Top

Opgeladen: 35%. Laatst gewijzigd op 24 juni.

-1-

Wit wat je weet met het…

Witboek voor Zoekers

Gaan zonder weg

Door Hans van Dam

Deel 10 van de Agnosereeks

Blinde monniken die elkaar achternalopen in een rondje.

Alles wat je altijd al wilde niet-weten over de weg maar nooit durfde vragen.

Zoeken naar het einde van het zoeken – dwaalteksten over jezelf, het zelf, de mens, de weg, de waarheid, de werkelijkheid, wijsheid, waarneming, illusies, desillusies, goeroes en eeuwige dwaasheid.

-2-

Zoeken maakt van mensen dwazen

Meester Maya zegt:

Zoeken maakt van mensen dwazen

Alle netten overboord

Goede knopers, maar van mazen

Hebben ze nog nooit gehoord

-3-

Zitten maakt van mensen dwazen

Zitten maakt van mensen dwazen

Wachtend voor een open poort

’t Boeddhaschap waarop zij azen

Blijkt ten slotte maar een woord

-4-

Godsdienst maakt van mensen dwazen

Godsdienst maakt van mensen dwazen

Dorstend in het dorste oord

God verzoekend, zijn oasen

Hebben hun nog nooit bekoord

-5-

Wijsheid maakt van mensen dwazen

Wijsheid maakt van mensen dwazen

Voerders van het Hoogste Woord

Echoput vol holle frasen

Stilte wordt daar nooit gehoord

-6-

Wijsheid maakt van mensen klonen

Wijsheid maakt van mensen klonen

Zo voorspelbaar als een clown

Zelfs met rouge op hun konen

Ogen zij een beetje down

-7-

De Intergalactische Waarheidsconferentie

Vannacht droomde ik dat ik een intergalactische waarheidsconferentie voorzat.

De zaal was zo groot als de kosmos zelf en zat bomvol.

Ik opende de conferentie en riep: ‘Wie van ons heeft de waarheid in pacht?’

Ik vroeg het de katholiek, de papist, de ultramontaan, de integralist, de gnosticus, de basilidiër, de bogomiel, de borboriet, de cainiet, de carpocratiër, de mandaeër, de chiliast, de marcionist, de ophiet, de arianist, de pelagiaan, de manicheeër, de doceet, de maroniet, de amish, de albigens, de waldenzer, de lollarde, de flagellant, de hussiet, de calixtijn, de gereformeerde, de protestant, de lutheraan, de calvinist, de zwingliaan, de anglicaan, de presbyteriaan, de episcopalist, de dissenter, de Boheemse Broeder, de Moravische Broeder, de puritein, de quaker, de doopsgezinde, de wederdoper, de methodist, de remonstrant, de contraremonstrant, de sociniaan, de jansenist, de apostolist, de adventist, de millerist, de Jehova-getuige, de restaurationist, de mormoon, de piëtist, de quiëtist, de evangelist, de unitariër, de zevendedagsadventist en vele anderen.

Allen riepen: ‘Wij!’

Ik vroeg het de benedictijn, de bernardijn, de augustijn, de cisterciënzer, de kartuizer, de trappist, de karmeliet, de premonstratenzer, de kruisheer, de celestijn, de johannieter, de tempelier, de serviet, de camaldulenzer, de miniem, de trinitaris, de franciscaan, de minoriet, de barrevoeter, de recollect, de kapucijn, de conventueel, de tertiaris, de dominicaan, de jezuïet, de redemptorist, de alexiaan, de camilliaan, de hiëronymiet, de marist, de salesiaan, de montfortaan, de passionist, de scheutist, de picpus, de begijn, de ursuline, de visitandine en vele anderen.

Allen riepen: ‘Wij!’

Ik vroeg het de orthodoxe jood, de modern-orthodoxe jood, de charedische jood, de chassidische jood, de mitnagdiem-jood, de reconstructionist, de reformist, de karaïtische jood, de talmoedist, de Sadduceeër, de Farizeeër, de Esseen, de Hasmoniet, de nazireeër, de ebioniet, de elkasiet, de maraan, de converso, de franksiet, de donmeh, de zeloot, de sikariër, de sabbatist, de kabbalist, de rabbinist, de talmidaïst en vele anderen.

Allen riepen: ‘Wij!’

Ik vroeg het de moslim, de ahmadiyyaist, de lahorist, de abadist, de mozabiet, de koranist, de panislamist, de soefiet, de salafiet, de sjiiet, de isma’iliet, de druze, de nizari, de jafari, de zaidiet, de soenniet, de hanafiet, de berailviet, de deobandiet, de hanbaliet, de salafist, de wahabist, de malikiet, de mu’taziliet, de shafiïet, de maraboet, de fakir, de derwisj, de kalender, de volksislamiet, de bektashiyyaist, de chishtiyyaist, de mevleviyyaist, de naqshbandiyyaist en vele anderen.

Allen riepen: ‘Wij!’

Ik vroeg het de agnost, de atheïst, de atheoloog, de deïst, de dystheïst, de eutheïst, de kakotheïst, de monotheïst, de suitheïst, de henotheïst, de polytheïst; de kathenotheïst, de maltheïst, de pantheïst, de panentheïst, de cosmotheïst, de transcendentalist, de asceet, de dualist, de zuivere non-dualist, de dualistische non-dualist, de gekwalificeerde non-dualist, de non-dualistisch dualistisch non-dualist, de alchemist, de antroposoof, de martinist, de vrijmetselaar, de rozenkruiser en vele anderen.

Allen riepen: ‘Wij!’

Ik vroeg het de absurdist, de activist, de aestheticus, de amoralist, de analytische wijsgeer, de anarchist, de atomist, de averroïst, de conceptualist, de consensualist, de constructivist, de cynicus, de decadentist, de decisionist, de defaitist, de deontoloog, de determinist, de indeterminist, de dialectisch materialist, de dualist, de eclecticus, de emationist, de empirist, de encyclopedist, de epicurist, de essentialist, de evolutionist, de existentialist, de falsificationist, de fatalist, de fenomenoloog, de freudiaan, de fysicalist, de hedonist, de historicist, de historist, de holist, de idealist, de illuminist, de immaterialist, de inductionist, de instrumentalist, de intuïtionist, de irrationalist, de jungiaan, de logicist, de logisch positivist, de materialist, de mentalist, de monist, de moralist, de naturalist, de natuurfilosoof, de neokantiaan, de neoplatonist, de pluralist, de neorealist, de neothomist, de nihilist, de nominalist, de objectivist, de obscurantist, de occasionalist, de parallellist, de peripateticus, de personalist, de perspectivist, de platonist, de pluralist, de positivist, de postmodernist, de pragmatist, de presocraat, de probabilist, de procesfilosoof, de pythagoreeër, de neopythagoreeër, de pyrrhonist, de rationalist, de realist, de reductionist, de relativist, de scepticus, de sciëntist, de sensualist, de situationist, de sofist, de solipsist, de stoïcijn, de structuralist, de poststructuralist, de subjectivist, de thomist, de traditionalist, de transcendentaal idealist, de utilitarist, de vitalist, de voluntarist en vele anderen.

Allen riepen: ‘Wij!’

Ik vroeg het de volksboeddhist, de hinayanaboeddhist, de mahayanaboeddhist, de theravadaboeddhist, de mahanikayaboeddhist, de dhammakayaboeddhist, de dhammauttikaboeddhist, de watrawilaboeddhist, de kandubodaboeddhist, de tapovanaboeddhist, de galduwaboeddhist, de delduwaboeddhist, de vajrayanboeddhist, de yogacaraboeddhist, de madhyamakaboeddhist, de prasamgikaboeddhist, de svatantrikaboeddhist, de vaibhasikaboeddhist, de shingonboeddhist, de zuiver-landboeddhist, de mantrayanaboeddhist, de tien-taiboeddhist, de san-lunboeddhist, de fa-hsiangboeddhist, de lu-tsungboeddhist, de hua-yenboeddhist, de wonboeddhist, de zenboeddhist, de soto-boeddhist, de rinzai-boeddhist, de tibetaanse boeddhist, de roodhoed, de geelhoed, de narmapaboeddhist, de kagyupaboeddhist, de amidist, de kadampaboeddhist, de neokadampboeddhist, de sakyapaboeddhist, de jonangpaboeddhist, de riméboeddhist en vele anderen.

Allen riepen: ‘Wij!’

Ik vroeg het de hindoe, de mayavadist, de shunyavadist, de brahmaan, de vedist, de lamaïst, de jaïnist, de parsist; de shaivist, de shaiva siddhantist, de kasjmir shaivist, de pashupati shaivist, de gorakshanatha shaivist, de shaiva advaitavadin, de vira shaivist, de shaktist, de smartist, de vaishnavist, de sampradayist, de ramanandavolgeling, de tengalaist, de vadagalaist, de agama hindoeïst, de bhakti yogi, de astanga yogi, de hatha yogi, de siddha yogi, de tantrist, de advaitavadin, de dvaitist, de keshadhari sikh, de sanatan sikh, de hozoori sikh, de ramgharia sikh, de namdhari sikh, de nirankari sikh, de nanaksar sikh, de sant nirankari sikh, de mona sikhs en vele anderen.

Allen riepen: ‘Wij!’

Ik vroeg het de taoïst, de shintoïst, de animist, de naturalist, de totemist, de sjamaan, de druïde, de idolatrist, de siderist, de xylolatrist, de dierenaanbidder, de slangenvereerder, de fetisjdienaar, de vuuraanbidder, de zonaanbidder, de manist, de Baälsdienaar, de voodoopriester, de wintipriester, de mithraïst, de pythagoreïst, de peyotist, de tengrist, de confucianist, de humanist, de neohumanist, de seculier humanist, de religieus humanist, de esotericus, de oscillantist, de spiritist, de hellenist, de neopaganist, de burkhanist, de umbandaïst, de aetherist, de raëlist, de scientologist, de urantist, de brianist, de vitalist, de purtillologist, de yoist, de mohist, de bahá’íist, de prometheïst, de demonist, de satanist, de setianist en vele anderen.

Allen riepen: ‘Wij!’

Tenslotte vroeg ik het aan de vertegenwoordigers van de verenigende godsdiensten – de Arès Pilgrimage beweging, de Bahai, de Cao Dai, de Cultus van het Sprekende Kruis, de Falun Gong, de Huna, de Konkokyo, the Law of One, de Mahikari, het Rastafarianisme, de Seicho-no-le, de Tenrikyo, de theosofie, het Unitarian Universalism, de Universal Life Church en vele anderen.

Allen riepen: ‘Wij!’

Ik zei: ‘Als jullie allemaal van mening zijn dat meerdere of alle religies op hetzelfde neerkomen, waarom verenigen jullie je dan niet?’

De universalist antwoordde: ‘We zijn het er nog niet helemaal over eens waar we het precies over eens zijn.’

Ik zei: ‘Aha.’

De universalist zei: ‘Maar dat is slechts een kwestie van tijd.’

De theosoof zei: ‘Wij proberen eerst binnen de eigen gelederen tot eenheid te komen’

Ik zei: ‘Hoelang proberen jullie dat al?’

De theosoof zei: ‘Sinds anderhalve eeuw.’

Ik zei: ‘Hoelang bestaan jullie al?’

De theosoof mompelde: ‘Sinds anderhalve eeuw.’

Ik vroeg: ‘Wie was jullie grondlegger ook alweer?’

De theosoof stotterde: ‘Hè-Hè-Helena Bla-Bla-Blavatsky.’

Ik zei niks.

Iemand riep: ‘Wat is de Waarheid volgens u, meneer de voorzitter?’

Ik haalde mijn schouders op en even viel er een verbijsterde stilte.

Toen barstte de hele kosmos in lachen uit.

Tot in de verste uithoeken van het universum wezen ingewijden brullend naar mijn persoon terwijl de tranen over hun wangen rolden.

Ik stond daar maar en stond daar maar.

Toen de vergaderden eindelijk uitgelachen waren, riep iemand, nog nahikkend van de pret: ‘Waarom zit uitgerekend u de Intergalactische Waarheidsconferentie voor?’

Opnieuw barstte de kosmos in lachen uit.

Toen het lawaai weer was geluwd, zei ik: ‘Daarom juist.’

Ditmaal viel er een doodse stilte waar geen eind aan kwam.

Mij was het om het even.

Ik had toch niks te doen.

-8-

Wat je minstens over de Waarheid moet weten

‘Wat weet jij eigenlijk van de Waarheid, Hans?’

‘Minder dan wie ook.’

‘Dat lijkt me geen aanbeveling.’

‘Integendeel.’

-9-

De Waarheid in 9 woorden

Meester Maya zegt:

Wat de Waarheid is?

Weet je dat nou nog niet?

Het is maar net aan wie je het vraagt.

Dat is de Waarheid.

-10-

De harde waarheid

Meester Maya zegt:

Velen claimen de Waarheid, maar geen enkele claim wordt alom erkend, en de meeste mensen ontkennen de meeste claims.

Dat is de harde waarheid.

-11-

Zoeken naar het einde van het zoeken, 1

Close-up van één van de figuren van de cover van het boek ‘Zoeken naar het einde van het zoeken’.

-12-

Water en Schaduw – een schijn van diepte

Een allegorie.

Water zei tegen Schaduw: ‘Zo ben je er, zo ben je er niet. De ene keer ben je lang, de andere keer kort. Eerder was je hoekig, nu weer rond. Soms ben je vaag, soms ben je scherp. Waar sta jij eigenlijk voor? Waarom ben je zo veranderlijk?’

Schaduw antwoordde: ‘Wie zal het zeggen. Misschien ben ik wel afhankelijk van iets anders. Misschien verandert dat andere door eigen toedoen of is het op zijn beurt afhankelijk van iets anders, dat wél door eigen toedoen verandert of ook weer afhangt van iets anders.

En jij? Wat is het dat jouw oppervlak doet rimpelen? Wie maalt er in jouw stroom? Wie kabbelt er tegen de kade, wie babbelt er in de beek?’

Water vroeg: ”Wat is het dat alleen door eigen toedoen verandert?”

Schaduw zei: ‘Is er wel iets dat alleen door eigen toedoen verandert?

Maakt een vogel zelf zijn veren?
Maakt een zieke zelf zijn pijn?
Maakt een boom zijn eigen peren?
Maakt een mens zijn eigen brein?

Zijn wij het die deze woorden spreken? Ben jij het die deze gedachten denkt?’

Water rees en daalde, Schaduw ging heen en verscheen, of anders wel zijn evenbeeld. Hij piekerde: ‘Is een schaduw ooit diep genoeg om tot de bodem te zien? En ziet hij daar de bodem of alleen maar zijn eigen schaduw?’

Waarop hij weer verdween.

(vrij naar Zhuang Zi)

-13-

De wijsheid van de hindoe

Zegt de ene hindoe: ‘Ik ben alles!’

Zegt de andere: ‘Anders ik wel!’

-14-

De wijsheid van de boeddha

Zegt de ene boeddha: ‘Ik ben niets!’

Zegt de andere: ‘En ik al helemaal niet!’

-15-

De wijsheid van de papegaai

Zegt de ene papegaai: ‘Larie!’

Zegt de andere: ‘Larie!’

-16-

Wat je minstens over jezelf en het Zelf moet weten

‘Wat weet jij eigenlijk van jezelf, Hans?’

‘Minder dan wie ook.’

‘En van het Zelf?’

‘Idem dito.’

‘Dat lijkt me geen aanbeveling.’

‘Integendeel.’

-17-

Vijf lange jaren

Na vele omzwervingen heb je eindelijk de verblijfplaats van de illustere Meester Maya gevonden.

Je klopt aan. De meester vraagt: Wie is daar? Je antwoordt: Ik ben het. De meester zegt: Ken ik niet. De deur blijft dicht.

Een jaar later klop je weer aan. De meester vraagt: Wie is daar? Je antwoordt: U bent het. De meester zegt: Ken ik niet. De deur blijft dicht.

Een jaar later klop je weer aan. De meester vraagt: Wie is daar? Je antwoordt: Het ene. De meester zegt: Ken ik niet. De deur blijft dicht.

Een jaar later klop je weer aan. De meester vraagt: Wie is daar? Je smeekt: Een hint alstublieft. De meester zegt: Weet ik veel. De deur blijft dicht.

Een jaar later klop je weer aan. De meester vraagt: Wie is daar? Je jammert: Weet ik veel. De meester vraagt: Wat kom je doen? Je smeekt: Een hint, alstublieft. De meester zegt: Geen idee. De deur blijft dicht.

Een jaar later klop je weer aan. Je weet niets meer te zeggen en het kan je niets meer schelen. De meester vraagt: Wie is daar? Je antwoordt: Weet ik veel. De meester vraagt: Wat kom je doen? Je antwoordt: Geen idee. De meester zegt: Kom dan maar binnen. Je zegt: Nou hoeft het al niet meer. De meester zegt: Precies.

-18-

Tien lange jaren

Na vele omzwervingen heb je eindelijk de verblijfplaats van de illustere Meester Maya gevonden.

Je klopt aan. De meester vraagt: Wie is daar? Je antwoordt: Ik zoek de waarheid. De meester zegt: Heb ik niet. De deur blijft dicht.

Een jaar later klop je weer aan. De meester vraagt: Wie is daar? Je antwoordt: Ik weet niet meer waar ik het zoeken moet. De meester zegt: Ik ook niet. De deur blijft dicht.

Een jaar later klop je weer aan. De meester vraagt: Wie is daar? Je antwoordt: Ik weet niet eens meer wat ik zoek. De meester zegt: Ik ook niet. De deur blijft dicht.

Een jaar later klop je weer aan. De meester vraagt: Wie is daar? Je antwoordt: Ik weet niet eens meer of ik moet blijven zoeken. De meester zegt: Ik ook niet. De deur blijft dicht.

Een jaar later klop je weer aan. De meester vraagt: Wie is daar? Je antwoordt: Ik weet niet eens meer of ik daar iets over te zeggen heb. De meester zegt: Ik ook niet. De deur blijft dicht.

Een jaar later klop je weer aan. De meester vraagt: Wie is daar? Je antwoordt: Ik weet niet eens meer of er wel een ik is. De meester zegt: Ik ook niet. De deur blijft dicht.

Een jaar later klop je weer aan. De meester vraagt: Wie is daar? Je antwoordt: Ik weet niet eens meer of er wel een u is. De meester zegt: Ik ook niet. De deur blijft dicht.

Een jaar later klop je weer aan. De meester vraagt: Wie is daar? Je antwoordt: Ik weet niet eens meer of ik dat niet meer weet. De meester zegt: Ik ook niet. De deur blijft dicht.

Een jaar later klop je weer aan. De meester vraagt: Wie is daar? Je antwoordt: Ik weet werkelijk niets meer. De meester vraagt: Zeker weten? Je bent met stomheid geslagen. De deur blijft dicht.

Een jaar later klop je weer aan. De meester vraagt: Wie is daar? Je antwoordt: Ik weet niet eens meer of ik werkelijk niets meer weet. De meester zegt: Zeker weten? Je barst in tranen uit. De deur blijft dicht.

Een jaar later klop je weer aan. Je weet niets meer te zeggen en het kan je niets meer schelen. De meester vraagt: Wie is daar? Je antwoordt: Weet ik veel. De meester vraagt: Wat kom je doen? Je antwoordt: Geen idee. De meester zegt: Kom dan maar binnen. Je zegt: Nou hoeft het al niet meer. De meester zegt: Precies.

-19-

Dertig lange jaren

Na vele omzwervingen heb je eindelijk de verblijfplaats van de illustere Meester Maya gevonden.

Je klopt aan. De meester vraagt: Wie is daar? Je antwoordt: Ik ben het. De meester zegt: Ken ik niet. De deur blijft dicht.

Een jaar later klop je weer aan. De meester vraagt: Wie is daar? Je antwoordt: De Boeddha. De meester zegt: Ken ik niet. De deur blijft dicht.

Een jaar later klop je weer aan. De meester vraagt: Wie is daar? Je antwoordt: De Dharma. De meester zegt: Ken ik niet. De deur blijft dicht.

Een jaar later klop je weer aan. De meester vraagt: Wie is daar? Je antwoordt: De Sangha. De meester zegt: Ken ik niet. De deur blijft dicht.

Een jaar later klop je weer aan. De meester vraagt: Wie is daar? Je antwoordt: De Geest. De meester zegt: Ken ik niet. De deur blijft dicht.

Een jaar later klop je weer aan. De meester vraagt: Wie is daar? Je antwoordt: Geen-geest. De meester zegt: Ken ik niet. De deur blijft dicht.

Een jaar later klop je weer aan. De meester vraagt: Wie is daar? Je antwoordt: Het Zelf. De meester zegt: Ken ik niet. De deur blijft dicht.

Een jaar later klop je weer aan. De meester vraagt: Wie is daar? Je antwoordt: Geen-zelf. De meester zegt: Ken ik niet. De deur blijft dicht.

Een jaar later klop je weer aan. De meester vraagt: Wie is daar? Je antwoordt: De Weg. De meester zegt: Ken ik niet. De deur blijft dicht.

Een jaar later klop je weer aan. De meester vraagt: Wie is daar? Je antwoordt: De Waarheid. De meester zegt: Ken ik niet. De deur blijft dicht.

Een jaar later klop je weer aan. De meester vraagt: Wie is daar? Je antwoordt: Het Leven. De meester zegt: Ken ik niet. De deur blijft dicht.

Een jaar later klop je weer aan. De meester vraagt: Wie is daar? Je antwoordt: Het Hoogste. De meester zegt: Ken ik niet. De deur blijft dicht.

Een jaar later klop je weer aan. De meester vraagt: Wie is daar? Je antwoordt: Het Overstijgende. De meester zegt: Ken ik niet. De deur blijft dicht.

Een jaar later klop je weer aan. De meester vraagt: Wie is daar? Je antwoordt: Het Absolute. De meester zegt: Ken ik niet. De deur blijft dicht.

Een jaar later klop je weer aan. De meester vraagt: Wie is daar? Je antwoordt: Het Numineuze. De meester zegt: Ken ik niet. De deur blijft dicht.

Een jaar later klop je weer aan. De meester vraagt: Wie is daar? Je antwoordt: Het Onnoemelijke. De meester zegt: Ken ik niet. De deur blijft dicht.

Een jaar later klop je weer aan. De meester vraagt: Wie is daar? Je antwoordt: De Bron. De meester zegt: Ken ik niet. De deur blijft dicht.

Een jaar later klop je weer aan. De meester vraagt: Wie is daar? Je antwoordt: Het Zijn zelf. De meester zegt: Ken ik niet. De deur blijft dicht.

Een jaar later klop je weer aan. De meester vraagt: Wie is daar? Je antwoordt: Essentie. De meester zegt: Ken ik niet. De deur blijft dicht.

Een jaar later klop je weer aan. De meester vraagt: Wie is daar? Je antwoordt: Het Heden. De meester zegt: Ken ik niet. De deur blijft dicht.

Een jaar later klop je weer aan. De meester vraagt: Wie is daar? Je antwoordt: De Eeuwigheid. De meester zegt: Ken ik niet. De deur blijft dicht.

Een jaar later klop je weer aan. De meester vraagt: Wie is daar? Je antwoordt: Bewustzijn. De meester zegt: Ken ik niet. De deur blijft dicht.

Een jaar later klop je weer aan. De meester vraagt: Wie is daar? Je antwoordt: Stilte. De meester zwijgt. De deur blijft dicht.

Een jaar later klop je weer aan. De meester vraagt: Wie is daar? Je antwoordt: Leegte. De meester zegt: Ken ik niet. De deur blijft dicht.

Een jaar later klop je weer aan. De meester vraagt: Wie is daar? Je antwoordt: Openheid. De meester zegt: Ken ik niet. De deur blijft dicht.

Een jaar later klop je weer aan. De meester vraagt: Wie is daar? Je antwoordt: Liefde. De meester zegt: Ken ik niet. De deur blijft dicht.

Een jaar later klop je weer aan. De meester vraagt: Wie is daar? Je antwoordt: Mededogen. De meester zegt: Ken ik niet. De deur blijft dicht.

Een jaar later klop je weer aan. De meester vraagt: Wie is daar? Je antwoordt: Niemand. De meester zegt: Ken ik niet. De deur blijft dicht.

Een jaar later klop je weer aan. Je ziet het niet meer zitten. De meester vraagt: Wie is daar? Je jammert: Weet ik veel. De meester vraagt: Wat kom je doen? Je huilt: Afscheid nemen. De meester vraagt verbaasd: Van wie? Je bent met stomheid geslagen. De deur blijft dicht.

Een jaar later klop je weer aan. De meester vraagt: Wie is daar? Je jammert: Weet ik veel. De meester vraagt: Wat kom je doen? Je huilt: Geen idee. De meester zegt: Ik ook niet. De deur blijft dicht.

Een jaar later klop je weer aan. Je weet niets meer te zeggen en het kan je niets meer schelen. De meester vraagt: Wie is daar? Je antwoordt: Weet ik veel. De meester vraagt: Wat kom je doen? Je antwoordt: Geen idee. De meester zegt: Kom dan maar binnen. Je zegt: Nou hoeft het al niet meer. De meester zegt: Precies.

-20-

Binnen dertig seconden

Na vele omzwervingen heb je eindelijk de verblijfplaats van de illustere Meester Maya gevonden.

Je klopt aan.

De meester zegt: Wie is daar?

Je roept: Is het nou uit met die flauwekul?

Doodse stilte.

Je trapt de deur in, rukt de tegenstribbelende meester zijn kleed af, sleept hem spiernaakt het vertrek uit, keert terug, sprenkelt benzine over het afgeleefde meubilair, steekt de boel in de fik en rent weer naar buiten.

Brullend laait het vuur op en het gat van de deur braakt zwarte rookwolken uit.

Huilend valt de meester in je armen.

Hij stapt achteruit, maakt de ene buiging na de andere, lacht en grient, grijnst zo breed dat zijn lippen openbarsten en begint van schrik opnieuw te huilen.

Je klopt hem op zijn schouder en zegt: Nou hoeft het allemaal niet meer.

De meester snikt: Precies.

-21-

Wat denk jij allemaal over je lichaam?

Meester Maya zegt:

Niet te geloven!

Sommige mensen denken dat hun lichaam echt is!
Sommige mensen denken dat hun lichaam een illusie is!

Sommige mensen denken dat hun lichaam begrijpelijk is!
Sommige mensen denken dat hun lichaam onbegrijpelijk is!

Sommige mensen denken dat ze hun lichaam kennen!
Sommige mensen denken dat ze hun lichaam niet kennen!

Sommige mensen denken dat hun lichaam privé is!
Sommige mensen denken dat hun lichaam openbaar is!

Sommige mensen denken dat hun lichaam van hun is!
Sommige mensen denken dat hun lichaam niet van hun is!

Sommige mensen denken dat hun lichaam maakbaar is!
Sommige mensen denken dat hun lichaam gegeven is!

Sommige mensen denken dat hun lichaam vervangbaar is!
Sommige mensen denken dat hun lichaam onvervangbaar is!

Sommige mensen denken dat ze de baas zijn over hun lichaam!
Sommige mensen denken dat hun lichaam de baas is over hen!

Sommige mensen denken dat hun lichaam bewoond is!
Sommige mensen denken dat hun lichaam onbewoond is!

Sommige mensen denken dat hun lichaam bezield is!
Sommige mensen denken dat hun lichaam onbezield is!

Sommige mensen denken dat hun lichaam een middel is!
Sommige mensen denken dat hun lichaam een doel op zich is!

Sommige mensen denken dat hun lichaam materieel is!
Sommige mensen denken dat hun lichaam ideëel is!

Sommige mensen denken dat hun lichaam vrijheid geeft!
Sommige mensen denken dat hun lichaam een gevangenis is!

Sommige mensen denken dat hun lichaam een zegen is!
Sommige mensen denken dat hun lichaam een vloek is!

Sommige mensen denken dat hun lichaam gezond is!
Sommige mensen denken dat hun lichaam ziek is!

Sommige mensen denken dat hun lichaam dierlijk is!
Sommige mensen denken dat hun lichaam goddelijk is!

Sommige mensen denken dat hun lichaam begrensd is!
Sommige mensen denken dat hun lichaam onbegrensd is!

Sommige mensen denken dat hun lichaam geboren is!
Sommige mensen denken dat hun lichaam ongeboren is!

Sommige mensen denken dat hun lichaam sterfelijk is!
Sommige mensen denken dat hun lichaam onsterfelijk is!

Wat denk jij allemaal over je lichaam?

Wat denk je allemaal níet?

Wat dénk je allemaal niet!

-22-

Met welk lichaam identificeer jij je?

‘Wie ben jij?’

‘Ik ben mijn lichaam, Hans.’

‘Welk lichaam?’

‘Dit lichaam.’

‘Hoe lang heb je dit lichaam al?’

‘Altijd al gehad.’

‘Ben je zo geboren?’

‘Natuurlijk niet.’

‘Wie was je voor je lichaam volwassen werd?’

‘Gewoon, mezelf.’

‘Ook als kind al?’

‘Natuurlijk.’

‘Ook als baby al?’

‘Natuurlijk.’

‘Ook als foetus al?’

‘Ik veronderstel van wel.’

‘Als embryo?’

‘Ik denk…’

‘Als klompje ongedifferentieerde cellen?’

‘Dat is te zeggen…’

‘Als eencellige net na de versmelting?’

‘Hm.’

‘Als twee eencelligen net vóór de versmelting?’

‘Nou…’

‘Zal je nog steeds jezelf zijn als bejaarde met geamputeerde benen?’

‘Eh…’

‘Als lijk?’

‘Ik geloof niet…’

‘Als hoopje as?’

‘Ik…’

‘Verwaaid naar alle windstreken?’

‘Goh.’

‘Opgenomen in nieuwe sedimenten, dingen, planten, dieren, mensenlichamen?’

‘Jeetje.’

‘Wat hebben al deze gestalten volgens jou gemeen?’

‘Tja.’

‘Zijn er bepaalde organellen, cellen, weefsels, organen, vormen of structuren in al jouw lichaamsvormen die daarvan de onveranderlijke essentie vormen en waarmee jij je eenduidig en onherroepelijk kan identificeren?’

‘Ik kan zo gauw niets bedenken.’

‘Dan ben je niet je lichaam.’

-23-

Als je geest uit je lichaam treedt, ben jij dan nog jij?

‘Wie ben jij?’

‘Ik ben mijn lichaam, Hans.’

‘Als ik je geest overzet in een ander lichaam, ben jij dan nog jij?’

‘Een lichaam is een lichaam.’

‘Als ik je geest overzet in een robotlichaam, ben jij dan nog jij?’

‘Een kunstlichaam is nog steeds een lichaam.’

‘Als ik je geest overzet in een fles, ben jij dan nog jij?’

‘Ik denk het…’

‘Als je geest uit de fles ontsnapt, ben jij dan nog jij?’

‘Ik denk….’

‘Als je geest uit je lichaam treedt, ben jij dan nog jij?’

‘Ik…’

‘Wat is op dat moment jij, je ontzielde lichaam of je lichaamsloze geest?’

‘Beide?’

‘Als je lichaam afsterft maar niet je geest, ben jij dan nog jij?’

‘Eerst dacht ik van niet…’

‘Als je geest afsterft maar niet je lichaam, ben jij dan nog jij?’

‘Eerst dacht ik van wel…’

‘Wat is er dan nog van je over?’

‘Een of andere zombie?’

‘Is dat een vraag of een antwoord?’

‘Ik zou het anders ook niet weten.’

‘Dan ben je niet je lichaam.’

-24-

-25-

Word je minder als je afvalt?

‘Wie ben jij?’

‘Ik ben mijn lichaam, Hans.’

‘Als ik een stuk van jouw lichaam afhak, ben jij dan nog jij?’

‘Volgens mij wel.’

‘Of wordt je dan minder?’

‘Niet wezenlijk.’

‘Wordt je meer als je aankomt?’

‘Als ik zwaarder wordt?’

‘Nou?’

‘Ik ben een tijdje moddervet geweest.’

‘Was je toen meer?’

‘Eerder minder.’

‘Word je minder als je afvalt?’

‘Eerder meer.’

‘Dan ben je niet je lichaam.’

-26-

Ben jij je hersens?

‘Wie ben jij?’

‘Ik ben mijn hersens, Hans.’

‘En de rest dan?’

‘De rest is bijzaak.’

‘Als ik je lichaam wegsnij en je hersens kunstmatig in leven houd, ben jij er dan nog?’

‘Dat zeg ik.’

‘Als ik je hersens vervolgens in het lichaam van je tweelingzus zet, ben jij er dan nog?’

‘Ik wel, zij niet.’

‘Als ik je hersens vervolgens in een nieuw lichaam zet van een ander geslacht en een andere leeftijd en met heel andere mogelijkheden, beperkingen en aandoeningen dan het jouwe, ben jij het dan nog?’

‘Oei.’

‘Als ik je ten slotte een hersenspoeling geef waardoor je al je oude ideeën en waarden kwijtraakt en je voortaan identificeert met een ander land, een ander politiek stelsel, een andere groep intimi, een ander beroep en zo, ben jij het dan nog?’

‘Ik denk het eigenlijk niet.’

‘Dan ben je niet je hersens.’

-27-

Heb jij wel hersens?

‘Wie ben jij?’

‘Ik ben mijn hersens, Hans.’

‘Gesteld dat je ze hebt.’

‘Daar twijfel ik niet aan.’

‘Heb je dat persoonlijk vastgesteld of van horen zeggen?’

‘Ik ben hersenchirurg, dat weet je toch.’

‘Ooit jezelf geopereerd?’

‘Dat niet, maar…’

‘Ooit een scan van je eigen hersens gezien?’

‘Toevallig niet nee.’

‘Een EEG misschien?’

‘Dat ook niet, maar…’

‘Is er bij jou een hersenbiopt genomen?’

‘Stel je voor.’

‘Hoe weet je dan dat je hersens hebt?’

‘Iedereen heeft hersens.’

‘Heb jij iedereen geopereerd?’

‘Hoe kan dat nou.’

‘Heb je iedereen gescand misschien?’

‘Natuurlijk niet.’

‘Heb je iedereen aan de elektro-encefalograaf gehad?’

‘Ja, acht miljard mensen zeker.’

‘Om over de doden nog maar te zwijgen.’

‘Wou jij beweren dat ik geen hersens heb?’

‘Wat weet ik daarvan?’

‘Wat wil je dan zeggen?’

‘Wil ik dan wat zeggen?’

‘Waar ben je dan mee bezig?’

‘Ik wil iets demonstreren.’

‘Wat dan?’

‘Hoe goedgelovig je wel bent.’

‘Ben jij wel goed bij je hoofd?’

‘Ik ben mijn hersens niet.’

-28-

Ben jij je persoonlijkheid?

‘Wie ben jij?’

‘Ik ben mijn persoonlijkheid, Hans.’

‘En de rest dan?’

‘Is bijzaak.’

‘Wat versta jij onder je persoonlijkheid?’

‘Datgene waardoor ik mij onderscheidt van anderen.’

‘Namelijk?’

‘De verzameling van eigenschappen die mij als mens uniek maakt.’

‘Maar je bent voor 99,9% hetzelfde als iedereen.’

‘In welk opzicht?’

‘In ieder opzicht.’

‘Zoals?’

‘Erfelijk materiaal, anatomie, fysiologie, biologie, instincten, reflexen, zintuigen, bewustzijn, taal, opvoeding, cultuur, kleding, bezittingen, meningen, gevoelens, gedachten, angsten, behoeften, verlangens, ambities, gewoonten – noem maar op.’

‘Maar niet qua persoonlijkheid.’

‘Ook qua persoonlijkheid.’

‘Zelfs als dat zo zou zijn, wat dan nog?’

‘Waarom zou je je juist met die luttele verschillen identificeren?’

‘Waarmee anders?’

‘Zijn eeneiige tweelingen hetzelfde?’

‘Die hebben nooit dezelfde persoonlijkheid.’

‘Heb je dat persoonlijk vastgesteld?’

‘Dat denk ik.’

‘Stel dat we jou duizend maal klonen en dat jij en je klonen exact dezelfde persoonlijkheid hebben, zijn jullie dan identiek?’

‘Wat een vraag.’

‘Ben jij je klonen?’

‘Dat weet ik niet, hoor’

‘Zijn jouw klonen jou?’

‘Dat lijkt me niet, nee.’

‘Voor jou duizend anderen?’

‘Nee.’

‘Zou jij jezelf zonder aarzelen opofferen voor de een of andere zaak, groot of klein, nu je toch met zovelen bent?’

‘Ik persoonlijk?’

‘Nou?’

‘Natuurlijk niet.’

‘Waarom niet?’

‘We blijven afzonderlijke individuen.’

‘Waarom?’

‘Omdat we niet exact hetzelfde denken en niet meer hetzelfde meemaken.’

‘Dan ben je niet je persoonlijkheid.’

-29-

Ben jij je gedachten?

‘Wie ben jij?’

‘Ik ben wat ik denk, Hans.’

‘Jij bent je gedachten?’

‘In essentie.’

‘Welke gedachten?’

‘Wat ik maar denk.’

‘Maar die veranderen toch steeds?’

‘Nou en?’

‘Hoe kan je je nou identificeren met iets dat nog veranderlijker is dan de wind?’

‘Dan ben ik maar veranderlijker dan de wind.’

‘Waarom spreek je dan nog van ik?’

‘Omdat ik ben wat…’

‘Waarom spreek je dan nog van zijn?’

‘In grote lijnen denk ik steeds hetzelfde, denk ik.’

‘Hoe lang al?’

‘Zolang ik me kan heugen.’

‘Dacht jij als kind hetzelfde als nu?’

‘Niet precies, maar…’

‘En als baby, toen je nog niets wist en geen woord sprak?’

‘Toen zeker niet.’

‘Weet je nog wat je in de baarmoeder dacht?’

‘Ik weet niet eens of ik toen al wat dacht.’

‘Was je toen een ander?’

‘Doe niet zo gek.’

‘Wie ben je tussen je gedachten in?’

‘Hè?’

‘Wie ben je als je niet denkt?’

‘Ik…’

‘Wie ben je als je slaapt?’

‘Wie ik droom dat ik ben.’

‘Ben je dat of droom je dat?’

‘Ik droom dat ik dat ben, maar…’

‘Wie ben je als je wel slaapt maar niet droomt?’

‘Ik geef het op.’

‘Dan ben je niet je gedachten.’

-30-

Ben jij je herinneringen?

‘Wie ben jij?’

‘Ik ben mijn herinneringen, Hans.’

‘En de rest dan?’

‘De rest draagt niet bij aan mijn wezen.’

‘Dan was je tien jaar geleden niet wie je nu was.’

‘Waarom niet?’

‘Omdat er sindsdien een heleboel herinneringen bij gekomen zijn.’

‘Maar daarom ben ik nog niet anders.’

‘Wat is er dan hetzelfde gebleven?’

‘De herinneringen uit de periode daarvoor natuurlijk.’

‘Weet je alles van tien jaar geleden nog even goed als alles van gisteren?’

‘Natuurlijk niet.’

‘Hoe komt dat?’

‘Doordat veel herinneringen inmiddels verdwenen zijn.’

‘Ben jij zelf verdwenen?’

‘Niet wezenlijk.’

‘Hoe kan jij samenvallen met je herinneringen als die in de loop der tijd wezenlijk veranderen en jijzelf niet?’

‘Sommige herinneringen verdwijnen nooit. Die vormen je kern.’

‘Wat is je oudste herinnering?’

‘Ik weet nog toen ik drie was…’

‘Is dat je oudste herinnering?’

‘Volgens mij wel.’

‘Wie was je voor die tijd?’

‘Hoe bedoel je?’

‘Als jij je herinneringen bent en je herinnert je niets van voor die tijd, wie was je dan voor die tijd?’

‘Gewoon.’

‘Gewoon?’

‘Mezelf, denk ik.’

‘Hoe kan dat dan, zonder herinneringen?’

‘Misschien had ik toen wel herinneringen aan mijn eerste levensjaren, maar ben ik die inmiddels kwijtgeraakt.’

‘Maken die dan geen deel uit van je identiteit?’

‘Tja.’

‘Als je een boek leest of een film kijkt of staat te koken of iets anders doet waarbij je persoonlijke herinneringen nauwelijks een rol spelen of helemaal niet in je opkomen, wie ben je dan?’

‘Gewoon mezelf, denk ik.’

‘Hoe kan je dan je herinneringen zijn?’

‘Wat?’

‘Dat zei je toch?’

‘Daar kan ik me niets van herinneren.’

-31-

Ben jij je prestaties?

‘Wie ben jij?’

‘Ik vereenzelvig mij met mijn prestaties, Hans.’

‘Wat heb je zoal gepresteerd?’

‘Ik heb een gezin gesticht, ik heb een goedlopend bedrijf, ik heb mijn eigen huis ontworpen…’

‘Wie was je voordat je deze prestaties had geleverd?’

‘Eh… degene die ze ging leveren?’

‘Is dat iemand anders dan degene die ze geleverd heeft?’

‘Natuurlijk niet.’

‘Dan ben je niet je prestaties.’

-32-

Ben jij je werk?

‘Wie ben jij?’

‘Ik ben mijn werk, Hans.’

‘Je werk?’

‘Mijn oeuvre.’

‘O, je bent ouvreuse.’

‘Nee, ik ben kunstenaar.’

‘Hoe lang ben je al kunstenaar?’

‘Al twintig jaar.’

‘Hoe oud ben je nu?’

‘Vijftig.’

‘Wie was je voor je kunstenaar werd?’

‘Hè?’

‘Of was je toen niet?’

‘Ik veronderstel van wel…’

‘Wat gebeurt er met jou als je werk verdwijnt?’

‘Hoe bedoel je?’

‘Ga jij in rook op als je werk verbrandt?’

‘Niet letterlijk natuurlijk.’

‘Wel figuurlijk?’

‘Ik moet er tenminste niet aan denken.’

‘Zou je er nu niet zijn als je geen kunst had gemaakt?’

‘Natuurlijk wel.’

‘Zou je er nooit geweest zijn als je geen kunst had gemaakt?’

‘Onzin.’

‘Dan ben je niet je werk.’

-33-

Ben jij het Absolute

‘Wie ben jij?’

‘Daar trap ik niet meer in, Hans.’

‘Waar trap je niet meer in?’

‘Ik ben niet mijn lichaam, niet mijn geest, niet mijn hersenen, niet mijn persoonlijkheid, niet mijn gedachten, niet mijn herinneringen, niet mijn persoonlijkheid, niet mijn prestaties, niet mijn werk en ook niets anders.’

‘Waarom wel zeggen wat je niet bent maar niet wat je wel bent?’

‘Je moet het zien als een apofatische omschrijving van het Zelf.’

‘Van het wat?’

‘Van mijn ware aard. Mijn oorspronkelijke gezicht.’

‘Wat is dat dan?’

‘Het Absolute. Het Oorspronkelijke. Essentie. Bewustzijn.’

‘Wat is dat allemaal?’

‘Het onveranderlijke Ene.’

‘Je maakt anders geen onveranderlijke indruk op mij.’

‘Ik ben dat waarin het veranderlijke verschijnt en verdwijnt. De oorsprong en bestemming van de verschijnselen.’

‘Wie zegt dat er zoiets is?’

‘Dat is de enige verklaring.’

‘Je hebt het beredeneerd?’

‘Inderdaad.’

‘Behoort die redenering soms niet tot de verschijnselen?’

‘Jawel, maar…’

‘En je conclusie?’

‘Ook, maar…’

‘Dan ben ik benieuwd hoelang hij nog standhoudt.’

-34-

Zoeken naar het einde van het zoeken, 2

Close-up van één van de figuren van de cover van het boek ‘Zoeken naar het einde van het zoeken’.

-35-

Het open geheim, het verschrikkelijke geheim en het lege geheim

Ben je jezelf of het Zelf? De kenner of het gekende? Iemand of niemand? Maan en Hans verkennen het onbekende.

Maan: Tony Parsons spreekt van het Open Geheim, Adyashanti van het Verschrikkelijke Geheim en jij van het Lege Geheim. Wat is precies het verschil?

Hans: Een van de gevleugelde uitdrukkingen van de non-dualist Tony Parsons luidt ‘niemand hier’. Daarmee bedoelt hij dat het individu als afgescheiden persoon en subject tegenover een onafhankelijk bestaande, objectieve wereld een illusie is, en de vrije wil dus ook.

Maan: Wat is er dan wel?

Hans: Volgens Parsons is er alleen maar Zijn zonder onderscheid.

Maan: Waarom noemt hij dat een open geheim?

Hans: Hij noemt het een geheim omdat iedereen erover verzwijgt en hij noemt het open omdat je het zelf kan zien.

Maan: En Adyashanti?

Hans: Adyashanti noemt ditzelfde geheim – dat er niemand in je binnenste woont – verschrikkelijk omdat volgens hem de meesten van ons de gedachte van de onbemande mens onverdraaglijk vinden.

Maan: En jij? Ben jij het daarmee eens?

Hans: Niet eens, niet oneens.

Maan: Leg uit.

Hans: Het is heel simpel. Ik weet niet wie ik ben, ik weet niet wat ik ben, ik weet niet of ik ben – niet echt.

Dat er ‘iemand hier’ is, een ik of ego of personage, valt niet hard te maken, tenminste niet door mij. Dat er ‘niemand hier’ is ook niet.

Ik sta er niet voor in dat ik een afgescheiden subject ben tegenover een onafhankelijk bestaande, objectieve wereld, maar ook niet dat ik het geheel, het ene, zijn, het leven zelf, god of universeel bewustzijn ben, zoals dat in die kringen heet.

Ik sta er niet voor in dat ik een vrije wil heb, maar ook niet dat ik die niet heb of zelfs maar dat ik dat niet kan weten.

Ik sta nergens voor in, ik heb niets te zeggen, zelfs niet dat ik niks te zeggen heb.

Dat noem ik voor de grap het lege geheim.

-36-

Onweerlegbare argumenten bestaan niet

Maan: Er zijn toch goede argumenten voor de gedachte van de onbemande mens.

Hans: Overal zijn goede argumenten voor.

Maan: Er zijn ook goede argumenten tegen het idee van de vrije wil.

Hans: Overal zijn goede argumenten tegen.

Maan: Onweerlegbare argumenten.

Hans: Onweerlegbare argumenten ken ik niet.

Maan: Bijvoorbeeld maya, de gedachte dat alles een illusie is, dus ook het ik.

Hans: Als alles een illusie is, dan ook de illusie, en ook de gedachte dat alles een illusie is.

Nog meer onweerlegbare argumenten?

Maan: De boeddhistische gedachte van sunyata – het idee dat alle dingen leeg zijn, dat wil zeggen, afhankelijk ontstaan en bestaan en geen eigen wezen, identiteit of werking hebben.

Hans: Als alle dingen leeg zijn, dan ook sunyata, en ook de gedachte dat alle dingen leeg zijn.

Nog meer onweerlegbare argumenten?

Maan: Maar als we sunyata toepassen op het idee van de persoon dan komen we toch vanzelf tot anatman, niet-ik, niemand hier, oftewel het Zelf, het Ene, en van daaruit…

Hans: Als alle dingen leeg zijn dan ook anatman en niet-ik en het zelf en het ene.

Nog meer onweerlegbare argumenten?

Maan: Maar als dezelfde gedachte van niet-ik, van het universele Zelf, van de Eeuwige Wijsheid nou in talloze tradities en in allerlei gedaanten blijft terugkeren, dan moeten we toch concluderen…

Hans: De gedachte van een ik, een individueel persoon blijft ook in talloze tradities en in allerlei gedaanten terugkeren, en toch twijfel jij eraan.

Nog meer onweerlegbare argumenten?

Maan: Volgens de advaita vedanta zijn wij de film, niet het doek…

Hans: Goeie film, nog meer onweerlegbare argumenten?

Maan: De kenner, niet het gekende…

Hans: Allemaal kennis, nog meer onweerlegbare argumenten?

-37-

Piekervaringen bewijzen ook niets

Maan: Ik heb zelf tijdens meditatie meermalen de eenheid van binnen en buiten, van mijzelf en de kosmos mogen ervaren en het is mijn diepste overtuiging dat…

Hans: Ik twijfel niet aan je ervaringen, maar wel aan je gedachten erover, zeker die van het type ‘diepste overtuiging’.

Maan: Pardon?

Hans: Mensen ervaren, voelen, dromen en hallucineren de gekste dingen, vraag maar in een gekkenhuis, maar wat het nou betekent?

Maan: Wou jij beweren dat het niets betekent?

Hans: Ben ik god als ik me god voel?

Ben ik de duivel als ik me de duivel voel?

Is materie echt als ik me eraan stoot?

Is materie ideëel als ik er een voorstelling van heb?

Ben ik iemand als ik me iemand voel?

Ben ik niemand als ik me niemand voel?

Heeft de wereld kleur omdat ik kleuren zie?

Is de wereld grijs omdat ik kleurenblind ben?

Ben ik verlicht als ik me verlicht voel?

Ben ik onwetend als ik me onwetend voel?

Is een hallucinatie werkelijkheid als ik haar niet als waan herken?

Is de werkelijkheid een hallucinatie als ik haar niet als realiteit herken?

Ben ik veilig als ik me safe voel?

Ben ik in gevaar als ik bang ben?

Maan: Op die manier.

Hans: Je moest eens weten wat ik alleen vandaag al gedacht, gevoeld en ervaren heb.

Je moest eens weten wat ik alleen de afgelopen nacht al gedroomd heb, gesteld dat het dromen waren.

Maan: Maar als alles één is dan kan er toch niet iemand of iets anders zijn dan het ene?

Hans: Als alles één is wel, maar hoe stel je zoiets vast?

-38-

Mijn geheim is dat ik geen geheim heb

Maan: Wat valt er eigenlijk wél te verdedigen volgens jou?

Hans: Zeg dat wel.

Maan: Dat er niets te verdedigen valt, wou je zeggen.

Hans: Probeer maar.

Maan: Zelfs dat er niets te verdedigen valt, valt niet te verdedigen?

Hans: Niet door mij. En dat het niet te verdedigen valt dat er niets te verdedigen valt ook niet.

Maan: Enzovoort.

Hans: Nou, voort…

Maan: Wat jou betreft is er geen open geheim en ook geen vreselijk geheim?

Hans: Wat weet ik daarvan?

Maan: We kunnen niet weten of er een geheim is of niet, laat staan of het open of vreselijk of iets anders is.

Hans: Weet ik veel wat we wel of niet kunnen weten.

Maan: Wat is dan wel jouw geheim?

Hans: Heb ik niet.

Maan: Omdat er geen geheim is?

Hans: Hoe stel je zoiets vast?

Maan: Dat bedoel je toch?

Hans: Wanneer?

Maan: Als je het over het lege geheim hebt?

Hans: Er is helemaal geen leeg geheim.

Maan: Ik heb die term anders niet uit mijn duim gezogen.

Hans: Nee, uit de mijne.

Maan: Nou dan.

Hans: Ik gebruik de uitdrukking ‘het lege geheim’ alleen maar als mensen weer eens geheimzinnig beginnen te doen.

Ik gebruik hem om tegenwicht te bieden aan de gnostische gedachte dat er een of ander geheim zou zijn, open, vreselijk, hoog, diep, ontologisch, epistemologisch, esoterisch, mystiek, voorbij de woorden of anderszins.

Ik gebruik hem ook om tegenwicht te bieden aan de sceptische gedachte dat er geen geheim zou zijn.

Ik gebruik hem ook om tegenwicht te bieden aan de agnostische gedachte dat we niet kunnen weten of er een geheim is.

Ik gebruik hem om tegenwicht te bieden, nergens anders voor.

Verder kan hij meteen de prullenbak in.

Die daar geen haar voller van wordt.

Maan: Met het lege geheim bedoel je alleen maar dat je over de kwestie ik versus niet-ik en andere levensbeschouwelijke kwesties niets te melden heb.

Hans: Dus ook niet dat er over de kwestie ik versus niet-ik en soortgelijke levensbeschouwelijke kwesties niets te melden valt.

-39-

Fluit de merel of fluit de geest?

Maan: Je weet toch zeker hoe je je broek aan moet trekken?

Hans: Wat versta jij onder levensbeschouwelijk?

Maan: Weten is weten.

Hans: Op het eerste gezicht schijn ik van alles te weten.

Hoe ik mijn broek aan moet trekken en andere levensbeschouwelijke zaken.

Maar als ik het serieus onderzoek moet ik steeds opnieuw vaststellen dat al mijn kennis in de lucht hangt.

Als ik droom dat ik kan vliegen, wat ik vaak droom, kan ik dan vliegen of niet?

Als ik mijn broek aantrek, wat ik vaak doe, kan ik dat dan echt of is het een droom waaruit ik straks wakker wordt als tetraplegiepatiënt?

Als ik probeer vast te stellen wat het wezenlijke verschil is tussen, ik noem maar wat eenvoudigs, een kruk en een stoel, kom ik er niet uit.

Er zijn stoelen met één poot en krukken met vier; stoelen zonder rugleuning en krukken mét.

Er is niets wezenlijks te vinden dat uniek is voor een stoel of een kruk.

Het verschil tussen een stoel en een tafel, idem.

Tussen een tafel en een vloer, dito.

Tussen een vloer en een plafond, hetzelfde.

Tussen het relatieve en het absolute.

Tussen gever en nemer.

Tussen vorm en leegte.

Tussen worden en zijn.

Tussen herinnering en werkelijkheid.

Tussen geest en lichaam.

Tussen nu en daarnet en zo meteen.

Tussen jou en mij.

Tussen mij en die boom daar.

Zit het groen in het blad of in mijn brein?

Fluit de merel of fluit de geest?

Waar houdt het dal op en begint de berg?

Waar houdt mijn arm op en begint mijn romp?

Op welke hardware draait mijn DNA?

Hoe langer je erover nadenkt, hoe meer de dingen in elkaar overlopen. Je komt er niet uit. Ik tenminste niet, mij is het niet gelukt.

Maan: Mij lukt het voortdurend.

Hans: Omdat je niet verder kijkt dan je neus lang is.

Maan: Hoe kijk je verder dan je neus lang is?

Hans: Beweer iets, om het even wat, en onderzoek je aannames en begrippen, en de aannames en begrippen die daar weer aan ten grondslag liggen en zie: er komt geen eind aan. Het is allemaal spaghetti. Erwtensoep. Waterpest.

De boeddhist noemt dat met een chic woord afhankelijk bestaan of interzijn of interdependentie (Sanskriet: pratitya-samutpada).

De non-dualist noemt het met een chic woord non-dualiteit.

De filosoof spreekt van het regressieprobleem of het kennisprobleem.

Zelf noem ik het gewoon niet-weten, dat lijkt me wel zo eerlijk.

Maan: Omdat je nergens houvast vindt.

Hans: Ook hierin niet.

Maan: Dat moet ik van je aannemen.

Hans: Juist niet.

Maan: En wat is daar geheim aan?

Hans: Helemaal niets. Toch lijken weinigen het te beseffen.

Of mensen willen het niet toegeven, dat weet ik niet.

Of ze zien het gewoon niet.

Of het interesseert ze gewoon niet.

Of ze nemen het voetstoots aan, als overgeleverde wijsheid uit de traditie die toevallig hun voorkeur geniet.

Waardoor het weer weten uit tweede hand wordt in plaats van niet-weten uit eerste.

Maan: Ik zie het gewoon niet.

Hans: Duisternis kan je niet zien en stilte kan je niet horen en ook het lege geheim manifesteert zich op geen enkele wijze, zelfs niet als wijsheid.

-40-

Kennis is een gammel vlot

Maan: De mensheid weet anders ontzaglijk veel. De mensheid weet steeds meer.

Hans: Dat valt vies tegen.

Maan: Dan nog, waarom zou je stil blijven staan bij de grenzen van je kennis als je ze steeds kan verleggen?

Hans: Waarom zou je je grenzen steeds verleggen als je stil kan blijven staan?

Maan: Obscurantist.

Hans: De wereld vergaat niet als jij er even bij gaat zitten, hoor.

Maan: Stilstand is achteruitgang. Kennis is macht. De hele maatschappij is ingericht op het vergaren en overdragen van kennis, en terecht. Wetenschap is een wereldomspannend front waarbij de Chinese Muur in het niet valt. Overal zijn bibliotheken, databases, informatiecentra, opleidingsinstituten.

Dat is allemaal niet voor niets. Onwetendheid is lijden, leven is leren. Je moet je blijven ontwikkelen. Kübler-Ross noemt de dood de laatste leerervaring en zo is het maar net.

Hans: Misschien moet ze een zombieschool beginnen.

Maan: Weten biedt hoop op een betere toekomst voor onszelf en voor de generaties na ons. Het is opwindend. Het geeft je iets te doen. Het is concreet, afgebakend, overzichtelijk.

Niet-weten biedt geen enkel perspectief. Het is niet sexy. Het geeft je niks te doen. Het leidt nergens toe. Het is deprimerend. Het is vormeloos. Het maakt je leven onbegrijpelijk. Beangstigend. Onoverzichtelijk.

Hans: Onbeheersbaar.

Maan: Overweldigend.

Hans: Daarom kijken mensen liever naar het vlot of naar hun knieën of handen of naar de andere schipbreukelingen. Of ze speuren de horizon af naar een schip of een eiland – wat dan ook, als het maar afleiding biedt. Want de zee is zo wijd en zo diep en zo duister en zo leeg.

Maan: Zo leeg als het firmament.

Hans: Als je ’s nachts naar de hemel kijkt, zoeken je ogen vanzelf de maan op, of de sterren. Met de grenzeloze tussenruimte weten ze geen raad.

Maan: Brr.

Hans: Angst voor het nachtelijk duister wordt door psychiaters scotofobie genoemd. Angst voor de grondeloosheid van het bestaan is ook een soort scotofobie. Ik heb er erg onder geleden.

De grap is dat die angst net zo ongegrond als wat dan ook. Net zo ongegrond als de zogenaamde grondeloosheid zelf.

Maan: Zogenaamd?

Hans: Grondeloosheid is ook maar een woord.

Maan: Jij bent niet er niet meer bang voor?

Hans: Niet voor grondeloosheid.

Maan: Waarom niet?

Hans: In de eerste plaats zou ik niet weten wat er eng aan is. In de tweede plaats heb ik geen idee of het bestaan wel zo grondeloos is.

Als het erop aankomt weet ik niet eens wat ‘bestaan’ of ‘grondeloos’ betekent. Zoek maar op in het woordenboek, dan krijg je er twee keer tien andere woorden voor in de plaats, die je ook weer moet opzoeken.

Waar is dat ‘bestaan’ eigenlijk, waar is die ‘grondeloosheid’, behalve in het woordenboek?

Wijs eens aan?

-41-

Gewoon lekker zitten

Maan: Wie is er bang voor een woord, wou je zeggen.

Hans: Bang ben je voor wat je weet of meent te weten. Grondeloosheid is niet angstwekkend door wat het is maar door wat je denkt dat het is of doordat je denkt dat het is.

Maan: Wie niet weet is niet bang?

Hans: Wees gerust, er blijft meer dan genoeg over om bang voor te zijn.

Maan: Jammer.

Hans: Zonder angst zou je gauw dood zijn.

Maan: Maar jij hebt het weten toch achter je gelaten?

Hans: Dacht je nou echt dat je het weten achter je kon laten?

Maan: Wat is dan het verschil met vroeger?

Hans: Dat het weten niet meer de boventoon voert.

Dat kennis niet meer mijn richtpunt en horizon is.

Dat mijn weten ingebed ligt in niet-weten.

Waardoor ik bij alles wat ik meen te weten een slag om de arm hou.

Maan: Tien slagen.

Hans: Beter tien slagen om de arm dan één in de lucht.

Maan: Je bent er maar druk mee.

Hans: Welnee, ik sta erbij en ik kijk ernaar.

Maan: Je bent alleen maar de getuige?

Hans: Ook van de gedachte dat ik alleen maar de getuige zou zijn.

Maan: Krishnamurti noemde dat keuzeloos gewaarzijn.

Hans: Goeroe Ouwehoeroe.

Maan: Nou zeg.

Hans: De theorie dat ik alleen maar de getuige zou zijn kan mij net zomin bekoren als de theorie dat ik de doener zou zijn, of de commentator, of iets of iemand anders of helemaal niemand of alles of niets of wat dan ook.

Voor mij zijn het allemaal maar gedachten. Deze ook.

Maan: Jij staat nergens meer voor in.

Hans: Ik zit liever.

Maan: Zitten als in zazen?

Hans: Nee joh, gewoon lekker zitten.

Maan: Zonder forceren.

Hans: Weet je nog?

-42-

Wat je minstens over de mens moet weten

‘Wat weet jij eigenlijk over de mens, Hans?’

‘Minder dan wie ook.’

‘Dat lijkt me geen aanbeveling.’

‘Integendeel.’

-43-

Wijsheid om op te zuigen

Tegeltje met spreuk.
Wat de speen is voor de mond, is het mensbeeld voor de mind.

-44-

52 Mensbeelden voor beeldmensen

Meester Maya zegt:

Niet te geloven!

Volgens sommigen is de mens een rechtopgaand dier (homo erectus)!

Volgens sommigen is de mens een spelend dier (homo ludens)!

Volgens sommigen is de mens een nabootsend dier (homo imitans)!

Volgens sommigen is de mens een lerend dier (homo discens)!

Volgens sommigen is de mens een nieuwsgierig dier (homo investigans)!

Volgens sommigen is de mens een rangschikkend dier (homo hierarchicus)!

Volgens sommigen is de mens een denkend dier (homo rati)!

Volgens sommigen is de mens een handig dier (homo habilis)!

Volgens sommigen is de mens een makend dier (homo faber)!

Volgens sommigen is de mens een technisch dier (homo technologicus)!

Volgens sommigen is de mens een vernieuwend dier (homo innovator)!

Volgens sommigen is de mens een behoudend dier (homo conservator)!

Volgens sommigen is de mens een werkend dier (homo laborans)!

Volgens sommigen is de mens een berekenend dier (homo economicus)!

Volgens sommigen is de mens een politiek dier (homo politicus)!

Volgens sommigen is de mens een gul dier (homo generosus)!

Volgens sommigen is de mens een sociaal dier (homo socius)!

Volgens sommigen is de mens een seksueel dier (homo eroticus)!

Volgens sommigen is de mens een willend dier (homo volans)!

Volgens sommigen is de mens een liefhebbend dier (homo amans)!

Volgens sommigen is de mens een lachend dier (homo ridens)!

Volgens sommigen is de mens een lachwekkend dier (homo risibilis)!

Volgens sommigen is de mens een pratend dier (homo loquens)!

Volgens sommigen is de mens een zwetsend dier (homo loquax)!

Volgens sommigen is de mens een huilend dier (homo sentimentalis)!

Volgens sommigen is de mens een hulpeloos dier (homo inermis)!

Volgens sommigen is de mens een esthetisch dier (homo aestheticus)!

Volgens sommigen is de mens een schilderend dier (homo pictor)!

Volgens sommigen is de mens een scheppend dier (homo creator)!

Volgens sommigen is de mens een vernietigend dier (homo destructor)!

Volgens sommigen is de mens een dodend dier (homo necans)!

Volgens sommigen is de mens een dubbelhartig dier (homo duplex)!

Volgens sommigen is de mens een filosofisch dier (homo philosophicus)!

Volgens sommigen is de mens een dolend dier (homo viator)!

Volgens sommigen is de mens een lijdend dier (homo patiens)!

Volgens sommigen is de mens een duidend dier (homo poeticus)!

Volgens sommigen is de mens een in zichzelf opgesloten dier (homo clausus)!

Volgens sommigen is de mens een vals dier (homo falsus)!

Volgens sommigen is de mens een oorlogszuchtig dier (homo bellicosus)!

Volgens sommigen is de mens een vredelievend dier (homo pacificis)!

Volgens sommigen is de mens een duivels dier (homo demonicus)!

Volgens sommigen is de mens een goddelijk dier (homo divinus)!

Volgens sommigen is de mens een godsdienstig dier (homo religiosus)!

Volgens sommigen is de mens een overstijgend dier (homo transcendentalis)!

Volgens sommigen is de mens een wijs dier (homo sapiens)!

Volgens sommigen is de mens een dwaas dier (homo demens)!

Volgens sommigen is de mens een rusteloos dier (homo inquietus)!

Volgens sommigen is de mens een twijfelend dier (homo dubitans)!

Volgens sommigen is de mens een angstig dier (homo phobius)!

Volgens sommigen is de mens een leeg dier (homo cavernosus)!

Volgens sommigen is de mens een twijfelend dier (homo scepticus)!

Volgens sommigen is de mens een universeel dier (homo universalis)!

Niet te geloven hoeveel mensbeelden mensen in de loop der eeuwen over hun medemens hebben afgeroepen!

Maar wel begrijpelijk.

Want met mensen weet je het maar nooit; met mensbeelden weet je het nooit niet.

Wat de speen is voor de mond, is het mensbeeld voor de mind.

Meester Maya haalt zijn schouders op en vervolgt:

Laatst hoorde ik mezelf nog zeggen dat de mens een dier is dat niet zonder denkbeelden kan.

Of een dier dat niet zonder illusies kan, maar dat komt op hetzelfde neer.

Of een dier dat niet zonder desillusies kan, maar dat komt op hetzelfde neer.

Herkent u zich daarin?

Meester Maya niet.

-45-

Nog acht zoethoudertjes voor de mind

Tegeltjes zonder tegeltje

Meester Maya zegt:

Wat de speen is voor de mond, is het zelfbeeld voor de mind.

Wat de speen is voor de mond, is het godsbeeld voor de mind.

Wat de speen is voor de mond, is het boeddhabeeld voor de mind.

Wat de speen is voor de mond, is het wensbeeld voor de mind.

Wat de speen is voor de mond, is het ideaalbeeld voor de mind.

Wat de speen is voor de mond, is het herinneringsbeeld voor de mind.

Wat de speen is voor de mond, is het angstbeeld voor de mind.

Wat de speen is voor de mond, is het wereldbeeld voor de mind.

En net als je denkt, ja nou weet ik het wel, zegt hij:

Wat de speen is voor de mond, is de spreuk voor de mind.

Zo haalt hij je de woorden uit de mond.

-46-

De mens is een duim om verhalen uit te zuigen

Homo pollicis

‘Wat is de mens, Hans?’

‘Een duim.’

‘Waar dient die voor?’

‘Om verhalen uit te zuigen.’

‘Over de werkelijkheid?’

‘Over de wat?’

‘Met welk doel?’

‘Jezelf gerust te stellen?’

‘Niet om de waarheid te ontdekken?’

‘De wat?’

‘Hoe ben je daarachter gekomen?’

‘Waarachter?’

‘Dat de mens een duim is.’

‘Uit mijn duim gezogen.’

-47-

Is de meloen zoet of de tong?

Deze vraag, of de meloen zoet is of de tong, vond ik in een teisho (toespraak) van Yamada Koun bij poort 29 van de Poortloze Poort.

Ene meester Sonno kreeg van een leerling een meloen die ze samen oppeuzelden.

Daarop vroeg de meester:

‘Wat denk jij, is de meloen zoet of de tong? Als de meloen zoet is, heeft het zoet zijn niets met de tong te maken. Als de tong zoet is, heeft het zoet zijn niets met de meloen te maken. Waar komt eigenlijk het zoet zijn vandaan? Probeer me daarop eens een antwoord te geven!’

De leerling kwam er niet uit, waarop meester Sonno verklaarde:

‘Waar het vandaan komt? Dat kunnen je niet eens de boeddha’s en patriarchen zeggen. Als je naar een ‘waarvandaan’ zoekt, dan ontdek je dat de meloen het hele universum is en dat er geen tong buiten de meloen bestaat. Of je ontdekt dat de tong het hele universum is en dat er geen meloen buiten de tong bestaat.’

Dacht meester Sonno.

Wat denk jij?

-48-

Rondo ostinato – de tredmolen van de mind

Titel geïnspireerd op de Canto Ostinato van Simeon ten Holt. Rondo: muziekvorm waarin het hoofdthema steeds terugkeert. Ostinato (Latijn): koppig, hardnekkig.

1. De realist

‘De wereld is mijn grondslag, Hans.’

‘Hoezo?’

‘Zonder wereld ben ik ondenkbaar.’

‘Wat weet je zoal van de wereld?’

‘Ik ken haar vormen en haar kleuren, haar klanken en haar geuren, haar smaken en haar temperaturen, haar gewicht en haar weerstand, haar charmes en haar kuren, haar ruimte en haar tijd. Ik heb haar bewandeld en bewerkt, gegeten en gedronken, gereinigd en bevuild, bevochten en omhelsd, gezien, gehoord, geroken, geproefd en gevoeld.’

‘Kun de wereld kennen zonder lichaam? Kun je haar bewandelen zonder benen? Kun je haar omhelzen zonder armen? Kun je haar bewerken zonder handen? Kun je haar eten en drinken zonder mond, reinigen zonder ruggengraat, bevuilen zonder kont? Kun je haar waarnemen zonder zintuigen?’

‘Ik zou niet weten hoe.’

‘Dan is je lichaam fundamenteler dan de wereld.’

2. De materialist

‘Mijn lichaam is mijn grondslag, Hans.’

‘Hoezo?’

‘Zonder lichaam is de wereld ondenkbaar en zonder wereld ben ik ondenkbaar.’

‘Wat weet je van je lichaam?’

‘Ik ken zijn vormen en zijn strekken. Ik ken zijn lengte en gewicht. Ik ken zijn rimpels en zijn vlekken. Ik ken zijn zenuwen en gevoeligheden. Ik ken zijn warmte en zijn koude. Ik ken zijn pijn en zijn littekens. Ik ken zijn houdingen en zijn bewegingen. Ik ken zijn souplesse en zijn stijfheid. Ik ken zijn bouw en zijn functie. Ik ken zijn energie en zijn vermoeidheid. Ik ken zijn honger en zijn verzadiging. Ik ken zijn lust en zijn onlust.’

‘Hoe komt het dat je je lichaam zo goed kent?’

‘Ik neem het waar met al mijn zintuigen. Ik zie het met mijn ogen. Ik hoor het met mijn oren. Ik proef het met mijn tong. Ik ruik het met mijn neus. Ik betast het met mijn huid. Ik voel het van binnenuit.’

‘Zou je zonder waarnemingen ook maar iets van je lichaam weten?’

‘Ik zou niet weten hoe.’

‘Dan zijn je waarnemingen fundamenteler dan je lichaam.’

3. De empirist

‘Waarnemingen zijn mijn grondslag, Hans.’

‘Hoezo?’

‘Zonder waarnemingen is mijn lichaam ondenkbaar, zonder lichaam is de wereld ondenkbaar en zonder wereld ben ik ondenkbaar.’

‘Hoe weet je dat je waarnemingen doet?’

‘Ik neem beelden waar, ik neem geluiden waar, ik neem geuren waar, ik neem smaken waar, ik neem warmte waar, ik neem koude waar, ik neem textuur waar, ik neem druk waar, ik neem pijn waar, ik neem emoties waar en ik neem gedachten waar.’

‘Wat is het dat al die waarnemingen mogelijk maakt?’

‘Mijn bewustzijn, zou ik zeggen.’

‘Zou je zonder bewustzijn ook maar enige waarneming kunnen doen?’

‘Ik zou niet weten hoe.’

‘Dan is je bewustzijn fundamenteler dan je waarnemingen.’

4. De idealist

‘Bewustzijn is mijn grondslag, Hans.’

‘Hoezo?’

‘Zonder bewustzijn zijn waarnemingen ondenkbaar, zonder waarnemingen is mijn lichaam ondenkbaar, zonder lichaam is de wereld ondenkbaar en zonder wereld ben ik ondenkbaar.’

‘Wat is bewustzijn zonder wereld?’

‘Daar vraag je me wat.’

‘Denk er maar even rustig over na.’

‘Ik kan me er niets bij voorstellen.’

‘Zou je zonder wereld ooit op het spoor van je bewustzijn komen?’

‘Ik zou niet weten hoe.’

‘Dan is de wereld fundamenteler dan je bewustzijn.’

-49-

Waar de vogels wonen

‘Ik verschijn in de wereld, dus de wereld is mijn grondslag. De wereld verschijnt aan mijn lichaam, dus mijn lichaam is mijn grondslag. Mijn lichaam verschijnt in mijn waarnemingen, dus mijn waarnemingen zijn mijn grondslag. Mijn waarnemingen verschijnen in mijn bewustzijn, dus mijn bewustzijn is mijn grondslag. Mijn bewustzijn verschijnt als de wereld, dus de wereld is mijn grondslag.’

‘Merry-go-round.’

‘Maar wat is nou mijn grondslag, Hans?’

‘Wat moet je met een grondslag?’

‘Anders stort het hele gebouw van mijn denken in.’

‘Dan heb je er ook geen omkijken meer naar.’

‘Waar moet ik dan wonen?’

‘Waar de vogels wonen’

‘Misschien kan ik geen grondslag vinden omdat alles één is?’

‘Monist.’

‘Bedoel je dat alles niet één is maar niet-twee? Dan is non-dualiteit mijn grondslag.’

‘Non-dualist.’

‘Bedoel je dat alles niet één is, niet niet-twee maar veel? Dan is pluraliteit mijn grondslag.’

‘Postmodernist.’

‘Misschien ontstaat alles wel afhankelijk. Dan is interdependentie mijn grondslag.’

‘Boeddhist.’

‘Misschien laat het goddelijke zich gewoon niet in een hokje stoppen.’

‘Mysticus.’

‘Bedoel je dat de waarheid voorbij de woorden is?’

‘En maar concluderen.’

‘Bedoel je dat er niets te concluderen valt?’

‘Dat zou gewoon de volgende conclusie zijn.’

‘Bedoel je dat alles een illusie is?’

‘Dan ook de illusie.’

‘Dat alles leeg is, bedoel ik?’

‘Dan ook de leegte.’

‘Of wil je alleen maar aantonen dat er geen grondslagen zijn?’

‘Ik zou niet weten hoe.’

‘Nergens is houvast te vinden.’

‘Nihilist.’

‘Ik geef het op.’

‘Fatalist.’

-50-

Wat termieten ruiken?

‘Bij lagere diersoorten is geur heel belangrijk, Hans. Wetenschappelijk is vastgesteld dat termieten hun hele sociale orde in stand houden op basis van geurmoleculen.’

‘Hoe weet je dat ze die ruiken?’

‘Doordat het geurmoleculen zijn.’

‘Hoe weet je dat het geurmoleculen zijn?’

‘Doordat ze in voldoende hoge concentraties ook door de mens geroken kunnen worden.’

‘Zijn termieten mensen?’

‘De geurreceptoren bij termieten komen anatomisch en fysiologisch voldoende overeen met het reukorgaan van mensen om te kunnen concluderen…’

‘Zijn geuren reukorganen?’

‘Reukorganen zijn de structuren waarmee…’

‘Zijn geuren fysiologische processen?’

‘Nee, maar ze zijn wel gebaseerd op scheikundige…’

‘Hoe weet je dan wat termieten waarnemen?’

‘Het is aannemelijk dat ze net als de mens…’

‘Kan je op voorhand uitsluiten dat ze jouw geurmoleculen niet ruiken maar bijvoorbeeld zien of horen of ervaren als warmte of angst of druk of op een wijze die wij nog nooit hebben ervaren en ons voorstellingsvermogen te boven gaat?’

‘Strikt genomen niet, nee.’

‘Waarom noem je ze dan geurmoleculen?’

‘Misschien had ik ze beter waarnemingsmoleculen kunnen noemen.’

‘Hoe weet je dat ze waargenomen worden?’

‘Ze zullen toch op een andere manier geregistreerd moeten worden, anders zouden termieten…’

‘Ben jij je je bloeddruk gewaar?’

‘Dat niet, maar…’

‘Toch wordt je bloeddruk voortdurend geregistreerd en aangepast.’

‘Dat zal haast wel.’

‘Helemaal buiten je bewustzijn om.’

‘Inderdaad.’

‘Dus vraag ik je nogmaals, hoe weet je dat termieten ruiken?’

‘Dat… weet ik niet. Eigenlijk niet.’

‘Waarom zeg je dan dat geur heel belangrijk is bij lagere diersoorten?’

-51-

Zoeken naar het einde van het zoeken, 3

Close-up van één van de figuren van de cover van het boek ‘Zoeken naar het einde van het zoeken’.

-52-

De weg van niet-weten loopt dood in zichzelf

‘Is er een weg naar niet-weten, Hans?’

‘Je hoeft er niet heen, je bent er al.’

‘Waarom weet ik dat dan niet?’

‘Omdat je nog van alles weet.’

‘Is er een weg uit niet-weten?’

‘Je kan er niet weg, het is overal.’

‘Iedere weg loopt van niet-weten naar niet-weten?’

‘Iedere weg loopt dood in niet-weten.’

‘Behalve de weg van niet-weten zeker?’

‘De weg van niet-weten loopt dood in zichzelf.’

‘Hoe heet het punt waarop de weg van niet-weten in zichzelf doodloopt?’

‘Niet weten van niet-weten.’

‘Wat als je zelfs niet meer weet van niet-weten?’

‘Dan ben je daar ook weer van verlost.’

-53-

De weg is het doel want clichés zijn cool

‘De weg is het doel.’

‘Cliché’s zijn cool.’

‘Ik bedoel dat de weg geen doel heeft, Hans, het doel van de weg is het gaan van de weg.’

‘Waarom noem je het gaan van de weg een doel als de weg geen doel heeft?’

‘Omdat de weg nergens heen gaat natuurlijk.’

‘Hoe weet je dat de weg nergens heen gaat?’

‘Daar is iedereen het tegenwoordig wel zo’n beetje over eens.’

‘Dat mensen het eens zijn betekent toch niet dat ze gelijk hebben?’

‘Jij bent het er toch ook mee eens?’

‘Heb jij persoonlijk vastgesteld dat de weg nergens heen gaat?’

‘Nee, dat niet.’

‘Over welke weg heb je het eigenlijk?’

‘Elke weg, volgens mij.’

‘Heb jij dan elke weg helemaal tot het einde toe afgelopen?’

‘Natuurlijk niet.’

‘Waarom niet?’

‘Dat kan nooit.’

‘Heb jij je eigen weg al helemaal tot het einde toe afgelopen?’

‘Natuurlijk niet.’

‘Waarom niet?’

‘Omdat hij pas eindigt bij mijn dood.’

‘Hoe weet je dat hij daar eindigt?’

‘Daar is iedereen het tegenwoordig wel zo’n beetje over eens, wou ik zeggen, maar ja…’

‘In elk geval heb je het einde van je eigen weg nog niet bereikt.’

‘Gelukkig niet.’

‘Hoe weet je dan dat hij nergens heen gaat?’

‘Maar stel nou dat er inderdaad geen eindbestemming is…’

‘Maar dat weet je toch juist niet?’

‘… Wat kan het doel dan anders zijn dan de weg zelf?’

‘Maar wat zeg je dan nog?’

‘Dat een weg zonder eindbestemming zichzelf rechtvaardigt?’

‘Wat is volgens jou het verschil tussen een weg die zichzelf rechtvaardigt en een weg zonder doel?’

‘…’

‘Zeg dat dan meteen.’

-54-

Zeg ik niets of kan jij me niet horen?

‘Waarheen leidt de weg die wij moeten gaan, Hans?’

‘Wie zegt dat wij hem moeten gaan?’

‘Wat anders?’

‘Ondergaan?’

‘Hè?’

‘Misschien moeten wij de weg niet gaan maar ondergaan.’

‘O, zo.’

‘Veronderstellinkje?’

‘Betrapt.’

‘Geeft niks.’

‘Waarheen leidt de weg die wij moeten ondergaan?’

‘Wie zegt dat wij hem moeten ondergaan?’

‘Jij toch?’

‘Ik stelde alleen maar een aanname aan de orde.’

‘Waarheen leidt de weg?’

‘Wie zegt dat hij ergens heen leidt?’

‘Bedoel je dat hij nergens heen leidt?’

‘Ik stel alleen maar een aanname aan de orde.’

‘Wat kan je mij dan wél vertellen over de weg?’

‘Welke weg?’

‘Bedoel je dat er geen weg is?’

‘Ik stel alleen maar een aanname aan de orde.’

‘Valt er dan helemaal niets te zeggen?’

‘Dat hoor je mij niet zeggen.’

‘Ik hoor je helemaal niets zeggen.’

‘Het is anders niet dat ik niets zeg.’

‘Wat is het dan wel?’

‘Dat jij mij niet kan horen.’

-55-

Zoeken naar het einde van het zoeken, 4

Close-up van één van de figuren van de cover van het boek ‘Zoeken naar het einde van het zoeken’.

-56-

Een dijk van een metafysicus

‘Wat weet jij eigenlijk van metafysica, Hans?’

‘Minder dan wie ook.’

‘Dat lijkt me geen aanbeveling.’

‘Integendeel.’

-57-

Wie kletst er uit mijn dij?

Sta ik nou op het wad
Of rust het wad in mij?

Woont heel mijn mij in jou
Of heel ons zelf in wij?

Kom ik nou uit jouw mouw
Of klets jij uit mijn dij?

Wie tilt er volgens wie
Wiens voeten uit de klei?

-58-

25 Eeuwen metafysica

‘Het zijnde is, Hans.’

‘Parmenides van Elea, zesde eeuw voor Christus.’

‘Martin Buber, twintigste eeuw na Christus.’

‘Houdt het dan nooit op?’

-59-

In de hoek geverfd

‘De geest is de schilder van de werkelijkheid, Hans.’

‘Is dit al een schilderij of nog de werkelijkheid?’

-60-

Een schilderij van een schilderij

‘De geest is de schilder van de werkelijkheid.’

‘En wie is de schilder van de geest?’

-61-

Waarvan is de geest de sintel?

‘Materie is geronnen geest, Hans.’

‘Is dat niet een uitspraak van de fysicus Hans-Peter Dürr?’

‘Mooi hè?’

‘Maar wat het nou betekent?’

‘Als ik Dürr goed begrijp is stof slechts de sintel van bewustzijn.’

‘En waarvan is bewustzijn de sintel?’

‘Hè?’

‘Over geronnen geest gesproken.’

-62-

Zo gewonnen, zo geronnen

‘Materie is geronnen geest, Hans.’

‘En geest?’

‘Geest is geronnen… eh…’

‘Gedachten?’

‘Hm.’

‘En gedachten?’

‘Hè?’

‘Zo gewonnen, zo geronnen.’

-63-

Vergaar geen mos

‘Wat voor steen is het Onomstotelijke, Hans?’

‘Dat hangt ervan af.’

‘Waarvan af?’

‘Of je je ermee vereenzelvigt.’

‘Voor iemand die zich ermee vereenzelvigt?’

‘De steen der wijzen.’

‘En voor iemand die zich ergens anders mee vereenzelvigt?’

‘Een steen des aanstoots.’

‘En voor een zoeker zoals ik?’

‘Een molensteen om je nek.’

‘En voor jou?’

‘Steenslag.’

‘Wat voor steen ben jij zelf?’

‘Een rollende.’

‘Vind jij dat stenen moeten rollen?’

‘Dat zal je mij niet horen zeggen.’

‘Waarom niet?’

‘Ik leg me nergens op vast.’

-64-

Hoe star is jouw gelaat, eeuwige?

Meester Maya weet het.

‘Waarmee kan je realisatie van het Onveranderlijke Zelf vergelijken?’

‘Rigor Mortis.’

-65-

Hoe zwaar is jouw pilaar, heilige?

‘Hoe noem je iemand die in het Onomstotelijke verblijft?’

‘Een pilaarheilige.’

-66-

Over de Werkelijkheid achter de concepten

‘Wij moeten de Werkelijkheid achter de concepten…’

‘Behoort de Werkelijkheid soms niet tot de concepten?’

‘Wablief?’

‘Wat zou er dan nog voor moeten zitten?’

‘Hè?’

‘Behoren concepten soms niet tot de werkelijkheid?’

‘Eh…’

‘Wat zou er dan nog achter moeten zitten?’

-67-

De hoogste waarheid over de laagste werkelijkheid

Verdieping met Meester Maya.

‘Is er een hogere werkelijkheid?’

‘Is er een lagere?’

-68-

Denk jij dat je weet wat is?

‘De wereld is wat je denkt dat hij is, Hans.’

‘Leuk bedacht.’

-69-

De filosoof en de non-filosoof

‘Wat is het verschil tussen de realist en de idealist, Hans?’

‘De eerste noemt de werkelijkheid stoffelijk, de tweede geestelijk.’

‘En de overeenkomst?’

‘Beiden veronderstellen een werkelijkheid.’

‘Jij niet dan?’

‘Wat ben ik, een nihilist?’

‘Wat ben je dan wel?’

‘Ben ik dan iets?’

‘Bedoel je dat je niets bent?’

‘Waar zie je mij voor aan?’

‘Dus jij veronderstelt niet dat de werkelijkheid reëel is en niet dat de werkelijkheid ideëel is?’

‘Mij niet gezien.’

‘En je veronderstelt niet dat er een werkelijkheid is en ook niet dat er geen werkelijkheid is?’

‘Ik veronderstel van niet.’

‘Nou weet ik nog niets.’

‘Dan zal dat het verschil wel zijn.’

-70-

Hoeveel werkelijkheden zijn er?

‘Hoeveel werkelijkheden zijn er volgens jou, Hans?’

‘Hoeveel mensen zijn er nu op aarde?’

‘Ik schat zo’n acht miljard.’

‘Ik schat zo’n acht miljard.’

‘Zo’n acht miljard werkelijkheden?’

‘Bij wijze van spreken.’

‘Ik dacht dat je twee zou zeggen.’

‘Ik denk dat jij twee gezegd zou hebben.’

‘De bemiddelde werkelijkheid en de onbemiddelde werkelijkheid, zou ik gezegd hebben.’

‘Daar heb je het al.’

‘Of de relatieve werkelijkheid en de absolute werkelijkheid.’

‘En tot welke werkelijkheid behoort deze gedachte?’

‘Dus volgens jou zijn er zo’n acht miljard werkelijkheden?’

‘Nou, werkelijkheden…’

‘Evenveel als er mensen zijn.’

‘Zo kan je dat zien.’

‘Hoe kan je het nog meer zien?’

‘Dat er evenveel werkelijkheden zijn als gedachten, bijvoorbeeld.’

‘Bedoel je dat iedere gedachte een werkelijkheid op zich is?’

‘Alleen voor wie dat denkt.’

‘Gedachten zijn niet, die komen en gaan.’

‘Deze ook.’

‘Hoe kan je iets wat komt en gaat nou werkelijk noemen?’

‘Wat wou je anders werkelijk noemen?’

‘Het absolute, zou ik zeggen.’

‘Leuk bedacht.’

-71-

Iedereen leeft in jouw werkelijkheid

‘Iedereen leeft in zijn eigen werkelijkheid, Hans.’

‘In jouw werkelijkheid.’

‘Hè?’

‘Wat?’

‘Jij denkt toch ook dat iedereen in zijn eigen werkelijkheid leeft?’

‘Nee, dat denk jij over mij.’

‘Wat denk jij zelf?’

‘Nu eens dit, dan weer dat.’

‘Dan is dat jouw werkelijkheid.’

‘Wat?’

‘Nu eens dit, dan weer dat.’

‘In jouw werkelijkheid.’

-72-

Waar is een gedachte als niemand haar denkt?

Meester Maya vraagt:

Geeft de zon licht als er niemand is om hem te zien?

Maakt de wind geluid als er niemand is om hem te horen?

Is een zuurtje zuur als er niemand is om het te proeven?

Stinkt een wind als er niemand is om hem te ruiken?

Is vuur heet als er niemand is om zich te branden?

Is een sneeuwvlok zacht als er niemand is om op te vallen?

Heeft een woord betekenis als niemand het gebruikt?

Bestaat god als er niemand is die hem ervaart?

Bestaat verlichting als er niemand is die zich dat verbeeldt?

Bestaat de waarheid als er niemand is die haar herkent?

Is een gedachte waar als er niemand is die haar denkt?

Verstrijkt de tijd als er niemand is die dat weet?

Is een kwantumdeeltje ergens als er niemand is die het meet?

-73-

Uitgeteld

‘Ze zeggen dat alles één is, Hans.’

‘Ze zeggen zoveel.’

‘Wat zou jij zeggen?’

‘Tel zelf maar.’

‘Eh…’

‘En?’

‘Ik weet niet waar ik moet beginnen.’

‘Nou, ik ook niet.’

‘Ik bedoel, ik weet niet wat ik moet meetellen.’

‘Nou, ik ook niet.’

-74-

Wie één wil zijn moet op zijn tellen passen

Meester Maya zegt:

Wie één wil zijn moet altijd op zijn tellen passen, maar wie één wordt met niet-weten is voorgoed uitgeteld

Tegeltje met spreuk.
Wie één wordt met niet-weten is voorgoed uitgeteld.

-75-

Was het wel een droom toen je droomde dat je droomde?

Meester Tja als droomuitlegger.

‘Ik droomde dat ik de Waarheid had gezien.’

‘Dat moet inderdaad een droom geweest zijn.’

‘Toen droomde ik dat ik de Waarheid nooit zou zien.’

‘Dat moet inderdaad een droom geweest zijn.’

‘Ten slotte droomde ik dat ik droomde.’

‘Zeker weten dat het een droom was?’

-76-

Als je zo meteen wakker wordt, was dit dan een droom?

‘Er is alleen maar dit, Hans.’

‘Zeker weten?’

‘Zo zeker als een en een twee is.’

‘Stel nou dat je zometeen geboren wordt, hoe zul je dan op dit gesprek terugkijken?’

‘Geboren wordt?’

‘Het is je immers al eens eerder overkomen.’

‘Wat een onzin, zeg.’

‘Oké, stel dat je zometeen wakker wordt, hoe zul je dan op dit gesprek terugkijken?’

‘Dat zou alles op losse schroeven zetten.’

‘Hoe weet je dat je niet op het punt staat weer geboren of wakker te worden?’

‘Alsof ik dat kan weten.’

‘Dan staat je wereld al op losse schroeven.’

-77-

Zoeken naar het einde van het zoeken, 5

Close-up van één van de figuren van de cover van het boek ‘Zoeken naar het einde van het zoeken’.

-78-

Een land zonder waarheid

Slechtnieuwsgesprek met Meester Maya.

‘Waarheid is een land zonder wegen.’*

* Titel van een boek van Jiddu Krishnamurti.

‘De weg is een land zonder waarheid.’

‘Ik weet niet dat ik daar wel wil wonen.’

‘Ik weet niet of je daar wel weg kan.’

-79-

Een land van vele waarheden

Goednieuwsgesprek met Meester Maya.

‘Waarheid is een land zonder wegen.’

‘De weg is een land van vele waarheden.’

‘Maar niet alleen van de mijne?’

‘Waaronder natuurlijk de jouwe.’

‘Ik weet niet of ik die weg wel wil gaan.’

‘Waarheid is een weg zonder landen.’

-80-

Een Waarheid als een krant

‘Wat is de Waarheid, Hans?’

‘Een krant.’

‘Wat voor krant?’

‘Een communistische krant.’

‘Bestaat die eigenlijk nog?’

‘Al dertig jaar niet meer.’

‘Aan alles komt een eind.’

‘Ook aan de Waarheid.’

-81-

Waarheid in de schaduw van niet-weten

Meester Maya bakt ze bruin.

‘Twijfel is de schaduw van Waarheid.*’

* Uitspraak van Philip James Bailey (1816-1902).

‘En waarvan is Waarheid de schaduw?’

‘Ik zou het echt niet weten.’

‘Waarheid is de schaduw van niet-weten.’

-82-

Zeven schrikbeelden voor waarheidszoekers

Meester Maya zegt:

Stel dat je je hele leven naar de Waarheid zoekt terwijl er helemaal geen Waarheid is!

Stel dat je je hele leven naar de Waarheid zoekt terwijl er honderden Waarheden zijn!

Stel dat je je hele leven naar de Waarheid zoekt terwijl jijzelf de Waarheid bent!

Stel dat je je hele leven naar de Waarheid zoekt terwijl juist jij hem onmogelijk kan herkennen of begrijpen!

Stel dat je je hele leven naar de Waarheid zoekt terwijl juist het zoeken je ervan vervreemdt!

Stel dat je niet langer in de Waarheid gelooft en hem juist daardoor nooit zult vinden!

Stel dat je je hele leven probeert vast te stellen welke van deze aannames waar is terwijl je dat helemaal niet kan weten!

-83-

Drie hulpmiddelen waarmee je de Waarheid kan zien

Meester Maya handelt in accessoires.

‘Waarmee kan ik de Waarheid zien?’

‘Met oogkleppen.’

‘Ik bedoel, hoe kan ik de Waarheid in het vizier krijgen?’

‘Door een helm op te zetten.’

‘Laat ik het zo zeggen, waarvan getuigt de Waarheid?’

‘Van kokervisie.’

-84-

Goeroe Boeroe

Spijtlied van een weetniet.

Zijn naam was Goeroe Boeroe

Een hele wijze uil

Een authentieke goeroe

Hij was mijn diepste kuil

-85-

Goeroe Roekoe

‘Zie jij jezelf als een goeroe, Hans?’

‘Wat versta jij precies onder een goeroe?’

‘Goe betekent duisternis, roe betekent licht. Een goeroe is iemand die je van de duisternis naar het licht brengt.’

‘Dan ben ik een roegoe.’

‘Pardon?’

‘Iemand die je van het licht naar de duisternis brengt.’

‘Van het licht van weten naar de duisternis van niet-weten?’

‘Doe dan toch maar een goeroe.’

‘Hoezo?’

‘Van de duisternis van het weten naar het licht van niet-weten.’

‘Dat is nog steeds van weten naar niet-weten.’

‘En daar dan weer voorbij.’

‘Wat is er voorbij licht en duisternis?’

‘Hetzelfde als voorbij weten en niet weten.’

‘Te weten?’

‘Ik zou het ook niet weten.’

‘Kan je het niet zeggen of wil je het niet zeggen?’

‘Roekoe.’

-86-

Niemand weet, niemand weet, dat ik puntje puntje heet

Beste Hans,

Wat leuk dat er mensen zoals jij bestaan. Een zoeker die iets gevonden heeft en er volstrekt consequent mee omgaat. Je website is een kostelijk verblijf voor de rusteloze geest.

Ik heb een vraagje. Veel mensen hebben een spirituele naam die ze hebben gekregen toen ze bij hun meester in de leer gingen of toen ze geloften aflegden of toen ze ontwaakten. Wat is jouw spirituele naam?

Beste X,

Mijn spirituele naam is Hans van Dam.

Hoe ik eraan gekomen ben weet ik niet.

Ineens had ik hem.

Hoe ik aan mezelf gekomen ben weet ik ook niet.

Ineens was ik er.

Mijn meester heeft mij geen naam gegeven omdat ik geen meester heb.

Als meester heb ik geen naam genomen omdat ik geen meester ben.

Heel onbevredigend allemaal.

Daarom heb ik het mijn innerlijke goeroe gevraagd en die deed er zoals gewoonlijk het zwijgen toe.

Echte goeroes spreken niet en spreken ze toch dan zeggen ze niets.

Na lang aandringen kwam ze met dit voorstel:

‘Dai Baka.’

‘Hoe kom je daar nou bij?’

Dai is Japans voor grote.’

‘Grote wat?’ zei ik.

Het zweet stond in mijn handen.

Baka is Japans voor idioot, stomkop, loser, grapjas, dwaas.’

‘Dai Baka?’

‘Grote Sukkel.’

‘Da’s voor het eerst dat ik jou iets verstandigs hoor zeggen.’

‘Nou jij nog’, zei mijn innerlijke goeroe.

‘Hoe heet jij eigenlijk?’ vroeg ik.

‘Tja’, zei zij.

Alsof ik dat niet wist.

PS Zelf ben ik niet van mening dat ik iets gevonden heb.

Ik ben ook niet van mening dat ik niets gevonden heb.

Consequent ben ik vooral in mijn inconsequentie.

X: Waarom Japans, Hans?

H: Mijn Koreaanse naam is Dae Babo.

X: Waarom Koreaans?

H: Mijn Latijnse naam is Baceolus Magnus.

X: Waarom Latijns?

H: Mijn Indiase naam is Mala Baba.

X: Heb jij iets tegen namen?

H: Nee hoor, hoe meer namen hoe meer vreugd.

Voor niet-weten heb ik er wel honderd maar de laatste ken ik niet.

Voor mijn lief heb ik er wel duizend en ze klinken als een lied.

-87-

Een mens ontdaan

Meester Maya geeft het toe.

‘Ik zoek al jaren naar een goeroe.’

‘Ik ben gewoon een ouwehoeroe.’

‘Kunt u mij bijstaan in mijn armoe?’

‘Hoop jij soms dat ik alles voordoe?’

‘Bent u dan net als ieder mens?’

‘Maar dan ontdaan van kwintessens.’

‘Is dat het wezen van de goeroe?’

‘Ik ben gewoon een ouwehoeroe.’

-88-

Aan de voeten van je Guru zitten (tenen)

Je zal toch mensen aan je voeten hebben.

Beste Hans,

Na tien jaar aan de voeten van mijn Guru heb ik er vorige maand definitief een punt achter gezet. Vervolgens heb ik veel vertroosting en plezier aan je website beleefd. Ik dacht dat een vrije vogel en anti-guru als jij dat wel leuk zou vinden om te horen.

Beste X,

Aan de voeten van je Guru zitten tenen; ook Hij moet ze iedere dag wassen of de stank verdragen.

Anti-guru ben ik bij mijn weten niet.

Ik gun iedere discipel zijn guru.

Ik gun iedere guru zijn discipelen.

Ook gun ik iedere discipel de bevrijding van zijn guru.

Ook gun ik iedere discipel een guru die zich van zijn discipelen bevrijd.

Ook gun ik iedere guru discipelen die zich van hem bevrijden.

Ook gun ik iedere guru een tweede kans.

Ook gun ik iedere discipel een tweede bevrijding.

Want spelen met discipelen is net zo leuk als discipeltje spelen.

Ik val dus altijd in de prijzen.

Daarmee prijs ik mij gelukkig, al is prijzen nog geen zijn.

X: Heb jij ambities in die richting?

H: Bij gebrek aan richting heb ik geen ambities.

Dus ook niet om een guru, een antiguru of een anti-antiguru te zijn, als je dat bedoelt.

En ook niet om aan die tegenstellingen te ontstijgen.

Omdat ik er niet in zit, snap je?

X: Verlang je er niet naar iets voor de mensen te betekenen?

H: Nee, ik verlang er niet naar iets voor de mensen te betekenen.

Ik verlang er ook niet naar niets voor de mensen te betekenen.

Ik verlang er niet naar aan iemands voeten te zitten.

Ik verlang er ook niet naar mensen aan mijn voeten te hebben, tenen zijn al lastig genoeg.

Ik verlang er niet naar ergens een punt achter te zetten, vraagtekens zijn mij goed genoeg.

Al ben ik niet vrij van verlangen en verlang ik daar ook niet naar.

X: Wat is niet-weten? Spiritueel gezien, bedoel ik.

H: Spiritueel gezien betekent niet-weten hetzelfde als materieel gezien of hoe dan ook gezien – totale verduistering.

Door het stof gaan.

Voor schut gaan.

Geen vaste grond meer onder je voeten hebben.

Door de mand vallen.

Alles kwijtraken, tot en met het kwijtraken aan toe.

Dus ook je guru.

Dus ook je anti-guru.

Dus ook je autonomie, je vrijheid, je ik en je niet-ik, je verdeeldheid en je eenheid en noem maar op.

Merkwaardig genoeg gaat daar inderdaad een zekere troost van uit.

Beter een mesthoop dan een mierenhoop, huilde Job en lachte in zijn viesje.

Kun je hiermee uit de voeten?

-89-

Niet-weten is een heiland die niet blaat

niet weten is

een heiland

die niet baat

een gesel

die niet schaadt

een kinderhand

vol hersenzand

een ongedwongen

dwingeland

je vindt er

paal noch perk

je vindt er

heg noch steg

de weg erheen

loopt dood

de weg eruit

weerom

er is geen krom

geen recht

het is er goed

noch slecht

-90-

Vragen naar de onbekende weg

Meester Maya zegt:

Wie ben je als je je dat niet afvraagt?

Wat ben je als je je dat niet afvraagt?

Ben je als als je je dat niet afvraagt?

Waar ben je als je je dat niet afvraagt?

Waar kom je vandaan als je je dat niet afvraagt?

Waar ga je heen als je je dat niet afvraagt?

Wat moet je doen als je je dat niet afvraagt?

Wat moet je laten als je je dat niet afvraagt?

Kan je kiezen als je je dat niet afvraagt?

Kan je ervoor kiezen om je dat niet af te vragen?

-91-

Zoeken naar het einde van het zoeken, 6

Close-up van één van de figuren van de cover van het boek ‘Zoeken naar het einde van het zoeken’.

-92-

Ghost busters!

Beste Hans,

De enige vraag die een mens, ieder mens, zich mijns inziens onophoudelijk zou moeten stellen is deze: wie ben ik?

Niet: ‘Waarom kwam Bodhidharma naar China?’ Niet: ‘Beweegt de wind of beweegt de vlag?’ Niet: ‘Is de verlichte nog onderhevig aan de wet van oorzaak en gevolg?’ Alleen maar: ‘Wie ben ik?’ Drie simpele woordjes.

Dan nog is het moeilijk om in het spoor te blijven, want ‘the discursive mind is devious’ (Osho). Verwijzingen naar de boeddhanatuur door mijn zenleraren, close reading van Ramana Maharshi en Jed McKenna, internationale retraites bij de Oneness University (waar ik deeksha leerde geven) konden niet verhinderen dat ik jaar na jaar ziende blind en horende doof bleef.

Wie ben ik? Wie ben ik? Wie ben ik? De vraag der vragen, en ik bleef er maar omheen draaien. Het Ene dat rondjes om zichzelf draait!

Maar wat ik vragen wilde: wie ben jij?

Beste X,

Ja, veel mensen maken zich druk over de vraag wie ze zijn, en veel van hen vinden een of ander antwoord, waaronder jij.

Vreemd genoeg niet allemaal hetzelfde antwoord, integendeel, maar onder gelijkgestemden dondert dat niet, daarom zoeken ze elkaar voortdurend op en doen of de rest van ons niet bestaat.

Ramana Maharshi beval de vraag ‘wie ben ik’ van harte aan, waaruit we kunnen opmaken dat hij zoals iedereen denkt dat iedereen denkt zoals hij, maar hij heeft hem natuurlijk niet zelf bedacht.

En hij mag hem dan hebben aanbevolen, het is zeker niet de enige levensvraag die je kan stellen, of de spannendste.

De spannendste levensvragen zijn misschien de vragen die zich onontkoombaar aan je opdringen.

Je eigen vragen.

De mijne was: ‘Zeker weten?’

Daar zat ik al op de lagere school mee in mijn maag.

Arm joch.

Arme leraren.

Andere mensen zitten in hun maag met andere vragen:

Wat ben ik?

Ben ik?

Is dit alles?

Wat is de mens?

Wat is de wereld?

Wat is tijd?

Wat is echt?

Wat is waar?

Wat is de zin van het leven?

Wat is liefde?

Hoe word ik gelukkig?

Wat is wijsheid?

Bestaat god?

Waarom heb ik een piemel?

Waarom heb ik geen piemel?

Hoe moet ik sterven?

Waarom moet ik dood?

Mijn vader heeft hoogstpersoonlijk de vraag ‘waarom ben ik nou ik?’ bedacht, zei hij zelf, maar hij vond het leuker om ermee te pronken dan erover na te denken.

De appel valt niet ver van de boom, ook ik maak liever goede sier met lastige vragen dan met doorwrochte antwoorden.

Meer dan ooit, eerlijk gezegd.

Al was het maar om andermans woordenvloed te stelpen.

Helpen doet het niet, want een vraag stellen is een antwoordapparaat aanzetten dat na een korte hemelse stilte vanzelf begint te ratelen tot je een nieuwe vraag inspreekt.

Zelf ben ik geen haar beter, en wat doe je eraan.

Gek eigenlijk: een groot deel van mijn leven wist ik niet goed wat ik moest zeggen en durfde ik dat niet goed te zeggen; tegenwoordig weet ik helemaal niet meer wat ik moet zeggen en kan ik daar niet meer over ophouden.

Wie ik ben?

Zo ben ik.

Zo ik ben.

Dat de ene hamvraag beter of effectiever of fundamenteler is dan de andere zie ik niet, ham is ham, al schijnen sommige varkens gelijker te zijn dan andere.

Het is maar net wat je aanspreekt, als het stellen van levensvragen je überhaupt al aanspreekt.

Mijn lief heeft er bijvoorbeeld niets mee.

Ze kijkt je hooguit glazig aan vanuit een onverworven helderheid waarin antwoorden noch vragen ronddrijven.

Maar als een levensvraag je werkelijk obsedeert, kan hij als breekijzer van het gezond verstand werken, zeggen ze.

Trek er één kaart uit, maakt niet uit welke, en je hele kaartenhuis stort in.

Een vraag als ‘wie ben ik’ kan op den duur je zelfbeeld vernietigen en al je andere denkbeelden in zijn val meeslepen, maar hoe vaak gebeurt dat?

Eerder inspireert een levensvraag tot een hoop getob en tot de vorming van een nieuw verstand dat de plaats van het gezond verstand inneemt en dat ik hier maar even een spiritueel verstand zal noemen.

De denkbeweging die het ene kaartenhuis omverwerpt, schept meteen het volgende.

Het maatschappelijk correcte antwoord van het gezond verstand op de vraag ‘wie ben ik’, bijvoorbeeld mijn persoon, mijn lichaam, mijn verleden, mijn gedachten, mijn teksten, Amsterdammer, minnaar, patiënt, snoepkous, wordt gaandeweg vervangen door een spiritueel correct antwoord als Bewustzijn, het Kennen, de Geest, Geen-geest, het Zelf, Geen-zelf, Atman, Anatman, het Absolute, het Alomvattende, het Onzegbare, de Tao, de Bron, Boeddha, Boeddhanatuur, Essentie, Liefde of, in jouw geval, het Ene.

Triomfantelijk zetten we het masker van de persoon af en noemen het masker van de non-persoon dat eronder tevoorschijn komt ons oorspronkelijk gezicht.

Als uien die hun buitenste schil afwerpen om hun ware schil te tonen.

Kleine ik maakt plaats voor grote ik, persona non grata voor grata non persona.

Het ego heeft afgedaan – de hoogmoedige die steeds maar roept: ik ben de grootste, ik heb de dikste, ik heb de duurste, ik ben de snelste – en het zelf heeft het stokje overgenomen – de deemoedige die steeds maar roept: ik ben het ene, ik ben alles, ik ben allen, ik ben liefde, ik ben goed, ik ben god, ik ben boeddha, ik ben de verlosser, ik ben de schepper, ik ben dit, ik ben dat, ik bén.

Waarop we plechtig spreken van spirituele groei, verlichting, realisatie, transformatie of transcendentie en onszelf of elkaar transmissie, exotische namen, aanspreektitels, stambomen, kledingstukken, lesbevoegdheden en privileges verlenen.

Prachtig allemaal, wat een schouwspel, maar voor hetzelfde geld of heel wat meer is het spiritueel verstand, die zogenaamde bevrijder, gewoon de volgende bezetter van je bovenkamer.

Voorgoed of tot de volgende bevrijder zich aandient.

Zo verruilde Nico Tydeman het seminarie voor zen; Katinka Hesselink de theosofie voor het Tibetaans boeddhisme; Paul van der Sterren vipassana voor advaita, Alexander Smit het non-dualisme voor new age en jij naar eigen zeggen Calvijn voor Osho, Osho voor tantra, tantra voor zen, zen voor advaita en advaita voor oneness, zeg ik dat goed?

Zo blijf je aan de gang, en misschien is het je daar juist wel om te doen, dan heb je wat te doen, of zie ik dat verkeerd?

X: Wat is spiritualiteit dan voor jou?

H: Eerst maar wat het voor mij niet is.

Spiritualiteit is voor mij niet het vervangen van het oude, afgeleefde, niet meer zo gezonde verstand door een tijdloos en superieur spiritueel of religieus verstand.

Spiritualiteit is voor mij niet het vervangen van een bij nader inzien tijdelijk en inferieur spiritueel of religieus verstand door een ditmaal toch echt tijdloos en superieur exemplaar.

Spiritualiteit is voor mij niet de ene geest bezweren en de volgende uit de fles laten.

Spiritualiteit is voor mij geesten doden.

Allemaal.

Zonder uitzondering.

Deze ook.

X: Geestdodend, zeg.

H: Alleen voor wie gedachten spaart.

Ik spaar ze niet en noem het geest-dodend.

Maar in feite zijn mijn gedachten zelfdodend en sparen ze mij.

Daarom noem ik ze liever geestverruimend, want zo voelt het – dope is er niks bij, juicht het in mij.

Maar dat leidt meteen weer tot de hypostase van een geest, ditmaal van het verruimbare type, laten we zeggen de uitvouwgeest, en daarmee tot een spiritueel project, namelijk het uitvouwen ervan, dat natuurlijk weer eeuwigheden van niet-aflatende oplettendheid, studie, exegese, oefening, caritas en dana vergt, om over vanitas en eros maar te zwijgen, dus maak je meditatiekussen maar nat.

X: Welke geesten moeten er allemaal dood?

H: Onder geesten versta ik gedachten, zoals deze; onder gedachten versta ik geesten, zoals deze.

X: De oorspronkelijke geest, de universele geest, de lege geest, de grote geest, de algeest?

H:

If you’re seeing things
Running through your head
Who can ya call?
Ghost Busters!

X: En de weetnietgeest?

H: Pang!

X: Wat blijft er dan nog over?

H: Álles natuurlijk.

Alles natúúrlijk.

Gezond verstand: denken dat overheerst wordt door algemeen gangbare denkbeelden.

Spiritueel verstand: denken dat overheerst wordt door in spirituele en religieuze kringen gangbare denkbeelden.

Denkbeeld: versteend idee, dat wil zeggen een monoliet die als fundament, hoeksteen, toetssteen en molensteen voor het denken fungeert maar zelf buiten beeld blijft.

-93-

Kijk eens wat vaker onder je rokken

Meester Maya vraagt:

Wat is het ware gezicht van een ui?

Ui met gezicht.
Wat is het ware gezicht van een ui?

-94-

Waarom je jezelf niet begrijpt

Vraaggesprek met Meester Maya.

‘Hoe komt het dat ik mezelf niet begrijp?’
‘Ik begrijp het nietigste bosondeeltje niet eens.’
‘Ik eigenlijk ook niet.’
‘Nou dan.’

‘Hoe komt het dat ik mezelf niet begrijp?’
‘Ik begrijp de kleinste zandkorrel niet eens.’
‘Ik eigenlijk ook niet.’
‘Nou dan.’

‘Hoe komt het dat ik mezelf niet begrijp?’
‘Ik begrijp het eenvoudigste eiwit niet eens.’
‘Ik eigenlijk ook niet.’
‘Nou dan.’

‘Hoe komt het dat ik mezelf niet begrijp?’
‘Ik begrijp het laagste virus niet eens.’
‘Ik eigenlijk ook niet.’
‘Nou dan.’

‘Hoe komt het dat ik mezelf niet begrijp?’
‘Ik begrijp de gewoonste bacterie niet eens.’
‘Ik eigenlijk ook niet.’
‘Nou dan.’

‘Hoe komt het dat ik mezelf niet begrijp?’
‘Ik begrijp de primitiefste plant niet eens.’
‘Ik eigenlijk ook niet.’
‘Nou dan.’

‘Hoe komt het dat ik mezelf niet begrijp?’
‘Ik begrijp de geringste aardworm niet eens.’
‘Ik eigenlijk ook niet.’
‘Nou dan.’

‘Hoe komt het dat ik mezelf niet begrijp?’
‘Ik begrijp de minste muis niet eens.’
‘Ik eigenlijk ook niet.’
‘Nou dan.’

‘Hoe komt het dat ik mezelf niet begrijp?’
‘Ik begrijp de stomste hond niet eens.’
‘Ik eigenlijk ook niet.’
‘Nou dan.’

‘Hoe komt het dat ik mezelf niet begrijp?’
‘Ik begrijp de domste aap niet eens.’
‘Ik eigenlijk ook niet.’
‘Nou dan.’

‘Hoe komt het dat ik u niet begrijp?’
‘Ik begrijp mezelf niet eens.’
‘Wat is dan het verschil tussen ons?’
‘Dat begrijp ik ook al niet.’
‘Bedoelt u dat we één en dezelfde zijn?’
‘Dat begrijp ik ook al niet.’
‘Ik eigenlijk ook niet.’
‘Nou dan.’

-95-

Wijsheid van een postnihilist

Het laatste gedicht van een duister licht

Mijn ware gezicht

Zag ik in ’t gesticht

(Friedrich Nietzsche in zijn postume autobiografie Na de Woordvloed)

-96-

Ben jij geboren dan?

‘Vandaag ben ik jarig, Hans.’

‘Hoe bedoel je?’

‘Dit is de dag waarop ik zoveel jaar geleden geboren ben.’

‘Ben jij geboren dan?’

‘Uiteraard, anders was ik er niet.’

‘Kun jij je die geboorte herinneren?’

‘Nee, dat niet.’

‘Hoe weet je dan dat je geboren bent?’

‘Hè?’

‘Ik meen het.’

‘Van horen zeggen, zou ik zeggen.’

‘Door wie?’

‘Moeder, vader, tantes, grootouders…’

‘Mensen zeggen zoveel.’

‘Ik heb ook nog een paar foto’s van mijn eigen geboorte.’

‘Hoe weet je dat jij het bent die daar geboren wordt?’

‘Dat staat op de achterkant.’

‘Er kan wel zoveel op de achterkant staan.’

‘Maar de naam op de achterkant is de mijne.’

‘Zoveel mensen dragen jouw naam.’

‘Maar het kindje op de foto heeft ook rood haar.’

‘Zoveel mensen hebben rood haar.’

‘En toch ben ik het.’

‘Jij bent toch zeker geen plaatje?’

‘En toch ben ik geboren.’

‘Weet je dat honderd procent zeker?’

‘Wat zeg je eigenlijk tegen mensen die zich hun geboorte wel herinneren, Hans?’

‘Ik vraag hoe ze weten dat hun herinnering klopt.’

‘En wat zeggen ze dan?’

‘Meteen of na enig aandringen?’

‘Na enig aandringen.’

‘Dat ze het niet weten.’

‘Dus jij denkt dat ik niet geboren ben?’

‘Ik stel alleen maar vragen.’

-97-

Zeker weten dat je niet verwisseld bent met een ander kind?

‘Dit is een foto van mijn vader en moeder, Hans.’

‘Wie is die baby?’

‘Dat ben ik.’

‘Waar is deze foto genomen?’

‘In het Academisch Ziekenhuis.’

‘Ben jij in een ziekenhuis geboren?’

‘Hoezo?’

‘Zeker weten dat je niet verwisseld bent met een ander kind?’

-98-

Ben je geboren of verschenen?

‘Wanneer ben jij geboren, Hans?’

‘Dat herinner ik me niet.’

‘Wat is je eerste herinnering?’

‘Dat ik op straat liep en in mijn broek moest poepen.’

‘En daarvoor?’

‘Daarvoor niets.’

‘Vreemd hè, hoe onze vroegste herinneringen zoekraken.’

‘Als ze er al ooit waren.’

‘Dat kan immers niet anders.’

‘Ik zou niet weten waarom niet.’

‘Je gaat me toch niet vertellen dat je zomaar uit het niets op straat verscheen en in je broek moest poepen?’

‘Waarom niet?’

‘Dat zou pas een sprookje zijn.’

‘Wat denk jij dan?’

‘Dat je geboren bent, net als ieder ander en alles vergeten bent tot het moment dat je op straat liep en in je broek moest poepen.’

‘Dat zou pas een sprookje zijn.’

‘Geloof je nou echt dat je er zomaar ineens was?’

‘Dat ook niet.’

‘Dus jij meent ook gewoon geboren te zijn.’

‘Dat ook niet.’

‘Wat dan wel?’

‘Ik geloof niet in sprookjes.’

-99-

Jouw bestaan is een onvermijdelijke onmogelijkheid

‘Het is een wonder dat ik besta, Hans.’

‘Dat is ook maar een gedachte.’

‘Ik bedoel, dat uit al die spermacellen juist het mijne werd uitverkoren.’

‘Een kans van hooguit één op honderd miljoen.’

‘Per zaadlozing.’

‘En hoeveel zaadlozingen waren er niet voor nodig.’

‘En dan ook nog eens precies dat eitje.’

‘Een kans van nog eens één op een miljoen.’

‘Vermenigvuldig dat maar eens met elkaar.’

‘Dan kom ik op een kans van een op een triljoen.’

‘In feite een onmogelijkheid.’

‘Kom kom.’

‘Niet dan?’

‘Eén eitje moest er toch als eerste rijpen, en één zaadje moest er toch als eerste aankomen.’

‘Daar zeg je me wat.’

‘Het kon gewoon niet anders.’

‘Eigenlijk is het geen wonder dat ik besta, Hans.’

‘Dat is ook maar een gedachte.’

-100-

Zeker weten dat je niet geadopteerd bent?

‘Zeg, ben jij soms geadopteerd?’

‘Hoe kom je daar nou bij, Hans?’

‘Niet dan?’

‘Nee hoor, ik ben opgevoed door mijn biologische ouders.’

‘Hoe weet je dat?’

‘Dat is gewoon zo.’

‘Hoezo?’

‘Anders hadden ze het me wel verteld, denk ik.’

‘Denk je?’

‘Er is een geboortekaartje.’

‘Geen drukker die controleert of het kindje van de opdrachtgever is.’

‘Er is een geboortebewijs.’

‘Die worden verstrekt zonder getuigen.’

‘Er is vast wel een doktersattest.’

‘Dat weet je niet zeker?’

‘Nooit opgevraagd.’

‘Een attest getuigt sowieso alleen van zijn eigen bestaan.’

‘Er zijn fotoalbums.’

‘Die hebben geadopteerde kinderen ook.’

‘Er zijn lichamelijke overeenkomsten.’

‘Iedereen heeft lichamelijke overeenkomsten.’

‘Mijn ouders zouden me nooit beduvelen.’

‘Denk je dat adoptie-ouders altijd eerlijk zijn tegen hun kind?’

‘Nee, maar ik vertrouw op mijn intuïtie.’

‘Die heeft je jarenlang in Sinterklaas laten geloven.’

‘Verdraaid.

‘Mijn idee.’

‘Wat zou je wel als bewijs aanvaarden?’

‘Een DNA-test?’

‘Ik geloof er niks van.’

‘Waarom niet?’

‘Je zou meteen vragen hoe ik weet dat het laboratorium bonafide is.’

‘Vast.’

‘Dus jij denkt dat ik geadopteerd ben?’

‘Welnee.’

‘Denk je van niet?’

‘Ook niet.’

‘Je twijfelt.’

‘Ook niet.’

‘Dan weet ik het ook niet meer.’

‘Nou, ik ook niet.’

-101-

Jij hebt meer grootouders dan er mensen hebben geleefd

‘Hoeveel ouders heb jij?’

‘Twee, Hans, zoals iedereen.’

‘Hoeveel grootouders?’

‘Twee maal twee is vier natuurlijk, zoals iedereen.’

‘Hoeveel overgrootouders?’

‘Twee maal vier is acht.’

‘Hoeveel betovergrootouders?’

‘Twee maal acht is zestien.’

‘En zo verder?’

‘Vanzelfsprekend.’

‘Dat weet je zeker?’

‘Zo zeker als twee maal twee vier is.’

‘Hou oud ben jij?’

‘Vijfentwintig.’

‘Als we voor het gemak aannemen dat alle ouders zich precies op hun
vijfentwintigste voortplanten, wanneer deden je betovergrootouders het dan?’

‘Mijn ouders vijfentwintig jaar geleden. Mijn grootouders vijftig jaar geleden. Mijn overgrootouders vijfenzeventig jaar geleden, Mijn betovergrootouders honderd jaar geleden. Vier generaties per eeuw.’

‘Vier generaties per eeuw.’

‘Om en nabij.’

‘Als je een eeuw geleden zestien voorouders had, hoeveel had je er dan twee eeuwen geleden?’

‘Zestien maal zestien is 256.’

‘Een straat vol. Drie eeuwen geleden?’

‘Maal zestien… even mijn zakrekenmachine… 4096.’

‘Een dorp vol. Vier eeuwen geleden?’

‘Maal zestien is… 65536, ruim 65 duizend.’

‘Een stad vol. Vijf eeuwen geleden?’

‘Maal zestien is… 1.048576 voorouders, ruim een miljoen.’

‘Een metropool vol. En zes eeuwen geleden?’

‘16.777.2216, bijna zeventien miljoen.’

‘De Nederlandse bevolking. Zeven eeuwen geleden?’

‘298.435.456, bijna driehonderd miljoen.’

‘De Amerikaanse bevolking. Acht eeuwen geleden?’

‘4.294.967.296, ruim vier miljard.’

‘De wereldbevolking in 1985. Negen eeuwen geleden?’

‘68.719.476.740, ruim 68 miljard.’

‘Tienmaal de huidige wereldbevolking. Een millennium geleden?’

‘Dat zijn er pakweg… 300 miljard.’

‘Er moeten alleen nog staanplaatsen geweest zijn.’

‘Niet te geloven!’

‘En duizend jaar daarvoor, rond Jezus’ geboorte?’

‘Momentje… Wat? Een foutmelding!’

‘Die zakrekenmachines van tegenwoordig.’

‘Maar dat kan toch helemaal niet!’

‘En je wist het nog wel zo zeker.’

-102-

Wat je moet doen om thuis te komen

‘Om thuis te komen moet het idee van de persoonlijkheid totaal afgebroken worden, Hans.’

‘Om thuis te komen moet ieder idee totaal afgebroken worden.’

‘Ieder idee?’

‘Ook het idee dat het idee van de persoonlijkheid totaal afgebroken moet worden.’

‘En dat zou de enige weg zijn?’

‘Ook het idee dat er geen andere weg zou zijn.’

‘Er zijn dus verschillende wegen?’

‘Ook het idee dat er verschillende wegen zijn.’

‘Nou ja, zolang er maar een weg is…’

‘Ook het idee dat er een weg is.’

‘Wou jij zeggen van niet?’

‘Ook het idee dat er geen weg is.’

‘En dat allemaal om thuis te komen.’

‘Ook het idee dat je thuis zal komen.’

‘Zo blijft er niets over.’

‘Ook het idee dat er niets overblijft.’

‘Mag ik aannemen dat er voor al die ideeën iets anders in de plaats komt?’

‘Ook het idee dat er voor al die ideeën iets anders in de plaats komt.’

‘Ik doel op Liefde, Onschuld, Eeuwige Wijsheid, het Ware Zelf, Brahman, Stilte, Openheid en zo.’

‘Zoals het Liefde, Onschuld, Eeuwige Wijsheid, het Ware Zelf, Brahman, Stilte, Openheid en zo.’

‘Letterlijk ieder idee moet worden afgebroken?’

‘Ook het idee dat letterlijk ieder idee moet worden afgebroken.’

‘Waar ben ik aan begonnen.’

‘Ook het idee dat je ergens aan begonnen bent.’

-103-

Alias Jones or Smith

Ben ik vlees of ben ik vis

Dacht een appel niet zo gis

Ze tobde door totdat ze wist

‘k Ben een jona of een smith

En na een jaar, niet meer zo fris

Ben ik al granny of nog miss?

-104-

Zoeken naar het einde van het zoeken, 7

Close-up van één van de figuren van de cover van het boek ‘Zoeken naar het einde van het zoeken’.

-105-

Is niet-weten Eeuwige Wijsheid?

Beste Hans,

Boeiend hoe je voortdurend het gangbare spirituele en religieuze jargon terugvoert op niet-weten. Dat heb ik nooit eerder zo gezien. Ik zou je bijna gaan geloven.

Maar komt het niet allemaal op hetzelfde neer? Verwijzen alle tradities niet naar Perennial Wisdom (Aldous Huxley), de Eeuwige Wijsheid? Hebben priesters en goeroes en roshi’s en sensei’s en rinpoches het eigenlijk niet allemaal over het Ene? Over ons Oorspronkelijke Gezicht? Dat wat wij ten diepste zijn?

Volgens mij zijn het verschillende vingers die naar dezelfde maan wijzen. Mij spreekt de vinger van zen toevallig het meeste aan, jou die van niet-weten. Maar daar gaat het toch niet om?

Beste X,

Hoe weet je dat alle tradities naar hetzelfde verwijzen?

Op wiens gezag neem je dat aan, of heb je het zelf vastgesteld?

Ikzelf zou het niet eens weten vast te stellen voor één traditie.

Neem bijvoorbeeld het boeddhisme: vijfentwintig eeuwen, honderden landen, duizenden scholen, miljoenen individuen.

Verwezen en verwijzen die werkelijk allemaal naar hetzelfde?

Dan weten ze dat zeker nog niet, want ze bakkeleien er lustig op los, eeuw in eeuw uit.

Verwijzen Byron Katie, Nagarjuna, Osho, Liezi, Pseudo-Dionysius en Martin Buber allemaal naar hetzelfde?

Jiddu Krishnamurti, U.G. Krishnamurti, Angelus Silesius, Hadewijch, Zhuang Zi, Tony Parsons? George Bataille, René Descartes, Friedrich Nietzsche, Arthur Schopenhauer, Cornelis Verhoeven, Ludwig Wittgenstein?

De agnost, de atheïst, de atheoloog, de deïst, de dystheïst, de eutheïst, de kakotheïst, de monotheïst, de suitheïst, de henotheïst, de polytheïst?

De taoïst, de shintoïst, de animist, de naturalist, de totemist, de druïde, de idolatrist, de siderist, de xylolatrist?

Heeft iedereen het eigenlijk over de Eeuwige Wijsheid?

Ik kan niet voor iedereen spreken, zoals jij, maar ikzelf heb het in ieder geval niet over de Eeuwige Wijsheid, sorry.

Ik weet niet eens wat dat is.

Niet-weten is waar ik naar verwijs.

Je zult je generaliserende uitspraak dus moeten herzien tot: iedereen verwijst naar de Eeuwige Wijsheid, behalve Hans van Dam.

Ben je daartoe bereid?

X: Je suggereert nu wel dat ik niet kan weten of alle tradities in wezen naar hetzelfde verwijzen, maar dat zeg jij zelf toch ook?

H: Hè?

X: In je interview Passe-partout schrijf je bijvoorbeeld dat uitdrukkingen als ‘de wijsheid zonder wijsheid’ en ‘de wijsheid voorbij alle wijsheid’ en ‘de waarheid is voorbij de woorden’ en ‘de hoogste kennis heeft geen object’ en ‘God’ en ‘Gods wegen zijn wonderbaarlijk’ eigenlijk eufemismen voor niet-weten zijn. Dan is niet-weten toch zeker de grootste gemene deler van alle tradities? En verwijzen alle tradities nog steeds naar hetzelfde!

H: Nee joh, gekkie, ik wil daar alleen maar zeggen dat mooie woorden weleens een grandioze verbloeming van niet-weten zouden kunnen zijn.

Of dat zo is, weet ik natuurlijk ook niet, maar het zou kunnen.

Dat is nog wel wat anders dan beweren dat alle tradities eigenlijk verwijzen naar universele tijdloze wijsheid, of niet soms.

X: Jij ziet niet-weten niet als Eeuwige Wijsheid?

H: Ik zie niet-weten als Eeuwige Dwaasheid.

X: Daarin verschillen we dan van mening.

H: Nee, niet van mening. Dit gaat over kennis. Je zult enorm veel onderzoek moeten verrichten onder vertegenwoordigers van alle bestaande tradities om objectief vast te stellen dat ze het inderdaad allemaal over hetzelfde hebben. Tot je dat gedaan hebt, is het een wilde speculatie.

X: Ik ben ervan overtuigd dat het waar is.

Laten we dit afspreken:

Mocht door jou of door wie of wat ook door middel van verantwoord veldwetenschappelijk onderzoek aangetoond dat alle tradities naar hetzelfde verwijzen, dan zal ik mijn dwaling zonder dralen publiekelijk toegeven.

Mocht je ook nog kunnen aantonen dat ze allemaal naar een radicaal niet-weten verwijzen, dan zal ik vanaf dat moment je stelling dat we allemáál naar hetzelfde verwijzen, ikzelf incluis, in het openbaar onderschrijven en verdedigen, ook al is dat het einde van mijn niet-weten.

Tevens verplicht ik mezelf in dat geval om levenslang lid te worden van een door jou te bepalen organisatie, maakt niet uit welke (ze verwijzen toch allemaal naar hetzelfde) en mij er volledig mee te identificeren, inclusief kapsel, gezichtshaar, jargon, gebaren, kleding, beelden, liedjes, belletjes, vlaggetjes, prentjes, mantra’s, rituelen, geloften, liturgie, praktijken en wat dies meer zij, en mezelf zonder enige reserve theravadin, lahorist, xylolatrist of wie of wat dan ook te noemen.

Tot het zover is mag ik mezelf zonder enige reserve wie of wat dan ook blijven noemen.

Intussen verplicht jij je tot niets.

Afgesproken?

Groetjes,

Wie of wat dan ook

PS Waarom is het eigenlijk zo belangrijk voor je dat alle tradities naar hetzelfde verwijzen? Is het leven anders onleefbaar, word je gek van meerduidigheid of tegenstrijdigheid, of wat?

-106-

Wat je minstens over Eeuwige Wijsheid moet weten

‘Wat weet jij eigenlijk over Eeuwige Wijsheid, Hans?’

‘Minder dan wie ook.’

‘Dat lijkt me geen aanbeveling.’

‘Integendeel.’

-107-

Wie overeenkomsten zoekt zal overeenkomsten vinden

Meester Maya over perennial wisdom.

‘Verwijzen alle tradities niet naar hetzelfde?’

‘Wie overeenkomsten zoekt zal overeenkomsten vinden.’

‘Bedoelt u dat iedere traditie uniek is?’

‘Wie verschillen zoekt zal verschillen vinden.’

‘Ja, zijn ze nou in wezen hetzelfde of in wezen verschillend?’

‘In wezen wel.’

‘In wezen hetzelfde of in wezen verschillend?’

‘In wezen niet.’

-108-

Vijf vormen van Eeuwige Dwaasheid

Meester Maya toont vormbehoud.

‘Wat is Eeuwige Wijsheid?’

‘Een eufemisme voor Eeuwige Dwaasheid.’

‘Wat is Eeuwige Dwaasheid?’

‘Daar bestaan vijf vormen van.’

‘Wat is de eerste vorm?’

‘Denken dat je de Eeuwige Wijsheid in pacht hebt.’

‘Wat is de tweede vorm?’

‘Denken dat de Eeuwige Wijsheid bestaat, ook al heb je hem niet in pacht.’

‘Wat is de derde vorm?’

‘Denken dat de Eeuwige Wijsheid niet bestaat.’

‘Er begint me iets te dagen.’

‘Je wilt een gokje wagen?’

‘In alle drie is er sprake van denken…’

‘Nou gaan we het krijgen.’

‘Dénken is Eeuwige Dwaasheid.’

‘En dat is vier.’

‘Maar wat is dan de vijfde vorm?’

‘Denken dat denken Eeuwige Dwaasheid is.’

-109-

Voortschrijdend uitzicht

Meester Maya houdt vol.

‘Hoe noem je iemand die de Berg van de Eeuwige Wijsheid beklimt?’

‘Een Eeuwige Dwaas.’

‘Hè?’

‘Wat?’

‘O, ik snap het al. Hoe noem je iemand die op de top van de Berg van de Eeuwige Wijsheid staat?’

‘Een Eeuwige Dwaas.’

‘Hè?’

‘Wat?’

‘O, ik snap het al. Hoe noem je iemand die van de Berg van de Eeuwige Wijsheid afdaalt?’

‘Een Eeuwige Dwaas.’

‘Hè?’

‘Wat?’

‘O, ik snap het al. Hoe noem je iemand die de Berg van de Eeuwige Wijsheid voorgoed de rug heeft toegekeerd?’

‘Een Eeuwige Dwaas.’

‘Hè?’

‘Wat?’

‘Ik snap het niet.’

‘Hè hè.’

-110-

De wijsheid van de berg gezien vanuit de berg

Meester Maya als monoliet.

‘Wat is de Berg van de Eeuwige Wijsheid?’

‘Dat hangt helemaal van je standpunt af.’

‘Gezien vanuit de vallei?’

‘Een onneembaar bolwerk van opperste geleerdheid.’

‘Gezien vanaf de top?’

‘Een hoop flauwekul.’

‘En gezien vanuit de berg zelf?’

‘Dat moet je aan de berg zelf vragen.’

‘Ik dacht dat u dat was.’

‘Dat hangt helemaal van je standpunt af.’

-111-

De tao van tja

Meester Tja neemt het stokje even over.

‘Wat is in één woord Eeuwige Wijsheid?’

‘Tja.’

‘Aan u heb je ook niks.’

‘Tenzij dat de Eeuwige Wijsheid is.’

‘Tenzij wat de Eeuwige Wijsheid is?’

‘Tja.’

‘Maar is het dat ook?’

‘Tja.’

-112-

Een vertrouwen dat nooit beschaamd wordt

Meester Tja houdt niets achter.

‘U hebt een rotsvast vertrouwen en daar benijd ik u om…’

‘Maar?’

‘Waar vertrouwt u nou eigenlijk op?’

‘Tja.’

‘Nou?’

‘Dat was het al.’

‘Tja.’

‘Dat zeg ik.’

‘Ik bedoel, wat is dat nou voor vertrouwen.’

‘Een vertrouwen dat nooit beschaamd wordt.’

‘Wat is een vertrouwen dat nooit beschaamd wordt?’

‘Een rotsvast vertrouwen waar jij mij om benijdt.’

-113-

Zoeken naar een reden om te zoeken

Eerste kennismaking met een rechercheur van niets.

Er was eens een agent die niets te doen had.

Met krijt dat hij in de kelder van het politiebureau gevonden had, tekende hij op straat de contouren van een lichaam.

Hij weerstond de aanvechting om zijn handtekening eronder te zetten; zijn tijd kwam nog wel.

De politieman nam een foto die hij aan de hoofdagent liet zien.

De hoofdagent stelde een opsporingsteam samen.

Na lang zoeken slaagden de agent en zijn team erin een lijk te vinden dat binnen de krijtstrepen paste.

Een daverend succes dat gevierd werd met schnapps en chips en schnapps.

Ze wisten dat het slechts een kwestie van tijd was voor ze de dader in zijn kraag zouden vatten.

-114-

Ik wil weten wie u bent

Een goed gesprek tussen agent Speurneus en meester Spoorloos.

Agent: Kunt u zich legitimeren?

Meester: Hoe bedoelt u?

Agent: Kunt u bewijzen dat u de persoon bent waarvoor u zich uitgeeft?

Meester: Heb ik dat gedaan?

Agent: Wat?

Meester: Mezelf voor iemand uitgegeven?

Agent: Ik wil weten wie u bent.

Meester: Ik net zo goed.

Agent: Dit is een aantasting van het wettelijk gezag!

Meester: Daar is dan niet veel voor nodig.

Agent: Ik vraag het niet nog een keer, hoor!

Meester: Afgesproken.

Agent: Goedendag.

Meester: Goedendag.

-115-

Lotgenoten

Agent: Wat moet dat hier!

Meester: Zit u daar ook zo mee?

-116-

Ik neem nooit iets aan

Agent: Kunt u zich legitimeren?

Meester: U eerst.

Agent: Hier hebt u mijn penning.

Meester: Wat moet ik daarmee?

Agent: Die bewijst dat ik een politieman ben.

Meester: Hij bewijst alleen maar dat u een penning hebt.

Agent: Maar…

Meester: Hoe weet ik dat u deze penning niet gestolen hebt?

Agent: Beticht u mij van diefstal?

Meester: Hoe weet ik dat u deze penning niet nagemaakt hebt?

Agent: Beticht u mij van vervalsing?

Meester: Hoe weet ik dat dit soort penningen door de politie gebruikt wordt?

Agent: Beticht u mij van misleiding?

Meester: Beticht u mij van betichten?

Agent: Neem me niet kwalijk.

Meester: Zand erover.

Agent: Hier hebt u mijn mobieltje, belt u mijn superieuren maar.

Meester: Hoe weet ik dat ik het bureau krijg?

Agent: In plaats van?

Meester: Een handlanger bijvoorbeeld.

Agent: Belt u dan het Ministerie van Veiligheid.

Meester: Zelfde idee.

Agent: Loop anders even mee naar het bureau.

Meester: Wie zegt dat het bureau bonafide is?

Agent: Dat moet u van me aannemen.

Meester: Ik neem nooit iets zomaar aan.

Agent: Maak dan maar een uitzondering.

Meester: Waarom?

Agent: Omdat ik politieman ben.

Meester: Dat proberen we nou net vast te stellen.

Agent: Als iedereen zo zou redeneren.

Meester: Heeft u liever dat ik mij uitlever aan het eerste het beste uniform?

Agent: Nee, dat niet.

Meester: Ik doe alleen maar mijn burgerplicht.

Agent: Neemt u mij niet kwalijk.

Meester: Voor deze keer zal ik het door de vingers zien.

Agent: Dank u vriendelijk.

Meester: Goedendag.

Agent: Goedendag.

-117-

Een hele meevaller

Agent: Wie denkt u wel dat u bent!

Meester: Denkt u dan dat ik ben?

-118-

Een hele tegenvaller

Agent: Waar zijn wij mee bezig!

Meester: Als u het al niet weet…

-119-

Niet de bedoeling

Agent: Waar denkt u dat u heen gaat!

Meester: Daar denk ik helemaal niet aan.

Agent: Ik vraag niet waar u aan denkt, ik wil weten waar u heen gaat!

Meester: Ik wil ook weten waar u heen gaat, maar daarom vraag ik het nog niet.

Agent: Waarom vraagt u het dan niet?

Meester: Waar denkt u dat u heen gaat?

Agent: Dat weet ik nog niet.

Meester: Nou, ik ook niet.

Agent: Ach, dat kan de beste overkomen.

Meester: U haalt me de woorden uit de mond.

Agent: Sorry, dat was niet de bedoeling.

Meester: Ach, dat kan de beste overkomen.

Agent: Goedendag.

Meester: Goedendag.

-120-

Overbodige antwoorden

Agent: Wat moet dat hier!

Meester: Waar?

Agent: Hier, zeg ik toch?

Meester: Dat zult u zelf wel het beste weten.

Agent: Hoezo?

Meester: De enige die ‘hier’ is, bent u immers zelf.

Agent: Ik had het anders over u.

Meester: Waarom zei u dan ‘hier’?

Agent: Daar vraagt u me wat.

Meester: Waar?

Agent: Hier.

Meester: O, daar.

Agent: Even overnieuw?

Meester: Vooruit dan maar.

Agent: Wat moet dat daar?

Meester: Waar?

Agent: Waar u staat.

Meester: Vragen beantwoorden.

Agent: Wat voor vragen?

Meester: Uw vragen.

Agent: O, dan is het goed.

Meester: O, dan is het goed.

Agent: Goedendag.

Meester: Goedendag.

-121-

Overbodige vragen

Agent: Wat moet dat hier!

Meester: Vragen beantwoorden.

Agent: Wat voor vragen?

Meester: Overbodige.

Agent: Van wie?

Meester: Van u.

Agent: Bent u speciaal daarvoor hierheen gekomen?

Meester: Ik zou het anders ook niet weten.

Agent: In orde.

Meester: Als u het zegt.

Agent: Goedendag.

Meester: Goedendag.

-122-

Ik geef alleen maar te denken

Agent: Kunt u zich legitimeren?

Meester: Ik zou niet weten hoe.

Agent: Voor de dag ermee.

Meester: Waarmee?

Agent: Uw legitimatiebewijs.

Meester: O, dat. Momentje… alstublieft.

Agent: Dank u wel… in orde.

Meester: In orde?

Agent: Pak aan.

Meester: Hoe weet u dat het geen namaak is?

Agent: Het ziet er anders echt genoeg uit.

Meester: Is dat niet het kenmerk van iedere goede vervalsing?

Agent: Wou u beweren dat het nep is?

Meester: Al zou het echt zijn, wat dan nog?

Agent: Dan bent u wie u zegt dat u bent.

Meester: Ik heb nooit gezegd wie ik was.

Agent: Wie uw paspoort zegt dat u bent.

Meester: Misschien heb ik wel gelogen op het aanvraagformulier.

Agent: U lijkt mij een betrouwbaar mens.

Meester: U denkt dat mijn paspoort in orde is omdat u mij vertrouwt?

Agent: Inderdaad.

Meester: Dan heb ik mijn paspoort gelegitimeerd in plaats van andersom.

Agent: Pak nou aan.

Meester: Ik moest maar weer eens gaan.

Agent: Ik doe alleen maar mijn plicht.

Meester: Ik geef alleen maar te denken.

-123-

Zoeken naar het einde van het zoeken, 8

Close-up van één van de figuren van de cover van het boek ‘Zoeken naar het einde van het zoeken’.

-124-

Twee eikels

Meester Maya is niet van hout.

‘Waarmee kun je de Grote Weg vergelijken?’

‘Met het dóórsnijden van een eikel, op zoek naar de boom.’

‘Wie of wat is in deze beeldspraak de zoeker?’

‘De eikel.’

-125-

Over de oorzaak van dit alles

Meester Maya zaait twijfel.

‘Wat is de oorzaak van dit alles?’

‘Wat een vraag.’

‘Wat is er mis mee?’

‘Waaruit ontstaat een eik?’

‘Uit een eikel natuurlijk.’

‘En een eikenbos?’

‘Nergens uit.’

‘Waarom niet?’

‘Een bos is geen boom.’

‘Nou dan.’

‘Bedoelt u dat dit alles geen oorzaak heeft?’

‘Ik zaai alleen maar twijfel.’

-126-

Over de schepper van God

Meester Maya schept verwarring.

‘God is de Schepper van het universum.’

‘Maar wie was de schepper van god?’

‘God heeft geen schepper nodig.’

‘Waarom het universum dan wel?’

‘Bedoelt u dat God niet bestaat?’

‘Vraag dat maar aan god.’

‘Bedoelt u dat het universum zelfscheppend is?’

‘Moet er dan per se een schepper zijn?’

‘Wou u beweren dat het universum ongeschapen is?’

‘Wou jij beweren dat ik iets wou beweren?’

‘Waarom anders al die vragen?’

‘Omdat jij al antwoord gaf.’

-127-

De Eerste Oorzaak als Laatste Houvast

Meester Maya zegt:

De Eerste Oorzaak?

De Eerste Oorzaak is het Laatste Houvast!

De Eerste Oorzaak is het Laatste Houvast voor iedereen!

De Eerste Oorzaak is het Laatste Houvast voor iedereen die niet gek genoeg is!

De Eerste Oorzaak is het Laatste Houvast voor iedereen die niet gek genoeg is om los te lopen!

De Eerste Oorzaak is het Laatste Houvast voor iedereen die gek genoeg is om vast te lopen!

De Eerste Oorzaak is het Laatste Houvast voor iedereen die gek genoeg is!

De Eerste Oorzaak is het Laatste Houvast voor iedereen!

De Eerste Oorzaak is het Laatste Houvast!

De Eerste Oorzaak?

-128-

Hoofdvraag van de westerse metafysica

Meester Maya ontpopt zich als wijsgeer.

‘Waarom is er iets in plaats van niets?’

‘Waarom niet?’

-129-

Hoofdvraag van de oosterse metafysica

‘Waarom is er niets in plaats van iets?’

‘Waarom niet?’

-130-

Tweede hoofdvraag van de westerse metafysica

‘Waarom is er dit in plaats van dat?’

‘Had je maar eerder of later moeten komen.’

-131-

Eerste hoofdvraag van de epistemologie

‘Waarom weet ik iets in plaats van niets?’

‘Zeker weten?’

-132-

Tweede hoofdvraag van de epistemologie

‘Waarom weet ik iets in plaats van niets?’

‘Waarom niet?’

‘U neemt me al mijn vragen af.’

‘Ik geef je er juist vragen bij.’

‘Waarom?’

‘Waarom niet?’

‘Waar wilt u heen?’

‘Wie zegt dat ik ergens heen wil?’

‘Bedoelt u dat we er al zijn?’

‘Wie zegt dat ik iets bedoel?’

‘Doelt u op niet-bedoelen?’

‘Wie zegt dat ik niets bedoel?’

‘Ik snap er niks meer van.’

‘Toch weer iets begrepen?’

‘Waarom weet ik niets in plaats van iets?’

-133-

Waarom er waaromvragen zijn

‘Waarom is er iets en niet niets?’

‘Door dit.’

‘Waarom is er dit en niet niets?’

‘Door dat.’

‘Waarom is er dat en niet niets?’

‘Door zus.’

‘Waarom is er zus en niet niets?’

‘Door zo.’

‘Waarom is er zo en niet niets?’

‘Door dinges.’

‘Waarom is er dinges en niet niets?’

‘Door je-weet-wel.’

‘Hier komt geen eind aan hè?’

‘We zijn nog maar net begonnen.’

‘Ik wil weten hoe het zit.’

‘Ook als je inziet dat er geen eind aan komt?’

‘Ik zie het wel maar ik voel het niet.’

‘Dan gaan we vrolijk verder.’

‘Waarom is er je-weet-wel en niet niets?’

‘Door hoe-heet-het.’

‘Waarom is er hoe-heet-het en niet niets?’

‘Door huppeldepup.’

‘Ik word gek van mij.’

‘Het gaat vanzelf een keer vervelen.’

‘Waarom is er huppeldepup en niet niets?’

‘Door iets.’

‘Krijg de pip.’

‘Kop zoekt kip.’

‘Waarom weet ik niets en niet iets?’

‘Door dit.’

-134-

Vliegen op de vleugels van de geest

Meester Maya als reddende engel.

‘Verschijnt het bewustzijn nou in het lichaam of het lichaam in het bewustzijn?’

‘Zitten er veren aan mijn vleugels of vleugels onder mijn veren?’

‘U hebt helemaal geen vleugels!’

‘Nou dan.’

-135-

Wat denk jij als je een boom ziet?

Meester Maya zegt:

Niet te geloven!

Sommige mensen denken dat ze werkelijk een boom zien!

Sommige mensen denken dat ze het licht van een boom zien, maar nooit de boom zelf!

Sommige mensen denken dat ze een beeld van een boom op hun netvlies zien, maar nooit de boom zelf!

Sommige mensen denken dat ze een constructie van een boom in het brein zien, maar nooit de boom zelf!

Sommige mensen denken dat ze een beeld van een boom in hun bewustzijn zien, maar nooit de boom zelf!

Sommige mensen denken dat de boom zelf wel bestaat maar niet zichtbaar is!

Sommige mensen denken dat de boom zelf niet bestaat maar wel zichtbaar is!

Sommige mensen denken dat ze de boom zijn die ze zien!

Sommige mensen denken dat ze het zien van de boom zijn!

Sommige mensen denken dat ze het zien zijn!

Sommige mensen denken dat ze het zijn zien!

Sommige mensen denken dat ze het zijn zijn!

Wat denk jij als je een boom ziet?

Wat denk je allemaal níet?

Wat dénk je allemaal niet!

-136-

Afwijkingen van het gezicht waar je niet aan moet denken

Stel je toch eens voor, zegt Meester Maya:

Een afwijking waarbij je geen boom ziet maar het boomvormige licht dat weerkaatst wordt door een voor jou onkenbaar Ding-an-sich!

Een afwijking waarbij je geen boom ziet maar een beeld van een boom op je netvlies!

Een afwijking waarbij je geen boom ziet maar het construeren van een boom door het brein!

Een afwijking waarbij je geen boom ziet maar een boomvormige constructie in het brein!

Een afwijking waarbij je geen boom ziet maar een storm van zenuwontladingen in je visuele cortex!

Een afwijking waarbij je geen boom ziet maar een beeld van een boom in je bewustzijn!

Een afwijking waarbij je geen boom ziet maar het bewustzijn waarin een beeld van een boom drijft!

Een afwijking waarbij je geen boom ziet maar jezelf als boom!

Een afwijking waarbij je geen boom ziet maar het zien van de boom!

Een afwijking waarbij je geen boom ziet maar het zien van het zien!

Een afwijking waarbij je geen boom ziet maar het zien van het zijn!

Een afwijking waarbij je geen boom ziet maar het zijn van het zien!

Een afwijking waarbij je geen boom ziet maar het zijn van het zijn!

Een afwijking waarbij je wel de bomen ziet maar niet het bos!

Een afwijking waarbij je wel het bos ziet maar niet de bomen!

Een afwijking waarbij je gewoon een boom ziet!

Je moet er niet aan denken!

Of juist wel!

-137-

Waargeesten

Meester Maya zegt:

Niet te geloven!

Sommige mensen denken dat ze waarheid zijn!

Sommige mensen denken dat ze waarnemer zijn!

Sommige mensen denken dat ze waargever zijn!

Sommige mensen denken dat ze waarmaker zijn!

Sommige mensen denken dat ze waarzegger zijn!

Sommige mensen denken dat ze waardevol zijn!

Sommige mensen denken dat ze waardeloos zijn!

Sommige mensen denken dat ze waardevrij zijn!

Sommige mensen denken dat ze waardevast zijn!

Sommige mensen denken dat ze waardenvast zijn!

Sommige mensen denken dat ze waardenvrij zijn!

Wat denk jij dat je bent?

Wat denk je allemaal níet?

Wat dénk je allemaal niet!

-138-

Alle gedachten van de regenboog

Meester Maya zegt:

Niet te geloven!

Sommige mensen denken dat dingen gekleurd zijn!

Sommige mensen denken dat het licht dat dingen weerkaatsen gekleurd is maar de dingen zelf niet!

Sommige mensen denken dat de visuele cortex de dingen inkleurt op grond van de golflengte van het van zichzelf kleurloze licht!

Sommige mensen denken dat alleen de beelden in het bewustzijn gekleurd zijn!

Sommige mensen denken dat kleuren projecties van het bewustzijn op de dingen zijn!

Wat denk jij als je kleuren ziet?

Wat denk je allemaal níet?

Wat dénk je allemaal niet!

-139-

Serene sirenes

Meester Maya dicht:

Niet het gillen van sirenes
Maar het gillen van de lucht
Dat alleen maar trillen is!

Niet het trillen van de lucht
Dat alleen maar gillen is
Maar het gillen van sirenes!

Niet het krijsen van een baby
Maar het krijsen van de lucht
Dat alleen maar trillen is!

Niet het trillen van de lucht
Dat alleen maar krijsen is
Maar het krijsen van een baby!

Niet het zingen van een vogel
Maar het zingen van de lucht
Dat alleen maar trillen is!

Niet het trillen van de lucht
Dat alleen maar zingen is
Maar het zingen van een vogel!

Meester Maya opent.

-140-

Trillende beentjes

Meester Maya zegt:

Niet het gillen van sirenes maar het trillen van de lucht!

Niet het trillen van de lucht maar het trillen van het trommelvlies!

Niet het trillen van het trommelvlies maar het trillen van de gehoorbeentjes!

Niet het trillen van de gehoorbeentjes maar de actiepotentialen van de gehoorzenuw!

Niet de actiepotentialen van de gehoorzenuw maar de actievelden van de auditieve cortex!

Niet de actievelden van de auditieve cortex maar het gillen van sirenes!

Niet het gillen van sirenes maar het trillen van de lucht!

-141-

Afwijkingen van het gehoor waar je niet aan moet denken

Stel je toch eens voor, zegt Meester Maya:

Een afwijking waarbij je niet de sirene hoort gillen maar de lucht!

Een afwijking waarbij je niet de sirene hoort gillen maar je trommelvlies!

Een afwijking waarbij je niet de sirene hoort gillen maar je gehoorzenuw!

Een afwijking waarbij je niet de sirene hoort gillen maar je cortex!

Een afwijking waarbij je niets hoort gillen behalve de sirene!

Een afwijking waarbij je niets hoort gillen!

Een afwijking waarbij je niets hoort!

Je moet er niet aan denken!

Of juist wel!

-142-

De dingen zien zoals ze zijn

Meester Maya zegt:

Niet te geloven!

Sommige mensen denken dat ze de dingen zien zoals ze zijn!

Sommige mensen denken dat ze de dingen niet zien zoals ze zijn!

Sommige mensen denken dat de dingen niet zijn als je ze niet ziet!

Sommige mensen denken dat de dingen zijn zolang je ze ziet!

Sommige mensen denken dat de dingen zijn doordat je ze ziet!

Sommige mensen denken dat dingen bewustzijn zijn!

Sommige mensen denken dat dingen bewust zijn!

Sommige mensen denken dat dingen niet zijn!

Sommige mensen denken dat ze dingen zijn!

Sommige mensen denken dat dingen zijn zijn!

Sommige mensen denken dat dingen zijn!

Sommige mensen denken dat zijn is!

Sommige mensen denken dat!

Wat denk jij als je dingen ziet?

Wat denk je allemaal níet?

Wat dénk je allemaal niet!

-143-

Van de bemiddelde werkelijkheid en de onbemiddelde werkelijkheid

Meester Maya zegt:

Niet te geloven!

Sommige mensen denken werkelijk dat ze de werkelijkheid zelf zien!

Sommige mensen denken werkelijk dat het zien tussen hen en de werkelijkheid in staat!

Sommige mensen denken werkelijk dat ze met twee ogen de bemiddelde werkelijkheid zien en met hun derde oog de onbemiddelde werkelijkheid!

Sommige mensen denken werkelijk dat er twee werkelijkheden zijn!

Sommige mensen denken werkelijk dat er één werkelijkheid is!

Sommige mensen denken werkelijk dat er geen werkelijkheid is!

Sommige mensen denken werkelijk dat er veel werkelijkheden zijn!

Sommige mensen denken werkelijk dat alleen het heden werkelijk is!

Wat denk jij over de werkelijkheid?

Wat denk je allemaal níet?

Wat dénk je allemaal niet?

-144-

Woorden zijn oneindige werelden

Meester Maya geeft weerwoord.

1.

‘Veel wijsheid ligt in korte woorden besloten.’

‘Veel dwaasheid ook.’

2.

‘Veel wijsheid ligt in korte woorden besloten, Hans.’

‘O, vandaar.’

‘Vandaar wat?’

‘Dat iedereen er wat anders uit haalt.’

3.

‘Veel wijsheid ligt in korte woorden besloten, Hans.’*

‘Dat is het probleem niet.’

‘Wat is het probleem wel?’

‘Hoe je het eruit krijgt.’

* Uitspraak van Sophocles (496-406).

-145-

Zoeken naar het einde van het zoeken, 9

Close-up van één van de figuren van de cover van het boek ‘Zoeken naar het einde van het zoeken’.

-146-

Kwik, Kwek en Kwak

Twee eenden hebben mot.

Zegt het mannetje: Kwik?

Zegt het vrouwtje: Het hele jaar ben je hartstikke aardig, maar het ijs is nog niet gesmolten of je begint me weer kopje onder te duwen.

Zegt het mannetje: Kwek?

Zegt het vrouwtje: Ik wil gewoon weten waar ik aan toe ben.

Zegt het mannetje: Kwak?

Zegt het vrouwtje: Voor de draad ermee, wie ben je nou écht?

Zegt het mannetje: Kwik, kwek, kwak, kwik kwik kwak, kwek kwek kwik, kwak kwek kwik, kwekkerdekwek kwakkerdekwak kwikkerdekwekkerdekwaak!

-147-

Ken uzelf, maar niet teveel

Zegt het ene schaap tegen het andere…

‘Ken ik jou ergens van?’

‘Zou mij verbazen.’

‘Hoezo?’

‘Ik ken mezelf niet eens.’

‘Het ware zelf laat zich niet kennen.’

‘Schrale troost.’

‘Moddergat!’

‘Moet jij zeggen.’

‘Ik bedoel, heb jij ooit in Moddergat gegraasd?’

‘Niet dat ik weet.’

‘Op de dijk, joh.’

‘Kan ik me niks van herinneren.’

‘Nou, ik ook niet.’

‘En?’

‘Daar kennen we elkaar van.’

‘We hebben geen van beiden in Moddergat gegraasd en daar kennen we elkaar van?’

‘Ik zou het anders ook niet weten.’

‘Ik ben sowieso nergens geweest.’

‘Zie je wel? Ik ook niet.’

‘Jij kent mij nog beter dan ik.’

-148-

Meester Maya lest de dorst

‘Waarmee kan ik mijn essentie vergelijken?’

‘Met waterpoeder.’

‘Waarmee maak je waterpoeder aan?’

‘Met water natuurlijk.’

‘In welke verhouding?’

‘Eén sachet per liter.’

‘Hoeveel water krijg je dan?’

‘Eén liter, om en nabij.’

‘Noem dat maar waterpoeder.’

‘Noem het dan maar essentie.’

-149-

Meester Maya geeft niet op

1

‘Wat ben ik in wezen?’

‘Wezenloos.’

Jaren later

‘Wezenloosheid is wat ik ben.’

‘Toch weer een wezen gevonden?’

2

‘Wat ben ik in essentie?’

‘Inessentie.’

Jaren later

‘Inessentie is wat ik ben.’

‘Toch weer een essentie gevonden?’

3

‘Wat is mijn ware gezicht?’

‘Geen gezicht.’

Jaren later

‘Geen-gezicht is mijn ware gezicht.’

‘Toch weer een masker gevonden?’

-150-

Wie ben je nou echt?

Meester Maya zegt:

Niet te geloven!

Sommige mensen denken dat ze hun gezin zijn!

Sommige mensen denken dat ze hun beroep zijn!

Sommige mensen denken dat ze hun vaderland zijn!

Sommige mensen denken dat ze hun stamboom zijn!

Sommige mensen denken dat ze hun godsdienst zijn!

Sommige mensen denken dat ze hun sportclub zijn!

Sommige mensen denken dat ze hun prestaties zijn!

Sommige mensen denken dat ze hun hobby’s zijn!

Sommige mensen denken dat ze hun karakter zijn!

Sommige mensen denken dat ze hun rollen zijn!

Sommige mensen denken dat ze hun idealen zijn!

Sommige mensen denken dat ze hun opleiding zijn!

Sommige mensen denken dat ze hun ambities zijn!

Sommige mensen denken dat ze hun wil zijn!

Sommige mensen denken dat ze hun verwachtingen zijn!

Sommige mensen denken dat ze hun plannen zijn!

Sommige mensen denken dat ze hun verleden zijn!

Sommige mensen denken dat ze hun blunders zijn!

Sommige mensen denken dat ze hun gebreken zijn!

Sommige mensen denken dat ze hun ego zijn!

Sommige mensen denken dat ze hun persoonlijkheid zijn!

Sommige mensen denken dat ze hun bezittingen zijn!

Sommige mensen denken dat ze hun armoede zijn!

Sommige mensen denken dat ze hun verlangens zijn!

Sommige mensen denken dat ze hun geest zijn!

Sommige mensen denken dat ze hun ziel zijn!

Sommige mensen denken dat ze hun hart zijn!

Sommige mensen denken dat ze hun intuïtie zijn!

Sommige mensen denken dat ze hun lichaam zijn!

Sommige mensen denken dat ze hun handen zijn!

Sommige mensen denken dat ze hun sexe zijn!

Sommige mensen denken dat ze hun geslachtsdeel zijn!

Sommige mensen denken dat ze hun genen zijn!

Sommige mensen denken dat ze uniek zijn!

Sommige mensen denken dat ze als iedereen zijn!

Sommige mensen denken dat ze aarde zijn!

Sommige mensen denken dat ze water zijn!

Sommige mensen denken dat ze lucht zijn!

Sommige mensen denken dat ze vuur zijn!

Sommige mensen denken dat ze aarde, water, lucht en vuur zijn!

Sommige mensen denken dat ze Ram zijn!

Sommige mensen denken dat ze Stier zijn!

Sommige mensen denken dat ze Tweelingen zijn!

Sommige mensen denken dat ze Kreeft zijn!

Sommige mensen denken dat ze Leeuw zijn!

Sommige mensen denken dat ze Maagd zijn!

Sommige mensen denken dat ze Weegschaal zijn!

Sommige mensen denken dat ze Schorpioen zijn!

Sommige mensen denken dat ze Boogschutter zijn!

Sommige mensen denken dat ze Steenbok zijn!

Sommige mensen denken dat ze Waterman zijn!

Sommige mensen denken dat ze Vissen zijn!

Sommige mensen denken dat ze hun gedachten zijn!

Sommige mensen denken dat ze hun herinneringen zijn!

Sommige mensen denken dat ze hun gevoelens zijn!

Sommige mensen denken dat ze hun angsten zijn!

Sommige mensen denken dat ze hun waarnemingen zijn!

Sommige mensen denken dat ze zijn wat ze doen!

Sommige mensen denken dat ze zijn wat ze hebben nagelaten!

Sommige mensen denken dat ze zijn wat ze van plan zijn!

Sommige mensen denken dat ze wat in zichzelf zien!

Sommige mensen denken dat ze wat anderen in hen zien!

Sommige mensen denken dat ze wat zijn wat anderen niet zien!

Sommige mensen denken dat ze een mens zijn!

Sommige mensen denken dat ze een dier zijn!

Sommige mensen denken dat ze een beest zijn!

Sommige mensen denken dat ze het goede zijn!

Sommige mensen denken dat ze hun goede daden zijn!

Sommige mensen denken dat ze hun goede bedoelingen zijn!

Sommige mensen denken dat ze het kwade zijn!

Sommige mensen denken dat ze zijn wie ze zijn!

Sommige mensen denken dat ze zijn wie ze willen zijn!

Sommige mensen denken dat ze zijn wie ze zullen zijn!

Sommige mensen denken dat ze zijn wie ze waren!

Sommige mensen denken dat ze zijn wie ze denken dat ze zijn!

Sommige mensen denken dat ze niet zijn wie ze denken dat ze zijn!

Sommige mensen denken dat ze zijn wie anderen denken dat ze zijn!

Sommige mensen denken dat ze de ander zijn!

Sommige mensen denken dat ze het andere zijn!

Sommige mensen denken dat ze anders zijn!

Sommige mensen denken dat ze zijn!

Sommige mensen denken dat ze de doener zijn!

Sommige mensen denken dat ze de getuige zijn!

Sommige mensen denken dat ze liefde zijn!

Sommige mensen denken dat ze de ruimte zijn waarin alles verschijnt en verdwijnt!

Sommige mensen denken dat ze openheid zijn!

Sommige mensen denken dat ze vrijheid zijn!

Sommige mensen denken dat ze vrij zijn!

Sommige mensen denken dat ze gebonden zijn!

Sommige mensen denken dat ze de weg zijn!

Sommige mensen denken dat ze de waarheid zijn!

Sommige mensen denken dat ze het leven zijn!

Sommige mensen denken dat ze alles zijn!

Sommige mensen denken dat ze het ene zijn!

Sommige mensen denken dat ze de werkelijkheid zijn!

Sommige mensen denken dat ze de spiegel van de werkelijkheid zijn!

Sommige mensen denken dat ze leegte zijn!

Sommige mensen denken dat ze het niets zijn!

Sommige mensen denken dat ze niets zijn!

Sommige mensen denken dat ze niet zijn!

Sommige mensen denken dat ze een boeddha zijn!

Sommige mensen denken dat ze het zelf zijn!

Sommige mensen denken dat ze zichzelf zijn!

Sommige mensen denken dat ze zichzelf niet zijn!

Sommige mensen denken dat ze Atman zijn!

Sommige mensen denken dat ze Anatman zijn!

Sommige mensen denken dat ze Brahman zijn!

Sommige mensen denken dat ze Parabrahman zijn!

Sommige mensen denken dat ze God zijn!

Sommige mensen denken dat ze een deel van God zijn!

Sommige mensen denken dat ze goddelijk zijn!

Sommige mensen denken dat ze een schepsel van God zijn!

Sommige mensen denken dat ze de schepper van God zijn!

Sommige mensen denken dat ze een gedachte in God zijn!

Sommige mensen denken dat ze een instrument van God zijn!

Sommige mensen denken dat ze de duivel zijn!

Sommige mensen denken dat ze energie zijn!

Sommige mensen denken dat ze bewustzijn zijn!

Sommige mensen denken dat ze een manifestatie van het bewustzijn zijn!

Sommige mensen denken dat ze een verschijnsel in het bewustzijn zijn!

Sommige mensen denken dat ze onbegrensd zijn!

Sommige mensen denken dat ze begrensd zijn!

Sommige mensen denken dat ze in het hier en nu zijn!

Sommige mensen denken dat ze het hier en nu zijn!

Sommige mensen denken dat ze tijdelijk zijn!

Sommige mensen denken dat ze eeuwig zijn!

Sommige mensen denken dat ze zijn zijn!

Sommige mensen denken dat ze een wonder zijn!

Sommige mensen denken dat ze gewoon zijn!

Sommige mensen denken dat ze een verhaal zijn!

Sommige mensen denken dat ze de verhalenverteller zijn!

Sommige mensen denken dat ze niet-weten zijn!

Niet te geloven hoeveel zelfbeelden de beeldmens in de loop der eeuwen al over zichzelf afgeroepen!

Maar wel begrijpelijk.

Want met jezelf weet je het maar nooit; met je zelfbeeld weet je het nooit niet.

Wat de speen is voor de mond, is het zelfbeeld voor de mind.

-151-

Met wie spreek ik?

Meester Maya zegt:

We moeten het nodig eens over jouw stem hebben.

De stem die in jou spreekt en die zich regelmatig via jouw neus en lippen een weg naar buiten baant.

De stem die de ene keer zulke vreselijke dingen beweert en de andere keer zulke sympathieke, de ene keer zulke diepzinnige en de andere keer zulke banale.

Die stem: is dat echt jouw stem?

Ben jij daar inderdaad de eigenaar van, zoals hij zelf zegt?

Ben jij werkelijk de spreker in jou of wordt er in en door jou heen gesproken of beide of geen van beide?

Als de stem in jou helemaal van jou is, waarom kun je hem dan niet het zwijgen opleggen?

Hoe komt het dat hij steeds dingen zegt waar je zelf nooit opgekomen zou zijn?

Als het niet jouw stem is, hoe kan het dat hij steeds klinkt als de jouwe?

Hoe kan het dat jij meestal de enige bent die hem hoort?

Hoe kan het dat je er toch een zekere mate van zeggenschap over schijnt te hebben?

Zeg mij, als het niet jouw stem is die in jou spreekt, van wie is hij dan wel?

Van niemand?

Van een ander?

Van de mensheid?

Van het universum?

Van het bewustzijn?

Van het ware zelf?

Van God?

Horen wij onbedoeld het vertoog in zichzelf mompelen of is het slechts het brein dat wauwelt in den blinde – de cortex om precies te zijn, het gebied van Broca om nog preciezer te zijn?

Of is het niet Broca maar Brahman die zijn stem in jou verheft, of Atman, of Anatman of zijn alter ego Gatman?

Zeg het me, en zeg me wie het me zegt, en zeg me hoe ik weet of ik hem kan vertrouwen als hij over zichzelf spreekt, als hij zegt dat jij het bent of dat jij het niet bent of dat ik het ben of dat we helemaal niet kunnen weten wie het is die dit alles zegt of wat hij ook zegt.

Jouw stem, de stem die jijzelf of zichzelf steeds de jouwe noemt – is die steeds dezelfde?

Met welke stem sprak je voor je leerde spreken?

Met welke stem sprak je voor je de baard in je keel kreeg?

Met welke stem spreek je als je dronken bent?

Met welke stem spreek je in je dromen?

Met welke stem spreek je als je droomt dat je iemand anders bent?

Wiens stem is het die in jouw droom spreekt als iemand anders?

Wiens stem is het die ijlt als je hoge koorts hebt?

Wiens stem is het die in jouw herinneringen en toekomstdromen figureert als niet-jij?

Wiens stem is het die raaskalt na een hersenbeschadiging door een auto-ongeluk?

Wiens stem is het die al na een paar maanden Alzheimer niets meer van euthanasie wil weten?

Wiens stem is het die je kromgebogen van de pijn hoort kreunen voordat je hem als die van jezelf herkent?

Als het steeds dezelfde stem is die tegen je spreekt, waarom spreekt hij jou of zichzelf dan steeds tegen?

Als het steeds andere stemmen zijn, waarom klinken ze dan allemaal hetzelfde?

Klinken ze wel allemaal hetzelfde?

Als je steeds maar één stem tegelijk hoort, hoe weet je dan of alle stemmen in jou hetzelfde of anders klinken?

Wiens stem hoor je terwijl je deze woorden leest: die van mij, die van de schrijver die jij je op dit moment inbeeldt of die van jezelf, je al dan niet ingebeelde ik – of spreken wij samen met dezelfde stem, of zijn wij allen slechts toehoorders?

Als je deze vragen niet alleen léést, zoals ik zelf denk ik zou doen, maar daadwerkelijk probeert te beantwoorden, zoals de bedoeling is (wie zegt dat en waarom?), van wie is dan de stem die antwoord probeert te geven op deze vragen?

Had hij ook géén antwoord kunnen geven?

Zo niet, waarom noem je hem dan toch de jouwe?

Of, als hij geen antwoord geeft, had hij dat ook wel kunnen doen?

Zo niet, waarom noem je hem dan toch de jouwe?

Als je denkt dat er meerdere stemmen in jou spreken, welke dan?

Zijn het evenzovele verstekelingen in je bovenkamer die allemaal wat anders willen: de krent, de vragensteller, de aanhouder, de bruinwerker, de hulpvaardige, de gevoelige, de verlegene, de susser en de twijfelaar?

Spreekt daar nu eens het kind in jou dat zijn zin wil doordrijven, dan weer de ouder in jou die hem dat verwijt, dan weer de volwassene in jou die de verantwoordelijkheid neemt, zoals de transactionele analyse het wil?

Liever een ander drietal?

Id, ego en superego?

Small mind, big mind en supermind?

Kwik, Kwek en Kwak?

Liever een tweetal?

Boeddha en Mara?

Hoofd en hart?

Geest en ziel?

Atman en anatman?

Papa en mama?

Durfniet en Durfal?

Weetniet en Weetal?

Dr. Jekyll en mr. Hyde?

Good cop and bad cop?

Is het de duivel zelf die jou verleidt en je eigen geweten dat zich verweert?

Heeft iedereen soms een meervoudig persoonlijkheidssyndroom, met een eigen stem voor elk van zijn of hun talloze persoonlijkheden?

Of heeft iedere gedachte soms zijn eigen stem?

Dat zou toch kunnen: iedere overweging een unieke, eenmalige wegwerpstem, telkens schijnbaar eigen en vertrouwd, en jijzelf niets of niemand meer of minder dan die ene zelfbedwelmende eigengedachte op dat ene onvergankelijke moment.

Welke antwoord je ook geeft, mijn wedervraag luidt steeds:

‘Met wie spreek ik?’

-152-

Zoeken naar het einde van het zoeken, 10

Close-up van één van de figuren van de cover van het boek ‘Zoeken naar het einde van het zoeken’.

-153-

Zoeken naar het einde van het zoeken, 11

Close-up van één van de figuren van de cover van het boek ‘Zoeken naar het einde van het zoeken’.

-154-

Zoeken naar het einde van het zoeken, 12

Close-up van één van de figuren van de cover van het boek ‘Zoeken naar het einde van het zoeken’.

-155-

Zoeken naar het einde van het zoeken, 13

Close-up van één van de figuren van de cover van het boek ‘Zoeken naar het einde van het zoeken’.

-156-

Zoeken naar het einde van het zoeken, 14

Close-up van één van de figuren van de cover van het boek ‘Zoeken naar het einde van het zoeken’.

-157-

Zoeken naar het einde van het zoeken, 15

Close-up van één van de figuren van de cover van het boek ‘Zoeken naar het einde van het zoeken’.

-158-

Zoeken naar het einde van het zoeken, 16

Close-up van één van de figuren van de cover van het boek ‘Zoeken naar het einde van het zoeken’.

-159-

Zoeken naar het einde van het zoeken, 17

Close-up van één van de figuren van de cover van het boek ‘Zoeken naar het einde van het zoeken’.

-159-

Zoeken naar het einde van het zoeken, 18

Close-up van één van de figuren van de cover van het boek ‘Zoeken naar het einde van het zoeken’.

-159-

Zoeken naar het einde van het zoeken, 19

Close-up van één van de figuren van de cover van het boek ‘Zoeken naar het einde van het zoeken’.

-160-

Verder, verder! Doorreisgids voor lunatics

Meester Maya wijst de weg.

Aan allen die het Zelf hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die niet-zelf hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die hun Oorspronkelijke Gezicht hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die hun Ware Aard hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die hun Essentie hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die de Boeddhanatuur hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die de Zoheid (Bhutatata) hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die de Leegte (Sunyata) hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die de Vol-Ledigheid hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die het Niets hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die de Gewone Geest hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die de Oorspronkelijke Geest hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die de Grote Geest hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die de Weetnietgeest hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die de Lege Geest hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die Geen-geest hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die het Ene hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die de Unio Mystica hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die de Bron hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die het Goddelijke hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die de Godheid hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die de Eerste Oorzaak hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die de Onnoemelijke hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die het Onuitsprekelijke hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die het Absolute hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die het Oneindige hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die het Zijn hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die het Niet-zijn hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die het Zijn-in-niet-zijn hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die het Niet-zijn-in-zijn hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die de Hoogste Werkelijkheid hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die de Diepste Werkelijkheid hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die de Onbemiddelde Werkelijkheid hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die de Ultieme Werkelijkheid hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die Atman hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die Anatman hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die Brahman hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die Parabrahman hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die het Nirwana hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die het Paranirwana hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die de Hemel hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die het Hiernamaals hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die het Paradijs hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die het Walhalla hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die het Hier hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die Gene Zijde hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die een Hogere Dimensie hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die het Heden hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die de Eeuwigheid hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die het Eeuwige Heden hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die het Bewustzijn hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die het Keuzeloos Gewaarzijn hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die Aanwezigheid hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die het Niet-Oordelen hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die Kennendheid hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die de Non-dualiteit hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die Vrijheid hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die Helderheid hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die Zuiverheid hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die het Ik-ben hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die Ik-ben-dat (Tat Tvam Asi) hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die de Stilte hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die de Openheid hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die de Onschuld hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die Volmaaktheid hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die de Onvoorwaardelijke Liefde hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die Innerlijke Vrede hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die Onbewogenheid hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die Neutraliteit hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die Ataraxie hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die Indifferentie hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die hun Natuurlijke Staat hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die Satori hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die Ananda hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die Jhana hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die Moksha hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die Samadhi hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die Wu-wei hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die de Wijsheid-zonder-wijsheid hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die de Wijsheid-voorbij-alle-wijsheid hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die de Onwankelbare Wijsheid hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die de Woordeloze Wijsheid hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die de Lege Wijsheid hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die de Dwaze Wijsheid hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die de Wijsheid-van-Hart-tot-Hart hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die Prajnaparamita hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die de Perfectie van de Perfecties hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die de Sophia Perennis hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die de Kennis-zonder-leraar hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die de Dharma hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die Niet-dharma hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die de Waarheid hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die de Waarheid-zonder-waarheid hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die het Weten hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die niet-weten hebben gerealiseerd:

Verder, verder!

Aan allen die het ‘Verder, Verder!’ hebben gerealiseerd:

Schei toch uit.

-161-

Verlos ons van de paden

Klein gebed voor kleine mensen die klein willen blijven.

God, geef dat ik mens blijf

Maagd, geef dat ik geil blijf

Geest, geef dat ik vlees blijf

Moeder, geef dat ik kind blijf

Heilige, geef dat ik aards blijf

Almachtige, geef dat ik zwak blijf

Omvattende, geef dat ik leeg blijf

Meester, geef dat ik onwetend blijf

Bewustzijn, geef dat ik argeloos blijf

Absolute, geef dat ik afhankelijk blijf

Volmaakte, geef dat ik gebrekkig blijf

Ongenaakbare, geef dat ik gevoelig blijf

Drievuldigheid, geef dat ik eenvoudig blijf

Rechtschapene, geef dat ik ondeugend blijf

Onveranderlijke, geef dat ik beweeglijk blijf

Alomtegenwoordige, geef dat ik hier blijf

Uitnemende, geef dat ik gewoon blijf

Uitgedoofde, geef dat ik bezield blijf

Universele, geef dat ik beperkt blijf

Verlichte, geef dat ik schaduw blijf

Gelukzalige, geef dat ik labiel blijf

Eeuwige, geef dat ik tijdelijk blijf

Gids, geef dat ik zwerver blijf

Wijze, geef dat ik dwaas blijf

Bron, geef dat ik stroom blijf

Woord, geef dat ik stom blijf

God, geef dat ik mens blijf en

Verlos ons van de paden

Amen

-162-

Rijmduel of schimmenspel?

Guido Gazelle: Wijsheid vindt men in de boeken, wijs zijn zal men vérder zoeken.

Meester Maya: Dwazen doen het uit de doeken, wijzen houden op met zoeken.