NietWeten.nl


Wit wat je weet met het...

Witboek Zen

Dood de Boeddha, begin bij je zelf

Boeddhisme zonder dogma's

^ Dood de Boeddha, begin bij je zelf.

'De Grote Weg is niet moeilijk voor wie hem kwijt is.' Meer dan driehonderd teksten om mee te zitten.

Woord: Hans van Dam.

Beeld: Lucienne van Dam.

Laatst bijgewerkt op zondag 14 augustus 2022 om 05:29 uur.

Status: werk in uitvoering.

Deel 9 van de Agnosereeks.

Voorlopige omslag van het Witboek Zen:

Voorlopige omslag van het Witboek Zen.

1. Wat je minstens moet weten van zen

Aanbeveling voor de schrijver.

'Wat weet jij eigenlijk van zen, Hans?'

'Minder dan wie ook.'

'Dat lijkt me geen aanbeveling.'

'Integendeel.'

2. Zengeest, weetnietgeest – Linji, Tydeman, Seung Sahn

Niet-weten is het meest nabij.

Net als de taoïsten waaraan ze schatplichtig zijn hebben zenboeddhisten iets met niet-weten. Altijd gehad, en nog steeds. Neem nu koan 20 uit het Boek van Sereniteit.

Dizang: Waar ga je heen?
Fayan: Op bedevaart.
Dizang: Waar is dat goed voor?
Fayan: Dat weet ik eigenlijk niet.
Dizang: Niet weten is het meest nabij.

De Chinese kampioenen niet-weten waren misschien Huangbo en zijn leerling Linji Yixuan, zo niet de historische dan toch de gelijknamige literaire protagonisten van de Linji Lu, een verzameling preken en koans uit het begin van het tweede millennium. Ik vond het niet weten van Linji nabij genoeg om de Linji Lu te vertalen en in de Agnosereeks op te nemen, al schuilt er net als in de meeste boeddhisten ook in Linji een metafysicus.

De Nederlandse kampioen niet-weten is misschien Nico Tydeman. Ik zag hem voor het eerst in de documentaire Doorn in het hart. Hij is een oud-seminarist en weet het prachtig te zeggen. Daar had ik graag een voorbeeld aan genomen, maar je moet roeien met de tongriem die je hebt.

Tydeman is de auteur van een aantal boeken over zen en niet-weten, waaronder Dansen in het duister. Met een markeerstift heb ik eind jaren nul als pasgeboren agnost zorgvuldig alle passages in dat boek gemarkeerd die naar mijn mening meer van weten getuigden dan van niet-weten. Toen ik het boek dichtsloeg was het knalgeel. Baden in het licht was een toepasselijker titel geweest, maar dat allitereert niet.

Zo kwam ik erachter dat mijn denken strenger is dan het zijne, radicaler, nuchterder. Minder geleerd ook, minder precies, minder mystiek, minder verheven. En zonder ontzag voor tradities, meesters, titels en stambomen. Dus daar scheidden onze wegen nog voor ze samenkwamen.

De Koreaanse kampioen niet-weten is misschien Seung Sahn, in het westen bekend van de don't-know mind (de weetnietgeest) en inmiddels ook van zijn losse zeden, net als Tydeman trouwens, en vele andere leraren, priesterfiguren en verlossers. Mijn zeden zijn ook los, vanbinnen is iedereen bandeloos, denk ik weleens, waarom doen alsof het niet zo is? Geef je liever bloot, als je dan zo nodig een voorbeeld wilt stellen.

Seung Sahn's Teaching Letters zijn kostelijk leesvoer. In honderden van die correspondenties komt het niet-weten langs, indirect of met zoveel woorden, al spreekt hij in andere brieven met een onverdraaglijke patriarchale stelligheid die haaks staat op het niet-weten.

Om uitdrukking te geven aan hun verbijstering zonder hun geloofwaardigheid en hun privileges te verliezen, hebben taoïsten en (zen)boeddhisten allerlei eufemistische oxymorons bedacht, zoals wetend niet weten, weten zonder weten, de kennis zonder leraar, de wijsheid zonder wijsheid en de wijsheid voorbij alle wijsheid.

Eufemistisch omdat zen tenminste in de gedaante van een radicaal niet-weten – weetnietzen dus – helemaal geen vorm van kennis of wijsheid is, ook geen transcendente.

Onwetendheid is het ook niet, juist niet, want wie tot niet-weten wil komen, moet diep door de leerstof van het leven gaan. Zo diep dat de gaten erin vallen en je er, eindelijk, doorheen kunt zien.

Vraag me niet wat je dan zal zien, dat behoort nog tot de leerstof. Het gaat erom dat je die helemaal doorziet. Vandaar de woorden van Dizang die ik nogmaals met instemming citeer:

Niet weten is het meest nabij.

3. Zen laat zich niet in woorden vangen

Mensen wel.

Wat is zen?

Oorspronkelijk is het boeddhisme een verlossingsleer, een weg uit samsara, de eeuwige kringloop van wedergeboorte en -dood.

In het zenboeddhisme, zeker in de soto-traditie, is dit aspect van verlossing samen met de reïncarnatieleer op de achtergrond geraakt.

Net als advaita en dzogchen is sotozen geen ingewikkelde verlossingsleer maar een eenvoudige realisatieleer.

Er is geen doel, dus ook geen weg.

Er is niets om je van te verlossen en niemand om te verlossen.

Je hoeft niets te doen of te laten of te worden.

Realisatie is je realiseren dat er niets te realiseren valt.

Inzicht is inzien dat er niets valt in te zien.

In zen is verlichting opluchting.

Een tijdelijke opluchting heet in het Japans kensho; een opluchting waar geen eind aan komt satori.

Wat is zazen?

Zen er geen weg want in zen is er geen weg.

Daar zen hier is, kun je er net zo goed bij gaan zitten. Dit zitten heet in het Japans zazen.

Zazen dient geen hoger doel. Om toch iets te doen te hebben, maak je van het zitten een deugd.

Zenmeditatie is niet bij de pakken neerzitten, maar schoonzitten. Liefst in de lotushouding, met geloken ogen en je tong tegen je verhemelte.

De eerste vijfentwintig jaar doet zazen zeer en net als je eraan begint te wennen krijg je artrose, maar van de pijn blijf je wakker, een ander woord voor realisatie.

Schoonzitten en verder niets heet in het Japans shikantaza.

Om de tijd te verdrijven, die anders wel erg langzaam gaat, mag je tijdens shikantaza je ademhalingen tellen, zolang je maar niet hardop telt.

Als je ondanks de pijn en het tellen van je adem in slaap blijft vallen, kun je beter rinzaizen gaan doen. Dan krijg je raadseltjes op die in het Japans koans heten en je ook 's nachts uit je slaap horen te houden.

Koans hebben geen oplossing en dat is de oplossing, dus uiteindelijk komt het allemaal weer op shikantaza neer, maar dat besef je pas achteraf.

Van agnose naar gnosis

'Koans hebben geen oplossing', zei ik, 'en dat is de oplossing', maar dat is ook geen oplossing.

Het is aan de zitter om aan geen-oplossing geen-gestalte te geven – kinderspel.

Helaas zijn er in de loop der tijd door excellente zenmeesters toch weer oplossingen en gestalten bedacht en vastgelegd in antwoordboeken die heimelijk werden doorgegeven van zenvader op zenzoon – zenmoeders en -dochters waren tot voor kort een zeldzaamheid – helemaal tot op de dag van vandaag, ach ach.

Agnose werd gnosis, vrijdenkerij vrijmetselarij, zen een molensteen der wijzen om menig dwazennek. De strop van de lineage – geen religie zonder erfzonde.

Diezelfde excellente zenmeesters hebben in dezelfde grijpgeest ook stadia van verlichting bedacht, drie, vier, vijf, zeven, tien, zoveel je wilt.

Daarmee bewees de bedenker dat hij zelf het hoogste stadium had bereikt, anders had hij het nooit kunnen bedenken, snap je.

Zodoende was Hij automatisch geautoriseerd om ook bij anderen de graad van verlichting vast te stellen, en kon niemand Zijne Zennelijke Zitzak nog van zijn zafu stoten.

Van iconoclasme tot instituut

Van alle boeddhistische scholen is zen een van de meest iconoclastische. Dat geldt in elk geval voor de oorspronkelijke Chinese variant, die chan genoemd wordt, met als schoolvoorbeeld de boeddhadoder Linji Yixuan.

Chan was populair in China, tot het door de keizer in de ban werd gedaan. Vervolgens bloeide het op in het traditionalistische Japan, waar het door institutionalisering langs de hierboven geschetste lijnen in moordtempo zijn frisheid verloor.

Niet-weten werd zeker weten, improvisatie werd ritueel, spontaniteit werd regel.

Koans werden examens, zenleraren examinatoren, transmissie een diploma-uitreiking.

De val in de vrijheid die zen heet, werd een krampachtige klimpartij naar de top van een honderd voet hoge bamboepaal, waar je dertig meter dichter bij de maan zit dan alle anderen, om nooit meer los te laten.

Niet-weten, dat is pas zen

Een radicaal niet-weten, de naam zegt het al, weet als het erop aankomt geen onderscheid te maken tussen een verlossingsleer en een realisatieleer, niet tussen samsara en nirwana, niet tussen hinayana en mahayana, niet tussen meester en leerling, niet tussen vrijheid en gebondenheid, niet tussen de weg en het doel, niet tussen binnen en buiten, niet tussen vorm en leegte, niet tussen rinzai en soto, niet tussen het ene en het vele, niet tussen de persoon en het zelf, niet tussen de verlichte en de onverlichte, niet tussen mediteren en epibreren, niet tussen weten en niet-weten, niet tussen zen, zin en onzin.

In een radicaal niet-weten houdt geen enkel denkbeeld stand.

Ook niet het denkbeeld van een radicaal niet-weten waarin geen enkel denkbeeld standhoudt.

Ook niet de karikatuur van zen die ik zojuist heb geschetst en die je wellicht met instemming of met stijgende verbazing of met groeiende verontwaardiging hebt gelezen.

Zen laat zich niet in woorden vangen.

Net zomin als het leven.

Mensen wel.

Die proberen het leven in woorden te vangen.

Die proberen zen in woorden te vangen.

Die proberen anderen in woorden te vangen.

Die proberen zichzelf in woorden te vangen.

Het zijn de mensen die gevangen zitten in woorden.

Een streep zetten door de woorden, dat is pas niet-weten.

Niet-weten, dat is pas zen.

Weetnietzen, weg ermee.

Wegwerpzen, hoezee.

4. Haiku op haiku – Zwammen

Naar zwammen zoekend
hief ik het hoofd op, daar stond
de maan op de berg.

(Buson)

Naar woorden zoekend
vond de dichter slechts zichzelf.
De zwam op de berg.

5. Tussen onwetendheid en niet-weten staat wijsheid in de weg

Zen is geen onwetendheid maar niet-meer-weten.

Meester Zero zegt:

Wat is zen?

Zen is niet-weten.

Niet-weten is niet-meer-weten.

Niet-meer-weten is het zeker-weten achter je laten.

Zonder te vergeten wat je hebt geweten.

Zonder te vergeten dát je hebt geweten.

Zonder te vergeten dat je het allemaal heilig hebt geloofd.

Zonder te vergeten dat je je identificeerde met wat je meende te weten.

Zonder te vergeten dat je er mensen mee lastig viel die er niets van wilden weten.

Niet-meer-weten volgt op weten zoals weten volgt op onwetendheid.

Niet-meer-weten is niet-weten.

Niet-weten is zen.

Wat is zen?

6. Kleine kennismaking met Meester Zero

En waarom zijn logo een enso is.

Uw gastheer (m/v) in dit Witboek Niet-Weten is Meester Zero.

Alleen is hij geen meester meer en nooit geweest.

Meester Zero weet het niet meer.

Wie het niet meer weet is een wandelend gat.

Onze Meester Zero is een nul.

Vandaar dat hij ook weleens Meester 0 wordt genoemd.

Niet alleen zijn naam is een nul, ook zijn logo.

De nul is een schijngetal, je kijkt er zo doorheen.

Het cijfer 0 lijkt op de letter O en op de letter Ø.

Vandaar dat Meester Zero ook weleens Meester O of Meester Ø wordt genoemd.

Ø is een letter die je uitspreekt als 'eh'.

Vandaar dat Meester Ø ook weleens Meester Eh wordt genoemd.

In de Agnosereeks staat de Ø symbool voor de lege leer.

Vandaar dat ik agnose weleens schrijf met een Ø: agnØse, agnØst, AgnØsereeks, agnØsticon.

'Eh' of 'O' is wat je zegt als het niet meer weet.

Je mond vormt dan een nul of een O of met een exotisch woord een enso – een wat?

Een enso is een gecalligrafeerde cirkel.

Vandaar dat Meester Zero ook weleens Meester Enso wordt genoemd.

^ Enso.

Zendo's worden vaak versierd met een enso.

De Zero (niet de meester) was een meesterlijk jachtvliegtuig uit de tweede wereldoorlog.

Enso, zendo, Zero.

Met de Zero hebben de Japanners in 1941 tijdens Operatie Z de Amerikaanse marine in Pearl Harbor tot nul gereduceerd.

Dat vliegtuig was eventjes zijn tijd vooruit, kon geweldig opstijgen en fantastisch neerstorten, een ander woord voor kamikaze, een metafoor voor agnose, ik kom er later op terug, als ik het haal, als jij het haalt – voor je het weet haalt de tijd ons in en storten we neer voor de laatste keer, boeddhisten noemen dat vergankelijkheid, daarover gaat hun halve leer.

Het vervelende van een enso, een O, een nul is: je komt er niet in en je komt er niet uit.

Niet van opzij tenminste, vanwege die gesloten omtrek. Van voren en van achteren wel, daar heb je de derde dimensie voor, de poortloze poort die ieder teken doorboort.

Het mooie is: je hoeft er niet in en je hoeft er niet uit.

Het maakt niets uit of je erbinnen bent of erbuiten of door het gaatje gaat – niet dat ik weet.

Waar je je ook denkt te bevinden, daar ben je niet.

Waar je ook heen denkt te moeten, daar is het niet.

Wie of wat je ook denkt te zijn, je bent en blijft een nul.

Of laat ik het zo zeggen: totdat je niets meer voorstelt stel je niets voor, en daarna helemaal niet meer.

Dat ontdekken heet zen, en voor nitwits niet-weten.

7. Waaraan herken je de zenboeddhist?

Vijf miskenbare waarmerken van keizers zonder kleren.

Meester Zero zegt:

Waaraan herken je de zenboeddhist?

Hij heeft een pij van de duurste sunyata. Toch is hij geen exhibitionist.

Hij vindt het fijn als mensen zich blootgeven. Toch is hij geen voyeur.

Hij heeft niets meer te doen. Toch zit hij niet bij de pakken neer.

Hij heeft niets meer hoog te houden. Ook daarin schept hij geen eer.

Er valt voor hem niets meer te weten. Dat is zijn leer.

8. Zengeest, beginnersgeest – Shunryu Suzuki

'Zen is steeds opnieuw beginnen', zei Shunryu Suzuki.

Zengeest, beginnersgeest heet zijn boekie.

Alsof het een keus is.

Alsof er een alternatief is voor vallen en opstaan.

Vallen – daarmee begint je leven.

Een val uit de baarmoeder.

In de val van het leven.

Baf!

Op een dag sta je voor het eerst op.

Als het meezit tenminste, want sommigen van ons zijn dan al weggevallen.

Daarna is het pas echt vallen en opstaan.

Vallen en opstaan.

Vallen en opstaan.

Vallen en opstaan.

En zo verder, tot je laatste val.

In het graf.

Baf!

Hoe zou je dan niet op je achterhoofd gevallen kunnen zijn?

Je begint je leven als weetniet.

Je leeft je leven als weetniet.

Je eindigt je leven als weetniet.

Je bent en blijft een weetniet.

Een dummy, een sufferd, een onbenul.

Een professor in slap gelul.

Of je het ziet of niet.

Het enige verschil tussen jou en mij is dat ik het niet langer verberg.

Alleen dwazen geloven in hun wijsheid.

Je herkent ze al van verre.

Aan hun wijde gewaden.

Aan hun brede gebaren.

Aan hun gedragenheid.

Geestelijke lijders op zoek naar volgelingen.

Gedeelde smart is halve smart – maar wel twee keer zo veel.

Wat heb je dan gewonnen?

Niet-weten is verliezen.

Wie niet-weet is gezien.

De onmacht aan de macht.

Overmacht maakt zacht.

Je zwakte is je kracht.

Niet-weten is je kleinheid realiseren.

Precies zo groot worden als je bent.

De weetniet is groot in zijn kleinheid.

Je ware grootte vinden is grootteloos worden.

Je grootheid verliezen en je kleinheid verliezen.

Niet meer weten hoe groot je bent in absolute zin.

Niet meer weten hoe groot je bent in vergelijking met anderen.

Niet meer weten hoe groot mensen zijn.

Weten dat mensen geen ware grootte hebben – behalve in hun geest.

Zelfs niet meer weten dat mensen geen ware grootte hebben.

Wijs is wie zijn dwaasheid kent.

Zengeest, weetnietgeest, in mijn boekie.

Dat boekie is nog kleiner dan het boekie van Suzuki.

Het is een leeg boekie.

Het is een boekie van niets.

Hét boekie van niets.

Want niet weten van niet-weten is tien pond scheten.

Het is gewoon de volgende val.

9. Haiku op haiku – Denksporen

Och kijk, een mus sprong
helemaal langs de veranda
met natte voetjes.

(Shiki)

Och, kijk, die vlekjes.
Ik denk er een vogel bij,
dan zie ik een spoor.

Rolstempel op een stok waarmee je een spoor van vogelpootjes kan stempelen.

^ Rolstempel uit het postornithologicum voor het maken van nostalgische vogelsporen.

10. Zengeest, kuddegeest

Terug naar de boeddhanatuur; ver-wenserij van de stamboekfee.

Twee sangha's voeren een dharmastrijd in een weiland.

De koeien roepen: Boe!

De eerste sangha roept: Leve de lineage!

De koeien roepen: Boe!

De tweede sangha roept: Weg met de lineage!

De koeien roepen: Boe!

De eerste sangha roept: Alleen zo houden we de leer zuiver!

De koeien roepen: Boe!

De tweede sangha roept: Alleen zo houden we de leer zuiver!

De koeien roepen: Boe!

De tweede sangha bestookt de eerste met watervaste-verfbommen in alle kleuren van de regenboog.

De koeien roepen: Boe!

De eerste sangha slaat terug met lineageborden van voorchristelijk eikenhout.

De koeien roepen: Boe!

Een lekenjury oordeelt traditiegetrouw: Onbeslist!

De koeien roepen: Boe!

Bont en blauw druipen de schreeuwers af naar hun heilige huisjes en op het land keert de rust weer.

De koeien roepen: Boe!

Woordenlijstje

Sangha: 1. stam; 2. hersenstam.

Lineage: stamboom van boeddha's.

Rasboeddhist, rabboe: boeddhist met stamboom; ware afstammeling van Gautama Boeddha.

Bastaardboeddhist, babboe: boeddhist zonder stamboom; synoniem: vuilnisbakkenboeddhist (pejoratief).

Kuddegeest: atavistische mentaliteit die ernaar streeft de onderlinge banden te verstevigen door de anderlinge verschillen te benadrukken (zie ook religie, parlement, teamsport, chimpansee).

11. Zen is vrij spel, het lijkt het leven wel

Vrij blijvende gedachten over zen.

Wilde weetnietgeest.

Je hebt geen vragen meer.

Je hebt geen antwoorden meer.

Nu hebben je gedachten vrij spel.

O o, wat gaan ze snel.

Het lijkt het leven wel.

O o, wat gaat het snel.

Vrij blijven de gedachten.

Je hebt geen antwoorden meer.

Je hebt geen vragen meer.

Wilde weetnietgeest.

12. Oude Cheng, kedeng kedeng!

Het ambtsgeheim van de Oorspronkelijke Geest.

Opstandige lieden vind je in elke religie en in alle tijden. Jed McKenna is zo iemand, Alexander Smit was zo iemand, U.G Krishnamurti was zo iemand, net als zijn zogenaamde tegenpool Jiddu Krishnamurti. Het Citatenboek Niet-Weten staat vol voorbeelden van hun indianentaal. Ze sparen niemand, behalve zichzelf.

Lang geleden, toen zen, zegt men, even een levende, icononclastische beweging was in plaats van een bende behoudzuchtige schoonzwetsers, krioelde het er van de dwarskonten, zoals Huangbo en zijn leerling Linji.

In de jaren zeventig van de vorige eeuw dook er in Frankrijk een tekst op van nog zo'n dwarskont, Oude Cheng, die een of andere Fransman, J. Garillot, ergens in Indochina, overhandigd zou hebben gekregen van een of andere monnik, niet per se de auteur. Diezelfde Fransman zou diezelfde tekst persoonlijk hebben vertaald uit het Indochinees en in het tijdschrift Être hebben gepubliceerd, onder redactie van de non-dualist Jean Klein, die niet langer onder ons is, behalve als zuiver Bewustzijn.

Deze tekst, Propos du vieux Tcheng, is vervolgens uit het Frans in het Nederlands vertaald door een andere non-dualist van het eerste uur, Wolter Keers, die niet langer onder ons is, behalve als zuiver Bewustzijn, en in 1985 gepubliceerd in het tijdschrift Chetana. Weer een andere non-dualist, Alexander Smit, die niet langer onder ons is, behalve als zuiver Bewustzijn, heeft de Nederlandse vertaling in zijn geheel voorgelezen tijdens een zomerretraite in 1997 en nu denken mensen die doden op handen dragen dat Smit de auteur was.

Wanneer boeddhisten er voor het eerst lucht van kregen weet ik niet. Zelf maakte ik pas kennis met De woorden van de Oude Cheng toen ze voor de eerste keer gepubliceerd werden in het Boeddhistisch Dagblad in 2016. Ik had toen net de Linji Lu hertaald en als serie gepubliceerd in diezelfde krant. Wat leken ze op elkaar, zeg, de oude Linji en de Oude Cheng, wie deed hier wie na?

Nu is uit historisch onderzoek gebleken dat de Linji uit de Linji Lu, laten we hem Nieuwe Linji noemen, weinig overeenkomsten vertoont met de gelijknamige historische figuur, zeg Oude Linji. Mocht Oude Cheng gemodelleerd zijn naar Nieuwe Linji, dan is hij een constructie van een constructie, een personage gebaseerd op een personage, fictie in het kwadraat.

Voor hetzelfde geld is Nieuwe Linji gemodelleerd naar de Oude Cheng, Of is Oude Cheng een Nieuwe Cheng die net als Nieuwe Linji zijn naam ontleend aan een minder inspirerende historische voorganger. Of is Oude Cheng een verzinsel van die monnik uit Indochina. Of is die monnik een verzinsel van J. Garillot. Of is die Garillot wel een verzinsel van J. Klein. Want we weten minder naarmate we meer geloven en omgekeerd.

Nieuwe Linji en Oude Cheng, historisch, mythisch of fictief, hebben met elkaar gemeen dat ze ondanks hun radicaliteit naar absolutisme neigen. De Nieuwe Linji mag het graag hebben over de leegte, de geest, het licht en de boeddhanatuur, door westerse vertalers steevast van een hoofdletter voorzien: de Leegte, de Geest, het Licht en de Boeddhanatuur. En de Oude Cheng, die van huis uit, of na alle non-dualistische hertalingen, verdacht veel op een non-dualist lijkt, kan maar niet ophouden over het geheim van de Oorspronkelijke Geest. Ook met hoofdletters, dat zie je goed.

'Ik, oude Cheng, doe niemand na', beweert de oude ijdeltuit over zichzelf, 'ik belijd geen enkel geloof, ik volg geen enkele school en ben niemands volgeling.' Onzin natuurlijk, zijn woorden heeft hij van zijn moeder en zijn ideeën zijn al even conventioneel als zijn rebellie. Behalve in de laatste regels van zijn monoloog, waarin de Aap eindelijk uit de mouw komt:

"En nu luister naar me met alle aandacht die je hebt. Nu zal ik je eindelijk het grote geheim onthullen van de Oorspronkelijke Geest. Wat ik je nu ga zeggen, is het belangrijkste en meest diepzinnige wat er ooit over gezegd is, namelijk dit: er bestaat geen geheim van de Oorspronkelijke Geest!"

Dus eerst probeert Cheng Kedeng of diens bedenker ons wijs te maken dat er een Oorspronkelijke Geest is, dan weer dat die er niet is.

Geloof jij het?

13. Haiku op haiku – Schone beelden

Zie, door de scheuren
in mijn papieren venster
beeldschoon, de melkweg.

(Issa)

Zie, in de krochten
van de melkweg, beeldschoon mijn
gescheurde venster.

14. Helder inzicht in de boeddhanatuur

Als je geest de geest geeft.

Leerling: Helder inzicht in de boeddhanatuur vraagt volledige beheersing van de geest.

Meester: Oei.

Leerling: Wat?

Meester: Dat gaat je de rest van je levens kosten.

Leerling: Desnoods.

Meester: Zou je niet liever je aannames onderzoeken?

Leerling: Welke aannames?

Meester: Dat je een geest hebt?

Leerling: En als dat niet het geval mocht zijn?

Meester: Wat valt er dan nog te beheersen?

Leerling: Welke aannames nog meer?

Meester: Dat je een vrije wil hebt?

Leerling: En als dat niet het geval mocht zijn?

Meester: Wat valt er dan nog te streven?

Leerling: Welke aannames nog meer?

Meester: Dat je een boeddhanatuur hebt? Dat je daar helder inzicht in kunt krijgen? Dat je dan beter af bent?

Leerling: Potverdrie.

Meester: Nu neem je weer aan dat er iets mis is en dat je onderscheid kunt maken tussen mis en raak.

Leerling: Ik voel me zo stom.

Meester: Nu neem je weer aan dat dit gesprek iets over jou zegt en dat er een jij is waarover iets gezegd kan worden.

Leerling: Wat ziet u alles toch helder.

Meester: Nu neem je weer aan dat er een ik is die alles helder ziet.

Leerling: Wou u beweren van niet?

Meester: Nu neem je weer aan dat ik iets wou beweren en dat ik weet hoe het zit.

Leerling: Niets aannemen is het devies?

Meester: Wat dát weer niet veronderstelt.

Leerling: Hoe zou u het noemen?

Meester: Geen idee.

Leerling: Is dat hoe u het zou noemen of heeft u geen idee?

Meester: Doe dan maar volledige beheersing van de geest.

15. Zen is categorieën doorbreken

Tussen zin en onzin vind je de deur naar niet-weten.

Leerling: Wat is zen?

Meester: Zeg jij het maar.

Leerling: Zen is een vorm van zingeving.

Meester: Waar je zin in hebt.

Leerling: Wou u soms beweren dat zen onzin is?

Meester: Wie dat beweert heeft er niets van begrepen.

Leerling: Het is het een of het ander.

Meester: Zen heeft niets te maken met zin of onzin.

Leerling: Waarmee heeft het wel te maken?

Meester: Met het doorbreken van dit soort categorieën.

Leerling: Zen is tegen categorisch denken?

Meester: Dat is gewoon de volgende categorie.

Leerling: Categorisch denken versus categorievrij denken, bedoel ik.

Meester: Daar heb je het al.

Leerling: Maar zen is toch vierkant tegen de hokjesgeest?

Meester: Dat is gewoon de volgende categorie.

Leerling: De hokjesgeest versus de weetnietgeest, bedoel ik.

Meester: Zie je wel?

Leerling: Gaat dit over non-dualiteit?

Meester: En weer een categorie.

Leerling: Versus dualiteit, bedoel ik.

Meester: Zei ik het niet?

Leerling: Dat alles één is.

Meester: En nog een categorie.

Leerling: In plaats van veel.

Meester: Zeg, ik blijf niet aan de gang.

Leerling: Wat is zen dan wel?

Meester: Dat zeg ik.

Leerling: Categorieën doorbreken.

Meester: Deze ook.

Leerling: Het doorbreken van categorieën moet ook doorbroken worden?

Meester: Waar je zin in hebt.

16. Zen is het eeuwige streven van de kleine geest naar een grote geest

Van geestverkleinende geestverschijningen.

Leerling: Wat is de kleine geest?

Meester: Een hokje.

Leerling: Wat is de grote geest?

Meester: Een hokje.

Leerling: Wat is dan het verschil?

Meester: Zeg jij het maar.

Leerling: Dat de kleine geest verschijnt in de grote geest.

Meester: En de grote geest?

Leerling: Nou?

Meester: De grote geest verschijnt in de kleine geest.

17. Heeft een boeddha de hondennatuur?

Opzitten tot je opstaat. Blafles met Meester Wu

Leerling: Heeft een hond de boeddhanatuur?

Meester: Vraag maar aan die hond daar.

Leerling: Heb ik al gedaan.

Meester: Wat zei die?

Leerling: Woef.

Meester: Nou dan.

Leerling: Hebben leerlingen de boeddhanatuur?

Meester: Vraag maar aan jezelf.

Leerling: Heb ik al gedaan.

Meester: Wat zei je?

Leerling: Niets.

Meester: Nou dan.

Leerling: Heeft iedere boeddhist de boeddhanatuur?

Meester: Vraag maar aan iedere boeddhist.

Leerling: Ik zou niet weten hoe.

Meester: Nou dan.

Leerling: Wat denkt u?

Meester: Dat iedere boeddhist een hondennatuur heeft.

Leerling: Wat als je een hondennatuur hebt?

Meester: Dan ben je altijd op zoek naar een baasje.

Leerling: Wat als je een baasje hebt gevonden?

Meester: Opzitten en pootjes geven.

Leerling: Braaf zijn.

Meester: Het braafste kindje van de klas.

Leerling: Juist denken, juist bedoelen, juist spreken, juist handelen, juist leven, juist streven, juist opletten, juist mediteren.

Meester: Je komt nergens anders meer aan toe.

Leerling: Wat als je niet meer op zoek bent naar een baasje?

Meester: Dan sta je op eigen benen.

Leerling: Ben je dan nog wel boeddhist?

Meester: Dat kan je dan niets meer schelen.

Leerling: Heb je dan je boeddhanatuur gerealiseerd?

Meester: Dat kan je dan niets meer schelen.

Leerling: Ben je dan een boeddha?

Meester: Dat kan je dan niets meer schelen.

Leerling: Omdat je eindelijk op eigen benen staat?

Meester: Dat kan je dan niets meer schelen.

Leerling: Hè?

Meester: Ha.

Leerling: Wat als het je niets meer kan schelen of je op eigen benen staat?

Meester: Woef.

Hondje op een meditatiekussen met zijn pootjes omhoog, een riem in zijn bek en een stijve piemel.

^ Opzitten tot je opstaat.

18. Oorspronkelijk is er geen zen

Hoe verlicht is een hond?

Beste Hans,

Mijn zenleraar zegt altijd: 'Oorspronkelijk is er geen binnen en geen buiten'. Daar ben ik het helemaal mee eens. Alles is één. In het Ene kan geen binnen en buiten zijn. Binnen plus buiten is twee.

Beste Wim,

Je zit teveel in de zendo. Wanneer heb jij voor het laatst buiten gespeeld?

Wim: Daarnet nog, met mijn hond. Die maakt ook geen onderscheid tussen binnen en buiten. Ik bedoel daarmee, tussen zichzelf en de wereld. Tussen subject en object. Tussen de waarnemer en het waargenomene. Dat zijn alleen maar constructies van de mind. Dus ja, oorspronkelijk is er geen binnen en buiten.

Hans: Ooit een hond gezien die onderscheid maakt tussen oorspronkelijk en nadien? Een hond die onderscheid maakt tussen het vele en het Ene?

Ooit een hond gezien die geen onderscheid maakt tussen zichzelf en zijn spiegelbeeld? Een hond die het niet uitmaakt of hij binnen slaapt of buiten?

Voor je terugblaft eerst even je woef raadplegen.

Wim: Dat er oorspronkelijk geen binnen en geen buiten is, is ook een constructie van de mind, wou je zeggen.

Hans: En waarvan is de mind een constructie?

Wim: Wat is volgens jou oorspronkelijk?

Hans: Oorspronkelijk is er geen oorspronkelijk. Niet dat ik weet.

Wim: Is niet-weten oorspronkelijk?

Hans: Alleen achteraf.

19. Is zen non-dualistisch? De gastheer en de gast

"Wu! Wu! Wu! Wu! Wu!
Wu! Wu! Wu! Wu! Wu!
Wu! Wu! Wu! Wu! Wu!"

(Ontwaakgedicht van Wumen Huikai, of van zijn hond.)

Beste Hans,

In de Linji Lu staat de volgende koan:

De hoofdmonniken van twee zalen kwamen elkaar tegen. Gelijktijdig slaakten ze een kreet: 'Aargh!' Later die dag vroeg een monnik aan de meester: 'Wie was hier de gastheer, wie de gast?' De meester zei: 'Gastheer en gast zijn duidelijk onderscheiden.'

Wat betekent volgens jou die uitspraak 'Gastheer en gast zijn duidelijk onderscheiden'? Ik vind dat namelijk nogal dualistisch klinken.

Beste Inez,

Gastheer of gast? Een mens kan overal in vast komen te zitten. Onderscheiden of niet? Een mens kan overal in vast komen te zitten.

Inez: Maar hoezo zijn gastheer en gast duidelijk onderscheiden?

Hans: De hoofdmonniken van twee zalen kwamen elkaar tegen. Gelijktijdig slaakten ze een kreet. Later die dag vroeg de meester aan de ene hoofdmonnik: 'Wie was hier de gastheer, wie de gast?' De hoofdmonnik antwoordde: 'De gastheer is de gast.' De meester zei: 'Gastheer en gast zijn duidelijk onderscheiden.'

De volgende dag vroeg de meester aan de andere hoofdmonnik: 'Wie was hier de gastheer, wie de gast?' De hoofdmonnik antwoordde: 'Gastheer en gast zijn duidelijk onderscheiden.' De meester zei: 'De gastheer is de gast.'

Inez: Gaat het er dan alleen maar om alles tegen te spreken?

Hans: Meepraten, tegenspreken – een mens kan overal in vast komen te zitten.

Inez: Loslaten, is het devies.

Hans: Vasthouden, loslaten – een mens kan overal in vast komen te zitten.

Inez: Bij elkaar genomen zijn de antwoorden non-dualistisch genoeg, maar op zichzelf beschouwd zijn ze mijns inziens onjuist.

Hans: Op zichzelf beschouwd zijn de antwoorden juist, op zichzelf beschouwd zijn ze onjuist, bij elkaar genomen zijn ze juist, bij elkaar genomen zijn ze onjuist – een mens kan overal in vast komen te zitten.

Inez: Ik bedoel natuurlijk onjuist vanuit non-dualistisch oogpunt.

Hans: Vanuit non-dualistisch oogpunt mogen de antwoorden op zichzelf beschouwd onjuist zijn, maar hoe zit het met het non-dualistische oogpunt zelf? Is dat op of vanuit zichzelf beschouwd of vanuit weer een ander oogpunt beschouwd juist of onjuist?

Inez: Vanuit non-dualistisch oogpunt gezien is ieder onderscheid illusoir. Non-dualiteit is de ontkenning van dualiteit. In de absolute werkelijkheid bestaat geen verschil.

Hans: Door grauwe staar aan mijn wijsheidsoog kan ik de relatieve werkelijkheid helaas niet onderscheiden van de absolute, de illusie niet van de realiteit. Ik moet je dus op je woord geloven, maar woorden ben ik ook al blind voor, woordblind.

Non-dualiteit versus dualiteit – als je het mij vraagt is dat gewoon het volgende dualisme. Weer iets om je blind op te staren. Een mens kan overal in vast komen te zitten.

Inez: Ben jij nu een non-dualist of niet?

Hans: Stop jezelf in een hokje.

Inez: Ja dus.

Hans: Ja, nee, janee. Ik onderscheid er vrolijk op los en schijt op ieder onderscheid. Ook heb ik schijt aan iedereen die daar wat van vindt. Dat is pas vrijheid, vraag me niet waarvan of waartoe of van wie. En ik zit er niet eens in vast.

Inez: Ken jij de eerste koan van de Poortloze Poort?

Hans: Nooit van gehoord.

Inez: Vraagt een monnik: 'Heeft een hond ook de boeddhanatuur?' Zegt meester Zhaozhou: 'Nee.'

Hans: Boeddhanatuur of niet, die zuurpruimen zijn al eeuwen dood. Dat waren ze al toen ze nog leefden.

Inez: Maar zo'n antwoord is toch bizar?

Hans: Wat zou jij gezegd hebben?

Inez: Geen ja en geen nee. Als uitdrukking van non-dualiteit.

Hans: Als je het aan een boeddhist vraagt die in de boeddhanatuur gelooft, zegt hij ja. Als je het aan een boeddhist vraagt die in de leegte gelooft, zegt hij nee. Als je het aan een hond vraagt, zegt ze woef. Ja, nee, woef – welk antwoord is het meest bizar?

Inez: Nou?

Hans: De vraag.

Inez: Ah ja.

Hans: Leuk hè?

Inez: Bedoel je dat het in deze koan helemaal niet om non-dualiteit gaat, maar om het doorzien van de vraag?

Hans: Wie weet waar het in deze koan om gaat. Het is niet dat de betekenis van koans bij decreet voor eeuwig is vastgelegd. Al hebben Japanse zenbureaucraten en hun eeuwige epigonen daar behoorlijk hun best voor gedaan.

Inez: Weer een vraag doorzien.

Hans: Dank voor deze dialoog, ik zal hem op mijn site zetten. Maar zeg eens, wie van ons was nu de gastheer en wie de gast?

Inez: Aargh!

20. Een piekerpad op het piekerpad

Ben ik van hier of zo'n exoot?
Dacht de pad die nooit besloot.

Is 't al maart of pas april?
Ik zie het niet meer zonder bril.

Meer een neger of een jood?
Wat smaakt beter, kroos of brood?

Ben ik cool of ben ik kil?
Ik weet niet wat ik liever wil.

Is dit mijn vel of ben ik bloot?
Wil ik leven na de dood?

Wat kwam eerder, pad of dril?
Ga ik vaak genoeg van bil?

Als ik nu mijn snuit eens snoot –
Met mijn voor- of achterpoot?

Kwaken, brullen, diep of schril,
Hou ik me niet beter stil?

Piekerpad in wetensnood.
Eeuwig tussen wal en sloot.

Afbeelding: twee padden op elkaar. Bijschrift: Ben ik jou of ben ik mij / Als ik met een ander vrij?

21. Het Piekerpad – boeddhisme volgens Sint Pieker

Je verstand gebruiken om je verstand te saboteren.

De vier Edele Woorden van Sint Pieker

1. Het piekerpad: metafoor voor het levenspad van de denkende mens, die onvermijdelijk vast komt te zitten in schijnkwesties zoals 'Ben ik hetero of homo', 'Is alles één of niet-twee', 'Heeft een hond de boeddhanatuur?' 'Wie was je toen je nog niet was?' en 'Waar ga je heen als je nergens heen kan?'

2. Het piekerpad (pejoratief): rinzai-zen volgens sotoboeddhisten; koan-zen.

3. Het Piekerpad: de Grote Weg volgens Sint Pieker.

4. Sint Pieker: patroonheilige van het Piekerpad.

De vier Edele Waarheden volgens Sint Pieker:

1. Er is piekeren.

2. Het piekeren heeft een oorzaak.

3. De oorzaak van het piekeren kan opgeheven worden.

4. Door het Piekerpad te volgen wordt het piekeren beëindigd.

Het Drievoudige Piekerpad van Sint Pieker

Het drievoudige Piekerpad van Sint Pieter is wel lang maar niet moeilijk.

1. Eerst ben je geen boeddhist en pieker je onophoudelijk over jezelf.

2. Dan word je boeddhist en pieker je onophoudelijk over het boeddhisme.

3. Op een dag in dit leven of in een volgend (reïncarnatie) dringt het tot je door dat het allemaal nergens over gaat (sunyata), dat je nergens iets over te zeggen hebt (anatman) en dat alles onbegrijpelijk is (afhankelijk ontstaan), en ben je voorgoed uitgepiekerd (nirwana).

Sint Piekerspreuk

'Piekeren om een einde te maken aan het piekeren is je verstand gebruiken om je verstand te saboteren.' (Sint Pieker, Paradoxale Spiritualiteit, uitgeverij Sam @ Sarah)

Sint Pieker

Sint Pieker is naar eigen zeggen 'een uitgepiekerde die onophoudelijk piekert over andermans gepieker.'

Afbeelding: zo'n blauw verkeersbord met een witte rand en een pijl die zich alsmaar vertakt. Bijschrift: Het Piekerpad.

22. Over het hoofd gezien

Leerling: Je moet niet naar je hoofd luisteren, maar naar je hart!

Meester: Wie zegt dat, je hoofd of je hart?

23. Requiem voor een levende geest

De wijsheid van de dood is de dood van de wijsheid.

Beste Hans,

Wanneer het niet aflatende verstand, uitgeput door de vele vragen, bezwijkt onder het niet-weten, neemt Big Mind het stokje over van small mind. Dan resteert alleen de eerlijkheid van de overgave en de ontmaskerende stilte van de dood. Dat is wijsheid.

Beste Tim,

Aha, een man van weinig woorden, en van zware: uitgeput, bezwijkt, eerlijkheid, overgave, ontmaskering, stilte, de dood. En dan ook nog de tweegeestenleer en het w-woord – poe hé.

Als je het gewoon niet meer weet, zou je dan niet liever zeggen dat je het gewoon niet meer weet? Dat lijkt me wel zo eerlijk. Of weet je het stiekem nog steeds, of beter dan ooit, en noem je dat nu wijsheid?

Tim: Ik dacht dat je je wel in mijn woorden zou herkennen. Is jouw verstand dan niet uitgeput geraakt door de vele vragen?

Hans: Nou, nee. Mijn verstand, aangenomen dat er een verstand ten grondslag ligt aan mijn gedachten, aangenomen dat ik meer gedachten heb dan deze ene nu, mijn zogenaamde verstand dus, is helemaal niet uitgeput en bezweken, maar alive and kicking – meer dan ooit.

Het danst onvermoeibaar rond op zijn rode schoentjes, bekijkt de zaken steeds van alle kanten en trekt voortdurend aan de losse eindjes van de zelfbreiende trui die wijsheid heet.

Het zou ook niet best zijn als mijn verstand uitgeput raakte en bezweek: wie of wat moet het dan opnemen tegen alle diepzinnigheden die mij onophoudelijk om de oren vliegen, nu de jouwe weer.

Nee, van overgave is geen sprake, eerder van lichte strijdvaardigheid, van strijdbare lichtvaardigheid, van de bereidheid om alles wat 'het' denkt en leest en hoort tegen het licht te houden tot het uitdooft.

Of de dood inderdaad gepaard gaat met stilte moet ook nog blijken. Ik kan bijvoorbeeld niet uitsluiten dat de stilte al voor de dood begint, wanneer mijn spraakcentrum en gehoor het begeven, of later, postmortaal, in de hemel, in de hel, in een volgend leven, tijdens het energetisch nabestaan in de eeuwigheid of na mijn wederopname in het onveranderlijke albewustzijn, of helemaal nooit, wie zal het zeggen, dus daar waag ik me niet aan.

Of de eventuele stilte van de eventuele dood inderdaad iets of iemand ontmaskert of dat de stilte of de dood zelf ontmaskerd worden moeten we afwachten, want we zijn nog niet dood, niet stil en niet doodstil, niet zolang we schrijven, tenzij dit de dood al is, maar wat maken we dan een leven, en wat is dan het leven.

Als de stilte van de dood al komt, zal het niet onder de nabestaanden zijn, die snotteren en kwekken vrolijk verder, leert de ervaring, maar het is niet ondenkbaar, voor een kleine geest als de mijne, dat small mind dan eindelijk zijn kwek houdt. Ach, wat zal ik hem missen, of is hij het zelf die dat nu zegt, of is hij het die mij zal missen in mijn hoedanigheid van alter ego, aangever, advocaat van de duivel, souffleur of toehoorder.

Big Mind heeft sowieso nog nooit iets van zich laten horen, geen kwik en geen kwak, dat zul je met me eens zijn, tenzij dat nu juist is hoe hij, zij of het van zich laat horen, maar hoe stel je zoiets vast.

De manier waarop je het woord 'eerlijkheid' gebruikt, suggereert dat het veronderstelde verstand of zijn veronderstelde product, de gedachte, oneerlijk, vals of illusoir is. Is het begrip 'eerlijkheid' ook niet zo'n product van het verstand en daarom zelf oneerlijk, vals of illusoir? En alle andere gedachten die je erop nahoudt?

Tim: Voor jou is niet-weten geen overgave en overgave geen eerlijkheid?

Hans: Voor mij is weten overgave.

Tim: Hè? Waaraan?

Hans: Woorden en waarden. Ideeën en idealen. Methoden en maniertjes. Goden en goeroes.

Tim: Wat betekent niet-weten dan voor jou?

Hans: Dat ik geen onderscheid meer weet te maken tussen eerlijk en oneerlijk, small mind en big mind, verstand en gedachte, strijd en overgave, masker en gezicht, levend en dood, weten en niet-weten en zo?

Dat is een onvermogen, ik geef het eerlijk toe, en tot overmaat van ramp een onuitputtelijk gespreksonderwerp. Dwaasheid, zou je zeggen, maar niets wekt zoveel misverstand als stilte – en niets is zo doods.

24. In de geest van zen vind je geen geest

Is er ooit geen-geest geweest? Eeuwig duurt het hokjesfeest.

Leerling: Wat is de kleine geest?

Meester: Een hokjesgeest.

Leerling: Mijn idee.

Meester: Zei de kleine geest.

Leerling: Omdat hij overal onderscheid ziet.

Meester: Ja, wie niet.

Leerling: Wat is de grote geest?

Meester: Een hokjesgeest.

Leerling: Hè?

Meester: Wie had dat gedacht.

Leerling: Waarom dan?

Meester: Omdat hij overal eenheid ziet.

Leerling: Wat is het voor geest die zowel de kleine als de grote geest ziet?

Meester: Een hokjesgeest.

Leerling: Hè?

Meester: Wie had dat gedacht.

Leerling: Waarom dan?

Meester: Omdat hij overal de kleine geest of de grote geest ziet.

Leerling: En de oorspronkelijke geest?

Meester: Een hokjesgeest.

Leerling: En de fundamentele geest?

Meester: Een hokjesgeest.

Leerling: En de natuurlijke geest?

Meester: Een hokjesgeest.

Leerling: En de gewone geest?

Meester: Een hokjesgeest.

Leerling: En de zengeest?

Meester: Een hokjesgeest.

Leerling: En de beginnersgeest?

Meester: Een hokjesgeest.

Leerling: En de lege geest?

Meester: Een hokjesgeest.

Leerling: Waarom dan?

Meester: Omdat hij overal leegte ziet.

Leerling: Wat is de weetnietgeest?

Meester: Een hokjesgeest.

Leerling: Hè?

Meester: Wie had dat gedacht.

Leerling: Waarom dan?

Meester: Omdat hij overal niet-weten ziet.

Leerling: Wat is het voor geest die inziet dat het allemaal hokjes zijn?

Meester: Een hokjesgeest.

Leerling: Hè?

Meester: Hè? Hè? Hè?

Leerling: Hoe kan de geest die inziet dat het allemaal hokjes zijn nu een hokjesgeest zijn!

Meester: Omdat hij overal hokjes ziet natuurlijk.

Leerling: Dus iedere geest is een hokjesgeest?

Meester: Alleen voor een hokjesgeest.

Leerling: Hè?

25. Haiku op haiku – 's Lands wijs

Uit de tempelpoort
komend, 't lied van de thee-oogst –
dat is Japan.

(Kikusha)

Uit de tempelpoort
komend, 't lied van de thee-oogst –
dat is China.

Uit de tempelpoort
komend, 't lied van de thee-oogst –
dat is India.

26. Zen als simulakrum – de Fatale Strategieën van Jean Baudrillard

Over gedachtegoed waarin geen gedachte goed is.

Beste Hans,

Goeie greep uit Baudrillard's Fatale Strategieën op je website. Ik herken de teksten meteen, want het zijn ook de teksten die het meest indruk op mij gemaakt hebben. Niet-weten is leuk maar het zenboeddhisme valt steeds terug in het oncomfortabele en verwoede zin- en waarheidsvinden.

Beste Sjon,

Getuigen de fatale strategieën van Baudrillard soms niet van een oncomfortabel en verwoed zin- en waarheidsvinden zijnerzijds? Getuigt jouw lectuur van en instemming met Baudrillard's getuigenis soms niet van een oncomfortabel en verwoed zin- en waarheidsvinden jouwerzijds? En jouw lectuur van het zenboeddhisme? En je lectuur van NietWeten.nl?

Sjon: Nee nee, ik ben niet zo bezig met zin- en waarheidszoeken. Ik hou me meer bezig met... eh... 'ont-kennen' en zal daarom wel vaker op jouw website stuiten.

Hans: Geeft ont-kennen zin aan je leven?

Sjon: Om het met Nietzsche te zeggen (weer van jouw site): De 'ware wereld', hoe men die tot dusver ook heeft geconcipieerd – het was steeds de schijnbare wereld nog een keer.

Hans: En is Nietzsche's aforisme dan wél een beschrijving van de ware wereld of is het de schijnbare wereld nog een keer?

Drie maanden later.

Sjon: Om nog even terug te komen op 'De Ware Wereld'... Plato was wrong! We moeten verder in de grot der simulakra! Baudrillard: 'Alleen het simulakrum is waar.' Toch?

Hans: Is dat waar of is het het simulakrum nog een keer?

Drie maanden later.

Sjon: De iconoplasten vermoedden een ware wereld achter de beelden en de iconoclasten vermoedden dat de beelden niets verborgen... maar het simulakrum is noch waar noch on-waar... verificatie overbodig...

Hans: Een pak van mijn hart. Welk simulakrum eigenlijk?

Drie maanden later.

Sjon: Nietzsche: 'einde van de ware wereld' of: 'hoe de ware wereld een fabel werd'.

Hans: Die hebben we al gehad. Hoelang denk je hier nog mee door te gaan?

Sjon: Waarmee?

Hans: Met het ontkennen van het premoderne gedachtegoed en het erkennen van het postmoderne gedachtegoed, keer op keer. Want mij interesseert dat geen biet.

Sjon: En dat voor een weetniet.

Hans: Niet-weten is geen gedachtegoed.

Sjon: En dat voor een zenboeddhist.

Hans: In zen is geen gedachte goed, in zen is geen gedachte fout, ook als je postmodern citeert zijn je gedachten eeuwenoud.

27. Zengeest, dwaalgeest

Onderweg zonder weg.

'Wat is de weg?'

'Dwaalleer na dwaalleer.'

'Wat is zen?'

'Leren dwalen.'

28. Is elke boeddhist een nihilist?

Over het verschil tussen een lege leer en een leer over de leegte.

Chris: Ben jij niet gewoon een nihilist, net als elke boeddhist?

Hans: Nihilist?

Chris: Je weet wel, er is geen god, er is geen ziel enzovoort.

Hans: Er is geen god, er is geen ziel enzovoort heet atheïsme. Er is een god, er is een ziel enzovoort heet theïsme. We kunnen niets bewijzen over god en ziel enzovoort heet agnosticisme.

Wie niet weet is geen theïst, geen atheïst en geen agnosticus. Wat maakt dat mij, denk jij?

Chris: Onder nihilisme versta ik de leer die ontkent dat er grondwaarden of grondwaarheden bestaan op ethisch, wijsgerig, spiritueel, religieus of sociaal gebied ontkent. Alles is leeg. Er is geen subject. Er is geen weg. Er valt niets te realiseren. Alle waarheid is subjectief. Iedere moraal is grondeloos. God bestaat niet. Vooruitgang is een illusie.

Hans: Daar weet ik allemaal niets van. Ik ben geen nihilist.

Chris: Wat is het verband tussen radicaal niet-weten en nihilisme?

Hans: Er is geen verband tussen radicaal niet-weten en nihilisme.

Chris: In het Witboek Niet-Weten definieer je radicaal niet-weten als hypernihilisme.

Hans: Een vorm van nihilisme die zelfs het nihilisme en zichzelf nietig verklaart, ja. Om er vanaf te zijn, snap je. Ik heb niets met het nihilisme.

Chris: Zei de man van de lege leer.

Hans: Nihilisme is geen lege leer, nihilisme is een niet-lege leer over de leegte van het bestaan.

Chris: Wat heb je nu aan een lege leer.

Hans: De lege leer is geen leer, de lege leer is leeg. Hij bestaat niet.

Chris: Waarom voer je hem dan op?

Hans: Als hulpmiddel, zelftest, verklikker. Als je niet weet is je leer leeg. Is je leer niet leeg dan weet je iets.

Denk je dat er geen grondwaarden of grondwaarheden bestaan? Dan ben je een nihilist, gaan agnost. Dan is je leer niet leeg.

Denk je dat we beter af zijn zonder scholing en kennis? Dan ben je een obscurantist, geen agnost. Dan is je leer niet leeg.

Denk je dat waarheid altijd subjectief of relatief is? Dan ben je een subjectivist of een relativist, geen agnost. Dan is je leer niet leeg.

Denk je dat we niets zeker kunnen weten, alleen met enige waarschijnlijkheid? Dan ben je een probabilist, geen agnost. Dan is je leer niet leeg.

Denk je dat je ieder oordeel op moet schorten? Dan ben je een scepticus, geen agnost. Dan is je leer niet leeg.

Denk je dat het leven geen zin heeft, behalve de zin die je er zelf aan geeft? Dan ben je een existentialist, geen agnost. Dan is je leer niet leeg.

Denk je dat de werkelijkheid niet door de rede begrepen kan worden? Dan ben je een irrationalist, geen agnost. Dan is je leer niet leeg.

Denk je dat theorieën alleen ontkracht kunnen worden, nooit bevestigd? Dan ben je een falsificationist, geen agnost. Dan is je leer niet leeg.

Denk je dat vrije wil een illusie is? Dan ben je een fatalist, geen agnost. Dan is je leer niet leeg.

Zo ook met perspectivisme, pyrronisme, situationisme enzovoort. Zo ook met de sunyavada, de madhyamaka, de advaita vedanta enzovoort. Dat zijn allemaal niet-lege leren over de grenzen van ons kennen en kunnen. Ze hebben inhoud. Ze bevestigen dit, ze ontkennen dat. Ze stellen iets.

De lege leer stelt niets. De lege leer ontstelt.

Chris: Dus jij bent wel een boeddhist maar geen nihilist.

Hans: Boeddhist?

29. André van der Braak: Nietzsche and Zen – Self-overcoming without a Self

Beweringen weerleggen zonder beweringen (overcoming propositions without propositions); hoe het denken zichzelf overwint en vergeet.

Yanyang: Wat als je niets meer hebt?

Zhaozhou: Weg ermee.

Yanyang: Ik heb niets meer, zeg ik u.

Zhaozhou: Sleep het dan maar met je mee.

(Koan 277 uit Het Ware Dharma Oog.)

Beste Hans,

Zoekend naar nieuwe perspectieven op spiritualiteit stuitte ik op het proefschrift Nietzsche and Zen. Self-overcoming without a Self van hoogleraar boeddhistische filosofie André van der Braak.

In dit boek interpreteert hij zen als een niet-propositionele weg naar een niet-propositionele waarheid. Ik moest meteen aan jou denken.

Zou jij spiritueel niet-weten omschrijven als een niet-propositionele waarheid? Zo ja, zou dat dezelfde waarheid kunnen zijn als de niet-propositionele waarheid van zen?

Is niet-weten, net als zen, behalve een niet-propositionele waarheid ook een niet-propositionele weg? Zo ja, waarheen leidt de weg van niet-weten dan en wat is het verschil met de niet-propositionele zenweg?

Beste Frits,

'Niet-weten is een niet-propositionele waarheid' is een propositie. Als ze waar is behoort ze per definitie niet tot het niet-weten dat ze probeert te definiëren.

Wat is dat eigenlijk, een niet-propositionele waarheid, en wat is precies het verschil met een niet-propositionele onwaarheid of leugen? Boeiende besognes die in bruisende breinen tot briljante boeken vol pakkende proposities leiden.

Mij pakken ze niet meer; sinds mijn palingwording kan niets of niemand mij nog boeien. Een kwestie van spartelen en spelen – dartele spiritualiteit.

Sowieso bedient een agnost zich niet van proposities of van non-proposities maar van opposities. Spreken hoeft niet meer, behalve soms eens tegen. Zijn gedachten zijn contrapunten bij de punten van de wijze. Hij biedt tegenwicht om zijn evenwicht te bewaren en zich van gewichtigheid te vrijwaren.

Ik vrees dat je in een lege vijver zit te vissen. Probeer het anders eens bij André.

Frits: Zie jij zen als een niet-propositionele waarheid?

Hans: 'Zen is een niet-propositionele waarheid' is een propositie. Als deze propositie waar is behoort ze per definitie niet tot de zen die ze probeert te definiëren.

Wat is dat eigenlijk, een niet-propositionele waarheid, en wat is precies het verschil met een niet-propositionele onwaarheid of leugen?

Ik vrees dat je in een lege vijver zit te vissen. Probeer het anders eens bij André.

Frits: Even afgezien van de niet-propositionele waarheid, is niet-weten volgens jou net als zen een niet-propositionele weg?

Hans: Wat moet iemand die afziet van de niet-propositionele waarheid met een niet-propositionele weg?

Frits: André van der Braak schrijft over Nietzsche, de filosoof van het nihilisme, maar allemachtig, jij kunt er ook wat van.

Hans: Nihilisme is de niet-lege leer dat er geen grondwaarheden bestaan. Als deze propositie waar is dan bestaat er toch een grondwaarheid en is ze alsnog onwaar. Een prachtparadox waarin het fijn filosoferen is, maar geen niet-weten en geen zen.

Ik vrees dat je in een lege vijver zit te vissen. Probeer het anders eens bij André.

Frits: Is dit gesprek geen voorbeeld van een niet-propositionele weg?

Hans: Eerder een voorbeeld van een propositionele niet-weg.

Frits: In zijn proefschrift voert André een chanmeester ten tonele, ene Linji.

Hans: Nooit van gehoord.

Frits: Deze Linji zou van mening zijn dat verlichting verwijst naar een waarheid voorbij de woorden.

Hans: 'Waarheid' is een woord. 'Verlichting' is een woord. 'Voorbij de woorden' is een woord. 'Verlichting verwijst naar een waarheid voorbij de woorden' is een propositie. Als ze waar is behoort ze per definitie niet tot de verlichting die ze definieert enzovoort.

Frits: André heeft het in zijn ondertitel over 'Self-overcoming without a Self'. Ben jij het met hem eens dat wij geen zelf hebben en daarom voor de paradoxale opdracht staan zelf het illusoire zelf te doorzien?

Hans: Om nog maar te zwijgen over het illusoire niet-zelf.

Frits: Dat wij geen zelf hebben is volgens jou ook een illusie?

Hans: Tenzij dat ook een illusie is.

Frits: Bedoel je dat zelf en niet-zelf beide illusoir zijn? Geen atman, geen anatman?

Hans: Wie weet wie of wat of dat hij wel of niet is?

Frits: Werk nu eens een beetje mee.

Hans: Probeer het nu maar bij André.

30. Maitreya en Nietzsche – de ongeboren bodhisattva en de doodgeboren filosoof

Waarom Nietzsche een snor droeg en Boeddha een buik.

Lachende Boeddha met reuzensnor.

^ De lachende Boeddha, alias de lallende Basta.

Dit is de Lachende Boeddha, alias Maitreya, de ongeboren bodhisattva die licht en lucht wil brengen in bedompte bovenkamers en duistere achterkamers.

Het is ook de Lallende Basta, alias Friedrich Nietzsche, de doodgeboren filosoof die lucht en licht wil brengen in bloedeloze hartkamers en vochtige kelders.

Zijn denken is een kango, zijn zitten is een tango, zie je zo. Hij popelt om op te staan en aan de slacht te gaan.

Die snor is natuurlijk camouflage. Daarmee verbergt hij zijn lach tot de mensen eraan toe zijn.

Die buik is ook camouflage. Daarmee verbergt hij zijn leegte tot de mensen eraan toe zijn, en de leegte van zijn leegte tot hij er zelf aan toe is.

Die mantel is ook camouflage, kijk maar eens onder je eigen mantel, wou ik zeggen. Maar je kunt beter in je eigen bovenkamer kijken, daar zie je alles, leeg of niet.

31. Zen is aan de grond zitten

Geen eer aan te behalen

Leerling: Zou je kunnen zeggen dat zen de grond van uw bestaan is?

Meester: De afgrond zul je bedoelen.

Leerling: Wat is dan wel de grond van uw bestaan?

Meester: Aan de grond zitten is de grond van mijn bestaan.

Leerling: Dat klinkt niet bepaald als een ereplaats.

Meester: Ereplaatsen zijn staanplaatsen.

Leerling: En?

Meester: Ik ben blij dat ik eindelijk zit.

32. Zen is geen project en geen ontwikkeling

Over het eind van het lied.

Leerling: Wat is zen?

Meester: Alles tot de grond toe afbreken.

Jaren later

Meester: Wat is zen?

Leerling: Alles tot de grond toe afbreken.

Meester: Wie zegt dat je grond zult vinden?

Jaren later

Meester: Wat is zen?

Leerling: De ongrond realiseren.

Meester: Zei de projectontwikkelaar.

Leerling: Wat zou u zeggen?

Meester: Wat is zen?

33. Zen is afrekenen met je gedachten

Ook met deze.

'Ik wist al dat zen leeg is, Hans, maar jij bent wel erg nihilistisch, zelfs voor een zenboeddhist.'

'De weetnietgeest heeft geen seconde nodig om af te rekenen met welke nihilistische gedachte ook.'

'Zijn we het toch nog ergens over eens. Weg met het nihilisme!'

'De weetnietgeest heeft geen seconde nodig om af te rekenen met welke anti-nihilistische gedachte ook.'

'Te vroeg gejuicht.'

'Wie juicht er dan ook over zijn gedachten.'

'Jij juicht toch ook over zen?'

'De weetnietgeest heeft geen seconde nodig om af te rekenen met welk zengedachte ook.'

'Volgens mij heb jij je vereenzelvigd met de weetnietgeest.'

'De weetnietgeest heeft geen seconde nodig om af te rekenen met de gedachte van de weetnietgeest.'

'Volgens mij ben jij alleen nog maar aan het afrekenen met je gedachten.'

'De weetnietgeest heeft geen seconde nodig om af te rekenen met de gedachte dat je moet afrekenen met je gedachten.'

'Wat zijn we dan nu aan het doen?'

'We zijn nu aan het afrekenen met jouw gedachten.'

'En waarom zijn we aan het afrekenen met mijn gedachten?'

'Omdat jij mij daarmee om mijn oren slaat.'

'Van mij mag dit nihilisme heten.'

'Dan moet je het zelf maar weten.'

34. De Hartsoetra van de weidsheid voorbij alle wijsheid

Toen Avalokiteshvara de weidsheid voorbij alle wijsheid was ingegaan, zag hij dat alle wijsheid loos was.

Shariputra vroeg hem hoe dat kan en wat het betekent voor de boeddhistische leer.

Avalokiteshvara zei:

1. Over de vijf edele delen van de mens

Hier, Shariputra, in de weidsheid voorbij alle wijsheid, is ieder onderscheid voos en ieder begrip loos.

Hier is het lichaam niet te onderscheiden van de wereld.

Hier is de geest niet te onderscheiden van de wereld.

Hier is de wil niet te onderscheiden van de wereld.

Hier zijn waarnemingen niet te onderscheiden van de wereld.

Hier zijn gevoelens niet te onderscheiden van de wereld.

Hier is geen afzonderlijk zelf en geen afzonderlijke wereld.

Hier zijn de verschijnselen niet uit elkaar te houden maar ook niet op elkaar te krijgen.

Hier is geen onderscheid en geen eenheid.

Hier, Shariputra, in de wolk van niet-weten, ben je ziende blind.

2. Over de achttien elementen van de waarneming

Hier, Shariputra, in de weidsheid voorbij alle wijsheid, is ieder onderscheid voos, ieder begrip loos.

Hier zijn de achttien elementen van de waarneming niet van elkaar te onderscheiden.

Hier zijn de drie groepen van waarnemingselementen – de zintuigorganen, de zintuigobjecten en de bewustzijnsvelden –niet van elkaar te onderscheiden.

Hier zijn de zes zintuigorganen – huid, oog, oor, neus, tong en geest – niet van elkaar te onderscheiden.

Hier zijn de zes zintuigobjecten – tast, beeld, geluid, geur, smaak en idee – niet van elkaar te onderscheiden.

Hier zijn de zes zintuigvelden – lichaamsbewustzijn, beeldbewustzijn, geluidsbewustzijn, geurbewustzijn, smaakbewustzijn en ideebewustzijn – niet van elkaar te onderscheiden.

Hier zijn de waarnemer, het waarnemen en het waargenomene niet van elkaar te onderscheiden.

Hier zijn de verschijnselen niet uit elkaar te houden maar ook niet op elkaar te krijgen.

Hier is geen onderscheid en geen eenheid.

Hier, Shariputra, in de nacht van niet-weten, ben je ziende blind.

3. Over de twaalf schakels van afhankelijk ontstaan

Hier, Shariputra, in de weidsheid voorbij alle wijsheid, is ieder onderscheid voos, ieder begrip loos.

Hier is geen onwetendheid, dus is er ook geen overstijgen van onwetendheid.

Hier zijn geen bedoelingen, dus is er ook geen overstijgen van bedoelingen.

Hier zijn geen bewustzijnsvormen, dus is er ook geen overstijgen van bewustzijnsvormen.

Hier is geen lichaam en geest, dus is er ook geen overstijgen van lichaam en geest.

Hier is geen zintuigen, dus is er ook geen overstijgen van de zintuigen.

Hier zijn geen indrukken, dus is er ook geen overstijgen van indrukken.

Hier is geen voorkeur, dus is er ook geen overstijgen van voorkeur.

Hier is geen begeerte, dus is er ook geen overstijgen van begeerte.

Hier is geen gehechtheid, dus is er ook geen overstijgen van gehechtheid.

Hier is geen identificatie, dus is er ook geen overstijgen van identificatie.

Hier is geen ontstaan, dus is er ook geen overstijgen van ontstaan.

Hier is geen vergaan, dus is er ook geen overstijgen van vergaan.

Hier zijn geen onafhankelijke schakels van afhankelijk ontstaan – niet één.

Hier zijn de verschijnselen niet uit elkaar te houden maar ook niet op elkaar te krijgen.

Hier is geen onderscheid en geen eenheid.

Hier, Shariputra, in de mist van niet-weten, ben je ziende blind.

4. Over de vier edele waarheden

Hier, Shariputra, in de weidsheid voorbij alle wijsheid, is ieder onderscheid voos, ieder begrip loos.

Hier zijn de edele waarheden niet te onderscheiden van onedele waarheden, edele onwaarheden en onedele onwaarheden.

Hier is het lijden niet te onderscheiden van de oorzaak van het lijden, het pad uit het lijden en het einde van het lijden.

Hier is het lijden niet te onderscheiden van alle andere gemoedstoestanden, en die niet van andere verschijnselen.

Hier zijn de oorzaken van het lijden niet te onderscheiden van de oorzaken van andere gemoedstoestanden en de oorzaken van andere verschijnselen.

Hier zijn de oorzaken van het lijden niet te onderscheiden van de gevolgen van het lijden, en de oorzaken en gevolgen van het lijden niet van die van andere gemoedstoestanden, en de oorzaken en gevolgen daarvan niet van de oorzaken en gevolgen van andere verschijnselen.

Hier is het einde van het lijden niet te onderscheiden van het einde van andere gemoedstoestanden en het einde daarvan niet van het einde van andere verschijnselen.

Hier is het einde van het lijden niet te onderscheiden van het begin van het lijden en het vervolg van het lijden en die niet van het begin, het vervolg en het einde van andere verschijnselen.

Hier zijn de verschijnselen niet uit elkaar te houden maar ook niet op elkaar te krijgen.

Hier is geen onderscheid en geen eenheid.

Hier, Shariputra, in het gat van niet-weten, ben je ziende blind.

5. Over het edele achtvoudige pad

Hier, Shariputra, in de weidsheid voorbij alle wijsheid, is ieder onderscheid voos, ieder begrip loos.

Hier zijn juiste inzichten niet te onderscheiden van onjuiste inzichten, inzichten niet van andere verschijnselen.

Hier zijn juiste intenties niet te onderscheiden van onjuiste intenties, intenties niet van andere verschijnselen.

Hier is juiste spraak niet te onderscheiden van onjuiste spraak, spraak niet van andere verschijnselen.

Hier is juist handelen niet te onderscheiden van onjuist handelen, handelen niet van andere verschijnselen.

Hier is de juiste wijze van levensonderhoud niet te onderscheiden van onjuiste wijzen van levensonderhoud, levensonderhoud niet van andere verschijnselen.

Hier is juiste inspanning niet te onderscheiden van onjuiste inspanning, inspanning niet van andere verschijnselen.

Hier is juiste aandacht niet te onderscheiden van onjuiste aandacht, aandacht niet van andere verschijnselen.

Hier is juiste concentratie niet te onderscheiden van onjuiste concentratie, concentratie niet van andere verschijnselen.

Hier is het achtvoudige pad niet te onderscheiden van andere paden, de bestemming niet van andere bestemmingen, gaan niet van staan, onderweg zijn niet van aankomen.

Hier zijn de verschijnselen niet uit elkaar te houden maar ook niet op elkaar te krijgen.

Hier is geen onderscheid en geen eenheid.

Hier, Shariputra, in de duisternis van niet-weten, ben je ziende blind.

6. Over nirwana

Hier, Shariputra, in de weidsheid voorbij alle wijsheid, is ieder onderscheid voos, ieder begrip loos.

Hier is volledige, volkomen en volmaakte verlichting niet te onderscheiden van onvolledige, onvolkomen of onvolmaakte verlichting, schemering of verduistering.

Hier is volmaakte wijsheid niet te onderscheiden van onvolmaakte wijsheid, onvolmaakte dwaasheid of volmaakte dwaasheid.

Hier zijn boeddha's niet te onderscheiden van gewone mensen.

Hier is samsara niet te onderscheiden van nirwana.

Hier zijn de verschijnselen niet uit elkaar te houden maar ook niet op elkaar te krijgen.

Hier is geen onderscheid en geen eenheid.

Hier, Shariputra, in de leegte van niet-weten, ben je ziende blind.

7. Mantra van de weidsheid voorbij alle wijsheid

Voor wie de wijsheid voorbij wil gaan.

Verder verder, almaar verder, zelfs het verder gaan voorbij.

8. Gebed van de weidsheid voorbij alle wijsheid

Voor wie de wijsheid voorbij is gegaan.

Voorbij voorbij.

Voorgoed voorbij.

De Boeddha voorbij.

De Dharma voorbij.

De Sangha voorbij.

Jezelf voorbij.

Het zelf voorbij.

Het onderscheid voorbij.

De eenheid voorbij.

De wijsheid voorbij.

De woorden voorbij.

De stilte voorbij.

De leegte voorbij.

Voorbijheid voorbij.

Voorgoed voorbij.

Voorbij voorbij.

Voorbij.

Bis

35. Wat is de Hartsoetra?

De soetra van de leegte is een lege soetra.

Het hartloze hart

De Hartsoetra is een korte boeddhistische tekst uit het eerste millennium na Boeddha die door veel boeddhisten wordt gezien als het hart van de prajnaparamitaliteratuur, en die weer als het hart van het mahayanaboeddhisme.

Het hart van de Hartsoetra is leegte, sunyata.

Voor sommigen verwijst sunyata naar een metafysisch of goddelijk niets, maar voor mij staat het voor de onthutsende ondervinding, telkens weer, dat niets op zichzelf staat, dat niets in en uit en als zichzelf begrepen kan worden, dat de werkelijkheid een onbegrijpelijke janboel is, niet te ontwarren.

Alle wezens, dingen, verschijnselen en begrippen zijn gordiaans verknoopt. Welke draad je ook volgt, je komt onherroepelijk bij het hele weefsel uit.

Het tapijt van het leven zal zich wel nooit laten ontrafelen door een dualistisch (onderscheidend, verdelend, analytisch) denken, dat alle wezens, dingen, verschijnselen en begrippen een autonoom bestaan toedicht – een eigen wezen, identiteit, rationaliteit en werking. Integendeel, iedere poging om het motief te beschrijven is een volgend motief in hetzelfde tapijt.

Sunyata is het einde van het heilige geloof in het dualistische denken. Wie niet langer heilig gelooft in de hokjes waarop het denken zijn kaartenhuis baseert, weet het gewoon niet meer. Sunyata = niet-weten.

De leegte van het onderricht over de leegte

Volgens Geshe Sonam Gyaltsen is al het onderricht van de Boeddha slechts een 'aanloop of voorbereiding op het essentiële onderricht over de leegte. Alle inzichten over bijvoorbeeld gebrekkigheid, vergankelijkheid en het lijden, zijn enkel bedoeld om ons in de richting van de leegte te zetten.'

(De Hart Soetra, Geshe Sonam Gyaltsen, Maitreya, 2000, p13)

Of hij daar gelijk in heeft weet ik zo net niet, maar als alles leeg is, dan ook het essentiële onderricht over de leegte. De leegte (sunyata) en het onderricht erover (de dharma) zijn net zo goed leeg (sunyata-sunyata) als alle andere verschijnselen, en hetzelfde geldt voor de leegte van de leegte (sunyata-sunyata-sunyata) en iedere hogere macht ervan.

Dit is wat ik Geshe Sonam Gyaltsen graag had zien zeggen: het onderricht van de Boeddha, alle inzichten over bijvoorbeeld gebrekkigheid, vergankelijkheid, het lijden en de leegte, zijn enkel bedoeld om ons los te maken van ieder onderricht.

Dat kun je de lege leer noemen, Ø, het lege inzicht, Ø, het lege onderricht, Ø, kortweg het Ønderricht, maakt niet uit, het zijn allemaal wegwerpnamen voor iets wat niet bestaat.

De lege leer is namelijk geen leer maar het einde van je geleerdheid.

Het lege inzicht is geen inzicht maar het einde van het inzien.

Het lege onderricht is geen onderricht maar het einde van je meesterschap.

Waarmee ik niet wil claimen dat dit is wat de historische Boeddha bedoelde. Welnee, ik heb geen idee wat hij bedoelde, dat is het domein van boeddhologen, talrijk als de zandkorrels in de machtige Ganges, en die spreken elkaar al kalpa's tegen, schurend als de zandkorrels in de machtige Ganges.

Een pak van je hart

De oorspronkelijke Hartsoetra dook ruim een millennium na Boeddha op in de mahayanaliteratuur, oorsprong onbekend. De betekenis laat zich ook raden: de Hartsoetra is een orakeltekst, net als de Tao Te Tjing, maar dan korter. Net als in alle soetra's leest iedereen er wat anders in, de meeste mensen niets.

Voor mij wijst de Hartsoetra de weg uit de doolhof van woorden, begrippen en methoden die het boeddhisme indertijd al topzwaar maakte, en fungeert hij als tegenwicht voor de onuitroeibare menselijke neiging tot duiding, hechting, identificatie en verering.

Onvermijdelijk is de Hartsoetra in de loop van de eeuwen zelf onderwerp van duiding, hechting, identificatie en verering geworden, en dat komt doordat hij zelf niet helemaal leeg is.

Dat kan natuurlijk niet, een niet-lege soetra over de leegte, daarom heb ik een versie geschreven die net zo leeg is als de leegte die hij aan de orde stelt.

36. De Lege Hartsoetra

Tweeëntwintig vormen van leegte.

Alles is leeg.

De Boeddha is leeg.

De bodhisattva is leeg.

Avalokiteshvara is leeg.

Wijsheid is leeg.

De wijsheid voorbij alle wijsheid is leeg.

De leer van afhankelijk ontstaan is leeg.

De leer van de skandha's is leeg.

De leer van de achttien elementen van de waarneming is leeg.

De leer van de twaalf schakels van afhankelijk ontstaan is leeg.

De vier edele waarheden zijn leeg.

Het achtvoudige pad is leeg.

De paramita's zijn leeg.

Oefeningen zijn leeg.

Mantra's zijn leeg.

Geloften zijn leeg.

Meditatie is leeg.

Samsara is leeg.

Nirwana is leeg.

Verlichting is leeg.

De leegte is leeg.

De Hartsoetra is leeg.

Alles is leeg.

Biddende monnik in de vorm van een hart in een pij.

^ Bloedeloze hartmonnik.

37. De soetra zonder hart

Hoe je alles kwijtraakt zonder niets over te houden.

Zara: Wat is volgens jou de essentie van de Hartsoetra?

Hans: Gate gate paragate parasamgate.

Zara: Wat.

Hans: Dat is Sanskriet voor 'gegaan, gegaan, voorbij gegaan, volledig voorbij gegaan'.

Zara: O.

Hans: Zelf vertaal ik het meestal als 'Verder verder, almaar verder, zelfs het verder gaan voorbij.'

Zara: Juist.

Hans: In het Engels zou ik zeggen: 'Going... going... gone!'

Zara: Maar wat betekent het allemaal?

Hans: Het is maar net aan wie je het vraagt.

Zara: Als je het jou vraagt.

Hans: Alles achter je laten.

Zara: Behalve de Hartsoetra, neem ik aan.

Hans: Die ook.

Zara: Behalve de leegte.

Hans: Die ook.

Zara: Behalve jezelf.

Hans: Die ook.

Zara: Behalve het Zelf.

Hans: Dat ook.

Zara: Behalve niet-zelf.

Hans: Dat ook.

Zara: Ach natuurlijk.

Hans: Wat?

Zara: Behalve niet-weten.

Hans: Dat ook.

Zara: Hè?

Hans: Ha!

Zara: Zo hou je niets over.

Hans: Dat ook niet.

Zara: Maar moet je de Hartsoetra nu achter je laten of juist niet?

Hans: Ik zou het ook niet weten.

Zara: Maar wat is nu de essentie van de Hartsoetra?

Hans: Dit is nu de essentie van de Hartsoetra.

38. De Hartsoetra in essentie

In één woord de wijsheid voorbij alle wijsheid voorbij.

Meester Zero zegt:

De essentie van de Hartsoetra is inessentie.

De essentie van inessentie is inessentie.

Wat wil je nog minder.

39. Zen is niet weten (wat zen is)

Twee hyperohyponiemen.

Leerling: Wat is zen?

Meester: Niet weten wat zen is.

Leerling: Wat is niet weten wat zen is?

Meester: Een bijzonder geval van niet weten.

Leerling: Wat is niet weten?

Meester: Een bijzonder geval van zen.

Leerling: Dus niet weten is een veralgemenisering van zen en zen is een veralgemenisering van niet weten?

Meester: Is dat niet bijzonder?

40. Zen is vergeten (wat zen is)

Gaan voor je tijd gekomen is.

Leerling: Wat is zen?

Meester: Niet weten wat zen is.

Leerling: Wat is niet-weten?

Meester: Alles vergeten.

Leerling: Dus zen is alles vergeten?

Meester: Dat ben ik vergeten.

Leerling: En vergeten is niet-weten?

Meester: Ik zou het ook niet weten.

Leerling: Noem dat maar zen.

Meester: Wat is zen?

41. Tanka, renga, haiku en senryu – vier Japanse dichtvormen

'Alsof hij alles begreep is de priester gestorven.'

Het Witboek Zen bevat meer dan honderd haiku's, maar wat is een haiku?

De familie Tanka

De tanka, de renga, de haiku en de senryu zijn verwante Japanse dichtvormen.

De haiku is ontstaan uit de renga.

De renga is ontstaan uit de tanka.

Een senryu is een speciaal soort haiku.

De tanka is dus de grootvader van de haiku, de renga zijn vader en de senryu zijn kind.

Ik ga ze een voor een aan je voorstellen.

Wat is een tanka?

Een tanka ( 'kort gedicht') is een Japanse dichtvorm bestaande uit 5 regels van 5, 7, 5, 7 en 7 lettergrepen. De regels hoeven niet te rijmen en de maat is niet voorgeschreven.

Woudpioenrozen –
juist nu op het hoogtepunt
van hun volle bloei;
te mooi om af te plukken –
te mooi om niet te plukken.

(zenmonnik Ryokan)

Medelijwekkend –
de mensen die niets weten
van de verrukking
van 't nirwana. Altijd door
treuren zij, om dood, om leven.

(zenmeester Ikkyu)

Daar ik zou denken
dat de werkelijkheid geenszins
werkelijk is,
hoe kan ik dan denken dat
dromen werkelijk dromen zijn?

(shingopriester Saigyo)

De eerste drie regels van de tanka worden de kami-no-ku genoemd, en vormen de aanhef. De laatste twee regels, de shimo-no-ku, dienen ter afronding. Ku betekent hier strofe, no van, kami boven en shimo onder.

Een tanka bestaat dus uit twee strofen, de aanhef en de afronding, die gewoonlijk achter elkaar worden geschreven zonder witregel ertussen.

Wat is een renga?

Een renga ('samenwerkingsgedicht') is een groepsgedicht of kettinggedicht, dat wil zeggen, een gedicht geschreven door twee of meer mensen die om de beurt een ku (strofe) voor hun rekening nemen.

Hieronder de eerste 6 schakels van Winterse bui, een zesmansgedicht van 36 strofen uit 1684:

1. Al tracht de winterbui / de maan te omwikkelen, / zij rukt zich los.

2. Hij trapt op het ijs / het bliksemt in het water.

3. Varentakken / draagt de jager met nieuwjaar / op zijn pijlkoker.

4. Hij duwt de Noordpoort open / en de lente begint.

5. Op de waaier / waar hij paardenvijgen mee veegt / een wazige bries.

6. De liefhebber van de theeceremonie / is dol op de pisbloemen langs de weg.

De kortste vorm van de renga heet de tanrenka ('kort samenwerkingsgedicht'). Deze bestaat uit een openingsgedicht, de hokku, van 3 regels met 5, 7 en 5 lettergrepen, gevolgd door de waki, een reactie van 2 regels met 7 lettergrepen elk. Hokku en waki worden gescheiden door een witregel.

Een tanrenka is dus een renga van twee strofen geschreven door twee personen. Het is niet moeilijk hierin de oorspronkelijke tanka te herkennen, die dezelfde vorm heeft (minus de witregel) maar geschreven is door één persoon. De hokku van de renga correspondeert met de kami-no-ku van de tanka, en de waki van de renga correspondeert met de shimo-no-ku van de tanka; andere namen voor dezelfde dichtregels.

Een renga is op te vatten als een reeks tanrenka's.

Uit de renga ontwikkelde zich een luchtige variant die zich weinig aan de geschreven en ongeschreven rengaregels gelegen laat liggen. Deze variant staat bekend als de haikai no renga, de humoristische renga of de volksrenga.

Wat is een haiku?

Het openingsgedicht van de renga, de hokku, ging na verloop van tijd een eigen leven leiden.

In het begin werd de verzelfstandigde hokku kortweg hokku genoemd, of naar het voorbeeld van de haikai no hokku ('grappig versje'). Later ontstond door samentrekking van 'haikai no hokku' de naam waaronder we deze dichtvorm in het westen kennen: haiku.

Bloesems van de avond!
Als je ze nog eens wilt zien,
zijn 't alweer vruchten.

(Buson)

Dagen vol vrede;
de rusteloze jaren
alweer vergeten.

(Taigi)

Zonder jou erbij,
waren zij te diep, te groot,
die donkere bossen.

(Issa)

Een haiku is een gedichtje van 3 regels met 5, 7 en 5 of 3, 5 en 3 lettergrepen. Ook andere aantallen lettergrepen komen voor en sommige dichters zijn strenger voor zichzelf dan andere.

Het onderwerp van de haiku staat niet vast. Haiku's gaan – net als renga's en tanka's – over de natuur en de seizoenen, geboorte en dood, liefde en ziekte, afscheid en verlangen, eenvoud en armoede, Boeddha en dharma en wat al niet.

Wat is een senryu?

Haiku die andere haiku parodiëren en haiku over de onvolkomenheden van de mens doen hun oorspronkelijke naam van 'haikai no hokku' eer aan, want ze kunnen heel komisch zijn.

Omdat de haiku inmiddels een serieuze dichtvorm was geworden, ontstond er voor de ironische variant een nieuwe naam: de senryu ('waterwilg'), naar de schrijversnaam van zijn grootste protagonist, Karai Hachiemon (1718-1790).

Senryu's zijn aards, anarchistisch, anti-elitair, anti-intellectueel en doen dikwijls denken aan de weetnietgeest:

Alsof hij alles
ter wereld begreep, is de
priester gestorven.

(Kojyaku)

'k Wou dat ze lachten
om het wonderbaarlijke
feit, dat ze leven.

(Ichiro)

Menend, dat mensen
altijd werkelijk mensen zijn,
maken wij ons kwaad.

(Kenkabo)

Hij is niet zo wijs,
dus leeft hij veel vrolijker,
zo'n gewone man.

(Kako)

Zo spreekt de wijze:
'Hemel en aarde weten,
ik weet er niets van.'

(Ittosai)

Bronnen

Alle tanka en haiku hierboven komen uit Japans gedicht, de mooiste haiku, senryu en tanka, J. van Tooren, Meulenhoff Amsterdam, 1985.

De renga Winterse bui komt uit Eeuwige Reizigers: een bloemlezing uit de klassieke Japanse literatuur, Jos Vos, De Arbeiderspers, 2008, p564-571, dat veel verklarende voetnoten bevat over de voor ons soms onnavolgbare gedachtesprongen tussen de schakels.

De senryu komen uit Senryu, De Waterwilgen, Japanse volkspoëzie, vertaald en ingeleid door J. van Tooren, deel III, Meulenhoff Amsterdam 1976.

42. De wereld als illusie en het lichaam als fantoom

Over het onverhaal dat niet heten wil.

"Het is niet de geest, het is niet de boeddha, het zijn niet de dingen."

(Meester Nanquan in koan 27 van de Poortloze Poort.)

Haiku's als spiegel van de ziel

Haiku's over de natuur en de seizoenen neigen naar een vorm van lyriek waarbij typisch menselijke gevoelens, gemoedstoestanden en gedachten op de omgeving worden geprojecteerd.

Krekels roepen tot het eindelijk middag is, een leeuwerik bidt boven een graf, een statige kikvors zit de bergen te beschouwen, een ganzenbloempje is verdrietig bij het naderen van een zeis, een pijnboom die nog geen boeddha is staat wat te dromen, de maan wordt gebroken.

Vlooien maken een lange nacht door, het water spreekt, een slak beklimt een heilige berg, een bromvlieg wast speciaal voor ons zijn pootjes, een vogeljong is eenzaam, groene rupsen hebben van iemand hoorns gekregen et cetera.

Dergelijke haiku's onthullen misschien iets over de natuur, maar meer over hoe wij kijken. Wat wij zien is een typisch individuele, subjectieve wereld, die we gek genoeg beleven als een universele, objectieve wereld.

We nemen zonder meer aan dat onze wereld dé wereld is en dat die wereld hetzelfde is voor ieder mens van alle tijden, en voor elk wezen waar dan ook.

De wereld als voorstelling van het verstand

Maar hebben krekels wel weet van ochtend en middag?

Weet een leeuwerik wat een graf is en kiest hij daarboven positie om te gaan bidden?

Is een ganzenbloempje ooit verdrietig?

Staan pijnbomen weleens te dromen?

Koeren duiven werkelijk uit de zachtheid van hun gemoed?

Ziet een kikvors bergen?

Wat is een berg zonder het idee berg?

Wat is een graf zonder het idee graf?

Wat is een leeuwerik zonder het idee leeuwerik?

Wat is bidden zonder het idee bidden?

Wat zijn ochtend, middag en avond zonder een idee van tijd?

De wereld die wij zogenaamd waarnemen wordt mede door onszelf geschapen, niet vijf miljard geleden, niet zesduizend jaar geleden, maar hier, nu, live.

Waarnemingen van de werkelijkheid zijn in werkelijkheid voorstellingen van het verstand, dacht Immanuel Kant.

Hoe het Ding-an-sich eruit ziet zonder voorstelling van het verstand, weten wij niet en kunnen wij niet weten, stelde hij.

Ook dit is slechts een voorstelling van het verstand, maar wel een die ons van eerdere voorstellingen kan bevrijden.

Waarnemen of waargeven?

Niet alleen injecteren wij allerlei onderscheidingen, betekenissen en oordelen in onze waarnemingen, ook de basale waarnemingskwaliteiten, licht, kleur, smaak, geur, druk, warmte, koude en pijn lijken niet meer dan een projectie van onze geest.

'Licht is toch gewoon elektromagnetische straling,' zal een natuurkundeleerling tegenwerpen, 'en die is objectief aantoonbaar.'

Kan best wezen, maar elektromagnetische straling is nog geen licht en luchttrillingen zijn nog geen geluid.

Volgens de neuroloog Oliver Sacks zijn wij het zelf die, is het ons brein dat een smal deel van het elektromagnetische spectrum in een lichtsensatie transformeert, een smal deel van het akoestische spectrum in een geluidssensatie.

Sterker nog, 'elektromagnetische straling' is ook maar een voorstelling van het verstand, een abstractie, een constructie, een rekeneenheid, en alleen 'objectief aantoonbaar' via dezelfde waarnemingen waarvan de objectiviteit hier nu juist ter discussie staat.

Licht en geluid, warmte en koude, hardheid en zachtheid bestaan niet 'daarbuiten', los van iedere waarnemer en waarneming – dat lijkt maar zo. Ze ontstaan 'hierbinnen' op het moment van waarnemen. Net zoals het onderscheid tussen daarbuiten en hierbinnen.

De dingen en het lichaam als projecties van de geest – misschien vind je dat een belachelijk idee. Maar hoe wou je anders het fantoomledemaat en fantoompijn verklaren? En wat te denken van herinneringen, fantasieën, dromen, sluimerbeelden en hallucinaties?

Geen ding, geen geest, geen zelf

Zonder geest geen werkelijkheid, zonder werkelijkheid geen geest, lijkt het. Tenzij de geest op zijn beurt een projectie is, Joost mag weten waarvan.

Ik kan hem tenminste nergens vinden, die geest. Niet als ik hem zoek. Juist dan niet. Mijn geest niet, jouw geest niet, de universele geest niet, in alle tien richtingen niet. Ik kan hem wel dénken, als het substraat van al mijn gedachten, maar ja, ik kan wel zoveel denken.

Ikzelf lijk bij nader inzien ook niet meer dan een schim die ongevraagd verschijnt en verdwijnt in waarnemingen van de ogenschijnlijke buitenwereld, en in gedachten en gevoelens in de ogenschijnlijke binnenwereld. Waarbij het lichaam als intermediair fungeert, tegelijk binnen en buiten, eigen en oneigen, subject en object, dader en slachtoffer, waarnemer en waarneming.

Maar het zelf zelf kan ik nergens vinden. Niet als ik het zoek. Juist dan niet. Mijn zelf niet, jouw zelf niet, het ware zelf niet, in alle tien richtingen niet.

Geen ding, geen geest, geen zelf – zo zijgt het kaartenhuis van het gezond verstand langzaam ineen.

Gewoonlijk komt er dan meteen een nieuw verstand tevoorschijn, als een nieuwe staart aan een hagedis, een nieuwe kop op een draak. Een Nieuw Verstand dat een Volgend Verhaal produceert, dat het heel origineel de Waarheid noemt, en zichzelf een Wijze. En maar wijzen, dáár is de Weg.

Maar zo hóeft het niet te gaan. Mijn staart is afgevallen en ik heb geen nieuwe gekregen. Zelfs geen fantoomstaart. Mijn koppen zijn afgehakt, alle zeven, en nooit meer teruggegroeid.

Sinds het bezwijken van mijn gezond verstand ben ik voor zover ik weet op wonderbaarlijke wijze verschoond gebleven van een Nieuw Verstand en een Volgend Verhaal.

Ook dit verhaal onderschrijf ik niet, al schrijf ik het zelf – ik ben niet gek. Het is alleen maar een om-schrijving van het onverstand. Een schijnverhaal dat niet-weten heet over het onverhaal dat niet wil heten.

Gezegend zijn de legen omdat ze niets meer wegen. Wat moeten vogels met een weg?

43. Haiku op haiku – lettergrepen naar de onmacht

Stotteren en snotteren.

In dit Witboek Zen koppel ik klassieke haiku met een bepaalde kijk aan eigen haiku met een alternatieve kijk. Het resultaat is een soortement tanrenka, of in elk geval een poëtisch dialoogje, een seriegedichtje, een dubbelhaiku geschreven door twee mensen (de vertaler niet meegerekend).

Van een echte dialoog is geen sprake, de aangevers zijn allemaal allang dood. Het gaat me ook niet om het dichten. Ik wil alleen maar laten zien hoeveel aannames er in onze gedachten verstopt zitten, zelfs in de kleinste gedichtjes.

Daardoor zijn mijn haiku eerder senryu, die de openingshaiku parodiëren of de menselijke onvolkomenheid tot thema hebben; met name ons beperkte en beperkende perspectief, het subjectieve dat wij naïef aanzien voor objectief.

Haiku's en senryu's bieden niet veel speelruimte. Meer dan stotteren en snotteren kun je niet binnen zeventien lettergrepen. Toespelingen maken. Spelen en verspelen. Dat dichten noemen.

Spreken over niet-weten is sowieso een kwestie van stamelen, hoeveel lettergrepen je ook tot je beschikking hebt. Haspelen en pruttelen. Zuchten en schreeuwen. In onmacht en van opluchting.

Dat lijkt een nadeel maar het is een voordeel: iedereen kan het al. Iedereen doet het al. Zolang hij leeft. Jij ook.

Je moet het alleen nog even onder ogen zien.

Twee naar elkaar buigende, spiegelbeeldige vrouwenbeelden.

^ Haiku op haiku – lettergrepen naar de onmacht.

Bron

Alle openingshaiku's in dit Witboek Zen zijn ontleend aan Haiku, Een jonge maan, J. van Tooren, 1984 en het eerder genoemde Japans gedicht, de mooiste haiku, senryu en tanka, J. van Tooren, 1985. Hoofdlettergebruik en interpunctie heb ik zo nodig aan de stijl van de Agnosereeks aangepast.

Alle haiku zonder naamsvermelding zijn van mij.

44. Haiku op haiku – Tingeling

Wolken van bloesems,
een avondbel – Ueno
of Asakusa

(Basho)

Wolk van niet-weten,
geen Asakusa, geen Ueno,
enkel geklingel.

45. Wat is de bodhisattvagelofte?

Korte kennismaking met de begrippen bodhisattvagelofte, bodhisattva, bodhi, sattva, brahmavihara, metta, karuna, mudita, uphekka, shiguseigan, mahayana, hinayana en theravada.

Boeddhisten zweren bij geloften en ze zijn er niet zuinig mee. De grootste gelofte die de mahayanaboeddhist aflegt is de bodhisattvagelofte: alle voelende wezens bevrijden van het lijden.

Wat is een bodhisattva?

In het Sanskriet betekent bodhi verlichting en sattva wezen.

Een bodhisattva is een wezen dat verlicht is of naar verlichting streeft voor zichzelf of voor iedereen.

Verlichting is het einde van begeerte en onwetendheid, of positief gezegd, onthechting en inzicht.

Inzicht is weten en begrijpen hoe je geest werkt, wat de drie bestaanskarakteristieken zijn, de vier edele waarheden enzovoort.

Onthechting is loskomen van wat het ook maar is waar je aan vast zit – woorden, ideeën, gewoonten, overtuigingen, idealen, plannen, eigendommen, je lichaam, je gezondheid, het leven, de dood, dierbaren, vijanden, media, het nieuws, mensen, ouders, kinderen, dieren, dingen, seks, drugs, rock-'n-roll, rituelen, gewaden, titels, leerlingen, boeddhisme en niet te vergeten onthechting.

Het einde van begeerte en onwetendheid is het einde van het geestelijk lijden.

Het einde van het geestelijk lijden is het einde van samsara.

Het einde van samsara is nirwana.

De viervoudige bodhisattvagelofte

De bodhisattvagelofte (Japans, shiguseigan) is vierledig:

1. Hoe talrijk de wezens ook zijn, ik beloof ze allemaal te bevrijden.

2. Hoe monsterlijk de begeerten ook zijn, ik beloof ze allemaal te weerstaan.

3. Hoe geleerd de dharma's ook zijn, ik beloof ze allemaal te verwerven.

4. Hoe volmaakt de boeddha's ook zijn, ik beloof ze allemaal te evenaren.

Het woord bodhisattvagelofte kan naar elke afzonderlijke gelofte verwijzen en naar alle vier tegelijk.

De vier verheven gemoedstoestanden

Om zijn bodhisattvagelofte na te kunnen komen, probeert de bodhisattva vier gemoedstoestanden in zichzelf op te wekken:

1. Metta: liefdevolle vriendelijkheid.

2. Karuna: mededogen.

3. Mudita: medevreugde.

4. Uphekka: gelijkmoedigheid.

Metta, karuna, mudita en uphekka worden gezamenlijk de vier verheven gemoedstoestanden genoemd, de brahmaviharas.

Mahayana versus hinayana

Alle bodhisattva's streven naar verlichting voor zichzelf, maar het streven van de bodhisattva naar verlichting voor alle voelende wezens, zoals voorgeschreven in de bodhisattvagelofte, is typerend voor het mahayanaboeddhisme (maha, groot, yana, voertuig, mahayana, het grote voertuig).

Het mahayanaboeddhisme is geen school maar een stroming die de grondslag vormt van heel verschillende boeddhistische scholen zoals Zuiver Land, dzogchen en zen.

Tegenover het mahayanaboeddhisme staat het hinayanaboeddhisme ('hina', klein en 'yana', voertuig; het kleine voertuig) waarin het accent ligt op de eigen bevrijding.

Hinayana is een kwetsend woord waarmee sommige mahayanaboeddhisten hun minachting uitdrukken voor boeddhisten die het verlossen van alle wezens niet tot de spil van hun beoefening maken maar alleen aan hun eigen verlichting werken, in het bijzonder theravadins – aanhangers van de oudste overgeleverde geschriften.

Omgekeerd wordt theravada door sommige van haar beoefenaars gezien als het oorspronkelijke boeddhistische voertuig en mahayana als een verwaterd allemansboeddhisme van misleide pseudoboeddhisten die het contact met de enige echte Boeddhadhamma zijn kwijtgeraakt en voor zichzelf zijn begonnen.

Welke van deze twee zienswijzen getuigt volgens jou het meest van onthechting van de boeddhistische leer?

Welke getuigt het meest van inzicht in de werking van de menselijke geest?

46. Haiku op haiku – Vergeefs

Nog weer eens vergeefs
opent hij zijn snaveltje,
eenzaam vogeljong.

(Issa)

Nog weer eens vergeefs
opent hij zijn tere kelk,
eenzaam krokusje.

Mussenjong in nest
spert zijn keeltje open, ah
zonlicht in z'n buik.

Krokus in het gras
moedermus vliegt af en aan,
kelkje vol met brood.

^ Krokus in het gras. / Moeder mus vliegt af en aan. / Kelkje vol met brood.

47. Help, ik wil de wereld redden

Hoe je jezelf van het bevrijden bevrijd.

Beste Hans,

Ik schrijf je omdat ik in een crisis verkeer. Ik weet niet of ik het een spirituele of een existentiële crisis moet noemen. In het kort komt het erop neer dat ik me tekort voel schieten jegens de mensheid. De bodhisattvagelofte die ik heb afgelegd is te groot voor mij. Ik wil de wereld redden en ik kan het niet.

Er was en er is in mij een diep verlangen om de mensen te verlossen uit hun lijden, maar als ik terugblik op mijn leven moet ik vaststellen dat ik niet meer dan een druppel op een gloeiende plaat ben geweest. Nu ik de pensioengerechtigde leeftijd nader, zijn mijn kansen om verschil te maken bijna verkeken.

Ik heb een lange zoektocht achter de rug waarmee ik je niet wil vermoeien. Op een dag moest ik tot mijn ontsteltenis vaststellen dat er geen ik is. Mijn persoon – echtgenoot, huisarts, psychiater, onderzoeker – is een illusie.

Er is geen subject, er is geen object en er is geen relatie daartussen. Er is alleen maar zien. Alleen maar waarnemen. Alleen maar denken. In dat denken voltrekken zich schijnbare gebeurtenissen rondom een schijnbare hoofdrolspeler die vanuit de eerste persoon enkelvoud de schijnbare wereld inkijkt.

Dit is de laatste en de enige waarheid en dit, in een notendop, is het resultaat van mijn zoektocht.

Ik mediteer zoveel mogelijk en soms ervaar ik dan goddelijke eenheid. Maar dat gevoel houdt nooit stand. Mijn hooggespannen verwachtingen over mijn taak in dit leven zijn niet uitgekomen en dat vreet aan me.

Ik heb plechtig beloofd alle wezens te redden, ik beloof het iedere dag opnieuw, maar ik kan het niet. Deze gedachte verscheurt me en zo kom ik keer op keer in de afgescheidenheid terecht van waaruit ik überhaupt niets meer voor anderen kan betekenen.

Steeds neem ik me voor het Werk van Byron Katie te doen als ik uit de eenheid glip, maar het blijft bij een voornemen. En zo ben ik de wereld die ik uit zijn lijden wilde verlossen zelf tot last geworden.

Ik schrijf jou, Hans, omdat je mij een lieve, vrije, eerlijke man lijkt die zijn woorden niet inslikt. Je hoeft mijn problemen niet voor me op te lossen. Het volstaat dat ik ze met je heb kunnen delen. Waarvoor ik je hartelijk dank.

Beste Erben,

Omdat ik je niet ken, kan ik niet beoordelen of jouw crisis een spirituele of existentiële is of eerder een lichamelijke of psychische oorzaak heeft, laten we zeggen darmkanker of een grote depressie. Ik besef dat je medicus en psychiater bent, maar er zijn genoeg voorbeelden van artsen, psychologen en psychiaters die hun eigen problemen niet onderkenden.

Laten we er gemakshalve van uitgaan dat het verhaal dat je over jezelf vertelt klopt. Dan heb je tijdens je zoektocht ontdekt dat je niemand bent en dat er alleen maar waarnemen is, alleen maar denken. Dat het denken je een wereld voortovert die niet werkelijk bestaat. Dat het denken onbetrouwbaar is en moet worden doorzien.

Als je dat echt gelooft, dan is het niet waar. Dan klopt je verhaal over jezelf niet. Dan vertrouw je je denken nog steeds, alleen niet meer dezelfde gedachten als vroeger. Het lijkt erop dat je je denken helemaal niet doorziet, dat denk je alleen maar.

Je hebt de filosofie van het materialisme verruild voor de filosofie van het idealisme, de filosofie van het dualisme voor de filosofie van het monisme, de filosofie van het ik voor de filosofie van niet-ik – het ene gedachtegoedje voor het andere.

En ondanks je goddelijke eenheidservaringen denk je nog steeds in termen van een wereld en een ik. Een wereld waar het niet goed mee gaat, een wereld die gered moet worden en gered kan worden door ene Erben, die denkt dat hij niet echt bestaat maar nog steeds zozeer in de vrije wil en de maakbaarheid van het bestaan gelooft dat hij zomaar de bodhisattvagelofte aflegt en eronder lijdt als hij niet in staat blijkt andermans lijden weg te nemen.

Zoveel gedachten! Daarbovenop nog de gedachten dat je in een crisis verkeert, dat het een spirituele of een existentiële crisis is en dat die veroorzaakt wordt door je onvermogen om verschil te maken.

Inderdaad zou je telkens wanneer je uit de eenheid glipt, of erin, het werk van Byron Katie kunnen doen. Bijvoorbeeld zo:

'Alles is één.' 1. Is dat waar? 2. Kan ik dat wel weten? 3. Wat gebeurt er als ik dat geloof? 4. Wie zou ik zijn zonder die gedachte? 5. Keer het om.

'Ik moet voortdurend in eenheid zijn.' 1. Is dat waar? 2. Kan ik dat wel weten? 3. Wat gebeurt er als ik dat geloof? 4. Wie zou ik zijn zonder die gedachte? 5. Keer het om.

'Ik moet de wereld verlossen.' 1. Is dat waar? 2. Kan ik dat wel weten? 3. Wat gebeurt er als ik dat geloof? 4. Wie zou ik zijn zonder die gedachte? 5. Keer het om.

'Ik moet mijn bestaan rechtvaardigen.' 1. Is dat waar? 2. Kan ik dat wel weten? 3. Wat gebeurt er als ik dat geloof? 4. Wie zou ik zijn zonder die gedachte? 5. Keer het om.

En voor de zekerheid ook meteen maar:

'Mijn bestaan behoeft geen rechtvaardiging.' 1. Is dat waar? 2. Kan ik dat wel weten? 3. Wat gebeurt er als ik dat geloof? 4. Wie zou ik zijn zonder die gedachte? 5. Keer het om.

Mocht het Werk zélf als een loden last op je schouders drukken, overweeg dan eens:

'Het Werk kan me van mijn gedachten bevrijden.' 1. Is dat waar? 2. Kan ik dat wel weten? 3. Wat gebeurt er als ik dat geloof? 4. Wie zou ik zijn zonder die gedachte? 5. Keer het om.

En:

'Ik kan zelf bepalen of ik het Werk doe of niet.' 1. Is dat waar? 2. Kan ik dat wel weten? 3. Wat gebeurt er als ik dat geloof? 4. Wie zou ik zijn zonder die gedachte? 5. Keer het om.

Een berg werk, dat geef ik toe, maar het kan je een berg werk schelen. Aangenomen dat het Werk werkt en niet de volgende gedachteconstellatie is – misschien dat ik daar nog eens een boek over schrijf.

Al met al klopt er geen hout van je verhaal, dus dat kan zo de kachel in. Ik kan er alleen niets voor in de plaats stellen. Ik heb geen bemoedigende gedachten in de aanbieding, zelfs geen ontmoedigende.

Niet-weten is geen gedachte, niet-weten is het vuur waarin alle gedachten verbranden.

De gedachte dat er een ik is, bijvoorbeeld. Maar ook de gedachte dat er geen ik is.

De gedachte dat er een stoffelijke werkelijkheid is, bijvoorbeeld. Maar ook de gedachte dat er alleen maar denken is.

De gedachte dat we in een wereld vol tegenstellingen leven, bijvoorbeeld. Maar ook de gedachte dat alles één is.

De gedachte dat de wereld gered moet worden, bijvoorbeeld. Maar ook de gedachte dat de wereld niet gered kan worden of niet gered hoeft te worden.

De gedachte dat je iets kunt weten, bijvoorbeeld. Maar ook de gedachte dat je niets kunt weten.

En ook de gedachte dat niet-weten geen gedachte is maar het vuur waarin alle gedachten verbranden. De brand erin.

Zeg eens eerlijk, ben je nu teleurgesteld?

Beste Hans,

Opnieuw heb je je woorden niet ingeslikt. Teleurgesteld ben ik geenszins, integendeel, jouw brief heeft me weer lucht gegeven. Nogmaals hartelijk dank,

Erben

48. Bodhisattvageloften voor iedereen

Vijf treden naar het hoogste lied.

Shiguseigan 1.0

1. Hoe talrijk de wezens ook zijn, ik beloof ze allemaal te bevrijden.

2. Hoe monsterlijk de driften ook zijn, ik beloof ze allemaal te weerstaan.

3. Hoe geleerd de dharma's ook zijn, ik beloof ze allemaal te verwerven.

4. Hoe volmaakt de boeddha's ook zijn, ik beloof ze allemaal te evenaren.

Shiguseigan 2.0

1. Hoe talrijk de wezens ook zijn, ik beloof ze allemaal van mij te bevrijden.

2. Hoe monsterlijk de driften ook zijn, ik beloof ze allemaal te onderkennen.

3. Hoe geleerd de dharma's ook zijn, ik beloof ze allemaal te weerstaan.

4. Hoe volmaakt de boeddha's ook zijn, ik beloof ze allemaal te doden.

Shiguseigan 3.0

1. Hoe talrijk de wezens ook zijn, ik beloof niets.

2. Hoe monsterlijk de driften ook zijn, ik beloof niets.

3. Hoe geleerd de dharma's ook zijn, ik beloof niets.

4. Hoe volmaakt de boeddha's ook zijn, ik beloof niets.

Shiguseigan 4.0

1. Ik beloof niet dat ik niets beloof.

2. Ik beloof niet dat ik niets beloof.

3. Ik beloof niet dat ik niets beloof.

4. Ik beloof niet dat ik niets beloof.

Shiguseigan 5.0 en hoger

Tralala.

49. Bodhisattvageloften voor doordenkers

1. Bodhisattvagelofte voor beginners

Hoe talrijk de wezens ook zijn, ik beloof ze allemaal te bevrijden.

2. Bodhisattvagelofte voor mingevorderden

Hoe talrijk de wezens ook zijn, ik beloof ze allemaal te bevrijden van de gedachte dat ze bevrijd moeten worden.

3. Bodhisattvagelofte voor gevorderden

Hoe talrijk de wezens ook zijn, ik beloof ze allemaal te bevrijden van de gedachte dat ze bevrijd moeten worden van de gedachte dat ze bevrijd moeten worden.

4. Bodhisattvagelofte voor vergevorderden

Hoe talrijk de wezens ook zijn, ik beloof ze allemaal te bevrijden van de gedachte dat ze bevrijd moeten worden van de gedachte dat ze bevrijd moeten worden van de gedachte dat ze bevrijd moeten worden.

5. Bodhisattvagelofte voor bodhisattva's

Hoe talrijk de wezens ook zijn, ik beloof niets.

6. Bodhisattvagelofte voor bodhisattva's voorbij alle bodhisattvageloften

Hoe talrijk de wezens ook zijn.

50. Twee onbemiddelde werkelijkheden

Meester: Ik heb al tien leerlingen verlost!

Leerling: Ik heb al honderd meesters versleten!

51. Verlos ons van de verlossers, amen

'Heb jij de bodhisattvagelofte al afgelegd?'

'Ik kon het niet over mijn hart verkrijgen.'

'Hoe talrijk de wezens ook zijn, ik beloof ze allemaal te redden.'

'En ze hebben het al zo moeilijk.'

Mannetje met paraplu dat een bloem uit de regen houdt.

^ En ze hebben het al zo moeilijk.

52. Waarvan we allemaal bevrijd moeten worden

Leerling: Hoe talrijk de wezens ook zijn, ik beloof ze allemaal te bevrijden.

Meester: Waar begin je aan.

Leerling: Ja, daar zijn we wel even zoet mee.

Meester: Waarvan moeten we eigenlijk bevrijd worden?

Leerling: Van het lijden natuurlijk, wie is hier nu de leraar?

Meester: Moeten we ook bevrijd worden van de bodhisattva's?

Leerling: Wat zegt u me daar?

Meester: Als we lijden onder onze bevrijders.

Leerling: Dan wel natuurlijk.

Meester: Moeten we ook bevrijd worden van de bodhisattvagelofte?

Leerling: Waarom in Boeddha's naam?

Meester: Als we gebukt gaan onder ons voornemen.

Leerling: Op die manier.

Meester: Moeten we ook bevrijd worden van de gedachte dat we bevrijd moeten worden van de bodhisattvagelofte?

Leerling: Allemachtig.

Meester: En van het boeddhisme?

Leerling: Na het oversteken het vlot achter je laten, bedoelt u.

Meester: En van de Boeddha?

Leerling: God ja, dood de Boeddha...

Meester: En van de boeddhadoder?

Leerling: Zo blijft er niets over.

Meester: Als dat geen bevrijding is...

53. Bodhisattvageloften voor groot en klein

1. De bodhisattvagelofte voor mahayanaboeddhisten

Hoe talrijk de hinayanaboeddhisten ook zijn, ik beloof ze allemaal te verleiden tot de bodhisattvagelofte.

2. De bodhisattvagelofte voor hinayanaboeddhisten

Hoe talrijk de mahayanaboeddhisten ook zijn, ik beloof ze allemaal te bevrijden van de bodhisattvagelofte.

54. Bodhisattvageloften voor Indiërs

1. De bodhisattvagelofte voor boeddhisten

Hoe talrijk de hindoes ook zijn, ik beloof ze allemaal te bevrijden van het zelf.

2. De bodhisattvagelofte voor hindoes

Hoe talrijk de boeddhisten ook zijn, ik beloof ze allemaal in te wijden in het zelf.

55. Acht bodhisattvageloften op maat

Hoe ik vormgeef aan mijn compassie.

Beste Hans,

Bezien door de bril van het boeddhisme ben jij het prototype van een pratyekaboeddha: een solist die zijn eigen verlichting nastreeft. Maar er is meer dan verlichting.

Ben jij bekend met de bodhisattva Avalokiteshvara die het mededogen belichaamt? Misschien ken je hem onder een andere naam. In het Chinees heet hij Guanyin, Kwannon, Kwanyin, Guanshiyin of Guanyin Pusa; in het Japans Kanzeon of Kannon, in het Tibetaans Chenrezig.

De belangrijkste gelofte die de mahayanaboeddhist aflegt is mijns inziens de bodhisattvagelofte:

Hoe talrijk de levende wezens ook zijn, ik beloof ze allemaal te verlossen.

Hoe geef jij, los van NietWeten.nl, vorm aan jouw compassie?

Beste Jelle,

Hoe talrijk de bodhisattva's ook zijn, ik beloof ze allemaal te verlossen van hun compassie.

Jelle: Geloof jij niet in mededogen?

Hans: Hoe talrijk de bodhisattva's ook zijn, ik beloof ze allemaal te verlossen van hun bodhisattvagelofte.

Jelle: Geloof je niet in de bodhisattvagelofte?

Hans: Hoe talrijk de boeddhisten ook zijn, ik beloof ze allemaal te verlossen van hun geloften.

Jelle: Ik geloof niet in cynisme.

Hans: Hoe talrijk de cynici ook zijn, ik beloof ze allemaal te verlossen van hun cynisme.

Jelle: Dat klinkt al boeddhistischer.

Hans: Hoe talrijk de boeddhisten ook zijn, ik beloof ze allemaal te verlossen van hun boeddhisme.

Jelle: Ik geloof niet in nihilisme.

Hans: Hoe talrijk de nihilisten ook zijn, ik beloof ze allemaal te verlossen van hun nihilisme.

Jelle: 'Dood de Boeddha', is dat waar je op doelt?

Hans: Hoe talrijk de boeddhadoders ook zijn, ik beloof ze allemaal te verlossen van hun iconoclasme.

Jelle: Iedereen overal van verlossen, daar zet jij op in.

Hans: Hoe talrijk de verlossers ook zijn, ik beloof ze allemaal te verlossen van hun verlosserscomplex.

56. Dalai lama, superbodhi!

Meester Zero zegt:

Wat is boeddhisme?

Nooit meer lijden voor ingewijden.

Natte dromen van hoge omen.

Dalai lama met bril die als Superman door de lucht vliegt.

^ Dalai lama, superbodhi!

57. De bodhisattvagelofte van een agnost

'Waarom wil jij de mensen bevrijden van hun bodhisattvagelofte, Hans?'

'Vanwege mijn bodhisattvagelofte.'

'Maar jij hebt toch geen bodhisattvagelofte afgelegd?'

'Niet dat ik weet.'

'Waarom eigenlijk niet?'

'Vanwege mijn bodhisattvagelofte.'

'En daarom wil jij de mensen bevrijden van hun bodhisattvagelofte?'

'Niet dat ik weet.'

58. De bodhisattvagelofte voor aannemers

Over de veronderstellingen die ten grondslag liggen aan de bodhisattvagelofte.

Lize: Ken jij de bodhisattvagelofte?

Hans: Nooit van gehoord.

Lize: Hoe talrijk de voelende wezens ook zijn, ik beloof ze allemaal te bevrijden. Hoe onpeilbaar de oorzaak van het lijden ook is, ik beloof hem helemaal te verwijderen.

Hans: Dat veronderstelt nogal wat.

Lize: Wat dan?

Hans: Dat er wezens zijn bijvoorbeeld.

Lize: Ja, hè hè.

Hans: Dat je de voelende wezens kunt onderscheiden van de gevoelloze en van levenloze materie.

Dat alle voelende wezens lijden.

Dat ze allemaal van hun lijden bevrijd willen worden.

Dat ze allemaal van hun lijden bevrijd kunnen worden.

Dat ze tot het zover is onvrij zijn.

Dat jij degene bent die ze allemaal moet bevrijden.

Dat jij degene bent die ze allemaal kunt bevrijden.

Dat je voor ieder voelend wezen kunt vaststellen waar het onder lijdt.

Dat elk lijden duidelijk onderscheiden is van vreugde en andere emoties.

Dat elk lijden ongewenst is.

Dat elk lijden aanwijsbare oorzaken heeft, hoe onpeilbaar ze ook lijken.

Dat alle oorzaken voorgoed weggenomen kunnen worden.

Dat het bevrijden en het vrij zijn van een wezen bij dat wezen zelf geen nieuw lijden veroorzaakt.

Dat het bevrijden van het ene wezen niet ten koste gaat van het andere.

Dat het vrij zijn van het ene wezen niet ten koste gaat van het andere.

Dat het bevrijden van andere wezens niet ten koste zal gaan van jezelf.

Dat de vrijheid van andere wezens niet ten koste zal gaan van je eigen vrijheid.

Dat er een jij is met een vrije wil die beloften kan doen en zich eraan kan houden.

Lize: Oké oké.

Hans: Begrijp je wat ik bedoel?

Lize: ...

Hans: Is er iets?

Lize: Ik probeer een bodhisattvagelofte zonder aannames te bedenken.

Hans: En?

Lize: En toen werd het stil in mij.

Hans: Wat wil je nog meer.

Lize: Heb jij een alternatief?

Hans: Voor de stilte?

Lize: Voor de bodhisattvagelofte.

Hans: Jazeker.

Lize: Toe dan.

Hans: Hoe talrijk mijn aannames ook zijn, ik beloof er niet in mee te gaan.

Lize: Briljant.

Hans: Maar ja...

Lize: Nee hè...

Hans: Wat dat weer niet allemaal veronderstelt.

59. De bodhisattvagelofte voor boeddha's

Fluistert de ene boeddha: Ik zeg niks.

Fluistert de andere: Zeg dat niet.

Fluistert de ene: Hoe talrijk de wezens ook zijn.

Fluistert de andere: Zeg dat wel.

60. Bodhisattva zonder mededogen

Reconstructie van een deconstructie.

Beste Hans,

Jij hebt het regelmatig over niet-weten als een radicale deconstructie van alle woorden en beweringen. Hoe zit dat met compassie? Is niet-weten volgens jou een vorm van mededogen of juist een radicale deconstructie ervan?

Beste Dick,

De relatie tussen woorden en niet-weten is heel eenvoudig. Als je het niet meer weet, kun je niet langer heilig in je onderscheidingen en oordelen geloven en als je niet langer heilig in je onderscheidingen en oordelen kunt geloven, weet je het niet meer.

Dan kijk je met bevreemding naar de oordelen die desondanks in je blijven opkomen en naar de onderscheidingen daarin, zoals 'jij' en 'ik', 'wij' en 'zij', 'subject' en 'object', 'lichaam' en 'geest', 'hoog' en 'laag'.

Ook 'mededogen' en zijn tegenpool 'meedogenloosheid' doen het dan niet meer, behalve in de meeste oppervlakkige zin. Want wie heeft er dan nog wat met wie, en was dat wel een keuze?

Hetzelfde geldt voor de andere drie van de vier 'verheven toestanden van de geest' (de Brahmavihara) – liefdevolle vriendelijkheid (metta), medevreugde (mudita) en gelijkmoedigheid (uphekka) – die allemaal uitgaan van een wezenlijk en vrij ik.

Mededogen is voor mij geen verheven toestand van de geest, niet iets wat je belooft en beoefent, maar iets wat je overkomt als je het niet meer weet – ongezocht en ongedwongen.

Mijn oordelen zijn trouwens nog even hard als vroeger, maar serieus nemen kan ik ze niet meer, gelijk of ongelijk heb ik niet meer en hoef ik niet meer, dus zelf blijf ik doorgaans zacht. Zacht door overmacht. Daar hoef ik niets voor te doen en ik kan er niets aan doen.

Natuurlijk zijn dit weer woorden en beweringen, met alle complicaties van dien. Wat je als agnost ook over mededogen en andere geestestoestanden zegt, bevestigend of ontkennend, je zult het terug moeten nemen, anders beperk je de oneindige denkruimte van niet-weten die er de voorwaarde en de verwerkelijking van is. Bij deze.

Dick: Goedendag.

Hans: Een goedendag is een stok met een stalen punt om mee te slaan en te steken, al dan niet uit mededogen.

Dick: Misschien heb ik door de formulering van mijn vraag meer voorkennis gesuggereerd dan ik in huis heb.

Hans: Hoe minder voorkennis hoe beter. Mededogen ontstaat spontaan als al je zogenaamde voorkennis is doorzien, deze ook. Alleen mag het dan geen naam meer hebben.

Dick: Wat betekent dat in de praktijk van alledag?

Hans: Dat er bij gebrek aan theorie geen praktijk van alledag meer is.

61. Buddhists Anonymous (na kicken komt afkicken)

Hoe monsterlijk de aandrift om beloften te doen ook is, ik beloof hem altijd te weerstaan.

62. Haiku op haiku – Heel de dag

Heel de dag is niet
genoeg voor de leeuwerik
die zingen wil, zingen.

(Basho)

Heel de dag is veel
te veel voor de leeuwerik
die zingen moet, zingen.

63. Zen is geen meester

Dertig paradoxen om in te blijven.

Zen is geen god. Ik aanbid het door het niet te aanbidden.

Zen is geen feest. Ik vier het door het niet te vieren.

Zen is geen prijs. Ik win het door het niet te winnen.

Zen is geen bruid. Ik min het door het niet te minnen.

Zen is geen geest. Ik ken het door het niet te kennen.

Zen is geen identiteit. Ik ben het door het niet te zijn.

Zen is geen bezit. Ik heb het door het niet te hebben.

Zen is geen realiteit. Ik realiseer het door het niet te realiseren.

Zen is geen plek. Ik verblijf er door er niet te verblijven.

Zen is geen asiel. Ik vlucht erin door niet te vluchten.

Zen is geen keus. Ik kies ervoor door niet te kiezen.

Zen is geen begrip. Ik vat het door het niet te vatten.

Zen is geen verhaal. Ik vertel het door het niet te vertellen.

Zen is geen boek. Ik lees het door het niet te lezen.

Zen is geen kennis. Ik weet het door het niet te weten.

Zen is geen filosofie. Ik leer het door het niet te leren.

Zen is geen principe. Ik huldig het door het niet te huldigen.

Zen is geen ideaal. Ik koester het door het niet te koesteren.

Zen is geen recht. Ik claim het door het niet te claimen.

Zen is geen gezag. Ik volg het door het niet te volgen.

Zen is geen weg. Ik ga het door het niet te gaan.

Zen is geen doel. Ik bereik het door het niet te bereiken.

Zen is geen kunst. Ik doe het door het niet te doen.

Zen is geen licht. Ik zie het door het niet te zien.

Zen is geen maan. Ik wijs ernaar door niet te wijzen.

Zen is geen diploma. Ik haal het door het niet te halen.

Zen is geen transmissie. Ik draag het over door het niet over te dragen.

Zen is geen geloof. Ik belijd het door het niet te belijden.

Zen is geen boodschap. Ik breng het door het niet te brengen.

Zen is geen meester. Ik eer het door het niet te eren.

Varianten

In bovenstaande en onderstaande teksten kun je het woord 'zen' vervangen door een woord naar keuze. Oorspronkelijk zijn ze geschreven voor niet-weten:

Niet-weten is geen god. Ik aanbid het door het niet te aanbidden.

Niet-weten is geen feest. Ik vier het door het niet te vieren.

Niet-weten is geen prijs. Ik win het door het niet te winnen.

...

64. Zen is onbetaalbaar

Gelukkig kost het niets.

Zen is geen geld. Ik spaar het door het uit te geven.

Zen is geen eenheid. Ik vermenigvuldig het door het te delen.

Zen is geen thuis. Ik kom er door er weg te gaan.

Zen is geen genade. Ik leef het door het te doden.

Zen is geen graf. Ik dood het door het te leven.

65. Zen is geen bewaarschool

Tenzij voor schoolverlaters.

Zen is geen traditie. Ik bewaar het door het niet te bewaren.

Zen is geen orde. Ik bewaar het door het niet te bewaren.

Zen is geen stilte. Ik bewaar het door het niet te bewaren.

Zen is geen geheim. Ik bewaar het door het niet te bewaren.

Zen is geen schat. Ik bewaar het door het niet te bewaren.

66. Wat zen voor me doet

Door me te laten.

Zen is geen grond. Het draagt me door me niet te dragen.

Zen is geen kompas. Het stuurt me door me niet te sturen.

Zen is geen hart. Het drijft me door me niet te drijven.

Zen is geen touw. Het bindt me door me niet te binden.

Zen is geen wondermiddel. Het helpt me door me niet te helpen.

Zen is geen verlosser. Het redt me door me niet te redden.

67. Zen ontstelt

Zen is geen stelling.

Het stelt door niet te stellen.

Zo stelt het mij gerust.

68. De filosoof die dacht dat hij een monnik was – Matthieu Ricard en de ontbinding van het absolute

Begripsvorming van vrijheid en vrijheid van begripsvorming tussen de dood en de vorige geboorte.

Beste Hans,

In De monnik en de filosoof (Asoka, 1998, p327) vertelt de Tibetaans boeddhistische Fransman Matthieu Ricard wat we volgens hem meemaken na het overlijden van ons lichaam:

"Achtereenvolgens zullen we een grote helderheid en gelukzaligheid ervaren en een toestand die vrij is van begripsvorming. Dat is het moment waarop we even in verbinding staan met het absolute. Een doorgewinterde beoefenaar is bij machte in deze absolute staat te blijven en het ontwaken te bereiken. Als dat niet lukt, gaat het bewustzijn naar de tussenstaat, die de periode tussen de dood en de volgende geboorte beslaat."

Ken jij de toestand die vrij is van begripsvorming?

Beste Frans,

Nee, vrij van begripsvorming ben ik eigenlijk nooit, of het moest in de droomloze slaap zijn, maar hoe stel je zoiets vast?

Wel lossen mijn begrippen bijna net zo snel op als ze zich vormen, nu deze weer. Een mirakel, en ik heb er niet eens voor hoeven sterven. Of zou ik ongemerkt overleden zijn of nooit geboren?

Zoiets een staat of toestand noemen is onzin, daar is het veel te veranderlijk voor. Zoiets het absolute noemen is eveneens onzin, want dat is ook maar een begrip en daarom al net zo relatief als, bijvoorbeeld, het begrip 'relatief'. Grote helderheid kan ik het ook niet noemen, omdat mij uiteindelijk niets helder geworden is, dit ook niet. Daarom spreek ik liever van niet-weten of agnose.

Wat ik ook even recht wil zetten, ingeval het scheef mocht staan: ik ben geen doorgewinterde beoefenaar van wat dan ook, behalve van ademen (steeds sneller), praten (steeds dommer), eten (steeds minder) en slapen (steeds lichter).

Het is pertinent onwaar dat ik juist dankzij mijn doorgewinterde beoefening bij machte ben in niet-weten te verblijven. Niet-weten vraagt geen enkele beoefening of machtsuitoefening mijnerzijds. Ook van overgave is geen sprake, eerder ben ik onmachtig eraan te ontsnappen. Mij best, ik zit hier goed noch slecht.

Frans: Ken jij iemand die vrij is van begripsvorming?

Hans: Nooit heb ik iemand gezien die vrij was van begripsvorming. Gautama Boeddha, de nulde boeddhist niet. Jezus van Nazareth, de eerste zoon van God niet. Tenzin Gyatso, de zoveelste dalai lama niet. Ramana Maharshi, de zoveelste solipsist niet. Franciscus, de zoveelste paus niet. Maezumi Roshi, de zoveelste drinkebroeder niet. Bhagwan Sri Rajneesh, de zoveelste narcist niet. Thich Nat Hahn, de zoveelste activist niet.

Zelfs idioten met een IQ tot 25 zijn bij mijn weten niet vrij van begripsvorming, schapen niet, kwallen niet. Bacteriën vertonen al tekenen van een rudimentair begrip van goed en slecht: ze hebben een voorkeur voor licht of donker, zoet of zuur, heet of koud, nat of droog, diep of hoog, net waarin ze gedijen. Een oervorm van duiding, het prille begin van duidelijkheid en zie er dan nog maar eens van af te komen.

De eerste boeddhist die vrij is van begripsvorming moet denk ik nog geboren worden. Sterker nog, als je echt wilt verdwalen in een ongecontroleerde wildgroei van begrippen moet je bij het boeddhisme wezen.

De eerste mysticus die vrij is van begripsvorming moet denk ik ook nog geboren worden. Sterker nog, als je echt wilt verdwalen in een ongecontroleerde wildgroei van begrippen moet je bij de mystici wezen.

De eerste yogi die vrij is van begripsvorming moet denk ik ook nog geboren worden. Sterker nog, als je echt wilt verdwalen in een ongecontroleerde wildgroei van begrippen moet je bij het hindoeïsme wezen.

De eerste non-dualist die vrij is van begripsvorming moet denk ik ook nog geboren worden. Sterker nog, als je echt wilt verdwalen in een ongecontroleerde wildgroei van begrippen moet je bij de advaita vedanta wezen.

Zie je het patroon? Pas dan maar op, patronen zien is het begin van begripsvorming. Begripsvorming is het begin van verklaren en daar is geen eind aan, want iedere verklaring behoeft verdere klaring.

Zo raak je steeds verder van huis en algauw zit je eindeloos te speculeren over het eindeloze – een almachtige god, een waar zelf, een oorspronkelijke staat, een universeel bewustzijn, een eeuwig heden, een boeddhanatuur of een andere theorie van alles, kortom, het absolute. Ineens ben je een monnik of een filosoof en zie daar nog maar eens van los te komen.

En weer een verklaring afgelegd. Afleggen is mijn metier, doe er je voordeel mee. Overeenkomstig de diepste inzichten van broeder Ricard en zijn Tibetaanse leermeesters wens ik jou en iedereen die verbinding zoekt met het absolute een spoedige dood toe.

Frans: Grapjurk.

Hans: Staat mij beter dan een lijkwade, al zeg ik het zelf.

Frans: En hoe zit het met de gelukzaligheid waarmee de toestand die vrij is van begripsvorming gepaard zou gaan?

Hans: Nogmaals, ik ben niet vrij van begripsvorming en niet-weten is voor mij geen toestand, dus ook geen gemoedstoestand. Ik heb al heel wat gemoedstoestanden langs zien komen sinds ik door de grond ging, en nog steeds is geen enkel menselijk gevoel mij vreemd, van angst tot zotheid en alles ertussenin.

Frans: Welke gemoedstoestanden heb je zoal zien passeren?

Hans: Mijn weetnietfeest begon met een paar weken van stille euforie, toen een paar maanden van stille verbijstering, vervolgens een half jaar van stil verdriet, toen een periode van stille gelatenheid, daarna een periode van stille uitgelatenheid en nu is het gewoon stil.

Frans: Is dat alles?

Hans: Het is niets, maar voor mij is dat genoeg. Ik ben nooit uit geweest op een onveranderlijke staat van innerlijke vrede, liefdevolle vriendelijkheid, universeel mededogen, sereniteit, heerlijkheid of gelukzaligheid. Altijd mooi weer, wie wil dat nou. Eeuwig klaarkomen, doe me een lol.

Frans: Wat is jouw lol?

Hans: Ik wou alleen maar weten wat waar was, echt waar, onbetwijfelbaar, of het me nu uitkwam of niet. Na een halve eeuw van zoeken, vinden, kwijtraken en weer verder zoeken vond ik mezelf tot mijn verbijstering terug op een begraafplaats.

Frans: Een begraafplaats?

Hans: Van alle denkbeelden die ik onderweg de nek heb moeten omdraaien. De zelfbeelden, lichaamsbeelden, mensbeelden, wereldbeelden, godsbeelden, boeddhabeelden, heiligenbeelden, voorbeelden, wensbeelden, ideaalbeelden, schrikbeelden enzovoort. Al die ideeën over wie, wat, waar, wanneer, hoe en waarom, nu deze weer, tjonge jonge.

Frans: En sindsdien sta je in verbinding met het absolute.

Hans: Welnee joh. Agnose is radicale ontbinding van zowel het relatieve als het absolute. Anders bereik je nooit de toestand die vrij is van begripsvorming waarin je grote helderheid ervaart.

69. Haiku op haiku – Dagdromen

Die oude pijnboom,
hij is nog lang geen boeddha
maar heerlijk droomt hij.

(Issa)

Die oude pijnboom,
hij is allang een boeddha
en nog steeds droomt hij.

70. Naar de boeddhelebonte hemel voor het bonteleboeddhaschap

Kinderliedje voor volwassenen.

Op de boeddhelebonte heuvel staat een boeddhelebonte trap

Naar de boeddhelebonte hemel voor het bonteleboeddhaschap

In de boeddhelebonte keuken eet je boeddhelebonte drab

Met een boeddhelebonte lepel uit een boeddhelebonte nap

Zeg, die boeddhelebonte kovel en die boeddhelebonte slab

Is dat boeddhelebonte mode of een boeddhelebonte grap

Op de boeddhelebonte heuvel staat een boeddhelebonte trap

Naar de boeddhelebonte hemel voor het bonteleboeddhaschap

71. Kinhin is Groot Vertrouwen

Loopmediterende monnik die op het punt staat een ravijn in te lopen.

72. Kinhin maakt dromen waar

Slaapwandelende monnik.

^ Dromen van de Werkelijkheid.

73. Kinhin geeft richting

Kinhin met slaapwandelende monniken.

^ De voorganger.

74. Kinhin geeft diepgang

Kinhinmonniken die een cirkelvormige loopgraaf hebben uitgesleten; alleen hun bovenlijf komt nog boven de grond uit.

^ Diepgang.

75. Kinhin geeft lucht

Zoek de verschillen.

Meester Zero zegt:

In je cel mag je je vrij bewegen maar je mag er niet uit. Behalve op aangeven van de bewaarder, om met zijn allen rondjes te lopen. Dat heet luchten. Even je benen strekken en dan weer gauw naar je cel.

Op je zafu mag je je niet bewegen en je mag er niet af. Behalve op aangeven van de meester, om met zijn allen rondjes te lopen. Dat heet kinhin. Even je benen strekken en dan weer gauw naar je kussen.

Kerker met gevangenen in monnikspij die rondjes lopen, vrij naar Gustave Doré.

^ Kinhin geeft lucht.

76. Kinhin voor leeglopers – the Way of the Segway

Vijf kinhinmonniken op Segways achter elkaar.

^ Segway is the Way.

77. Tussen zitmeditatie en loopmeditatie: standmeditatie

Meester Zero zegt:

'Don't just stand there, do something!' heette het vroeger.

Wat sta je daar te staan, doe iets!

Dat is geen zen.

Wij neozennies weten wel beter.

'Don't just do something, stand there!' zeggen we tegen elkaar.

Wat doe je allemaal, sta stil!

Dat is zen.

En tegen boeddhisten van de oude stempel zeggen we:

Don't just sit there, stand there!

Wat zit je daar te zitten, sta op!

Dat is zen.

En tegen de renpaarden onder ons, de kinhinnikers, zeggen we:

Don't just walk around, stand there!

Waar moet dat heen, blijf staan!

Dat is zen.

Zitmeditatie is achterhaald.

Blijf staan!

Loopmeditatie is uit.

Blijf staan!

Standmeditatie is je ware.

Stand-up meditation.

Bearing witness.

As long as you can bear it.

Don't just do something, stand there!

Dat is zen.

Waar sta jij voor?

Kinhinmonnik op een zafu.

^ Standmediatie.

78. Kinhin voor ezels

Kinhinmonnik die achterstevoren op een ezel zit.

^ Kinhin voor ezels.

79. Kinhinniken voor kinhinnikers

Monnik in zijaanzicht met hinnikende paardenkop en hoeven.

^ Kinhinniken.

80. Kinhinkelen: loopmeditatie op één been

Zo kan het ook.

Hinkelende kinhinmonniken.

^ Kinhinkelen.

81. Boeddha de Beer

Onlangs kregen we van een lezeres een silhouet van een loopmediterende monnik, onze eigenste kinhinman, met een gele teddybeer in zijn knuisten, die had ze erbij getekend.

Toen ik dat zag schoot ik in de lach maar ook in de traan. Want inderdaad, zo'n monnik gun je een pluchen beest. Iedere zenboeddhist eigenlijk, monnik of leek, meester of leerling, ongeacht geslacht. Iedere boeddhist eigenlijk. Waarom zeg ik dat nu? Waarom voelt ik dat zo?

Ik denk omdat boeddhisten er vaak zo angstig uitzien. Zo alleen met zichzelf op hun kussentje, hun gedachten observerend, de pijn verbijtend, de verveling bestrijdend, hun bewegingen onderdrukkend, ingehouden zuchtend, stilletjes afziend, gelaten wachtend op het oosterlicht. Zo alleen met zijn allen rondjes lopend alsof ze ieder moment door het ijs kunnen zakken, blind voor de omgeving omdat ze hun aandacht bij hun benen menen te moeten houden.

Boeddhisten zullen mijn medeleven allicht mededogen noemen, of mij mededelen dat mededogen iets anders is dan medelijden en dat er op het kussentje ook vreugde beleefd wordt. Of ze zullen mijn medeleven projectie noemen en me aansporen om net als zij naar binnen te keren en me voorgoed te bevrijden van mijn geest door hem voorgoed op de voet te volgen.

Ik noem het geen projectie, ik noem het bearing witness. Teddybearing witness. Witnessing teddybears.

Ik gun iedereen een beestje, een liefje, een dingetje, een kleurboek of een geloof desnoods, in iets hogers desnoods. Een maan waarvan je denkt dat hij jou volgt omdat jij hem volgt, veertig chickies om te ontmaagden, een maagd die over je waakt, een beschermengel, een heilige, een uiterlijke of innerlijke goeroe, onze Vader in de hemel of onze Boeddha in nirwana – maakt niet uit, een beer is een beer.

Wees een teddybeer voor jezelf.

Monnik met teddybeer.

^ Een beer is een beer, wat wil je nog meer.

82. Haiku op haiku – Het reine land

Zacht glanst een dauwdrop
zachtmoedig koeren duiven,
Boeddha, behoed ons.

(Issa)

Zachtjes koert een duif
en onaangedaan glimlacht
de Boeddha ons uit.

Boeddha met duivenkop.

^ Onaangedaan glimlacht de Boeddha ons uit.

83. Vormboeddhisme is geen leegteboeddhisme

Een wolf in schaapskleren.

Twee boeddhismes onder één vlag

'Hét boeddhisme bestaat niet.' Dat is een postmodern cliché om aan te geven dat er een heleboel boeddhistische scholen zijn met verschillende theorieën en praktijken. Ik bedoel er iets anders mee.

Hét boeddhisme bestaat niet, want er zijn twee boeddhismes – halfleren die onder dezelfde vlag varen maar absoluut niet te rijmen zijn. Ik noem ze hier even vormboeddhisme en leegteboeddhisme.

Wat is vormboeddhisme?

Het vormboeddhisme heeft drie uitgangspunten.

Ten eerste dat je een persoon bent, een ik, een vrij individu, iemand die de regie heeft, keuzes kan maken, verantwoordelijkheid is voor zijn beslissingen en erop aangesproken kan worden.

Ten tweede dat die ik onderscheid weet te maken tussen juist en onjuist, goed en slecht, heilzaam en onheilzaam.

Ten derde dat dit onderscheid werkelijk bestaat en niet alleen in gedachte of achteraf.

Het vormboeddhisme is dus een dualistische deugdreligie, net als het christendom, het jodendom en de islam, zij het zonder god.

Elementen van het vormboeddhisme zijn onder meer de vier edele waarheden, het achtvoudige pad, de karmaleer, de wedergeboorteleer, de lekengeloften en de kloostergeloften.

Zonder een zelf, zonder vrije wil, zonder onderscheidingsvermogen en zonder onderscheid, zijn deze elementen betekenisloos – louter vorm.

Wat is leegteboeddhisme?

Het leegteboeddhisme heeft twee uitgangspunten.

Ten eerste dat je geen persoon bent, geen ik, geen individu, dat je geen ego hebt, geen zelf, geen ziel – dat denk je maar. In werkelijkheid is er niemand die de regie heeft, niemand die keuzes kan maken, niemand die verantwoordelijk is voor zijn beslissingen en erop aangesproken kan worden.

Ten tweede dat het onderscheid tussen juist en onjuist, goed en slecht, heilzaam en onheilzaam, een dualistische illusie is.

Elementen van het leegteboeddhisme zijn onder meer de madhyamaka, afhankelijk ontstaan (pratitya-samutpada), de skandha's, het net van Indra, maya en non-dualiteit (als in de Vimalakirtisoetra).

Vormboeddhisme is geen leegteboeddhisme

Vorm is leegte, zegt de Hartsoetra, en leegte is vorm.

Maar vormboeddhisme is geen leegteboeddhisme en leegteboeddhisme is geen vormboeddhisme – juist niet.

Vormboeddhisme is activistisch, leegteboeddhisme is fatalistisch.

Vormboeddhisme is een geloofsleer, leegteboeddhisme is een ideeënleer.

Vormboeddhisme is een heilsleer, leegteboeddhisme is een genadeleer.

Vormboeddhisme is dualistisch, leegteboeddhisme is non-dualistisch.

Vormboeddhisme bevestigt zichzelf, leegteboeddhisme ontkent zichzelf.

Boeddhisme is een wolf in schaapskleren. Zijn wollen gewaden stellen je op je gemak en je mag je levens lang in lege vormen verliezen. Tot je er eindelijk doorheen kijkt en de wolf je zonder pardon opvreet.

84. Acht perspectieven op de vier edele waarheden

Hoe edel en hoe waar zijn de edele waarheden?

De vier edele waarheden zijn het wezen van het vormboeddhisme. Ze veronderstellen een persoon met een vrije wil en een wereld met overzichtelijke en begrijpelijke ketens van oorzaken waarop het individu kan ingrijpen.

Het leegteboeddhisme veronderstelt dat de persoon en de vrije wil illusies zijn en dat alles in de wereld afhankelijk ontstaat en bestaat van al het andere.

Hieronder acht visies van het leegteboeddhisme op de vier edele waarheden van het vormboeddhisme.

0. De vier edele waarheden (catvari aryasatyani)

1. Er is lijden.

2. Het lijden heeft een oorzaak.

3. De oorzaak van het lijden kan opgeheven worden.

4. Door het achtvoudige pad te volgen wordt het lijden beëindigd.

1. De vier edele waarheden bezien vanuit leegte (sunyata)

1. Lijden is leeg.

2. De oorzaak van het lijden is leeg.

3. De opheffing van de oorzaak van het lijden is leeg.

4. Het achtvoudige pad is leeg.

2. De vier edele waarheden bezien vanuit afhankelijk ontstaan (pratitya samuthpada)

1. Lijden ontstaat afhankelijk.

2. De oorzaak van het lijden ontstaat afhankelijk.

3. De opheffing van de oorzaak van het lijden ontstaat afhankelijk.

4. Het achtvoudige pad ontstaat afhankelijk.

3. De vier edele waarheden bezien vanuit vergankelijkheid (anitya)

1. Lijden is tijdelijk.

2. De oorzaak van het lijden is tijdelijk.

3. De opheffing van de oorzaak van het lijden is tijdelijk.

4. Het achtvoudige pad is tijdelijk.

4. De vier edele waarheden bezien vanuit niet-zelf (anatman)

1. Lijden is zelfloos.

2. De oorzaak van het lijden is zelfloos.

3. De opheffing van de oorzaak van het lijden is zelfloos.

4. Het achtvoudige pad is zelfloos.

5. De vier edele waarheden bezien vanuit de illusie (maya)

1. Lijden is een illusie.

2. De oorzaak van het lijden is een illusie.

3. De opheffing van de oorzaak van het lijden is een illusie.

4. Het achtvoudige pad is een illusie.

6. De vier edele waarheden bezien vanuit Indra's net (Indrajala)

1. Lijden is een knooppunt in een eindeloos netwerk.

2. De oorzaak van het lijden is een knooppunt in een eindeloos netwerk.

3. De opheffing van de oorzaak van het lijden is een knooppunt in een eindeloos netwerk.

4. Het achtvoudige pad is een knooppunt in een eindeloos netwerk.

7. De vier edele waarheden bezien vanuit non-dualiteit (advaita)

1. Lijden is niet te onderscheiden van vreugde of andere verschijnselen.

2. De oorzaak van het lijden is niet te onderscheiden van de oorzaak van vreugde en andere verschijnselen.

3. De opheffing van de oorzaak van het lijden is niet te onderscheiden van de opheffing van de oorzaak van vreugde en andere verschijnselen.

4. Het achtvoudige pad is niet te onderscheiden van andere paden en niet-paden.

8. De vier edele waarheden bezien vanuit niet-weten (agnose)

1. Lijden is niet te volgen.

2. De oorzaak van het lijden is niet te volgen.

3. De opheffing van de oorzaak van het lijden is niet te volgen.

4. Het achtvoudige pad is niet te volgen.

85. Zestig ijdele gedachten over vier edele waarheden

De leegte van gedachten over de leegte.

"Ik zou je zestig stokslagen moeten geven maar ik zal ze je besparen."

(Meester Yunmen, Poortloze Poort, koan 15)

Inleiding

1. Hieronder enkele gedachten over de vier edele waarheden. Ik heb ze, geïnspireerd door de Edele Rijtjesgeest van de (abhi)dhamma, opgeschreven in de vorm van vier edele vragen, achtenveertig edele constateringen en vier edele conclusies, bij elkaar zestig edele gedachten, deze edele inleiding niet meegeteld.

2. In plaats van edel mag je mijn gedachten ook ijdel noemen. IJdel is een ander woord voor sunya, leeg, dus we blijven hoe dan ook in boeddhistische sferen.

3. In boeddhistische sferen mag je van boeddhistische meneren alles denken, zolang je er maar niet in meegaat.

4. Dat geldt niet voor de (abhi)dhamma en de leegte natuurlijk, daar moet je juist wel in meegaan, anders kun je wel ophouden.

De vier edele waarheden

1. Er is lijden.

2. Het lijden heeft een oorzaak.

3. De oorzaak van het lijden kan opgeheven worden.

4. Door het achtvoudige pad te volgen wordt het lijden beëindigd.

De vier edele vragen

1. Is er lijden?

2. Heeft het lijden wel een oorzaak?

3. Kan de oorzaak van het lijden wel opgeheven worden?

4. Wordt het lijden wel beëindigd door het achtvoudige pad te volgen?

De achtenveertig edele constateringen

1

1. Er is de gedachte dat er lijden is.

2. Er is de gedachte dat het lijden een oorzaak heeft.

3. Er is de gedachte dat de oorzaak van het lijden opgeheven kan worden.

4. Er is de gedachte dat het lijden beëindigd wordt door het achtvoudige pad te volgen.

2

1. Er is de gedachte dat er geen lijden is.

2. Er is de gedachte dat het lijden geen oorzaak heeft.

3. Er is de gedachte dat de oorzaak van het lijden niet opgeheven kan worden.

4. Er is de gedachte dat het lijden niet beëindigd wordt door het achtvoudige pad te volgen.

3

1. Er is lijden aan de gedachte dat er lijden is.

2. Er is lijden aan de gedachte dat het lijden een oorzaak heeft.

3. Er is lijden aan de gedachte dat de oorzaak van het lijden kan worden opgeheven.

4. Er is lijden aan de gedachte dat het lijden wordt beëindigd door het achtvoudige pad te volgen.

4

1. Er is lijden aan de gedachte dat er geen lijden is.

2. Er is lijden aan de gedachte dat het lijden geen oorzaak heeft.

3. Er is lijden aan de gedachte dat de oorzaak van het lijden niet kan worden opgeheven.

4. Er is lijden aan de gedachte dat het lijden niet wordt beëindigd door het achtvoudige pad te volgen.

5

1. Er is vreugde bij de gedachte dat er lijden is.

2. Er is vreugde bij de gedachte dat het lijden een oorzaak heeft.

3. Er is vreugde bij de gedachte dat de oorzaak van het lijden kan worden opgeheven.

4. Er is vreugde bij de gedachte dat het lijden wordt beëindigd door het achtvoudige pad te volgen.

6

1. Er is vreugde bij de gedachte dat er geen lijden is.

2. Er is vreugde bij de gedachte dat het lijden geen oorzaak heeft.

3. Er is vreugde bij de gedachte dat de oorzaak van het lijden niet kan worden opgeheven.

4. Er is vreugde bij de gedachte dat het lijden niet wordt beëindigd door het achtvoudige pad te volgen.

7

1. Er is de gedachte dat er vreugde is.

2. Er is de gedachte dat vreugde een oorzaak heeft.

3. Er is de gedachte dat de oorzaak van vreugde opgeheven kan worden.

4. Er is de gedachte dat vreugde wordt beëindigd door het achtvoudige pad te volgen.

8

1. Er is de gedachte dat er geen vreugde is.

2. Er is de gedachte dat vreugde geen oorzaak heeft.

3. Er is de gedachte dat de oorzaak van vreugde niet opgeheven kan worden.

4. Er is de gedachte dat vreugde niet wordt beëindigd door het achtvoudige pad te volgen.

9

1. Er is lijden aan de gedachte dat er vreugde is.

2. Er is lijden aan de gedachte dat vreugde een oorzaak heeft.

3. Er is lijden aan de gedachte dat de oorzaak van vreugde kan worden opgeheven.

4. Er is lijden aan de gedachte dat vreugde wordt beëindigd door het achtvoudige pad te volgen.

10

1. Er is lijden aan de gedachte dat er geen vreugde is.

2. Er is lijden aan de gedachte dat vreugde geen oorzaak heeft.

3. Er is lijden aan de gedachte dat de oorzaak van vreugde niet kan worden opgeheven.

4. Er is lijden aan de gedachte dat vreugde niet wordt beëindigd door het achtvoudige pad te volgen.

11

1. Er is vreugde bij de gedachte dat er vreugde is.

2. Er is vreugde bij de gedachte dat vreugde een oorzaak heeft.

3. Er is vreugde bij de gedachte dat de oorzaak van vreugde kan worden opgeheven.

4. Er is vreugde bij de gedachte dat vreugde wordt beëindigd door het achtvoudige pad te volgen.

12

1. Er is vreugde bij de gedachte dat er geen vreugde is.

2. Er is vreugde bij de gedachte dat vreugde geen oorzaak heeft.

3. Er is vreugde bij de gedachte dat de oorzaak van vreugde niet kan worden opgeheven.

4. Er is vreugde bij de gedachte dat vreugde niet wordt beëindigd door het achtvoudige pad te volgen.

De vier edele conclusies

1. De vier edele waarheden zijn gedachten.

2. De vier edele vragen zijn gedachten.

3. De achtenveertig edele constateringen zijn gedachten.

4. De vier edele conclusies zijn gedachten.

Nawoord

1. Dat waren ze alweer.

2. Zestig ijdele gedachten over vier edele waarheden.

3. Niet te geloven!

4. Nu jij weer.

86. Boeddhisme als boetekleed

En de boeddha, hij ploegde voort.

Het boeddhisme wordt vaak gepresenteerd als een praktische weg uit het lijden, en misschien is het dat ook.

Helaas is diezelfde weg een bron van lijden, niet alleen voor de beoefenaar maar ook voor zijn omgeving en voor andersdenkenden.

Ik wil het hier niet hebben over alle oorlogen die uit naam van de Boeddha zijn gevoerd, dat zou te makkelijk zijn.

Ik wil het hier niet hebben over alle vormen van onderdrukking en uitbuiting in boeddhistische sangha's die tot op de dag van vandaag voortduren, dat zou te makkelijk zijn.

Ik wil het hier niet hebben over alle boeddhisten die zichzelf gedood hebben om aan het lijden te ontsnappen of om een politieke daad te stellen, dat zou te makkelijk zijn.

Ik wil hier alleen een stuk citeren uit de zeventiende teisho van Yamada Koun Zenshin bij de Poortloze Poort (zie Asoka 2010, pagina 115 en verder.)

Deze toespraak van de man die zich 'vorentrekkende wolk' (ko-un) liet noemen, is namelijk van een somberheid en een gestrengheid die onze zwartekousenkerk met zijn erf- en doodzonden zelfs bij nieuwe maan nog in de schaduw stelt.

Lees en huiver.

"Een juiste beoefening van zazen is erg moeilijk. Hiervan is de onderhavige koan een goed voorbeeld. Kensho (zelfverwerkelijking) bereiken is niet zo moeilijk. Sommige mensen hebben daarvoor maar één sesshin (meerdaagse zazenoefening) nodig.

Maar kensho is slechts de toegangspoort voor het uiteindelijk doel van de zazenbeoefening, namelijk de vervolmaking van ons karakter. Dit impliceert een reiniging die erg moeilijk is en veel tijd vergt.

In feite komt aan het beoefenen van zen nooit een einde. Ook in veertig jaar kun je een volmaakt karakter niet bereiken. Zelfs een miljoen jaar zou nog ontoereikend zijn. De sutra's zeggen heel duidelijk dat Amida en Shakyamuni duizenden miljoenen kalpa's nodig hadden om boeddha te worden.

Zoals ik al eerder zei, is een kalpa een vrijwel onmeetbaar lange periode. Wat zegt ons deze onbegrijpelijk lange tijd? Die zegt ons enerzijds dat ons karakter eindeloos lang gezuiverd kan worden, en anderzijds dat de vlekken en lagen vuil op onze ware natuur onmetelijk dik zijn.

In het boetegebed 'Sange Mon', dat iedere morgen bij de zenoefening wordt opgezegd, staat: 'Sedert onheuglijke tijden heb ik slecht karma opeengestapeld. Dit komt door mijn onpeilbare hebzucht, mijn haat en mijn verblinding, die uit mijn lichaam, mijn mond en mijn gedachten geboren worden.'

Zoals ik jullie al vaak heb gezegd, is ons dualistische ego daarvoor verantwoordelijk. De oorsprong van het slechte karma is uiteindelijk het onderscheidingsbewustzijn van subject en object, jij en ik, wat niets anders dan het dualistische ego is."

Even verderop in zijn toespraak citeert Zenshin een gedicht van de samensteller van De Poortloze Poort, Mumon (Wumen):

"Een ijzeren juk zonder gat moeten wij sjouwen. Geen gemakkelijke zaak, de vloek gaat over op onze nakomelingen. Wil je de toegangspoort beschermen en het huis goed onderhouden, dan moet je barrevoets een berg van zwaarden beklimmen."

Zenshin vervolgt:

"Het vers zegt ons dat het een geweldige opgave is het ware boeddhisme te belijden. Het ijzeren juk zonder opening duidt op een ondraaglijke last. De poort is de toegangspoort tot het boeddhisme, tot de ware weg van de Boeddha, en het huis – dat spreekt vanzelf – is het huis van het boeddhisme.

Mumon wil ons zeggen: in dit in verval geraakte huis wonen is zo moeilijk als het sjouwen van een ijzeren juk zonder gat of het barrevoets beklimmen van een berg die met omhoogstekende klingen bedekt is. Onze nakomelingen zullen nooit rust en vrede vinden, maar aan hun geërfde last zwaar te torsen hebben."

En de boeddha, hij ploegde voort.

God hebbe zijn boetekleed.

87. Haiku op haiku – Gassho Basho

Die bij de bliksem
geen inzicht heeft verworven,
hoe edel is hij.

(Basho)

Die bij de bliksem
geen inzicht heeft verworven,
hoe ijdel is hij.

Monnik die belerend zijn vinger in de lucht steekt, waar de bliksem inslaat.

^ Die bij de bliksem geen inzicht heeft verworven – hoe ijdel is hij.

88. Samuraizen

Slijpen tot je zwaard verdwenen is.

Leerling: Wat is zen?

Meester: Een tweesnijdend zwaard.

Leerling: Waarvoor dient de ene snede?

Meester: Om alle gedachten af te snijden bij de wortel.

Leerling: Waarvoor dient de andere?

Meester: Om alle metagedachten af te snijden bij de wortel.

Leerling: Wat zijn metagedachten?

Meester: Gedachten over gedachten.

Leerling: Geef eens een voorbeeld.

Meester: Dat we onze gedachten bij de wortel moeten afsnijden.

Leerling: Ook die gedachte moet bij de wortel afgesneden worden?

Meester: Dat we daar zelf voor kunnen kiezen.

Leerling: Ook die moet bij de wortel afgesneden worden?

Meester: Dat het afsnijden ons alleen maar overkomt.

Leerling: Ook die moet bij de wortel afgesneden worden?

Meester: Dat er een ik is die iets doet of laat.

Leerling: Ook die moet bij de wortel afgesneden worden?

Meester: Dat die ik een illusie is.

Leerling: Ook die moet bij de wortel afgesneden worden?

Meester: Dat zen een tweesnijdend zwaard is.

Leerling: Zo blijft er niet veel over.

Meester: Waarvan?

Leerling: Verwijst u nu naar de leegte?

Meester: Ook die gedachte moet bij de wortel afgesneden worden.

Leerling: Verwijst u nu naar de leegte van de leegte?

Meester: Ook die gedachte moet bij de wortel afgesneden worden.

Leerling: Verwijst u nu naar niet-weten?

Meester: Ook die gedachte moet bij de wortel afgesneden worden.

Leerling: En dan?

Meester: Ook die gedachte moet bij de wortel afgesneden worden.

Leerling: Enzovoort.

Meester: Nou, voort...

Leerling: Ik...

Meester: Die hebben we al gehad.

Leerling: ...

Meester: Niet slecht.

Leerling: ...

Meester: Hou vol...

Leerling: ...

Meester: Dan ga ik gauw mijn zwaard slijpen.

89. Eenvoud is geen kunst – Maarten Houtman en de Tao van Zen

Waarom zen geen goed voornemen is.

Trucjes zijn niet vol te houden

Beste Hans,

Jij spreekt voortdurend alles tegen. Meer heeft je zogenaamde niet-weten niet om het lijf. Op mij komt het over als een trucje.

Beste Allaart,

Welnee joh, ik ben helemaal niet bezig met tegenspreken. Ik laat zien wat niet-weten is. Voor mijn eigen genoegen en voor iedereen die het lezen wil of moet, zoals jij.

Spirituele trucjes eindigen altijd in een mislukking. Probeer je aandacht maar eens bij je ademhaling te houden. Je gezicht ontspannen te houden. In het hier en nu te blijven. Alles met volledige aandacht te doen. Naar iedereen open te staan. Onder alle omstandigheden kalm te blijven. Ergens niet aan te denken. Nergens aan te denken.

Misschien dat het je eventjes lukt, maar uiteindelijk verlies je het. Of heb jij andere ervaringen?

Allaart: Nee, dat klopt wel zo'n beetje.

Hans: Daaraan zie je dat het trucjes zijn. Je forceert iets dat niet vanzelf komt. Je valt er steeds uit.

Niet-weten kwam vanzelf in mijn leven en blijft maar komen. Ik loop echt niet de hele tijd op te letten, ik hoef mezelf nooit in bochten te wringen om het denken af te troeven – ik weet het gewoon niet meer. Ik hoef er niets voor te doen en ik kan er niets aan te doen.

Wat me vroeger onnoemelijk veel tijd en moeite kostte en mijn leven nodeloos ingewikkeld maakte, was doen alsof ik het allemaal wel doorhad, terwijl ik in werkelijkheid geen idee had. Mezelf wijsmaken dat anderen wel wisten waar ze het over hadden. Anderen wijsmaken dat ik wel wist waar ik het over had. De onverstoorbare pief uithangen terwijl de zenuwen door mijn keel gierden.

Net als iedereen beschikte ik over een grote trukendoos om mijn onwetendheid en onzekerheid te verbergen. Je weet vast wel wat ik bedoel.

Allaart: Oké, misschien is jouw niet-weten geen truc, maar ik vind het een raar verhaal. Ik kan me er totaal niet in vinden.

Eenvoudig worden

Hans: In welk verhaal kun jij je vinden?

Allaart: Zelf zit ik in de hoek van het zenboeddhisme. Daarin verwijst niet-weten naar een onkenbaar en onnoembaar principe voorbij de woorden. De Geest, het Zelf, de Tao, de Boeddhanatuur, de Leegte. Het Niets.

Hans: O jee, een principe.

Allaart: Het Principe kan niet gekend worden. Zen is een simpel en deemoedig leven vanuit dit Ene.

Hans: O jee, het ene.

Allart: In een interview met Erna Heijligers zegt zenleraar Maarten Houtman:

"Het is een kunst om echt eenvoudig te worden. Daar moet je je dagelijks in oefenen. Het begint al 's ochtends als je wakker wordt, dat je eigenlijk kans moet zien om niks te zijn. Helaas lukt mij dat niet altijd."

En even verderop:

"Waar het om gaat is dat je een balans vindt tussen het Grote Mysterie en je dagelijks leven. Vaak is er die aandacht niet waarin dat Andere mee kan spelen. Dat is spijtig, maar zo is het gewoon. Ik zeg ook altijd tegen mijn leerlingen: 'Jullie denken misschien dat het bij mij anders is, maar ik ben een gewone sterveling en heel gelukkig als die twee gelijktijdig aanwezig zijn.'"

(Bron: 'Het Verhaal is nog niet uit' in De Tao van Zen; Feestschrift bij Maarten's 90e verjaardag.)

Eenvoudig worden, een balans vinden tussen het Mysterie en je dagelijks leven, dat is mijns inziens waar het op aankomt. En ruiterlijk erkennen dat die aandacht er vaak niet is, waardoor het dagelijks leven steeds weer aan het langste eind trekt. Durf jij dat?

Hans: Mijn aandacht is de mijne niet en gaat gewoon zijn gang. Heel mysterieus.

Allaart: En die eenvoud?

Hans: Mijn denken is zo eenvoudig als wat, maar dat komt eenvoudig doordat ik het allemaal niet meer weet, niet doordat ik zo eenvoudig als wat probeer te zijn.

Allaart: Eenvoud is eenvoud.

Hans: Een woord is een woord maar jouw betekenis is de mijne niet.

Allaart: Wat is dan het verschil?

Hans: Dat eenvoud voor mij geen ideaal is om na te streven en geen maatstaf om mijn spirituele vooruitgang aan af te meten.

Allaart: Waarom zou je ingewikkeld doen als het eenvoudig kan?

Hans: Omdat je geen keus hebt? Ik weet niet of het je weleens opgevallen is, maar zelfs de gewoonste zaken zijn onthutsend complex. Een haar, ademhalen, een blik, een druppel bloed, een woord, een aanraking, een boom, een kachel, een virus – je wil niet weten hoe ingewikkeld die dingen zijn, wat er allemaal bij komt kijken.

En ik zou verdomd niet weten waarom je al "als je wakker wordt kans moet zien om niks te zijn." Ingewikkeld gedoe, dat moet wel mislukken, lijkt mij, en dat doet het dus ook, keer op keer. Maarten kon het niet en jij kan het niet.

Allaart: Hoe doe jij dat dan?

Hans: Zelf sta ik 's ochtends gewoon op. Kan ik je aanraden. Is nog nooit misgegaan.

Boeddhisten zijn revolutionairen

Allaart: Zo kom je er niet.

Hans: Ik hoef nergens heen.

Allaart: Zen is een levenslange praktijk.

Hans: Dat heb ik nooit begrepen.

Allaart: Wat niet?

Hans: Waarom zen een levenslange praktijk zou moeten zijn. Dat krampachtig gedoe, dat terminale streven naar eenvoud, spontaniteit, authenticiteit, deugdzaamheid en openheid, naar metta, karuna, mudita en upekkha.

Allaart: Wat een negatieve voorstelling van zaken.

Hans: Negativiteit maakt deel uit van de dharma. 'Leven is lijden', heet het volgens de eerste Edele Waarheid. Daarmee is de toon gezet.

Allaart: De eerste Edele Waarheid is er één van vier. De vier Edele Waarheden vormen maar een fractie van de leer.

Hans: Hoeveel ze ook leren, boeddhisten zijn nooit tevreden. Van de eerste eeuwige beginner tot de laatste dalai lama. Ik ken geen enkele uitzondering. Alles en iedereen moet anders. Jijzelf bijvoorbeeld, ben je tevreden met je leven? Eerlijk zeggen.

Allaart: Nee.

Hans: Ken jij een tevreden boeddhist? Eerlijk zeggen.

Allaart: Nee.

Hans: Boeddhisten zijn voertuigen van onvrede. Utopisten en revolutionairen. Zelfverbeteraars en wereldverbeteraars – het is gewoon nooit goed.

Allaart: Mahayana, het grote voertuig.

Hans: Alleen is er volgens datzelfde mahayana geen zelf om te bevrijden, geen geest om te temmen, geen wezen om te verlossen en geen wereld om te verbeteren. Alles ontstaat, bestaat en vergaat immers afhankelijk van al het andere.

Allaart: Ja, dat is wel een beetje tegenstrijdig.

Volgende keer beter

Hans: Boeddhisten streven het onmogelijke na en sporen anderen aan het onmogelijke na te streven. Op hun kussentje en in hun engagement. Hoe zou dat niet tot chronische onvrede kunnen lijden?

Allaart: Het onmogelijke?

Hans: Onbeweeglijk zitten met je aandacht eenpuntig op je ademhaling gericht, om na iedere sessie vast te moeten stellen dat het je weer niet gelukt is.

Volgende keer beter.

Onoplosbare raadsels oplossen, om bij iedere daisan vast te moeten stellen dat je er weer naast zit.

Volgende keer beter.

De Grote Weg gaan zonder enige verwachting, om na iedere oefening vast te moeten stellen dat je nog steeds op satori hoopt.

Volgende keer beter.

Spontaan proberen te zijn en telkens weer moeten vaststellen dat je spontaniteit gespeeld is.

Volgende keer beter.

Authentiek proberen te zijn en telkens weer moeten vaststellen dat je authenticiteit gewild is.

Volgende keer beter.

Alles met volle aandacht willen doen, en steeds weer afgeleid raken.

Volgende keer beter.

Iedere ochtend je beloften bevestigen, om 's avonds toe te moeten geven dat je ze alweer gebroken hebt.

Volgende keer beter.

Alle voelende wezens willen bevrijden terwijl je jezelf nog geen minuut met rust kunt laten.

Volgende keer beter.

Er is altijd een volgende keer, menen ze, het kan altijd beter, geloven ze, en daarom hebben boeddhisten levens lang.

Allaart: Misschien is het ons daar wel om te doen. Uit angst voor de leegte van een voortijdig voltooid leven.

Hans: Mijn leven is al vijftien jaar voltooid. Eenvoudiger wordt het niet.

De balans tussen het Grote Mysterie en het dagelijks leven

Allaart: Heb jij de balans bereikt tussen het Grote Mysterie en het dagelijks leven waar Maarten Houtman naar verwijst?

Hans: Als je het dagelijks leven zoekt vind je een mysterie, als je het mysterie zoekt vind je het dagelijks leven. Wat maakt het dan uit?

Allaart: Voor jou is er geen verschil tussen het dagelijks leven en het Grote Mysterie?

Hans: Voor mij is er geen dagelijks leven en geen Groot Mysterie. Daarmee stort het hele denksysteem in waarbinnen het zogenaamd gewone en het zogenaamde Andere als afzonderlijke entiteiten verschijnen, uit balans raken en weer in balans moeten worden gebracht.

Allaart: Zonder entiteiten geen balanceeract.

Hans: Dat is pas balans.

Allaart: Bedoel je dat het gewone en het Andere in werkelijkheid leeg zijn?

Hans: Misschien zijn ze reëel, misschien zijn ze illusoir, misschien zijn ze leeg, misschien vormen ze een ondeelbaar geheel of een eenheid of de keerzijden van een munt, misschien zijn het allemaal maar woorden, hoe stel je zoiets vast?

Allaart: Ik heb geen idee.

Hans: Nou, ik ook niet. Vandaar dat "die aandacht (...) waarin dat Andere mee kan spelen" op mij gezocht overkomt. Bedacht. Een trucje, zou jij zeggen. Gedoemd om te mislukken, want "vaak is er die aandacht niet", geeft Maarten zelf toe. Zelfs niet na een zenpraktijk van een halve eeuw, en wie kan daarop bogen.

Zen als niet-weten

Allaart: Begrijp ik het goed dat zen voor jou een truc is?

Hans: Dat begrijp je verkeerd. Zen is voor mij niet-weten. Niet-weten is toegeven dat je het niet weet in plaats van doen alsof je het weet. Juist geen truc dus, tenzij je doet alsof je niet weet.

Allaart: Zen heeft voor jou niets te maken met eenvoud, balans, spontaniteit, authenticiteit, volmaaktheid, aandachtigheid en overgave?

Hans: Alleen indirect, voor zover ze op natuurlijke wijze voortvloeien uit agnose. Niet als ideaal.

Allaart: Heb jij iets tegen idealen?

Hans: Dat zou het volgende ideaal zijn.

Allaart: Maar voor jou hoeft het niet.

Hans: Ik weet alleen maar niet.

Allaart: En dat kun je iedereen aanraden.

Hans: Ik kan niemand iets aan- of afraden. Anders dan Houtman snap ik er geen hout van.

Allaart: Wou jij de nestor van de Nederlandse zenbeweging naar de kroon steken?

Hans: Dat ik voor eeuwig in Zijn Schaduw mag staan.

Allaart: Als iemand die wel zijn aandacht op het Grote Mysterie gericht weet te houden, bedoel ik.

Hans: Ik zit er middenin, wat valt er te richten.

Allaart: Je bent het zelf.

Hans: Ik maak er deel van uit, als je dat bedoelt. Over het zelf heb ik niets te melden.

Allaart: Jijzelf bent het Grote Mysterie.

Hans: Alles is mij een raadsel, als je dat bedoelt. Ik ben geen mysticus of mystagoog.

Allaart: Ik blijf het een raar verhaal vinden.

Hans: Eenvoudiger kan ik het niet maken.

Allaart: Toch bedankt.

Hans: Volgende keer beter.

90. Haiku op haiku – Bedacht

Een horen is kort
een horen lang, waarover
zou die slak denken.

(Buson)

Een hoorn is kort of
een hoorn is lang, dus waarom
zou die slak denken.

Roze slak met hersenen op zijn rug in plaats van een huisje.

^ Waarom zou die slak denken?

91. Haiku op haiku – Waarom ter wereld?

Waarom ter wereld
hebben ze groene rupsen
horens gegeven.

(Buson).

Waarom ter wereld
zouden ze groene rupsen
geen horens geven.

Waarom ter wereld
hebben ze alle mensen
haren gegeven.

Waarom ter wereld
hebben ze alle mensen
woorden gegeven.

Waarom ter wereld
hebben ze alle woorden
mensen gegeven.

92. Mensen met woorden

Leerling: Waarom ter wereld hebben ze alle mensen woorden gegeven.

Meester: Waarover zouden we het anders de hele dag moeten hebben.

93. Woorden met mensen

Leerling: Waarom ter wereld hebben ze alle woorden mensen gegeven.

Meester: Wie had die vraag anders moeten stellen.

94. Licht of lucht?

Zegt de ene bodhisattva: Wat ben jij nu voor boeddhist, je weet niet eens dat je al verlicht bent.

Zegt de andere: Nee, jij dan, je weet niet eens dat je niet bestaat.

95. Haiku op haiku – Beeld en storm

Bij een bliksemflits
boog ik voor 't beeld van Boeddha
ver in de heide.

(Kakei)

Nooit boog het beeld van
Boeddha ver in de heide
eens naar mij terug.

96. Hello goodbye – is dat zen?

(S)words of wisdom; zenbarbarismen, 1.

'Helemaal mee eens wat jij over het denken zegt, Hans!'

'Ik kan me niet herinneren dat ik daar iets over gezegd heb.'

'Wij boeddhisten zeggen het zo: elke gedachte is leeg, zelfloos, voorbijgaand, ontstaan in afhankelijkheid! Heet haar welkom en wijs haar de deur. Say hello, say goodbye!'

'Dat zal dan ook wel voor deze gedachte gelden.'

'Wat?'

'Goodbye.'

97. Only giving – is dat zen?

Zenbarbarismen, 2.

Meester: Wat is zen volgens jou?

Leerling: Only giving!

Meester: Geeft niets.

Leerling: Wat is zen volgens u?

Meester: Te denken geven.

98. Only doing – is dat zen?

Zenbarbarismen, 3.

Meester: Wat is zen volgens jou?

Leerling: Only doing!

Meester: Je doet maar.

Leerling: Wat is zen volgens u?

Meester: Maar wat doen.

99. Only sitting – is dat zen?

Zenbarbarismen, 4.

Meester: Wat is zen volgens jou?

Leerling: Only sitting!

Meester: Couch potato.

Leerling: Wat is zen volgens u?

Meester: In beweging blijven.

100. Only don't know – is dat zen?

Zenbarbarismen, 5.

Meester: Wat is zen volgens jou?

Leerling: Only don't know!

Meester: Zeker weten?

Leerling: Wat is zen volgens u?

Meester: Geen idee.

101. Crazy wisdom – is dat zen?

Zenbarbarismen, 6.

Meester: Wat is zen volgens jou?

Leerling: Crazy wisdom!

Meester: Idioot.

Leerling: Wat is zen volgens u?

Meester: Gekkenwerk.

102. Only kidding – dat is zen

Zenbarbarismen, 7.

Leerling: Wat is zen volgens jou?

Meester: Only kidding.

Leerling: No kidding?

Meester: Just kidding.

103. Haiku op haiku – Zwervers

Zwervende priester
is in de mist verdwenen.
Zijn bel klinkt nog voort.

(Meisetsu)

Ik hoorde hem echt,
priester bellend in de mist,
maar het was een rund.

104. De heilige

Vleesgeworden vers.
Dichter zonder woord of daad –
haikoe in de wei.

105. Kimono en rakusu – de nieuwe kleren van het seminarie

Tussen het nare zelf en het ware zelf; het heen en weer van oosterse en westerse ontsnappingskunstenaars.

Eerwaarde Arie,

Met stijgende verbazing heb ik je laatste werk gelezen. Je zingt weer als een koanarie.

Inspireren, dat is jou wel toevertrouwd. Zelf ben ik meer van het expireren. Tenslotte moet er ook een keer uitgeademd worden, vraag maar aan Cheyne-Stokes.

Bij het lezen van je woorden voorbij de wijsheid trof mij opnieuw de ver bluffende overeenkomst tussen de christelijke obsessie met goed en kwaad gepersonifieerd als de eeuwige strijd tussen de duivel en God, en de boeddhistische obsessie met goed en kwaad gepersonifieerd als de eeuwige strijd tussen het ego en het Zelf. Oude wijn in nieuwe zakken – wat is dat met die oude zakken?

Wat kwam eerst, de koe of de wei, de soutane of de pij, het Zelf of het Gij? Verwijzen verschillende namen naar dezelfde maan of verschillende manen naar dezelfde maan?

Over hemellichamen kan ik niet-oordelen, ik ben geen licht, maar op vingers kun je rekenen. In welke van de tien richtingen ook – als ze maar mogen wijzen.

Waarom hangt er nog steeds zo'n priestersfeertje om het boeddhisme van de lage landen? De Heilige Maagd Maria heeft zich in de kosm(et)ische kliniek extra armen laten aanmeten en heet nu Kannon – what's in a name. Je moet met je tijd meegaan, zeker als die vóór je eigen jaartelling is begonnen.

Kimono en rakusu: de nieuwe kleren van het seminarie. Traditie, trend of bombarie? Zelf sta ik altijd in mijn hemd, dan weten de mensen meteen wat ze aan me hebben. Nu ik nog. Niets weet ik meer uit elkaar te houden, wat een sof. Wat is geest en wat is stof? Wat is kras en wat is plaat? Wat is goed en wat is kwaad?

Voor wie per se in dit soort termen wil denken: ik heb god op mijn ene schouder zitten en de duivel op mijn andere. Beiden hebben horens en ze schreeuwen in mijn oren, even diep in de penarie. Ook het verschil tussen het vermaledijde ego en het gebenedijde Zelf heeft zich niet aan mij geopenbarie, al springen de overeenkomsten meteen in het oog.

Wat mijn wijze hart betreft, dat geeft al net zoveel richting als mijn dwaze mind: kompassen op de magnetische polen, draaiend als een derwisj, nooit komen ze tot stilstand.

Dat ook andermans hart weleens doorslaat blijkt uit de groeiende lijst gevallen boeddha's. Zoals in iedere traditie zijn fallussen onbetwist de grootste vingers naar de maan, vandaar natuurlijk die wijde gewaden.

Want karma is Sanskriet voor penitentiarie, nirwana is en blijft samsara, al heette het vroeger simpelweg smart. Missie of transmissie, het hart klopt overal.

Begrijp me niet of niet verkeerd, van mij wordt niemand beter of geleerd. Benenwagen of Ferrari, ik hou van jou, mijn waarde Arie.

Leve heel de lariefarie,

Tegengroet van Jan Contrarie

Woordenlijstje

Hemd: priestergewaad van de agnost.

Benenwagen: voertuig van de agnost.

Agnost: weetniet, dwijze.

Vogelverschrikker in kimono

Beste lezer, ik vind gewaden's prachtig, geloof me. Ik kreeg mijn eerste kimono van mijn Japanse kamergenoot toen ik zestien was. Het moet lachwekkend geweest zijn, een te lange slungel in een te korte jurk, maar ik voelde me een hele samoerai.

Op mijn zeventiende kreeg ik verkering met een Japans meisje. Ondanks mijn kimono. Ik heb haar een paar keer bezocht in Tokyo en toen ben ik bij haar ingetrokken.

In die tijd maakte ik voor het eerst kennis met zen en aikido. Het meisje heb ik nooit echt leren kennen, mezelf al helemaal niet, en ook met zen en aikido bleef het bij een eerste kennismaking. Tot een zwarte band of een gouden rakusu heb ik het nooit geschopt.

Ik zou het betreuren als de folklore uit het boeddhisme zou verdwijnen en ik zou het betreuren als het verzet tegen de folklore uit het boeddhisme zou verdwijnen.

Ik verkies het beeld van Kanzeon niet boven dat van Maria, het kruis niet boven het boeddhabeeld, het niet-verkiezen niet boven het verkiezen.

Ik heb geen moeite met beeldenvereerders, niet met beeldenbestormers, niet met mensen die wel moeite hebben met beeldenvereerders of beeldenbestormers.

Ook hierin wil ik geen voorbeeld zijn.

106. Zen is geen verkleedpartij

'Wat is zen?'

'Fetisjisme.'

'Wat is niet-weten?'

'Nudisme.'

107. Dick Verstegen en de teloorgang van anatman

Die rare piemel – wie bedenkt zoiets?

"Als je maar diep genoeg graaft vind je uiteindelijk de ader die onder alles door stroomt."

Dit is een zin die ik ooit aantrof in een boek over de Eeuwige Wijsheid, met hoofdletters.

Er zijn een heleboel boeken over Eeuwige Wijsheid met een heleboel van dit soort zinnen over de of het Onzegbare erin en ze komen allemaal op hetzelfde neer.

Vraag niet waarop, want dan krijg je nog veel meer van dit soort zinnen, en de laatste is altijd 'de Waarheid is voorbij de woorden' of iets van die strekking.

Zo lees ik net een column in het Boeddhistisch Dagblad van cryptochristen Dick Butsugen Verstegen, oud-leerling van franchiseboeddhist Rients Rakusu Ritskes en nieuw-leerling van een andere cryptochristen, Nico Tenko Tydeman, die meer van whiskey houdt, waarin Verstegen schrijft:

"Met dat pilsje voor mijn neus valt mijn oog plotseling op het wiegen van de takken en hoor ik het ruisen van de bladeren. En opeens voel ik; hier gebeurt waar het allemaal om draait. Overal is dat het geval, maar nu, hier, ervaar ik het. Hier manifesteert zich de onuitputtelijke energie van de Wezer, waar ik zelf deel aan heb."

En:

"Hoe ook je situatie is, de boeddhanatuur, de ware natuur, de 'wezernatuur', is er altijd, in alles om je heen en je bent dat zelf ook."

Zo komt God, doodverklaard door Nietzsche en met hangend hoofd heengezonden door de westpoort, via de oostpoort als bierdrinkende zenmysticus de kerk weer binnengeslopen.

De zon gaat niet onder of hij komt weer op, immer tussen de kimmen, vermomd als wijze uit het oosten, ziedaar de ader die onder alles doorstroomt.

Dat gewone mensen zonder meer geloven wat ze allemaal denken en voelen is te begrijpen, zo worden we geboren en zo zullen we doodgaan, noem het samsara, noem het nirwana.

Dat boeddhisten na jarenlange duurbetaalde training in mindfulness nog steeds omarmen wat hun mind hen ook maar voortovert, vind ik onthutsend.

En geen spoor van twijfel, hè. Blind vertrouwen in het boeddha-oog (butsugen): 'Opeens voel ik; hier gebeurt waar het allemaal om draait. Hier manifesteert zich de onuitputtelijke energie van de Wezer.'

Hoed je voor de piekervaring, voor je het weet ben je verkocht. Voor je het weet verkoop je het aan anderen, noem het kensho, noem het satori. En voor je het weet hang je aan de hoogste boom, noem het transmissie, noem het transcendentie.

Misschien denk je nu dat ik iets tegen mystiek heb, maar dan heb je het mis.

Dat er een Wezer bestaat waarvan de onuitputtelijke energie zich manifesteert in het wiegen van de takken of het wegen van de woorden of het bubbelen van het bier, kan ik niet bevestigen, maar ook niet ontkennen.

Ik heb geen enkel bezwaar tegen welke vorm van mystiek dan ook, al is er geen enkele vorm die ik persoonlijk onderschrijf, behalve de lege.

In lijn met het axioma van anatman en tegengesteld aan de Wezer van Waaijman is mijn eigen mystiek vormloos en wezenloos, weerloos en weteloos, zelfloos en wezerloos – immanent noch transcendent. Gek genoeg is mijn lyriek nog voller dan mijn mystiek leeg is, zie daar als zondagsschrijver maar eens uit te komen.

Laat ik het nog eens proberen. Voor mij betekent 'mystiek' gewoon 'geheimzinnig' en ik vind de natuur en mezelf en jou en Dick Butsugen Verstegen en alle woorden, beelden en betekenissen die tot ons komen door de lucht en via internet allemaal even geheimzinnig – vreemd, wonderlijk, raadselachtig, overweldigend.

Nooit hoef ik eerst een Wezer te ontwaren, te vermoeden of te projecteren vóór ik me kan verbazen. Beter van niet, dat leidt alleen maar af. De bliksem mag inslaan waar hij wil.

Ik heb ook geen Wezer nodig om me te verbazen over het vermogen van mijn medemens om zelfs onder de moeilijkste omstandigheden, nee, juist onder de moeilijkste omstandigheden, zo'n Wezer uit hun hoge hoofd te toveren.

Dat mensen dat zomaar kunnen weten we nu onderhand wel. Dat zelfs gelouterde navelstaarders er in het derde decennium van het derde millennium nog steeds onvoorwaardelijk in geloven, vind ik minstens zo raadselachtig als alle wiegende takken van alle zwaaiende bomen bij elkaar. Hoe krijgt die Wezer dat voor elkaar?

Ook over mijn vermogen om me te verbazen blijf ik me verbazen, misschien omdat het groter lijkt dan gemiddeld, of over mijn onvermogen om dingen gewoon te blijven vinden, misschien omdat het kleiner lijkt dan gemiddeld.

Terwijl ik evengoed, en dat is pas echt verbazingwekkend, de hele dag bijna alles voor lief loop te nemen: de grond onder mijn voeten, de voeten onder mijn benen, de benen onder mijn heupen, die rare piemel – wie bedenkt zoiets?

108. Wijsheid is van alle markten thuis

'Ik ben mezelf!' zegt het dualistisch verstand.

'Ik ben het zelf!' zegt het hindoeïstisch verstand.

'Niets heeft een zelf!' zegt het boeddhistisch verstand.

Want wijsheid is van alle markten thuis.

109. Boeddha is geen boek

Lezen is leuk en leren is onvermijdelijk maar boeddhisme is geen boekwinkel en Boeddha is geen boek. Wat laat jij je allemaal wijsmaken?

Beste Hans,

Ben jij bekend met het boek Being without Self van de Amerikaanse zenboeddhist Jeff Shore?

Beste X,

Jazeker, dat is een vroeg werk van Jeff.

Sure heeft zichzelf sindsdien keer op keer overtroffen.

In het bijzonder kan ik aanbevelen: Being your Selfie, Being Someone Else's Selfie, Being Someone Else, Being Everybody Else, Selfie without Being, Being without Selflessness, Being Without, Being a Whiteout, Being within Beinglessness en de opvolger daarvan, Non-beinglessness.

Gauw naar de boekenwinkel dus.

X: Het is Shore, geen Sure. Heb jij iets tegen Jeff Shore of tegen zijn boeken of tegen zenboeken of tegen alle boeken of wat?

H: Heb jij Being Without Books van Hans van Dam al gelezen?

Ik leg op dit moment de laatste hand aan de Nederlandse vertaling, Wezen zonder Lezen.

Of zal ik het Je Laatste Boek noemen?

Hoe dan ook, je moet het gelezen hebben.

Ik bedoel, je moet het gekocht hebben, maar dat zeg ik natuurlijk niet.

Gauw naar de boekenwinkel dus.

X: Tegen boeken dus.

H: Welnee joh, ik ben nergens voor of tegen.

Die verdomde gemoedsrust ook.

Had ik het Book of Equanimity maar nooit gelezen.

Weet jij daar iets op?

Wacht, ik moet gewoon een boek over engagement en verbondenheid schrijven, Religare voor Barbare, of Hartstocht na Onthechting, of Interzijn via Internet of zo.

X: Wat dacht je van de bodhisattvageloften?

H: Nu je het zegt, ik heb ze net afgelegd.

X: Mooi zo.

H: En ik leg net, as we speak, de laatste hand aan mijn getuigenis daarvan, Being without Vows, de opvolger van Buddha without Nature en Nature as Buddha, nu ook verkrijgbaar als trilogie in een luxe zuurvrije doos van houtvrij karton met foto en haarlok van de auteur.

Gauw naar de boekenwinkel dus.

X: Jij hebt anders zelf ook een boek uitgegeven.

H: Andermans boek.

Gelukkig is het uitverkocht.

Lekker thuisblijven dus.

Fake cover

^ Niet te lezen! Boeddha is geen Boek

Boeddha is geen Boek maakt deel uit van de serie Boeddha is geen boeddha.

Andere titels in deze serie zijn Boeddha is geen Leegte, Boeddha is geen Voorschrift, Boeddha is geen Beeld, Boeddha is geen Sokkel, Boeddha is geen God, Boeddha is geen Heilige, Boeddha is geen Fee, Boeddha is geen Dana, Boeddha is geen Lama, Boeddha is geen Mantra en Boeddha is geen Boeddhist.

Bestel ze allemaal!

Woordenlijstje voor wie geen Engels spreekt

Voor wie geen engels spreekt:

shore: Kustlijn

sure: Zekers

being without self: zonder zelf zijn, wezen zonder zelf

being your Selfie: je selfie zijn (da's pas fijn)

being someone else's selfie: andermans selfie zijn

being someone else: iemand anders zijn

being everybody else: iedereen zijn

selfie without being: selfie zonder zijn, selfie zonder wezen

being without selflessness: zonder zelfloosheid zijn, wezen zonder zelfloosheid

being without: zonder zijn, wezen zonder

being within beinglessness: zijn in wezenloosheid, wezen in wezenloosheid

non-beinglessness: niet-zijnloosheid, niet-wezenloosheid

Book of Equanimity: Boek van gelijkmatigheid

as we speak: nu

being without vows: zonder geloften zijn, wezen zonder geloften

buddha without nature: boeddha zonder natuur

nature as Buddha: de natuur als boeddha

Doorgeeftip

Over Engels gesproken, toevallig kreeg ik van de week een tip van een lezer die ik liever doorgeef (die tip) dan er zelf iets mee te doen – iets wat ik iedereen in mijn positie van harte aanbeveel.

Het gaat om het werk van Bernadette Roberts, auteur van onder meer The Experience of No-Self: a contemplative Journey (1982), The Path to No-Self: life at the center (1985) en What is Self: a study of the Spiritual Journey in Terms of Consciousness (1989)

Ik bedoel maar...

110. De Beppesutta

Voor boeddhawurmen.

Klepperman van Elleven is de erudiete driemondige protagonist van de Beppesutta, op muziek gezet door marakunstenaar Richard Wachtmaar, die aanvangt met de aria:

Klepperman van Elleven
Waar ga je zo laat naar toe
Naar alle geesteskinderen
Van onze Dada Boe

En je zieltje gaat van zap zap zap
En je knietjes gaan van klap klap klap
Klepperman van Elleven
Doe toch je boekjes toe

Daarna volgt een relaas over de zieleroerselen van Klepperman van Elleven zo lang als de zieleroerselen van Klepperman van Elleven, en dat wil wat zeggen, maar wat, vermengd met alle begrippen, citaten en fragmenten uit alle soetra's uit alle kalpa's en exegesen uit alle boeddhistische scholen uit alle landen in alle talen – Pali, Sanskriet, Tibetaans, Chinees, Engels, Duits, Frans, Vlaams, Nederlands en noem maar op.

De Beppesutta en de gelijknamige opera hadden moeten eindigen met het lied:

Klepperman van Elleven
Heeft tweeëntwintig Zelleven
Zo groot als stergewelleven
Maar helpen doet het niet

Maar eindigen doet het niet.

Jongen in een korte broek wiens knieën monden zijn.

^ De driemondige Klepperman van Elleven.

111. Zen is wat geen oog kan zien

Ook het derde oog niet.

'Hoe zie jij jezelf, Hans?'

'Vroeg de ene blinde aan de andere.'

'Nou?'

'Ik zie mezelf niet.'

'Verwijs je naar datgene wat geen oog kan zien?'

'Ik zie het Zelf niet.'

'Het Absolute, het Kennen, het Numineuze, de Bron, je Essentie, je Oorspronkelijke Gezicht...'

'Doe maar duur.'

'Bedoel je dat je eigenlijk niemand bent?'

'Waar zie je mij voor aan?'

'Volgens de advaita vedanta...'

'Non-dualist.'

'Het paliwoord anatta...'

'Boeddhist.'

'Het begrip wu wei...'

'Taoïst.'

'Het goddelijke in ons...'

'Mysticus.'

'Maar het Ene...'

'Monist.'

'Je kunt toch niet ontkennen dat de Wereldwil...'

'Fatalist.'

'Zo blijft er niets over.'

'Nihilist.'

'Dan weet ik het ook niet meer.'

'Dan weet ik het ook niet meer.'

Iemand met lege oogkassen die in de spiegel kijkt.

^ Hoe ik mezelf zie.

112. Haiku op haiku – Gevallen

Reflecties van een verrekijker.

Een blik in de eeuwigheid
ontdek ik in de gevallen blaren
in mijn tuin.

(Kyorai)

Mijn blik op de eeuwigheid
verlies ik in de gevallen blaren
in mijn tuin.

Mezelf verlies ik
in de gevallen blaren
in mijn tuin.

Gevallen ben ik
in de gevallen blaren
in mijn tuin.

113. Zen in drie ontkenningen

Hanen moeten kraaien.

Meester: Wat is zen?

Leerling: Jezelf vergeten.

Meester: En dan?

Leerling: Komt het Zelf vanzelf.

Meester: En dan?

Leerling: En dan niets.

Meester: Hm.

Leerling: Wat zou u zeggen?

Meester: En dan het Zelf vergeten.

Leerling: En dan?

Meester: Gaat alles vanzelf.

Leerling: Eerst jezelf vergeten, dan het Zelf vergeten en dan gaat alles vanzelf?

Meester: Dat ging het toch al.

Leerling: En dan?

Meester: Zen vergeten.

Leerling: En dan?

Meester: Het vergeten vergeten.

Leerling: En dan?

Meester: Ik zou het ook niet weten.

114. Zen is ontdekken dat je niets hebt om mee voor de dag te komen

Leerling: Wat is zen?

Meester: Een ontmaskering.

Leerling: Waarvan?

Meester: Zen.

Leerling: Zen is een ontmaskering van zen?

Meester: En?

Leerling: Ik dacht van jezelf.

Meester: Ook.

Leerling: Waarvan dan nog meer?

Meester: Het zelf.

Leerling: Zen is een ontmaskering van zen, jezelf en het zelf?

Meester: Ook.

Leerling: Waarvan dan nog meer?

Meester: Leegte, afhankelijk ontstaan, de vier edele waarheden, het achtvoudige pad, de Boeddha, de dharma, de sangha...

Leerling: Kortom, van het hele boeddhisme.

Meester: Ook.

Leerling: Waarvan dan nog meer?

Meester: Van al je begrippen, aannames, ideeën en idealen, zeg maar.

Leerling: Kortom, van al je gedachten.

Meester: Deze ook.

Leerling: En wat komt er onder het masker tevoorschijn?

Meester: Wie zegt dat er iets onder tevoorschijn komt?

Leerling: Bedoelt u dat er niets onder tevoorschijn komt?

Meester: Dan had ik dat wel gezegd.

Leerling: Nou, daar kun je mee voor de dag komen.

Meester: Het gaat er niet om ergens mee voor de dag te komen.

Leerling: Waar gaat het dan wel om?

Meester: Ontdekken dat je niets hebt om mee voor de dag te komen?

Leerling: Zen is ontdekken dat je niets hebt om mee voor de dag te komen?

Meester: Hiermee ook niet.

Gemaskerd figuur met in elke hand nog een masker.

^ Wat zit er onder jouw masker?

115. Haiku op haiku – Geen woord meer

O, dat is, dat is
geen woord meer – de bloeiende
Yoshinobergen.

(Teishitsu)

O, dat is, dat zijn
ach, dat zijn, dat is, dat zijn
och, dat is, dat, o.

116. De groeten aan je beeldzelf

Meester: Wat is zen?

Leerling: Inkeren.

Meester: Tot?

Leerling: Je diepste zelf.

Meester: Hm.

Leerling: Wat zou u zeggen?

Meester: Afkeren.

Leerling: Van?

Meester: Je diepste zelfbeeld.

117. Testbeelden

Meester: Wat is zen?

Leerling: Afkeren van je diepste zelfbeeld.

Meester: Hm.

Leerling: Wat zou u zeggen?

Meester: Afkeren van je diepste zenbeeld.

118. Annatepatat mét

Meester: Wat is zen?

Leerling: Jezelf zijn!

Meester: Hm.

Vijf jaar later

Meester: Wat is zen?

Leerling: Het zelf zijn!

Meester: Hm.

Vijf jaar later

Meester: Wat is zen?

Leerling: Zonder zelf zijn!

Meester: Hm.

Vijf jaar later

Meester: Wat is zen?

Leerling: Zonder zelfloosheid zijn!

Meester: Hm.

Vijf jaar later

Meester: Wat is zen?

Leerling: Vanzelf zijn!

Meester: Hm.

Vijf jaar later

Meester: Wat is zen?

Leerling: Hm.

Meester: Hm.

119. Op hoop van zegen; heridentificatie in zen en advaita

Beste Hans,

Ken jij de Vlaamse zenboeddhist Hein Stufkens?

Ooit woonde ik een lezing van hem bij over de vraag 'Wie ben ik?' Hij sloot af met de wens dat iedereen de liefde, de vrijheid en de ruimte mag ervaren die vrijkomt als je ophoudt je te identificeren met jezelf en begint je te identificeren met het wezenlijk onnoembare waar je een gezicht, de handen en de voeten van bent.

Prachtig, nietwaar? Die zin is mij tenminste altijd bijgebleven.

Beste X,

Dan sluit ik af met de wens dat jij de liefde, de vrijheid en de ruimte mag ervaren die vrijkomt als je ophoudt je te identificeren met het wezenlijk onnoembare waar je een gezicht, de handen en de voeten van zou zijn.

X: Niet identificeren met je ik, niet identificeren met het wezenlijk onnoembare, wou je zeggen.

H: Welk ik? Welk wezenlijk onnoembare?

X: Volgens mij verwijst meneer Stufkens naar de Boeddhanatuur (Buddhatã). De Leegte (Sunyata). De Geest. Het Zelf. Bewustzijn. Dat waarin alles verschijnt en verdwijnt.

H: Waaronder de Boeddhanatuur, de Leegte, de Geest, het Zelf, Bewustzijn en Dat, neem ik aan?

X: Pardon?

H: Je hoeft je niet te verontschuldigen, hoor.

X: Wou jij beweren dat er geen zelf is en niets transcendents?

H: Dan sluit ik af met de wens dat jij de liefde, de vrijheid en de ruimte mag ervaren die vrijkomt als je ophoudt je te identificeren met geen-zelf en intranscendentie.

X: Niet-identificeren is het devies.

H: Dan sluit ik af met de wens dat jij de liefde, de vrijheid en de ruimte mag ervaren die vrijkomt als je ophoudt je te identificeren met niet-identificeren.

X: Ik heb nog een lange weg te gaan, geloof ik.

H: Dan sluit ik af met de wens dat jij de liefde, de vrijheid en de ruimte mag ervaren die vrijkomt als je ophoudt te denken dat je nog verder moet.

X: Bedoel je dat er niets te bereiken valt omdat we er al zijn?

H: Dan sluit ik af met de wens dat jij de liefde, de vrijheid en de ruimte mag ervaren die vrijkomt als je ophoudt te denken dat er niets te bereiken valt omdat we er al zijn.

X: Bedoel je soms dat ik moet ophouden van alles te denken?

H: Dan sluit ik af met de wens dat jij de liefde, de vrijheid en de ruimte mag ervaren die vrijkomt als je ophoudt te denken dat je moet ophouden van alles te denken.

X: Of althans dat ik moet ophouden te geloven wat ik denk?

H: Dan sluit ik af met de wens dat jij de liefde, de vrijheid en de ruimte mag ervaren die vrijkomt als je ophoudt te denken dat je moet ophouden te geloven wat je denkt.

X: Dan weet ik het ook niet meer.

H: Ik help het je wensen.

120. Narcissus

'Waaraan herken je een boeddha?'

'Aan zijn zelfbeeld.'

'Hoe dan?'

'Er komt geen eind aan.'

121. Dubbelzennigheid

Anatman (Sanskriet) of anatta (Pali) is de term die boeddhisten gebruiken voor de gedachte dat niets een eigen wezen, zelf, ziel of essentie heeft, ook de mens niet.

Anatman staat centraal in de dharma en is onder meer uitgewerkt in de leer van de skandha's die moet verklaren hoe de illusie van het ik of zelf tot stand komt.

Vreemd genoeg geven heel wat hedendaagse mahayanaboeddhisten, ook degenen die het dogma van anatman volledig onderschrijven, een typisch preboeddhistisch, dat wil zeggen oudhindoeïstisch antwoord op de vraag 'wie ben ik?'

Namelijk het Ware Zelf, de Oorspronkelijke Geest, Atman, Brahman, Big Mind™, alias de of het Onuitsprekelijke.

Waarmee zelfs de eeuwige beginner tegenwoordig van meet af aan draadloos kan spreken dankzij de Amerikaanse uitvinding van de Voice Dialogue in de jaren zeventig van de vorige eeuw.

Hun leer is dus een mengleer, laten we hem hindoeboeddhisme dopen, of atmanboeddhisme of boeddhoeïsme of advayayana of boeddhamystiek of non-dualistisch boeddhisme of dualistisch non-boeddhisme – maakt niet uit, zolang de postgautamische dubbelzennigheid maar eenpuntig tot uitdrukking komt.

In dit onvolprezen dubbelisme maakt men onderscheid tussen het relatieve, dat door en door zelfloos zou zijn, en het absolute, dat door en door zelvig zou zijn.

Eénzelvig, om precies te zijn, ongeboren, onvergankelijk, onveranderlijk en alomvattend, waardoor het als zelf van al het zelfloze kan dienen, als weeshuis voor alle wezenlozen, als thuishaven voor ontzielde, ontmande en ontpitte postmodernisten als u en ik.

Het Zelf als ongeschapen schipper, ongeleide herder, eerste oorzaak, hoogste doel en laatste verklaring.

'Onze Vader die in Nirwana zijt' – waar hebben we dat eerder gehoord?

Neoplatonisme heet deze oerchristelijke zienswijze, die Meister Eckhart ten slotte in het gat van de godheid zou drijven, en God in het gat van Meister Eckhart, en beiden in de behaarde handen van de inquisitie, maar dat is allang niet chique meer.

Zen, noemen de Franciscanen en de Benedictijnen en de Clarissen nu het bloed van Christus, en het smaakt weer opperbest.

Goede wijn behoeft geen kruis, wie had dat gedacht.

Als je het mij vraagt, is alles wat er van het neoplatonisme kon worden gezegd en ontkend al in de vijfde eeuw na Christus gezegd en ontkend. Door ene Pseudo-Dionysius, nota bene.

122. Vragen om te doorzien

Leerling: Wie ben ik?

Meester: Klinkt als een retorische vraag.

Leerling: Toegegeven.

Meester: En hoe luidt het retorische antwoord?

Leerling: Het is het ik dat antwoord eist, het is het ik dat moet worden doorzien.

Meester: Het is de vraag die antwoord eist, het is de vraag die moet worden doorzien.

Leerling: En het ik dan?

Meester: Ook die vraag moet worden doorzien.

Leerling: Maar het was toch het ik dat moest worden doorzien?

Meester: Ook die vraag moet worden doorzien.

Leerling: Zijn wij dan niet het ware zelf?

Meester: Ook die vraag moet worden doorzien.

Leerling: Of is alles zonder zelf?

Meester: Ook die vraag moet worden doorzien.

Leerling: Wat als alle vragen zijn doorzien?

Meester: Ook die vraag is dan doorzien.

Leerling: Is er dan geen antwoord meer?

Meester: Ook die vraag is dan doorzien.

Leerling: Tja, dan weet ik het ook niet meer.

Meester: Ook dat antwoord is dan doorzien.

Leerling: Omdat alles dan is doorzien?

Meester: Zelfs dat wordt dan doorzien.

Leerling: Een heldere visie, zonder meer.

Meester: Heb je hem al doorzien?

Leerling: Klinkt als een retorische vraag.

Meester: Toegegeven.

Leerling: En hoe luidt het retorische antwoord?

Meester: Wie ben ik.

123. Mijn natuurlijke staat

Beste Hans,

Zowel in zen als dzogchen en advaita wordt de toestand van verlichting die ons geboorterecht is, aangeduid als de natuurlijke staat. Een ander woord voor deze toestand is 'moeiteloos zijn' of 'zonder zelf zijn' (being without self). Zou jij niet-weten omschrijven als je natuurlijke staat? Is de staat van niet-weten naar jouw idee dezelfde als de staat van moeiteloos zijn?

Beste X,

Ja, wat een toestanden allemaal, hè.

En zie ze dan nog maar uit elkaar te houden.

Ik bedoel, zie ze dan maar weer bij elkaar te krijgen.

Dat iets geen moeite kost of vanzelf gaat of natuurlijk aanvoelt, bewijst natuurlijk niets.

Zo gaat niet-weten mij bijvoorbeeld net zo makkelijk af als weten.

Zelfs de ervaring dat alles moeite kost, komt me nog aanwaaien.

Maar verlichting laat het zich vanzelf niet noemen.

Niet door mij of niet-mij tenminste.

Vroeger niet en nu niet en straks moet nog komen.

Zelfs 'niet-weten' gaat mij te ver en niet ver genoeg, om over zwijgen maar te zwijgen.

Of verlichting een geboorterecht is moet je aan de geboorterechter vragen.

Mij lijkt het niet iets waarvoor je op je strepen kunt gaan staan, maar (wie) ben ik?

X: (Wie) ben jij?

H: Van oorsprong Neanderlander, van gedachtesprong stateloos, van bestemming as en gras of wat het ook wordt of is of was – de mensen zeggen zoveel en allemaal wat anders, ik doe het ze niet meer na, jij?

X: Aan jou heb je ook niets.

H: Mijn natuurlijke staat.

124. Haiku op haiku – Echt een mens

Liever dan een god
zou ik willen proberen
echt een mens te zijn.

(Kenkabo)

Liever dan een mens
zou ik willen proberen
nu eens niets te zijn.

Liever dan niets zijn,
zou ik willen proberen
niets te proberen.

Liever dan telkens
weer iets liever te willen,
wil ik niets liever.

125. Wij boeddhisten

'Helemaal mee eens hoe jij tegen het denken aankijkt, Hans. Wij boeddhisten zeggen het zo: elke gedachte is niet zelf, geen essentie, niet blijvend. Gedachten ontstaan volledig afhankelijk en behoren niemand toe.'

'Deze gedachten ook?'

'Ja, alle gedachten.'

'Wat lul je dan.'

'Met uitzondering van deze, bedoel ik.'

'Wat lul je dan.'

'Maar dat bewijst het toch juist?'

'Wat bewijst het toch juist?'

'Dat elke gedachte niet zelf, geen essentie, niet blijvend is. Dat gedachten volledig afhankelijk ontstaan en niemand toebehoren.'

'Wat lul je dan.'

126. Zen is geen doen

En geen laten.

'Wat is zen, Hans?'

'Geen doen.'

'Zen is geen doen?'

'Maar ook geen laten.'

'Zen is geen doen maar ook geen laten?'

'Kun je daar iets mee?'

'Wat is zen dan wel?'

'Ik zou het ook niet weten.'

'Is zen niet-weten?'

'Maakt niet uit.'

'Waarom niet?'

'Niet-weten is ook geen doen.'

'En ook geen laten, zeker.'

'Niet dat ik weet.'

127. Zen is echt zijn als je echt bent en nep zijn als je nep bent

Iedereen kan het, niemand wil het.

Aiden: Wat is zen volgens jou?

Hans: Lachen als je lacht, huilen als je huilt.

Aiden: Als je lacht, lach dan helemaal en als je huilt, huil dan helemaal, zul je bedoelen.

Hans: Halfslachtig lachen als je halfslachtig lacht, halfslachtig huilen als je halfslachtig huilt.

Aiden: Zolang het maar echt is.

Hans: Echt zijn als je echt ben, nep zijn als je nep bent.

Aiden: We moeten het leven nemen zoals het komt.

Hans: Als dat is wat er komt.

Aiden: En als dat niet is wat er komt?

Hans: Dan nemen we het niet zoals het komt.

Aiden: En anders?

Hans: Nemen we het zoals het niet komt.

Aiden: Want dat is hoe het komt?

Hans: Als dat is hoe het komt.

Aiden: Bedoel je dat we niets moeten nastreven?

Hans: Behalve als we iets moeten nastreven.

Aiden: Nu weet ik het helemaal niet meer.

Hans: Weten als je weet, niet weten als je niet weet.

Aiden: Enfin.

Hans: Een ander woord voor zen.

128. Haiku op haiku – Waar pioenen bloeien

Een tempel waar
pioenen bloeiden liep ik voorbij.
Het spijt me nu.

(Buson)

Pioenen waar
een tempel stond liep ik voorbij.
Het spijt me nu.

129. Zen is algemeenheden mijden

Ook deze.

Wies: Mijns inziens uit de dharma zich louter op persoonlijke wijze.

Hans: Geldt dat voor iedereen of alleen voor jou?

Wies: Er is geen waarheid buiten mezelf, al denk ik graag van wel.

Hans: Is dit een waarheid in jezelf of buiten jezelf?

Wies: Ik bedoel dat er geen algemeen geldige waarheid is.

Hans: Geldt dat voor iedereen of alleen voor jou?

Wies: Ik kan dus nergens aanspraak op maken.

Hans: Behalve hierop zeker.

Wies: Ik kan nooit zeggen dat ik wel de waarheid heb gevonden en de ander niet.

Hans: Geldt dat voor iedereen of alleen voor jou?

Wies: Dat lijkt jammer maar het is vooral een bevrijdend inzicht.

Hans: Waarom?

Wies: Omdat je als zenboeddhist niets fout kunt doen.

Hans: Behalve denken dat je als zenboeddhist iets fout kunt doen, zeker.

Wies: En ook niets goed.

Hans: Behalve denken dat je als zenboeddhist iets goed kunt doen, zeker.

Wies: Je hoeft eigenlijk alleen nog maar te ontvangen.

Hans: Geldt dat voor iedereen of alleen voor jou?

Wies: En vanuit dit bevrijdende inzicht de moed hebben je eigen weg te gaan.

Hans: Ja, moet je nu ontvangen of je eigen weg gaan?

Wies: Mijns inziens uit de dharma zich louter op persoonlijke wijze.

Hans: Geldt dat voor iedereen of alleen voor jou?

130. Haiku op haiku – Onder en boven

Diep onder water,
zacht zijn vinnen bewegend:
een karper die droomt.

(Kyoroku)

Ver boven water,
zacht zijn lippen bewegend:
een mens die murmelt.

131. Zijn bergen bergen en rivieren rivieren?

Denken dat je ziet wat is

Beste Hans,

Ken je dit gedicht?

Is er een berg, dan zien we een berg.
Als het regent, horen we regen.
Lente, zomer, herfst, winter:
Ochtend goed, avond goed.

Beste Beau,

Zien we een berg, dan is er nog geen berg.
Horen we regen, dan is er nog geen regen.
Lente, zomer, herfst, winter:
Wat heet goed.

Beau: Eerst waren bergen bergen en rivieren rivieren. Toen waren bergen geen bergen meer en rivieren geen rivieren. Nu zijn bergen weer bergen en rivieren rivieren.

Hans: Eerst waren woorden dingen en dingen woorden. Toen waren woorden geen dingen meer en dingen geen woorden. Nu zijn woorden geen woorden meer en dingen geen dingen.

Beau: Wat zijn ze dan wel?

Hans:

Ziet, een berg. Ziet een berg?
Hoor ik regen? Hoor, ik regen.

Beau: Zo te horen zit jij vast in het tweede stadium.

Hans: Waarvan?

Beau: 'Toen waren bergen geen bergen meer en rivieren geen rivieren.'

Hans: Toen waren stadia geen stadia meer.

Beau: Voor mij zijn bergen weer bergen en rivieren weer rivieren.

Hans: Zo te horen zit jij vast in het derde stadium.

Beau: Een gewetensvraag – zie jij wat je denkt of zie jij wat is?

Hans: Denk jij dat je ziet wat is?

Beau: Jouw berg laat zich niet verplaatsen, ik geef het op.

Hans: Mijn plaats laat zich niet verbergen, ik geef het toe.

Beau: En wat is jouw plaats?

Hans: Mijn plaats niet kennen.

Beau: Het ga je goed.

Hans: Wat heet goed.

132. Zengeest, watergeest

Vier stadia van menswording.

Meester Zero zegt:

Eerst zijn mensen geen mensen en bergen geen bergen.

Daarna worden mensen mensen en bergen bergen.

Dan worden mensen bergen en bergen mensen.

Tenslotte worden bergen rivieren en mensen stromen.

^ De Waterberg

133. Haiku op haiku – Schijngestalten van de maan

Hij wordt gebroken
en weer gebroken, toch blijft
de maan in 't water.

(Chosu)

Hij wordt gebroken
en gebroken, ook de maan
valt in het water.

134. Zen is tegen de tegenstroom in gaan

Antimeester: Wat is zen?

Antileerling: Tegen de stroom in gaan.

Antimeester: Hm.

Antileerling: Wat zou jij zeggen?

Antimeester: Met de tegenstroom meevaren.

Jaren later

Antimeester: Wat is zen?

Antileerling: Met de tegenstroom meevaren.

Antimeester: Hm.

Antileerling: Wat zou jij zeggen?

Antimeester: Dwarsbomen.

Jaren later

Antimeester: Wat is zen?

Antileerling: Dwarsbomen.

Antimeester: Hm.

Antileerling: Wat zou jij zeggen?

Antimeester: Tegen de tegenstroom in gaan.

Antileerling: En als ik dat had gezegd?

Antimeester: Precies.

135. Zen is geen stroming maar stromen

Zengeest, kuddegeest.

Beste Hans,

Vergis ik me of ben jij geaffilieerd met de boeddhistische organisatie Against The Stream van Noah Levine?

Beste Debbie,

Ik ben overal mee geaffilieerd. Hoezo?

Debbie: Vanwege je opstandigheid. Omdat jouw spiritualiteit ook wars is van alle tradities en toch aansluiting zoekt bij diezelfde tradities. Vanwege de tegendraadsheid van je teksten. Omdat je weleens ondertekent met Jan Contrarie.

Hans: Nee hoor, ik ben nergens mee geaffilieerd. Ik ben niet opstandig en ik doe ook niet alsof, zoals Against The Stream, dat boeddhistisch gezien oerconservatief is, op een trendy westers secularisatiesausje na. Ze noemen hun priesters dharmapunx en hun tonsuren hanenkammen maar die zijn net zo goed passé. Zengeest, tijdgeest? Ik dacht het niet.

Een zengeest is ook geen kuddegeest. Met welke groep uit het verre of nabije verleden je je ook vereenzelvigt, het blijft identificatie.

Debbie: Dit klinkt toch behoorlijk opstandig.

Hans: Dat maak jij ervan. Ik hoef niet zo nodig met de stroom mee te gaan of ertegenin. Ik vind ook niet dat anderen met de stroom mee moeten gaan of ertegenin. Ik vind ook niet dat mensen daar geen voorkeur in mogen hebben. Ik vind ook niet dat mensen geen voorkeur mogen hebben voor mensen die daar al dan niet een voorkeur in hebben. Begrijp je wat ik bedoel?

Debbie: Ja, heb je nu wel een voorkeur of niet?

Hans: Soms wel, meestal niet, wat maakt het uit. Mijn voorkeur of afkeer of gebrek eraan is mijn zaak niet.

Debbie: Wie zijn zaak is het dan wel?

Hans: Ik weet niet of het iemand zijn zaak is. Misschien maakt hij deel uit van de stroom.

Debbie: En heb je daar dan vrede mee of vecht je ertegen?

Hans: Soms wel, meestal niet, wat maakt het uit. Het is mijn zaak niet. Begrijp je wat ik bedoel?

Debbie: Sorry, ik krijg er geen vinger achter.

Hans: Dat is precies wat ik bedoel.

Debbie: Maar wat is jouw zaak dan wel?

Hans: Dat is mijn zaak dus niet.

Debbie: Maakt allemaal deel uit van de stroom, wou je zeggen.

Hans: Welke stroom?

Debbie: Klinkt als malen in de maalstroom.

Hans: Voelt als dwalen in de dwaalstroom. Maar zeg eens, waarmee ben jij geaffilieerd?

Debbie: Dat weet ik eerlijk gezegd niet.

Hans: Ik begrijp precies wat je bedoelt.

136. De gelijkenis van het vlot in de Alagaddupama-Sutta

De oceaan van agnose; deinen op de golven van het lot.

Het boeddhisme is een van de weinige wijsheidstradities die zijn eigen overstijging tot leerstuk heeft verheven. 'Dood de Boeddha' heet het, en 'sunyata-sunyata', de leegte van de leegte.

In de Alagaddupama-Sutta vinden we de gelijkenis van het vlot, die gaat ongeveer zo:

"Stel dat een reiziger voor een breed water komt te staan en er is in de wijde omtrek geen brug of veerboot te vinden. Met takken, twijgen, bladeren en gras maakt hij een vlot en peddelt met zijn blote handen en voeten naar de overkant.

Zal hij, op de andere oever aangekomen, denken: dankzij dit vlot kon ik oversteken, laat ik het voortaan maar meeslepen, je weet nooit of het nog eens van pas komt? Nee hè. Hij zal denken: fijn dat ik veilig kon overgaan, maar nu heb ik er niets meer aan. Hij zal het vlot laten zinken of op de kant trekken en achterlaten, zodat hij voortaan kan gaan en staan waar hij wil.

Zo is het ook met de boeddhistische leringen. Ze zijn bedoeld om over te steken, niet om ze met je mee te blijven slepen. Uiteindelijk moet je de leringen opgeven."

Wie elke lering opgeeft, is leraar noch leerling.

Hij is boeddhist noch bodhisattva noch boeddha.

Hij waant zich niet in samsara, niet op een vlot, niet in nirwana.

Zijn bestaan is een oceaan van agnose.

137. Haiku op haiku – Vorsers

O, oude vijver.
Een kikvors springt van de kant.
Geluid van water.

(Basho)

O oude denker.
Geluid van water: hé, wat
sprong daar van de kant?

Kikker die uit kabbelend water bestaat.

^ Waterkikker.

138. Wat wij van het boeddhisme kunnen leren

Hoe je water aan de man brengt en lucht verkoopt.

Het boeddhisme kan ons veel leren. Niet alleen hoe we een eind kunnen maken aan het lijden maar ook hoe je een programma opstelt voor het beëindigen van wat dat ook, hoe je dat aan het volk moet presenteren en hoe je medestanders mobiliseert.

Stel, je ontdekt na jarenlange meditatie onder een bodhiboom dat je moet drinken als je dorst krijgt, of dat je moet ademen als je benauwd wordt. Niet veel mensen weten dat, dus het is belangrijk om je ontdekking wereldkundig te maken.

Nu kun je wel gaan roepen, 'je moet drinken als je dorst krijgt' of 'je moet ademen als je benauwd wordt', maar wie wil dat horen?

Zoals Maitreya al zei, het medium is de boodschap. Het gaat er niet om wat je zegt maar om hoe je het brengt. Niet zomaar gaan roepen dat je moet drinken als je dorst hebben, dan gooi je meteen je glazen in, maar de spanning langzaam opbouwen. Toespelingen maken. Eromheen praten.

Doen alsof je lang hebt getwijfeld of je anderen wel van hun dorstlijden moet verlossen terwijl je je ook terug zou kunnen trekken in een sprankelend dorstvrij bestaan. En ten leste, als mensen barsten van nieuwsgierigheid en dankbaarheid, op gedragen toon de Vier Edele Waarheden declameren:

1. Er is dorstlijden.

2. Dorstlijden heeft een oorzaak.

3. De oorzaak van dorstlijden kan opgeheven worden.

4. Door het achtvoudige pad te volgen wordt het dorstlijden beëindigd.

Vervolgens presenteer je een voor een de elementen van het achtvoudige pad voor het beëindigen van het dorstlijden:

1. Het juiste water.

2. De juiste hoeveelheid.

3. De juiste temperatuur.

4. Het juiste glas.

5. Het juiste rietje

6. De juiste ambiance.

7. Het juiste tempo.

8. De juiste gewaarwording.

Dat werk je iteratief uit, ik hoef niet alles voor te kauwen, en, belangrijk, je brengt het consequent en voor iedereen zichtbaar in de praktijk. Eerst in het Hertenbos bij Bremschoten voor vijf door jou persoonlijk benaderde notabelen uit Bremschoten, dan in de rest van de gemeente Bremschoten, vervolgens in de provincie en allengs door het hele land en erbuiten.

Voor je het weet heb je duizenden watertempels, miljoenen volgelingen en een wereldwijde heilsleer.

Succes hè?

139. Rashomon – vier zenverhalen over de grote oversteek

Waar zit je liever aan vast, begeerten of beloften?

1. Een oud verhaal

Aan de oever van een rivier treffen een zenmeester en zijn leerling een vrouw aan die niet over durft te steken. De meester draagt haar naar de overkant.

'Hoe durft u iemand van het andere geslacht aan te raken', zegt de leerling als ze doorgelopen zijn. 'U hebt nota bene de kuisheidsgelofte afgelegd.'

'Ik heb de vrouw bij de rivier achtergelaten,' zegt de meester. 'Jij draagt haar nog steeds bij je.'

2. Een nieuw verhaal

Aan de oever van een rivier treffen een zenmeester en zijn leerling een vrouw aan die niet over durft te steken. De leerling draagt haar naar de overkant.

'Wat een wijf', verzucht de meester als ze doorgelopen zijn.

'Ik heb haar bij de rivier achtergelaten', zegt de leerling. 'U draagt haar nog steeds bij u.'

'Ik heb mijn kuisheidsgelofte bij de rivier achtergelaten', antwoordt de meester. 'Jij draagt haar nog steeds bij je.'

3. Een bekend verhaal

Aan de oever van een rivier treft een vrouw een zenmeester en zijn leerling aan die niet over durven steken. Ze draagt hen een voor een naar de overkant.

'Wat een treurige kerels', verzucht de vrouw als ze doorgelopen is. 'Denken ze nu echt dat zo'n pij hun opwinding kan verbergen?'

4. Een onbekend verhaal

Aan de oever van de rivier treft een vrouw Gautama Boeddha aan in lotushouding met geloken ogen. De vrouw draagt hem naar de overkant en zet hem neer, nog steeds in lotushouding met geloken ogen.

'Wat een treurige kerel', verzucht de vrouw als ze doorgelopen is. 'Die heeft werkelijk niets meer te verbergen.'

140. Haiku op haiku – Het hoogste lied

Wadende vrouwen
planten rijst. Alles besmeurd
behalve hun lied.

(Raizan)

Wadende vrouwen
planten rijst. Alles besmeurd
en vunzig hun lied.

141. Van zen word je geen heilige

Waarom zenboeddhisten zich nooit aan hun geloften houden.

'Word je van zen een beter mens?'

'In zen gaat ieder idee van beter en slechter verloren.'

'En?'

'Hoe zou je er dan beter van kunnen worden?'

'Misschien bedoelde ik niet zozeer beter als wel menselijker.'

'In zen gaat ieder idee van menselijk en onmenselijk verloren.'

'Zo te horen word je er geen heilige van.'

'In zen gaat...'

'Ieder idee van heilig en profaan verloren, ja ja.'

'Jij zegt het.'

'Wat zou jij zeggen?'

'In zen gaat ieder idee van verliezen verloren.'

'Het verliezen gaat ook verloren?'

'Mooi meegenomen nietwaar?'

'En dan is alles weer gewoon?'

'In zen gaat ieder idee van gewoon en ongewoon verloren.'

142. Van zen word je niet normaal

Waarom spiriatrie geen psychiatrie is.

'Wat is zen?'

'Geen idee.'

'Is zen een soort psychotherapie?'

'In zen gaat ieder idee van ik en niet-ik verloren.'

'Wat wil je daarmee zeggen?'

'Wie of wat zou er dan nog behandeld moeten worden?'

'Ik noch niet-ik?'

'In zen gaat ieder idee van ziek en gezond verloren.'

'Wat wil je daarmee zeggen?'

'Wat zou dan nog het doel van de behandeling kunnen zijn?'

'Ziek noch gezond worden?'

'In zen gaat ieder idee van doel en middel verloren.'

'Dan weet ik het ook niet meer.'

'In zen gaat ieder idee van weten en niet-weten verloren.'

'Zo te horen gaat in zen ieder idee verloren.'

'Het idee.'

143. Hoe boeddhisten vlees kunnen eten zonder te doden

Voorschriften naleven is makkelijker dan je denkt.

Voorschriften schrijven voor en dat lijkt voor vrijgevochten westerlingen een nadeel, maar in de praktijk valt het reuze mee. Je moet gewoon een interpretatie kiezen die bij je past.

Mensen die de boeddhistische gelofte van niet doden afleggen, kunnen kiezen uit verschillende varianten. Ik heb er dertien voor je op een rijtje gezet:

1. Je mag absoluut niet doden.

2. Je mag geen mensen doden.

3. Je mag alleen mensen doden in tijden van oorlog.

4. Je mag alleen mensen doden uit zelfverdediging.

5. Je mag alleen dieren doden.

6. Je mag alleen hinderlijke en schadelijke dieren doden.

7. Je mag geen dieren doden voor het vlees.

8. Je mag alleen vlees eten van dieren die je niet zelf hebt gedood.

9. Je mag alleen vlees eten van dieren die door een niet-boeddhist zijn gedood.

10. Je mag alleen vlees eten van dieren die niet speciaal voor jou zijn gedood.

11. Je mag geen vlees eten van dieren waarvan je niet weet door wie en waarom ze zijn gedood.

12. Je mag geen vlees eten van bepaalde diersoorten.

13. Je mag best vlees eten, onthouding is niet nodig voor het zuiveren van de geest.

Ik scharrelde deze dertien interpretaties in een mum van tijd bij elkaar op het internet, compleet met verwijzingen naar sutta's, soetra's, scholen en landen, en laten we wel wezen, ook als het over de dharma gaat ben ik een kip zonder kop.

Het boeddhisme is een moderne, flexibele religie, concludeer ik, je kunt er alle kanten mee op.

Planteneters, vleeseters, alleseters – iedereen is wel ergens welkom.

Hoe je het ook uitlegt, het heet juist spreken, als je maar genoeg moeilijke woorden gebruikt.

Eet en oefen smakelijk!

144. Niet doden in het christendom, het jodendom en het boeddhisme

Tips voor het creëren van terminale morele dilemma's.

Het christendom, het jodendom en het boeddhisme spreken zich alle drie uit tegen moord.

Het zesde van de tien geboden (het vijfde in de telling van de Rooms-Katholieken en de Lutheranen) luidt: 'pleeg geen moord', 'gij zult niet moorden', 'gij zult niet doden', afhankelijk van de bron en de vertaling.

In de vierde regel van het achtvoudige pad (over juist handelen), in de vijf leefregels voor leken, de acht leefregels voor ascetische leken en de tien leefregels voor monniken lezen we: 'Ik neem mij voor geen voelende wezens te doden.'

Overeenkomsten en verschillen tussen de joods-christelijke en de boeddhistische insteek

Wat de joods-christelijke traditie en de boeddhistische traditie met elkaar gemeen hebben is de onuitgesproken gedachte dat we een vrije wil hebben, dat we zelf kunnen kiezen of we doden of laten leven.

Ze zijn het er ook over eens dat het slecht met ons zal aflopen als we ons niet aan de regels houden. Doden loont niet. Ooit zullen we de prijs betalen voor ons wangedrag.

Behalve overeenkomsten zijn er ook verschillen:

In de joods-christelijke tradities mag je niet doden van God, in het boeddhisme mag het niet van jezelf.

Volgens het joods-christelijke geloof mag je niet doden omdat het verkeerd is, in het boeddhistische geloof wordt het afgeraden omdat het onheilzaam is.

Wie zich niet houdt aan het gebod gaat na dit leven naar de hel, wie zich niet houdt aan zijn gelofte creëert negatief karma, waar hij in dit leven en in toekomstige levens nog veel last van kan hebben, maar die de uiteindelijke bevrijding niet in de weg staat.

Het joods-christelijke gebod beperkt zich tot het doden van mensen, de boeddhistische gelofte gaat ook over het doden van dieren.

Morele dilemma's

Wat betreft het doden van mensen leveren het joods-christelijke gebod om niet te moorden en de boeddhistische gelofte om niet te doden dezelfde morele dilemma's op.

Morele dilemma's zijn niet eigen aan het leven, ze zijn een artefact van de talige regels die we onszelf (laten) opleggen en de daarin gebruikte begrippen.

Wat precies wel is toegestaan en wat niet, hangt in dit geval af van de definities van 'mens', 'doden' en 'moorden'. Zolang we niet weten wat daarmee bedoeld wordt is het onmogelijk om ons aan de regel te houden of om hem te overtreden.

Laten we om te beginnen eens kijken naar de definitie van 'mens'.

Wat is een mens?

Is een onbevruchte eicel een mens? Is een zaadcel een mens? Is een in vitro bevruchte eicel een mens? Is een diepgevroren embryo een mens? Is een ingeplante embryo een mens? is een extra-uteriene foetus een mens?

Is een teratoom een mens? Is een mensaap een mens? Is een romp met alleen een hoofd erop nog een mens? Is een meervoudig gehandicapte zwakzinnige een mens? Zijn kunstmatig in leven gehouden hersenen een mens? Is een kunstmatig in leven gehouden hersendode een mens?

Zijn negers mensen? Volgens slavendrijvers, die vaak zeer christelijk waren, niet, dus mochten slaven best gedood worden. Volgens de nazi's waren joden, zigeuners, homofielen, vrije kunstenaars en mongolen geen mensen maar untermenschen die met het oog op de zuiverheid van het zogenaamde Arische ras maar het beste vernietigd konden worden.

En vast voor de toekomst: is een kunstmatige intelligentie een mens? Is een bionische mens een mens? Is een digitaal bewustzijn een mens? Is een robot een mens?

Wat is een mens doden?

Is abortus doden? Is suïcide doden? Is euthanasie doden? Is executeren doden?

De Nederlandse wet maakt onderscheid tussen geweldpleging met de dood als gevolg (onopzettelijk), dood door schuld (onopzettelijk, door nalatigheid of riskant gedrag), doodslag (opzettelijk maar impulsief), moord (met voorbedachten rade) en een poging tot moord (met voorbedachten rade maar mislukt).

Waar de grenzen tussen moord en doodslag et cetera precies liggen hangt weer af van de definities van 'opzet' en 'onopzettelijk', 'schuld', 'nalatigheid', 'riskant', 'impulsief' en 'voorbedachten rade' en natuurlijk van de reconstructie van de gebeurtenissen door de aanklager, de verdediging en de getuigen.

Als ik dood omdat ik daardoor wordt aangezet door een hersentumor, een psychose, een misplaatste reddingspoging, heb ik dan iemand gedood of is het doden mij overkomen?

Als ik het niet kan helpen, heb ik dan toch het gebod om niet te doden overtreden en kom ik dan in de hel? Als ik het niet kan helpen, heb ik dan toch mijn gelofte om niet te doden gebroken en vergroot dat dan mijn karma?

Als ik iemand per ongeluk doodrijdt die zonder te kijken overstak, heb ik dan gedood of gemoord? Als ik zonder uit te kijken oversteek en een automobilist sterft als gevolg van een dodelijke uitwijkpoging? Als ik iets bestel en de transporteur rijdt zich dood, is dat dan ook mijn schuld?

Een krant lezen, columns schrijven, astronomie studeren, een retraite volgen, in een duur huis wonen, naar het zwembad of op vakantie gaan terwijl elders mensen sterven door voedseltekort, watertekort, medicijntekort, is dat doden?

Een zelfmoordterrorist doodschieten voordat hij explodeert en vele omstanders doodt, is dat doden? Die terrorist niet doden waarop hij explodeert en vele omstanders doodt, is dat doden

Roet en kankerverwekkende stoffen uitstoten, is dat doden? Pillen verstrekken voor euthanasie, is dat doden? Informatie verstrekken over euthanasie, is dat doden?

Wegen aanleggen waarop mensen elkaar dood kunnen rijden, is dat doden? Transportmiddelen produceren waarmee mensen elkaar doodrijden? Brandstof maken en verkopen voor die transportmiddelen? Een wegrestaurant exploiteren? Toiletten schoonmaken in wegrestaurants?

Een kind verwekken dat expres en per ongeluk vele voelende wezens gaat doden is dat doden? Willens en wetens nakomelingen verwekken die door hun geboorte ten dode zijn opgeschreven, is dat doden?

Wat is een dier en wat noem je een dier doden?

Behalve over de semantische, ethische en juridische problemen met het doden van mensen, moeten boeddhisten moeten zich ook nog eens buigen over de definitie van 'dieren'.

Zijn soepkippen dieren? Zijn ratten dieren? Muizen? Schorpioenen? Kakkerlakken? Hoofdluizen? Vlooien? Bacteriën? Virussen? Waar trek je de grens?

Een gierzwaluw uit de lucht schieten zodat er tweeduizend insecten per dag minder worden opgegeten, is dat doden? Gierzwaluwen uitzetten om een muggenplaag te bestrijden, is dat doden?

Dieren die mensen doden, mag je die doden om te voorkomen dat ze nog meer mensen doden? Dieren die andere dieren doden, mag je die doden om te voorkomen dat ze nog meer dieren doden?

Dieren die ziekteverwekkers dragen, mag je die doden? Dieren die schade aanrichten waardoor mensen en andere dieren lijden of sterven, mag je die doden?

Moderne landbouwmethoden zijn schadelijk voor het bodemleven. Ook biologische en biodynamische boeren rijden met zware trekkers over het land. Je hoeft maar een schep of een hark in de grond te prikken of je doodt duizenden organismen. Ook het transport van landbouwprodukten over de weg is schadelijk. Mag je als boeddhist plantaardige levensmiddelen nuttigen waar dieren- en insectenbloed aan kleeft?

Is het doden van dieren per definitie ongewenst of mag je ze wel indirect doden? De Dalai Lama is met zijn tijd meegegaan en verplaatst zich niet alleen per Groot Voertuig (mahayana), maar ook en vooral, willens en wetens, per vliegtuig en per auto, waardoor talloze zoogdieren, vogels en insecten de dood vinden.

Overal waar de Dalai Lama zijn opwachting maakt, verzamelen zich horden boeddhisten die met hun transportmiddelen nog veel meer dieren doden dan hij ooit in zijn eentje zou kunnen. Wat betekent de gelofte om niet te doden van zo'n hoogwaardigheidsbekleder en zijn achterban dan nog? Hoeveel bloed kleeft er aan hun edele gasshohanden en gevulcaniseerde autobanden? Is het afleggen van geloften op deze manier wel te verenigen met de vierde gelofte, juist spreken?

Als je per ongeluk over het achterlijf van een kat bent gereden, mag je dat dier dan uit zijn lijden helpen?

Als je per ongeluk over het onderlijf van een kind bent gereden, mag je dat kind dan uit zijn lijden helpen?

145. Waarom je niet kunt kiezen voor het leven en tegen de dood

'Waartoe leidt de gelofte van niet doden?'

'Plagen.'

'Waartoe leiden plagen?'

'Misoogsten.'

'Waartoe leiden misoogsten?'

'Hongersnood.'

'Waartoe leidt hongersnood?'

'De hongerdood.'

146. Hoe geboden tot doden leiden en doden tot geboden

'Waartoe leidt het verbod op doden?'

'Overbevolking.'

'Waartoe leidt overbevolking?'

'Oorlog.'

'Waartoe leidt oorlog?'

'Doden.'

'Waartoe leidt doden?'

'Geboden.'

147. Niet doden leidt tot moord en doodslag

1

'Waartoe leidt het gebod van niet doden?'

'Het opheffen van de doodstraf.'

'Waartoe leidt het opheffen van de doodstraf?'

'Moord en doodslag.'

2

'Waartoe leidt de doodstraf?'

'Justitiële dwalingen met fatale afloop.'

'Waartoe leiden justitiële dwalingen met fatale afloop?'

'Moord en doodslag.'

148. Geloften leiden tot zelfdoding

'Waartoe leidt de gelofte niet te doden?'

'Schuld en schaamte.'

'Waartoe leiden schuld en schaamte?'

'Zelfhaat.'

'Waartoe leidt zelfhaat?'

'Zelfdoding.'

149. Nog vier keerzijden van de gelofte om niet te doden

Abortus provocatus

'Waartoe leidt de gelofte niet te doden?'

'Ongewenste kinderen.'

Euthanasie

'Waartoe leidt de gelofte niet te doden?'

'Uitzichtloos lijden.'

Jacht

'Waartoe leidt de gelofte niet te doden?'

'Overbegrazing.'

Straffen

'Waartoe leidt de gelofte niet te doden?'

'Levenslang.'

150. Geloften doden

'Ik heb beloofd nooit meer te doden.'

'Je kunt niet leven zonder te doden.'

'Dan sterf ik nog liever.'

'Je kunt niet sterven zonder te doden.'

'Dan beloof ik voortaan wel niks meer.'

'Daar hou ik je aan.'

151. Drie gewetensvragen aan boeddhistische leerlingen en leraren

Meester Zero zegt:

Geloften afleggen waarvan je weet dat je je er niet aan kunt houden, is dat juist spreken?

Anderen geloften laten afleggen alsof je ze zelf naleeft terwijl je allang weet dat je dat niet kunt, is dat juist spreken?

Anderen geloften laten afleggen waarvan je weet dat ze zich er nooit aan zullen kunnen houden, is dat juist spreken?

152. Zweren als een zere vinger

Leerling: Ik beloof...

Meester: Zou je dat nou wel doen?

Leerling: Ik zweer...

Meester: Zal ik de dokter bellen?

153. Waarom ik mezelf geen boeddhist noem

'Zie jij jezelf als boeddhist?'

'Beslist niet.'

'Waarom niet?'

'Omdat ik geen geloften wil afleggen.'

'Waarom wil je geen geloften afleggen?'

'Omdat ik niet wil liegen.'

'Is dat niet de vierde van de vijf voorschriften?'

'Beslist.'

'Maar je wilt toch geen geloften afleggen?'

'Maar daarom kan ik me er nog wel aan houden.'

154. Waarom ik mezelf toch boeddhist noem

'Zie jij jezelf als boeddhist?'

'Beslist.'

'Heb je dan geloften afgelegd?'

'Beslist niet.'

'Waarom niet?'

'Omdat ik niet wou liegen.'

'En daarom ben je geen boeddhist?'

'En daarin ben ik een boeddhist.'

155. De nulde gelofte: niets beloven wat je niet waar kan maken

Dit ook niet.

'Wat is volgens jou de belangrijkste boeddhistische gelofte, Hans?'

'De nulde.'

'Nooit van gehoord.'

'Een ingebouwde veiligheid.'

'Hoe luidt de nulde gelofte?'

'Ik beloof niets dat ik niet kan waarmaken.'

'En alle andere boeddhistische geloften dan?'

'Die kan ik niet waarmaken.'

'Is de nulde gelofte niet een bijzonder geval van de derde, niet liegen?'

'Jawel.'

'Maar?'

'Die kan ik niet waarmaken.'

'De nulde wel?'

'Dat kan ik niet beloven.'

'Dus eigenlijk beloof je niets?'

'Dat kan ik niet beloven.'

'Jij staat nergens voor in?'

'Daar sta ik niet voor in.'

'Maar wat is nou de nulde gelofte?'

'Dat is nou de nulde gelofte.'

156. Haiku op haiku – Wij en ik

Herfstwinden waaien.
Wij leven en kunnen elkander
zien, jij en ik.

(Shiki)

Hersenwinden waaien.
Wij zweven en menen elkander
te zien, jij en ik.

157. Lijden valt niet te vermijden

'Wat weet jij eigenlijk van lijden, Hans?'

'Alles.'

'Wat weet je van de oorzaak van het lijden?

'Niets.'

'Dat lijkt me geen aanbeveling.'

'Integendeel.'

158. De ware oorzaken van het lijden

'Wat is de eerste oorzaak van het lijden?'

'Denken dat er een oorzaak is.'

'Wat is de tweede oorzaak van het lijden?'

'Denken dat je er vanaf moet.'

'Wat is de derde oorzaak van het lijden?'

'Denken dat je er vanaf kunt.'

'Wacht, ik snap het al.'

'Wat?'

'Denken is de oorzaak van het lijden.'

'En dat is vier.'

159. De wondere wereld van afhankelijk ontstaan: alles, alles, alles

Afhankelijk ontstaan als hypercausaliteit.

'Wat is de oorzaak van lijden?'

'Alles.'

'Wat is de oorzaak van vreugde?'

'Alles.'

'Dus mocht ik er ooit in slagen het lijden te overwinnen...'

'Alles.'

160. De wondere wereld van afhankelijk ontstaan: alles, alles, niets

'Wat is de oorzaak van alles?'

'Alles.'

'Wat is het gevolg van alles?'

'Alles.'

'Wat volgt daaruit?'

'Niets.'

161. De wondere wereld van afhankelijk ontstaan: niets, niets, niets

Afhankelijk ontstaan als acausaliteit.

'Wat als alles de oorzaak van alles is?'

'Dan weet je van niets meer waardoor het wordt veroorzaakt of wat het zelf veroorzaakt.'

'Maar wat is iets dan nog van zichzelf?'

'Dat weet je dan ook niet meer.'

'Wat als je niet meer weet wat iets van zichzelf is?'

'Dan weet je niet meer waar het begint en eindigt of zelfs maar dat het is of niet is.'

'Maar wat betekent dat dan?'

'Dat je van niets meer weet wat het betekent.'

'Wat als je van niets meer weet wat het betekent?'

'Dan weet je ook niet meer wat het betekent dat je van niets meer weet wat het betekent.'

'Maar betekent het dan nog wel iets?'

'Dat weet je dan ook niet meer.'

'Maar dan betekent het toch niets?'

'Dat weet je dan ook niet meer.'

'Wat als je dat ook niet meer weet?'

'Dan weet je evenveel als ik.'

162. Wat is afhankelijk ontstaan?

Causaliteitsbeginsels in oost en west.

Afhankelijk ontstaan als pancausaliteit

Afhankelijk ontstaan (pratītyasamutpāda) is een boeddhistische begrip met meerdere betekenissen. De betekenis waarin ik hier geïnteresseerd ben is die van een bijzondere oorzakelijkheidsleer, namelijk de leer dat alles mede-oorzaak is van alles.

Synoniemen van afhankelijk ontstaan in deze betekenis zijn afhankelijk bestaan, wederzijdse afhankelijkheid, interzijn, voorwaardelijkheid en wederkerigheid. Zelf noem ik afhankelijk ontstaan weleens hypercausaliteit of pancausaliteit.

Als alles inderdaad alles veroorzaakt, is er van oorzaak en gevolg eigenlijk geen sprake meer: dan muteert het geheel op onnavolgbare wijze aan alle kanten in alle geledingen en in alle richtingen, en kun je net zo goed van acausaliteit spreken als van hypercausaliteit.

Met 'het geheel' bedoel ik niet dat alles één is, dat weet ik niet. Hypercausaliteit, afhankelijk ontstaan dus, betekent alleen dat niets op zichzelf staat of uit zichzelf begrepen kan worden. De speler speelt de bal, de bal speelt de speler, en vergeet het publiek niet, de grasmat, het stadion, het licht, de lucht, het weer, het klimaat.

Afhankelijk ontstaan als beginsel

Het causaliteitsbeginsel is een term uit de westerse metafysica voor het dogma dat alles een oorzaak heeft, dat niets gebeurt zonder oorzaak.

Afhankelijk ontstaan is niet de ontkenning van het causaliteitsbeginsel maar de inflatie ervan, die het als uitgangspunt voor de wetenschap en de techniek nutteloos maakt. Wat moet je met een hypercausaliteitsbeginsel, een pancausaliteitsbeginsel, een acausaliteitsbeginsel – waar wou je dan de oorzaak zoeken?

In de praktijk kunnen wetenschap en techniek prima zonder causaliteitsbeginsel, ze gaan gewoon hun gang. Zijn er toch eens uitgangspunten nodig, dan liever heuristische: praktisch toepasbare, mathematische modellen zoals de algemene systeemtheorie (Von Bertalanffy) en de systeemkunde (systems engineering), de cybernetica en de chaostheorie, die het bètadenken vleugels geven.

Afhankelijk ontstaan als eufemisme

Afhankelijk ontstaan is voor het boeddhisme wat het reguliere causaliteitsbeginsel is voor het gezond verstand: een onbewijsbare stelling over de aard van de werkelijkheid. De een biedt tegenwicht aan de ander, waarna ze beide bij het vuilnis kunnen.

Kan het boeddhisme zonder oorzakelijkheidsbeginsel? Waarschijnlijk niet, dan valt de bodem uit de leer. Dan heb je een lege leer in plaats van een leer over de leegte en luistert niemand meer. Kun jij zonder oorzakelijkheidsbeginsel, dat is de vraag.

Is afhankelijk ontstaan wel een beginsel? Ik zou het eerder een eufemisme voor niet-weten noemen. Niet weten waarvan je doen en laten allemaal een effect is, niet weten waarop het allemaal effect heeft of wat je daarvan moet vinden. Geen overzicht kunnen krijgen terwijl ook de details je ontgaan. Steeds weer verrast worden door onvermoede samenhangen en onsamenhangendheid. In het duister tasten, zelfs over de vraag of je in het duister tast.

Van mij mag je dat pratītyasamutpāda noemen hoor. Dan haal ik wel mijn schouders voor ons op.

163. Het afhankelijk ontstaan van de vier edele waarheden

Hoe je jezelf aan je haren uit het moeras van samsara trekt.

Afhankelijk ontstaan in de zin van hypercausaliteit is moeilijk te verenigen met de vier edele waarheden en het achtvoudige pad.

Voor wie net als ik de edele waarheden niet kan onthouden, noem ik ze nog even.

1. Er is lijden.

2. Het lijden heeft een oorzaak.

3. De oorzaak van het lijden kan opgeheven worden.

4. Door het achtvoudige pad te volgen wordt het lijden beëindigd.

Zoals je ziet gaan de vier edele waarheden uit van een overzichtelijke keten van oorzaak en gevolg, waarop je als individu makkelijk kunt ingrijpen als je de verbanden eenmaal ziet en je best doet. Dit is de keten:

Lijden is een gevolg (1, 2); dat gevolg heeft een oorzaak (3); die oorzaak is zelf een gevolg van weer andere oorzaken, zoals onwetendheid en begeerte, die je kunt opheffen door het achtvoudige pad te volgen (4).

Dat er lijden is ga ik niet bestrijden, maar dat dit lijden duidelijk onderscheiden is van andere verschijnselen, dat het een duidelijk onderscheiden oorzaak heeft, dat die oorzaak kan worden opgeheven zonder allerlei andere verschijnselen te beïnvloeden en dat je daarvoor alleen maar het achtvoudige pad hoeft te volgen, klinkt in het licht van afhankelijk ontstaan toch een beetje simplistisch.

Als alles afhankelijk ontstaat, dan ook de vier edele waarheden en ook de gedachte dat alles afhankelijk ontstaat. We kunnen het dus niemand kwalijk nemen dat hij zoiets bedenkt of gelooft, maar toch.

Realistischer, of tenminste meer in overeenstemming met de gedachte van hypercausaliteit, is het volgende viertal niet zulke edele waarheden (die we al eerder zagen, als tweede van de acht perspectieven op de vier edele waarheden):

1. Lijden ontstaat afhankelijk van al het andere.

2. De oorzaak van het lijden ontstaat afhankelijk van al het andere.

3. De opheffing van de oorzaak van het lijden ontstaat afhankelijk van al het andere.

4. Het achtvoudige pad ontstaat afhankelijk van al het andere.

Er is met andere woorden geen beginnen aan, tenzij en voor zolang er geen houden aan is, dan moet je wel, en ben je een tijdje boeddhist.

Onvermijdelijk zijn de Indiase interpreten erin geslaagd om het begrip afhankelijk ontstaan zo uit te leggen dat er door iedereen aan begonnen kan worden, al is er dan weer geen einde aan, het is ook altijd wat. Ik doel op de keten van wederzijds afhankelijk ontstaan.

Die bewuste keten heeft volgens de laatste berichten, eens even kijken, drie, nee zes, nee negen, nee, elf, nee twaalf schakels en strekt zich uit over, eens even kijken, enkele, nee vele, nee talloze existenties, dus dat moet wel lukken.

Ik wens iedereen die het lijden van alle wezens inclusief zichzelf wenst te begrijpen of te beëindigen met behulp van de keten van wederzijds afhankelijk ontstaan, alle benodigde levens toe, en een ijzerzaag.

164. Kun je afhankelijk bestaan en toch onafhankelijk zijn?

Beste Hans,

Ergens (ik weet niet meer waar) omschrijf jij jezelf als 'de autarkische auteur van NietWeten.nl'. Nu is mijn woordenschat niet zo groot, dus heb ik het even opgezocht in Van Dale 13:

autarkisch
1. berustend op of strevend naar autarkie (1)
2. zelfvoorzienend

De definitie van autarkisch verwijst dus door naar autarkie (1).

autarkie
Grieks, autarkeia ('zelf-genoeg'-zaamheid)
1. zelfgenoegzaamheid (zowel in filosofische als psychologische zin)

Hieruit maak ik op dat jij zelfgenoegzaam bent. Dat moest ik ook even opzoeken:

zelfgenoegzaam
1. (verouderd, gunstig) zichzelf genoeg, geen anderen, niets anders nodig hebbend
2. (ongunstig) in de overtuiging van eigen voortreffelijkheid niet naar anderen of iets anders vragend; synoniem: zelfvoldaan, zelfingenomen

Wat houdt jouw autarkie precies in? Ben jij jezelf genoeg of vraag jij in de overtuiging van je eigen voortreffelijkheid nooit naar anderen of iets anders?

PS Heb je weleens gehoord van leegte (sunyata)?

Beste Thomas,

Dank voor je vragen, ik zal antwoorden alsof je oprecht geïnteresseerd bent, dat is voor ons allebei leuker.

Vervuld van mijn eigen voortreffelijkheid ben ik niet. Ik heb geen behoefte om mensen te rangschikken en ook niet om bovenaan een of andere rangschikking te staan. Niemand is voortreffelijk in alle opzichten, niemand is verschrikkelijk in alle opzichten, er zijn ontelbaar veel manieren waarop je mensen met elkaar kunt vergelijken, wat betekent het dan nog, en wat maakt het uit?

Zelfvoorzienendheid zie ik ook niets in. Alleen al om mij een banaantje in mijn ontbijt te bezorgen spant de hele wereld samen. Afhankelijk ontstaan, hè. Ik ken niets dat op of voor zichzelf bestaat, wat mensen ook claimen over het absolute, over god, over het ware zelf, de boeddha of de leegte.

'Het is steeds een complex van factoren', zei mijn vader toen hij doorkreeg dat de wereld een maatje te groot was voor zijn verstand, maar nog steeds verstandig over wilde komen.

Dwijsheid komt met de jaren. Ook bij mij bleek alles wat aanvankelijk helder en duidelijk onderscheiden was, bij nader inzien onontwarbaar verknoopt.

Geen idee meer waar het ene ding eindigt en het andere begint – niet echt.

Geen idee meer waar de ene mens eindigt en de andere begint – niet echt.

Geen idee meer waar de geest eindigt en de stof begint – niet echt.

Geen idee meer waar het subject eindigt en het object begint – niet echt.

De mensen en de dingen, de ideeën en de substanties, de oorzaken en de gevolgen – ze laten zich door mij niet van elkaar scheiden, behalve in de meeste oppervlakkige zin.

Ze laten zich ook niet van mij scheiden.

Ze laten zich ook niet met elkaar verenigen.

Ze laten zich ook niet met mij verenigen.

Zo'n warboel is het, dat ik niet eens meer van afhankelijk ontstaan durf te spreken. Wat zou er bij gebrek aan een duidelijk dit of dat nog waarvan afhankelijk moeten zijn?

Zo'n warboel is het dat ik niet eens meer van leegte durf te spreken. Wat zou er bij gebrek aan een duidelijk dit of dat nog waarvan leeg moeten zijn?

Je kunt de wereld een warboel noemen, dan ligt het niet aan jou, je kunt jezelf een warhoofd noemen, dan ligt het niet aan de wereld, je kunt ook zeggen dat je het niet weet, wat daarvan ook de oorzaak mag zijn, en dat doe ik.

Thomas: Als het zo'n warboel is dat je niets meer uit elkaar kunt houden, hoe kun je jezelf dan ooit autarkisch noemen?

Hans: Daarmee bedoelde ik alleen maar dat ik geen bevestiging meer nodig heb.

Thomas: En waarom heb jij geen bevestiging meer nodig?

Hans: Omdat mijn leer leeg is natuurlijk.

Thomas: En wat valt er te bevestigen aan een lege leer.

Hans: Dit zei de negende-eeuwse Chinese chanmeester Linji Yìxuán erover in Preek 34 van de Linji Lu:

"Thuisverlaters, als je de leer wilt doorzien, laat je dan niet misleiden. Geloof niemand. Wie je ook maar tegenkomt, dood hem.

Kom je de Boeddha tegen, dood de Boeddha! Kom je een patriarch tegen, dood de patriarch! Kom je een arhat tegen, dood de arhat! Kom je je ouders tegen, dood je ouders! Kom je familie tegen, dood je familie! Kom je jezelf tegen, dood jezelf!

Pas als er niemand meer over je schouders meekijkt, kun je de zaken helder zien. Alleen door je van iedereen onafhankelijk te maken, zul je bevrijding vinden."

Thomas: Aha, op die manier.

Hans: Aan het begin van de rit neemt de boeddhist toevlucht tot de Drie Juwelen, maar aan het eind van de rit wordt diezelfde boeddhist geacht iedere toevlucht te ontvluchten. Hij moet zijn boeddha's en niet-boeddha's doden, zijn dharma's en niet-dharma's opgeven en zijn sangha's en niet-sangha's verlaten om terug te keren naar 'de marktplaats van het leven.'

Hij moet het vlot waarmee hij de rivier overstak prijsgeven; zijn pij, zijn nap, zijn rakusu, zijn beeldjes, zijn matjes, zijn kussentjes, zijn aambeien, zijn geloften, zijn rituelen, zijn vaardige methoden, zijn edele waarheden, zijn soetra's, zijn shastra's, zijn meesters, zijn leerlingen, zijn samsara, zijn nirwana – de hele bliksemse boel. Inclusief het idee van afhankelijk bestaan, dat zelf ook afhankelijk bestaat. Inclusief het idee van leegte, dat zelf ook leeg is. Tenminste, zo begrijp ik het.

Als je alles kwijt bent, tot en met het kwijt zijn aan toe, sta je op eigen benen. Dan ben je jezelf genoeg.

Thomas: Autarkisch.

Hans: Een ongelukkig gekozen woord, maar als het over niet-weten gaat is ieder uitgesproken woord er een te veel en ieder ingeslikt woord is er een te weinig. Net als in het boeddhisme, uiteindelijk.

165. De reddingslijn van interzijn

Hoe boeddhisten de wereld redden.

Maitreya: Zullen we nog een chocolaatje nemen?

Boeddha: En dat voor een toekomstige boeddha.

Maitreya: Omdat ik een chocolaatje wil?

Boeddha: Om hoe u het zegt.

Maitreya: Hoe zou u het zeggen?

Boeddha: Zullen we nog een cacaoboer steunen?

Maitreya: Zonder cacaoboeren geen chocola, bedoelt u.

Boeddha: Afhankelijk ontstaan.

Maitreya: Interzijn.

Boeddha: Ik heb meer zin in een glas wijn.

Maitreya: Een druivenboer steunen.

Boeddha: Een bottelier.

Maitreya: Een flessenfabrikant.

Boeddha: Een kurksnijder.

Maitreya: Een vrachtwagenchauffeur.

Boeddha: Een supermarkt.

Maitreya: Een autofabriek.

Boeddha: Een hoogoven.

Maitreya: Een ertsmijn.

Boeddha: Je kunt niets beters voor de wereld doen dan een glas wijn drinken.

Maitreya: Een belangeloze gift.

Boeddha: Anoniem.

Maitreya: Naar draagkracht.

Boeddha: Dana.

Maitreya: Goed voor je karma.

Boeddha: Wie zijn interdependentie ten volle realiseert, kan wel een potje breken.

Maitreya: Of een glaasje.

Boeddha: Zullen we meteen maar een chipsfabrikant steunen?

Maitreya: Wat dacht u van de filmindustrie?

Boeddha: Ja hoor, zet maar wat op.

Maitreya: Proost.

Boeddha: Proost.

166. Volg de lijn van interzijn

Hoe je van samsara in nirwana komt en omgekeerd.

Kluwen touw met een heel klein mannetje dat het begin van het touw in zijn hand houdt.

^ Volg de lijn van interzijn.

Oefening voor bodhisattva's

Volg de lijn van interzijn naar gene zijde.

Van samsara naar nirwana.

De draad kwijt?

Ja, wat dacht je dan.

De lijn van interzijn is een kluwen.

Een warboel zonder eind.

Zen is steeds opnieuw beginnen.

Verder zul je nooit komen.

Snap je nu waarom?

Oefening voor boeddha's

Volg de lijn van interzijn naar deze zijde.

Van nirwana naar samsara.

De draad kwijt?

Ja, wat dacht je dan.

De lijn van interzijn is een kluwen.

Zen is steeds opnieuw beginnen.

Nooit komt er een eind aan.

Snap je nu waarom?

167. Het tussenin van interzijn, zou dat soms het nirwana zijn?

Het is niet naar, het is niet fijn, ra ra wat kan dat interzijn.

Meester Zero zegt:

Stel dat alles afhankelijk ontstaat.

Afhankelijk bestaat.

Afhankelijk vergaat.

Dan is er geen lijn van interzijn.

Dan is er geen lijn naar interzijn.

Dan loopt alles door elkaar.

Dan valt er niets te scheiden.

Dan zijn er nergens zijden.

Dan is er geen vorm.

Dan is er geen leegte.

Dan is vorm geen leegte.

Dan is er geen samsara.

Dan is er geen nirwana.

Dan is samsara geen nirwana.

Dan is er geen pad tussen beide.

Dan hoef je nergens heen.

Dan kún je nergens heen.

Dan zit je overal tussenin.

Dan ben je zelf het tussenin.

Het tussenin van interzijn.

Het is niet naar, het is niet fijn.

Zou dat soms het nirwana zijn?

168. Zen laat zich niet inpakken

Tweeëntwintig pogingen om er toch weer iets van te maken.

Leerling: Zen is overal de betrekkelijkheid van inzien!
Meester: Maak er nu geen relativisme van.

Leerling: Zen is de onttroning van het verstand!
Meester: Maak er nu geen irrationalisme van.

Leerling: Zen is een boekverbranding!
Meester: Maak er nu geen obscurantisme van.

Leerling: Zen is het einde van het lijden!
Meester: Maak er nu geen panacee van.

Leerling: Zen is onverstoorbaarheid!
Meester: Maak er nu geen gemoedstoestand van.

Leerling: Zen is het einde van ieder onderscheid!
Meester: Maak er nu geen non-dualisme van.

Leerling: Zen is het einde van de veelheid!
Meester: Maak er nu geen monisme van.

Leerling: Zen geeft richting aan mijn leven!
Meester: Maak er nu geen weg van.

Leerling: Zen is het einde van de illusie!
Meester: Maak er nu geen werkelijkheid van.

Leerling: Zen is grote twijfel!
Meester: Maak er nu geen scepticisme van.

Leerling: Zen is het einde van het denken!
Meester: Maak er nu geen dementie van.

Leerling: Zen is het einde van alle goden!
Meester: Maak er nu geen atheïsme van.

Leerling: Zen is een beeldenstorm!
Meester: Maak er nu geen iconoclasme van.

Leerling: Zen ben je zelf!
Meester: Maak er nu geen identiteit van.

Leerling: Ik geloof in zen!
Meester: Maak er nu geen religie van.

Leerling: Zen is vrede!
Meester: Maak er nu geen politiek van.

Leerling: Zen omarmt alles!
Meester: Maak er nu geen liefde van.

Leerling: Zen is het hoogste inzicht!
Meester: Maak er nu geen wijsheid van.

Leerling: Zen is sunyata!
Meester: Maak er nu geen gat van.

Leerling: Zen is oefenen!
Meester: Maak er nu geen praktijk van.

Leerling: Zen is zitten!
Meester: Maak er nu geen quiëtisme van.

Leerling: Zen is zen!
Meester: Maak er nu geen tautologie van.

Leerling: Zen is!
Meester: Maak er nu geen entiteit van.

Leerling: Zen.
Meester: Tja.

Leerling: ...
Meester: Hè hè.

169. Een aanbeveling

'Wat weet jij eigenlijk van onthechting, Hans?'

'Minder dan wie ook.'

'Dat lijkt me geen aanbeveling.'

'Integendeel.'

170. Wij en zij op het ereschavot

Zegt de ene Oranjefan: 'De halve finale hebben we gewonnen!'

Zegt de andere: 'Maar de finale hebben ze verloren.'

171. De vinder en de verliezer

Leerling: Denkt u dat we onze gehechtheden moeten overwinnen?

Meester: Denk jij dan dat dat kan?

Leerling: Denkt u dan we onze gehechtheden moeten aanvaarden?

Meester: Denk jij dan dat dat kan?

Leerling: Denkt u dan we onze gehechtheden onder ogen moeten zien?

Meester: Denk jij dan dat dat kan?

Leerling: Denkt u dat we onze gehechtheden moeten negeren?

Meester: Denk jij dan dat dat kan?

Leerling: Denkt u dat we niets meer moeten vinden?

Meester: Denk jij dan dat dat kan?

Leerling: Denkt u dan helemaal niets?

Meester: Denk jij dan dat dat kan?

Leerling: Nu weet ik nog niets.

Meester: Denk jij dan dat dat kan?

Leerling: Ik geef het op.

Meester: Denk jij dan dat dat kan?

172. Breng me je geest en ik breng hem tot rust

'Meester, breng mijn geest tot rust', zei Huiko tegen Bodhidharma. 'Breng me je geest en ik breng hem tot rust.' 'Ik kan hem nergens vinden.' 'Dan heb ik hem tot rust gebracht.'

(koan 41 van de Poortloze Poort.)

1

Denk jij dat we onze gehechtheden moeten overwinnen?

Denk je dat we onze gehechtheden moeten aanvaarden?

Denk je dat we onze gehechtheden onder ogen moeten zien?

Denk je dat we onze gehechtheden moeten negeren?

2

Denk jij dat we onze gedachten moeten overwinnen?

Denk je dat we onze gedachten moeten aanvaarden?

Denk je dat we onze gedachten onder ogen moeten zien?

Denk je dat we onze gedachten moeten negeren?

3

Denk je dat we onze geest moeten overwinnen?

Denk je dat we onze geest moeten aanvaarden?

Denk je dat we onze geest onder ogen moeten zien?

Denk je dat we onze geest moeten negeren?

4

Denk je dat we ons ego moeten overwinnen?

Denk je dat we ons ego moeten aanvaarden?

Denk je dat we ons ego onder ogen moeten zien?

Denk je dat we ons ego moeten negeren?

5

Denk je dat gehechtheden, gedachten, geest en ego in wezen verschillend zijn?

Denk jij dat gehechtheden, gedachten, geest en ego in wezen hetzelfde zijn?

Denk je dat gehechtheden, gedachten, geest en ego wezenlijk zijn?

Denk je dat gehechtheden, gedachten, geest en ego leeg zijn?

Wat denk je allemaal niet?

173. Het verschil tussen gehechtheid en onthechting

Leerling: Wat is gehechtheid?

Meester: Denken dat je ergens vanaf moet.

Leerling: Wat is onthechting?

Meester: Denken dat je ergens vanaf bent.

174. De overeenkomst tussen gehechtheid en onthechting

Leerling: Wat is het verschil tussen gehechtheid en onthechting?

Meester: Gehechtheid is denken dat je ergens vanaf moet, onthechting is denken dat je nergens vanaf moet.

Leerling: Simpel.

Meester: En wat is de overeenkomst?

Leerling: Nou?

Meester: Denken.

Leerling: De overeenkomst tussen gehechtheid en onthechting is denken?

Meester: Zou je denken?

Leerling: Vindt u dat we minder moeten denken?

Meester: Vinden is een vorm van denken.

Leerling: Vindt u dat we helemaal niet meer moeten denken?

Meester: Vinden is een vorm van denken.

Leerling: Bent u zelf gestopt met denken?

Meester: Misschien ben ik gestopt met denken, maar denken niet met mij.

Leerling: Wat wilt u nu eigenlijk zeggen?

Meester: Denk je dat ik wat wil zeggen?

Leerling: Ik snap er niets meer van.

Meester: Wat dacht je van mij.

Leerling: Wat is dan het verschil tussen ons?

Meester: Dat ik er niet meer mee zit?

Leerling: Ja, zit u er nu wel mee of zit u er nu niet mee?

Meester: Ja, ik kan wel zoveel denken.

175. Haiku op haiku – Een schreeuw

Een fazant die schreeuwt.
Naar vader en moeder die
dood zijn verlang ik.

(Basho)

Een schreeuw sterft weg
met in zijn kielzog mijn zucht
naar dierbare doden.

176. Gehechtheid op het achtvoudige pad

Roept de eerste meester – Het achtvoudige pad is de weg!

Roept de tweede: U bent gehecht aan de weg!

Roept de derde: U bent gehecht aan onthechting!

Roept de vierde: U bent gehecht aan terechtwijzen!

Roept de vijfde: U bent gehecht aan het woord!

Roept de zesde: U bent gehecht aan de stilte!

Roept de zevende: Aargh!

Roept de achtste: En weg was het achtvoudige pad!

Roept de eerste: Het achtvoudige pad is de weg!

177. De fundamentele waarheid van zen

Leerling: De fundamentele waarheid van zen is onthechting van elke waarheid.*

* Nico Tydeman, Transmissie en Transcendentie, p266.

Meester: Is dat waar?

Leerling: Vast en zeker.

Meester: Hoe weet je dat?

Leerling: Ik heb het zelf gelezen.

Meester: Ben je eraan gehecht?

Leerling: Nu u het zegt.

Meester: Dat heb je met die waarheden.

Leerling: Bent u gehecht aan de waarheid?

Meester: Ik zou niet weten hoe.

Leerling: Omdat u onthecht bent van elke waarheid?

Meester: Omdat ik de waarheid niet ken.

Leerling: De fundamentele waarheid van zen is onthechting van elke waarheid.

178. Haiku op haiku – Wilgen

Verlangen naar niet-verlangen.

Draag de droefheid, al
het verlangen van uw hart,
over aan de wilgen.

(Basho)

Hang uw hang naar niet
verlangen aan de wilgen
en u hangt niet meer.

179. Onthechting is ook niet alles

Leerling: Ik wou dat ik niets meer wou.

Meester: Ik wou dat ik nog wat wou.

Jaren later

Leerling: Ik wou dat ik nog wat wou.

Meester: Ik wou dat ik wou dat ik nog wat wou.

Jaren later

Leerling: Ik wou dat ik wou dat ik wou dat ik nog wat wou.

Meester: Wauw.

180. Haiku op haiku – Maanblind

In mijn vensterruit
hangt nog steeds de maan, de dief
heeft hem vergeten.

(Ryokan)

Aan een kale tak
hangt nog steeds de maan, haar licht
heeft ze gestolen.

181. Haiku op haiku – Hoog spel

Wij speelden huishouden,
een kinderspel, speelden
tot de herfstavond.

(Shiki)

Wij spelen leven,
een kinderspel, anders niet.
't Wordt steeds vergeten.

182. Requiem voor Bodhidharma

Alles leeg en niets heilig, weet je nog?

Meester: Wat is volgens jou de essentie van het boeddhisme?

Leerling: Alleen maar Dit.

Meester: Nu dat weer.

Leerling: We zijn er nooit van gescheiden.

Meester: Waarvan in hemelsnaam?

Leerling: 'Ik reis in een onbegrensde wereld en elk van mijn stappen is mijn huis.'

(Zinsnede uit een gedicht van Dogen.)

Meester: Je zit anders dag en nacht te mediteren.

Leerling: Ik doel op de ultieme werkelijkheid die komt noch gaat...

Meester: Kom nou gauw.

Leerling: ... en tijd noch ruimte kent.

Meester: Ga toch heen.

Leerling: Echt heilig is wat ons bevrijdt van onze mentale constructies en...

Meester: Hoor nu eens wat je zegt.

Leerling: Wat dan?

Meester:

Echt is een mentale constructie.

Heilig is een mentale constructie.

Ons is een mentale constructie.

De ultieme werkelijkheid die komt noch gaat en tijd noch ruimte kent is een mentale constructie.

Bevrijding is een mentale constructie.

Mentale constructie is een mentale constructie.

Dat mentale constructies ons gevangen houden is een mentale constructie.

Leerling: Wat is dan de essentie van het boeddhisme?

Meester: Dat is dan de essentie van het boeddhisme.

183. Haiku op haiku – Steken tellen

Die woedende wesp,
hij stak de stenen boeddha
nog eens en nog eens.

(Bokusui)

Een bij steekt boos een
boeddhabeeld en sterft eraan,
Wie heeft het gedaan?

184. Haiku op haiku – Geheime levens

De bovenste twijg
weet van 't geheime leven
diep in de wortels.

(Shoichi)

De twijgen weten niet
van het geheime leven
diep in de wortels.

De wortels weten niet
van het geheime leven
hoog in de twijgen.

De wortels weten niet
van het geheime leven
diep in de wortels.

Wie o wie weet wat
wortels en twijgen weten
bij hoog en bij laag.

Hoofd waar een boom op groeit.

^ De wortels weten niet.

185. Inspiratiedagen met Zenmeester Hans van Dam

Wie het eerst komt die het eerst maalt.

Vier keer per maand deelt Zenmeester Hans van Dam zijn diepe inzichten en ervaringen met gewone mensen.

Na afloop mogen ze hem vragen stellen.

Tevens is er beperkt gelegenheid voor een persoonlijk onderhoud (dokusan).

Tevens is er nog beperkter gelegenheid voor een wel zeer persoonlijk onderhoud ('Transmissie en Transpiratie'), echter uitsluitend op initiatief van Zenmeester Hans van Dam.

Hans van Dam verkleed als zenmeester.

^ Zenmeester Hans van Dam van Zendo Het Lichtend Gat.

Programma

09.00: Surrogaatkoffie of -thee (zelf meenemen).

09:15: Teisho (toespraak) van Zenmeester Hans van Dam waarin hij zijn diepe inzichten en ervaringen deelt met gewone mensen.

12.15: Zazen (zitmeditatie).

12.20: Kinhin (loopmeditatie).

12.25: Vragen stellen.

12.30: Kleine lunch (zelf meenemen) of uitgebreide lunch (zelf meenemen).

Plaats: zendo Het Lichtend Gat.

(Lichtend Gat is de spirituele naam van Zenmeester Hans van Dam. De zendo is naar hem vernoemd.)

Danasuggestie: € 29,95 (€ 49,95 voor Transmissie en Transpiratie).

Bij binnenkomst testen wij of u echt bent, dus weest op tijd.

Zenmeesteres Zero

Als Zenmeester Hans van Dam wegens andere verplichtingen niet persoonlijk aanwezig kan zijn, neemt zijn rechterhond, Zenmeesteres Zero, de training over.

Zero heeft een voorkeur voor zit- en loopmeditatie, maar gehoorzaamheidstraining behoort ook tot de mogelijkheden.

Danasuggestie: € 24,95.

Doorlopende video

Als Zenmeesteres Zero wegens andere verplichtingen niet persoonlijk aanwezig kan zijn, kunt u op eigen gelegenheid gebruik maken van zendo Het Lichtend Gat.

Er worden doorlopend video's vertoond van Zenmeester Hans van Dam, waarin u kunt zien hoe hij zijn diepe inzichten en ervaringen deelt met gewone mensen.

Danasuggestie: € 19,95.

Wie is Dai Baka?

Dai Baka (Zenmeester Hans Teriyaki Van Dam) heeft in 2007 transmissie ontvangen van Zenmeester Zuetsu, de achtenveertigste opvolger van de Chinese ch'anmeester Haha (901-966), stichter van de Foe-Tsieschool.

Zenmeester Hans van Dam is Stamboekboeddhist, voorzitter van de Zonen van de Boeddha, penningmeester van de Hoeders van de Ware Dharma, vertaler van de Ellenlange Redes en auteur van onder meer Een Moordloze Moord, Willen Voelen wat je Voelt en het monumentale Pretentie en Descendentie.

186. Diepte-interview met Zenmeester Hans van Dam

Van onze Buitengewoon Onbezoldigd Correspondent J.N. ter Plaatse.

Ego Zwetsloot

'Om meteen maar met de deur in huis te vallen: wie ten diepste is Zenmeester Hans van Dam?'

'Ego Zwetsloot.'

'Wat? Wie?'

'Hebt u wat aan uw oren?'

'Ik dacht dat u Het Ware Zelf zou zeggen of zoiets.'

'Een authentieke zenmeester is altijd verrassend.'

'Is Ego Zwetsloot uw spirituele naam?'

'Nee, Ego Zwetsloot is mijn eigennaam.'

'Wie is dan Hans van Dam?'

'Hans van Dam is mijn spirituele naam. En zenmeester is mijn Ware Aard.'

Malafide

'Wie heeft u de spirituele naam Hans van Dam gegeven?'

'Iedere naam is Zelfgegeven.'

'Ik bedoel, van wie hebt u transmissie gekregen?'

'Ik bedoel, van wie heeft Gautama Boeddha transmissie gekregen?'

'Een échte zenmeester heeft dharma-overdracht gehad.'

'Een échte zenmeester staat op eigen benen.'

'Wie garandeert ons dat u bonafide bent?'

'Wie op garanties boogt is malafide.'

'Iemand moet toch uw transcendentie bevestigen?'

'Iedere vorm van transcendentie moet overstegen worden.'

Bezeten

'Wat bent u in het dagelijks leven?'

'Is er nog een ander leven?'

'Wat is uw beroep?'

'Zenmeester Hans van Dam.'

'Maar waarmee verdient u de kost?'

'Met Zenmeester Hans van Dam.'

'Dat zal geen vetpot wezen.'

'Een vetpot kan geen boeddha wezen.'

'Hebt u hobby's?'

'Zenmeester Hans van Dam.'

'U lijkt wel bezeten van Zenmeester Hans van Dam.'

'U niet minder.'

Muppets

'Is er dan niets anders dan Zenmeester Hans van Dam?'

'Toch wel.'

'Mag ik vragen wat?'

'Youtube.'

'Aha, filmpjes kijken, hoe menselijk. Waar kijkt u het liefst naar?'

'De Muppets.'

'En verder?'

'Ik kijk eigenlijk alleen maar naar de Muppets.'

'De Muppets, is dat niet een beetje passé?'

'Wat moet u dan wel niet van de Boeddha denken.'

'Met wie identificeert u zich?'

'Wat ben ik, een muppet?'

'Volgens mij identificeert u zich met Zenmeester Hans van Dam.'

'Alles liever dan interviewer voor een flutblad. Wat doe jij eigenlijk voor de kost?'

'Ik zit in het onderwijs.'

'Als je voor schoolmeester bent geboren, word je nooit een zenmeester.'

Ontwaakt

'Als u zo druk bent met Zenmeester Hans van Dam en Muppets kijken, komt u dan nog wel toe aan uw nachtrust?'

'Die heb ik niet nodig.'

'Slapen hoeft voor u niet meer?'

'Slapen hoef ik niet meer.'

'Hoe verklaart u dat?'

'Ik ben volledig Ontwaakt.'

'Ik dacht dat slapen iets lichamelijks was en Ontwaken meer iets geestelijks?'

'Alles ontstaat afhankelijk. Dat is een eeuwige wet.'

Poespas

'Draagt u altijd die rakusu? Ik heb u nog nooit zonder gezien.'

'Behalve onder de douche. Maar dat krijg jij niet te zien.'

'Is dat wel nodig, al die Japanse poespas?'

'De Japanse wijze is van A tot Z uitgekiend door Japanse wijzen.'

'Met stokjes eten heeft toch helemaal geen zin?'

'Met stokjes eten traint de aandacht. In mijn zendo eten we zelfs de soep met stokjes. Een trage geest in een traag lichaam, ziedaar de zenboeddhist in optima forma.'

'Verwart u de leer niet met de vorm?'

'Vorm is leegte, leegte is vorm.'

Leugens

'Even heel wat anders... Het gerucht gaat dat u jarenlang gelogen heeft over...'

'Roddelen en kwaadspreken zijn op geen enkele wijze te verenigen met de intentie van juist spreken.'

'Maar is het waar dat u al die jaren heeft gelogen over...'

'Ik zal je impertinente vraag beantwoorden met een wedervraag. Hoe kan iemand liegen die niet eens bestaat?'

'Verwijst u naar de doctrines van leegte en niet-zelf?'

'Hoe kan iemand die niet eens bestaat, verwijzen naar doctrines die niet eens bestaan?'

'Maar om even terug te komen op het gerucht dat u al jarenlang...'

'Is het waar dat jij al jarenlang boeddhisten interviewt zonder zelfs maar de lekengeloften te hebben afgelegd?'

'Dat kan ik niet ontkennen, maar...'

'Mag ik je dan uitnodigen om de lekengeloften te ontvangen door het bijwonen van de jukaiceremonie in Zendo Het Lichtend Gat komend najaar?'

'Is het waar, Zenmeester Van Dam, dat u tijdens dokusan, slechts gekleed in een rakusu, met een langharige vliegenkwast leerlingen van beiderlei kunne...'

'Dat is dan afgesproken.'

'Maar...'

'De plicht roept... Mijn bodhisattvagelofte, hè... Dank je wel voor dit openhartige gesprek.'

Woordenlijstje

Dharma: boeddhistische leer.

Dharma-overdracht: ritueel waarbij twee mensen die menen de leer te begrijpen elkaar daarin bevestigen.

Rakusu: slabbetje en statussymbool.

Dokusan: onderonsje van meester en leerling.

Bodhisattvagelofte: voornemen om alle voelende wezens te bevrijden.

Lekengeloften: 1. niet doden; 2. niet stelen; 3. niet seksueel misbruiken; 4. niet liegen of roddelen; 5. geen verdovende middelen gebruiken.

187. Zijn we allen zenmeesters?

Hierboven heb je twee keer kennis kunnen maken met Zenmeester Hans van Dam.

Wat vind je van hem?

Ik zal je zeggen wat ik van hem vindt.

Zenmeester Hans van Dam is een eigenwijze, hypocriete, valse en doortrapte demagoog van een leraar.

Zenmeester Hans van Dam is ook een alter ego van de persoon Hans van Dam of omgekeerd.

Ik hoop dat niemand ooit in zijn of zo'n fuik zwemt, maar die hoop is ijdel aangezien de fictieve Zenmeester Hans van Dam is samengesteld uit een tiental dubieuze leraren in het door schandalen geteisterde boeddhistische wereldje.

Ik beken: ook in mij woont zo'n type.

De enige reden dat hij geen kans krijgt om zich in het openbaar uit te leven, is dat ik hem eindelijk in de smiezen heb, maak ik mezelf graag wijs.

Ik moet er tenminste niet aan denken wie ik had kunnen worden als ik ongecontroleerd mijn gang had kunnen gaan, in een of andere oorlog, in een of andere parochie of sekte of gompa of sangha – in welke situatie ook.

'Zijn wij allen nazi's?' vroeg Hans Askenasy zich in 1978 af naar aanleiding van de roemruchte psychologische experimenten van Stanley Milgram aan de Yale University.

Hij antwoordde bevestigend.

Zijn wij allen zenmeesters?

Nu is zenmeester Hans van Dam toevallig 'zenmeester' geworden omdat de persoon Hans van Dam iets van zen af weet, maar wanpraktijken komen voor in alle boeddhistische scholen, in alle religies en in alle tradities, lijkt het wel.

Het is overal hetzelfde liedje: machtswellust, seksisme, seksueel misbruik, uitbuiting, geldklopperij, egoïsme, dikdoenerij, zelfverheerlijking, elitarisme, traditionalisme, leugenachtigheid, pedanterie, dogmatisme, fundamentalisme, indoctrinatie, intimidatie en noem maar op – alle geloften, geboden en controlemechanismen ten spijt.

Leraren, monniken, priesters van velerlei gezindte over de hele wereld kwamen en komen er langdurig of volledig mee weg.

Persoonlijk ken ik niemand die niet van kindsbeen het zaad van fascistoïde gedrag in zich meedraagt, als dit tenminste geen projectie is van een geboren fascist.

Als jij de uitzondering bent, hoor ik het graag.

188. De meester en de maagd

Soms komt nirwana ongevraagd.

Als een mens maar
Niet meer klaagt
En zijn lijden
Stil verdraagt
Komt nirwana
Ongevraagd
Sprak de meester
Tot de maagd

naakte vrouw op kussentje, met 6 losse handen die haar betasten

^ Als een mens maar niet meer klaagt, en zijn lijden stil verdraagt...

189. Meester, masturbeert u nog?

Vragen om aan je boeddhistische leraar te stellen.

Boeddhistische leraren kun je vertrouwen, zou je denken. Ze hebben allemaal de geloften afgelegd, ze zijn allemaal beëdigd, ze hebben allemaal hun begeerte overwonnen, ze hebben niets van niemand nodig, nergens ben je veiliger. Toch?

Vergeet het maar, niets is minder waar. Ook en juist bij mensen die je honderd procent meent te kunnen vertrouwen, moet je op je hoede zijn.

Geloof je me niet? Doe maar eens onderzoek naar Sogyal Rinpoche, Sakyong Mipham rinpoche, Chögyam Trungpa, Eido Roshi, Walter Nowick, Sasaki Roshi, Baker Roshi, Maezumi Roshi, Dennis Merzel, Nico Tydeman, Seung Sahn, Rients Ritskes, Noah Levine, Frank Uyttebroeck, Paul Van hooydonck, Genpo Döring, Lama Kelsang Chöpel, Mettavihari. Allemaal vertrouwenwekkende figuren die om uiteenlopende redenen in opspraak zijn geraakt.

Er is geen enkele manier om met zekerheid vast te stellen hoe betrouwbaar iemand is, wat er allemaal in hem of haar omgaat, waar hij of zij stiekem op uit is.

Kijk naar jezelf, naar je eigen geheime leven, naar alles wat anderen niet van je mogen weten, zelfs intimi niet. Dat is heel wat, nietwaar? Mensen doen zich mooier voor dan ze zijn, hoogwaardigheidsbekleders misschien nog wel het meest.

Als je wilt weten waar je met je leraar aan toe bent, moet je vragen stellen.

Mag dat niet? Heeft hij geen tijd? Is hij beledigd? Dan weet je genoeg.

Dan weet je dat je niet weet waar je met hem aan toe bent.

Durf je het niet? Dan weet je waar je met jezelf aan toe bent.

Dan weet je dat je nooit zult weten waar je met je leraar aan toe bent.

Wat je dan moet vragen? Nou, bijvoorbeeld...

Welke boeddhistische geloften hebt u afgelegd?

Hoe vaak hebt u uw geloften al gebroken?

Hoort u zichzelf graag praten?

Vind u zichzelf bijzonder?

Wanneer hebt u voor het laatst gelogen?

Wanneer hebt u voor het laatst tegen uzelf gelogen?

Hebt u al eens tegen mij gelogen?

Wat houdt u allemaal achter om niet te hoeven liegen?

Doet u zich weleens groter voor dan u bent?

Doet u zich weleens kleiner voor dan u bent?

Doet u zich weleens anders voor dan u bent?

Bepaalt u altijd zelf hoe u zich voordoet?

Bepaalt u zelf wat u wanneer tegen wie zegt?

Hebt u de waarheid in pacht?

Waar hebt u zoal spijt van?

Hebt u weleens ergens spijt van?

Bent u helemaal vrij van begeerte?

Wordt u geil als u mij of andere leerlingen ziet?

Waar valt u op?

Hoe gaat u met uw geilheid om?

Wanneer bent u voor het laatst seksueel opgewonden geweest?

Masturbeert u weleens?

Kijkt u porno?

Waar fantaseert u zoal over?

Afijn, je snapt het idee.

Succes ermee.

190. Ken jEZELf

Koning, keizer, admiraal, ezels zijn we allemaal.

Aan alle dharmaleiders, dharmalijers en dharmalijders, aan alle lama's, rinpoches, roshi's, sensei's, osho's, boeddha's, bodhisattva's, bhikkhu's, arhats, shri's, excellenties, eminenties, venerabelen, priesters en andere schijn-heiligen, aan alle onverbeterlijke schijn-heiligenvereerders, strebers naar eigenheiligheid en andere goed-gelovigen:

Ken jEZELf. Ken jEZELf, en ken de ander als jEZELf.

Meer hoef je niet te weten.

monnik kijkt in de spiegel en ziet een ezel

^ Ken jEZELf, en ken de ander als jEZELf

191. De goeroe, de mystagoog en de minnaar – het leraarschap van Nico Tydeman

Hoe de ene maan de andere wast.

Kort na het verschijnen van het meester-werk Transmissie en transcendentie kwam uit dat de auteur, Nico Niko ('breed licht') Tydeman, voorheen Nico Sojun ('authentieke dharma') Tydeman, die zichzelf in zijn boek als mystagoog afficheert, jarenlang een geheime relatie had met een van zijn leerlingen, in weerwil van beider boeddhistische geloften. Transpiratie en transcendentie, zeg maar.

Je moet het breed zien, vind ik. 'Mystiek' betekent 'geheim', dus eigenlijk was Nico Niko er heel open over. Drie leraarstypen onderscheidde hij in zijn boek: de vriend, de goeroe en de mystagoog. En een vierde, buiten de geschriften om, zoals dat gaat in zen: van hart tot hart, alleen voor ingewijden – de minnaar.

Met zijn gedrag trad Tydeman, zoals dat gaat in zen, in de voetsporen van zijn leraar Dennis Trademark Merzel, die hij als zijn goeroe ziet. Een goeroe is iemand die de dharma demonstreert door zijn gedrag, stelt Niko, en inderdaad, dat loog er niet om.

Inmiddels heeft Merzel het transcendente leraarschap van zijn navolger bekrachtigd met de titel 'roshi' en de dharmanaam Tenkei, 'hemels licht' – de ene maan wast de andere.

Inka, heet zo'n bekrachtiging in zen, een wassen zegel, 'the final seal of approval', door Nico Tenkei Tydeman bescheiden aanvaard. Heeft een hond de boeddhanatuur? 'Ik ben dankbaar voor al de jaren die ik met mijn leraar heb doorgebracht' zegt hij. 'Zonder hem was ik niet geworden die ik nu ben.'

Zelf houd ik het al drieëndertig jaar met mijn lief en niemand spreekt er schande van. Is er een betere leraar dan je minnaar? Geloften hebben we nooit gebroken omdat we ze nooit hebben afgelegd. Behalve de huwelijkse, maar die hebben we weer afgelegd, ongebroken.

Vorig jaar werd ik verliefd op een correspondente en omgekeerd. De eerste die het hoorde was Lucienne, mijn partner in crime, voor wie ik geen geheimen heb. Ze sprak er geen schande van en vond het net zo spannend als ik.

De laatste die het hoorde, ondanks mijn aandringen, was de partner van mijn correspondente. Die sprak er niet alleen schande van, hij noemde me nog een goeroe ook. Vandaar mijn vraag aan jou, wat voor leraar ben ik nou?

192. Klaas Keiken Klaassen

Leerling: Wilt u mij een spirituele naam geven?

Meester: Wou je er nog een identiteit bij?

193. Jan Anatman

Leerling: Ik wil mijn spirituele naam teruggeven.

Meester: Wou je er nog een identiteit bij?

Leerling: Ik wil voortaan naamloos door het leven.

Meester: Wou je er nog een identiteit bij?

194. Vriend, goeroe of mystagoog? Leraarstypetjes van leraar Tydeman

De lange weg naar non-dualiteit.

1. Een koan

Joke: Mag ik jou een vraag stellen?

Hans: Nee.

Joke: Waarom niet?

Hans: Daar komen alleen maar antwoorden van.

Joke: 'Het is de taak van de spirituele leraar om ons bij te staan op onze weg naar non-dualiteit', schrijft Nico Tydeman in Transmissie en Transcendentie.

Hans: God sta ons bij.

Joke: In zijn boek maakt hij onderscheid tussen drie aspecten van het spirituele leraarschap.

Hans: Ik weet er wel driehonderd.

Joke: Vriend, goeroe en mystagoog.

Hans: Scheiden doet lijden.

Joke: Wat?

Hans: Of was het nou andersom?

Joke: Lijden doet scheiden?

Hans: Wat zegt de Boeddha daar ook weer over?

Joke: Ik kan je even niet meer volgen.

Hans: Ik al heel lang niet meer.

Joke: Waar pas jij in Nico's lerarenschema?

Hans: Mooie koan.

Joke: Werk nou even mee.

Hans: Ik pas er niet in, ik sta er niet buiten, ra ra.

Joke: Je staat erboven, wou je zeggen.

Hans: Nee dank je, ik zit liever.

2. Een mens

Joke: Ben jij een vriend?

Hans: Alleen voor mijn vijanden.

Joke: En voor je vrienden?

Hans: Een vrijhand.

Joke: En voor je leerlingen?

Hans: Ik heb niet eens een leer.

Joke: Of ben je meer een goeroe.

Hans: Gewoon een ouwehoeroe.

Joke: Die de dharma demonstreert door zijn gedrag.

Hans: God sta ons bij.

Joke: Wat demonstreer jij door je gedrag?

Hans: Dat ik ben uitgedemonstreerd.

Joke: Wat als ik toch een voorbeeld aan je zou nemen?

Hans: Dan werd je wat je was en bent en blijft.

Joke: Te weten?

Hans: Een mens, een mens, een mens.

3. Een wolk van niet-weten

Joke: Geen vriend, geen goeroe, dan moet je wel een mystagoog zijn.

Hans: Een mis-agoog. Een mist-agoog. Een mist-agoochem.

Joke: Afijn.

Hans: Weet je wat ik wel zou willen zijn?

Joke: Een bloemetjesgordijn?

Hans: Ik dacht eerder aan een mistgordijn.

Joke: Het moet niet veel gekker worden.

Hans: Transparant, je kunt er dwars doorheen kijken.

Joke: Een lichte nevel.

Hans: Of anders een kleine mistbank.

Joke: Je zegt het maar, Hans.

Hans: Dan kun je gezellig naast me komen zitten.

Joke: Ik sta liever.

Hans: Verschil moet er zijn.

Joke: Juist niet.

Hans: Doe dan maar een wolk van niet-weten.

4. Een minnaar

Joke: Ben je het er tenminste mee eens dat de spirituele leraar ons bij moet staan op onze weg naar non-dualiteit?

Hans: Weg met de non-dualiteit.

Joke: Even serieus.

Hans: Ik meen het.

Joke: Wat versta jij dan onder non-dualiteit?

Hans: Transparantie. Overal dwars doorheen kijken. Ieder onderscheid doorzien. Ook het onderscheid tussen dualiteit en non-dualiteit. Ook het onderscheid tussen leraar en leerling. Ook het onderscheid tussen vriend, goeroe en mystagoog.

Joke: Oké, vergeet Nico's typologie dan maar even.

Hans: Vergeten en vergeven.

Joke: Wat voor spirituele leraar ben jij dan?

Hans: Een minnaar natuurlijk.

Joke: Wát?

Hans: Vinger in je gat.

Joke: Je kunt toch wel normaal antwoord geven?

Hans: Serieus.

5. Een afleraar

Joke: Ik wil alleen maar weten wat voor leraar jij bent.

Hans: Wat voor vader ben jij?

Joke: Ik ben een vrouw, sufferd.

Hans: Nou dan.

Joke: O, zo.

Hans: O zo.

Joke: Je probeert me al die tijd duidelijk te maken dat je geen leraar bent.

Hans: Nou dat weer.

Joke: Laat ik het dan zo stellen: als jij een spirituele leraar was, wat voor een zou je er dan zijn?

Hans: Een afleraar?

Joke: Wat doet een afleraar?

Hans: Afleren?

Joke: Wat afleren?

Hans: De leer?

Joke: Welke leer?

Hans: Elke leer?

Joke: Waar is dat goed voor?

Hans: Is het ergens goed voor?

Joke: Is het nergens goed voor?

Hans: Wat heet goed?

Joke: Wie zit er nou te wachten op een afleraar?

Hans: Een afleerling?

Joke: Vanwaar al die vraagtekens?

Hans: Vanwege dat afleren?

Joke: Ik geloof niet dat ik er gevoelig voor ben.

Hans: Dat had ik ook niet verwacht.

Joke: Waarom niet?

Hans: Ik moet de eerste afleerling nog tegenkomen.

Joke: Jij bent een afleraar zonder afleerlingen.

Hans: Als je er maar geen type van maakt.

6. Een boekhouder

Joke: Wat heb jij toch tegen typologieën?

Hans: Ik heb niets tegen typologieën.

Joke: Wat is dan het probleem?

Hans: De manier waarop ze gebruikt worden.

Joke: Bijvoorbeeld?

Hans: Om jezelf heilig te verklaren.

Joke: 'Vriend, goeroe en mystagoog.'

Hans: Klinkt toch een beetje zelfingenomen.

Joke: Wat stel je voor?

Hans: Toneelspeler, profiteur en narcist.

Joke: Dat is weer het andere uiterste.

Hans: Het brengt de boel weer in balans.

7. Een schrijver

Joke: Ik vraag het nog één keer: voel jij je eerder een goeroe, een vriend of een mystagoog?

Hans: Een schrijver dan maar.

Joke: Wat is het doel van jouw schrijverschap?

Hans: Alle doelen van me afschrijven.

Joke: Ik dacht dat je getuigen zou zeggen.

Hans: Waarvan?

Joke: Tja.

Hans: Hoe raad je het.

Joke: Kan een getuigenis niet tevens leerzaam zijn?

Hans: En wat dan nog?

Joke: Dan zou je als getuige tevens leraar kunnen zijn.

Hans: Het zal me worst wezen.

Joke: Hansworst.

Hans: Knakworst.

8. Een schriftgeleerde

Joke: Ik kan je kennelijk niet overhalen om jezelf te typeren.

Hans: Jawel hoor.

Joke: Wat dan?

Hans: Een schriftgeleerde.

Joke: Die heeft helaas geen plek gekregen in Nico's typologie.

Hans: Wat dacht je dan.

Joke: Hoezo?

Hans: In zen gaat alles buiten de geschriften om.

Joke: Maar jij bent een schriftgeleerde?

Hans: De beste die er is.

Joke: Wat is jouw specialiteit?

Hans: De lege schrift.

Joke: Hè?

Hans: Maar daar weet ik dan ook alles van.

Joke: Van jou word je ook niks wijzer.

Hans: Een ander woord voor non-dualiteit.

195. De transmissionaris en de transcendentaris

1. De transmissionaris en de transcendentaris

Menno: Aan hoeveel mensen heb jij transmissie verleend?

Hans: Wat ben ik, een transmissionaris?

Menno: Een wat?

Hans: Een functionaris in een religieuze organisatie belast met het toekennen, uitdelen, administreren en controleren van spirituele statussymbolen.

Menno: Zoals?

Hans: Diploma's, certificaten, stambomen, zegels, medailles, strepen, lintjes, gewaden, sjerpen, slabbetjes, hoedjes, namen, titels, functies, onkostenvergoedingen, emolumenten, privéleges en andere parafernalia om de ware mens zonder rang of stand te onderscheiden van het klootjesvolk.

Menno: Ik wist niet dat zo iemand een transmissionaris heet.

Hans: Het is zijn missie om in naam der non-dualiteit onderscheid te maken en onderscheidingen uit te delen of te onthouden aan de transcendentaris.

Menno: Transcendentaris?

Hans: Een aspirant notabele. Iemand die meent overal bovenuit gestegen te zijn en daarvoor erkenning zoekt.

2. De lege club

Menno: Jij bent geen transmissionaris?

Hans: Natuurlijk niet.

Menno: Waarom niet?

Hans: Daarvoor zou ik eerst de nodige titels en rechten moeten verwerven.

Menno: Want die heb jij niet?

Hans: Natuurlijk niet.

Menno: Waarom niet?

Hans: Daarvoor zou ik eerst lid moeten worden van een religieuze organisatie.

Menno: Want dat ben jij niet?

Hans: Officieel niet.

Menno: En officieus?

Hans: Ben ik lid van de religieuze organisatie van mensen die geen lid zijn van een religieuze organisatie.

Menno: Hoe heet die club?

Hans: De lege club.

Menno: Wat propageert de lege club?

Hans: De lege leer.

Menno: Hoe onderscheiden lege clubleden zich?

Hans: Door zich niet te onderscheiden.

Menno: Alle varkens zijn gelijk.

Hans: Ook niet door gelijkheid.

Menno: Streng hoor.

Hans: Juist niet.

Menno: Is het niet gewoon de kift?

Hans: Ik gun iedere transcendentaris zijn onderscheidingstekens.

Menno: Maar?

Hans: Voor elke prijs betaal je een prijs.

Menno: En zonder onderscheidingstekens?

Hans: Ben je vogelvrij.

Menno: Dan mag iedereen je afschieten.

Hans: Dan schiet je overal tussendoor.

Menno: Volgens Linji moeten we op eigen benen leren staan.

Hans: Dus ook niet op die van Linji.

3. Personificaties

Menno: Eigenlijk wilde ik alleen maar weten of jij ooit iemands niet-weten hebt erkend.

Hans: Zeg dat dan meteen.

Menno: En?

Hans: Wat valt er te erkennen aan niet-weten?

Menno: Dat die succesvol doorgegeven en geïntegreerd is?

Hans: Wat valt er door te geven en te integreren aan een lege leer?

Menno: Dus jij hebt nog nooit iemands niet-weten erkend?

Hans: Ik heb niet eens mijn eigen niet-weten erkend.

Menno: Hè?

Hans: Het is niet mijn zoon en ik ben niet zijn vader.

Menno: Het niet-weten heeft jouw erkend, wou je zeggen.

Hans: Het is niet mijn vader en ik ben niet zijn zoon.

Menno: Herkend, dan?

Hans: Schei toch uit met die personificaties.

Menno: Je erkent alleen het niet-weten als zodanig, niet in relatie tot jezelf.

Hans: Ik erken of ontken niets, dus ook geen weten of niet-weten, absoluut of relatief.

Menno: Waarom niet?

Hans: Je kunt net zo goed vragen waarom wel.

Menno: Waarom wel?

Hans: Daarvoor zou ik toch eerst mezelf moeten erkennen.

Menno: Waarom?

Hans: Iemand moet toch het erkennen of ontkennen voor zijn rekening nemen.

Menno: En dat doe jij niet?

Hans: Mij niet gezien.

Menno: Bedoel je dat het ik niet echt is?

Hans: Daarmee zou ik mezelf ontkennen.

Menno: En dat doe jij niet?

Hans: Mij niet gezien.

Menno: Maar de persoon is toch een illusie?

Hans: In tegenstelling tot?

Menno: Het ware zelf, zou ik zeggen.

Hans: Dan zou ik toch eerst het ware zelf moeten erkennen.

Menno: En dat doe jij niet?

Hans: Mij niet gezien.

Menno: Verwijs je nu naar niet-zelf?

Hans: Ik erken of ontken niets, dit ook niet, laat staan mezelf, het zelf of niet-zelf.

4. Een wijze van spreken

Menno: Het zijn allemaal illusies.

Hans: Dat zeg jij.

Menno: Wat zeg jij?

Hans: Wie kent het verschil tussen illusie en werkelijkheid?

Menno: Bedoel je dat je geen onderscheid meer weet te maken?

Hans: Waartussen?

Menno: Tussen al deze zaken. Tussen jezelf, het zelf en niet-zelf. Tussen illusie en werkelijkheid. Tussen weten en niet-weten.

Hans: Eerst maar eens vaststellen of het wel zaken zijn.

Menno: In plaats van?

Hans: Gedachten, ideeën, woorden, wanen.

Menno: Bedoel je dat er misschien helemaal geen niet-weten is?

Hans: Misschien niet in de zin die jij eraan geeft.

Menno: Welke zin geef ik eraan?

Hans: Die van een toestand, een vermogen, een kunst, een prestatie. Iets spiritueels. Iets moois. Iets om je mee te onderscheiden. Iets om erkenning voor te krijgen.

Menno: Toch komt jouw niet-weten op mij authentiek over.

Hans: Weet jij veel wat voor spelletje ik speel.

Menno: Al was het maar omdat jij zelfs je eigen niet-weten weigert te erkennen.

Hans: Ik weiger het zelfs te ontkennen.

Menno: Maar kun jij op een of andere manier zien of voelen of anderszins vaststellen of iemands niet-weten echt is?

Hans: Vaststellen is weten.

Menno: Ik bedoel, denk jij dat ik de lege leer heb gerealiseerd?

Hans: Natuurlijk niet.

Menno: Waarom niet?

Hans: De lege leer bestaat niet. Het is een wijze van spreken.

Menno: Welke wijze van spreken?

Hans: Deze wijze van spreken.

Menno: Geen erkenning dus?

Hans: Wat ben ik, een transmissionaris?

196. Transmissie en ascendentie

Meester Zero zegt:

Wie eindelijk begrijpt dat hij niets begrijpt, heeft toch weer iets begrepen. Nog even volhouden dus, maar wat?

Hij zegt ook:

Niet begrijpen is geen hogere vorm van begrijpen. Wie alles wil overstijgen moet in een vliegtuig stappen.

Zero (Japans vliegtuigtype voor kamikazepiloten) die recht omhoog vliegt, eronder zie je een tempeldak.

^ Wie alles wil overstijgen moet in een vliegtuig stappen.

197. Transmissie en descendentie

De laatste vlucht.

Meester Zero zegt:

Op een zafu is nog nooit iemand opgestegen.

Wie diep wil vallen moet hoog vliegen.

Je Zero al voor je klaar.

Brevet overbodig.

Banzai!

Zero (Japans vliegtuigtype voor kamikazepiloten) die op het punt staat zich in een tempeldak te boren.

^ Wie diep wil vallen moet hoog vliegen.

198. Acht ego's die het ego hebben overwonnen

Waarom meesters zich nooit laten kennen.

Roept de eerste meester: Uitslovers! Ik ben de enige hier die het ego heeft overwonnen!

Roept de tweede: Uitslovers! Ik ben de enige hier die toe durft te geven dat het hem niet is gelukt!

Roept de derde: Uitslovers! Ik ben de enige hier die inziet dat het ego niet bestaat!

Roept de vierde: Uitslovers! Ik ben de enige hier die inziet dat hij zelf niet bestaat!

Roept de vijfde: Uitslovers! Ik ben de enige hier die niet zo nodig de enige hoeft te zijn!

Roept de zesde: Uitslovers! Ik ben de enige hier die durft toe te geven dat hij niets durft toe te geven!

Roept de zevende: Uitslovers! Ik ben de enige hier die zijn mond weet te houden!

Denkt de achtste: Uitslovers! Ik ben de enige hier die zijn mond weet mond te houden!

199. Zen is een levende geest

De kringloop van geboorte en dood.

Leven

'Wat is overgeleverde zen?'

'Een dode letter.'

'Wat is levende zen?'

'Letters doden.'

'Wat als je alle letters hebt gedood?'

'Dan heb je een levende geest.'

Dood

'Wat als je een levende geest hebt?'

'Lesgeven. Leerboeken schrijven.'

'Wat als je lesgeeft en leerboeken schrijft?'

'Dode letters.'

'Wat als je dode letters nalaat?'

'Overgeleverde zen.'

200. E.G.O. – Even God Overtreffen

Gisboeddhisme: letterwoorden voor letterlijken.

Letterzen is een vorm van gisboeddhisme gebaseerd op overgeleverde acroniemen (letterwoorden) waarvan de oorspronkelijke betekenis geheel verloren is gegaan.

Letterzen kent twee vormen van beoefening. Inzichtmeditatie zoekt naar de oorspronkelijke betekenis van een letterwoord. Hartmeditatie streeft naar eenwording met een letterwoord.

Het belangrijkste acroniem van letterzen, overgeleverd in een ononderbroken lijn van hart tot hart of, in dit geval, van borst tot borst, is E.G.O. Bij borstmeditatie op E.G.O. worden veertien cupmaten of graden van eenwording onderscheiden: AA, A, B, C, D, DD, E, F, G, H, I, J, K en L. Wie het hoogste stadium heeft bereikt (L), mag de titel acronymus voeren en een goudbrokaten slab (rakusu) op de borst dragen met daarop een acroniem naar keuze of de eigen initialen, meestal het laatste.

Schrijver dezes (t.z.t. H.v.D.) heeft tijdens jarenlange inzichtsmeditaties op E.G.O. de volgende vier edele ingevingen gehad:

1. Even God Overtreffen

2. Enorm Grote Oen

3. Een Grauwe Overjas

4. Echt Grote Onzin

Twee van de vier zijn inmiddels bona fide verklaard door Hare Excellentie Acro F.P. de Negenzestigste, voorheen Fietje Piep. Welke, dat mag hij niet verklappen, ook niet met één hand.

Een van zijn vier edele ingevingen heeft hij geadopteerd als zijn spirituele naam. Daarmee begroet hij zichzelf iedere ochtend in de spiegel. Hoe zou jij jezelf graag begroeten?

201. Ben jij een boeddha? Doe de spiegeltest!

Wat zie je als je in de spiegel kijkt?

Meester Zero zegt:

Zeg me wat je in de spiegel ziet en ik zeg je wat je bent.

1. Wat je in de spiegel ziet

Zie je een boeddha? Volgende keer beter. Je mag de spiegeltest zo vaak doen als je wilt.

Zie je een mens? Volgende keer beter. Je mag de spiegeltest zo vaak doen als je wilt.

Zie je een spiegel? Volgende keer beter. Je mag de spiegeltest zo vaak doen als je wilt.

2. Wat je bent

Een mens is iemand die een boeddha ziet als hij in de spiegel kijkt.

Een bodhisattva is iemand die een mens ziet als hij in de spiegel kijkt.

Een boeddha is iemand die een spiegel ziet als hij in de spiegel kijkt.

Een spiegel is iets dat nergens boeddha's, bodhisattva's, mensen of spiegels ziet.

Spiegel, mens, bodhisattva of boeddha – wat ben jij?

Boeddha, bodhisattva, mens of spiegel – wat wil je zijn?

Mager mannetje dat in de spiegel een dikke boeddha ziet.

^ Een mens is iemand die een boeddha ziet als hij in de spiegel kijkt.

202. Maakt het boeddhisme echt een einde aan begeerte en onwetendheid?

Waarom Gautama veel te vroeg gestorven is.

Ben ik al boeddha
of toch nog een mens,
vroeg onze Boeddha
bezorgd aan zijn pens.

dikke naakte boeddha kijkt verbaasd naar zijn dikke buik,

^ Boeddha Obesitas.

203. Trainen voor langere benen

Naakt mannetje met een rakusu en ontzettend lange benen.

^ Trainen voor langere benen.

Beste Hans van Dam,

In antwoord op je vraag naar het doel van onze zentraining kan ik je meedelen dat dit achtvoudig is:

1. Zien dat je er volledig mag zijn zoals je bent.

2. Werkelijk kunnen zijn waar je bent.

3. Kunnen doen wat je werkelijk te doen hebt.

4. Liefdevoller worden naar jezelf en anderen.

5. Meer openheid ontwikkelen.

6. Meer in de flow zijn.

7. Je doelmatigheid versterken.

8. Je meer in verbinding voelen met jezelf en je omgeving.

Als je nog meer vragen hebt hoor ik het graag, en anders ben je van harte welkom voor een gratis proefles.

Beste Zenji,

Een achtvoudige doel, fantastisch zeg. Jullie gaan echt met je tijd mee. In sommige zenscholen jammeren ze nog steeds dat iedere spirituele ambitie tot op de draad moet verslijten. En denk maar niet dat je daarom korting krijgt.

Voor ik mij definitief aan uw sangha verblind heb ik nog een achtvoudige vraag:

1. Ik hoef van mezelf niet volledig te mogen zijn zoals ik ben.

2. Ik hoef van mezelf niet werkelijk te zijn waar ik ben.

3. Ik weet niet wat ik werkelijk te doen heb.

4. Ik hoef van mezelf niet liefdevoller te worden.

5. Ik sta open voor mijn eigen en andermans geslotenheid.

6. Flow komt en gaat, en daarin vloei ik vanzelf mee.

7. Ik gedij bij ondoelmatigheid.

8. Ik kan mezelf en mijn omgeving niet uit elkaar houden.

Is daar ruimte of kan ik maar beter mijn eigen zenschool beginnen?

Achtvoudige groeten,

Hans van Dam

Mannetje dat zwaait met een hand met 8 vingers.

^ Achtvoudige groeten.

204. Zen is een botte bijl

Fijnslijperij of grofsloperij?

'Wat is zen?'

'Een botte bijl.'

'Ik dacht dat zen een tweesnijdend zwaard was.'

'Natuurlijk niet.'

'Waarom niet?'

'Dan ben je alleen nog maar aan het slijpen.'

'Jij slaat er gewoon op los.'

'Ik sla gewoon alles los.'

'Wat blijft er dan nog over?'

'Een botte bijl?'

'Geen zen?'

'Geen spoor.'

'Wat is geen zen?'

'Zen.'

205. Het laatste woord van zen

Beste Hans,

Volgens jou is niet-weten het laatste woord van zen. Volgens mijn zenleraar is mededogen het laatste woord van zen. Wie heeft er gelijk?

Beste Eline,

Als je denkt dat niet-weten het laatste woord van zen is, zit je daarin vast. Als je denkt dat mededogen het laatste woord van zen is, zit je daarin vast.

Eline: Bedoel je dat zen geen laatste woord heeft?

Hans: Als je denkt dat zen een laatste woord heeft, ga je ernaar op zoek en zit je daarin vast. Als je denkt dat zen geen laatste woord heeft, stop je met zoeken en zit je daarin vast.

Eline: Maar heeft mijn zenleraar nu gelijk of niet?

Hans: Als je denkt dat je zenleraar gelijk heeft, zit je daarin vast. Als je denkt dat je zenleraar ongelijk heeft, zit je daarin vast.

Eline: Misschien is mijn zenleraar wel voorbij gelijk en ongelijk.

Hans: Mijn zenleraar dit, mijn zenleraar dat.

Eline: Bedoel je dat een zenleraar geen zin heeft?

Hans: Als je denkt dat een zenleraar zin heeft, ben je zijn leerling en zit je daarin vast. Als je denkt dat een zenleraar geen zin heeft, sta je er alleen voor en zit je daarin vast.

Eline: Loslaten is het devies.

Hans: Dan zit je daarin vast.

Eline: Misschien is zen wel het laatste woord.

Hans: Ik heb er nog nooit van gehoord.

206. Het RampBoeddhisme van Glaswerk B.V.

Boek snel want op=op!

30 november

Ook dit jaar organiseren de RampBoeddhisten weer een Turn The Year Around Bearing Witness Sesshin in Nederland.

Lag vorig jaar het accent op slachtoffers van zinvol geweld, dit jaar richten we ons op vuurwerkslachtoffers.

We vertrekken op oudejaarsavond om 22:00 uur vanaf het Amstelstation te Amsterdam en zullen per luxe touringcar in drie dagen de EHBO-posten aandoen van alle grote ziekenhuizen in Nederland.

Boek snel want op=op!

5 december

Helaas is Vuurwerkslachtoffers Kijken alweer volgeboekt. Wel zijn er nog enkele plaatsen vrij voor Kruizen Kijken, onze cyclus van acht bedevaarten naar Jeruzalem in acht opeenvolgende jaren ter herdenking van de daders en slachtoffers van de eerste acht kruistochten in de middeleeuwen en ter promotie van innerlijke, nationale, internationale, interplanetaire en kosmische vrede.

1. Eerste Kruistocht (1096–1099).

2. Tweede Kruistocht (1147–1149).

3. Derde Kruistocht (1189–1192).

4. Vierde Kruistocht (1202–1204).

5. Vijfde Kruistocht (1213–1221).

6. Zesde Kruistocht (1228–1229).

7. Zevende Kruistocht (1248–1254).

8. Achtste Kruistocht (1270).

Exacte data en routes worden zo spoedig mogelijk bekendgemaakt.

Boek snel want op=op!

8 december

Enthousiaste Boeddhisten gezocht voor de gevangenis.

207. Zen voor volgelingen

Een vinger op de zere plek.

Meester Zero zegt:

Zen is uit de hand eten.

Niet-weten is uit de hand lopen.

Aan jou de keus.

208. Zen is buigen tot je barst

Meester Zero zegt:

Zen is je benen buigen.

Niet-weten is je geest strekken.

Als je je benen buigt krijg je zere knieën.

Als je je geest strekt hoef je nooit meer te buigen.

Niet voor de Boeddha.

Niet voor de Dharma.

Niet voor de Sangha.

Dan sta je nergens meer voor.

Aan jou de keus.

209. Soefisme, zen of niet-weten?

Vrij, vrijer, vrijst.

Meester Zero zegt:

Soefisme is rondjes draaien.

Zen is rondjes lopen.

Niet-weten is met molentjes lopen.

Aan jou de keus.

210. Laat je door niemand iets wijsmaken, dit ook niet

De laatste toetssteen.

Beste Hans,

Jouw dwaalteksten doen me denken aan mijn favoriete koan uit de Poortloze Poort. Ik heb het over nummer twaalf, waarin meester Zuigan zichzelf iedere morgen bij het ontwaken (!) aanspoort om zich door niemand iets te laten wijsmaken:

"Zuigan riep elke dag tegen zichzelf uit: Meester. Vervolgens antwoordde hij zichzelf: Ja, heer. En daarna voegde hij er aan toe: Matig u. Opnieuw antwoordde hij: Ja, heer. En als u zover bent, ging hij verder, laat u niet door anderen bedriegen. Ja, heer; ja, heer, antwoordde hij."

(uit Zen-zin, Zen-onzin, Paul Reps, 1972)

Een mens moet alert blijven want de mind is er altijd op uit om je te bedotten met weer een mooie gedachte.

Beste X,

Probeer jij mij iets wijs te maken?

X: Leukerd.

H: Heeft meester Zuigan of degene die die koan heeft opgetekend of degene die hem uit zijn duim heeft gezogen jou iets wijs weten te maken?

X: Als je het zo wilt stellen, ja. Hij heeft me weten wijs te maken dat ik mij door niemand iets wijs moet laten maken. Mij lijkt dat opperste wijsheid, vandaar dat ik hiervoor een uitzondering maak. Anders kun je wel ophouden.

H: Volgens mij heb jij je onder meer het volgende laten wijsmaken:

1. Dat je je door niemand iets moet laten wijsmaken;

2. Dat je daadwerkelijk kunt voorkomen dat iemand je iets wijsmaakt;

3. Dat je dat kunt voorkomen door de hele dag alert te blijven;

4. Dat het mogelijk is de hele dag alert te blijven;

5. Dat je beter af bent wanneer je je door niemand iets laat wijsmaken;

6. Dat de nadelen van zo'n houding opwegen tegen de voordelen.

Geloof je dat werkelijk?

Heb je het zelf onderzocht of neem je het op gezag aan?

Denk je echt dat je wel kunt ophouden als je geen uitzondering maakt op de gedachte dat je je door niemand iets moet laten wijsmaken?

Is er wel zoiets als een mind of is dat ook maar een gedachte?

Als je inderdaad een mind hebt, is die er dan werkelijk steeds op uit om je te bedotten met mooie gedachten, of is dat ook maar een gedachte?

X: Ik laat me door jou niet gek maken.

H: Natuurlijk niet, je maakt jezelf gek, met andermans gedachten of je eigen. Of misschien wel met deze.

X: De ware betekenis van de koan over Zuigan is volgens mij dat je niemand moet geloven. Dat je alleen op jezelf kunt bouwen. Dat je alleen naar je innerlijke goeroe moet luisteren en naar niemand anders. De Hoogste Wijsheid zit in jezelf. Jij bent de eerste, de laatste en de enige toetssteen.

H: Zie je wel? Jij maakt jezelf gek met de gedachten dat je niemand moet geloven, dat je alleen op jezelf kunt bouwen, dat er een zelf is waarop je kunt bouwen, dat er een innerlijke goeroe is waar je naar moet luisteren, dat er zoiets is als de hoogste wijsheid en dat die in jezelf zit, dat er iets te toetsen valt en dat jij de eerste en laatste toetssteen bent, dat dit de ware betekenis is van de koan over Zuigan. Hoe weet je dat allemaal zo zeker?

X: Doordat ik het iedere dag tegen mezelf zeg?

H: Iedere ochtend zegt Meester Zuetsu tegen zichzelf: 'Laat je door niemand iets wijsmaken hè.' 'Nee meester.' 'Ook niet door jezelf.' 'Nee meester.' 'Ook niet dat je jezelf door niemand iets moet laten wijsmaken.' 'Nee meester.' 'Ja, wat zeg ik nu.' 'Ja meester.'

211. Waar ik in geloof

'Waar geloof jij in, Hans?'

'In niet geloven.'

'Wat niet geloven?'

'Je gedachten niet geloven.'

'Meen je dat nu?'

'Ik geloof het niet.'

'Waarom zeg je het dan?'

'Omdat het zo is.'

212. Metta of zonda?

Boeddha tussen spiegel en beeld.

'Wat ben jij een dwarskont, Hans. Een beetje meer metta zou echt geen kwaad kunnen.'

'Wat kan ik zeggen? Ik ben geen pamper. Er wordt hier niet geluierd.'

'Bodhisattva's zijn zachte heelmeesters.'

'Zachte heelmeesters zijn stinkende wonden.'

'Een echte boeddha is naar mijn mening warm en ontvankelijk.'

'Meningen zijn naar mijn mening koud en onhebbelijk.'

'Haha, dat was een mening.'

'Haha, het was een spiegel.'

'Wat is naar jouw mening een echte boeddha?'

'Zijn er volgens jou onechte boeddha's?'

'Ben jij volgens jou een boeddha?'

'Denk jij dat er boeddha's zijn?'

'Verwijs je naar de leegte?'

'Denk jij dat er leegte is?'

'Zie je wel dat je een dwarskont bent?'

'Een beetje meer metta zou echt geen kwaad kunnen.'

213. Meester is een ander woord voor leerling

Hoe je je bevrijdt van beide.

1. Wie zich meester laat noemen is geen meester

'Wat is een meester?'

'Vraag maar aan je meester.'

'Wat is geen meester?'

'Iemand die zich meester laat noemen.'

'Wat is een leerling?'

'Iemand die zich leerling laat noemen.'

'Iemand die zich meester laat noemen is geen meester maar iemand die zich leerling laat noemen is wel een leerling?'

'Iemand die zich meester laat noemen ook.'

'Iemand die zich meester laat noemen is een leerling en iemand die zich leerling laat noemen ook?'

'Hoe bedenk je het.'

'Wat is dan het verschil?'

'Dat zou ik ook weleens willen weten.'

'Hoe noem je iemand die zich meester noch leerling laat noemen?'

'Vrij.'

2. Wie zich de verhevene laat noemen is diep gezonken.

'Wat is iemand die zich roshi laat noemen?'

'Geen roshi.'

'En iemand die zich rimpoche laat noemen?'

'Geen rimpoche.'

'En iemand die zich Dalai Lama laat noemen?'

'Geen lama.'

'Omdat hij zich Dalai Lama laat noemen?'

'En Zijne Heiligheid. En Zijne Eminentie.'

'Wat is iemand die zich de Verhevene laat noemen?'

'Die is diep gezonken.'

'De Verhevene is een van de aanspreekvormen van de Boeddha.'

'Had hij maar geen leraar moeten worden.'

'Hoe noem je iemand die geen titel draagt?'

'Vrij.'

3. Wie weigert zich meester te laten noemen is geen meester.

'Wat is iemand die weigert zich meester te laten noemen?'

'Geen meester.'

'Iemand die zich meester laat noemen is geen meester en iemand die weigert zich meester te laten noemen is ook geen meester?'

'Wat maakt het uit hoe ze je noemen.'

'Iemand die zich er druk om maakt is geen meester?'

'Waar maak je je druk over.'

'En iemand die zich er niet druk om maakt?'

'Die zal het worst wezen.'

'En als het hem toch uitmaakt?'

'Dan zal dat hem worst wezen.'

'Hoe noem je iemand die het niet uitmaakt of het hem uitmaakt?'

'Vrij.'

214. De oude meester

Elf uitspraken over de wijze voorbij alle wijsheid.

De oude meester.

Hij doet niet.

Hij leert niet.

Hij weet niet.

Hij stuurt niet.

Hij oefent niet.

Hij verlost niet.

Hij verklaart niet.

Hij spreekt niet.

Hij zwijgt niet.

Hij is niet oud.

Hij is geen meester.

De oude meester.

215. Zen is een weg zonder wijzers of onderwijzers

Meesterschap van een nul.

Meester Zero zegt:

1

Sinds ik niemand meer de les lees, leest niemand mij meer de les.

Sinds ik niemand meer de weg wijs, wijst niemand mij meer de weg.

Sinds ik niemand meer achterna loop, loopt niemand mij meer achterna.

Sinds ik me met niemand meer bemoei, bemoeit niemand zich meer met mij.

Sinds ik niemand meer wil veranderen, wil niemand mij meer veranderen.

Sinds ik voor niemand meer buig, buigt niemand meer voor mij.

Sinds ik iedereen met rust laat, heb ik rust.

2

Waarom ik niemand de les meer lees? Omdat ik geen leer meer heb.

Waarom ik niemand de weg meer wijs? Omdat ik de weg niet meer weet.

Waarom ik niemand meer achterna loop? Omdat ik niet meer weet wie ik achterna moet lopen.

Waarom ik me met niemand meer bemoei? Omdat ik niet meer weet wat goed voor ze is.

Waarom ik niemand meer wil veranderen? Omdat ik niet meer weet wat er mis is.

Waarom ik voor niemand meer buig? Omdat ik niet meer weet waarom.

Waarom ik iedereen met rust laat? Omdat ik niet meer weet.

Of jij dat ook moet doen? Ik zou het echt niet weten.

216. Wat je minstens moet weten van de leegte

'Wat weet jij eigenlijk van de leegte, Hans?'

'Minder dan wie ook.'

'Dat lijkt me geen aanbeveling.'

'Integendeel.'

217. De essentie van het boeddhisme

Hoe je ontsnapt aan de leegte.

'Wat is de essentie van het boeddhisme?'

'De dharma natuurlijk.'

'Wat is de essentie van de dharma?'

'Leegte natuurlijk.'

'Wat is de essentie van leegte?'

'Leegte natuurlijk.'

'De leegte is zelf leeg?'

'Als alles leeg is wel.'

'En als niet alles leeg is?'

'Dan helemaal.'

'Ja, is alles nu leeg of niet?'

'Ja, dat is nu de essentie van het boeddhisme.'

218. Het toppunt van boeddhisme is het einde van je boeddhisme

Waarom je de dharma niet kunt hebben of kwijtraken.

'Wat is het toppunt van boeddhisme?'

'De dharma begrijpen.'

'Wat is de dharma begrijpen?'

'De dharma doorzien.'

'Wat is de dharma doorzien?'

'De dharma loslaten.'

'Wat is de dharma loslaten?'

'Het einde van je boeddhisme.'

'Wat is het einde van je boeddhisme?'

'Het toppunt van boeddhisme.'

'Wat is het toppunt van boeddhisme?'

219. Zen is een berg van een gat

Met je derde oog kijk je er zo doorheen.

De dharma begrijpen is de dharma doorzien. Zelf had ik de dharma al doorzien voor ik hem begreep – al voor ik er kennis mee had gemaakt. Je kunt ook zeggen dat ik hem nooit begrepen heb, dat komt op hetzelfde neer. Je kunt ook zeggen dat begrijpen niet de weg is, dat komt op hetzelfde neer. Voor boeddhelebonte mensen is dit vloeken in de tempel, voor mij is de tempel de plaats waar je leert vloeken.

Beginners willen de boeddhistische berg beklimmen en dat valt vies tegen, gevorderden willen de boeddhistische berg afdalen en dat valt vies tegen. Ikzelf liep er altijd in een wijde boog omheen, dat viel wel mee. Nu ik wat ouder wordt, en minder goed ter been, boor ik er dwars doorheen. Kriskras in alle richtingen, hoe meer doorgangen hoe beter. Want een berg zonder tunnels is als een vorm zonder leegte.

Omdat ik me nooit op de dharma verlaten heb, heb ik hem nooit hoeven verlaten. Voor een agnost als ik is het doden van de Boeddha daarom niet meer dan een steekspel met een stropop. Gelukkig maar, een traditie de rug toekeren schijnt een traumatische ervaring zijn. Jezelf bevrijden van andermans bevrijdingsleer, ga er maar aan staan.

Om te kunnen publiceren over het boeddhisme heb ik me erin moeten verdiepen. Ook een traumatische ervaring, maar gelukkig heb ik er helaas niets aan overgehouden of omgekeerd. Anatman, prajna paramita, pratitya-samutpada, sunyata, noemen boeddhisten dat 'niets' geloof ik, of moet ik zeggen, dat 'niets geloof ik' – dan lijkt het nog iets.

Niets is wat het lijkt, ook het boeddhisme niet, maar met je derde oog kijk je er zo doorheen. Als je maar durft.

220. De stoffige spiegel van Huineng

Gekken en dwazen schrijven hun wijsheid op muren en glazen.

1

Leerling: Wat is de centrale gedachte van het boeddhisme?

Meester: Gedachten zijn stof op de spiegel van de geest. Het gaat er niet om de juiste gedachten te koesteren. Je hoeft alleen maar de spiegel schoon te houden.

2

Meester: Wat is de centrale gedachte van het boeddhisme?

Leerling: Gedachten zijn stof op de spiegel van de geest. Het gaat er niet om de juiste gedachten te koesteren. Je hoeft alleen maar de spiegel schoon te houden.

Meester: Is er wel zoiets als de geest, of is dat ook maar een gedachte? Als alles leeg is, dan ook de geest. Waaraan zou de stof zich moeten hechten?

3

Meester: Gedachten zijn stof op de spiegel van de geest. Hoe hou je de spiegel van de geest schoon?

Leerling: Is er wel zoiets als de geest, of is dat ook maar een gedachte? Als alles leeg is, dan ook de geest. Waaraan zou de stof zich moeten hechten?

Meester: Als alles leeg is, dan ook de leegte. Dan valt er niets meer te zeggen.

4

Meester: Wat is de centrale gedachte van het boeddhisme?

Leerling: Als alles leeg is, dan ook de leegte. Dan valt er niets meer te zeggen.

Meester: Waarom doe je het dan toch?

Leerling: Omdat dit de centrale gedachte van het boeddhisme is.

Meester: Gedachten zijn stof op de spiegel van de geest. Het gaat er niet om de juiste gedachten te koesteren. Je hoeft alleen maar de spiegel schoon te houden.

221. Zen in spiegelbeeld

Het absolute nulpunt van Meester Zero

Leerling: Wat is de centrale gedachte van het boeddhisme?

Meester: Wat de centrale gedachte van het boeddhisme is.

Leerling: Wat is er centraal aan de gedachte wat de centrale gedachte van het boeddhisme is?

Meester: Dat iedereen zich afvraagt wat de centrale gedachte van het boeddhisme is.

Leerling: En wat is het antwoord?

Meester: En dat is het antwoord.

Leerling: Het boeddhisme zal toch wel een centrale gedachte hebben?

Meester: Dat is de centrale gedachte van het boeddhisme.

Leerling: Hoeveel centrale gedachten telt het boeddhisme wel niet?

Meester: Dat is de centrale gedachte van het boeddhisme.

Leerling: Wat is de centrale centrale gedachte van het boeddhisme?

Meester: Wat de centrale gedachte van het boeddhisme is.

222. Een rare vraag voor een boeddhist

En een raar antwoord voor een boeddhist.

'Wat is volgens de essentie van het boeddhisme?'

'Rare vraag voor een boeddhist.'

'Volgens mij is sunyata de essentie van het boeddhisme.'

'Raar antwoord voor een boeddhist.'

'Vanwege die essentie zeker?'

'Om over sunyata nog maar te zwijgen.'

'Omdat sunyata zelf sunyata is, zeker?'

'Zeker.'

'Sunyata-sunyata.'

'Raar woord voor een boeddhist.'

'Omdat sunyata-sunyata ook weer sunyata is, zeker?'

'Zeker.'

'Sunyata-sunyata-sunyata.'

'Enzovoort.'

'Dit gaat wel heel ver.'

'Dit gaat nergens heen.'

'En dat zou de essentie van het boeddhisme zijn?'

'Rare vraag voor een boeddhist.'

223. Zen is zelfs niet niets

Sunyata-sunyata of de leegte van de leegte.

'Wat is zen?'

'Leegte.'

'Wat is zen-zonder-zen?'

'De leegte van de leegte.'

'Wat is leegte?'

'Niet-weten.'

'Wat is de leegte van de leegte?'

'Zelfs niet weten van niet-weten.'

'Zo hou je weinig over.'

'Niets.'

'Zo hou je niets over.'

'Zelfs niet niets.'

'Wat is zelfs niet niets?'

'Zen.'

224. Sunyata is een ander woord voor niet-weten

Meester: Wat is de essentie van zen volgens jou?

Leerling: Leegte natuurlijk. Sunyata.

Meester: Wat versta jij onder leegte?

Leerling: Dat niets is wat het lijkt.

Meester: Niets?

Leerling: Wezens niet, dingen niet en begrippen niet.

Meester: Waar lijken ze op zonder het te zijn?

Leerling: Zelfstandigheden die los van al het andere bestaan.

Meester: Wat is een wezen, ding of begrip in werkelijkheid?

Leerling: Alle andere wezens of dingen of begrippen waarvan het voor zijn bestaan afhankelijk is.

Meester: En al die andere wezens en dingen en begrippen?

Leerling: Ook.

Meester: Alles bestaat alleen maar als al het andere?

Leerling: Dat is sunyata. Ze noemen het ook wel niet-zelf, anatman. Of afhankelijk bestaan, pratitya-samutpada.

Meester: Allemaal woorden om aan te geven dat je van niets weet wat het op zichzelf beschouwd is?

Leerling: Nou, eh...

Meester: Maar wel dát het is?

Leerling: Eh... niet als zodanig. Niet als zelfstandige entiteit dus. Niet als wezen of ding of begrip.

Meester: Eigenlijk weet je van geen enkel wezen of ding of begrip wat of dat het is?

Leerling: Daar komt het wel op neer.

Meester: Geldt dat misschien ook voor boeddhistische begrippen?

Leerling: Wat?

Meester: Of sunyata, anatman en pratitya-samutpada et cetera zelf misschien ook leeg zijn.

Leerling: O jee.

Meester: En zen?

Leerling: Ai.

Meester: Waar hebben we het dan nog over?

Leerling: Ik zou het echtecht niet weten.

Meester: Zeg dat dan meteen.

225. Zen is alles opslokken

Ook zen.

Leerling: Klopt het dat uw ego is opgeslokt door het Zelf?

Meester: Zeker, net als het Zelf.

Leerling: Wat is daarmee?

Meester: Ook opgeslokt.

Leerling: Misschien had ik moeten zeggen, door niet-zelf?

Meester: Ook opgeslokt.

Leerling: Door het Ene, het Ware, het Hoogste, het Absolute, Zoheid, Boeddhanatuur?

Meester: Allemaal opgeslokt.

Leerling: Misschien had ik moeten zeggen, door de Gewone Geest, de Oorspronkelijke Geest, de Grote Geest, de Weetnietgeest, de Lege Geest, Geen-geest?

Meester: Ook opgeslokt.

Leerling: O, ik snap het al.

Meester: Nu gaan we het krijgen.

Leerling: U bedoelt natuurlijk de concepten.

Meester: In plaats van?

Leerling: De geleefde werkelijkheid.

Meester: Opgeslokt.

Leerling: Zo blijft er niets... aha... het Niets. De Leegte. Sunyata?

Meester: Allemaal opgeslokt.

Leerling: Is dit nu zen?

Meester: Opgeslokt.

Leerling: Is opslokken dan het enige wat overblijft?

Meester: Opgeslokt en uitgepoept.

226. Zen is geen eredienst

Twee blikken op één duisternis.

'Wat is theïsme?'

'Overal een god in zien.'

'Wat is zen?'

'Overal een gat in zien.'

227. Dansen in de leegte

Hoeveel weegt jouw gat?

'Wat is weten?'

'Leegte.'

'Wat is niet-weten?'

'Leegte.'

'Wat is dan het verschil?'

'Wie weet gaat eronder gebukt.'

'En wie niet weet?'

'Die danst erin rond.'

228. Zen maakt je niets, zen maak je niets

Nog eens drieëndertig vormen van leegte.

Leerling: Maakt zen je bewust?
Meester: Zen maakt je niets.

Leerling: Maakt zen je stil?
Meester: Zen maakt je niets.

Leerling: Maakt zen je leeg?
Meester: Zen maakt je niets.

Leerling: Maakt zen je open?
Meester: Zen maakt je niets.

Leerling: Maakt zen je spontaan?
Meester: Zen maakt je niets.

Leerling: Maakt zen je authentiek?
Meester: Zen maakt je niets.

Leerling: Maakt zen je gelukkig?
Meester: Zen maakt je niets.

Leerling: Maakt zen je liefdevol?
Meester: Zen maakt je niets.

Leerling: Maakt zen je sociaal?
Meester: Zen maakt je niets.

Leerling: Maakt zen je zacht?
Meester: Zen maakt je niets.

Leerling: Maakt zen je hard?
Meester: Zen maakt je niets.

Leerling: Maakt zen je neutraal?
Meester: Zen maakt je niets.

Leerling: Maakt zen je wijs?
Meester: Zen maakt je niets.

Leerling: Maakt zen je dwaas?
Meester: Zen maakt je niets.

Leerling: Maakt zen je filosofisch?
Meester: Zen maakt je niets.

Leerling: Maakt zen je sceptisch?
Meester: Zen maakt je niets.

Leerling: Maakt zen je cynisch?
Meester: Zen maakt je niets.

Leerling: Maakt zen je fatalistisch?
Meester: Zen maakt je niets.

Leerling: Maakt zen je nihilistisch?
Meester: Zen maakt je niets.

Leerling: Maakt zen je moreel?
Meester: Zen maakt je niets.

Leerling: Maakt zen je immoreel?
Meester: Zen maakt je niets.

Leerling: Maakt zen je amoreel?
Meester: Zen maakt je niets.

Leerling: Maakt zen je bijzonder?
Meester: Zen maakt je niets.

Leerling: Maakt zen je eenvoudig?
Meester: Zen maakt je niets.

Leerling: Maakt zen je nederig?
Meester: Zen maakt je niets.

Leerling: Maakt zen je trots?
Meester: Zen maakt je niets.

Leerling: Maakt zen je dankbaar?
Meester: Zen maakt je niets.

Leerling: Maakt zen je goddelijk?
Meester: Zen maakt je niets.

Leerling: Maakt zen je menselijk?
Meester: Zen maakt je niets.

Leerling: Maakt zen je heel?
Meester: Zen maakt je niets.

Leerling: Maakt zen je stuk?
Meester: Zen maakt je niets.

Leerling: Maakt zen je vrij?
Meester: Zen maakt je niets.

Leerling: Maakt zen je niets?
Meester: Zen maak je niets.

229. Requiem voor de Diamantsoetra

Over de soetra die alle soetra's overbodig maakt, ook zichzelf.

De Diamantsoetra is een vooral in zen-kringen populaire, korte, iconoclastische soetra behorende tot de prajnaparamitaliteratuur van het mahayanaboeddhisme.

Niemand weet precies hoe oud de Diamantsoetra is, maar men is het erover eens dat hij is ontstaan in de eerste helft van het eerste millennium.

De Diamantsoetra wordt ook wel de Diamantsnijderssoetra genoemd, omdat hij de lezer geen diamant aanbiedt maar een diamantbeitel.

Een kapmes om alle wortels, van illusie én werkelijkheid, boeddhistisch én non-boeddhistisch, te doorklieven.

Een zeis om alle geesten uit het boeddhistische verleden en heden mee te doden.

De Diamant(snijders)soetra kun je anachronistisch duiden als een postmoderne deconstructie van het hele boeddhisme. Omgekeerd kun je de postmoderne deconstructiemethode anachronistisch duiden als een filosofische upaya – het is maar net waar je roots liggen.

Deze deconstructie/upaya kun je op haar beurt zien als het toppunt van boeddhisme, of als het eindpunt ervan, of allebei tegelijk, of afwisselend als toppunt en eindpunt tot in het oneindige.

Hoe iconoclastisch de Diamantsoetra van origine ook is, in de loop van de eeuwen is hij ingelijfd in de boeddhistische canon en zelf iconisch geworden – onderwerp van verering, exegese, gehechtheid en identificatie.

Daarom meende ik er goed aan te doen een nieuwe versie van de Diamantsoetra te schrijven die werkelijk niets gezegd laat. Een Diamantsoetra die niet alleen de dharma maar ook zichzelf ontweidt.

Om hem te onderscheiden van de oorspronkelijke Diamantsoetra noemde ik hem de Lege Diamantsoetra, kortweg de DiamantsØetra.

De DiamantsØetra was een tekst die het boeddhisme reduceerde tot bØeddhisme en meteen harakiri pleegde; de diamantbeitel als ontweidmes. Het was een draak van een tekst, een gebed zonder end, geest-dodender en geestdodender dan het origineel, je moet er niet aan denken.

Jarenlang heeft de DiamantsØetra op NietWeten.nl gestaan, maar tijdens het persklaar maken van het Witboek Zen is hij gesneuveld. Nu is de Lege Diamantsoetra werkelijk leeg.

Ik had mezelf een hoop moeite kunnen besparen door een voorbeeld te nemen aan de Chinese monnik in koan 28 van de Poortloze Poort:

"Deshan trad naar voren met een stapel commentaren op de Diamantsoetra, wees ernaar met zijn fakkel en zei: 'Zelfs de meest omvattende doctrines zijn nog geen haartje in het heelal. De grootste geheimen van de leer zijn nog geen druppel op een gloeiende plaat.' Daarop verbrandde hij al zijn aantekeningen, maakte een buiging voor de meester en vertrok."

Ook deze koan is beroemd geworden, net als de koancollectie waarvan hij deel uitmaakt, met als gevolg nieuwe stapels commentaren, vele onverbrand, en galmende toespraken in talloze zendo's.

Als ik jou was zou ik die diamanten lekker in mijn oren stoppen.

Lachende Boeddha met diamanten in zijn oren.

Als ik jou was zou ik die diamanten lekker in mijn oren stoppen.

230. Zen is fluiten in het donker

"Worden de blinden geopend, dan licht de lege ruimte op
Maar als beginsel volstaat zelfs de leegte niet
Werp liever alle dingen én de leegte weg
Opdat de geesteswind nooit meer door de kieren zal gieren."

(Wumen Huikai in zijn vers bij koan 26 van de Poortloze Poort.)

Een prachtig vers, als je het mij vraagt, maar waarom zou de geesteswind nooit meer door de kieren mogen gieren?

Doe eens gek, zei de gek en werp zelfs het wegwerpen van alle dingen en de leegte weg en...

Hoor die ketel plots weer fluiten
Noch van binnen, noch van buiten
Licht de lege ruimte op
Zet hem dan maar op je kop en

Hoor die ketel plots weer fluiten
Noch van binnen, noch van buiten
Licht de lege ruimte op
Zet hem dan maar op je kop en...

Rode fluitketel met schele ogen en een scheve mond en een dansende deksel waar stoom uit komt.

^ Hoor die ketel plots weer fluiten / noch van binnen, noch van buiten / Licht de lege ruimte op / Zet hem dan maar op je kop en...

231. Zen is de wijsheid zonder wijsheid

Wijsheid is zen zonder zen.

Meester Zero zegt:

De wijsheid van de leegte is de leegte van de wijsheid.

232. Haiku op haiku – Samen alleen

Een vuurvlieg flitste.
Kijk, had ik haast geroepen
maar ik was alleen.

(Taigi)

Een vuurvlieg flitste.
Kijk, had het haast geroepen
maar het was alleen.

233. Zen is steeds opnieuw ophouden

Leerling: Wat is zen?

Meester: Zen?

Leerling: Hoe zou u het noemen?

Meester: Noemen leidt tot misverstanden.

Leerling: Hoe zou u het niet-noemen?

Meester: Niet noemen leidt tot misverstanden.

Leerling: Hoe zou u het omschrijven?

Meester: Omschrijven leidt tot misverstanden.

Leerling: Hoe zou u het niet-omschrijven?

Meester: Niet omschrijven leidt tot misverstanden.

Leerling: Hoe zou u het demonstreren?

Meester: Demonstreren leidt tot misverstanden.

Leerling: Hoe zou u het niet-demonstreren?

Meester: Niet demonstreren leidt tot misverstanden.

Leerling: Wat voor misverstanden eigenlijk?

Meester: Neem alleen al het woordje het.

Leerling: Als in 'hoe zou u het noemen'?

Meester: Alsof er een of ander het is.

Leerling: Wou u beweren van niet?

Meester: Alsof ik iets wou beweren.

Leerling: Allemaal misverstanden.

Meester: En dan dat woordje misverstand.

Leerling: Ook dat is al een misverstand?

Meester: Alsof je iets verkeerd kunt doen.

Leerling: Bedoelt u dat je niets verkeerd kunt doen?

Meester: En dan dat woord verkeerd.

Leerling: Is dat dan ook verkeerd?

Meester: Alsof je ook iets goed kunt doen.

Leerling: Alweer een misverstand?

Meester: Alsof je nooit iets goed kunt doen.

Leerling: Opnieuw een misverstand.

Meester: En dan dat woordje doen.

Leerling: In plaats van ondergaan?

Meester: En hopla, nog een misverstand.

Leerling: Laten we erover ophouden.

Meester: Ik dacht dat je het nooit zou zeggen.

Leerling: Maar wat is nu zen?

Meester: Steeds opnieuw ophouden.

234. Haiku op haiku – In de regen

Voor alle mensen
sta ik hier in de regen,
biddend tot boeddha.

(Issa)

Alle mensen zeg,
sta ik in de regen te
bidden tot een beeld.

235. Sunyata

'Waaraan herken je een boeddha?'

'Aan zijn pens.'

236. Gemoedsrust

'Waaraan herken je een boeddha?'

'Die laat het doden liever aan anderen over.'

237. Dana

'Waaraan herken je een boeddha?'

'Die steelt alleen met toestemming van het slachtoffer.'

238. Haiku op haiku – Voortgejaagd

O najaarswinden,
nader tot boeddha gaan wij,
al verouderend.

(Issa)

O najaarswinden,
ook vandaag waaien wij weer
alle kanten op.

239. Zen is geen wensdenken

Slechtnieuwsgesprek voor doordenkers in 10 stadia.

Meester: Wat is zen?

Leerling: Denken wat je wil denken.

Meester: Denk je dat of wil je dat denken?

Leerling: Eh...

Meester: Als ik het niet dacht.

Jaren later

Meester: Wat is zen?

Leerling: Voelen wat je wil voelen.

Meester: Voel je dat of wil je dat voelen?

Leerling: Eh...

Meester: Ik had al zo'n gevoel.

Jaren later

Meester: Wat is zen?

Leerling: Doen wat je wil doen.

Meester: Doe je dat of wil je dat doen?

Leerling: Eh...

Meester: Niets aan te doen.

Jaren later

Meester: Wat is zen?

Leerling: Willen denken wat je denkt.

Meester: Wil je dat of denk je dat?

Leerling: Eh...

Meester: Als ik het niet dacht.

Jaren later

Meester: Wat is zen?

Leerling: Willen voelen wat je voelt.

Meester: Wil je dat of voel je dat?

Leerling: Eh...

Meester: Ik had al zo'n gevoel.

Jaren later

Meester: Wat is zen?

Leerling: Willen doen wat je doet.

Meester: Wil je dat of doe je dat?

Leerling: Eh...

Meester: Niets aan te doen.

Jaren later

Meester: Wat is zen?

Leerling: Denken wat je denkt.

Meester: In plaats van?

Leerling: Eh...

Meester: Als ik het niet dacht.

Jaren later

Meester: Wat is zen?

Leerling: Voelen wat je voelt.

Meester: In plaats van?

Leerling: Eh...

Meester: Ik had al zo'n gevoel.

Jaren later

Meester: Wat is zen?

Leerling: Doen wat je doet.

Meester: In plaats van?

Leerling: Eh...

Meester: Niets aan te doen.

Jaren later

Meester: Wat is zen?

Leerling: Eh...

Meester: Hm.

Leerling: Wat denkt u?

Meester: Hè?

Hants G. Hannes

Bovenstaande tekst is een afspiegeling van het elfdelige monomentale levenswerk van de eeuwige beginner Hants G. Hannes voor wie ik hier graag een lants breek: Denken wat je wil denken! (1991), Voelen wat je wil voelen! (1994); Doen wat je wil doen! (1997), Willen denken wat je denkt! (2000), Willen voelen wat je voelt! (2003); Willen doen wat je doet! (2006), Denken wat je denkt! (2009), Voelen wat je voelt! (2012), Doen wat je doet! (2015), het wat meer ingetogen Hm (2018) en als klap op de vuurpijl het minimentale Hè? (jaarlijkse heruitgave op de elfde van de elfde).

Koop ze allemaal!

240. Heel de mens

Leerling: Zijn er bepaalde dingen die een zenboeddhist nooit denkt?

Meester: Niet dat ik weet.

Leerling: Wat denkt u zoal?

Meester: De gekste dingen. De gewoonste dingen. De mooiste dingen. De lelijkste dingen. De wildste dingen en de tamste. De wreedste dingen en de schoonste. De meest abstracte dingen en de meest concrete. Niets menselijks is mij vreemd. Niets onmenselijks is mij vreemd.

Leerling: Net als ik!

Meester: Wat dacht je dan?

Leerling: Dat een zenboeddhist alleen maar goede dingen dacht.

Meester: Dan zou hij maar een half mens zijn.

Leerling: Zijn er bepaalde dingen die een zenboeddhist nooit voelt?

Meester: Niet dat ik weet.

Leerling: Wat voelt u zoal?

Meester: Blijdschap, lust, weerstand, honger, verzadiging, euforie, schaamte, schuld, verveling, melancholie, pijn, boosheid, woede, ergernis, verdriet, weemoed, ontroering, medelijden, onverschilligheid, jaloezie, liefde, haat, hartstocht, lauwheid, sympathie, antipathie, ongeduld, geduld, bezorgdheid, angst, verheugenis, walging en wat al niet.

Leerling: Net als ik!

Meester: Wat dacht je dan?

Leerling: Dat een zenboeddhist alleen maar goede gevoelens had.

Meester: Dan zou hij maar een half mens zijn.

Leerling: Zijn er bepaalde dingen die een zenboeddhist nooit doet?

Meester: Niet dat ik weet.

Leerling: Wat doet u zoal?

Meester: Ik zing, ik klaag, ik zwijg, ik spreek, ik mopper, ik scheld, ik zoek ruzie, ik vlei, ik dreig, ik lach, ik huil, ik help, ik hinder, ik hou me aan regels, ik overtreed regels, ik confronteer, ik mijd, ik werk, ik luier, ik slaap, ik lig wakker, ik snoep, ik poep, ik laat winden en boeren, ik krab mezelf, ik maak goeie grappen, ik maak slechte, ik leef mij in, ik hoop op het ergste, ik doe mijn best, ik loop de kantjes eraf, ik help, ik laat mensen in hun sop gaarkoken en wat al niet.

Leerling: Net als ik!

Meester: Wat dacht je dan?

Leerling: Dat een zenboeddhist alleen maar goede dingen deed.

Meester: Dan zou hij maar een half mens zijn.

Leerling: Wat heeft al dat denken, voelen en doen te betekenen?

Meester: Ik zou het ook niet weten.

Leerling: Bedoelt u dat het niets te betekenen heeft?

Meester: Hoe moet ik dat weten?

Leerling: Wat verstaat u dan onder zen?

Meester: Denken wat je denkt, voelen wat je voelt en doen wat je doet.

Leerling: En daar vrede mee hebben.

Meester: Of onvrede.

Leerling: Net zo het komt.

Meester: Tot het weer gaat.

Leerling: Ik weet niet of ik dat wel wil.

Meester: Of je wil of niet.

241. Waarom je het afwijzen niet hoeft te omarmen

Leerling: Wat is zen?

Meester: Denken wat je denkt, voelen wat je voelt en doen wat je doet.

Leerling: Maar dat doe ik al mijn hele leven!

Meester: Dus dat kan het probleem niet zijn.

Leerling: Waarom heet het dan zen?

Meester: Zodat het nog wat lijkt?

Leerling: Zen is dus niet, willen denken wat je denkt, willen voelen wat je voelt en willen doen wat je doet?

Meester: Dat mocht je willen.

Leerling: In de zin van omarmen wat er maar gebeurt, bedoel ik.

Meester: Zen is omarmen wat je omarmt en afwijzen wat je afwijst.

Leerling: Maar dat doe ik al mijn hele leven!

Meester: Dus dat kan het probleem niet zijn.

Leerling: Hoe zorg ik ervoor dat ik omarm wat ik afwijs?

Meester: Nu wijs je het afwijzen af.

Leerling: Hoe zorg ik ervoor dat ik het afwijzen omarm?

Meester: Nu wijs je het afwijzen van het afwijzen af.

Leerling: Hoe zorg ik ervoor dat ik het afwijzen van het afwijzen omarm?

Meester: Wat heb jij toch tegen afwijzen?

242. Haiku op haiku – Onvermoeibaar

Altijd nog pikt hij
op dezelfde boom, die specht,
al valt ook de avond.

(Issa)

Nog steeds krast hij op
diezelfde lei, de dichter,
al valt ook de avond.

243. Haiku op haiku – Aandoenlijk

Vlinder in de tuin.
Het kindje graait, hij fladdert.
Het graait, hij fladdert.

(Issa)

Vlinder in de tuin.
Het kindje graait, hij fladdert.
Het graait, verplettert.

Reusachtige blauwe vlinder op het hoofd van een angstig kind.

^ De vlinder graait, verplettert.

244. Wat je minstens van het heden moet weten

'Wat weet jij van het verleden, Hans?'

'Niets.'

'En van de toekomst?

'Niets.'

'En van dit moment?

'Niets.'

'Hè?'

'Wat?'

'Dat lijkt me geen aanbeveling.'

'Integendeel.'

245. Lezen als je poept, is dat wel mindful?

Beste Hans,

Vandaag heb ik weer uren over het strand gelopen. Er waren golven, er waren wolken, er was wind en zand en zee. En ik? Ik dacht na over het leven. Als een dwaas doorzocht ik mijn geest op zoek naar de diepste waarheid. En zag haar faliekant over het hoofd. De waarheid van de schelpen voor mijn voeten, het zand tussen mijn tenen, de meeuwen in de lucht en de zon op mijn huid.

Beste Maris,

Ik zie het helemaal voor me. Eén ding begrijp ik niet. Je schrijft dat je de waarheid faliekant over het hoofd zag. Welke waarheid?

Maris: De waarheid van gewoon maar dit. De waarheid van het hier en nu. De waarheid van de aarde die je draagt. De waarheid van de werkelijkheid die is wat hij is, wat je er ook over denkt. Die steeds op je wacht en er altijd voor je zal zijn. Omdat je hem al bent. De hoogste werkelijkheid waarin je thuiskomt in jezelf.

Schelpen onder mijn voeten.
Zand tussen mijn tenen.
Meeuwen in de lucht.
De zon op mijn huid.

Hans: Aha, de waarheid van het hier en nu. Eén ding begrijp ik niet. Wat als er hier en nu zoeken naar de waarheid is? Of denken over het leven? Is dat dan niet de diepste waarheid en de hoogste werkelijkheid?

Maris: De hoogste werkelijkheid gaat vooraf aan alle gedachten.

Hans: Hoeveel werkelijkheden denk jij dat er zijn? Maakt de hoogste werkelijkheid deel uit van het hier en nu of omgekeerd? Waarom zijn zintuiglijke waarnemingen wel acceptabel in jouw hier en nu en gedachten niet, ook al zijn ze allemaal even hier en nu? Is de hoogste werkelijkheid wel meer dan een gedachte? En het hier en nu?

Maris: Ik weet het even niet meer.

Hans: Ik weet het allang niet meer.

Maris: Ik ga erover nadenken.

Hans: Het strand wacht.

Maanden later

Maris:

Denken als je denkt.
Zoeken als je zoekt.
Slapen als je slaapt.
Eten als je eet.

Hans: Aha, je weet het weer even. Maar wat? Bedoel je soms dat je alles met volledige aandacht moet doen of dat je maar één ding tegelijk mag doen of zo?

Maris: Ik kan het wel verklappen. Ik doe nu aan mindfulness.

Hans: Spannend hoor. Dan zeg ik,

Mindful zijn als je mindful bent.
Mindless zijn als je mindless bent.

Maris: Niet erover lezen, bedoel ik, maar echt oefenen. Onder begeleiding en thuis.

Hans: Dan zeg ik,

Denken als je wandelt.
Zuchten als je droomt.
Ademen als je kijkt.
Lezen als je poept.

Maris: Bedoel je dat het komt zoals het komt en dat we alles moeten omarmen? Met gedachten en al? Dat het niet verkeerd is om over het strand te lopen en ondertussen over iets anders na te denken? Dat ik er gewoon van moet genieten in plaats van me ertegen te verzetten? Van al dat denken bedoel ik. Genieten van wat er maar gebeurt?

Hans: Goed, verkeerd, je zadel zoekt een peerd. Verzet is ook wat er gebeurt. Weerstand tegen je verzet is ook wat er gebeurt. Er niet van kunnen genieten is ook wat er gebeurt. Denken dat je ervan moet kunnen genieten is ook wat er gebeurt.

Maris: Dus?

Hans: Dus.

246. Haiku op haiku – Eer het middag wordt

Hoe lang moeten de
krekels roepen in 't naaldhout
eer het middag wordt?

(Issa)

Er roepen krekels
in 't naaldhout. Middag wordt het
alleen voor mensen.

Loofboom met een horloge om de stam.

^ Middag wordt het alleen voor mensen.

247. Mindfulness en mouthfulness

Resumé van een discussie tussen lezers van het Boeddhistisch Dagblad over dit onderwerp.

'Boeddhisme is de basis van mindfulness!'

'Mindfulness is de essentie van het boeddhisme!'

'Mindfulness heeft niets te maken met boeddhisme!'

'Mindfulness is boeddhisme voor beginners!'

'Mindfulness is de essentie van religie!'

'Mindfulness is een travestie van religie!'

'Mindfulness staat los van religie!'

'Mindfulness is milde open aandacht!'

'Mindfulness is theorie!'

'Mindfulness voor al uw falen!'

'Mindfulness is poëzie!'

'Mindfulness is maar een middel!'

'Mindfulness is therapie!'

'Mindfulness is easy money!'

'Mindfulness for you and me!'

'Wil dan niemand accorderen?'

'Let's agree to disagree!'

'I disagree!'

'I disagree!'

'I disagree!'

'I disagree!'

'Het is religie!'

'Het is een hype!'

'Het is een woord!'

'Dat is het niet!'

Bis

Woordenlijstje

Mindfulness: volle mind. Mouthfulness: spraakvloed bij volle mind.

248. Niet weten is tegen woordigheid van geest

'Wat betekent mindful voor jou, Hans?'

'Tegen woordigheid van geest.'

'En dat in het hier en nu zeker?'

'Dat is ook weer zo'n woord.'

'Met volledige aandacht dan?'

'Dat is ook weer zo'n woord.'

'Met volledige aandacht betekent anders hetzelfde als mindful.'

'Dat is ook weer zo'n woord.'

'Ik ben ook tegen woordigheid van geest.'

'Je zou het zo niet zeggen.'

'Omdat de waarheid voorbij de woorden is.'

'Hoe kun je dat dan zeggen?'

'Aan jouw tegenwoordigheid van geest mankeert duidelijk niets.'

'Dat is ook weer zo'n woord.'

'Tegenwoordigheid of geest?'

'Woord.'

249. De ontwaakte aanwezigheid van Maurice Knegtel

Hoeveel weegt een lege geest?

Wijsheid of hoogmoed?

Beste Hans,

Over zijn boek Ontwaakte aanwezigheid zegt Maurice Knegtel Sensei:

"Ontwaakte aanwezigheid gaat over wat we volgens zen in wezen zijn: een in zichzelf rustende, open, alles omvattende, volmaakt vrije en heldere aanwezigheid."

Mij lijkt dat een prima definitie van niet-weten.

Beste David,

Het klinkt als een klok maar ik galm het niet na.

David: Waarom niet?

Hans: Omdat ik 'mezelf' en 'ons' liever niet voor eens en voor altijd vastleg.

David: Hoe niet vastleg?

Hans: Niet op positieve wijze als dit of dat; niet op negatieve wijze als niet zus en niet zo, niet op paradoxale wijze als dit en niet dit, niet op overtreffende wijze als boven of voorbij dit of dat, en niet als principieel onbepaalbaar.

David: Dus ook niet als een in zichzelf rustende, open, alles omvattende, volmaakt vrije en heldere aanwezigheid.

Hans: En ook niet als géén in zichzelf rustende, open, alles omvattende, volmaakt vrije en heldere aanwezigheid.

David: En als je jezelf toch moest vastleggen?

Hans: Dan zou ik zoveel mogelijk in particuliere termen spreken.

Namens mezelf en voor mezelf en over mezelf en alleen maar voor dit moment in deze context.

Dus niet in algemene termen namens zen voor iedereen over iedereen op alle plaatsen in alle tijden.

David: Waarom niet?

Hans: Omdat ik niets definitiefs over mezelf of over ons wil zeggen zolang ik niets definitiefs over mezelf of over ons te weten ben gekomen.

Sowieso ligt het mij niet om een definitieve waarheid over ons wezen te debiteren, omdat ik daarmee indirect iedere (zen)boeddhist en ieder wezen dat er anders of helemaal niet over denkt voor gek verklaar.

Daarvoor ontbreekt het mij aan de benodigde wijsheid of aan de benodigde hoogmoed, zeg jij het maar.

De smaak van niet-weten

David: Gelukkig hebben we Maurice Knegtel nog.

Hans: Ja, die weet precies hoe het zit.

Aangenomen tenminste dat hij zijn leraar juist begrepen heeft, en die de zijne, en die de zijne, en zo terug via de zes zenpatriarchen helemaal naar de Boeddha zelf of niet-zelf.

Een keten van koans, fluisteringen en vingers naar de maan die licht verkeerd begrepen worden.

David: Was het niet de Waarheid die in zen wordt doorgegeven van hart tot hart buiten de geschriften om?

Hans: Alle tradities claimen dat ze de Waarheid doorgeven, alleen de Waarheid en niets dan de Waarheid.

Van hart tot hart of van ingewijde op ingewijde of via de geschriften of buiten de geschriften om.

Omdat veel van die Waarheden elkaar geheel of gedeeltelijk tegenspreken kunnen niet alle tradities gelijk hebben.

Zelfs als in zen toevallig de Waarheid wordt doorgegeven, wie garandeert mij dan dat in zen alléén de Waarheid wordt doorgegeven?

Ons lichamelijk erfgoed zit tjokvol overbodigheden en erfelijke ziekten; met ons geestelijk erfgoed zal het niet anders zijn.

Welke religieuze overbodigheden en spirituele ziekten worden er doorgegeven onder de vlag van de Waarheid?

David: Nou?

Hans: Mij een zorg, ik ben niemands knegtel of meestel.

David: Wat is wel jouw zorg?

Hans: Jou niets wijs te maken. Lukt het een beetje?

David: Iets te goed naar mijn smaak.

Hans: De smaak van niet-weten. Lekkel!

Woorden brengen je verder van huis

David: Ondanks alle woorden heb je nog niet met zoveel woorden antwoord gegeven op de stelling waarmee ik opende, dat niet-weten verwijst naar dat wat we in wezen zijn, de in zichzelf rustende, open, alles omvattende, volmaakt vrije en heldere aanwezigheid.

Hans: Ik weet niet wat wij in wezen zijn; ik weet niet eens of wij in wezen zijn.

Ik weet ons geen aanwezigheid en geen afwezigheid, niet volmaakt helder of onvolmaakt helder of volmaakt onhelder, niet volmaakt vrij of onvolmaakt vrij of volmaakt onvrij.

Ik heb geen flauw idee of ik of wij allemaal individueel of collectief alles omvatten, of iets, of niets, of hoe je zoiets vaststelt, of wat het überhaupt betekent.

Al die woorden brengen mij alleen maar verder van huis.

Alleen door ze achter me te laten, kom ik thuis.

Direct, zonder enige inspanning.

Waar ik ook ben.

David: En die openheid?

Hans: Mochten wij inderdaad alles omvatten, dan is het onzin om onszelf open te noemen, aangezien er buiten ons niets is om voor open te staan.

Mochten wij inderdaad open zijn, dan is het onzin om onszelf alomvattend te noemen, aangezien er buiten ons iets moet zijn om voor open te staan.

Mochten wij open en niet alomvattend zijn, dan is het onzin om te zeggen dat wij in onszelf rusten.

Mochten wij in onszelf rusten dan hebben we per definitie geen toegang tot iets buiten onszelf, waardoor we onmogelijk kunnen vaststellen of we alomvattend zijn.

Mochten we alles omvatten, dan is het onzin om onszelf vrij te noemen, want wat zouden we in dat geval anders kunnen dan voortdurend alles omvatten, aanwezig zijn en met onszelf samenvallen.

David: Zo blijft er weinig van die prachtzin over.

Prachtzen vol DenkBeelden

Hans: Hoe langer ik erover nadenk, hoe meer de zin en de pracht ervan mij ontgaan. Is dit nu zen?

David: Nou?

Hans: Welja.

Prachtzen.

Vol DenkBeelden.

Van mij mag je ze houden of tentoonstellen in het Kröller-Müller of duur verkopen aan iedere zenknecht die ook liever onderaan een ellenlange lineage bungelt dan op eigen benen staat, maar mijn dwaaltuin komen ze niet in.

David: Kan het zijn dat we deze prachtzin niet letterlijk moeten nemen maar figuurlijk?

Hans: Dan valt mijn weerwoord in het water. Des te beter, dan hoef ik het er zelf niet in te gooien.

David: Heeft zo'n uitspraak dan geen enkele aantrekkingskracht op jou?

Hans: Als jongeman vol Sturm und Drang zou ik er graag mensen mee overdonderd hebben, maar die tijd is voorbij.

Ik hoef niet meer te overdonderen en er is niets waarmee je anderen kunt overdonderen waarin ik zelf nog kan geloven.

David: Maar als je jezelf nu erváárt als een in zichzelf rustende, open, alles omvattende, volmaakt vrije en heldere aanwezigheid?

Hans: Is iets waar omdat ik het ervaar?

Zijn mijn dromen waar omdat ik ze ervaar?

Als ik Jezus in mijn hart voel, is Jezus dan in mijn hart of is het Satan die mij fopt of wat?

David: Misschien zijn dromen en wanen onware ervaringen. Misschien zijn alleen piekervaringen blijvend waar.

Hans: Zo denk je alles aan elkaar.

Een lege geest

David: Jij denkt alles uit elkaar.

Hans: Alles valt vanzelf uit elkaar.

David: Anicca, zegt de Boeddha.

Hans: Lucht en leegte, zegt Prediker. Stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren, zegt Genesis.

David: Volgens mij sta jij met lege handen.

Hans: Mijn handen hebben graag iets omhanden, hun hele leven al. Een vingertje, een piemeltje, een friemeltje. Het is ze gegund, daar zijn het handen voor.

Wel sta ik met een lege géést. Die kan niets vasthouden, dit ook niet.

Dat is zijn ware aard, wou ik zeggen, maar voor je het weet gaat er weer iemand mee aan de haal.

Een lege geest weegt niets. Niets! Daarom sta ik tegenwoordig ondanks mijn kromme rug met opgeheven hoofd – een heliumballon aan een touwtje.

Je zou het haast tegenwoordigheid van geest noemen, maar voor je het weet gaat er weer iemand mee aan de haal.

Vederlicht is nu mijn juk, niet te peilen mijn geluk bij een ongeluk.

David: Welk geluk bij een ongeluk?

Hans: Dat ik niets meer te verklaren heb.

Dat ik niets meer te verdedigen heb.

Dat ik niets meer te bewijzen heb.

Dat ik niets meer te verkopen heb.

Dat ik niets meer te doen heb.

David: Dat is jouw geluk bij een ongeluk?

Hans: Of omgekeerd.

David: Maar niet het mijne.

Hans: Nee, jou werpt het terug op jezelf.

Maar misschien is dat wel net waar je wezen moet.

Iedere lineage begint en eindigt bij jou

David: Maurice Knegtel Sensei zuigt het toch ook niet uit zijn duim allemaal.

Hans: Denk jij soms dat hij het van de Boeddha heeft?

David: Van wie anders?

Hans: Niemand weet wat de historische Boeddha precies gezegd heeft, gesteld dat er een historische Boeddha geweest is, maar als metafysicus heeft hij hoegenaamd geen naam gemaakt.

David: Hij hield zich liever bezig met upaya's, vaardige methoden om aan het wiel van samsara te ontsnappen.

Hans: Na het oversteken van de stroom en het achterlaten van het vlot is er volgens de Diamantsoetra geen sprake meer van leringen – dus ook niet van atman, anatman of brahman, niet van small mind, niet van Big Mind en niet van het bewustzijn dat of de aanwezigheid die wij zouden zijn.

(Small mind en Big Mind: termen en trademark van de leraar van Maurice Knegtel, de illustere Dennis Merzel.)

David: Ik betwijfel of Knegtel Sensei het daarmee eens is.

Hans: De Boeddha was tamelijk streng in de non-leer, zeggen ze.

Dat bevalt zijn trouwe volgelingen kennelijk niets, die lijden al sinds zijn verscheiden aan selectief geheugenverlies.

Jij ook, zo te horen.

Van wie ben jij een volgeling?

David: Niet van jou.

Hans: Een goed begin.

David: Maar dan.

Hans: Boeddhisten verschuilen zich graag achter een of andere levende of dode autoriteit, dat noemen ze traditie, maar het boeddhisme heeft geen centraal leergezag zoals de katholieke kerk, er is daar niet zoiets als het dogma van de pauselijke onfeilbaarheid.

De eerste en laatste autoriteit was de Boeddha – vandaar al die stamboomklevers.

Maar de Boeddha heeft toevallig nooit één woord op papier gezet, dat hebben zijn volgelingen gedaan, honderden jaren later.

David: Geen wonder dat zenboeddhisten zich zo graag beroepen op een transmissie van hart tot hart buiten de geschriften om.

Hans: Alleen al de Pali-canon, die het meest betrouwbaar wordt geacht, bevat tienduizend leerredes, wist je dat? Tienduizend!

Allemaal van de Boeddha, zeggen ze.

Allemaal feilloos overgeleverd dankzij het feilloze geheugen van één andere man, zijn neef Ananda, zeggen ze.

Geloof jij het?

David: Ik doe mijn best.

Hans: Nou, ik niet.

Alles wat je beweert uit naam van de Boeddha is voor eigen rekening tot het tegendeel bewezen is, dat wil zeggen, voor altijd.

Iedere lineage begint en eindigt bij jou, of je het ziet of niet.

Daarom is de enso rond, snap je.

Het eerste oordeel is aan jou, het middelste oordeel is aan jou en het laatste oordeel is aan jou.

Ook als je het uit handen geeft.

David: Ik krijg hier een heel ongemakkelijk gevoel van.

Hans: Durf jij op grond van eigen ervaring of overtuiging op dit moment je hand in het vuur te steken voor de gedachte dat wij in wezen een in zichzelf rustende, open, alles omvattende, volmaakt vrije en heldere aanwezigheid zijn?

David: Nee.

Hans: Wat lul je dan.

David: Eerlijk gezegd durf ik op dit moment nergens mijn hand voor in het vuur te steken.

Hans: Ik noem dat niet-weten.

250. Mindful omgaan met de media

Meester Zuetsu zegt:

Ik ben al bijna helemaal in het moment; ik laat me alleen nog leiden door de waan van de dag.

251. In het moment willen zijn, trekt je uit het moment

Leerling: Ik ben helemaal in het moment, ik laat me alleen nog leiden door het nu!

Meester: Ik ben helemaal in het moment, ik laat me nergens meer door leiden.

Jaren later

Leerling: Ik ben helemaal in het moment, ik laat me nergens meer door leiden!

Meester: Ik ben helemaal in het moment, ik laat me overal door leiden.

Jaren later

Leerling: Ik ben helemaal in het moment, ik laat me overal door leiden!

Meester: Ik ben helemaal in het moment, waar zou ik anders moeten zijn?

Jaren later

Leerling: Ik ben helemaal in het moment, waar zou ik anders moeten zijn!

Meester: Ik ben helemaal in het moment, ik vraag me geen moment af waar ik ben.

Jaren later

Leerling: Ik ben helemaal in het moment, ik vraag me geen moment af waar ik ben!

Meester: Ben je daar nu nog steeds mee bezig?

252. Terreurnieuws of nieuwsterreur?

Meester Lijk zegt:

Iedere dag worden er mensen getroffen door kogels.

Iedere dag worden miljarden mensen getroffen door nieuwsberichten over schietpartijen.

Waardoor word jij iedere dag getroffen?

Iedere dag worden er mensen uiteengereten door bommen.

Iedere dag worden miljarden mensen uiteengereten door nieuwsberichten over bomexplosies.

Waardoor word jij iedere dag uiteengereten?

Iedere dag worden er mensen gegijzeld.

Iedere dag worden miljarden mensen gegijzeld door nieuwsberichten over gijzelingen.

Waardoor word jij iedere dag gegijzeld?

Iedere dag worden er mensen verkracht.

Iedere dag worden miljarden mensen verkracht door nieuwsberichten over verkrachting.

Waardoor wordt jij iedere dag verkracht?

Iedere dag worden er mensen geterroriseerd.

Iedere dag worden miljarden mensen geterroriseerd door nieuwsberichten over terreur.

Waardoor word jij iedere dag geterroriseerd?

253. Als alles er mag zijn, mag niet alles er zijn

Beste Hans,

Wat ik denk ik het meeste mis in jouw zen is verbondenheid. Verbondenheid met het leven, verbondenheid met alle voelende wezens, verbondenheid met dit moment, verbondenheid met wat zich maar voordoet, precies zoals het zich voordoet. Is verbinding niet waar het in het leven om draait? Wat er ook is, wend je niet af.

Beste X,

Wat als er afwenden is?

X: Het gaat erom dat je je helemaal overgeeft aan dit moment, zonder angst of reserve.

H: Wat als er angst of reserve is?

X: Maar dat is nu net het punt. Alles mag er zijn.

H: Waarom dan dat 'wend je niet af'? Mag afwenden er soms niet zijn?

Waarom 'zonder angst of reserve'? Mogen angst en reserve er soms niet zijn?

X: Nu hoor ik pas wat je zegt.

H: Geef je daar dan maar eens helemaal aan over. Of wend je ervan af – ook goed.

X: Ik weet even niet meer wat ik moet zeggen.

H: Geef je daar dan maar eens helemaal aan over. Of wend je ervan af – ook goed.

X: Dus eigenlijk geef ik mij met mijn verzet tegen afwenden, angst en reserve helemaal niet over aan dit moment?

H: Tenzij er op dit moment verzet tegen afwenden, angst en reserve is.

X: Ook verzet tegen afwenden, angst en reserve mag er zijn, wou je zeggen.

H: En verzet tegen verzet tegen afwenden, angst en reserve. En verzet tegen verzet tegen verzet tegen afwenden, angst en reserve.

X: Want?

H: Als alles er mag zijn, dan ook dat niet alles er mag zijn en ook dat alles er niet mag zijn. Is dat niet fijn?

X: Maar wat zeg je dan nog helemaal?

H: Dan zeg je nog helemaal niets.

X: Maar wat is dan zen?

H: Dat is dan zen.

254. Voor iedereen die de goede kant op wil

Leerling: We komen er wel.

Meester: Ik hoef nergens heen.

Leerling: Bedoelt u dat we er al zijn?

Meester: Waar zijn?

Leerling: Hier zijn.

Meester: Waar anders.

Leerling: In het hier en nu zijn.

Meester: En wat dan nog?

Leerling: Ik wil gewoon weten waar we zijn.

Meester: Waar we zijn.

Leerling: Ja, hè hè.

Meester: Waar anders.

Leerling: En ik wil weten waar we heengaan.

Meester: Waar we heen gaan.

Leerling: Tjonge jonge.

Meester: Waarheen anders.

Leerling: En ik wil weten waar ik heen moet.

Meester: Van wie?

Leerling: Als ik dat eens wist.

Meester: Zoek dat dan eerst maar uit.

Leerling: Van God? Van het leven? Van het universum?

Meester: Dan vraag je dat toch gewoon?

Leerling: Aan wie?

Meester: Aan God. Aan het leven. Aan het universum.

Leerling: Dat heb ik al zo vaak gedaan.

Meester: En?

Leerling: Lou loene.

Meester: Mooi toch?

Leerling: Hoezo?

Meester: Dan kun je nog alle kanten op.

Leerling: Ik wil niet alle kanten op.

Meester: Dat vraagt toch ook niemand van je?

Leerling: Ik wil alleen de goede kant op.

Meester: Goed in welk opzicht?

Leerling: Goed in ieder opzicht.

Meester: Dan zal dat het probleem wel zijn.

Leerling: Kunt ú mij niet vertellen waar ik heen moet?

Meester: Dat zeg ik.

Leerling: Alstublieft.

Meester: Waar je heen moet.

Leerling: Ja, hè hè.

Meester: Waarheen anders.

Leerling: Zo kan ik het ook.

Meester: Wat let je?

255. Haiku op haiku – Leven zonder perspectief

De zeis aanzettend,
zag ik het ganzenbloempje
verdrietig kijken.

(Meisetsu)

De zeis aanzettend,
bleef toch het ganzenbloempje
rustig doorbloeien.

256. Haiku op haiku – Drie keer

drie keer weerklonk hij
toen was niet meer te horen
de kreet van het hert

(Buson)

drie keer, steeds zachter
klonk de kreet van een hert of
was het de jager

drie keer, steeds zachter
klonk de kreet van een hert of
twee herten of drie

Hert met drie koppen.

257. Wat je minstens moet weten van meditatie

Een goed bewaard geheim.

'Wat weet jij eigenlijk van meditatie, Hans?'

'Minder dan wie ook.'

'Dat lijkt me geen aanbeveling.'

'Integendeel.'

258. Haiku op haiku – Zonder kicken

Kleine meditatie op de vorm van leegte.

Statig zit hij daar
de bergen te beschouwen,
die dikke kikvors.

(Issa)

Rustig zit hij daar
de bergen te negeren,
die suffe kikvors.

Mediterende kikker met zijn tong tot op de grond.

^ Rustig zit hij daar de bergen te negeren.

259. Kleine meditatie op de vorm

Over de lichamelijke kenmerken van meditatie.

'Waaraan herken je een boeddha?'

'Aan zijn aambeien.'

260. Kleine meditatie op de leegte

Over de geestelijke kenmerken van meditatie.

'Wat ten diepste is zazen?'

'Gatsdienst.'

261. Hans mediteert zich suf

Zwichten voor het ongerichte.

Beste Hans,

Wat is mediteren volgens jou?

Beste Suus,

Oefenen voor een leven zonder oefenen.

Suus: Pardon?

Hans: Streven naar het einde van het streven.

Suus: Hoe vaak mediteer jij, hoe lang achter elkaar, in welke houding en met welke techniek?

Hans: Ik mediteer nooit en ik mediteer nooit niet. Je kunt je voorstellen dat het voor iemand die nooit mediteert onpraktisch is om daarbij steeds dezelfde houding aan te nemen. Voor iemand die nooit niet mediteert trouwens ook. Vandaar dat ik genoegen neem met de houding of activiteit van het moment en met de veranderingen die zich daarin van nature voordoen.

Suus: Ga jij weleens op retraite?

Hans: Ik ben permanent op retraite. In mezelf of in niet-weten of in een retraitewaan, zeg het maar. Daarom heeft het voor mij weinig zin om op retraite te gaan. Misschien krijg ik nog eens behoefte om me uit mijn retraite terug te trekken, als dat tot de mogelijkheden behoort, maar tot het zover is kan ik er niet over meepraten.

Suus: Wat versta jij onder de meditatieve staat?

Hans: In de meditatieve staat waarin ik nooit wel en nooit niet verkeer heb je geen idee of je wel of niet in een meditatieve staat verkeert en maak je je daar geen moment zorgen om. Maak je je er toch zorgen om dan maak je je dáár geen zorgen om, zou ik denken, maar dat heb ik nog niet meegemaakt.

Bij gebrek aan definitie en finaliteit valt er voor mij niets te doen of te laten, niets te cultiveren, niets te beheersen en niets te bezweren. Iedere meditatietechniek of improvisatie daarop of simulatie ervan of weerstand ertegen of afwezigheid ervan is daarom zonder meer welkom.

In deze weldadige niet-staat of niet-dadige welstaat is het volstrekt onduidelijk of er gemediteerd wordt, en al even onduidelijk of er wel iemand is die, of iets is dat, dit al-dan-niet mediteren doet, ondergaat of nalaat. De hang om hierin, of waarin dan ook, duidelijkheid te scheppen is allang geen partij meer voor de drang om elke vorm van duiding en eenduidigheid te onderscheppen.

Willoos verwijlen in het wisse ongewisse, zo zou ik de staat omschrijven die mijn woorden doel doet missen en mijn schrijven maakt tot wissen en zich toch niet laat verdrijven.

Suus: Maar wat heb je eraan? Word je er een beter mens van? Maakt het een einde aan het lijden?

Hans: Wat je eraan hebt weet ik precies niet. Ik kan wel beweren dat je er een beter mens van wordt, maar wat is dat? Iemand die net zo leeft en denkt en spreekt als ik? Weinigen zullen dat beamen, ik ook niet, nog minder zullen erop uit zijn, ik al helemaal niet.

En ik kan wel liegen dat er in het willoos ongewisse geen lijden is, maar dat zou het op slag gewis en gewild maken, van jou een loser en van mij een verlosser, met alle lijden van dien.

Eén ding is zeker: ik krijg er nooit genoeg van – tot nog toe niet tenminste.

Suus: Wat of wie kun je mij aan- of afraden?

Hans: Niets of niemand, aan noch af. Welke richtlijn of verrichting kan het richten zelf ontwrichten? Valt hier nog wat te oefenen en behalen of is het meer een kwestie van neerhalen en effenen wat nooit was?

Gelukkig is dit zo'n probleem dat verdwijnt zodra de oplossingen zijn doorzien. Tot die tijd is alles best, erna helemaal.

Auteur op zijn rug met zijn benen in een split.

^ Hans mediteert zich suf.

262. Beheers jij het mediteren of beheerst het jou?

Leerling: Helder inzicht in de boeddhanatuur vraagt volledige beheersing van de geest.

Meester: Maar hoe beheers je de geest?

Leerling: Door middel van meditatietechnieken natuurlijk.

Meester: Niemand die er ook maar één volledig beheerst.

Leerling: Maar?

Meester: Velen die er volledig door worden beheerst.

263. Waarom ik met open mond mediteer

Bermmeditatie van een wegwerker.

Iedere zondagochtend ga ik in een willekeurige berm op mijn hurken zitten mediteren over de weg.

Als een voorbijganger vraagt waarom ik daar op mijn hurken zit, zeg ik dat ik kwalijk op de zijne kan gaan zitten. In werkelijkheid zit ik op mijn hurken omdat ik kwalijk een zafu mee kan zeulen.

Om voertuigen groot en klein te waarschuwen voor mijn aanwezigheid zet ik mijn draagbare werk-aan-de-wegbord aan de weg, met twee zandzakken op het frame tegen het wegwaaien.

Mocht je ooit zo'n bord langs de weg zien staan, dikke kans dat ik erachter zit. Minder vaart als je moet, stop desnoods maar stel geen vragen. Ik mediteer met open ogen en met open mond – dat zegt genoeg.

Hans van Dam achter een waarschuwingsbord, Werk in Uitvoering.

^ Hans mediteert zich weg.

264. Vier niveaus van zen

Geen peil op te trekken.

'Wat is zen, Hans?'

'Dat hangt van je niveau af.'

'Voor beginners?'

'Overal mee zitten.'

'Voor gevorderden?'

'Nergens meer voor staan.'

'Voor meesters?'

'Nergens meer mee zitten.'

'En voor jou?'

'Wat is zen?'

265. Zen is laten zitten

Waar het in zen om draait.

Leerling: Waar is al dat zitten goed voor?

Meester: Om je te laten nadenken over de vraag waar al dat zitten goed voor is.

Leerling: Nou, dat is dan mooi gelukt.

Jaren later

Leerling: Waar is al dat nadenken over de vraag waar al dat zitten goed voor is, goed voor?

Meester: Om je te laten voelen wat het is om geen antwoord te hebben.

Leerling: Nou, dat is dan mooi gelukt.

Jaren later

Leerling: Waar is al dat voelen wat het is om geen antwoord te hebben goed voor?

Meester: Om je te laten zien waar het in zen om draait.

Leerling: Nou, dat is dan mooi mislukt.

Jaren later

Meester: Waar is al dat zitten goed voor?

Leerling: Ja, laat maar zitten.

Meester: Dan is het toch gelukt.

266. Alleen zoekers vinden iets

Wat vind jij?

Leerling: Waar is al dat zitten goed voor?

Meester: Kan jou het schelen.

Leerling: Ik wil weten waarom ik het doe.

Meester: Waarom vraag je dat aan mij?

Leerling: Ik dacht dat u het wel zou weten.

Meester: Weet jij waarom ik iets doe?

Leerling: Nee.

Meester: Nou, ik ook niet.

Leerling: U weet niet eens waarom u iets doet?

Meester: Laat staan dat ik weet waarom jij iets doet.

Leerling: Dus u kunt me niet vertellen waar al dat zitten goed voor is?

Meester: Wou jij beweren dat al dat zitten ergens goed voor is?

Leerling: Waarom zou ik het anders doen?

Meester: Waarom vraag je dat aan mij?

Leerling: Ik wil alleen maar weten wat u vindt.

Meester: Alleen zoekers vinden iets.

267. Zen is doorvragen tot je bent uitgevraagd

Terugtrekkend inzicht

Leerling: Waar is al dat zitten goed voor?

Meester: Wat maakt het uit.

Leerling: Mij maakt het uit.

Meester: Stel dat het ergens goed voor is.

Leerling: Wat dan?

Meester: Waar is dát dan goed voor?

Leerling: Ergens anders voor, zou ik zeggen.

Meester: En dat?

Leerling: Weer ergens anders voor, lijkt mij.

Meester: En dat?

Leerling: Voor zichzelf dan maar.

Meester: O?

Leerling: Je moet toch een keer ophouden.

Meester: Waarom dan niet meteen bij het begin?

Leerling: Bedoelt u dat al dat zitten nergens goed voor is?

Meester: Waar is al dat vragen goed voor?

268. Zen is geen idee

Laat staan acht.

Leerling: We moeten zitten zonder het idee dat er iets te halen valt.

Meester: Ook.

Leerling: Hoe dan nog meer?

Meester: Zonder het idee dat er niets te halen valt.

Leerling: Wat?

Meester: Wat?

Leerling: Bedoelt u dat we moeten zitten zonder idee?

Meester: 't Idee.

Leerling: Waarom moet dat trouwens op een kussen?

Meester: En waarom moet het eigenlijk zittend.

Leerling: Hoe moet het volgens u?

Meester: Eerst maar eens vaststellen of het wel moet.

Leerling: Bedoelt u dat we dat zelf mogen uitmaken?

Meester: Wie zegt dat we zelf iets kunnen uitmaken?

Leerling: Zegt u nu dat we geen keus hebben?

Meester: Wat zegt dat als ik daar geen keus in zou hebben?

Leerling: Ik merk het al.

Meester: O jee.

Leerling: Bij u valt niets te halen.

Meester: 't Idee.

269. Zen is doen alsof je niet doet alsof

Epibreren op z'n oosters.

Leerling: We moeten zitten zonder het idee dat er iets te halen valt.

Meester: Alsof er iets te zitten valt.

Leerling: Wou u zeggen van niet?

Meester: Alsof er iets te zeggen valt.

Leerling: Vindt u dat ik mijn mond moet houden?

Meester: Alsof er iets te zwijgen valt.

Leerling: Wat wilt u dan zeggen?

Meester: Alsof er iets te willen valt.

Leerling: Bedoelt u dat we ons moeten overgeven?

Meester: Waaraan?

Leerling: Aan het ware zelf natuurlijk, waaraan anders?

Meester: Wie zou dat dan moeten doen?

Leerling: Daar vraagt u me wat.

Meester: Alsof er iets te vragen valt.

Leerling: Hoe moeten we dan zitten?

Meester: Ga daar dan maar mee zitten.

Leerling: Bij u valt echt niets te halen, hè?

Meester: Denk je dat nu nog steeds?

270. De eeuwige les van zen

Leren afleren.

Leerling: Wat is zazen?

Meester: Zitten tot je een ons weegt.

Leerling: Bedoelt u dat het nergens goed voor is?

Meester: Zitten is zitten.

Leerling: Maar wat is dan de les?

Meester: Dat is dan de les.

Leerling: Dan heb ik mijn lesje wel geleerd.

Meester: Ga dan maar weer zitten.

Leerling: Waarvoor?

Meester: Voor de volgende les.

Leerling: Welke les?

Meester: De eeuwige.

Leerling: Wat is de eeuwige les?

Meester: Het afleren van de vorige.

271. Kan een zeeleeuw mediteren?

Zendo in de zoo.

Zenboeddhisten maken zich nu al meer dan duizend jaar druk over de vraag of een hond de boeddhanatuur heeft. Sommige zijn erop afgestudeerd of danken er hun spirituele naam aan, maar er is nog altijd geen consensus.

Zolang ze er niet uit zijn, kunnen ze nergens anders aan denken, en dat zegt veel over zen. Mochten ze er toch uitkomen, in de huidige kalpa of een volgende, dan heb ik nog wel een vraagje:

Kan een zeeleeuw mediteren?

Of beter nog:

Kan een zeeleeuw mediteren? Oink.

Ik ben benieuwd of jij deze koan weet op te lossen, tot welk verlichtingsgedicht het je zal inspireren en wat je verlichtingsnaam zal zijn.

Geen idee?

Vraag het de zeeleeuw.

^ Zeeleeuw in Artis, oktober 2017. Dit vrouwtje zat/stond/hing zo'n vijfentwintig minuten op de bodem van het bassin, kleine belletjes blazend, waarbij ze elke drie minuten rechtstandig opsteeg om adem te halen en vervolgens weer rechtstandig afdaalde.

272. Dogen Zenji en de notie van oorspronkelijke verlichting

Vooroordelen zonder grenzen.

Anton: Ben jij bekend met de Japanse boeddhist Zenji Dogen (1200-1253)?

Hans: Nee, ik ben van 1958.

Anton: Volgens Dogen mediteer je omdat je verlicht bent, niet omdat je het wil worden.

Hans: Mediteer jij?

Anton: Al jaren.

Hans: En sindsdien ben je verlicht?

Anton: Iedereen is al verlicht, zegt Dogen. Dat is de notie van oorspronkelijke verlichting.

Hans: Waarom mediteert iedereen dan niet?

Anton: Hoe bedoel je?

Hans: Als je mediteert omdat je verlicht bent en iedereen is verlicht, zou iedereen moeten mediteren, of niet soms?

Anton: Dogen's idee is dat je op je kussen zit met geen ander doel dan je ideeën en verwachtingen over verlichting weg te branden.

Hans: Vandaar dat bijna niemand mediteert.

Anton: Hoezo?

Hans: De meeste mensen hebben helemaal geen ideeën of verwachtingen over verlichting.

Anton: Je zou ze de kost moeten geven.

Hans: Je zou ze de kost moeten geven die niet aan de kost kunnen komen.

Anton: De blanke pit is er al, zegt Dogen, maar kan pas aan de oppervlakte treden wanneer de ruwe bolster van preconcepties eindelijk openbarst.

Hans: Behoort de gedachte dat je al verlicht bent nog tot de ruwe bolster van preconcepties of al tot de blanke pit?

Anton: In dzogchen denken ze er net zo over.

Hans: Vooroordelen kennen geen grenzen.

Anton: In advaita ook.

Hans: Wat is eigenlijk die blanke pit?

Anton: Het ware zelf natuurlijk. Je oorspronkelijke gezicht. Je boeddhanatuur. Bewustzijn. Het ene. Dat wat je was voor je ouders geboren werden.

Hans: Behoort dat soms niet tot de preconcepties?

Anton: Nou moe.

Hans: Moe werd Mumon van de vraag of ook een hond de boeddhanatuur heeft. Die vraag hield hem jaren aan zijn kussen gekluisterd.

Anton: Volgens mij zei hij mu in antwoord op de vraag of een hond de boeddhanatuur heeft. Mu betekent nee.

Hans: Zou Dogen ook zo mu geworden zijn van de vraag of iedereen al verlicht is?

Anton: Hm.

Hans: Wat?

Anton: Ik heb geloof ik nog heel wat weg te branden.

Hans: Tenzij dat ook tot de preconcepties hoort.

Anton: Dat meen je niet.

Hans: Misschien behoort de blanke pit ook wel tot de preconcepties.

Anton: Jij houdt niet op, hè?

Hans: Dan is die ruwe bolster gewoon leeg.

Anton: Tja.

Hans: Of misschien is de blanke pit wel de ruwe bolster.

Anton: En het ware zelf dan?

Hans: Misschien verwijst Dogen wel naar leegte of niet-zelf.

Anton: Sunyata, anatman.

Hans: Blanco zijn.

Anton: Een onbeschreven blad.

Hans: Of is dat weer zo'n preconceptie?

Anton: Mijn kussen roept.

Hans: Kijk maar uit dat het niet in de fik vliegt.

Anton: Waarom zou het?

Hans Omdat je daar al je ideeën en verwachtingen over verlichting weg zit te branden natuurlijk.

Anton: Ik heb voorlopig weer genoeg brandstof.

Hans: Vergeet je ideeën over zitmeditatie niet.

Anton: Wou jij beweren dat zazen ook maar een idee is?

Hans: Tenzij dat ook maar een idee is.

Anton: In het laatste geval kan ik zonder bezwaar naar mijn blanke pit blijven zoeken.

Hans: Bevalt mijn ruwe bolster je niet?

Anton: Voorlopig heb ik mijn handen vol aan Dogen.

Hans: Blijf daar dan maar mee zitten.

273. Koan: het is grauw en het broedt op een kussen

Over de onverslijtbaarheid van spirituele ambities.

Mumon is de naam die de Japanners hebben gegeven aan de Chinese chanmeester Wumen, de samensteller van de Poortloze Poort, een verzameling van 48 koans met commentaar en gedichtjes van Wumen. De eerste koan van die verzameling luidt:

Heeft een hond ook de boeddhanatuur?

Wu, waagde Wumen na zes wanhopige jaren. Sindsdien luidt de koan:

Heeft een hond ook de boeddhanatuur? Wu.

Een raadsel met oplossing, dat is pas een raadsel, moet Wumen gedacht hebben toen hij hem in zijn collectie opnam, daar komt geen hond meer uit. Mu, zeggen de Japanners en de westerlingen die hen nadoen hem al duizend jaar na, dus dat had hij goed gezien. Woef, doet de hond zonder nadenken of nazeggen, hoe komt hij erop.

Wumen, dharmahouder in de lijn van Linji (rinzai voor Japanners en voor de westerlingen die hen napraten), is samen met zijn mythische voorganger het boegbeeld van het Japanse rinzaizen, dat op versleten strosandalen en overgeleverde raadsels drijft. Raadsels waarop mensen omwille van hun bevrijding jarenlang zitten te broeden, wachtend op verlossing van hun smachtende gedachten, biddend dat hun kussen hun begeerte wel zal blussen.

Hoe mensen het volhouden is mij een raadsel. Of in de vorm van een raadsel: het is grauw en het broedt op een kussen. Dit raadsel is niet overgeleverd en staat in geen enkele collectie, je kunt het negeren zonder je toekomstige transmissie in gevaar te brengen. Je mag ook in de spiegel kijken voor de oplossing zonder raadsel van dit raadsel zonder oplossing, ziedaar je ware gezicht, maar misschien vind je dat te makkelijk of te moeilijk.

Broeder Dogen is na achthonderd jaar nog altijd de verpersoonlijking van sotozen, dat naast het synchroonzitten het schoonzitten propageert. Shikantaza, l'art pour l'art – opzitten als een boegbeeld dat onverstoorbaar de golven van gevoelens doorklieft. Roerloos in het oog van je eigen stijgwinden verwijlen, je raadt nooit wat je gegeten hebt. Je zafu constant op konttemperatuur houden in de hoop dat het ooit uit zal komen.

Het leven mag een raadsel zijn, het zitten zelf is het raadsel der raadselen. Dat je maar doorgaat, dwars door je verveling en je pijn heen. Vanwege je blinde geloof in de leer. Vanwege je blinde gehoorzaamheid aan je leraar. Vanwege je blinde ambitie. Zo ken je jezelf niet en wil je jezelf niet kennen.

De insteek van de fatalistische sotoschool is door Nico Tydeman treffend verwoord in Dansen in het duister: "Iedere spirituele ambitie moet tot op de draad verslijten." Dat is geen dansen, dat is schuifelen. Dat is geen leven, dat is sterven. Doodzitten tot de pitten uit je kussen barsten. Blanke pitten, kersenpitten, als je maar blijft zitten zitten.

Alles is vergankelijk, zelfs de vergankelijkheid, maar in de praktijk slijten meditatiekussens en knieën sneller dan spirituele ambities. Gelukkig krijg je bij iedere reïncarnatie nieuwe knieën, dat houdt de moed erin.

Hoe ik weet dat zelfs de vergankelijkheid vergankelijk is? Uit de onovertroffen Mahayana Mahaparinirwana Soetra. Die omschrijft het parinirwana als het eeuwige rijk van het ware zelf van de Boeddha. Of zou dat onvergankelijke mahayanapoeha zijn, wat denk jij?

274. Zen is oefenen in spontaniteit

^ Oefening baart kunstjes.

275. Smerige ego's zitten in zendo's

Het woord maakt alles smerig.

(Deze tekst is geschreven naar aanleiding van de woorden 'Het ego maakt alles smerig' in een artikeltje over meditatie in het Boeddhistisch Dagblad.)

Stoute kinderen staan in hoeken
Zondige zielen knielen in kerken
Smerige ego's zitten in zendo's
We krijgen onszelf nog wel
Klein

monnik zit in de hoek

^ Smerige ego's zitten in zendo's

276. Dat egoding is niet van jou

Wie zijn ego zoekt te doden vindt zichzelf onder de zoden.

(Hans van Dam in Wadden, waden en gewaden)

Er woont een egoding in jou
Er woont een egoding in mij
Ik zie het met een glimlach aan
En haal er niet van alles bij

Dat egoding is niet van jou
Het egoding is niet van mij
Wie wat van niemand is bestrijdt
Komt van die wanen nimmer vrij

Er woont geen egoding in jou
Er woont geen egoding in mij
Kom zie het met een glimlach aan
En trek je voeten uit de klei

(Maar denk erom: slechts één voor één
En wees beducht voor het getij)

277. Katsu, rohatsu!

Dubbele lotus of dubbele houdgreep?

Kernwaarden van zen zijn spontaniteit, authenticiteit en leven bij de dag; zitten als je moe bent, lachen als je lacht.

Kernwaarden realiseer je niet zomaar: oefening baart kunstjes, zeker in groepsverband – één voor allen, allen voor één.

Samen niet bewegen, samen niets zeggen, daar komt het op aan. Zitten tot je flauwvalt, wachten zonder klacht. Streven naar niet streven, zen uit alle macht. Wie niet meer kan die laat zich slaan opdat hij zich maar niet laat gaan.

Hieronder de onvergankelijke agenda van rohatsu retraites wereldwijd. Boek nú voorgoed bij een zendo in jouw buurt en leer eeuwig leven bij de dag.

30 november

09.00 Schoonmaken / 12:00 Lunch / 18:00 Diner / 19:30 Intro / 20:00 Kinhin / 20:10 Zazen / 21:00 Dagsluiting

1 december

03:40 Opstaan / 04:10 Zazen / 05:00 Kinhin / 05:10 Zazen / 06:00 Ontbijt / 07:10 Zazen / 08:00 Kinhin / 08:10 Zazen / 09:00 Kinhin / 09:10 Zazen / 10:00 Kinhin / 10:10 Zazen / 11:00 Kinhin / 11:10 Zazen / 12:00 Lunch / 13:10 Zazen / 14:00 Kinhin / 14:10 Zazen / 15:00 Kinhin / 15:10 Zazen / 16:00 Kinhin / 16:10 Zazen / 17:00 Kinhin / 17:10 Zazen / 18:00 Diner / 19:10 Zazen / 20:00 Kinhin / 20:10 Zazen / 21:00 Dagsluiting

2 december

03:40 Opstaan / 04:10 Zazen / 05:00 Kinhin / 05:10 Zazen / 06:00 Ontbijt / 07:10 Zazen / 08:00 Kinhin / 08:10 Zazen / 09:00 Kinhin / 09:10 Zazen / 10:00 Kinhin / 10:10 Zazen / 11:00 Kinhin / 11:10 Zazen / 12:00 Lunch / 13:10 Zazen / 14:00 Kinhin / 14:10 Zazen / 15:00 Kinhin / 15:10 Zazen / 16:00 Kinhin / 16:10 Zazen / 17:00 Kinhin / 17:10 Zazen / 18:00 Diner / 19:10 Zazen / 20:00 Kinhin / 20:10 Zazen / 21:00 Dagsluiting

3 december

03:40 Opstaan / 04:10 Zazen / 05:00 Kinhin / 05:10 Zazen / 06:00 Ontbijt / 07:10 Zazen / 08:00 Kinhin / 08:10 Zazen / 09:00 Kinhin / 09:10 Zazen / 10:00 Kinhin / 10:10 Zazen / 11:00 Kinhin / 11:10 Zazen / 12:00 Lunch / 13:10 Zazen / 14:00 Kinhin / 14:10 Zazen / 15:00 Kinhin / 15:10 Zazen / 16:00 Kinhin / 16:10 Zazen / 17:00 Kinhin / 17:10 Zazen / 18:00 Diner / 19:10 Zazen / 20:00 Kinhin / 20:10 Zazen / 21:00 Dagsluiting

4 december

03:40 Opstaan / 04:10 Zazen / 05:00 Kinhin / 05:10 Zazen / 06:00 Ontbijt / 07:10 Zazen / 08:00 Kinhin / 08:10 Zazen / 09:00 Kinhin / 09:10 Zazen / 10:00 Kinhin / 10:10 Zazen / 11:00 Kinhin / 11:10 Zazen / 12:00 Lunch / 13:10 Zazen / 14:00 Kinhin / 14:10 Zazen / 15:00 Kinhin / 15:10 Zazen / 16:00 Kinhin / 16:10 Zazen / 17:00 Kinhin / 17:10 Zazen / 18:00 Diner / 19:10 Zazen / 20:00 Kinhin / 20:10 Zazen / 21:00 Dagsluiting

5 december

03:40 Opstaan / 04:10 Zazen / 05:00 Kinhin / 05:10 Zazen / 06:00 Ontbijt / 07:10 Zazen / 08:00 Kinhin / 08:10 Zazen / 09:00 Kinhin / 09:10 Zazen / 10:00 Kinhin / 10:10 Zazen / 11:00 Kinhin / 11:10 Zazen / 12:00 Lunch / 13:10 Zazen / 14:00 Kinhin / 14:10 Zazen / 15:00 Kinhin / 15:10 Zazen / 16:00 Kinhin / 16:10 Zazen / 17:00 Kinhin / 17:10 Zazen / 18:00 Diner / 19:10 Zazen / 20:00 Kinhin / 20:10 Zazen / 21:00 Dagsluiting

6 december

03:40 Opstaan / 04:10 Zazen / 05:00 Kinhin / 05:10 Zazen / 06:00 Ontbijt / 07:10 Zazen / 08:00 Kinhin / 08:10 Zazen / 09:00 Kinhin / 09:10 Zazen / 10:00 Kinhin / 10:10 Zazen / 11:00 Kinhin / 11:10 Zazen / 12:00 Lunch / 13:10 Zazen / 14:00 Kinhin / 14:10 Zazen / 15:00 Kinhin / 15:10 Zazen / 16:00 Kinhin / 16:10 Zazen / 17:00 Kinhin / 17:10 Zazen / 18:00 Diner / 19:10 Zazen / 20:00 Kinhin / 20:10 Zazen / 21:00 Dagsluiting

7 december

03:40 Opstaan / 04:10 Zazen / 05:00 Kinhin / 05:10 Zazen / 06:00 Ontbijt / 07:10 Zazen / 08:00 Kinhin / 08:10 Zazen / 09:00 Kinhin / 09:10 Zazen / 10:00 Kinhin / 10:10 Zazen / 11:00 Kinhin / 11:10 Zazen / 12:00 Lunch / 13:10 Zazen / 14:00 Kinhin / 14:10 Zazen / 15:00 Kinhin / 15:10 Zazen / 16:00 Kinhin / 16:10 Zazen / 17:00 Kinhin / 17:10 Zazen / 18:00 Diner / 19:10 Zazen / 20:00 Kinhin / 20:10 Zazen / 21:00 Thee / 21:20 Zazen / 22:00 Kinhin / 22:10 Zazen / 23:00 Kinhin / 23:10 Zazen / 24:00 Dienst

8 december

09:00 Ontbijt / 10:00 Schoonmaken

Groep van identieke mediterende monniken op de rug gezien.

^ Streven naar niet streven, zen uit alle macht.

278. Dood de sangha

Van uniformering, zelfkastijding en concentratiekramp.

Leerling: Waarheen leidt de boeddhistische weg?

Meester: Naar een kamp met gelijkgestemden.

Leerling: Wat staat er boven de toegangspoort?

Meester: Arbeit macht frei.

279. Zen is zittenblijven tot je overgaat

Opstekers voor trage leerlingen.

Als je hem vraagt wat zen is, zegt Meester Makkie:

Zen is zitten tot je opstaat.

Hij zegt ook weleens:

Zen is opzitten tot je dwarsligt.

En:

Zen is zittenblijven tot je overgaat.

En:

Zen is niet vastzitten – dus ook niet op je kussen.

Wat Meester Makkie zelf het liefste doet?

Gewoon lekker zitten.

'Dat doet me altijd goed.'

Weet jij nog hoe dat moet?

280. Kun je te veel of te weinig mediteren?

Vraaggesprek over meditatie met Meester Makkie.

'Mediteert u veel?'

'Ik hou dat niet zo bij.'

'Hoe mediteert u het liefst?'

'Zittend.'

'Hoe zit u het liefst?'

'Zoals ik op dat moment het liefst zit.'

'Op een kussentje in dubbele lotus?'

'Als dat is hoe ik op dat moment het liefst zit.'

'Hoe dan nog meer?'

'Op een stoel, op een bankje, op een kruk, op een muurtje, op een kei, op de grond, op de bodem van het zwembad...'

'Hoe vaak mediteert u?'

'Iedere keer dat ik mediteer.'

'Eén keer per dag, twee keer, vaker, minder vaak?'

'Inderdaad.'

'Hoelang mediteert u achter elkaar?'

'Zolang als het duurt.'

'Twintig minuten, een half uur, een uur?'

'Ik hou dat niet zo bij.'

'Wat is het verschil tussen meditatief zitten en gewoon zitten?'

'Ik heb geen idee.'

'Wat doet u als u uitgezeten bent?'

'Dan sta ik op of ga ik liggen.'

'Om verder te mediteren of zomaar?'

'Dat komt op hetzelfde neer.'

'Kon ik het maar zo.'

'Je doet al niet anders.'

'Wat is dan het verschil tussen u en mij?'

'Dat jij het nog niet doorhebt.'

'Misschien mediteer ik niet genoeg.'

'Waarom hou je dat ook bij.'

'Mediteert u veel?'

281. Vier stadia van meditatie

In welk stadium zit jij?

Meester Makkie zegt:

Meditatie kent vier stadia.

Eerst mediteer je niet omdat je niet weet wat het is.

Dan mediteer je omdat je weet wat het is.

Daarna mediteer je hoewel je niet meer weet wat het is.

Ten slotte weet je niet meer of je mediteert.

Niet iedereen doorloopt al deze stadia.

Sommigen blijven in het eerste stadium hangen.

Sommigen blijven in het tweede stadium hangen.

Sommigen blijven in het derde stadium hangen.

Meester Makkie is in het laatste stadium begonnen en erin gebleven.

Waar zit jij?

282. Zen is geen half werk

Vier nuanceringen.

Meester: Wat is zen?

Leerling: Niets meer te doen!

Meester: Of te laten.

Jaren later

Meester: Wat is zen?

Leerling: Niets meer te vragen!

Meester: Of te zeggen.

Jaren later

Meester: Wat is zen?

Leerling: Niets meer te verliezen!

Meester: Of te winnen.

Jaren later

Meester: Wat is zen?

Leerling: Absolute zekerheid!

Meester: Over absoluut niets.

283. Zen is all-risk

Clou, kluts, claim.

1. Zen is geen clou

Leerling: Wat is de clou van zen?

Meester: Geen clou meer hebben.

Leerling: Van zen?

Meester: Van wat?

2. Zen is geen kluts

Leerling: Wat is zen ?

Meester: De kluts kwijt zijn.

Leerling: Bent u de kluts kwijt?

Meester: Ik heb hem nooit gehad.

3. Zen is geen claim

Leerling: Wat is zen?

Meester: Niets claimen.

Leerling: No-claim?

Meester: En geen verzekering.

284. Niet spreken is het meest nabij

Leerling: Waar gaat u heen?

Meester: Op bedevaart.

Leerling: Waar is dat goed voor?

Meester: Dat weet ik niet.

Leerling: Niet weten is het meest nabij.

Meester: Nabij wat?

Leerling: Eh...

Meester: Naprater.

Leerling: Had ik nu maar niets gezegd.

Meester: Zeg dat wel.

Leerling: Hoezo?

Meester: Niet spreken is het meest nabij.

285. Niet denken is het meest nabij

Meester: Waar ga je heen?

Leerling: ...

Meester: Zeg dat nog eens.

Leerling: Ik zei niets.

Meester: Waarom niet?

Leerling: Niet spreken is het meest nabij.

Meester: Nabij wat?

Leerling: Hm.

Meester: Wat?

Leerling: Betrapt.

Meester: Waarop?

Leerling: Dat ik daar nog helemaal niet over heb nagedacht.

Meester: Dan is er nog hoop.

Leerling: Hoezo?

Meester: Niet denken is het meest nabij.

286. Niet hechten is het meest nabij

Leerling: Waar gaat u heen?

Meester: Wat maakt het uit.

Leerling: Niet denken kun je overal, wou u zeggen.

Meester: Niet denken kun je nergens, zou ik zeggen.

Leerling: Wat?

Meester: Denken moet je overal.

Leerling: Gisteren zei u nog dat niet denken het meest nabij was.

Meester: Nabij wat?

Leerling: Daar probeer ik juist niet aan te denken.

Meester: Waarom niet?

Leerling: Omdat ik aan uw woorden hecht.

Meester: Niet hechten is het meest nabij.

287. Niet doen is het meest nabij

Leerling: Eerst dacht ik dat niet weten het meest nabij was.

Meester: Wist jij veel.

Leerling: Toen dacht ik dat niet spreken het meest nabij was.

Meester: Zeg dat maar eens zonder te spreken.

Leerling: Toen dacht ik dat niet denken het meest nabij was.

Meester: Leuk bedacht.

Leerling: Nu denk ik weer dat niet hechten het meest nabij is.

Meester: Behalve bij gapende wonden.

Leerling: Maar als ik dat tegen u zeg, zegt u vast weer...

Meester: Nabij wat?

Leerling: Of...

Meester: Ben jij gehecht aan onthechting?

Leerling: Of...

Meester: Een mens denkt wat af.

Leerling: Wat doe ik toch verkeerd?

Meester: Niet doen is het meest nabij.

288. Niet moeten is het meest nabij

Leerling: Waar gaat u heen?

Meester: Ga ik ergens heen?

Leerling: Wat gaat u daar doen?

Meester: Ga ik daar wat doen?

Leerling: Niet doen is het meest nabij, wou u zeggen.

Meester: Wou ik wat zeggen?

Leerling: Alles op zijn beloop laten, bedoel ik.

Meester: En dan?

Leerling: Is niet antwoorden soms het meest nabij?

Meester: Hoe kom je daar nu bij?

Leerling: Omdat u nooit antwoord geeft?

Meester: Wat is dit dan?

Leerling: U stelt alleen maar vragen.

Meester: Zijn vragen soms geen antwoorden?

Leerling: Is vragen soms het meest nabij?

Meester: Nabij wat?

Leerling: Wat moet ik anders?

Meester: Niet moeten is het meest nabij.

289. Alles is het meest nabij

Leerling: Niet moeten is het meest nabij, niet vragen is het meest nabij, niet doen is het meest nabij, niet hechten is het meest nabij, niet denken is het meest nabij, niet spreken is het meest nabij, niet weten is het meest nabij.

Meester: Wat is de vraag?

Leerling: Wat is eigenlijk niet nabij?

Meester: Nabij wat?

Leerling: Als ik dat eens wist.

Meester: Wat dan?

Leerling: Volgens mij is alles even nabij.

Meester: Hoe kun je zoiets meten?

Leerling: Maar dan is alles ook even veraf.

Meester: Ik zou het maar vergeten.

Leerling: Dus is niets het meest nabij.

Meester: Dit mag best onzin heten.

Leerling: Sla ik de spijker op zijn kop?

Meester: Je zit erbovenop.

290. Verwarring is het meest nabij

Een heldere zaak.

Leerling: De wereld is in verwarring.

Meester: Welke wereld?

Leerling: Bedoelt u dat de wereld een illusie is?

Meester: Het is maar een vraag.

Leerling: Wat zou u zeggen?

Meester: Misschien ben jij het wel die in verwarring is.

Leerling: Niet de wereld is in verwarring, maar ikzelf?

Meester: Welk zelf?

Leerling: Bedoelt u dat ik zelf een illusie ben?

Meester: Het is maar een vraag.

Leerling: Wat zou u zeggen?

Meester: Misschien is het je geest wel die in verwarring is.

Leerling: Niet de wereld is in verwarring, niet ik ben in verwarring, maar mijn geest?

Meester: Welke geest?

Leerling: Bedoelt u dat mijn geest een illusie is?

Meester: Het is maar een vraag.

Leerling: Wat zou u zeggen?

Meester: Misschien zijn het je gedachten wel die verward zijn.

Leerling: Niet de wereld is in verwarring, niet ik ben in verwarring, niet mijn geest is in verwarring, maar mijn gedachten zijn verward?

Meester: Of misschien zijn gedachten verwarring.

Leerling: Mijn gedachten zijn niet verward, gedachten zijn verwarring?

Meester: Neem alleen deze gedachte al.

Leerling: Nu weet ik het helemaal niet meer.

Meester: Verwarring is het meest nabij.

291. Niet lezen is het meest nabij

Niet schrijven is het meest nabij.

Niet schrijven is het meest nabij.

Helaas geldt dat alleen voor mij.

Helaas geldt dat alleen voor mij.

Niet lezen is voor jou nabij.

Niet lezen is voor jou nabij.

Bespaar je dus mijn letterbrij.

Bespaar je dus mijn letterbrij.

Bis

292. Soto-zen leidt weg van het doel

Leerling: Het gaat om de weg, niet om het doel.

Meester: Toch weer een doel gevonden?

293. De weg van het midden leidt recht door zee

Meester: Wat is de weg van het midden volgens jou?

Leerling: Het vermijden van uitersten.

Meester: Waarheen leidt de weg van het midden?

Leerling: Naar nirwana, zou ik zeggen.

Meester: Denk jij soms dat nirwana geen uitersten kent?

Leerling: Wat is de weg van het midden volgens u?

Meester: Dat laat ik liever in het midden.

Leerling: Waarheen leidt de weg van het midden?

Meester: Dat laat ik liever in het midden.

Leerling: Is er eigenlijk wel een weg van het midden?

Meester: Dat laat ik liever in het midden.

Leerling: Wat betekent een en ander voor mij?

Meester: Dat laat ik liever in het midden.

Leerling: Is dit nu de weg van het midden?

Meester: Dat laat ik liever in het midden.

294. De zenweg is een remweg

Slippen is onvermijdelijk.

Leerling: Ik boek helemaal geen progressie meer.

Meester: Moet je ergens heen dan?

Leerling: Bedoelt u dat ik hier moet blijven?

Meester: Ik stelde alleen maar een vraag.

Leerling: Zo gaat het nu altijd.

Meester: Altijd is nog altijd niet voorbij.

Leerling: Steeds heb ik u vertrouwd.

Meester: Dan zal dat het probleem wel zijn.

Leerling: Nooit heb ik de moed opgegeven.

Meester: Een complicerende factor.

Leerling: Maar nu kan ik niet meer.

Meester: Kijk eens aan.

Leerling: Ik geef het op.

Meester: Eindelijk progressie.

295. Zen gaat van veronderstellen naar ontstellen

Vol erin! Leeg eruit!

Leerling: Waarheen leidt de weg die wij moeten gaan?

Meester: Je veronderstelt dat wij hem moeten gaan.

Leerling: Waarheen leidt de weg?

Meester: Je veronderstelt dat hij ergens heen leidt.

Leerling: Wat kunt u mij over de weg vertellen?

Meester: Je veronderstelt dat er een weg is.

Leerling: Wou u beweren van niet?

Meester: Je veronderstelt dat ik dat weet.

Leerling: Als iemand het weet...

Meester: Je veronderstelt dat iemand het weet.

Leerling: Wou u beweren van niet?

Meester: Je veronderstelt dat ik dat weet.

Leerling: Wou u beweren van niet?

Meester: Je veronderstelt dat ik iets wil zeggen.

Leerling: Wou u beweren van niet?

Meester: Nu veronderstel je weer dat ik niets wil zeggen.

Leerling: Wat wilt u dan zeggen?

Meester: Je blijft maar veronderstellen, hè?

Leerling: Maar...

Meester: En weer.

Leerling: Dan zeg ik wel niets meer.

Meester: Weer.

Leerling: ...

Meester: Weer.

296. Haiku op haiku – Op de tast

De erwtenranken
denken bij zichzelve, kom,
waar gaan we nu heen?

(Kigiro)

Ook erwtenranken
denken bij zichzelf, jeetje,
waar gaan we toch heen?

297. Haiku op haiku – Zwevers

Van de ene vogel-
verschrikker naar de andere
vliegen de mussen.

(Sazanami)

Van de ene wijze
naar de andere wijze
vliegen de mensen.

298. Hangen of wurgen

Hangen

Leerling: De poort heb ik gevonden, maar wat er nu aan de andere kant zit?

Meester: Wat voor slot zit erop?

Leerling: Een hangslot.

Meester: Gewoon door het sleutelgat kijken.

Hangslot met een sleutelgat waar je niet doorheen kunt kijken of kruipen.

Wurgen

Leerling: De poort heb ik gevonden, maar hoe ik nu aan de andere kant kom?

Meester: Wat voor slot zit erop?

Leerling: Een hangslot.

Meester: Gewoon door het sleutelgat kruipen.

299. Zen is nergens thuis zijn

Ook niet in thuisloosheid.

'Wat is zen volgens jou?'

'Thuisloos zijn, Hans.'

'Waarin?'

'Wie thuisloos is, is overal thuis.'

(Zegt Nico Tydeman in Transmissie en Transcendentie, p321.)

'Wie thuisloos is, is nergens thuis.'

'Hoe dat zo?'

'Anders zou hij niet thuisloos zijn.'

'Dan is hij toch thuis in thuisloosheid?'

'Dan zou hij toch weer ergens thuis zijn.'

'Hoe is het om nergens thuis te zijn?'

'Vraag dat maar aan iemand die nergens thuis is.'

'Waar ben jij thuis?'

'Zegt me niets.'

'"Jij" niet of "thuis" niet?'

'Wat jij wil.'

'In niet-weten?'

'Zegt me niets.'

'Jij bent toch thuisgekomen in niet-weten?'

'Stel je voor.'

'Hoe bedoel je?'

'Dan was ik nog verder van huis.'

'Wat ik ook vraag, jij geeft niet thuis.'

'Ik geef het graag, maar niemand geeft thuis.'

300. Op niet-weten staat geen maat

Een ezel zonder vracht.

'Waarvoor staat de boeddhistische term hinayana?'

'Het kleine voertuig.'

'Wat is er klein aan?'

'Het richt zich alleen op je eigen verlossing.'

'Waarvoor staat de term mahayana?'

'Het grote voertuig.'

'Wat is er groot aan?'

'Het richt zich vooral op andermans verlossing.'

'En niet-weten?'

'Dat laat zich voor niemands karretje spannen.'

'Waarom niet?'

'Omdat het geen voertuig is.'

'Aha.'

'En het probeert niemand voor zijn karretje te spannen.'

'Waarom niet?'

'Omdat het nergens heen hoeft.'

'Wat is hoger, boeddhisme of niet-weten?'

'Boeddhisme natuurlijk.'

'Waarom?'

'Op niet-weten staat geen maat.'

301. Haiku op haiku – De heilige berg

Dikke huisjesslak,
ook jij, beklim de Fuji,
maar langzaam, langzaam.

(Issa)

Arme huisjesslak,
ook jij raakt al klimmende
steeds verder van huis.

Arme huisjesslak,
ook op de Fuji blijf jij
aan huis gebonden.

Oude gebogen monnik met een tempel op zijn rug

^ Arme heilige. / Ook op de Fuji blijft hij / een tempeldrager.

302. De Grote Weg voor dummy's

Monnik: Volgens Sengtsan is de Grote Weg niet moeilijk voor wie geen voorkeuren heeft.

Meester: Kan best wezen, maar wie heeft er nu geen voorkeuren?

Monnik: Wat zou u zeggen?

Meester: De Grote Weg is niet moeilijk voor wie hem kwijt is.

Asfaltweg in de vorm van twee geschakelde vraagtekens.

^ De Grote Weg is niet moeilijk voor wie hem kwijt is.

303. Klein abc van de Grote Weg van Sengtsan

De Grote Weg; verzen over de geest van vertrouwen, is een compacte uitdrukking van het mahayanaboeddhisme.

Hij bestaat uit 73 coupletten van 8 tekens elk en wordt toegeschreven aan de derde Chinese zenpatriarch, Sengtsan (Seng-ts'an, Sosan Zenji), die overleden zou zijn in het jaar 606.

Er zijn tientallen vertalingen van De Grote Weg (Hsin Hsin Ming, Xin Xin Ming; Shinjinmei; Shinjin no mei) op internet en in boekvorm.

Voor mijn bewerking heb ik me gebaseerd op Het Oog slaapt nooit van Dennis Genpo Merzel, vertaald uit het Engels door Lucy Kooman.

Om niet teveel in herhaling te vallen, heb ik eerst een selectie van 26 van de 73 coupletten gemaakt, gelabeld van A tot Z.

Onder ieder couplet vind je een tegenzet van mijn hand, gelabeld van A' tot Z'.

Klein abc van de Grote Weg

A. De Grote Weg is niet moeilijk voor wie geen voorkeuren heeft.

A'. De Grote Weg is niet moeilijk voor wie hem kwijt is.

B. Maak je ook maar het kleinste onderscheid, dan wijken hemel en aarde oneindig ver uiteen.

B'. Maak geen onderscheid tussen wel en niet onderscheiden.

C. Wil je de waarheid zien, wees dan nergens voor of tegen.

C'. Wil je de waarheid voorbij, blijf dan niet hangen in neutraliteit.

D. Het vergelijken van wat je bevalt met wat je niet bevalt, is de ziekte van de geest.

D'. Ziekte is een woord voor wat je niet bevalt.

E. De weg is volmaakt als onmetelijke ruimte waarbinnen niets ontbreekt en niets overbodig is.

E'. In de onmetelijke ruimte van de weg ontbreekt overbodigheid niet en is het ontbreken niet overbodig.

F. Werkelijk, omdat wij steeds weer het een aanvaarden en het ander afwijzen, zien wij de ware aard van de dingen niet.

F'. Werkelijk, zolang wij denken in termen van waar en vals, zullen wij het een aanvaarden en het ander afwijzen.

G. Leef noch verstrikt in uiterlijke zaken, noch met een innerlijk gevoel van leegte.

G'. Raak niet verstrikt in het mijden van uiterlijke zaken of een innerlijk gevoel van leegte.

H. Wees gelijkmoedig binnen de eenheid van alle dingen en zulke onjuiste denkbeelden verdwijnen vanzelf.

H'. De grote weg is niet moeilijk voor wie geen onderscheid maakt tussen juiste en onjuiste denkbeelden.

I. Zolang je of tot het een of tot het ander overhelt, zul je nooit eenheid kennen.

I'. Zolang je tot eenheid overhelt, zul je blijven tellen.

J. Hoe meer je erover praat en denkt, des te verder dwaal je van de waarheid af.

J'. Hoe minder je erover praat en denkt, des te langer blijf je in de waarheid hangen.

K. Houd op met praten en denken en er is niets dat je niet zult begrijpen.

K'. Houd op met begrijpen en er is niets dat je niet mag zeggen of denken.

L. Woorden! De weg kan niet door taal worden uitgedrukt, want zij kent geen gisteren, geen morgen, geen vandaag.

L'. Woorden! De weg kan niet zonder taal worden uitgedrukt want zij kent ook gisteren, morgen, vandaag.

M. Terugkeren naar de kern betekent de diepere zin ontdekken, maar ijdele schijn najagen betekent de bron over het hoofd zien.

M'. De grote weg is niet moeilijk voor wie geen onderscheid maakt tussen ijdele schijn en werkelijkheid.

N. Zoek niet naar de waarheid; houd er alleen mee op vaststaande meningen te koesteren.

N'. Koester geen mening over vaststaande meningen; zoek het niet in niet-zoeken.

O. Laat de staat van dualisme achter je; vermijd zorgvuldig alles wat daartoe leidt.

O'. Laat ook de staat van non-dualisme achter je en alles gaat vanzelf.

P. Als er zelfs maar een spoor is van zus en zo, van goed en slecht, raakt je diepste wezen verstrikt in verwarring.

P'. Verwarring is het meest nabij.

Q. Zie de onderlinge afhankelijkheid tussen subject en object en de fundamentele waarheid: het één zijn van de leegte.

Q'. Zie de leegte van subject en object en van de eenheid en de fundamentele waarheid.

R. Als je geen onderscheid maakt tussen grof en fijn raak je niet star en bevooroordeeld.

R'. De grote weg is niet moeilijk voor wie geen onderscheid maakt tussen star en flexibel, bevooroordeeld en onbevooroordeeld.

S. Laat de dingen eenvoudigweg zoals ze zijn en er zal komen noch gaan meer bestaan.

S'. Laat de dingen eenvoudigweg komen en gaan, en er zal geen zijn of niet-zijn meer bestaan.

T. Als je gedachten aan banden zijn gelegd, is de waarheid verborgen, want alles is dan vuil en troebel.

T'. Laat je niet aan banden leggen door gedachten aan een verborgen waarheid.

U. De wijze streeft niets na, maar de dwaas slaat zichzelf in de boeien.

U'. De wijze kijkt geboeid naar zijn boeien en streeft de vrijheid niet na.

V. Wees, hoewel alle dualiteiten komen van het Ene, zelfs niet aan dit Ene gehecht.

V'. Wees zelfs niet aan onthechting van dualiteiten of het ene gehecht.

W. Tegenstellingen zijn als denkbeeldige bloemen in de lucht: het is dwaasheid ze te willen vastgrijpen.

W'. Eenheid is als een denkbeeldige bloem in de lucht: het is dwaasheid haar te willen plukken.

X. In de wereld van het pure zijn tellen gedachte, gevoel, kennis en verbeelding niet meer.

X'. De wereld van het pure zijn bestaat alleen in gedachte, gevoel, kennis en verbeelding.

Y. Verspil geen tijd aan twijfels en redeneringen.

Y'. Verspil geen tijd aan zekerheden en waarheden.

Z. Eén ding, alle dingen: houd je er niet afzijdig van, leef er middenin, zonder kieskeurig te zijn.

Z'. De grote weg is niet moeilijk voor wie berust in kieskeurigheid en afzijdigheid.

Opmerkingen

A'-Z' is natuurlijk geen verbeterde versie van de Grote Weg van Sengtsan, maar het uitgangspunt voor een volgende versie, A''-Z'', die zelfs gelijk zou kunnen zijn aan A-Z.

Niet-weten is namelijk geen denkresultaat, maar een denkbeweging uit het vorige denkresultaat.

Een lege geest levert het ook niet op, alleen een doorgaande ontlediging van een levendige geest.

Windend als een luchtballon van horizon naar horizon – nooit is mijn weg zo groot geweest.

304. Zen is geen weg naar geen idee

Zenweg, weg zen.

Leerling: Wat is zen?

Meester: Een weg.

Leerling: Waarheen?

Meester: Geen idee.

Leerling: Hebt u geen idee waarheen de zenweg leidt of leidt de zenweg naar geen-idee?

Meester: 't Idee.

305. Haiku op haiku – Heel de duisternis

Toen 't elektrisch licht
uitviel, zag ik plotseling
de sterrenhemel.

(anoniem)

Toen de sterrenhemel
uitviel, zag ik eindelijk
heel de duisternis.

306. Haiku op haiku – Geleerden

Wat ook geleerden
over haar vertellen, 't blijft
onze mooie maan.

(anoniem)

Wat ook geleerden
ons allemaal vertellen
't blijft een raar bestaan.

307. Haiku op haiku – Mensenverschrikkers

Wanneer de maan schijnt
och, lijken zij op mensen,
vogelverschrikkers.

(Shiki)

Ja, zelfs bij daglicht
lijken de mensen op ons
vogelverschrikkers.

Maan met strohoed.

^ In volle glorie / ben ik de allergrootste / mensenverschrikker.

308. Malamolens voor verlossers – vijf eeuwigdurende meditaties

Aanbevolen herhalingen per meditatie: 108 of een veelvoud daarvan.

Gebruik zo nodig een mala of rozenkrans om de tel bij de houden.

Je kunt de woorden denken, prevelen, fluisteren, chanten of declameren.

Uitschreeuwen mag ook, maar denk om de buren.

Gevorderden laten de woorden weg.

Adepten laten ook het tellen weg.

Eerste meditatie: denken

Laat de waan niet aan de mensen

Laat de maan niet aan de schijn

Laat ze denken zonder denken

Laat ze worden wat ze zijn, dus

Laat de waan maar aan de mensen

Laat de maan maar aan de schijn

Laat ze denken wat ze denken

Laat ze wezen wat ze zijn, dus

Bis

Tweede meditatie: weten

Laat de waan niet aan de mensen

Laat de maan niet aan de schijn

Laat ze weten zonder weten

Laat ze worden wat ze zijn, dus

Laat de waan maar aan de mensen

Laat de maan maar aan de schijn

Laat ze weten wat ze weten

Laat ze wezen wat ze zijn, dus

Bis

Derde meditatie: willen

Laat de waan niet aan de mensen

Laat de maan niet aan de schijn

Laat ze willen zonder willen

Laat ze worden wat ze zijn, dus

Laat de waan maar aan de mensen

Laat de maan maar aan de schijn

Laat ze willen wat ze willen

Laat ze wezen wat ze zijn, dus

Bis

Vierde meditatie: hebben

Laat de waan niet aan de mensen

Laat de maan niet aan de schijn

Laat ze hebben zonder hebben

Laat ze worden wat ze zijn, dus

Laat de waan maar aan de mensen

Laat de maan maar aan de schijn

Laat ze hebben wat ze hebben

Laat ze wezen wat ze zijn, dus

Bis

Vijfde meditatie: voelen

Laat de waan niet aan de mensen

Laat de maan niet aan de schijn

Laat ze voelen zonder voelen

Laat ze worden wat ze zijn, dus

Laat de waan maar aan de mensen

Laat de maan maar aan de schijn

Laat ze voelen wat ze voelen

Laat ze wezen wat ze zijn, dus

Bis

309. Zen is voor de bijl gaan

Meester: Wat is zen?

Leerling: Alles weghakken.

Meester: Hm.

Leerling: Wat zou u zeggen?

Meester: Het bijltje achter de hand houden.

Jaren later

Meester: Wat is zen?

Leerling: Het bijltje achter de hand houden.

Meester: Hm.

Leerling: Wat zou u zeggen?

Meester: Het bijltje erbij neergooien.

Jaren later

Meester: Wat is zen?

Leerling: Het bijltje erbij neergooien.

Meester: Hm.

Leerling: Wat zou u zeggen?

Meester: Alles weghakken.

Leerling: En als ik dat had gezegd?

Meester: Precies.

310. Zen is redekundig ontleden

Toen een professor taalkunde hem eens vroeg wat zen is, riep meester Zuetsu:

Geen onderwerp zijn!

Geen gezegde zijn!

Geen onderwerp van gezegden zijn!

Geen gezegde van onderwerpen zijn!

Zin zonder onderwerp of gezegde zijn!

Onderwerp of gezegde zonder zin zijn!

Zin zonder zin zijn!

Iedere zin zijn!

Niet onderwerpen!

Niet onderworpen zijn!

Niets zeggen!

Niets ongezegd laten!

311. Waar ik voor sta

Beste Hans,

Mooie site, goed verzorgd, maar waar jij nu voor staat?

Beste X,

Voor niets.

X: Voor niet-weten toch?

H: Mij niet gezien.

X: Pardon?

H: Wie weet er nu niets.

X: Kun je, eh, niet-weten beoefenen?

H: Niet-weten is de afwezigheid van hardgebakken kennis.

Hoe kun je nu oefenen in de afwezigheid van iets wat er nog is?

En als het eenmaal weg is, waarom zou je dan nog oefenen?

X: Hoe kom je er anders vanaf?

H: Waartoe behoort het idee dat je er vanaf moet?

X: Je moet toch ergens van uitgaan.

H: Niet-weten is nergens van uitgaan. Ook hiervan niet.

X: Valt er dan helemaal niets te doen of te laten?

H: Als je iets kunt, dan is het je hardgebakken kennis kritisch onderzoeken.

Je hokjes, je DenkBeelden, je aannames, je normen, waarden en zekerheden.

Maar hoe krijg je jezelf zo gek?

Waarom zou je twijfelen aan je projecties zolang je ze voor werkelijk houdt?

Waarom zou je onderzoeken wat voor jou vanzelf spreekt?

Is er eigenlijk wel zoiets als hardgebakken kennis, waarom zou je ervan af moeten, is er wel een 'je' om over te halen, is 'projectie' zelf geen projectie, wat heet 'werkelijk'?

X: Jij denkt niet dat het kan?

H: Byron Katie denkt dat het kan, haar methode heet Het Werk.

Jed McKenna denkt dat het kan, zijn methode heet autolyse.

Psychotherapeuten denken dat het kan, hun methode heet cognitieve therapie.

Zenboeddhisten van de rinzailijn denken dat het kan, hun methode heet koanmeditatie.

'Only don't know', zegt Seung-Sahn.

'Geloof niets', zegt Meester Linji.

'Verblijf in niet-weten', zegt Jean Klein.

Vipassana, shikantaza, konmari – man, je blijft erin.

X: Is niet-weten voor jou een methode, een houding, een filosofie, een vorm van mystiek of meditatie? Of is het eerder een antimethode, een antihouding, een antifilosofie, antimystiek, antimeditatie?

H: Voor mij niet.

X: Wat niet? Of liever: wat wel?

H: Voor mij is niet-weten een grensoverschrijdend denken, vrij en onvervaard, dat zichzelf vanzelf onophoudelijk bevraagt en onverbiddelijk schoon schip maakt.

Niet door iedere gedachte krampachtig te onderdrukken maar door elk weten dat het nu eenmaal debiteert, elk onderscheid dat het nu eenmaal aanbrengt, iedere gedachte die het nu eenmaal oppert tegen het licht te houden, zonder uitzondering.

Dus ook gedachten als zou niet-weten een methode of een antimethode zijn, een houding of een antihouding, een filosofie of een antifilosofie enzovoort.

Dus ook de gedachte dat niet-weten een grensoverschrijdend denken is, vrij en onvervaard, dat zichzelf vanzelf onophoudelijk bevraagt en onverbiddelijk schoon schip maakt.

Want is er eigenlijk wel zoiets als 'een niet-weten' of 'een denken', is 'het' wel 'grensoverschrijdend', 'vrij' en 'onvervaard'?

Kan 'het' 'zichzelf' wel bevragen, doet 'het' dat inderdaad 'vanzelf' en 'onophoudelijk' of alleen overdag of alleen tussen de bedrijven door of alleen bij levensbeschouwelijke kwesties of maar bij honderd van de tienduizend gedachten?

Of is het zelf een gedachte, lijkt het alleen maar zo, is niet-weten de volgende droom of illusie?

X: Jij staat helemaal voor niets.

H: Mij niet gezien.

312. Gedicht op gedicht – Tempelcomplex en aardewerk

De schalen en de kommen van ieder huis
in het hemelse jeruzalem
zullen zijn als de schalen en de kommen
van de tempel.

(Sokan)

De schalen en de kommen van de tempel
zullen zijn als de schalen en de kommen
van ieder huis.

313. Gedicht op gedicht – Laat het

Van het natte pad
naar het nooit meer natte pad,
onderweg rustend –
laat het waaien als het waait
regenen als het regent.

(Ikkyu)

Van het natte pad
naar het nooit meer natte pad,
wat er ook gebeurt –
laat het klagen als het klaagt
vloeken als het vloekt.

314. Ontwaakt!

Wakkerder dan ooit.
O lettergrepenteller.
Haiku in de nacht.

315. Haiku

Vijf, zeven en vijf
lettergrepen naar de macht:
woorden in de wind.

316. Geloof het of niet

Meester Zuetsu zegt:

Hoor je dat niet-weten zich tot een mens heeft gewend, geloof het gerust.

Hoor je dat een mens zich tot niet-weten heeft gewend, geloof het maar niet.

Hoor je dat een mens wijsheid zoekt, geloof het gerust.

Hoor je dat een mens wijsheid heeft gevonden, geloof het maar niet.

Hoor je dat een dwaas wijsheid zoekt, geloof het gerust.

Hoor je dat een wijze dwaasheid heeft gevonden, geloof het maar niet.

Hoor je dat ik een onwaarheid heb gesproken, geloof het maar niet.

Hoor je dat ik een waarheid heb gesproken, geloof het maar niet.

317. Onder het mom van niet-weten

X: Ken jij het gedicht 'Ik. Wie?' van...

H: Wie? Ik?

X: Nee, 'Ik. Wie?' Daarmee begint het boek 'Wat is wijsheid?' van filosoof en zenboeddhist Jan Bor.

H: Ik had liever gezien dat het ermee eindigde.

X: Maar dat doet het niet. Het eindigt met de volgende woorden:

"Wat is dus wijsheid? Tja, ik weet het natuurlijk ook niet, maar besef inmiddels wel dat juist daarin de toegang tot dit mysterie ligt, in het weten dat je het niet weet (zoals je ook niet weet wie je in de grond bent). Wat in ieder geval helpt is om jezelf niet zo serieus te nemen, niet te denken dat jij de waarheid in pacht hebt, wel je eigen toevluchtsoord te zijn (zoals de Boeddha zei) en dus niets voor zoete koek te slikken; om je niets aan te trekken van de meningen van anderen (zoals een Engelse vriend ooit in het grijze verleden zei en lang voor hem Seneca), maar die anderen – los van hun oordelen – wel lief te hebben en zo nodig de helpende hand te bieden; om vooral ook zelf niet te oordelen opdat je zelf niet geoordeeld wordt (zei Jezus), en niet aan anderen op te leggen wat je zelf niet wilt (zei Confucius al); om geen doelen in de verre toekomst te stellen en zo voorbij te gaan aan het levende nu, niet je hele leven van a tot z willen controleren, je oogkleppen af te doen, en je open te stellen voor het wonder van alles en iedereen."

H: Voor iemand die adviseert om je niets aan te trekken van de meningen van anderen, haalt hij wel erg veel meningen van anderen aan.

X: Verdraaid.

H: En dat je je niets aan moet trekken van de meningen is ook maar een mening.

X: Ook dat nog.

H: Niet voor zoete koek slikken dus, om het met Jan te zeggen, maar ja, of we dat dan wél voor zoete koek moeten slikken?

X: Je geeft hem wel erg weinig speelruimte zeg.

H: Had hij het nu maar bij die eerste zin gelaten.

X: 'Wat is dus wijsheid?'

H: Of bij de tweede desnoods.

X: 'Tja, ik weet het natuurlijk ook niet, maar...'

H: Altijd weer die maar. Ik bedoel, weet hij het nu wel of weet hij het nu niet?

X: Hij zegt van niet.

H: MAARRR beseft 'inmiddels wel dat juist daarin de toegang tot dit mysterie ligt, in het weten dat je het niet weet.'

X: En?

H: Weten dat je het niet weet, is weten, geen niet weten.

X: Per definitie.

H: Dat geldt ook voor de gedachte dat het leven een mysterie zou zijn.

X: Wat zou het anders kunnen zijn?

H: Weet ik veel – een vanzelfsprekendheid of een gewoonte of een illusie of een geschenk van god of een kosmische grap of een strijd om te overleven of een spel of een queeste om je ware aard te realiseren of een queeste om je daarvan te bevrijden of een queeste om een eind te maken aan je queeste of een gruwel of een gedachte nu of een woord zonder tegenhanger in de werkelijkheid of dit alles tegelijk of niets van dit alles of wat dan ook.

X: Het leven alleen maar zien als een mysterie is eigenlijk best beperkt.

H: En dat je door niet-weten toegang krijgt tot het mysterie, is wéér weten, geen niet-weten.

X: Weten, weten, weten.

H: En allemaal onder het mom van niet-weten.

X: Wat vind je van zijn advies om jezelf niet zo serieus te nemen – kan dat wel door de beugel?

H: Ik heb geen beugel. Maar het is opnieuw weten, geen niet-weten. Net als de onuitgesproken aanname dat je daarvoor kunt kiezen.

X: En zijn advies om je eigen toevluchtsoord te zijn?

H: Adviseren is weten, niets aan te doen.

X: Dat geldt dan natuurlijk ook voor het advies om anderen lief te hebben en zo nodig de helpende hand te bieden, om niet te oordelen opdat je zelf niet geoordeeld wordt, en om anderen niets op te leggen wat je zelf niet wilt.

H: Dat laatste advies lijkt te impliceren dat je anderen alleen mag opleggen wat je zelf wil, daar moet je toch niet aan denken.

X: Wat zou jij zeggen?

H: Laat je vooral niet opleggen anderen niets op te leggen wat je zelf niet wil als je dat niet wil, zou ik zeggen als ik dacht dat wij het allemaal helemaal zelf voor het zeggen hadden, maar ja...

X: Jezus zei: 'Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet.'

H: Jezus deed wat hij niet zei en zei wat hij niet deed. Zijn zuiveringsactie in de tempel preludeert op de Inquisitie en op alle zuiveringsacties daarvoor en daarna.

X: Hoed je voor de zuiveraars.

H: En hoed je voor de zuiveraars die zich willen ontdoen van de zuiveraars.

X: En hoed je voor de zuiveraars die zich willen ontdoen van de zuiveraars die zich willen ontdoen van de zuiveraars.

H: Als je dat maar weet.

X: En het advies om geen doelen in de verre toekomst te stellen die voorbij gaan aan het levende nu – daar kun je toch geen bezwaar tegen hebben?

H: Doelen in de verre toekomst stellen maakt deel uit van het levende nu, net zoals het verre nu eens deel zal uitmaken van de levende toekomst.

Bovendien is dromen dat je nooit meer doelen in de verre toekomst zal stellen en zo nooit meer voorbij zal gaan aan het levende nu, opnieuw een doel stellen voor de verre toekomst en voorbijgaan aan het levende nu.

X: En het advies om niet je hele leven van a tot z te willen controleren?

H: Is een poging controle te krijgen over het verlangen je leven van a tot z te controleren.

X: En het advies om je oogkleppen af te doen en je open te stellen voor het wonder van alles en iedereen?

H: Oogkleppen en geslotenheid maken deel uit van het zogenaamde wonder.

Alles en iedereen tot een wonder reduceren is jezelf afsluiten voor andere zienswijzen op het leven, maar daar hebben we het al over gehad.

X: Jan Bor vervolgt:

"Wijs is om ervan doordrongen te zijn dat je het inderdaad niet weet en het niet kunt weten. (De goeroes van de nieuwe spiritualiteit die allemaal zeggen het wel te weten, zijn dus allemaal on-wijs)."

H: Zo maakt een oude dwaas van zichzelf een nieuwe wijze.

X: En tenslotte:

"Het is steeds weer terugkeren tot dit niet-weten. Uiteindelijk is het iets van het hart. Het is daarmee van een andere orde dan weten en de ontkenning ervan, botte onwetendheid. Het ontspringt aan een andere bron, een die onkenbaar is, in duisternis gehuld. De Laozi zegt daarover... 'Dit (oorspronkelijk) eenzijn heet: het duistere. In het duistere van dat duistere schuilt de poort tot de massa mysteriën.' Of in een andere mooie vertaling van dit slot van het eerste hoofdstuk van de Laozi (in de vertaling van Jan De Meyer): 'Die gezamenlijke bron duiden we aan als het mysterie, het nog mysterieuzere dan het mysterie, de poort van alle subtiliteiten'."

H: Nog meer meningen onder het mom van niet weten.

X: Zelfs hierin kun je je niet vinden?

H: Voor mij is niet-weten een denken dat zichzelf doorziet, geen intuïtieve kenwijze van het hart, maar dat moet iedereen zelf uitmaken.

Van een of andere bron of oorspronkelijk eenzijn dat onkenbaar zou zijn, in duisternis gehuld, nog mysterieuzer dan het mysterie, de poort van alle subtiliteiten, weet ik niets.

X: Misschien komt dat doordat die bron in duisternis is gehuld.

H: En misschien komt het doordat het niet meer is dan een mystiekerig eufemisme voor niet-weten.

Een speculatieve cryptowijsheid uit vervlogen tijden.

Pauwentaal om goede sier mee te maken.

X: En ik maar denken dat dit jou wel aan zou spreken.

H: En jij maar denken.

X: Is er nog iets wat je tegen Jan zou willen zeggen?

H: Hetzelfde wat ik tegen alleman zou willen zeggen.

X: En dat is?

H: Niets.

X: Ik was er al bang voor.

H: Wie niet weet die niet spreekt.

X: Hoor wie het zegt.

H: Er zijn veel woorden nodig om ze uit te hollen.

X: Mooi gezegd.

H: Als je het maar geen wijsheid noemt.

318. Haiku op haiku – Roependen en geroepenen

Een tempelbel roept.
Ook een watervogel roept.
De nacht wordt donker.

(Issa)

Al roept niemand ons,
we blijven maar roepen dat
we zijn geroepen.

319. Zen is geen zen als er zen op staat

Zen.

Zen is geen zen.

Zen is geen zen als er zen op staat.

Zen is ook geen zen als er geen-zen op staat.

Zen is ook geen zen als er on-zen op staat.

Zen is geen zen zolang je erop staat.

Zen is geen zen.

Zen.

320. De wijsheid van de strontvlieg

Beste Hans,

Jij noemt je dwaalgesprekken ergens 'polderkoans', maar voor mij missen ze de filosofische diepgang en literaire kwaliteit van de originele Chinese gong-an.

Beste X,

Je kunt van de originele Chinese koans veel zeggen, maar niet dat ze hartelijk en ingeleefd zijn.

Er wordt gemept, gescholden, geschreeuwd en doodgezwegen.

Ook van filosofische diepgang en literaire kwaliteit is zelden sprake, of ik moet er blind voor zijn.

Koans zijn showstoppers, bedoeld om je wakker te schudden.

Werkpaarden voor de ploeg die de akker van het ene uiteinde tot het andere openscheurt.

Werp maar eens een blik op de koans van de Linji Lu of de Poortloze Poort en kijk of jouw kwalificaties daarop van toepassing zijn.

Met de term 'polderkoan' wilde ik aangeven dat mijn dialogen eerder geïnspireerd zijn door het lage westen dan door het verre oosten.

Mijn protagonisten luisteren niet naar onuitsprekelijke namen, eten niet alleen maar rijst en houden zich niet alleen maar bezig met rare vragen zoals 'Waarom kwam Bodhidharma uit het westen?', 'Waarom heeft Bodhidharma geen baard?' en 'Heeft een hond de boeddhanatuur?'

Wel ben ik het me je eens dat mijn teksten oppervlakkig zijn.

Net zo plat als mijn denken, dat ook geen hoogten of diepten meer kent.

Nóg een reden om de polder als metafoor te kiezen.

X: Zen is wijsheid. Van jou word je geen steek wijzer.

H: De meeste mensen zien de wereld door een monocle. Hun wereldbeeld is klein en overzichtelijk maar eenzijdig. Wat in hun blik valt noemen ze wijsheid, wat erbuiten valt dwaasheid.

Gezegend zijn de schelen, zij zien alles van twee kanten.

Zelf zie ik tegenwoordig alles van alle kanten, of ik wil of niet.

Een spiritueel atavisme: de spontane terugkeer naar het facetoog – een van de tweeëndertig lichamelijke kenmerken van boeddha's en strontvliegen.

Voor mij geen fundamentele vragen en antwoorden meer.

Niet-weten is eenpuntig aan je stoelpoten zagen tot je erdoorheen zakt en met beide billen stevig op de grond of in de stront zit, net wat je lekker vindt.

Zonder het meteen weer meditatie, geaardheid of keuzeloos gewaarzijn te noemen.

Literaire, spirituele of religieuze talenten, ambities of pretenties heb ik niet en nooit gehad.

Dwaalteksten moeten gewoon hun werk doen: een indruk geven van een ontregel(en)d denken zonder wijsheid dat zichzelf spontaan in de staart bijt.

En dat doen ze – maar alleen als je er oog voor hebt.

321. Naar zen via de via negativa

Meester Zuetsu zegt:

Zen is geen hoogste werkelijkheid, geen diepste grond, geen grondeloosheid, geen zuiver land, geen paradijs, geen kosmisch principe, geen grenzeloos bewustzijn, geen keuzeloos gewaarzijn, geen goddelijke natuur, geen boeddhanatuur.

Zen is geen onvoorwaardelijke liefde, geen liefdevolle vriendelijkheid, geen onbegrensd mededogen, geen vlot, geen upaya, geen therapie, geen panacee, geen onverstoorbaarheid, geen meditatie, geen concentratie, geen mindfulness.

Zen is geen samadhi, geen kensho, geen satori, geen eenvoud, geen weg, geen doel, geen stilte, geen vrede, geen gelukzaligheid, geen verwondering, geen openheid, geen naaktheid, geen kennendheid, geen geest, geen niet-geest, geen zelf, geen niet-zelf.

Zen is geen dharma, geen niet-dharma, geen dharma-en-niet-dharma, geen dharma-noch-niet-dharma, geen mystiek, geen eenwording, geen immanentie, geen transcendentie, geen immanente transcendentie.

Zen is geen eenheid, geen veelheid-in-eenheid, geen veelheid-noch-eenheid, geen non-dualiteit, geen ondoordringbaar mysterie, geen poortloze poort, geen oorspronkelijk gezicht, geen vorm, geen vormeloosheid, geen vorm-in-vormeloosheid.

Zen is geen worden, geen zijn, geen niet-zijn, geen zijn-en-niet-zijn, geen zijn-noch-niet-zijn, geen doen, geen niet-doen, geen doende niet-doen, geen begrip, geen onbegrip, geen deconstructie, geen niet-weten, geen wetend niet-weten.

Zen is geen eeuwige wijsheid, geen wijsheid zonder wijsheid, geen wijsheid voorbij alle wijsheid, geen wijze dwaasheid, geen dwaze wijsheid, geen dwaasheid, geen inzicht zonder kennis, geen kennis zonder leraar, geen waarheid zonder woorden, geen waarheid voorbij de woorden, geen lege leer.

Zen is geen vinger naar de maan en geen lange neus naar de wereld.

Wat zen dan wel is?

Verkeerde vraag.

322. Haiku op haiku – Een zacht mijmeren

Ruisende regen.
In 't duister van ons rijtuig
uw zacht fluisteren.

(Buson)

Een zacht fluisteren.
In 't duister van het rijtuig
denk ik u erbij.

Ruisen als van regen.
Een ratelen en schudden
als in een rijtuig.

323. Juist spreken is onzinnig gepraat

Nederchinees tweegesprek tussen chanmeesters Foei! en Boei'en.

Foei: Wat is juist spleken?

Boei'en: Spleken dat geen ondelscheid maakt tussen juist en onjuist.

Foei: Wat is spleken dat wel ondelscheid maakt tussen juist en onjuist?

Boei'en: Onzinnig geplaat.

Foei: Wat is onzinnig geplaat?

Boei'en: Geplaat dat ondelscheid maakt tussen zinnig en onzinnig.

Foei: Wat is geplaat dat geen ondelscheid maakt tussen zinnig en onzinnig?

Boei'en: Juist spleken.

Foei: Wat als je ook maal het gelingste ondelscheid maakt tussen juist en onjuist?

Boei'en: Dan splijten hemel en aalde oneindig vel uiteen.

Foei: Wat als hemel en aalde oneindig dicht bijeen blijven?

Boei'en: Dan kun je zeggen wat je wilt.

Foei: Is dit nu juist spleken of onzinnig geplaat?

Boei'en: Dat kun je wel zeggen.

De vergeten dynastie

Ch'anmeesters Foei! en Boei'en behoren samen met Meester Zero, Meester Zuetsu, Meester Baibai, Meesteres Oei! en Meester Tia tot de zogenaamde Vergeten Dynastie, de zesde van vijf chanhuizen en de enige school die niet te boek staat als school of boek.

In werkelijkheid zijn de leden van de Vergeten Dynastie niet vergeten maar als archetype bewust ondergedoken in het Collectief Onbewuste, diep onder het Mentale Massief, door Cao Yung, de Chinese reïncarnatie van Karl Jung, zo treffend omschreven als:

Limbo für Narren ohne Ausweiss während oben die Weisheit weiter wuchert.

('Onderwereld voor poortloze dwazen terwijl bovenwerelds de wijsheid voortwoekert.')

324. Zen is geen begrip

Leerling: Wat is zen?

Meester: Tja.

Leerling: Volgens mij hebt u er niets van begrepen.

Meester: Jij wel?

Leerling: Toevallig wel, ja.

Meester: Dan zal dat het probleem wel zijn.

325. Hoe je niet niets moet zeggen

Leerling: Er valt niets te zeggen en dat zeg ik.

Meester: Spreek voor jezelf.

Leerling: Ik heb niets te zeggen en dat zeg ik.

Meester: Dat zei John Cage ook al.

Leerling: Wat zou u zeggen?

Meester: Ik heb niets te zeggen en dat ook niet.

Leerling: Dat bedoel ik.

Meester: Wat bedoel je?

Leerling: Ik heb niets te zeggen en dat ook niet.

Meester: Waarom zeg je het dan toch?

326. Een onverbeterlijke kletskous

Meester: Wat ben je stil.

Leerling: Ik heb niets meer te zeggen.

Meester: Toch weer iets te zeggen gevonden?

Jaren later

Meester: Wat ben je stil.

Leerling: Ik heb niets meer te zeggen, en dat ook niet.

Meester: Toch weer iets te zeggen gevonden?

Jaren later

Meester: Wat ben je stil.

Leerling: Ik heb niets meer te zeggen, en dat ook niet, en dat ook niet, en dat ook niet...

Meester: Toch weer iets te zeggen gevonden?

Jaren later

Meester: Wat ben je stil.

Leerling: Nu zeg ik echt niets meer.

Meester: Toch weer iets te zeggen gevonden?

Jaren later

Meester: Wat ben je stil.

Leerling: ...

Meester: Toch weer iets te zeggen gevonden?

327. Zen is alles tegenspreken, maar niet heus

Anders zit je daar weer in vast.

Meester: Wat is zen?

Leerling: Alles tegenspreken.

Meester: Welnee.

Leerling: Waarom niet?

Meester: Dan zit je daar weer in vast.

Leerling: Alles loslaten dan?

Meester: Welnee.

Leerling: Waarom niet?

Meester: Dan zit je daar weer in vast.

Leerling: Geen voorschriften volgen?

Meester: Welnee.

Leerling: Waarom niet?

Meester: Dan zit je daar weer in vast.

Leerling: Alles maar laten gebeuren?

Meester: Welnee.

Leerling: Waarom niet?

Meester: Dan zit je daar weer in vast.

Leerling: Zen is nergens in vastzitten.

Meester: Welnee.

Leerling: Waarom niet?

Meester: Dan zit je daar weer in vast.

Leerling: Dan weet ik het ook niet meer.

Meester: Welnee.

Leerling: Wat is zen?

Meester: Dit is zen.

328. Het rad van samsara

Leerling: De weg naar de hel is geplaveid met meningen!

Meester: Dat is een mening!

Leerling: Het is een feit!

Meester: En nog een!

Leerling: Daar ben ik het niet mee eens!

Meester: En nog een!

Leerling: Betweter!

Meester: En nog een!

Leerling: Eigenwijze klootzak!

Meester: En nog een!

Leerling: Een mening voor uw KOP kunt u krijgen!

Meester: Au!

Leerling: Dat zal u leren!

Meester: (onverstaanbaar)

Leerling: Wat!

Meester: De weg naar de hel is geplaveid met meningen!

Leerling: Dat is een mening!

Meester: Het is een feit!

Leerling: En nog een!

Meester: Daar ben ik het niet mee eens!

Leerling: En nog een!

Meester: Betweter!

Leerling: En nog een!

Meester: Eigenwijze klootzak!

Leerling: En nog een!

Meester: Een mening voor je KOP kun je krijgen!

Leerling: Au!

Meester: Dat zal je leren!

Leerling: (onverstaanbaar)

Meester: Wat!

Leerling: De weg naar de hel is geplaveid met meningen!

329. Het laatste oortje

Meester: Waarom zeg je niets meer?

Leerling: ...

Meester: Je zwijgt al de hele week.

Leerling: ...

Meester: Heb je je laatste oortje versnoept?

Leerling: ...

Meester: Ga dan je heil maar ergens anders zoeken.

Leerling: Er is geen spreker die het de zwijger kan verbeteren.

Meester: Er is geen zwijger die het de spreker kan verbeteren.

Leerling: We kunnen niet allebei gelijk hebben.

Meester: Toch wel.

Leerling: Hoe dan?

Meester: Als spreken en zwijgen gelijkwaardig zijn.

Leerling: Wou u beweren dat beide van de hoogste waarheid kunnen getuigen?

Meester: Van de wat?

Leerling: Wou u beweren dat er geen hoogste waarheid is?

Meester: Daar heb ik geen behoefte aan.

Leerling: Aan de hoogste waarheid niet of aan een bewering daarover niet?

Meester: Zeg dat wel.

330. Hoe je iemand de waarheid zegt

Leerling: Kun je mij zonder iets of niets te zeggen de waarheid vertellen?

Meester: Je veronderstelt dat er een waarheid is.

Leerling: Aha.

Meester: Wat?

Leerling: Die is er dus niet.

Meester: Nu veronderstel je weer dat er geen waarheid is.

Leerling: Wat wilt u dan zeggen?

Meester: Je veronderstelt dat ik iets wil zeggen.

Leerling: Zit u mij in de maling te nemen?

Meester: Zit jij mij in de maling te nemen?

Leerling: Wat heeft dit anders te betekenen?

Meester: Waarom zou het iets anders betekenen?

Leerling: Anders dan wat?

Meester: Dat zou ik ook weleens willen weten.

Leerling: Bedoelt u dat het niets te betekenen heeft?

Meester: Wat heeft het niets er nu weer mee te maken.

Leerling: Waarom doet u zo raar?

Meester: Om je de waarheid te vertellen zonder iets of niets te zeggen?

331. De waarheid is dat je van alles aanneemt

Leerling: Kunt u zonder spreken of zwijgen de waarheid uitdrukken?

Meester: Je veronderstelt dat er een waarheid is.

Leerling: Waar hebben we het anders de hele tijd over?

Meester: Je veronderstelt dat ik de waarheid ken.

Leerling: Wat doe ik anders hier?

Meester: Je veronderstelt dat er iets te doen is.

Leerling: We zouden het toch over de waarheid hebben?

Meester: Waarop baseer je al die aannames?

Leerling: Zegt u me nu maar gewoon de waarheid.

Meester: Maar ik doe al niet anders.

332. De kunst van het uit drukken

Leerling: Kunt u zonder spreken of zwijgen de waarheid uitdrukken?

Meester: Stel eerst je vraag maar eens op die manier.

333. De boeddhist en de hooligan

Plaats: Café Weer Thuis.

Tijd: Na de wedstrijd.

Boeddhist: Het maakt mij geen fluit uit wat mensen aanhangen. Ze zijn me allemaal even lief. In de privésfeer praat ik daarom niet meer over boeddhisme. Het lijkt wel of ik sindsdien ruimer in mijn jasje steek. Ik voel me werkelijk een ander mens.

Hooligan: Waar praat je dan wel over?

Boeddhist: Voetbal.

Hooligan: Mij maakt het geen fluit uit wat mensen aanhangen. Ze zijn me allemaal even lief. In de privésfeer praat ik daarom niet meer over voetbal. Het lijkt wel of ik sindsdien ruimer in mijn jasje steek. Ik voel me werkelijk een ander mens.

Boeddhist: Waar praat je dan wel over?

Hooligan: Boeddhisme.

334. Leren dat je niet weet wat je zegt, is al moeilijk genoeg

Leerling: Echte Wijsheid is kennis zonder object die alleen maar met het innerlijk oog gezien kan worden en waarvan...

Meester: Schei toch uit.

Leerling: Wat heb ik nu weer verkeerd gezegd?

Meester: Wat is kennis zonder object?

Leerling: De hoogste kennis die alleen maar...

Meester: Onwetendheid natuurlijk.

Leerling: Pardon?

Meester: Wat is het innerlijk oog?

Leerling: Het orgaan waarmee wij de Hoogste Waarheid...

Meester: Een rudimentair gezichtsorgaan dat achter je dikke schedel stekeblind zit te wezen.

Leerling: Blind?

Meester: Ook wel de pijnappelklier genoemd.

Leerling: We hebben het hier over een niet-organisch orgaan waarover in alle wijsheidstradities...

Meester: Je weet gewoon niet wat je zegt.

Leerling: U dan wel?

Meester: Nee, maar ik doe tenminste niet alsof.

Leerling: Wat kan ik van u leren?

Meester: Dat je niet weet wat je zegt?

Leerling: Is dat dan echte Wijsheid, de kennis zonder object die alleen maar met het innerlijk oog gezien kan worden en waarvan...

Meester: Schei toch uit.

335. Verklaringen om af te leggen

1

Leerling: Als u niets weet, waarom spreekt u dan nog?

Meester: Sinds wanneer is daar een reden voor nodig?

2

Leerling: Als u niets weet, waarom spreekt u dan nog?

Meester: Moet alle spraak een weten uitdrukken?

3

Leerling: Als u niets weet, waarom spreekt u dan nog?

Meester: Wie zegt dat ik niets weet?

4

Leerling: Als u niets weet, waarom spreekt u dan nog?

Meester: Als ik niets weet, waarom niet?

5

Leerling: Als u niets weet, waarom spreekt u dan nog?

Meester: Als ik dat eens wist.

6

Leerling: Als u niets weet, waarom spreekt u dan nog?

Meester: Omdat jij iets weet?

7

Leerling: ...

Meester: God, wat is het stil.

336. Van antwoorden die vragen zijn

Leerling: Hoe breng je niet-weten tot uitdrukking zonder spreken of zwijgen?

Meester: Eerst maar eens vaststellen of je niet weet.

Leerling: Hoe stel je vast of je niet weet?

Meester: Eerst maar eens vaststellen of je bent.

Leerling: Hoe stel je vast of je bent?

Meester: Eerst maar eens vaststellen wat 'zijn' betekent.

Leerling: Aan u heb je ook niets.

Meester: Kom er maar eens om.

Leerling: Ik bedoel, wat zijn dit voor antwoorden?

Meester: Vragen.

Leerling: Wat is daar de bedoeling van?

Meester: Waarvan?

Leerling: Van antwoorden die vragen zijn.

Meester: Niet-weten tot uitdrukking brengen zonder spreken of zwijgen?

337. Het laatste woord zal het eerste zijn

Leerling: Niet-weten is niet het laatste woord van zen.

Meester: Wat is dan wel het laatste woord van zen?

Leerling: Mededogen natuurlijk.

Meester: En dan?

Leerling: Daar vraagt u me wat.

Meester: Ga daar dan maar mee zitten.

Leerling: Engagement.

Meester: Engagement is het laatste woord?

Leerling: Ik zou het anders ook niet weten.

Meester: En dan?

Leerling: Eh...

Meester: Nou dan.

338. Spreken is ijzer, zwijgen is lood

1

Leerling: Moeten wij over zen spreken of zwijgen?

Meester: Spreek erover en je zegt te veel, zwijg erover en je zegt te weinig.

Leerling: Dus?

Meester: Dus.

2

Leerling: Moeten wij over zen spreken of zwijgen?

Meester: Spreek erover en je zegt te veel, zwijg erover en je zegt veel te veel.

Leerling: Dus?

Meester: Dus.

339. Haiku op haiku – Vlooienspel

Zou voor de vlooien
de herfstnacht ook zo lang zijn,
en ook zo eenzaam?

(Issa)

Zou voor de mensen
de wereld ook zo snel zijn,
zo groot en harig?

340. Vierenveertig edele vragen over de vier edele waarheden

Wat is lijden volgens jou? Waar lijd jij momenteel onder? Waar leed je vroeger onder? Waar verwacht je later onder te lijden?

Is leven lijden volgens jou? Is leven alleen maar lijden? Is geboorte alleen maar lijden? Is opgroeien alleen maar lijden? Is volwassenheid alleen maar lijden? Is ouderdom alleen maar lijden? Is ziekte alleen maar lijden? Is doodgaan alleen maar lijden?

Kun je overleven zonder lijden? Moet lijden altijd bestreden worden? Kan elk lijden bestreden worden? Hoeveel leed brengt het bestrijden van het lijden met zich mee. Wat is er mis met lijden? Wie zou je zijn als je nooit geleden had? Zou je dan nog menselijk zijn? Zou je dan nog medelijden kunnen voelen?

Ooit een mens gezien, leek, bodhisattva of boeddha, die niet lijdt? Die helemaal pijnvrij is, nooit misselijk of duizelig, hongerig, moe, slapeloos, ongeduldig, ontmoedigd, terneergeslagen? Die geen verdriet, angst, begeerte of woede meer voelt of nooit gevoeld heeft? Die niet bezorgd is over zijn eigen lot of over dat van de medemens dieren, planten, de aarde?

Waar houdt lijden op en begint vreugde? Kan lijden ook samengaan met vreugde of uitmonden in vreugde en omgekeerd? Is lijden ooit helder onderscheiden van vreugde, van andere gevoelens en gemoedstoestanden, van gedachten, gewaarwordingen en andere verschijnselen?

Heeft lijden werkelijk een duidelijk onderscheiden oorzaak? Hebben alle vormen van lijden dezelfde oorzaak? Zijn de oorzaken van lijden duidelijk onderscheiden van de oorzaken van vreugde, van andere gevoelens en gemoedstoestanden, van gedachten, gewaarwordingen en andere verschijnselen?

Kan de oorzaak van het lijden werkelijk opgeheven worden? Is het mogelijk de oorzaak van het lijden op te heffen zonder de oorzaken van vreugde, van andere gevoelens en gemoedstoestanden, van gedachten, gewaarwordingen en andere verschijnselen op te heffen?

Is het achtvoudige pad werkelijk de manier om de oorzaak van het lijden op te heffen? Zal het alleen de oorzaak van het lijden opheffen of ook de oorzaken van vreugde, van andere gevoelens en gemoedstoestanden, van gedachten, gewaarwordingen en andere verschijnselen? Is het voor iedereen de beste manier om het lijden op te heffen of werkt het niet altijd even goed? Zijn er mensen voor wie het helemaal niet werkt?

Waarom heeft het boeddhisme het lijden van de mensheid na vijfentwintighonderd jaar nog steeds niet kunnen lenigen? Kan het ook lijden veroorzaken? Hoeveel leed heeft het al veroorzaakt en hoeveel leed zal het nog veroorzaken? Hoeveel leed kun je voorkomen door het boeddhisme te verzaken?

Samengevat:

1. Is er lijden?

2. Heeft het lijden een oorzaak?

3. Kan die oorzaak opgeheven worden?

4. Zo je, hoe dan?

Wat denk jij?

341. Waarheid is lijden, vragen is vreugd

Goede vragen zijn hun eigen antwoord.

Vraag: hoe kijkt een mens van niet-weten tegen lijden en vreugde aan? Wat betekenen de Vier Edele Waarheden over het lijden, de oorzaak van het lijden en de opheffing van de oorzaak van het lijden door het volgen van het Achtvoudige Pad voor mij?

Antwoord: als het aan mij lag zouden de Vier Edele Waarheden geen waarheden zijn maar vragen. Katalysatoren van een doorlopend gesprek over lijden. Een gesprek met jezelf, een gesprek met je lief, met vrienden, kennissen, leraren, leerlingen, bekenden of onbekenden – een gesprek met wie je maar wilt spreken die met jou wil spreken.

Vragen zijn edel voor zover ze iets ter sprake stellen, iets openscheuren dat eerder gesloten was, waarover niet gesproken mocht of kon worden omdat het taboe was of omdat de woorden ontbraken of omdat niemand nog op het idee was gekomen.

Antwoorden zijn onedel voor zover ze het denken dooddoen, iets dichtplakken dat vrij toegankelijk was, waarover nu niet langer gesproken mag of kan worden behalve in overgeleverd jargon.

Als er iets onedel is dan zijn het wel waarheden – gestolde antwoorden waarvan de vraag vergeten is, onderstellingen die verheven zijn tot stellingen die zijn uitgebouwd tot instellingen die het vrije denken institutionaliseren en canoniseren opdat we eindelijk veilig zijn voor onszelf en voor anderen.

Boeddhisten leren geen vragen stellen, ze leren zelfs geen antwoord geven, ze leren rijtjes waarheden uit hun hoofd, memen die hun denken overnemen, daar worden ze rustig van, hopen ze, en doen wat de meester zegt.

Zelf vind ik vragen stellen het mooiste wat er is. Ik heb er tienduizenden gesteld aan anderen, meer nog aan mezelf, en de meeste vragen staan nog fier overeind.

Vragenderwijs heb ik ontdekt dat vragen niet om antwoord vragen, dat lijkt maar zo. Ze vragen om vervolgvragen. Ze vragen om wedervragen.

Goede vragen zijn hun eigen antwoord. Zwijgend en geduldig doen ze hun monnikenwerk. Daar word je pas rustig van. Ik tenminste wel.

Hou jij van vragen? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet? Zo ja en nee, waarom wel en niet? Zo ja noch nee, waarom wel noch niet?

342. Hoeveel vragen stelt jouw leer?

Meester Zero zegt:

Hoeveel vragen telt jouw leer?

Wie alles weet die vraagt niet meer.

Wie niet meer vraagt die denkt niet meer.

Die waant zichzelf de hoogste heer.

Die snapt het al, die weet het weer.

Dus daarom vraag ik nog een keer:

Hoeveel vragen stelt jouw leer?

Nulvormige enso.

^ Hoeveel vragen telt jouw leer?

343. De hollebollegeest en de weetnietgeest

De glazen ogen van dode agogen.

Vragen verbijsteren, mensen willen antwoorden, liefst alomvattende. Boeddhisme is zo'n alomvattend antwoord, hoop je als je eraan begint. Wat blijkt?

Ook boeddhisten denken zich rot. Niet alleen over het leven maar ook nog eens over het boeddhisme, nou, dan ben je wel even zoet, of zuur. Als de Boeddha maar een fractie van alle edele woorden heeft gedacht die hem sinds zijn verscheiden in de edele mond zijn gelegd, zal zijn edele tong permanent op zijn edele sandalen hebben gehangen.

Ook boeddhisten denken zich rot, zei ik, maar dat moet zijn: juist boeddhisten denken zich rot. Geen wonder. Wie antwoorden zoekt in het boeddhisme, wordt geconfronteerd met een enorme berg geschriften – theoriën en praktijken van tweeënhalf millennia bezeten doordenkerij over de weg uit bezeten doordenkerij, theoriën en praktijken.

Boeddha blijkt een Hollebolle Geest, zijn voertuig een hollebollewagen. De boeddhist staat voor de herculische taak om de juiste gedachten van de onjuiste te scheiden, de enige juiste eruit te zeven, zo die er zijn.

Al ben ik zelf geen boeddhist of niet-boeddhist en nooit geweest, over bezeten doordenkerij en ridicule gehechtheid aan je lievelingsgedachten kan ik meepraten. Alsof het onschatbare parels zijn, goddelijke ingevingen met eeuwigheidswaarde in plaats van onwelriekende oprispingen uit je eigen holderdeboldergeest.

Niet-weten is de metamorfose van de hollebollegeest in de weetnietgeest. Radicale onthechting van alle gedachten, ongeacht hun bron, alsof het stukjes glas zijn, scherven van gebroken denkramen, schilfers van de glazen ogen van dode agogen.

Er is geen weg naar agnose, geen voertuig – niet dat ik weet. Agnose is niet het begin van eeuwigdurend rust of vreugde. Agnose is het einde van het denken in termen van wegen en doelen, rust en onrust, lijden en vreugde, weten en niet-weten.

344. Waarom hollebollegeest aan slapeloosheid leed

Heb je ooit gehoord van de hollebollewagen
Waar de hollebollegeest op reed?

Hollebollegeest stelde hollebollevragen
Kwesties waar niemand het antwoord op weet.

Hollebollegeest kon daar heel slecht tegen.
Las en leerde geschriften bij de vleet.

Soetra's, shastra's, artikels en verhalen.
Wijsheid waar hij zijn geest aan sneed.

Vind je 't gek dat hollebollegeest toen
Dag en nacht aan slapeloosheid leed?

't Kwam dus door dat hollebollevoertuig
Waar zijn hollebollegeest op reed.

Dikke Boeddha met wijdopen mond op een huifkar onder een tempelpoort.

^ Hollebollegeest op zijn hollebollewagen.

345. Dronken van niet-weten

'Volgens mij had jij je website lof-der-zotheid.nl moeten noemen, Hans.'

'Volgens mij had jij je website lof-der-zoheid.be moeten noemen.'

'Een obscure term, de zoheid der dingen, ik geef het toe, maar spot-on.'

'Bhutatathata.'

'Kan ik het helpen.'

'Klinkt als patattepatat.'

'Ja ja.'

'Of patati patata.'

'Haha.'

'Zelf heb ik meer met de zusheid der dingen.'

'Jij houdt niet op, hè?'

'Jawel hoor...'

'Maar?'

'Ik begin steeds opnieuw.'

'Dan zal dat het probleem wel zijn.'

'Zeg maar gerust de oplossing.'

'Volgens mij had jij je website lof-der-zatheid.nl moeten noemen.'

'Vind je mij dronken?'

'Dronken van niet-weten.'

'Of ben je me zat?'

'Zot.'

'Volgens mij had jij je website lof-der-zitheid.be moeten noemen.'

'Awel, ik ben een echte zitzak. Tweemaal daags vijftig minuten.'

'De uren op de sofa niet meegerekend.'

'Om over retraites nog maar te zwijgen.'

'Ik zal je voortaan aanspreken met Zijne Zennelijke Zitheid.'

'Eindelijk een titel.'

'En dat zonder transmissie.'

'Ik heb genoeg aan transcendentie.'

'Ik zal voor je bidden.'

'Bidden?'

'Heb ik iets verkeerd gezegd?'

'Waar haalt Zijne Zinnelijke Zotheid zo gauw een godheid vandaan?'

'Weet je dat niet? Ik ben de laatste katholieke non-boeddhist van Europa. Of de laatste non-katholieke boeddhist, daar ben ik nog niet uit.'

'Dan komen we goed weg.'

'Wie?'

'Wij Zennelijke Zitheden.'

'Wier heden zitten is.'

'Zitheden met een zitverleden en een dito toekomst.'

'Onverzittelijke doorzatters.'

'Een zenboeddhist heeft altijd wat te doen.'

'Waar is al dat zitten goed voor?'

'Metta, karuna, mudita, upekkha.'

'Moeder Maria.'

'De godin van het mededogen.'

'Met twaalf vagina's en honderd borsten.'

'En nochtans onbevlekt.'

'Zitten zonder paal.'

'Onzedelijke taal.'

'Volgens mij had jij je website lof-der-zoetheid.be moeten noemen.'

'Je kunt het zenboeddhisme veel verwijten, maar geen zoetheid. Ga zelf maar eens een tijdje zitten, dan weet je wat ik bedoel.'

'Waarom zou ik het mezelf moeilijk maken?'

'Volgens mij had jij je website lof-der-zwakheid.nl moeten noemen.'

'Wie niet sterk is moet zwak zijn.'

'Wat hoop jij al schrijvend te vinden?'

'Hoop ik al schrijvend iets te vinden?'

'Waar is al dat schrijven goed voor?'

'Ik zou het ook niet weten.'

'Volgens mij had jij je website NietWeten.nl moeten noemen.'

'Wat hoop jij al zittend te vinden?'

'Mijn zelf hoop ik al zittend te vinden.'

'Misschien zit je er wel bovenop.'

'Misschien zit jij er wel naast.'

'Het ware zelf of het valse?'

'Het enige.'

'En dat voor iemand die het nog niet gevonden heeft.'

'Die zit.'

'Volgens mij had jij je website lof-der-zelfheid.be moeten noemen.'

'Ik wéét dat er zoiets is.'

'Volgens mij had jij je website weten.bè moeten noemen.'

'Weten zonder woorden.'

'Is als een schaap zonder gras.'

'Bè.'

'Bhutatathata.'

'Ja ja, haha.'

'Nu nog een website zonder woorden.'

'Verbeter de wereld, begin bij jezelf.'

'Verbêter de wereld, begin bij het zelf.'

'Ik ga nog even op mijn zafu zitten.'

'Ik ga nog even naar de zoo.'

346. Mijn ware snuit

Koning der kieren.

'Ben jij altijd zo kattig?'

'Alleen tegen katten.'

'Waarom?'

'Omdat ik eigenlijk een muis ben.'

'Haha, het ware gezicht van Hans van Dam.'

'Mijn ware snuit.'

'En ik maar denken dat jij een leeuw was.'

'Weer een illusie armer.'

'Die kan BRULLEN dat horen en zien vergaan.'

'Piep.'

'Genade!'

'En?'

'Wat?'

'Zijn horen en zien je al vergaan?'

'Nog lang niet.'

'Dan zal dat het verschil wel zijn.'

347. Haiku op haiku – Afgedroogd

Die vlieg niet doodslaan.
Hij wast voor u zijn handjes.
Hij wast zijn voetjes.

(Issa)

Kijk, de mepper zwiept.
Hoor, het zuchten van de lucht.
Bromvlieg op zijn rug.

Op z'n rug een vlieg.
Hij spreidt voor u zijn vleugels.
Hij toont u zijn buik.

348. Hoe je de Boeddha dood

Meester Zero zegt:

Dood de Boeddha!

Begin bij je zelf.

Tegeltje met spreuk.

^ Dood de Boeddha, begin bij je zelf.

349. Zen is tussen twee vuren zitten

Meester Zero zegt:

Boeddha is wie de Boeddha trotseert.

Een boeddha is een antiboeddha.

Antiboeddha is wie de antiboeddha bezweert.

Een antiboeddha is een boeddha.

350. Was Boeddha een boeddhist?

Of zullen de tweeden de eersten zijn?

Leerling: Bent u boeddhist?

Meester: Was Boeddha boeddhist?

Leerling: Daar moet ik eens heel diep over nadenken.

Meester: En?

Leerling: Ik zou het oprecht niet weten.

Meester: Nou, ik ook niet.

Leerling: En u zelf?

Meester: Is iemand een boeddhist die in de voetsporen treedt van iemand die geen boeddhist was?

Leerling: Daar moet ik eens heel diep over nadenken.

Meester: En?

Leerling: Ik zou het oprecht niet weten.

Meester: Nou, ik ook niet.

351. Was Boeddha een boeddha?

Hoe je een voorbeeld neemt aan iemand die aan niemand een voorbeeld nam.

Leerling: Wanneer zeg je van iemand dat hij een boeddha is?

Meester: Als hij op eigen kracht, zonder leer of leraar, het boeddhaschap bereikt heeft.

Leerling: Was de Boeddha een boeddha?

Meester: Natuurlijk niet.

Leerling: Maar hij heeft toch het boeddhaschap bereikt?

Meester: Natuurlijk niet.

Leerling: Maar hij is toch ontwaakt??

Meester: Natuurlijk niet.

Leerling: Maar hij is toch nirwana binnengegaan?

Meester: Natuurlijk niet.

Leerling: Maar hij heeft samsara toch achter zich gelaten?

Meester: Natuurlijk niet.

Leerling: Waarom niet?

Meester: Omdat die begrippen toen nog niet bestonden of hun boeddhistische betekenis nog niet hadden gekregen.

Leerling: Waarom niet?

Meester: Omdat het boeddhisme nog niet bestond.

Leerling: Dus Boeddha was geen boeddha?

Meester: Dat heeft hij pas later bedacht.

Leerling: En hij heeft nooit het boeddhaschap bereikt?

Meester: Dat heeft hij pas later bedacht.

Leerling: En hij is nooit ontwaakt?

Meester: Dat heeft hij pas later bedacht.

Leerling: En hij heeft nooit samsara achter zich gelaten?

Meester: Dat heeft hij pas later bedacht.

Leerling: En hij is nooit nirwana binnengegaan?

Meester: Dat heeft hij pas later bedacht.

Leerling: Hij heeft nogal wat bedacht.

Meester: Als hij het al zelf heeft bedacht.

Leerling: Zo staat het toch in de soetra's?

Meester: Dat zegt niets.

Leerling: Waarom niet?

Meester: Omdat die pas later zijn geschreven.

Leerling: Hoeveel later?

Meester: Dat weten we niet.

Leerling: Voor zover bekend.

Meester: Enkele tot vele eeuwen na het overlijden van de historische Boeddha.

Leerling: Waarom zo laat?

Meester: Omdat het boeddhisme nog uitgevonden moest worden.

Leerling: Is het boeddhisme dan niet uitgevonden door de Boeddha?

Meester: Dat weten we dus niet.

Leerling: Zou Boeddha als boeddhist boeddha hebben kunnen worden?

Meester: Natuurlijk niet.

Leerling: Waarom niet?

Meester: Omdat een boeddha per definitie op eigen kracht, zonder leer of leraar, het boeddhaschap bereikt.

Leerling: Zou de Boeddha als boeddhist ooit verlicht zijn geraakt?

Meester: Ik zou het hem graag eens vragen.

Leerling: Zouden we niet net als de Boeddha helemaal onze eigen weg moeten gaan?

Meester: Dat moet je jezelf vragen.

352. Zen is een moord op een droom

Over het verschil tussen samsara en nirwana.

Meester Zero zegt:

Samsara is dromen van nirwana.

Nirwana is dromen van nirwana noch samsara.

Waar droom jij van?

353. Voor ware boeddhisten zijn er geen ware boeddhisten

En waarom er voor onware boeddhisten wel onware boeddhisten zijn.

'Vind jij dat we de Boeddha moeten doden, Hans?'

'Welke Boeddha?'

'Ware boeddhisten doden de Boeddha, zegt Linji in de Linji Lu.'

'Linji is dood, als hij al geen literaire constructie was.'

'Wat zou jij zeggen?'

'Ware boeddhisten maken geen onderscheid tussen ware boeddhisten en valse boeddhisten.'

'Want ware boeddhisten maken geen onderscheid?'

'Iedereen maakt onderscheid, daar helpt geen lieve boeddhaatje tegen.'

'Waarom maken ware boeddhisten dan geen onderscheid tussen ware boeddhisten en valse boeddhisten?'

'Omdat ze niet weten wat het verschil is.'

'Waarom weten ze niet wat het verschil is?'

'Omdat ze de Boeddha hebben gedood.'

'Vind jij dat we de Boeddha moeten doden, Hans?'

354. Haiku op haiku – Vredig

Ik boog voor 't altaar.
Helemaal niets te vragen.
Hoe vredig is dat.

(Shoichi)

Ik boog voor niemand.
Helemaal niets te zeggen.
Zo vredig als wat.

355. Zen voor anarchisten

Waarom een boeddhist een leer nodig heeft.

Meester: Wat is zen volgens jou?

Leerling: Anarchisme.

Meester: Weg met het anarchisme!

Leerling: Wat is zen volgens u?

Meester: Monarchisme natuurlijk.

Leerling: Wie is dan de koning?

Meester: De Verhevene, wie anders.

Leerling: Leve de Boeddha!

Meester: Dood de Boeddha!

Leerling: U bedoelt zeker de historische Boeddha?

Meester: In plaats van?

Leerling: Het Ware Zelf natuurlijk.

Meester: Weg met het Ware Zelf!

Leerling: Verwijst u nu naar anatman?

Meester: Weg met zelfloosheid!

Leerling: Ja, is zen nou anarchisme of monarchisme?

Meester: Weg met zen!

356. Wees een dwaallicht voor jezelf

Waarom een boeddha geen leer heeft.

Beste Hans,

Ken jij deze passage uit de Mahaparinibbana Sutta?

"Daarom, Ananda, wees een licht voor jezelf, wees een toevlucht voor jezelf. Zoek geen toevlucht buiten jezelf. Houd vast aan de waarheid als aan een lamp, zoek toevlucht in de waarheid. Zoek geen toevlucht in iemand anders.

Want diegenen, Ananda, die nu of na mijn dood een licht zijn voor zichzelf, die geen toevlucht zoeken buiten zichzelf, maar vasthouden aan de waarheid als aan een lamp, en toevlucht zoeken in de waarheid, en toevlucht zoeken in zichzelf – zij zijn het die het hoogste doel zullen bereiken."

Ik dacht dat deze tekst een iconoclast als jij wel zou aanspreken.

Beste Ad,

Een iconoclast is een beeldenbreker die het beeld van de beeldenbreker aanbidt als zichzelf. Breek het beeld van de beeldenbreker en de beeldenstorm gaat meteen liggen. Dan gun je ieder zijn beeld. Zelfs de beeldenbreker.

Ad: Oké, ieder zijn beeld. Maar wat vind je van die passage uit de Mahaparinibbana Sutta?

Hans: Ken jij deze passage uit de Sunna-sunnata Sutta?

"Wees een dwaallicht voor jezelf. Wees geen toevlucht voor jezelf. Zoek geen toevlucht buiten jezelf. Houd niet vast aan een waarheid als aan een lamp, zoek geen toevlucht in een waarheid. Zoek geen toevlucht in iemand anders.

Want diegenen die een dwaallicht zijn voor zichzelf, die geen toevlucht zoeken buiten zichzelf, niet vasthouden aan een waarheid als aan een lamp, die toevlucht zoeken noch in een waarheid noch in zichzelf – zij zijn het die niet langer reiken."

Ad: Ik heb me rot gezocht naar de Sunna-sunnata Sutta, maar ik kon hem nergens vinden. Hij lijkt geen deel uit te maken van de Pali-canon. Weet je zeker dat die passage uit de Sunna-sunnata Sutta komt en niet, bijvoorbeeld, uit de Cula-sunnata Sutta of de Maha-sunnata Sutta?

Hans: Nee hoor, hij is echt afkomstig uit de Sunna-sunnata Sutta die, de naam zegt het al, dubbelleeg is – zelfs van leegte ontdaan. Vandaar dat hij toch tekst bevat, al is het dan dubbellege.

Dat de Sunna-sunnata Sutta geen deel uitmaakt van de Pali-canon komt doordat ik hem zelf heb bedacht. Wedden dat je nu meteen je belangstelling verliest?

Ad: In plaats van een iconoclast had ik je misschien beter een fantast kunnen noemen.

Hans: Dan kun je iedere suttaschrijver wel een fantast noemen.

Ad: Hoezo?

Hans: Er schijnt niet één sutta door de Boeddha zelf geschreven te zijn.

Ad: In plaats van een fantast had ik je misschien beter een nihilist kunnen noemen.

Hans: Weer mis.

Ad: Hoezo?

Hans: De nihilist stelt dat er geen waarheden zijn. Zonder deze grondstelling verdwijnt je nihilisme subiet in het niet dat het nota bene weigert te ontkennen. Dan gun je ieder zijn leer, zelfs de nihilist.

Ad: Zelfs de Boeddha?

Hans: Gautama is toch dood meneer, wat moet een dode met een leer?

Ad: Ik bedoel, zelfs een boeddha?

Hans: Een boeddha heeft geen leer meneer, boeddhisten des te meer.

Mannetje dat een lantaarnpaal met zich meezeult.

^ Wees een dwaallicht voor jezelf.

357. Zen is een vinger zonder waan

Alles naar de maan.

De dharma is een vinger naar de maan, beweert de boeddhist.

Dat is te zuinig uitgedrukt.

Ontdaan van alle franje betekent de dharma:

Alles naar de maan, ook de maan.

De Boeddha doden, de boeddhadoder doden.

Jezelf doden, het Zelf doden.

Het vlot achterlaten, het achterlaten achterlaten.

Dan ben je ontdaan.

Dan is het gedaan.

Zo versta ik zen.

Zo versta ik de weg.

Zo versta ik verlichting.

Zo versta ik advaita.

Zo versta ik soefisme.

Zo versta ik taoïsme.

Zo versta ik mystiek.

Als een radicaal niet-weten.

En zo versta ik een radicaal niet-weten:

Als een vinger zonder waan.

Maan met het gezicht van de Lachende Boeddha.

^ Zelfs de Boeddha naar de maan.

358. Zen is een eeuwig nieuwe maan

Waarbinnen ieder denkbeeld moet vergaan

Dus ook het denkbeeld van de maan

En dan jijzelf erachteraan

En dan het Zelf erachteraan

En niet-zelf erachteraan

Vergaan, vergaan, voorgoed vergaan

Je spraakorgaan een tastorgaan

Maar kraters zijn nog geen vulkaan

De leegte kan niet zelfbestaan

Vergeet afhankelijk ontstaan

Je godsdienst- en je eenheidswaan

Je reinheids- en gelijkheidswaan

Samsara- en nirwanawaan

Vergaan, vergaan, voorgoed vergaan

Waan jij je vrij van elk verstaan?

Voel jij je daarom zelfvoldaan?

Niet weten maakt je geen sjamaan

Je bent nog steeds een baviaan

Je leven blijft een hinkelbaan

Een opscheplepel levertraan

Och waterdrager naar de kraan

Wat is er dat niet stuk zal gaan

Nog even en je gaat eraan

Drie zuchten en het is gedaan

Want ieder denkbeeld moet vergaan

Dus ook het denkbeeld van de waan

Vergaan, vergaan, voorgoed vergaan

De groeten van de nieuwe maan

Twee als haakjes openen en sluiten naar elkaar toegekeerde maansikkels.

Sikkels rond de nieuwe maan waartussen ieder denkbeeld moet vergaan.

(De nieuwe maan is de naam voor de compleet verduisterde maan tussen twee maansikkels in: de maan tussen haakjes. Je ziet hem niet, maar hij blijft aan je trekken.)

359. Haiku op haiku – Het gat van de poort

Van de grote abdij
staat alleen nog de poort
in de dorre heide.

(Shiki)

Van de oude poort
staat alleen nog het gat, wij
zijn te benijden.

360. De kringloop van leven en dood de Boeddha

Steeds opnieuw beginnen.

1

Leerling: Leve de Boeddha!

Meester: Dood de Boeddha!

2

Leerling: Dood de Boeddha!

Meester: Dood de Boeddhadoder!

3

Leerling: Dood de Boeddhadoder!

Meester: Leve de Boeddha!

Naar 1.

Enso met pijlpunt.

361. Achtvoudige to-do list voor de eeuwige boeddhist

Bij het eind beginnen, dan heb je alvast niets te winnen.

1. Dood de Boeddha!

2. Dood de dharma!

3. Dood de sangha!

4. Dood de bodhisattva!

5. Dood jezelf!

6. Dood het zelf!

7. Dood niet-zelf!

8. Dood de doder!

Naar 1.

Enso met pijlpunt.

362. Hoe de Boeddha zichzelf doodde

De weidsheid voorbij alle wijsheid.

Gautama Boeddha had het best naar zijn zin in nirwana, maar op een dag kon hij de wildgroei van soetra's en shastra's op samsara-tv niet meer aanzien en besloot hij de woekerende dharma naar het voorbeeld van het Oude Testament terug te snoeien tot een verzameling genummerde verzen uit Eerste Mond.

Via een begaafd medium wist hij contact te leggen met wat voor hem sinds zijn verscheiden gene zijde was geworden, en de Gezegende vertaalde seance na seance zijn gansche leer in bondige spreuken.

Alles ging vlekkeloos totdat de laatste sententies waren overgeseind en op tegeltjes gezet; toen kreeg de dienstdoende monnik plotseling een aanval van razernij waaraan pas een eind kwam nadat hij alle baksels aan diggelen had gesmeten, alle diggelen tot gruis had vermalen en alle gruis tot de laatste grein in een snelstromende rivier had gestort.

De verontwaardiging onder de monniken was groot: aforismen van de Verhevene vernietigen, hoe haal je het in je hoofd!

De kok die op het tumult was afgekomen, klapte in zijn handen en zei: 'De Boeddha zal in zijn nopjes zijn. Hoe vaak heeft hij ons al niet aangespoord om voorbij alle wijsheid te gaan.' Waarop de gemoederen bedaarden en de monniken weer samsara-tv gingen kijken.

En de Boeddha? Die heeft zijn televisie weggedaan en geniet nu van het uitzicht.

^ Samsara-tv met Tenzin Gyatso in de rol van Superbodhi.

363. Zen is helemaal het einde!

Tweeëntwintig tegenstellingen om te doorzien.

Zen is geen theorie maar het einde van alle theorieën en daar dan weer het einde van. Zen is ook geen praktijk maar het einde van alle praktijken en daar dan weer het einde van.

Zen is geen illusie maar het einde van alle illusies en daar dan weer het einde van. Zen is ook geen werkelijkheid maar het einde van alle werkelijkheden en daar dan weer het einde van.

Zen is geen hel maar het einde van alle hellen en daar dan weer het einde van. Zen is ook geen hemel maar het einde van alle hemelen en daar dan weer het einde van.

Zen is geen geloof maar het einde van ieder geloof en daar dan weer het einde van. Zen is ook geen ongeloof maar het einde van ieder ongeloof en daar dan weer het einde van.

Zen is geen egoïsme maar het einde van ieder egoïsme en daar dan weer het einde van. Zen is ook geen altruïsme maar het einde van ieder altruïsme en daar dan weer het einde van.

Zen is geen keuze maar het einde van het kiezen en daar dan weer het einde van. Zen is ook geen overgave maar het einde van het overgeven en daar dan weer het einde van.

Zen is geen vrijheid maar het einde van alle vrijheid en daar dan weer het einde van. Zen is ook geen gebondenheid maar het einde van alle gebondenheid en daar dan weer het einde van.

Zen is geen idealisme maar het einde van al het idealisme en daar dan weer het einde van. Zen is ook geen fatalisme maar het einde van al het fatalisme en daar dan weer het einde van.

Zen is geen wanhoop maar het einde van alle wanhoop en daar dan weer het einde van. Zen is ook geen hoop maar het einde van alle hoop en daar dan weer het einde van.

Zen is geen doen maar het einde van ieder doen en daar dan weer het einde van. Zen is ook geen laten maar het einde van ieder laten en daar dan weer het einde van.

Zen is geen twijfel maar het einde van alle twijfel en daar dan weer het einde van. Zen is ook geen zekerheid maar het einde van alle zekerheid en daar dan weer het einde van.

Zen is geen antwoord maar het einde van alle antwoorden en daar dan weer het einde van. Zen is ook geen vraag maar het einde van alle vragen en daar dan weer het einde van.

Zen is geen zoeken maar het einde van al het zoeken en daar dan weer het einde van. Zen is ook geen vinden maar het einde van al het vinden en daar dan weer het einde van.

Zen is geen waarheid maar het einde van alle waarheden en daar dan weer het einde van. Zen is ook geen leugen maar het einde van alle leugens en daar dan weer het einde van.

Zen is geen gehechtheid maar het einde van gehechtheid en daar dan weer het einde van. Zen is ook geen onthechting maar het einde van het onthechting en daar dan weer het einde van.

Zen is geen samsara maar het einde van samsara en daar dan weer het einde van. Zen is ook geen nirwana maar het einde van nirwana en daar dan weer het einde van.

Zen is geen vorm maar het einde van de vorm en daar dan weer het einde van. Zen is ook geen leegte maar het einde van de leegte en daar dan weer het einde van.

Zen is geen veelheid maar het einde van de veelheid en daar dan weer het einde van. Zen is ook geen eenheid maar het einde van het eenheid en daar dan weer het einde van.

Zen is geen duisternis maar het einde van de duisternis en daar dan weer het einde van. Zen is ook geen licht maar het einde van het licht en daar dan weer het einde van.

Zen is geen vasthouden maar het einde van het vasthouden en daar dan weer het einde van. Zen is ook geen loslaten maar het einde van het loslaten en daar dan weer het einde van.

Zen is geen dwaasheid maar het einde van alle dwaasheid en daar dan weer het einde van. Zen is ook geen wijsheid maar het einde van alle wijsheid en daar dan weer het einde van.

Zen is geen weten maar het einde van ieder weten en daar dan weer het einde van. Zen is ook geen niet-weten maar het einde van ieder niet-weten en daar dan weer het einde van.

Want zen is geen einde maar het einde van het einde en daar dan weer het einde van.

Zen is helemaal het einde.

Verkeersbord 'verboden in te rijden' in de vorm van een rode enso.

Zen is helemaal het einde.

Varianten

In plaats van 'zen' kun je hier ook 'niet-weten' zeggen, of 'spiritualiteit', 'non-dualiteit', 'non-dualisme', 'vrijheid':

Niet-weten is geen theorie. Niet-weten is het einde van alle theorieën en daar dan weer het einde van. Niet-weten is ook geen praktijk. Niet-weten is het einde van alle praktijken en daar dan weer het einde van.

Spiritualiteit is geen illusie. Spiritualiteit is het einde van alle illusies en daar dan weer het einde van. Spiritualiteit is ook geen werkelijkheid. Spiritualiteit is het einde van alle werkelijkheden en daar dan weer het einde van.

Non-dualiteit is geen hel. Non-dualiteit is het einde van alle hellen en daar dan weer het einde van. Non-dualiteit is ook geen hemel. Non-dualiteit is het einde van alle hemelen en daar dan weer het einde van.

Non-dualisme is geen geloof. Non-dualisme is het einde van ieder geloof en daar dan weer het einde van. Non-dualisme is ook geen ongeloof. Non-dualisme is het einde van ieder ongeloof en daar dan weer het einde van.

Vrijheid is geen egoïsme. Vrijheid is het einde van ieder egoïsme en daar dan weer het einde van. Vrijheid is ook geen altruïsme. Vrijheid is het einde van ieder altruïsme en daar dan weer het einde van.

...

364. Haiku op haiku – Hier rust

Reizend werd ik ziek.
Over verdorde heiden
blijft mijn droom dwalen.

(Basho, doodshaiku)

Mijn leven loopt dood.
In uitgedroogde woorden
blijft mijn droom steken.


NietWeten.nl