaarsvlinder
Is in het gras gevallen
En natgeregend

(Hans)

-175-

Spirituele verlichting is grootspraak voor kleinkunstenaars

‘Wat is spirituele verlichting, Hans?’

‘Grootspraak van kleinkunstenaars.’

‘Hè?’

‘Voel je je aangesproken?’

‘Wat is de boeddhanatuur?’

‘Lulkoek voor dikdoeners.’

‘Wát?’

‘Voel je je aangesproken?’

‘Wat is niet-weten?’

‘Een manier van denken.’

‘Wat voor manier?’

‘Zoals ik denk.’

‘Waarom noem je het niet-weten?’

‘Om er afstand van te kunnen nemen.’

‘Waarom zou je er afstand van willen nemen?’

‘Dat is nou eenmaal mijn manier van denken.’

‘Hoe denk jij over de waarheid voorbij de woorden?’

‘Lulkoek voor dikdoeners.’

‘Hoe denk jij over de wijsheid voorbij alle wijsheid?’

‘Grootspraak van kleinkunstenaars.’

‘Verlichting heeft volgens jou geen inhoud?’

‘Dat zou toch weer inhoud zijn.’

‘Wat voor inhoud?’

‘“Verlichting”, “mij”, “inhoud” en “verlichting heeft volgens mij geen inhoud”.’

‘Volgens mij ben jij een volstrekt onafhankelijk denker.’

‘“Mij”, “jij”, “onafhankelijk”, “denker” en “volgens mij ben jij een volstrekt onafhankelijk denker”.’

‘Jij ziet jezelf niet als onafhankelijk?’

‘Onafhankelijk waarvan?’

‘Alles en iedereen.’

‘Dan ook van mezelf.’

‘En anders?’

‘Niet.’

‘Niet onafhankelijk of niet afhankelijk en niet onafhankelijk?’

‘Mij niet gezien.’

‘Hoe zie jij jezelf?’

‘Vroeg de ene blinde aan de andere.’

Iemand met lege oogkassen die in de spiegel kijkt.
‘Hoe zie jij jezelf?’

‘Nou?’

‘Ik zie mezelf niet.’

‘Verwijs je naar datgene wat geen oog kan zien?’

‘Ik zie het Zelf niet.’

‘Het Absolute, het Kennen, het Numineuze, de Bron, je Essentie, je Oorspronkelijke Gezicht…’

‘Dikdoener.’

‘Bedoel je dat je eigenlijk niemand bent?’

‘Waar zie je mij voor aan?’

‘Volgens de advaita vedanta…’

‘Non-dualist.’

‘Het paliwoord anatta…’

‘Boeddhist.’

‘Het begrip wu wei…’

‘Taoïst.’

‘Het goddelijke in ons…’

‘Mysticus.’

‘Maar het Ene…’

‘Monist.’

‘Je kan toch niet ontkennen dat de Wereldwil…’

‘Fatalist.’

‘Zo blijft er niks over.’

‘Nihilist.’

‘Dan weet ik het ook niet meer.’

‘Dan weet ik het ook niet meer.’

-176-

Een Siamese tweeling

Boeddha is wie de Boeddha trotseert.
Een boeddha is een antiboeddha.

Antiboeddha is wie de antiboeddha bezweert.
Een antiboeddha is een boeddha.

-177-

Een moord op een droom

Samsara is dromen van nirwana.

Nirwana is dromen van nirwana noch samsara.

-178-

Dwaal lichtjes, dwaallichtjes

‘Wat is weten?’

‘De ene dwaalleer na de andere.’

‘Wat is niet-weten?’

‘Leren dwalen.’

-179-

Maalstroom of dwaalstroom?

Beste Hans,

Vergis ik me of ben jij geaffilieerd met de boeddhistische organisatie Against The Stream van Noah Levine?

Beste X,

Ik ben overal mee geaffilieerd. Hoezo?

X: Vanwege je opstandigheid. Omdat jouw spiritualiteit ook wars is van alle tradities en toch aansluiting zoekt bij diezelfde tradities. Vanwege de tegendraadsheid van je teksten. Omdat je weleens ondertekent met Jan Contrarie.

H: Ik ben nergens mee geaffilieerd.

Ik ga in ieder geval niet bij voorkeur tegen de stroom in, zoals veel dharma punx.

Ik ga ook niet bij voorkeur met de stroom mee, zoals veel nieuwetijdskinderen.

Ik sta er ook niet liever middenin, zoals veel mahayana-boeddhisten.

Ik sta er ook niet liever buiten, zoals veel hinayana-boeddhisten.

Ik vind ook niet dat mensen bij voorkeur tegen de stroom in of met de stroom mee moeten gaan of er middenin moeten staan of erbuiten of erboven of eronder of ernaast of wat dan ook.

Ik vind ook niet dat mensen daar geen voorkeur in mogen hebben.

Ik vind ook niet dat mensen geen voorkeur mogen hebben voor mensen die daar al dan niet een voorkeur in hebben.

Begrijp je wat ik bedoel?

X: Waar gaat jouw voorkeur wel naar uit?

H: Soms ga ik tegen de stroom in en is dat in overeenstemming met mijn voorkeur.

Soms ga ik ertegenin terwijl ik er liever in mee zou gaan of er middenin of erbuiten zou staan.

Soms ga ik met de stroom mee en is dat in overeenstemming met mijn voorkeur.

Soms ga ik erin mee terwijl ik er liever tegenin zou gaan of er middenin of erbuiten zou staan.

Soms sta ik middenin de stroom en is dat in overeenstemming met mijn voorkeur.

Soms sta ik er middenin terwijl ik er liever in mee of tegenin zou gaan of erbuiten zou staan.

Soms sta ik buiten de stroom en is dat in overeenstemming met mijn voorkeur.

Soms sta ik erbuiten terwijl ik er liever in mee of tegenin zou gaan of er middenin zou staan.

Begrijp je wat ik bedoel?

X: Nog steeds niet.

H: Ik bedoel dat die voorkeur mijn zaak niet is.

Hij maakt deel uit van de stroom.

X: Heb je daar vrede mee of vecht je ertegen?

H: Meestal heb ik er vrede mee.

Een enkele keer vecht ik ertegen.

Ook daar heb ik vrede mee.

Begrijp je wat ik bedoel?

X: Nee, ik begrijp niet wat je bedoelt.

H: Ik bedoel dat dat vechten en die vrede mijn zaak niet zijn.

Ze maken deel uit van de stroom.

X: Wat is jouw zaak wel?

H: Dat is mijn zaak niet.

X: Maakt zeker weer deel uit van de stroom.

H: Welke stroom?

X: Klinkt als malen in de maalstroom.

H: Voelt als dwalen in de dwaalstroom.

Maar zeg eens, waarmee ben jij geaffilieerd?

X: Dat weet ik eerlijk gezegd niet.

H: Ik begrijp precies wat je bedoelt.

-180-

Twee valse boeddhisten

Leerling: Vindt u dat je de Boeddha moet doden?

Meester: Dat proberen we al 2500 jaar.

Leerling: Maar de ware boeddhist doodt de Boeddha, zegt Linji.

Meester: De ware boeddhist maakt geen onderscheid tussen de ware boeddhist en de valse boeddhist.

Leerling: Want de ware boeddhist maakt geen onderscheid?

Meester: Ook niet tussen mensen die wel en geen onderscheid maken.

Leerling: Waarom niet?

Meester: Ken jij mensen die geen onderscheid maken?

Leerling: U?

Meester: Spreken is onderscheiden, neem alleen al deze zin.

Leerling: Er zijn boeken waarin sprake is van…

Meester: Schrijven is onderscheiden.

Leerling: Dan ken ik niemand die geen onderscheid maakt.

Meester: Nou, ik ook niet.

Leerling: Dus?

Meester: Wat heeft het dan voor zin om onderscheid te maken tussen mensen die wel en geen onderscheid maken?

Leerling: Is dit nou het doden van de Boeddha?

Meester: Eerder het doden van de boeddhist.

Leerling: Vindt u dat je de boeddhist moet doden?

Meester: Dat proberen we al 2500 jaar.

-181-

Haiku op haiku - Vredig

Ik boog voor ’t altaar
Helemaal niets te vragen
Hoe vredig is dat

(Shoichi)

Ik boog voor niemand
Helemaal niets te zeggen
Hoe vredig is dat

(Hans)

-182-

De glimlach van een kind

De oude meester
Hij geeft geen aanwijzingen
Hij heeft geen woorden

-183-

Een lege geest weegt niets

Een geluk bij een ongeluk.

Wijsheid of hoogmoed?

Beste Hans,

Over zijn boek Ontwaakte aanwezigheid zegt Maurice Knegtel Sensei:

‘Ontwaakte aanwezigheid gaat over wat we volgens zen in wezen zijn: een in zichzelf rustende, open, alles omvattende, volmaakt vrije en heldere aanwezigheid.’

Mij lijkt dat een prima definitie van niet-weten.

Beste X,

Het klinkt als een klok maar ik galm het niet na.

X: Waarom niet?

H: Omdat ik ‘mezelf’ en ‘ons’ liever niet voor eens en voor altijd vastleg.

X: Hoe niet vastleg?

H: Niet op positieve wijze als dit of dat; niet op negatieve wijze als niet zus en niet zo, niet op paradoxale wijze als dit en niet dit, niet op overtreffende wijze als boven of voorbij dit of dat, en niet als principieel onbepaalbaar.

X: Dus ook niet als een in zichzelf rustende, open, alles omvattende, volmaakt vrije en heldere aanwezigheid.

H: En ook niet als géén in zichzelf rustende, open, alles omvattende, volmaakt vrije en heldere aanwezigheid.

X: En als je jezelf toch moest vastleggen?

H: Dan zou ik zoveel mogelijk in particuliere termen spreken.

Namens mezelf en voor mezelf en over mezelf en alleen maar voor dit moment in deze context.

Dus niet in algemene termen namens zen voor iedereen over iedereen op alle plaatsen in alle tijden.

X: Waarom niet?

H: Omdat ik niets definitiefs over mezelf of over ons wil zeggen zolang ik niets definitiefs over mezelf of over ons te weten ben gekomen.

Sowieso ligt het mij niet om een definitieve waarheid over ons wezen te debiteren, omdat ik daarmee indirect iedere (zen)boeddhist en ieder wezen dat er anders of helemaal niet over denkt voor gek verklaar.

Daarvoor ontbreekt het mij aan de benodigde wijsheid of aan de benodigde hoogmoed, zeg jij het maar.

De smaak van niet-weten

X: Gelukkig hebben we Maurice Knegtel nog.

H: Ja, die weet precies hoe het zit.

Aangenomen tenminste dat hij zijn leraar juist begrepen heeft, en die de zijne, en die de zijne, en zo terug via de zes zenpatriarchen helemaal naar de Boeddha zelf of niet-zelf.

Een keten van koans, fluisteringen en vingers naar de maan die licht verkeerd begrepen worden.

X: Was het niet de Waarheid die in zen wordt doorgegeven van hart tot hart buiten de geschriften om?

H: Alle tradities claimen dat ze de Waarheid doorgeven, alleen de Waarheid en niets dan de Waarheid.

Van hart tot hart of van ingewijde op ingewijde of via de geschriften of buiten de geschriften om.

Omdat veel van die Waarheden elkaar geheel of gedeeltelijk tegenspreken kunnen niet alle tradities gelijk hebben.

Zelfs als in zen toevallig de Waarheid wordt doorgegeven, wie garandeert mij dan dat in zen alléén de Waarheid wordt doorgegeven?

Ons lichamelijk erfgoed zit tjokvol overbodigheden en erfelijke ziekten; met ons geestelijk erfgoed zal het niet anders zijn.

Welke religieuze overbodigheden en spirituele ziekten worden er doorgegeven onder de vlag van de Waarheid?

X: Nou?

H: Mij een zorg, ik ben niemands knegtel of meestel.

X: Wat is wel jouw zorg?

H: Jou niks wijs te maken. Lukt het een beetje?

X: Iets te goed naar mijn smaak.

H: De smaak van niet-weten. Lekkel!

Woorden brengen je verder van huis

X: Ondanks alle woorden heb je nog niet met zoveel woorden antwoord gegeven op de stelling waarmee ik opende, dat niet-weten verwijst naar dat wat we in wezen zijn, de in zichzelf rustende, open, alles omvattende, volmaakt vrije en heldere aanwezigheid.

H: Ik weet niet wat wij in wezen zijn; ik weet niet eens of wij in wezen zijn.

Ik weet ons geen aanwezigheid en geen afwezigheid, niet volmaakt helder of onvolmaakt helder of volmaakt onhelder, niet volmaakt vrij of onvolmaakt vrij of volmaakt onvrij.

Ik heb geen flauw idee of ik of wij allemaal individueel of collectief alles omvatten, of iets, of niets, of hoe je zoiets vaststelt, of wat het überhaupt betekent.

Al die woorden brengen mij alleen maar verder van huis.

Alleen door ze achter me te laten, kom ik thuis.

Direct, zonder enige inspanning.

Waar ik ook ben.

X: En die openheid?

H: Mochten wij inderdaad alles omvatten, dan is het onzin om onszelf open te noemen, aangezien er buiten ons niets is om voor open te staan.

Mochten wij inderdaad open zijn, dan is het onzin om onszelf alomvattend te noemen, aangezien er buiten ons iets moet zijn om voor open te staan.

Mochten wij open en niet alomvattend zijn, dan is het onzin om te zeggen dat wij in onszelf rusten.

Mochten wij in onszelf rusten dan hebben we per definitie geen toegang tot iets buiten onszelf, waardoor we onmogelijk kunnen vaststellen of we alomvattend zijn.

Mochten we alles omvatten, dan is het onzin om onszelf vrij te noemen, want wat zouden we in dat geval anders kunnen dan voortdurend alles omvatten, aanwezig zijn en met onszelf samenvallen.

X: Zo blijft er weinig van die prachtzin over.

Prachtzen vol denk-beelden

H: Hoe langer ik erover nadenk, hoe meer de zin en de pracht ervan mij ontgaan. Is dit nou zen?

X: Nou?

H: Welja.

Prachtzen.

Vol denk-beelden.

Van mij mag je ze houden of tentoonstellen in het Kröller-Müller of duur verkopen aan iedere zenknecht die ook liever onderaan een ellenlange lineage bungelt dan op eigen benen staat, maar mijn dwaaltuin komen ze niet in.

X: Kan het zijn dat we deze prachtzin niet letterlijk moeten nemen maar figuurlijk?

H: Dan valt mijn weerwoord in het water. Des te beter, dan hoef ik het er zelf niet in te gooien.

X: Heeft zo’n uitspraak dan geen enkele aantrekkingskracht op jou?

H: Als jongeman vol Sturm und Drang zou ik er graag mensen mee overdonderd hebben, maar die tijd is voorbij.

Ik hoef niet meer te overdonderen en er is niets waarmee je anderen kan overdonderen waarin ik zelf nog kan geloven.

X: Maar als je jezelf nou erváárt als een in zichzelf rustende, open, alles omvattende, volmaakt vrije en heldere aanwezigheid?

H: Is iets waar omdat ik het ervaar?

Zijn mijn dromen waar omdat ik ze ervaar?

Als ik Jezus in mijn hart voel, is Jezus dan in mijn hart of is het Satan die mij fopt of wat?

X: Misschien zijn dromen en wanen onware ervaringen. Misschien zijn alleen piekervaringen blijvend waar.

H: Zo denk je alles aan elkaar.

Een lege geest

X: Jij denkt alles uit elkaar.

H: Alles valt vanzelf uit elkaar.

X: Anicca, zegt de Boeddha.

H: Lucht en leegte, zegt Prediker. Stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren, zegt Genesis.

X: Volgens mij sta jij met lege handen.

H: Mijn handen hebben graag iets omhanden, hun hele leven al. Een vingertje, een piemeltje, een friemeltje. Het is ze gegund, daar zijn het handen voor.

Wel sta ik met een lege géést. Die kan niks vasthouden, dit ook niet.

Dat is zijn ware aard, wou ik zeggen, maar voor je het weet gaat er weer iemand mee aan de haal.

Een lege geest weegt niets. Niets! Daarom sta ik tegenwoordig ondanks mijn kromme rug met opgeheven hoofd – een heliumballon aan een touwtje.

Je zou het haast tegenwoordigheid van geest noemen, maar voor je het weet gaat er weer iemand mee aan de haal.

Vederlicht is nu mijn juk, niet te peilen mijn geluk bij een ongeluk.

X: Welk geluk bij een ongeluk?

H: Dat ik niets meer te verklaren heb.

Dat ik niets meer te verdedigen heb.

Dat ik niets meer te bewijzen heb.

Dat ik niets meer te verkopen heb.

Dat ik niets meer te doen heb.

X: Dat is jouw geluk bij een ongeluk?

H: Of omgekeerd.

X: Maar niet het mijne.

H: Nee, jou werpt het terug op jezelf.

Maar misschien is dat wel net waar je wezen moet.

Iedere lineage begint en eindigt bij jou

X: Maurice Knegtel Sensei zuigt het toch ook niet uit zijn duim allemaal.

H: Denk jij soms dat hij het van de Boeddha heeft?

X: Van wie anders?

H: Niemand weet wat de historische Boeddha precies gezegd heeft, gesteld dat er een historische Boeddha geweest is, maar als metafysicus heeft hij hoegenaamd geen naam gemaakt.

X: Hij hield zich liever bezig met uppaya’s, vaardige methoden om aan het wiel van samsara te ontsnappen.

H: Na het oversteken van de stroom en het achterlaten van het vlot is er volgens de Diamantsoetra geen sprake meer van leringen – dus ook niet van atman, anatman of brahman, niet van small mind, niet van big mind* en niet van het bewustzijn dat of de aanwezigheid die wij zouden zijn.

* Termen en trademark van de leraar van Maurice Knegtel, de illustere Dennis Merzel.

X: Ik betwijfel of Knegtel Sensei het daarmee eens is.

H: De Boeddha was tamelijk streng in de non-leer, zeggen ze.

Dat bevalt zijn trouwe volgelingen kennelijk niets, die lijden al sinds zijn verscheiden aan selectief geheugenverlies.

Jij ook, zo te horen.

Van wie ben jij een volgeling?

X: Niet van jou.

H: Een goed begin.

X: Maar dan.

H: Boeddhisten verschuilen zich graag achter een of andere levende of dode autoriteit, dat noemen ze traditie, maar het boeddhisme heeft geen centraal leergezag zoals de katholieke kerk, er is daar niet zoiets als het dogma van de pauselijke onfeilbaarheid.

De eerste en laatste autoriteit was de Boeddha – vandaar al die stamboomklevers.

Maar de Boeddha heeft toevallig nooit één woord op papier gezet, dat hebben zijn volgelingen gedaan, honderden jaren later.

X: Geen wonder dat zenboeddhisten zich zo graag beroepen op een transmissie van hart tot hart buiten de geschriften om.

H: Alleen al de Pali-canon, die het meest betrouwbaar wordt geacht, bevat tienduizend leerredes, wist je dat? Tienduizend!

Allemaal van de Boeddha, zeggen ze.

Allemaal feilloos overgeleverd dankzij het feilloze geheugen van één andere man, zijn neef Ananda, zeggen ze.

Geloof jij het?

X: Ik doe mijn best.

H: Nou, ik niet.

Alles wat je beweert uit naam van de Boeddha is voor eigen rekening tot het tegendeel bewezen is, dat wil zeggen, voor altijd.

Iedere lineage begint en eindigt bij jou, of je het ziet of niet.

Daarom is de enso rond, snap je.

Het eerste oordeel is aan jou, het middelste oordeel is aan jou en het laatste oordeel is aan jou.

Ook als je het uit handen geeft.

X: Ik krijg hier een heel ongemakkelijk gevoel van.

H: Durf jij op grond van eigen ervaring of overtuiging op dit moment je hand in het vuur te steken voor de gedachte dat wij in wezen een in zichzelf rustende, open, alles omvattende, volmaakt vrije en heldere aanwezigheid zijn?

X: Nee.

H: Wat lul je dan.

X: Eerlijk gezegd durf ik op dit moment nergens mijn hand voor in het vuur te steken.

H: Ik noem dat niet-weten.

-184-

Zen is geen waarheid

‘De fundamentele waarheid van zen is onthechting van elke waarheid*, Hans.’

Nico Tydeman in Transmissie en Transcendentie (T&T), p266.’

‘Is dat waar?

‘Ik dacht het wel.’

‘Ben je eraan gehecht?

‘Nou je het zegt.’

‘Dat heb je met die waarheden.’

‘Ben jij gehecht aan de waarheid?

‘Ik zou niet weten hoe.’

‘Omdat je onthecht bent van elke waarheid?

‘Omdat ik de waarheid niet ken.’

‘Dan valt er weinig te onthechten.’

‘Dat is zen.’

-185-

Haiku op haiku - Gevallen

Een blik in de eeuwigheid
Ontdek ik in de gevallen blaren
In mijn tuin

(Kyorai)

Mijn blik op de eeuwigheid
Verlies ik in de gevallen blaren
In mijn tuin

(Hans)

Mezelf verlies ik
In de gevallen blaren
In mijn tuin

(Hans)

Gevallen ben ik
In de gevallen blaren
In mijn tuin

(Hans)

-186-

Haiku op haiku - Het gat van de poort

Van de grote abdij
Staat alleen nog de poort
In de dorre heide

(Shiki)

Van de oude poort
Staat alleen nog het gat, wij
Zijn te benijden

(Hans)

-187-

Zen laat zich niet inpakken

Vierenveertig pogingen om er toch weer iets van te maken.

Leerling: Zen is de bron!
Meester: Maak er nou geen kosmologie van.

Leerling: Zen is mijn stelregel!
Meester: Maak er nou geen principe van.

Leerling: Zen is het einde van het lijden!
Meester: Maak er nou geen panacee van.

Leerling: Ik ben zen!
Meester: Maak er nou geen identiteit van.

Leerling: Ik verblijf in zen!
Meester: Maak er nou geen plaats van.

Leerling: Zen is altijd nu!
Meester: Maak er nou geen tijd van.

Leerling: Zen geeft richting aan mijn leven!
Meester: Maak er nou geen weg van.

Leerling: Zen is onverstoorbaarheid!
Meester: Maak er nou geen gemoedstoestand van.

Leerling: Zen is onze bestemming!
Meester: Maak er nou geen doel van.

Leerling: Zen heeft geen voorkeur!
Meester: Maak er nou geen houding van.

Leerling: De wereld snakt naar zen!
Meester: Maak er nou geen utopie van.

Leerling: Zen is onweerlegbaar!
Meester: Maak er nou geen waarheid van.

Leerling: Ik geloof in zen!
Meester: Maak er nou geen religie van.

Leerling: Zen is de weg, de waarheid en het leven!
Meester: Maak er nou geen verlosser van.

Leerling: Zen is vrede!
Meester: Maak er nou geen politiek van.

Leerling: Zen is oorlog!
Meester: Maak er nou geen strijd van.

Leerling: Zen is een triomf!
Meester: Maak er nou geen verdienste van.

Leerling: Zen is een gift!
Meester: Maak er nou geen genade van.

Leerling: Zen omarmt alles!
Meester: Maak er nou geen liefde van.

Leerling: Zen is totale aanwezigheid!
Meester: Maak er nou geen mindfulness van.

Leerling: Zen is het hoogste inzicht!
Meester: Maak er nou geen wijsheid van.

Leerling: Zen is het einde van ieder onderscheid!
Meester: Maak er nou geen non-dualisme van.

Leerling: Zen is het einde van de veelheid!
Meester: Maak er nou geen monisme van.

Leerling: Zen is het einde van de eenheid!
Meester: Maak er nou geen pluralisme van.

Leerling: Zen is het einde van de illusie!
Meester: Maak er nou geen werkelijkheid van.

Leerling: Zen is grote twijfel!
Meester: Maak er nou geen scepticisme van.

Leerling: Zen is overal de betrekkelijkheid van inzien!
Meester: Maak er nou geen relativisme van.

Leerling: Zen is het einde van de waarheid!
Meester: Maak er nou geen nihilisme van.

Leerling: Zen is het einde van het denken!
Meester: Maak er nou geen dementie van.

Leerling: Zen is iedereen wantrouwen!
Meester: Maak er nou geen paranoia van.

Leerling: Zen is het einde van alle goden!
Meester: Maak er nou geen atheïsme van.

Leerling: Zen heeft altijd het laatste woord!
Meester: Maak er nou geen autoriteit van.

Leerling: Zen is een beeldenstorm!
Meester: Maak er nou geen iconoclasme van.

Leerling: Zen is het einde van de grote verhalen!
Meester: Maak er nou geen postmodernisme van.

Leerling: Zen is de onttroning van het verstand!
Meester: Maak er nou geen irrationalisme van.

Leerling: Zen is een boekverbranding!
Meester: Maak er nou geen obscurantisme van.

Leerling: Zen is sunyata!
Meester: Maak er nou geen gat van.

Leerling: Zen is oefenen!
Meester: Maak er nou geen praktijk van.

Leerling: Zen is stilzitten!
Meester: Maak er nou geen quiëtisme van.

Leerling: Zen is eigen baas zijn!
Meester: Maak er nou geen anarchisme van.

Leerling: Zen is zen!
Meester: Maak er nou geen tautologie van.

Leerling: Zen is!
Meester: Maak er nou geen entiteit van.

Leerling: Zen…
Meester: Niet slecht.

Leerling: …
Meester: Hè hè.

-188-

Sunyata is een ander woord voor niet-weten

Meester: Wat is de essentie van zen volgens jou?

Leerling: Leegte natuurlijk. Sunyata.

Meester: Wat versta jij onder leegte?

Leerling: Dat niets is wat het lijkt.

Meester: Niets?

Leerling: Wezens niet, dingen niet en begrippen niet.

Meester: Waar lijken ze op zonder het te zijn?

Leerling: Zelfstandigheden die los van al het andere bestaan.

Meester: Wat is een wezen, ding of begrip in werkelijkheid?

Leerling: Alle andere wezens of dingen of begrippen waarvan het voor zijn bestaan afhankelijk is.

Meester: En al die andere wezens en dingen en begrippen?

Leerling: Ook.

Meester: Alles bestaat alleen maar als al het andere?

Leerling: Dat is sunyata. Ze noemen het ook wel niet-zelf, anatman. Of afhankelijk bestaan, pratitya-samutpada.

Meester: Allemaal woorden om aan te geven dat je van niets weet wat het op zichzelf beschouwd is?

Leerling: Nou, eh…

Meester: Maar wel dát het is?

Leerling: Eh… niet als zodanig. Niet als zelfstandige entiteit dus. Niet als wezen of ding of begrip.

Meester: Eigenlijk weet je van geen enkel wezen of ding of begrip wat of dat het is?

Leerling: Daar komt het wel op neer.

Meester: Geldt dat misschien ook voor boeddhistische begrippen?

Leerling: Wat?

Meester: Of sunyata, anatman en pratitya-samutpada et cetera zelf misschien ook leeg zijn.

Leerling: O jee.

Meester: En zen?

Leerling: Ai.

Meester: Waar hebben we het dan nog over?

Leerling: Ik zou het oprecht niet weten.

Meester: Zeg dat dan meteen.

-189-

Het verschil tussen gehechtheid en onthechting

Leerling: Wat is gehechtheid?

Meester: Denken dat je ergens vanaf moet.

Leerling: Wat is onthechting?

Meester: Denken dat je ergens vanaf bent.

-190-

De overeenkomst tussen gehechtheid en onthechting

Leerling: Wat is het verschil tussen gehechtheid en onthechting?

Meester: Gehechtheid is denken dat je ergens vanaf moet, onthechting is denken dat je nergens vanaf moet.

Leerling: Simpel.

Meester: En wat is de overeenkomst?

Leerling: Nou?

Meester: Denken.

Leerling: De overeenkomst tussen gehechtheid en onthechting is denken?

Meester: Zou je denken?

Leerling: Vindt u dat we minder moeten denken?

Meester: Vinden is een vorm van denken.

Leerling: Vindt u dat we helemaal niet meer moeten denken?

Meester: Vinden is een vorm van denken.

Leerling: Bent u zelf gestopt met denken?

Meester: Misschien ben ik gestopt met denken, maar denken niet met mij.

Leerling: Wat wilt u nou eigenlijk zeggen?

Meester: Denk je dat ik wat wil zeggen?

Leerling: Ik snap er niks meer van.

Meester: Wat dacht je van mij.

Leerling: Wat is dan het verschil tussen ons?

Meester: Dat ik er niet meer mee zit?

Leerling: Ja, zit u er nou wel mee of zit u er nou niet mee?

Meester: Ja, ik kan wel zoveel denken.

-191-

Breng me je geest en ik breng hem tot rust

‘Meester, breng mijn geest tot rust’, zei Huiko tegen Bodhidharma. ‘Breng me je geest en ik breng hem tot rust.’ ‘Ik kan hem nergens vinden.’ ‘Dan heb ik hem tot rust gebracht.’

(koan 41 van de Poortloze Poort.)

1

Denk jij dat we onze hechtingen moeten overwinnen?

Denk je dat we onze hechtingen moeten aanvaarden?

Denk je dat we onze hechtingen onder ogen moeten zien?

Denk je dat we onze hechtingen moeten negeren?

2

Denk jij dat we onze gedachten moeten overwinnen?

Denk je dat we onze gedachten moeten aanvaarden?

Denk je dat we onze gedachten onder ogen moeten zien?

Denk je dat we onze gedachten moeten negeren?

3

Denk je dat we onze geest moeten overwinnen?

Denk je dat we onze geest moeten aanvaarden?

Denk je dat we onze geest onder ogen moeten zien?

Denk je dat we onze geest moeten negeren?

4

Denk je dat we ons ego moeten overwinnen?

Denk je dat we ons ego moeten aanvaarden?

Denk je dat we ons ego onder ogen moeten zien?

Denk je dat we ons ego moeten negeren?

5

Denk je dat hechtingen, gedachten, geest en ego in wezen verschillend zijn?

Denk jij dat hechtingen, gedachten, geest en ego in wezen hetzelfde zijn?

Denk je dat hechtingen, gedachten, geest en ego wezenlijk zijn?

Denk je dat hechtingen, gedachten, geest en ego leeg zijn?

Wat denk je allemaal niet.

-192-

De vinder en de verliezer

Leerling: Denkt u dat we onze gehechtheden moeten overwinnen?

Meester: Denk jij dan dat dat kan?

Leerling: Denkt u dan we onze gehechtheden moeten aanvaarden?

Meester: Denk jij dan dat dat kan?

Leerling: Denkt u dan we onze gehechtheden onder ogen moeten zien?

Meester: Denk jij dan dat dat kan?

Leerling: Denkt u dat we onze gehechtheden moeten negeren?

Meester: Denk jij dan dat dat kan?

Leerling: Denkt u dat we niets meer moeten vinden?

Meester: Denk jij dan dat dat kan?

Leerling: Denkt u dan helemaal niets?

Meester: Denk jij dan dat dat kan?

Leerling: Nou weet ik nog niets.

Meester: Denk jij dan dat dat kan?

Leerling: Ik geef het op.

Meester: Denk jij dan dat dat kan?

-193-

Onthechting is ook niet alles

Leerling: Ik wou dat ik niks meer wou.

Meester: Ik wou dat ik nog wat wou.

Jaren later

Leerling: Ik wou dat ik nog wat wou.

Meester: Ik wou dat ik wou dat ik nog wat wou.

Jaren later

Leerling: Ik wou dat ik wou dat ik wou dat ik nog wat wou.

Meester: Wauw.

-194-

Haiku op haiku - Geen woord meer

O, dat is, dat is
Geen woord meer, de bloeiende
Yoshinobergen

(Teishitsu)

O, dat is, dat zijn
Ach, dat zijn, dat is, dat zijn
Och, dat is, dat, o

(Hans)

-195-

De groeten aan je beeldzelf

Meester: Wat is zen?

Leerling: Inkeren.

Meester: Tot?

Leerling: Je diepste zelf.

Meester: Hm.

Leerling: Wat zou u zeggen?

Meester: Afkeren.

Leerling: Van?

Meester: Je diepste zelfbeeld.

-196-

Testbeelden

Meester: Wat is zen?

Leerling: Afkeren van je diepste zelfbeeld.

Meester: Hm.

Leerling: Wat zou u zeggen?

Meester: Afkeren van je diepste zenbeeld.

-197-

Annatepatat mét

Meester: Wat is zen?

Leerling: Jezelf zijn!

Meester: Hm.

Vijf jaar later

Meester: Wat is zen?

Leerling: Het zelf zijn!

Meester: Hm.

Vijf jaar later

Meester: Wat is zen?

Leerling: Zonder zelf zijn!

Meester: Hm.

Vijf jaar later

Meester: Wat is zen?

Leerling: Zonder zelfloosheid zijn!

Meester: Hm.

Vijf jaar later

Meester: Wat is zen?

Leerling: Vanzelf zijn!

Meester: Hm.

Vijf jaar later

Meester: Wat is zen?

Leerling: Hm.

Meester: Hm.

-198-

Boeddha is geen boek

Lezen is leuk en leren is onvermijdelijk maar boeddhisme is geen boekwinkel en Boeddha is geen boek. Wat laat jij je allemaal wijsmaken?

Beste Hans,

Ben jij bekend met het boek Being without Self van de Amerikaanse zenboeddhist Jeff Shore?

Beste X,

Jazeker, dat is een vroeg werk van Jeff.

Sure heeft zichzelf sindsdien keer op keer overtroffen.

In het bijzonder kan ik aanbevelen: Being your Selfie, Being Someone Else’s Selfie, Being Someone Else, Being Everybody Else, Selfie without Being, Being without Selflessness, Being Without, Being a Whiteout, Being within Beinglessness en de opvolger daarvan, Non-beinglessness.

Gauw naar de boekenwinkel dus.

X: Het is Shore, geen Sure. Heb jij iets tegen Jeff Shore of tegen zijn boeken of tegen zenboeken of tegen alle boeken of wat?

H: Heb jij Being Without Books van Hans van Dam al gelezen?

Ik leg op dit moment de laatste hand aan de Nederlandse vertaling, Wezen zonder Lezen.

Of zal ik het Je Laatste Boek noemen?

Hoe dan ook, je moet het gelezen hebben.

Ik bedoel, je moet het gekocht hebben, maar dat zeg ik natuurlijk niet.

Gauw naar de boekenwinkel dus.

X: Tegen boeken dus.

H: Welnee joh, ik ben nergens voor of tegen.

Die verdomde gemoedsrust ook.

Had ik het Book of Equanimity maar nooit gelezen.

Weet jij daar iets op?

Wacht, ik moet gewoon een boek over engagement en verbondenheid schrijven, Religare voor Barbare, of Hartstocht na Onthechting, of Interzijn via Internet of zo.

X: Wat dacht je van de bodhisattvageloften?

H: Nou je het zegt, ik heb ze net afgelegd.

X: Mooi zo.

H: En ik leg net, as we speak, de laatste hand aan mijn getuigenis daarvan, Being without Vows, de opvolger van Buddha without Nature en Nature as Buddha, nu ook verkrijgbaar als trilogie in een luxe zuurvrije doos van houtvrij karton met foto en haarlok van de auteur.

Gauw naar de boekenwinkel dus.

X: Jij hebt anders zelf ook een boek uitgegeven.

H: Andermans boek.

Gelukkig is het uitverkocht.

Lekker thuisblijven dus.

Fake cover
Niet te lezen! Boeddha is geen Boek

Boeddha is geen Boek maakt deel uit van de serie Boeddha is geen boeddha.

Andere titels in deze serie zijn Boeddha is geen Leegte, Boeddha is geen Voorschrift, Boeddha is geen Beeld, Boeddha is geen Sokkel, Boeddha is geen God, Boeddha is geen Heilige, Boeddha is geen Fee, Boeddha is geen Dana, Boeddha is geen Lama, Boeddha is geen Mantra en Boeddha is geen Boeddhist.

Bestel ze allemaal!

Voor wie geen engels spreekt:

shore: Kustlijn.

sure: Zekers.

being without self: zonder zelf zijn, wezen zonder zelf.

being your Selfie: je selfie zijn (da’s pas fijn).

being someone else’s selfie: andermans selfie zijn.

being someone else: iemand anders zijn.

being everybody else: iedereen zijn.

selfie without being: selfie zonder zijn, selfie zonder wezen.

being without selflessness: zonder zelfloosheid zijn, wezen zonder zelfloosheid.

being without: zonder zijn, wezen zonder.

being within beinglessness: zijn in wezenloosheid, wezen in wezenloosheid.

non-beinglessness: niet-zijnloosheid, niet-wezenloosheid.

book of equanimity: Het boek der gelijkmatigheid.

as we speak: nu.

being without vows: zonder geloften zijn, wezen zonder geloften.

buddha without nature: boeddha zonder natuur.

nature as Buddha: de natuur als boeddha.

Toevallig kreeg ik van de week een tip van een lezer die ik liever doorgeef (die tip) dan er zelf iets mee te doen – iets wat ik iedereen in mijn positie van harte aanbeveel.

Het gaat om het werk van Bernadette Roberts (1931-2017), auteur van onder meer The Experience of No-Self: a contemplative Journey (1982), The Path to No-Self: life at the center (1985) en What is Self: a study of the Spiritual Journey in Terms of Consciousness (1989)

Ik bedoel maar…

-199-

Op hoop van zegen; heridentificatie in zen en advaita

Zengeest, beginnersgeest.

Beste Hans,

Ken jij de Vlaamse zenboeddhist Hein Stufkens?

Ooit woonde ik een lezing van hem bij over de vraag ‘Wie ben ik?’ Hij sloot af met de wens dat iedereen de liefde, de vrijheid en de ruimte mag ervaren die vrijkomt als je ophoudt je te identificeren met jezelf en begint je te identificeren met het wezenlijk onnoembare waar je een gezicht, de handen en de voeten van bent.

Prachtig, nietwaar? Die zin is mij tenminste altijd bijgebleven.

Beste X,

Dan sluit ik af met de wens dat jij de liefde, de vrijheid en de ruimte mag ervaren die vrijkomt als je ophoudt je te identificeren met het wezenlijk onnoembare waar je een gezicht, de handen en de voeten van zou zijn.

X: Niet identificeren met je ik, niet identificeren met het wezenlijk onnoembare, wou je zeggen.

H: Welk ik? Welk wezenlijk onnoembare?

X: Volgens mij verwijst meneer Stufkens naar de Boeddhanatuur (Buddhatã). De Leegte (Sunyata). De Geest. Het Zelf. Bewustzijn. Dat waarin alles verschijnt en verdwijnt.

H: Waaronder de Boeddhanatuur, de Leegte, de Geest, het Zelf, Bewustzijn en Dat, neem ik aan?

X: Pardon?

H: Je hoeft je niet te verontschuldigen, hoor.

X: Wou jij beweren dat er geen zelf is en niets transcendents?

H: Dan sluit ik af met de wens dat jij de liefde, de vrijheid en de ruimte mag ervaren die vrijkomt als je ophoudt je te identificeren met geen-zelf en intranscendentie.

X: Niet-identificeren is het devies.

H: Dan sluit ik af met de wens dat jij de liefde, de vrijheid en de ruimte mag ervaren die vrijkomt als je ophoudt je te identificeren met niet-identificeren.

X: Ik heb nog een lange weg te gaan, geloof ik.

H: Dan sluit ik af met de wens dat jij de liefde, de vrijheid en de ruimte mag ervaren die vrijkomt als je ophoudt te denken dat je nog verder moet.

X: Bedoel je dat er niets te bereiken valt omdat we er al zijn?

H: Dan sluit ik af met de wens dat jij de liefde, de vrijheid en de ruimte mag ervaren die vrijkomt als je ophoudt te denken dat er niets te bereiken valt omdat we er al zijn.

X: Bedoel je soms dat ik moet ophouden van alles te denken?

H: Dan sluit ik af met de wens dat jij de liefde, de vrijheid en de ruimte mag ervaren die vrijkomt als je ophoudt te denken dat je moet ophouden van alles te denken.

X: Of althans dat ik moet ophouden te geloven wat ik denk?

H: Dan sluit ik af met de wens dat jij de liefde, de vrijheid en de ruimte mag ervaren die vrijkomt als je ophoudt te denken dat je moet ophouden te geloven wat je denkt.

X: Dan weet ik het ook niet meer.

H: Ik help het je wensen.

-200-

Haiku op haiku - Maanblind

In mijn vensterruit
Hangt nog steeds de maan, de dief
Heeft hem vergeten

(Ryokan)

Aan de hoogste boom
Hangt nog steeds de dief, de maan
Heeft hem vergeven

(Hans)

Aan een kale tak
Hangt nog steeds de maan, haar licht
Heeft ze gestolen

(Hans)

Maansikkel in een strop aan een boomtak.

-201-

Haiku op haiku - Hoog spel

Wij speelden huishouden
Een kinderspel, speelden
Tot de herfstavond

(Shiki)

Wij spelen leven
Een kinderspel, anders niet
’t Wordt steeds vergeten

(Hans)

-202-

Zen is nergens thuis zijn

Ook niet in thuisloosheid.

‘Wat is zen volgens jou?’

‘Thuisloos zijn, Hans.’

‘Waarin?’

‘Wie thuisloos is, is overal thuis.’*

* Nico Tydeman, T&T, p321.

‘Wie thuisloos is, is nergens thuis.’

‘Hoe dat zo?’

‘Anders zou hij niet thuisloos zijn.’

‘Dan is hij toch thuis in thuisloosheid?’

‘Dan zou hij toch weer ergens thuis zijn.’

‘Hoe is het om nergens thuis te zijn?’

‘Vraag dat maar aan iemand die nergens thuis is.’

‘Waar ben jij thuis?’

‘Zegt me niks.’

‘“Jij” niet of “thuis” niet?’

‘Wat jij wil.’

‘In niet-weten?’

‘Zegt me niks.’

‘Jij bent toch thuisgekomen in niet-weten?’

‘Stel je voor.’

‘Hoe bedoel je?’

‘Dan was ik nog verder van huis.’

‘Wat ik ook vraag, jij geeft niet thuis.’

‘Ik geef het ook graag, maar niemand geeft thuis.’

-203-

Dubbelzennigheid

Nieuw oud perspectief voor christenen, boeddhisten en christenboeddhisten die er geen gat meer in zien.

Anatman (Sanskriet) of anatta (Pali) is de term die boeddhisten gebruiken voor de gedachte dat niets een eigen wezen, zelf, ziel of essentie heeft, ook de mens niet.

Anatman staat centraal in de dharma en is onder meer uitgewerkt in de leer van de skandha’s die moet verklaren hoe de illusie van het ik of zelf tot stand komt.

Vreemd genoeg geven heel wat hedendaagse mahayanaboeddhisten, ook degenen die het dogma van anatman volledig onderschrijven, een typisch preboeddhistisch, dat wil zeggen oudhindoeïstisch antwoord op de vraag ‘wie ben ik?’

Namelijk het Ware Zelf, de Oorspronkelijke Geest, Atman, Brahman, Big Mind™ alias de of het Onuitsprekelijke.

Waarmee zelfs de eeuwige beginner tegenwoordig van meet af aan draadloos kan spreken dankzij de Amerikaanse uitvinding van de Voice Dialogue in de jaren zeventig van de vorige eeuw.

Hun leer is dus een mengleer, laten we hem hindoeboeddhisme dopen, of atmanboeddhisme of advayayana of boeddhamystiek of non-dualistisch boeddhisme of dualistisch non-boeddhisme – maakt niet uit, zolang de postgautamische dubbelzennigheid maar eenpuntig tot uitdrukking komt.

In dit onvolprezen dubbelisme maakt men onderscheid tussen het relatieve, dat door en door zelfloos zou zijn, en het absolute, dat door en door zelvig zou zijn.

Eénzelvig, om precies te zijn, ongeboren, onvergankelijk, onveranderlijk en alomvattend, waardoor het als zelf van al het zelfloze kan dienen, als weeshuis voor alle wezenlozen, als thuishaven voor ontzielde, ontmande en ontpitte postmodernisten als u en ik.

Het Zelf als ongeschapen schipper, ongeleide herder, eerste oorzaak, hoogste doel en laatste verklaring.

‘Onze Vader die in Nirwana zijt’ – waar hebben we dat eerder gehoord?

Neoplatonisme heet deze oerchristelijke zienswijze, die Meister Eckhart ten slotte in het gat van de godheid zou drijven, en God in het gat van Meister Eckhart, en beiden in de behaarde handen van de inquisitie, maar dat is allang niet chique meer.

Zen, noemen de Franciscanen en de Benedictijnen en de Clarissen nu het bloed van Christus, en het smaakt weer opperbest.

Goede wijn behoeft geen kruis, wie had dat gedacht.

Als je het mij vraagt, is alles wat er van het neoplatonisme kon worden gezegd en ontkend al in de vijfde eeuw na Christus gezegd en ontkend.*

* Door ene Pseudo-Dionysius, nou, dan weet je het wel.

Maar wie ben ik.

-204-

Vragen om te doorzien

Leerling: Wie ben ik?

Meester: Klinkt als een retorische vraag.

Leerling: Toegegeven.

Meester: En hoe luidt het retorische antwoord?

Leerling: Het is het ik dat antwoord eist, het is het ik dat moet worden doorzien.

Meester: Het is de vraag die antwoord eist, het is de vraag die moet worden doorzien.

Leerling: En het ik dan?

Meester: Ook die vraag moet worden doorzien.

Leerling: Maar het was toch het ik dat moest worden doorzien?

Meester: Ook die vraag moet worden doorzien.

Leerling: Zijn wij dan niet het ware zelf?

Meester: Ook die vraag moet worden doorzien.

Leerling: Of is alles zonder zelf?

Meester: Ook die vraag moet worden doorzien.

Leerling: Wat als alle vragen zijn doorzien?

Meester: Ook die vraag is dan doorzien.

Leerling: Is er dan geen antwoord meer?

Meester: Ook die vraag is dan doorzien.

Leerling: Tja, dan weet ik het ook niet meer.

Meester: Ook dat antwoord is dan doorzien.

Leerling: Omdat alles dan is doorzien?

Meester: Zelfs dat wordt dan doorzien.

Leerling: Een heldere visie, zonder meer.

Meester: Heb je hem al doorzien?

Leerling: Klinkt als een retorische vraag.

Meester: Toegegeven.

Leerling: En hoe luidt het retorische antwoord?

Meester: Wie ben ik.

-205-

Hangen of wurgen

Hangen

Leerling: De poort heb ik gevonden, maar wat er nou aan de andere kant zit?

Meester: Wat voor slot zit erop?

Leerling: Een hangslot.

Meester: Gewoon door het sleutelgat kijken.

Hangslot met een sleutelgat waar je niet doorheen kan kijken of kruipen.

Wurgen

Leerling: De poort heb ik gevonden, maar hoe ik nou aan de andere kant kom?

Meester: Wat voor slot zit erop?

Leerling: Een hangslot.

Meester: Gewoon door het sleutelgat kruipen.

-206-

Requiem voor Bodhidharma

Alles leeg en niets heilig, weet je nog?

Meester: Wat is volgens jou de essentie van het boeddhisme?

Leerling: Alleen maar Dit.

Meester: Nou dat weer.

Leerling: We zijn er nooit van gescheiden.

Meester: Waarvan in hemelsnaam?

Leerling: Ik reis in een onbegrensde wereld en elk van mijn stappen is mijn huis.*

* Zinsnede uit een gedicht van Dogen.

Meester: Je zit anders dag en nacht te mediteren.

Leerling: Ik doel op de ultieme werkelijkheid die komt noch gaat…

Meester: Kom nou gauw.

Leerling: … en tijd noch ruimte kent.

Meester: Ga toch heen.

Leerling: Echt heilig is wat ons bevrijdt van onze mentale constructies en…

Meester: Hoor nou eens wat je zegt.

Leerling: Wat dan?

Meester: Echt is een mentale constructie.

Heilig is een mentale constructie.

Ons is een mentale constructie.

De ultieme werkelijkheid die komt noch gaat en tijd noch ruimte kent is een mentale constructie.

Bevrijding is een mentale constructie.

Mentale constructie is een mentale constructie.

Dat mentale constructies ons gevangen houden is een mentale constructie.

Leerling: Wat is dan de essentie van het boeddhisme?

Meester: Noem dat desnoods de essentie van het boeddhisme.

-207-

Haiku op haiku - Echt een mens

Liever dan een god
Zou ik willen proberen
Echt een mens te zijn

(Kenkabo)

Liever dan een mens
Zou ik willen proberen
Nu eens niets te zijn

(Hans)

Liever dan niets zijn
Zou ik willen proberen
Niets te proberen

(Hans)

Liever dan telkens
Weer iets liever te willen
Wil ik niets liever

(Hans)

-208-

Haiku op haiku - Zwammen

Naar zwammen zoekend
Hief ik het hoofd op, daar stond
De maan op de berg

(Buson)

Naar woorden zoekend
Vond de dichter slechts zichzelf
De zwam op de berg

(Hans)

-209-

Haiku op haiku - Vergeefs

Nog weer eens vergeefs
Opent hij zijn snaveltje
Eenzaam vogeljong

(Issa)

Nog weer eens vergeefs
Opent hij zijn tere kelk
Eenzaam krokusje

(Hans)

Mussenjong in nest
Spert zijn keeltje open, ah
Zonlicht in z’n buik

(Hans)

Krokus in het gras
Moedermus vliegt af en aan
Kelkje vol met brood

(Hans)

Krokus in het gras / Moeder mus vliegt af en aan / Kelkje vol met brood.

-210-

Zitten tot je nergens meer mee zit

Leerling: We moeten zitten zonder het idee dat er iets te halen valt.

Meester: Ook.

Leerling: Hoe dan nog meer?

Meester: Zonder het idee dat er niets te halen valt.

Leerling: Bedoelt u dat we moeten zitten zonder idee?

Meester: ’t Idee.

Leerling: Waarom moet dat trouwens op een kussen?

Meester: En waarom moet het eigenlijk zittend.

Leerling: Hoe moet het volgens u?

Meester: Eerst maar eens vaststellen of het wel moet.

Leerling: Bedoelt u dat we dat zelf mogen uitmaken?

Meester: Wie zegt dat we zelf iets kunnen uitmaken?

Leerling: Zegt u nu dat we geen keus hebben?

Meester: Wat zegt dat als ik daar geen keus in zou hebben?

Leerling: Ik merk het al.

Meester: O jee.

Leerling: Bij u valt niets te halen.

Meester: ’t Idee.

Mediterende zeeleeuw in Artis, oktober 2017. Dit vrouwtje zat/stond/hing in totaal vijfentwintig minuten op de bodem van het bassin, kleine belletjes blazend, waarbij ze ongeveer elke drie minuten rechtstandig opsteeg om adem te halen en vervolgens weer rechtstandig afdaalde.

-211-

Zitten tot je nergens meer voor staat

Leerling: We moeten zitten zonder het idee dat er iets te halen valt.

Meester: Alsof er iets te zitten valt.

Leerling: Wou u zeggen van niet?

Meester: Alsof er iets te zeggen valt.

Leerling: Vindt u dat ik mijn mond moet houden?

Meester: Alsof er iets te zwijgen valt.

Leerling: Wat wilt u dan zeggen?

Meester: Alsof er iets te willen valt.

Leerling: Bedoelt u dat we ons moeten overgeven?

Meester: Waaraan?

Leerling: Aan het ware zelf natuurlijk, waaraan anders.

Meester: Wie zou dat dan moeten doen?

Leerling: Daar vraagt u me wat.

Meester: Alsof er iets te vragen valt.

Leerling: Hoe moeten we dan zitten?

Meester: Ga daar dan maar mee zitten.

Leerling: Bij u valt echt niets te halen, hè?

Meester: Denk je dat nou nog steeds?

-212-

Zitten tot je een ons weegt

De eeuwige les.

Leerling: Wat is zazen?

Meester: Zitten tot je een ons weegt.

Leerling: Bedoelt u dat het nergens goed voor is?

Meester: Zitten is zitten.

Leerling: Maar wat is dan de les?

Meester: Dat is dan de les.

Leerling: Dan heb ik mijn lesje wel geleerd.

Meester: Ga dan maar weer zitten.

Leerling: Waarvoor?

Meester: Voor de volgende les.

Leerling: Welke les?

Meester: De eeuwige.

Leerling: Wat is de eeuwige les?

Meester: Het afleren van de vorige.

-213-

Inspiratiedagen met Zenmeester Hans van Dam

Wie het eerst komt die het eerst maalt.

Vier keer per maand deelt Zenmeester Hans van Dam zijn diepe inzichten en ervaringen met gewone mensen.

Na afloop mogen ze hem vragen stellen.

Tevens is er beperkt gelegenheid voor een persoonlijk onderhoud (dokusan).

Tevens is er nog beperkter gelegenheid voor een wel zeer persoonlijk onderhoud (‘Transmissie en Transpiratie’), echter uitsluitend op initiatief van Zenmeester Hans van Dam.

Programma

09.00: Surrogaatkoffie of -thee (zelf meenemen).

09:15: Teisho (toespraak) van Zenmeester Hans van Dam waarin hij zijn diepe inzichten en ervaringen deelt met gewone mensen.

12.15: Zazen (zitmeditatie).

12.20: Kinhin (loopmeditatie).

12.25: Vragen stellen.

12.30: Kleine lunch (zelf meenemen) of uitgebreide lunch (zelf meenemen).

Plaats: zendo Het Lichtend Gat*

* Het Lichtend Gat is de spirituele naam van Zenmeester Hans van Dam. De zendo is naar hem vernoemd.

Danasuggestie: € 29,95 (€ 49,95 voor Transmissie en Transpiratie).

Bij binnenkomst testen wij of u echt bent, dus weest op tijd.

Zenmeesteres Zero

Als Zenmeester Hans van Dam wegens andere verplichtingen niet persoonlijk aanwezig kan zijn, neemt zijn rechterhond, Zenmeesteres Zero, de training over.

Zero heeft een voorkeur voor zit- en loopmeditatie, maar gehoorzaamheidstraining behoort ook tot de mogelijkheden.

Danasuggestie: € 24,95.

Doorlopende video

Als Zenmeesteres Zero wegens andere verplichtingen niet persoonlijk aanwezig kan zijn, kunt u op eigen gelegenheid gebruik maken van zendo Het Lichtend Gat.

Er worden doorlopend video’s vertoond van Zenmeester Hans van Dam, waarin u kunt zien hoe hij zijn diepe inzichten en ervaringen deelt met gewone mensen.

Danasuggestie: € 19,95.

Dai Baka (Zenmeester Hans Teriyaki Van Dam) heeft in 2007 transmissie ontvangen van Zenmeester Zuetsu, de achtenveertigste opvolger van de Chinese ch’anmeester Haha (901-966), stichter van de Foe-Tsieschool.

Zenmeester Hans van Dam is Stamboekboeddhist, voorzitter van de Zonen van de Boeddha, penningmeester van de Hoeders van de Ware Dharma, vertaler van de Ellenlange Redes en auteur van onder meer Een Moordloze Moord, Willen Voelen wat je Voelt en het monumentale Pretentie en Descendentie.

-214-

Diepte-interview met Zenmeester Hans van Dam

Van onze Buitengewoon Onbezoldigd Correspondent J.N. ter Plaatse.

Ego Zwetsloot

‘Om meteen maar met de deur in huis te vallen: wie ten diepste is Zenmeester Hans van Dam?’

‘Ego Zwetsloot.’

‘Wat? Wie?’

‘Hebt u wat aan uw oren?’

‘Ik dacht dat u Het Ware Zelf zou zeggen of zoiets.’

‘Een authentieke zenmeester is altijd verrassend.’

‘Is Ego Zwetsloot uw spirituele naam?’

‘Nee, Ego Zwetsloot is mijn eigennaam.’

‘Wie is dan Hans van Dam?’

‘Hans van Dam is mijn spirituele naam. En zenmeester is mijn Ware Aard.’

Malafide

‘Wie heeft u de spirituele naam Hans van Dam gegeven?’

‘Iedere naam is Zelfgegeven.’

‘Ik bedoel, van wie hebt u transmissie gekregen?’

‘Ik bedoel, van wie heeft Gautama Boeddha transmissie gekregen?’

‘Een échte zenmeester heeft dharma-overdracht gehad.’

‘Een échte zenmeester staat op eigen benen.’

‘Wie garandeert ons dat u bonafide bent?’

‘Wie op garanties boogt is malafide.’

‘Iemand moet toch uw transcendentie bevestigen?’

‘Iedere vorm van transcendentie moet overstegen worden.’

Bezeten

‘Wat bent u in het dagelijks leven?’

‘Is er nog een ander leven?’

‘Wat is uw beroep?’

‘Zenmeester Hans van Dam.’

‘Maar waarmee verdient u de kost?’

‘Met Zenmeester Hans van Dam.’

‘Dat zal geen vetpot wezen.’

‘Een vetpot kan geen boeddha wezen.’

‘Hebt u hobby’s?’

‘Zenmeester Hans van Dam.’

‘U lijkt wel bezeten door Zenmeester Hans van Dam.’

‘U niet minder.’

Muppets

‘Is er dan helemaal niets anders dan Zenmeester Hans van Dam?’

‘Toch wel.’

‘Mag ik vragen wat?’

‘Youtube.’

‘Aha, filmpjes kijken, hoe menselijk. Waar kijkt u het liefst naar?’

‘De Muppets.’

‘En verder?’

‘Ik kijk eigenlijk alleen maar naar de Muppets.’

‘De Muppets, is dat niet een beetje passé?’

‘Wat moet u dan wel niet van de Boeddha denken.’

‘Met wie identificeert u zich?’

‘Wat ben ik, een muppet?’

‘Volgens mij identificeert u zich met Zenmeester Hans van Dam.’

‘Alles liever dan interviewer voor een flutblad. Wat doe jij eigenlijk voor de kost?’

‘Ik zit in het onderwijs.’

‘Als je voor schoolmeester bent geboren, word je nooit een zenmeester.’

Ontwaakt

‘Als u zo druk bent met Zenmeester Hans van Dam en Muppets kijken, komt u dan nog wel toe aan uw nachtrust?’

‘Die heb ik niet nodig.’

‘Slapen hoeft voor u niet meer?’

‘Slapen hoef ik niet meer.’

‘Hoe verklaart u dat?’

‘Ik ben volledig Ontwaakt.’

‘Ik dacht dat slapen iets lichamelijks was en Ontwaken meer iets geestelijks?’

‘Alles ontstaat afhankelijk. Dat is een eeuwige wet.’

Poespas

‘Draagt u altijd die rakusu? Ik heb u nog nooit zonder gezien.’

‘Behalve onder de douche. Maar dat krijg jij niet te zien.’

‘Is dat wel nodig, al die Japanse poespas?’

‘De Japanse wijze is van A tot Z uitgekiend door Japanse wijzen.’

‘Met stokjes eten heeft toch helemaal geen zin?’

‘Met stokjes eten traint de aandacht. In mijn zendo eten we zelfs de soep met stokjes. Een trage geest in een traag lichaam, ziedaar de zenboeddhist in optima forma.’

‘Verwart u de leer niet met de vorm?’

‘Vorm is leegte, leegte is vorm.’

Leugens

‘Even heel wat anders… Het gerucht gaat dat u jarenlang gelogen heeft over…’

‘Roddelen en kwaadspreken zijn op geen enkele wijze te verenigen met de intentie van juist spreken.’

‘Maar is het waar dat u al die jaren heeft gelogen over…’

‘Ik zal je impertinente vraag beantwoorden met een wedervraag. Hoe kan iemand liegen die niet eens bestaat?’

‘Verwijst u naar de doctrines van leegte en niet-zelf?’

‘Hoe kan iemand die niet eens bestaat, verwijzen naar doctrines die niet eens bestaan?’

‘Maar om even terug te komen op het gerucht dat u al jarenlang…’

‘Is het waar dat jij al jarenlang boeddhisten interviewt zonder zelfs maar de lekengeloften te hebben afgelegd?’

‘Dat kan ik niet ontkennen, maar…’

‘Mag ik je dan uitnodigen om de lekengeloften te ontvangen door het bijwonen van de jukaiceremonie in Zendo Het Lichtend Gat komend najaar?’

‘Is het waar, Zenmeester Van Dam, dat u tijdens dokusan, slechts gekleed in een rakusu, met een langharige vliegenkwast leerlingen van beiderlei kunne…’

‘Dat is dan afgesproken.’

‘Maar…’

‘De plicht roept… Mijn bodhisattvagelofte, hè… Dank je wel voor dit openhartige gesprek.’

dharma: boeddhistische leer

dharma-overdracht: ritueel waarbij twee mensen die menen de leer te begrijpen elkaar daarin bevestigen

rakusu: slabbetje en statussymbool

dokusan: onderonsje van meester en leerling

bodhisattvagelofte: voornemen om alle voelende wezens te bevrijden

lekengeloften: 1. niet doden; 2. niet stelen; 3. niet seksueel misbruiken; 4. niet liegen of roddelen; 5. geen verdovende middelen gebruiken.

-215-

Zijn we allen zenmeesters?

Hierboven heb je twee keer kennis kunnen maken met Zenmeester Hans van Dam.

Wat vind je van hem?

Ik zal je zeggen wat ik van hem vindt.

Zenmeester Hans van Dam is een eigenwijze, hypocriete, valse en doortrapte demagoog van een leraar.

Zenmeester Hans van Dam is ook een alter ego van de persoon Hans van Dam of omgekeerd.

Ik hoop dat niemand ooit in zijn of zo’n fuik zwemt, maar die hoop is ijdel aangezien de fictieve Zenmeester Hans van Dam is samengesteld uit een tiental dubieuze leraren in het door schandalen geteisterde boeddhistische wereldje.

Ik beken: ook in mij woont zo’n type.

De enige reden dat hij geen kans krijgt om zich in het openbaar uit te leven, is dat ik hem eindelijk in de smiezen heb, maak ik mezelf graag wijs.

Ik moet er tenminste niet aan denken wie ik had kunnen worden als ik ongecontroleerd mijn gang had kunnen gaan, in een of andere oorlog, in een of andere parochie of sekte of gompa of sangha – in welke situatie ook.

‘Zijn wij allen nazi’s?’ vroeg Hans Askenasy zich in 1978 af naar aanleiding van de roemruchte psychologische experimenten van Stanley Milgram aan de Yale University.

Hij antwoordde bevestigend.

Zijn wij allen zenmeesters?

Nu is zenmeester Hans van Dam toevallig ‘zenmeester’ geworden omdat de persoon Hans van Dam iets van zen af weet, maar wanpraktijken komen voor in alle boeddhistische scholen, in alle religies en in alle tradities, lijkt het wel.

Het is overal hetzelfde liedje: machtswellust, seksisme, seksueel misbruik, uitbuiting, geldklopperij, egoïsme, dikdoenerij, zelfverheerlijking, elitarisme, traditionalisme, leugenachtigheid, pedanterie, dogmatisme, fundamentalisme, indoctrinatie, intimidatie en noem maar op – alle geloften, geboden en controlemechanismen ten spijt.

Leraren, monniken, priesters van velerlei gezindte over de hele wereld kwamen en komen er langdurig of volledig mee weg.

Persoonlijk ken ik niemand die niet van kindsbeen het zaad van fascistoïde gedrag in zich meedraagt, als dit tenminste geen projectie is van een geboren fascist.

Als jij de uitzondering bent, hoor ik het graag.

-216-

Dood de Boeddha, begin bij je zelf

‘Waarom geef jij altijd van die korte, nietszeggende antwoorden, Hans?’

‘Doe ik dat?’

‘Zie je wel?’

‘Het was toch een vraag?’

‘Waarom doe je dat?’

‘Denk jij dat ik het ergens om doe?’

‘Wat kan anders de reden zijn?’

‘Denk jij dat alles een reden heeft?’

‘Zie je wel?’

‘Het zijn toch vragen?’

‘Je hangt de zenmeester uit.’

‘Dan heb je niet opgelet.’

‘Wat dan wel?’

‘Ik hang de zenmeester op.’

‘Toe maar.’

‘Dood de Boeddha, begin bij je zelf.’

‘Zo komen we nergens.’

‘Waar wou je anders heen.’

‘Bedoel je dat we er al zijn?’

‘Vroeg Bruintje Beer aan Broer Konijn.’

‘Bedoel je dat ik stomme vragen stel?’

‘Ik bedoel dat je de zenleerling uithangt.’

‘Waarom geef jij altijd van die korte, nietszeggende antwoorden?’

-217-

Twee denk-beelden om te bestormen

Tegeltje met spreuk.
Dood de Boeddha, begin bij je zelf.

-218-

Haiku op haiku - Geheime levens

De bovenste twijg
Weet van ’t geheime leven
Diep in de wortels

(Shoichi)

De twijgen weten niet
Van het geheime leven
Diep in de wortels

(Hans)

De wortels weten niet
Van het geheime leven
Hoog in de twijgen

(Hans)

De wortels weten niet
Van het geheime leven
Diep in de wortels

(Hans)

Wie o wie weet wat
Wortels en twijgen weten
Bij hoog en bij laag

(Hans)

Hoofd waar een boom op groeit.

-219-

Soto-zen zonder notendop

Leerling: Het gaat om de weg, niet om het doel.

Meester: Toch weer een doel gevonden?

-220-

De weg van het midden leidt recht door zee

Meester: Wat is de weg van het midden volgens jou?

Leerling: Het vermijden van uitersten.

Meester: Waarheen leidt de weg van het midden?

Leerling: Naar nirwana, zou ik zeggen.

Meester: Denk jij soms dat nirwana geen uitersten kent?

Leerling: Wat is de weg van het midden volgens u?

Meester: Dat laat ik liever in het midden.

Leerling: Waarheen leidt de weg van het midden?

Meester: Dat laat ik liever in het midden.

Leerling: Is er eigenlijk wel een weg van het midden?

Meester: Dat laat ik liever in het midden.

Leerling: Wat betekent een en ander voor mij?

Meester: Dat laat ik liever in het midden.

Leerling: Is dit nou de weg van het midden?

Meester: Dat laat ik liever in het midden.

-221-

Is zen non-dualistisch? De gastheer en de gast

Wu! Wu! Wu! Wu! Wu!
Wu! Wu! Wu! Wu! Wu!
Wu! Wu! Wu! Wu! Wu!*

* Ontwaakgedicht van Wumen Huikai of van zijn hond.

Beste Hans,

In de Linji Lu staat de volgende koan:

De hoofdmonniken van twee zalen kwamen elkaar tegen. Gelijktijdig slaakten ze een kreet: ‘Aargh!’ Later die dag vroeg een monnik aan de meester: ‘Wie was hier de gastheer, wie de gast?’ De meester zei: ‘Gastheer en gast zijn duidelijk onderscheiden.’

Zie voor een alternatieve vertaling koan 9 van de Linji Lu.

Wat betekent volgens jou die uitspraak ‘Gastheer en gast zijn duidelijk onderscheiden’? Ik vind dat namelijk nogal dualistisch klinken.

Beste X,

Gastheer of gast?

Een mens kan overal in vast komen te zitten.

Onderscheiden of niet?

Een mens kan overal in vast komen te zitten.

X: Maar hoezo zijn gastheer en gast duidelijk onderscheiden?

H: De hoofdmonniken van twee zalen kwamen elkaar tegen. Gelijktijdig slaakten ze een kreet. Later die dag vroeg de meester aan de ene hoofdmonnik: ‘Wie was hier de gastheer, wie de gast?’ De hoofdmonnik antwoordde: ‘De gastheer is de gast.’ De meester zei: ‘Gastheer en gast zijn duidelijk onderscheiden.’

De volgende dag vroeg de meester aan de andere hoofdmonnik: ‘Wie was hier de gastheer, wie de gast?’ De hoofdmonnik antwoordde: ‘Gastheer en gast zijn duidelijk onderscheiden.’ De meester zei: ‘De gastheer is de gast.’

X: Gaat het er dan alleen maar om alles tegen te spreken?

H: Meepraten, tegenspreken – een mens kan overal in vast komen te zitten.

X: Loslaten, is het devies.

H: Vasthouden, loslaten – een mens kan overal in vast komen te zitten.

X: Bij elkaar genomen zijn de antwoorden non-dualistisch genoeg, maar op zichzelf beschouwd zijn ze mijns inziens onjuist.

H: Op zichzelf beschouwd zijn de antwoorden juist, op zichzelf beschouwd zijn ze onjuist, bij elkaar genomen zijn ze juist, bij elkaar genomen zijn ze onjuist – een mens kan overal in vast komen te zitten.

X: Ik bedoel natuurlijk onjuist vanuit non-dualistisch oogpunt.

H: Vanuit non-dualistisch oogpunt mogen de antwoorden op zichzelf beschouwd onjuist zijn, maar hoe zit het met het non-dualistische oogpunt zelf? Is dat op of vanuit zichzelf beschouwd of vanuit weer een ander oogpunt beschouwd juist of onjuist?

X: Vanuit non-dualistisch oogpunt gezien is ieder onderscheid illusoir. Non-dualiteit is de ontkenning van dualiteit. In de absolute werkelijkheid bestaat geen verschil.

H: Door grauwe staar aan mijn wijsheidsoog kan ik de relatieve werkelijkheid helaas niet onderscheiden van de absolute, de illusie niet van de realiteit.

Ik moet je dus op je woord geloven, maar daar ben ik ook al blind voor.

Woordblind.

Non-dualiteit versus dualiteit – als je het mij vraagt is dat gewoon het volgende dualisme.

Weer iets om je blind op te staren.

Een mens kan overal in vast komen te zitten.

X: Ben jij nou een non-dualist of niet?

H: Stop jezelf in een hokje.

X: Ja dus.

H: Ik onderscheid er vrolijk op los en schijt op ieder onderscheid.

Ook heb ik schijt aan iedereen die daar wat van vindt.

Dat is pas vrijheid, vraag me niet waarvan of waartoe of van wie.

En ik zit er niet eens in vast.

X: Ken jij de eerste koan van de Poortloze Poort?

H: Nooit van gehoord.

X: Vraagt een monnik: ‘Heeft een hond ook de boeddhanatuur?’ Zegt meester Zhaozhou: ‘Nee.’

H: Boeddhanatuur of niet, die zuurpruimen zijn al eeuwen dood. Dat waren ze al toen ze nog leefden.

X: Maar zo’n antwoord is toch bizar?

H: Wat zou jij dan gezegd hebben?

X: Geen ja en geen nee. Als uitdrukking van non-dualiteit.

H: Als je het aan een boeddhist vraagt die in de boeddhanatuur gelooft, zegt hij ja.

Als je het aan een boeddhist vraagt die in de leegte gelooft, zegt hij nee.

Als je het aan een hond vraagt, zegt ze woef.

Ja, nee, woef – welk antwoord is het meest bizar?

X: Nou?

H: De vraag.

X: Ah ja.

H: Daar kijk je van op, hè?

X: Bedoel je dat het in deze koan helemaal niet om non-dualiteit gaat, maar om het doorzien van de vraag?

H: Weet ik veel waar het in deze koan om gaat. Het is niet dat de betekenis van koans bij decreet voor eeuwig is vastgelegd. Al hebben Japanse zenbureaucraten daar behoorlijk hun best voor gedaan.

X: Weer een vraag doorzien.

H: Dank voor deze dialoog, ik zal hem op mijn site zetten.

Maar zeg eens, wie van ons was nou de gastheer en wie de gast?

X: Aargh!

-222-

Over het hoofd gezien

Leerling: Je moet niet naar je hoofd luisteren, maar naar je hart.

Meester: Wie zegt dat?

-223-

Haiku op haiku - Samen alleen

Een vuurvlieg flitste
Kijk! had ik haast geroepen
Maar ik was alleen

(Taigi)

Een vuurvlieg flitste
Kijk! had het haast geroepen
Maar het was alleen

(Hans)

-224-

Haiku op haiku - Afgedroogd

Die vlieg niet doodslaan
Hij wast voor u zijn handjes
Hij wast zijn voetjes

(Issa)

Kijk, de mepper zwiept
Hoor, het zuchten van de lucht
Bromvlieg op zijn rug

(Hans)

Op z’n rug een vlieg
Hij spreidt voor u zijn vleugels
Hij toont u zijn buik

(Hans)

-225-

Malamolens voor verlossers – vijf eeuwigdurende meditaties

Aanbevolen herhalingen per meditatie: 108 of een veelvoud daarvan.

Gebruik zo nodig een mala of rozenkrans om de tel bij de houden.

Je kan de woorden denken, prevelen, fluisteren, chanten of declameren.

Uitschreeuwen mag ook, maar denk om de buren.

Gevorderden laten de woorden weg.

Adepten laten ook het tellen weg.

Eerste meditatie: denken

Laat de waan niet aan de mensen

Laat de maan niet aan de schijn

Laat ze denken zonder denken

Laat ze worden wat ze zijn, dus

Laat de waan maar aan de mensen

Laat de maan maar aan de schijn

Laat ze denken wat ze denken

Laat ze wezen wat ze zijn, dus

Bis

Tweede meditatie: weten

Laat de waan niet aan de mensen

Laat de maan niet aan de schijn

Laat ze weten zonder weten

Laat ze worden wat ze zijn, dus

Laat de waan maar aan de mensen

Laat de maan maar aan de schijn

Laat ze weten wat ze weten

Laat ze wezen wat ze zijn, dus

Bis

Derde meditatie: willen

Laat de waan niet aan de mensen

Laat de maan niet aan de schijn

Laat ze willen zonder willen

Laat ze worden wat ze zijn, dus

Laat de waan maar aan de mensen

Laat de maan maar aan de schijn

Laat ze willen wat ze willen

Laat ze wezen wat ze zijn, dus

Bis

Vierde meditatie: hebben

Laat de waan niet aan de mensen

Laat de maan niet aan de schijn

Laat ze hebben zonder hebben

Laat ze worden wat ze zijn, dus

Laat de waan maar aan de mensen

Laat de maan maar aan de schijn

Laat ze hebben wat ze hebben

Laat ze wezen wat ze zijn, dus

Bis

Vijfde meditatie: voelen

Laat de waan niet aan de mensen

Laat de maan niet aan de schijn

Laat ze voelen zonder voelen

Laat ze worden wat ze zijn, dus

Laat de waan maar aan de mensen

Laat de maan maar aan de schijn

Laat ze voelen wat ze voelen

Laat ze wezen wat ze zijn, dus

Bis

-226-

Zen is helemaal het einde

Zen is geen theorie
Maar het einde van de theorieën
En daar dan weer het einde van

Zen is geen praktijk
Maar het einde van de praktijken
En daar dan weer het einde van

Zen is geen illusie
Maar het einde van de illusies
En daar dan weer het einde van

Zen is geen werkelijkheid
Maar het einde van de werkelijkheid
En daar dan weer het einde van

Zen is geen hel
Maar het einde van de hel
En daar dan weer het einde van

Zen is geen hemel
Maar het einde van de hemel
En daar dan weer het einde van

Zen is geen geloof
Maar het einde van het geloof
En daar dan weer het einde van

Zen is geen ongeloof
Maar het einde van het ongeloof
En daar dan weer het einde van

Zen is geen egoïsme
Maar het einde van het egoïsme
En daar dan weer het einde van

Zen is geen altruïsme
Maar het einde van het altruïsme
En daar dan weer het einde van

Zen is geen keuze
Maar het einde van het kiezen
En daar dan weer het einde van

Zen is geen overgave
Maar het einde van het overgeven
En daar dan weer het einde van

Zen is geen gebondenheid
Maar het einde van de gebondenheid
En daar dan weer het einde van

Zen is geen vrijheid
Maar het einde van de vrijheid
En daar dan weer het einde van

Zen is geen pessimisme
Maar het einde van het pessimisme
En daar dan weer het einde van

Zen is geen optimisme
Maar het einde van het optimisme
En daar dan weer het einde van

Zen is geen realisme
Maar het einde van het realisme
En daar dan weer het einde van

Zen is geen idealisme
Maar het einde van het idealisme
En daar dan weer het einde van

Zen is geen wanhoop
Maar het einde van de wanhoop
En daar dan weer het einde van

Zen is geen hoop
Maar het einde van de hoop
En daar dan weer het einde van

Zen is geen doen
Maar het einde van het doen
En daar dan weer het einde van

Zen is geen laten
Maar het einde van het laten
En daar dan weer het einde van

Zen is geen twijfel
Maar het einde van de twijfel
En daar dan weer het einde van

Zen is geen zekerheid
Maar het einde van de zekerheid
En daar dan weer het einde van

Zen is geen antwoord
Maar het einde van het antwoorden
En daar dan weer het einde van

Zen is geen vraag
Maar het einde van het vragen
En daar dan weer het einde van

Zen is geen zoeken
Maar het einde van het zoeken
En daar dan weer het einde van

Zen is geen vinden
Maar het einde van het vinden
En daar dan weer het einde van

Zen is geen waarheid
Maar het einde van de waarheid
En daar dan weer het einde van

Zen is geen leugen
Maar het einde van de leugen
En daar dan weer het einde van

Zen is geen duisternis
Maar het einde van de duisternis
En daar dan weer het einde van

Zen is geen licht
Maar het einde van het licht
En daar dan weer het einde van

Zen is geen vasthouden
Maar het einde van het vasthouden
En daar dan weer het einde van

Zen is geen loslaten
Maar het einde van het loslaten
En daar dan weer het einde van

Zen is geen dwaasheid
Maar het einde van de dwaasheid
En daar dan weer het einde van

Zen is geen wijsheid
Maar het einde van de wijsheid
En daar dan weer het einde van

Zen is geen weten
Maar het einde van het weten
En daar dan weer het einde van

Zen is geen niet-weten
Maar het einde van het niet-weten
En daar dan weer het einde van

Zen is geen einde
Maar het einde van het einde
En daar dan weer het einde van

Zen is helemaal het einde

-227-

Zen is steeds opnieuw ophouden

Leerling: Wat is zen?

Meester: Zen?

Leerling: Hoe zou u het noemen?

Meester: Noemen leidt tot misverstanden.

Leerling: Hoe zou u het niet-noemen?

Meester: Niet noemen leidt tot misverstanden.

Leerling: Hoe zou u het omschrijven?

Meester: Omschrijven leidt tot misverstanden.

Leerling: Hoe zou u het niet-omschrijven?

Meester: Niet omschrijven leidt tot misverstanden.

Leerling: Hoe zou u het demonstreren?

Meester: Demonstreren leidt tot misverstanden.

Leerling: Hoe zou u het niet-demonstreren?

Meester: Niet demonstreren leidt tot misverstanden.

Leerling: Wat voor misverstanden eigenlijk?

Meester: Neem alleen al het woordje het.

Leerling: Als in ‘hoe zou u het noemen’?

Meester: Alsof er een of ander het is.

Leerling: Wou u beweren van niet?

Meester: Alsof ik iets wou beweren.

Leerling: Allemaal misverstanden.

Meester: En dan dat woordje misverstand.

Leerling: Ook dat is al een misverstand?

Meester: Alsof je iets verkeerd kan doen.

Leerling: Bedoelt u dat je niets verkeerd kan doen?

Meester: En dan dat woord verkeerd.

Leerling: Is dat dan ook verkeerd?

Meester: Alsof je ook iets goed kan doen.

Leerling: Alweer een misverstand?

Meester: Alsof je nooit iets goed kan doen.

Leerling: Opnieuw een misverstand.

Meester: En dan dat woordje doen.

Leerling: In plaats van ondergaan?

Meester: En hopla, nog een misverstand.

Leerling: Laten we erover ophouden.

Meester: Ik dacht dat je het nooit zou zeggen.

Leerling: Maar wat is nou zen?

Meester: Steeds opnieuw ophouden.

-228-

Voor doorzitters

Meester Makkie heeft het op vele manieren gezegd:

Mediteren is zitten tot je opstaat.

Mediteren is opzitten tot je dwarsligt.

Mediteren is zitten tot je geen pootjes meer geeft.

Mediteren is dichtzitten tot je opengaat.

Mediteren is zittenblijven tot je overgaat.

Mediteren is verzitten, niet achternazitten.

Mediteren is zitten, niet bezitten.

Mediteren is uitzitten, niet schoonzitten.

Mediteren is aanzitten, niet opzitten.

Mediteren is stilzitten, niet vastzitten.

Mediteren is zitten zonder pitten.

Mediteren is zitten zonder zitten.

Mediteren is zitten zonder motto.

Mediteren is nergens meer mee zitten.

Wat Meester Makkie zelf het liefste doet?

Gewoon lekker zitten.

‘Dat doet me altijd goed.’

Weet jij nog hoe dat moet?

-229-

Vraaggesprek over meditatie met Meester Makkie

‘Hoe mediteert u het liefst?’

‘Zittend.’

‘Hoe zit u het liefst?’

‘Zoals ik zit.’

‘Op een kussentje in dubbele lotus?’

‘Als dat is hoe ik zit.’

‘Hoe dan nog meer?’

‘Op een stoel, op de grond, achterovergeleund, mijn benen recht vooruit of over elkaar…’

‘Hoe vaak mediteert u?’

‘Iedere keer dat ik mediteer.’

‘Eén keer per dag, twee keer, vaker, minder vaak?’

‘Inderdaad.’

‘Hoelang mediteert u achter elkaar?’

‘Zolang als het duurt.’

‘Twintig minuten, een half uur, een uur?’

‘Ik hou dat niet zo bij.’

‘Wat is het verschil tussen meditatief zitten en gewoon zitten?’

‘Ik zou het echt niet weten.’

‘Wat doet u als u uitgezeten bent?’

‘Dan sta ik op of ga ik liggen.’

‘En als u liggend mediteerde?’

‘Dan sta ik op of ga ik zitten.’

‘En als u staand mediteerde?’

‘Dan ga ik zitten of ik ga liggen.’

‘Om te mediteren of zomaar?’

‘Ik zie het verschil niet.’

‘Houdt u daar ooit mee op?’

‘Ik zou niet weten hoe.’

‘Hoe bedoelt u?’

‘Een mens staat of zit of ligt, of hij nou wil of niet.’

‘Alleen vogels kunnen vliegen.’

‘Niet allemaal en nooit als kuiken.’

‘Ik zou graag een voorbeeld aan u nemen, maar ik weet niet waar ik moet beginnen.’

‘Er is geen beginnen aan, maar dat is niets om je druk over te maken.’

‘Waarom niet?’

‘Omdat je allang bent begonnen.’

‘Dat is een pak van mijn hart.’

‘Maar vraag me niet waarmee.’

-230-

Schijngestalten van de maan

Meester Makkie zegt:

Meditatie kent vier fasen.

Eerst mediteer je niet omdat je niet weet wat dat is.

Dan mediteer je omdat je weet wat dat is.

Dan mediteer je hoewel je niet meer weet wat dat is.

Ten slotte weet je niet meer of je mediteert.

Niet iedereen doorloopt al deze fasen.

Sommigen blijven in de eerste fase hangen.

Sommigen blijven in de tweede fase hangen.

Sommigen blijven in de derde fase hangen.

Ikzelf ben in de laatste fase begonnen en ik ben erin gebleven.

Jij?

-231-

Mediteren op de leegte

‘Wat ten diepste is zazen?’

‘Gatsdienst.’

-232-

Gatsdienst

De 32 lichamelijke kenmerken van een groot mens, 17.

‘Waaraan herkent men een boeddha?’

‘Aan zijn aambeien.’

-233-

Sunyata

De 32 lichamelijke kenmerken van een groot mens, 18.

‘Waaraan herkent men een boeddha?’

‘Aan zijn pens.’

-234-

Knieval

De 32 lichamelijke kenmerken van een groot mens, 19.

‘Waaraan herkent men een boeddha?’

‘Aan zijn artrose.’

-235-

Onthechting

De 32 lichamelijke kenmerken van een groot mens, 20.

‘Waaraan herkent men een boeddha?’

‘Aan zijn rode neus.’

-236-

Narcissus

De 11 geestelijke kenmerken van een groot mens, 1.

‘Waaraan herkent men een boeddha?’

‘Aan zijn zelfbeeld.’

‘Hoe dan?’

‘Er is geen einde aan.’

-237-

Hokjesgeest

De 11 geestelijke kenmerken van een groot mens, 13.

‘Waaraan herkent men een boeddha?’

‘Aan zijn eenzelvigheid.’

-238-

Gelatenheid

De 1o morele kenmerken van een groot mens, 6.

‘Waaraan herkent men een boeddha?’

‘Hij laat het doden aan anderen over.’

-239-

Bedelen en dana

De 1o morele kenmerken van een groot mens, 8.

‘Waaraan herkent men een boeddha?’

‘Hij steelt alleen met toestemming van het slachtoffer.’

-240-

Het laatste woord van zen

Beste Hans,

Als ik jou goed begrijp is niet-weten het laatste woord van zen. Volgens mijn zenleraar is mededogen het laatste woord van zen. Wie heeft er gelijk?

Beste X,

Als je denkt dat mededogen het laatste woord van zen is, zit je daarin vast.

Als je denkt dat niet-weten het laatste woord van zen is, zit je daarin vast.

X: Bedoel je dat zen geen laatste woord heeft?

H: Als je denkt dat zen een laatste woord heeft, ga je ernaar op zoek en zit je daarin vast.

Als je denkt dat zen geen laatste woord heeft, stop je met zoeken en zit je daarin vast.

X: Maar heeft mijn zenleraar nou gelijk of niet?

H: Als je denkt dat je zenleraar gelijk heeft, zit je daarin vast.

Als je denkt dat hij ongelijk heeft, zit je daarin vast.

X: Misschien is mijn zenleraar wel voorbij gelijk en ongelijk.

H: Mijn zenleraar dit, mijn zenleraar dat – laten we het liever over jou hebben.

X: Bedoel je dat een zenleraar geen zin heeft?

H: Als je denkt dat een zenleraar zin heeft, ben je zijn leerling en zit je daarin vast.

Als je denkt dat een zenleraar geen zin heeft, sta je er alleen voor en zit je daarin vast.

X: Loslaten is het devies.

H: Dan zit je daarin vast.

X: Misschien is zen wel het laatste woord.

H: Nooit van gehoord.

-241-

Zen is geen wensdenken

Slechtnieuwsgesprek voor doordenkers in 10 stadia.

Meester: Wat is zen?

Leerling: Denken wat je wil denken.

Meester: Denk je dat of wil je dat denken?

Leerling: Eh…

Meester: Als ik het niet dacht.

Jaren later

Meester: Wat is zen?

Leerling: Voelen wat je wil voelen.

Meester: Voel je dat of wil je dat voelen?

Leerling: Eh…

Meester: Ik had al zo’n gevoel.

Jaren later

Meester: Wat is zen?

Leerling: Doen wat je wil doen.

Meester: Doe je dat of wil je dat doen?

Leerling: Eh…

Meester: Niets aan te doen.

Jaren later

Meester: Wat is zen?

Leerling: Willen denken wat je denkt.

Meester: Wil je dat of denk je dat?

Leerling: Eh…

Meester: Als ik het niet dacht.

Jaren later

Meester: Wat is zen?

Leerling: Willen voelen wat je voelt.

Meester: Wil je dat of voel je dat?

Leerling: Eh…

Meester: Ik had al zo’n gevoel.

Jaren later

Meester: Wat is zen?

Leerling: Willen doen wat je doet.

Meester: Wil je dat of doe je dat?

Leerling: Eh…

Meester: Niets aan te doen.

Jaren later

Meester: Wat is zen?

Leerling: Denken wat je denkt.

Meester: In plaats van?

Leerling: Eh…

Meester: Als ik het niet dacht.

Jaren later

Meester: Wat is zen?

Leerling: Voelen wat je voelt.

Meester: In plaats van?

Leerling: Eh…

Meester: Ik had al zo’n gevoel.

Jaren later

Meester: Wat is zen?

Leerling: Doen wat je doet.

Meester: In plaats van?

Leerling: Eh…

Meester: Niets aan te doen.

Jaren later

Meester: Wat is zen?

Leerling: Eh…

Meester: Hm.

Leerling: Wat denkt u?

Meester: Hè?

Geïnspireerd door het elfdelige monomentale levenswerk van de eeuwige beginner Hannes G. Hannes: Denken wat je wil denken! (1991), Voelen wat je wil voelen! (1994); Doen wat je wil doen! (1997), Willen denken wat je denkt! (2000), Willen voelen wat je voelt! (2003); Willen doen wat je doet! (2006), Denken wat je denkt! (2009), Voelen wat je voelt! (2012), Doen wat je doet! (2015), het wat meer ingetogen Hm (2018) en als klap op de vuurpijl het minimentale Hè? (jaarlijkse heruitgave op de elfde van de elfde). Koop ze allemaal!

-242-

Heel de mens

Leerling: Zijn er bepaalde dingen die een zenboeddhist nooit denkt?

Meester: Niet dat ik weet.

Leerling: Wat denkt u zoal?

Meester: De gekste dingen. De gewoonste dingen. De mooiste dingen. De lelijkste dingen. De wildste dingen en de tamste. De wreedste dingen en de schoonste. De meest abstracte dingen en de meest concrete. Niets menselijks is mij vreemd. Niets onmenselijks is mij vreemd.

Leerling: Net als ik!

Meester: Wat dacht je dan?

Leerling: Dat een zenboeddhist alleen maar goede dingen dacht.

Meester: Dan zou hij maar een half mens zijn.

Leerling: Zijn er bepaalde dingen die een zenboeddhist nooit voelt?

Meester: Niet dat ik weet.

Leerling: Wat voelt u zoal?

Meester: Blijdschap, lust, weerstand, honger, verzadiging, euforie, schaamte, schuld, verveling, melancholie, pijn, boosheid, woede, ergernis, verdriet, weemoed, ontroering, medelijden, onverschilligheid, jaloezie, liefde, haat, hartstocht, lauwheid, sympathie, antipathie, ongeduld, geduld, bezorgdheid, angst, verheugenis, walging en wat al niet.

Leerling: Net als ik!

Meester: Wat dacht je dan?

Leerling: Dat een zenboeddhist alleen maar goede gevoelens had.

Meester: Dan zou hij maar een half mens zijn.

Leerling: Zijn er bepaalde dingen die een zenboeddhist nooit doet?

Meester: Niet dat ik weet.

Leerling: Wat doet u zoal?

Meester: Ik zing, ik klaag, ik zwijg, ik spreek, ik mopper, ik scheld, ik zoek ruzie, ik vlei, ik dreig, ik lach, ik huil, ik help, ik hinder, ik hou me aan regels, ik overtreed regels, ik confronteer, ik mijd, ik werk, ik luier, ik slaap, ik lig wakker, ik snoep, ik poep, ik laat winden en boeren, ik krab mezelf, ik maak goeie grappen, ik maak slechte, ik leef mij in, ik hoop op het ergste, ik doe mijn best, ik loop de kantjes eraf, ik help, ik laat mensen in hun sop gaarkoken en wat al niet.

Leerling: Net als ik!

Meester: Wat dacht je dan?

Leerling: Dat een zenboeddhist alleen maar goede dingen deed.

Meester: Dan zou hij maar een half mens zijn.

Leerling: Wat heeft al dat denken, voelen en doen te betekenen?

Meester: Ik zou het ook niet weten.

Leerling: Bedoelt u dat het niets te betekenen heeft?

Meester: Hoe moet ik dat weten?

Leerling: Wat verstaat u dan onder zen?

Meester: Denken wat je denkt, voelen wat je voelt en doen wat je doet.

Leerling: En daar vrede mee hebben.

Meester: Of onvrede.

Leerling: Net zo het komt.

Meester: Tot het weer gaat.

Leerling: Ik weet niet of ik dat wel wil.

Meester: Of je wil of niet.

-243-

Waarom je het afwijzen niet hoeft te omarmen

Leerling: Wat is zen?

Meester: Denken wat je denkt, voelen wat je voelt en doen wat je doet.

Leerling: Maar dat doe ik al mijn hele leven!

Meester: Dus dat kan het probleem niet zijn.

Leerling: Waarom heet het dan zen?

Meester: Zodat het nog wat lijkt?

Leerling: Zen is dus niet, willen denken wat je denkt, willen voelen wat je voelt en willen doen wat je doet?

Meester: Dat mocht je willen.

Leerling: In de zin van omarmen wat er maar gebeurt, bedoel ik.

Meester: Zen is omarmen wat je omarmt en afwijzen wat je afwijst.

Leerling: Maar dat doe ik al mijn hele leven!

Meester: Dus dat kan het probleem niet zijn.

Leerling: Hoe zorg ik ervoor dat ik omarm wat ik afwijs?

Meester: Nu wijs je het afwijzen af.

Leerling: Hoe zorg ik ervoor dat ik het afwijzen omarm?

Meester: Nu wijs je het afwijzen van het afwijzen af.

Leerling: Hoe zorg ik ervoor dat ik het afwijzen van het afwijzen omarm?

Meester: Wat heb jij toch tegen afwijzen?

-244-

Haiku op haiku - Onvermoeibaar

Altijd nog pikt hij
Op dezelfde boom, die specht
Al valt ook de avond

(Issa)

Nog steeds krast hij op
Diezelfde lei, de dichter
Al valt ook de avond

(Hans)

-245-

Haiku op haiku - Krassen zonder kraaien

In de herfstavond
Komt een kraai langsgevlogen
Zonder te krassen

(Kishu)

Op mijn lei kras ik:
Komt een kraai langsgevlogen
Zonder te krassen

(Hans)

Kraai die op een leitje krast.

-246-

Mijn natuurlijke staat

Beste Hans,

Zowel in zen als dzogchen en advaita wordt de toestand van verlichting die ons geboorterecht is, aangeduid als de natuurlijke staat. Een ander woord voor deze toestand is ‘moeiteloos zijn’ of ‘zonder zelf zijn’ (being without self). Zou jij niet-weten omschrijven als je natuurlijke staat? Is de staat van niet-weten naar jouw idee dezelfde als de staat van moeiteloos zijn?

Beste X,

Ja, wat een toestanden allemaal, hè.

En zie ze dan nog maar uit elkaar te houden.

Ik bedoel, zie ze dan maar weer bij elkaar te krijgen.

Dat iets geen moeite kost of vanzelf gaat of natuurlijk aanvoelt, bewijst natuurlijk niets.

Zo gaat niet-weten mij bijvoorbeeld net zo makkelijk af als weten.

Zelfs de ervaring dat alles moeite kost, komt me nog aanwaaien.

Maar verlichting laat het zich vanzelf niet noemen.

Niet door mij of niet-mij tenminste.

Vroeger niet en nu niet en straks moet nog komen.

Zelfs ‘niet-weten’ gaat mij te ver en niet ver genoeg, om over zwijgen maar te zwijgen.

Of verlichting een geboorterecht is moet je aan de geboorterechter vragen.

Mij lijkt het niet iets waarvoor je op je strepen kan gaan staan, maar (wie) ben ik?

X: (Wie) ben jij?

H: Van oorsprong Neanderlander, van gedachtesprong stateloos, van bestemming as en gras of wat het ook wordt of is of was – de mensen zeggen zoveel en allemaal wat anders, ik doe het ze niet meer na, jij?

X: Aan jou heb je ook niks.

H: Mijn natuurlijke staat.

-247-

De vier oorzaken van het lijden

Leerling: Wat is de eerste oorzaak van het lijden?

Meester: Denken dat er een oorzaak is.

Leerling: Wat is de tweede oorzaak van het lijden?

Meester: Denken dat je er vanaf moet.

Leerling: Wat is de derde oorzaak van het lijden?

Meester: Denken dat je er vanaf kan.

Leerling: Wacht, ik snap het al.

Meester: Wat?

Leerling: Denken is de oorzaak van het lijden.

Meester: En dat is vier.

-248-

Denkleut en denkleed voor wie wel en wie niet weet

Volgens een bekende tegeltjeswijsheid is denken de voornaamste bron van lijden:

De mens lijdt het meest van het lijden dat hij vreest.

Dit is de leidende gedachte achter de rationeel-emotieve therapie van Albert Ellis, het Werk van Byron Katie en diverse andere cognitieve therapieën.

Definiëren we lijden veroorzaakt door pijnlijke gedachten als denkleed, dan kunnen we de vier ijdele waarheden van de Boeddha reduceren tot de stelregel:

Alle leed is denkleed.

Een prachtige, compacte gedachte die al heel wat leed heeft veroorzaakt en het meeste leed niet heeft kunnen voorkomen.

-249-

Terreurnieuws of nieuwsterreur?

Meester Lijk zegt:

Iedere dag worden er mensen getroffen door kogels.

Iedere dag worden miljarden mensen getroffen door nieuwsberichten over schietpartijen.

Waardoor word jij iedere dag getroffen?

Iedere dag worden er mensen uiteengereten door bommen.

Iedere dag worden miljarden mensen uiteengereten door nieuwsberichten over bomexplosies.

Waardoor word jij iedere dag uiteengereten?

Iedere dag worden er mensen gegijzeld.

Iedere dag worden miljarden mensen gegijzeld door nieuwsberichten over gijzelingen.

Waardoor word jij iedere dag gegijzeld?

Iedere dag worden er mensen verkracht.

Iedere dag worden miljarden mensen verkracht door nieuwsberichten over verkrachting.

Waardoor wordt jij iedere dag verkracht?

Iedere dag worden er mensen geterroriseerd.

Iedere dag worden miljarden mensen geterroriseerd door nieuwsberichten over terreur.

Waardoor word jij iedere dag geterroriseerd?

-250-

Mindful omgaan met de media

Meester Zuetsu zegt:

Ik ben al bijna helemaal in het moment; ik laat me alleen nog leiden door de waan van de dag.

-251-

In het moment willen zijn, trekt je uit het moment

Leerling: Ik ben helemaal in het moment, ik laat me alleen nog leiden door het nu!

Meester: Ik ben helemaal in het moment, ik laat me nergens meer door leiden.

Jaren later

Leerling: Ik ben helemaal in het moment, ik laat me nergens meer door leiden!

Meester: Ik ben helemaal in het moment, ik laat me overal door leiden.

Jaren later

Leerling: Ik ben helemaal in het moment, ik laat me overal door leiden!

Meester: Ik ben helemaal in het moment, waar zou ik anders moeten zijn?

Jaren later

Leerling: Ik ben helemaal in het moment, waar zou ik anders moeten zijn!

Meester: Ik ben helemaal in het moment, ik vraag me geen moment af waar ik ben.

Jaren later

Leerling: Ik ben helemaal in het moment, ik vraag me geen moment af waar ik ben!

Meester: Ben je daar nou nog steeds mee bezig?

-252-

Boeddhisme als boetekleed

Het boeddhisme wordt vaak gepresenteerd als een praktische weg uit het lijden, en misschien is het dat ook.

Helaas is diezelfde weg een bron van lijden, niet alleen voor de beoefenaar maar ook voor zijn omgeving en voor andersdenkenden.

Ik wil het hier niet hebben over alle oorlogen die uit naam van de Boeddha zijn gevoerd en ook niet over alle vormen van onderdrukking en uitbuiting in boeddhistische sangha’s die tot op de dag van vandaag voortduren.

Ik wil alleen een stuk citeren uit de zeventiende teisho van Yamada Koun Zenshin (1907-1989) bij de Poortloze Poort.*

* Asoka 2010, pagina 115 en verder.

Deze toespraak van de man die zich ‘vorentrekkende wolk’ (ko-un) liet noemen, is namelijk van een somberheid en een gestrengheid die onze zwarte-kousenkerk met zijn erf- en doodzonden zelfs bij nieuwe maan nog in de schaduw stelt.

Lees en huiver.

‘Een juiste beoefening van zazen is erg moeilijk. Hiervan is de onderhavige koan een goed voorbeeld. Kensho (zelfverwerkelijking) bereiken is niet zo moeilijk. Sommige mensen hebben daarvoor maar één sesshin (meerdaagse zazenoefening) nodig.

Maar kensho is slechts de toegangspoort voor het uiteindelijk doel van de zazenbeoefening, namelijk de vervolmaking van ons karakter. Dit impliceert een reiniging die erg moeilijk is en veel tijd vergt.

In feite komt aan het beoefenen van zen nooit een einde. Ook in veertig jaar kun je een volmaakt karakter niet bereiken. Zelfs een miljoen jaar zou nog ontoereikend zijn. De sutra’s zeggen heel duidelijk dat Amida en Shakyamuni duizenden miljoenen kalpa’s nodig hadden om boeddha te worden.

Zoals ik al eerder zei, is een kalpa een vrijwel onmeetbaar lange periode. Wat zegt ons deze onbegrijpelijk lange tijd? Die zegt ons enerzijds dat ons karakter eindeloos lang gezuiverd kan worden, en anderzijds dat de vlekken en lagen vuil op onze ware natuur onmetelijk dik zijn.

In het boetegebed ‘Sange Mon’, dat iedere morgen bij de zenoefening wordt opgezegd, staat: ‘Sedert onheuglijke tijden heb ik slecht karma opeengestapeld. Dit komt door mijn onpeilbare hebzucht, mijn haat en mijn verblinding, die uit mijn lichaam, mijn mond en mijn gedachten geboren worden.’

Zoals ik jullie al vaak heb gezegd, is ons dualistische ego daarvoor verantwoordelijk. De oorsprong van het slechte karma is uiteindelijk het onderscheidingsbewustzijn van subject en object, jij en ik, wat niets anders dan het dualistische ego is.

[…]

Dan komt er een vers van Mumon (Wumen):

‘Een ijzeren juk zonder gat moeten wij sjouwen. Geen gemakkelijke zaak, de vloek gaat over op onze nakomelingen. Wil je de toegangspoort beschermen en het huis goed onderhouden, dan moet je barrevoets een berg van zwaarden beklimmen.’

Zenshin vervolgt:

Het vers zegt ons dat het een geweldige opgave is het ware boeddhisme te belijden. Het ijzeren juk zonder opening duidt op een ondraaglijke last. De poort is de toegangspoort tot het boeddhisme, tot de ware weg van de Boeddha, en het huis – dat spreekt vanzelf – is het huis van het boeddhisme.

Mumon wil ons zeggen: in dit in verval geraakte huis wonen is zo moeilijk als het sjouwen van een ijzeren juk zonder gat of het barrevoets beklimmen van een berg die met omhoogstekende klingen bedekt is. Onze nakomelingen zullen nooit rust en vrede vinden, maar aan hun geërfde last zwaar te torsen hebben.’

En de boeddha, hij ploegde voort.

God hebbe zijn ziel en zijn boetekleed.

-253-

Alles, alles, alles

De wondere wereld van afhankelijk ontstaan.

Leerling: Wat is de oorzaak van lijden?

Meester: Alles.

Leerling: Wat is de oorzaak van vreugde?

Meester: Alles.

Leerling: Dus mocht ik er ooit in slagen het lijden te overwinnen…

Meester: Alles.

-254-

Alles, alles, niets

De wondere wereld van afhankelijk ontstaan, 2.

Leerling: Wat is de oorzaak van alles?

Meester: Alles.

Leerling: Wat is het gevolg van alles?

Meester: Alles.

Leerling: Wat volgt daaruit?

Meester: Niets.

Lees ook: Drieëndertig eufemismen voor niet-weten.

-255-

Niets, niets, niets

De wondere wereld van afhankelijk ontstaan, 3.

Leerling: Wat als alles de oorzaak van alles is?

Meester: Dan weet je van niets meer waardoor het wordt veroorzaakt of wat het zelf veroorzaakt.

Leerling: Maar wat is iets dan nog van zichzelf?

Meester: Dat weet je dan ook niet meer.

Leerling: Wat als je niet meer weet wat iets van zichzelf is?

Meester: Dan weet je niet meer waar het begint en eindigt of zelfs maar dat het is of niet is.

Leerling: Maar wat betekent dat dan?

Meester: Dat je van niets meer weet wat het betekent.

Leerling: Wat als je van niets meer weet wat het betekent?

Meester: Dan weet je ook niet meer wat het betekent dat je van niets meer meer weet wat het betekent.

Leerling: Maar betekent het dan nog wel iets?

Meester: Dat weet je dan ook niet meer.

Leerling: Maar dan betekent het toch niets?

Meester: Dat weet je dan ook niet meer.

Leerling: Wat als je van niets meer weet waardoor het wordt veroorzaakt of wat het zelf veroorzaakt of wat het van zichzelf is of waar het begint en eindigt of zelfs maar dat het is of niet is of wat het betekent of zelfs maar dat het iets of niets betekent?

Meester: Dan weet je van niets.

Leerling: Behalve dat alles de oorzaak is van alles.

Meester: Maar wat betekent dat dan nog?

Leerling: Wat als je van niets weet?

Meester: Dan weet je evenveel als ik.

-256-

Van zen word je niet gezond

Leerling: Is zen een vorm van psychotherapie?

Meester: In zen gaat ieder idee van ik en niet-ik verloren.

Leerling: Wat wilt u daarmee zeggen?

Meester: Wie of wat zou er dan nog behandeld moeten worden?

Leerling: Ik noch niet-ik?

Meester: In zen gaat ieder idee van ziek en gezond verloren.

Leerling: Wat wilt u daarmee zeggen?

Meester: Wat zou dan nog het doel van de behandeling kunnen zijn?

Leerling: Ziek noch gezond worden?

Meester: In zen gaat ieder idee van doel en middel verloren.

Leerling: Dan weet ik het ook niet meer.

Meester: In zen gaat ieder idee van weten en niet-weten verloren.

Leerling: Zo te horen gaat in zen ieder idee verloren.

Meester: ’t Idee.

-257-

Van zen word je geen heilige

Leerling: Word je van zen een beter mens?

Meester: In zen gaat ieder idee van beter en slechter verloren.

Leerling: En?

Meester: Hoe zou je er dan beter van kunnen worden?

Leerling: Misschien bedoelde ik niet zozeer beter als wel menselijker.

Meester: In zen gaat ieder idee van menselijk en onmenselijk verloren.

Leerling: Zo te horen word je er geen heilige van.

Meester: In zen gaat…

Leerling: Ieder idee van heilig en profaan verloren, ja ja.

Meester: Jij zegt het.

Leerling: Wat zou u zeggen?

Meester: In zen gaat ieder idee van verliezen verloren.

Leerling: Het verliezen gaat ook verloren?

Meester: Mooi meegenomen nietwaar?

Leerling: En dan is alles weer gewoon?

Meester: In zen gaat ieder idee van gewoon en ongewoon verloren.

-258-

Zen in zestien patstellingen

Wat is de geest van zen?
Niet weten van de geest.

Wat is het hart van zen?
Niet weten van het hart.

Wat is het oog van zen?
Niet weten van het oog.

Wat is de helderheid van zen?
Niet weten van helderheid.

Wat is de verlichting van zen?
Niet weten van verlichting.

Wat is de bron van zen?
Niet weten van de bron.

Wat is het absolute van zen?
Niet weten van het absolute.

Wat is de essentie van zen?
Niet weten van essentie.

Wat is het volmaakte van zen?
Niet weten van volmaaktheid.

Wat is de Tao van zen?
Niet weten van de Tao.

Wat is het paradijs van zen?
Niet weten van het paradijs.

Wat is de filosofie van zen?
Niet weten van filosofie.

Wat is de waarde van zen?
Niet weten van waarde.

Wat is de spiritualiteit van zen?
Niet weten van spiritualiteit.

Wat is de waarheid van zen?
Niet weten van de waarheid.

Wat is het weten van zen?
Niet weten.

-259-

Zen in acht keerstellingen

Wat is de weg van zen?
Niet weten van het doel.
Wat is het doel van zen?
Niet weten van de weg.

Wat is de dwaasheid van zen?
Niet weten van wijsheid.
Wat is de wijsheid van zen?
Niet weten van dwaasheid.

Wat is de dualiteit van zen?
Niet weten van non-dualiteit.
Wat is de non-dualiteit van zen?
Niet weten van dualiteit.

Wat is het ongeluk van zen?
Niet weten van geluk.
Wat is het geluk van zen?
Niet weten van ongeluk.

Wat is het kwade van zen?
Niet weten van het goede.
Wat is het goede van zen?
Niet weten van het kwade.

Wat is de hel van zen?
Niet weten van de hemel.
Wat is de hemel van zen?
Niet weten van de hel.

Wat is de illusie van zen?
Niet weten van de werkelijkheid.
Wat is de werkelijkheid van zen?
Niet weten van de illusie.

Wat is het relatieve van zen?
Niet weten van het absolute.
Wat is het absolute van zen?
Niet weten van het relatieve.

-260-

Haiku op haiku - Drie keer

Drie keer weerklonk hij
Toen was niet meer te horen
De kreet van het hert

(Buson)

Drie keer, steeds zachter
Klonk de kreet van een hert of
Was het de jager

(Hans)

Drie keer, steeds zachter
Klonk de kreet van een hert of
Twee herten of drie

(Hans)

Hert met drie koppen.

-261-

Voor iedereen die de goede kant op wil

Leerling: We komen er wel.

Meester: Ik hoef nergens heen.

Leerling: Bedoelt u dat we er al zijn?

Meester: Waar zijn?

Leerling: Hier zijn.

Meester: Waar anders.

Leerling: In het hier en nu zijn.

Meester: En wat dan nog?

Leerling: Ik wil gewoon weten waar we zijn.

Meester: Waar we zijn.

Leerling: Ja, hè hè.

Meester: Waar anders.

Leerling: En ik wil weten waar we heengaan.

Meester: Waar we heen gaan.

Leerling: Tjonge jonge.

Meester: Waarheen anders.

Leerling: En ik wil weten waar ik heen moet.

Meester: Van wie?

Leerling: Als ik dat eens wist.

Meester: Zoek dat dan eerst maar uit.

Leerling: Van God? Van het leven? Van het universum?

Meester: Dan vraag je dat toch gewoon?

Leerling: Aan wie?

Meester: Aan God. Aan het leven. Aan het universum.

Leerling: Dat heb ik al zo vaak gedaan.

Meester: En?

Leerling: Lou loene.

Meester: Mooi toch?

Leerling: Hoezo?

Meester: Dan kan je nog alle kanten op.

Leerling: Ik wil niet alle kanten op.

Meester: Dat vraagt toch ook niemand van je?

Leerling: Ik wil alleen de goede kant op.

Meester: Goed in welk opzicht?

Leerling: Goed in ieder opzicht.

Meester: Dan zal dat het probleem wel zijn.

Leerling: Kunt ú mij niet vertellen waar ik heen moet?

Meester: Dat zeg ik.

Leerling: Alstublieft.

Meester: Waar je heen moet.

Leerling: Ja, hè hè.

Meester: Waarheen anders.

Leerling: Zo kan ik het ook.

Meester: Wat let je?

-262-

Aan zen is geen eer te behalen

Leerling: Zou je kunnen zeggen dat zen de grond van uw bestaan is?

Meester: De afgrond zul je bedoelen.

Leerling: Wat is dan wel de grond van uw bestaan?

Meester: Aan de grond zitten is de grond van mijn bestaan.

Leerling: Dat klinkt niet bepaald als een ereplaats.

Meester: Ereplaatsen zijn staanplaatsen.

Leerling: En?

Meester: Ik ben blij dat ik eindelijk zit.

-263-

Zen is geen project

Leerling: Wat is zen?

Meester: Alles tot de grond toe afbreken.

Jaren later

Meester: Wat is zen?

Leerling: Alles tot de grond toe afbreken.

Meester: Wie zegt dat je grond zult vinden?

Jaren later

Meester: Wat is zen?

Leerling: De ongrond realiseren.

Meester: Zei de projectontwikkelaar.

Leerling: Wat zou u zeggen?

Meester: Wat is zen?

-264-

Zen is afrekenen met je gedachten, ook met deze

‘Ik wist al dat zen leeg is, Hans, maar jij bent wel erg nihilistisch, zelfs voor een zenboeddhist.’

‘De weetnietgeest heeft geen seconde nodig om af te rekenen met welke nihilistische gedachte ook.’

‘Zijn we het toch nog ergens over eens. Weg met het nihilisme!’

‘De weetnietgeest heeft geen seconde nodig om af te rekenen met welke anti-nihilistische gedachte ook.’

‘Te vroeg gejuicht.’

‘Wie juicht er dan ook over zijn gedachten.’

‘Jij juicht toch ook over zen?’

‘De weetnietgeest heeft geen seconde nodig om af te rekenen met welk zengedachte ook.’

‘Volgens mij heb jij je vereenzelvigd met de weetnietgeest.’

‘De weetnietgeest heeft geen seconde nodig om af te rekenen met de gedachte van de weetnietgeest.’

‘Volgens mij ben jij alleen nog maar aan het afrekenen met je gedachten.’

‘De weetnietgeest heeft geen seconde nodig om af te rekenen met de gedachte dat je moet afrekenen met je gedachten.’

‘Wat zijn we dan nu aan het doen?’

‘We zijn nu aan het afrekenen met jouw gedachten.’

‘En waarom zijn we aan het afrekenen met mijn gedachten?’

‘Omdat jij mij daarmee om mijn oren slaat.’

‘Van mij mag dit nihilisme heten.’

‘Dan moet je het zelf maar weten.’

-265-

Op niet-weten staat geen maat

Een ezel zonder vracht.

‘Waarvoor staat de boeddhistische term hinayana?’

‘Het kleine voertuig.’

‘Wat is er klein aan?’

‘Het richt zich alleen op je eigen verlossing.’

‘Waarvoor staat de term mahayana?’

‘Het grote voertuig.’

‘Wat is er groot aan?’

‘Het richt zich vooral op andermans verlossing.’

‘En niet-weten?’

‘Dat laat zich voor niemands karretje spannen.’

‘Waarom niet?’

‘Omdat het geen voertuig is.’

‘Aha.’

‘En het spant niemand voor zijn karretje.’

‘Waarom niet?’

‘Omdat het nergens heen hoeft.’

‘Wat is hoger, boeddhisme of niet-weten?’

‘Boeddhisme natuurlijk.’

‘Waarom?’

‘Op niet-weten staat geen maat.’

-266-

Achtvoudige to-do list voor de eeuwige boeddhist

1. Dood de Boeddha.

2. Dood de dharma.

3. Dood de sangha.

4. Dood Avalokiteshvara.

5. Dood jezelf.

6. Dood het zelf.

7. Dood niet-zelf.

8. Dood de doder.

Naar 1.

-267-

Mediteren zonder vooroordelen

Dogen Zenji en de notie van oorspronkelijke verlichting.

X: Ben jij bekend met de Japanse boeddhist Zenji Dogen (1200-1253)?

H: Nee, ik ben van 1958.

X: Volgens Dogen mediteer je omdat je verlicht bent, niet omdat je het wil worden.

H: Wou jij beweren dat je verlicht bent?

X: Iedereen is verlicht, zegt Dogen. Dat is de notie van oorspronkelijke verlichting.

H: Waarom mediteert iedereen dan niet?

X: Hoe bedoel je?

H: Als je mediteert omdat je verlicht bent en als iedereen al op voorhand verlicht is, dan zou iedereen moeten mediteren.

X: Dogen’s idee is dat je op je kussen zit met geen ander doel dan je ideeën en verwachtingen over verlichting weg te branden.

H: O, vandaar dat bijna niemand mediteert.

X: Hoezo?

H: De meeste mensen hebben helemaal geen ideeën of verwachtingen over verlichting.

X: Je zou ze de kost moeten geven.

H: De meeste mensen hebben wel wat anders aan hun hoofd.

X: De blanke pit is er al, zegt Dogen, maar kan pas aan de oppervlakte treden wanneer de ruwe bolster van preconcepties eindelijk openbarst.

H: Behoort de gedachte dat je al verlicht bent nog tot de ruwe bolster van preconcepties of al tot de blanke pit?

X: In dzogchen denken ze er net zo over.

H: Vooroordelen kennen geen grenzen.

X: In advaita ook.

H: Wat is eigenlijk die blanke pit?

X: Het ware zelf natuurlijk. Je oorspronkelijke gezicht. Je boeddhanatuur. Bewustzijn. Het ene. Dat wat je was voor je ouders geboren werden.

H: Behoort dat soms niet tot de preconcepties?

X: Nou moe.

H: Moe werd Mumon van de vraag of ook een hond de boeddhanatuur heeft. Die vraag hield hem jaren van de straat.

X: Volgens mij zei hij mu in antwoord op de vraag of een hond de boeddhanatuur heeft. Mu betekent nee.

H: Zou Dogen ook zo mu geworden zijn van de vraag of iedereen al verlicht is?

X: Hm.

H: Wat?

X: Ik heb geloof ik nog heel wat weg te branden.

H: Tenzij dat ook tot de preconcepties hoort.

X: Zo blijft er niet veel over.

H: Ik wou het net zeggen.

X: Wat?

H: Misschien is er helemaal geen blanke pit.

X: Volgens Dogen dus wel.

H: Misschien is die ruwe bolster gewoon leeg.

X: En het ware zelf dan?

H: Misschien verwijst Dogen wel naar leegte of niet-zelf.

X: Sunyata, anatman.

H: Blanco zijn.

X: Een onbeschreven blad.

H: Of is dat weer zo’n preconceptie?

X: Mijn kussen roept.

H: Kijk maar uit dat het niet in de fik vliegt.

X: Bedoel je dat zazen ook maar een idee is?

H: Tenzij dat ook maar een idee is.

X: In dat geval kan ik zonder bezwaar naar mijn blanke pit blijven zoeken.

H: Bevalt mijn ruwe bolster je niet?

X: Voorlopig heb ik mijn handen vol aan Dogen.

H: Ga daar dan maar weer mee zitten.

-268-

Het is grauw en het broedt op een kussen

Mumon is de naam die de Japanners hebben gegeven aan de Chinese chanmeester Wumen, de samensteller van de Poortloze Poort, een verzameling van 48 koans met commentaar en gedichtjes van Wumen.

De eerste koan van die verzameling luidt:

Heeft een hond ook de boeddhanatuur?

Wu, waagde Wumen na zes wanhopige jaren.

Sindsdien luidt de koan:

Heeft een hond ook de boeddhanatuur? Wu.

Een raadsel met oplossing, dat is pas een raadsel, moet Wumen gedacht hebben toen hij hem in zijn collectie opnam, daar komt geen hond meer uit.

Mu, zeggen de Japanners en de westerlingen die het van hen geleerd hebben hem al duizend jaar na, dus dat had hij goed gezien.

Woef, doet de hond zonder nadenken of nazeggen – bekijk het maar.

Wumen, dharmahouder in de lijn van Linji (rinzai voor Japanners en voor westerlingen die het hen nazeggen), is samen met zijn mythische voorganger het boegbeeld van rinzaizen, dat op overgeleverde raadsels drijft.

Raadsels waarop mensen omwille van hun bevrijding jarenlang zitten te broeden, als vogels op fopeieren.

Smachtend naar verlossing van hun smachtende gedachten, biddend dat hun kussen hun verlangens wel zal blussen.

Hoe mensen dat volhouden is mij een raadsel.

Of in de vorm van een raadsel: het is grauw en het broedt op een kussen.

Dit raadsel is niet overgeleverd, dus je kan het rustig negeren.

Je kan ook in de spiegel kijken voor de oplossing zonder raadsel, of voor het raadsel zonder oplossing dat je zelf bent – altijd prijs.

Dogen is in zijn eentje het boegbeeld van sotozen, de school die de kunst van het schoonzitten propageert.

Shikantaza, l’art pour l’art – zitten als een boegbeeld dat onverstoorbaar de golven van gevoelens doorklieft, banzai!

Onbeweeglijk in het zwaartepunt van je eigen stijgwinden verwijlen, je raadt nooit wat je gegeten hebt.

Eindeloos op je kussen broeden terwijl je al weet dat het nooit uit zal komen.

Het zitten zelf als raadsel: dat je maar blijft zitten, dwars door de pijn heen, niet te geloven.

Blinde ambitie tot je die ziet, zo kende je jezelf nog niet, of wilde je jezelf niet kennen?

Maar ditmaal zal je je niet laten kennen, om de dooie dood niet.

Opgeven is voor watjes; nooit zullen zij het licht zien dat ze reeds zijn, nee, dan jij.

De insteek van de fatalistische sotoschool is door Nico Tydeman treffend verwoord in Dansen in het duister:

‘Iedere spirituele ambitie moet tot op de draad verslijten.’

Het is maar net wat je dansen noemt.

Zitten, zitten, zitten tot de pitten uit je kussen barsten.

Blanke pitten, kersenpitten, als je maar blijft zitten zitten.

Vandaar wellicht (of nietlicht) dat het allemaal zo lang duurt.

Alles is vergankelijk, zelfs de vergankelijkheid*, maar in de praktijk slijten meditatiekussens sneller dan spirituele ambities.

Vraag maar aan je roshi.

* Althans volgens de Mahayana Mahaparinirwana Soetra, die het parinirwana omschrijft als het eeuwige rijk van het ware zelf van de Boeddha. Nou maar hopen dat dit geen onvergankelijke mahayanapoeha is.

-269-

Haiku op haiku - Mensenverschrikkers

Wanneer de maan schijnt
Och, lijken zij op mensen,
Vogelverschrikkers

(Shiki)

Ja, zelfs bij daglicht
Lijken de mensen op ons
Vogelverschrikkers

(Hans)

Maan met strohoed.
In volle glorie / Ben ik de allergrootste / Mensenverschrikker.

-270-

Zen is geen half werk

Meester: Wat is zen?

Leerling: Niets meer te doen!

Meester: Of te laten.

Jaren later

Meester: Wat is zen?

Leerling: Niets meer te vragen!

Meester: Of te antwoorden.

Jaren later

Meester: Wat is zen?

Leerling: Niets meer te verliezen!

Meester: Of te winnen.

Jaren later

Meester: Wat is zen?

Leerling: Absolute zekerheid!

Meester: Over absoluut niets.

-271-

Zen is all-risk

Clou, kluts, claim.

Zen is geen clou

Leerling: Wat is de clou van zen?

Meester: Geen clou meer hebben.

Leerling: Van zen?

Meester: Van wat?

Zen is geen kluts

Leerling: Wat is zen ?

Meester: De kluts kwijt zijn.

Leerling: Bent u de kluts kwijt?

Meester: Ik heb hem nooit gehad.

Zen is geen claim

Leerling: Wat is zen?

Meester: Niets claimen.

Leerling: No-claim?

Meester: En geen verzekering.

-272-

De Grote Weg voor dummy’s

Monnik: Volgens Sengtsan is de Grote Weg niet moeilijk voor wie geen voorkeuren heeft.

Meester: Kan best wezen, maar wie heeft er nou geen voorkeuren?

Monnik: Wat zou u zeggen?

Meester: De Grote Weg is niet moeilijk voor wie hem kwijt is.

Asfaltweg in de vorm van twee geschakelde vraagtekens.
De Grote Weg is niet moeilijk voor wie hem kwijt is.

-273-

Klein abc van de Grote Weg van Sengtsan

Inleiding

De Grote Weg; verzen over de geest van vertrouwen, is een compacte uitdrukking van het mahayanaboeddhisme.

Hij bestaat uit 73 coupletten van 8 tekens elk en wordt toegeschreven aan de derde Chinese zenpatriarch, Sengtsan (Seng-ts’an, Sosan Zenji), die overleden zou zijn in het jaar 606.

Er zijn tientallen vertalingen van De Grote Weg (Hsin Hsin Ming, Xin Xin Ming; Shinjinmei; Shinjin no mei) op internet en in boekvorm.

Voor mijn bewerking heb ik me gebaseerd op Het Oog slaapt nooit van Dennis Genpo Merzel, vertaald uit het Engels door Lucy Kooman.

Om niet teveel in herhaling te vallen, heb ik eerst een selectie van 26 van de 73 coupletten gemaakt, gelabeld van A tot Z.

Onder ieder couplet vind je een tegenzet van mijn hand, gelabeld van A’ tot Z’.

Klein abc van de Grote Weg

A. De Grote Weg is niet moeilijk voor wie geen voorkeuren heeft.

A’. De Grote Weg is niet moeilijk voor wie hem kwijt is.

B. Maak je ook maar het kleinste onderscheid, dan wijken hemel en aarde oneindig ver uiteen.

B’. Maak geen onderscheid tussen wel en niet onderscheiden.

C. Wil je de waarheid zien, wees dan nergens voor of tegen.

C’. Wil je de waarheid voorbij, blijf dan niet hangen in neutraliteit.

D. Het vergelijken van wat je bevalt met wat je niet bevalt, is de ziekte van de geest.

D’. Ziekte is een woord voor wat je niet bevalt.

E. De weg is volmaakt als onmetelijke ruimte waarbinnen niets ontbreekt en niets overbodig is.

E’. In de onmetelijke ruimte van de weg ontbreekt overbodigheid niet en is het ontbreken niet overbodig.

F. Werkelijk, omdat wij steeds weer het een aanvaarden en het ander afwijzen, zien wij de ware aard van de dingen niet.

F’. Werkelijk, zolang wij denken in termen van waar en vals, zullen wij het een aanvaarden en het ander afwijzen.

G. Leef noch verstrikt in uiterlijke zaken, noch met een innerlijk gevoel van leegte.

G’. Raak niet verstrikt in het mijden van uiterlijke zaken of een innerlijk gevoel van leegte.

H. Wees gelijkmoedig binnen de eenheid van alle dingen en zulke onjuiste denkbeelden verdwijnen vanzelf.

H’. De grote weg is niet moeilijk voor wie geen onderscheid maakt tussen juiste en onjuiste denkbeelden.

I. Zolang je of tot het een of tot het ander overhelt, zul je nooit eenheid kennen.

I’. Zolang je tot eenheid overhelt, zul je blijven tellen.

J. Hoe meer je erover praat en denkt, des te verder dwaal je van de waarheid af.

J’. Hoe minder je erover praat en denkt, des te langer blijf je in de waarheid hangen.

K. Houd op met praten en denken en er is niets dat je niet zult begrijpen.

K’. Houd op met begrijpen en er is niets dat je niet mag zeggen of denken.

L. Woorden! De weg kan niet door taal worden uitgedrukt, want zij kent geen gisteren, geen morgen, geen vandaag.

L’. Woorden! De weg kan niet zonder taal worden uitgedrukt want zij kent ook gisteren, morgen, vandaag.

M. Terugkeren naar de kern betekent de diepere zin ontdekken, maar ijdele schijn najagen betekent de bron over het hoofd zien.

M’. De grote weg is niet moeilijk voor wie geen onderscheid maakt tussen ijdele schijn en werkelijkheid.

N. Zoek niet naar de waarheid; houd er alleen mee op vaststaande meningen te koesteren.

N’. Koester geen mening over vaststaande meningen; zoek het niet in niet-zoeken.

O. Laat de staat van dualisme achter je; vermijd zorgvuldig alles wat daartoe leidt.

O’. Laat ook de staat van non-dualisme achter je en alles gaat vanzelf.

P. Als er zelfs maar een spoor is van zus en zo, van goed en slecht, raakt je diepste wezen verstrikt in verwarring.

P’. Verwarring is het meest nabij.

Q. Zie de onderlinge afhankelijkheid tussen subject en object en de fundamentele waarheid: het één zijn van de leegte.

Q’. Zie de leegte van subject en object en van de eenheid en de fundamentele waarheid.

R. Als je geen onderscheid maakt tussen grof en fijn raak je niet star en bevooroordeeld.

R’. De grote weg is niet moeilijk voor wie geen onderscheid maakt tussen star en flexibel, bevooroordeeld en onbevooroordeeld.

S. Laat de dingen eenvoudigweg zoals ze zijn en er zal komen noch gaan meer bestaan.

S’. Laat de dingen eenvoudigweg komen en gaan, en er zal geen zijn of niet-zijn meer bestaan.

T. Als je gedachten aan banden zijn gelegd, is de waarheid verborgen, want alles is dan vuil en troebel.

T’. Laat je niet aan banden leggen door gedachten aan een verborgen waarheid.

U. De wijze streeft niets na, maar de dwaas slaat zichzelf in de boeien.

U’. De wijze kijkt geboeid naar zijn boeien en streeft de vrijheid niet na.

V. Wees, hoewel alle dualiteiten komen van het Ene, zelfs niet aan dit Ene gehecht.

V’. Wees zelfs niet aan onthechting van dualiteiten of het ene gehecht.

W. Tegenstellingen zijn als denkbeeldige bloemen in de lucht: het is dwaasheid ze te willen vastgrijpen.

W’. Eenheid is als een denkbeeldige bloem in de lucht: het is dwaasheid haar te willen plukken.

X. In de wereld van het pure zijn tellen gedachte, gevoel, kennis en verbeelding niet meer.

X’. De wereld van het pure zijn bestaat alleen in gedachte, gevoel, kennis en verbeelding.

Y. Verspil geen tijd aan twijfels en redeneringen.

Y’. Verspil geen tijd aan zekerheden en waarheden.

Z. Eén ding, alle dingen: houd je er niet afzijdig van, leef er middenin, zonder kieskeurig te zijn.

Z’. De grote weg is niet moeilijk voor wie berust in kieskeurigheid en afzijdigheid.

Nawoord

A’-Z’ is natuurlijk geen verbeterde versie van de Grote Weg van Sengtsan, maar het uitgangspunt voor een volgende versie, A’’-Z’’, die zelfs gelijk zou kunnen zijn aan A-Z.

Niet-weten is namelijk geen denkresultaat, maar een denkbeweging uit het vorige denkresultaat.

Een lege geest levert het ook niet op, alleen een doorgaande ontlediging van een levendige geest.

Windend als een luchtballon van horizon naar horizon – nooit is mijn weg zo groot geweest.

-274-

Haiku op haiku - Heel de duisternis

Toen ’t elektrisch licht
Uitviel zag ik plotseling
De sterrenhemel

(anoniem)

Toen de sterrenhemel
Uitviel, zag ik eindelijk
Heel de duisternis

(Hans)

-275-

Haiku op haiku - Geleerden

Wat ook geleerden
Over haar vertellen, ’t blijft
Onze mooie maan

(anoniem)

Wat ook geleerden
Ons allemaal vertellen
’t Blijft een raar bestaan

(Hans)

-276-

Trainen voor langere benen

Naakt mannetje met een rakusu en ontzettend lange benen.

Beste Hans van Dam,

In antwoord op je vraag naar het doel van onze zentraining kan ik je meedelen dat dit achtvoudig is:

1. Zien dat je er volledig mag zijn zoals je bent.

2. Werkelijk kunnen zijn waar je bent.

3. Kunnen doen wat je werkelijk te doen hebt.

4. Liefdevoller worden naar jezelf en anderen.

5. Meer openheid ontwikkelen.

6. Meer in de flow zijn.

7. Je doelmatigheid versterken.

8. Je meer in verbinding voelen met jezelf en je omgeving.

Als je nog meer vragen hebt hoor ik het graag en anders ben je van harte welkom.

Beste Zenji,

Een achtvoudige doel, fantastisch zeg.

Jullie gaan echt met je tijd mee.

In sommige zenscholen jammeren ze nog steeds dat iedere spirituele ambitie tot op de draad moet verslijten.

En denk maar niet dat je daarom korting krijgt.

Voor ik mij definitief aan uw sangha verblind heb ik nog een achtvoudige vraag:

1. Ik hoef van mezelf niet volledig te mogen zijn zoals ik ben.

2. Ik hoef van mezelf niet werkelijk te zijn waar ik ben.

3. Ik weet niet wat ik werkelijk te doen heb.

4. Ik hoef van mezelf niet liefdevoller te worden.

5. Ik sta open voor mijn eigen en andermans geslotenheid.

6. Flow komt en gaat, en daarin vloei ik dan maar mee.

7. Ik gedij bij ondoelmatigheid.

8. Ik kan mezelf en mijn omgeving maar niet uit elkaar houden.

Mag dat ook, of kan ik maar beter mijn eigen zenschool beginnen?

Achtvoudige groeten,

Hans van Dam

Mannetje dat zwaait met een hand met 8 vingers.

-277-

Als alles er mag zijn, mag niet alles er zijn

Beste Hans,

Wat ik denk ik het meeste mis in jouw zen is verbondenheid. Verbondenheid met het leven, verbondenheid met alle voelende wezens, verbondenheid met dit moment, verbondenheid met wat zich maar voordoet, precies zoals het zich voordoet. Is verbinding niet waar het in het leven om draait? Wat er ook is, wend je niet af.

Beste X,

Wat als er afwenden is?

X: Het gaat erom dat je je helemaal overgeeft aan dit moment, zonder angst of reserve.

H: Wat als er angst of reserve is?

X: Maar dat is nou net het punt. Alles mag er zijn.

H: Waarom dan dat ‘wend je niet af’? Mag afwenden er soms niet zijn?

Waarom ‘zonder angst of reserve’? Mogen angst en reserve er soms niet zijn?

X: Nu hoor ik pas wat je zegt.

H: Geef je daar dan maar eens helemaal aan over. Of wend je ervan af – ook goed.

X: Ik weet even niet meer wat ik moet zeggen.

H: Geef je daar dan maar eens helemaal aan over. Of wend je ervan af – ook goed.

X: Dus eigenlijk geef ik mij met mijn verzet tegen afwenden, angst en reserve helemaal niet over aan dit moment?

H: Tenzij er op dit moment verzet tegen afwenden, angst en reserve is.

X: Ook verzet tegen afwenden, angst en reserve mag er zijn, wou je zeggen.

H: En verzet tegen verzet tegen afwenden, angst en reserve. En verzet tegen verzet tegen verzet tegen afwenden, angst en reserve.

X: Want?

H: Als alles er mag zijn, dan ook dat niet alles er mag zijn en ook dat alles er niet mag zijn. Is dat niet fijn?

X: Maar wat zeg je dan nog helemaal?

H: Dan zeg je nog helemaal niks.

X: Maar wat is dan zen?

H: Dat is dan zen.

-278-

Zen is voor de bijl gaan

Meester: Wat is zen?

Leerling: Alles weghakken.

Meester: Hm.

Leerling: Wat zou u zeggen?

Meester: Het bijltje achter de hand houden.

Jaren later

Meester: Wat is zen?

Leerling: Het bijltje achter de hand houden.

Meester: Hm.

Leerling: Wat zou u zeggen?

Meester: Het bijltje erbij neergooien.

Jaren later

Meester: Wat is zen?

Leerling: Het bijltje erbij neergooien.

Meester: Hm.

Leerling: Wat zou u zeggen?

Meester: Alles weghakken.

Leerling: En als ik dat had gezegd?

Meester: Precies.

-279-

Zen is tegen de tegenstroom in gaan

Geïnspireerd door de voormalige zensangha ‘Against the stream’ van dharmapunker Noah Levine.

Antimeester: Wat is zen?

Antileerling: Tegen de stroom in gaan.

Antimeester: Hm.

Antileerling: Wat zou jij zeggen?

Antimeester: Met de tegenstroom meevaren.

Jaren later

Antimeester: Wat is zen?

Antileerling: Met de tegenstroom meevaren.

Antimeester: Hm.

Antileerling: Wat zou jij zeggen?

Antimeester: Dwarsbomen.

Jaren later

Antimeester: Wat is zen?

Antileerling: Dwarsbomen.

Antimeester: Hm.

Antileerling: Wat zou jij zeggen?

Antimeester: Tegen de tegenstroom in gaan.

Antileerling: En als ik dat had gezegd?

Antimeester: Precies.

-280-

Zen is redekundig ontleden

Toen een professor taalkunde hem eens vroeg wat zen is, riep meester Zuetsu:

Geen onderwerp zijn!

Geen gezegde zijn!

Geen onderwerp van gezegden zijn!

Geen gezegde van onderwerpen zijn!

Zin zonder onderwerp of gezegde zijn!

Onderwerp of gezegde zonder zin zijn!

Zin zonder zin zijn!

Iedere zin zijn!

Niet onderwerpen!

Niet onderworpen zijn!

Niets zeggen!

Niets ongezegd laten!

-281-

Waar ik voor sta

Beste Hans,

Mooie site, goed verzorgd, maar waar jij nou voor staat?

Beste X,

Voor niets.

X: Voor niet-weten toch?

H: Mij niet gezien.

X: Pardon?

H: Wie weet er nou niks.

X: Kan je, eh, niet-weten beoefenen?

H: Niet-weten is de afwezigheid van hardgebakken kennis.

Hoe kan je nou oefenen in de afwezigheid van iets wat er nog is?

En als het eenmaal weg is, waarom zou je dan nog oefenen?

X: Hoe kom je er anders vanaf?

H: Waartoe behoort het idee dat je er vanaf moet?

X: Je moet toch ergens van uitgaan.

H: Niet-weten is nergens van uitgaan. Ook hiervan niet.

X: Valt er dan helemaal niets te doen of te laten?

H: Als je iets kan, dan is het je hardgebakken kennis kritisch onderzoeken.

Je hokjes, je denk-beelden, je aannames, je normen, waarden en zekerheden.

Maar hoe krijg je jezelf zo gek?

Waarom zou je twijfelen aan je projecties zolang je ze voor werkelijk houdt?

Waarom zou je onderzoeken wat voor jou vanzelf spreekt?

Is er eigenlijk wel zoiets als hardgebakken kennis, waarom zou je ervan af moeten, is er wel een ‘je’ om over te halen, is ‘projectie’ zelf geen projectie, wat heet ‘werkelijk’?

X: Jij denkt niet dat het kan?

H: Byron Katie denkt dat het kan, haar methode heet Het Werk.

Jed McKenna denkt dat het kan, zijn methode heet autolyse.

Psychotherapeuten denken dat het kan, hun methode heet cognitieve therapie.

Zenboeddhisten van de rinzailijn denken dat het kan, hun methode heet koanmeditatie.

‘Only don’t know’, zegt Seung-Sahn.

‘Geloof niets’, zegt Meester Linji.

‘Verblijf in niet-weten’, zegt Jean Klein.

Vipassana, shikantaza, konmari – man, je blijft erin.

X: Is niet-weten voor jou een methode, een houding, een filosofie, een vorm van mystiek of meditatie? Of is het eerder een antimethode, een antihouding, een antifilosofie, antimystiek, antimeditatie?

H: Voor mij niet.

X: Wat niet? Of liever: wat wel?

H: Voor mij is niet-weten een grensoverschrijdend denken, vrij en onvervaard, dat zichzelf vanzelf onophoudelijk bevraagt en onverbiddelijk schoon schip maakt.

Niet door iedere gedachte krampachtig te onderdrukken maar door elk weten dat het nou eenmaal debiteert, elk onderscheid dat het nou eenmaal aanbrengt, iedere gedachte die het nou eenmaal oppert tegen het licht te houden, zonder uitzondering.

Dus ook gedachten als zou niet-weten een methode of een antimethode zijn, een houding of een antihouding, een filosofie of een antifilosofie enzovoort.

Dus ook de gedachte dat niet-weten een grensoverschrijdend denken is, vrij en onvervaard, dat zichzelf vanzelf onophoudelijk bevraagt en onverbiddelijk schoon schip maakt.

Want is er eigenlijk wel zoiets als ‘een niet-weten’ of ‘een denken’, is ‘het’ wel ‘grensoverschrijdend’, ‘vrij’ en ‘onvervaard’?

Kan ‘het’ ‘zichzelf’ wel bevragen, doet ‘het’ dat inderdaad ‘vanzelf’ en ‘onophoudelijk’ of alleen overdag of alleen tussen de bedrijven door of alleen bij levensbeschouwelijke kwesties of maar bij honderd van de tienduizend gedachten?

Of is het zelf een gedachte, lijkt het alleen maar zo, is niet-weten de volgende droom of illusie?

X: Jij staat helemaal voor niets.

H: Mij niet gezien.

-282-

Haiku op haiku - Tempelcomplex en aardewerk

De schalen en de kommen van ieder huis
In het Hemelse Jeruzalem
Zullen zijn als de schalen en de kommen
Van de tempel

(Sokan)

De schalen en de kommen van de tempel
Zullen zijn als de schalen en de kommen
Van elk huis

(Hans)

-283-

Haiku op haiku - Laat het

Van het natte pad
Naar het nooit meer natte pad
Onderweg rustend
Laat het waaien als het waait
Regenen als het regent

(Ikkyu)

Van het natte pad
Naar het nooit meer natte pad
Wat er ook gebeurt
Laat het klagen als het klaagt
Vloeken als het vloekt

(Hans)

-284-

Laat je door niemand iets wijsmaken, dit ook niet

De laatste toetssteen.

Beste Hans,

Jouw dwaalteksten doen me denken aan mijn favoriete koan uit de Poortloze Poort. Ik heb het over nummer twaalf, waarin meester Zuigan zichzelf iedere morgen bij het ontwaken (!) aanspoort om zich door niemand iets te laten wijsmaken:

Zuigan riep elke dag tegen zichzelf uit: Meester. Vervolgens antwoordde hij zichzelf: Ja, heer. En daarna voegde hij er aan toe: Matig u. Opnieuw antwoordde hij: Ja, heer. En als u zover bent, ging hij verder, laat u niet door anderen bedriegen. Ja, heer; ja, heer, antwoordde hij.

(uit Zen-zin, Zen-onzin, Paul Reps, 1972)

Een mens moet alert blijven want de mind is er altijd op uit om je te bedotten met weer een mooie gedachte.

Beste X,

Probeer jij mij iets wijs te maken?

X: Leukerd.

H: Heeft meester Zuigan of degene die die koan heeft opgetekend of degene die hem uit zijn duim heeft gezogen jou iets wijs weten te maken?

X: Als je het zo wilt stellen, ja. Hij heeft me weten wijs te maken dat ik mij door niemand iets wijs moet laten maken. Mij lijkt dat opperste wijsheid, vandaar dat ik hiervoor een uitzondering maak. Anders kan je wel ophouden.

H: Volgens mij heb jij je onder meer het volgende laten wijsmaken:

1. Dat je je door niemand iets moet laten wijsmaken;

2. Dat je daadwerkelijk kan voorkomen dat iemand je iets wijsmaakt;

3. Dat je dat kan voorkomen door de hele dag alert te blijven;

4. Dat het mogelijk is de hele dag alert te blijven;

5. Dat je beter af bent wanneer je je door niemand iets laat wijsmaken;

6. Dat de nadelen van zo’n houding opwegen tegen de voordelen.

Geloof je dat werkelijk?

Heb je het zelf onderzocht of neem je het op gezag aan?

Denk je echt dat je wel kan ophouden als je geen uitzondering maakt op de gedachte dat je je door niemand iets moet laten wijsmaken?

Is er wel zoiets als een mind of is dat ook maar een gedachte?

Als je inderdaad een mind hebt, is die er dan werkelijk steeds op uit om je te bedotten met mooie gedachten, of is dat ook maar een gedachte?

X: Ik laat me door jou niet gek maken.

H: Natuurlijk niet, je maakt jezelf gek, met andermans gedachten of je eigen. Of misschien wel met deze.

X: De ware betekenis van de koan over Zuigan is volgens mij dat je niemand moet geloven. Dat je alleen op jezelf kan bouwen. Dat je alleen naar je innerlijke goeroe moet luisteren en naar niemand anders. De Hoogste Wijsheid zit in jezelf. Jij bent de eerste, de laatste en de enige toetssteen.

H: Zie je wel? Jij maakt jezelf gek met de gedachten dat je niemand moet geloven, dat je alleen op jezelf kan bouwen, dat er een zelf is waarop je kan bouwen, dat er een innerlijke goeroe is waar je naar moet luisteren, dat er zoiets is als de hoogste wijsheid en dat die in jezelf zit, dat er iets te toetsen valt en dat jij de eerste en laatste toetssteen bent, dat dit de ware betekenis is van de koan over Zuigan. Hoe weet je dat allemaal zo zeker?

X: Doordat ik het iedere dag tegen mezelf zeg?

H: Iedere ochtend zegt Meester Zuetsu tegen zichzelf: ‘Laat je door niemand iets wijsmaken hè.’ ‘Nee meester.’ ‘Ook niet door jezelf.’ ‘Nee meester.’ ‘Ook niet dat je jezelf door niemand iets moet laten wijsmaken.’ ‘Nee meester.’ ‘Ja, wat zeg ik nou.’ ‘Ja meester.’

Verder lezen: koan 12 van de Poortloze Poort.

-285-

Waar ik in geloof

‘Waar geloof jij in, Hans?’

‘In niet geloven.’

‘Wat niet geloven?’

‘Je gedachten niet geloven.’

‘Meen je dat nou?’

‘Ik geloof het niet.’

‘Waarom zeg je het dan?’

‘Omdat het zo is.’

-286-

Ontwaakt!

Wakkerder dan ooit
O lettergrepenteller
Haiku in de nacht

-287-

Haiku

Vijf, zeven en vijf
Lettergrepen naar de macht
Woorden in de wind

-288-

Geloof het of niet

Meester Zuetsu zegt:

Hoor je dat niet-weten zich tot een mens heeft gewend, geloof het gerust.

Hoor je dat een mens zich tot niet-weten heeft gewend, geloof het maar niet.

Hoor je dat een mens wijsheid zoekt, geloof het gerust.

Hoor je dat een mens wijsheid heeft gevonden, geloof het maar niet.

Hoor je dat een dwaas wijsheid zoekt, geloof het gerust.

Hoor je dat een wijze dwaasheid heeft gevonden, geloof het maar niet.

Hoor je dat ik een onwaarheid heb gesproken, geloof het maar niet.

Hoor je dat ik een waarheid heb gesproken, geloof het maar niet.

-289-

Onder het mom van niet-weten

X: Ken jij het gedicht ‘Ik. Wie?’ van…

H: Wie? Ik?

X: Nee, ‘Ik. Wie?’ Daarmee begint het boek ‘Wat is wijsheid?’ van filosoof en zenboeddhist Jan Bor.

H: Ik had liever gezien dat het ermee eindigde.

X: Maar dat doet het niet. Het eindigt met de volgende woorden:

‘Wat is dus wijsheid? Tja, ik weet het natuurlijk ook niet, maar besef inmiddels wel dat juist daarin de toegang tot dit mysterie ligt, in het weten dat je het niet weet (zoals je ook niet weet wie je in de grond bent). Wat in ieder geval helpt is om jezelf niet zo serieus te nemen, niet te denken dat jij de waarheid in pacht hebt, wel je eigen toevluchtsoord te zijn (zoals de Boeddha zei) en dus niets voor zoete koek te slikken; om je niets aan te trekken van de meningen van anderen (zoals een Engelse vriend ooit in het grijze verleden zei en lang voor hem Seneca), maar die anderen – los van hun oordelen – wel lief te hebben en zo nodig de helpende hand te bieden; om vooral ook zelf niet te oordelen opdat je zelf niet geoordeeld wordt (zei Jezus), en niet aan anderen op te leggen wat je zelf niet wilt (zei Confucius al); om geen doelen in de verre toekomst te stellen en zo voorbij te gaan aan het levende nu, niet je hele leven van a tot z willen controleren, je oogkleppen af te doen, en je open te stellen voor het wonder van alles en iedereen.’

H: Voor iemand die adviseert om je niets aan te trekken van de meningen van anderen, haalt hij wel erg veel meningen van anderen aan.

X: Verdraaid.

H: En dat je je niets aan moet trekken van de meningen is ook maar een mening.

X: Ook dat nog.

H: Niet voor zoete koek slikken dus, om het met Jan te zeggen, maar ja, of we dat dan wél voor zoete koek moeten slikken?

X: Je geeft hem wel erg weinig speelruimte zeg.

H: Had hij het nou maar bij die eerste zin gelaten.

X: ‘Wat is dus wijsheid?’

H: Of bij de tweede desnoods.

X: ‘Tja, ik weet het natuurlijk ook niet, maar…’

H: Altijd weer die maar. Ik bedoel, weet hij het nou wel of weet hij het nou niet?

X: Hij zegt van niet.

H: MAARRR beseft ‘inmiddels wel dat juist daarin de toegang tot dit mysterie ligt, in het weten dat je het niet weet.’

X: En?

H: Weten dat je het niet weet, is weten, geen niet weten.

X: Per definitie.

H: Dat geldt ook voor de gedachte dat het leven een mysterie zou zijn.

X: Wat zou het anders kunnen zijn?

H: Weet ik veel – een vanzelfsprekendheid of een gewoonte of een illusie of een geschenk van god of een kosmische grap of een strijd om te overleven of een spel of een queeste om je ware aard te realiseren of een queeste om je daarvan te bevrijden of een queeste om een eind te maken aan je queeste of een gruwel of een gedachte nu of een woord zonder tegenhanger in de werkelijkheid of dit alles tegelijk of niets van dit alles of wat dan ook.

X: Het leven alleen maar zien als een mysterie is eigenlijk best beperkt.

H: En dat je door niet-weten toegang krijgt tot het mysterie, is wéér weten, geen niet-weten.

X: Weten, weten, weten.

H: En allemaal onder het mom van niet-weten.

X: Wat vind je van zijn advies om jezelf niet zo serieus te nemen – kan dat wel door de beugel?

H: Ik heb geen beugel. Maar het is opnieuw weten, geen niet-weten. Net als de onuitgesproken aanname dat je daarvoor kan kiezen.

X: En zijn advies om je eigen toevluchtsoord te zijn?

H: Adviseren is weten, niks aan te doen.

X: Dat geldt dan natuurlijk ook voor het advies om anderen lief te hebben en zo nodig de helpende hand te bieden, om niet te oordelen opdat je zelf niet geoordeeld wordt, en om anderen niets op te leggen wat je zelf niet wilt.

H: Dat laatste advies lijkt te impliceren dat je anderen alleen mag opleggen wat je zelf wil, daar moet je toch niet aan denken.

X: Wat zou jij zeggen?

H: Laat je vooral niet opleggen anderen niets op te leggen wat je zelf niet wil als je dat niet wil, zou ik zeggen als ik dacht dat wij het allemaal helemaal zelf voor het zeggen hadden, maar ja…

X: Jezus zei: ‘Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet.’

H: Jezus deed wat hij niet zei en zei wat hij niet deed. Zijn zuiveringsactie in de tempel preludeert op de Inquisitie en op alle zuiveringsacties daarvoor en daarna.

X: Hoed je voor de zuiveraars.

H: En hoed je voor de zuiveraars die zich willen ontdoen van de zuiveraars.

X: En hoed je voor de zuiveraars die zich willen ontdoen van de zuiveraars die zich willen ontdoen van de zuiveraars.

H: Als je dat maar weet.

X: En het advies om geen doelen in de verre toekomst te stellen die voorbij gaan aan het levende nu – daar kan je toch geen bezwaar tegen hebben?

H: Doelen in de verre toekomst stellen maakt deel uit van het levende nu, net zoals het verre nu eens deel zal uitmaken van de levende toekomst.

Bovendien is dromen dat je nooit meer doelen in de verre toekomst zal stellen en zo nooit meer voorbij zal gaan aan het levende nu, opnieuw een doel stellen voor de verre toekomst en voorbijgaan aan het levende nu.

X: En het advies om niet je hele leven van a tot z te willen controleren?

H: Is een poging controle te krijgen over het verlangen je leven van a tot z te controleren.

X: En het advies om je oogkleppen af te doen en je open te stellen voor het wonder van alles en iedereen?

H: Oogkleppen en geslotenheid maken deel uit van het zogenaamde wonder.

Alles en iedereen tot een wonder reduceren is jezelf afsluiten voor andere zienswijzen op het leven, maar daar hebben we het al over gehad.

X: Jan Bor vervolgt:

‘Wijs is om ervan doordrongen te zijn dat je het inderdaad niet weet en het niet kunt weten. (De goeroes van de nieuwe spiritualiteit die allemaal zeggen het wel te weten, zijn dus allemaal on-wijs).’

H: Zo maakt een oude dwaas van zichzelf een nieuwe wijze.

X: En tenslotte:

‘Het is steeds weer terugkeren tot dit niet-weten. Uiteindelijk is het iets van het hart. Het is daarmee van een andere orde dan weten en de ontkenning ervan, botte onwetendheid. Het ontspringt aan een andere bron, een die onkenbaar is, in duisternis gehuld. De Laozi zegt daarover… “Dit (oorspronkelijk) eenzijn heet: het duistere. In het duistere van dat duistere schuilt de poort tot de massa mysteriën.” Of in een andere mooie vertaling van dit slot van het eerste hoofdstuk van de Laozi (in de vertaling van Jan De Meyer): “Die gezamenlijke bron duiden we aan als het mysterie, het nog mysterieuzere dan het mysterie, de poort van alle subtiliteiten”.’

H: Nog meer meningen onder het mom van niet weten.

X: Zelfs hierin kan je je niet vinden?

H: Voor mij is niet-weten een denken dat zichzelf doorziet, geen intuïtieve kenwijze van het hart, maar dat moet iedereen zelf uitmaken.

Van een of andere bron of oorspronkelijk eenzijn dat onkenbaar zou zijn, in duisternis gehuld, nog mysterieuzer dan het mysterie, de poort van alle subtiliteiten, weet ik niets.

X: Misschien komt dat doordat die bron in duisternis is gehuld.

H: En misschien komt het doordat het niet meer is dan een mystiekerig eufemisme voor niet-weten.

Een speculatieve cryptowijsheid uit vervlogen tijden.

Pauwentaal om goede sier mee te maken.

X: En ik maar denken dat dit jou wel aan zou spreken.

H: En jij maar denken.

X: Is er nog iets wat je tegen Jan zou willen zeggen?

H: Hetzelfde wat ik tegen alleman zou willen zeggen.

X: En dat is?

H: Niets.

X: Ik was er al bang voor.

H: Wie niet weet die niet spreekt.

X: Hoor wie het zegt.

H: Er zijn veel woorden nodig om ze uit te hollen.

X: Mooi gezegd.

H: Als je het maar geen wijsheid noemt.

-290-

Haiku op haiku - Roependen en geroepenen

Een tempelbel roept
Ook een watervogel roept
De nacht wordt donker

(Issa)

Niemand die ons roept
Toch blijven wij roepen dat
Wij zijn geroepen

(Hans)

-291-

Zen is ontdekken dat je niets hebt om mee voor de dag te komen

Leerling: Wat is zen?

Meester: Een ontmaskering.

Leerling: Waarvan?

Meester: Zen.

Leerling: Zen is een ontmaskering van zen?

Meester: En?

Leerling: Ik dacht van jezelf.

Meester: Ook.

Leerling: Waarvan dan nog meer?

Meester: Het zelf.

Leerling: Zen is een ontmaskering van zen, jezelf en het zelf?

Meester: Ook.

Leerling: Waarvan dan nog meer?

Meester: Leegte, afhankelijk ontstaan, de vier edele waarheden, het achtvoudige pad, de Boeddha, de dharma, de sangha…

Leerling: Kortom, van het hele boeddhisme.

Meester: Ook.

Leerling: Waarvan dan nog meer?

Meester: Van al je begrippen, aannames, ideeën en idealen, zeg maar.

Leerling: Kortom, van al je gedachten.

Meester: Deze ook.

Leerling: En wat komt er onder het masker tevoorschijn?

Meester: Wie zegt dat er iets onder tevoorschijn komt?

Leerling: Bedoelt u dat er niets onder tevoorschijn komt?

Meester: Dan had ik dat wel gezegd.

Leerling: Nou, daar kan je mee voor de dag komen.

Meester: Het gaat er niet om ergens mee voor de dag te komen.

Leerling: Waar gaat het dan wel om?

Meester: Ontdekken dat je niets hebt om mee voor de dag te komen?

Leerling: Zen is ontdekken dat je niets hebt om mee voor de dag te komen?

Meester: Hiermee ook niet.

Gemaskerd figuur met in elke hand nog een masker.
Wat zit er onder jouw masker?

-292-

Haiku op haiku - Eindelijk

Van heel ver hoor ik
Langverwachte voetstappen
In het dorre blad

(Buson)

Ik hoorde haar kloppen
Boem, boem, boem, op mijn deur
Mijn hart bonsde mee

(Hans)

Specht die op een voordeur hamert.
Ik hoorde haar kloppen op mijn deur.

-293-

Zen is geen zen als er zen op staat

Zen.

Zen is geen zen.

Zen is geen zen als er zen op staat.

Zen is ook geen zen als er geen-zen op staat.

Zen is ook geen zen als er on-zen op staat.

Zen is geen zen zolang je erop staat.

Zen is geen zen.

Zen.

-294-

De wijsheid van de strontvlieg

Beste Hans,

Jij noemt je dwaalgesprekken ergens ‘polderkoans’, maar voor mij missen ze de filosofische diepgang en literaire kwaliteit van de originele Chinese gong-an.

Beste X,

Je kan van de originele Chinese koans veel zeggen, maar niet dat ze hartelijk en ingeleefd zijn.

Er wordt gemept, gescholden, geschreeuwd en doodgezwegen.

Ook van filosofische diepgang en literaire kwaliteit is zelden sprake, of ik moet er blind voor zijn.

Koans zijn showstoppers, bedoeld om je wakker te schudden.

Werkpaarden voor de ploeg die de akker van het ene uiteinde tot het andere openscheurt.

Werp maar eens een blik op de koans van de Linji Lu of de Poortloze Poort en kijk of jouw kwalificaties daarop van toepassing zijn.

Met de term ‘polderkoan’ wilde ik aangeven dat mijn dialogen eerder geïnspireerd zijn door het lage westen dan door het verre oosten.

Mijn protagonisten luisteren niet naar onuitsprekelijke namen, eten niet alleen maar rijst en houden zich niet alleen maar bezig met rare vragen zoals ‘Waarom kwam Bodhidharma uit het westen?’, ‘Waarom heeft Bodhidharma geen baard?’ en ‘Heeft een hond de boeddhanatuur?’

Wel ben ik het me je eens dat mijn teksten oppervlakkig zijn.

Net zo plat als mijn denken, dat ook geen hoogten of diepten meer kent.

Nóg een reden om de polder als metafoor te kiezen.

X: Zen is wijsheid. Van jou word je geen steek wijzer.

H: De meeste mensen zien de wereld door een monocle. Hun wereldbeeld is klein en overzichtelijk maar eenzijdig. Wat in hun blik valt noemen ze wijsheid, wat erbuiten valt dwaasheid.

Gezegend zijn de schelen, zij zien alles van twee kanten.

Zelf zie ik tegenwoordig alles van alle kanten, of ik wil of niet.

Een spiritueel atavisme: de spontane terugkeer naar het facetoog – een van de tweeëndertig lichamelijke kenmerken van boeddha’s en strontvliegen.

Voor mij geen fundamentele vragen en antwoorden meer.

Niet-weten is eenpuntig aan je stoelpoten zagen tot je erdoorheen zakt en met beide billen stevig op de grond of in de stront zit, net wat je lekker vindt.

Zonder het meteen weer meditatie, geaardheid of keuzeloos gewaarzijn te noemen.

Literaire, spirituele of religieuze talenten, ambities of pretenties heb ik niet en nooit gehad.

Dwaalteksten moeten gewoon hun werk doen: een indruk geven van een ontregel(en)d denken zonder wijsheid dat zichzelf spontaan in de staart bijt.

En dat doen ze – maar alleen als je er oog voor hebt.

Mocht je er alleen oor voor hebben: Niet-weten is jazz.

-295-

Wij boeddhisten

‘Helemaal mee eens hoe jij tegen het denken aankijkt, Hans. Wij boeddhisten zeggen het zo: elke gedachte is niet zelf, geen essentie, niet blijvend. Gedachten ontstaan volledig afhankelijk en behoren niemand toe.’

‘Deze gedachten ook?’

‘Ja, alle gedachten.’

‘Wat lul je dan.’

‘Met uitzondering van deze, bedoel ik.’

‘Wat lul je dan.’

‘Maar dat bewijst het toch juist?’

‘Wat bewijst het toch juist?’

‘Dat elke gedachte niet zelf, geen essentie, niet blijvend is. Dat gedachten volledig afhankelijk ontstaan en niemand toebehoren.’

‘Wat lul je dan.’

-296-

Zen is fluiten in het donker

Worden de blinden geopend, dan licht de lege ruimte op
Maar als beginsel volstaat zelfs de leegte niet
Werp liever alle dingen én de leegte weg
Opdat de geesteswind nooit meer door de kieren zal gieren.

(Wumen Huikai in zijn vers bij koan 26 van de Poortloze Poort.)

Een prachtig vers, als je het mij vraagt, maar waarom zou de geesteswind nooit meer door de kieren mogen gieren?

Doe eens gek, zei de gek en werp zelfs het wegwerpen van alle dingen en de leegte weg en…

Hoor die ketel plots weer fluiten
Noch van binnen, noch van buiten
Licht de lege ruimte op
Zet hem dan maar op je kop en

Hoor die ketel plots weer fluiten
Noch van binnen, noch van buiten
Licht de lege ruimte op
Zet hem dan maar op je kop en…

Rode fluitketel met schele ogen en een scheve mond en een dansende deksel waar stoom uit komt.
Hoor die ketel plots weer fluiten / noch van binnen, noch van buiten / Licht de lege ruimte op / Zet hem dan maar op je kop en…

-297-

Zen via de via negativa negativa

Meester Zuetsu zegt:

Zen is geen hoogste werkelijkheid, geen diepste grond, geen grondeloosheid, geen zuiver land, geen paradijs, geen kosmisch principe, geen grenzeloos bewustzijn, geen keuzeloos gewaarzijn, geen goddelijke natuur, geen boeddhanatuur, geen onvoorwaardelijke liefde, geen liefdevolle vriendelijkheid, geen onbegrensd mededogen, geen vlot, geen uppaya, geen therapie, geen panacee, geen onverstoorbaarheid, geen meditatie, geen concentratie, geen mindfulness, geen samadhi, geen kensho, geen satori, geen eenvoud, geen weg, geen doel, geen stilte, geen vrede, geen gelukzaligheid, geen verwondering, geen openheid, geen naaktheid, geen kennendheid, geen geest, geen niet-geest, geen zelf, geen niet-zelf, geen dharma, geen niet-dharma, geen dharma-en-niet-dharma, geen dharma-noch-niet-dharma, geen mystiek, geen eenwording, geen immanentie, geen transcendentie, geen immanente transcendentie, geen eenheid, geen veelheid-in-eenheid, geen veelheid-noch-eenheid, geen non-dualiteit, geen ondoordringbaar mysterie, […], geen poortloze poort, geen oorspronkelijk gezicht, geen vorm, geen vormeloosheid, geen vorm-in-vormeloosheid, geen worden, geen zijn, geen niet-zijn, geen zijn-en-niet-zijn, geen zijn-noch-niet-zijn, geen doen, geen niet-doen, geen doende niet-doen, geen begrip, geen onbegrip, geen deconstructie, geen niet-weten, geen wetend niet-weten, geen eeuwige wijsheid, geen wijsheid zonder wijsheid, geen wijsheid voorbij alle wijsheid, geen wijze dwaasheid, geen dwaze wijsheid, geen dwaasheid, geen inzicht zonder kennis, geen kennis zonder leraar, geen weten zonder woorden, geen waarheid voorbij de woorden, geen lege leer, geen vinger naar de maan, geen lange neus naar de wereld.

Wat zen dan wel is?

Verkeerde vraag.

-298-

Zen is niet weten (wat zen is)

‘Wat is zen, Hans?’

‘Tja.’

‘Volgens mij heb jij er niets van begrepen.’

‘Jij wel?’

‘Toevallig wel, ja.’

‘Dan zal dat het probleem wel zijn.’

Meer lezen: Meester Tja en de Tao van niet-weten.

-299-

Haiku op haiku - Ik kom

Ja, ik kom! riep ik
Maar op mijn besneeuwde poort
Klonk nog steeds kloppen

(Kyorai)

Ja, ik kom! dacht ik
Maar in mijn benauwde borst
Klonk nog steeds kloppen

(Hans)

-300-

Haiku op haiku - Hier rust

Reizend werd ik ziek
Over verdorde heiden
Blijft mijn droom dwalen

(Basho, doodshaiku)

Mijn leven loopt dood
In uitgedroogde woorden
Blijft mijn droom steken

(Hans)

-301-

Epiloog

Schrijvend vat ik vlam
Dorre woorden overal
Vliegen in de fik

(Goff)