Top
NietWeten.nl      

(Laatst gewijzigd: 30 april)

Byron Katie voor Workaholics

Het Onderzoek onderzocht

Door Hans van Dam

Droste-effect van een figuurtje dat een met een vergrootglas naar een kleiner exemplaar van zichzelf kijkt et cetera.
Coverillustratie van Byron Katie voor Workaholics
(deel 12 van de Agnosereeks).

Je kunt je gedachten onderzoeken, is dat waar? Kun je dat wel weten? Wat gebeurt er als je dat gelooft? Wie zou je zijn zonder die gedachte? Keer het om.

Inleiding

Waarin Het Werk maar Het Halve Werk blijkt te zijn.

1. Je kunt je gedachten onderzoeken, is dat waar?

Vier vragen over niet-weten

1. Wat is niet-weten?

2. Kun je dat wel weten?

3. Wat doet het met je?

4. Is er een methode om tot niet-weten te komen?

Dit zegt geluksgoeroe Byron Katie erover:

1. Niet-weten is je gedachten niet geloven.

2. Wij kunnen alleen maar weten dat we niet kunnen weten.

3. Wie niet-weet is verlicht, vriendelijk en vredig.

4. Om tot niet-weten te komen moet je Het Werk* doen.

* In het Engels ‘The Work’, wat per ongeluk of expres maar één letter verschilt van ‘The Word’ – het Woord Gods.

Waarom dit boek?

In dit boek pas ik Het Werk toe op Het Werk onder het motto ‘Je kunt je gedachten onderzoeken – is dat waar?’

Niet om Byron Katie de loef af te steken maar om het verschil te laten zien tussen haar denken en het mijne.

Tussen therapeutisch niet-weten en radicaal niet-weten.

Tussen reprogrammeren en deprogrammeren.

Tussen het halve werk en het hele werk.

Tussen stellen en ontstellen.

Tussen ja en tja.

Zodat je straks zelf antwoord kunt geven op de vraag wat niet-weten is, of je dat wel kunt weten, wat het met je doet en hoe je er kunt komen.

Of tenminste vraagtekens weet te zetten bij de instant antwoorden van Byron Katie.

En snapt dat het misschien niet aan jou ligt als Het Werk voor jou niet werkt.

Links: Byron Katie, rechts: Johannes Nicolaas.

Waarom silhouetten?

De meer dan honderd illustraties in dit boek zijn allemaal zwart-wit.

Dat is een stijlkeuze van de illustrator en een afspiegeling van het denken van Byron Katie: zwart-wit.

Geen reden om me op mijn woord te geloven, misschien is dat slechts een afspiegeling van mijn denken over Byron Katie.

Is jouw denken ook zwart-wit en wil je dat graag zo houden? Ben je er helemaal uit, weet je precies hoe het allemaal zit?

Dan is dit boek niets voor jou en kun je het lekker links laten liggen, bij al het andere dat niet in je straatje past.

Heeft jouw denken vijftig tinten grijs of alle kleuren van de regenboog maar hoop je dat het net zo zwart-wit kan worden als dat van Byron Katie door Het Werk te doen?

Dan moet je zeker verder lezen. Misschien ben je minder gek dan je dacht.

Blogje over deze paragraaf.

Lees ook: Niet-weten is blues en De witte wereld van de weetniet.

Nog meer redenen om dit boek te lezen

Byron Katie voor Workaholics veronderstelt geen voorkennis van Het Werk of van cognitieve therapie of filosofie of spiritualiteit of niet-weten: ik leg alles ter plekke uit. Het enige dat je nodig hebt is een beetje verstand en de bereidheid om het te gebruiken.

Dit boek is dus niet alleen voor mensen die Het Werk gaan doen of al gedaan hebben, het kan ook een eerste kennismaking zijn.

Je kunt het lezen voor je algemene ontwikkeling of om je plannen of ervaringen met Het Werk tegen het licht te houden.

Je kunt het ook gewoon voor je plezier lezen. Om te zien wat mensen zich allemaal in het hoofd halen terwijl ze anderen proberen wijs te maken dat ze zich niets meer in het hoofd moeten halen.

Wat zeg ik, probeer Byron Katie voor Workaholics maar eens zonder plezier te lezen. Niet-weten, dat is lachen man. En heus niet alleen om anderen.

2. Wat is Het Werk van Byron Katie?

Onder Het Werk of Het Onderzoek verstaat Byron Katie het verkennen van stressvolle gedachten met behulp van vaste vragen en variabele omkeringen.

Net als de meeste vormen van psychotherapie is Het Werk in de eerste plaats bedoeld om je geestelijke nood te lenigen, onder of zonder begeleiding, individueel of groepsgewijs.

Wie Het Werk lang genoeg volhoudt zou uiteindelijk tot spiritueel niet-weten kunnen komen.

Silhouet van een wegwerker die in hersenen schept.
Het Werk.

Vragen

Dit zijn de vier vragen (‘the four questions’) die je jezelf volgens Byron Katie moet stellen bij iedere stressvolle gedachte:

1. Is dat waar?

2. Kun je dat wel weten?

3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?

4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Omkeringen

Als je de vier vragen hebt beantwoord is het tijd voor de omkeringen.

Omkeringen (‘turnarounds’) zijn variaties op de gedachte die je onderzoekt.

Zo kan je in de oorspronkelijke gedachte (‘X moet eens ophouden mij te bekritiseren’) de personen verwisselen (‘Ik moet eens ophouden X te bekritiseren’).

Of een bevestigende gedachte (‘Mensen moeten lief zijn voor elkaar’) ontkennend maken (‘Mensen hoeven niet lief te zijn voor elkaar’) en vice versa.

Om niet in algemeenheden te blijven hangen moet je bij iedere omkering drie of meer concrete voorbeelden uit je eigen leven geven.

Blogje over omkeringen.

Het Spel

Omkeringen generen is leuk als je er een spelletje van maakt. Woorden verschuiven, woorden vervangen door synoniemen (met een net even andere betekenis), antoniemen (tegengestelde betekenis), hyperoniemen (ruimere betekenis) of hyponiemen (engere betekenis). Scrabbelen met gedachten in plaats van letters.

Hoe vaker je het doet, hoe makkelijker het wordt. Hoe makkelijker het wordt hoe leuker het is. Ik doe het al mijn hele leven en ik word er almaar handiger in.

Van ‘X moet mij serieus nemen’ maak je spelenderwijs ‘X hoeft mij niet serieus te nemen’ of ‘Ik moet X serieus nemen’ of ‘Ik moet mezelf serieus nemen’ of ‘Ik moet mezelf niet zo serieus nemen’ of ‘Ik moet niet alles zo serieus nemen’ of ‘Ik moet alles nemen zoals het komt’ of ‘Ik moet ophouden met alles omkeren’ of ‘Ik moet niks’ of ‘X moet niks’ – kijk, die laatste rijmt nog ook.

Of zet gewoon eens een vraagteken achter een gedachte. ‘Moet X mij serieus nemen?’ ‘Moet ik X serieus nemen?’ ‘Moet ik mezelf serieus nemen?’ ‘Moet ik alles nemen zoals het komt?’

Vragen leiden algauw tot meer vragen. ‘Wie zegt dat?’ ‘Waarom komt dit in mij op?’ ‘Dacht ik dat vroeger ook?’ ‘Zijn er uitzonderingen te bedenken?’ ‘Hoe zou X of Y of Z hierover denken?’

Of, als je liever met vaste vragen werkt: ‘Is dat waar?’ ‘Kun je dat wel weten?’ ‘Wat gebeurt er als je dat gelooft?’ ‘Wie zou je zijn zonder die gedachte?’

Voor mij zijn alle vragen omkeringen en alle omkeringen vragen. Zodra er zo’n stijf uitroepteken dreigt te ontstaan buig ik hem terug tot een vraagteken, dan stokt het paardje niet.

Mag dit nog wel Het Werk heten? Natuurlijk niet. Werken is voor sjokkende paarden. Sjokken sjokken sjokken tot je stokt.

Voor mij is het een Spel.

3. Oorsprong van Het Werk van Byron Katie

DenkWerk of JatWerk?

Volgens Byron Katie zelf ontstond Het Werk in de jaren tachtig toen ze door een diep dal ging en haar gedachten spontaan begon te onderzoeken:

‘Ik ontdekte dat ik lijd als ik mijn gedachten geloof en niet lijd als ik ze niet geloof en dat dit geldt voor elk mens.’*

* ‘I discovered that when I believe my thoughts, I suffered, but that when I didn’t believe them, I didn’t suffer, and that this is true for every human being.’

Haar verhaal over de innerlijke oorsprong van Het Werk is omstreden, net als de bewering van haar echtgenoot dat ze nooit iets leest.

Volgens een naaste medewerker heeft Byron Katie juist in die jaren heel veel gelezen en ideeën overgenomen van Ramana Maharshi, van A Course in Miracles, van nieuwetijdsliteratuur en van Ken Keyes*, zonder ooit haar schatplichtigheid te erkennen.

* Ken Keyes is auteur van vijftien boeken over persoonlijke groei en bedenker van de Living Love methode.

Mij maakt het niet uit waar Het Werk vandaan komt en ook in andere kritiek op Byron Katie heb ik me tijdens het schrijven van dit boek niet willen verdiepen.

Lezers die daar behoefte aan hebben kunnen terecht in The Guru Magazine: A Critique of Byron Katie’s The Work en op de website van Morten Tolboll: A Critique of Byron Katie and her Therapeutic Technique The Work.

Andere invloeden

Qua aanpak doet Het Werk denken aan Rationeel-Emotieve Therapie (RET), een vorm van cognitieve psychotherapie die in de jaren vijftig werd bedacht door een andere Amerikaan, Albert Ellis.

RET kent inmiddels veel varianten en afgeleiden. De meest bekende, en misschien de meest omstreden, is Neuro Linguïstisch Programmeren (NLP).

NLP is een verzameling verbale en gedragstechnieken zoals ankeren, modelleren en herkaderen* waarmee je het verstand zou kunnen reconditioneren. Byron Katie maakt er regelmatig gebruik van.

* Herkaderen is de ene visie vervangen door de andere, bij Byron Katie meestal een stiefmoederlijke door een grootmoederlijke – een zwarte bril door een roze.

4. Het Halve Werk is niet Het Hele Werk

Het Halve Werk

Het Werk van Byron Katie heeft tot doel negatieve gedachten onschadelijk te maken.

Omdat de neutrale en de positieve gedachten buiten schot blijven, noem ik Het Werk half voor de grap Het Halve Werk.

Silhouet van een half figuur met een half gedachtenwolkje.
Het Halve Werk.

Afgaand op getuigenissen geeft Het Halve Werk bij sommige cliënten verlichting van sommige piekergedachten.

Tot een radicaal niet-weten zal het allicht niet leiden, omdat zelfs in het beste geval de helft van het mentale bouwwerk intact blijft.

Het Hele Werk

Gedachte-onderzoek dat zich niet beperkt tot negatieve gedachten maar alle gedachten onder de loep neemt, noem ik voor de andere halve grap Het Hele Werk.

In tegenstelling tot Het Halve Werk is Het Hele Werk er niet speciaal op uit gedachten onschadelijk te maken, al heeft het vaak wel dat effect. Niet alleen op de stressvolle gedachten, ook op de neutrale en de positieve, dus pas maar op.

Het Hele Werk onderzoekt alle gedachten, diepgaand, telkens weer, zonder vooropgezet doel, omwille van het onderzoek zelf of Joost mag weten waarom.

Van te voren heb je geen idee wat Het Hele Werk je zal brengen of zelfs maar dat je daarmee bezig bent. Heb je toch een idee dan raak je dat onderweg wel kwijt. Een groter avontuur is nauwelijks denkbaar.

Wie het Hele Werk doet, volgt geen 1-2-3-4-komt-er-nog-wat-van-methode maar denkt vrij na. Op allerlei manieren, alleen of samen, associatief of systematisch, kalm of koortsachtig – net wat de dag of de nacht brengt, net wat het onderwerp vraagt, zolang en zo vaak als nodig.*

* Tientallen jaren in mijn geval, ik ben zo traag als een molensteen.

Eigenlijk is het onzin om van Het Hele Werk te spreken. Gedachte-onderzoek is geen beroep, het is een roeping. Je doet het omdat je het niet (meer) kunt laten. Met hart en hoofd, wat er ook van komt. Al moet je alles wat je denkt herroepen.

5. Wat zijn Katieïsmen en wat is katieïsme?

Katieïsmen

Het Halve Werk leidt niet 1, 2, 3, 4 tot niet-weten en het Hele Werk 5, 6, 7, 8 ook niet.

Meestal leidt gedachte-onderzoek alleen tot bevestiging of vermenigvuldiging van je lievelingsgedachten.

Soms leidt gedachte-onderzoek tot het vervangen van lievelingsgedachten door een kleiner aantal andere, die voor eeuwig waar worden gehouden omdat ze voor eeuwig vrijgesteld zijn van onderzoek. Dat zie je in advaita, je ziet het in dzogchen, je ziet het in zen.

En je ziet het bij Byron Katie, die onvermoeibaar haar spreuken herhaalt en verhandelt als Byron Katie’s ‘Katieisms’ Inner Wisdom Cards.*

* In dit boek gebruik ik het woord Katieïsme losjes voor ieder gevleugeld woord van Byron Katie, niet alleen voor de spreuken in haar spreukendoosje.

Katieïsme

Hoe je ze ook noemt, stokpaardjes zijn stokpaardjes en hinniken is hinniken.

Zolang het denken zichzelf niet overdenkt blijft het in zijn eigen sop gaarkoken. Uiteindelijk kookt het droog en versteent het tot een isme.

Zolang Het Onderzoek zichzelf niet onderzoekt is het gewoon het volgende geloof – katieïsme.

Droste-effect van een wegwerker die in de hersenen schept van een wegwerker.
Het Onderzoek onderzocht.

Katieïsme, dat is een setje standaardvragen, een stapeltje zelfhulpboeken, een doosje aforismen, een tikkeltje idealisme, een vleugje filosofie, een likje niet-weten, een snufje god, een outcrowd van goedgelovigen die er grif voor betaalt en een incrowd van vertrouwelingen* die er leuk aan verdient.

* Aangeprezen als certified facilitators.

Denken zonder stokpaardjes

Wat ik van het katieïsme moet vinden weet ik niet en wat jij ervan vindt moet je zelf weten. Het is er en het zij zo.

Ik onderzoek het katieïsme alleen maar omdat ik iets nodig heb om me tegen af te zetten.

Om de lege leer tegen af te zetten, bedoel ik, die nou eenmaal geen inhoud heeft om uiteen te zetten.

De lege leer, wat is dat nou weer?

Gewoon een ander woord voor niet-weten.

Niet-weten is gewoon een ander woord voor denken zonder stokpaardjes.

6. Is Het Werk van Byron Katie maar een trucje?

Byron Katie voor Workaholics is niet helemaal geworden wat ik voor ogen had.

Toen ik er full time mee aan de slag ging ontdekte ik dat veel Katieïsmen bij nader inzien ontzettend op elkaar lijken. Bijvoorbeeld:

Je gelooft wat je denkt of je onderzoekt het. Er is geen andere keus.

En:

Het ergste wat je kan overkomen is een niet-onderzochte gedachte.

En:

Ik laat mijn gedachten niet los, ik onderzoek ze, dan laten ze mij los.

En:

Je kunt je gedachten niet uitzetten maar je kunt ze wel onderzoeken.

Mijn dwaalgesprekken groeiden sneller naar elkaar toe dan ik gewend ben van andere boeken. Zeker de helft van mijn probeersels heb ik weg moeten gooien. Om de andere helft te redden heb ik mijn hele trukendoos open moeten trekken.

Misschien is Het Werk maar een trucje en Byron Katie een one-trick-pony.

Misschien is de basis van mijn onderzoek van Het Onderzoek te smal of ben ik zelf een one-trick-pony.

Misschien zijn we allebei one-trick-ponies in ons eigen circus. Aan de zonzijde het stralende Cirque du Soleil, in de schaduw daarvan het schimmige Cirque de la Cheville.

Als ik jou was zou ik het onzekere voor het zekere nemen en mijn eigen weg gaan, helemaal als je affiniteit hebt met niet-weten.

Zoals de spreekstalmeester zei: beter één ezel voor de boeg dan twee paarden voor de ploeg.

Silhouet van twee ezels aan weerszijden van een ploeg.
Beter één ezel voor de boeg
dan twee paarden voor de ploeg.

Lees ook: Het land rust en de ploeg komt vanzelf.

7. Wat voor paard ben jij? Vragen naar de onbekende weg

Ezels hebben stokpaardjes maar wie is van hout?

Vanwege hun edele delen vinden mensen zichzelf edele dieren en daar heb je drie soorten van: luxepaarden, stokpaarden en werkpaarden.

Wie er gewoon op los denkt zonder zijn gedachten te onderzoeken is een luxepaard.

Silhouet van een zwaar werkpaard op pumps.
Luxepaard.

Wie alleen zijn negatieve gedachten onderzoekt en zwelgt in de positieve is een stokpaard.

Wie al zijn gedachten onderzoekt en zelfs Werk maakt van Het Werk is een werkpaard.

Luxepaarden vragen niet.

Stokpaarden vragen naar de bekende weg.

Werkpaarden vragen naar de onbekende weg.

Wat voor paard ben jij?

Lees ook: De boer die zijn paard verloor.

8. Disclaimer bij Byron Katie voor Workaholics

1. Alle dialogen in dit boek zijn verzonnen. Ik heb Byron Katie nooit ontmoet en ik heb haar nooit aan Het Werk gezien behalve op internet. Ik heb nooit Het Werk gedaan en ben nooit in de verleiding gekomen.

2. Engelstalige citaten heb ik opgenomen boven de dialogen zodat je zelf kunt controleren of mijn vertaling acceptabel is.*

* Meer dan acceptabel zat er gewoonlijk niet in want de vertaling moest ook in de dialoog passen.

3. Dikwijls had ik alleen de Nederlandse vertaling tot mijn beschikking; die vind je om verdubbeling te voorkomen terug in de dialoog zelf, meestal in de eerste regel.

4. Als het zo uitkomt laat ik Katie dingen zeggen die Byron Katie waarschijnlijk nooit zou zeggen, zeker niet in het openbaar. Daarom heet ze kortweg Katie en niet Byron Katie. De eerste is een heel mens met een halve naam, de tweede een half mens met een hele naam. De eerste is een personage in mijn verhaal, de tweede in het hare.

5. Van bronvermelding heb ik afgezien. Wetenschappelijke pretenties heb ik niet, dit boek is zoals al mijn boeken een knuppel in het hoenderhok. Tok tok tok!

Silhouet van vier kippen slapend op een knuppel.
Een knuppel in het hoenderhok, en alle hoenderen op stok.

Dwaalgesprekken over Het Werk van Byron Katie

Hieronder 214 dialogen tussen Katie en Hans over Het Werk en niet-weten.

Die dwaalgesprekken (zo noem ik al mijn dialogen over niet-weten) barsten van de omkeringen, nu eens genummerd en benoemd, dan weer verstopt in de tekst.

Wat ik onder een omkering versta, wat het verschil is met de omkeringen van Byron Katie en waarom ik het omkeren liever geen Werk noem, kun je nalezen in Het Spel.

1. Kun je ervoor kiezen om je gedachten te onderzoeken?

You either believe your stressful thoughts or you question them – there’s no other choice.

Omkering 1

Katie: Je gelooft wat je denkt of je onderzoekt het. Er is geen andere keus.

Hans: Geloof je dat of heb je het onderzocht?

Omkering 2

Katie: Je gelooft wat je denkt of je onderzoekt het. Er is geen andere keus.

Hans: Geloof jij dan dat er een keus is?

Omkering 3

Katie: Je gelooft wat je denkt of je onderzoekt het. Er is geen andere keus.

Hans: Geloof jij dan dat er een je is?

Omkering 4

Katie: Je gelooft wat je denkt of je onderzoekt het. Er is geen andere keus.

Hans: Of het denken onderzoekt jou.

Omkering 5

Katie: Je gelooft wat je denkt of je onderzoekt het. Er is geen andere keus.

Hans: Of je gelooft het niet en je onderzoekt het niet.

Katie: Wat doe je dan wel?

Hans: Dan zie je het aan of je negeert het of het gebeurt gewoon of het lijkt maar zo of wat dan ook.

2. Is een niet-onderzochte gedachte het ergste dat je kan overkomen?

The worst that can happen to you is an unquestioned thought.

Katie: Het ergste dat je kan overkomen is een niet-onderzochte gedachte.

Hans: Is dat waar?

Katie: Daar ben ik altijd van uitgegaan.

Hans: Dan zou ik dat maar eens gauw gaan onderzoeken.

Katie: En als het niet waar blijkt te zijn?

Hans: Dan zal dat ook wel niet zo erg zijn.

Katie: En als het toch waar blijkt te zijn?

Hans: Dan was het in dit geval niet waar.

Silhouet van een figuur die ondersteboven met zijn been in een touw aan een boomtak hangt en een krokodil afweert.
Het ergste dat je kan overkomen
is een niet-onderzochte gedachte.

3. Laten gedachten je los als je ze onderzoekt?

I don't let go of my thoughts—I question them, then they let go of me.

Katie: Ik laat mijn gedachten niet los, ik onderzoek ze, dan laten ze mij los.

Hans: Heb je deze al eens onderzocht?

Katie: Welke?

Hans: Hij laat je maar niet los, hè?

Katie: Ik onderzoek mijn gedachten alleen maar als ik er gestrest van wordt.

Hans: En als je er high van wordt?

Katie: Nou?

Hans: Dan laat je ze los op anderen.

4. Waarom je gedachten je niet vasthouden

Katie: Ik laat mijn gedachten niet los, ik onderzoek ze, dan laten ze mij los.

Hans: Ik laat mijn gedachten niet los, ik onderzoek ze niet, ze laten mij niet los.

Katie: Waarom laten ze jou niet los?

Hans: Omdat ze mij niet vasthouden.

Katie: Waarom houden ze jou niet vast?

Hans: Omdat terugkeren makkelijker is.

5. Wat kun je met je gedachten en wat niet?

You can’t turn off your thoughts but you can question them.

Katie: Je kunt je gedachten niet uitzetten maar je kunt ze wel onderzoeken.

Hans: Kun je je gedachten wel aanzetten?

Katie: Ook niet.

Hans: O?

Katie: Ze wellen spontaan in je op.

Hans: Kun je ze dan misschien veranderen?

Katie: Ook niet.

Hans: O?

Katie: Ze veranderen vanzelf of ze veranderen niet.

Hans: En uitzetten?

Katie: Ze blazen op hun eigen tijd de aftocht.

Hans: Wat kun je er dan wel mee?

Katie: Je hebt geen enkele zeggenschap over je gedachten.

Hans: Je kunt ze alleen maar onderzoeken?

Katie: Dat zeg ik.

Hans: Wat is onderzoeken anders dan het aanzetten, bekijken en uitzetten van gedachten?

Katie: …

Hans: Ik dacht al zoiets.

Katie: Wou jij zeggen dat we onze gedachten zelfs niet kunnen onderzoeken?

Hans: Jij bent hier degene die iets wil zeggen.

Katie: Maar ik heb mijn gedachten al zo vaak onderzocht.

Hans: Wie zegt dat jij dat deed?

Katie: Dat dacht ik.

Hans: Wie zegt dat er werkelijk is gebeurd wat jij denkt dat er is gebeurd?

Katie: Zo herinner ik het mij.

Hans: Wie zegt dat een herinnering meer is dan een loze gedachte nu?

Katie: Zo komt het mij voor.

Hans: Onderzoek dat dan eerst maar eens.

Droste-effect van een figuurtje dat een met een vergrootglas naar een kleiner exemplaar van zichzelf kijkt et cetera.
Onderzoeken of je je gedachten kunt onderzoeken.

Blogje over vergrootglazen in de Agnosereeks.

6. Zit de gekte in de wereld of in onszelf?

When we question our thoughts we see that the craziness was never in the world but in us.

Katie: Als we onze gedachten onderzoeken ontdekken we dat de gekte nooit in de wereld zat maar in onszelf.

Hans: Dan zal dat ook wel voor deze gedachte gelden.

Katie: Gekkie.

Hans: Als ik mijn gedachten onderzoek vind ik mezelf en de wereld. Als ik mezelf onderzoek vind ik mijn gedachten en de wereld. Als ik de wereld onderzoek vind ik mezelf en mijn gedachten.

Katie: Maar waar zit dan de gekte?

Hans: Precies.

Profiel van het hoofd van de auteur met een molentje op zijn kruin en continenten op zijn schedel
Maar waar zit dan de gekte?

7. Is iets waar omdat het je van streek maakt?

Bottom line is, if someone says something about me and it upsets me, it is true.

Katie: Het is heel eenvoudig, als iemand iets over me zegt wat me van streek maakt, is het waar.

Hans: KANKERHOER!

Katie: GODVERDOMME GAST, IK SCHRIK ME DE TERING!

Hans: Omdat je kanker hebt en jezelf aanbiedt voor geld?

Katie: Nee, natuurlijk niet.

Hans: Waarom dan wel?

Katie: Omdat je zo schreeuwde.

Hans: Nou dan.

Katie: En tering heb ik ook niet.

Hans: Nou dan.

Fallussymbool met beentjes.
‘Wat ben jij een lul, zeg.’

8. Is er een toekomst of een verleden buiten het heden?

If I say, ‘I want to be enlightened…’ it implies a future. And there isn’t any.

Omkering 1

Katie: Als ik zeg dat ik verlicht wil worden veronderstel ik een toekomst. En die is er niet.

Hans: Als je zegt dat ik mijn gedachten moet onderzoeken veronderstel je een toekomst. Is die er wel?

Omkering 2

Katie: Als ik zeg dat ik verlicht wil worden veronderstel ik een toekomst. En die is er niet.

Hans: Maar nu wel.

Katie: Maar net niet.

Hans: Nu veronderstel je weer een verleden.

9. Is ieder moment een cadeau?

Every moment is a gift: are you unwrapping yours now, and now, and now?

Katie: Ieder moment is een cadeau. Ben jij het jouwe nu aan het uitpakken. En nu? En nu?

Hans: Ieder moment is wat het is. Is het jou nu aan het inpakken of aan het uitpakken? En nu? En nu?

Silhouet van een man die van top tot teen in het verband zit.
Ieder moment is een cadeau.

10. Kun je je kalmte bewaren door je gedachten niet te geloven?

If you no longer believe your thoughts you’ll never lose your peace of mind.

Katie: Als je je gedachten niet langer gelooft verlies je nooit meer je kalmte.

Hans: Geloof je dat?

Katie: Nou moe.

Hans: Wat is er?

Katie: Ik verlies meteen mijn kalmte.

Hans: En, hoe voelt dat?

Katie: Niet bepaald rustig.

Hans: Nee.

Katie: Maar ook niet bepaald onrustig.

Hans: Hoe dan wel?

Katie: Niet bepaald… eh…

Hans: Niet bepaald bepaald?

Katie: Nee, bepaald niet.

Hans: En hoe voelt dát?

Katie: Niet bepaald fijn.

Hans: Nee.

Katie: Maar ook niet bepaald vervelend.

Hans: En dat wou jij kalmte noemen?

Katie: Wat zou jij zeggen?

Hans: Als je je gedachten niet langer gelooft?

Katie: Nou?

Hans: Tja.

Katie: En als je je kalmte verliest?

Hans: Tja.

11. Als niets van jou is

Nothing belongs to me. Everything comes and goes. Serenity is an open door.

Katie: Niets is van mij. Alles komt en gaat. Gemoedsrust is een open deur.

Hans: Niets is van mij. Alles komt en gaat. Ook gemoedsrust.

12. Hoe je gelukkig kunt zijn terwijl je ongelukkig bent

My happiness isn’t dependent on anyone else’s.

Katie: Mijn geluk is niet afhankelijk van andermans geluk.

Hans: Niets is van mij. Ook mijn geluk niet.

Katie: Dus jouw geluk is afhankelijk van andermans geluk?

Hans: Ik weet niet waar mijn geluk van afhankelijk is.

Katie: Zou je niet liever totaal onafhankelijk zijn?

Hans: Ik weet niet of dat beter zou zijn.

Katie: Maar nu heb je niets in de hand.

Hans: Ik weet niet wat ik in de hand heb.

Katie: Hoe kun je dan gelukkig zijn?

Hans: Zo kan ik juist gelukkig zijn.

Katie: En als je ongelukkig bent?

Hans: Zelfs als ik ongelukkig ben.

13. Is liefde je ware natuur?

Your True Nature Is Love. There’s Nothing You Can Do About It.

Katie: Liefde is je ware natuur. Daar is niets aan te doen.

Hans: Niets is van mij. Alles komt en gaat. Ook liefde.

Katie: Wat is dan je ware natuur?

Hans: Niets is van mij.

Zoek je ware natuur.

14. Waarom ik mezelf heb teruggegeven

I stopped waiting for the world to give me what I wanted, I started giving it to myself.

Omkering 1

Katie: Ik hield op met wachten tot de wereld me zou geven wat ik wou en begon het aan mezelf te geven.

Hans: Niets is van mij, wat zou ik aan mezelf kunnen geven?

Omkering 2

Katie: Ik hield op met wachten tot de wereld me zou geven wat ik wou en begon het aan mezelf te geven.

Hans: Ik hield op met wachten tot de wereld me zou geven wat ik wou en begon alles terug te geven.

Omkering 3

Katie: Ik hield op met wachten tot de wereld me zou geven wat ik wou en begon het aan mezelf te geven.

Hans: Ik hield op met wachten tot de wereld me zou geven wat ik wou en heb mezelf teruggegeven.

15. Waarom ik de wereld heb weggegeven

Omkering 1

Katie: Ik hield op met wachten tot de wereld me zou geven wat ik wou en begon het aan mezelf te geven.

Hans: Ik hield op met wachten tot de wereld me zou geven wat ik wou.

Katie: Waarom?

Hans: Omdat ik niet meer wist wat ik wou.

Omkering 2

Katie: Ik hield op met wachten tot de wereld me zou geven wat ik wou en begon het aan mezelf te geven.

Hans: Ik hield op met geven en ontvangen.

Katie: Waarom?

Hans: Omdat ik het verschil niet meer zag.

Omkering 3

Katie: Ik hield op met wachten tot de wereld me zou geven wat ik wou en begon het aan mezelf te geven.

Hans: Ik hield op met wachten tot de wereld of ikzelf me zou geven wat ik wou.

Katie: Waarom?

Hans: Ik zag het verschil niet meer.

Katie: Tussen de gever en de ontvanger niet?

Hans: Tussen de wereld en mezelf niet.

Katie: Omdat ze één zijn natuurlijk.

Hans: Ik zie de eenheid niet.

Kegelaar zonder hoofd die de wereld wegrolt.
Waarom ik de wereld heb weggegeven.

16. Veranderlijke gedachten over het veranderen van onze gedachten

We shouldn’t try to change reality, but our thoughts about reality.

Omkering 1

Katie: We moeten niet proberen de realiteit te veranderen maar onze gedachten over de realiteit.

Hans: Wat is het verschil?

Omkering 2

Katie: We moeten niet proberen de realiteit te veranderen maar onze gedachten over de realiteit.

Hans: Wat is het verband?

Omkering 3

Katie: We moeten niet proberen de realiteit te veranderen maar onze gedachten over de realiteit.

Hans: Dat is ook niet reëel.

Omkering 4

Katie: We moeten niet proberen de realiteit te veranderen maar onze gedachten over de realiteit.

Hans: Gedachten maken deel uit van de realiteit.

Omkering 5

Katie: We moeten niet proberen de realiteit te veranderen maar onze gedachten over de realiteit.

Hans: De realiteit maakt deel uit van je gedachten.

Omkering 6

Katie: We moeten niet proberen de realiteit te veranderen maar onze gedachten over de realiteit.

Hans: Dat is ook maar een gedachte.

Omkering 7

Katie: We moeten niet proberen de realiteit te veranderen maar onze gedachten over de realiteit.

Hans: Probeer eerst deze gedachte maar eens te veranderen.

Omkering 8

Katie: We moeten niet proberen de realiteit te veranderen maar onze gedachten over de realiteit.

Hans: We moeten niet proberen de realiteit te veranderen maar onze gedachten over wat we moeten.

Omkering 9

Katie: We moeten niet proberen de realiteit te veranderen maar onze gedachten over de realiteit.

Hans: We moeten niet proberen te veranderen.

Omkering 10

Katie: We moeten niet proberen de realiteit te veranderen maar onze gedachten over de realiteit.

Hans: We moeten niet proberen.

Omkering 11

Katie: We moeten niet proberen de realiteit te veranderen maar onze gedachten over de realiteit.

Hans: We moeten niet.

Beeldhouwer die een kubus uit een gedachtewolkje hakt.
‘We moeten niet proberen de realiteit te veranderen
maar onze gedachten over de realiteit.’

17. Hoe je volmaakt gezond wordt

What is perfect health? The unraveling of all imagined states of mind.

Katie: Wat is volmaakte gezondheid? Het uiteenvallen van alle denkbeeldige geestestoestanden.

Hans: Wat is volmaakte gezondheid? Het uiteenvallen van het denkbeeld van volmaakte gezondheid.

18. De enige manier waarop je iets als volmaakt kunt zien

Perfection is another word for reality. The only way you can see something as imperfect is by believing a thought about it.

Katie: Volmaaktheid is een ander woord voor realiteit. De enige manier waarop je iets als onvolmaakt kunt zien is door een gedachte erover te geloven.

Hans: De enige manier waarop je iets als volmaakt kunt zien is door een gedachte erover te geloven.

19. Hoe het voelt om volmaakt noch onvolmaakt te zijn

With nothing to compare yourself to, aren’t you perfect!

Katie: Als je jezelf nergens mee vergelijkt ben je volmaakt!

Hans: Vergeleken met wat?

Katie: Gewoon volmaakt.

Hans: Als je je nergens mee vergelijkt ben je volmaakt noch onvolmaakt.

Katie: En als je je wel ergens mee vergelijkt?

Hans: Dan ben je volmaakt of onvolmaakt.

Katie: Hoe voelt het om volmaakt noch onvolmaakt te zijn?

Hans: Volmaakt noch onvolmaakt.

Katie: Dan ben ik toch maar liever volmaakt.

Hans: Vergeleken met wat?

Januskop met Hans en Katie als karikatuur.
‘Als je jezelf nergens mee vergelijkt ben je volmaakt.’

20. Stof op de spiegel zonder stof

Never be fooled into believing that there is one speck out of order.

Katie: Laat je nooit wijsmaken dat er ook maar één stofje verkeerd ligt.

Hans: Laat je nooit wijsmaken dat er ook maar één stofje goed ligt.

Katie: Stofjes liggen nooit goed of verkeerd, wou je zeggen.

Hans: Laat je nooit wijsmaken dat stofjes nooit goed of verkeerd liggen.

Katie: Waarom niet?

Hans: Dan zit je daar weer in vast.

Katie: Op die manier.

Hans: Laat je nooit wijsmaken dat je je nooit moet laten wijsmaken dat stofjes nooit goed of verkeerd liggen.

Katie: Waarom niet?

Hans: Dan zit je daar weer in vast.

Katie: Laat je nooit vastzetten, bedoel je.

Hans: Laat je nooit wijsmaken dat je je nooit moet laten vastzetten.

Katie: Anders zit je daar weer in vast natuurlijk.

Hans: En wat dan nog?

Katie: Kortom, laat je nooit iets wijsmaken.

Hans: Laat je nooit wijsmaken dat je je nooit iets moet laten wijsmaken.

Hand met stoffige spiegelbol.
Stof op de spiegel zonder stof.
(vrij naar Hand met spiegelende bol van Escher)

Blogje over deze tekening.

21. Waarom er altijd strijd zal zijn

I am a lover of what is, not because I’m a spiritual person but because it hurts when I argue with reality. We can know that reality is good just as it is, because when we argue with it, we experience tension and frustration. We don’t feel natural or balanced. When we stop opposing reality, action becomes simple, fluid, kind, and fearless.

Katie: Ik hou van wat is, niet omdat ik zo spiritueel ben maar omdat het zeer doet als ik strijd met de realiteit.

Hans: Ik heb nooit van iets kunnen houden omdat het anders zeer doet.

Katie: We kunnen weten dat de realiteit goed is, want als we ertegen strijden ervaren we spanning en frustratie. Het voelt onnatuurlijk, we raken uit balans.

Hans: We kunnen weten dat strijd goed is, want als we niet kunnen strijden voelen we spanning en frustratie. Het voelt onnatuurlijk, we raken uit balans.

Katie: Als we ons niet verzetten tegen de realiteit worden onze handelingen eenvoudig, vloeiend, vriendelijk en onbevreesd.

Hans: Als we ons niet verzetten tegen de strijd worden onze handelingen eenvoudig, vloeiend, vriendelijk en onbevreesd.

Katie: Daarom hou ik van wat er is.

Hans: Daarom hou ik van de strijd.

Bokshandschoen die overgaat in een hart met afgesneden vaten.
Strijd maakt deel uit van de realiteit.

22. Het Werk maakt deel uit van de strijd

When you argue with reality you lose – but only 100% of the time.

Katie: Als je strijdt met de realiteit zul je verliezen.

Hans: Strijd maakt deel uit van de realiteit.

Katie: Dan zul je verliezen.

Hans: Verliezen maakt deel uit van de realiteit.

Katie: Maar alleen in 100% van de gevallen.

Hans: Alle gevallen maken deel uit van de realiteit.

Katie: Als je dat denkt zou ik maar gauw Het Werk gaan doen.

Hans: Het Werk maakt deel uit van de strijd.

23. Spiritualiteit is een kat leren miauwen

Trying to change reality is like trying to teach a cat to bark: hopeless.

Katie: De strijd aangaan met de realiteit is als een kat leren blaffen: hopeloos.

Hans: Wou jij de strijd aangaan met de strijd met de realiteit?

Katie: Wat?

Hans: Waf.

Katie: Bedoel je dat we niet moeten strijden tegen onze strijd tegen de realiteit?

Hans: Wou jij de strijd aangaan met de strijd met de strijd met de realiteit?

Katie: Wat?

Hans: Miauw.

Silhouet van een poes huilend naar de volle maan.
Spiritualiteit is een kat leren miauwen.

Ook leuk: Kattenkwaad (Poort 14 van Niet te geloven! De Poortloze Poort).

24. Wie houdt wiens bek? Een tweezijdig eengesprek

To argue with reality is to argue with God.

Katie: Redetwisten met de realiteit is redetwisten met God.

Hans: Hoezo?

Katie: Dat win je nooit.

Hans: Redetwisten met God is redetwisten met de realiteit.

Katie: Hoezo?

Hans: Die zegt ook niks terug.

25. Binnenin Gods zinnen (tautologitis progressiva)

1. Everything that happens is God’s will. When you realize that, you’re home free.

2. God, as I use the word, is another name for what is. I always know God’s intention: it’s exactly what is in every moment.

Katie: Alles wat er gebeurt is de wil van God. Als je dat beseft ben je binnen.

Hans: Eerst maar eens vaststellen of God bestaat.

Katie: God, zoals ik het woord gebruik, is gewoon een naam voor wat is.

Hans: Net als ‘alles’?

Katie: Inderdaad.

Hans: Dus volgens jou is alles de wil van alles? Wat ís dat is de wil van dat wat ís?

Katie: Precies.

Hans: Is wat is dan een wezen voor jou of kunnen ook niet-wezens zoals ‘alles’ een wil hebben?

Katie: Ik weet altijd wat God wil – precies wat er op ieder moment is.

Hans: Dus alles wat er gebeurt is precies wat er op ieder moment is?

Katie: Waar of niet?

Hans: Mag ik het zo samenvatten, dat alles wat er is alles is wat er is en de wil is van alles wat er is?

Katie: Dat mag je.

Hans: En als je dat beseft ben je binnen?

Katie: Dat zeg ik.

Hans: Maar zeg je dan nog wat?

Katie: …

Hans: Of woon je nu in zinnen?

26. God heeft Jou nodig in de strijd tegen Zijn schepping

For me, everything is God. Everything and everyone. So it was just, God needs me now, now, now.

Katie: Voor mij is alles God. Alles en iedereen. Dus het was gewoon, God heeft me nodig, nu, nu, nu.

Hans: Dus God is hulpbehoevend?

Katie: Deels.

Hans: En jij bent zelf God?

Katie: Ik ben een deel van God, net als alles en iedereen.

Hans: Dus het hulpbehoevende deel van God heeft het hulpvaardige deel van God nodig om Zijn leed te verzachten?

Katie: Nu, nu, nu.

Hans: En alles wat gebeurt is Gods wil?

Katie: Gods wil is precies wat er op ieder moment is.

Hans: Dus God wil dat een deel van Hem lijdt en een ander deel dat lijden bestrijdt?

Katie: Zo is het.

Hans: En wij zijn Hem?

Katie: Alles en iedereen.

Hans: Goeie God.

27. Hoe ik overal kan komen zonder buiten mezelf te raken

I can find only three kinds of business in the universe: mine, yours and God’s. Much of our stress comes from mentally living out of our business. When I think, ‘You need to get a job, I want you to be happy, you should be on time, you need to take better care of yourself,’ I am in your business. When I’m worried about earthquakes, floods, war, or when I will die, I am in God’s business. If I am mentally in your business or in God’s business, the effect is separation.

Katie: Ik ken maar drie soorten zaken in het universum – die van mij, die van jou en die van God.

Hans: En de rest dan?

Katie: Je met andermans zaken bemoeien geeft stress.

Hans: Jij bemoeit je onophoudelijk met andermans zaken.

Katie: Als ik denk, ‘Jij moet een baan zoeken, ik wil dat je gelukkig bent, je moet op tijd komen, je moet beter voor jezelf zorgen’, bemoei ik me met jouw zaken. Als ik bezorgd ben over aardbevingen, stormvloeden, oorlog of wanneer ik doodga, bemoei ik mij met Gods zaken. Als ik me met jouw of Gods zaken bemoei, raak ik buiten mezelf.

Hans: Was het maar zo simpel.

Katie: Hoe bedoel je?

Hans: Veel van Gods zaken, zoals het klimaat, het milieu, het scheppen van nieuwe soorten, zijn de onze geworden. Veel van jouw zaken blijken de mijne en omgekeerd. En veel van onze eigen zaken trekken zich niets van ons aan.

Katie: In mijn perceptie behoren alle zaken tot één van de drie categorieën.

Hans: Misschien moet je iets aan je perceptie doen.

Katie: Dus jij bemoeit je overal mee?

Hans: Als ik probeer onderscheid te maken tussen mijn zaken, jouw zaken en Gods zaken, raak ik buiten mezelf.

Katie: In wezen is er natuurlijk maar één zaak – alles is God.

Hans: Als ik probeer alles onder dezelfde noemer te plaatsen, raak ik buiten mezelf.

Katie: Hoe zit het dan volgens jou?

Hans: Ik heb geen idee.

Katie: Hoe voorkom je dan dat je buiten jezelf raakt?

Hans: Hoe zou ik dan buiten mezelf kunnen raken?

Wolk van figuurtjes met uitsparingen erin die ook weer een figuur vormen.
‘Hoe zou ik dan buiten mezelf kunnen raken?’

Blogje over deze tekst.

28. Als bomen konden zwijgen

Omkering 1

Katie: Als ik boom zeg wend ik me af van de realiteit.

Hans: Boom zeggen is ook de realiteit.

Omkering 2

Katie: Als ik boom zeg wend ik me af van de realiteit.

Hans: Afwenden is ook de realiteit.

Omkering 3

Katie: Als ik boom zeg wend ik me af van de realiteit.

Hans: En als je realiteit zegt?

Omkering 4

Katie: Als ik boom zeg wend ik me af van de realiteit.

Hans: En als je ik zegt?

Hoofd met een boom die uit de mond groeit.
Als ik boommpf…

29. Bomen over liefde

Love is who we are without our stories.

Omkering 1

Katie: Liefde is wat wij zijn zonder verhaal.

Hans: Als je boom zegt wend je je af van de realiteit.

Katie: Wat?

Hans: Dat zeg jij toch altijd?

Katie: Nou je het zegt.

Hans: En als je liefde zegt?

Omkering 2

Katie: Liefde is wat wij zijn zonder verhaal.

Hans: En bomen?

Katie: Wat?

Hans: Wat zijn bomen zonder verhaal?

Katie: Zonder verhaal zijn bomen bomen.

Hans: En verhalen?

Katie: Zonder verhaal zijn verhalen verhalen.

Hans: En liefde?

Katie: Zonder verhaal is liefde liefde.

Hans: Waarom wij dan niet?

Hart met een grote bek.
Zonder verhaal is liefdeaarrrgh…

30. Sprakeloos is wat wij zijn zonder verhaal

Omkering 1

Katie: Liefde is wat wij zijn zonder verhaal.

Hans: Verhalen is wat wij zijn zonder liefde.

Omkering 2

Katie: Liefde is wat wij zijn zonder verhaal.

Hans: Verhalen is wat wij zijn, over liefde.

Omkering 3

Katie: Liefde is wat wij zijn zonder verhaal.

Hans: Wij zijn wat we zijn zonder verhaal.

Omkering 4

Katie: Liefde is wat wij zijn zonder verhaal.

Hans: Zijn wij wat zonder verhaal?

Omkering 5

Katie: Liefde is wat wij zijn zonder verhaal.

Hans: Zijn is ook maar een verhaal.

Omkering 6

Katie: Liefde is wat wij zijn zonder verhaal.

Hans: Niet-weten is wat wij zijn zonder verhaal.

Omkering 7

Katie: Liefde is wat wij zijn zonder verhaal.

Hans: Wij weten niet wat we zijn zonder verhaal.

Omkering 8

Katie: Liefde is wat wij zijn zonder verhaal.

Hans: Wij weten niet of we zijn zonder verhaal.

Omkering 9

Katie: Liefde is wat wij zijn zonder verhaal.

Hans: Zonder verhaal is wat wij zijn zonder verhaal.

Omkering 10

Katie: Liefde is wat wij zijn zonder verhaal.

Hans: Sprakeloos is wat wij zijn zonder verhaal.

Omkering 11

Katie: Liefde is wat wij zijn zonder verhaal.

Hans: Oraal, rectaal of vaginaal.

Spies door een hart.
Oraal, rectaal of vaginaal.

31. Wat we zouden zijn zonder dankbaarheid

Gratitude is what we are without a story.

Omkering 1

Katie: Dankbaarheid is wat wij zijn zonder verhaal.

Hans: Dankbaarheid is ook maar een verhaal.

Omkering 2

Katie: Dankbaarheid is wat wij zijn zonder verhaal.

Hans: Zonder verhaal geen dankbaarheid.

Omkering 3

Katie: Dankbaarheid is wat wij zijn zonder verhaal.

Hans: Wat zou je zijn zonder dat verhaal?

Omkering 4

Katie: Dankbaarheid is wat wij zijn zonder verhaal.

Hans: Zou je zijn zonder verhaal?

32. Wie zijn realisatie test zal lakmoes proeven

Omkering 1

Katie: De lakmoesproef voor zelfrealisatie is een constante staat van dankbaarheid.

Hans: De lakmoesproef voor zelfrealisatie is niet vastzitten in een constante staat van dankbaarheid.

Omkering 2

Katie: De lakmoesproef voor zelfrealisatie is een constante staat van dankbaarheid.

Hans: De lakmoesproef voor zelfrealisatie is niet geloven in lakmoesproeven voor zelfrealisatie.

Omkering 3

Katie: De lakmoesproef voor zelfrealisatie is een constante staat van dankbaarheid.

Hans: De lakmoesproef voor zelfrealisatie is lak hebben aan lakmoesproeven voor zelfrealisatie.

Omkering 4

Katie: De lakmoesproef voor zelfrealisatie is een constante staat van dankbaarheid.

Hans: De lakmoesproef voor zelfrealisatie is lak hebben aan zelfrealisatie.

Doe de verlichtingstest!

33. Verlichting voor interieurverzorgers

Enlightenment can be found by simply just doing the dishes.

Omkering 1

Katie: Verlichting kun je vinden door gewoon de vaat te wassen.

Hans: Verlichting kun je vinden door gewoon het licht aan te doen.

Omkering 2

Katie: Verlichting kun je vinden door gewoon de vaat te wassen.

Hans: Verlichting kun je vinden door gewoon de duisternis in te gaan.

Omkering 3

Katie: Verlichting kun je vinden door gewoon de vaat te wassen.

Hans: Verlichting kun je afwassen door gewoon de vaat te doen.

Omkering 4

Katie: Verlichting kun je vinden door gewoon de vaat te wassen.

Hans: De vaat kun je wassen door gewoon de vaat te wassen.

Katie: Hè?

Hans: Je moet alleen even op het idee komen.

Silhouet van een rare vogel met een gebroken bord voor zijn kop.
Het bord voor je kop kun je vinden
door er dwars doorheen te kijken.

Afwassen in de Poortloze Poort.

34. Realisatie is jezelf vergeven

Forgiveness is discovering that what you thought happened, didn’t.

Omkering 1

Katie: Vergeving is je realiseren dat wat jij dacht dat er gebeurde nooit gebeurd is.

Hans: Vergeven is aanvaarden dat je nooit weet wat er gebeurd is.

Omkering 2

Katie: Vergeving is je realiseren dat wat jij dacht dat er gebeurde nooit gebeurd is.

Hans: Realisatie is jezelf vergeven dat je dacht dat wat er gebeurde nooit gebeurd is.

35. Inzicht zonder inhoud in problemen zonder oorzaak

I came to see that there was nothing to forgive, that I was the one who caused my own problem.

Omkering 1

Katie: Ik zag in dat er niets te vergeven viel, dat ik zelf de oorzaak was van mijn probleem.

Hans: Ik zag in dat er niets te vergeven viel, dat ik geen idee meer had wie de oorzaak was van mijn probleem.

Omkering 2

Katie: Ik zag in dat er niets te vergeven viel, dat ik zelf de oorzaak was van mijn probleem.

Hans: Ik zag in dat er niets te vergeven viel, dat ik geen idee meer had of iemand de oorzaak was van mijn probleem.

Omkering 3

Katie: Ik zag in dat er niets te vergeven viel, dat ik zelf de oorzaak was van mijn probleem.

Hans: Ik zag in dat er niets te vergeven viel, dat ik geen idee meer had of mijn probleem een oorzaak had.

Omkering 4

Katie: Ik zag in dat er niets te vergeven viel, dat ik zelf de oorzaak was van mijn probleem.

Hans: Ik zag in dat er niets te vergeven viel, dat ik geen idee meer had van een probleem.

Omkering 5

Katie: Ik zag in dat er niets te vergeven viel, dat ik zelf de oorzaak was van mijn probleem.

Hans: Ik zag in dat ik niets inzag, dat ik geen idee meer had van ik of niet-ik.

Omkering 6

Katie: Ik zag in dat er niets te vergeven viel, dat ik zelf de oorzaak was van mijn probleem.

Hans: Ik zag in dat ik niets inzag, dat ik geen idee meer had.

Omkering 7

Katie: Ik zag in dat er niets te vergeven viel, dat ik zelf de oorzaak was van mijn probleem.

Hans: Ik zag.

36. Lijden aan opvattingen over lijden

Omkering 1

Katie: Wij lijden aan onze opvattingen over het leven, nooit aan het leven zelf.

Hans: Een opvatting die al heel wat lijden heeft veroorzaakt.

Omkering 2

Katie: Wij lijden aan onze opvattingen over het leven, nooit aan het leven zelf.

Hans: Opvattingen maken deel uit van het leven.

Katie: Dus?

Hans: Lijden we aan het leven zelf.

Omkering 3

Katie: Wij lijden aan onze opvattingen over het leven, nooit aan het leven zelf.

Hans: Is dat waar?

Katie: Wat zou jij zeggen?

Hans: Wij lijden aan onze opvattingen over het leven en we genieten van onze opvattingen over het leven en we lijden aan het leven en we genieten van het leven en we lijden aan het genieten en we genieten van het lijden enzovoort.

Katie: Dus wat is precies de oplossing?

Hans: Dus wat is precies het probleem?

Lees ook Lijden volgens Byron Katie in het Witboek levenskunst.

37. Hoe harder je strijdt, hoe zwaarder je lijdt

It’s not the problem that causes our suffering, it’s our thinking about the problem.

Katie: Het is niet het probleem dat lijden veroorzaakt maar ons denken erover.

Hans: Het is niet alleen het probleem dat lijden veroorzaakt maar ook ons denken erover.

Katie: Oké.

Hans: En het is niet alleen het probleem en ons denken erover dat lijden veroorzaakt maar ook ons denken over ons denken.

Katie: Bijvoorbeeld?

Hans: De gedachte dat het niet het probleem is dat lijden veroorzaakt maar ons denken erover.

Katie: Hoe zit het dan wel?

Hans: Het is niet alleen het probleem en ons denken erover dat lijden veroorzaakt maar ook ons denken over ons denken en ook het idee dat we kunnen weten hoe het zit.

Katie: Denk jij dan van niet?

Hans: Het is niet alleen het probleem en ons denken erover dat lijden veroorzaakt maar ook ons denken over ons denken en ook het idee dat we kunnen weten of juist niet kunnen weten hoe het zit.

Katie: En wat gaan we daaraan doen?

Hans: Het is niet alleen het probleem en ons denken erover dat lijden veroorzaakt maar ook ons denken over ons denken en ook het idee dat we kunnen weten of juist niet kunnen weten hoe het zit en ook het idee dat we er iets aan kunnen en moeten doen.

Katie: Denk jij dan van niet?

Hans: Het is niet alleen het probleem en ons denken erover dat lijden veroorzaakt maar ook ons denken over ons denken en ook het idee dat we kunnen weten of juist niet kunnen weten hoe het zit en ook het idee dat we er iets of niets aan kunnen en moeten doen.

Katie: Maar wat zeg je dan nog?

Hans: Het is niet alleen het probleem en ons denken erover dat lijden veroorzaakt maar ook ons denken over ons denken en ook het idee dat we kunnen weten of juist niet kunnen weten hoe het zit en ook het idee dat we er iets of niets aan kunnen en moeten doen, maar vooral dat we er nooit over ophouden.

38. Het zijn niet alleen ridders die sporen dragen

I believe in the power of every human being to end suffering.

Draagvermogen

Katie: Ik geloof in het vermogen van elk mens om een eind te maken aan het lijden.

Hans: Heb je nou nog niet genoeg tegenvoorbeelden gezien?

Silhouet van een figuur dat wankelt onder het gewicht van rails met dwarsliggers.

Piekvermogen

Katie: Ik geloof in het vermogen van elk mens om een eind te maken aan het lijden.

Hans: Al is het het laatste wat hij doet.

Silhouet van een figuurtje liggend op de rails.

Duurvermogen

Katie: Ik geloof in het vermogen van elk mens om een eind te maken aan het lijden.

Hans: Zei de machinist en deed zijn plicht.

Trainrails met op iedere dwarsligger een liggend figuur.

39. Ook het niet-weten laat zich niet weten

We suffer only until we realize that we can't know anything.

Katie: We lijden slechts tot we beseffen dat we niets kunnen weten.

Hans: Jij kunt het weten.

Katie: Wat weten?

Hans: Dat we niets kunnen weten. Dat het lijden ophoudt als we dat eenmaal weten.

Katie: Dat kunnen we dan ook niet weten, wou je zeggen.

Hans: Dat we dat niet kunnen weten ook niet.

Katie: Verdraaid.

Hans: Aangenomen dat we niets kunnen weten.

Katie: Want dat kunnen we ook niet weten.

Hans: Aangenomen dat we niets kunnen weten.

Katie: Laat ik het dan zo zeggen, we lijden slechts tot we beseffen dat we bijna niets kunnen weten.

Hans: En, lijd je eronder?

40. Ook het eeuwige heden laat zich niet kneden

All the suffering that anyone has ever experienced is in the past. This moment now is a state of grace.

Katie: Al het leed dat je ooit hebt geleden maakt deel uit van het verleden. Genade vind je in het heden.

Hans: Al het leed dat je ooit hebt geleden speelde zich af in het heden. Ook het lijden aan het verleden.

Katie: Dus?

Hans: Wat maakt het dan uit?

Katie: Je snapt het niet.

Hans: Je snapt het niet.

Katie: Het paradijs vind je in het hier en nu.

Hans: De hel net zo goed.

Katie: Dus?

Hans: Wat maakt het dan uit?

41. Hoe je je zonder dat het kan van de realiteit afkeert

Omkering 1

Katie: Je keert je volledig af van de realiteit als je denkt dat er een gerechtvaardigde reden is om te lijden.

Hans: Je keert je volledig af van de realiteit als je denkt dat er een reden nodig is om te lijden.

Omkering 2

Katie: Je keert je volledig af van de realiteit als je denkt dat er een gerechtvaardigde reden is om te lijden.

Hans: Lijden maakt deel uit van de realiteit.

Omkering 3

Katie: Je keert je volledig af van de realiteit als je denkt dat er een gerechtvaardigde reden is om te lijden.

Hans: Je afkeren van de realiteit maakt deel uit van de realiteit.

Omkering 4

Katie: Je keert je volledig af van de realiteit als je denkt dat er een gerechtvaardigde reden is om te lijden.

Hans: Afkeer van de realiteit maakt deel uit van de realiteit.

Omkering 5

Katie: Je keert je volledig af van de realiteit als je denkt dat er een gerechtvaardigde reden is om te lijden.

Hans: Rechtvaardiging maakt deel uit van de realiteit.

Omkering 6

Katie: Je keert je volledig af van de realiteit als je denkt dat er een gerechtvaardigde reden is om te lijden.

Hans: Ongerechtvaardigde redenen maken deel uit van de realiteit.

Omkering 7

Katie: Je keert je volledig af van de realiteit als je denkt dat er een gerechtvaardigde reden is om te lijden.

Hans: Denken maakt deel uit van de realiteit.

Omkering 8

Katie: Je keert je volledig af van de realiteit als je denkt dat er een gerechtvaardigde reden is om te lijden.

Hans: Je keert je volledig af van de realiteit als je denkt dat je je van de realiteit af kunt keren.

42. Het sprookje van de vriendelijke werkelijkheid

Reality is always kinder than your thinking.

Omkering 1

Katie: De realiteit is altijd vriendelijker dan het verhaal dat we erover vertellen.

Hans: Het verhaal dat we erover vertellen is altijd vriendelijker dan de realiteit.

Omkering 2

Katie: De realiteit is altijd vriendelijker dan het verhaal dat we erover vertellen.

Hans: Is dat de realiteit of een vriendelijk verhaal erover?

Omkering 3

Katie: De realiteit is altijd vriendelijker dan het verhaal dat we erover vertellen.

Hans: Wie kent het verschil tussen realiteit en verhaal?

Omkering 4

Katie: De realiteit is altijd vriendelijker dan het verhaal dat we erover vertellen.

Hans: De realiteit is ook een verhaal.

Omkering 5

Katie: De realiteit is altijd vriendelijker dan het verhaal dat we erover vertellen.

Hans: Verhalen zijn ook realiteit.

Omkering 6

Katie: De realiteit is altijd vriendelijker dan het verhaal dat we erover vertellen.

Hans: Wie zou je zijn zonder dat verhaal?

43. God in de omgekeerde wereld

The last story – God is everything, God is good.

Omkering 1

Katie: Het laatste verhaal – God is alles, God is goed.

Hans: Verhalen zijn de onbeproefde, niet-doordachte theorieën die ons vertellen wat al deze dingen betekenen.

Omkering 2

Katie: Het laatste verhaal – God is alles, God is goed.

Hans: De hele wereld is je eigen verhaal, teruggekaatst op het scherm van jouw waarneming. Helemaal.

Omkering 3

Katie: Het laatste verhaal – God is alles, God is goed.

Hans: Het is heel simpel. Jij bent de verhalenverteller, de projector van alle verhalen.

Omkering 4

Katie: Het laatste verhaal – God is alles, God is goed.

Hans: Als we onze gedachten geloven, als we onszelf een verhaal vertellen, lijden we.

Omkering 5

Katie: Het laatste verhaal – God is alles, God is goed.

Hans: Je hoort alleen wat het filter van jouw verhaal doorlaat.

Omkering 6

Katie: Het laatste verhaal – God is alles, God is goed.

Hans: Er is geen verhaal dat jij bent of dat naar jou leidt.

Omkering 7

Katie: Het laatste verhaal – God is alles, God is goed.

Hans: Ieder verhaal leidt weg van jou.

Omkering 8

Katie: Het laatste verhaal – God is alles, God is goed.

Hans: Als je Het Werk doet wordt je verhaal altijd kleiner.

Omkering 9

Katie: Het laatste verhaal – God is alles, God is goed.

Hans: Is dat waar?

Omkering 10

Katie: Het laatste verhaal – God is alles, God is goed.

Hans: Kun je dat wel weten?

Omkering 11

Katie: Het laatste verhaal – God is alles, God is goed.

Hans: Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Omkering 12

Katie: Het laatste verhaal – God is alles, God is goed.

Hans: Keer het om.*

* In deze dialoog zijn alle antwoorden van Hans rechtstreekse citaten of parafrasen van Byron Katie zelf. Je vindt ze her en der in dit boek.

44. Een kruisje voor het slapengaan

The nightmare always becomes laughter once it’s understood.

Katie: Een nachtmerrie verandert altijd in een lach zodra je haar begrijpt.

Hans: Schaterde Jezus en hield zijn buik vast.

Houten kruis waarvan de dwarsbalk een hand en een vuist heeft.
Een kruisje voor het slapengaan.

45. O, die verhalen over onze verhalen

Stories are the untested, uninvestigated theories that tell us what all these things mean. We don’t even realize that they’re just theories.

Katie: Verhalen zijn de onbeproefde, niet-doordachte theorieën die ons vertellen wat al deze dingen betekenen.

Hans: Dat is jouw onbeproefde, niet-doordachte verhaal om ons te vertellen wat al deze verhalen betekenen.

Katie: We beseffen niet eens dat het maar theorieën zijn.

Hans: Je beseft niet eens dat het maar een theorie is.

Katie: Wat denk jij dan dat al deze verhalen betekenen?

Hans: Vragen zijn ondoordachte, niet-herkende antwoorden die uitgroeien tot dit soort verhalen.

Katie: Ik vind mijn verhaal over onze verhalen anders heel verhelderend.

Hans: Er was eens een sprookje dat begon met de woorden ‘Er was eens een sprookje dat begon met de woorden ‘Er was eens een sprookje dat begon met de woorden…

Droste-effect van een man met een boek als hoofd met daarin een man met een boek als hoofd et cetera.
O, die verhalen over onze verhalen.

Blogje over deze tekst.

46. Zien wat je niet ziet en zien dat je niet ziet

Without our stories we are not only able to act clearly and fearlessly, we are also a friend, a listener. We are people living happy lives. We are appreciation and gratitude that have become as natural as breath itself. Happiness is the natural state for someone who knows that there is nothing to know and that we already have everything we need, right here now.

Katie: Zonder onze verhalen zijn we in staat tot helder en onbevreesd handelen.

Hans: Leuk verhaal.

Katie: We worden ook een vriend, een luisteraar.

Hans: Leuk verhaal.

Katie: Wij zijn mensen die gelukkige levens leiden.

Hans: Leuk verhaal.

Katie: Wij zijn waardering en dankbaarheid die zo natuurlijk zijn geworden als ademen.

Hans: Leuk verhaal.

Katie: Geluk is de natuurlijke staat voor iemand die weet dat er niets te weten valt en dat we alles wat we nodig hebben al hebben, nu, op deze plek.

Hans: Leuk verhaal.

Katie: Zonder onze verhalen, zeg ik toch?

Hans: Zeg het dan maar zonder verhaal.

Katie: Kijk naar mij.

Hans: Ik doe niet anders.

Katie: En, wie zie je?

Hans: Ik zie iemand die overal mooie verhalen van maakt.

Ik zie iemand die zelfs van niet-weten een mooi verhaal maakt.

Ik zie iemand die steeds ontkent dat ze overal mooie verhalen van maakt.

Ik zie iemand die iedereen probeert over te halen om zijn verhalen in te ruilen voor de hare.

En ik zie dat dit mijn verhaal is over haar en niet de waarheid.

Katie: En zonder dit verhaal over mij?

Hans: Heb ik geen idee wie ik zie.

Katie: En als je naar anderen kijkt?

Hans: Heb ik geen idee wie ik zie.

Katie: En als je naar jezelf kijkt?

Hans: Heb ik geen idee wie ik zie.

Katie: Waar je ook kijkt…

Hans: Ik zie niemand die altijd in staat is tot helder en onbevreesd handelen.

Ik zie niemand die altijd en voor iedereen een vriend en een luisteraar is.

Ik zie niemand die altijd even gelukkig is, of altijd vol waardering en dankbaarheid.

Ik zie niemand die weet dat er niets te weten valt.

En ik zie niemand die weet dat we alles wat we nodig hebben al hebben, nu op deze plek.

Katie: Wie zie je dan wel als je naar jezelf kijkt?

Hans: Iemand die dat ziet.

Katie: Maar wat is dan je verhaal?

Hans: Dat is dan mijn verhaal, nu, op deze plek.

Katie: En straks, op een andere plek?

Hans: Dat zien we dan wel weer.

47. Helder als koffiedik, zei de waarzegster

For me clarity is a word for beauty. It’s what I am. And when I’m clear I see only beauty. Nothing else is possible.

Katie: Voor mij is helderheid een ander woord voor schoonheid.

Hans: Voor mij is helderheid een woord.

Katie: Schoonheid is wat ik ben.

Hans: Schoonheid is een woord.

Katie: Als ik helder ben zie ik alleen maar schoonheid.

Hans: Als ik helder ben zie ik alleen maar.

Katie: Dan is er niets anders mogelijk.

Hans: Dan lijkt alles mogelijk.

48. Projecties van een troebele geest

The clearer your mind gets the more it projects a friendly universe until one day it occurs to you that you haven’t had a problem for a very long time.

Katie: Hoe helderder de geest wordt hoe meer hij een vriendelijk universum projecteert.

Hans: Hoe helderder de geest wordt hoe minder hij een vriendelijk universum projecteert.

Katie: Wat voor universum projecteert een heldere geest dan wel?

Hans: Hoe helderder de geest hoe minder hij een universum projecteert.

Katie: Wat projecteert een heldere geest dan wel?

Hans: Hoe helderder de geest hoe minder hij een heldere geest projecteert.

Katie: Wat voor geest projecteert hij dan wel?

Hans: Hoe helderder de geest hoe minder hij een geest projecteert.

Katie: Wat projecteert, eh…?

Hans: Hoe helderder hoe minder projectie.

Katie: Tot je op een dag beseft dat je in lange tijd geen problemen hebt gehad?

Hans: Of oplossingen.

Katie: Dan zijn we het eens.

Hans: Over projectie gesproken.

Silhouet van een filmprojector met sterren in het huis.
Hoe helderder de geest hoe minder projectie.

49. Snij de weg af!

If you think the cause of your problem is out there you’ll try to solve it from the outside. Take the shortcut, solve it from within.

Katie: Als je denkt dat de oorzaak van je probleem buiten jezelf ligt probeer je het buiten jezelf op te lossen. Snij de weg af, los het op in jezelf.

Hans: Als je denkt dat de oorzaak van je probleem in jezelf zit probeer je het daar op te lossen. Snij de weg af.

Katie: Niet buiten jezelf, niet in jezelf, waar dan?

Hans: Als je denkt dat je een probleem hebt probeer je het op te lossen. Snij de weg af.

Katie: Er bestaan geen problemen, dat denken we alleen maar, zeg ik altijd.

Hans: Als je denkt dat er geen problemen zijn zul je niets meer oplossen. Snij de weg af.

Katie: Denken is het probleem, zeg ik altijd.

Hans: Snij de weg af.

Katie: Ik snap niet waar je heen wil.

Hans: Nergens heen.

Asfaltweg met guillotine erboven.
Snij de weg af.

50. Hoe je op iemand reageert die nooit op iemand reageert

You’ve never reacted to someone else. You project meaning onto nothing. And you react to the meaning you’ve projected.

Katie: Je hebt nog nooit op iemand gereageerd. Je projecteert duidingen op niets. En je reageert op de duidingen die je heb geprojecteerd.

Hans: Keer het om.

Katie: Ik heb nog nooit op iemand gereageerd. Ik projecteer duidingen op niets. En ik reageer op de duidingen die ik heb geprojecteerd.

Hans: Ik zeg niks.

Twee in elkaar geschoven silhouetten van Byron Katie.
Je projecteert duidingen op niets.

51. De vader en de moeder van de wensgedachte

Your parents are your projection – nothing more.

Katie: Je ouders zijn jouw projectie – anders niets.

Hans: Dat is jouw projectie – anders niets.

Katie: Dus jij denkt nog steeds dat je ouders zijn wie je denkt dat ze zijn.

Hans: Dat is jouw projectie van wat ik denk – anders niets.

Katie: Ouders zijn wie ze zijn, wou je zeggen.

Hans: Dat is jouw projectie van wat ik denk – anders niets.

Katie: Goed dan, wat denk je zelf?

Hans: Dat je ouders jouw projectie zijn is een gedachte, dat ze zijn wie je denkt dat ze zijn is een gedachte, dat ze zijn wie ze zijn is een gedachte, is wat ik denk.

Katie: Het zijn allemaal maar gedachten, anders niets.

Hans: Dat is gewoon de volgende gedachte.

Katie: Er is geen ontkomen aan.

Hans: Dat is gewoon de volgende gedachte.

Katie: …

Hans: Anders nog iets?

52. Een ander woord voor denken is reflectie

The whole world is simply my story, projected back to me on the screen of my own perception. All of it.

Katie: De hele wereld is mijn eigen verhaal, teruggekaatst op het scherm van mijn waarneming – helemaal.

Hans: Dan zal dat hier ook wel voor gelden.

Katie: Wat?

Hans: Dat het jouw verhaal is, teruggekaatst op het scherm van je eigen waarneming, dat de hele wereld je eigen verhaal is, teruggekaatst op het scherm van je eigen waarneming – helemaal.

Katie: En wat is jouw verhaal?

Hans: Voor jou of voor mij?

Katie: Voor jou.

Hans: Welk verhaal?

Katie: En voor mij?

Hans: Voor jou is mijn verhaal jouw verhaal, teruggekaatst op het scherm van je eigen waarneming, dat de hele wereld mijn eigen verhaal is, teruggekaatst op het scherm van mijn eigen waarneming – helemaal.

Twee spiegels die hetzelfde gezicht (van Byron Katie natuurlijk) naar elkaar weerspiegelen
Een ander woord voor denken is reflectie.

53. Uit beelden word je zelden wijs in het uilenspiegelpaleis

When you do The Work, you see who you are by seeing who you think other people are. Eventually you come to see that everything outside you is a reflection of your own thinking. You are the storyteller, the projector of all stories, and the world is the projected image of your thoughts.

Katie: Als je Het Werk doet, zie je wie je bent door te zien wie je denkt dat andere mensen zijn.

Hans: Dat had je gedacht.

Katie: Wat had jij gedacht?

Hans: Als je het Halve Werk doet, zie je wie je bent door te zien wie je denkt dat andere mensen zijn.

Katie: En als je het Hele Werk doet?

Hans: Dan zie je wie je denkt te zijn.

Je ziet wie je denkt dat andere mensen zijn.

Je ziet wie je denkt dat andere mensen denken dat jij bent.

Je ziet wie je denkt dat andere mensen denken dat ze zijn.

Je ziet wie je denkt te zijn doordat je denkt te zien wie je denkt te zijn.

Je ziet wie je denkt te zijn doordat je denkt te zien wie je denkt dat andere mensen zijn.

Je ziet wie je denkt te zijn doordat je denkt te zien wie je denkt dat andere mensen denken dat jij bent.

Je ziet wie je denkt te zijn doordat je denkt te zien wie je denkt dat andere mensen denken dat ze zijn.

Je ziet wie je denkt te zijn doordat je denkt te zien wie je denkt te zijn doordat je denkt te zien wie je denkt te zijn.

Je ziet wie je denkt te zijn doordat je denkt te zien wie je denkt te zijn doordat je denkt te zien wie je denkt dat andere mensen zijn.

Je ziet wie je denkt te zijn doordat je denkt te zien wie je denkt te zijn doordat je denkt te zien wie je denkt dat andere mensen denken dat jij bent.

Je ziet wie je denkt te zijn doordat je denkt te zien wie je denkt te zijn doordat je denkt te zien wie je denkt dat andere mensen denken dat ze zijn.

Katie: Maar zie je ook wie je bent?

Hans: Nee, dat niet.

Katie: Uiteindelijk zie je in dat alles buiten jou een weerspiegeling is van je eigen denken.

Hans: Uiteindelijker zie je in dat uiteindelijk inzien dat alles buiten jou een weerspiegeling is van je eigen denken, een weerspiegeling is van je eigen denken.

Nog uiteindelijker zie je in dat uiteindelijker inzien dat uiteindelijk inzien dat alles buiten jou een weerspiegeling is van je eigen denken, een weerspiegeling is van je eigen denken, een weerspiegeling is van je eigen denken. Enzovoort.

Katie: Maar zie je ook wat alles buiten jou dan wel is?

Hans: Nee, dat niet.

Katie: Het is heel simpel. Jij bent de verhalenverteller, de projector van alle verhalen.

Hans: Een simpel verhaal, de projectie van jouw zelfbeeld.

Katie: En de wereld is het beeld van jouw gedachten.

Hans: Een simpel verhaal, de projectie van jouw wereldbeeld.

Droste-effect van een piepkleine projector die een grotere projector projecteert die een grotere projector projecteert…
Projecties van projecties van projecties…

Blogje over deze tekst.

54. Schermen met beelden

It’s not the darkness that people fear, it’s what they imagine into the darkness.

Omkering 1

Katie: Het is niet de duisternis die mensen vrezen, het is wat ze daarin projecteren.

Hans: Het is niet de duisternis die ik vrees, het zijn de mensen die het licht aan willen doen.

Omkering 2

Katie: Het is niet de duisternis die mensen vrezen, het is wat ze daarin projecteren.

Hans: Het is niet het licht dat mensen zoeken, het is wat ze daarin projecteren.

Omkering 3

Katie: Het is niet de duisternis die mensen vrezen, het is wat ze daarin projecteren.

Hans: Het zijn niet de leraren die ik vrees, het is wat ze op mij projecteren.

Omkering 4

Katie: Het is niet de duisternis die mensen vrezen, het is wat ze daarin projecteren.

Hans: Het is niet Het Werk dat mensen zoeken, het is wat jij daarin projecteert.

55. Reprogrammeren is geen deprogrammeren

I teach people to question their thinking and this changes their world.

Omkering 1

Katie: Ik leer mensen om hun denken te onderzoeken en dat verandert hun wereld.

Hans: Je leert mensen om jouw denken te bevestigen en dat vernauwt je geest.

Omkering 2

Katie: Ik leer mensen om hun denken te onderzoeken en dat verandert hun wereld.

Hans: Je leert mensen niet om jouw denken te onderzoeken en dat vernauwt hun geest.

Omkering 3

Katie: Ik leer mensen om hun denken te onderzoeken en dat verandert hun wereld.

Hans: Je denkt mensen hun denken te leren onderzoeken en dat bestendigt jouw wereld.

56. Denken dat je het doorhebt

We are never really in control. We just think we are when things happen to be going our way.

Omkering 1

Katie: Wij zijn nooit echt de baas. Dat denken we alleen maar als alles meezit.

Hans: We zijn nooit niet de baas. Dat denken we alleen maar als alles tegenzit.

Omkering 2

Katie: Wij zijn nooit echt de baas. Dat denken we alleen maar als alles meezit.

Hans: Wij weten nooit of we de baas zijn of niet. Dat denken we alleen maar.

Omkering 3

Katie: Wij zijn nooit echt de baas. Dat denken we alleen maar als alles meezit.

Hans: Wij weten nooit of alles meezit. Dat denken we alleen maar.

Omkering 4

Katie: Wij zijn nooit echt de baas. Dat denken we alleen maar als alles meezit.

Hans: We weten nooit wat we alleen maar denken.

Omkering 5

Katie: Wij zijn nooit echt de baas. Dat denken we alleen maar als alles meezit.

Hans: Wij zijn nooit aan Het Werk. Dat denken we alleen maar als alles meezit.

57. De onderste baas boven

If you want real control, drop the illusion of control; let life have you. It does anyway. You’re just telling yourself the story of how it doesn’t.

Katie: Als je echt de baas wilt zijn geef dan het idee op dat je de baas bent.

Hans: Als je gelooft dat je naar willekeur ideeën kunt opgeven denk je nog steeds dat je de baas bent.

Katie: Geef je over aan het leven, het heeft je toch al.

Hans: Als je gelooft dat je je op eigen gezag kunt overgeven aan het leven denk je nog steeds dat je de baas bent.

Katie: Je maakt jezelf alleen maar wijs dat jij de baas bent.

Hans: Als je gelooft dat je ervoor kunt kiezen om jezelf iets wijs te maken denk je nog steeds dat je de baas bent.

Katie: Maar jij gelooft toch ook dat wij niet de baas zijn?

Hans: Wat maakt het uit wat ik geloof als ik dat niet zelf kan bepalen?

Katie: Is dat een bevestiging of een ontkenning?

Hans: Als je dat echt wilt weten geef dan het idee op dat je het echt kunt weten.

Katie: Bedoel je nou dat we het niet kunnen weten?

Hans: Als je dat echt wilt weten geef dan het idee op dat je het niet kunt weten.

Katie: Als je echt de baas wilt zijn moet je alle ideeën opgeven?

Hans: Als je gelooft dat je alle ideeën kunt opgeven denk je nog steeds dat je de baas bent.

58. Over de maakbaarheid van je wereldbeeld

The world you live in is 100 percent your own responsibility. If you don’t like your world it doesn’t work to say, ‘Well, it’s my mother’s fault. She taught me how to think.’

Katie: De wereld waarin je leeft is voor honderd procent je eigen verantwoordelijkheid.

Hans: In jouw wereld misschien.

Katie: Als het je niet aanstaat heeft het geen zin om te zeggen, ‘Nou, dat is mijn moeders schuld. Zij heeft me zo leren denken.’

Hans: Wie heeft jou zo leren denken?

Katie: Hoe leren denken?

Hans: Alsof de wereld waarin je leeft voor honderd procent je eigen verantwoordelijkheid is.

Katie: Ik heb mezelf zo leren denken.

Hans: Ik dacht al dat je dat zou zeggen.

Katie: Waarom?

Hans: Omdat de wereld waarin jij leeft er een is waarin de wereld waarin je leeft voor honderd procent je eigen verantwoordelijkheid is.

Katie: Wat?

Hans: Wat?

Katie: Wie heeft jou zo leren denken?

Hans: Jij niet.

Beeldhouwer met een aardbol als hoofd die staat te beitelen in het hoofd van zijn evenbeeld.
De maakbaarheid van je wereldbeeld.

59. Geloven dat de wereld is wat je gelooft dat hij is

The world is what you believe it to be, and it changes as you change.

Katie: De wereld is wat je gelooft dat hij is en verandert als jij verandert.

Hans: Voor iemand die dat gelooft misschien.

Katie: Ik geloof het. Daarom onderwijs ik het.

Hans: Tot je zelf verandert.

Katie: Hoezo?

Hans: Dat zeg je net zelf.

Katie: Wat zeg ik net zelf?

Hans: Dat de wereld is wat je gelooft dat hij is en verandert terwijl jij verandert.

Katie: Voor mij is de wereld al dertig jaar hetzelfde.

Hans: Misschien doordat je al dertig jaar hetzelfde gelooft?

Katie: Wat geloof jij over de wereld en hoe hij verandert?

Hans: Misschien is de wereld inderdaad wat je gelooft dat hij is en verandert hij als jij verandert.

Misschien ben jij onderdeel van de wereld en verander jij mee als hij verandert.

Misschien zijn jij en de wereld onderdeel van elkaar en verandert de een als de ander verandert.

Misschien ben jij de wereld en is er daarbuiten niets, dus ook niets dat zou kunnen veranderen.

Misschien ben jij het onveranderlijke waarin de wereld en jouw persoon verschijnen, veranderen en verdwijnen.

Misschien ben jij het geheel van al het onveranderlijke en al het veranderlijke.

Misschien is alles veranderlijk of bestaat er alleen verandering.

Misschien is de wereld wat hij is en ben jijzelf wat je bent, wat je er ook over denkt.

Misschien zijn ‘de wereld’ en ‘geloof’ en ‘jij’ en zo maar woorden waarvan de betekenis voortdurend verandert.

Misschien…

Katie: Geloof je dat?

Hans: Geloof ik wat?

Katie: De mogelijkheden die je aandraagt.

Hans: Of ik het geloof of niet.

60. Wees een schaduw voor jezelf

The moment it begins to question itself, the mind becomes so clear that it starts working with itself rather than with the body’s identification.

Katie: Zodra hij zichzelf begint te onderzoeken wordt de geest zo helder dat hij met zichzelf begint te werken.

Hans: Zodra hij zichzelf begint te onderzoeken wordt de geest zo helder dat hij niets anders meer ziet.

Katie: Vanaf dat moment identificeert de geest zich niet langer met het lichaam.

Hans: Vanaf dat moment identificeert de geest alles met zichzelf.

61. Geesten moeten spoken

The nature of mind is that it loves everything once it loves itself, just as it opposes everything when it opposes itself.

Omkering 1

Katie: De aard van de geest is dat hij alles liefheeft als hij zichzelf liefheeft, zoals hij alles tegenstreeft als hij zichzelf tegenstreeft.

Hans: De aard van de geest is dat hij vandaag tegenstreeft wat hij morgen liefheeft, dat hij daarnet liefhad wat hij nu weer tegenstreeft en dat hij tegenstreeft terwijl hij liefheeft.

Katie: Ja, wat is het nou?

Hans: Tja, je weet maar nooit.

Omkering 2

Katie: De aard van de geest is dat hij alles liefheeft als hij zichzelf liefheeft, zoals hij alles tegenstreeft als hij zichzelf tegenstreeft.

Hans: De aard van de geest is dat hij altijd moet generaliseren. Wat nu waar lijkt, bijvoorbeeld over de aard van de geest, is voor altijd waar en wat voor hem waar lijkt, is voor iedereen waar.

Katie: Dat was een generalisatie.

Hans: Ik bedoel maar.

Omkering 3

Katie: De aard van de geest is dat hij alles liefheeft als hij zichzelf liefheeft, zoals hij alles tegenstreeft als hij zichzelf tegenstreeft.

Hans: De aard van de geest is dat hij van woorden dingen of wezens maakt en die van een aard voorziet, of ze nou bestaan of niet.

62. Hoe ik van jou hou

I can’t love you as you have been or will be. I can only love you as you are.

Katie: Ik kan niet van je houden zoals je was of zult zijn. Ik kan alleen van je houden zoals je bent.

Hans: Ik kan niet van je houden zoals je was. Ik kan niet van je houden zoals je zult zijn. Ik kan niet van je houden zoals je bent.

Katie: Waarom niet?

Hans: Omdat ik niet weet hoe je was of zult zijn of bent.

Katie: Hou dan maar van me zoals jij bent.

Hans: Ik kan niet van je houden zoals ik was. Ik kan niet van je houden zoals ik zal zijn. Ik kan niet van je houden zoals ik ben.

Katie: Hoe hou je dan van me?

Hans: Zoals ik van iedereen en alles hou.

Katie: Hoe hou je van iedereen en alles?

Hans: Zoals ik niet weet.

63. Aards geklodder met hemelse modder

So, how do you get back to heaven? To begin with, just notice the thoughts that take you away from it. You don’t have to believe everything your thoughts tell you. Just become familiar with the particular thoughts you use to deprive yourself of happiness. It may seem strange at first to get to know yourself in this way but becoming familiar with your stressful thoughts will show you the way home to everything you need.

Katie: Dus, hoe keer je terug naar de hemel?

Hans: Ben ik daar dan al eens geweest?

Katie: Om te beginnen door op te merken welke gedachten je er weghouden.

Hans: Is dit niet een van die gedachten?

Katie: Je hoeft niet alles te geloven wat je gedachten je vertellen.

Hans: Geldt dat ook voor jouw gedachten?

Katie: Raak vertrouwd met de gedachten waarmee je jezelf van geluk beroofd.

Hans: Vertel me liever wat mijn gedachten van geluk beroofd.

Katie: In het begin lijkt het misschien gek om zo naar jezelf te kijken.

Hans: Niet gek, alleen eenzijdig, zoals elke visie.

Katie: Maar de gedachten leren kennen waar je gespannen van wordt helpt je de weg terug te vinden naar alles wat je nodig hebt.

Hans: Ik word gespannen van deze gedachte.

Katie: Dus, hoe keer je terug naar de hemel?

Hans: Zijn we hier al eens geweest?

64. Waarom de duivel de hemel schiep

So, how do you get back to heaven?

Omkering 1

Katie: Dus, hoe keer je terug naar de hemel?

Hans: Door te onderzoeken of hij wel bestaat.

Omkering 2

Katie: Dus, hoe keer je terug naar de hemel?

Hans: Door te onderzoeken of je wel bestaat.

Omkering 3

Katie: Dus, hoe keer je terug naar de hemel?

Hans: Door te onderzoeken of je er wel kunt bestaan.

Omkering 4

Katie: Dus, hoe keer je terug naar de hemel?

Hans: Door te onderzoeken of je er wel vandaan komt.

Omkering 5

Katie: Dus, hoe keer je terug naar de hemel?

Hans: Door te onderzoeken of je er wel heen kunt.

Omkering 6

Katie: Dus, hoe keer je terug naar de hemel?

Hans: Door te onderzoeken of je er wel heen wilt.

Omkering 7

Katie: Dus, hoe keer je terug naar de hemel?

Hans: Door te onderzoeken of het daar wel zo leuk is.

Omkering 8

Katie: Dus, hoe keer je terug naar de hemel?

Hans: Door terug te keren naar de aarde.

Omkering 9

Katie: Dus, hoe keer je terug naar de hemel?

Hans: Door je dat niet meer af te vragen.

Omkering 10

Katie: Dus, hoe keer je terug naar de hemel?

Hans: Zoals je terugkeert naar de hel.

Katie: Ik zie de overeenkomst niet.

Hans: Ik zie het verschil niet.

Omkering 11

Katie: Dus, hoe keer je terug naar de hemel?

Hans: Door je af te vragen wie hem geschapen heeft.

Katie: Wie heeft hem dan geschapen?

Hans: De duivel natuurlijk.

Katie: Waarom zou de duivel de hemel scheppen?

Hans: Omdat hij zich geen grotere hel kon voorstellen.

Katie: Geen grotere hel dan de hemel?

Hans: Geen grotere hel dan een voorstelling van de hemel.

Katie: En de duivel?

Hans: Die is geschapen door de mens.

65. Wie je zou zijn zonder gedachten over geluk

Who would you be without the thought that happiness depends on someone else?

Omkering 1

Katie: Wie zou je zijn zonder de gedachte dat geluk van een ander afhangt?

Hans: Wie zou je zijn zonder de gedachte dat geluk van jezelf afhangt?

Omkering 2

Katie: Wie zou je zijn zonder de gedachte dat geluk van een ander afhangt?

Hans: Wie zou je zijn zonder de gedachte dat geluk van gedachten afhangt?

Omkering 3

Katie: Wie zou je zijn zonder de gedachte dat geluk van een ander afhangt?

Hans: Wie zou je zijn zonder de gedachte dat geluk ergens van afhangt?

Omkering 4

Katie: Wie zou je zijn zonder de gedachte dat geluk van een ander afhangt?

Hans: Wie zou je zijn zonder de gedachte dat geluk is waar alles van afhangt?

Omkering 5

Katie: Wie zou je zijn zonder de gedachte dat geluk van een ander afhangt?

Hans: Wie zou je zijn zonder gedachten over geluk?

66. Vermijden wat er is is ook wat er is

Omkering 1

Katie: Zoeken naar geluk is vermijden wat er is.

Hans: Niet zolang er zoeken naar geluk is.

Omkering 2

Katie: Zoeken naar geluk is vermijden wat er is.

Hans: Niet zolang er mijden is.

Omkering 3

Katie: Zoeken naar geluk is vermijden wat er is.

Hans: Vermijden wat er is is ook geluk.

Omkering 4

Katie: Zoeken naar geluk is vermijden wat er is.

Hans: Wat heb je aan die wijsheid?

Katie: Als je dat eenmaal inziet kun je ermee ophouden.

Hans: Ophouden is het mijden van het zoeken naar geluk.

Omkering 5

Katie: Zoeken naar geluk is vermijden wat er is.

Hans: Wat heb je aan die wijsheid?

Katie: Als je dat eenmaal inziet kun je ermee ophouden.

Hans: Maar hoe kom je tot dat inzicht?

Katie: Wat denk jij?

Hans: Misschien wel door te zoeken naar geluk.

Enorm klavertje vier met daaronder een figuurtje met een vergrootglas voorovergebogen over een klein klavertje vier.
Zoeken naar geluk is ook geluk.

Blogje over deze tekst.

67. Waarom ik mij overgeef aan mijn verzet

Katie: Geluk betekent volledige overgave.

Hans: Waaraan?

Katie: Aan alles wat er is.

Hans: En als er verzet is?

Katie: O.

Hans: Nou?

Katie: Dan niet natuurlijk.

Hans: Wat niet?

Katie: Daar moet je je juist niet aan overgeven.

Hans: Geluk betekent verzet tegen je verzet?

Katie: Nou…

Hans: Alsof dat geen verzet is.

Katie: Maar dit kan toch helemaal niet!

Hans: Waarom niet?

Katie: Geluk betekent volledige overgave.

Hans: Ook aan je verzet?

Katie: Dat… kan niet anders.

Hans: Waarom niet?

Katie: Anders is je overgave niet volledig.

Hans: Wat maakt het dan nog uit?

Katie: Wat?

Hans: Verzet is verzet, of je je er nou aan overgeeft of tegen verzet.

Katie: Ik geef me over.

Hans: Gelukkig.

68. Hoe je een beetje van je geluk terugvindt

Pay close attention to the particular thoughts you use to deprive yourself of happiness.

Omkering 1

Katie: Let vooral goed op de gedachten die je gebruikt om jezelf van geluk te beroven.

Hans: Let vooral goed op de gedachte dat je jezelf van geluk berooft.

Omkering 2

Katie: Let vooral goed op de gedachten die je gebruikt om jezelf van geluk te beroven.

Hans: Let vooral goed op de gedachte dat je daarvoor gedachten gebruikt.

Omkering 3

Katie: Let vooral goed op de gedachten die je gebruikt om jezelf van geluk te beroven.

Hans: Let vooral goed op de gedachte dat je gedachten ergens voor kunt gebruiken.

Omkering 4

Katie: Let vooral goed op de gedachten die je gebruikt om jezelf van geluk te beroven.

Hans: Let vooral goed op de gedachte dat je op je gedachten kunt letten.

Omkering 5

Katie: Let vooral goed op de gedachten die je gebruikt om jezelf van geluk te beroven.

Hans: En let dan eens een tijdje nergens op.

Katie: Waarom zou je?

Hans: Misschien vind je dan een beetje van je geluk terug.

Boef met een zak vol klavertjes vier.
Let vooral goed op de gedachte dat je jezelf van geluk berooft.

Blogje over deze tekst.

69. Gelukkig ben ik in alle staten

Happiness is the natural state for someone who knows that There’s nothing to know.

Omkering 1

Katie: Geluk is de natuurlijke staat voor iemand die weet dat er niets te weten valt.

Hans: Zeker weten?

Omkering 2

Katie: Geluk is de natuurlijke staat voor iemand die weet dat er niets te weten valt.

Hans: Geluk komt en gaat in alle staten.

Omkering 3

Katie: Geluk is de natuurlijke staat voor iemand die weet dat er niets te weten valt.

Hans: Niet weten wat je natuurlijke staat is is de natuurlijke staat voor iemand die niet weet.

Omkering 4

Katie: Geluk is de natuurlijke staat voor iemand die weet dat er niets te weten valt.

Hans: Wat heet geluk.

Katie: Weet je dat dan niet?

Hans: Niet weten is de natuurlijke staat voor iemand die niet weet.

70. Geluk is niet weten wat je doet

Happiness is a clear mind. A clear and sane mind knows how to live, how to work, what emails to send, what phone calls to make and what to do to create what it wants without fear.

Katie: Geluk is een heldere geest.

Hans: Niet-weten is een heldere geest.

Katie: Een heldere en gezonde geest weet hoe te leven, hoe te werken, welke emails te versturen, welke telefoontjes te plegen en wat te doen om te scheppen wat hij wil zonder angst.

Hans: Een heldere geest weet niet hoe of wat.

Katie: Hoe weet hij dan wat hij moet doen?

Hans: Hij weet het niet, hij doet maar wat.

Katie: En wat is zijn geluk?

Hans: En dat is zijn geluk.

71. Vrij zijn om te voelen wat je voelt

Katie: Vrijheid is nooit een moment van angst, woede of verdriet meemaken.

Hans: Vrijheid is ook momenten van angst, woede en verdriet toelaten.

Robotkop met grimas.
Nooit een moment van angst, woede of verdriet toelaten.

72. De vrijheid om je te binden

Katie: Vrijheid is nergens aan gebonden zijn.

Hans: Vrijheid is ook gebonden kunnen zijn.

73. Waarom je je niet kunt ophangen aan niet-weten

Katie: Vrijheid is leven in vriendelijkheid, áls vriendelijkheid.

Hans: Voor jou misschien.

Katie: Wat is vrijheid voor jou?

Hans: Niet weten wat vrijheid is?

Katie: Wat is daar vrij aan?

Hans: Wie de vrijheid niet kent kan zich er ook niet aan ophangen.

Katie: Waaraan niet, bijvoorbeeld?

Hans: Aan vriendelijkheid niet, bijvoorbeeld.

Katie: Jij bent toch zeker gebonden aan niet-weten?

Hans: Aan niet-weten kun je je niet ophangen.

Katie: Waarom niet?

Hans: Omdat het nergens aan vast zit.

Silhouet van een man die zichzelf probeert te verhangen aan de strop die hij zelf omhoog houdt.
Aan niet-weten kun je je niet ophangen.

74. Niets dat je gelooft is vrijheid

Nothing you believe is true. To know this is freedom.

Katie: Niets dat je gelooft is waar. Dit weten is vrijheid.

Hans: Is dat waar?

Katie: Wat?

Hans: Of je dat gelooft.

Katie: Nou en of.

Hans: Zou je er ook niet in kunnen geloven?

Katie: Goeie vraag.

Hans: Nou?

Katie: Ik geloof het niet.

Hans: Ook al is niets dat je gelooft waar?

Katie: Raar.

Hans: En dat wou jij vrijheid noemen?

Katie: En wat zou jij vrijheid noemen?

Hans: Dat niet weten is vrijheid.

Katie: Is vrijheid ook niet-weten?

Hans: Ik zou het ook niet weten.

Lees ook: Laat je door niemand wijsmaken dat niet-weten vrijheid is.

75. Sommige gedachten kun je maar beter geloven

A thought is harmless unless we believe it.

Omkering 1

Katie: Een gedachte is onschadelijk tenzij we hem geloven.

Hans: Geloof je dat?

Katie: Haha.

Hans: Nou?

Katie: Deze wel, ja.

Hans: Pas dan maar op.

Omkering 2

Katie: Een gedachte is onschadelijk tenzij we hem geloven, deze uitgezonderd.

Hans: Geldt dat ook voor positieve gedachten?

Katie: Nee, die zijn onschadelijk.

Hans: Geloven dat je gaat winnen met roulette als je maar hoog genoeg inzet, is dat een positieve gedachte?

Katie: Ik veronderstel van wel.

Hans: Word je er rijk van?

Katie: Ik veronderstel van niet.

Hans: Dus er zijn ook positieve gedachten die schadelijk zijn als we ze geloven?

Katie: Ik geloof het wel.

Hans: Pas dan maar op.

Omkering 3

Katie: Een negatieve gedachte is onschadelijk tenzij we hem geloven.

Hans: Geloven dat je in het verkeer verminkt kunt raken, is dat een negatieve gedachte?

Katie: Ik veronderstel van wel.

Hans: Die je maar beter niet kunt geloven?

Katie: …

Hans: Pas dan maar op.

76. Kun je ervoor kiezen een gedachte niet te geloven?

Katie: Een gedachte is onschadelijk tenzij we hem geloven.

Hans: En?

Katie: Het enige dat je hoeft te doen is hem niet geloven.

Hans: Geloof je dat je daar invloed op hebt?

Katie: Dat geloof ik.

Hans: Alleen maar door het te willen?

Katie: Alleen maar door Het Onderzoek te doen.

Hans: Onderzoek deze gedachte dan maar eens.

Katie: Dat een gedachte onschadelijk is tenzij we hem geloven of dat je daar invloed op hebt door hem te onderzoeken?

Hans: Wat jij wil.

Katie: …

Hans: En?

Katie: Ik geloof niet dat ik dat wil.

Hans: Ik was er al bang voor.

77. Kom jij jezelf liever tegemoet of tegen?

Place only your kindest thoughts on everything you experience today. Meet yourself.

Omkering 1

Katie: Plak alleen je vriendelijkste gedachten op alles wat je vandaag meemaakt. Ontmoet jezelf.

Hans: Denk niet dat je steeds je vriendelijkste gedachten moet plakken op alles wat je meemaakt. Ontmoet jezelf.

Omkering 2

Katie: Plak alleen je vriendelijkste gedachten op alles wat je vandaag meemaakt. Ontmoet jezelf.

Hans: Denk niet dat je zelf kunt bepalen welke gedachten je plakt op alles wat je meemaakt. Ontmoet jezelf.

Omkering 3

Katie: Plak alleen je vriendelijkste gedachten op alles wat je vandaag meemaakt. Ontmoet jezelf.

Hans: Denk niet dat je zelf kunt bepalen of je wel of niet denkt dat je zelf kunt bepalen welke gedachten je plakt op alles wat je meemaakt. Ontmoet jezelf.

78. Verlaat jezelf

Katie: Plak alleen je vriendelijkste gedachten op alles wat je vandaag meemaakt. Ontmoet jezelf.

Hans: Bekijk alles wat je vandaag meemaakt eens van alle kanten. Verlaat jezelf.

Standbeeld van de dokwerker. In de sokkel staat een deurtje open waaruit een miniatuur dokwerker is gestapt.
Verlaat jezelf, standbeeld.

Blogje over De Dokwerker.

79. Plakgedachten voor gedachtenplakkers

Katie: Plak alleen je vriendelijkste gedachten op alles wat je vandaag meemaakt.

Hans: Plak eens geen allervriendelijkste gedachten op alles wat je vandaag meemaakt.

Katie: Wat voor gedachten dan wel?

Hans: Plak eens geen gedachten op alles wat je vandaag meemaakt.

Katie: Wat is het alternatief?

Hans: Denk vandaag eens zonder plaksel.

Katie: Hoe bedoel je?

Hans: Vermenigvuldig je gedachten. Deel ze. Zie ze vliegen.

Katie: En dan?

Hans: Dan zul je eens wat meemaken.

Katie: En als je dat niet kunt?

Hans: Dan kun je ze altijd nog onderzoeken.

Katie: Ach ja, Het Werk.

Hans: Maar ja…

Katie: Wat?

Hans: Dan zit je daar weer aan vast.

Silhouet van een somber figuur met allemaal stickers van lachende monden op zijn jas.
‘Plak alleen je vriendelijkste gedachten op alles wat je vandaag meemaakt.’

80. Hou op met zoeken naar goedkeuring

Spare yourself from seeking love, approval, or appreciation-from anyone. And watch what happens in reality, just for fun.

Katie: Hou op met het zoeken naar liefde, goedkeuring en waardering van anderen. En kijk dan eens wat er gebeurt, gewoon voor de lol.

Hans: En hou dan ook eens op met het zoeken naar liefde, goedkeuring en waardering van jezelf.

Katie: Hè?

Hans: Wat?

Katie: Waar wou je het dan zoeken?

Hans: En kijk dan eens wat er gebeurt.

Katie: Wat dan?

Hans: Lachen.

81. Hou op met ophouden met zoeken naar goedkeuring

Spare yourself from seeking love, approval, or appreciation-from anyone. And watch what happens in reality, just for fun.

Katie: Hou op met het zoeken naar liefde, goedkeuring en waardering van anderen. En kijk dan eens wat er gebeurt, gewoon voor de lol.

Hans: En hou dan eens op met het ophouden met zoeken naar liefde, goedkeuring en waardering van anderen en van jezelf.

Katie: Hè?

Hans: Wat?

Katie: Hou ook eens op met het ophouden?

Hans: En hou dan ook eens op met het ophouden met het ophouden.

Katie: Hè?

Hans: Wat?

Katie: Maar wat moet je dan?

Hans: Gewoon, kijken wat er gebeurt.

Katie: Ben je dan niet terug bij af?

Hans: Dan ben je overal vanaf.

Katie: Wat als je overal vanaf bent?

Hans: Gewoon, kijken wat er gebeurt.

82. Vrede vinden in het zoeken naar vrede

We’ve been looking outside us for our own peace. We’ve been looking in the wrong direction.

Katie: We zoeken vrede buiten onszelf. We zoeken het in de verkeerde richting.

Hans: Waar wou je het dan zoeken?

Katie: In onszelf.

Hans: Misschien is dat ook wel de verkeerde richting.

Katie: Waar moeten we het dan zoeken?

Hans: Misschien is zoeken wel de verkeerde richting.

Katie: Vrede is stoppen met zoeken naar vrede, wou je zeggen.

Hans: Alleen voor wie dat geldt.

Katie: En voor anderen?

Hans: Die vinden misschien weer vrede in het zoeken naar vrede.

Katie: Waarin vind jij vrede?

Hans: In het overwegen van de mogelijkheden?

Katie: Is dat een vraag of een antwoord?

Hans: Een mogelijkheid, zou ik zeggen.

Katie: Ik dacht dat jij vrede vond in niet-weten.

Hans: Dat komt op hetzelfde neer.

Lees ook: Zoeken naar het einde van het zoeken.

83. Jezelf aardig moeten vinden is niet erg aardig

It’s not your job to like me. it’s mine.

Katie: Het is niet jouw taak om mij aardig te vinden. Het is de mijne.

Hans: Het is niet jouw taak om mij aardig te vinden. Het is niet de mijne.

Katie: Wie moet jou dan aardig vinden?

Hans: Niemand moet mij aardig vinden. Dat is het fijne.

84. Hunkeren onder de mantel der liefde

Katie: Ik weet zeker dat iedereen van mij houdt maar niet iedereen realiseert het zich.

Hans: Noem dat maar niet-weten.

Katie: Jij houdt ook van mij.

Hans: Noem dat maar niet-weten.

Katie: Iedereen houdt van iedereen maar niet iedereen realiseert het zich.

Hans: Noem dat maar niet-weten.

Katie: Hoe zou jij het noemen?

Hans: Een vriendelijk verhaal over de realiteit.

85. Het eigensop van de solipsist

Ultimately, I am all I can know.

Katie: Uiteindelijk ben ik alles wat ik kan weten.

Hans: Geloof je dat nou echt?

Katie: Wat zou jij zeggen?

Hans: Het is maar net wie ik voor me heb.

Katie: Nu je mij voor je hebt.

Hans: Dan zeg ik, ‘Uiteindelijk ben ik niets wat ik kan weten.’

Katie: En als je jezelf voor je hebt?

Hans: En nu ik mezelf achter de rug heb, zul je bedoelen.

Katie: Ik wil weten wat je had gezegd als ik het was geweest die had gezegd, ‘Uiteindelijk ben ik niets wat ik kan weten.’

Hans: Jij kan het weten.

Twee silhouetten met de ruggen naar elkaar die een hoofd delen.
‘Nu ik mezelf achter de rug heb.’

Solipsisme in het Agnoseblog.

86. De enige met wie je nooit te maken hebt is niemand

It’s only yourself you are ever dealing with.

Katie: De enige met wie je ooit te maken hebt ben je zelf.

Hans: Spreek voor jezelf.

Katie: Dat doe ik toch?

Hans: Dan had je ‘ik’ moeten zeggen.

Katie: Oké, de enige met wie ik ooit te maken heb ben ik zelf.

Hans: Dat gevoel had ik al.

Katie: En jij?

Hans: Wat heb jij daarmee te maken?

Katie: Haha.

Hans: De enige met wie ik nooit te maken heb is niemand.

Katie: Dat lijkt me knap vermoeiend.

Hans: En het enige waar ik nooit mee te maken heb is niets.

Katie: Jij liever dan ik.

Hans: Wat weet jij daarvan?

Katie: Haha.

87. Spiegels voor narcisten

Do you want to meet the love of your life? Look in the mirror.

Lachspiegel

Katie: Wil je de liefde van je leven ontmoeten? Dan moet je in de spiegel kijken.

Hans: Wil je jezelf ontmoeten? Dan moet je om je heen kijken.

Doorkijkspiegel

Katie: Wil je de liefde van je leven ontmoeten? Dan moet je in de spiegel kijken.

Hans: Wil je om je heen kijken? Dan moet je je spiegelbeeld doorzien.

Toverspiegel

Katie: Wil je de liefde van je leven ontmoeten? Dan moet je in de spiegel kijken.

Hans: Wil je in de spiegel kijken? Dan moet je de liefde van je leven ontmoeten.

Nachtspiegel

Katie: Wil je de liefde van je leven ontmoeten? Dan moet je in de spiegel kijken.

Hans: Wil je de liefde van je leven ontmoeten? Dan moet je in het donker kijken.

88. Uitgaan in niet-weten

Just keep coming home to yourself, you are the one who you’ve been waiting for.

Katie: Blijf thuiskomen in jezelf. Jij bent degene op wie je hebt gewacht.

Hans: Zolang je nog thuis wilt komen in jezelf zul je niet thuiskomen.

Katie: Waar ben jij in thuisgekomen?

Hans: Zolang je nog thuis wilt komen zul je niet thuiskomen.

Katie: Jij bent toch thuisgekomen in niet-weten?

Hans: Ik ben uitgegaan in niet-weten.

Katie: Jij bent uitgegaan in niet weten?

Hans: En nooit meer aangegaan.

Katie: En nooit meer… o, op die manier.

Hans: En er nooit naar teruggekeerd.

89. Het Werk is ook maar een Verhaal

The Work always leaves you with less of a story. Who would you be without your story? You never know until you inquire. There is no story that is you or that leads to you. Every story leads away from you. Turn it around, undo it. You are what exists before all stories. You are what remains when the story is understood.

Katie: Als je Het Werk doet wordt je verhaal altijd kleiner.

Hans: Nou, dan heb jij nog aardig wat Werk te verzetten.

Katie: Wie zou je zijn zonder verhaal? Dat zul je nooit weten tot je het onderzoekt.

Hans: Dat zul jij nooit weten tot je Het Onderzoek onderzoekt.

Katie: Er is geen verhaal dat jij bent of dat naar jou leidt.

Hans: Het bekende verhaal.

Katie: Ieder verhaal leidt weg van jou.

Hans: Hoe vaak heb je dat al niet verteld.

Katie: Keer het om, maak het ongedaan.

Hans: Een omkering is gewoon het volgende verhaal.

Katie: Jij bent wat voorafgaat aan alle verhalen.

Hans: Dat er iets voorafgaat aan alle verhalen is gewoon het volgende verhaal.

Katie: Jij bent wat overblijft als het verhaal is begrepen.

Hans: Wat blijft er over als dit verhaal is doorzien?

90. De echo van stilte

There is no story that is you or that leads to you. Every story leads away from you.

Katie: Er is geen verhaal dat jij bent of dat naar jou leidt.

Hans: Dat is gewoon jouw verhaal over mij.

Katie: Elk verhaal leidt weg van jou.

Hans: Dit verhaal dan ook.

Katie: Welk verhaal leidt volgens jou naar jou?

Hans: Misschien is ‘jou’ ook maar een verhaal.

Katie: Zo kun je het ook zeggen.

Hans: Maar waar leiden je verhalen dan nog van weg?

Katie: Tja.

Hans: Of is dit alweer het volgende verhaal?

Katie: …

Hans: Volgens mij is het de stilte waar je verhalen van weg leiden.

Katie: Mooi gezegd.

Hans: Geintje, dat is gewoon het volgende verhaal.

Lees ook: Alle Wegen lijden naar Dromen.

91. Denken dat je liefde bent

Seeking love keeps you from the awareness that you already have it – that you are it.

Katie: Liefde zoeken houdt je weg bij het besef dat je het al hebt – dat je het bent.

Hans: Denken dat je liefde hebt houdt je weg bij de liefde.

Katie: Dat je het bent, zei ik toch.

Hans: Denken dat je liefde bent houdt je weg bij jezelf.

Katie: Wat denk jij dat liefde is als je het niet zelf bent?

Hans: Denken dat je weet wat liefde is houdt je weg bij de liefde.

Katie: Wat denk jij dat je bent als het geen liefde is?

Hans: Denken dat je weet wat je bent houdt je weg bij jezelf.

Katie: Wat brengt je volgens jou dichter bij jezelf?

Hans: Denken dat je dichter bij jezelf kunt komen houdt je weg bij jezelf.

92. Je moest eens vergeten

You would be amazed at who people are once you know yourself.

Omkering 1

Katie: Je moest eens weten wie mensen zijn als je eenmaal weet wie je zelf bent.

Hans: Je moest eens weten wie mensen zijn als je niet meer weet wie je zelf bent.

Omkering 2

Katie: Je moest eens weten wie mensen zijn als je eenmaal weet wie je zelf bent.

Hans: Je moest eens weten wat mensen zijn als je niet meer weet wat je zelf bent.

Omkering 3

Katie: Je moest eens weten wie mensen zijn als je eenmaal weet wie je zelf bent.

Hans: Je moest eens weten wie je bent als je niet meer weet wie mensen zijn.

Omkering 4

Katie: Je moest eens weten wie mensen zijn als je eenmaal weet wie je zelf bent.

Hans: Je moest eens vergeten wie mensen zijn en wie je zelf bent.

Geknielde man met darmen uit zijn buik.
Je moest eens weten wat mensen zijn als je niet meer weet wat je zelf bent.

Blogje bij deze tekening.

93. Wat laat jij je wijsmaken?

Katie: Nooit naar anderen luisteren!

Hans: Je kunt me nog meer vertellen.

Lees ook de preken van Linji.

94. Wat heeft hele kleine oren en een hele grote mond?

Katie: Je hoeft alleen maar naar je hart te luisteren.

Hans: Als je maar niet denkt dat het naar jou luistert.

Silhouet van een hart dat met een stethoscoop naar zichzelf luistert.

95. Waarom je niet altijd naar je hart moet luisteren

Katie: Je hoeft alleen maar naar je hart te luisteren.

Hans: En als het tegenstrijdige dingen roept?

Katie: Dan niet natuurlijk.

Hans: En als het steeds iets anders roept?

Katie: Dan niet natuurlijk.

Hans: En als het begint te schreeuwen?

Katie: Dan niet natuurlijk.

Hans: En als het zit te mummelen?

Katie: Dan niet natuurlijk.

Hans: En als het in alle talen zwijgt?

Katie: Dan niet natuurlijk.

Hans: Wanneer dan wel?

96. Autoriteiten zonder gezag

Omkering 1

Katie: De enige autoriteit ben je zelf.

Hans: Dat moet ik van je aannemen.

Omkering 2

Katie: De enige autoriteit ben je zelf.

Hans: En ik dan?

Omkering 3

Katie: De enige autoriteit ben je zelf.

Hans: En jij dan?

Omkering 4

Katie: De enige autoriteit ben je zelf.

Hans: Vroeger misschien.

Katie: Waarom nu niet meer?

Hans: Ik trap er niet meer in.

Katie: Ik bedoelde het ware Zelf.

Hans: Ik trap er niet meer in.

Omkering 5

Katie: De enige autoriteit ben je zelf.

Hans: Wie zegt dat er een autoriteit is?

Katie: Wou jij beweren van niet?

Hans: Alsof ik wat wou beweren.

Katie: Wat als er geen autoriteit is?

Hans: Dan hoeven we ook niet te doen alsof.

Katie: Maar is er nou een autoriteit of niet?

Hans: Het is maar net aan wie je het vraagt.

Katie: Daar ben ik het niet mee eens.

Hans: Daar heb je het al.

Silhouet van een borstbeeld van Byron Katie.
‘De enige autoriteit ben je zelf.’

97. Oost-Indische wijsheid

Katie: Ikzelf ben het antwoord.

Hans: Dan ben ik wel weer de vraag.

Katie: Nee, laat mij dan maar de vraag zijn.

Hans: Dan ben ik wel weer Oost-Indisch doof.

Katie: Nee, laat mij dan maar Oost-Indisch doof zijn.

Hans: Dan ben ik wel weer het antwoord.

Katie: Maar dan kan ik het niet meer horen.

Hans: Dan ben ik wel weer de vraag.

98. Doorvragen tot de antwoorden uitblijven

Asking the questions – that’s what changes lives. Every cell in your body is awake with inquiry. And you cannot believe the old thoughts again.

Katie: De vier vragen stellen, brandend van nieuwsgierigheid, dat is wat je leven verandert. En je kunt je oude gedachten nooit meer geloven.

Hans: Vragen stellen is het halve werk, maar hoe krijg je jezelf zo gek? Waar haal je die nieuwsgierigheid zo gauw vandaan? En als de antwoorden je oude gedachten bevestigen blijf je ze gewoon geloven. Dan verandert er niets.

Katie: Als je oprecht Het Werk doet is het onmogelijk dat je in je oude gedachten blijft geloven.

Hans: Als je oprecht Het Werk doet is het heel goed mogelijk dat je in je oude gedachten blijft geloven, er zelfs nog dieper in gaat geloven. Als je vragen nieuwe antwoorden opleveren is het heel goed mogelijk dat je daarin gaat geloven en verandert er wezenlijk niets.

Katie: Wat verandert volgens jou wel iets?

Hans: Vragen stellen en je antwoorden blijven bevragen tot ze uitblijven. Dan kun je je oude gedachten niet meer geloven. Dan kun je je nieuwe gedachten niet meer geloven. Dan kun je de gedachten van Byron Katie niet meer geloven. Dan kun je de gedachten van Hans van Dam niet meer geloven. Dan kun je deze gedachten niet meer geloven.

Katie: Is dat wat jouw leven heeft veranderd?

Hans: Voor zover ik weet.

Katie: Voorgoed?

Hans: Voor zolang het duurt.

Katie: Door vragen te stellen tot de antwoorden uitblijven?

Hans: Voor zolang ze uitblijven.

Katie: Dat klinkt wel erg ongewis.

Hans: En hoe krijg je jezelf zo gek.

99. Dromen van het einde van het dromen

Life is the constant opportunity to wake up.

Katie: Leven is een eindeloze gelegenheid om te ontwaken.

Hans: Ook uit de droom van ontwaken.

Slaapwandelende monnik.
Een eindeloze gelegenheid om te ontwaken.

100. Doelen zijn netten: ze houden de bal tegen

Omkering 1

Katie: Alle problemen hebben maar één doel, jouw zelfrealisatie.

Hans: Zelfrealisatie is het probleem.

Omkering 2

Katie: Alle problemen hebben maar één doel, jouw zelfrealisatie.

Hans: Zelfrealisatie heeft maar één probleem, het doel.

Omkering 3

Katie: Alle problemen hebben maar één doel, jouw zelfrealisatie.

Hans: Alle problemen hebben maar één oorzaak, het doel.

Omkering 4

Katie: Alle problemen hebben maar één doel, jouw zelfrealisatie.

Hans: Alle doelen hebben maar één probleem, jouw zelfverheffing.

101. Hechten aan onthechting

Omkering 1

We don’t attach to things, we attach to our stories about them.

Katie: We hechten niet aan dingen, we hechten aan onze verhalen erover.

Hans: Goed verhaal.

Katie: Dank je.

Hans: Hecht je eraan?

Omkering 2

Katie: We hechten niet aan dingen, we hechten aan onze verhalen erover.

Hans: We hechten niet aan onze verhalen over dingen, we hechten aan onze gedachten over onze verhalen erover.

Omkering 3

It’s not our thoughts but our attachment to our thoughts that causes suffering.

Katie: Het zijn niet onze gedachten, het is onze gehechtheid eraan die lijden veroorzaakt.

Hans: Mooie gedachte.

Katie: Dank je.

Hans: Hecht je eraan?

Omkering 4

Katie: Het zijn niet onze gedachten, het is onze gehechtheid eraan die lijden veroorzaakt.

Hans: Het is niet onze gehechtheid maar onze gehechtheid aan onthechting die lijden veroorzaakt.

102. Zijn kunstgebitten giftig?

A thought is harmless unless we believe it. It’s not our thoughts but our attachment to our thoughts that causes suffering. Attaching to a thought means believing that it’s true without inquiring. A belief is a thought that we’ve been attaching to, often for years.

Katie: Het zijn niet onze gedachten, het is onze gehechtheid eraan die lijden veroorzaakt.

Hans: Is dat waar?

Katie: Aan een gedachte hechten betekent erin geloven zonder hem te onderzoeken.

Hans: Geloof je dat of heb je het onderzocht?

Katie: Een geloof is een gedachte waar we aan gehecht zijn, vaak jarenlang.

Hans: Hoelang draag je deze gedachten nu al uit?

Katie: Een gedachte is onschadelijk tenzij we erin geloven.

Hans: Sommige gedachten zijn schadelijk tenzij we erin geloven.

Katie: Wat voor gedachten bijvoorbeeld?

Hans: Ware gedachten bijvoorbeeld. Dat de stelligheid waarmee een stelling wordt geponeerd niet bewijst dat hij waar is. Dat we zonder hulpmiddelen niet kunnen vliegen. Dat vliegenzwammen giftig zijn en kunstgebitten knellen.

Katie: Daar zeg je zowat.

Hans: Zelfs als we eronder lijden of eraan gehecht raken.

Katie: Laat ik het dan zo zeggen, het zijn niet onze onware gedachten, het is onze gehechtheid eraan die lijden veroorzaakt.

Hans: Is dat waar?

103. Bewaarheid onze vrijheid, bevrijd ons van de waarheid

Do you want to be right more than you want to know the truth? It’s the truth that set me free. Acceptance, peace, and less attachment to a world of suffering are all effects of doing The Work.

Katie: Wat vind je belangrijker, gelijk hebben of de waarheid kennen?

Hans: Die retorische vragen van jou altijd. Wie trapt daar nog in?

Katie: Ik zeg, het is de waarheid die me heeft bevrijd.

Hans: Dan zeg ik, het is de waarheid waarvan ik ben bevrijd.

Katie: Aanvaarding, vrede en minder gehechtheid aan een wereld vol leed zijn allemaal gevolgen van Het Werk.

Hans: Minder gehechtheid aan aanvaarding, vrede en onthechting zijn allemaal kenmerken van niet-weten.

104. Een spitse geest is afgestompt

If people are living their lives for security and comfort and pleasure, then mind’s every waking moment will be plotting those things. That’s how it stays identified – as a body, as a you.

Katie: Als mensen gespitst zijn op veiligheid, gemak en plezier zal hun geest daar de hele dag mee bezig zijn. Zo blijft hij gebonden – aan een lichaam, aan een jou.

Hans: Als mensen gespitst zijn op onvoorwaardelijke liefde en ononderbroken geluk zal hun geest daar de hele dag mee bezig zijn. Zo blijft hij gebonden – aan Het Werk, aan jou.

Katie: Wat is er volgens jou voor nodig om de geest volledig te bevrijden?

Hans: Als mensen gespitst zijn op volledige vrijheid zal hun geest daar de hele dag mee bezig zijn.

Katie: Zou het beter zijn als het denken ongehinderd zijn gang kon gaan?

Hans: Als mensen gespitst zijn op een denken dat ongehinderd zijn gang kan gaan zal hun geest daar de hele dag mee bezig zijn.

Katie: Nergens op gespitst zijn is het devies.

Hans: Als mensen een devies proberen te volgen zal hun geest daar de hele dag mee bezig zijn.

Katie: Jij bent toch ook de hele dag bezig met niet-weten?

Hans: Wie niet weet is volledig afgestompt.

Januskop van Katie met punthoofd en Hans met stompe kop.
De spitse geest en de afgestompte geest.

105. Geen enkel leven is geen leven

When safety is our priority, we live our lives being very, very careful and we wind up having no lives.

Katie: Als we uit zijn op veiligheid leven we heel voorzichtig en hebben we helemaal geen leven.

Hans: Als we uit zijn op veiligheid leven we heel voorzichtig en is dat ons leven.

106. Met een goed geloof en een kurken ziel drijf je de zee over

There is no security for those who seek it outside of themselves.

Katie: Er bestaat geen veiligheid voor mensen die haar buiten zichzelf zoeken.

Hans: Waar moeten we haar dan zoeken?

Katie: In onszelf natuurlijk.

Hans: Er bestaat geen veiligheid voor mensen die haar in zichzelf zoeken.

Katie: Waar moeten we haar dan zoeken?

Hans: Er bestaat geen veiligheid voor mensen die haar zoeken.

Katie: Er bestaat alleen veiligheid voor mensen die haar niet zoeken?

Hans: Er bestaat geen veiligheid voor mensen die haar niet zoeken.

Katie: Voor wie bestaat er dan wel veiligheid?

Hans: Voor mensen die erin geloven.

Katie: Er bestaat alleen veiligheid voor mensen die in veiligheid geloven?

Hans: Voor zolang het duurt.

Monnik die mediterend de afgrond in loopt.
Er bestaat geen veiligheid voor mensen die haar in zichzelf zoeken.

107. Dromen van de Realiteit

Katie: Iemand die bij iedere vervelende gedachte meteen Het Werk doet ziet steeds de Realiteit onder ogen.

Hans: En de plezierige gedachten dan?

Katie: Daar heb je geen Werk aan.

Hans: Als je bij iedere vervelende gedachte meteen Het Werk doet hou je alleen de niet-onderzochte, plezierige gedachten over?

Katie: Zo is het.

Hans: Noem dat maar de Realiteit.

108. Wat ik zonder ogen zie

Katie: Iemand die bij iedere vervelende gedachte meteen Het Werk doet ziet steeds de Realiteit onder ogen.

Hans: De wat?

Katie: De werkelijkheid zoals hij is en niet zoals je wilt dat hij is.

Hans: Dat mocht je willen.

Katie: Hoe ziet jouw werkelijkheid eruit?

Hans: Mijn wat?

Katie: De werkelijkheid van een grenzeloos niet-weten.

Hans: Van een wat?

Katie: Doe niet zo flauw.

Hans: Ik zie wat ik zie maar wat het betekent weet ik niet.

Katie: Dat klinkt niet als de Realiteit.

Hans: Ik heb mijn handen vol aan de realiteit.

Katie: Maar wat zie jij dan onder ogen?

Hans: Dat.

109. Vonnis van de oprechter

Katie: Mits oprecht uitgevoerd bevrijdt Het Werk je van alle gedachten.

Hans: Dan ook van deze.

Katie: Wat?

Hans: Wat?

Katie: Wou jij beweren dat Het Werk niet werkt?

Hans: En ook van die.

Katie: Zo hou je niets over.

Hans: Mits oprecht uitgevoerd.

110. Wie zijn gedachten niet gelooft is van zijn vragen beroofd

Omkering 1

Katie: Als je je gedachten niet gelooft ben je alles.

Hans: En als je gelooft dat je je gedachten niet gelooft?

Omkering 2

Katie: Als je je gedachten niet gelooft ben je alles.

Hans: En als je niet gelooft dat je je gedachten niet gelooft?

Omkering 3

Katie: Als je je gedachten niet gelooft ben je alles.

Hans: En als je niet gelooft dat je alles bent?

Omkering 4

Katie: Als je je gedachten niet gelooft ben je alles.

Hans: En als je jou niet gelooft?

111. Wie zijn gedachten niet gelooft is van zijn denkkracht beroofd

Omkering 1

Katie: Als je je gedachten niet gelooft ben je alles.

Hans: Alles is ook maar een gedachte.

Omkering 2

Katie: Als je je gedachten niet gelooft ben je alles.

Hans: Als je je gedachten niet gelooft weet je niet wat je bent.

Omkering 3

Katie: Als je je gedachten niet gelooft ben je alles.

Hans: Als je je gedachten niet gelooft weet je niet dat je bent.

Omkering 4

Katie: Als je je gedachten niet gelooft ben je alles.

Hans: Als je je gedachten niet gelooft dan niets.

112. Wie zijn gedachten niet gelooft is van zijn geloofwaardigheid beroofd

I love what I think and I’m never tempted to believe it. Thoughts are like the wind or the leaves on the trees or the raindrops falling. They’re not personal, they don’t belong to us, they just come and go. When they’re met with understanding, they’re friends.

Katie: Ik hou van mijn gedachten en ik kom nooit in de verleiding om ze te geloven.

Hans: Geloof je dat?

Katie: Nee, natuurlijk niet.

Hans: Waarom val je mij er dan mee lastig?

Katie: Gedachten zijn niet persoonlijk, ze zijn niet van ons, ze komen en ze gaan.

Hans: Geloof je dat?

Katie: Nee, natuurlijk niet.

Hans: Waarom val je mij er dan mee lastig?

Katie: Als je gedachten met begrip bejegent zijn het vrienden.

Hans: Geloof je dat?

Katie: Nee, natuurlijk niet.

Hans: Waarom val je mij er dan mee lastig?

Katie: Gedachten zijn als de wind of de bladeren aan de bomen of vallende regendruppels.

Hans: Geloof je dat?

Katie: Nee, natuurlijk niet.

Hans: Waarom val je mij er dan mee lastig?

Silhouet van een figuur met paraplu met vlak erboven een enorme druppel.
Gedachten zijn als vallende regendruppels.

113. De eindeloze oorlog die een eind moet maken aan de oorlog

As long as we believe our own war-driven thoughts, there will always be war, in ourselves, in our families, and in our world. As long as we believe our thoughts, there will always be war.

Omkering 1

Katie: Zolang we onze gedachten geloven zal er oorlog zijn.

Hans: Zolang we dat geloven zullen we oorlog voeren met onze gedachten.

Silhouet van een figuur dat zijn hoofd in een kanon steekt of waarvan het hoofd een kanonskogel is.
Oorlog voeren met onze gedachten.

Omkering 2

Katie: Er zal pas vrede zijn, in onszelf, in onze families en in de wereld, als we onze gedachten niet meer geloven.

Hans: Zolang we de gedachte geloven dat er pas vrede zal zijn als er iets verandert zullen we oorlog voeren.

114. Waar het graf vol van is loopt de mond van over

The person who finds peace inside and lives it is the one who teaches what true peace is.

Katie: Degene die rust vindt in zichzelf en ernaar leeft is degene die predikt wat ware vrede is.

Hans: Degene die rust vindt in zichzelf of waar dan ook is degene die predikt wat hij denkt dat ware vrede is.

Silhouet van een predikant met maden uit zijn mond.
Waar het graf vol van is loopt de mond van over.

115. Denken dat gedachten de hel zijn

Katie: De hel, dat zijn je gedachten.

Hans: De hel is ook maar een gedachte.

Katie: Wat?

Hans: Dat je gedachten de hel zijn is ook maar een gedachte.

Katie: Verdraaid.

Hans: Dat de hel ook maar een gedachte is ook.

Katie: Jeetje.

Hans: Dat het maar een gedachte is dat je gedachten de hel zijn ook.

Katie: Geloof jij dan geen enkele gedachte?

Hans: Dat kan ik wel denken, maar geloof ik het ook?

Katie: Weet je wat ik zo langzamerhand begin te denken?

Hans: Het volgende Katieïsme, zou ik denken.

Katie: De hel, dat is je gedachten niet geloven.

Hans: Of is dat ook maar een gedachte?

116. De taak van de geest die er nooit is geweest

The mind’s job is to validate what it thinks.

Katie: De taak van de geest is te valideren wat hij denkt.

Hans: Denk je dat of heb je het gevalideerd?

Katie: Dat denk ik. Wat denk jij?

Hans: Ja, wat niet.

Katie: Bijvoorbeeld?

Hans: De taak van de geest is te bezweren wat hij vreest?

Katie: Denk je dat of heb je het gevalideerd?

Hans: De taak van de geest is te lezen wat hij leest?

Katie: Ik lees nooit iets, ik haal alles uit mezelf.

Hans: De taak van de geest is te herdenken wat is geweest?

Katie: Denk je dat?

Hans: Ik vraag dat.

Katie: Dan hoef je het ook niet te valideren, veronderstel ik.

Hans: Want ik weet niet wat de taak van de geest is.

Katie: Dat heb ik je anders net verteld.

Hans: Ik kan anders nog wel duizend taken bedenken.

Katie: Typisch de geest.

Hans: Ik weet niet eens of de geest wel een taak heeft.

Katie: Waarom twijfel je daaraan?

Hans: Wie zou hem die dan gegeven moeten hebben?

Katie: De geest zelf, zou ik denken.

Hans: Ik weet niet eens of de geest wel bestaat.

Katie: Jij let wel op, hè?

Hans: Maar om dat nou valideren te noemen?

Katie: Hoe zou jij het noemen?

Hans: Ik zou het ook niet weten.

117. Als je mensen rust biedt, kijk dan eens naar de aannames die je verdedigt

If you want to enter a state of grace, question the assumption you’re defending right now.

Omkering 1

Katie: Als je rust zoekt, kijk dan eens naar de aanname die je op dit moment verdedigt.

Hans: Je neemt aan dat ik op dit moment een aanname verdedig.

Omkering 2

Katie: Als je rust zoekt, kijk dan eens naar de aanname die je op dit moment verdedigt.

Hans: Je neemt aan dat mijn onrust te maken heeft met de aanname die ik op dit moment verdedig.

Omkering 3

Katie: Als je rust zoekt, kijk dan eens naar de aanname die je op dit moment verdedigt.

Hans: Je neemt aan dat de aanname die ik op dit moment verdedig onverdedigbaar zal blijken te zijn.

Omkering 4

Katie: Als je rust zoekt, kijk dan eens naar de aanname die je op dit moment verdedigt.

Hans: Je neemt aan dat ik dan rust zal vinden.

Omkering 5

Katie: Als je rust zoekt, kijk dan eens naar de aanname die je op dit moment verdedigt.

Hans: En als ik ruzie zoek?

Katie: Waarom zou je ruzie zoeken?

Hans: Omdat ik daar rustig van wordt?

Omkering 6

Katie: Als je rust zoekt, kijk dan eens naar de aanname die je op dit moment verdedigt.

Hans: Als je rust biedt, kijk dan eens naar de aannames die je op dat moment verdedigt.

118. Ben je bereid ergens niet toe bereid te zijn?

Katie: Ik wil altijd wat er is.

Hans: Hoe merk je dat?

Katie: Ik ben overal toe bereid. Ik zie overal naar uit.

Hans: Ik niet hoor.

Katie: Vooral naar het allerergste.

Hans: Toe maar. Waarom?

Katie: Omdat iedere tegenslag een uitnodiging is om aan Het Werk te gaan, en Het Werk uiteindelijk tot zelfrealisatie leidt.

Hans: Waarom zie je vooral uit naar het allerergste?

Katie: Hoe groter de tegenslag, hoe effectiever Het Werk.

Hans: Geef eens een voorbeeld van wat voor jou het allerergste zou zijn.

Katie: Even denken…

Hans: ‘Ik ben bereid…’

Katie: Ik ben bereid failliet te gaan. Ik ben bereid uitgelachen te worden. Ik ben bereid vervolgd te worden. Ik ben bereid…

Hans: Ergens niet toe bereid te zijn?

Katie: Wát?

Hans: Je bent overal toe bereid maar ben je ook bereid ergens niet toe bereid te zijn?

Katie: Absoluut niet.

Hans: Waarom niet?

Katie: Omdat ik altijd wil wat er is.

Hans: ‘Ik zie ernaar uit…’

Katie: Ik zie ernaar uit borstkanker te krijgen. Ik zie ernaar uit mijn kleinkind te verliezen. Ik zie ernaar uit mijn stem te verliezen. Ik zie ernaar uit…

Hans: Ergens niet naar uit te zien?

Katie: Zit je mij in de maling te nemen?

Hans: Je ziet overal naar uit maar zie je er ook naar uit ergens niet naar uit te zien?

Katie: Absoluut niet.

Hans: Dan wil je niet altijd wat er is.

119. Een tegenslag die niet meevalt

Katie: Ik hou van tegenslag.

Hans: Waarom?

Katie: Iedere tegenslag is een uitnodiging om Het Werk te doen.

Hans: Is dat waar?

Katie: Nou en of.

Hans: Kun je dat absoluut zeker weten?

Katie: Niet absoluut zeker.

Hans: Hoe voelt het als die gedachte waar zou zijn?

Katie: Heerlijk.

Hans: Waarom?

Katie: Omdat tegenslag dan ergens goed voor is.

Hans: Kun je een neutrale of stressvolle reden vinden om aan die gedachte vast te houden?

Katie: Niet één.

Hans: Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Katie: Ik zou het veel moeilijker vinden om met tegenslag om te gaan.

Hans: Dat zou nog eens een tegenslag zijn.

Katie: Een grotere is nauwelijks denkbaar.

Hans: Des te beter.

Katie: Waarom?

Hans: Iedere tegenslag is een uitnodiging om Het Werk te doen, zei je toch?

Silhouet van een rennend figuurtje onder een vallend blok.
Iedere tegenslag is een uitnodiging om Het Werk te doen.

120. Het leven is eenvoudig ingewikkeld

Life is simple. Everything happens for you, not to you. Everything happens at exactly the right moment, neither too soon nor too late. You don’t have to like it… it’s just easier if you do.

Katie: Het leven is eenvoudig.

Hans: Het leven is ingewikkeld.

Katie: Alles gebeurt voor jou, niet met jou.

Hans: Dingen lijken nu eens te gebeuren voor jou, dan weer met jou, binnen jou, buiten jou, tegen jou of zonder jou.

Katie: Alles gebeurt precies op het goede moment, niet te vroeg, niet te laat.

Hans: Dingen gebeuren nu eens te vroeg, dan weer te laat of op tijd, of ze gebeuren te vroeg in het ene opzicht, te laat in het andere en op tijd in een derde.

Katie: Je hoeft het niet prettig te vinden maar het is makkelijker van wel.

Hans: Je zou het prettig willen vinden maar makkelijk is het niet.

Katie: En daarom noem ik het leven eenvoudig.

Hans: En daarom noem ik het leven ingewikkeld.

Grote kubus waar beentjes onderuit komen.
Alles gebeurt voor jou, niet met jou.

121. Alles gebeurt precies op tijd, te vroeg en te laat

Everything happens at exactly the right moment, neither too soon nor too late.

Katie: Alles gebeurt precies op het goede moment, niet te vroeg, niet te laat.

Hans: Niets gebeurt op tijd, te vroeg of te laat, dat maakt het denken ervan.*

* ‘Nothing is either good or bad but thinking makes it so’, laat Shakespeare Hamlet zeggen.

Katie: Ik wou dat ik dat had gezegd.

Hans: Ga je gang.

Katie: Niets gebeurt op tijd, te vroeg of te laat, dat maakt het denken ervan.

Hans: Is dat waar of maakt jouw denken dat ervan?

Silhouet van de big ben met een man die aan de grote wijzer hangt.
Alles gebeurt precies op tijd,
te vroeg en te laat.

122. Alles komt precies op tijdbom

Everything happens at exactly the right moment.

Katie: Alles komt precies op tijd.

Hans: Is dat een positieve gedachte of een negatieve?

Katie: Een positieve natuurlijk.

Hans: Hoe voelt het als die gedachte waar zou zijn?

Katie: Fijn.

Hans: Waarom?

Katie: Omdat ik me dan nergens meer druk over hoef te maken.

Hans: Hoe voelt het als die gedachte onwaar zou zijn?

Katie: Naar.

Hans: Waarom?

Katie: Omdat ik me dan toch weer overal druk om moet maken.

Hans: Dus de ene keer krijg je er een fijn gevoel van, de andere keer een naar gevoel?

Katie: Gek eigenlijk.

Hans: Afhankelijk van de vraag of je er wel of niet in gelooft.

Katie: Daar komt het wel op neer.

Hans: Wie bepaalt of je er wel of niet in gelooft?

Katie: Ik in elk geval niet.

Hans: Hoe weet je dat?

Katie: Anders zou ik er wel steeds in geloven.

Hans: Waarom?

Katie: Vanwege dat lekkere gevoel natuurlijk.

Hans: Is ‘alles komt precies op tijd’ nou een positieve gedachte of een negatieve?

Katie: Op zichzelf beschouwd?

Hans: Nou?

Katie: Ik zou het ook niet weten.

Hans: Moet je er dan mee aan Het Werk of niet?

Katie: Tja.

Hans: Goed Werk.

Silhouet van een figuur met een brandende bom aan zijn enkel.
Alles komt precies op tijdbom.

123. Lijden is fijn want het bestaat

Katie: Ik ben een liefhebber van de realiteit. Ik wil wat er is.

Hans: Waarom doe je dan Het Werk?

Katie: Om een einde te maken aan mijn lijden natuurlijk.

Hans: Wat er is maakt toch deel uit van de realiteit?

Katie: Jazeker.

Hans: Lijden is toch wat er is?

Katie: Jawel.

Hans: Ben je daar dan geen liefhebber van?

124. Pijn is goed want dan neem je een aspirientje

De zin van ziek zijn.

Katie: Lijden is goed want het zet me aan Het Werk.

Hans: En Het Werk?

Katie: Het Werk is goed want het maakt een einde aan mijn lijden.

Hans: Dus lijden is goed want dan kun je er een eind aan maken?

Katie: Wat?

Hans: Pijn is goed want dan neem je een aspirientje?

Katie: …

Hans: Brand is goed want dan komt de brandweer?

Katie: …

Hans: Oorlog is goed want dan kunnen we vluchten?

Katie: …

Hans: Zwijgen is goed want dan zeg je niks verkeerd?

Katie: …

Hans: Byron Katie is goed want ze houdt ons aan Het Werk.

Silhouet van een meditator op een spijkerbed.
Lijden is goed want dan kun je er een eind aan maken.

125. Een Halve Geruststelling is het Halve Werk

You’re never given more pain than you can handle. You never, ever get more than you can take.

Katie: Je krijgt nooit meer pijn dan je aankan.

Hans: Zei de junk en spoot zich dood.

126. De vrouw zonder Werk

When we believe in our thoughts, when we tell ourselves a story, we suffer. ‘My husband doesn’t respect me.’ ‘I should be thinner.’ Those are stories. When there’s no story, there’s no suffering.

Katie: Als we onze gedachten geloven, als we onszelf een verhaal vertellen, lijden we.

Hans: Dat is jouw verhaal.

Katie: ‘Mijn echtgenoot respecteert me niet.’ ‘Ik ben te zwaar.’ Het zijn maar verhalen.

Hans: Dat het maar verhalen zijn ook.

Katie: Zonder verhaal geen lijden.

Hans: En nog een. Lijd je eronder?

Katie: Wie zou je zijn zonder verhaal?

Hans: Dat weet ik niet maar dat wist ik toch al niet.

Katie: O.

Hans: Maar wie jij zou zijn zonder verhaal weet ik wel.

Katie: Wie dan?

Hans: De vrouw zonder Werk.

127. Rode konen, blauwe ogen en verstopte vaten

Katie: Als we onze gedachten geloven, als we onszelf een verhaal vertellen, lijden we.

Hans: Sommige mensen lijden als ze hun gedachten niet geloven of zichzelf geen verhaal vertellen.

Katie: ‘Mijn echtgenoot respecteert me niet.’ ‘Ik ben te zwaar.’ Het zijn maar verhalen.

Hans: Maar het ene verhaal is het andere niet.

Katie: Hoe bedoel je?

Hans: Sneeuwwitje is zo’n verhaal waar je rode konen van krijgt. Geweld is zo’n verhaal waar je blauwe ogen van krijgt. Vetzucht is zo’n verhaal waar je verstopte vaten van krijgt.

Katie: En?

Hans: Dan is het einde verhaal.

Silhouet van een hele dikke Sneeuwwitje in een glazen kist met de silhouetten van de extra kleine zeven dwergen ervoor.
Zo’n verhaal waar je verstopte vaten van krijgt.

128. Wat als het leven gewoon gebeurt?

Life just happens. It’s what you’re believing about life that makes you suffer.

Katie: Het leven gebeurt gewoon.

Hans: Geloof je dat?

Katie: Het is wat je over het leven gelooft dat je doet lijden.

Hans: Als het leven gewoon gebeurt zal iets over het leven geloven ook wel gewoon gebeuren.

Katie: Hè?

Hans: Dan zal lijden ook wel gewoon gebeuren.

Katie: Dat bedoel ik niet.

Hans: Dan zal geloven dat het is wat je over het leven gelooft wat je doet lijden ook wel gewoon gebeuren.

Katie: Maar aan dat laatste kun je tenminste wat doen.

Hans: Geloven dat je aan dat laatste tenminste wat kunt doen zal dan ook wel gewoon gebeuren.

Katie: Ik doel op Het Onderzoek.

Hans: Het Onderzoek zal dan ook wel gewoon gebeuren.

Katie: Mooi toch?

Hans: Of het gebeurt gewoon niet, want dat zal toch ook wel eens gebeuren.

Katie: Als Het Onderzoek niet vanzelf gebeurt moet je het gewoon zelf laten gebeuren.

Hans: Dat zal nog niet meevallen als het leven gewoon gebeurt.

Katie: Dat is ook weer zo.

Hans: Tenzij het gewoon vanzelf gebeurt dat je Het Onderzoek gewoon zelf laat gebeuren.

Katie: Ik geloof niet dat ik je nog kan volgen.

Hans: Dat gebeurt wel vaker, meestal vanzelf.

Katie: Je kunt toch niet ontkennen dat wat je over het leven gelooft je soms doet lijden?

Hans: Nee, ik kan niet ontkennen dat wat je over het leven gelooft je soms doet lijden. Ik kan ook niet ontkennen dat wat je over het leven gelooft je soms doet genieten. Ik kan ook niet ontkennen dat wat je over het leven gelooft je soms doet lijden én genieten of lijden noch genieten. En ik kan ook niet ontkennen dat het leven zelf je soms doet lijden of genieten of beide of geen van beide, wat je ook gelooft of niet gelooft.

Katie: En wat dan nog?

Hans: Dat bedoel ik.

129. Wat als gedachten gewoon verschijnen?

In my experience we don't make thoughts appear, they just appear. One day I noticed that their appearance just wasn't personal. Noticing that really makes it simpler to inquire.

Katie: In mijn ervaring doen we geen gedachten verschijnen, ze verschijnen gewoon.

Hans: Geldt dat ook voor deze?

Katie: Op een dag viel het me op dat hun verschijning niet persoonlijk was.

Hans: Geldt dat ook voor deze?

Katie: Dát weten maakt het makkelijker om ze te onderzoeken.

Hans: Geldt dat ook voor deze?

Katie: Ja, dat zeg ik toch?

Hans: Als we gedachten niet doen verschijnen, wie staat er dan nog voor in?

Katie: Niemand, wat het des te makkelijker maakt om Het Werk te doen.

Hans: Maar als gedachten gewoon verschijnen dan verschijnen de gedachten van Het Werk toch ook gewoon?

Katie: Wat?

Hans: Wie staat er dan nog voor in?

Katie: Niemand, dat zeg ik toch?

Hans: Hoe weet je dan of je antwoorden en omkeringen waar zijn?

Katie: Nou…

Hans: Je Katieïsmen?

Katie: …

Hans: Dit gesprek?

Katie: …

Hans: Waarom dan al dat Werk?

Katie: …

Hans: Ik dacht al zoiets.

130. Lijden is een keuze, is dat waar?

I discovered that when I believed my thoughts, I suffered, but when I didn’t believe them, I didn’t suffer, and that this is true for every human being. Freedom is as simple as that. I found that suffering is optional.

Katie: Ik ontdekte dat ik leed als ik mijn gedachten geloofde en dat ik niet leed als ik ze niet geloofde, en dat dit geldt voor iedereen.

Hans: Mij heb je het nooit gevraagd.

Katie: En dat dit geldt voor bijna iedereen.

Hans: Bijna iedereen heb je nooit gezien.

Katie: En dat dit geldt voor bijna iedereen die ik ooit heb gezien.

Hans: De meesten van hen heb je nooit gesproken.

Katie: En dat dit geldt voor bijna iedereen die ik ooit heb gesproken.

Hans: Misschien zeiden ze alleen maar wat ze dachten dat jij wilde horen.

Katie: Jij je zin, ik weet niet of het geldt voor iedereen.

Hans: En geldt het ook voor niet-mentale vormen van lijden?

Katie: Hoezo?

Hans: Een zweer doet zeer, of je je gedachten gelooft of niet.

Katie: Ik heb het over gedachten.

Hans: Fijne gedachten geloven doet toch geen zeer?

Katie: Jij je zin, ik heb het over pijnlijke gedachten.

Hans: Denkleed.

Katie: Zo kun je dat noemen.

Hans: Dus je ontdekte dat je leed als je je pijnlijke gedachten geloofde en dat je niet leed als je ze niet geloofde, en bedacht dat je misschien niet de enige bent voor wie dat geldt?

Katie: Ja ja.

Hans: Kun je er volgens jou voor kiezen om je pijnlijke gedachten niet te geloven?

Katie: Dat denk ik niet, maar je kunt er wel voor kiezen om ze te onderzoeken.

Hans: Je kunt je gedachten onderzoeken – is dat waar?

Katie: Haha.

Hans: Nou?

Katie: Voor mij wel.

Hans: En als je niet op het idee komt om ze te onderzoeken?

Katie: Dan niet natuurlijk.

Hans: Zou jij je gedachten ook níet kunnen onderzoeken?

Katie: Nu niet meer, nee.

Hans: En toen je ze nog niet onderzocht, had je ze toen wel kunnen onderzoeken?

Katie: Ik denk het niet, nee.

Hans: En mensen met wanen en hallucinaties of middenin een psychose, kunnen die hun gedachten onderzoeken?

Katie: Niet middenin hun psychose.

Hans: En mensen met nachtmerries?

Katie: Niet middenin hun nachtmerrie.

Hans: En mensen die woedend zijn?

Katie: Niet middenin hun razernij.

Hans: En mensen die in paniek zijn?

Katie: Niet middenin hun angstaanval.

Hans: En zwakzinnigen, alzheimerpatiënten, mensen met hersenbeschadiging?

Katie: Zeg, blijf je aan de gang?

Hans: Er zijn dus pijnlijke gedachten die zich niet laten onderzoeken, of niet op het moment dat ze zeer doen?

Katie: Nou ja, dat komt inderdaad voor.

Hans: En iemand die het niet doet kan er op dat moment of in het algemeen mogelijk niet voor kiezen om het op dat moment wel te doen en omgekeerd?

Katie: Mij gaat het om de gevallen waarin je ervoor kunt kiezen om Het Onderzoek te doen en dat ook doet.

Hans: En als het onderzoek je gedachten bevestigt?

Katie: Haha.

Hans: Nou?

Katie: Dan heb je ze niet goed onderzocht.

Hans: Staat de uitkomst dan van te voren al vast?

Katie: Natuurlijk niet.

Hans: Dus het is denkbaar dat het onderzoek je gedachten bevestigt.

Katie: Toegegeven…

Hans: Stel dat je wel op het idee komt om je gedachten te onderzoeken en bereid bent om het te doen maar iets in jou of in je omstandigheden houdt het onderzoek tegen.

Katie: Wat dan?

Hans: Dat zou ik ook weleens willen weten.

Katie: Dan moet je onderzoeken wat het tegenhoudt.

Hans: Als iets het onderzoek tegenhoudt moet je dat onderzoeken?

Katie: Ik zie het probleem.

Hans: Dus er is best iets te doen aan denkleed als je tenminste op het idee komt je gedachten te onderzoeken, als je er tenminste geestelijk toe in staat bent, als er tenminste niets is in jou of in je omstandigheden dat het onderzoek in de weg staat, als het onderzoek je gedachten tenminste niet bevestigt?

Katie: Ik denk het.

Hans: Wat een verhaal.

Lees ook: Gouden bergen, gebakken licht.

131. Lijden is een begin, ik weet waar het eindigt

My job is the end of suffering.

Katie: Mijn missie is het einde van het lijden.

Hans: Niet-weten is het einde van je missie.

Katie: En het lijden dan?

Hans: Lijden is het begin van niet-weten.

Grafsteen met hersenen ervoor met een spade erin.
Het einde van het lijden.
Poort die uitziet op een sterrenhemel, met hersenen ervoor met een spade erin.
Het begin van niet-weten.

Blogje over deze tekening

132. Geesten doen het met zichzelf

1. The most important relationship is the mind's relationship with itself. In other words, the ultimate – and, really, the only – relationship you have is the relationship with your own thoughts.

2. Mind is everything. There's nothing that it's not.

Katie: De allerbelangrijkste relatie is die van de geest met zichzelf.

Hans: Klinkt als een bedenksel van de geest.

Katie: Met andere woorden, de ultieme – en eigenlijk de enige – relatie die je hebt is de relatie met je eigen gedachten.

Hans: Ik dacht dat jij je gedachten niet geloofde?

Katie: Dat doe ik ook niet.

Hans: Hoe kun je er dan intiem mee zijn?

Katie: Wat is jouw intiemste relatie?

Hans: Ik ben overal intiem mee. Of ik wil of niet.

Katie: O ja?

Hans: Met mijn kop en mijn mond, met mijn pik en mijn kont, met mijn eten en drinken, met de winkel en de boer, met mijn bacteriën en mijn schimmels, met de dokter en de tandarts en de apotheek, met mijn lief, met de taal, met mijn spulletjes, met mijn schrijfsels en mijn lezers, met de waterleiding en het riool, met burgers en met boeven, met muggen en met olifanten, met de bloemen, de lucht, de zon en de regen…

Katie: Je lijkt niet te beseffen dat alles geest is. Er is niets dat het niet is.

Hans: Ik dacht dat jij je gedachten niet geloofde?

Katie: Dat doe ik ook niet.

Hans: Hoe weet je dat dan allemaal?

133. Waarom de gedachten van Byron Katie nergens over gaan

Since the past is unreal and the future is unreal, all your thoughts are about nothing.

Katie: Aangezien het verleden niet echt is en de toekomst ook niet, gaan je gedachten eigenlijk nergens over.

Hans: Deze gedachte dan ook niet.

Katie: Maar wel voor degenen die denken dat hun gedachten ergens over gaan.

Hans: Is dat een reden om ze wijs te maken dat hun gedachten nergens over gaan?

Katie: Het doel heiligt het middel.

Hans: Doelen veronderstellen een toekomst, middelen een weg erheen.

Katie: Wat is het alternatief?

Hans: Waarom begin je er niet mee mensen wijs te maken dat jouw gedachten nergens over gaan?

Katie: Mensen bevrijden uit hun lijden is mijn missie.

Hans: Een missie veronderstelt een toekomst en een weg erheen.

Katie: Waarom begin jij er niet mee mensen wijs te maken dat jouw gedachten nergens over gaan?

Hans: Omdat ik niemand iets wijs wil maken.

Katie: Bedoel je dat je gedachten toch ergens over gaan?

Hans: Dat mag je helemaal zelf uitmaken.

134. Gaan de dingen zoals ze bedoeld zijn?

How do I know it was meant to happen this way? Because it did.

Katie: Hoe weet ik dat het ging zoals het bedoeld was?

Hans: Nou?

Katie: Omdat het zo ging.

Hans: Hoe weet ik dat het ging zoals het bedoeld was?

Katie: Nou?

Hans: Dat weet ik niet.

Katie: Hoe kun je dat nou niet weten?

Hans: Doordat ik niet weet hoe het bedoeld was.

Katie: Het moet wel zo bedoeld zijn, anders was het niet zo gegaan.

Hans: Ik weet niet eens wie of wat het bedoeld zou moeten hebben.

Katie: Dan zal het bedoeld zijn dat jij dat niet weet.

Hans: Ik weet niet eens of er wel zoiets of zo iemand is.

Katie: Idem dito.

Hans: Sterker nog, ik weet niet eens hoe het ging.

Katie: Wat?

Hans: Niemand is het er ooit over eens wat er gebeurd is of zelfs maar dat er iets gebeurd is. Het is maar net aan wie je het vraagt.

Katie: Je weet niet hoe het bedoeld is, je weet niet of het bedoeld is, je weet niet door wie of wat het bedoeld zou moeten zijn, je weet niet wat er gebeurd is of zelfs maar dat er iets gebeurd is?

Hans: Sorry hoor.

Katie: Hoe kun je er dan ooit vrede mee hebben?

Hans: Of onvrede.

Katie: Hè?

Hans: Wat?

Katie: Hoe kun je er dan ooit vrede of onvrede mee hebben?

Hans: Waarmee?

135. Hoe ik niet weet wat ik niet nodig heb

How do I know that I don’t need what I want? I don’t have it.

Omkering 1

Katie: Hoe weet ik dat ik wat ik wil, niet nodig heb?

Hans: Nou?

Katie: Ik heb het niet!

Hans: Hoe weet ik of ik wat ik wil, niet nodig heb?

Katie: Nou?

Hans: Ik weet het niet!

Omkering 2

Katie: Hoe weet ik dat ik wat ik niet wil, nodig heb?

Hans: Nou?

Katie: Ik heb het!

Hans: Hoe weet ik of ik wat ik niet wil, nodig heb?

Katie: Nou?

Hans: Ik weet het niet!

136. Onderzoeken of je Het Onderzoek nodig hebt

Katie: Hoe weet ik dat ik wat ik wil niet nodig heb?

Hans: Nou?

Katie: Ik heb het niet!

Hans: Hoe weet ik dat ik Het Onderzoek niet nodig heb?

Katie: Nou?

Hans: Ik doe het niet!

Katie: Jij doet het ook, maar dan op jouw manier.

Hans: Die heb ik niet!

Katie: Maar jij onderzoekt toch constant je gedachten?

Hans: Dat ben ik niet!

Katie: Wie doet het dan wel?

Hans: Dat weet ik niet!

Katie: Misschien moet je harder zoeken.

Hans: Misschien heb ik harder gezocht.

Spiegelbeeldige mannetjes die door een vergrootglas naar elkaar kijken.
Onderzoeken of je Het Onderzoek nodig hebt.

137. Waarom je nog iets anders zou willen dan wat er is

Omkering 1

Katie: Als je niets meer weet, waarom zou je dan nog iets anders willen dan wat er is?

Hans: Als je niets meer weet, waarom niet?

Omkering 2

Katie: Als je niets meer weet, waarom zou je dan nog iets anders willen dan wat er is?

Hans: Omdat iets anders willen dan wat er is er ook is?

Omkering 3

Katie: Als je niets meer weet, waarom zou je dan nog iets anders willen dan wat er is?

Hans: Vraag dat maar aan iemand die niets meer weet.

Katie: Zo iemand ben jij toch?

Hans: Als ik zo iemand was kon ik dat toch niet weten?

Katie: En als je het toch wist?

Hans: Dan was ik niet zo iemand.

138. De wereld als willoze voorstelling

Katie: Als je niets meer weet, waarom zou je dan nog iets anders willen dan wat er is?

Hans: Als je niets meer weet, waarom zou je dan nog willen wat er is?

Katie: Ja, waarom eigenlijk.

Hans: En wie zegt dat weten de grondslag van willen is?

Katie: In plaats van?

Hans: Onwetendheid, het onbewuste, genen, zenuwen, hormonen, reflexen, instincten, behoeften, drugs, drank, emoties, je moeder, de context, de omstandigheden, idealen, het geheel, de duivel, God…

Katie: Allemaal grondslagen van de wil?

Hans: Welke wil eigenlijk?

Katie: Bedoel je dat er geen wil is?

Hans: Als je niets meer weet, hoe moet je dat dan weten?

Silhouet van een Amsterdams geveltjeshuis op palen in de ruimte.
Grondslagen in de lucht.

139. Willen willen wat er is is willen wat er niet is

When I am perfectly clear, what is is what I want.

Katie: Als ik helemaal helder ben wil ik wat er is.

Hans: Helder of niet, willen is wat er is.

Katie: Maar de vraag is, welk willen.

Hans: Willen wat er is, willen wat er niet is, niet willen wat er is en niet willen wat er niet is.

Katie: Ik wil alleen nog maar willen wat er is.

Hans: Een typisch voorbeeld van willen wat er niet is.

Katie: En ik wil nooit meer willen wat er niet is.

Hans: Een typisch voorbeeld van niet willen wat er wel is.

Katie: Ik droom ervan dat ik nooit meer Het Werk hoef te doen doordat ik alleen nog maar wil wat er is.

Hans: Dan zul je nog steeds willen wat er niet is en niet willen wat er wel is.

Katie: Waarom in vredesnaam?

Hans: Dat is nou eenmaal wat er is.

140. Hoe het zou zijn als het niet zo was

What would it be like to let go of wanting things to be other than they are?

Katie: Hoe zou het zijn als je niet langer wilde dat dingen anders zijn dan ze zijn?

Hans: Hoe zou het zijn als je niet langer wilde dat dingen zijn wat ze zijn?

141. Waar Het Werk is is een wil

What would it be like to let go of wanting things to be other than they are?

Katie: Hoe zou het zijn als je niet langer wilde dat dingen anders zijn dan ze zijn?

Hans: Anders dan het is.

Katie: Hoezo?

Hans: Anders had je vraag geen zin.

Katie: Als je niet langer wil dat dingen anders zijn dan ze zijn moet je het Werk gaan doen.

Hans: Dan doe je Het Werk omdat je wil dat dingen anders zijn dan ze zijn.

Katie: Dat is ook weer zo.

Hans: Waarom probeer jij mensen aan Het Werk te krijgen?

Katie: Ik wil dat iedereen gelukkig is.

Hans: Hoe zou het zijn als je niet langer wilde dat dingen anders zijn dan ze zijn?

142. Ja zeggen tegen de realiteit

Katie: Ik zeg altijd ja tegen de realiteit.

Hans: Hoe bedoel je?

Katie: Ik wil alleen maar wat er is.

Hans: Willen wat er niet is en niet willen wat er wel is, hoe is het daarmee gesteld?

Katie: Daar zeg ik altijd nee tegen.

Hans: Waarom?

Katie: Dat is niet de realiteit.

Hans: Waarom zeg je dan wat terug?

143. Ja en nee zeggen tegen de realiteit

Katie: Ik zeg altijd ja tegen de realiteit.

Hans: Heb je weleens hoofdpijn?

Katie: Ja.

Hans: Neem je dan weleens een pijnstiller?

Katie: Ja.

Hans: Nou dan.

Katie: Ik zei toch twee keer ja?

Hans: Ja zeggen tegen hoofdpijn is nee zeggen tegen een pijnstiller.

Katie: Nou je het zegt.

Hans: En ja zeggen tegen een pijnstiller is nee zeggen tegen hoofdpijn.

Katie: Want ja zeggen tegen dit is nee zeggen tegen dat.

Hans: Ja.

Katie: En daar is niets aan te doen.

Hans: Nee.

144. Tja zeggen tegen de realiteit

Katie: Ik zeg altijd ja tegen de realiteit.

Hans: Waar zeg je dan nee tegen?

Katie: Mijn gedachten over de realiteit.

Hans: Geef eens een voorbeeld van zo’n gedachte.

Katie: Mensen mogen niet liegen.

Hans: Daar zeg je nee tegen?

Katie: Ja, want mensen liegen.

Hans: ‘Mensen liegen’ is de realiteit en ‘mensen mogen niet liegen’ is een gedachte?

Katie: Ja.

Hans: Het zijn toch allebei zinnen?

Katie: Jawel.

Hans: Zinnen zijn toch gewoon gedachten?

Katie: Jawel.

Hans: Gedachten zijn toch ook de realiteit?

Katie: Jawel.

Hans: Waar zeg je dan ja en nee tegen?

Katie: Tja.

145. Nee zeggen tegen de realiteit

Katie: Ik zeg altijd ja. Zelfs een uitgesproken nee is een innerlijk ja.

Hans: Er is geen groter nee dan een ja.

Katie: Wat?

Hans: Ja zeggen tegen iets is nee zeggen tegen al het andere.

Katie: Kan ik niet alleen maar ja zeggen?

Hans: Nee.

Katie: Maar ik wil helemaal geen nee zeggen.

Hans: Waarom niet?

Katie: Omdat ik ja wil zeggen tegen wat er is.

Hans: Nee is ook wat er is.

Katie: Nee zeggen tegen iets is toch ja zeggen tegen al het andere?

Hans: Nee zeggen tegen iets is alle andere mogelijkheden open houden.

Katie: Maar daarvoor heb ik wel eerst nee moeten zeggen.

Hans: Ja.

Katie: Dus er is geen enkele manier om alleen maar ja te zeggen?

Hans: Nee.

Katie: En er is ook geen enkele manier om alleen maar nee te zeggen?

Hans: Nee.

Katie: Is er dan tenminste een manier om alle mogelijkheden open te houden?

Hans: Nee.

Katie: Als ik ja én nee zeg, hou ik toch alle mogelijkheden open?

Hans: Nee.

Katie: Waarom niet?

Hans: Omdat je dan niet alleen ja of alleen nee kunt zeggen.

Katie: En als ik geen ja en geen nee meer zeg?

Hans: Wat dan?

Katie: Hou ik dan alle mogelijkheden open?

Hans: Nee.

Katie: Waarom niet?

Hans: Omdat je dan niet alleen ja of alleen nee of alleen ja en nee kunt zeggen.

Katie: Dus wat ik ook zeg, ik sluit altijd iets uit?

Hans: Ja.

Katie: En als ik zwijg?

Hans: Dan sluit je het spreken uit.

Katie: Wat moet ik dan?

Hans: Wat je altijd hebt gedaan.

Katie: Wat heb ik altijd gedaan?

Hans: Wat iedereen altijd doet.

Katie: Wat doet iedereen altijd?

Hans: Ja zeggen, nee zeggen, ja en nee zeggen, ja noch nee zeggen, eromheen draaien of je mond houden.

Katie: Tja.

Hans: Dat komt op hetzelfde neer.

Silhouet van Meester Tja
‘Tja.’

Lees ook: Meester Tja en de Tao van niet-weten.

146. Ja maar nee zeggen tegen de realiteit

Katie: Als ik beweer dat mensen niet moeten liegen wend ik mij af van de realiteit.

Hans: Van welke realiteit?

Katie: Van de realiteit dat mensen nu eenmaal liegen.

Hans: Waarden kun je niet weerleggen door erop te wijzen dat mensen zich er niet aan houden.

Katie: Feiten kun je niet veranderen door te beweren dat het anders zou moeten zijn.

Hans: Sommigen denken dat mensen niet moeten liegen; dat is hun realiteit. Sommigen denken dat mensen nu eenmaal liegen; dat is hun realiteit. Sommigen denken het allebei; dat is hun realiteit. Sommigen denken het geen van beide; dat is hun realiteit. Sommigen denken steeds wat anders, dat is hun realiteit.

Katie: En?

Hans: Wat is de realiteit?

Katie: De realiteit is een feit, wat je erover denkt is een mening.

Hans: Is dat een feit of een mening?

Katie: Dat is een… eh…

Hans: Denk jij dat de realiteit zich keurig laat splitsen in feiten en meningen? In waarheid en leugen?

Katie: Ik heb daar zelden moeite mee.

Hans: Als je op straat je rug recht als je bedreigd wordt, is dat liegen? Ja, want je doet je groter voor dan je bent. Nee, want zo laat je de ander zien tegen wie hij het opneemt.

Als je make-up gebruikt, is dat liegen? Ja, want je doet je mooier voor dan je bent. Nee, want je laat je schoonheid beter uitkomen.

Als iemand je in het voorbijgaan vraagt hoe het met je gaat en je zegt goed terwijl het slecht gaat, is dat liegen? Ja, want je draait eromheen. Nee, want het was een beleefdheidsvraag.

Als je Sinterklaas viert met je kinderen, is dat liegen? Ja, want Sinterklaas bestaat niet. Nee, want het is gewoon een traditie.

Als je iemand eeuwig trouw belooft en een paar jaar later een echtscheiding aanvraagt, is dat liegen? Ja, want je breekt een belofte. Nee, als je het destijds meende.

Als je voor de kerk trouwt omdat je partner godsdienstig is terwijl jij dat niet bent, is dat liegen? Ja, want je doet alsof. Nee, zo betuig je je liefde.

Als je bidt en je hebt je aandacht er niet bij, is dat liegen? Ja, want je bidt alleen maar voor de vorm. Nee, dat kan de beste overkomen.

Als je je keppeltje afdoet wanneer je een moslimwijk binnengaat of je hoofddoekje bij het betreden van een synagoge, is dat liegen? Ja, want je verloochent je geloof. Nee, zo voorkom je problemen.

Als je aardig doet bij de groenteboer terwijl je hem niet mag, is dat liegen? Ja, want je belazert hem. Nee, anders belazert hij jou.

Hans: Als je zegt dat alle problemen jouw zelfrealisatie ten doel hebben, is dat liegen? Ja, want problemen hebben geen doel. Nee, want zo kun je het ook bekijken.

Op iedere foto lachen, is dat liegen?

Silhouet van Byron Katie met eeuwige glimlach.
Op iedere foto lachen, is dat liegen?

Katie: Nou?

Hans: Ja, want niemand lacht de hele dag. Nee, want op die momenten lach je wel.

Katie: O, gelukkig.

Hans: Is het nou de realiteit dat mensen liegen of niet?

Katie: Ja. Nee. Ja maar nee.

Hans: Waar wou je je dan van afwenden?

147. Inzien wat je niet inziet

I came to see that the world is always as it should be, whether I opposed it or not.

Omkering 1

Katie: Ik begon in te zien dat de wereld altijd is zoals hij moet zijn, of ik me ertegen verzet of niet.

Hans: Ik begon in te zien dat verzet deel uitmaakt van de wereld, of ik wil of niet.

Omkering 2

Katie: Ik begon in te zien dat de wereld altijd is zoals hij moet zijn, of ik me ertegen verzet of niet.

Hans: Ik begon in te zien dat de wereld altijd is wat hij is, of ik wil of niet.

Omkering 3

Katie: Ik begon in te zien dat de wereld altijd is zoals hij moet zijn, of ik me ertegen verzet of niet.

Hans: Ik begon in te zien dat ik altijd ben wat ik ben, of de wereld wil of niet.

Omkering 4

Katie: Ik begon in te zien dat de wereld altijd is zoals hij moet zijn, of ik me ertegen verzet of niet.

Hans: Ik begon in te zien dat ik geen idee heb hoe de wereld is of moet zijn.

Omkering 5

Katie: Ik begon in te zien dat de wereld altijd is zoals hij moet zijn, of ik me ertegen verzet of niet.

Hans: Ik begon in te zien dat ik geen idee heb hoe ik zelf ben of moet zijn.

Omkering 6

Katie: Ik begon in te zien dat de wereld altijd is zoals hij moet zijn, of ik me ertegen verzet of niet.

Hans: Ik begon in te zien dat ik geen idee heb waar ikzelf ophoud en de wereld begint.

148. Als ik eet, verzet ik me dan tegen de dood?

Katie: Ik begon in te zien dat de wereld altijd is zoals hij moet zijn, of ik me ertegen verzet of niet.

Hans: Ik begon in te zien dat ik geen idee heb wat verzet is en wat niet.

Katie: Hoe bedoel je?

Hans: Als ik weiger om me te laten behandelen, verzet ik me dan tegen het leven? Als ik me laat behandelen, verzet ik me dan tegen mijn ziekte? Als ik bid om genezing? Als ik bid om berusting?

Als ik eet, verzet ik me dan tegen de dood? Als ik me dood eet? Als ik vast?

Als ik brandnetels wied, verzet ik me dan tegen de natuur? Als ik ze laat woekeren? Als ik ze mest geef?

Als ik vecht, verzet ik me dan tegen de vrede? Als ik vecht voor de vrede? Als vechten me vrede geeft?

Als ik iets een boom noem, verzet ik me dan tegen de boom? Als ik weiger iets te benoemen, verzet ik me dan tegen de taal? Tegen communicatie? Tegen mijn geest?

Als ik Het Onderzoek doe, verzet ik me dan tegen mijn gedachten? Tegen mezelf? Tegen mijn opvoeding?

Als ik Het Onderzoek onderzoek, verzet ik me dan tegen Het Onderzoek? Tegen jou? Tegen mezelf?

Als ik me verzet tegen mijn verzet, verzet ik me dan? Als ik me eraan overgeef? Als ik ga roepen dat mijn verzet altijd is wat het moet zijn, of ik me ertegen verzet of niet?

Katie: Jeetje.

Hans: Dat bedoel ik.

149. Zeg jij ook alleen maar wat je zelf wilt horen?

We say to others only what we need to hear.

Katie: We zeggen tegen anderen alleen wat we zelf willen horen.

Hans: Jij misschien.

Katie: Iedereen.

Hans: Nou moet ik zeker zeggen dat je gelijk hebt.

Katie: Hoezo?

Hans: Of ben jij de uitzondering op de regel?

Katie: Hoe zie jij dat dan?

Hans: Soms zeggen we tegen anderen wat we zelf willen horen.

Soms zeggen we tegen anderen wat we niet zelf willen horen.

Soms zeggen we juist niet tegen anderen wat we zelf willen horen.

Soms zeggen we juist niet tegen anderen wat we zelf niet willen horen.

Soms zeggen we tegen anderen wat we denken dat ze willen horen.

Soms zeggen we niet tegen anderen wat we denken dat ze willen horen.

Soms zeggen we tegen anderen wat we denken dat ze niet willen horen.

Soms zeggen we niet tegen anderen wat we denken dat ze niet willen horen.

Soms zeggen we wat om andere redenen.

Soms zeggen we wat om meerdere redenen.

Soms veranderen de redenen terwijl we aan het woord zijn.

Soms zeggen we maar wat, zonder duidelijke redenen.

Katie: Tja.

Hans: Zeg je dat nou omdat je denkt dat ik dat van je wil horen?

Katie: Zal ik dan maar zeggen dat je gelijk hebt?

Hans: Mij best, maar waarin?

150. Het ego als Werknemer

The ego’s job is to kill everything but itself.

Katie: Het is de taak van het ego om alles te doden behalve zichzelf.

Hans: Het is de taak van het denken om het idee van het ego te doden.

Katie: En dan?

Hans: Alle andere ideeën doden.

Katie: En dan?

Hans: Het idee doden dat het denken alle ideeën moet doden.

Katie: En dan?

Hans: Het idee van het denken doden.

Katie: En dan?

Hans: Het idee doden dat het allemaal maar ideeën waren.

Katie: En dan?

Hans: Ben je uitgeWerkt.

Katie: En dan?

Hans: Kun je met Pensioen.

Katie: Ik moet er niet aan denken.

Hans: Ik was er al bang voor.

Katie: Hoezo?

Hans: Het is de taak van het ego om alles te doden behalve zichzelf.

Spiegelbeeldige vechters met als wapens een spade en een vergrootglas.
Het is de taak van het ego om alles te doden behalve zichzelf.

151. De waarheid als ego

The ego is terrified of the truth. And the truth is that the ego doesn’t exist.

Katie: Het ego is als de dood voor de waarheid.

Hans: Het ego schermt graag met de waarheid.

Katie: En de waarheid is dat het ego niet bestaat.

Hans: En de vraag is of de waarheid bestaat.

152. Liefde kan van alle kanten komen en alle kanten opgaan

Personalities don’t love – they want something.

Omkering 1

Katie: Personen hebben niet lief – ze willen iets.

Hans: Willen is liefde voor iets.

Omkering 2

Katie: Personen hebben niet lief – ze willen iets.

Hans: Jij wilt een wereld zonder personen.

Omkering 3

Katie: Personen hebben niet lief – ze willen iets.

Hans: Liefde heeft personen lief.

Omkering 4

Katie: Personen hebben niet lief – ze willen iets.

Hans: Willen maakt deel uit van de liefde.

153. Liefde weet niets en vraagt alles

Love asks for nothing. Only personalities want something.

Omkering 1

Katie: Liefde vraagt niets. Alleen personen willen iets.

Hans: Liefde vraagt alles. Alleen personen vragen niets.

Omkering 2

Katie: Liefde vraagt niets. Alleen personen willen iets.

Hans: Alleen personen willen liefde die niets vraagt.

Omkering 3

Katie: Liefde vraagt niets. Alleen personen willen iets.

Hans: Liefde weet niets. Alleen personen weten wat liefde is.

Lees ook: Liefde is geen doen.

154. Drie omkeringen met een glimlach

After you've been doing inquiry for a while, if you have the thought ‘She doesn't love me,’ you just get the immediate turnaround with a smile: ‘Oh, I'm not loving myself in this moment.’

Katie: Als je bedreven bent in Het Werk volgt op de gedachte ‘Ze houdt niet van mij’ meteen de omkering met een glimlach: ‘O, ik hou op dit moment niet van mezelf.’

Omgekeerde Byron Katie met glimlach.

Hans: Als je bedreven bent in niet-weten volgt op de gedachte ‘Ze houdt niet van mij’ meteen een vloedgolf van vragen.

Katie: Zoals?

Hans: Zoals…

Zeker weten?

Is dat erg?

Is het erg als dat erg is?

Kan zij het helpen?

Wat raak ik kwijt als ik haar kwijtraak?

Wat win ik als ik haar kwijtraak?

Wat raakt zij kwijt als ze mij kwijtraakt?

Wat wint zij als ze mij kwijtraakt?

Hou ik wel van haar?

Wat zegt dat over mij?

Zegt het wat over mij?

Wat zegt het over haar?

Zegt het wat over haar?

Wat zegt het over de liefde?

Zegt het wat over de liefde?

Van hoeveel mensen op aarde houdt ze nog meer niet?

Van hoeveel mensen kan een mens houden?

Van hoeveel mensen kan ik zelf houden?

Kun je van jezelf houden?

Hoelang kan liefde standhouden?

Van hoeveel mensen heb ik gehouden en hoeveel zijn er daarvan nog over?

Heb ik ooit echt van iemand gehouden?

Heb ik ooit echt niet van iemand gehouden?

Wat is liefde?

Is liefde?

Katie: Dat zijn geen omkeringen.

Hans: Jij verandert antwoorden in andere antwoorden. Ik verander antwoorden in vragen. Omgekeerder kan niet.

Katie: Wat moet je met al die vragen?

Hans: Moet ik er wat mee?

Katie: Waarom zou je ze anders stellen?

Hans: Omdat ze in me opkomen?

Katie: Maar wat is dan de lol ervan?

Hans: Dat ik ervan ga glimlachen.

Byron Katie met omgekeerde glimlach.

Lees ook: Lachen om te huilen – drie tekeningen voor het Witboek Byron Katie.

155. De mythe van de pure liefde

Love is the absence of all expectation.

Katie: Liefde is niets verwachten.

Hans: Je verwacht er nogal wat van.

Katie: Ik spreek uit ervaring.

Hans: Niet uit de mijne.

Katie: Wat zou jij zeggen?

Hans: Verwachtingen maken deel uit van de liefde.

Katie: Als ik het niet dacht.

Hans: En liefde maakt deel uit van je verwachtingen.

Katie: Hoe hou je ze dan nog uit elkaar?

Hans: Bij mij loopt alles door elkaar.

Katie: Een beproefd recept voor smart.

Hans: Vol verwachting klopt mijn hart.

Katie: Ik noem dat geen liefde.

Hans: Noem het dan maar niet-weten.

156. De ontdekking van de aarde

Whenever we manage to love without expectations, calculations, negotiations, we are indeed in heaven.

Katie: Zodra we erin slagen lief te hebben zonder verwachtingen, berekeningen of onderhandelingen, zijn we werkelijk in de zevende hemel.

Hans: Zodra we erin slagen verwachtingen, berekeningen en onderhandelingen te omarmen staan we weer met beide benen op de grond.

Silhouet met grote voeten op de grond en taps toelopend de lucht in waar zijn hoofd in een wolk verdwijnt.

157. De achtste hemel

Katie: Zodra we erin slagen lief te hebben zonder verwachtingen, berekeningen of onderhandelingen, zijn we werkelijk in de zevende hemel.

Hans: Liefde is niet iets om in te slagen.

Katie: Wat dan wel?

Hans: Liefde is iets waarin je mag falen.

158. Waarom ik niet hoef te onderzoeken wat liefde is

If you are an enemy to your own mind, other people have to become enemies too, sooner or later. Until you understand, until you can love the thoughts that appear in your mind, then you can love the rest of us. You work with the projector – the mind – not the projected world. I can’t really love you until I question the mind that thinks it sees you outside itself.

Katie: Als je de vijand van je eigen geest bent, worden andere mensen vroeger of later ook vijanden.

Hans: Wat een stelligheid weer.

Katie: Alles wat ik zeg komt vanuit een diep niet-weten.

Hans: Geloven in een ik is anders geen niet-weten. Geloven in een geest is geen niet-weten. Geloven dat je de vijand van je eigen geest kunt zijn is geen niet-weten. Geloven dat andere mensen vroeger of later ook vijanden worden als je de vijand van je eigen geest bent is geen niet-weten.

Katie: Mensen blijven vijanden voor je totdat je begríjpt, totdat je de gedachten die in je hoofd verschijnen kunt liefhebben; dan kun je ook anderen liefhebben.

Hans: Geloven dat je alle gedachten die in je hoofd verschijnen moet liefhebben is geen niet-weten. Geloven dat je eerst je eigen gedachten moet liefhebben vóór je anderen kunt liefhebben is geen niet-weten.

Katie: Je werkt met de projector – de geest – niet met de geprojecteerde wereld.

Hans: Geloven dat de geest een projector is en de wereld zijn projectie is geen niet-weten. Geloven dat je ervoor kunt kiezen om met de projector in plaats van de projectie te werken is geen niet-weten.

Katie: Je kunt echt niet liefhebben totdat je de geest ondervraagt die denkt dat hij de ander buiten zichzelf ziet.

Hans: Geloven dat anderen alleen in jouw geest bestaan is geen niet-weten. Geloven dat je echt niet kunt liefhebben totdat je de geest ondervraagt die denkt dat hij de ander buiten zichzelf ziet is geen niet-weten.

Katie: Ik geloof niet dat ik tot je doordring.

Hans: Geloven dat je weet wat liefde is is geen niet-weten. Geloven dat alleen jouw liefde ware liefde is is geen niet-weten. Geloven dat alle andere vormen van liefde gemankeerd zijn is geen niet-weten.

Katie: Ik vraag me af of jij wel begrijpt wat projectie is.

Hans: Wie kent het verschil tussen projector en projectie?

Katie: En ik vraag me af of jij wel weet wat liefde is.

Hans: Dan heb je niet opgelet.

Katie: O nee?

Hans: Ik heb geen idee wat liefde is.

Katie: Dan moet je dat gaan onderzoeken.

Hans: Wat valt er dan te onderzoeken?

Twee spiegelbeeldige projecteren die elkaar projecteren.
Wie kent het verschil tussen projector en projectie?

Blogje over projectoren.

159. De liefde die alles omarmt sluit het buitensluiten niet buiten

To exclude anything that appears in your universe is not love. Love joins with everything. It doesn’t exclude the monster. It doesn’t avoid the nightmare – it looks forward to it.

Katie: Iets buitensluiten dat in jouw wereld verschijnt is geen liefde.

Hans: Buitensluiten verschijnt ook in jouw wereld.

Katie: Liefde omarmt alles.

Hans: Dan ook het buitensluiten.

Katie: Zij sluit het monster niet buiten.

Hans: Zij sluit het buitensluiten van het monster niet buiten.

Katie: Zij vermijdt de nachtmerrie niet.

Hans: Zij vermijdt het vermijden van de nachtmerrie niet.

Katie: Zij verheugt zich erop.

Hans: Zij verheugt zich erin zich niet overal op te hoeven verheugen.

Katie: Want liefde omarmt alles.

Hans: Aangenomen dat liefde alles omarmt.

Katie: En anders?

Hans: En anders helemaal.

Katie: En dat wou jij liefde noemen?

Hans: En dat wou jij liefde noemen.

Katie: Hoe zou jij het zeggen?

Hans: Voor mij spreekt het vanzelf.

Groot hart dat klem zit in een ribbenkast.
Liefde omarmt alles, ook het buitensluiten.

160. Geslotenheid is wat het leven draagt

Katie: Het denken dat niet weet staat volledig open voor alles wat het leven brengt.

Hans: Het denken dat niet weet heeft niets te melden over het denken dat niet weet.

Katie: Waarom niet?

Hans: Omdat het niet weet natuurlijk.

Katie: En het denken dat volledig open staat voor alles wat het leven brengt?

Hans: Dat staat ook volledig open voor geslotenheid.

Katie: Waarom?

Hans: Omdat het leven ook geslotenheid brengt natuurlijk.

Katie: Ik zeg, openheid is wat het leven vleugels geeft.

Hans: Dan zeg ik, geslotenheid is wat het leven draagt.

Katie: En als ik dat niet had gezegd?

Hans: Dan had ik verder niets gezegd.

Silhouet van een ei met vleugels.
Geslotenheid is wat het leven draagt.

161. Hoe je van je gedachten scheidt

Nothing can cost you someone you love. The only thing that can cost you your husband is if you believe a thought. That's how you move away from him. That's how the marriage ends. You are one with your husband until you believe the thought that he should look a certain way, he should give you something, he should be something other than what he is. That's how you divorce him. Right then and there you have lost your marriage.

Hoe je van je partner scheidt

Katie: Niets kan je een geliefde kosten. Het enige dat je je echtgenoot kan kosten is een gedachte geloven. Dat is hoe je hem verlaat. Dat is hoe het huwelijk eindigt.

Hans: Geloof je dat?

Katie: Wat?

Hans: Dat alleen een gedachte geloven je je echtgenoot kan kosten?

Katie: Je bent één met je echtgenoot totdat je de gedachte gelooft dat hij er zus of zo moet uitzien, dat hij je iets moet geven, dat hij iets anders moet zijn dan hij is.

Hans: Geloof je dat?

Katie: Wat?

Hans: Dat je één bent met je echtgenoot? Dat je dat blijft totdat je begint te geloven dat hij moet veranderen?

Katie: Dat is hoe je van hem scheidt. Dat is het moment waarop het huwelijk je ontglipt.

Hans: Misschien is geloven dat je één bent met je echtgenoot wel hoe je hem verlaat.

Katie: Wat?

Hans: Misschien ben je één met jezelf totdat je gelooft dat je iets nooit mag denken of voelen of geloven – over je echtgenoot, over de wereld, over jezelf of wat dan ook. Misschien is dat het moment waarop je van jezelf scheidt, waarop je jezelf kwijtraakt.

Hoe je van jezelf scheidt

Katie: Niets kan je jezelf kosten. Het enige dat je jezelf kan kosten is een gedachte geloven. Dat is hoe je jezelf verlaat.

Hans: Geloof je dat?

Katie: Wat?

Hans: Dat alleen een gedachte geloven je jezelf kan kosten?

Katie: Je bent één met jezelf totdat je de gelooft dat je er op een bepaalde manier moet uitzien, dat je jezelf iets moet geven, dat je iets anders moet zijn dan je bent.

Hans: Geloof je dat?

Katie: Wat?

Hans: Dat je één bent met je jezelf? Dat je dat blijft totdat je begint te geloven dat je moet veranderen?

Katie: Dat is hoe je van jezelf scheidt. Dat is het moment waarop je jezelf kwijtraakt.

Hans: Misschien is geloven dat je één bent met jezelf wel hoe je jezelf verlaat.

Katie: Wat?

Hans: Misschien raak je pas echt verwijderd van jezelf als je begint te geloven dat je nooit mag denken of geloven dat je iets nooit mag denken of geloven.

Katie: Maar hoe blijf je dan bij jezelf?

Hans: Misschien is denken dat je bij jezelf moet blijven wel hoe je van jezelf scheidt.

Katie: Want er is helemaal geen zelf om van te scheiden.

Hans: Misschien is denken dat er helemaal geen zelf is om van te scheiden wel hoe je van jezelf scheidt.

Katie: Want denken is hoe je van jezelf scheidt.

Hans: Misschien is denken dat denken je van jezelf scheidt wel hoe je van jezelf scheidt.

Katie: Dan weet ik het ook niet meer.

Hans: Dan weet ik het ook niet meer.

Silhouette van gespleten figuurtje dat alleen bij de heupen nog aan elkaar zit.
Hoe je van jezelf scheidt.

Halve woorden voor goede verstaanders.

162. Grijp je kans – maar welke?

For me, if somebody tells me to go away, that is an opportunity: for me to give the person a better life, to realize where not to be, and to see what could be even better than being with that person I love.

Katie: Als iemand mij zegt weg te gaan, is dat voor mij een kans.

Hans: Als iemand mij zegt weg te gaan, is dat voor mij iemand die me zegt weg te gaan.

Katie: Een kans om de ander een beter leven te geven, om te weten waar ik niet moet wezen en om te zien wat nog beter zou kunnen zijn dan bij degene te blijven van wie ik hou.

Hans: Misschien krijgt de ander inderdaad een beter leven als je weggaat, maar het zou ook een minder leven kunnen worden, of beter in het ene opzicht en minder in het andere, of beter op korte termijn en minder op lange termijn of omgekeerd, of beter noch minder maar gewoon anders of zo.

Katie: Zeg dat nog eens.

Hans: En misschien ontdek je inderdaad iets dat nog beter voor je is dan bij degene te blijven van wie je houdt, maar misschien ontdek je alleen maar iets dat minder is, of beter in het ene opzicht en minder in het andere, of beter op korte termijn en minder op lange termijn of omgekeerd, of beter noch minder maar gewoon anders of zo.

Katie: Een kans is een kans.

Hans: Het kenmerk van een kans is dat je van tevoren niet weet hoe het uitpakt. Of kan jij in de toekomst kijken?

Katie: De toekomst bestaat niet.

Hans: Een kans veronderstelt een toekomst. Als je gelooft dat de toekomst niet bestaat valt je hele verhaal over kansen op een beter leven in het water.

Katie: Dus volgens jou maakt het niet uit of je weggaat?

Hans: Hoe moet ik dat weten?

Katie: Ik bedoel dat het voor jou geen kans is als iemand je zegt weg te gaan.

Hans: Als ik wegga kan er van alles gebeuren maar als ik blijf net zo goed. Wat ik ook doe, er gaan deuren open en er gaan deuren dicht.

Katie: Jij zou ervoor kiezen te blijven.

Hans: Je veronderstelt een vrije wil.

Katie: Gesteld dat je kunt kiezen.

Hans: Ik kan niet in de toekomst kijken.

Katie: Grijp gewoon je kans, zeg ik altijd.

Hans: Dat snap ik, maar waarop?

163. Tot je het onderzoekt is Het Onderzoek niet gedaan

Omkering 1

Katie: Totdat je je verheugt op kritiek is je Werk nog niet gedaan.

Hans: Totdat je je niet meer op kritiek hoeft te verheugen is je Werk nog niet gedaan.

Omkering 2

Katie: Totdat je je verheugt op kritiek is je Werk nog niet gedaan.

Hans: Totdat je je verheugt op kritiek op Het Werk is je Werk nog niet gedaan.

164. Tot je het neerlegt is Het Werk niet gedaan

Omkering 1

Katie: Zolang je nog ergens verdrietig, bang of boos over bent, is Het Werk niet gedaan.

Hans: Zolang je nergens meer verdrietig, bang of boos over kunt zijn, is Het Werk niet gedaan.

Omkering 2

Katie: Zolang je nergens meer verdrietig, bang of boos over mag zijn is Het Werk niet gedaan.

Hans: Zolang je er nog in gelooft is Het Werk niet gedaan.

165. Heeft verdriet gedachten nodig?

Because I don’t believe my thoughts, sadness can’t exist.

Omkering 1

Katie: Omdat ik mijn gedachten niet geloof kan verdriet niet bestaan.

Hans: Daar heeft verdriet echt geen gedachten voor nodig.

Omkering 2

Katie: Omdat ik mijn gedachten niet geloof kan verdriet niet bestaan.

Hans: Geloof je dat nou echt?

Katie: Anders zou ik het niet zeggen.

Hans: Dan is het niet waar dat je je gedachten niet gelooft.

Katie: Ik bedoel, natuurlijk geloof ik dat niet.

Hans: Dan is er geen reden waarom verdriet niet kan bestaan.

Omkering 3

Katie: Omdat ik mijn gedachten niet geloof kan verdriet niet bestaan.

Hans: Zolang ik niet geloof dat ik mijn gedachten niet geloof kan alles bestaan.

Omkering 4

Katie: Omdat ik mijn gedachten niet geloof kan verdriet niet bestaan.

Hans: Omdat ik jouw gedachten niet geloof kan mijn verdriet bestaan.

Omkering 5

Katie: Omdat ik mijn gedachten niet geloof kan verdriet niet bestaan.

Hans: Dan zal dat ook wel voor vreugde gelden.

166. Ongemakkelijke gevoelens en andere tekens van oneerlijkheid

An uncomfortable feeling is not an enemy. it’s a gift that says, ‘Get honest, inquire.’

Katie: Een ongemakkelijk gevoel is geen vijand. Het is een wenk die zegt, ‘Word eerlijk, onderzoek.’

Hans: Een ongemakkelijk gevoel is een ongemakkelijk gevoel, niet per se een teken van oneerlijkheid.

Katie: Maar wel een uitnodiging tot onderzoek.

Hans: Een ongemakkelijk gevoel is een ongemakkelijk gevoel, niet per se een uitnodiging tot onderzoek.

Katie: Maar je kunt het wel opvatten als een uitnodiging tot onderzoek.

Hans: Je kunt het opvatten zoals je wilt, maar daarom is het dat nog niet.

Katie: Ongemakkelijke gevoelens hebben maar één doel, jouw zelfrealisatie.

Hans: Geen doel, één doel, honderd doelen.

Katie: Wat ben jij koppig, zeg.

Hans: Kun je eigenlijk wel zelf bepalen hoe je je gevoelens opvat, en op hoeveel manieren?

Katie: Twijfel je daaraan?

Hans: Twijfel jij dan nergens aan?

Katie: In mijn ervaring…

Hans: Zelfs als we vrij kunnen kiezen uit de beschikbare alternatieven zullen ze zich toch eerst moeten aandienen. Wat als er gewoon niets in je opkomt?

Katie: Ja, als we zo gaan beginnen…

Hans: Tja, dat lijkt me wel zo eerlijk.

167. Het Hele Werk is niet kieskeurig

Katie: Een ongemakkelijk gevoel is geen vijand. Het is een wenk die zegt, ‘Word eerlijk, onderzoek.’

Hans: Een gemakkelijk gevoel is geen vriend. Het is een wenk die zegt, ‘Word eerlijk, onderzoek.’

Lees ook: De Grote Weg is niet moeilijk.

168. Vrienden, vijanden en andere gedachten

Katie: Volgens Jan van Delden zijn gedachten onze vijanden. Alleen door ze te negeren vinden we bevrijding.

Hans: Dat is ook maar een gedachte.

Katie: Wat zou jij ermee doen?

Hans: Ik zou hem lekker negeren.

Katie: Volgens mij zijn gedachten onze vrienden. Alleen door ze kritisch te onderzoeken vinden we bevrijding.

Hans: Dat is ook maar een gedachte.

Katie: Wat zou jij ermee doen?

Hans: Ik zou hem kritisch onderzoeken.

Katie: Hoe vinden we volgens jou bevrijding?

Hans: Door het begrip bevrijding te onderzoeken?

Katie: Wat zullen we dan vinden?

Hans: Zullen we dan wat vinden?

Katie: Wat als we niks vinden?

Hans: Dan zijn we daar ook weer van verlost.

169. Twee joden weten wat een bril kost

You can’t have your daughter as long as you have a concept of her. When you get rid of the concept, you meet your daughter for the first time.

Katie: Zolang je een kijk hebt op je dochter zul je haar niet zien. Gooi je bril weg en je ziet haar voor het eerst.

Hans: Kijk voor het laatst en gooi je bril weg.

Bril met ogen in plaats van glazen.

170. Zelfs de beste sprekers bedoelen maar wat

We don’t hear what someone said, we imagine what he meant.

Katie: We horen niet wat iemand zegt, we bedenken wat hij bedoelt.

Hans: Dat is de andere helft van het probleem.

Katie: Wat is de ene helft van het probleem?

Hans: We weten zelf niet wat we zeggen, we bedoelen maar wat.

Katie: Meen je dat nou?

Hans: Meen je dat nou?

Katie: En wat is dan de oplossing?

Hans: En wat is dan het probleem?

Hoofd met breintjes in plaats van oren.
We horen niet wat we zelf zeggen, we bedoelen maar wat.

171. Een troebele gedachte over een heldere geest

There’s no way that a clear mind can live an unhappy life.

Katie: Het is ondenkbaar dat een heldere geest een ongelukkig leven kan leiden.

Hans: Voor een heldere geest is alles denkbaar.

172. Een ongelukkig misverstand over ongelukkige mensen

Katie: Het is ondenkbaar dat een heldere geest een ongelukkig leven kan leiden.

Hans: Waarom zou een heldere geest niet ongelukkig kunnen zijn?

Katie: Omdat je alleen maar ongelukkig kunt zijn als je een ongelukkige gedachte gelooft.

Hans: Ongelukkig degene die dat gelooft of anderen wijsmaakt.

Katie: Ik heb anders nog nooit iemand ontmoet die ongelukkig was zonder ongelukkige gedachten.

Hans: Misschien hebben gevoel en gedachte wel een gemeenschappelijke oorzaak.

Katie: Ik kan me gewoon niet voorstellen dat je ongelukkig zou kunnen zijn zonder voorafgaande ongelukkige gedachten.

Hans: Denk aan slapeloosheid, lage serotonineniveaus, aangeboren depressiviteit, bipolariteit, schizofrenie, voedsel-, vitamine- of mineralentekort, te weinig aanrakingen, te weinig liefde, te weinig zonlicht, te weinig buitenlucht, gevaar, een trauma, onderprikkeling, overprikkeling, chronische angst of pijn, een progressieve ziekte…

Katie: Je keert oorzaak en gevolg om.

Hans: Keer het om.

Katie: Ik keer oorzaak en gevolg om.

Hans: Als je maar gelukkig bent.

173. Trauma-deutung van een pseudoloog

Trauma is nothing more than being stuck in what you believe.

Omkering 1

Katie: Trauma is niets anders dan vastzitten in wat je gelooft.

Hans: Een traumatiserende gedachte voor wie erin gelooft.

Omkering 2

Katie: Trauma is niets anders dan vastzitten in wat je gelooft.

Hans: Katieïsme is niets anders dan vastzitten in wat je gelooft.

174. Gestoorde gedachten over denkstoornissen

Eating, drinking, and depression disorders are really thinking disorders.

Katie: Eet-, drink- en depressiestoornissen zijn eigenlijk denkstoornissen.

Hans: Alle stoornissen herleiden tot denkstoornissen is een denkstoornis.

Katie: Waarom?

Hans: Omdat je dan niets anders meer ziet.

Katie: Wou jij beweren dat alle denkstoornissen eigenlijk organische stoornissen zijn?

Hans: Alle stoornissen herleiden tot organische stoornissen is een denkstoornis.

Katie: Waarom?

Hans: Omdat je dan niets anders meer ziet.

Katie: Als je het zo bekijkt is al het denken gestoord.

Hans: Al het denken gestoord noemen is een denkstoornis.

Katie: Waarom?

Hans: Omdat je dan niets anders meer ziet.

Katie: Wat is volgens jou geen denkstoornis?

Hans: Niet-weten.

Katie: Maar dan zie je toch ook niets anders meer?

Hans: Dan zie je al het andere.

175. Zegt de ene simplist tegen de andere…

Fear is always the result of an unquestioned past imagined as a future.

Katie: Angst is altijd het resultaat van een niet-onderzocht verleden voorgesteld als toekomst.

Hans: Een verklaring is altijd het resultaat van een niet-onderzochte gedachte voorgesteld als feit.

176. De bange moed die in ons woedt

That's where the fear comes from, from your uninvestigated thoughts.

Omkering 1

Katie: Dat is waar angst vandaan komt, van je niet-onderzochte gedachten.

Hans: Dat is waar moed vandaan komt, van je niet-onderzochte gedachten.

Omkering 2

Katie: Dat is waar angst vandaan komt, van je niet-onderzochte gedachten.

Hans: Dat is waar dit soort ideeën vandaan komt, van je niet-onderzochte gedachten.

Omkering 3

Katie: Dat is waar angst vandaan komt, van je niet-onderzochte gedachten.

Hans: Dat is waar dit soort gedachten vandaan komt, van je niet-onderzochte angst.

177. Hoeveel oorzaken heeft angst? Mentalisme en simplisme in het werk van Byron Katie

Fear has only two causes, the thought of losing what you have, or the thought of not getting what you want.

Katie: Angst heeft maar twee oorzaken, de gedachte te verliezen wat je hebt en de gedachte niet te krijgen wat je wilt.

Hans: Is dat waar? Kun je dat wel weten? Wat gebeurt er als je dat gelooft? Wie zou je zijn zonder die gedachte? Keer het om.

Katie: Haha.

Hans: Geweldige dooddoener, werkt altijd.

Katie: Wat is je punt?

Hans: Jij gaat ervan uit dat gedrag en gevoel vooral of volledig door gedachten worden veroorzaakt. Filosofen noemen dat mentalisme.

Katie: En?

Hans: Is dat waar? Kun je dat wel weten? Wat gebeurt er als je dat gelooft? Wie zou je zijn zonder die gedachte? Keer het om.

Katie: Haha.

Hans: Geweldige dooddoener, werkt altijd.

Katie: Ik zie het probleem niet.

Hans: Nou, misschien worden gedachten wel veroorzaakt door gevoelens in plaats van andersom. Dan doe je aan symptoombestrijding.

Katie: Kan best wezen maar daar heb ik als cognitief therapeut geen grip op.

Hans: Of misschien is er een wisselwerking tussen gedachten en gevoelens in plaats van een enkelvoudig oorzakelijk verband.

Katie: Idem dito.

Hans: Of misschien zijn er net als voor ongelukkigheid wel een heleboel andere oorzaken van angst naast je gedachten.

Katie: Zoals?

Hans: Erfelijkheid, groepsdruk, hormonen, neurosen, neurotransmitters, zenuwziekten, overbelasting, slaaptekort, alcohol, drugs, instincten, klassieke of operante conditionering, gevaren, ongelukken, rampen en noem maar op.

Katie: Dat zijn Gods zaken, daar hebben jij en ik niets mee te maken.

Hans: Of misschien is er wel een onnavolgbare wisselwerking tussen al die dingen.

Katie: Waar is wat werkt, zeggen wij in Amerika.

Hans: Dan is Het Werk niet altijd waar.

Katie: Maar vaak genoeg.

Hans: Het idee dat alle gedachten die angst veroorzaken over hebben en kwijtraken gaan, lijkt me trouwens ook wat simplistisch.

Katie: Zeg, blijf jij aan de gang?

Hans: Tja, je bent een Workaholic of je bent het niet.

Droste-effect van een angstig iemand met een angstig iemand op zijn schouder met een angstig iemand op zijn schouder…
Veroorzaken gedachten angst of angsten gedachten?

Blogje over deze tekening.

178. Is het oké om niet alles oké te vinden?

Some children are afraid to die because their parents are afraid to die. My own children have come to understand that it’s totally okay with me if they die. They don’t have to live for my sake.

Katie: Sommige kinderen zijn bang om te sterven omdat hun ouders bang zijn dat ze sterven. Mijn eigen kinderen zien in dat het voor mij helemaal oké is als ze sterven. Ze hoeven niet omwille van mij in leven te blijven.

Hans: Voor mij is het helemaal oké als mensen bang zijn om te sterven. Het is helemaal oké als mensen bang zijn dat hun kinderen sterven. En het is helemaal oké als kinderen willen dat hun ouders hen liever niet zien sterven.

Katie: Zodra je angst voelt moet je Het Werk gaan doen.

Hans: Voor mij is het helemaal oké om angst te voelen zonder er meteen iets aan te doen. Het is helemaal oké om geen angst te willen voelen en er meteen iets aan te doen. En het is helemaal oké om meteen Het Werk aan te bieden als je niet kunt aanzien dat anderen angstig zijn.

Katie: Vrijheid is nooit een moment van angst, woede of verdriet meemaken.

Hans: Mensen hoeven niet omwille van mij vrij van angst, woede of verdriet te zijn.

Katie: En als het niet helemaal oké of helemaal niet oké voor je is wat mensen of jijzelf voelen?

Hans: Voor mij is dat helemaal oké.

Maria steekt haar duim op naar Jezus aan het kruis.
‘Oké man’.

179. Je verzoenen met je onverzoenlijkheid

Omkering 1

Katie: Het Werk zorgt ervoor dat je je kunt verzoenen met de realiteit.

Hans: Het is de realiteit dat Het Werk niet altijd werkt.

Katie: Maar soms wel.

Hans: Maar lang niet altijd en lang niet bij iedereen.

Katie: Toegegeven.

Hans: Kun jij je daarmee verzoenen?

Katie: Niet altijd.

Hans: Daar heb je het al.

Katie: Een goede reden om weer aan Het Werk te gaan.

Hans: Heb jij iets tegen onverzoenlijkheid?

Silhouet van een spiegelbeeld dat zijn terugdeinzende origineel probeert te zoenen.
Je verzoenen met de realiteit.

Omkering 2

Katie: Het Werk zorgt ervoor dat je je kunt verzoenen met de realiteit.

Hans: Het is de realiteit dat ik mij er niet mee kan verzoenen.

Katie: Dan moet je juist Het Werk gaan doen.

Hans: Heb jij iets tegen de realiteit?

Silhouet van iemand voor de spiegel die zijn terugdeinzende spiegelbeeld probeert te zoenen.
Je verzoenen met je onverzoenlijkheid.

180. Gewichtige gedachten wegen het lichtst

Katie: Het Werk leert je om je met de realiteit te verzoenen.

Hans: O ja?

Katie: Het kan je bijvoorbeeld verlossen van de gedachte dat je te dik of te dun bent.

Hans: Is denken dat je te dik of te dun bent soms niet de realiteit?

Katie: Jawel, maar…

Hans: Wat valt er dan te verzoenen?

Katie: Je bent niet te dik of te dun, dat denk je alleen maar.

Hans: Misschien denk je dat ook alleen maar.

Katie: Ik bedoel dat het alleen maar een gedachte is.

Hans: Ik bedoel dat dat ook alleen maar een gedachte is.

Katie: Ik snap het niet.

Hans: Een ander woord voor niet-weten.

Katie: Maar waarmee verzoen je je dan?

Hans: Daarmee verzoen je je dan.

Silhouet van een dunne man in een dikke man.
Dat je te dik of te dun bent.

181. Hoed je voor oneindigheid

Omkering 1

Katie: Het denken is van nature oneindig. Het kan schoonheid vinden in alle dingen.

Hans: Het denken is van nature oneindig. Het kan lelijkheid vinden in alle dingen.

Kussende kikkers.
Het denken is van nature oneindig.
Het kan schoonheid en lelijkheid
vinden in alle dingen.

Omkering 2

Katie: Het denken is van nature oneindig. Het kan schoonheid vinden in alle dingen.

Hans: Het denken is van nature oneindig. Het kan zich overal in verliezen.

Omkering 3

Katie: Het denken is van nature oneindig. Het kan schoonheid vinden in alle dingen.

Hans: Het denken is van nature eindig. Het kan niet-weten vinden in alle dingen.

182. Het leven is, het leven is, het leven is een woord

Once your mind becomes clear, life begins to live itself through you, effortlessly, with joy and kindness.

Katie: Als je geest helder wordt, begint het leven door jou heen te leven, moeiteloos, vreugdevol en vriendelijk.

Hans: Het leven leeft toch wel door jou heen, of je helder bent of niet.

Katie: Maar niet moeiteloos.

Hans: Het leven doet nergens moeite voor en heeft nergens moeite mee.

Katie: En ook niet vreugdevol.

Hans: Het leven is vreugdevol noch vreugdeloos.

Katie: En ook niet vriendelijk.

Hans: Het leven is vriendelijk noch onvriendelijk.

Katie: Het leeft gewoon door jou heen, wou je zeggen.

Hans: Het leven leeft niet en het is niet dood, wou ik zeggen.

Katie: Waarom niet?

Hans: Omdat het leven bij mijn weten geen wezen is.

Katie: Wat is het leven dan wel?

Hans: Het is maar net aan wie je het vraagt.

Katie: Als je het jou vraagt.

Hans: Voor zover ik kan nagaan is het leven een begrip. Een woord. Favoriet onder leraren, levensbeschouwers en leuteraars. Een haak om algemeenheden aan op te hangen. Net als geest.

Katie: Wat had ik dan moeten zeggen?

Hans: In plaats van?

Katie: ‘Als je geest helder wordt, begint het leven door jou heen te leven, moeiteloos, vreugdevol en vriendelijk.’

Hans: Als je helder denkt dan niets.

Katie: En anders?

Hans: Verhalen.

Katie: Wat voor verhalen?

Hans: Verhalen bij het leven.

183. Helder denken leidt tot niets

Katie: Als mijn denken helder is dan is mijn leven dat ook.

Hans: Als je denken helder is dan niets.

Katie: En als je denken troebel is?

Hans: Dan van alles en nog wat.

Katie: Bijvoorbeeld?

Hans: Waarheden, zekerheden, helderheden, troebelheden, standpunten, overtuigingen, dilemma’s, impasses, ongeloof, geloof, geloften, geboden, hellen, hemelen, activisme, fatalisme, zendingsdrang, beelden, beeldenstormen, heilige huisjes, heilige oorlogen, geweldloos verzet, zelfrealisatie, verlichting, Het Werk en noem maar op.

Katie: Helder denken leidt bij jou niet tot helder leven?

Hans: Helder denken leidt bij mij tot niets.

Katie: Kun jij…

Hans: Wie?

Katie: Aan mij uitleggen…

Hans: Aan wie?

Katie: Waarom helder denken…

Hans: Waarom wat?

Katie: Niet tot helder leven leidt?

Hans: Tot wat?

Silhouet van hersenen en een wegwerker erop met sterren erin.
Als je denken helder is…

184. Nemen wij beslissingen of worden wij genomen?

I noticed one day that all my decisions were making themselves, and always at the right time. I haven’t had to make one decision since then. They are always made for me and they come from the wisdom that is in us all. I trust that wisdom completely. That trust itself was a decision made for me as inquiry cleared my mind. No decision, no fear.

Katie: Op een dag zag ik in dat al mijn beslissingen zichzelf nemen, en altijd op het juiste moment. Sindsdien heb ik nooit meer een beslissing hoeven nemen. Ze worden altijd voor me genomen en ze komen voort uit de wijsheid die in ons allen zit. Ik vertrouw volledig op die wijsheid. Dat vertrouwen is zelf een beslissing die voor me werd genomen toen onderzoek mijn geest helder maakte. Geen beslissing, geen angst.

Hans: Op een dag zag ik in dat ik geen idee heb waar mijn beslissingen vandaan komen. Of het wel beslissingen zijn. Of ze wel genomen worden. Of ze wel van mij zijn. Of er wel een mij is. Of ze op tijd, te vroeg of te laat komen – het is maar net hoe je het bekijkt. Ik tast volledig in het duister.

Katie: Misschien is het duister wel jouw naam voor de wijsheid die in ons allen zit.

Hans: Misschien is het duister wel mijn naam voor de dwaasheid die in ons allen zit.

Katie: Misschien is het duister wel een van de duizend namen van God of van de liefde die wij zijn.

Hans: Dat maakt allemaal geen donder uit.

Katie: Waarom niet?

Hans: Duister is duister, of je het nou wijsheid, dwaasheid, God of liefde noemt.

Katie: Durf jij het duister volledig te vertrouwen?

Hans: Dat maakt geen donder uit.

Katie: Waarom niet?

Hans: Duister is duister, of je het vertrouwt of niet.

Katie: Is jouw geest helder?

Hans: Dat maakt geen donder uit.

Katie: Waarom niet?

Hans: Duister is duister, of je helder bent of niet.

Katie: Misschien hebben we het toch niet over hetzelfde.

Hans: Dat maakt geen donder uit.

Katie: Duister is duister.

Hans: Wat heet.

185. Grijpen naar het onbegrijpelijke

You have to take risks. We will only understand the miracle of life fully when we allow the unexpected to happen.

Katie: We begrijpen het wonder van het leven pas echt als we het onverwachte laten gebeuren.

Hans: Dat gebeurt toch wel.

Katie: Toegegeven.

Hans: Het zou eerder een wonder zijn als het we het onverwachte konden tegenhouden.

Katie: Mij is het nooit gelukt.

Hans: Wat valt er trouwens te begrijpen aan een wonder?

Katie: Begrijpen hoe wonderlijk het leven is, bedoel ik.

Hans: Begrijpen dat je er niets van begrijpt, bedoel je.

Katie: Oké, we begrijpen pas echt dat we niets van het leven begrijpen…

Hans: Waarvan dan wel?

Katie: We begrijpen pas echt dat we niets begrijpen als we het onverwachte laten gebeuren.

Hans: Wat is het onverwachte anders dan het onbegrijpelijke?

Katie: We begrijpen pas echt dat we niets begrijpen als we het onbegrijpelijke laten gebeuren.

Hans: Dat gebeurt toch wel.

Katie: Oké, we begrijpen pas echt dat we niets begrijpen als het onbegrijpelijke plaatsgrijpt, nou goed.

Hans: Nee maar.

Caesar met zijn duim omhoog waar de bliksem inslaat.
Het onverwachte laten gebeuren.

186. Het echte leven is echt geen leven

If you are mentally somewhere else you miss real life.

Omkering 1

Katie: Als je elders bent met je gedachten mis je het echte leven.

Hans: Als je hier blijft met je gedachten mis je het echte leven.

Omkering 2

Katie: Als je elders bent met je gedachten mis je het echte leven.

Hans: Als je elders bent met je lichaam mis je het echte leven.

Omkering 3

Katie: Als je elders bent met je gedachten mis je het echte leven.

Hans: Elders zijn met je gedachten maakt deel uit van het echte leven.

Omkering 4

Katie: Als je elders bent met je gedachten mis je het echte leven.

Hans: Met ijdele gedachten over het echte leven mis je het echte leven.

Omkering 5

Katie: Als je elders bent met je gedachten mis je het echte leven.

Hans: Waar je ook bent, daar is het echte leven.

Omkering 6

Katie: Als je elders bent met je gedachten mis je het echte leven.

Hans: Ook het onechte leven is het echte leven.

Omkering 7

Katie: Als je elders bent met je gedachten mis je het echte leven.

Hans: Het echte leven is echt geen leven.

187. Drie ongelukken bij een geluk

Omkering 1

Katie: Als je niet oordeelt kun je niet falen.

Hans: Als je niet oordeelt kun je ook niet slagen.

Omkering 2

Katie: Als je niet oordeelt kun je niet falen.

Hans: Maar hoe voorkom je dat je oordeelt?

Omkering 3

Katie: Als je niet oordeelt kun je niet falen.

Hans: Als je niet weet kun je niet oordelen.

Katie: Echt niet?

Hans: Niet echt.

Katie: Ja, oordeel je dan wel of oordeel je dan niet?

Hans: Dan oordeel je zonder oordeel.

Caesar met 2 duimen, waarvan de ene naar boven wijst en de andere naar beneden.
Als je niet weet…

188. Het Halve Werk laat je in de waan

De ene helft

Katie: Het Werk heeft mij van al mijn negatieve gedachten verlost.

Hans: Nou de positieve nog.

De andere helft

Katie: Het Werk heeft mij van al mijn negatieve gedachten verlost.

Hans: Nou Het Werk nog.

189. Het hele bestaan met alles erop en eraan

Katie: Het Werk leidt tot volmaakte helderheid.

Hans: Het Halve Werk misschien.

Katie: En het Hele Werk?

Hans: Dat leidt tot volmaakte troebelheid.

Katie: Wat moet ik me daarbij voorstellen?

Hans: Meerduidigheid. Tegenstrijdigheid. Ambivalentie. Complexiteit.

Katie: Dat je het niet meer weet.

Hans: Maar dan ook helemaal niet meer.

Katie: Is dat iets goeds of iets slechts?

Hans: Nou heb je het weer over het Halve Werk.

Caesar met een hand vol duimen.
Meerduidigheid. Tegenstrijdigheid. Ambivalentie. Complexiteit.

Lees ook: Leven in de paradox.

190. Waarom ik weer mag vloeken

Katie: Als er geen verzet is, vloeken de kleuren niet meer, klinkt alle muziek mooi en is ieder woord poëzie.

Hans: Als er geen verzet is mogen alle kleuren, klanken en woorden weer vloeken.

Overvolle notenbalk.
Als er geen verzet is mogen de klanken weer vloeken.

191. De utopie van de halve wereld

Katie: Eenheid, dat is onvoorwaardelijke liefde, gelukzaligheid, God, verlichting, wijsheid en innerlijke vrede.

Hans: Klinkt meer als halfheid.

Katie: Hè?

Hans: Wat jij onder eenheid verstaat is de utopie van de halve wereld.

Katie: Welke halve wereld?

Hans: De hemel. Nirwana. Het paradijs.

Katie: Wat is daar mis mee?

Hans: Dat is de vraag niet.

Katie: Wat is de vraag wel?

Hans: Waar laten we de andere helft?

Silhouet van een halve wereldbol met op het hoogste punt een wankelend mannetje.
De utopie van de halve wereld.

Woordenboek niet-weten: utopisme, dystopisme, atopisme

192. Halve woorden voor goede verstaanders

Het halve werk

Een half mens of halfmens is iemand die alleen nog maar positieve gedachten en gevoelens heeft en alleen nog maar positieve dingen doet. Halfmensen zien de mens en dus zichzelf als in wezen liefdevol, goed, eerlijk, open en onschuldig.

De halve wereld of halfwereld is de wereld gezien door de ogen van de halfmens.

De halve waarheid of het halve verhaal is de geruststellende, troostrijke, blijde boodschap van een halfmens over de halfmens in zijn halfwereld.

Een halfleraar of halfmeester is iemand die maar de halve waarheid, het halve verhaal vertelt.

Het halve werk is het onderzoeken van de houdbaarheid van je negatieve gedachten om je ervan te bevrijden en een happy halfmens te worden.

Een halve gare is iemand die meent een halfmens te zijn of te kunnen worden of voor zich te hebben.

Silhouet van een in tweeën gespleten figuur.
Een halfmens is iemand die alleen nog maar positieve gedachten en gevoelens heeft en alleen nog maar positieve dingen doet.

Het hele werk

Tegenover de halve mens staat de hele mens die nergens voor of tegenover staat.

De hele mens is de mens met alles erop en eraan, in heel zijn ambiguïteit, tegenstrijdigheid en onbegrijpelijkheid.

De hele wereld is de wereld met alles erop en eraan, in heel zijn ambiguïteit, tegenstrijdigheid en onbegrijpelijkheid.

De hele waarheid of het hele verhaal is de boodschap van de hele mens over de hele mens in de hele wereld.

Het hele werk is het onderzoeken van de houdbaarheid van al je gedachten.

Helen is onder ogen zien dat je op dit moment geen half mens bent maar een heel, dat je dat altijd geweest bent en wel altijd zal blijven, wat je ook probeert.

Een heelmeester is iemand die heelt wat nooit stuk was door het hele verhaal over de hele wereld te vertellen.

Silhouet van een kop met hoorntjes en halo.
De hele mens is de mens met alles erop en eraan,
in heel zijn ambiguïteit, tegenstrijdigheid en onbegrijpelijkheid.

Dit was het halve verhaal van de hele wereld.

Geloofde je het?

Blog over deze tekst.

Lees ook: De hele leer, de halve leer, de lege leer.

193. Punten zijn geen vraagtekens maar vraagtekens hebben wel een punt

When inquiry is alive inside you, every thought you think ends with a question mark, not a period. And that is the end of suffering.

Katie: Als Het Onderzoek in je leeft eindigt iedere gedachte met een vraagteken, niet met een punt. Dat is het einde van het lijden.

Hans: Dat waren twee punten.

Katie: Flauw.

Hans: Dat was de derde.

Katie: Dat was jouw tweede.

Hans: Hoeveel antwoorden op de vier vragen eindigen met een vraagteken? Hoeveel omkeringen eindigen met een vraagteken? Hoeveel Katieïsmen eindigen met een vraagteken?

Katie: …

Hans: Dat was een beletselteken.

Droste-effect van een vraagteken waarvan de punt weer een vraagteken bevat et cetera.
Punten zijn geen vraagtekens maar vraagtekens hebben wel een punt.

Verder lezen: Leestekens aan de wand.

194. Gedachteloosheid voor beginners

I haven’t had a single thought for 26 years.

De uitzondering

Katie: Ik heb de afgelopen 26 jaar geen enkele gedachte gehad.

Hans: Behalve deze zeker.

De regel

Katie: Ik heb de afgelopen 26 jaar geen enkele gedachte gehad.

Hans: In elk geval geen nieuwe.

195. De vreemde vrede van volkomen verwarring

I haven’t had a single thought for 26 years. I have only understanding. it’s somewhat complicated to understand that. I’ve hardly ever spoken about it. You’re in a state of total peace of mind. A kind of nirvana.

Katie: Ik heb de afgelopen 26 jaar geen enkele gedachte gehad.

Hans: Ik heb de afgelopen 62 jaar ontelbare gedachten gehad.

Katie: Ik begrijp alleen nog maar.

Hans: Ik begrijp allang niet meer.

Katie: Het is een beetje moeilijk uit te leggen.

Hans: Het is een beetje moeilijk uit te leggen.

Katie: Je verkeert in een toestand van volkomen vrede.

Hans: Je verkeert in een toestand van volkomen verwarring.

Katie: Een soort nirwana.

Hans: Een soort niet-weten.

Lees ook: De vreemde vrede van niet-weten (en verder).

196. Het Werk van Byron Katie als mindgame

Vier vragen die je even veranderen.

Het Werk wordt door Byron Katie aangeprezen als een open gedachtenonderzoek, maar hoe langer ik ernaar kijk – nu al veel langer dan me lief is – hoe meer ik het op een gesloten denkspel vind lijken, laten we het Mastermind noemen, waarvan de zetten en de uitkomst van tevoren vaststaan.

De mastermind speelt in deze mindgame de rol van ziener; de slavemind de rol van blinde. Het is de taak van de blinde in het oog van de ziener te kruipen, en anders zolang of voorgoed in diens mond of kont, of tenminste te doen alsof, maakt niet uit, als hij (de blinde) maar wenselijk gedrag vertoont.

Silhouet van een grote pion, een kleine pion en een omgevallen pion.
Mastermind, kegelspel voor jong en oud.

Praktijkvoorbeeld

Dit wat betreft de rolverdeling, nu het gespreksprotocol, voor de variatie in de vorm van een casus met Hans als blinde en Katie als ziener (echte namen bekend bij de redactie).

Hans: Mijn vrouw moet verdomme eens ophouden met enzovoort.

Katie: Is dat waar?

Hans: Goeie vraag zeg, daar had ik nog helemaal niet bij stilgestaan.

Katie: Kun je dat wel weten?

Hans: Nou je het zegt, eigenlijk niet, jeetje.

Katie: Wat gebeurt er als je dat gelooft?

Hans: Dan word ik ontzettend gespannen, goh, zou het daardoor komen?

Katie: Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Hans: Liefdevol, vriendelijk, vredig en gelukkig, was het toch?

Katie: Keer het om.

Hans: Wát? O, eh, mijn vrouw hoeft helemaal niet op te houden met enzovoort.

Katie: Is dat waar?

Hans: Meen je dat nou, ik bedoel, dat zeg ik toch?

Katie: Nog meer omkeringen?

Hans: Goed dat je het vraagt, ik moet zelf eens ophouden met enzovoort.

Katie: Is dat waar?

Hans: Natuurlijk is het waar, wat ben ik, een hypocriet?

Je ziet, zo moeilijk is het niet, als je maar onthoudt dat de vragen antwoorden zijn, de antwoorden omkeringen en de omkeringen onomkeerbaar.

Toitoitoi!

197. Waarom zoveel mensen zich als leraar of leerling gedragen (en ik niet)

When you act like a teacher, it’s usually because you’re afraid to be the student.

Omkering 1

Katie: Als je je gedraagt als een leraar is dat gewoonlijk omdat je bang bent om een leerling te zijn.

Hans: Als je je gedraagt als een leerling is dat gewoonlijk omdat je bang bent om een leraar te zijn.

Omkering 2

Katie: Als je je gedraagt als een leraar is dat gewoonlijk omdat je bang bent om een leerling te zijn.

Hans: Als je je gedraagt als een leraar of leerling is dat gewoonlijk omdat je bang bent om jezelf te zijn.

Omkering 3

Katie: Als je je gedraagt als een leraar is dat gewoonlijk omdat je bang bent om een leerling te zijn.

Hans: Als je je gedraagt als een leraar of leerling is dat gewoonlijk omdat je bang bent om bang te zijn.

Omkering 4

Katie: Als je je gedraagt als een leraar is dat gewoonlijk omdat je bang bent om een leerling te zijn.

Hans: Als je je gedraagt als een leraar of leerling is dat gewoonlijk omdat je bang bent.

Omkering 5

Katie: Als je je gedraagt als een leraar is dat gewoonlijk omdat je bang bent om een leerling te zijn.

Hans: Als je je gedraagt is dat gewoonlijk omdat je bang bent.

Omkering 6

Katie: Als je je gedraagt als een leraar is dat gewoonlijk omdat je bang bent om een leerling te zijn.

Hans: Als je bang bent is dat gewoonlijk omdat je je gedraagt.

Omkering 7

Katie: Als je je gedraagt als een leraar is dat gewoonlijk omdat je bang bent om een leerling te zijn.

Hans: Als je je gedraagt als een mens is dat gewoonlijk omdat je niet meer bang bent om bang te zijn.

Omkering 8

Katie: Als je je gedraagt als een leraar is dat gewoonlijk omdat je bang bent om een leerling te zijn.

Hans: Keer het om.

Katie: Als ik me gedraag als een leraar is dat gewoonlijk omdat ik bang ben om een leerling te zijn.

Hans: Dan is het waar voor jou.

Katie: Gedraag jij je gewoonlijk als een leraar of als een leerling?

Hans: Nee hoor, ik ben gewoon bang.

Monnik met teddybeer.
Omdat je niet meer bang bent om bang te zijn.

Blogje over deze tekening.

198. Waarom je je maar beter niet met jezelf kunt bemoeien

To think that I know what's best for anyone else is to be out of my business. Even in the name of love it is pure arrogance and the result is tension, anxiety, and fear. Do I know what's right for me? That is my only business. Let me work with that before I try to solve problems for you.

Katie: Denken dat ik weet wat het beste is voor iemand, al is het uit liefde, getuigt van hoogmoed en leidt tot spanning, bezorgdheid en angst. Wat is het beste voor mij? Dat is het enige wat me aangaat. Laat ik daarmee beginnen voor ik jouw problemen ga oplossen.

Hans: Denken dat ik weet wat het beste is voor mezelf getuigt van hoogmoed en leidt tot spanning, bezorgdheid en angst.

Katie: Als jij al niet weet wat het beste is voor jezelf, wie dan wel?

Hans: Denken dat iemand anders weet wat het beste is voor mij leidt tot spanning, bezorgdheid en angst.

Katie: Daarom onderwijs ik dat niemand beter weet dan jij wat het beste is voor jou.

Hans: Is dat waar? Kun je dat wel weten? Wat gebeurt er als je dat gelooft. Wie zou je zijn zonder die gedachte? Keer het om.

Katie: Dus jij denkt dat niemand weet wat het beste is voor jou, jij ook niet?

Hans: Denken dat niemand weet wat het beste voor je is, jij ook niet, leidt tot spanning, bezorgdheid en angst.

Katie: Wat moet je dan?

Hans: Denken dat je wat moet leidt tot spanning, bezorgdheid en angst.

Katie: Ik geef het op.

Hans: Waar bemoei je je ook mee.

199. Je eigen denken begrijpen is zien dat het moet grijpen

To understand your own thinking is to understand all thinking.

Omkering 1

Katie: Je eigen denken begrijpen is alle denken begrijpen.

Hans: Je eigen denken begrijpen is niet weten wat je ervan moet denken.

Omkering 2

Katie: Je eigen denken begrijpen is alle denken begrijpen.

Hans: Je eigen denken begrijpen is lachen om je begrippen.

Omkering 3

Katie: Je eigen denken begrijpen is alle denken begrijpen.

Hans: Je eigen denken begrijpen is zien dat het moet grijpen.

Omkering 4

Katie: Je eigen denken begrijpen is al het denken begrijpen.

Hans: Je eigen denken begrijpen is al het denken doorzien.

Katie: Hè?

Hans: Al het denken doorzien is zelfs dit denken doorzien.

Katie: Maar wat heb je dan begrepen?

Hans: Dat heb je goed gezien.

200. Het Werk als fase van Het Spel

Katie: Wat is Het Werk volgens jou?

Hans: Een fase van Het Spel.

Katie: Welke fasen kent Het Spel?

Hans: Eerst spelen je gedachten met jou.

Katie: Hoe komt dat?

Hans: Doordat je ze onvoorwaardelijk gelooft.

Katie: En dan?

Hans: Speel jij met je gedachten.

Katie: Hoe komt dat?

Hans: Doordat je onvoorwaardelijk in Het Werk gelooft.

Katie: En dan?

Hans: Is er alleen nog Het Spel.

Katie: Houdt Het Spel ooit op?

Hans: Het ligt eraan in welke fase je zit.

Katie: In de fase waarin ik nu zit.

Hans: Nooit.

Katie: En in de fase waarin jij nu zit?

Hans: Welk Spel?

Het Spel.

201. Het Werk als wolk aan het zwerk

Katie: Wat is volgens jou de essentie van Het Werk?

Hans: De gedachte dat je je gedachten onderzoekt.

Katie: Waarom noem je het een gedachte?

Hans: Opdat je hem zult onderzoeken.

Katie: Denk jij soms dat Het Werk een illusie is?

Hans: Dat zou gewoon de volgende gedachte zijn.

Katie: Denk jij soms dat alles een illusie is?

Hans: Dat zou gewoon de volgende gedachte zijn.

Katie: Wat denk je dan wel?

Hans: Dat zou gewoon de volgende gedachte zijn.

Katie: Maar wat is volgens jou nou de essentie van Het Werk?

Hans: Dat is volgens mij nou de essentie van Het Werk.

Katie: Ach man.

Hans: Ach vrouw.

Katie: Wat weet jij nou helemaal van Het Werk.

Hans: Noem het dan maar weer niet-weten.

Droste-effect van gedachtenwolkjes in gedachtenwolkjes.
De gedachte dat je je gedachten onderzoekt.

202. De laatste voorstelling van je verbeelding

Everyone in your life is a figment of your imagination – even you.

Katie: Iedereen in je leven is een voorstelling van je verbeelding – zelfs jij.

Hans: Iedereen en alles?

Katie: Zeker weten.

Hans: Zelfs je verbeelding?

Katie: Hihi.

Hans: Zelfs de voorstelling dat alles en iedereen in je leven een voorstelling van je verbeelding is?

Katie: Hè?

Hans: Haha.

Katie: Alles en iedereen in je leven is een voorstelling van je verbeelding, zelfs je verbeelding en zelfs de voorstelling dat alles en iedereen in je leven een voorstelling van je verbeelding is?

Hans: Tenzij dat ook verbeelding is.

Katie: In dat geval zou alles en iedereen in je leven toch geen voorstelling van je verbeelding zijn!

Hans: Tenzij dat ook verbeelding is.

Katie: Ja, is alles en iedereen nou een voorstelling van je verbeelding of niet?

Hans: Verbeeld je.

203. Katie’s kosmos, of waarom we wel kunnen ophouden

The world is nothing but my perception of it. I see only through myself. I hear only through the filter of my story.

Katie: De wereld is niets dan mijn waarneming ervan.

Hans: Ik had al die indruk.

Katie: Ik zie alles via mij.

Hans: Katie ziet overal Katies die overal zien wat Katie ziet.

Katie: Ik hoor alleen wat het filter van mijn verhaal doorlaat.

Hans: Katie hoort overal Katies die overal horen wat Katie hoort.

Katie: De wereld is niets dan mijn waarneming ervan.

Hans: Nou, dan kunnen we wel ophouden.

Zie ook katieïsme.

Droste-effect van een silhouet het profiel van Byron Katie die met haar ogen een profiel van Byron Katie projecteert enzovoort.
‘De wereld is niets dan mijn waarneming ervan.’

204. Hoe de zachtmoedigen de aarde beërven

I am completely available because I am not busy dictating how the world should be.

Katie: Ik ben volledig beschikbaar omdat ik niet de hele dag mijn wil hoef op te leggen aan de wereld.

Hans: Jij wil toch dat iedereen gelukkig is?

Katie: Dat wel.

Hans: Jij wil toch vrede op aarde?

Katie: Dat wel.

Hans: Jij wil toch dat de Realiteit zegeviert?

Katie: Dat wel.

Hans: Jij wil toch dat de hele wereld aan Het Werk gaat?

Katie: Dat wel.

Hans: Jij komt toch nergens anders aan toe?

Katie: Dat niet.

Hans: Nou dan.

Beeldhouwer met een vredesduif als hoofd die staat te beitelen in het hoofd van zijn evenbeeld.
De eeuwige strijd voor de eeuwige vrede.

205. Eeuwig Werken aan Eeuwige Vrijheid

Katie: Het is uiteindelijk niet wat er gebeurt dat ons gevangen houdt, maar onze beleving ervan.

Hans: In jouw beleving.

Katie: En in jouw beleving?

Hans: Zit jij gevangen in de gedachte dat het uiteindelijk niet is wat er gebeurt dat ons gevangen houdt maar onze beleving ervan.

Katie: Ik?

Hans: Jij en alle volgelingen aan je voeten, eeuwig werkend aan hun eeuwige vrijheid.

Katie: Dat is jouw beleving.

Hans: Dromend dat beleving gebeurtenis wordt.

Droste-effect van een figuur met een kogel aan zijn enkel die weer het hoofd vormt van net zo’n figuur.
Jij en alle volgelingen aan je voeten, eeuwig werkend aan eeuwige vrijheid.

206. Een stille vriend

Katie: Wat vind jij van Het Werk?

Hans: Arbeit macht frei.

Katie: Jij gelooft er niet in.

Hans: Keer het om.

Katie: Ik geloof er niet in.

Hans: Is dat waar?

Katie: Radicaal niet-weten spreekt me anders ook niet aan.

Hans: Mij ook niet.

Katie: Radicaal niet-weten spreekt jou ook niet aan?

Hans: Radicaal niet-weten spreekt niemand aan.

Katie: Waarom niet?

Hans: Omdat het niets te zeggen heeft.

207. Beter ten hele gedwaald dan ten halve gekeerd

Katie: Wie Het Werk afwijst verwerpt zichzelf.

Hans: Een goed begin is het halve werk.

Katie: Wie zichzelf verwerpt, verliest de liefde.

Hans: Beter ten hele gedwaald dan ten halve gekeerd.

Katie: Wie de liefde verliest raakt alles kwijt.

Hans: Eind goed al goed.

Iemand van wie het bovenlijf achterstevoren op het onderlijf staat.
Beter ten hele gedwaald dan ten halve gekeerd.

208. Werken aan Werkeloosheid

Just let it be. You may as well; it is. Everything moves in and out at its own time. You have no control. You never did, you never will.

Katie: Laat toch gaan. Waarom niet, het is zoals het is. Alles komt en gaat op zijn eigen tijd. Niets heb je onder controle. Vroeger niet, nu niet en nooit niet.

Hans: Heb je het nou over Het Werk?

Katie: Verdraaid.

Hans: Het zijn je eigen woorden.

Katie: Als we werkelijk niets onder controle hebben kan ik wel ophouden.

Hans: Als we werkelijk niets onder controle hebben kun je ook niet ophouden.

Katie: Verdraaid.

Hans: Tot je er vanzelf mee stopt.

Katie: En dan zou ik er niet meer mee door kunnen gaan.

Hans: Tot je er vanzelf weer mee begint.

Katie: En dan zou ik dat weer niet kunnen tegenhouden.

Hans: De vraag is nu of we werkelijk niets onder controle hebben.

Katie: En dan zeg jij…

Hans: Is dat waar? Kun je dat wel weten? Wat gebeurt er als je het gelooft? Wie zou je zijn zonder die gedachte? Keer het om.

Katie: Verdraaid.

Boer met klompen zittend in de lucht met een loos stuur in zijn handen
Als we werkelijk niets onder controle hebben kun je ook niet ophouden.

209. Het Halve Werk is dubbel werk

Halve heelmeesters maken stinkende wonden.

Katie: Wat is Het Werk volgens jou?

Hans: Iets wat je later weer ongedaan moet maken.

Sloopbal aan een ketting onderweg naar het hangende hoofd van een figuur.
Iets wat je later weer ongedaan moet maken.

210. Welkom in het wijsdom

Everyone has equal wisdom. It is absolutely equally distributed. No one is wiser than anyone else.

Katie: Iedereen is even wijs. Wijsheid is volstrekt gelijk verdeeld. Niemand is wijzer dan iemand anders.

Hans: Iedereen is even dwaas. Dwaasheid is volstrekt gelijk verdeeld. Niemand is minder dwaas dan iemand anders.

211. Waar niet-weten woont

The mind usually says ‘I know, I know, I know’, but the don’t-know mind is where wisdom lives.

Katie: De geest zegt gewoonlijk ‘Weet ik, weet ik, weet ik’, maar de weetnietgeest is waar wijsheid woont.

Hans: De geest denkt te weten waar wijsheid woont, maar de weetnietgeest zegt gewoon ‘Weet ik niet, weet ik niet, weet ik niet’.

212. Katieïsme als religie

My mother became a believer, and then I became a believer. But when I was 43 years old, I began to think for myself, somehow, by fluke and by grace. And I thought, ‘Oh, my. I was so mistaken. The world isn’t what I believed it to be. I am not what I believed me to be, and neither is anyone.’

Katie: Mijn moeder werd een gelovige en ik werd een gelovige. Maar toen ik 43 was begon ik op een of andere manier voor mezelf te denken, door toeval, door genade. En ik dacht, o jee, wat had ik het mis. De wereld is niet wat ik geloofde dat hij was. Ik ben niet wie ik geloofde te zijn, niemand is dat.

Hans: Nu ben je 78 en geloof je heilig dat je liefde bent, dat de werkelijkheid volmaakt is en dat problemen er zijn voor onze realisatie.

Katie: Ik bén liefde, de werkelijkheid ís volmaakt en problemen zíjn er voor onze realisatie.

Hans: Je hebt een compleet geloof opgetuigd, katieïsme. Met ongecertificeerde dogma’s die je naar jezelf hebt vernoemd en gecertificeerde volgelingen die je facilitators hebt gedoopt.

Katie: Katieïsme, zoals jij het noemt, is geen geloof, het is de simpele waarheid over de realiteit waarin nog geen stofje verkeerd ligt. Het Werk is een zegen voor de mensheid.

Hans: Stel je voor dat je ineens, na 35 jaar, opnieuw voor jezelf gaat denken, door toeval, door genade, en nogmaals moet concluderen, o jee, wat had ik het mis, de wereld is niet wat ik geloofde dat hij was, ik ben niet wie ik geloofde te zijn, niemand is dat.

Katie: Ik zou niet weten waardoor.

Hans: Wat dacht je van het hele werk?

En geloof je heilig dat je liefde bent,
dat de werkelijkheid volmaakt is en dat
problemen er zijn voor onze realisatie.

213. (Een trap tegen het) AchterWerk

Katie: Waarom ga jij zo respectloos om met Het Werk?

Hans: Omdat Het Werk dat van mij vraagt.

Katie: Waarom ga je zo respectloos om met mij?

Hans: Omdat jij jezelf niets meer vraagt.

Ronde billen met een schep erin.
AchterWerk.

214. OverWerk

Hiermee is alles gezegd wat ik over Byron Katie wilde zeggen, als ik al iets gezegd heb. Samengevat in termen van Het Werk zelf:

Omkering 1

Wie meent dat hem aan het eind van Het Werk, heel of half, het paradijs wacht – niets dan vrede, vreugde, dankbaarheid, wijsheid, onbevreesdheid, overgave, verlichting, vriendelijkheid, universele liefde en onbegrensd mededogen – veronderstelt een individu, een wereld, een vrije wil, een doel en een weg.

Bestaan die wel?

Kun je dat weten?

Wat gebeurt er als je dat gelooft?

Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

Januskop van Katie en Hans ondersteboven met hangend haar

Omkering 2

Wie meent dat het individu, de wereld, de vrije wil, het doel en de weg illusoir zijn, kan alleen maar concluderen dat Het Werk ook een illusie is.

Is het dat wel?

Kun je dat weten?

Wat gebeurt er als je dat gelooft?

Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

Januskop van Katie en Hans met rechtopstaand haar.

Omkering 3

Wie niets meent over het individu, de wereld, de vrije wil, het doel, de weg en Het Werk heeft een lege leer.

Bestaat die wel?

Kun je dat weten?

Wat gebeurt er als je dat gelooft?

Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

Gespiegeld negatief van januskop van Katie en Hans met hangend haar.

Katie’s canon

1. Kill your Katieisms

Hieronder een selectie van veertig gevleugelde woorden van Byron Katie waarmee je zelf aan Het Werk kunt gaan. Aan elk ervan heb ik in dit boek minstens één dialoog gewijd. Een officiële canon is het niet maar ze zijn wel representatief.

Als jouw favoriete Katieïsmen er niet bij staan kun je ze toevoegen. Ook troetelgedachten van eigen makelij mogen erbij. Hoe liever hoe beter: kill your darlings.

Toegegeven, je lievelingen doden is opnieuw half werk. Maar nu de andere helft. Je betere helft.

‘Dood je lievelingen’ is een vertaling van ‘Kill your darlings’.

‘Kill your darlings’ is een darling van de Amerikaanse auteur William Faulkner (‘in writing you must kill all your darlings’).

William Faulkner zou het weer hebben van de Engelse auteur Sir Arthur Quiller-Couch (‘Whenever you feel an impulse to perpetrate a piece of exceptionally fine writing, obey it – wholeheartedly – and delete it before sending your manuscript to press. Murder your darlings.’).

In deze context zijn de darlings in kwestie natuurlijk geen gekoesterde zinnen in je manuscript maar gekoesterde gedachten in je hoofd.

Duel met pistolen tussen twee silhouetten.
Kill your darlings.

Lees ook: Niet-weten is jezelf vrijspreken van je favoriete uitspraken.

2. Byron Katie voor Workaholics

‘Je kunt je gedachten onderzoeken, is dat waar?’ Veertig Katieïsmen die het licht van niet-weten slecht verdragen.

Mannetje met vergrootglas dat kleinere versie van zichzelf bekijkt.
Het onderzoek onderzocht.

1. Je gelooft wat je denkt of je onderzoekt het. Er is geen andere keus.

Is dat waar?

Kun je dat wel weten?

Wat gebeurt er als je dat gelooft?

Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

2. Het ergste wat je kan overkomen is een niet-onderzochte gedachte.

Is dat waar?

Kun je dat wel weten?

Wat gebeurt er als je dat gelooft?

Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

3. Je kunt je gedachten niet uitzetten maar je kunt ze wel onderzoeken.

Is dat waar?

Kun je dat wel weten?

Wat gebeurt er als je dat gelooft?

Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

4. Als je je gedachten niet langer gelooft verlies je nooit meer je kalmte.

Is dat waar?

Kun je dat wel weten?

Wat gebeurt er als je dat gelooft?

Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

5. Mijn geluk is niet afhankelijk van andermans geluk.

Is dat waar?

Kun je dat wel weten?

Wat gebeurt er als je dat gelooft?

Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

6. Als je strijdt met de realiteit zul je verliezen.

Is dat waar?

Kun je dat wel weten?

Wat gebeurt er als je dat gelooft?

Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

7. Alles wat er gebeurt is de wil van God. Als je dat beseft ben je binnen.

Is dat waar?

Kun je dat wel weten?

Wat gebeurt er als je dat gelooft?

Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

8. Als ik boom zeg wend ik me af van de realiteit.

Is dat waar?

Kun je dat wel weten?

Wat gebeurt er als je dat gelooft?

Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

9. Liefde is wat wij zijn zonder verhaal.

Is dat waar?

Kun je dat wel weten?

Wat gebeurt er als je dat gelooft?

Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

10. De lakmoesproef voor zelfrealisatie is een constante staat van dankbaarheid.

Is dat waar?

Kun je dat wel weten?

Wat gebeurt er als je dat gelooft?

Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

11. Wij lijden aan onze opvattingen over het leven, nooit aan het leven zelf.

Is dat waar?

Kun je dat wel weten?

Wat gebeurt er als je dat gelooft?

Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

12. De realiteit is altijd vriendelijker dan het verhaal dat we erover vertellen.

Is dat waar?

Kun je dat wel weten?

Wat gebeurt er als je dat gelooft?

Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

13. Het laatste verhaal – God is alles, God is goed.

Is dat waar?

Kun je dat wel weten?

Wat gebeurt er als je dat gelooft?

Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

14. Hoe helderder de geest wordt hoe meer hij een vriendelijk universum projecteert.

Is dat waar?

Kun je dat wel weten?

Wat gebeurt er als je dat gelooft?

Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

15. De hele wereld is mijn eigen verhaal, teruggekaatst op het scherm van mijn waarneming.

Is dat waar?

Kun je dat wel weten?

Wat gebeurt er als je dat gelooft?

Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

16. Wij zijn nooit echt de baas. Dat denken we alleen maar als alles meezit.

Is dat waar?

Kun je dat wel weten?

Wat gebeurt er als je dat gelooft?

Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

17. De wereld waarin je leeft is voor honderd procent je eigen verantwoordelijkheid.

Is dat waar?

Kun je dat wel weten?

Wat gebeurt er als je dat gelooft?

Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

18. Vrijheid is nooit een moment van angst, woede of verdriet meemaken.

Is dat waar?

Kun je dat wel weten?

Wat gebeurt er als je dat gelooft?

Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

19. Uiteindelijk ben ik alles wat ik kan weten.

Is dat waar?

Kun je dat wel weten?

Wat gebeurt er als je dat gelooft?

Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

20. De enige met wie je ooit te maken hebt ben je zelf.

Is dat waar?

Kun je dat wel weten?

Wat gebeurt er als je dat gelooft?

Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

21. Alle problemen hebben maar één doel, jouw zelfrealisatie.

Is dat waar?

Kun je dat wel weten?

Wat gebeurt er als je dat gelooft?

Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

22. Als je je gedachten niet gelooft ben je alles.

Is dat waar?

Kun je dat wel weten?

Wat gebeurt er als je dat gelooft?

Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

23. Er zal pas vrede zijn, in onszelf, in onze families en in de wereld, als we onze gedachten niet meer geloven.

Is dat waar?

Kun je dat wel weten?

Wat gebeurt er als je dat gelooft?

Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

24. Alles gebeurt voor jou, niet met jou.

Is dat waar?

Kun je dat wel weten?

Wat gebeurt er als je dat gelooft?

Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

25. Alles komt precies op tijd.

Is dat waar?

Kun je dat wel weten?

Wat gebeurt er als je dat gelooft?

Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

26. Je krijgt nooit meer pijn dan je aankan.

Is dat waar?

Kun je dat wel weten?

Wat gebeurt er als je dat gelooft?

Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

27. De ultieme – en eigenlijk de enige – relatie die je hebt is de relatie met je eigen gedachten.

Is dat waar?

Kun je dat wel weten?

Wat gebeurt er als je dat gelooft?

Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

28. Aangezien het verleden niet echt is en de toekomst ook niet, gaan al je gedachten nergens over.

Is dat waar?

Kun je dat wel weten?

Wat gebeurt er als je dat gelooft?

Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

29. We zeggen tegen anderen alleen wat we zelf willen horen.

Is dat waar?

Kun je dat wel weten?

Wat gebeurt er als je dat gelooft?

Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

30. Liefde omarmt alles.

Is dat waar?

Kun je dat wel weten?

Wat gebeurt er als je dat gelooft?

Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

31. Het is ondenkbaar dat een heldere geest een ongelukkig leven kan leiden.

Is dat waar?

Kun je dat wel weten?

Wat gebeurt er als je dat gelooft?

Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

32. Trauma is niets anders dan vastzitten in wat je gelooft.

Is dat waar?

Kun je dat wel weten?

Wat gebeurt er als je dat gelooft?

Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

33. Eet-, drink- en depressiestoornissen zijn eigenlijk denkstoornissen.

Is dat waar?

Kun je dat wel weten?

Wat gebeurt er als je dat gelooft?

Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

34. Angst is altijd het resultaat van een niet-onderzocht verleden voorgesteld als toekomst.

Is dat waar?

Kun je dat wel weten?

Wat gebeurt er als je dat gelooft?

Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

35. Angst heeft maar twee oorzaken, de gedachte te verliezen wat je hebt en de gedachte niet te krijgen wat je wilt.

Is dat waar?

Kun je dat wel weten?

Wat gebeurt er als je dat gelooft?

Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

36. Als je elders bent met je gedachten mis je het echte leven.

Is dat waar?

Kun je dat wel weten?

Wat gebeurt er als je dat gelooft?

Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

37. Je eigen denken begrijpen is alle denken begrijpen.

Is dat waar?

Kun je dat wel weten?

Wat gebeurt er als je dat gelooft?

Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

38. Iedereen in je leven is een voorstelling van je verbeelding – zelfs jij.

Is dat waar?

Kun je dat wel weten?

Wat gebeurt er als je dat gelooft?

Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

39. De wereld is niets dan mijn waarneming ervan.

Is dat waar?

Kun je dat wel weten?

Wat gebeurt er als je dat gelooft?

Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

40. Het is uiteindelijk niet wat er gebeurt dat ons gevangen houdt, maar onze beleving ervan.

Is dat waar?

Kun je dat wel weten?

Wat gebeurt er als je dat gelooft?

Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Keer het om.

3. Het Katieïsme dat alle Katieïsmen overbodig maakt

‘I don’t know’ is my favorite position.

Katie: ‘Ik weet het niet’ is mijn lievelingsplek.

Hans: Kom gerust eens langs.

4. Niet-weten is een lege leer

Het Werk van Byron Katie, dat is Het Halve Werk.

Het Halve Werk, dat is reprogrammeren.

Niet-weten, dat is Het Hele Werk.

Het Hele Werk, dat is deprogrammeren.

In dit boek heb ik over de rug van Byron Katie laten zien wat niet-weten inhoudt:

Helemaal niets.

Niet-weten is de lege leer.

De lege leer is de simpelste vorm van spiritualiteit die ik ken, en de mooiste.

Hij is niet onverenigbaar met Het Werk als methode, maar totaal onverenigbaar met het dogmatisch solipsisme van Byron Katie.

Een lege leer is namelijk geen leer maar gewoon leeg.

Je kunt hem weggeven zo vaak je wilt zonder iets kwijt te raken, en daar krijg ik nooit genoeg van.

Hier, voor jou, zie maar wat je ermee doet.

Als je er maar geen programma van maakt, afgesproken?

Daar drinken we op:

Halve champagnefles met twee halve glazen.

Proost!

5. Mijn Enige Innerlijke Wijsheidskaart

Een aandenken voor de dappere lezer die het eind van dit boek heeft gehaald.

Hans van Dam’s Single Inner Wisdom Card.

Knip hem uit en draag hem altijd bij je.

Je mag mijn Innerlijke Wijsheidskaart zo vaak raadplegen als je wilt.*

* Brengt hij geen soelaas? Raadpleeg dan gauw het Boek Zonder Antwoorden. Werkt altijd!