Top
NietWeten.nl      

(Laatst gewijzigd op 2 maart 2021)

Wit wat je weet met het…

Witboek Byron Katie

The Work voor Workaholics

Het Onderzoek onderzocht

Door Hans van Dam

Coverillustratie van Byron Katie voor Workaholics,
deel 12 van de Agnosereeks.

‘Je kunt je gedachten onderzoeken, is dat waar?’ Vragen over Katieismen die het licht van niet-weten slecht verdragen.

Inleiding

Waarin Het Werk maar Het Halve Werk blijkt te zijn.

1. Je kunt je gedachten onderzoeken – is dat waar?

Drie vragen over niet-weten

1. Wat is niet-weten?

2. Heb je er wat aan?

3. Is er een methode om tot niet-weten te komen?

Dit zegt geluksgoeroe Byron Katie erover:

1. Niet-weten is je gedachten niet geloven.

2. Wie niet-weet is verlicht, vriendelijk en vredig.

3. Om tot niet-weten te komen moet je Het Werk* doen.

* In het Engels ‘The Work’, wat per ongeluk of expres maar één letter verschilt van ‘The Word’ – het Woord Gods.

Waarom dit boek?

Je kunt je gedachten onderzoeken – is dat waar?

In dit boek pas ik Het Werk toe op Het Werk.

Niet om Byron Katie de loef af te steken maar om het verschil te laten zien tussen haar denken en het mijne.

Tussen het halve werk en het hele werk.

Tussen therapeutisch niet-weten en radicaal niet-weten.

Tussen reprogrammeren en deprogrammeren.

Zodat je straks zelf antwoord kunt geven op de vraag wat niet-weten is, wat je eraan hebt en hoe je er kan komen.

Of tenminste vraagtekens weet te zetten bij de instantantwoorden van Byron Katie.

En snapt dat het wellicht niet aan jou ligt als Het Werk voor jou niet werkt.

Voor wie is dit boek?

Je hoeft heus Het Werk niet te doen of gedaan te hebben of er al bekend mee te zijn voordat je aan dit boek begint.

Je kan het ook gewoon voor je plezier lezen.

Zien wat mensen zich in het hoofd halen terwijl ze anderen wijsmaken dat ze zich niets meer in het hoofd moeten halen.

Wat zeg ik, probeer Byron Katie voor Workaholics maar eens zonder plezier te lezen.

Niet-weten, dat is lachen joh.

En echt niet alleen om anderen.

Silhouet van een Januskop met links het profiel van Hans van Dam en rechts het profiel van Byron Katie.
Tussen reprogrammeren en deprogrammeren.
(Links: Byron Katie, rechts: Johannes Nicolaas.)

2. Wat is Het Werk van Byron Katie?

Onder Het Werk of Het Onderzoek verstaat Byron Katie het onderzoeken van negatieve gedachten met behulp van vier standaard vragen (‘the four questions’) en een of meer omkeringen (‘turnarounds’). Dit zijn de vier vragen:

1. Is dat waar?

2. Kun je dat wel weten?

3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?

4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Omkeringen verkrijg je bijvoorbeeld door in een gedachte (‘X moet eens ophouden mij te bekritiseren’) de personen te verwisselen (‘Ik moet eens ophouden X te bekritiseren’), of door een bevestigende zin (‘Mensen moeten altijd lief zijn voor elkaar‘) ontkennend te maken (‘Mensen hoeven niet altijd lief te zijn voor elkaar’) en vice versa.

Hoe meer omkeringen, hoe beter. Om niet in abstracties te blijven hangen moet je bij iedere omkering minstens drie concrete voorbeelden uit je eigen leven geven.

Silhouet van een wegwerker die in hersenen schept
Het Werk.

Volgens Byron Katie ontstond Het Werk in de jaren tachtig toen ze door een diep dal ging en haar gedachten aan een minutieus onderzoek onderwierp:

‘Ik ontdekte dat ik lijd als ik mijn gedachten geloof en niet lijd als ik ze niet geloof en dat dit geldt voor elk mens.’*

* ‘I discovered that when I believe my thoughts, I suffered, but that when I didn’t believe them, I didn’t suffer, and that this is true for every human being.’

Net als iedere vorm van psychotherapie is Het Werk in de eerste plaats bedoeld om je geestelijke nood te lenigen, onder of zonder begeleiding, individueel of groepsgewijs. Voor mensen met belangstelling voor spiritualiteit trilt in de verte de luchtspiegeling van niet-weten.

Het Werk doet denken aan rationeel-emotieve therapie (RET), een vorm van cognitieve psychotherapie die in de jaren vijftig werd bedacht door een andere Amerikaan, Albert Ellis, en inmiddels veel varianten kent, zoals NLP, waarvan Byron Katie vrij gebruik maakt.*

* Het Werk doet ook een beetje denken aan twee verre voorvaderen, het stoïcisme en het scepticisme, en dan vooral aan het therapeutisch scepticisme.

3. Waarom noem ik Het Werk het Halve Werk?

En wat is dan Het Hele Werk?

Het Werk van Byron Katie heeft tot doel negatieve gedachten onschadelijk te maken.

Omdat de neutrale en de positieve gedachten buiten schot blijven, noem ik Het Werk half voor de grap Het Halve Werk.

Silhouet van een half figuur met een half gedachtenwolkje.
Omdat de neutrale en de positieve gedachten buiten schot blijven, noem ik Het Werk half voor de grap Het Halve Werk.

Gedachte-onderzoek dat zich niet beperkt tot negatieve gedachten maar alle gedachten onder de loep neemt, noem ik voor de andere halve grap Het Hele Werk.

Afgaand op getuigenissen geeft Het Halve Werk bij sommige cliënten inderdaad verlichting van typische piekergedachten. Tot een radicaal niet-weten zal het allicht niet leiden omdat zelfs in het beste geval de helft van het mentale bouwwerk intact blijft.

Het Hele Werk daarentegen is er niet speciaal op uit gedachten onschadelijk te maken. Al heeft het vaak wel dat effect, niet alleen op de stressvolle gedachten, ook op de neutrale en de positieve gedachten, dus pas maar op.

Het Hele Werk onderzoekt alle gedachten, diepgaand, telkens weer, zonder vooropgezet doel, omwille van het onderzoek zelf. Je weet van te voren niet waar je uit zult komen, een groter avontuur is nauwelijks denkbaar.

Wie het Hele Werk doet, volgt geen speciale methode maar denkt vrij na, op allerlei manieren, alleen, samen of met een groepje, intuïtief, associatief of systematisch, net wat de dag of de nacht brengt.

Eigenlijk is het onzin om van Het Hele Werk te spreken.

Gedachte-onderzoek is geen werk, gedachte-onderzoek is wat je overkomt.

Je doet het met hart en ziel, wat er ook van komt.

Je hele leven – of wat er nog van over is.

4. Wat zijn Katieismen en wat is katieisme?

Bij mij culmineerde gedachte-onderzoek uiteindelijk in een radicaal niet-weten maar vaak leidt het alleen tot bevestiging van lievelingsgedachten of tot het vervangen daarvan door andere.

Bijvoorbeeld, als je Het Werk gaat doen, door de stokpaardjes die Byron Katie zelf sinds jaar en dag aanprijst als Katieismen.*

* Te koop als Byron Katie’s ‘Katieisms’ Inner Wisdom Cards.

Zolang het denken zichzelf niet overdenkt blijft het in zijn eigen sop gaarkoken.

Zolang Het Onderzoek zichzelf niet onderzoekt is het gewoon het volgende geloof – katieisme.

Droste-effect van een wegwerker die in de hersenen schept van een wegwerker.
Zolang Het Onderzoek zichzelf niet onderzoekt is het gewoon het volgende geloof.

Katieisme, dat is een rijtje doctrines, een setje standaardvragen, een stapeltje zelfhulpboeken, een doosje wandspreuken, gestructureerde gesprekstherapie, een outcrowd van goedgelovigen die er goed voor betaalt en een incrowd van vertrouwelingen* die er goed aan verdient.

* Aangeprezen als certified facilitators.

Wat ik van het katieisme moet vinden weet ik niet en wat jij ervan vindt moet je zelf weten. Ik onderzoek het alleen maar omdat ik iets nodig heb om de lege leer tegen af zetten, die nou eenmaal geen inhoud heeft om uiteen te zetten.

Wat? O ja, ‘de lege leer’ is gewoon een ander woord voor niet-weten.

5. Is Het Werk maar een trucje?

Byron Katie voor Workaholics had een kloek boek moeten worden, maar het mocht niet zo zijn. Te weinig Katieismen om mee te werken, teveel Katieismen die bij nader inzien sprekend op elkaar lijken.

Misschien is Het Werk maar een trucje en Byron Katie een one-trick-pony.

Misschien is de basis van mijn onderzoek van Het Onderzoek te smal of ben ik zelf een one-trick-pony.

Misschien zijn we allebei one-trick-ponies in ons eigen circus.

Niks van aantrekken, het gaat hier om jou, niet om ons.

Zoals het spreekwoord zegt: beter één ezel voor de ploeg dan twee paarden op stal.

Silhouet van twee ezels aan weerszijden van een ploeg.
Beter één ezel voor de ploeg dan twee paarden op stal.

Lees ook: Het land rust en de ploeg komt vanzelf.

6. Wat voor paard ben jij?

Vragen naar de onbekende weg.

Je hebt luxepaarden, rijpaarden en werkpaarden.

Wie er gewoon op los denkt zonder zijn gedachten te onderzoeken is een luxepaard.

Wie alleen zijn negatieve gedachten onderzoekt is een rijpaard.

Wie al zijn gedachten onderzoekt en zelfs Werk maakt van Het Werk is een werkpaard.

Luxepaarden vragen niet.

Rijpaarden vragen naar de bekende weg.

Werkpaarden vragen naar de onbekende weg.

Wat voor paard ben jij?

Werkpaard op pumps.

Lees ook: De boer die zijn paard verloor.

7. Disclaimer

Alle dialogen hieronder heb ik uit mijn duim gezogen. Ik heb Byron Katie nooit ontmoet en ik heb haar nooit aan Het Werk gezien behalve op internet. Ik heb nooit Het Werk gedaan.

Alles wat ik van Byron Katie weet komt uit haar boeken en van internet. En het helpt dat ik vele jaren van intens gedachte-onderzoek achter de rug heb, op mijn eigen manier, waardoor mijn denken, in mijn beleving, doordrenkt is geraakt van niet-weten.

Engelstalige citaten heb ik opgenomen boven de dialogen zodat je zelf kunt controleren of ik ze recht doe. Soms had ik alleen de vertaling tot mijn beschikking; die vind je, om verdubbeling te voorkomen, terug in de dialoog zelf, meestal in de eerste regel.

Als het zo uitkomt laat ik Katie dingen zeggen die Byron Katie misschien nooit zou zeggen, zeker niet in het openbaar. Daarom heet ze ook Katie en geen Byron Katie. De eerste is een personage in mijn verhaal, de tweede in het hare.

Voor de leesbaarheid en uit gemakzucht heb ik afgezien van bronvermelding.

Dwaalgesprekken

1. Gedachte-onderzoek voor goedgelovigen

You either believe your stressful thoughts or you question them – there’s no other choice.

1.

Katie: Of je gelooft wat je denkt of je onderzoekt het. Er is geen andere keus.

Hans: Geloof je dat of heb je het onderzocht?

2.

Katie: Of je gelooft wat je denkt of je onderzoekt het. Er is geen andere keus.

Hans: Geloof jij dan dat er een keus is?

3.

Katie: Of je gelooft wat je denkt of je onderzoekt het. Er is geen andere keus.

Hans: Geloof jij dan dat er een je is?

4.

Katie: Of je gelooft wat je denkt of je onderzoekt het. Er is geen andere keus.

Hans: Of het denken onderzoekt jou.

5.

Katie: Of je gelooft wat je denkt of je onderzoekt het. Er is geen andere keus.

Hans: Of je gelooft het niet en je onderzoekt het niet.

Katie: Wat doe je dan wel?

Hans: Dan zie je het aan of je negeert het of het gebeurt gewoon of het lijkt maar zo of wat dan ook.

2. Aangenomen Werk

The worst that can happen to you is an unquestioned thought.

Katie: Het ergste wat je kan overkomen is een niet-onderzochte gedachte.

Hans: Is dat waar?

Katie: Daar ben ik altijd van uitgegaan.

Hans: Dan zou ik dat maar eens gauw gaan onderzoeken

Katie: En als het niet waar blijkt te zijn?

Hans: Dan zal dat ook wel niet zo erg zijn.

Katie: En als het toch waar blijkt te zijn?

Hans: Dan was het in dit geval niet waar.

Silhouet van een figuur die ondersteboven met zijn been in een touw aan een boomtak hangt en een krokodil afweert.
Het ergste wat je kan overkomen is een niet-onderzochte gedachte – is dat waar?

3. Waarom Byron Katie haar gedachten niet loslaat

I don't let go of my thoughts—I question them, then they let go of me.

Katie: Ik laat mijn gedachten niet los, ik onderzoek ze, dan laten ze mij los.

Hans: Heb je deze al eens onderzocht?

Katie: Wat?

Hans: Hij laat je maar niet los, hè?

Katie: Ik onderzoek mijn gedachten alleen maar als ik er gespannen van wordt.

Hans: Zo niet, dan laat je ze los op anderen.

4. Waarom mijn gedachten mij niet loslaten

Katie: Ik laat mijn gedachten niet los, ik onderzoek ze, dan laten ze mij los.

Hans: Ik laat mijn gedachten niet los, ik onderzoek ze niet, ze laten mij niet los.

Katie: Waarom laten ze jou niet los?

Hans: Omdat ze mij niet vasthouden.

Katie: Waarom houden ze jou niet vast?

Hans: Omdat terugkeren makkelijker is.

5. Onderzoeken of je je gedachten kunt onderzoeken

You can’t turn off your thoughts but you can question them.

Katie: Je kunt je gedachten niet uitzetten maar je kunt ze wel onderzoeken.

Hans: Kun je je gedachten wel aanzetten?

Katie: Ook niet.

Hans: O?

Katie: Ze wellen spontaan in je op.

Hans: Kun je ze dan misschien veranderen?

Katie: Ook niet.

Hans: O?

Katie: Ze veranderen vanzelf, of ze veranderen niet.

Hans: En uitzetten?

Katie: Ze blazen op hun eigen tijd de aftocht.

Hans: Wat kun je er dan wel mee?

Katie: Je hebt geen enkele zeggenschap over je gedachten.

Hans: Je kunt ze alleen maar onderzoeken?

Katie: Dat zeg ik.

Hans: Wat is onderzoeken anders dan het aanzetten, bekijken en uitzetten van gedachten?

Katie: …

Hans: Ik dacht al zoiets.

Katie: Wou jij zeggen dat we onze gedachten ook niet kunnen onderzoeken?

Hans: Jij bent hier degene die iets wil zeggen.

Katie: Maar ik heb mijn gedachten al zo vaak onderzocht.

Hans: Wie zegt dat jij dat deed?

Katie: Dat dacht ik.

Hans: Wie zegt dat er werkelijk is gebeurd wat jij denkt dat er is gebeurd?

Katie: Zo herinner ik het mij.

Hans: Wie zegt dat een herinnering meer is dan een loze gedachte nu?

Katie: Zo komt het mij voor.

Hans: Onderzoek dat dan eerst maar eens.

Droste-effect van een figuurtje dat een met een vergrootglas naar een kleiner exemplaar van zichzelf kijkt et cetera.
Onderzoeken of je je gedachten kunt onderzoeken.

6. Onderzoeken waar de gekte zit is GekkenWerk

When we question our thoughts, we see that the craziness was never in the world, but in us.

Katie: Als we onze gedachten onderzoeken, ontdekken we dat de gekte niet in de wereld zat maar in onszelf.

Hans: Dan zal dat ook wel voor deze gedachte gelden.

Katie: Gekkie.

Hans: Als ik mijn gedachten onderzoek vind ik mezelf en de wereld. Als ik mezelf onderzoek vind ik mijn gedachten en de wereld. Als ik de wereld onderzoek vind ik mezelf en mijn gedachten.

Katie: Maar waar zit dan de gekte?

Hans: Precies.

Profiel van het hoofd van de auteur met een molentje op zijn kruin en continenten op zijn schedel
Maar waar zit dan de gekte?

7. Is iets waar omdat het je van streek maakt?

Bottom line is, if someone says something about me and it upsets me, it is true.

Katie: Het is heel eenvoudig, als iemand iets over me zegt wat me van streek maakt, is het waar.

Hans: KANKERHOER!

Katie: GODVERDOMME GAST, IK SCHRIK ME DE TERING!

Hans: Omdat je kanker hebt en jezelf aanbiedt voor geld?

Katie: Nee, natuurlijk niet.

Hans: Waarom dan wel?

Katie: Omdat je zo schreeuwde.

Hans: Nou dan.

Katie: En tering heb ik ook niet.

Hans: Nou dan.

Fallussymbool met beentjes.
‘Wat ben jij een lul, zeg.’

8. Het wordt steeds vroeger later

If I say, ‘I want to be enlightened…’ it implies a future. And there isn’t any.

1.

Katie: Als ik zeg dat ik verlicht wil worden veronderstel ik een toekomst. En die is er niet.

Hans: Als je zegt dat ik mijn gedachten moet onderzoeken veronderstel je een toekomst. Is die er wel?

2.

Katie: Als ik zeg dat ik verlicht wil worden veronderstel ik een toekomst. En die is er niet.

Hans: En als je zegt dat ik het licht aan moet doen?

3.

Katie: Als ik zeg dat ik verlicht wil worden veronderstel ik een toekomst. En die is er niet.

Hans: Maar nu wel.

Katie: Maar net niet.

Hans: Nu veronderstel je weer een verleden.

9. Laat je niet inpakken, aanpakker

Every moment is a gift: are you unwrapping yours now, and now, and now?

Katie: Ieder moment is een cadeau. Ben jij het jouwe nu aan het uitpakken, en nu, en nu?

Hans: Ieder moment is wat het is. Het pakt je in, het pakt je uit. Wat nu?

Silhouet van een man die van top tot teen in het verband zit.
‘Ieder moment is een cadeau. Ben jij het jouwe nu aan het uitpakken?’

10. Kalm blijven als je je kalmte verliest

If you no longer believe your thoughts you’ll never lose your peace of mind.

Katie: Als je je gedachten niet langer gelooft verlies je nooit meer je kalmte.

Hans: Geloof je dat?

Katie: Nou moe.

Hans: Wat is er?

Katie: Ik verlies meteen mijn kalmte.

Hans: En, hoe voelt dat?

Katie: Niet bepaald rustig.

Hans: Nee.

Katie: Maar ook niet bepaald onrustig.

Hans: Hoe dan wel?

Katie: Niet bepaald… eh…

Hans: Niet bepaald bepaald?

Katie: Nee, bepaald niet.

Hans: En hoe voelt dát?

Katie: Niet bepaald fijn.

Hans: Nee.

Katie: Maar ook niet bepaald vervelend.

Hans: En dat wou jij kalmte noemen?

Katie: Wat zou jij zeggen?

Hans: Als je je gedachten niet langer gelooft?

Katie: Nou?

Hans: Tja.

Katie: En als je je kalmte verliest?

Hans: Tja.

11. Onrust is een open deur

Nothing belongs to me. Everything comes and goes. Serenity is an open door.

Katie: Niets is van mij. Alles komt en gaat. Gemoedsrust is een open deur.

Hans: Niets is van mij. Alles komt en gaat. Ook gemoedsrust.

12. Hoe je gelukkig kan zijn als je ongelukkig bent

My happiness isn’t dependent on anyone else’s.

Katie: Mijn geluk is niet afhankelijk van andermans geluk.

Hans: Niets is van mij. Ook mijn geluk niet.

Katie: Dus jouw geluk is afhankelijk van andermans geluk?

Hans: Mijn geluk is overal van afhankelijk.

Katie: Jij kunt pas gelukkig zijn als een ander gelukkig is?

Hans: Of ongelukkig of wat dan ook.

Katie: Zou je niet liever totaal onafhankelijk zijn?

Hans: Ik ben totaal afhankelijk of ik wil of niet.

Katie: Als je totaal afhankelijk bent heb je niets in de hand!

Hans: Dan weet je maar nooit.

Katie: Hoe kan je dan ooit gelukkig zijn?

Hans: Zo kan ik pas gelukkig zijn.

Katie: En als je ongelukkig bent?

Hans: Zelfs als ik ongelukkig ben.

13. Je onware natuur

Your True Nature Is Love. There’s Nothing You Can Do About It.

Katie: Liefde is je ware natuur. Daar is niets aan te doen.

Hans: Niets is van mij. Alles komt en gaat. Ook liefde.

Katie: Wat is dan je ware natuur?

Hans: Niets is van mij.

14. Chapeaus uit eigen doos

I stopped waiting for the world to give me what I wanted, I started giving it to myself

1.

Katie: Ik hield op met wachten tot de wereld me zou geven wat ik wou, ik begon het aan mezelf te geven.

Hans: Niets is van mij, wat zou ik aan mezelf kunnen geven?

2.

Katie: Ik hield op met wachten tot de wereld me zou geven wat ik wou, ik begon het aan mezelf te geven.

Hans: Ik hield op met wachten tot de wereld me zou geven wat ik wou, ik begon alles terug te geven.

3.

Katie: Ik hield op met wachten tot de wereld me zou geven wat ik wou, ik begon het aan mezelf te geven.

Hans: Ik hield op met wachten tot de wereld me zou geven wat ik wou, ik heb mezelf teruggegeven.

4.

Katie: Ik hield op met wachten tot de wereld me zou geven wat ik wou, ik begon het aan mezelf te geven.

Hans: Ik hield op met wachten tot de wereld me zou geven wat ik wou.

Katie: Waarom?

Hans: Ik wist niet meer wat ik wou.

15. Gedachten om te veranderen

We shouldn’t try to change reality but our thoughts about reality.

1.

Katie: We moeten niet proberen de realiteit te veranderen maar onze gedachten over de realiteit.

Hans: Wat is het verschil?

2.

Katie: We moeten niet proberen de realiteit te veranderen maar onze gedachten over de realiteit.

Hans: Wat is het verband?

3.

Katie: We moeten niet proberen de realiteit te veranderen maar onze gedachten over de realiteit.

Hans: Dat is ook niet reëel.

4.

Katie: We moeten niet proberen de realiteit te veranderen maar onze gedachten over de realiteit.

Hans: Gedachten maken deel uit van de realiteit.

5.

Katie: We moeten niet proberen de realiteit te veranderen maar onze gedachten over de realiteit.

Hans: De realiteit maakt deel uit van je gedachten.

6.

Katie: We moeten niet proberen de realiteit te veranderen maar onze gedachten over de realiteit.

Hans: Dat is ook maar een gedachte.

7.

Katie: We moeten niet proberen de realiteit te veranderen maar onze gedachten over de realiteit.

Hans: Probeer eerst deze gedachte maar eens te veranderen.

8.

Katie: We moeten niet proberen de realiteit te veranderen maar onze gedachten over de realiteit.

Hans: We moeten niet proberen de realiteit te veranderen maar onze gedachten over wat we moeten.

9.

Katie: We moeten niet proberen de realiteit te veranderen maar onze gedachten over de realiteit.

Hans: We moeten niet proberen te veranderen.

10.

Katie: We moeten niet proberen de realiteit te veranderen maar onze gedachten over de realiteit.

Hans: We moeten niet proberen.

11.

Katie: We moeten niet proberen de realiteit te veranderen maar onze gedachten over de realiteit.

Hans: We moeten niet.

16. Twee onvolmaakte denkbeelden

What is perfect health? The unraveling of all imagined states of mind

Katie: Wat is volmaakte gezondheid? Het uiteenvallen van alle denkbeeldige geestestoestanden.

Hans: Zoals het denkbeeld van volmaakte gezondheid.

17. De enige manier om iets als volmaakt te zien

Perfection is another word for reality. The only way you can see something as imperfect is by believing a thought about it.’

Katie: Volmaaktheid is een ander woord voor realiteit. De enige manier waarop je iets als onvolmaakt kunt zien is door een gedachte erover te geloven.

Hans: De enige manier waarop je iets als volmaakt kunt zien is door een gedachte erover te geloven.

18. Hoe het is om volmaakt noch onvolmaakt te zijn

With nothing to compare yourself to, aren’t you perfect!

Katie: Als je jezelf nergens mee vergelijkt ben je volmaakt!

Hans: Vergeleken met wat?

Katie: Gewoon volmaakt.

Hans: Als je je nergens mee vergelijkt ben je volmaakt noch onvolmaakt.

Katie: En als je je wel ergens mee vergelijkt?

Hans: Dan ben je volmaakt of onvolmaakt.

Katie: Hoe is het om volmaakt noch onvolmaakt te zijn?

Hans: Volmaakt noch onvolmaakt.

Katie: Dan ben ik toch maar liever volmaakt.

Hans: Vergeleken met wat?

Januskop met Hans en Katie als karikatuur.
‘Als je jezelf nergens mee vergelijkt ben je volmaakt!’

19. Stofjes op de spiegel

Never be fooled into believing that there is one speck out of order.

Katie: Laat je nooit wijsmaken dat er ook maar één stofje verkeerd ligt.

Hans: Laat je nooit wijsmaken dat er ook maar één stofje goed ligt.

Katie: Stofjes liggen nooit goed of verkeerd, wou je zeggen.

Hans: Laat je nooit wijsmaken dat je je nooit moet laten wijsmaken dat er ook maar één stofje goed of verkeerd ligt.

Katie: Waarom niet?

Hans: Dan zit je daar weer in vast.

Katie: Laat je nooit vastzetten, bedoel je.

Hans: Laat je nooit wijsmaken dat je je nooit moet laten vastzetten.

Katie: Anders zit je daar weer in vast natuurlijk.

Hans: En wat dan nog?

Katie: Kortom, laat je nooit iets wijsmaken.

Hans: Laat je nooit wijsmaken dat je je nooit iets moet laten wijsmaken.

20. De strijd om de realiteit

I am a lover of what is, not because I’m a spiritual person, but because it hurts when I argue with reality. We can know that reality is good just as it is, because when we argue with it, we experience tension and frustration. We don’t feel natural or balanced. When we stop opposing reality, action becomes simple, fluid, kind, and fearless.

Katie: Ik hou van wat is, niet omdat ik zo spiritueel ben maar omdat het zeer doet als ik strijd met de realiteit.

Hans: Mij is het nooit gelukt om van iets te houden omdat het ergens goed voor is.

Katie: We kunnen weten dat de realiteit goed is, want als we ertegen strijden ervaren we spanning en frustratie. Het voelt onnatuurlijk, we raken uit balans.

Hans: We kunnen weten dat strijd goed is, want als we niet kunnen strijden voelen we spanning en frustratie. Het voelt onnatuurlijk, we raken uit balans.

Katie: Als we ons niet verzetten tegen de realiteit worden onze handelingen eenvoudig, vloeiend, vriendelijk en onbevreesd.

Hans: Als we ons niet verzetten tegen de strijd worden onze handelingen eenvoudig, vloeiend, vriendelijk en onbevreesd.

Katie: En daarom hou ik van wat er is.

Hans: Strijd maakt deel uit van de realiteit.

Bokshandschoen die overgaat in een hart met afgesneden vaten.
Strijd maakt deel uit van de realiteit.

21. Het Werk maakt deel uit van de strijd

When you argue with reality, you lose – but only 100% of the time.

Katie: Als je strijd met de realiteit, zul je verliezen – maar alleen in alle gevallen.

Hans: Strijd maakt deel uit van de realiteit.

Katie: Dan zul je verliezen.

Hans: Verliezen maakt deel uit van de realiteit.

Katie: Maar alleen in alle gevallen.

Hans: Alles maakt deel uit van de realiteit.

Katie: Niet dat je eronder lijdt.

Hans: En Het Werk maakt deel uit van de strijd.

22. Een kat leren miauwen

Trying to change reality is like trying to teach a cat to bark: hopeless.

Katie: De strijd aangaan met de realiteit is als een kat leren blaffen: hopeloos.

Hans: Wou jij de strijd aangaan met de strijd met de realiteit?

Katie: Wat?

Hans: Woef.

Katie: Bedoel je dat we niet moeten strijden tegen onze strijd tegen de realiteit?

Hans: Wou jij de strijd aangaan met de strijd met de strijd met de realiteit?

Katie: Wat?

Hans: Miauw.

Silhouet van een poes huilend naar de volle maan.

Lees ook Poort 14 van Niet te geloven! De Poortloze Poort.

23. Een eenzijdig gesprek

To argue with reality is to argue with God

Katie: Redetwisten met de realiteit is redetwisten met God.

Hans: Hoezo?

Katie: Dat win je nooit.

Hans: Redetwisten met God is redetwisten met de realiteit.

Katie: Hoezo?

Hans: Die zegt ook niks terug.

24. Om Gods wil – tautologitis progressiva

Everything that happens is God’s will. When you realize that, you’re home free.

God, as I use the word, is another name for what is. I always know God’s intention: it’s exactly what is in every moment.

Katie: Alles wat er gebeurt is de wil van God. Als je dat beseft ben je binnen.

Hans: Eerst maar eens vaststellen of God bestaat.

Katie: God, zoals ik het woord gebruik, is gewoon een naam voor wat is.

Hans: Net als ‘alles’.

Katie: Inderdaad.

Hans: Dus volgens jou is alles de wil van alles? Wat is is de wil van wat is?

Katie: Precies.

Hans: Is wat is dan een wezen voor jou of kunnen ook niet-wezens zoals ‘alles’ een wil hebben?

Katie: Ik weet altijd wat God wil: dat is precies wat er op ieder moment is.

Hans: Dus alles wat er gebeurt is precies wat er op ieder moment is?

Katie: Waar of niet?

Hans: En als je dat beseft ben je binnen?

Katie: …

Hans: Hallo, iemand thuis?

25. Gods strijd tegen Zijn realiteit

For me, everything is God. Everything and everyone. So it was just, God needs me now, now, now.

Katie: Voor mij is alles God. Alles en iedereen. Dus het was gewoon, God heeft me nodig, nu, nu, nu.

Hans: Dus God is hulpbehoevend?

Katie: Deels.

Hans: En jij bent zelf God?

Katie: Ik ben een deel van God, net als alles en iedereen.

Hans: Dus het hulpbehoevende deel van God heeft het hulpvaardige deel van God nodig om Zijn leed te verzachten?

Katie: Nu, nu, nu.

Hans: En alles wat gebeurt is Gods wil?

Katie: Gods wil is precies wat er op ieder moment is.

Hans: Dus God wil dat een deel van Hem lijdt en een ander deel dat lijden bestrijdt?

Katie: Zo is het.

Hans: En wij zijn Hem?

Katie: Alles en iedereen.

Hans: Goeie God.

26. Hoe ik binnen mezelf blijf

I can find only three kinds of business in the universe: mine, yours and God’s. Much of our stress comes from mentally living out of our business. When I think, ‘You need to get a job, I want you to be happy, you should be on time, you need to take better care of yourself,’ I am in your business. When I’m worried about earthquakes, floods, war, or when I will die, I am in God’s business. If I am mentally in your business or in God’s business, the effect is separation.

Katie: Ik ken maar drie soorten zaken in het universum: die van mij, die van jou en die van God. Je met andermans zaken bemoeien geeft stress. Als ik denk: ‘Jij moet een baan zoeken, ik wil dat je gelukkig bent, je moet op tijd komen, je moet beter voor jezelf zorgen’, bemoei ik me met jouw zaken. Als ik bezorgd ben over aardbevingen, stormvloeden, oorlog of wanneer ik doodga, bemoei ik met met Gods zaken. Als ik me met jouw of Gods zaken bemoei, raak ik buiten mezelf.

Hans: Was het maar zo simpel.

Katie: Hoe bedoel je?

Hans: Veel van Gods zaken, zoals scheppen, lijken niet langer exclusief de Zijne. Veel van jouw zaken blijken de mijne en omgekeerd. En veel van onze eigen zaken trekken zich niets van ons aan.

Katie: In mijn perceptie behoren de meeste zaken tot één van de drie categorieën.

Hans: Misschien moet je iets aan je perceptie doen.

Katie: Dus jij bemoeit je overal mee?

Hans: Als ik probeer onderscheid te maken tussen mijn zaken, jouw zaken en Gods zaken, raak ik buiten mezelf.

Katie: In wezen is er natuurlijk maar één zaak – alles is God.

Hans: Als ik probeer alles onder dezelfde noemer te plaatsen, raak ik buiten mezelf.

Katie: Hoe zit het dan volgens jou?

Hans: Ik heb geen idee.

Katie: Hoe voorkom je dan dat je buiten jezelf raakt?

Hans: Hoe zou ik dan buiten mezelf kunnen raken?

27. De realiteit is ook maar een boom

1.

Katie: Als ik boom zeg wend ik me af van de realiteit.

Hans: Boom zeggen is ook de realiteit.

2.

Katie: Als ik boom zeg wend ik me af van de realiteit.

Hans: Afwenden is ook de realiteit.

3.

Katie: Als ik boom zeg wend ik me af van de realiteit.

Hans: En als je realiteit zegt?

4.

Katie: Als ik boom zeg wend ik me af van de realiteit.

Hans: En als je ik zegt?

28. Bomen over de liefde

Love is who we are without our stories.

Katie: Liefde is wat wij zijn zonder verhaal.

Hans: Als je liefde zegt wend je je af van de realiteit.

29. Sprakeloos is wat wij zijn zonder verhaal

1.

Katie: Liefde is wat wij zijn zonder verhaal.

Hans: Verhalen is wat wij zijn, over liefde.

2.

Katie: Liefde is wat wij zijn zonder verhaal.

Hans: Wij zijn wat we zijn zonder verhaal.

3.

Katie: Liefde is wat wij zijn zonder verhaal.

Hans: Zijn wij wat zonder verhaal?

4.

Katie: Liefde is wat wij zijn zonder verhaal.

Hans: Zijn is ook maar een verhaal.

5.

Katie: Liefde is wat wij zijn zonder verhaal.

Hans: Niet-weten is wat wij zijn zonder verhaal.

6.

Katie: Liefde is wat wij zijn zonder verhaal.

Hans: Wij weten niet wat we zijn zonder verhaal.

7.

Katie: Liefde is wat wij zijn zonder verhaal.

Hans: Wij weten niet of we zijn zonder verhaal.

8.

Katie: Liefde is wat wij zijn zonder verhaal.

Hans: Zonder verhaal is wat wij zijn zonder verhaal.

9.

Katie: Liefde is wat wij zijn zonder verhaal.

Hans: Sprakeloos is wat wij zijn zonder verhaal.

10.

Katie: Liefde is wat wij zijn zonder verhaal.

Hans: Oraal, rectaal of vaginaal.

30. Wat wij zijn zonder dankbaarheid

Gratitude is what we are without a story.

1.

Katie: Dankbaarheid is wat wij zijn zonder verhaal.

Hans: Wat zou je zijn zonder dat verhaal?

2.

Katie: Dankbaarheid is wat wij zijn zonder verhaal.

Hans: Dankbaarheid is ook maar een verhaal.

3.

Katie: Dankbaarheid is wat wij zijn zonder verhaal.

Hans: Zonder verhaal geen dankbaarheid.

31. Wie zijn zelfrealisatie test zal lakmoes proeven

1.

Katie: De lakmoesproef voor zelfrealisatie is een constante staat van dankbaarheid.

Hans: De lakmoesproef voor zelfrealisatie is niet vastzitten in een constante staat van dankbaarheid.

2.

Katie: De lakmoesproef voor zelfrealisatie is een constante staat van dankbaarheid.

Hans: De lakmoesproef voor zelfrealisatie is niet geloven in een lakmoesproef voor zelfrealisatie.

3.

Katie: De lakmoesproef voor zelfrealisatie is een constante staat van dankbaarheid.

Hans: De lakmoesproef voor zelfrealisatie is lak hebben aan zelfrealisatie.

32. Wassen en wissen

Enlightenment can be found by simply just doing the dishes.

Katie: Verlichting kun je vinden door gewoon de vaat te wassen.

Hans: Verlichting kun je afwassen door gewoon de vaat te doen.

Verder lezen: Witboek verlichting.

33. Realisatie is jezelf vergeven

Forgiveness is discovering that what you thought happened, didn’t.

Katie: Vergeving is je realiseren dat wat jij dacht dat er gebeurde nooit gebeurd is.

Hans: Realisatie is jezelf vergeven dat je nooit weet wat er gebeurd is.

34. Een inzicht zonder inhoud

I came to see that there was nothing to forgive, that I was the one who caused my own problem.

Katie: Ik zag in dat er niets te vergeven viel, dat ik zelf de oorzaak was van mijn probleem.

Hans: Ik zag in dat er niets te vergeven viel, dat ik geen idee had wie de oorzaak was van mijn probleem.

35. Woorden zijn geen oorden

Forgiveness is just another name for freedom

Katie: Vergeving is gewoon een ander woord voor vrijheid.

Hans: Vrijheid is gewoon een ander woord.

36. Een gedachte die al heel wat lijden heeft veroorzaakt

it’s not the problem that causes our suffering, it’s our thinking about the problem

Katie: Het is niet het probleem dat lijden veroorzaakt maar ons denken erover.

Hans: Het is niet alleen het probleem dat lijden veroorzaakt maar ook ons denken erover.

Katie: Dat kan ik niet verkopen.

Hans: En het is niet alleen het probleem en ons denken erover dat lijden veroorzaakt maar ook ons denken over ons denken.

Katie: Bijvoorbeeld?

Hans: De gedachte dat het niet het probleem is dat lijden veroorzaakt maar ons denken erover.

37. Het vermogen om waar dan ook in te geloven

I believe in the power of every human being to end suffering.

Katie: Ik geloof in het vermogen van elk mens om een eind te maken aan zijn lijden.

Hans: Heb je nou nog niet genoeg tegenvoorbeelden gezien?

38. Stuurlui aan wal

We are never really in control. We just think we are when things happen to be going our way.

Katie: Wij zijn nooit echt de baas. Dat denken we alleen maar als alles meezit.

Hans: Misschien zijn we nooit echt de baas maar we denken nog steeds te weten hoe het zit.

39. KnechtenWerk

If you want real control, drop the illusion of control; let life have you. It does anyway. You’re just telling yourself the story of how it doesn’t.

Katie: Als je echt de baas wilt zijn, laat dan de illusie vallen dat je de baas bent.

Hans: Als je denkt dat je de illusie dat je de baas bent kunt laten vallen, denk je nog steeds dat je de baas bent.

Katie: Geef je over aan het leven. Het heeft je toch al.

Hans: Als je denkt dat je je over kunt geven aan het leven, denk je nog steeds dat je de baas bent.

Katie: Je maakt jezelf alleen maar wijs dat jij de baas bent.

Hans: Als je denkt dat je kunt stoppen met jezelf wijs te maken dat je de baas bent, denk je nog steeds dat je de baas bent.

Katie: Maar jij denkt toch ook dat wij niet de baas zijn?

Hans: Wat maakt het uit wat ik denk als ik dat niet zelf kan bepalen?

Katie: Is dat een bevestiging of een ontkenning?

Hans: Als je het echt wilt weten, laat dan de illusie vallen dat je het echt kunt weten.

40. Opvattingen om aan te lijden

1.

Katie: Wij lijden aan onze opvattingen over het leven, nooit aan het leven zelf.

Hans: Een opvatting die al heel wat lijden heeft veroorzaakt.

2.

Katie: Wij lijden aan onze opvattingen over het leven, nooit aan het leven zelf.

Hans: Opvattingen maken deel uit van het leven.

Katie: Dus?

Hans: Lijden we aan het leven zelf.

3.

Katie: Wij lijden aan onze opvattingen over het leven, nooit aan het leven zelf.

Hans: Is dat waar?

Katie: Wat zou jij zeggen?

Hans: Wij lijden aan onze opvattingen over het leven en we genieten van onze opvattingen over het leven en we lijden aan het leven en we genieten van het leven.

Katie: Dus?

Hans: Dus.

Lees ook Lijden volgens Byron Katie in het Witboek levenskunst.

41. Weten als je weet, lijden als je lijd

We suffer only until we realize that we can't know anything.

Katie: We lijden slechts totdat we beseffen dat we niets kunnen weten.

Hans: Jij kan het weten.

Katie: Wat weten?

Hans: Dat we niets kunnen weten. Dat we slechts lijden totdat we dat beseffen.

Katie: Dat kan je dan ook niet weten. Dat had ik nog niet beseft.

Hans: Heb je eronder geleden?

42. Dat eeuwige heden!

All the suffering that anyone has ever experienced is in the past. This moment now is a state of grace.

Katie: Al het leed dat je ooit hebt geleden maakt deel uit van het verleden. Genade vind je in het heden.

Hans: Al het leed dat je ooit hebt geleden speelde zich af in het heden. Ook het lijden aan het verleden.

43. Geredeneer over gerechtvaardigde redenen

Katie: Je keert je volledig af van de realiteit als je denkt dat er een gerechtvaardigde reden is om te lijden.

Hans: Je keert je volledig af van de realiteit als je denkt dat er een reden nodig is om te lijden.

Katie: Daar zeg je zo wat.

Hans: Jij bent begonnen.

Katie: Laat ik het dan zo zeggen, je keert je volledig af van de realiteit als je…

Hans: Denkt dat je je volledig van de realiteit af kunt keren.

Katie: Jij denkt niet…

Hans: Of zelfs maar gedeeltelijk.

Katie: Dat je je van de realiteit afkeert als je denkt dat…

Hans: Denken maakt deel uit van de realiteit.

44. Een kruisje voor het slapengaan

The nightmare always becomes laughter once it’s understood.

Katie: Een nachtmerrie verandert steevast in een lach wanneer je haar begrijpt.

Hans: Schaterde Jezus en hield zijn buik vast.

45. Het verhaal van de vriendelijkheid van de realiteit

Reality is always kinder than your thinking.

1.

Katie: De realiteit is altijd vriendelijker dan het verhaal dat we erover vertellen.

Hans: Het verhaal dat we erover vertellen is vaak vriendelijker dan de realiteit.

2.

Katie: De realiteit is altijd vriendelijker dan het verhaal dat we erover vertellen.

Hans: Is dat de realiteit of een vriendelijk verhaal erover?

3.

Katie: De realiteit is altijd vriendelijker dan het verhaal dat we erover vertellen.

Hans: Wie kent het verschil tussen realiteit en verhaal?

4.

Katie: De realiteit is altijd vriendelijker dan het verhaal dat we erover vertellen.

Hans: De realiteit is ook een verhaal.

5.

Katie: De realiteit is altijd vriendelijker dan het verhaal dat we erover vertellen.

Hans: Verhalen zijn ook realiteit.

46. De realiteit van de vriendelijkheid van het verhaal

The last story – God is everything, God is good.

Katie: Het laatste verhaal: God is alles, God is goed.

Hans: Het verhaal dat we erover vertellen is altijd vriendelijker dan de realiteit.

47. O, die verhalen over onze verhalen

Stories are the untested, uninvestigated theories that tell us what all these things mean. We don’t even realize that they’re just theories.

Katie: Verhalen zijn de onbeproefde, niet-ondoordachte theorieën die ons vertellen wat al deze dingen betekenen.

Hans: Dit is jouw verhaal om ons te vertellen wat al deze verhalen betekenen.

Katie: We beseffen niet eens dat het maar theorieën zijn.

Hans: Je beseft niet eens dat het maar een theorie is.

48. Zien wat je ziet en dat je dat ziet

Without our stories, we are not only able to act clearly and fearlessly, we are also a friend, a listener. We are people living happy lives. We are appreciation and gratitude that have become as natural as breath itself. Happiness is the natural state for someone who knows that There’s nothing to know and that we already have everything we need, right here now.

Katie: Zonder onze verhalen zijn we niet alleen in staat tot helder en onbevreesd handelen, we worden ook een vriend, een luisteraar. Wij zijn mensen die gelukkige levens leiden. Wij zijn waardering en dankbaarheid die zo natuurlijk zijn geworden als ademen. Geluk is de natuurlijke staat voor iemand die weet dat er niets te weten valt en dat we alles wat we nodig hebben al hebben, nu op deze plek.

Hans: Wat een verhaal.

Katie: Zonder onze verhalen, zeg ik toch?

Hans: Zeg het dan maar zonder verhaal.

Katie: Kijk dan naar mij.

Hans: Ik doe al niet anders.

Katie: En wat zie je dan?

Hans: Ik zie iemand die van niet-weten een mooi verhaal maakt. Ik zie iemand die overal mooie verhalen van maakt. Ik zie iemand die dat steeds ontkent. Ik zie iemand die anderen probeert over te halen hun verhalen in te ruilen voor de hare. En ik zie in dat dit mijn verhaal is over jou en niet de waarheid.

Katie: En zonder dit verhaal over mij?

Hans: Heb ik geen idee wat ik zie.

Katie: En als je naar jezelf kijkt?

Hans: Dan zie ik niet iemand die altijd in staat is tot helder en onbevreesd handelen. Ik zie niet iemand die altijd en voor iedereen een vriend en een luisteraar is. Ik zie niet iemand die altijd even gelukkig is, of altijd vol waardering en dankbaarheid. Ik zie niet iemand die weet dat er niets te weten valt. En ik zie niet iemand die weet dat we alles wat we nodig hebben al hebben, nu op deze plek.

Katie: Wat zie je dan wel?

Hans: Dat ik dat zie.

Katie: Maar wat is dan je verhaal?

Hans: Dat is dan mijn verhaal. Nu op deze plek.

49. Een heldere geest projecteren

The clearer your mind gets, the more it projects a friendly universe, until one day it occurs to you that you haven’t had a problem for a very long time.

Katie: Hoe helderder de geest wordt, hoe meer hij een vriendelijk universum projecteert, tot je op een dag beseft dat je in lange tijd geen problemen hebt gehad.

Hans: Hoe helderder de geest wordt, hoe minder hij een vriendelijk universum projecteert.

Katie: Wat voor universum projecteert een heldere geest volgens jou dan wel?

Hans: Hoe helderder de geest hoe minder hij een universum projecteert.

Katie: Wat projecteert een heldere geest volgens jou dan wel?

Hans: Hoe helderder de geest hoe minder hij een heldere geest projecteert.

Katie: Wat voor geest projecteert hij volgens jou dan wel?

Hans: Hoe helderder de geest hoe minder hij een geest projecteert.

Katie: Wat projecteert, eh… volgens jou dan wel?

Hans: Hoe helderder hoe minder projectie.

Katie: Tot je op een dag beseft dat je in lange tijd geen problemen hebt gehad?

Hans: Of oplossingen.

Katie: Dan zijn we het eens.

Hans: Over projectie gesproken.

50. Helder als koffiedik, zei de waarzegster

For me, clarity is a word for beauty. It’s what I am. And when I’m clear, I see only beauty. Nothing else is possible.

Katie: Voor mij is helderheid een ander woord voor schoonheid. Dat is wat ik ben. En als ik helder ben zie ik alleen maar schoonheid. Dan is er niets anders mogelijk.

Hans: Voor mij is helderheid een woord, net als schoonheid. Het is niet wat ik ben. Als ik helder ben zie ik alleen maar. Dan is niets onmogelijk.

51. Snij de weg af

If you think the cause of your problem is “out there,” you’ll try to solve it from the outside. Take the shortcut: solve it from within.

Katie: Als je denkt dat de oorzaak van je probleem buiten jezelf ligt, probeer je het buiten jezelf op te lossen. Snij de weg af: los het op in jezelf.

Hans: Als je denkt dat de oorzaak van je probleem in jezelf zit, probeer je het daar op te lossen. Snij de weg af.

Katie: Niet buiten jezelf, niet in jezelf, waar dan?

Hans: Als je denkt dat je een probleem hebt, probeer je het op te lossen. Snij de weg af.

Katie: Er bestaan geen problemen, dat denken we alleen maar, zeg ik altijd.

Hans: Als je denkt dat er geen problemen zijn zul je niets meer oplossen. Snij de weg af.

Katie: Denken is het probleem, zeg ik altijd.

Hans: Snij de weg af.

Katie: Ik snap niet waar je heen wil.

Hans: Nergens heen.

Asfaltweg met guillotine erboven.
Snij de weg af.

52. JatWerk

You’ve never reacted to someone else. You project meaning onto nothing. And you react to the meaning you’ve projected

Katie: Je hebt nog nooit op iemand gereageerd. Je projecteert duidingen op niets. En je reageert op de duidingen die je heb geprojecteerd.

Hans: Keer het om.

Katie: Ik heb nog nooit op iemand gereageerd. Ik projecteer duidingen op niets. En ik reageer op de duidingen die ik heb geprojecteerd.

Hans: Jij zegt het.

53. Reprogrammeren is geen deprogrammeren

I teach people to question their thinking, and this changes their world.

Katie: Ik leer mensen om hun denken te onderzoeken, en dat verandert hun wereld.

Hans: Maar je leert hen niet jouw denken te onderzoeken, en dat vernauwt hun geest.

54. Over de maakbaarheid van je wereldbeeld

The world you live in is 100 percent your own responsibility. If you don’t like your world, it doesn’t work to say, ‘Well, it’s my mother’s fault. She taught me how to think.’

Katie: De wereld waarin je leeft is voor honderd procent je eigen verantwoordelijkheid.

Hans: In jouw wereld misschien.

Katie: Als het je niet aanstaat heeft het geen zin om te zeggen, ‘Nou, dat is mijn moeders schuld. Zij heeft me zo leren denken.’

Hans: Wie heeft jou zo leren denken?

Katie: Hoe leren denken?

Hans: Alsof de wereld waarin je leeft voor honderd procent je eigen verantwoordelijkheid is.

Katie: Ik heb mezelf zo leren denken.

Hans: Ik dacht wel dat je dat zou zeggen.

Katie: Hoezo?

Hans: Omdat de wereld waarin jij leeft er een is waarin de wereld waarin je leeft voor honderd procent je eigen verantwoordelijkheid is.

Katie: Dat is niet de wereld waarin ik leef, dat is de wereld waarin wij leven.

Hans: Dat de wereld waarin je denkt te leven je aanstaat betekent nog niet dat het ieders wereld is.

Katie: O nee?

Hans: En dat je denkt dat de wereld waarin je leeft voor honderd procent je eigen verantwoordelijkheid is, betekent nog niet dat de wereld waarin je leeft voor honderd procent je eigen verantwoordelijkheid is.

Katie: Ik zou niet weten wat het anders moest betekenen.

Hans: Dat jij dat denkt.

55. Geloof jij dat de wereld is wat je gelooft dat hij is?

The world is what you believe it to be, and it changes as you change.

Katie: De wereld is wat je gelooft dat hij is, en verandert als jij verandert.

Hans: Voor iemand die dat gelooft misschien.

Katie: Ik geloof het. Daarom onderwijs ik het.

Hans: Tot je zelf verandert.

Katie: Wat als je het niet gelooft?

Hans: Dan is de wereld inderdaad wat je gelooft dat hij is en verandert hij als jij verandert; of hij is wat hij is, wat je ook gelooft; of jij bent onderdeel van de wereld en als hij verandert verander jij ook; of jij bent de hele wereld en verandering van de een impliceert verandering van de ander; of jij blijft steeds jezelf wat er ook verandert; of wat dan ook.

Katie: Geloof je dat?

Hans: Of ik het nou geloof of niet.

56. Van geesteswerelden en wereldgeesten

The moment it begins to question itself, the mind becomes so clear that it starts working with itself rather than with the body’s identification.

Katie: Zodra hij zichzelf begint te onderzoeken wordt de geest zo helder dat hij met zichzelf begint te werken in plaats van zich met het lichaam te identificeren.

Hans: Zodra hij zichzelf begint te onderzoeken wordt de geest zo helder dat hij alleen nog zichzelf ziet.

57. De geest ziet overal spoken

The nature of mind is that it loves everything once it loves itself, just as it opposes everything when it opposes itself.

1.

Katie: De aard van de geest is dat hij alles liefheeft als hij zichzelf liefheeft, zoals hij alles tegenstreeft als hij zichzelf tegenstreeft

Hans: De aard van de geest is dat hij het ene moment liefheeft wat hij het volgende moment tegenstreeft en dat hij tegelijkertijd liefheeft en tegenstreeft en dat hij tegenstreeft wat hij liefheeft.

Katie: Ja, wat is het nou?

Hans: Tja, je weet maar nooit.

2.

Katie: De aard van de geest is dat hij alles liefheeft als hij zichzelf liefheeft, zoals hij alles tegenstreeft als hij zichzelf tegenstreeft

Hans: De aard van de geest is dat hij altijd moet generaliseren. Wat nu waar lijkt is voor altijd waar en wat voor hem waar lijkt is voor iedereen waar.

Katie: Dat was een generalisatie.

Hans: Ik bedoel maar.

3.

Katie: De aard van de geest is dat hij alles liefheeft als hij zichzelf liefheeft, zoals hij alles tegenstreeft als hij zichzelf tegenstreeft

Hans: De aard van de geest is dat hij van woorden dingen of wezens maakt en die van een aard voorziet, of ze bestaan of niet.

4.

Katie: De aard van de geest is dat hij…

Hans: Er nooit is geweest.

58. Hoe ik van jou hou

I can’t love you as you have been or will be. I can only love you as you are.

Katie: Ik kan niet van je houden zoals je was of zal zijn. Ik kan alleen van je houden zoals je bent.

Hans: Ik kan niet van je houden zoals je was of zal zijn en ook niet zoals je bent.

Katie: Waarom niet?

Hans: Omdat ik niet weet hoe je was of zal zijn of bent.

Katie: Hou dan maar van me zoals jij bent.

Hans: Dat weet ik ook al niet. En ook niet hoe ik was of zal zijn.

Katie: Hoe hou je dan van me?

Hans: Zoals ik van iedereen hou.

Katie: Hoe hou je dan van iedereen?

Hans: Zoals ik niet weet.

59. Aards geklodder met hemelse modder

So, how do you get back to heaven? To begin with, just notice the thoughts that take you away from it. You don’t have to believe everything your thoughts tell you. Just become familiar with the particular thoughts you use to deprive yourself of happiness. It may seem strange at first to get to know yourself in this way, but becoming familiar with your stressful thoughts will show you the way home to everything you need.

Katie: Dus, hoe keer je terug naar de hemel?

Hans: Ben ik daar dan al eens geweest?

Katie: Om te beginnen door op te merken welke gedachten je er weghouden.

Hans: Is dit niet een van die gedachten?

Katie: Je hoeft niet alles te geloven wat je gedachten je vertellen.

Hans: Geldt dat ook voor jouw gedachten?

Katie: Raak vertrouwd met de gedachten waarmee je jezelf van geluk beroofd.

Hans: Vertel me liever wat mijn gedachten van geluk beroofd.

Katie: In het begin lijkt het misschien gek om zo naar jezelf te kijken, maar de gedachten leren kennen waar je gespannen van wordt helpt je de weg terug te vinden naar alles wat je nodig hebt.

Hans: En als je gespannen wordt van deze gedachte?

60. Wie je zou zijn zonder gedachten over geluk

Who would you be without the thought that happiness depends on someone else?

1.

Katie: Wie zou je zijn zonder de gedachte dat geluk van een ander afhangt?

Hans: Wie zou je zijn zonder de gedachte dat geluk van jezelf afhangt?

2.

Katie: Wie zou je zijn zonder de gedachte dat geluk van een ander afhangt?

Hans: Wie zou je zijn zonder de gedachte dat geluk van gedachten afhangt?

3.

Katie: Wie zou je zijn zonder de gedachte dat geluk van een ander afhangt?

Hans: Wie zou je zijn zonder de gedachte dat je iemand anders zou kunnen zijn?

4.

Katie: Wie zou je zijn zonder de gedachte dat geluk van een ander afhangt?

Hans: Wie zou je zijn zonder de gedachte dat je zou zijn?

5.

Katie: Wie zou je zijn zonder de gedachte dat geluk van een ander afhangt?

Hans: Wie zou je zijn zonder gedachten over geluk?

61. Vermijden wat er is is ook wat er is

1.

Katie: Zoeken naar geluk is vermijden wat er is.

Hans: Niet zolang er zoeken naar geluk is.

2.

Katie: Zoeken naar geluk is vermijden wat er is.

Hans: Niet zolang er vermijden is.

3.

Katie: Zoeken naar geluk is vermijden wat er is.

Hans: Wat heb je aan die wijsheid?

Katie: Als je dat eenmaal inziet kan je ermee ophouden.

Hans: Ophouden is het vermijden van het zoeken naar geluk.

4.

Katie: Zoeken naar geluk is vermijden wat er is.

Hans: Wat heb je aan die wijsheid?

Katie: Als je dat eenmaal inziet kun je ermee ophouden.

Hans: Maar hoe kom je tot dat inzicht?

Katie: Wat denk jij?

Hans: Misschien wel door te zoeken naar geluk.

62. Je overgeven aan je verzet

Katie: Geluk betekent volledige overgave.

Hans: Waaraan?

Katie: Aan alles wat er is.

Hans: En als er verzet is?

Katie: O.

Hans: Nou?

Katie: Dan niet natuurlijk.

Hans: Wat niet?

Katie: Daar moet je je juist niet aan overgeven.

Hans: Geluk betekent verzet tegen je verzet?

Katie: Nou…

Hans: Alsof dat geen verzet is.

Katie: Maar dit kan toch helemaal niet!

Hans: Waarom niet?

Katie: Geluk betekent immers volledige overgave.

Hans: Ook aan je verzet?

Katie: Dat… kan niet anders.

Hans: Waarom niet?

Katie: Anders is je overgave niet volledig.

Hans: Wat maakt het dan nog uit?

Katie: Wat?

Hans: Verzet is verzet, of je je er nou aan overgeeft of je ertegen verzet.

Katie: Ik geef me over.

Hans: Gelukkig.

63. Dieven in de nacht

Pay close attention to the particular thoughts you use to deprive yourself of happiness.

Katie: Let vooral goed op de gedachten die je gebruikt om jezelf van geluk te beroven.

Hans: Let vooral goed op de gedachte dat je jezelf van geluk berooft.

64. Gelukkig in alle staten

Happiness is the natural state for someone who knows that There’s nothing to know.

Klavertje 1.

Katie: Geluk is de natuurlijke staat voor iemand die weet dat er niets te weten valt.

Hans: Zeker weten?

Klavertje 2.

Katie: Geluk is de natuurlijke staat voor iemand die weet dat er niets te weten valt.

Hans: Geluk komt en gaat in alle staten.

Klavertje 3.

Katie: Geluk is de natuurlijke staat voor iemand die weet dat er niets te weten valt.

Hans: Niet weten wat je natuurlijke staat is is de natuurlijke staat voor iemand die niet weet.

Klavertje 4.

Katie: Geluk is de natuurlijke staat voor iemand die weet dat er niets te weten valt.

Hans: Wat heet geluk.

Katie: Weet je dat dan niet?

Hans: Niet weten is de natuurlijke staat voor iemand die niet weet.

65. Geluk is maar wat doen

Happiness is a clear mind. A clear and sane mind knows how to live, how to work, what emails to send, what phone calls to make, and what to do to create what it wants without fear.

Katie: Geluk is een heldere geest.

Hans: Niet-weten is een heldere geest.

Katie: Een heldere en gezonde geest weet hoe te leven, hoe te werken, welke emails te versturen, welke telefoontjes te plegen, en wat te doen om te scheppen wat het wil zonder angst.

Hans: Een heldere en gezonde geest weet niet hoe of wat.

Katie: En wat is dan geluk?

Hans: En dat is dan geluk.

66. Vrij zijn om te voelen wat je voelt

Katie: Vrijheid is nooit een moment van angst, woede of verdriet meemaken.

Hans: Vrijheid is ook momenten van angst, woede en verdriet toelaten.

Robotkop met grimas.
Nooit een moment van angst, woede of verdriet toelaten.

67. Vrijer zonder vrijheid

Katie: Vrijheid is nergens aan gebonden zijn.

Hans: Vrijheid is ook gebonden kunnen zijn.

68. Waarom je je niet kunt ophangen aan niet-weten

Katie: Vrijheid is leven in vriendelijkheid, áls vriendelijkheid.

Hans: Voor jou misschien.

Katie: Wat is vrijheid voor jou?

Hans: Niet weten wat vrijheid is?

Katie: Wat is daar vrij aan?

Hans: Wie de vrijheid niet kent kan zich er ook niet aan ophangen.

Katie: Waaraan niet, bijvoorbeeld?

Hans: Aan vriendelijkheid niet, bijvoorbeeld.

Katie: Jij bent toch zeker gebonden aan niet-weten?

Hans: Aan niet-weten kan je je niet ophangen.

Katie: Waarom niet?

Hans: Omdat het nergens aan vast zit.

Silhouet van een man die zichzelf probeert te verhangen aan de strop die hij zelf omhoog houdt.
Aan niet-weten kan je je niet ophangen.

69. Niets dat je gelooft is vrijheid

Nothing you believe is true. To know this is freedom.

Katie: Niets dat je gelooft is waar. Dit weten is vrijheid.

Hans: Is dat waar?

Katie: Wat?

Hans: Of je dat gelooft.

Katie: Nou en of.

Hans: Zou je er ook niet in kunnen geloven?

Katie: Goeie vraag.

Hans: Nou?

Katie: Ik geloof het niet.

Hans: Ook al is niets dat je gelooft waar?

Katie: Raar.

Hans: En dat wou jij vrijheid noemen?

Katie: Wat zou jij vrijheid noemen?

Hans: Dat niet weten is vrijheid.

Lees ook: Laat je door niemand wijsmaken dat niet-weten vrijheid is.

70. Over de positiviteit van negatieve gedachten en omgekeerd

A thought is harmless unless we believe it.

1.

Katie: Een gedachte is onschadelijk tenzij we hem geloven.

Hans: Geloof je dat?

Katie: Ha ha.

Hans: Nou?

Katie: Deze wel, ja.

Hans: Pas dan maar op.

2.

Katie: Een gedachte is onschadelijk tenzij we hem geloven, deze uitgezonderd.

Hans: Geldt dat ook voor positieve gedachten?

Katie: Nee, die zijn onschadelijk.

Hans: Geloven dat je gaat winnen met roulette als je maar hoog genoeg inzet, is dat een positieve gedachte?

Katie: Ik veronderstel van wel.

Hans: Word je er rijk van?

Katie: Ik veronderstel van niet.

Hans: Dus er zijn ook positieve gedachten die schadelijk zijn als we ze geloven?

Katie: Ik geloof het wel.

Hans: Pas dan maar op.

3.

Katie: Een negatieve gedachte is onschadelijk tenzij we hem geloven.

Hans: Geloven dat je in het verkeer verminkt kunt raken, is dat een negatieve gedachte?

Katie: Ik veronderstel van wel.

Hans: Die je maar beter niet kunt geloven?

Katie: …

Hans: Pas dan maar op.

71. Kun je ervoor kiezen een gedachte niet te geloven?

Katie: Een gedachte is onschadelijk tenzij we hem geloven.

Hans: En?

Katie: Het enige wat je dus hoeft te doen is hem niet geloven.

Hans: Geloof je dat je daar iets over te zeggen hebt?

Katie: Anders zou ik Het Werk niet doen.

Hans: Zou je het ook niet kunnen geloven?

Katie: Ik weet niet of ik dat wel wil.

Hans: Eén minuutje maar.

Katie: …

Hans: En?

Katie: Ik geloof het niet.

Hans: Nou dan.

72. Drie karakters en een karikatuur

Place only your kindest thoughts on everything you experience today. Meet yourself.

1.

Katie: Plak alleen je vriendelijkste gedachten op alles wat je vandaag meemaakt. Ontmoet jezelf.

Hans: Denk niet dat je steeds je vriendelijkste gedachten moet plakken op alles wat je meemaakt. Ontmoet jezelf.

2.

Katie: Plak alleen je vriendelijkste gedachten op alles wat je vandaag meemaakt. Ontmoet jezelf.

Hans: Denk niet dat je zelf kunt bepalen welke gedachten je plakt op alles wat je meemaakt. Ontmoet jezelf.

3.

Katie: Plak alleen je vriendelijkste gedachten op alles wat je vandaag meemaakt. Ontmoet jezelf.

Hans: Denk niet dat je zelf kunt bepalen of je wel of niet denkt dat je zelf kunt bepalen welke gedachten je plakt op alles wat je meemaakt. Ontmoet jezelf.

73. Verlaat jezelf

Katie: Plak alleen je vriendelijkste gedachten op alles wat je vandaag meemaakt. Ontmoet jezelf.

Hans: Bekijk alles wat je vandaag meemaakt eens van alle kanten. Verlaat jezelf.

74. Plak en gard ontwassen

Katie: Plak alleen je vriendelijkste gedachten op alles wat je vandaag meemaakt.

Hans: Plak geen allervriendelijkste gedachten op alles wat je meemaakt.

Katie: Wat voor gedachten dan wel?

Hans: Plak geen gedachten op alles wat je meemaakt.

Katie: Wat stel je voor?

Hans: Moet je dat nog vragen?

Katie: Hoezo?

Hans: Onderzoek je gedachten bij alles wat je meemaakt.

Katie: O ja, dat is waar ook.

Hans: Of wis wat je denkt bij alles wat je meemaakt.

Katie: En als je dat niet kan?

Hans: Wis de gedachte dat je alles wat je denkt bij alles wat je meemaakt kan wissen.

Katie: En als je dat ook niet kan?

Hans: Wis de gedachte dat je de gedachte dat je alles wat je denkt bij alles wat je meemaakt kan wissen kan wissen.

Katie: Komt hier een eind aan?

Hans: Niet dat ik weet.

Katie: En dan?

Hans: Uiteindelijk?

Katie: Uiteindelijk.

Hans: Niet-weten.

75. Hou op met zoeken naar goedkeuring

Spare yourself from seeking love, approval, or appreciation-from anyone. And watch what happens in reality, just for fun.

Katie: Hou op met het zoeken naar liefde, goedkeuring en waardering van anderen. En kijk dan eens wat er gebeurt, gewoon voor de lol.

Hans: En hou dan ook eens op met het zoeken naar liefde, goedkeuring en waardering van jezelf.

Katie: Hè?

Hans: Wat?

Katie: Waar wou je het dan zoeken?

Hans: En kijk dan eens wat er gebeurt.

Katie: Nou?

Hans: Lachen.

76. Zoeken is onvrede

We’ve been looking outside us for our own peace. We’ve been looking in the wrong direction.

Katie: We zoeken vrede buiten onszelf. We zoeken het in de verkeerde richting.

Hans: Of we het nou buiten onszelf zoeken of in onszelf, we zoeken het in de verkeerde richting.

Katie: Waar wou je het dan zoeken?

Hans: Zoeken is de verkeerde richting.

Lees ook: Zoeken naar het einde van het zoeken.

77. Wie mij aardig moet vinden

it’s not your job to like me. it’s mine.

Katie: Het is niet jouw taak om mij aardig te vinden. Het is de mijne.

Hans: Het is niet jouw taak om mij aardig te vinden. Het is niet de mijne.

Katie: Wie moet jou dan aardig vinden?

Hans: Niemand moet mij aardig vinden. Dat is het fijne.

78. De mantel der liefde

Katie: Ik weet zeker dat iedereen van mij houdt maar niet iedereen realiseert het zich.

Hans: Noem dat maar niet-weten.

Katie: Jij houdt ook van mij.

Hans: Dan heb ik het me nog niet gerealiseerd.

Katie: Ik hou ook van jou.

Hans: Dat had ik me nog niet gerealiseerd.

Katie: Ik weet zeker dat iedereen van iedereen houdt maar niet iedereen realiseert het zich.

Hans: Noem dat maar niet-weten.

Katie: Hoe zou jij het noemen?

Hans: Een vriendelijk verhaal over de realiteit?

79. Zegt de ene narcist tegen de andere…

Do you want to meet the love of your life? Look in the mirror.

Zegt de ene narcist tegen de andere:

Wijsheidstegeltje.
Wil je de liefde van je leven vinden? Kijk maar in de spiegel.

80. Zegt de ene solipsist tegen de andere…

Ultimately, I am all I can know.

Katie: Uiteindelijk ben ik alles wat ik kan weten.

Hans: Uiteindelijk ben ik niets wat ik kan weten.

81. Schrale troost voor autisten

it’s only yourself you are ever dealing with.

Katie: De enige met wie je ooit te maken hebt ben je zelf.

Hans: Spreek voor jezelf.

Katie: Dat doe ik toch?

Hans: Dan had je ik moeten zeggen.

Katie: Oké, de enige met wie ik ooit te maken heb ben ik zelf.

Hans: Dat gevoel had ik al.

Katie: En jij?

Hans: De enige met wie ik nooit te maken heb is niemand.

Katie: Dat lijkt me knap vermoeiend.

Hans: En het enige waar ik nooit mee te maken heb is niets.

Katie: Nee, dan ik.

Hans: Nou jij weer.

82. Uitgaan in niet-weten

Just keep coming home to yourself, you are the one who you’ve been waiting for.

Katie: Blijf thuiskomen in jezelf. Jij bent degene op wie je hebt gewacht.

Hans: Zolang je nog thuis wilt komen in jezelf zul je niet thuiskomen.

Katie: Waar ben jij dan in thuisgekomen?

Hans: Zolang je nog thuis wilt komen zul je niet thuiskomen.

Katie: Jij bent toch thuisgekomen in niet-weten?

Hans: Ik ben uitgegaan in niet-weten.

Katie: Jij bent niet degene op wie je hebt gewacht?

Hans: Jij bent niet degene op wie ik heb gewacht.

83. Het verhaal dat jij bent wat vooraf gaat aan alle verhalen

The Work always leaves you with less of a story. Who would you be without your story? You never know until you inquire. There is no story that is you or that leads to you. Every story leads away from you. Turn it around; undo it. You are what exists before all stories. You are what remains when the story is understood.

Katie: Als je Het Werk doet wordt je verhaal altijd kleiner.

Hans: Nou, dan heb jij nog aardig wat Werk te verzetten.

Katie: Wie zou je zijn zonder verhaal? Dat zul je nooit weten tot je het onderzoekt.

Hans: Dat zul je nooit weten tot je Het Onderzoek onderzoekt.

Katie: Er is geen verhaal dat jij bent of dat naar jou leidt.

Hans: Het bekende verhaal.

Katie: Ieder verhaal leidt weg van jou.

Hans: Hoe vaak heb je dat al niet verteld.

Katie: Keer het om, maak het ongedaan.

Hans: Een omkering is gewoon het volgende verhaal.

Katie: Jij bent wat voorafgaat aan alle verhalen.

Hans: Dat er iets voorafgaat aan alle verhalen is gewoon het volgende verhaal.

Katie: Jij bent wat overblijft als het verhaal is begrepen.

Hans: Wat blijft er over als dit verhaal is doorzien?

84. Het verhaal van de stilte

There is no story that is you or that leads to you. Every story leads away from you.

Katie: Er is geen verhaal dat jij bent of dat naar jou leidt.

Hans: Dat is gewoon jouw verhaal over mij.

Katie: Elk verhaal leidt weg van jou.

Hans: Dit verhaal dan ook.

Katie: Welk verhaal leidt volgens jou wel naar jou?

Hans: Misschien is jou ook maar een verhaal.

Katie: Dat kan ook nog.

Hans: Maar waar leiden je verhalen dan nog van weg?

Katie: Tja.

Hans: Of is dit alweer het volgende verhaal?

Katie: …

Hans: Misschien is stilte ook wel een verhaal.

Katie: …

Hans: Of misschien is het wel de stilte waar je verhalen van weg leiden.

Katie: …

Hans: Of is dit alweer het volgende verhaal?

85. Denken dat je liefde bent

Seeking love keeps you from the awareness that you already have it – that you are it.

Katie: Liefde zoeken houdt je weg bij het besef dat je het al hebt – dat je het bent.

Hans: Denken dat je liefde bent houd je weg bij jezelf.

Katie: Wat denk jij dan dat liefde is als je het niet zelf bent?

Hans: Denken dat je weet wat liefde is houd je weg bij de liefde.

Katie: Wat denk jij dat je bent als het geen liefde is?

Hans: Denken dat je weet wie je bent houd je weg bij jezelf.

Katie: Wat brengt je volgens jou dichter bij jezelf?

Hans: Denken dat je dichter bij jezelf kunt komen houd je weg bij jezelf.

86. Je moest eens vergeten

You would be amazed at who people are once you know yourself.

1.

Katie: Je moest eens weten wie mensen zijn als je eenmaal weet wie je zelf bent.

Hans: Je moest eens weten wie mensen zijn als je niet meer weet wie je zelf bent.

2.

Katie: Je moest eens weten wie mensen zijn als je eenmaal weet wie je zelf bent.

Hans: Je moest eens weten wie je bent als je niet meer weet wie mensen zijn.

3.

Katie: Je moest eens weten wie mensen zijn als je eenmaal weet wie je zelf bent.

Hans: Je moest eens vergeten wie mensen zijn en wie je zelf bent.

87. Een ander woord voor denken is reflectie

The whole world is simply my story, projected back to me on the screen of my own perception. All of it.

Katie: De hele wereld is mijn eigen verhaal, teruggekaatst op het scherm van mijn waarneming. Helemaal.

Hans: Dan zal dat hier ook wel voor gelden.

Katie: Wat?

Hans: Dat het jouw verhaal is, teruggekaatst op het scherm van je eigen waarneming, dat de hele wereld je eigen verhaal is, teruggekaatst op het scherm van je eigen waarneming. Helemaal.

Katie: En wat is jouw verhaal?

Hans: Voor jou of voor mij?

Katie: Voor jou.

Hans: Welk verhaal?

Katie: En voor mij?

Hans: Voor jou is mijn verhaal jouw verhaal, teruggekaatst op het scherm van je eigen waarneming, dat de hele wereld mijn eigen verhaal is, teruggekaatst op het scherm van mijn eigen waarneming. Helemaal.

88. Welkom in het spiegelpaleis

When you do The Work, you see who you are by seeing who you think other people are. Eventually you come to see that everything outside you is a reflection of your own thinking. You are the storyteller, the projector of all stories, and the world is the projected image of your thoughts.

Katie: Als je Het Werk doet, zie je wie je bent door te zien wie je denkt dat andere mensen zijn.

Hans: Als je het Halve Werk doet, zie je wie je bent door te zien wie je denkt dat andere mensen zijn.

Katie: En als je het Hele Werk doet?

Hans: Dan zie je wie je denkt te zijn.

Je ziet wie je denkt dat andere mensen zijn.

Je ziet wie je denkt dat andere mensen denken dat jij bent.

Je ziet wie je denkt dat andere mensen denken dat ze zijn.

Je ziet wie je denkt te zijn doordat je denkt te zien wie je denkt te zijn.

Je ziet wie je denkt te zijn doordat je denkt te zien wie je denkt dat andere mensen zijn.

Je ziet wie je denkt te zijn doordat je denkt te zien wie je denkt dat andere mensen denken dat jij bent.

Je ziet wie je denkt te zijn doordat je denkt te zien wie je denkt dat andere mensen denken dat ze zijn.

Je ziet wie je denkt te zijn doordat je denkt te zien wie je denkt te zijn doordat je denkt te zien wie je denkt te zijn.

Je ziet wie je denkt te zijn doordat je denkt te zien wie je denkt te zijn doordat je denkt te zien wie je denkt dat andere mensen zijn.

Je ziet wie je denkt te zijn doordat je denkt te zien wie je denkt te zijn doordat je denkt te zien wie je denkt dat andere mensen denken dat jij bent.

Je ziet wie je denkt te zijn doordat je denkt te zien wie je denkt te zijn doordat je denkt te zien wie je denkt dat andere mensen denken dat ze zijn.

Katie: Maar zie je ook wie je bent?

Hans: Nee, dat niet.

Katie: Uiteindelijk zie je in dat alles buiten jou een weerspiegeling is van je eigen denken.

Hans: Uiteindelijker zie je in dat uiteindelijk inzien dat alles buiten jou een weerspiegeling is van je eigen denken, een weerspiegeling is van je eigen denken.

Nog uiteindelijker zie je in dat uiteindelijker inzien dat uiteindelijk inzien dat alles buiten jou een weerspiegeling is van je eigen denken, een weerspiegeling is van je eigen denken, een weerspiegeling is van je eigen denken.

Katie: Maar zie je ook wat alles buiten jou dan wel is?

Hans: Nee, dat niet.

Katie: Het is heel simpel. Jij bent de verhalenverteller, de projector van alle verhalen.

Hans: Simpel verhaal, een projectie van jouw zelfbeeld.

Katie: En de wereld is het beeld van jouw gedachten.

Hans: Simpel verhaal, een projectie van jouw wereldbeeld.

89. Trap er niet in

Katie: Nooit naar anderen luisteren!

Hans: Je kan me nog meer vertellen.

90. Hartstocht

Katie: Je hoeft alleen maar naar je hart te luisteren.

Hans: Als je maar niet denkt dat het naar jou luistert.

Silhouet van een hart dat met een stethoscoop naar zichzelf luistert.
Als je maar niet denkt dat het naar jou luistert.

91. Hartfalen

Katie: Je hoeft alleen maar naar je hart te luisteren.

Hans: En als het tegenstrijdige dingen roept?

Katie: Dan niet natuurlijk.

Hans: En als het steeds iets anders roept?

Katie: Dan ook niet natuurlijk.

Hans: En als het zwijgt?

Katie: Hm

Hans: Wanneer dan wel?

92. Autoriteiten zonder gezag

1.

Katie: De enige autoriteit ben je zelf.

Hans: Dat moet ik van je aannemen.

2.

Katie: De enige autoriteit ben je zelf.

Hans: En ik dan?

3.

Katie: De enige autoriteit ben je zelf.

Hans: En jij dan?

4.

Katie: De enige autoriteit ben je zelf.

Hans: Vroeger misschien.

Katie: Waarom nu niet meer?

Hans: Ik trap er niet meer in.

Katie: Ik bedoelde het ware Zelf.

Hans: Ik trap er niet meer in.

5.

Katie: De enige autoriteit ben je zelf.

Hans: Wie zegt dat er een autoriteit is?

Katie: Wou jij beweren van niet?

Hans: Alsof ik wat wou beweren.

Katie: Wat als er geen autoriteit is?

Hans: Dan hoeven we ook niet te doen alsof.

Katie: Maar is er nou een autoriteit of niet?

Hans: Het is maar net aan wie je het vraagt.

Silhouet van een borstbeeld van Byron Katie.
‘De enige autoriteit ben ik.’

93. Oost-Indische wijsheid

Katie: Ikzelf ben het antwoord.

Hans: Dan ben ik wel weer de vraag.

Katie: Nee, laat mij dan maar de vraag zijn.

Hans: Dan ben ik wel weer Oost-Indisch doof.

Katie: Nee, laat mij dan maar Oost-Indisch doof zijn.

Hans: Dan ben ik wel weer het antwoord.

Katie: Maar dan kan ik het niet meer horen.

Hans: Dan ben ik wel weer de vraag.

94. Vragen stellen tot de antwoorden uitblijven

Asking the questions - that’s what changes lives. Every cell in your body is awake with inquiry. And you cannot believe the old thoughts again.

Katie: De vier vragen stellen, brandend van nieuwsgierigheid, dat is wat je leven verandert. En je kunt je oude gedachten nooit meer geloven.

Hans: Vragen stellen is het halve werk, maar hoe krijg je jezelf zo gek? Waar haal je die nieuwsgierigheid zo gauw vandaan? En als de antwoorden je oude gedachten bevestigen blijf je ze gewoon geloven. Dan verandert er niets.

Katie: Als je oprecht Het Werk doet is het onmogelijk dat je in je oude gedachten blijft geloven.

Hans: Als je vragen antwoorden opleveren heb je nieuwe gedachten om in te geloven. Dan vervang je het ene geloof door het andere en verandert er wezenlijk niets.

Katie: Wat verandert volgens jou wel iets?

Hans: Vragen stellen en je antwoorden blijven bevragen tot ze uitblijven. Dan kun je je oude gedachten niet meer geloven. Dan kun je je nieuwe gedachten niet meer geloven. Dan kun je de gedachten van Byron Katie niet meer geloven. Dan kun je de gedachten van Hans van Dam niet meer geloven. Dan kun je deze gedachten niet meer geloven.

Katie: Is dat wat jouw leven heeft veranderd?

Hans: Voor zolang het duurt.

Katie: Door vragen te stellen tot de antwoorden uitblijven?

Hans: Maar hoe krijg je jezelf zo gek?

95. Dromen van het einde van het dromen

Life is the constant opportunity to wake up.

Katie: Leven is een eindeloze gelegenheid om te ontwaken.

Hans: Ook uit de droom van ontwaken.

96. Doelen zijn netten

1.

Katie: Alle problemen hebben maar één doel, jouw zelfrealisatie.

Hans: Doelen zijn het enige probleem.

2.

Katie: Alle problemen hebben maar één doel, jouw zelfrealisatie.

Hans: Zelfrealisatie is het enige probleem.

97. Afgehecht

1.

We don’t attach to things, we attach to our stories about them.

Katie: We hechten niet aan dingen, we hechten aan onze verhalen erover.

Hans: Leuk verhaal.

Katie: Dank je.

Hans: Hecht je eraan?

2.

It’s not our thoughts, but our attachment to our thoughts, that causes suffering.

Katie: Het zijn niet onze gedachten maar onze gehechtheid eraan die lijden veroorzaakt.

Hans: Mooie gedachte.

Katie: Dank je.

Hans: Hecht je eraan?

98. De mallemolen van de mind

A thought is harmless unless we believe it. It’s not our thoughts, but our attachment to our thoughts, that causes suffering. Attaching to a thought means believing that it’s true, without inquiring. A belief is a thought that we’ve been attaching to, often for years.

Katie: Het zijn niet onze gedachten maar onze gehechtheid eraan die lijden veroorzaakt.

Hans: Mooie gedachte, hecht je eraan?

Katie: Aan een gedachte hechten betekent erin geloven zonder hem te onderzoeken.

Hans: Geloof je dat of heb je het onderzocht?

Katie: Een geloof is een gedachte waar we aan gehecht zijn, vaak jarenlang.

Hans: Hoelang draag je deze gedachten nu al uit?

Katie: Een gedachte is onschadelijk tenzij we erin geloven.

Hans: Dat wil ik best geloven.

Katie: Het zijn niet onze gedachten maar onze gehechtheid eraan die lijden veroorzaakt.

99. Bewaarheid onze vrijheid, bevrijd ons van de waarheid

Do you want to be right more than you want to know the truth? it’s the truth that set me free. Acceptance, peace, and less attachment to a world of suffering are all effects of doing The Work.

Katie: Wat vind je belangrijker, gelijk hebben of de waarheid kennen?

Hans: Die retorische vragen van jou altijd, wie trapt daar nog in?

Katie: Ik zeg, het is de waarheid die me heeft bevrijd.

Hans: Dan zeg ik, het is de waarheid waarvan ik ben bevrijd.

Katie: Aanvaarding, vrede en minder gehechtheid aan een wereld vol leed zijn allemaal gevolgen van Het Werk.

Hans: Minder gehechtheid aan aanvaarding, vrede en onthechting zijn allemaal kenmerken van niet-weten.

100. Spitse geesten

If people are living their lives for security and comfort and pleasure, then mind’s every waking moment will be plotting those things. That’s how it stays identified - as a body, as a you.

Katie: Als mensen gespitst zijn op veiligheid, gemak en plezier zal hun geest daar de hele dag mee bezig zijn. Zo blijft hij gebonden – aan een lichaam, aan een jou.

Hans: Als mensen gespitst zijn op onvoorwaardelijke liefde en ononderbroken geluk zal hun geest daar de hele dag mee bezig zijn. Zo blijft hij gebonden – aan Het Werk, aan jou.

Katie: Wat is er volgens jou voor nodig om de geest volledig te bevrijden?

Hans: Als mensen gespitst zijn op volledige vrijheid zal hun geest daar de hele dag mee bezig zijn.

Katie: Zou het niet beter zijn als het denken zijn eigen gang kon gaan?

Hans: Als mensen gespitst zijn op een denken dat zijn eigen gang kan gaan zal hun geest daar de hele dag mee bezig zijn.

Katie: Nergens op gespitst zijn is het devies?

Hans: Als mensen een devies proberen te volgen zal hun geest daar de hele dag mee bezig zijn.

101. Met een goed geloof en een kurken ziel drijft men de zee over

There is no security for those who seek it outside of themselves.

Katie: Er bestaat geen veiligheid voor degenen die het buiten zichzelf zoeken.

Hans: Er bestaat ook geen veiligheid voor degenen die het in zichzelf zoeken.

Katie: Waar moeten we dan veiligheid zoeken?

Hans: Er bestaat geen veiligheid voor hen die ernaar zoeken.

Katie: Er bestaat alleen veiligheid voor hen die er niet naar zoeken, wou je zeggen.

Hans: Er bestaat geen veiligheid voor hen die er niet naar zoeken.

Katie: Voor wie bestaat er dan wel veiligheid?

Hans: Voor hen die erin geloven.

Katie: Er bestaat alleen veiligheid voor degenen die erin geloven?

Hans: Voor zolang het duurt.

102. Geen enkel leven is geen leven

When safety is our priority, we live our lives being very, very careful, and we wind up having no lives

Katie: Als we uit zijn op veiligheid leven we heel heel voorzichtig en hebben we helemaal geen leven.

Hans: Als we uit zijn op veiligheid leven we heel heel voorzichtig en is dat ons leven.

103. De Droom

Katie: Iemand die bij iedere vervelende gedachte meteen Het Werk doet ziet steeds de Realiteit onder ogen.

Hans: En de plezierige gedachten dan?

Katie: Daar heb je geen Werk aan.

Hans: Maar om die nou de Realiteit te noemen?

104. Wat ik zonder ogen zie

Katie: Iemand die bij iedere vervelende gedachte meteen Het Werk doet ziet steeds de Realiteit onder ogen.

Hans: De wat?

Katie: De werkelijkheid zoals hij is en niet zoals je wilt dat hij is.

Hans: Dat mocht je willen.

Katie: Hoe ziet jouw werkelijkheid eruit?

Hans: Mijn wat ?

Katie: De werkelijkheid van een grenzeloos niet-weten.

Hans: Van een wat?

Katie: Doe niet zo flauw.

Hans: Ik zie wat ik zie maar wat het is dat weet ik niet.

Katie: Dat klinkt niet als de Realiteit.

Hans: Ik heb mijn handen vol aan de realiteit.

Katie: Maar wat zie jij dan onder ogen?

Hans: Dat.

105. Vonnis van de oprechter

Katie: Mits oprecht uitgevoerd bevrijdt Het Werk je van alle gedachten.

Hans: Dan ook van deze.

Katie: Wat?

Hans: Wat?

Katie: Wou jij beweren dat Het Werk niet werkt?

Hans: En ook van die.

Katie: Zo hou je niets over.

Hans: Mits oprecht uitgevoerd.

106. Open staan voor geslotenheid

Katie: Het denken dat niet weet staat volledig open voor alles wat het leven brengt.

Hans: Het denken dat niet weet heeft niets te melden over het denken dat niet weet.

Katie: Waarom niet?

Hans: Omdat het niet weet natuurlijk.

Katie: En het denken dat volledig open staat voor alles wat het leven brengt?

Hans: Dat staat ook volledig open voor geslotenheid.

Katie: Waarom?

Hans: Omdat het leven ook geslotenheid brengt natuurlijk.

Katie: Ik zeg, openheid is wat het leven vleugels geeft.

Hans: Dan zeg ik, geslotenheid is wat het leven draagt.

Katie: En anders?

Hans: Niets.

Silhouet van een ei met vleugels.
Geslotenheid is wat het leven draagt.

107. Wat je bent als je je gedachten niet gelooft

1.

Katie: Als je je gedachten niet gelooft ben je alles.

Hans: Geloof je dat?

2.

Katie: Als je je gedachten niet gelooft ben je alles.

Hans: En als je gelooft dat je je gedachten niet gelooft?

3.

Katie: Als je je gedachten niet gelooft ben je alles.

Hans: En als je niet gelooft dat je je gedachten niet gelooft?

4.

Katie: Als je je gedachten niet gelooft ben je alles.

Hans: En als je niet gelooft dat je alles bent?

5.

Katie: Als je je gedachten niet gelooft ben je alles.

Hans: Alles is ook maar een gedachte.

6.

Katie: Als je je gedachten niet gelooft ben je alles.

Hans: Als je je gedachten niet gelooft weet je niet wat je bent.

7.

Katie: Als je je gedachten niet gelooft ben je alles.

Hans: Als je je gedachten niet gelooft weet je niet dat je bent.

8.

Katie: Als je je gedachten niet gelooft ben je alles.

Hans: Als je je gedachten niet gelooft dan niets.

108. Wie zijn gedachten niet gelooft is van zijn geloofwaardigheid beroofd

I love what I think, and I’m never tempted to believe it. Thoughts are like the wind or the leaves on the trees or the raindrops falling. They’re not personal, they don’t belong to us, they just come and go. When they’re met with understanding, they’re friends.

Katie: Ik hou van mijn gedachten en ik kom nooit in de verleiding om ze te geloven.

Hans: Geloof je dat?

Katie: Nee, natuurlijk niet.

Hans: Waarom val je mij er dan mee lastig?

Katie: Gedachten zijn als de wind of de bladeren aan de bomen of vallende regendruppels.

Hans: Geloof je dat?

Katie: Nee, natuurlijk niet.

Hans: Waarom val je mij er dan mee lastig?

Katie: Gedachten zijn niet persoonlijk, ze zijn niet van ons, ze komen en ze gaan.

Hans: Geloof je dat?

Katie: Nee, natuurlijk niet.

Hans: Waarom val je mij er dan mee lastig?

Katie: Als je gedachten met begrip bejegent zijn het vrienden.

Hans: Geloof je dat?

Katie: Nee, natuurlijk niet.

Hans: Waarom val je mij er dan mee lastig?

Katie: Ik hou van mijn gedachten en ik kom nooit in de verleiding om ze te geloven.

109. De oorlog die een eind moet maken aan de oorlog

As long as we believe our own war-driven thoughts, there will always be war, in ourselves, in our families, and in our world. As long as we believe our thoughts, there will always be war.

1.

Katie: Zolang we onze gedachten geloven zal er oorlog zijn.

Hans: Zolang we dat geloven zullen we oorlog voeren met onze gedachten.

2.

Katie: Er zal pas vrede zijn, in onszelf, in onze families en in de wereld, als we onze gedachten niet meer geloven.

Hans: Zolang we de gedachte geloven dat er pas vrede zal zijn als er iets verandert zullen we oorlog voeren.

110. Waar het graf vol van is loopt de mond van over

The person who finds peace inside and lives it, is the one who teaches what true peace is.

Katie: Degene die rust vindt in zichzelf en ernaar leeft is degene die predikt wat ware vrede is.

Hans: Degene die ergens rust in vindt en ernaar leeft is degene die predikt wat hij denkt dat ware vrede is.

111. Denken dat gedachten de hel zijn

Katie: De hel, dat zijn je gedachten.

Hans: De hel is ook maar een gedachte.

Katie: Wat?

Hans: Dat je gedachten de hel zijn is ook maar een gedachte.

Katie: Verdraaid.

Hans: Dat de hel ook maar een gedachte is ook.

Katie: Jeetje.

Hans: Dat het maar een gedachte is dat je gedachten de hel zijn ook.

Katie: Geloof jij dan geen enkele gedachte?

Hans: Dat kan ik wel denken, maar geloof ik het ook?

Katie: Weet je wat ik zo langzamerhand begin te denken?

Hans: Het volgende Katieisme, ben ik bang.

Katie: De hel, dat is je gedachten niet geloven.

Hans: Of is dat ook maar een gedachte?

112. De taak van de geest is te denken wat hij vreest

The mind’s job is to validate what it thinks.

Katie: De geest heeft tot taak te valideren wat hij denkt.

Hans: Denk je dat of heb je het gevalideerd?

Katie: Dat vind ik. Wat denk jij?

Hans: Dat de geest tot taak heeft te denken wat hij vreest?

Katie: Denk je dat of heb je het gevalideerd?

Hans: Dat de geest tot taak heeft te denken wat hij leest?

Katie: Moet het dan per se rijmen?

Hans: Dat de geest tot taak heeft te denken wat hij denkt?

Katie: Meen je dat?

Hans: Ik vraag dat.

Katie: Dan hoef je het ook niet te valideren, veronderstel ik.

Hans: Want ik weet niet wat de taak van de geest is.

Katie: Dat heb ik je anders net verteld.

Hans: Ik kan anders nog wel honderd taken bedenken.

Katie: Typisch de geest.

Hans: En ik weet niet eens of hij wel een taak heeft.

Katie: Waarom twijfel je daaraan?

Hans: Wie zou hem die dan gegeven moeten hebben?

Katie: De geest zelf natuurlijk.

Hans: Ik weet niet eens of de geest wel bestaat.

Katie: Jij let wel op, hè?

Hans: Maar om dat nou valideren te noemen?

113. Als je rust biedt, kijk dan eens naar de aannames die je verdedigt

If you want to enter a state of grace, question the assumption you’re defending right now.

1.

Katie: Als je rust zoekt, kijk dan eens naar de aanname die je op dit moment verdedigd.

Hans: Je neemt aan dat ik dan rust zal vinden.

2.

Katie: Als je rust zoekt, kijk dan eens naar de aanname die je op dit moment verdedigd.

Hans: Je neemt aan dat de aanname die ik op dit moment verdedig onverdedigbaar zal blijken te zijn.

3.

Katie: Als je rust zoekt, kijk dan eens naar de aanname die je op dit moment verdedigd.

Hans: Je neemt aan dat mijn onrust te maken heeft met de aanname die ik op dit moment verdedig.

4.

Katie: Als je rust zoekt, kijk dan eens naar de aanname die je op dit moment verdedigd.

Hans: Je neemt aan dat ik op dit moment een aanname verdedig.

5.

Katie: Als je rust zoekt, kijk dan eens naar de aanname die je op dit moment verdedigd.

Hans: En als ik ruzie zoek?

Katie: Waarom zou je ruzie zoeken?

Hans: Omdat ik daar rustig van wordt?

114. Ben je bereid ergens niet toe bereid te zijn?

Katie: Ik wil altijd wat er is.

Hans: Hoe merk je dat?

Katie: Ik ben overal toe bereid. Ik zie overal naar uit.

Hans: Ik niet hoor.

Katie: Vooral naar het allerergste.

Hans: Toe maar. Waarom?

Katie: Omdat iedere tegenslag een uitnodiging is om aan Het Werk te gaan, en Het Werk uiteindelijk tot Zelfrealisatie leidt.

Hans: Waarom zie je vooral uit naar het allerergste?

Katie: Hoe groter de tegenslag, hoe effectiever Het Werk.

Hans: Geef eens een voorbeeld van wat voor jou het allerergste zou zijn.

Katie: Even denken…

Hans: ‘Ik ben bereid…’

Katie: Ik ben bereid failliet te gaan. Ik ben bereid uitgelachen te worden. Ik ben bereid vervolgd te worden. Ik ben bereid…

Hans: Ergens niet toe bereid te zijn?

Katie: Wát?

Hans: ‘Ik zie ernaar uit…’

Katie: Ik zie ernaar uit borstkanker te krijgen. Ik zie ernaar uit mijn kleinkind te verliezen. Ik zie ernaar uit mijn stem te verliezen. Ik zie ernaar uit…

Hans: Ergens niet naar uit te zien?

Katie: Zit je mij in de maling te nemen?

Hans: Zit je mij in de maling te nemen?

115. Een tegenslag die niet meevalt

Katie: Ik hou van tegenslag.

Hans: Waarom?

Katie: Iedere tegenslag is een uitnodiging om Het Werk te doen.

Hans: Is dat waar?

Katie: Nou en of.

Hans: Kun je dat absoluut zeker weten?

Katie: Niet absoluut zeker.

Hans: Hoe voelt het als die gedachte waar zou zijn?

Katie: Heerlijk.

Hans: Waarom?

Katie: Omdat tegenslag dan ergens goed voor is.

Hans: Kun je een neutrale of stressvolle reden vinden om aan die gedachte vast te houden?

Katie: Niet één.

Hans: Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Katie: Ik zou het veel moeilijker vinden om met tegenslag om te gaan.

Hans: Dat zou nog eens een tegenslag zijn.

Katie: Een grotere is nauwelijks denkbaar.

Hans: Des te beter.

Katie: Waarom?

Hans: Iedere tegenslag is een uitnodiging om Het Werk te doen.

Silhouet van een rennend figuurtje onder een vallend blok.
Iedere tegenslag is een uitnodiging om Het Werk te doen.

116. Het is heel eenvoudig: het is heel ingewikkeld

Life is simple. Everything happens for you, not to you. Everything happens at exactly the right moment, neither too soon nor too late. You don’t have to like it… it’s just easier if you do.

Katie: Het leven is eenvoudig.

Hans: Het leven is ingewikkeld.

Katie: Alles gebeurt voor jou, niet met jou.

Hans: Dingen lijken nu eens te gebeuren voor jou, dan weer met jou, binnen jou, buiten jou, tegen jou of zonder enig verband met jou.

Katie: Alles gebeurt precies op het goede moment, niet te vroeg, niet te laat.

Hans: Dingen gebeuren nu eens te vroeg, dan weer te laat of precies op tijd, of ze gebeuren te vroeg in het ene opzicht, te laat in het andere en precies op tijd in een derde.

Katie: Je hoeft het niet prettig te vinden maar het is makkelijker van wel.

Hans: Je zou het prettig willen vinden maar makkelijk is het niet.

Katie: En daarom noem ik het leven eenvoudig.

Hans: En daarom noem ik het leven ingewikkeld.

Grote kubus waar beentjes onderuit komen.
Alles gebeurt voor jou, niet met jou.

117. Shakespeare dacht er het zijne van

Everything happens at exactly the right moment, neither too soon nor too late.

Katie: Alles gebeurt precies op het goede moment, niet te vroeg, niet te laat.

Hans: Niets gebeurt precies op het goede moment of te vroeg of te laat, dat maakt het denken ervan.*

Katie: Ik wou dat ik dat had gezegd.

Hans: Ga je gang.

Katie: Niets gebeurt te vroeg of te laat of precies op het goede moment, dat maakt het denken ervan.

Hans: Is dat waar of maakt jouw denken dat ervan?

* ‘Nothing is either good or bad, but thinking makes it so’, laat Shakespeare Hamlet zeggen.

118. Tekens van leven om weg te geven

Het leven is eenvoudig, zegt de eerste.

Het leven is ingewikkeld, zegt de tweede.

Het leven is eenvoudig en ingewikkeld, zegt de derde.

Het leven is eenvoudig noch ingewikkeld, zegt de vierde.

Het leven is niet in woorden te vangen, zegt de vijfde.

Het leven is een woord, zegt de zesde.

Dat maakt het denken ervan, zegt de zevende.

Dat maak jij ervan, zegt de achtste.

Wat maak jij ervan?

119. Alles komt precies op tijdbom

Everything happens at exactly the right moment.

Katie: Alles komt precies op tijd.

Hans: Is dat een positieve gedachte of een negatieve?

Katie: Een positieve natuurlijk.

Hans: Hoe voelt het als die gedachte waar zou zijn?

Katie: Fijn.

Hans: Waarom?

Katie: Omdat ik me dan nergens meer druk over hoef te maken.

Hans: Hoe voelt het als die gedachte onwaar zou zijn?

Katie: Naar.

Hans: Waarom?

Katie: Omdat ik me dan toch weer overal druk om moet maken.

Hans: Dus de ene keer krijg je er een fijn gevoel van, de andere keer een naar gevoel?

Katie: Gek eigenlijk.

Hans: Afhankelijk van de vraag of je er wel of niet in gelooft.

Katie: Daar komt het wel op neer.

Hans: Wie bepaalt of je er wel of niet in gelooft?

Katie: Ik in elk geval niet.

Hans: Hoe weet je dat?

Katie: Anders zou ik er wel steeds in geloven.

Hans: Waarom?

Katie: Vanwege dat lekkere gevoel natuurlijk.

Hans: Is ‘alles komt precies op tijd’ nou een positieve gedachte of een negatieve?

Katie: Op zichzelf beschouwd?

Hans: Nou?

Katie: Ik zou het ook niet weten.

Hans: Moet je er dan mee aan Het Werk of niet?

Katie: Tja.

Hans: Goed Werk.

Silhouet van een figuur met een brandende bom aan zijn enkel.
Alles komt precies op tijdbom.

120. Lijden is ook realiteit

Katie: Ik ben een liefhebber van de realiteit. Ik wil wat er is.

Hans: Waarom doe je dan Het Werk?

Katie: Om een einde te maken aan mijn lijden natuurlijk.

Hans: Lijden is toch ook wat er is?

Katie: Jawel.

Hans: Ben je daar dan geen liefhebber van?

121. Pijn is goed want dan neem je een aspirientje

Katie: Lijden is goed want het zet me aan Het Werk.

Hans: En Het Werk?

Katie: Het Werk is goed want het maakt een einde aan mijn lijden.

Hans: Dus lijden is goed want het maakt een einde aan je lijden?

Katie: Wat is daar mis mee?

Hans: Pijn is goed want dan neem je een aspirientje?

Katie: …

Hans: Brand is goed want dan komt de brandweer?

Katie: …

Hans: Oorlog is goed want dan kunnen we vluchten?

Katie: …

Hans: Zwijgen is goed want dan zeg je niks verkeerd?

Katie: …

Hans: Byron Katie is goed want ze houdt ons aan Het Werk.

Silhouet van een meditator op een spijkerbed.
Lijden is goed want het maakt een einde aan je lijden.

122. Welkom in de roze wolk, voor ons is pijn een roze dolk

You’re never given more pain than you can handle. You never, ever get more than you can take.

Katie: Je krijgt nooit meer pijn dan je aankan. Je krijgt nooit ofte nimmer meer dan je kunt verdragen.

Hans: Zei de junk en spoot zich dood.

123. De vrouw zonder Werk

When we believe in our thoughts, when we tell ourselves a story, we suffer. ‘My husband doesn’t respect me.’ ‘I should be thinner.’ Those are stories. When there’s no story, there’s no suffering.

Katie: Als we onze gedachten geloven, als we onszelf een verhaal vertellen, lijden we.

Hans: Dat is jouw verhaal.

Katie: ‘Mijn echtgenoot respecteert me niet.’ ‘Ik ben te zwaar.’ Het zijn maar verhalen.

Hans: Dat het maar verhalen zijn ook.

Katie: Zonder verhaal geen lijden.

Hans: En nog een.

Katie: Wie zou je zijn zonder verhaal?

Hans: Dat weet ik niet maar dat wist ik toch al niet.

Katie: O.

Hans: Maar wie jij zou zijn zonder verhaal weet ik wel.

Katie: Wie dan?

Hans: De vrouw zonder Werk.

124. Niet ieder verhaal is maar een verhaal

Katie: Als we onze gedachten geloven, als we onszelf een verhaal vertellen, lijden we.

Hans: Sommige mensen lijden als ze hun gedachten niet geloven of zichzelf geen verhaal vertellen.

Katie: ‘Mijn echtgenoot respecteert me niet.’ ‘Ik ben te zwaar.’ Het zijn maar verhalen.

Hans: Maar het ene verhaal is het andere niet.

Katie: Hoe bedoel je?

Hans: Sneeuwwitje is zo’n verhaal waar je rode konen van krijgt. Geweld is zo’n verhaal waar je blauwe ogen van krijgt. Vetzucht is zo’n verhaal waar je verstopte aderen van krijgt.

Katie: En?

Hans: Dan is het einde verhaal.

Katie: Dat zeg ik toch?

Hans: Wat?

Katie: Zonder verhaal geen lijden.

125. Geloven dat het leven gewoon gebeurt

Life just happens. It’s what you’re believing about life that makes you suffer.

Katie: Het leven gebeurt gewoon. Het is wat je over het leven gelooft dat je doet lijden.

Hans: Iets over het leven geloven gebeurt gewoon. Lijden gebeurt gewoon. Geloven dat het is wat je over het leven gelooft wat je doet lijden gebeurt gewoon.

Katie: Maar aan dat laatste kun je tenminste wat doen.

Hans: Geloven dat je aan dat laatste tenminste wat kan doen gebeurt gewoon.

Katie: Ik doel op Het Onderzoek.

Hans: Het Onderzoek gebeurt gewoon.

Katie: Mooi toch?

Hans: Of het gebeurt gewoon niet.

Katie: Dan moet je het gewoon laten gebeuren.

Hans: Dat zal nog niet meevallen als het leven gewoon gebeurt.

Katie: Je kunt toch niet ontkennen dat wat je over het leven gelooft je soms doet lijden.

Hans: Soms doet lijden je iets over het leven geloven. En soms doet wat je over het leven gelooft je genieten. En soms doet genieten je iets over het leven geloven. En soms geloof je dat het leven gewoon gebeurt.

126. Als gedachten alleen maar verschijnen, wie staat er dan voor in?

In my experience, we don't make thoughts appear, they just appear. One day, I noticed that their appearance just wasn't personal. Noticing that really makes it simpler to inquire.

Katie: In mijn ervaring doen we geen gedachten verschijnen, ze verschijnen gewoon.

Hans: Deze gedachte dan ook.

Katie: Op een dag viel het me op dat hun verschijning niet persoonlijk was.

Hans: Deze dan ook.

Katie: Dat weten maakt het makkelijker om ze te onderzoeken.

Hans: Deze ook.

Katie: Wat wil je nou eigenlijk zeggen?

Hans: Als gedachten niet van jou zijn maar gewoon verschijnen, wie staat er dan nog voor in?

Katie: Precies.

Hans: Als er niemand voor instaat, hoe weet je dan of ze waar zijn?

Katie: Dat maakt het des te makkelijker om Het Onderzoek te doen.

Hans: Maar als gedachten gewoon verschijnen dan verschijnen de gedachten van Het Onderzoek toch ook gewoon?

Katie: Nou…

Hans: Hoe weet je dan of je antwoorden en omkeringen waar zijn?

Katie: …

Hans: Je Katieismen?

Katie: …

Hans: Dit gesprek?

Katie: …

Hans: Waarom dan al dat Werk?

Katie: …

Hans: Dat dacht ik al.

127. Is lijden een keuze?

I discovered that when I believed my thoughts, I suffered, but when I didn’t believe them, I didn’t suffer, and that this is true for every human being. Freedom is as simple as that. I found that suffering is optional.

Katie: Ik ontdekte dat ik leed als ik mijn gedachten geloofde en dat ik niet leed als ik ze niet geloofde, en dat dit geldt voor iedereen.

Hans: Mij heb je het nooit gevraagd.

Katie: En dat dit geldt voor bijna iedereen.

Hans: Bijna iedereen heb je nooit gezien.

Katie: En dat dit geldt voor bijna iedereen die ik heb gezien.

Hans: De meeste daarvan heb je nooit gesproken.

Katie: En dat dit geldt bijna iedereen die ik heb gesproken.

Hans: Misschien zeiden ze alleen maar wat ze dachten dat jij wilt horen.

Katie: Jij je zin, ik weet niet of het geldt voor iedereen.

Hans: En geldt het ook voor niet-mentale vormen van lijden?

Katie: Hoezo?

Hans: Een zweer doet zeer, of je je gedachten gelooft of niet.

Katie: Ik heb het over gedachten.

Hans: Fijne gedachten geloven doet toch geen zeer?

Katie: Jij je zin, ik heb het specifiek over pijnlijke gedachten.

Hans: Denkleed.

Katie: Zo kun je dat noemen.

Hans: Dus je ontdekte dat je leed als je je pijnlijke gedachten geloofde en dat je niet leed als je ze niet geloofde, en bedacht dat je misschien niet de enige bent voor wie dat geldt?

Katie: Ja ja.

Hans: Kun je er volgens jou voor kiezen om je pijnlijke gedachten niet te geloven?

Katie: Dat denk ik niet, maar je kunt er wel voor kiezen om ze te onderzoeken.

Hans: Je kunt je gedachten onderzoeken – is dat waar?

Katie: Ha ha.

Hans: Nou?

Katie: Voor mij wel.

Hans: En als je niet op het idee komt om ze te onderzoeken?

Katie: Dan niet natuurlijk.

Hans: Zou jij je gedachten ook níet kunnen onderzoeken?

Katie: Nu niet meer, nee.

Hans: En toen je ze nog niet onderzocht, had je ze toen wel kunnen onderzoeken?

Katie: Ik denk het niet, anders had ik het vast wel gedaan.

Hans: En mensen met wanen en hallucinaties, bijvoorbeeld middenin een psychose, kunnen die hun gedachten onderzoeken?

Katie: Niet middenin hun psychose.

Hans: En mensen met nachtmerries?

Katie: Niet tijdens hun nachtmerrie.

Hans: En mensen die woedend zijn?

Katie: Niet middenin hun razernij.

Hans: En mensen die in paniek zijn?

Katie: Niet middenin hun angstaanval.

Hans: En zwakzinnigen, alzheimerpatiënten, mensen met hersenbeschadiging?

Katie: Zeg, blijf je aan de gang?

Hans: Er zijn dus pijnlijke gedachten die zich niet laten onderzoeken, of niet op het moment dat ze zeer doen?

Katie: Nou ja, dat komt inderdaad voor.

Hans: En iemand die het niet doet kan er op dat moment of in het algemeen mogelijk niet voor kiezen om het op dat moment wel te doen?

Katie: Mij gaat het om de gevallen waarin je ervoor kunt kiezen om Het Onderzoek te doen en dat ook doet.

Hans: En als het onderzoek je gedachten bevestigt?

Katie: Ha ha.

Hans: Nou?

Katie: Dan heb je ze niet goed onderzocht.

Hans: Staat de uitkomst dan van te voren al vast?

Katie: Dat niet natuurlijk.

Hans: Stel dat je wel op het idee komt om je gedachten te onderzoeken en bereid bent om het te doen en het open in te gaan, maar iets in jou of in je omstandigheden houdt het onderzoek tegen…

Katie: Wat dan?

Hans: Ja, wat dan?

Katie: Dan moet je onderzoeken wat het tegenhoudt.

Hans: Als iets het onderzoek tegenhoudt moet je dat onderzoeken?

Katie: Ik zie het probleem.

Hans: Dus er is best iets te doen aan denkleed als je tenminste op het idee komt je gedachten te onderzoeken, als je er tenminste geestelijk toe in staat bent, als er tenminste niets is in jou of in je omstandigheden dat het onderzoek in de weg staat, als het onderzoek je gedachten tenminste niet bevestigt?

Katie: Ik denk het.

Hans: Wat een verhaal.

Meer lezen over het einde van het lijden: Gouden bergen, gebakken licht.

128. Lijden is het begin

My job is the end of suffering.

Katie: Mijn missie is het einde van het lijden.

Hans: Niet-weten is het einde van je missie.

Katie: En dat lijden dan?

Hans: Lijden is het begin van niet-weten.

129. Ongewenste intimiteiten

Your most intimate relationship is the one you have with your thoughts.

Mind is everything. There's nothing that it's not.

Katie: Je intiemste relatie is die met je gedachten.

Hans: Ik dacht dat jij je gedachten niet geloofde?

Katie: Dat doe ik ook niet.

Hans: Hoe kan je er dan intiem mee zijn?

Katie: Wat is jouw intiemste relatie?

Hans: Die met mijn lief natuurlijk. Die met mijn gevoel natuurlijk. Die met mijn geslachtsdeel natuurlijk. Die met mijn lichaam natuurlijk. Die met eten natuurlijk. Die met drinken natuurlijk. Die met de supermarkt natuurlijk. Die met de boer natuurlijk. Die met pijnstillers natuurlijk. Die met mijn gedachten natuurlijk. Die met mijn spulletjes natuurlijk. Die met mijn woning natuurlijk. Die met de natuur natuurlijk…

Katie: Je meest intieme relatie is die met alles en iedereen?

Hans: Of ik wil of niet.

Katie: Besef je wel dat de geest alles is? Er is niets dat het niet is.

Hans: Ik dacht dat jij je gedachten niet geloofde?

Katie: Dat doe ik ook niet.

Hans: Waarom dring je ze dan op?

130. De wijsmaker en de dwaasmaker

Since the past is unreal and the future is unreal, all your thoughts are about nothing.

Katie: Aangezien het verleden niet echt is en de toekomst ook niet, gaan al je gedachten nergens over.

Hans: Deze gedachte dan ook niet.

Katie: Maar wel voor degenen die denken dat hun gedachten ergens over gaan.

Hans: Maar is dat een reden om ze wijs te maken dat hun gedachten nergens over gaan?

Katie: Het doel heiligt het middel.

Hans: Doelen veronderstellen een toekomst, middelen een weg ernaartoe.

Katie: Wat is het alternatief?

Hans: Waarom begin je er niet mee mensen wijs te maken dat jouw gedachten nergens over gaan?

Katie: Mensen bevrijden uit hun lijden is mijn missie.

Hans: Een missie veronderstelt een toekomst.

Katie: Waarom begin jij er niet mee mensen wijs te maken dat jouw gedachten nergens over gaan?

Hans: Omdat de gedachte dat mijn gedachten nergens over gaan ook nergens over gaat.

Katie: Tja.

Hans: Bovendien wil ik niemand iets wijs maken.

131. Waarom ik wel vrede kan hebben met wat er gebeurd is

How do I know it was meant to happen this way? Because it did.

Katie: Hoe weet ik dat het ging zoals het bedoeld was?

Hans: Nou?

Katie: Omdat het zo ging.

Hans: Hoe weet ik dat het ging zoals het bedoeld was?

Katie: Nou?

Hans: Dat weet ik niet.

Katie: Hoe kun je dat nou niet weten?

Hans: Omdat ik niet weet hoe het bedoeld was.

Katie: Het moet wel zo bedoeld zijn, anders was het niet zo gegaan.

Hans: Ik weet niet eens wie of wat het bedoeld zou moeten hebben.

Katie: Dan zal het bedoeld zijn dat jij dat niet weet.

Hans: Ik weet niet eens of er wel zoiets of zo iemand is.

Katie: Idem dito.

Hans: Sterker nog, ik weet niet eens hoe het ging.

Katie: Wat?

Hans: Niemand is het er ooit over eens wat er gebeurd is. Het is maar net aan wie je het vraagt.

Katie: Je weet niet hoe het bedoeld is, je weet niet of het bedoeld is, je weet niet door wie het bedoeld zou moeten zijn en je weet niet wat er gebeurd is?

Hans: Voilà.

Katie: Hoe kan je er dan ooit vrede mee hebben?

Hans: Daarom kan ik er wel vrede mee hebben.

132. Hoe ik niet weet wat ik niet nodig heb

How do I know that I don’t need what I want? I don’t have it.

1.

Katie: Hoe weet ik dat ik wat ik wil, niet nodig heb?

Hans: Nou?

Katie: Ik heb het niet!

Hans: Hoe weet ik of ik wat ik wil, niet nodig heb?

Katie: Nou?

Hans: Ik weet het niet!

2.

Katie: Hoe weet ik dat ik wat ik niet wil, nodig heb?

Hans: Nou?

Katie: Ik heb het!

Hans: Hoe weet ik of ik wat ik niet wil, nodig heb?

Katie: Nou?

Hans: Ik weet het niet!

133. Hoe je weet of je Het Werk nodig hebt

Katie: Hoe weet ik dat ik wat ik wil niet nodig heb?

Hans: Nou?

Katie: Ik heb het niet!

Hans: Hoe weet ik dat ik Het Werk niet nodig heb?

Katie: Nou?

Hans: Ik doe het niet!

Katie: Jij doet het ook, maar dan op jouw manier.

Hans: Die heb ik niet!

Katie: Maar jij onderzoekt toch constant je gedachten?

Hans: Dat ben ik niet!

Katie: Wie doet het dan wel?

Hans: Dat weet ik niet!

134. Waarom je nog iets anders zou willen dan wat er is

1.

Katie: Als je niets meer weet, waarom zou je dan nog iets anders willen dan wat er is?

Hans: Als je niets meer weet, waarom niet?

2.

Katie: Als je niets meer weet, waarom zou je dan nog iets anders willen dan wat er is?

Hans: Omdat iets anders willen dan wat er is er ook is?

3.

Katie: Als je niets meer weet, waarom zou je dan nog iets anders willen dan wat er is?

Hans: Vraag dat maar aan iemand die niets meer weet.

Katie: Maar zo iemand ben jij toch?

Hans: Als ik zo iemand was kon ik dat niet weten.

Katie: En als je het toch wist?

Hans: Dan was ik niet zo iemand.

135. Grondslagen in de lucht

Katie: Als je niets meer weet, waarom zou je dan nog iets anders willen dan wat er is?

Hans: Wie zegt dat weten de grondslag van willen is?

Katie: In plaats van?

Hans: Onwetendheid, het onbewuste, genen, zenuwen, hormonen, reflexen, instincten, behoeften, drugs, drank, emoties, je moeder, de context, de omstandigheden, idealen, het geheel, de duivel, God…

Katie: Allemaal grondslagen van de wil?

Hans: Geen idee.

Katie: Wat ligt er volgens jou ten grondslag aan de wil?

Hans: Waarom zou er iets ten grondslag liggen aan de wil?

Katie: Jij vroeg toch wat de grondslag van de wil is?

Hans: Welke wil?

Katie: Bedoel je dat er geen wil is?

Hans: Jij vroeg toch waarom je iets anders zou willen dan wat er is?

Silhouet van een Amsterdams geveltjeshuis op palen in de ruimte.
Grondslagen in de lucht.

136. Willen willen wat er is

When I am perfectly clear, what is is what I want.

Katie: Als ik helemaal helder ben wil ik wat er is.

Hans: Helder of niet, willen is wat er is.

Katie: Maar de vraag is, welk willen?

Hans: Willen wat er is, willen wat er niet is, niet willen wat er is en niet willen wat er niet is.

Katie: Ik wil alleen maar willen wat er is.

Hans: Een typisch voorbeeld van willen wat er niet is.

Katie: Ik wil niet willen wat er niet is.

Hans: Een typisch voorbeeld van niet willen wat er wel is.

Katie: Ik droom ervan dat ik nooit meer Het Werk hoef te doen doordat ik alleen nog maar wil wat er is.

Hans: Dan zul je nog steeds willen wat er niet is en niet willen wat er wel is.

Katie: Waarom in hemelsnaam?

Hans: Dat is nou eenmaal wat er is.

137. Zoals het is

What would it be like to let go of wanting things to be other than the are?

Katie: Hoe zou het zijn als je niet langer wilde dat dingen anders zijn dan ze zijn?

Hans: Hoe zou het zijn als je niet langer wilde dat dingen goed zijn zoals ze zijn?

138. Anders dan het is

What would it be like to let go of wanting things to be other than they are?

Katie: Hoe zou het zijn als je niet langer wilde dat dingen anders zijn dan ze zijn?

Hans: Anders dan het is.

Katie: Hoezo?

Hans: Willen dat je niet langer wilde dat dingen anders zijn dan ze zijn is willen dat dingen anders zijn dan ze zijn.

Katie: Als je niet langer wil dat dingen anders zijn dan ze zijn moet je het Werk gaan doen.

Hans: Dan doe je Het Werk omdat je wil dat dingen anders zijn dan ze zijn.

Katie: Dat is ook weer zo.

Hans: Doe jij niet je best om mensen aan Het Werk te krijgen omdat je wil dat dingen anders zijn dan ze zijn?

Katie: Ik wil gewoon dat mensen gelukkig zijn.

Hans: Hoe zou het zijn als je niet langer wilde dat je niet langer wilde dat dingen anders zijn dan ze zijn?

139. Ja zeggen tegen de realiteit

Katie: Ik zeg altijd ja tegen de realiteit.

Hans: Hoe bedoel je?

Katie: Ik wil alleen maar wat er is.

Hans: Willen wat er niet is en niet willen wat er wel is, hoe is het daarmee gesteld?

Katie: Daar zeg ik altijd nee tegen.

Hans: Waarom?

Katie: Dat is niet de realiteit.

Hans: Waarom zeg je dan wat terug?

140. Ja en nee zeggen tegen de realiteit

Katie: Ik zeg altijd ja tegen de realiteit.

Hans: Heb je weleens hoofdpijn?

Katie: Ja.

Hans: Neem je dan weleens een pijnstiller?

Katie: Ja.

Hans: Nou dan.

Katie: Ik zei toch twee keer ja?

Hans: Ja zeggen tegen hoofdpijn is nee zeggen tegen een pijnstiller.

Katie: Nou je het zegt.

Hans: En ja zeggen tegen een pijnstiller is nee zeggen tegen hoofdpijn.

Katie: Want ja zeggen tegen dit is nee zeggen tegen dat.

Hans: Ja.

Katie: En daar is niets aan te doen.

Hans: Nee.

141. Tja zeggen tegen de realiteit

Katie: Ik zeg altijd ja tegen de realiteit.

Hans: Waar zeg je dan nee tegen?

Katie: Mijn gedachten over de realiteit.

Hans: Geef eens een voorbeeld van zo’n gedachte.

Katie: Mensen mogen niet liegen.

Hans: Daar zeg je nee tegen?

Katie: Ja, want mensen liegen.

Hans: ‘Mensen liegen’ is de realiteit en ‘mensen mogen niet liegen’ is een gedachte?

Katie: Ja.

Hans: Wat is ‘de realiteit’ volgens jou?

Katie: De werkelijkheid natuurlijk. En volgens jou?

Hans: Een concept natuurlijk. En ‘mensen’?

Katie: Ook een concept?

Hans: En ‘liegen’?

Katie: Ook.

Hans: ‘Mensen liegen’ is de realiteit – is dat waar?

Katie: Het is een gedachte.

Hans: Net als ‘mensen mogen niet liegen’?

Katie: Ik ben bang van wel.

Hans: Waar zeg je dan ja tegen?

Katie: Tja.

142. Nee zeggen tegen de realiteit

Katie: Ik zeg altijd ja. Zelfs een uitgesproken nee is een innerlijk ja.

Hans: Er is geen groter nee dan een ja.

Katie: Wat?

Hans: Ja zeggen tegen iets is nee zeggen tegen al het andere.

Katie: Kan ik niet alleen maar ja zeggen?

Hans: Nee.

Katie: Maar ik wil helemaal geen nee zeggen.

Hans: Waarom niet?

Katie: Omdat ik ja wil zeggen tegen wat er is.

Hans: Nee is ook wat er is.

Katie: Nee zeggen tegen iets is toch ja zeggen tegen al het andere?

Hans: Nee zeggen tegen iets is alle andere mogelijkheden open houden.

Katie: Maar daarvoor heb ik wel eerst nee moeten zeggen.

Hans: Ja.

Katie: Dus er is geen enkele manier om alleen maar ja te zeggen?

Hans: Nee.

Katie: En er is ook geen enkele manier om alleen maar nee te zeggen?

Hans: Nee.

Katie: Is er dan tenminste een manier om alle mogelijkheden open te houden?

Hans: Nee.

Katie: Als ik ja én nee zeg, hou ik toch alle mogelijkheden open?

Hans: Nee.

Katie: Waarom niet?

Hans: Omdat je dan niet alleen ja of alleen nee kunt zeggen.

Katie: En als ik geen ja en geen nee meer zeg?

Hans: Wat dan?

Katie: Hou ik dan alle mogelijkheden open?

Hans: Nee.

Katie: Waarom niet?

Hans: Omdat je dan niet alleen ja of alleen nee of alleen ja en nee kunt zeggen.

Katie: Dus wat ik ook zeg, ik sluit altijd iets uit?

Hans: Ja.

Katie: En als ik zwijg?

Hans: Dan sluit je het spreken uit.

Katie: Wat moet ik dan?

Hans: Wat je altijd hebt gedaan.

Katie: Wat heb ik altijd gedaan?

Hans: Wat iedereen altijd doet.

Katie: Wat doet iedereen altijd?

Hans: Ja zeggen, nee zeggen, ja en nee zeggen, ja noch nee zeggen, je mond houden, net zo het komt.

Katie: Tja.

Hans: Dat komt op hetzelfde neer.

143. Ja maar nee zeggen tegen de realiteit

Katie: Als ik beweer dat mensen niet moeten liegen wend ik mij af van de realiteit.

Hans: Van welke realiteit?

Katie: Van de realiteit dat mensen nu eenmaal liegen.

Hans: Als je op straat je rug recht als je bedreigd wordt, is dat liegen?

Katie: Ja, want je doet je groter voor dan je bent. Ik bedoel nee, want je probeert er alleen maar zonder kleerscheuren af te komen.

Hans: Als je make-up gebruikt, is dat liegen?

Katie: Ja, want je doet je mooier voor dan je bent. En nee, want je verwijt een schilder ook niet het gebruik van verf.

Hans: Als iemand je in het voorbijgaan vraagt hoe het met je gaat en je zegt goed terwijl het slecht gaat, is dat liegen?

Katie: Ja, want je draait eromheen. Nee, want het is geen echte vraag.

Hans: Als je Sinterklaas viert met je kinderen, is dat liegen?

Katie: Ja, want Sinterklaas bestaat niet. Nee, want het is gewoon een traditie.

Hans: Als je iemand eeuwig trouw beloofd en een paar jaar later een echtscheiding aanvraagt, is dat liegen?

Katie: Ja, want je breekt een belofte. Nee, als je het destijds meende.

Hans: Als je voor de kerk trouwt omdat je partner godsdienstig is terwijl jij dat niet bent, is dat liegen?

Katie: Ja, want je doet alsof. Nee, zo betuig je je liefde.

Hans: Als je bidt en je hebt je aandacht er niet bij, is dat liegen?

Katie: Ja, want je bidt alleen maar voor de vorm. Nee, dat kan de beste overkomen.

Hans: Als je je keppeltje afdoet wanneer je een moslimwijk binnengaat of je hoofddoekje bij het betreden van een synagoge, is dat liegen?

Katie: Ja, want je verloochent je geloof. Nee, zo voorkom je problemen.

Hans: Als je aardig doet bij de groenteboer terwijl je hem niet mag, is dat liegen?

Katie: Ja, want je belazert hem. Nee, anders belazert hij jou.

Hans: Op iedere foto lachen, is dat liegen?

Silhouet van Byron Katie met eeuwige glimlach.
Op iedere foto lachen, is dat liegen?

Katie: Ja, want niemand lacht de hele dag. Nee, want op die momenten lach je wel.

Hans: Als je zegt dat alle problemen maar één doel hebben, jouw zelfrealisatie, is dat liegen?

Katie: Ja, want problemen hebben geen doel. Nee, want zo kun je het bekijken.

Hans: Als je zegt dat mensen niet moeten liegen terwijl je nauwelijks onderscheid weet te maken tussen waarheid en leugen, is dat liegen?

Katie: Ja, want het is een vereenvoudigde voorstelling van zaken. Nee, als je dat niet beseft.

Hans: Hoe zit het dan met de realiteit dat mensen nou eenmaal liegen?

Katie: Dat is niet de realiteit.

Hans: Dan kan je je er ook niet van afwenden.

Katie: Wat is dan de realiteit?

Hans: Dat is dan de realiteit.

144. Ben je stuurloos zonder waarheid?

Katie: Mensen liegen, dat is de realiteit.

Hans: Wat is liegen?

Katie: Niet de waarheid spreken.

Hans: De waarheid bestaat – is dat waar?

Katie: Nou…

Hans: Kun je dat absoluut weten?

Katie: Eh…

Hans: Hoe voelt het als ‘de waarheid bestaat’ waar zou zijn?

Katie: Prettig.

Hans: Waarom?

Katie: Dat geeft houvast.

Hans: Wat zou je zijn zonder die gedachte?

Katie: Stuurloos. Overgeleverd aan willekeur.

Hans: Zonder waarheid ben ik stuurloos – is dat waar?

Katie: Je maakt me helemaal dol.

Hans: Ik maak je helemaal dol – is dat waar?

Katie: Dus volgens jou bestaat de waarheid niet?

Hans: De waarheid bestaat niet – is dat waar?

145. Ik begon in te zien dat ik steeds minder inzag

I came to see that the world is always as it should be, whether I opposed it or not.

1.

Katie: Ik begon in te zien dat de wereld altijd is zoals hij moet zijn, of ik me ertegen verzet of niet.

Hans: Ik begon in te zien dat de wereld altijd is wat hij is, of ik wil of niet.

2.

Katie: Ik begon in te zien dat de wereld altijd is zoals hij moet zijn, of ik me ertegen verzet of niet.

Hans: Ik begon in te zien dat ik altijd ben wat ik ben, of de wereld wil of niet.

3.

Katie: Ik begon in te zien dat de wereld altijd is zoals hij moet zijn, of ik me ertegen verzet of niet.

Hans: Ik begon in te zien dat ik geen idee heb hoe de wereld is of moet zijn.

4.

Katie: Ik begon in te zien dat de wereld altijd is zoals hij moet zijn, of ik me ertegen verzet of niet.

Hans: Ik begon in te zien dat ik geen idee heb hoe ik zelf ben of moet zijn.

5.

Katie: Ik begon in te zien dat de wereld altijd is zoals hij moet zijn, of ik me ertegen verzet of niet.

Hans: Ik begon in te zien dat ik geen idee heb waar ikzelf ophoud en de wereld begint.

146. Als je je verzet tegen je verzet

Katie: Ik begon in te zien dat de wereld altijd is zoals hij moet zijn, of ik me ertegen verzet of niet.

Hans: Ik begon in te zien dat ik geen idee heb wat verzet is en wat niet.

Katie: Hoe bedoel je?

Hans: Als ik weiger me te laten behandelen, verzet ik me dan tegen het leven? Als ik me laat behandelen, verzet ik me dan tegen mijn ziekte?

Als ik eet, verzet ik me dan tegen de dood? Als ik me dood eet? Als ik vast?

Als ik brandnetels verbrand, verzet ik me dan tegen de natuur? Als ik ze laat woekeren? Als ik ze mest?

Als ik vecht, verzet ik me dan tegen de vrede? Als ik vecht voor de vrede? Als ik er vredig van wordt?

Als ik iets een boom noem, verzet ik me dan tegen de boom? Als ik weiger iets te benoemen, verzet ik me dan tegen de taal? Tegen communicatie? Tegen mijn geest?

Als ik Het Onderzoek doe, verzet ik me dan tegen mijn gedachten? Tegen mezelf? Tegen mijn opvoeding?

Als ik Het Onderzoek onderzoek, verzet ik me dan tegen Het Onderzoek? Tegen jou? Tegen mezelf?

Als ik me verzet tegen mijn verzet, verzet ik me dan? Als ik me eraan overgeef? Als ik ga roepen dat mijn verzet altijd is wat het moet zijn en dat dat voor iedereen geldt?

147. Zeggen wat je wil horen

We say to others only what we need to hear.

Katie: We zeggen tegen anderen alleen wat we zelf willen horen.

Hans: Nou moet ik zeker zeggen dat je gelijk hebt.

Katie: Hoezo?

Hans: Of ben jij de uitzondering op de regel?

Katie: Hoe zie jij dat dan?

Hans: Soms zeggen we tegen anderen wat we zelf willen horen. Soms zeggen we tegen anderen wat we niet zelf willen horen. Soms zeggen we juist niet tegen anderen wat we zelf willen horen. Soms zeggen we juist niet tegen anderen wat we zelf niet willen horen.

Soms zeggen we tegen anderen wat we denken dat zE willen horen. Soms zeggen we niet tegen anderen wat we denken dat ze willen horen. Soms zeggen we tegen anderen wat we denken dat ze niet willen horen. Soms zeggen we niet tegen anderen wat we denken dat ze niet willen horen.

Soms zeggen we wat om andere redenen. Soms zeggen we wat om meerdere redenen. Soms veranderen de redenen terwijl we aan het woord zijn. Soms zeggen we maar wat, zonder duidelijke redenen.

Katie: Tja.

Hans: Zeg je dat nou omdat je denkt dat ik dat van je wil horen?

Katie: Zal ik dan maar zeggen dat je gelijk hebt?

Hans: Mij best, maar waarin?

Lees ook: Meester Tja en de Tao van niet-weten.

148. Liefde kan van alle kanten komen

Personalities don’t love - they want something.

1.

Katie: Ego’s hebben niet lief – ze willen iets.

Hans: Willen is liefde voor iets.

2.

Katie: Ego’s hebben niet lief – ze willen iets.

Hans: Jij wilt een wereld zonder ego’s.

3.

Katie: Ego’s hebben niet lief – ze willen iets.

Hans: Liefde heeft ego’s lief.

4.

Katie: Ego’s hebben niet lief – ze willen iets.

Hans: Willen maakt deel uit van de liefde.

149. Het Ego is ook maar een verhaal

The Ego’s job is to kill everything but itself

Katie: Het is de taak van het Ego om alles te doden behalve zichzelf.

Hans: Het is jouw taak om het idee van het Ego te doden.

Katie: En dan?

Hans: Alle andere ideeën doden, ook dit idee.

Katie: En dan?

Hans: En dan ben je uitgeWerkt.

Het Ego is ook maar een verhaal

150. Het ego over de waarheid en de waarheid over het ego

The ego is terrified of the truth. And the truth is that the ego doesn’t exist.

Katie: Het ego is als de dood voor de waarheid.

Hans: Het ego schermt graag met de waarheid.

Katie: En de waarheid is dat het ego niet bestaat.

Hans: En de vraag is of de waarheid bestaat.

151. Liefde vraagt alles

Love asks for nothing. Only personalities want something.

Katie: Liefde vraagt niets. Alleen personen willen iets.

Hans: Liefde vraagt alles. Personen vragen niets.

Lees ook: Liefde is geen doen.

152. Waar ik van ga glimlachen

After you've been doing inquiry for a while, if you have the thought ‘She doesn't love me,’ you just get the immediate turnaround with a smile: ‘Oh, I'm not loving myself in this moment.’

Katie: Als je bedreven bent in Het Werk volgt op de gedachte ‘Ze houdt niet van mij’ meteen de omkering met een glimlach: ‘O, ik hou op dit moment niet van mezelf.’

Hans: Als je bedreven bent in niet-weten volgt op de gedachte ‘Ze houdt niet van mij’ meteen de vraag: ‘Zeker weten?’ en ‘Wat dan nog?’ en ‘Kan zij het helpen?’ en ‘Hou ik wel van haar?’ en ‘Wat zegt dat over mij?’ en ‘Zegt het wat over mij?’ en ‘Wat zegt het over haar?’ en ‘Zegt het wat over haar?’ en ‘Wat zegt het over de liefde?’ en ‘Zegt het wat over de liefde?’ en ‘Van hoeveel mensen op aarde houdt ze nog meer niet?’ en ‘Van hoeveel mensen kan een mens houden?’ en ‘Van hoeveel mensen kan ik zelf houden?’ en ‘Kan je van jezelf houden?’ en ‘Hoelang kan liefde standhouden?’ en ‘Van hoeveel mensen heb ik gehouden en hoeveel zijn er daarvan nog over?’ en ‘Heb ik ooit echt van iemand gehouden?’ en ‘Heb ik ooit echt niet van iemand gehouden?’ en ‘Wat is liefde?’ en ‘Is liefde?’ en ‘Wat raak ik kwijt als ik haar kwijtraak omdat ze niet van me houdt?’ en ‘Wat win ik als ik haar kwijtraak?’ en ‘Wat raakt zij kwijt als ze mij kwijtraakt?’ en ‘Wat wint zij als ze mij kwijtraakt?’ en ‘Kan ik dat wel weten?’ enzovoort.

Katie: Dat zijn geen omkeringen.

Hans: Jij verandert antwoorden in andere antwoorden. Ik verander antwoorden in vragen.

Katie: Wat moet je met al die vragen?

Hans: Daar ga ik van glimlachen.

153. Liefde is waarvan je niets verwacht

Love is the absence of all expectation.

Katie: Liefde is niets verwachten.

Hans: Je verwacht er nogal wat van.

Katie: Ik spreek uit ervaring.

Hans: Niet uit de mijne.

Katie: Wat zou jij zeggen?

Hans: Verwachtingen maken deel uit van de liefde.

Katie: Als ik het niet dacht.

Hans: En liefde maakt deel uit van je verwachtingen.

Katie: Hoe hou je ze dan nog uit elkaar?

Hans: Bij mij loopt alles door elkaar.

Katie: Noem dat maar liefde.

Hans: Noem het dan maar niet-weten.

154. De achtste hemel

Whenever we manage to love without expectations, calculations, negotiations, we are indeed in heaven.

Katie: Zodra we erin slagen lief te hebben zonder verwachtingen, berekeningen of onderhandelingen, zijn we werkelijk in de zevende hemel.

Hans: Liefde is niet iets om in te slagen.

Katie: Wat is het dan wel?

Hans: Iets waarin je mag falen.

155. De ontdekking van de aarde

Whenever we manage to love without expectations, calculations, negotiations, we are indeed in heaven.

Katie: Zodra we erin slagen lief te hebben zonder verwachtingen, berekeningen of onderhandelingen, zijn we werkelijk in de zevende hemel.

Hans: Zodra we erin slagen verwachtingen, berekeningen en onderhandelingen te omarmen staan we eindelijk met beide benen op de grond.

156. Waarom ik niet hoef te onderzoeken wat liefde is

If you are an enemy to your own mind, other people have to become enemies too, sooner or later. Until you understand, until you can love the thoughts that appear in your mind, then you can love the rest of us. You work with the projector -the mind - not the projected world. I can’t really love you until I question the mind that thinks it sees you outside itself.

Katie: Als je de vijand van je eigen geest bent, worden andere mensen vroeger of later ook vijanden.

Hans: O o, wat een stelligheid weer.

Katie: Alles wat ik zeg komt vanuit een diep niet-weten.

Hans: Geloven in een ik is anders geen niet-weten. Geloven in een geest is geen niet-weten. Geloven dat je de vijand van je eigen geest kunt zijn is geen niet-weten. Geloven dat andere mensen vroeger of later ook vijanden worden als je de vijand van je eigen geest bent is geen niet-weten.

Katie: Mensen blijven vijanden voor je totdat je begríjpt, totdat je de gedachten die in je hoofd verschijnen kunt liefhebben; dan kun je ook anderen liefhebben.

Hans: Geloven dat je alle gedachten die in je hoofd verschijnen moet liefhebben is geen niet-weten. Geloven dat je eerst je eigen gedachten moet liefhebben voor je anderen kunt liefhebben is geen niet-weten.

Katie: Je werkt met de projector – de geest – niet met de geprojecteerde wereld.

Hans: Geloven dat de geest een projector is en de wereld zijn projectie is geen niet-weten. Geloven dat je ervoor kunt kiezen om met de projector te werken is geen niet-weten.

Katie: Je kunt echt niet liefhebben totdat je de geest ondervraagt die denkt dat hij de ander buiten zichzelf ziet.

Hans: Geloven dat anderen alleen in jouw geest bestaan is geen niet-weten. Geloven dat je echt niet kunt liefhebben totdat je de geest ondervraagt die denkt dat hij de ander buiten zichzelf ziet is geen niet-weten.

Katie: Ik geloof niet dat ik tot je doordring.

Hans: Geloven dat je weet wat liefde is en dat alleen jouw liefde ware liefde is en dat alle andere vormen van liefde gemankeerd zijn is geen niet-weten.

Katie: Ik vraag me af of jij wel weet wat liefde is.

Hans: Ik heb geen idee meer wat liefde is.

Katie: Dan zou ik dat maar eens gauw gaan onderzoeken.

Hans: Daarom hoef ik het niet meer te onderzoeken.

157. De liefde die alles omarmt sluit het buitensluiten buiten

To exclude anything that appears in your universe is not love. Love joins with everything. It doesn’t exclude the monster. It doesn’t avoid the nightmare - it looks forward to it.

Katie: Iets buitensluiten dat in jouw wereld verschijnt is geen liefde.

Hans: Buitensluiten verschijnt ook in jouw wereld.

Katie: Liefde omarmt alles.

Hans: Dan ook het buitensluiten.

Katie: Zij sluit het monster niet buiten.

Hans: Zij sluit het buitensluiten van het monster niet buiten.

Katie: Zij vermijdt de nachtmerrie niet.

Hans: Zij vermijdt het vermijden van de nachtmerrie niet.

Katie: Zij verheugt zich erop.

Hans: Zij verheugt zich erop zich niet overal op te hoeven verheugen.

Katie: Want liefde omarmt alles.

Hans: Aangenomen dat zij alles omarmt.

158. Hoe je van jezelf scheidt

Nothing can cost you someone you love. The only thing that can cost you your husband is if you believe a thought. That's how you move away from him. That's how the marriage ends. You are one with your husband until you believe the thought that he should look a certain way, he should give you something, he should be something other than what he is. That's how you divorce him. Right then and there you have lost your marriage.

Katie: Niets kan je een geliefde kosten. Het enige dat je je echtgenoot kan kosten is een gedachte geloven. Dat is hoe je hem verlaat. Dat is hoe het huwelijk eindigt.

Hans: Geloof je dat?

Katie: Wat?

Hans: Dat alleen een gedachte geloven je je echtgenoot kan kosten?

Katie: Je bent één met je echtgenoot totdat je de gelooft dat hij er zus of zo moet uitzien, dat hij je iets moet geven, dat hij iets anders moet zijn dan hij is.

Hans: Geloof je dat?

Katie: Wat?

Hans: Dat je één bent met je echtgenoot? Dat je dat blijft totdat je begint te geloven dat hij moet veranderen?

Katie: Dat is hoe je van hem scheidt. Dat is het moment waarop het huwelijk je ontglipt.

Hans: Misschien is geloven dat je één bent met je echtgenoot wel hoe je hem verlaat.

Katie: Wat?

Hans: Misschien ben je één met jezelf totdat je gelooft dat je iets nooit mag denken of voelen of geloven – over je echtgenoot, over de wereld, over jezelf of wat dan ook. Misschien is dat het moment waarop je van jezelf scheidt, waarop je jezelf kwijtraakt.

Katie: Niets kan je jezelf kosten. Het enige dat je jezelf kan kosten is een gedachte geloven. Dat is hoe je jezelf verlaat.

Hans: Geloof je dat?

Katie: Wat?

Hans: Dat alleen een gedachte geloven je jezelf kan kosten?

Katie: Je bent één met jezelf totdat je de gelooft dat je er op een bepaalde manier moet uitzien, dat je jezelf iets moet geven, dat je iets anders moet zijn dan je bent.

Hans: Geloof je dat?

Katie: Wat?

Hans: Dat je één bent met je jezelf? Dat je dat blijft totdat je begint te geloven dat je moet veranderen?

Katie: Dat is hoe je van jezelf scheidt. Dat is het moment waarop jezelf kwijtraakt.

Hans: Misschien is geloven dat je één bent met jezelf wel hoe je jezelf verlaat.

Katie: Wat?

Hans: Misschien raak je pas echt verwijderd van jezelf als je begint te geloven dat je nooit mag denken of geloven dat je iets nooit mag denken of geloven.

Katie: Maar hoe blijf je dan bij jezelf?

Hans: Denken dat je bij jezelf moet blijven is hoe je van jezelf scheidt.

Katie: Want er is helemaal geen zelf om van te scheiden, bedoel je zeker.

Hans: Denken dat er geen zelf is om van te scheiden is hoe je van jezelf scheidt.

Katie: Want denken is hoe je van jezelf scheidt.

Hans: Denken dat denken je van jezelf scheidt is hoe je van jezelf scheidt.

Katie: Dan weet ik het ook niet meer.

Hans: Dan weet ik het ook niet meer.

159. Grijp je kans – maar welke?

For me, if somebody tells me to go away, that is an opportunity: for me to give the person a better life, to realize where not to be, and to see what could be even better than being with that person I love.

Katie: Als iemand mij zegt weg te gaan, is dat voor mij een kans.

Hans: Als iemand mij zegt weg te gaan, is dat voor mij iemand die me zegt weg te gaan.

Katie: Een kans om de ander een beter leven te geven, om te weten waar ik niet moet wezen en om te zien wat nog beter zou kunnen zijn dan bij degene te blijven van wie ik hou.

Hans: Ja, misschien krijgt de ander inderdaad een beter leven, maar het zou ook een minder leven kunnen worden, of beter in het ene opzicht en minder in het andere, of beter op korte termijn en minder op lange of omgekeerd of beter noch minder maar gewoon anders of zo.

Katie: Zeg dat nog eens.

Hans: En misschien ontdek je inderdaad iets dat nog beter voor je is dan bij degene te blijven van wie je houdt, maar misschien ontdek je alleen maar iets dat minder is, of beter in het ene opzicht en minder in het andere, of beter op korte termijn en minder op lange of omgekeerd of beter noch minder maar gewoon anders of zo.

Katie: Een kans is een kans.

Hans: Het kenmerk van een kans is dat je van tevoren niet weet hoe het uitpakt, of kan jij in de toekomst kijken?

Katie: De toekomst bestaat niet.

Hans: Een kans veronderstelt een toekomst.

Katie: Dus volgens jou maakt het niet uit of je weggaat?

Hans: Hoe moet ik dat weten?

Katie: Ik bedoel dat het voor jou geen kans is als iemand je zegt weg te gaan.

Hans: Als ik wegga kan er van alles gebeuren maar als ik blijf net zo goed. Wat ik ook doe, er gaan deuren open en er gaan deuren dicht.

Katie: Grijp gewoon je kans, zeg ik altijd.

Hans: Dat snap ik, maar waarop?

160. BreekWerk

Katie: Totdat je je verheugt op kritiek is je Werk nog niet gedaan.

Hans: Totdat je je niet meer op kritiek hoeft te verheugen is je Werk nog niet gedaan.

161. WeerWerk

Katie: Zolang je nog ergens verdrietig, bang of boos over bent, is Het Werk niet gedaan.

Hans: Zolang je nergens meer verdrietig, bang of boos over kan zijn, is Het Werk niet gedaan.

162. HeiWerk

1.

Katie: Zolang je nog ergens verdrietig, bang of boos over bent is Het Werk niet gedaan.

Hans: Zolang je dat nog gelooft is Het Werk niet gedaan.

2.

Katie: Zolang je nergens meer verdrietig, bang of boos over mag zijn is Het Werk niet gedaan.

Hans: Zolang je dat nog gelooft is Het Werk niet gedaan.

3.

Katie: Zolang je nog iets gelooft is Het Werk niet gedaan.

Hans: Zolang je dat nog gelooft is Het Werk niet gedaan.

163. Ongelooflijke gedachten over verdriet en verdrietige gedachten over ongeloof

Because I don’t believe my thoughts, sadness can’t exist.

1.

Katie: Omdat ik mijn gedachten niet geloof kan verdriet niet bestaan.

Hans: Daar heeft verdriet echt geen gedachten voor nodig.

2.

Katie: Omdat ik mijn gedachten niet geloof kan verdriet niet bestaan.

Hans: Geloof je dat nou echt?

Katie: Anders zou ik het niet zeggen.

Hans: Dan is het niet waar dat je je gedachten niet gelooft.

Katie: Ik bedoel, natuurlijk geloof ik dat niet.

Hans: Dan is dat geen reden waarom verdriet niet kan bestaan.

3.

Katie: Omdat ik mijn gedachten niet geloof kan verdriet niet bestaan.

Hans: Omdat ik niet geloof dat ik mijn gedachten niet geloof kan alles bestaan.

4.

Katie: Omdat ik mijn gedachten niet geloof kan verdriet niet bestaan.

Hans: Omdat ik jouw gedachten niet geloof kan mijn verdriet bestaan.

5.

Katie: Omdat ik mijn gedachten niet geloof kan verdriet niet bestaan.

Hans: Dan zal dat ook wel voor vreugde gelden.

164. De vader en de moeder van de wensgedachte

Your parents are your projection – nothing more.

Katie: Je ouders zijn jouw projectie – anders niets.

Hans: Dat is jouw projectie – anders niets.

Katie: Dus jij denkt nog steeds dat je ouders zijn zoals je denkt dat ze zijn.

Hans: Dat is jouw projectie van wat ik denk – anders niets.

Katie: Ouders zijn wie ze zijn, wou je zeggen.

Hans: Dat is jouw volgende projectie van wat ik denk – anders niets.

Katie: Wat denk je zelf?

Hans: Dat je ouders jouw projectie zijn is een gedachte, dat ze zijn wie je denkt dat ze zijn is een gedachte, dat ze zijn wie ze zijn is een gedachte, is wat ik denk.

Katie: Het zijn allemaal maar gedachten, anders niets.

Hans: Dat is gewoon de volgende gedachte.

Katie: Er is geen ontkomen aan.

Hans: Dat is gewoon de volgende gedachte.

Katie: Dus?

Hans: Dus.

165. Het leven is een begrip om je onbegrip mee te camoufleren

Once your mind becomes clear, life begins to live itself through you, effortlessly, with joy and kindness.

Katie: Als je geest helder wordt, begint het leven door jou heen te leven, moeiteloos, vreugdevol en vriendelijk.

Hans: Dat doet het leven toch wel.

Katie: Maar niet moeiteloos.

Hans: Het leven doet nergens moeite voor en heeft nergens moeite mee.

Katie: En niet vreugdevol.

Hans: Het leven is vreugdevol noch vreugdeloos.

Katie: En niet vriendelijk.

Hans: Het leven is vriendelijk noch onvriendelijk.

Katie: Waarom niet?

Hans: Omdat het leven geen wezen is.

Katie: Op die manier.

Hans: Het is zelfs geen ding.

Katie: Wat is het leven dan wel?

Hans: Een woord. Net als geest.

Katie: Wat zou jij zeggen?

Hans: Als je helder denkt, dan niets.

Katie: En anders?

Hans: Verhalen.

Katie: Waarover?

Hans: Wat er gebeurt als je geest helder wordt.

166. Waarom helder denken tot niets leidt

Katie: Als mijn denken helder is dan is mijn leven dat ook.

Hans: Als je denken helder is dan niets.

Katie: En als je denken troebel is?

Hans: Dan van alles en nog wat.

Katie: Bijvoorbeeld?

Hans: Waarheden, zekerheden, helderheden, troebelheden, standpunten, overtuigingen, dilemma’s, impasses, geloof, geloften, geboden, hellen, hemelen, ongeloof, activisme, fatalisme, zendingsdrang, beelden, beeldenstormen, heilige huisjes, heilige oorlogen, geweldloos verzet, zelfrealisatie, Het Werk en noem maar op.

Katie: Dus helder denken leidt niet tot helder leven?

Hans: Helder denken leidt tot niets.

Katie: Kun jij…

Hans: Wie?

Katie: Aan mij uitleggen…

Hans: Aan wie?

Katie: Waarom helder denken…

Hans: Waarom wat?

Katie: Niet tot helder leven leidt?

Hans: Tot wat?

Katie: …

Hans: …

Katie: Helder.

Silhouet van hersenen en een wegwerker erop met sterren erin.
Als je denken helder is dan niets.

167. Nemen wij beslissingen of nemen ze ons?

I noticed one day that all my decisions were making themselves, and always at the right time. I haven’t had to make one decision since then. They are always made for me, and they come from the wisdom that is in us all. I trust that wisdom completely. That trust itself was a decision made for me as inquiry cleared my mind. No decision, no fear.

Katie: Op een dag zag ik in dat al mijn beslissingen zichzelf nemen, en altijd op het juiste moment. Sindsdien heb ik nooit meer een beslissing hoeven nemen. Ze worden altijd voor me genomen, en ze komen voort uit de wijsheid die in ons allen zit. Ik vertrouw volledig op de wijsheid. Dat vertrouwen is zelf een beslissing die voor me werd genomen toen onderzoek mijn geest helder maakte. Geen beslissing, geen angst.

Hans: Op een dag zag ik in dat ik geen idee heb waar mijn beslissingen vandaan komen. Of ze wel van mij zijn. Of er wel een mij is. Of ze op tijd, te vroeg of te laat komen – het is maar net hoe je het bekijkt. Ik tast volledig in het duister.

Katie: Misschien is het duister wel jouw naam voor de wijsheid die in ons allen zit.

Hans: Misschien is het duister wel mijn naam voor de dwaasheid die in ons allen zit.

Katie: Misschien is het duister wel een van de duizend namen van God of van de liefde die wij zijn.

Hans: Dat maakt allemaal geen donder uit.

Katie: Waarom niet?

Hans: Duister is duister, of je het nou wijsheid, dwaasheid, God of liefde noemt.

Katie: Durf jij het duister volledig te vertrouwen?

Hans: Dat maakt geen donder uit.

Katie: Waarom niet?

Hans: Duister is duister, of je het vertrouwt of niet.

Katie: Is jouw geest helder?

Hans: Dat maakt geen donder uit.

Katie: Waarom niet?

Hans: Duister is duister, of je helder bent of niet.

Katie: Misschien hebben we het toch niet over hetzelfde.

Hans: Dat maakt geen donder uit.

Lees ook: Denk je vast of denk je vrij.

168. De magie van misschien

Katie: We moeten niet proberen de werkelijkheid te veranderen maar onze gedachten over de werkelijkheid.

Hans: Denk jij dat je daar invloed op hebt?

Katie: Denk jij van niet?

Hans: Wat weet ik daarvan?

Katie: Waarom vraag je het dan?

Hans: Misschien wel om je gedachten over de werkelijkheid te veranderen.

Katie: Waarom zeg je misschien?

Hans: Misschien wel omdat ik geen idee heb waarom ik het zeg.

Katie: Waarom zeg je opnieuw misschien?

Hans: Misschien wel omdat ik geen idee heb of dat zo is.

Katie: …

Hans: Waarom vraag je nu niet door?

Katie: Misschien wel omdat ik het doorheb.

Hans: Misschien valt er wel niets door te hebben.

Katie: Misschien is dat wel wat ik doorheb.

Hans: Waarom zeg je misschien?

Katie: Misschien wel omdat ik geen idee heb waarom ik het zeg.

Hans: Waarom zeg je opnieuw misschien?

Katie: Misschien wel omdat ik geen idee heb of dat zo is.

Hans: …

Katie: Waarom vraag je nu niet door?

Hans: Misschien…

169. Wenken voor Workaholics

An uncomfortable feeling is not an enemy. it’s a gift that says, ‘Get honest, inquire.’

Katie: Een ongemakkelijk gevoel is geen vijand. Het is een wenk die zegt, ‘Word eerlijk, onderzoek.’

Hans: Een gemakkelijk gevoel is geen vriend. Het is een wenk die zegt, ‘Word eerlijk, onderzoek.’

170. Vrienden, vijanden en andere gedachten

Katie: Volgens Jan van Delden zijn gedachten onze vijanden. Alleen door ze te negeren vinden we bevrijding.

Hans: Dat is ook maar een gedachte.

Katie: Wat zou jij ermee doen?

Hans: Ik zou hem lekker negeren.

Katie: Volgens mij zijn gedachten onze vrienden. Alleen door ze kritisch te onderzoeken vinden we bevrijding.

Hans: Dat is ook maar een gedachte.

Katie: Wat zou jij ermee doen?

Hans: Ik zou hem kritisch onderzoeken.

Katie: Hoe vinden we volgens jou bevrijding?

Hans: Door het begrip bevrijding te onderzoeken?

Katie: Wat zullen we dan vinden?

Hans: Zullen we dan wat vinden?

Katie: Wat als we niks vinden?

Hans: Dan zijn we daar ook weer van verlost.

171. Twee joden weten wat een bril kost

You can’t have your daughter as long as you have a concept of her. When you get rid of the concept, you meet your daughter for the first time. That’s the way this works.

Katie: Zolang je een kijk hebt op je dochter zul je haar niet zien. Gooi je bril weg en je ziet haar voor het eerst. Zo werkt dat.

Hans: Kijk voor het laatst en gooi je bril weg.

172. Twee halve problemen en twee halve oplossingen

We don’t hear what someone said, we imagine what the meant.

Katie: We horen niet wat iemand zegt, we bedenken wat hij bedoelt.

Hans: Dat is maar de helft van het probleem.

Katie: Wat is de andere helft van het probleem?

Hans: We weten niet wat we bedoelen, we zeggen maar wat.

Katie: En wat is de oplossing?

Hans: Het is maar net aan wie je het vraagt.

Katie: Ik doe Het Werk.

Hans: Ik doe maar wat.

173. Hoe je door helder denken zonder te werken geld kunt verdienen

If our thinking is clear, how could work or money be the problem? Our thinking is all we need to change.

Katie: Als onze denken helder is, hoe zouden werk en geld dan ooit het probleem kunnen zijn? Ons denken is alles wat we hoeven te veranderen.

Hans: Je hoeft alleen maar je denken over Het Werk te veranderen om je geld in je zak te houden.

174. Een ongelukkig misverstand over heldere geesten

There’s no way that a clear mind can live an unhappy life.

Katie: Het is ondenkbaar dat een heldere geest een ongelukkig leven kan leiden.

Hans: Voor een heldere geest is alles denkbaar.

175. Een ongelukkig misverstand over ongelukkige mensen

There’s no way that a clear mind can live an unhappy life.

Katie: Het is ondenkbaar dat een heldere geest een ongelukkig leven kan leiden.

Hans: Waarom zou een heldere geest niet ongelukkig kunnen zijn?

Katie: Omdat je alleen maar ongelukkig kunt zijn als je een ongelukkige gedachte gelooft.

Hans: Ongelukkig degene die dat gelooft of anderen wijsmaakt.

Katie: Ik heb anders nog nooit iemand ontmoet die ongelukkig was zonder ongelukkige gedachten.

Hans: Misschien hebben ze wel een gemeenschappelijke oorzaak.

Katie: Ik kan me niet voorstellen dat je ongelukkig zou kunnen zijn zonder voorafgaande ongelukkige gedachten.

Hans: Stel je voor: slapeloosheid, lage serotonineniveaus, aangeboren depressiviteit, bipolariteit, schizofrenie, voedseltekort, vitamine- of mineralentekort, te weinig aangeraakt worden of kunnen aanraken, te weinig zonlicht of buitenlucht, prikkelarmoede, overprikkeling, chronische pijn…

176. Vastzitten in wat je gelooft over trauma’s

Trauma is nothing more than being stuck in what you believe.

Katie: Trauma is niets anders dan vastzitten in wat je gelooft.

Hans: Een traumatiserende gedachte voor wie erin gelooft.

177. Ik denk dus ik ben ziek?

Eating, drinking, and depression disorders are really thinking disorders.

Katie: Eet-, drink- en depressiestoornissen zijn eigenlijk denkstoornissen.

Hans: Alles stoornissen herleiden tot denkstoornissen is een denkstoornis.

Katie: Waarom?

Hans: Omdat je dan niets anders meer ziet.

Katie: Wou jij beweren dat alle denkstoornissen eigenlijk organische stoornissen zijn?

Hans: Alle stoornissen herleiden tot organische stoornissen is een denkstoornis.

Katie: Waarom?

Hans: Omdat je dan niets anders meer ziet.

Katie: Als je het zo bekijkt is al het denken gestoord.

Hans: Al het denken gestoord noemen is een denkstoornis.

Katie: Waarom?

Hans: Omdat je dan niets anders meer ziet.

178. Zegt de ene simplist tegen de andere…

Fear is always the result of an unquestioned past imagined as a future.

Katie: Angst is altijd het resultaat van een niet-onderzocht verleden voorgesteld als toekomst.

Hans: Een credo is altijd het resultaat van een niet-onderzochte gedachte voorgesteld als feit.

179. De bange moed die in ons woedt

That's where the fear comes from, from your uninvestigated thoughts.

1.

Katie: Dat is waar angst vandaan komt, van je niet-onderzochte gedachten.

Hans: Dat is waar moed vandaan komt, van je niet-onderzochte gedachten.

2.

Katie: Dat is waar angst vandaan komt, van je niet-onderzochte gedachten.

Hans: Dat is waar zorgeloosheid vandaan komt, van je niet-onderzochte gedachten.

3.

Katie: Dat is waar angst vandaan komt, van je niet-onderzochte gedachten.

Hans: Dat is waar rust vandaan komt, van je niet-onderzochte gedachten.

4.

Katie: Dat is waar angst vandaan komt, van je niet-onderzochte gedachten.

Hans: Dat is waar dit soort gedachten vandaan komt, van je niet-onderzochte gedachten.

180. Hoeveel oorzaken heeft angst? Mentalisme en simplisme in The Work van Byron Katie

Fear has only two causes, the thought of losing what you have, or the thought of not getting what you want.

Katie: Angst heeft maar twee oorzaken, de gedachte om te verliezen wat je hebt en de gedachte niet te krijgen wat je wilt.

Hans: Is dat waar? Kun je dat wel weten? Wat gebeurt er als je dat gelooft? Wie zou je zijn zonder die gedachte? Keer het om.

Katie: Ha ha.

Hans: Geweldige dooddoener, werkt altijd.

Katie: Wat is je punt?

Hans: Jij gaat ervan uit dat gedrag en gevoel vooral of volledig door gedachten worden veroorzaakt. Filosofen noemen dat mentalisme.

Katie: En?

Hans: Is het waar? Kun je dat wel weten? Wat gebeurt er als je dat gelooft? Wie zou je zijn zonder die gedachte? Keer het om.

Katie: Ik zie het probleem niet.

Hans: Nou, misschien worden gedachten wel veroorzaakt door gevoelens in plaats van andersom. Dan doe je aan symptoombestrijding.

Katie: Kan best wezen, maar daar heb ik als cognitief therapeut geen grip op.

Hans: Of misschien is er wel een wisselwerking tussen gedachten en gevoelens in plaats van een enkelvoudig oorzakelijk verband.

Katie: Zelfde antwoord.

Hans: Of misschien zijn er wel een heleboel andere oorzaken van angst naast je gedachten.

Katie: Angst heeft maar twee oorzaken, de gedachte om te verliezen wat je hebt en de gedachte niet te krijgen wat je wilt.

Hans: Zoals erfelijkheid, groepsdruk, neurosen, hormonen, neurotransmitters, zenuwziekten, overbelasting, slaaptekort, alcohol, drugs, lusten, instincten, conditionering, gebeurtenissen, handelingen, gevaren, ongelukken, rampen en noem maar op.

Katie: Dat zijn Gods zaken, daar hebben jij en ik niets mee te maken.

Hans: Of misschien is er wel een onnavolgbare wisselwerking tussen al deze zaken.

Katie: Waar is wat werkt, zeggen wij in Amerika.

Hans: Het idee dat alle gedachten die angst veroorzaken over hebben en kwijtraken gaan, lijkt me trouwens ook wat simplistisch.

Katie: Zeg, blijf je aan de gang?

Hans: Niets aan te doen?

Katie: Waarom niet?

Hans: Je bent een Workaholic of je bent het niet.

181. Is het oké om niet alles oké te vinden?

Some children are afraid to die because their parents are afraid to die. My own children have come to understand that it’s totally okay with me if they die. They don’t have to live for my sake.

Katie: Sommige kinderen zijn bang om te sterven omdat hun ouders bang zijn dat ze sterven. Mijn eigen kinderen zien in dat het voor mij helemaal oké is als ze sterven. Ze hoeven niet omwille van mij in leven te blijven.

Hans: Voor mij is het helemaal oké als mensen bang zijn om te sterven. Het is helemaal oké als mensen bang zijn dat hun kinderen sterven. En het is helemaal oké als kinderen willen dat hun ouders hen liever niet zien sterven.

Katie: Zodra je angst voelt moet je Het Werk gaan doen.

Hans: Voor mij is het helemaal oké om angst te voelen zonder er meteen iets aan te doen. Het is helemaal oké om geen angst te willen voelen en er meteen iets aan te doen. En het is helemaal oké om meteen Het Werk aan te bieden als je niet kan aanzien dat anderen angstig zijn.

Katie: Vrijheid is nooit een moment van angst, woede of verdriet meemaken.

Hans: Mensen hoeven niet omwille van mij vrij van angst, woede of verdriet te zijn.

Katie: En als het niet helemaal oké of helemaal niet oké voor je is wat mensen of jijzelf voelen?

Hans: Dan is dat helemaal oké.

182. Je verzoenen met de realiteit

Katie: Het Werk zorgt ervoor dat je je kunt verzoenen met de realiteit.

Hans: Het is de realiteit is dat Het Werk niet altijd werkt.

Katie: Maar soms wel.

Hans: Maar lang niet altijd en lang niet bij iedereen.

Katie: Toegegeven.

Hans: Kan jij je daarmee verzoenen?

Katie: Niet altijd.

Hans: Daar heb je het al.

Katie: Een goede reden om weer aan Het Werk te gaan.

Hans: Heb jij iets tegen onverzoenlijkheid?

Silhouet van een spiegelbeeld dat zijn terugdeinzende origineel probeert te zoenen.
Heb jij iets tegen onverzoenlijkheid?

183. Je verzoenen met je onverzoenlijkheid

Katie: Het Werk zorgt ervoor dat je je kunt verzoenen met de realiteit.

Hans: Het is de realiteit dat ik mij er niet mee kan verzoenen.

Katie: Dan moet je juist Het Werk gaan doen.

Hans: Heb jij iets tegen de realiteit?

Silhouet van iemand voor de spiegel die zijn terugdeinzende spiegelbeeld probeert te zoenen.
Heb jij iets tegen de realiteit?

184. Ook gewichtige gedachten wegen niets

Katie: Het Werk leert je om je met de realiteit te verzoenen.

Hans: O ja?

Katie: Zo kan het je verlossen van de gedachte dat je te dik of te dun bent.

Hans: Is denken dat je te dik of te dun bent soms niet de realiteit?

Katie: Jawel, maar…

Hans: Wat valt er dan te verzoenen?

Katie: Je bent niet te dik of te dun, dat denk je alleen maar.

Hans: Misschien denk je dat ook alleen maar.

Katie: Ik bedoel dat het alleen maar een gedachte is.

Hans: Ik bedoel dat dat ook alleen maar een gedachte is.

Katie: Ik snap het niet.

Hans: Zo kan je het ook zeggen.

Katie: Maar hoe verzoen je je dan met de realiteit?

Hans: Zo verzoen je je dan met de realiteit.

Silhouet van een dunne man in een dikke man.
De realiteit.

185. Hoed je voor oneindigheid

Katie: Het denken is van nature oneindig. Het kan schoonheid vinden in alle dingen.

Hans: Het denken is van nature oneindig. Het kan lelijkheid vinden in alle dingen.

186. Het onverwachte laten gebeuren

You have to take risks. We will only understand the miracle of life fully when we allow the unexpected to happen.

Katie: We begrijpen het wonder van het leven pas echt als we het onverwachte laten gebeuren.

Hans: Dat gebeurt toch wel.

Katie: Toegegeven…

Hans: Het zou eerder een wonder zijn als het we het onverwachte konden tegenhouden.

Katie: Mij is het in elk geval nooit gelukt.

Hans: Wat valt er trouwens te begrijpen aan een wonder?

Katie: Begrijpen hoe wonderlijk het leven is, bedoel ik.

Hans: Begrijpen dat je er niets van begrijpt, bedoel je?

Katie: Oké, we begrijpen pas echt dat we niets van het leven begrijpen als we het onverwachte laten gebeuren.

Hans: Dat gebeurt toch wel.

187. Het echte leven is echt geen leven

If you are mentally somewhere else, you miss real life

1.

Katie: Als je ergens anders bent met je gedachten, mis je het echte leven.

Hans: Als je hier blijft met je gedachten, mis je het echte leven.

2.

Katie: Als je ergens anders bent met je gedachten, mis je het echte leven.

Hans: Als je ergens anders bent met je lichaam, mis je het echte leven.

3.

Katie: Als je ergens anders bent met je gedachten, mis je het echte leven.

Hans: Ergens anders zijn met je gedachten maakt deel uit van het echte leven.

4.

Katie: Als je ergens anders bent met je gedachten, mis je het echte leven.

Hans: Met ijdele gedachten over het echte leven mis je het echte leven.

5.

Katie: Als je ergens anders bent met je gedachten, mis je het echte leven.

Hans: Waar je ook bent, daar is het echte leven.

6.

Katie: Als je ergens anders bent met je gedachten, mis je het echte leven.

Hans: Ook onecht leven is het echte leven.

7.

Katie: Als je ergens anders bent met je gedachten, mis je het echte leven.

Hans: Het echte leven is echt geen leven.

188. Een ongeluk bij een geluk

Katie: Als je niet oordeelt kun je niet falen.

Hans: Als je niet oordeelt kun je ook niet slagen.

Caesar met 2 duimen, waarvan de ene naar boven wijst en de andere naar beneden.
Als je niet oordeelt kun je niet falen of slagen.

189. Het Halve Werk laat je in de waan

Katie: Het Werk heeft mij van al mijn negatieve gedachten verlost.

Hans: Nou de positieve nog.

190. Het hele bestaan met alles erop en eraan

Katie: Het Werk leidt tot volmaakte helderheid.

Hans: Het Halve Werk misschien.

Katie: En het Hele Werk?

Hans: Dat leidt tot volmaakte troebelheid.

Katie: Wat moet ik me daarbij voorstellen?

Hans: Meerduidigheid. Tegenstrijdigheid. Ambivalentie. Complexiteit.

Katie: Dat je het niet meer weet.

Hans: Maar dan ook helemaal niet meer.

Katie: Is dat iets goeds of iets slechts?

Hans: Nou heb je het weer over het Halve Werk.

Caesar met een hand vol duimen.
Dat je het niet meer weet, maar dan ook helemaal niet meer.

191. Als er geen verzet is

Katie: Als er geen verzet is, vloeken de kleuren niet meer, klinkt alle muziek mooi en is ieder woord poëzie.

Hans: Als er geen verzet is mogen de kleuren en klanken en woorden weer vloeken.

Overvolle notenbalk.
Als er geen verzet is mogen de klanken weer vloeken.

192. De utopie van de halve wereld

Katie: Eenheid, dat is onvoorwaardelijke liefde, gelukzaligheid, God, verlichting, wijsheid en innerlijke vrede.

Hans: Klinkt meer als halfheid.

Katie: Hè?

Hans: Wat jij onder eenheid verstaat is de utopie van de halve wereld.

Katie: Welke halve wereld?

Hans: De hemel. Nirwana. Het paradijs.

Katie: Wat is daar mis mee?

Hans: Dat is de vraag niet.

Katie: Wat is de vraag wel?

Hans: Waar laten we de andere helft?

Meer lezen over utopisme.

Silhouet van een halve wereldbol met op het hoogste punt een wankelend mannetje.
De utopie van de halve wereld.

193. Schermen met beelden

it’s not the darkness that people fear, it’s what they imagine into the darkness.

1.

Katie: Het is niet de duisternis die mensen vrezen, het is wat ze daarin projecteren.

Hans: Het is niet het licht dat mensen zoeken, het is wat ze daarin projecteren.

2.

Katie: Het is niet de duisternis die mensen vrezen, het is wat ze daarin projecteren.

Hans: Het is niet Het Werk dat mensen zoeken, het is wat jij daarin projecteert.

194. Halve woorden voor goede verstaanders

Een half mens of halfmens is iemand die alleen nog maar positieve gedachten en gevoelens heeft en alleen nog maar positieve dingen doet. Halfmensen zien de mens en dus zichzelf als in wezen liefdevol, goed, eerlijk, open, onschuldig en van goede wil.

De halve wereld of halfwereld is de wereld gezien door de ogen van de halfmens.

De halve waarheid of het halve verhaal is de geruststellende, troostrijke, blijde boodschap van een halfmens over de halfmens in zijn halfwereld.

Een halfleraar of halfmeester is iemand die maar de halve waarheid, het halve verhaal vertelt.

Het halve werk is het onderzoeken van de houdbaarheid van je negatieve gedachten om je ervan te bevrijden en een happy halfmens te worden.

Een halve gare is iemand die meent een halfmens te zijn of te kunnen worden of voor zich te hebben.

Silhouet van een in tweeën gespleten figuur.
Een halfmens is iemand die alleen nog maar positieve gedachten en gevoelens heeft en alleen nog maar positieve dingen doet.

Tegenover de halve mens staat de hele mens die nergens voor of tegenover staat.

De hele mens is de mens met alles erop en eraan, in heel zijn ambiguïteit, tegenstrijdigheid en onbegrijpelijkheid.

De hele wereld is de wereld met alles erop en eraan, in heel zijn ambiguïteit, tegenstrijdigheid en onbegrijpelijkheid.

De hele waarheid of het hele verhaal is de boodschap van de hele mens over de hele mens in de hele wereld.

Het hele werk is het onderzoeken van de houdbaarheid van al je gedachten.

Helen is onder ogen zien dat je op dit moment geen half mens bent maar een heel, dat je dat altijd geweest bent en wel altijd zal blijven, wat je ook probeert.

Een heelmeester is iemand die heelt wat nooit stuk was door het hele verhaal over de hele wereld te vertellen.

Dit was het halve verhaal van de hele wereld.

Geloofde je het?

Lees ook: De hele leer.

Silhouet van een kop met hoorntjes en halo.
De hele mens is de mens met alles erop en eraan, in heel zijn ambiguïteit, tegenstrijdigheid en onbegrijpelijkheid.

195. Het Halve Werk is dubbel werk

Slechte heelmeesters maken stinkende wonden.

Katie: Wat is Het Werk volgens jou?

Hans: Iets wat je later weer ongedaan moet maken.

196. Een punt is geen vraagteken

(Maar een vraagteken heeft wel een punt.)

When inquiry is alive inside you, every thought you think ends with a question mark, not a period. And that is the end of suffering.

Katie: Als Het Onderzoek in je leeft eindigt iedere gedachte met een vraagteken, niet met een punt. Dat is het einde van het lijden.

Hans: Dat waren twee punten.

Katie: Wat?

Hans: Dat was een vraagteken.

Katie: Wou jij beweren dat niet iedere gedachte eindigt met een vraagteken als Het Onderzoek in je leeft?

Hans: En nog een.

Katie: Of dat er geen einde aan het lijden komt als iedere gedachte eindigt met een vraagteken?

Hans: Ik denk dat jij iets wou beweren.

Katie: Jij soms niet?

Hans: Ik vroeg het me alleen maar af.

Droste-effect van een vraagteken waarvan de punt weer een vraagteken bevat et cetera.
Een punt is geen vraagteken maar een vraagteken heeft wel een punt.

Verder lezen: Leestekens aan de wand.

197. Rust roest

I haven’t had a single thought for 26 years.

1.

Katie: Ik heb de afgelopen 26 jaar geen enkele gedachte gehad.

Hans: Behalve deze zeker.

2.

Katie: Ik heb de afgelopen 26 jaar geen enkele gedachte gehad.

Hans: In elk geval geen nieuwe.

198. Het is een beetje moeilijk uit te leggen

I haven’t had a single thought for 26 years. I have only understanding. it’s somewhat complicated to understand that. I’ve hardly ever spoken about it. You’re in a state of total peace of mind. A kind of nirvana.

Katie: Ik heb de afgelopen 26 jaar geen enkele gedachte gehad.

Hans: Ik heb de afgelopen 62 jaar ontelbare gedachten gehad.

Katie: Ik begrijp alleen nog maar.

Hans: Ik begrijp allang niet meer.

Katie: Het is een beetje moeilijk uit te leggen.

Hans: Het is een beetje moeilijk uit te leggen.

Katie: Je verkeert in een toestand van volkomen vrede.

Hans: Je verkeert in een toestand van volkomen verwarring.

Katie: Een soort nirwana.

Hans: Een soort niet-weten.

Katie: Ik heb de afgelopen 26 jaar geen enkele gedachte gehad.

Hans: Ik heb de afgelopen 62 jaar ontelbare gedachten gehad.

199. The Work van Byron Katie als mindgame

Vier vragen die je even veranderen.

Het Werk wordt door Byron Katie aangeprezen als een open gedachtenonderzoek maar lijkt eerder een gesloten denkspel, laten we het Mastermind noemen, waarvan de zetten en de uitkomst van tevoren vaststaan.

De mastermind, laten we haar Katie noemen, speelt in deze mindgame de rol van ziener; de slavemind, laten we hem Hans noemen, speelt de rol van blinde.

De taak van de blinde is het in het oog van de ziener te kruipen, en anders zolang of voorgoed in diens mond of kont, of tenminste te doen alsof, maakt niet uit, als je maar wenselijk gedrag vertoont.

Dit wat betreft de rolverdeling, nu het gespreksprotocol.

Hans: Mijn vrouw moet verdomme eens ophouden met et cetera.

Katie: Is dat waar?

Hans: Goeie vraag hé, daar had ik nog helemaal niet bij stilgestaan.

Katie: Kun je dat wel weten?

Hans: Nou je het zegt, eigenlijk niet, jeetje.

Katie: Wat gebeurt er als je dat gelooft?

Hans: Dan word ik ontzettend gespannen, goh, zou dat daardoor komen?

Katie: Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Hans: Liefdevol, vriendelijk, vredig en gelukkig, was het toch?

Katie: Keer het om.

Hans: Wát? O, eh, mijn vrouw hoeft helemaal niet op te houden met et cetera.

Katie: Is dat waar?

Hans: Meen je dat nou, ik bedoel, dat zeg ik toch?

Katie: Nog meer omkeringen?

Hans: Goed dat je het vraagt, ik moet zelf eens ophouden et cetera.

Katie: Is dat waar?

Hans: Natuurlijk is het waar, wat ben ik, een hypocriet?

Je ziet, zo moeilijk is het niet, als je maar onthoudt dat de vragen geen vragen zijn, de antwoorden geen antwoorden en de omkeringen onomkeerbaar.

Yes you can!

Silhouet van een grote pion, een kleine pion en een omgevallen pion.
Mastermind.

200. Angst is een slechte raadgever

When you act like a teacher, it’s usually because you’re afraid to be the student.

Katie: Als je je gedraagt als een leraar is dat gewoonlijk omdat je bang bent om een leerling te zijn.

Hans: Als je je gedraagt als een leraar of leerling is dat gewoonlijk omdat je bang bent.

Katie: …

Hans: Ik dacht al dat je dat zou zeggen.

Katie: Gedraag jij je gewoonlijk als een leraar of als een leerling?

Hans: Nee hoor, ik ben gewoon bang.

201. Denken dat je weet wat het beste is voor jezelf

To think that I know what's best for anyone else is to be out of my business. Even in the name of love, it is pure arrogance, and the result is tension, anxiety, and fear. Do I know what's right for me? That is my only business. Let me work with that before I try to solve problems for you.

Katie: Denken dat ik weet wat het beste is voor iemand, al is het uit liefde, getuigt van hoogmoed en leidt tot spanning, bezorgdheid en angst. Wat is het beste voor mij? Dat is het enige wat mij aangaat. Laat ik daarmee beginnen voor ik jouw problemen ga oplossen.

Hans: Denken dat ik weet wat het beste is voor mezelf getuigt van hoogmoed en leidt tot spanning, bezorgdheid en angst.

Katie: Als jij al niet weet wat het beste is voor jezelf, wie dan wel?

Hans: Denken dat iemand anders weet wat het beste is voor mij leidt tot spanning, bezorgdheid en angst.

Katie: Waarom?

Hans: Omdat zowat iedereen schijnt te weten wat het beste is voor mij, ook jij; hoe kan ik ooit kiezen uit al die adviezen?

Katie: Ik leer toch dat niemand beter weet wat het beste is voor jou dan jij?

Hans: Dan weet je toch nog steeds wat het beste is voor mij?

Katie: Dus jij denkt dat niemand weet wat het beste is voor jou, jij ook niet?

Hans: Denken dat niemand weet wat het beste voor je is leidt tot spanning, bezorgdheid en angst.

Katie: Wat moet je dan?

Hans: Denken dat je wat moet leidt tot spanning, bezorgdheid en angst.

Katie: Ik geef het op.

Hans: Waar bemoei je je ook mee.

202. Denken begrijpen

To understand your own thinking is to understand all thinking.

1.

Katie: Je eigen denken begrijpen is alle denken begrijpen.

Hans: Je eigen denken begrijpen is niet weten wat je ervan moet denken.

2.

Katie: Je eigen denken begrijpen is alle denken begrijpen.

Hans: Je eigen denken begrijpen is lachen om je begrippen.

3.

Katie: Je eigen denken begrijpen is alle denken begrijpen.

Hans: Je eigen denken begrijpen is zien dat het moet grijpen.

3.

Katie: Je eigen denken begrijpen is al het denken begrijpen.

Hans: Je eigen denken begrijpen is al het denken doorzien.

Katie: Hè?

Hans: Al het denken doorzien is zelfs dit denken doorzien.

Katie: Maar wat heb je dan begrepen?

Hans: Dat heb je goed gezien.

203. Het Werk is een fase in Het Spel

Katie: Wat is Het Werk volgens jou?

Hans: Een fase in Het Spel.

Katie: Welke fasen kent Het Spel?

Hans: Eerst spelen je gedachten met jou.

Katie: Hoe komt dat?

Hans: Doordat je ze onvoorwaardelijk gelooft.

Katie: En dan?

Hans: Speel jij met je gedachten.

Katie: Hoe komt dat?

Hans: Doordat je onvoorwaardelijk in Het Werk gelooft.

Katie: En dan?

Hans: Is er alleen nog Het Spel.

Katie: Houdt Het Spel ooit op?

Hans: Het ligt eraan in welke fase je zit.

Katie: In de fase waarin ik nu zit.

Hans: Nooit.

Katie: In de fase waarin jij nu zit.

Hans: Welk Spel?

Het Spel.

204. De essentie van Het Werk

Katie: Wat is volgens jou de essentie van Het Werk?

Hans: De gedachte dat je je gedachten onderzoekt.

Katie: Waarom noem je het een gedachte?

Hans: Opdat je hem zult onderzoeken.

Katie: Denk jij soms dat Het Werk een illusie is?

Hans: Dat zou gewoon de volgende gedachte zijn.

Katie: Denk jij soms dat alles een illusie is?

Hans: Dat zou gewoon de volgende gedachte zijn.

Katie: Wat denk je dan wel?

Hans: Dat zou gewoon de volgende gedachte zijn.

Katie: Maar wat is volgens jou nou de essentie van Het Werk?

Hans: Dat is volgens mij nou de essentie van Het Werk.

Droste-effect van gedachtenwolkjes in gedachtenwolkjes.
Gedachte op gedachte op gedachte.

205. Je zal het maar willen

I am completely available because I am not busy dictating how the world should be.

Katie: Ik ben volledig beschikbaar omdat ik niet de hele dag mijn wil hoef op te leggen aan de wereld.

Hans: Jij wil toch dat iedereen gelukkig is?

Katie: Dat wel.

Hans: Jij wil toch vrede op aarde?

Katie: Dat wel.

Hans: Jij wil toch dat de Realiteit zegeviert?

Katie: Dat wel.

Hans: Jij wil toch dat de hele wereld aan Het Werk gaat?

Katie: Dat wel.

Hans: Jij komt toch nergens anders aan toe?

Katie: Dat niet.

Hans: Nou dan.

206. De laatste voorstelling

Everyone in your life is a figment of your imagination - even you.

Katie: Iedereen in je leven is een voorstelling van je verbeelding – zelfs jij.

Hans: Iedereen en alles.

Katie: Helemaal mee eens.

Hans: Zelfs je verbeelding.

Katie: Hi hi.

Hans: Zelfs de voorstelling dat alles en iedereen in je leven een voorstelling van je verbeelding is.

Katie: Hè?

Hans: Ha ha.

Katie: Alles en iedereen in je leven is een voorstelling van je verbeelding, zelfs je verbeelding en zelfs de voorstelling dat alles en iedereen in je leven een voorstelling van je verbeelding is?

Hans: Tenzij dat ook verbeelding is.

Katie: Maar dan zou alles en iedereen in je leven toch geen voorstelling van je verbeelding zijn.

Hans: Tenzij dat ook verbeelding is.

207. Waarom we wel kunnen ophouden

The world is nothing but my perception of it. I see only through myself. I hear only through the filter of my story.

Katie: De wereld is niets dan mijn waarneming ervan.

Hans: Ik had al die indruk.

Katie: Ik zie alles via mij.

Hans: Ik noem dat katieisme.

Katie: Ik hoor alleen wat het filter van mijn verhaal doorlaat.

Hans: Nou, dan kunnen we wel ophouden.

208. Dwangarbeiders

Katie: Het is uiteindelijk niet wat er gebeurt dat ons gevangen houdt, maar onze beleving ervan.

Hans: In jouw beleving.

Katie: En in jouw beleving?

Hans: Zit jij gevangen in de gedachte dat het uiteindelijk niet is wat er gebeurt dat ons gevangen houdt maar onze beleving ervan.

Katie: Ik?

Hans: Jij en alle Werkers aan je voeten smachtend naar vrijheid.

Katie: Dat is jouw beleving.

Hans: Wachtend tot de beleving gebeurtenis wordt.

Droste-effect van een figuur met een kogel aan zijn enkel die weer het hoofd vormt van net zo’n figuur.
Jij en alle Werkers aan je voeten smachtend naar vrijheid.

209. Waarom niet-weten niemand aanspreekt

Katie: Wat vind jij van Het Werk?

Hans: Arbeit macht frei.

Katie: Radicaal niet-weten spreekt me anders ook niet aan.

Hans: Mij al evenmin.

Katie: Radicaal niet-weten spreekt jou ook niet aan?

Hans: Radicaal niet-weten spreekt niemand aan.

Katie: Waarom niet?

Hans: Omdat het niets te zeggen heeft.

210. Beter ten hele gedwaald dan ten halve gekeerd

Katie: Wie Het Werk afwijst verwerpt zichzelf.

Hans: Een goed begin is het halve werk.

Katie: Wie zichzelf verwerpt, verliest de liefde.

Hans: Beter ten hele gedwaald dan ten halve gekeerd.

Katie: Wie de liefde verliest raakt alles kwijt.

Hans: Eind goed al goed.

Iemand van wie het bovenlijf achterstevoren op het onderlijf staat.
Beter ten hele gedwaald dan ten halve gekeerd.

211. Werken aan Werkeloosheid

Just let it be. You may as well; it is. Everything moves in and out at its own time. You have no control. You never did, you never will.

Katie: Laat toch gaan. Waarom niet, het is zoals het is. Alles komt en gaat op zijn eigen tijd. Niets heb je onder controle. Vroeger niet en nooit niet.

Hans: Heb je het nou over Het Werk?

Katie: Verdraaid.

Hans: Het zijn je eigen woorden.

Katie: Als we werkelijk niets onder controle hebben kan ik wel ophouden.

Hans: Als we werkelijk niets onder controle hebben kan je ook niet ophouden.

Katie: Verdraaid.

Hans: Totdat je er vanzelf mee stopt.

Katie: En dan zou ik er niet meer mee door kunnen gaan.

Hans: Totdat je er vanzelf weer mee begint.

Katie: En dan zou ik dat weer niet kunnen tegenhouden.

Hans: De vraag is of we werkelijk niets onder controle hebben.

Katie: Wat zou jij zeggen?

Hans: Is dat waar? Kun je dat wel weten? Wat gebeurt er als je het gelooft? Wie zou je zijn zonder die gedachte? Keer het om.

212. Zegt de ene wijsneus tegen de andere…

Everyone has equal wisdom. It is absolutely equally distributed. No one is wiser than anyone else.

Katie: Iedereen is even wijs. Wijsheid is volstrekt gelijk verdeeld. Niemand is wijzer dan iemand anders.

Hans: Iedereen is even dwaas. Dwaasheid is volstrekt gelijk verdeeld. Niemand is minder dwaas dan iemand anders.

213. Waar niet-weten woont

The mind usually says ‘I know, I know, I know’, but the don’t-know mind is where wisdom lives.

Katie: De geest zegt gewoonlijk ‘Weet ik, weet ik, weet ik’, maar de weetnietgeest is waar wijsheid woont.

Hans: De geest denkt te weten waar wijsheid woont, maar de weetnietgeest zegt gewoon ‘Weet ik niet, weet ik niet, weet ik niet’.

214. Katieisme voor katieisten

My mother became a believer, and then I became a believer. But when I was 43 years old, I began to think for myself, somehow, by fluke and by grace. And I thought, ‘Oh, my. I was so mistaken.’ The world isn’t what I believed it to be. I am not what I believed me to be, and neither is anyone.

Katie: Mijn moeder werd een gelovige en ik werd een gelovige. Maar toen ik 43 was begon ik op een of andere manier voor mezelf te denken, door toeval, door genade. En ik dacht, o jee, wat had ik het mis. De wereld is niet wat ik geloofde dat hij was. Ik ben niet wie geloofde te zijn, niemand is dat.

Hans: Nu ben je 78 en geloof je dat je liefde bent, dat de werkelijkheid volmaakt is en dat problemen er zijn voor onze realisatie.

Katie: Ik geloof het niet, ik wéét het.

Hans: Je hebt een compleet geloof opgetuigd, katieisme. Met dogma’s die je onbeschaamd naar jezelf hebt vernoemd en gecertificeerde volgelingen die je zalvend facilitators hebt gedoopt.

Katie: Katieisme, zoals jij het noemt, is geen geloof, het is de simpele waarheid over de realiteit waarin nog geen stofje verkeerd ligt. Het is een zegen voor de mensheid.

Hans: En dat noem je dan niet-weten.

Katie: De weetnietgeest is waar wijsheid woont.

Hans: Wat als je opnieuw voor jezelf gaat denken, door toeval, door genade, en nogmaals moet concluderen, o jee, wat had ik het mis, de wereld is niet wat ik geloofde dat hij was, ik ben niet wie ik geloofde te zijn, niemand is dat?

Katie: Ik zou niet weten waardoor.

Hans: Wat dacht je van het Hele Werk?

Katie: Dat is nergens voor nodig. Ik heb al 35 jaar geen gedachten meer, ik heb alleen nog maar begrip.

215. AchterWerk

Katie: Waarom ga jij zo respectloos met Het Werk om, Hans?

Hans: Omdat Het Werk dat van mij vraagt.

Ronde billen met een schep erin.
AchterWerk.

216. OverWerk

Hiermee is alles gezegd wat ik over Byron Katie wilde zeggen, als ik al iets gezegd heb. Samengevat in termen van Het Werk zelf:

1.

Wie meent dat hem aan het eind van Het Werk, heel of half, het paradijs wacht – niets dan vrede, vreugde, dankbaarheid, wijsheid, onbevreesdheid, overgave, verlichting, vriendelijkheid, universele liefde en onbegrensd mededogen – veronderstelt een individu, een wereld, een vrije wil, een doel en een weg. Bestaan die wel? Kun je dat weten? Wat gebeurt er als je dat gelooft? Wie zou je zijn zonder die gedachte? Keer het om.

2.

Wie daarentegen meent dat het individu, de wereld, de vrije wil, het doel en de weg illusoir zijn, kan alleen maar concluderen dat Het Werk ook een illusie is. Is het dat wel? Kun je dat weten? Wat gebeurt er als je dat gelooft? Wie zou je zijn zonder die gedachte? Keer het om.

3.

Wie niets meent over het individu, de wereld, de vrije wil, het doel, de weg en Het Werk die weet het alleen maar niet meer. Die heeft een lege leer. Bestaat de lege leer wel? Kun je dat weten? Wat gebeurt er als je dat gelooft? Wie zou je zijn zonder die gedachte? Keer het om.

Katie’s canon

1. Kill your Katieisms

Hieronder veertig gevleugelde woorden van Byron Katie waarmee je zelf aan Het Werk kunt gaan. Ik heb ze uit haar boeken voor zover aanwezig in de openbare bibliotheek van Amsterdam en uit teksten van en over haar op internet. Een officiële canon is het niet maar ze zijn wel representatief.

Als jouw favoriete Katieismen er niet bij staan kan je ze toevoegen. Ook troetelgedachten van eigen makelij mogen erbij. Hoe liever hoe beter: dood je lievelingen.

Toegegeven, je lievelingen doden is opnieuw half werk. Maar nu de andere helft. Je betere helft.

‘Dood je lievelingen’ is een vertaling van ‘Kill your darlings’.

‘Kill your darlings’ is een darling van de Amerikaanse auteur William Faulkner (‘in writing you must kill all your darlings’).

William Faulkner zou het weer hebben van de Engelse auteur Sir Arthur Quiller-Couch (‘Whenever you feel an impulse to perpetrate a piece of exceptionally fine writing, obey it – wholeheartedly – and delete it before sending your manuscript to press. Murder your darlings.’).

In deze context zijn de darlings in kwestie natuurlijk geen gekoesterde zinnen in je manuscript maar gekoesterde gedachten in je hoofd.

Duel met pistolen tussen twee silhouetten.
Kill your darlings.

Lees ook: Niet-weten is jezelf vrijspreken van je favoriete uitspraken.

2. Byron Katie voor Workaholics

‘Je kunt je gedachten onderzoeken, is dat waar?’ Vragen over Katieismen die het licht van niet-weten slecht verdragen.

1. Lijden is een keuze.

1. Is dat waar?

2. Kun je dat wel weten?

3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?

4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

2. Je kunt je gedachten niet uitzetten maar je kunt ze wel onderzoeken.

1. Is dat waar?

2. Kun je dat wel weten?

3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?

4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

3. Het Werk werkt altijd.

1. Is dat waar?

2. Kun je dat wel weten?

3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?

4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

4. Het enige wat telt is jouw eigen wijsheid.

1. Is dat waar?

2. Kun je dat wel weten?

3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?

4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

5. Alle antwoorden zitten in jezelf.

1. Is dat waar?

2. Kun je dat wel weten?

3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?

4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

6. Zonder verhaal zie je de Realiteit.

1. Is dat waar?

2. Kun je dat wel weten?

3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?

4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

7. Als ik denk dat jij mijn probleem bent, ben ik gek.

1. Is dat waar?

2. Kun je dat wel weten?

3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?

4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

8. Het universum heeft het beste met je voor. De realiteit is je Meester.

1. Is dat waar?

2. Kun je dat wel weten?

3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?

4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

9. We moeten niet proberen de werkelijkheid te veranderen maar onze gedachten over de werkelijkheid.

1. Is dat waar?

2. Kun je dat wel weten?

3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?

4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

10. Als ik ‘boom’ zeg, wend ik mij af van de realiteit.

1. Is dat waar?

2. Kun je dat wel weten?

3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?

4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

11. Gedachten zijn onze vrienden. Alleen door ze te onderzoeken vinden we bevrijding.

1. Is dat waar?

2. Kun je dat wel weten?

3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?

4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

12. Vrijheid is leven in vriendelijkheid, als vriendelijkheid.

1. Is dat waar?

2. Kun je dat wel weten?

3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?

4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

13. Als je de strijd aangaat met de realiteit verlies je altijd.

1. Is dat waar?

2. Kun je dat wel weten?

3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?

4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

14. Persoonlijkheden hebben niet lief, zij willen iets.

1. Is dat waar?

2. Kun je dat wel weten?

3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?

4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

15. Het ergste wat je kan overkomen is een niet onderzochte gedachte.

1. Is dat waar?

2. Kun je dat wel weten?

3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?

4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

16. Het enige lijden is een niet onderzochte geest.

1. Is dat waar?

2. Kun je dat wel weten?

3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?

4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

17. Of je gelooft wat je denkt of je onderzoekt het. Er is geen andere keus.

1. Is dat waar?

2. Kun je dat wel weten?

3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?

4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

18. Ik laat mijn gedachten niet los, ik onderzoek ze, dan laten ze mij los.

1. Is dat waar?

2. Kun je dat wel weten?

3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?

4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

19. Je keert je volledig af van de realiteit als je gelooft dat er een gerechtvaardigde reden is om te lijden.

1. Is dat waar?

2. Kun je dat wel weten?

3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?

4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

20. De realiteit is altijd vriendelijker dan het verhaal dat we erover vertellen.

1. Is dat waar?

2. Kun je dat wel weten?

3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?

4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

21. Er zijn geen fysieke problemen, alleen mentale.

1. Is dat waar?

2. Kun je dat wel weten?

3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?

4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

22. De realiteit is God, want zij bepaalt.

1. Is dat waar?

2. Kun je dat wel weten?

3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?

4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

23. Als ik helemaal helder ben wil ik wat er is.

1. Is dat waar?

2. Kun je dat wel weten?

3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?

4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

24. Hoe weet ik dat ik wat ik wil niet nodig heb? Ik heb het niet.

1. Is dat waar?

2. Kun je dat wel weten?

3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?

4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

25. Vergeving is je realiseren dat wat jij dacht dat gebeurde niet gebeurde.

1. Is dat waar?

2. Kun je dat wel weten?

3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?

4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

26. Dankbaarheid is wat wij zijn zonder verhaal.

1. Is dat waar?

2. Kun je dat wel weten?

3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?

4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

27. Niemand kan mij kwetsen.

1. Is dat waar?

2. Kun je dat wel weten?

3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?

4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

28. Ik weet zeker dat iedereen van mij houdt maar niet iedereen realiseert het zich.

1. Is dat waar?

2. Kun je dat wel weten?

3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?

4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

29. Ik ben onvoorwaardelijke liefde.

1. Is dat waar?

2. Kun je dat wel weten?

3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?

4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

30. Mijn nee tegen jou is een ja tegen het nee in mezelf.

1. Is dat waar?

2. Kun je dat wel weten?

3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?

4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

31. Er zijn geen problemen.

1. Is dat waar?

2. Kun je dat wel weten?

3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?

4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

32. De enige met wie je ooit te maken hebt ben je zelf.

1. Is dat waar?

2. Kun je dat wel weten?

3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?

4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

33. Iedere calamiteit is een uitnodiging tot bevrijding.

1. Is dat waar?

2. Kun je dat wel weten?

3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?

4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

34. Alles gebeurt voor mij, niet met mij.

1. Is dat waar?

2. Kun je dat wel weten?

3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?

4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

35. Vrijheid is nooit een moment van angst, woede of verdriet meemaken.

1. Is dat waar?

2. Kun je dat wel weten?

3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?

4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

36. Als er geen verzet is, vloeken de kleuren niet meer, klinkt alle muziek mooi, is geen enkele danspas uit de maat en is ieder woord poëzie.

1. Is dat waar?

2. Kun je dat wel weten?

3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?

4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

37. Vrijheid is nooit een moment van angst, woede of verdriet meemaken.

1. Is dat waar?

2. Kun je dat wel weten?

3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?

4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

38. Volkomenheid is een ander woord voor realiteit.

1. Is dat waar?

2. Kun je dat wel weten?

3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?

4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

39. De enige manier waarop je iets als onvolkomen kunt zien is door een gedachte erover te geloven.

1. Is dat waar?

2. Kun je dat wel weten?

3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?

4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

40. Als je je gedachten niet gelooft ben je alles.

1. Is dat waar?

2. Kun je dat wel weten?

3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?

4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

3. Het Katieisme dat alle Katieismen overbodig maakt

‘I don’t know’ is my favorite position.

Katie: ‘Ik weet het niet’ is mijn lievelingsplek.

Hans: Kom gerust eens langs.

4. The Work voor Workaholics

Het Werk van Byron Katie, dat is Het Halve Werk.

Het Halve Werk, dat is reprogrammeren.

Niet-weten, dat is Het Hele Werk.

Het Hele Werk, dat is deprogrammeren.

In dit boek heb ik over de rug van Byron Katie laten zien wat niet-weten inhoudt:

Helemaal niets.

Niet-weten is de lege leer.

De lege leer is de simpelste vorm van spiritualiteit die ik ken, en de mooiste.

Hij is helemaal van jou en je mag ermee doen wat je wilt.

Als je er maar geen programma van maakt.

Afgesproken?

Daar drinken we op:

Halve champagnefles met twee halve glazen.

Proost!

5. Mijn Enige Innerlijke Wijsheidskaart

Presentje voor alle dappere lezers die het einde van dit boek hebben gehaald:

Hans van Dam’s Single Inner Wisdom Card.

Knip hem uit je beeldscherm en draag hem altijd bij je.

Je mag mijn Enige Innerlijke Wijsheidskaart zo vaak raadplegen als je wilt.

Brengt de Single Inner Wisdomkaart geen soelaas? Raadpleeg dan het Boek Zonder Antwoorden, Werkt altijd!