Top

NietWeten.nl      

-1-

Wit wat je weet met het…

Witboek Byron Katie

The Work voor Workaholics

Het Onderzoek onderzocht

Door Hans van Dam

Gevarendriehoek Werk In Uitvoering met daarin het silhouet van hersens met een schep erin.

Waarin Het Werk maar Het Halve Werk blijkt te zijn.

‘Je kunt je gedachten onderzoeken, is dat waar?’ Vragen over Katieismen die het licht van niet-weten slecht verdragen.

Het Werk

-2-

Wat is Het Werk?

Je kunt je gedachten onderzoeken – is dat waar?

Is er een methode om tot niet-weten te komen? Volgens geluksgoeroe Byron Katie wel. Haar methode heet Het Werk* of Het Onderzoek.

* In het Engels ‘The Work’, wat misschien niet geheel toevallig maar één letter verschilt van ‘The Word’ – het Woord Gods.

In dit Witboek Byron Katie pas ik Het Werk toe op Het Werk. Niet om Byron Katie de loef af te steken maar om het verschil te laten zien tussen therapeutisch niet-weten en radicaal niet-weten. Tussen reprogrammeren en deprogrammeren.

Onder Het Werk verstaat Byron Katie het methodisch onderzoeken van negatieve gedachten met behulp van vier standaard vragen (‘the four questions’) en een of meer omkeringen (‘turnarounds’). Dit zijn de vier vragen:

1. Is dat waar?

2. Kun je dat wel weten?

3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?

4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Omkeringen verkrijg je bijvoorbeeld door in een gedachte (‘X moet eens ophouden mij te bekritiseren’) de personen te verwisselen (‘Ik moet eens ophouden X te bekritiseren’), of door een bevestigende zin (‘Mensen moeten altijd lief zijn voor elkaar‘) ontkennend te maken (‘Mensen hoeven niet altijd lief te zijn voor elkaar’) en vice versa.

Hoe meer omkeringen, hoe beter. Om niet in abstracties te blijven hangen moet je bij iedere omkering minstens drie concrete voorbeelden uit je eigen leven geven.

Silhouet van een wegwerker die in hersenen schept
Het Werk.

Volgens Byron Katie ontstond Het Werk in de jaren tachtig toen ze door een diep dal ging en haar gedachten aan een minutieus onderzoek onderwierp.

Net als iedere vorm van psychotherapie is Het Werk in de eerste plaats bedoeld om je geestelijke nood te lenigen, onder of zonder begeleiding, individueel of groepsgewijs. Voor mensen met belangstelling voor spiritualiteit gloort aan de horizon het perspectief van niet-weten.

Het Werk doet denken aan rationeel-emotieve therapie (RET), een vorm van cognitieve psychotherapie die in de jaren vijftig werd bedacht door een andere Amerikaan, Albert Ellis, en inmiddels veel varianten* en beoefenaars kent.

* Waaronder REBT, SMART, CPT, BCT, MBCT, ACT, NLP…

Het Werk doet ook denken aan twee verre voorvaderen, het stoïcisme en het scepticisme, en dan vooral aan het therapeutisch scepticisme.

-3-

Het Werk is maar het halve werk

Vragen over Katieismen die het licht van niet-weten slecht verdragen.

Het Werk van Byron Katie is een methode van zelfonderzoek om negatieve gedachten onschadelijk te maken. Omdat de neutrale en de positieve gedachten buiten schot blijven, noem ik Het Werk half voor de grap Het Halve Werk.

Gedachte-onderzoek dat zich niet beperkt tot negatieve gedachten maar alle gedachten onder de loep neemt, noem ik voor de andere halve grap Het Hele Werk.

Afgaand op getuigenissen geeft Het Halve Werk bij sommige cliënten inderdaad verlichting van typische piekergedachten. Tot een radicaal niet-weten zal het allicht niet leiden omdat de helft van het mentale bouwWerk intact blijft.

Het Hele Werk is er niet speciaal op uit gedachten onschadelijk te maken, al heeft het vaak wel dat effect, ook op de neutrale en de positieve gedachten. Het onderzoekt ze gewoon, diepgaand, telkens weer, op allerlei manieren, om wat voor reden dan ook, wat er ook van komt.

Wat er in mijn geval van kwam is mateloze agnose maar veel gedachte-onderzoek leidt alleen tot bevestiging van lievelingsgedachten of tot het vervangen ervan door andere, zoals, ik noem maar wat, de stokpaardjes die Byron Katie zelf sinds jaar en dag aanprijst als Katieismen.*

* Te koop als Byron Katie’s ‘Katieisms’ Inner Wisdom Cards.

Zolang het denken zichzelf niet overdenkt blijft het in zijn eigen sop gaarkoken en zolang Het Onderzoek zichzelf niet onderzoekt is het gewoon het volgende geloof – katieisme.

Droste-effect van een wegwerker die in de hersenen schept van een wegwerker.
Zolang Het Onderzoek zichzelf niet onderzoekt is het gewoon het volgende geloof.

Katieisme, dat is een rijtje doctrines, een setje standaardvragen, een stapeltje zelfhulpboeken, een doosje wandspreuken, gestructureerde gesprekstherapie, een outcrowd van goedgelovigen die ervoor betaalt en een incrowd van vertrouwelingen* die eraan verdient.

* Aangeprezen als certified facilitators.

Wat ik van het katieisme moet vinden weet ik niet en wat jij ervan vindt moet je zelf weten. Ik onderzoek het alleen maar omdat ik iets nodig heb om de lege leer tegen af zetten, die nou eenmaal geen inhoud heeft om uiteen te zetten.

Byron Katie voor Workaholics had een kloek boek moeten worden, maar het mocht niet zo zijn. Te weinig Katieismen om mee te werken, teveel Katieismen die bij nader inzien sprekend op elkaar lijken.

Misschien is Het Werk slechts een trucje en Byron Katie een one-trick-pony. Misschien is de basis van mijn onderzoek van Het Onderzoek te smal en ben ik zelf de one-trick-pony. Misschien zijn we allebei one-trick-ponies.

Niks van aantrekken. Het gaat hier om jou, niet om ons. Zoals het spreekwoord zegt: beter één ezel voor de ploeg dan twee paarden op stal.

Silhouet van twee ezels aan weerszijden van een ploeg.
Beter één ezel voor de ploeg dan twee paarden op stal.

Lees ook: Het land rust en de ploeg komt vanzelf.

-4-

Vragen naar de onbekende weg

Je hebt luxepaarden, rijpaarden en werkpaarden.

Wie er gewoon op los denkt zonder zijn gedachten te onderzoeken is een luxepaard.

Wie alleen zijn negatieve gedachten onderzoekt is een rijpaard.

Wie al zijn gedachten onderzoekt en zelfs Werk maakt van Het Werk is een werkpaard.

Luxepaarden vragen niet.

Rijpaarden vragen naar de bekende weg.

Werkpaarden vragen naar de onbekende weg.

Wat voor paard ben jij?

Werkpaard op pumps.

Lees ook: De boer die zijn paard verloor.

Dialogen

-5-

Twee gezichten van niet-weten

Silhouet van een Januskop met links het profiel van Hans van Dam en rechts het profiel van Byron Katie.
De protagonisten van het Witboek Byron Katie: Hans (links) en Katie.

-6-

Gedachte-onderzoek voor goedgelovigen

1.

Katie: Of je gelooft wat je denkt of je onderzoekt het. Er is geen andere keus.

Hans: Geloof je dat of heb je het onderzocht?

2.

Katie: Of je gelooft wat je denkt of je onderzoekt het. Er is geen andere keus.

Hans: Geloof jij dan dat er een keus is?

3.

Katie: Of je gelooft wat je denkt of je onderzoekt het. Er is geen andere keus.

Hans: Geloof jij dan dat er een je is?

4.

Katie: Of je gelooft wat je denkt of je onderzoekt het. Er is geen andere keus.

Hans: Of het denken onderzoekt jou.

5.

Katie: Of je gelooft wat je denkt of je onderzoekt het. Er is geen andere keus.

Hans: Of je gelooft het niet en je onderzoekt het niet.

Katie: Wat doe je dan wel?

Hans: Dan zie je het aan of je negeert het of het gebeurt gewoon of het lijkt maar zo of wat dan ook.

-7-

Aangenomen Werk

Katie: Het ergste wat je kan overkomen is een niet onderzochte gedachte.

Hans: Is dat waar?

Katie: Daar ben ik altijd van uitgegaan.

Hans: Dan zou ik dat maar eens gauw gaan onderzoeken

Katie: En als het niet waar blijkt te zijn?

Hans: Dan zal dat ook wel niet zo erg zijn.

Katie: En als het toch waar blijkt te zijn?

Hans: Dan was het in dit geval niet waar.

-8-

Onderzoeken of je je gedachten kunt onderzoeken

Katie: Je kunt je gedachten niet uitzetten maar je kunt ze wel onderzoeken.

Hans: Kun je je gedachten wel aanzetten?

Katie: Ook niet.

Hans: O?

Katie: Ze wellen spontaan in je op.

Hans: Kun je ze dan misschien veranderen?

Katie: Ook niet.

Hans: O?

Katie: Ze veranderen vanzelf, of ze veranderen niet.

Hans: En uitzetten?

Katie: Ze blazen op hun eigen tijd de aftocht.

Hans: Wat kun je er dan wel mee?

Katie: Je hebt geen enkele zeggenschap over je gedachten.

Hans: Je kunt ze alleen maar onderzoeken?

Katie: Dat zeg ik.

Hans: Wat is onderzoeken anders dan het aanzetten, bekijken en uitzetten van gedachten?

Katie: …

Hans: Ik dacht al zoiets.

Katie: Wou jij zeggen dat we onze gedachten ook niet kunnen onderzoeken?

Hans: Jij bent hier degene die iets wil zeggen.

Katie: Maar ik heb mijn gedachten al zo vaak onderzocht.

Hans: Wie zegt dat jij dat deed?

Katie: Dat dacht ik.

Hans: Wie zegt dat er werkelijk is gebeurd wat jij denkt dat er is gebeurd?

Katie: Zo herinner ik het mij.

Hans: Wie zegt dat een herinnering meer is dan een loze gedachte nu?

Katie: Zo komt het mij voor.

Hans: Onderzoek dat dan eerst maar eens.

-9-

Onderzoeken waar de gekte zit

Katie: Als we onze gedachten onderzoeken, ontdekken we dat de gekte niet in de wereld zat maar in onszelf.

Hans: Misschien geldt dat ook wel voor deze gedachte.

Katie: Gekkie.

Hans: Als ik mijn gedachten onderzoek vind ik mezelf en als ik mezelf onderzoek vind ik de wereld en als ik de wereld onderzoek vind ik mijn gedachten.

Katie: Dus?

Hans: Dus.

Katie: Maar waar zit dan de gekte?

Hans: Precies.

-10-

Waarom je gedachten je niet loslaten

Katie: Ik laat mijn gedachten niet los, ik onderzoek ze, dan laten ze mij los.

Hans: Ik laat mijn gedachten niet los, ik onderzoek ze niet, ze laten mij niet los.

Katie: Waarom laten ze jou niet los?

Hans: Omdat ze mij niet vasthouden?

Katie: Waarom houden ze jou niet vast?

Hans: Omdat terugkeren makkelijker is?

-11-

Alles komt precies op tijdbom

Katie: Alles komt precies op tijd.

Hans: Is dat een positieve gedachte of een negatieve?

Katie: Een positieve natuurlijk.

Hans: Hoe voelt het als die gedachte waar zou zijn?

Katie: Fijn.

Hans: Waarom?

Katie: Omdat ik me dan nergens meer druk over hoef te maken.

Hans: Hoe voelt het als die gedachte onwaar zou zijn?

Katie: Naar.

Hans: Waarom?

Katie: Omdat ik me dan toch weer overal druk om moet maken.

Hans: Dus de ene keer krijg je er een fijn gevoel van, de andere keer een naar gevoel?

Katie: Gek eigenlijk.

Hans: Afhankelijk van de vraag of je er wel of niet in gelooft.

Katie: Daar komt het wel op neer.

Hans: Wie bepaalt of je er wel of niet in gelooft?

Katie: Ik in ieder geval niet.

Hans: Hoe weet je dat?

Katie: Anders zou ik er wel steeds in geloven.

Hans: Waarom?

Katie: Vanwege dat lekkere gevoel natuurlijk.

Hans: Is ‘alles komt precies op tijd’ nou een positieve gedachte of een negatieve?

Katie: Op zichzelf beschouwd?

Hans: Nou?

Katie: Ik zou het ook niet weten.

Hans: Moet je er dan mee aan Het Werk of niet?

Katie: Tja.

Hans: Goed Werk.

-12-

Hoe je je voelt als je je gedachten niet gelooft

Katie: Als je je gedachten niet langer gelooft verlies je nooit meer je kalmte.

Hans: Geloof je dat?

Katie: Nou moe.

Hans: Wat is er?

Katie: Ik verlies meteen mijn kalmte.

Hans: En, hoe voelt dat?

Katie: Niet bepaald rustig.

Hans: Nee.

Katie: Maar ook niet bepaald onrustig.

Hans: Hoe dan wel?

Katie: Niet bepaald… eh…

Hans: Niet bepaald bepaald?

Katie: Nee, bepaald niet.

Hans: En hoe voelt dát?

Katie: Niet bepaald fijn.

Hans: Nee.

Katie: Maar ook niet bepaald vervelend.

Hans: En dat wou jij kalmte noemen?

Katie: Wat zou jij zeggen?

Hans: Als je je gedachten niet langer gelooft?

Katie: Nou?

Hans: Tja.

-13-

Gedachten om te veranderen

1.

Katie: We moeten niet proberen de realiteit te veranderen maar onze gedachten over de realiteit.

Hans: Wat is het verschil?

2.

Katie: We moeten niet proberen de realiteit te veranderen maar onze gedachten over de realiteit.

Hans: Wat is het verband?

3.

Katie: We moeten niet proberen de realiteit te veranderen maar onze gedachten over de realiteit.

Hans: Dat is ook niet reëel.

4.

Katie: We moeten niet proberen de realiteit te veranderen maar onze gedachten over de realiteit.

Hans: Gedachten maken deel uit van de realiteit.

5.

Katie: We moeten niet proberen de realiteit te veranderen maar onze gedachten over de realiteit.

Hans: De realiteit maakt deel uit van je gedachten.

6.

Katie: We moeten niet proberen de realiteit te veranderen maar onze gedachten over de realiteit.

Hans: Dat is ook maar een gedachte.

7.

Katie: We moeten niet proberen de realiteit te veranderen maar onze gedachten over de realiteit.

Hans: Probeer eerst deze gedachte maar eens te veranderen.

8.

Katie: We moeten niet proberen de realiteit te veranderen maar onze gedachten over de realiteit.

Hans: We moeten niet proberen de realiteit te veranderen maar onze gedachten over wat we moeten.

9.

Katie: We moeten niet proberen de realiteit te veranderen maar onze gedachten over de realiteit.

Hans: We moeten niet proberen te veranderen.

10.

Katie: We moeten niet proberen de realiteit te veranderen maar onze gedachten over de realiteit.

Hans: We moeten niet proberen.

11.

Katie: We moeten niet proberen de realiteit te veranderen maar onze gedachten over de realiteit.

Hans: We moeten niet.

-14-

StopWerk

Katie: Vergeving is je realiseren dat wat jij dacht dat er gebeurde nooit gebeurd is.

Hans: Realisatie is jezelf vergeven dat je nooit weet wat er gebeurd is.

-15-

LapWerk

Katie: Volkomenheid is een ander woord voor realiteit. De enige manier waarop je iets als onvolkomen kunt zien is door een gedachte erover te geloven.

Hans: De enige manier waarop je iets als volkomen kunt zien is door een gedachte erover te geloven.

-16-

Hoe het is om volmaakt noch onvolmaakt te zijn

Katie: Als je je nergens mee vergelijkt ben je volmaakt.

Hans: Vergeleken met wat?

Katie: Gewoon volmaakt.

Hans: Als je je nergens mee vergelijkt ben je volmaakt noch onvolmaakt.

Katie: En als je je wel ergens mee vergelijkt?

Hans: Dan ben je volmaakt of onvolmaakt.

Katie: Hoe is het om volmaakt noch onvolmaakt te zijn?

Hans: Volmaakt noch onvolmaakt.

Katie: Dan ben ik toch maar liever volmaakt.

Hans: Vergeleken met wat?

-17-

StofWerk

Katie: Laat je nooit wijsmaken dat er ook maar één stofje verkeerd ligt.

Hans: Laat je nooit wijsmaken dat er ook maar één stofje goed ligt.

Katie: Stofjes liggen nooit goed of verkeerd, wou je zeggen.

Hans: Laat je nooit wijsmaken dat je je nooit moet laten wijsmaken dat er ook maar één stofje goed of verkeerd ligt.

Katie: Waarom niet?

Hans: Dan zit je daar weer in vast.

Katie: Laat je nooit vastzetten, bedoel.

Hans: Laat je nooit wijsmaken dat je je nooit moet laten vastzetten.

Katie: Anders zit je daar weer in vast natuurlijk.

Hans: En wat dan nog?

Katie: Kortom, laat je nooit iets wijsmaken.

Hans: Laat je nooit wijsmaken dat je je nooit iets moet laten wijsmaken.

-18-

Een kat leren miauwen

Katie: De strijd aangaan met de realiteit is als een kat leren blaffen: hopeloos.

Hans: Wou jij de strijd aangaan met de strijd met de realiteit?

Katie: Wat?

Hans: Woef.

Katie: Bedoel je dat we niet moeten strijden tegen onze strijd tegen de realiteit?

Hans: Wou jij de strijd aangaan met de strijd met de strijd met de realiteit?

Katie: Wat?

Hans: Miauw.

Silhouet van een poes huilend naar de volle maan.

Lees ook Poort 1 van Niet te geloven! De Poortloze Poort.

-19-

Een eenzijdig gesprek

Katie: Redetwisten met de realiteit is redetwisten met God.

Hans: Hoezo?

Katie: Dat win je nooit.

Hans: Redetwisten met God is redetwisten met de realiteit.

Katie: Hoezo?

Hans: Die zegt ook niks terug.

-20-

Een oud verhaal

Katie: Het laatste verhaal: God is alles, God is goed.

Hans: Het verhaal dat we erover vertellen is altijd vriendelijker dan de werkelijkheid.

-21-

De realiteit is ook maar een boom

1.

Katie: Als ik boom zeg wend ik me af van de realiteit.

Hans: Boom zeggen is ook de realiteit.

2.

Katie: Als ik boom zeg wend ik me af van de realiteit.

Hans: Afwenden is ook de realiteit.

3.

Katie: Als ik boom zeg wend ik me af van de realiteit.

Hans: En als je realiteit zegt?

-22-

Wat wij zijn zonder verhaal

1.

Katie: Dankbaarheid is wat wij zijn zonder verhaal.

Hans: Wat zou je zijn zonder dat verhaal?

2.

Katie: Dankbaarheid is wat wij zijn zonder verhaal.

Hans: Dankbaarheid is ook maar een verhaal.

3.

Katie: Dankbaarheid is wat wij zijn zonder verhaal.

Hans: Zonder verhaal geen dankbaarheid.

-23-

Wie zijn zelfrealisatie test zal lakmoes proeven

1.

Katie: De lakmoesproef voor zelfrealisatie is een constante staat van dankbaarheid.

Hans: De lakmoesproef voor zelfrealisatie is niet vastzitten in een constante staat van dankbaarheid.

2.

Katie: De lakmoesproef voor zelfrealisatie is een constante staat van dankbaarheid.

Hans: De lakmoesproef voor zelfrealisatie is niet geloven in een lakmoesproef voor zelfrealisatie.

3.

Katie: De lakmoesproef voor zelfrealisatie is een constante staat van dankbaarheid.

Hans: De lakmoesproef voor zelfrealisatie is niet meer bezig zijn met zelfrealisatie.

-24-

Wassen en wissen

Katie: Verlichting kun je vinden door gewoon de vaat te wassen.

Hans: Verlichting kun je afwassen door gewoon de vaat te doen.

Verder lezen: Witboek verlichting.

-25-

Opvattingen om aan te lijden

1.

Katie: Wij lijden aan onze opvattingen over het leven, nooit aan het leven zelf.

Hans: Een opvatting die al heel wat leed heeft veroorzaakt.

2.

Katie: Wij lijden aan onze opvattingen over het leven, nooit aan het leven zelf.

Hans: Opvattingen maken deel uit van het leven.

3.

Katie: Wij lijden aan onze opvattingen over het leven, nooit aan het leven zelf.

Hans: Is dat waar?

Katie: Wat zou jij zeggen?

Hans: Wij lijden aan onze opvattingen over het leven en we genieten van onze opvattingen over het leven en we lijden aan het leven en we genieten van het leven.

Katie: Dus?

Hans: Dus.

Lees ook Lijden volgens Byron Katie in het Witboek levenskunst.

-26-

Geredeneer over gerechtvaardigde redenen

Katie: Je keert je volledig af van de realiteit als je denkt dat er een gerechtvaardigde reden is om te lijden.

Hans: Je keert je volledig af van de realiteit als je denkt dat er een reden nodig is om te lijden.

Katie: Daar zeg je zo wat.

Hans: Jij bent begonnen.

Katie: Laat ik het dan zo zeggen, je keert je volledig af van de realiteit als je…

Hans: Denkt dat je je volledig van de realiteit af kunt keren.

Katie: Jij denkt niet…

Hans: Of zelfs maar gedeeltelijk.

Katie: Dat je je van de realiteit afkeert als je denkt dat…

Hans: Denken maakt deel uit van de realiteit.

-27-

Het verhaal van de vriendelijkheid van de realiteit

1.

Katie: De realiteit is altijd vriendelijker dan het verhaal dat we erover vertellen.

Hans: Het verhaal dat we erover vertellen is vaak vriendelijker dan de realiteit.

2.

Katie: De realiteit is altijd vriendelijker dan het verhaal dat we erover vertellen.

Hans: Is dat de realiteit of een vriendelijk verhaal erover?

3.

Katie: De realiteit is altijd vriendelijker dan het verhaal dat we erover vertellen.

Hans: Wie kent het verschil tussen realiteit en verhaal?

4.

Katie: De realiteit is altijd vriendelijker dan het verhaal dat we erover vertellen.

Hans: De realiteit is ook een verhaal.

5.

Katie: De realiteit is altijd vriendelijker dan het verhaal dat we erover vertellen.

Hans: Verhalen zijn ook realiteit.

-28-

Een vriendelijk verhaal over de realiteit

Katie: Ik weet zeker dat iedereen van mij houdt maar niet iedereen realiseert het zich.

Hans: Noem dat maar niet-weten.

Katie: Jij houdt ook van mij.

Hans: Dan heb ik het me nog niet gerealiseerd.

Katie: Ik hou ook van jou.

Hans: Dat had ik me nog niet gerealiseerd.

Katie: Ik weet zeker dat iedereen van iedereen houdt maar niet iedereen realiseert het zich.

Hans: Noem dat maar niet-weten.

Katie: Hoe zou jij het noemen?

Hans: Een vriendelijk verhaal over de realiteit.

-29-

Een heldere geest projecteren

Katie: Hoe helderder de geest wordt, hoe meer hij een vriendelijk universum projecteert, tot je op een dag beseft dat je in lange tijd geen problemen hebt gehad.

Hans: Hoe helderder de geest wordt, hoe minder hij een vriendelijk universum projecteert.

Katie: Wat voor universum projecteert een heldere geest volgens jou dan wel?

Hans: Hoe helderder de geest hoe minder hij een universum projecteert.

Katie: Wat projecteert een heldere geest volgens jou dan wel?

Hans: Hoe helderder de geest hoe minder hij een heldere geest projecteert.

Katie: Wat voor geest projecteert hij volgens jou dan wel?

Hans: Hoe helderder de geest hoe minder hij een geest projecteert.

Katie: Wat projecteert, eh… volgens jou dan wel?

Hans: Hoe helderder hoe minder projectie.

Katie: Tot je op een dag beseft dat je in lange tijd geen problemen hebt gehad?

Hans: Of oplossingen.

Katie: Hoe helderder hoe minder projectie, tot je op een dag beseft dat je in lange tijd geen problemen of oplossingen hebt gehad?

Hans: Hoe bedenk je het.

-30-

Hoe ik van je hou

Katie: Ik kan niet van je houden zoals je was of zal zijn. Ik kan alleen van je houden zoals je bent.

Hans: Ik kan niet van je houden zoals je was of zal zijn en ook niet zoals je bent.

Katie: Waarom niet?

Hans: Omdat ik niet weet hoe je was of zal zijn of bent.

Katie: Hou dan maar van me zoals jij bent.

Hans: Dat weet ik ook al niet. En ook niet hoe ik was of zal zijn.

Katie: Hoe hou je dan van me?

Hans: Zoals ik van iedereen hou.

Katie: Hoe hou je dan van iedereen?

Hans: Zoals ik niet weet.

-31-

Wie je zou zijn zonder gedachten over geluk

1.

Katie: Wie zou je zijn zonder de gedachte dat geluk van een ander afhangt?

Hans: Wie zou je zijn zonder de gedachte dat geluk van jezelf afhangt?

2.

Katie: Wie zou je zijn zonder de gedachte dat geluk van een ander afhangt?

Hans: Wie zou je zijn zonder de gedachte dat geluk van gedachten afhangt?

3.

Katie: Wie zou je zijn zonder de gedachte dat geluk van een ander afhangt?

Hans: Wie zou je zijn zonder de gedachte dat geluk ergens van afhangt?

4.

Katie: Wie zou je zijn zonder de gedachte dat geluk van een ander afhangt?

Hans: Wie zou je zijn zonder gedachten over geluk?

5.

Katie: Wie zou je zijn zonder de gedachte dat geluk van een ander afhangt?

Hans: Wie zou je zijn zonder de gedachte dat je iemand anders zou kunnen zijn?

6.

Katie: Wie zou je zijn zonder de gedachte dat geluk van een ander afhangt?

Hans: Wie zou je zijn zonder de gedachte dat je zou zijn?

-32-

Vier vragen over de vierde vraag

Wie zou je zijn zonder de gedachte dat je iemand bent?

Wie zou je zijn zonder de gedachte dat je niemand bent?

Wie zou je zijn zonder de gedachte dat je alles bent?

Wie zou je zijn zonder de gedachte dat je niets bent?

-33-

Vermijden wat er is ook wat er is

1.

Katie: Zoeken naar geluk is vermijden wat er is.

Hans: Niet zolang er zoeken naar geluk is.

2.

Katie: Zoeken naar geluk is vermijden wat er is.

Hans: Niet zolang er vermijden is.

3.

Katie: Zoeken naar geluk is vermijden wat er is.

Hans: Wat heb je aan die wijsheid?

Katie: Als je dat eenmaal inziet kan je ermee ophouden.

Hans: Ophouden is het vermijden van het zoeken naar geluk.

4.

Katie: Zoeken naar geluk is vermijden wat er is.

Hans: Wat heb je aan die wijsheid?

Katie: Als je dat eenmaal inziet kun je ermee ophouden.

Hans: Maar hoe kom je tot dat inzicht?

Katie: Wat denk jij?

Hans: Misschien wel door te zoeken naar geluk.

-34-

Je overgeven aan je verzet

Katie: Geluk betekent volledige overgave.

Hans: Waaraan?

Katie: Aan alles wat er is.

Hans: En als er verzet is?

Katie: O.

Hans: Nou?

Katie: Dan niet natuurlijk.

Hans: Wat niet?

Katie: Daar moet je je juist niet aan overgeven.

Hans: Geluk betekent verzet tegen je verzet?

Katie: Nou…

Hans: Alsof dat geen verzet is.

Katie: Maar dit kan toch helemaal niet!

Hans: Waarom niet?

Katie: Geluk betekent immers volledige overgave.

Hans: Ook aan je verzet?

Katie: Dat… kan niet anders.

Hans: Waarom niet?

Katie: Anders is je overgave niet volledig.

Hans: Wat maakt het dan nog uit?

Katie: Wat?

Hans: Verzet is verzet, of je je er nou aan overgeeft of je ertegen verzet.

Katie: Ik geef me over.

Hans: Gelukkig.

-35-

Vrij

Katie: Vrijheid is nooit een moment van angst, woede of verdriet meemaken.

Hans: Vrijheid is ook momenten van angst, woede en verdriet toelaten.

-36-

Vrijer

Katie: Vrijheid is nergens aan gebonden zijn.

Hans: Vrijheid is ook gebonden kunnen zijn.

-37-

Vrijst

Katie: Vrijheid is leven in vriendelijkheid, áls vriendelijkheid.

Hans: Voor jou misschien.

Katie: Wat is vrijheid voor jou?

Hans: Niet weten wat vrijheid is?

Katie: Wat is daar vrij aan?

Hans: Wie de vrijheid niet kent weet zich nooit gebonden.

Katie: Waaraan niet, bijvoorbeeld?

Hans: Aan vriendelijkheid niet, bijvoorbeeld.

Katie: Waaraan nog meer niet, bijvoorbeeld?

Hans: Aan vrijheid niet, bijvoorbeeld.

Katie: Jij bent toch zeker gebonden aan niet-weten?

Hans: Aan niet-weten kan je je niet binden.

Katie: Waarom niet?

Hans: Omdat het geen inhoud heeft.

-38-

Niets dat je gelooft is vrijheid

Katie: Niets dat je gelooft is waar. Dit weten is vrijheid.

Hans: Is dat waar?

Katie: Wat?

Hans: Of je dat gelooft.

Katie: Nou en of.

Hans: Zou je er ook niet in kunnen geloven?

Katie: Goeie vraag.

Hans: Nou?

Katie: Ik geloof het niet.

Hans: Ook al is niets dat je gelooft waar?

Katie: Raar.

Hans: En dat wou jij vrijheid noemen?

Katie: Wat zou jij vrijheid noemen?

Hans: Dit niet weten?

Lees ook: Laat je door niemand wijsmaken dat niet-weten vrijheid is.

-39-

Bekijk het maar

Katie: Plak alleen je vriendelijkste gedachten op alles wat je vandaag meemaakt. Ontmoet jezelf.

Hans: Bekijk alles wat je vandaag meemaakt eens van alle kanten. Verlaat jezelf.

-40-

Uitgaan in niet-weten

Katie: Blijf thuiskomen in jezelf. Jij bent degene op wie je hebt gewacht.

Hans: Zolang je nog thuis wilt komen in jezelf zul je niet thuiskomen.

Katie: Waar ben jij dan in thuisgekomen?

Hans: Zolang je nog thuis wilt komen zul je niet thuiskomen.

Katie: Jij bent toch thuisgekomen in niet-weten?

Hans: Ik ben uitgegaan in niet-weten.

Katie: Jij bent niet degene op wie je hebt gewacht?

Hans: Jij bent niet degene op wie ik heb gewacht.

-41-

Trap er niet in

Katie: Nooit naar anderen luisteren!

Hans: Je kan me nog meer vertellen.

-42-

Waar het hart vol van is

Katie: Je hoeft alleen maar naar je hart te luisteren.

Hans: En als het tegenstrijdige dingen roept?

Katie: Dan niet natuurlijk.

Hans: En als het steeds iets anders roept?

Katie: Dan ook niet natuurlijk.

Hans: En als het zwijgt?

Katie: …

Hans: Wanneer dan wel?

-43-

Autoriteiten zonder gezag

1.

Katie: De enige autoriteit ben je zelf.

Hans: Dat moet ik van je aannemen.

2.

Katie: De enige autoriteit ben je zelf.

Hans: En ik dan?

3.

Katie: De enige autoriteit ben je zelf.

Hans: En jij dan?

4.

Katie: De enige autoriteit ben je zelf.

Hans: Vroeger misschien.

Katie: Waarom nu niet meer?

Hans: Ik trap er niet meer in.

Katie: Ik bedoelde het ware Zelf.

Hans: Ik trap er niet meer in.

5.

Katie: De enige autoriteit ben je zelf.

Hans: Wie zegt dat er een autoriteit is?

Katie: Wou jij beweren van niet?

Hans: Alsof ik wat wou beweren.

Katie: Wat als er geen autoriteit is?

Hans: Dan hoeven we ook niet te doen alsof.

Katie: Maar is er nou een autoriteit of niet?

Hans: Het is maar net aan wie je het vraagt.

-44-

Oost-Indische wijsheid

Katie: Ikzelf ben het antwoord.

Hans: Dan ben ik wel weer de vraag.

Katie: Nee, laat mij dan maar de vraag zijn.

Hans: Dan ben ik wel weer Oost-Indisch doof.

Katie: Nee, laat mij dan maar Oost-Indisch doof zijn.

Hans: Dan ben ik wel weer het antwoord.

Katie: Maar dan kan ik het niet meer horen.

Hans: Dan ben ik wel weer de vraag.

-45-

Doelen zijn netten

1.

Katie: Alle problemen hebben maar één doel, jouw zelfrealisatie.

Hans: Doelen zijn het probleem.

2.

Katie: Alle problemen hebben maar één doel, jouw zelfrealisatie.

Hans: Zelfrealisatie is het probleem.

-46-

Afgehecht

1.

Katie: Niet je gedachten zijn het probleem, maar je gehechtheid eraan.

Hans: Mooie gedachte.

Katie: Dank je.

Hans: Hecht je eraan?

2.

Katie: We hechten niet aan dingen, we hechten aan onze verhalen erover.

Hans: Leuk verhaal.

Katie: Dank je.

Hans: Hecht je eraan?

-47-

De Droom

Katie: Iemand die bij iedere vervelende gedachte meteen Het Werk doet ziet steeds de Realiteit onder ogen.

Hans: En de plezierige gedachten?

Katie: Daar heb je geen Werk aan.

Hans: Noem dat maar de Realiteit

-48-

Wat ik zonder ogen zie

Katie: Iemand die bij iedere vervelende gedachte meteen Het Werk doet ziet steeds de Realiteit onder ogen.

Hans: De wat?

Katie: De werkelijkheid zoals hij is en niet zoals je wilt dat hij is.

Hans: Dat mocht je willen.

Katie: Hoe ziet jouw werkelijkheid eruit?

Hans: Mijn wat ?

Katie: De werkelijkheid van een grenzeloos niet-weten.

Hans: Van een wat?

Katie: Doe niet zo flauw.

Hans: Ik zie wat ik zie maar wat het is dat weet ik niet.

Katie: Dat klinkt niet als de Realiteit.

Hans: Ik heb mijn handen vol aan de realiteit.

Katie: Maar wat zie jij dan onder ogen?

Hans: Dat.

-49-

Vonnis van de oprechter

Katie: Mits oprecht uitgevoerd bevrijdt Het Werk je van alle gedachten.

Hans: Dan ook van deze.

Katie: Wat?

Hans: Wat?

Katie: Wou jij beweren dat Het Werk niet werkt?

Hans: En ook van die.

Katie: Zo hou je niets over.

Hans: Mits oprecht uitgevoerd.

-50-

Open staan voor geslotenheid

Katie: Het denken dat niet weet staat volledig open voor alles wat het leven brengt.

Hans: Het denken dat niet weet heeft niets te melden over het denken dat niet weet.

Katie: Waarom niet?

Hans: Omdat het niet weet natuurlijk.

Katie: En het denken dat volledig open staat voor alles wat het leven brengt?

Hans: Dat staat ook volledig open voor geslotenheid.

Katie: Waarom?

Hans: Omdat het leven ook geslotenheid brengt natuurlijk.

Katie: Ik zeg, openheid is wat het leven vleugels geeft.

Hans: Dan zeg ik, geslotenheid is wat het leven draagt.

Katie: En anders?

Hans: Niets.

Silhouet van een ei met vleugels.
Geslotenheid is wat het leven draagt.

-51-

Als je je gedachten niet gelooft

1.

Katie: Als je je gedachten niet gelooft ben je alles.

Hans: Geloof je dat?

2.

Katie: Als je je gedachten niet gelooft ben je alles.

Hans: En als je niet gelooft dat je alles bent?

3.

Katie: Als je je gedachten niet gelooft ben je alles.

Hans: Alles is ook maar een gedachte.

4.

Katie: Als je je gedachten niet gelooft ben je alles.

Hans: Als je je gedachten niet gelooft ben je niets.

5.

Katie: Als je je gedachten niet gelooft ben je alles.

Hans: Als je je gedachten niet gelooft dan niets.

-52-

De oorlog die een eind moet maken aan de oorlog

1.

Katie: Zolang we onze gedachten geloven zal er oorlog zijn.

Hans: Zolang we dat geloven zullen we oorlog voeren met onze gedachten.

2.

Katie: Er zal pas vrede zijn, in onszelf, in onze families en in de wereld, als we onze gedachten niet meer geloven.

Hans: Zolang we geloven dat er pas vrede zal zijn als er iets verandert zullen we daartoe oorlog voeren.

-53-

Denken dat gedachten de hel zijn

Katie: De hel, dat zijn je gedachten.

Hans: De hel is ook maar een gedachte.

Katie: Wat?

Hans: Dat je gedachten de hel zijn is ook maar een gedachte.

Katie: Verdraaid.

Hans: Dat de hel ook maar een gedachte is ook.

Katie: Jeetje

Hans: Dat het maar een gedachte is dat je gedachten de hel zijn ook.

Katie: Geloof jij dan geen enkele gedachte?

Hans: Dat kan ik wel denken, maar geloof ik het ook?

Katie: Weet je wat ik zo langzamerhand begin te denken?

Hans: Het volgende Katieisme, vrees ik.

Katie: De hel, dat is je gedachten niet geloven.

Hans: Dat is ook maar een gedachte.

-54-

Ben jij bereid ergens niet toe bereid te zijn?

Katie: Ik wil altijd wat er is.

Hans: Hoe merk je dat?

Katie: Ik ben overal toe bereid. Ik zie overal naar uit.

Hans: Ik niet hoor.

Katie: Vooral naar het allerergste.

Hans: Toe maar. Waarom?

Katie: Omdat iedere tegenslag een uitnodiging is om aan Het Werk te gaan, en Het Werk uiteindelijk tot Zelfrealisatie leidt.

Hans: Waarom zie je vooral uit naar het allerergste?

Katie: Hoe groter de tegenslag, hoe effectiever Het Werk.

Hans: Geef eens een voorbeeld van wat voor jou het allerergste zou zijn.

Katie: Even denken…

Hans: ‘Ik ben bereid…’

Katie: Ik ben bereid failliet te gaan. Ik ben bereid uitgelachen te worden. Ik ben bereid vervolgd te worden. Ik ben bereid…

Hans: Ergens niet toe bereid te zijn?

Katie: Wát?

Hans: ‘Ik zie ernaar uit…’

Katie: Ik zie ernaar uit borstkanker te krijgen. Ik zie ernaar uit mijn kleinkind te verliezen. Ik zie ernaar uit mijn stem te verliezen. Ik zie ernaar uit…

Hans: Ergens niet naar uit te zien?

Katie: Zit je mij in de maling te nemen?

Hans: Zit je mij in de maling te nemen?

-55-

Een tegenslag die niet meevalt

Katie: Ik hou van tegenslag.

Hans: Waarom?

Katie: Iedere tegenslag is een uitnodiging om Het Werk te doen.

Hans: Is dat waar?

Katie: Nou en of.

Hans: Kun je dat absoluut zeker weten?

Katie: Niet absoluut zeker.

Hans: Hoe voelt het als die gedachte waar zou zijn?

Katie: Heerlijk.

Hans: Waarom?

Katie: Omdat tegenslag dan ergens goed voor is.

Hans: Kun je een neutrale of stressvolle reden vinden om aan die gedachte vast te houden?

Katie: Niet één.

Hans: Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Katie: Ik zou het veel moeilijker vinden om met tegenslag om te gaan.

Hans: Dat zou nog eens een tegenslag zijn.

Katie: Een grotere is nauwelijks denkbaar.

Hans: Des te beter.

Katie: Waarom?

Hans: Iedere tegenslag is een uitnodiging om Het Werk te doen.

Silhouet van een rennend figuurtje onder een vallend blok.
Iedere tegenslag is een uitnodiging om Het Werk te doen.

-56-

Lijden is ook realiteit

Katie: Ik ben een liefhebber van de realiteit. Ik wil wat er is.

Hans: Waarom doe je dan Het Werk?

Katie: Om een einde te maken aan mijn lijden natuurlijk.

Hans: Lijden is toch ook wat er is?

Katie: Jawel.

Hans: Ben je daar dan geen liefhebber van?

-57-

Pijn is goed want dan neem je een aspirientje

Katie: Lijden is goed want het zet me aan Het Werk.

Hans: En Het Werk?

Katie: Het Werk is goed want het maakt een einde aan mijn lijden.

Hans: Dus lijden is goed want het maakt een einde aan je lijden?

Katie: Wat is daar mis mee?

Hans: Pijn is goed want dan neem je een aspirientje?

Katie: …

Hans: Brand is goed want dan komt de brandweer?

Katie: …

Hans: Oorlog is goed want dan kunnen we vluchten?

Katie: …

Hans: Zwijgen is goed want dan zeg je niks verkeerd?

Katie: …

Hans: Byron Katie is goed want ze houdt ons aan Het Werk.

Silhouet van een meditator op een spijkerbed.
Lijden is goed want het maakt een einde aan je lijden.

-58-

Is lijden een keuze?

Katie: Ik ontdekte dat ik leed als ik mijn gedachten geloofde en dat ik niet leed als ik ze niet geloofde, en dat dit geldt voor ieder mens. Zo eenvoudig is vrijheid. Lijden is een keuze.

Hans: Pijn doet zeer, of je je gedachten gelooft of niet.

Katie: Ik heb het over gedachten.

Hans: Fijne gedachten geloven doet toch geen zeer?

Katie: Ik heb het over pijnlijke gedachten.

Hans: Denkleed.

Katie: Juist.

Hans: Je lijd niet aan pijnlijke gedachten als je ze niet gelooft, zeg je.

Katie: Precies.

Hans: Kun je er volgens jou voor kiezen of ze te geloven?

Katie: Nee, dat niet, maar je kunt ervoor kiezen om ze te onderzoeken.

Hans: En als je niet op het idee komt om ze te onderzoeken?

Katie: Dan niet natuurlijk.

Hans: En als het onderzoek je gedachten bevestigt?

Katie: Dan heb je ze niet goed onderzocht.

Hans: Staat de uitkomst dan van te voren al vast?

Katie: Dat niet natuurlijk.

Hans: Stel dat je wel op het idee komt om ze te onderzoeken, maar iets in jou of in je omstandigheden houdt het onderzoeken tegen, wat dan?

Katie: Dan moet je onderzoeken wat het tegenhoudt.

Hans: Als iets het onderzoeken tegenhoudt moet je dat onderzoeken?

Katie: Ik zie het probleem.

Hans: Dus er is best iets te doen aan denkleed als je tenminste op het idee komt je gedachten te onderzoeken, als er tenminste niets is in jou of in je omstandigheden dat het onderzoek in de weg staat, als het onderzoek je gedachten tenminste niet bevestigt?

Katie: Dat bedoel ik.

Hans: Waarom noem je lijden dan een keuze?

Meer lezen over het einde van het lijden: Gouden bergen, gebakken licht.

-59-

Hoe ik niet weet wat ik niet nodig heb

1.

Katie: Hoe weet ik dat ik wat ik wil, niet nodig heb?

Hans: Nou?

Katie: Ik heb het niet!

Hans: Hoe weet ik of ik wat ik wil, niet nodig heb?

Katie: Nou?

Hans: Ik weet het niet!

2.

Katie: Hoe weet ik dat ik wat ik niet wil, nodig heb?

Hans: Nou?

Katie: Ik heb het!

Hans: Hoe weet ik of ik wat ik niet wil, nodig heb?

Katie: Nou?

Hans: Ik weet het niet!

-60-

Hoe je weet of je Het Werk nodig hebt

Katie: Hoe weet ik dat ik wat ik wil niet nodig heb?

Hans: Nou?

Katie: Ik heb het niet!

Hans: Hoe weet ik dat ik Het Werk niet nodig heb?

Katie: Nou?

Hans: Ik doe het niet!

Katie: Jij doet het ook maar dan op jouw manier.

Hans: Die heb ik niet!

Katie: Maar jij onderzoekt toch constant je gedachten?

Hans: Dat ben ik niet!

Katie: Wie doet het dan wel?

Hans: Dat weet ik niet!

-61-

Waarom je nog iets anders zou willen dan wat er is

1.

Katie: Als je niets meer weet, waarom zou je dan nog iets anders willen dan wat er is?

Hans: Als je niets meer weet, waarom niet?

2.

Katie: Als je niets meer weet, waarom zou je dan nog iets anders willen dan wat er is?

Hans: Omdat iets anders willen dan wat er is er ook is?

3.

Katie: Als je niets meer weet, waarom zou je dan nog iets anders willen dan wat er is?

Hans: Vraag dat maar aan iemand die niets meer weet.

Katie: Maar zo iemand ben jij toch?

Hans: Als ik zo iemand was kon ik dat niet weten.

Katie: En als je het toch wist?

Hans: Dan was ik niet zo iemand.

-62-

Grondslagen in de lucht

Katie: Als je niets meer weet, waarom zou je dan nog iets anders willen dan wat er is?

Hans: Wie zegt dat weten de grondslag van willen is?

Katie: In plaats van?

Hans: Onwetendheid, het onbewuste, genen, zenuwen, hormonen, reflexen, instincten, behoeften, drugs, drank, emoties, je moeder, de context, de omstandigheden, idealen, het geheel, de duivel, God…

Katie: Allemaal grondslagen van de wil?

Hans: Geen idee.

Katie: Wat ligt er volgens jou ten grondslag aan de wil?

Hans: Waarom zou er iets ten grondslag liggen aan de wil?

Katie: Jij vroeg toch wat de grondslag van de wil is?

Hans: Welke wil?

Katie: Bedoel je dat er geen wil is?

Hans: Jij vroeg toch waarom je iets anders zou willen dan wat er is?

-63-

Willen willen wat er is

Katie: Als ik helemaal helder ben wil ik wat er is.

Hans: Helder of niet, willen is wat er is.

Katie: Maar de vraag is, welk willen?

Hans: Willen wat er is, willen wat er niet is, niet willen wat er is en niet willen wat er niet is.

Katie: Ik wil alleen maar willen wat er is.

Hans: Een typisch voorbeeld van willen wat er niet is.

Katie: Ik wil niet willen wat er niet is.

Hans: Een typisch voorbeeld van niet willen wat er wel is.

Katie: Ik droom ervan dat ik nooit meer Het Werk hoef te doen doordat ik alleen nog maar wil wat er is.

Hans: Dan zul je nog steeds willen wat er niet is en niet willen wat er wel is.

Katie: Waarom in hemelsnaam?

Hans: Dat is nou eenmaal wat er is.

-64-

Anders dan het is

Katie: Hoe zou het zijn als je niet langer wilde dat dingen anders waren dan ze waren?

Hans: Anders dan het is.

Katie: Wat bedoel je daarmee?

Hans: Willen dat je niet langer wilde dat dingen anders waren dan ze waren is willen dat dingen anders zijn dan ze zijn.

Katie: Als je niet langer wil dat dingen anders zijn dan ze zijn moet je het Werk gaan doen.

Hans: Dan doe je Het Werk omdat je wil dat dingen anders zijn dan ze zijn.

Katie: Dat is ook weer zo.

Hans: Doe jij niet je best om mensen aan Het Werk te krijgen omdat je wil dat dingen anders zijn dan ze zijn?

Katie: Ik wil gewoon dat mensen gelukkig zijn.

Hans: Hoe zou het zijn als je niet langer wilde dat je niet langer wilde dat dingen anders waren dan ze waren?

-65-

Ja zeggen tegen de realiteit

Katie: Ik zeg altijd ja tegen de realiteit.

Hans: Hoe bedoel je?

Katie: Ik wil alleen maar wat er is.

Hans: Willen wat er niet is en niet willen wat er wel is, hoe is het daarmee gesteld?

Katie: Daar zeg ik altijd nee tegen.

Hans: Waarom?

Katie: Dat is niet de realiteit.

Hans: Waarom zeg je dan wat terug?

-66-

Ja en nee zeggen tegen de realiteit

Katie: Ik zeg altijd ja tegen de realiteit.

Hans: Heb je weleens hoofdpijn?

Katie: Ja.

Hans: Neem je dan weleens een pijnstiller?

Katie: Ja.

Hans: Nou dan.

Katie: Ik zei toch twee keer ja?

Hans: Ja zeggen tegen hoofdpijn is nee zeggen tegen een pijnstiller.

Katie: Nou je het zegt.

Hans: En ja zeggen tegen een pijnstiller is nee zeggen tegen hoofdpijn.

Katie: Want ja zeggen tegen dit is nee zeggen tegen dat.

Hans: Ja.

Katie: En daar is niets aan te doen.

Hans: Nee.

Silhouet van een figuurtje dat gekweld naar het hoofd grijpt dat de vorm heeft van een aspirine met de merknaam Byron.
Ja zeggen tegen hoofdpijn is nee zeggen tegen een pijnstiller.

-67-

Tja zeggen tegen de realiteit

Katie: Ik zeg altijd ja tegen de realiteit.

Hans: Waar zeg je dan nee tegen?

Katie: Mijn gedachten over de realiteit.

Hans: Geef eens een voorbeeld van zo’n gedachte.

Katie: Mensen mogen niet liegen.

Hans: Daar zeg je nee tegen?

Katie: Ja, want mensen liegen.

Hans: ‘Mensen liegen’ is de realiteit en ‘mensen mogen niet liegen’ is een gedachte?

Katie: Ja.

Hans: Wat is ‘de realiteit’ volgens jou?

Katie: De werkelijkheid natuurlijk. En volgens jou?

Hans: Een concept natuurlijk. En ‘mensen’?

Katie: Ook een concept?

Hans: En ‘liegen’?

Katie: Ook.

Hans: ‘Mensen liegen’ is de realiteit – is dat waar?

Katie: Het is een gedachte.

Hans: Net als ‘mensen mogen niet liegen’?

Katie: Ik ben bang van wel.

Hans: Waar zeg je dan ja tegen?

Katie: Tja.

-68-

Nee zeggen tegen de realiteit

Katie: Ik zeg altijd ja. Zelfs een uitgesproken nee is een innerlijk ja.

Hans: Er is geen groter nee dan een ja.

Katie: Wat?

Hans: Ja zeggen tegen iets is nee zeggen tegen al het andere.

Katie: Kan ik niet alleen maar ja zeggen?

Hans: Nee.

Katie: Maar ik wil helemaal geen nee zeggen.

Hans: Waarom niet?

Katie: Omdat ik ja wil zeggen tegen wat er is.

Hans: Nee is ook wat er is.

Katie: Nee zeggen tegen iets is toch ja zeggen tegen al het andere?

Hans: Nee zeggen tegen iets is alle andere mogelijkheden open houden.

Katie: Maar daarvoor heb ik wel eerst nee moeten zeggen.

Hans: Ja.

Katie: Dus er is geen enkele manier om alleen maar ja te zeggen?

Hans: Nee.

Katie: En er is ook geen enkele manier om alleen maar nee te zeggen?

Hans: Nee.

Katie: Is er dan tenminste een manier om alle mogelijkheden open te houden?

Hans: Nee.

Katie: Als ik ja én nee zeg, hou ik toch alle mogelijkheden open?

Hans: Nee.

Katie: Waarom niet?

Hans: Omdat je dan niet alleen ja of alleen nee kunt zeggen.

Katie: En als ik geen ja en geen nee meer zeg?

Hans: Wat dan?

Katie: Hou ik dan alle mogelijkheden open?

Hans: Nee.

Katie: Waarom niet?

Hans: Omdat je dan niet alleen ja of alleen nee of alleen ja en nee kunt zeggen.

Katie: Dus wat ik ook zeg, ik sluit altijd iets uit?

Hans: Ja.

Katie: En als ik zwijg?

Hans: Dan sluit je het spreken uit.

Katie: Wat moet ik dan?

Hans: Wat je altijd hebt gedaan.

Katie: Wat heb ik altijd gedaan?

Hans: Wat iedereen altijd doet.

Katie: Wat doet iedereen altijd?

Hans: Ja zeggen, nee zeggen, ja en nee zeggen, ja noch nee zeggen, je mond houden, net zo het komt.

Katie: Tja.

Hans: Dat komt op hetzelfde neer.

-69-

Ja maar nee zeggen tegen de realiteit

Katie: Als ik beweer dat mensen niet moeten liegen wend ik mij af van de realiteit.

Hans: Van welke realiteit?

Katie: Van de realiteit dat mensen nu eenmaal liegen.

Hans: Als je op straat je rug recht als je bedreigd wordt, is dat liegen?

Katie: Ja, want je doet je groter voor dan je bent. Ik bedoel nee, want je probeert er alleen maar zonder kleerscheuren af te komen.

Hans: Als je make-up gebruikt, is dat liegen?

Katie: Ja, want je doet je mooier voor dan je bent. En nee, want je verwijt een schilder ook niet het gebruik van verf.

Hans: Als iemand je in het voorbijgaan vraagt hoe het met je gaat en je zegt goed terwijl het slecht gaat, is dat liegen?

Katie: Ja, want je draait eromheen. Nee, want het is geen echte vraag.

Hans: Als je Sinterklaas viert met je kinderen, is dat liegen?

Katie: Ja, want Sinterklaas bestaat niet. Nee, want het is gewoon een traditie.

Hans: Als je iemand eeuwig trouw beloofd en een paar jaar later een echtscheiding aanvraagt, is dat liegen?

Katie: Ja, want je breekt een belofte. Nee, als je het destijds meende.

Hans: Als je voor de kerk trouwt omdat je partner godsdienstig is terwijl jij dat niet bent, is dat liegen?

Katie: Ja, want je doet alsof. Nee, zo betuig je je liefde.

Hans: Als je bidt en je hebt je aandacht er niet bij, is dat liegen?

Katie: Ja, want je bidt alleen maar voor de vorm. Nee, dat kan de beste overkomen.

Hans: Als je je keppeltje afdoet wanneer je een moslimwijk binnengaat of je hoofddoekje bij het betreden van een synagoge, is dat liegen?

Katie: Ja, want je verloochent je geloof. Nee, zo voorkom je problemen.

Hans: Als je aardig doet bij de groenteboer terwijl je hem niet mag, is dat liegen?

Katie: Ja, want je belazert hem. Nee, anders belazert hij jou.

Hans: Op iedere foto lachen, is dat liegen?

Katie: Ja, want niemand lacht de hele dag. Nee, want op die momenten lach je wel.

Hans: Als je zegt dat alle problemen maar één doel hebben, jouw zelfrealisatie, is dat liegen?

Katie: Ja, want problemen hebben geen doel. Nee, want zo kun je het bekijken.

Hans: Als je zegt dat mensen niet moeten liegen terwijl je nauwelijks onderscheid weet te maken tussen waarheid en leugen, is dat liegen?

Katie: Ja, want het is een vereenvoudigde voorstelling van zaken. Nee, als je dat niet beseft.

Hans: Hoe zit het dan met de realiteit dat mensen nou eenmaal liegen?

Katie: Dat is niet de realiteit.

Hans: Dan kan je je er ook niet van afwenden.

Katie: Wat is dan de realiteit?

Hans: Dat is dan de realiteit.

-70-

Ben je stuurloos zonder waarheid?

Katie: Mensen liegen, dat is de realiteit.

Hans: Wat is liegen?

Katie: Niet de waarheid spreken.

Hans: De waarheid bestaat – is dat waar?

Katie: Nou…

Hans: Kun je dat absoluut weten?

Katie: Eh…

Hans: Hoe voelt het als ‘de waarheid bestaat’ waar zou zijn?

Katie: Prettig.

Hans: Waarom?

Katie: Dat geeft houvast.

Hans: Wat zou je zijn zonder die gedachte?

Katie: Stuurloos. Overgeleverd aan willekeur.

Hans: Zonder waarheid ben ik stuurloos – is dat waar?

Katie: Je maakt me helemaal dol.

Hans: Ik maak je helemaal dol – is dat waar?

Katie: Dus volgens jou bestaat de waarheid niet?

Hans: De waarheid bestaat niet – is dat waar?

-71-

De enige waarheid is niet de enige en niet waar

Katie: Dé waarheid bestaat niet.

Hans: O nee?

Katie: De enige waarheid is mijn waarheid.

Hans: Geldt dat ook voor mij?

Katie: Vanzelfsprekend.

Hans: Dan is het niet jouw waarheid.

Katie: Wat niet?

Hans: Dat de enige waarheid jouw waarheid is.

Katie: Waarom niet?

Hans: Omdat het ook de mijne is, zei je net.

Katie: Verdraaid.

Hans: Dus is het ook niet waar.

-72-

BreekWerk

Katie: Totdat je je verheugt op kritiek is je Werk nog niet gedaan.

Hans: Totdat je je niet meer op kritiek hoeft te verheugen is je Werk nog niet gedaan.

-73-

WeerWerk

Katie: Zolang je nog ergens verdrietig, bang of boos over bent, is Het Werk niet gedaan.

Hans: Zolang je nergens meer verdrietig, bang of boos over kan zijn, is Het Werk niet gedaan.

-74-

HeiWerk

1.

Katie: Zolang je nog ergens verdrietig, bang of boos over bent is Het Werk niet gedaan.

Hans: Zolang je dat nog gelooft is Het Werk niet gedaan.

2.

Katie: Zolang je nergens meer verdrietig, bang of boos over mag zijn is Het Werk niet gedaan.

Hans: Zolang je dat nog gelooft is Het Werk niet gedaan.

3.

Katie: Zolang je nog iets gelooft is Het Werk niet gedaan.

Hans: Zolang je dat nog gelooft is Het Werk niet gedaan.

-75-

Waarom helder denken tot niets leidt

Katie: Als mijn denken helder is dan is mijn leven dat ook.

Hans: Als je denken helder is dan niets.

Katie: En als je denken troebel is?

Hans: Dan van alles en nog wat.

Katie: Bijvoorbeeld?

Hans: Waarheden, zekerheden, helderheden, troebelheden, standpunten, overtuigingen, dilemma’s, impasses, geloof, geloften, geboden, hellen, hemelen, ongeloof, activisme, fatalisme, zendingsdrang, beelden, beeldenstormen, heilige huisjes, heilige oorlogen, geweldloos verzet, zelfrealisatie, Het Werk en noem maar op.

Katie: Dus helder denken leidt niet tot helder leven?

Hans: Helder denken leidt tot niets.

Katie: Kun jij…

Hans: Wie?

Katie: Aan mij uitleggen…

Hans: Aan wie?

Katie: Waarom helder denken…

Hans: Wat?

Katie: Niet tot helder leven leidt?

Hans: Tot wat?

Katie: …

Hans: …

Katie: Helder.

Silhouet van hersenen en een wegwerker erop met sterren erin.
Als je denken helder is dan niets.

-76-

De magie van misschien

Katie: We moeten niet proberen de werkelijkheid te veranderen maar onze gedachten over de werkelijkheid.

Hans: Denk jij dat je daar invloed op hebt?

Katie: Denk jij van niet?

Hans: Wat weet ik daarvan?

Katie: Waarom vraag je het dan?

Hans: Misschien wel om je gedachten over de werkelijkheid te veranderen.

Katie: Waarom zeg je misschien?

Hans: Misschien wel omdat ik geen idee heb waarom ik het zeg.

Katie: Waarom zeg je opnieuw misschien?

Hans: Misschien wel omdat ik geen idee heb of dat zo is.

Katie: …

Hans: Waarom vraag je nu niet door?

Katie: Misschien wel omdat ik het doorheb.

Hans: Misschien valt er wel niets door te hebben.

Katie: Misschien is dat wel wat ik doorheb.

Hans: Waarom zeg je misschien?

Katie: Misschien wel omdat ik geen idee heb waarom ik het zeg.

Hans: Waarom zeg je opnieuw misschien?

Katie: Misschien wel omdat ik geen idee heb of dat zo is.

Hans: …

Katie: Waarom vraag je nu niet door?

Hans: Misschien…

-77-

Vrienden, vijanden en andere gedachten

Katie: Volgens Jan van Delden zijn gedachten onze vijanden. Alleen door ze te negeren vinden we bevrijding.

Hans: Dat is ook maar een gedachte.

Katie: Wat zou jij ermee doen?

Hans: Ik zou hem lekker negeren.

Katie: Volgens mij zijn gedachten onze vrienden. Alleen door ze kritisch te onderzoeken vinden we bevrijding.

Hans: Dat is ook maar een gedachte.

Katie: Wat zou jij ermee doen?

Hans: Ik zou hem kritisch onderzoeken.

Katie: Hoe vinden we volgens jou bevrijding?

Hans: Door het begrip bevrijding te onderzoeken?

Katie: Wat zullen we dan vinden?

Hans: Zullen we dan wat vinden?

Katie: Wat als we niks vinden?

Hans: Dan zijn we daar ook weer van verlost.

-78-

Waarom Het Werk vaak niet werkt.

Katie: Angst heeft maar twee oorzaken, de gedachte om te verliezen wat je hebt en de gedachte niet te krijgen wat je wilt.

Hans: Is dat waar? Kun je dat wel weten? Wie zou je zijn zonder die gedachte? Keer het om.

Katie: Wat zou jij zeggen.

Hans: Dat er wel duizend verschillende soorten angstwekkende gedachten zijn die helemaal niet of alleen indirect over hebben en houden gaan. Dat gedachten net zo goed een symptoom zijn van angst als een oorzaak. Dat er wel duizend verschillende niet-mentale oorzaken van angst zijn.

Katie: Zoals?

Hans: Zenuwen, hormonen, instincten, conditionering, gebeurtenissen, handelingen, bedreigingen, ongelukken, rampen en noem maar op.

Katie: Maar daar heeft Het Werk allemaal geen invloed op!

Hans: Vandaar dat het vaak niet werkt.

-79-

Als Het Werk niet werkt

Katie: Het Werk zorgt ervoor dat je je kunt verzoenen met de realiteit.

Hans: Het is de realiteit is dat Het Werk niet altijd werkt.

Katie: Maar soms wel.

Hans: Maar lang niet altijd en lang niet bij iedereen.

Katie: Toegegeven.

Hans: Kan jij je daarmee verzoenen?

Katie: Niet altijd.

Hans: Daar heb je het al.

Katie: Een goede reden om weer aan Het Werk te gaan.

Hans: Heb jij iets tegen onverzoenlijkheid?

-80-

Je verzoenen met je onverzoenlijkheid

Katie: Het Werk zorgt ervoor dat je je kunt verzoenen met de realiteit.

Hans: Het is de realiteit dat ik mij er niet mee kan verzoenen.

Katie: Dan moet je juist Het Werk gaan doen.

Hans: Heb jij iets tegen de realiteit?

-81-

Ook gewichtige gedachten wegen niets

Katie: Het Werk leert je om je met de realiteit te verzoenen.

Hans: O ja?

Katie: Zo kan het je verlossen van de gedachte dat je te dik of te dun bent.

Hans: Is denken dat je te dik of te dun bent soms niet de realiteit?

Katie: Jawel, maar…

Hans: Wat valt er dan te verzoenen?

Katie: Je bent niet te dik of te dun, dat denk je alleen maar.

Hans: Misschien denk je dat ook alleen maar.

Katie: Ik bedoel dat het alleen maar een gedachte is.

Hans: Ik bedoel dat dat ook alleen maar een gedachte is.

Katie: Ik snap het niet.

Hans: Zo kan je het ook zeggen.

Katie: Maar hoe verzoen je je dan met de realiteit?

Hans: Zo verzoen je je dan met de realiteit.

Silhouet van een dunne man in een dikke man.
De realiteit.

-82-

Hoed je voor oneindigheid

Katie: Het denken is van nature oneindig. Het kan schoonheid vinden in alle dingen.

Hans: Het denken is van nature oneindig. Het kan lelijkheid vinden in alle dingen.

-83-

Het onverwachte laten gebeuren

Katie: We begrijpen het wonder van het leven pas echt als we het onverwachte laten gebeuren.

Hans: Dat gebeurt toch wel.

Katie: Toegegeven…

Hans: Het zou eerder een wonder zijn als het we het onverwachte konden tegenhouden.

Katie: Mij is het in elk geval nooit gelukt.

Hans: Wat valt er trouwens te begrijpen aan een wonder?

Katie: Begrijpen hoe wonderlijk het leven is, bedoel ik.

Hans: Begrijpen dat je er niets van begrijpt, bedoel je?

Katie: Oké, we begrijpen pas echt dat we niets van het leven begrijpen als we het onverwachte laten gebeuren.

Hans: Dat gebeurt toch wel.

-84-

Het echte leven is echt geen leven

1.

Katie: Als je ergens anders bent met je gedachten, mis je het echte leven.

Hans: Als je hier blijft met je gedachten, mis je het echte leven.

2.

Katie: Als je ergens anders bent met je gedachten, mis je het echte leven.

Hans: Als je ergens anders bent met je lichaam, mis je het echte leven.

3.

Katie: Als je ergens anders bent met je gedachten, mis je het echte leven.

Hans: Ergens anders zijn met je gedachten maakt deel uit van het echte leven.

-85-

Een ongeluk bij een geluk

Katie: Als je niet oordeelt kun je niet falen.

Hans: Als je niet oordeelt kun je ook niet slagen.

Caesar met 2 duimen, waarvan de ene naar boven wijst en de andere naar beneden.
Als je niet oordeelt kun je niet falen of slagen.

-86-

Het Halve Werk laat je in de waan

Katie: Het Werk heeft mij van al mijn negatieve gedachten verlost.

Hans: Nou de positieve nog.

-87-

Het hele bestaan met alles erop en eraan

Katie: Het Werk leidt tot volmaakte helderheid.

Hans: Het Halve Werk misschien.

Katie: En het Hele Werk?

Hans: Dat leidt tot volmaakte troebelheid.

Katie: Wat moet ik me daarbij voorstellen?

Hans: Meerduidigheid. Tegenstrijdigheid. Ambivalentie. Complexiteit.

Katie: Dat je het niet meer weet.

Hans: Maar dan ook helemaal niet meer.

Katie: Is dat iets goeds of iets slechts?

Hans: Nou heb je het weer over het Halve Werk.

Caesar met een hand vol duimen.
Dat je het niet meer weet, maar dan ook helemaal niet meer.

-88-

Als er geen verzet is

Katie: Als er geen verzet is, vloeken de kleuren niet meer, klinkt alle muziek mooi en is ieder woord poëzie.

Hans: Als er geen verzet is mogen de kleuren en klanken en woorden weer vloeken.

Overvolle notenbalk.
Als er geen verzet is mogen de klanken weer vloeken.

-89-

De utopie van de halve wereld

Katie: Eenheid, dat is onvoorwaardelijke liefde, gelukzaligheid, God, verlichting, wijsheid en innerlijke vrede.

Hans: Klinkt meer als halfheid.

Katie: Hè?

Hans: Wat jij onder eenheid verstaat is de utopie van de halve wereld.

Katie: Welke halve wereld?

Hans: De hemel. Nirwana. Het paradijs.

Katie: Wat is daar mis mee?

Hans: Dat is de vraag niet.

Katie: Wat is de vraag wel?

Hans: Waar laten we de andere helft?

Meer lezen over utopisme.

Silhouet van een halve wereldbol met op het hoogste punt een wankelend mannetje.
De utopie van de halve wereld.

-90-

Halve woorden voor goede verstaanders

Een half mens of halfmens is iemand die alleen nog maar positieve gedachten en gevoelens heeft en alleen nog maar positieve dingen doet. Halfmensen zien de mens en dus zichzelf als in wezen liefdevol, goed, eerlijk, open, onschuldig en van goede wil.

De halve wereld of halfwereld is de wereld gezien door de ogen van de halfmens.

De halve waarheid of het halve verhaal is de geruststellende, troostrijke, blijde boodschap van een halfmens over de halfmens in zijn halfwereld.

Een halfleraar of halfmeester is iemand die maar de halve waarheid, het halve verhaal vertelt.

Het halve werk is het onderzoeken van de houdbaarheid van je negatieve gedachten om je ervan te bevrijden en een happy halfmens te worden.

Een halve gare is iemand die meent een halfmens te zijn of te kunnen worden of voor zich te hebben.

Silhouet van een in tweeën gespleten figuur.
Een halfmens is iemand die alleen nog maar positieve gedachten en gevoelens heeft en alleen nog maar positieve dingen doet.

Tegenover de halve mens staat de hele mens die nergens voor of tegenover staat.

De hele mens is de mens met alles erop en eraan, in heel zijn ambiguïteit, tegenstrijdigheid en onbegrijpelijkheid.

De hele wereld is de wereld met alles erop en eraan, in heel zijn ambiguïteit, tegenstrijdigheid en onbegrijpelijkheid.

De hele waarheid of het hele verhaal is de boodschap van de hele mens over de hele mens in de hele wereld.

Het hele werk is het onderzoeken van de houdbaarheid van al je gedachten.

Helen is onder ogen zien dat je op dit moment geen half mens bent maar een heel, dat je dat altijd geweest bent en wel altijd zal blijven, wat je ook probeert.

Een heelmeester is iemand die heelt wat nooit stuk was door het hele verhaal over de hele wereld te vertellen.

Dit was het halve verhaal van de hele wereld.

Lees ook: De hele leer.

Silhouet van een kop met hoorntjes en halo.
De hele mens is de mens met alles erop en eraan, in heel zijn ambiguïteit, tegenstrijdigheid en onbegrijpelijkheid.

-91-

Het Halve Werk is dubbel werk

Katie: Wat is Het Werk volgens jou?

Hans: Iets wat je later weer ongedaan moet maken.

-92-

Een punt is geen vraagteken

Maar een vraagteken heeft wel een punt.

Katie: Als Het Onderzoek in je leeft eindigt iedere gedachte met een vraagteken, niet met een punt. Dat is het einde van het lijden.

Hans: Dat waren twee punten.

Katie: Wat?

Hans: Dat was een vraagteken.

Katie: Wou jij beweren dat niet iedere gedachte eindigt met een vraagteken als Het Onderzoek in je leeft?

Hans: En nog een.

Katie: Of dat er geen einde aan het lijden komt als iedere gedachte eindigt met een vraagteken?

Hans: Ik denk dat jij iets wou beweren.

Katie: En jij dan?

Hans: Ik vroeg het me alleen maar af.

Verder lezen: Leestekens aan de wand.

-93-

Het Werk is een fase in Het Spel

Katie: Wat is Het Werk volgens jou?

Hans: Een fase in Het Spel.

Katie: Welke fasen kent Het Spel?

Hans: Eerst spelen je gedachten met jou.

Katie: Hoe komt dat?

Hans: Doordat je ze onvoorwaardelijk gelooft.

Katie: En dan?

Hans: Speel jij met je gedachten.

Katie: Hoe komt dat?

Hans: Doordat je onvoorwaardelijk in Het Werk gelooft.

Katie: En dan?

Hans: Is er alleen nog Het Spel.

Katie: Houdt Het Spel ooit op?

Hans: Het ligt eraan in welke fase je zit.

Katie: In de fase waarin ik nu zit.

Hans: Nooit.

Katie: In de fase waarin jij nu zit.

Hans: Welk Spel?

Het Spel.

-94-

De essentie van Het Werk

Katie: Wat is volgens jou de essentie van Het Werk?

Hans: De gedachte dat je je gedachten onderzoekt.

Katie: Waarom noem je het een gedachte?

Hans: Zodat je hem zult onderzoeken?

Katie: Denk jij soms dat Het Werk een illusie is?

Hans: Dat zou gewoon de volgende gedachte zijn.

Katie: Denk jij dat alles een illusie is?

Hans: Dat zou gewoon de volgende gedachte zijn.

Katie: Wat denk je dan wel?

Hans: Dat zou gewoon de volgende gedachte zijn.

Katie: Maar wat is volgens jou nou de essentie van Het Werk?

Hans: Dat is volgens mij nou de essentie van Het Werk.

Droste-effect van gedachtenwolkjes in gedachtenwolkjes.
Gedachte op gedachte op gedachte.

-95-

De laatste voorstelling

Katie: Alles in je leven is een voorstelling van je verbeelding – zelfs jij.

Hans: Zelfs je verbeelding.

Katie: Ja, zelfs je verbeelding, hi hi.

Hans: Zelfs de voorstelling dat alles in je leven een voorstelling van je verbeelding is.

Katie: Hè?

Hans: Ha ha.

Katie: Alles in je leven is een voorstelling van je verbeelding, zelfs de voorstelling dat alles in je leven een voorstelling van je verbeelding is?

Hans: Tenzij dat ook verbeelding is.

Katie: Maar dan zou alles in je leven toch geen voorstelling van je verbeelding zijn!

Hans: Tenzij dat ook verbeelding is.

-96-

OverWerk

Hiermee is alles gezegd wat ik over Byron Katie wilde zeggen, als ik al iets gezegd heb. Samengevat in termen van Het Werk zelf:

1.

Wie meent dat hem aan het eind van Het Werk, heel of half, het paradijs wacht – niets dan vrede, vreugde, dankbaarheid, wijsheid, onbevreesdheid, overgave, verlichting, vriendelijkheid, universele liefde en onbegrensd mededogen – veronderstelt een individu, een wereld, een vrije wil, een doel en een weg. Bestaan die wel? Kun je dat weten? Wat gebeurt er als je dat gelooft? Wie zou je zijn zonder die gedachte? Keer het om.

2.

Wie daarentegen meent dat het individu, de wereld, de vrije wil, het doel en de weg illusoir zijn, kan alleen maar concluderen dat Het Werk ook een illusie is. Is het dat wel? Kun je dat weten? Wat gebeurt er als je dat gelooft? Wie zou je zijn zonder die gedachte? Keer het om.

3.

Wie niets meent over het individu, de wereld, de vrije wil, het doel, de weg en Het Werk die weet het alleen maar niet meer. Die heeft een lege leer. Bestaat de lege leer wel? Kun je dat weten? Wat gebeurt er als je dat gelooft? Wie zou je zijn zonder die gedachte? Keer het om.

-97-

Beter ten hele gedwaald dan ten halve gekeerd

Katie: Wie Het Werk afwijst verwerpt zichzelf.

Hans: Een goed begin is het halve werk.

Katie: Wie zichzelf verwerpt, verliest de liefde.

Hans: Beter ten hele gedwaald dan ten halve gekeerd.

Katie: Wie de liefde verliest raakt alles kwijt.

Hans: Eind goed al goed.

-98-

AchterWerk

‘Waarom ga jij zo respectloos met Het Werk om, Hans?’

‘Omdat Het Werk dat van mij vraagt.’

Ronde billen met een schep erin.
AchterWerk.

Bijlage: Katie’s canon

-99-

Kill your Katieisms

Hieronder veertig gevleugelde woorden van Byron Katie waarmee je aan Het Werk kunt gaan. Ik heb ze uit haar boeken voor zover aanwezig in de bibliotheek en uit teksten van en over haar op internet. Een officiële canon is het niet maar ze zijn wel representatief.

Als jouw favoriete Katieismen er niet bij staan kan je ze toevoegen. Ook troetelgedachten van eigen makelij horen erbij. Hoe liever hoe beter: dood je lievelingen.

Toegegeven, je lievelingen doden is opnieuw half werk. Maar nu de andere helft. Je betere helft.

‘Dood je lievelingen’ is een vertaling van ‘Kill your darlings’.

‘Kill your darlings’ is een darling van de Amerikaanse auteur William Faulkner (‘in writing you must kill all your darlings’).

William Faulkner zou het weer hebben van de Engelse auteur Sir Arthur Quiller-Couch (‘Whenever you feel an impulse to perpetrate a piece of exceptionally fine writing, obey it — wholeheartedly — and delete it before sending your manuscript to press. Murder your darlings.’).

In deze context zijn de darlings in kwestie natuurlijk geen gekoesterde zinnen in je manuscript maar gekoesterde gedachten in je hoofd.

Duel met pistolen tussen twee silhouetten.
Kill your darlings.

Lees ook: Niet-weten is jezelf vrijspreken van je favoriete uitspraken.

-100-

Byron Katie voor Workaholics

‘Je kunt je gedachten onderzoeken, is dat waar?’ Vier vragen over veertig Katieismen die het licht van niet-weten slecht verdragen.

1. Lijden is een keuze.

1. Is dat waar?

2. Kun je dat wel weten?

3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?

4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

2. Je kunt je gedachten niet uitzetten maar je kunt ze wel onderzoeken.

1. Is dat waar?

2. Kun je dat wel weten?

3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?

4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

3. Het Werk werkt altijd.

1. Is dat waar?

2. Kun je dat wel weten?

3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?

4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

4. Het enige wat telt is jouw eigen wijsheid.

1. Is dat waar?

2. Kun je dat wel weten?

3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?

4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

5. Alle antwoorden zitten in jezelf.

1. Is dat waar?

2. Kun je dat wel weten?

3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?

4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

6. Zonder verhaal zie je de Realiteit.

1. Is dat waar?

2. Kun je dat wel weten?

3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?

4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

7. Als ik denk dat jij mijn probleem bent, ben ik gek.

1. Is dat waar?

2. Kun je dat wel weten?

3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?

4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

8. Het universum heeft het beste met je voor. De realiteit is je Meester.

1. Is dat waar?

2. Kun je dat wel weten?

3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?

4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

9. We moeten niet proberen de werkelijkheid te veranderen maar onze gedachten over de werkelijkheid.

1. Is dat waar?

2. Kun je dat wel weten?

3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?

4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

10. Als ik ‘boom’ zeg, wend ik mij af van de realiteit.

1. Is dat waar?

2. Kun je dat wel weten?

3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?

4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

11. Gedachten zijn onze vrienden. Alleen door ze te onderzoeken vinden we bevrijding.

1. Is dat waar?

2. Kun je dat wel weten?

3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?

4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

12. Vrijheid is leven in vriendelijkheid, als vriendelijkheid.

1. Is dat waar?

2. Kun je dat wel weten?

3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?

4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

13. Als je de strijd aangaat met de realiteit verlies je altijd.

1. Is dat waar?

2. Kun je dat wel weten?

3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?

4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

14. Persoonlijkheden hebben niet lief, zij willen iets.

1. Is dat waar?

2. Kun je dat wel weten?

3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?

4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

15. Het ergste wat je kan overkomen is een niet onderzochte gedachte.

1. Is dat waar?

2. Kun je dat wel weten?

3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?

4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

16. Het enige lijden is een niet onderzochte geest.

1. Is dat waar?

2. Kun je dat wel weten?

3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?

4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

17. Of je gelooft wat je denkt of je onderzoekt het. Er is geen andere keus.

1. Is dat waar?

2. Kun je dat wel weten?

3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?

4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

18. Ik laat mijn gedachten niet los, ik onderzoek ze, dan laten ze mij los.

1. Is dat waar?

2. Kun je dat wel weten?

3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?

4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

19. Je keert je volledig af van de realiteit als je gelooft dat er een gerechtvaardigde reden is om te lijden.

1. Is dat waar?

2. Kun je dat wel weten?

3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?

4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

20. De realiteit is altijd vriendelijker dan het verhaal dat we erover vertellen.

1. Is dat waar?

2. Kun je dat wel weten?

3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?

4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

21. Er zijn geen fysieke problemen, alleen mentale.

1. Is dat waar?

2. Kun je dat wel weten?

3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?

4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

22. De realiteit is God, want zij bepaalt.

1. Is dat waar?

2. Kun je dat wel weten?

3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?

4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

23. Als ik helemaal helder ben wil ik wat er is.

1. Is dat waar?

2. Kun je dat wel weten?

3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?

4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

24. Hoe weet ik dat ik wat ik wil niet nodig heb? Ik heb het niet.

1. Is dat waar?

2. Kun je dat wel weten?

3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?

4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

25. Vergeving is je realiseren dat wat jij dacht dat gebeurde niet gebeurde.

1. Is dat waar?

2. Kun je dat wel weten?

3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?

4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

26. Dankbaarheid is wat wij zijn zonder verhaal.

1. Is dat waar?

2. Kun je dat wel weten?

3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?

4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

27. Niemand kan mij kwetsen.

1. Is dat waar?

2. Kun je dat wel weten?

3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?

4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

28. Ik weet zeker dat iedereen van mij houdt maar niet iedereen realiseert het zich.

1. Is dat waar?

2. Kun je dat wel weten?

3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?

4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

29. Ik ben onvoorwaardelijke liefde.

1. Is dat waar?

2. Kun je dat wel weten?

3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?

4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

30. Mijn nee tegen jou is een ja tegen het nee in mezelf.

1. Is dat waar?

2. Kun je dat wel weten?

3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?

4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

31. Er zijn geen problemen.

1. Is dat waar?

2. Kun je dat wel weten?

3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?

4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

32. De enige met wie je ooit te maken hebt ben je zelf.

1. Is dat waar?

2. Kun je dat wel weten?

3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?

4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

33. Iedere calamiteit is een uitnodiging tot bevrijding.

1. Is dat waar?

2. Kun je dat wel weten?

3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?

4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

34. Alles gebeurt voor mij, niet met mij.

1. Is dat waar?

2. Kun je dat wel weten?

3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?

4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

35. Vrijheid is nooit een moment van angst, woede of verdriet meemaken.

1. Is dat waar?

2. Kun je dat wel weten?

3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?

4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

36. Als er geen verzet is, vloeken de kleuren niet meer, klinkt alle muziek mooi, is geen enkele danspas uit de maat en is ieder woord poëzie.

1. Is dat waar?

2. Kun je dat wel weten?

3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?

4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

37. Vrijheid is nooit een moment van angst, woede of verdriet meemaken.

1. Is dat waar?

2. Kun je dat wel weten?

3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?

4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

38. Volkomenheid is een ander woord voor realiteit.

1. Is dat waar?

2. Kun je dat wel weten?

3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?

4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

39. De enige manier waarop je iets als onvolkomen kunt zien is door een gedachte erover te geloven.

1. Is dat waar?

2. Kun je dat wel weten?

3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?

4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

40. Als je je gedachten niet gelooft ben je alles.

1. Is dat waar?

2. Kun je dat wel weten?

3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?

4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

-101-

Een Katieisme dat alle Katieismen overbodig maakt

Katie: ‘Ik weet het niet’ is mijn lievelingsplek.

Hans: Kom gerust eens langs.