Top
NietWeten.nl      

Goff Smeets

Goff Smeets, gastauteur op NietWeten.nl.

Andere teksten van Goff op deze site: Vangelo del Silenzio en diverse haiku op haiku (Wolk van niet-weten, Gassho Bassho en Dorre woorden).

Oosters gezwam – Limericks voor losers

1.

De Boeddha in vroom Volendam
Wist niet wat hem daar overkwam
Hun boodschap was paling
Hij vond dat een dwaling
Zij vonden dat oosters gezwam

2.

Een geestrijke kat in het nauw
Wist vaag een en ander van Tao
Dat vond ze een -isme
Ze koos voor Boeddhisme
Maar mauwde al gauw van berouw

3.

Een prins in Lumbini zat vast
Zijn gezin was een loodzware last
Hij ging naar Bodh Gaya
En als de tathagata
Staat hij nu te boek in de kast

4.

Een tulku in ’t centrum van Sluizen
Ging sloffend zijn gang langs de huizen
Destijds in Tibet
Was dana al pet
Hij had zich erin laten luizen

5.

De kok van een sangha in Londen
Had wat hij kwijt was gevonden
Het dharma recept
Voor de echte adept
Hetzelfde als dat voor zijn honden

6.

Een Arhat in Rotterdam-West
Was daar op zijn opperste best
Hij stond zich te laven
In een kroeg aan de haven
Zijn dorst naar de leer was gelest

7.

Een zennie met pijn in de benen
Zei na jaren van stilzittend trainen
De pijngrens verleggen
Hoe zal ik het zeggen
Verlichting is mij niet verschenen

8.

Een man van boeddhistische snit
Smoorverliefd op een hittepetit
Zit stil op zijn kussen
De vlam uit te blussen
Die tussen z’n oren niet meezit

9.

Een non hapt in monnikendam
Met smaak in een broodje met ham
Het mag dan wel niet
Maar geen mens die het ziet
Hypocriet haalt die griet zo haar gram

10.

De gong van de tempel in Beesd
Zei nu het is uit met het feest
Meditators in slaap
Staan mooi weer voor aap
Vijf uur is voldoende geweest

11.

De Dharma sprak ooit met de Dao
Het ging zonder enig gesnauw
Ook geen gekakel
Het was een mirakel
Ze zeiden in koor slechts ‘na jou’

12.

Een haiku verstild op papier
Zei limericks maken plezier
Ik ben een debacle
Zonder spektakel
Maar ik zie geen uitweg van hier

13.

Groot voertuig in Oost en in West
Deed almaar zijn stinkende best
De wereld bevrijden
Van al het lijden
Bij mens en ook dier en de rest

14.

Een soefi werd dol van ’t gedans
En raakte totaal uit balans
Ging gauw mediteren
Boeddhisme studeren
Maar maakte ook daarin geen kans

Met handen boeddhistisch op schoot
Verveelde een yogi zich dood
Hij snakte naar dans
Soefistische trance
Met zitten had hij het verkloot

15.

De leerling zat flink in de klem
Zijn roshi verwaarloosde hem
Wat stelt dit nou voor
Ik volg steeds zijn spoor
Niet eens als een bus maar als tram

De roshi verlangde naar rust
Hij zei wat een loodzware klus
Rechtdoor is mijn plicht
Wie weet waar dat ligt
Was ik toch een tram en geen bus

16.

Een meisje woonachtig in Sneek
Nam les nogal duur voor een week
Het was een eind gaans
Men sprak Tibetaans
Dat op niets wat ze wist ook maar leek

Een prof Tibetaans uit Ladakh
Kreeg meer dan royaal onderdak
Voor lessen in Sneek
Maar binnen een week
Was heimwee naar huis wat hem brak

17.

De Boeddha deed scrabble met Mara
Samsara nirwana en dharma
Dat legden ze neer
Als kern van een leer
En allebei zeiden ze rara

Geleerden in Oost en in West
Doen eeuwenlang stinkend hun best
Om woorden van toen
Vergeefs te ontdoen
Van ruimte en tijd en de rest

18.

Een monnik op missie in Mekka
Kreeg van de mufti een fatwa
Tien zweepslagen slechts
Van links en van rechts
Als eerbetoon ook aan de Boeddha

Een mufti sprak recht in Ladakh
Maar eindige zelf in de bak
Voor lamas en yogis
Volgde dat logisch
Uit fatwas waarvan hij steeds sprak

19.

Een pop ingesponnen in Delft
Zei tjee! ik ben over de helft
Mijn transformatie
Tot vliegende gratie
Gaat dankzij vipaka vanzelf

Een vlinder vermoeid van ’t gefladder
Zat ergens in Delft op een ladder
Zo kwam ze wat bij
En zuchtend zei zij
Mijn karma verliep toch wel gladder

20.

De koksmaat van tempel De Horst
Bereidde ragout soms met worst
Steeds vegan gedoe
Met vlees als taboe
Dat stuitte hem tegen de borst

Een zwerver met honger en dorst
Verlangend naar borrels met worst
En ook naar ragout
Desnoods met tahoe
Hij kende de weg naar de Horst

21.

De Boeddha zat stil als een rots
Verlost van zijn ego en trots
Mijn glimlach zei hij
Is enkel voor mij
Het is niet voor camerashots

Een yogi zag plots eens wat licht
En trok een iets ander gezicht
Hij maakte een selfie
En voor zijn promotie
Werd ook nog een site ingericht

Fabels voor fabeldieren

Na publicatie van de tweede editie van Niet te geloven! De Linji Lu in het Boeddhistisch Dagblad schreef Goff een serie van 48 boeddhismevrije fabels geïnspireerd door de preken van Meester Linji. De zengeest doet er het zwijgen toe, de weetnietgeest gaat tekeer als een beest.

Opgelet: Goff houdt niet van spatjes, dus hou je speeksel binnen.

Vrolijke tekening van allemaal dierenkoppen door elkaar.
Fabeldieren voor fabels.

1 - Hond

Omweglopers, jullie geliefde voorvader, zo’n rasechte havenhond die de kade bewaakt, verwelkomde binnenlopende schepen en zwaaide uitvarende schepen uit. Hij deed dat zwijgend, geen woord ter begroeting of afscheid kon eraf.

Wanneer hem gevraagd werd naar de reden luidde zijn antwoord: ‘Spreken is zilver, zwijgen is goud.’ En steevast met veel woorden erachteraan over de leegheid van woorden en dat je de boot mist als je de dingen benoemt. Hij was er niet van af te brengen.

Wie ergens aan vasthoudt fopt zichzelf. Wie denkt zich nergens aan vast te houden kent zichzelf niet. Ik zeg het maar zoals ik het zie. Zien jullie maar wat je ermee doet. Want je moet het zelf zien – maar wat? Je moet het zelf doorzien. Het wat?

Ik kan praten tot je oren gaan hangen. Ik kan doorpraten tot je oren ernaar gaan hangen. Ik kan aan de gang blijven tot je zelf blijft hangen. Zwervers, mijn leer is geen hangplek.

2 - Kip

Scharrelaars, je kunt je kont niet keren of er staat iemand reclame te maken: “Spiritueel krachtvoer voor een appel en een ei.” Dat moet dan de oplossing voor het kip-of-eiraadsel naderbij brengen. En jullie geloven erin, schei toch uit.

Er is geen raadsel en scharrelen doe je met schijt aan alles. Laat je niet verneuken door verwaande kwasten die het zonder hun spirituele vijfgranendieet niet denken te redden. Vijf graankorrels per minuut bij elkaar scharrelen, daar heb je je poten aan vol en meer is er ook niet te doen tot je ’s avonds op stok gaat.

Eierlopers, in de vier windstreken zijn goede scharrelaars geliefd om hun sappige vlees en lekkere eieren. Geliefd door de vos en door de mens. Laat je niet afleiden door de kip-of-ei vraag, het is de vos die daarmee zit als hij twijfelt tussen eerst een ei kapen en later de kip, of andersom. Het is de mens die daarmee zit als hij zich afvraagt of je eieren hem meer waard zijn dan je vlees.

Laat zitten, vermoei je niet met het zogenaamde raadsel. Meer houdt mijn leer niet in en daar is niets raadselachtigs aan. Doe wat je niet laten kunt, dat is alles. Minder kan ik er niet van maken.

3 - Olifant

Wijsneuzen, verlies geen minuut en verdoe je tijd zorgvuldig. Destijds, toen ik een groentje was, wist ik wat me zogenaamd ontbrak en trompetterde ik erover: de waarheid. Boven klopte mijn hoofd ervan en beneden rammelde mijn maag. Het was gedoe, jarenlang.

Tot iemand me pootje lichtte met de vraag of mijn linker neusgat gevoeliger was dan mijn rechter. Daar is niet uit te komen, want let je op rechts dan laat je links liggen en let je op links dan doet rechts niet mee.

En nu sta ik hier voor een stel dombo’s zelfrijzende lucht te blazen. Haal je slurf ervoor op, zeg ik je. Blaas het verhaaltje uit. Maar ja, je hebt geruchten gehoord over de leer die zo diep niet kan zijn of mijn slurf reikt er wel tot op de bodem. Hou toch op met het stellen van slimme vragen die moeten bewijzen hoe ver je al bent. En antwoord ik dat de leer leeg en bodemloos is als het verschil tussen links en rechts, dan gaap je me aan met je mond vol tanden.

Dat komt er nou van als je je porseleinkast opent voor een olifant.

4 - Arend

Hoogvliegers, de helft van jullie zoekt boven de wolken naar de ideale lucht. De andere helft zoekt het beneden de wolken. Je bestudeert de aerodynamica. Je stoft je vliegdiploma’s af. Je houdt de verticale en horizontale luchtstromen in de gaten. Het zou wat.

Zit je onder de wolken dan worden je veren zwaar van de optrekkende waterdamp en wil je naar boven. Zit je boven de wolken dan droog je binnen de kortste keren uit en wil je naar beneden. Schei toch uit, je wordt er vleugellam van. Omhoog of omlaag, je gaat door de wolken heen waar niets te zien is.

Luchtacrobaten, al draai je je longen ondersteboven en binnenstebuiten, al hang je roerloos op de thermiek, het zal je niet baten. Zoek het niet onder of boven de wolken. Zoek het niet in perfectie van je vliegkunst. Ook in de wolken is niets te vinden. Wie de leer accepteert, doorklieft haar als elke lucht.

5 - Sfinx

Collega’s, zie het onder ogen, we zijn hybride gebroed. Met pratende mond, vleugeltjes op de schouders en de achterhand van een opspringend roofdier. Maar de leer spreekt zonder mond, vliegt zonder vleugels en springt niet op.

We grossieren in raadsels en wonen in gebakken luchtkastelen. Neem ons klassieke thema van de geluidloze klok en de kleppende klepel. Klanten die ons wanhopig of hoopvol raadplegen worden op even dagen opgezadeld met de raadselachtige vraag “Hoe lang is uw klepel?” Op oneven dagen krijgen ze te horen of ze wel in de juiste klok hangen. En zo schepen we de klant af met fantasieën over klepelvergroting of klokverwisseling en andere spitsvondigheden.

Fantasten, ik zeg niks nieuws als ik zeg dat onze raadsels losse flodders zijn. Lege hulzen waarmee je nog geen mus van het dak schiet.

6 - Berggeit

Sukkelaars, heb je eenmaal de klimpartijtjes naar boven en de glijpartijen naar beneden gehad dan weet je het wel. Geen gemekker meer over omhoog en omlaag, boven en beneden, heilig en aards. Het nadeel van bergop is groter dan het voordeel van bergaf, dus kijk niet neer op beneden waar je alles hebt afgegraasd en lik niet naar boven waar anderen je al voor waren.

Hoe komt het toch dat jullie je oren laat hangen naar het belletje aan het koord om je nek. Het belletje herhaalt de loze woorden van de wijzen van weleer en het koord beneemt je de adem. Hoe lang denk je er nog mee rond te lopen? Blijf bij de eerste de beste rots staan en schuur het door, dat is zo gepiept.

Zolang je blijft mekkeren over boven en beneden blijft het belletje rinkelen. Zolang je links naar yin gaat en rechts naar yang, of omgekeerd afhankelijk van de maanstand, blijf je achter dat gerinkel aanlopen en in de ochtendmist verdwalen. Omhoog of omlaag, wat maakt het uit. Je bent toch geen jojo?

Mekkeraars, geloof niets van wat ik zeg! Waarom niet? Mijn woorden hebben geen inhoud. Ze geven geen grond onder de poten. Ze zijn als een mistbank die oplost in het ochtendlicht.

7 - Cobra

Broeders en zusters, ons oermoeder sprak bij haar verscheiden de woorden, en ik citeer uit mijn geheugen wat ik erover vernomen heb:

“De cobra van perfecte stilstand en gefixeerde blik tast in het duister.”

Als jongste dochter in de laatste generatie heb ik de eer en plicht om deze laatste woorden van oermoeder toe te lichten. Woorden schieten te kort dus houd ik het kort en ik zeg het maar zoals ik het zie. ‘Perfecte Stilstand’ is meegaan in de kronkelingen van je lichaam. ‘Gefixeerde Blik’ is kronkelen zonder gekronkel. ‘Cobra’ is wat je zelf bent. ‘In het duister tasten’ is je niet verzetten tegen je lot.

Ik weet niet veel maar wat ik wel weet is dat hoe meer je beweegt, hoe meer je tussen de rotsen ziet. Ik trof een rat aan en fixeerde haar vanuit stand. Met als gevolg dat ik de rat uit het oog verloor. Fixeren is blindzien begreep ik. Daarna wiegde ik voor de rat onzichtbaar langzaam mijn hoofd en kreeg ik haar in het vizier en te pakken. Bewegen is zien.

Waar ik me knarsetandend bij neerleg is mijn cobralot: dat ik mezelf niet kan zien kijken. Hoe ik me ook beweeg, het lukt niet. Het is tasten in het duister.

8 - Kat

Smeerpoezen, overal waar jullie vandaan komen gaat eindeloos wassen door voor de Zuivere Leer. En jullie maar wassen. Witte voetjes plus een gelikte pels, daar komt het op neer. Kijk nou eens niet op naar je zuivere-leer-meesters maar in de spiegel. Wat zie je? Een bedrukt gezicht.

Kijk, wassen is bijzaak, een bezigheid zuiver en alleen om je bezig te houden. Met de leer heeft het niet van doen en je wordt er niet droog van achter de oren. Wie zich onberispelijk aan de wasvoorschriften houdt is geen haar beter af dan wie er zijn gat mee afveegt. Wie angstvallig een smeerpoes uit eigen nest ontwijkt komt geen snorhaar dichter bij de leer dan wie willekeurige voorbijganger een wasbeurt aanbiedt. Het is allemaal ijdelheid.

Smetvrezers, er is niets dat zuiver hoeft te worden en het kost niets om het wassen te laten voor wat het is: bezigheid. Hou toch op met die schoner-dan-schoonmanie.

9 - Knobbeleend

Knobbelaars, jullie denken dat alles in je snavel is samengebald: de wet, de wetgeving en de handhaving van de wet. Het is onzin waar zelfs een paard om moet lachen. Jullie zijn komen aanzwemmen om me aan de knobbel te voelen, dat snap ik. Dus laat ik er geen doekjes om winden en zeggen hoe ik het zie.

Je knobbel is handig om rietstengels uit je blikveld te houden als je het water afzoekt naar eten, meer houdt de wet niet in. Je knobbel is de enige maat waarmee je andere knobbels kunt vergelijken, meer houdt de wetgeving niet in. Je knobbel is onmisbaar bij het afvoeren van hitte als de zon brandt en de emoties oplopen, meer houdt handhaving van de wet niet in.

Knobbelaars, het maakt niet uit wat je denkt want wet, wetgeving en wetshandhaving verschillen niet. Het is driewerf gesnater, klank van klatergoud dat net zo vergankelijk is als het vet dat je in je veren smeert. Laat je door niemand en niets misleiden, ook door mijn woorden niet, en maak jezelf of anderen niets wijs. Wie gewoon tussen het dichte riet rondpeddelt, kijkt over zijn knobbel heen en ziet alles.

10 - Eekhoorn

Heilige boomklimmers, hoe lang blijven jullie De Boom zoeken? Wie heeft jullie doen geloven dat je onderscheid kunt maken tussen een goede en een minder goede boom, en dat goed beter is dan minder goed? Neem een voorbeeld aan de boomklever, die maakt het niet uit waar hij zijn klauwen in zet.

De boom die je nodig hebt is overal. Maar jullie zitten hier geduldig te wachten tot ik een speciaal exemplaar aanwijs, aanprijs en aansmeer. Die ene beuk met nootjes klein genoeg om in je hand te passen maar niet zo klein dat ze door je vingers glippen. Of die ene pijnboom waarvan de zaden in wijd opengesperde dennenappels voor het grijpen hangen. Dat ga ik allemaal niet doen, daar begin ik niet aan.

Winterslapers, zoek je De Boom dan vind je nooit wat je nodig hebt. Zoek je De Boom niet dan tref je overal aan wat je nodig hebt.

11 - Paradijsvogel

Het zal aan mij liggen dat ik zo vaak types voor m’n neus krijg die in gedoe ronddraaien. Maar ik maak er korte metten mee, ook vandaag. Jullie sjouwen rond met Het Paradijselijke Nestontwerp. Dat document houden jullie opzichtig verborgen onder jullie bontgekleurde sluiers en waaiers. Jullie hopen er dat ene wijffie mee te paaien en doet alle moeite om het voor concurrenten en toeschouwers enigszins privé te houden.

En dan zijn er nogal wat beunhazen die ervan overtuigd zijn dat ze de leg van hun vrouwtje kunnen identificeren, ook al kunnen ze nog geen ei van een vogel onderscheiden. Ze dromen erop los en bestijgen vijf vrouwtjes sneller dan ze er van één afkomen. Zulke hansworsten zouden het paradijs nog niet herkennen als het uitgestrekt voor hun snavel lag.

Jullie geloven me niet en dat snap ik, als jullie maar snappen dat ik jullie niet geloof. Wie snapt hier wie?

12 - Kangoeroe

Buikzaktoeristen, staar je niet blind op De Buideldoctrine. Buidels zijn van nature leeg en wat je erin propt moet je met je meeslepen. Het heeft niemand ooit iets opgeleverd. De buidel van zuiverheid niet, de buidel van eeuwig leven niet, de buidel van verlichting niet, de buidel van het paradijs niet, de buidel van de oerbuidel niet. Het zijn allemaal buidels in buidels gepropt. Het ziet er ook nog eens niet uit, hou er toch mee op.

Hoe je de doctrine ook inpakt, het blijft een pakje om mee rond te zeulen. Sommigen van jullie zitten hier naar mij te luisteren in de hoop er iets moois voor in de buidel aan over te houden. Anderen staan te trappelen om me het pakket waar ze jarenlang mee rondzeulen te overhandigen.

Beste kangoeroes, iedere willekeurige pakezel kan je vertellen dat de inhoud net zo vluchtig is als de verpakking, wat je er ook inpropt.

13 - Waterhoen

Duikelaars, wat valt er over het hoenderleven te zeggen? Geheimzinnig is het niet: je spreekt, je zwijgt, je peddelt op het water, je neemt een duik, je hijgt, je neemt rust – alles op z’n tijd. Jullie vragen je af of dat alles is en of er niet meer in het vat zit, een bonus die je door vastberaden zoeken toevalt. Tja, doe je stinkende best met zoeken als je jezelf kwijt wilt raken.

Wat ik allemaal ben kwijtgeraakt weet ik niet en zoeken doe ik ’t niet. Ik peddel niet op de feiten vooruit en drijf er niet achteraan. Zolang ik ze met rust laat, gaan ook mijn plannen hun eigen gang en zijn ze voorbij voor ik ze gerealiseerd heb. Gisteren hoefde ik mijn snavel maar open te doen en het kroos liep binnen. Morgen zie ik wel verder.

Ik zie jullie nu denken “Die heeft makkelijk praten” en dat klopt. Als ik andere hoenders tegenkom en het achterste van mijn tong laat zien laten ze mij links liggen, wat wel zo rustig is. Zodra ik mijn veren opzet ontwaren ze een artiest en beginnen uit hun nek van ja en nee te knikken. Strijk ik mijn veren weer glad, dan raken ze verward en zeggen dat ik zo glad ben als een aal. Zo gemakkelijk is het nou.

14 - Pauw

Poseurs, jullie sjokken rond met een vracht veren in je kont, op zoek naar Het Pauwenrijk. Waar je ook zoekt, het ligt altijd achter je. Als je je omdraait dan ligt het nog steeds achter je. Als je ’s avonds op een boomtak gaat zitten peinzen dan zie je het over het hoofd. Roep je het bij dageraad aan dan hoor je enkel je eigen stem.

De ene helft van jullie is groen, de andere helft blauw. De blauwen zeggen zus en zo, de groenen zeggen dit en dat. Zo maken de groenen nauwelijks verschil tussen mannetjes en vrouwtjes terwijl de blauwen er een halszaak van maken. Maar allemaal eten jullie wat voor het oprapen ligt, natte wormen en droge zaden. Ieder van jullie, groen of blauw en zowel man als vrouw, is rijk. Pauwenrijk.

Hoe vaak moet ik herhalen dat je drol er oneindig langer over doet om de grond te raken dan Het Pauwenrijk erover doet om je te verwelkomen.

15 - Zwaluw

Seizoenarbeiders, uit alle windstreken strijken jullie hier sinds jaar en dag neer. De een om te overwinteren, de ander om door te zomeren. Het maakt niet uit of je boerenzwaluw bent, huiszwaluw, oeverzwaluw, rotszwaluw of voor mijn part een roodstuitzwaluw helemaal uit Azië. Jullie komen aanvliegen om me aan te horen, dus luister goed. Want het gaat jullie allemaal maar om één ding: met volle buik je broedsel warm houden.

Voor de één is het broedsel het hoopje eieren onder z’n kont, voor de ander is het broedsel het wereldraadsel in z’n kont. Sommigen broeden op verbetering van hun navigatie, anderen op het verleggen van de bestemming. Daar is allemaal niks mis zolang je ’t maar van harte doet.

Eén op de honderd van de aanwezigen hier snapt wat ik zeg, de rest niet. Van die rest weet de ene helft niet wat hij hoort. De andere helft weet niet of hij het goed gehoord heeft. Is niet erg, morgen herhaal ik het. Overmorgen ook en volgend seizoen ga ik er gewoon mee door, net zolang tot ik de honderd vol heb.

Dat was het voor vandaag. Scheer je weg, anders wordt je broedsel koud.

16 - Vleermuis

Grotpiepers, wat zou je ervan denken als ik zei dat er buiten de grot niets te vinden is?

Je zou hoogstwaarschijnlijk gaan denken dat je het in jezelf moet zoeken. En dan ga je vast en zeker onbeweeglijk aan de wand hangen. Vastgeplakt. Met de vlerken netjes gevouwen en de kaken ontspannen op elkaar zoals het in De Vrije Vleermuis voorgeschreven staat. Het zou wat, bij de eerste de beste slag van een vliegenvleugel floept je sonar aan en spits je de oren.

Aanhangers, vrijheid is geen hangplek en geen vliegruim. Wie hangen aanziet voor vrijheid hangt. Wie vliegen aanziet voor vrijheid hangt ook. Zoek je het in onbeweeglijk hangen dan fladdert de vrijheid van je weg. Zoek je het in vliegen dan fladder je er zelf van weg.

Hangen of vliegen, wat maakt het uit? De vrije vleermuis bedient zich vrijelijk van beide en laat zich nergens op vastpinnen.

17 - Walvis

Spuitgasten, het is drie paarseizoenen geleden dat ik jullie de les over de leer heb gelezen. Voor de jongen zeg ik nu voor het eerst wat voor de ouden een herhaling is. Wat hebben we aan de hand?

Aan de hand hebben we dat we oorspronkelijk landdieren zijn die in het water zijn gaan leven. Het vasteland is ongeschikt voor ons enorme lichaam. Dat is het leerstuk waar alles uit volgt: onze voedselvoorziening, eigenaardigheden, emotionele huishouding en onderlinge omgang. Vandaag beperk ik me tot dat laatste, de onderlinge omgang.

De gebitdragers onder jullie menen dat degenen met baleinen in de bek de leer niet snappen en daar zeuren ze maar over door. De baleindragers zijn niet geïnteresseerd in de mening van de gebitdragers en dat laten ze graag en luidruchtig weten. Geen wonder dat beide partijen om de haverklap naar boven moeten om adem te halen. En beide partijen maar klagen en naar elkaar wijzen dat de visser van het vasteland hen zo gemakkelijk vindt als hij het oppervlak van de zeeën afschuimt.

Zo moeilijk te verstouwen is de leer niet. Of is ze te groot voor je hart? Je hart is te klein voor de leer, zou ik eerder denken. Kibbelaars, er zit kop noch staart aan de leer, waardoor er plaats genoeg is voor alles en iedereen. Hoe krijg ik uitgelegd dat er verder niets uit te leggen is? Je luistert wel maar het gaat je ene oor in en het andere uit. Je kijkt wel maar je ziet niet.

Het is met de leer trouwens geen kwestie van zien. Ook niet van inzicht. Je moet er gewoon doorheen blazen, dat is alles. Mijn mentor zei het zó, en ik zeg het hem na: wie ook de leer doorziet is overal klaar mee. Hoe vaak ik er ook op wijs, jullie blijven elkaars gebakken luchtbellen maar doorprikken.

Walvissen, hoeveel oceanen moet je nog afschuimen voor je tot bezinning komt?

18 - Leguaan

Stilzitters, als je in je boom met je dagelijkse werk bezig bent heb je volgens de overlevering plaats genomen in de Boom van Onwetendheid. Je hoort het goed: de Boom van Onwetendheid. Ik zeg jullie, de overlevering is niets anders dan geruchten over geruchten. En waar gaat al die traditionele kletskoek over? Het komt erop neer dat de Boom van Onwetendheid zo groot of zo klein is als de omvang van je gedachten. Hoe minder gedachten, hoe minder onwetendheid. Dat is de gedachte. Trap er niet in en blijf bij je werk: stilzitten, ogen open houden en toehappen als de prooi binnen tongbereik komt.

Over overlevering gesproken, velen van jullie zijn waterliefhebbers van generatie op generatie. Er zijn scherpslijpers die daarop inhaken en beweren dat Onwetendheid honderd procent oplost in zogenaamd Zuiver Water, waarmee ze hun eigen water bedoelen. Trap er niet in, het is gezeik.

Stilzitters, luister niet naar geruchten over Onwetendheid en niet naar scherpslijpers. En als je het luisteren niet vermijden kunt, hoor het dan niet. Als je het toch hoort, laat het je ene oor ingaan en je andere uit. Kun je het niet laten gaan, koester het dan niet.

19 - Kanarie

Schommelaars, jullie hebben erop aangedrongen dat ik een inspirerend praatje houd. Dus laat me beginnen met erop te wijzen wat een luizenleven jullie hebben. Wakker worden, veren opschudden, nootjes tussen de bladeren wegpikken, beetje schommelen op je tak aan de boom, praatje met de buurvrouw en als het meezit ’s avonds met de kippen op stok.

En toch bidden en prevelen jullie je suf op zoek naar de Klare Kanarie, eindeloos fantaserend over de klare kanariekolonie en de klare kanarieleer. Niets is jullie te gek voor een uitvlucht uit deze wereld waarin je jezelf met allerlei onzin hebt vastgelijmd. Nu zitten jullie hier voor mijn snavel in de hoop dat ik jullie van die lijmstokken zal losweken.

Ik vraag je, waar wil je nou helemaal heen? Waar je vandaan wilt vluchten is waar je heen vliegt. De vogel in jullie die het snapt hoeft nergens heen. Hij kijkt met de blik op oneindig en ziet overal de lege horizon. Een niets zonder bodem, wanden of plafond. Een beetje kanarie hoeft nergens heen, hij gaat voort waar hij is.

Blijf zitten waar je zit en verroer je niet. Dan word je wakker, schud je je veren op, pikt een nootje tussen de bladeren, schommelt op je tak, maakt een praatje met de buurvrouw. En s’avonds ga je met de kippen op stok. Daarna komt de zon vanzelf weer op.

Minder is het niet, schommelaars. Of dacht je soms dat ik er meer van kon maken?

20 - Mol

Blindgangers, De Essentie is zo week als de worm in je maag. Jullie graven ernaar alsof je leven ervan afhangt. De linkshandigen onder jullie wroeten naarstig naar rechts, de rechtshandigen naar links. En beide partijen slepen allerlei argumenten aan waarom de ene richting – hun richting – meer essentie oplevert dan de andere. Hou toch op met die binnenschoolse activiteit. Braaf graven levert niks anders op dan brave gravers. Hoeveel verder willen jullie nog graven? Hoeveel molshopen moeten jullie nog opwerpen om op adem te komen?

Een gang in de grond is niet hetzelfde als een goudader, hoe lang je hem ook maakt en hoeveel zijgangen hij ook heeft. De grond is een pakhuis, je hoeft je kont maar te keren en je treft een pier om te snaaien of je stuit op een wortel om op te knabbelen. Ziedaar je oorsprong en bestemming. Essentiëler wordt het niet.

Wat komen jullie eigenlijk tekort? Daarginds, ver weg, zoek je naar iets dat hier voor je neus voor het oprapen ligt.

21 - Baviaan

Radslagdraaiers, niet één van jullie durft op eigen benen te staan. Ik vermoed dat het komt doordat we bangig zijn aangelegd, wat begrijpelijk is gezien de vele vijanden in de lucht en op de grond.

Maar onze ergste vijand is onze eigen traditie, de overlevering van generatie op generatie. Die komt er gewoon op neer dat de kinderwens van vrouwtjes, zoals ikzelf, wordt vervuld door mannetjes met de mooiste verhaaltjes. Nou, dan weet je het wel. Gekonkel, achterklap, vuilspuiterij, likken naar boven, kakken op beneden. En intussen vlooien we elkaar eindeloos om de angst te bezweren.

Het komt mijn neus uit en ik ben er helemaal klaar mee. Komt voortaan zo’n opdringer met zijn bek vol tanden zich aanbieden, ik sla ze eruit. Biedt een ander vrouwtje daarna aan om me te vlooien, ik sla het aanbod af. We zien wel wat er van komt.

22 - Merel

Geachte koorleden, de weg van groen naar rijp is lang. Als mereltje volgde ik getrouw de zangvoorschriften en het IJzeren Repertoire. Vervolgens ging ik naar kritische geluiden luisteren, naar nieuwe ideeën zoeken, andere interpretaties uitproberen. Daarna ben ik gaan zingen wat m’n hart me ingaf en nam ik les bij een oude rot. Die hoorde me aan en zei na zeventien noten dat het niet om aan te horen was. Dat ik beter een toontje lager kon zingen. Dat was het begin en einde van de zangles en stond ik weer buiten.

Afijn, een tijdje later had ik het wel gezien. De voorschriften, het IJzeren Repertoire, de kritiek erop, adviezen om vooral je hart te volgen, toontje hoger dan wel toontje lager. De hele mikmak. Na alle gedoe kan ik je wel zeggen: de zangkunst stelt weinig voor. Les nemen stelt nog minder voor. Als niemand en niets, ook je hart niet, over je schouder meekijkt, sla je vanzelf de goede toon aan.

23 - Inktvis

Preekstoelgangers, kijk uit voor prekers. Ze grossieren in verhaaltjes over de Initiële Inktvis, over de Inktloze Leer, over de Achtvoudig Geest. Zodra je zo’n grossier er een vraag over stelt, verlaat zijn geest spontaan zijn lichaam. Hij spuit inktwolken die je het zicht ontnemen. Wat hebben we zoal: ‘geest huist in lichaam’, ‘lichaam is vleesgeworden geest’, ‘geest en lichaam zijn één’, en zo voort en zo meer. Als je daar dan een opmerking over maakt, komt er nog meer inkt.

Toegegeven, er zijn uitzonderingen en die bevestigen de regel. Een preker die de naam waard is preekt niet. Tja, ik hoor jullie nu denken waar je met mij aan toe bent. Kijk, zwaai ik met vier van mijn armen naar de vier richtingen? Richt ik een vijfde arm naar boven en een zesde arm naar beneden? Wijs ik met de zevende en de achtste naar binnen en naar buiten?

Ik doe dat allemaal niet, ik kijk wel uit. Bekijken jullie maar wat je doet met wat ik laat.

24 - Spin

Vliegenvangers, hoe verloopt de ontmoeting tussen een leraar in zijn web en een bezoekende leerling? Doorgaans probeert de bezoeker het web van de leraar uit door te plukken aan een van de spandraden of op een kruisverbinding aan de rand van het net te springen alsof het een trampoline is. Allemaal om de zwakke plekken in het weefsel van de leraar te peilen.

Een goede leraar doorziet dat en maakt er korte metten mee, waarop de leerling buigt of een intelligent klinkende vraag stelt. Zo’n vraag gaat dan over de trekkracht van de spandraden, of over het onderhoud van de spindop, of over het dieet met het ideale proteïne-gehalte. De betere leraar doorziet ook dat en slaat de leerling met diens vraag om de oren.

Nogal wat leerlingen prijzen na zo’n oorwassing de betere leraar als de beste leraar die er maar te vinden is. De oprechte leraar maakt ook met dat foefje korte metten. Hij doet z’n overall uit en toont zijn broze ledematen. Het handjevol leerlingen die het opbrengen om de voorstelling tot het einde aan te zien zeggen dan wijsneuzerig ’Oh, dat is het dus’ en hopen bevorderd te worden tot assistent-webmeester.

Wat staan jullie me aan te gapen? Vort, pak de draad op en terug naar je web.

25 - Haas

Vandaag is het de traditionele gedenkdag van Het Haasje. Zoals jullie allemaal weten doorkruiste Het Haasje de Zeven Hellen zoals je door een knollenveld struint. Het brandde zich nergens aan en liet zich niet opjagen door de hellehonden.

Maar dat is onmogelijk voor een haas, hoor ik jullie denken, en dat snap ik. Als jullie maar snappen dat het niet uitmaakt wat je denkt want de Zeven Hellen zijn leeg. Zo leeg als je eigen hazenleger wanneer je door het knollenveld struint. Mijn neus, hoor ik jullie nu denken, en ook dat snap ik. Als jullie maar snappen dat het nog altijd niet uitmaakt wat je denkt.

De Zeven Hellen zijn gebakken luchtspiegelingen waar Het Haasje onbekommerd doorheen struinde. Dat is wat we vandaag gedenken, wat je er verder ook van denken mag.

26 - Varken

Knorrepotten, jullie laten je oren hangen naar geruchten over het Ware Varken. Kijk uit met wat je gelooft. Met verzinsels is niks mis zolang je er je schouders maar bij ophaalt. Wroet naar eikels, wortels en paddenstoelen, meer is er niet te doen. Waar of niet?

Toegegeven, het valt niet mee om verzinsels te laten voor wat ze zijn, vooral als ze goed voelen. ‘Dit is lekker, dat is vies’, ‘Buurman zus deugt niet, buurvrouw zo is o.k.’ Jullie kunnen de voorbeelden verder zelf wel verzinnen.

Ik zeg maar zo: het Ware Varken verzint er ongeremd op los en haalt er zijn schouders bij op.

27 - Roodborst

Kwetteraars, er doen momenteel allerlei verhaaltjes de ronde over de Natuurlijke Roodborst. Vlieg er niet in. Haak niet naar gezwets over natuurlijkheid, voor je het weet ga je geloven in bovennatuurlijkheid en tegennatuurlijkheid. Laat het op je afkomen en laat het gaan.

Wie hoort, ziet, proeft, ruikt en de lucht in z’n veren voelt, geeft om niet en neemt om niet. Hij waait met elke wind mee, ook als die tegenzit. Wie het zo doet heeft geen boodschap aan de Natuurlijke Roodborst.

28 - Dromedaris

Bultenaars, jullie geloven in De Dromedaris met zijn zeven primaire en zeventien secundaire kenmerken van de Ideale Beweging. Als ik het simpel bereken zijn dat zeven plus zeventien kenmerken en dat loopt behoorlijk in de cijfers. Als ik het minder simpel bereken dan is het einde helemaal zoek: zeven primaire met elk zeventien secundaire kenmerken – dat levert een som op die ik je uit mededogen niet laat narekenen.

Hoe komen jullie erbij dat beweging kenmerken heeft. Heb je dat zelf vastgesteld? Natuurlijk niet, je hebt het van geruchten over de patriarch Grote Telganger die de ronde doen en die jullie aanzien voor de ware leer. Nu zitten jullie voor mijn neus te wachten om te horen wat ik van die leer vindt. Tja, ik vind er niks van omdat ik er niks van begrijp. Begrijp je dat?

Weten jullie hoe de Grote Telganger zijn beweging is begonnen? Met de linker- of met de rechterbenen? Weet je het van jezelf? Richt je je uit ruststand op door naar links te neigen en je rechterbenen te strekken of andersom? Leun je daarbij iets naar voren of naar achteren?

Bultenaars, ik zeg je: hou op met het verzinnen van smoesjes om de waarheid niet onder ogen te hoeven zien. Links of rechts, voor of achter – wat maakt het uit voor een woestijnschip? Keer je rug naar de zandstorm als je op weg bent naar de volgende oase, hou op met rekenen en drink water zoveel je hebben kan. Dat is mijn leer, en zoals je ziet is die helemaal leeg, ik beweer niets dat je niet al wist.

29 - Krekel

Bladvreters, we musiceren als de zon op z’n hoogst staat en wanneer hij is ondergegaan. Laat je niks wijsmaken door schriftgeleerden die het anders voorstellen. Zij beroepen zich op De Spontane Krekel. Dat is een vod waar ik mijn gat niet mee afveeg. Als ik hen daarop wijs verwijzen ze me door naar de Eerste Spontane Krekel.

Waar is De Eerste Spontane Krekel? Lag hij niet als iedereen na het regenseizoen op zijn rug om de pijp aan Maarten te geven? Heeft iemand van jullie ooit met De Eerste een duet gespeeld? Heeft iemand van jullie enig idee in welke mollenmaag zijn stoffelijke resten zijn geëindigd? Nou?

Neem genoegen met de klankkast van je vleugels. Maak je niet druk over spontaniteit. Het maakt allemaal niet uit, we tjirpen omdat we het niet kunnen laten.

30 - Duif

Rondvliegers, jullie klagen over grote vermoeidheid. Dat snap ik wel, want in je kop staat in steen gebeiteld ‘Ik ben De Geest’. Om je linkerpoot zit een ring met ‘Begeesterd Lichaam’ erin gegrift en om de rechter een ring met ‘Belichaamde Geest.’ Geen wonder dat jullie de uitputting nabij zijn. Met zo’n vracht kun je wel opstijgen, daarvoor hebben je vleugels slagkracht genoeg. Maar landen gaat niet, omdat je knieën knakken onder de zware last. Ik zou zeggen: kappen en overboord ermee.

Doorvliegers, leg eens uit hoe je het zelf ziet. Is je geest de vertegenwoordiger van De Geest? Is oplettendheid van je belichaamde geest de toegang tot De Geest? Is De Geest de vader van je begeesterde lichaam? Zo ja, wie is dan de moeder? Is De Geest een familie bestaande uit vader, moeder en kuiken? Moet dat kuiken dan een mannetje of vrouwtje zijn? Allemaal vragen die elkaar veronderstellen en weer oproepen.

Hou er toch mee op, sluit vrede met jezelf. Laat al die gewichtige woorden voor wat ze zijn. Laat ze los, dan gaan ze vanzelf overboord. Dat vliegt gemakkelijker en landen wordt een fluitje van een cent.

31 - Bij

Sommigen van ons verzorgen de Koningin en haar nazaten, anderen houden de voorraadkamers bij. De rest houdt de boel schoon en toegankelijk en doet wat nodig is. Dat zijn zoals iedereen weet de Drie Domeinen van ons bijen.

Het valt me op dat er de laatste tijd veel gepiekerd wordt en veel verwijten worden gemaakt. Het is al een paar keer voorgekomen dat iemand driftig om zich heen prikte toen een ander per ongeluk of expres zijn domein betrad. Dat is nergens voor nodig, maar daar komen we wel uit.

Waar ik me vooral ongerust over maak, zijn geruchten over een Vierde Domein waar eeuwige rust en sereniteit zou heersen. In naburige kolonies is het vaste prik om dergelijke dromen na te jagen, maar hier? Stink er niet in, het leidt maar tot twist en onenigheid. Geen enkel dansje zal je ooit de weg naar het Vierde Domein wijzen. Waarom niet?

Het Vierde Domein, dat is gewoon je onwetendheid. Je hoeft er niet heen, je bent er al. Het bevat minder nectar dan een afgelikte boterbloem.

32 - Mier

IJveraars, jullie sporen onvermoeibaar door de open deuren die de Mierenmeester onvermoeibaar intrapt.

Wat zegt die meester? Hij heeft het over De Weg, Het Hart en De Borden. De Weg is volgens de Mierenmeester je hart volgen, het Hart is de borden volgen, en de Borden wijzen weer naar de weg. Tja, zo hou je een kip zonder kop nog bij de les.

Je loopt almaar rond door de omgeving, of je wilt of niet, meer houdt De Weg niet in. Met je voelsprieten tast je de omgeving af, of je wilt of niet, dat is Het Hart volgen. Met je sappen informeer je elkaar over de omgeving, of je wilt of niet, en dat zijn de Borden.

Kijk met me mee of bekijk het. Wie het anders ziet, ik zal hem geen strobreed in de weg leggen. Ook hij volgt zijn hart volgens de borden die hem wegwijs maken.

33 - Bever

Boomknagers, wat jullie zoal geloven, daar is geen touw aan vast te knopen, laat staan een dam van te bouwen. Boom zus is goed, boom zo is slecht, deze boom is heilig, die boom is duivels – waar haal je het vandaan?

Als ik vraag welke platstaart je dat in het oor heeft gefluisterd, krijg ik gloedvolle getuigenissen te horen over De Leer, De Profeet en De Canon. Met een holle tand prik ik daar zo doorheen. Een bever is geen getuige, een bever is een doener, iemand die ergens zijn tanden in zet.

Wij bevers zijn gezegend met een soepel verstand en een even soepel lichaam. Anderen vallen we niet lastig en wij hebben geen last van hen doordat ze niet kunnen tippen aan onze duik- en zwemkunst. Winterslaap hebben we niet nodig, hoe koud het ook is.

We kunnen alles en we kunnen alles aan. En dan bestaan jullie het om te vragen of dat alles is, en hebben jullie jezelf ervan overtuigd dat er meer moet zijn onder de zon.

Bevers, buiten jezelf is niets anders te vinden, in jezelf ook niet. Hou toch op met die kletskoek over De Bevernatuur en Het Ware Beverschap. Je krijgt er geen boom mee om, geen dam mee gebouwd en geen beek mee dicht.

34 - Das

Nachtbrakers, sinds jaar en dag geloven jullie in De Ideale Das en de Ideale Burcht. De Ideale Das zou volgens de geruchten in de toekomst te vinden zijn en de Ideale Burcht aan de horizon. En daar jagen jullie constant achteraan, stelletje sukkels.

We staan hier op onze heuvel, kijk nou eens goed naar de horizon. Loop je erop af dan wijkt hij terug, probeer maar. Loop je ervandaan dan loopt hij met je mee. Zie je wel?

De toekomst is altijd daar, jij bent altijd hier. De horizon is altijd daar, jij bent altijd hier. Van de horizon is net zo min iets te verwachten als van de toekomst. Elke jager komt daar met schade en schande achter.

Dassen, wij zijn geen kledingstukken. Wij zijn geen voetvegen. Wij zijn geen jagers. We scharrelen wat rond, we wroeten wat in de aarde, we pikken mee wat voor het oprapen ligt. Pieren en zaden en paddenstoelen, we krijgen er nooit genoeg van en we hebben er altijd genoeg aan. Is dat ideaal of niet?

35 - Kikker

Vliegenvangers, wat bedoelde De Koele Kikker precies toen hij plechtig kwaakte dat de elementen leeg zijn?

Geleerden leggen het zo uit: het element aarde is je goedgelovigheid; het element water is je onwetendheid; het element vuur is je welwillendheid; het element lucht is je eigenwaan.

Die geleerden zijn eindige vliegenvangers met een oneindige tong. Ze beweren dat wie hun uitleg snapt geen speelbal meer is van gedachten en ideeën. Diegene zou over water lopen als op vaste grond; in de aarde zwemmen als in water; vuur slikken als frisse lucht; zich warmen aan de lucht als aan de zon.

Volgens hen zou je dan in alle windrichtingen en waterstromen vrij zijn. Dat is wat de heren met de oneindige tong je wijsmaken.

Drilkikkers, jullie laten je van verre vangen door die brulkikkers. Wat heeft dat voor zin? Ga toch op de kant zitten. Ga een beetje zwemmen. De Koele Kikker had het gewoon over zichzelf en hij had er maar vier kwaakjes voor nodig: ‘De elementen zijn leeg.’

Had hij zijn bek maar helemaal gehouden.

36 - Luis

Doorkruipers, bederf je ogen niet door het lezen van de geschriften over de Ware Luis, die in werkelijkheid alleen maar nerven en mineergangen zijn. Hou ermee op voor je geen blad meer voor ogen ziet.

Dacht je met de Drie Bladvoeten steviger te staan? Dacht je met de Vijf Getuigenissen of de Zeven Zonden ook maar één stap verder te komen? Jullie zoeken naarstig naar het verschil tussen oorzaak en gevolg, illusie en werkelijkheid, de weg en het doel. Je kunt net zo goed in het niets geloven, dat schiet ook niet op.

Wil je kruipen en sluipen waar je wilt, zuigen en spuigen zoals het een bladluis betaamt? Geef dan maar toe dat je een nitwit bent, hier, nu, terwijl je naar me zit te luisteren. De nitwit is de enige Ware Luis, zonder getuigenis of zonde, zonder doel of een weg te gaan. Hij kruipt, maar niet weg. Hij bijt van zich af, maar nergens in vast. Hij vliegt willekeurig van blad naar blad en waait met alle winden mee.

37 - Ezel

Lastpakkers, de ene dag beweren jullie dat onvolmaaktheid het gevolg is van onwetendheid, de andere dag beweren jullie het omgekeerde. Bij toenemende maan wordt er gesteggeld over het opheffen van onwetendheid door de Vloed van Inzicht, bij afnemende maan gaat het erover hoe Volmaaktheid te vinden door de Juiste Weg te volgen.

Windbuilen, hou er toch mee op. Er valt niks op te heffen en er valt niks te voorkomen. Hoe dacht je inzicht te krijgen in iets dat niet bestaat?

Het ezelspad komt nergens vandaan en voert nergens heen. Als je je stoot is de steen der wijzen even hard als de steen der dwazen. Of je nou het eeuwige werk doet of de eeuwige rust nastreeft – het is om het even. Nooit zul je de juiste weg vinden, al zoek je tot je een ons weegt. Waarom niet? Omdat het verzinsel is, een uitgedroogde vijg van een uitgedroogd verstand waar zelfs de vliegen op je kont hun neus voor ophalen.

Stijfkoppen, werp af je last, gooi weg je geestelijke bagage. Loop liever een eindje om, kijk eens goed om je heen en leg je oor te luisteren in plaats van almaar onzin uit te balken. Het is echt geen schande om met een bek vol tanden te staan.

38 - Weekdier

Schelpschutters, het is algemeen bekend dat weekdieren geen andere taak hebben dan week te wezen. Maar of je nu tot de mosselen behoort of tot de oesters, je doet net of jij je eigen parelmoer maakt. Mooi niet.

Ieder vuiltje dat je schelp binnendringt bestempel je als Parelpotentieel of als Bezoedeling. Dat is de kiem voor oeverloos gezwatel over zuiverheid en onzuiverheid, groei en stilstand, vorm en leegte, reflectie en absorptie. Allemaal kouwe drukte. Oppervlakkigheid die doorgaat voor diepgang.

Slobberaars, parels groeien vanzelf of ze groeien niet. Je hoeft er niets voor te doen en je kunt er niets tegen doen. Het gebeurt in je maar gaat buiten je om. Net als je hele leven.

39 - Kraanvogel

Doortrekkers, neem een hapje, drink een slokje en luister naar mijn luchtige getrompetter voor we verder vliegen.

Zij die de vier windstreken en de acht richtingen doorkruisen zijn overal thuis. Ze schuwen de drie sferen en de honderd gevaren niet. Niets brengt hen in verwarring, niets maakt hen bang. Gebeurt dat toch eens dan raken ze niet verward of angstig.

Een béétje kraanvogel – en wie van ons is dat niet – kijkt en ziet en wéét zonder nadenken wat hij ziet. Komt hij een vrouwtje tegen dan springt hij op, komt zij een mannetje tegen dan danst ze om hem heen. Komt een jong uit hun ei dan laten ze die nestvlieder zijn gang gaan.

Haalt hij onderweg een zwaluw in die op weg is naar het zuiden omdat hij daar zo nodig moet overwinteren, dan trekt de kraanvogel zich daar niets van aan. Overwinteren of doorzomeren, hem is het om het even.

Wordt hij onderweg ingehaald door een andere kraanvogel dan trekt hij zich daar niets van aan. Voorgaan of aansluiten, hem is het om het even.

Zolang zijn geest groot en leeg is als de lucht wordt een kraanvogel erdoor gedragen. Maar o wee als hij erover begint na te denken …

40 - Huismus

Standvogels, wat hebben jullie toch een drukte, zo klein als jullie zijn. Dat hipt maar en dat tjilpt maar en dat vliegt van hot naar her alsof je constant onder stroom staat.

De ene mus verlaat voorgoed zijn nest en kolonie voor het hogere, de andere mus vouwt voorgoed de vleugels om ter plaatse het lagere af te zweren. De eerste wil per se een uitmus genoemd worden, de laatste een thuismus en beide kijken neer op de gewone huismus.

Tja vogels, een mus blijft een mus, al reiken zijn dromen tot de hemel. Als het heet wordt vallen we allemaal van de daken.

Uit of thuis, wat maakt het uit? Een gewone huismus heeft een nest maar woont er niet in. Hij vreest kat en rat maar blijft niet op ze wachten. Hij raakt in hogere sferen bij het uitvliegen van de jongen maar keert meteen terug op aarde. Dat is het enige van waarde, de rest is loos getjilp.

41 - IJsbeer

Sneeuwschuivers, een ijsbeer is een beer op het ijs. Hij is zichzelf en doet vanzelf wat hij niet laten kan. Opstaan, sneeuw afschudden, zitten, rondlopen, zeerob verschalken, rusten, vrouwtje dekken, pupje werpen, poepie doen, voeren, slapen, en weer opstaan. Wie het snapt, snapt dat er verder niets te snappen valt.

Waarom ik dit zeg? Omdat ik jullie constant zie loeren en lonken naar de horizon. Denk je werkelijk dat het daar beter is? Dat horizonwater zachter zwemt, dat horizonschotsen minder kraken, dat horizonsneeuw witter is, dat horizonrobben beter smaken, dat horizonvrouwtjes even aantrekkelijk zijn als de horizon ver is?

Vergeet het maar. Wie of wat jullie die onzin in de maag heeft gesplitst, hoef ik niet te weten. De horizon is de horizon. Zolang je er niet bent kun je er niet bij en als je er eenmaal bij kunt ben je er niet.

Doe wat je doen moet en kijk naar de horizon, bekijk hem maar. Geloof niet in hier of daar en als je het echt niet kunt laten, bekijk dát dan maar.

42 - Specht

Klopgeesten, wat houdt De Boomleer in? Niets. Je kunt erop inhakken zo vaak en zo hard als je wilt, er komt niets eetbaars uit. Je krijgt er alleen maar honger van. Een leer is geen boom.

De zogenaamde Boomleer is een bodemloos gat vol nietszeggende namen. Boomgeest, vitaliteitsprincipe, larvenleer, levensstroom, onderstroom, sapstroom, bewustzijnsstroom, grondloze grond, wortels zonder wortels, virtuele snavel, hakfrequentie, takfrequentie, eigenfrequentie – je kunt het zo gek niet bedenken.

Als een of andere scherpslijper uit een ander bos de zaak hier komt inspecteren en uit het handboek gaat citeren, dan hak ik op hem in. Zo’n wijsneus die denkt dat je een boom op even dagen van beneden naar boven af moet werken en op oneven dagen van boven naar beneden, bij heldere hemel met de klok mee, bij mist ertegenin. ‘Handboek Specht, hoofdstuk 7: De Boomleer, het Achtvoudige Pad’ zegt hij er gewichtig bij. Tjonge jonge.

Haal er je schouders bij op en je pikt er geen made minder om. Meer houdt de leer niet in en ik ga er hoe dan ook geen boom over opzetten.

43 - Kameel

Zandlopers, jullie liggen hier met jullie natte neuzen naar mijn natte neus gekeerd in de hoop enig inzicht op te doen. Vergeet het maar, inzicht is voor brildragers. Het gaat in het leven van een kameel niet om inzicht maar om uitzicht, en dat hebben we hier genoeg.

Jullie hebben je laten aanpraten dat er ergens in de wijde woestijn een paradijselijke rustplek ligt, Oase Omega. Te vinden achter de middelste zandverstuiving omringd door ribbelduinen. En jullie maar zoeken, sommigen in het wilde weg, anderen op goed geluk, terwijl de alfabeten onder ons onophoudelijk het Handboek Kameel raadplegen.

Tja, de ene keer stuurt het je noordwaarts, de andere keer zuidwaarts. Je moet boven de wind lopen maar als het halve maan is onder de wind, althans in de eerste helft van het jaar. Als je bult naar links gaat hangen moet je naar het westen, als hij naar rechts gaat hangen naar het oosten.

Wat heb je eraan als je ene bult naar links hangt en je andere naar rechts? Maar jullie slikken het als water. Wat heb je eraan als het windstil is? Oase Omega achter de middelste zandverstuiving, het mocht wat. Fata Morgana zal je bedoelen

Volhouders, de wind is zo wispelturige als wat en werpt de zandverstuivingen onvermoeibaar alle kanten op. Hoelang blijf je ze nog achterna sjokken?

44 - Vos

Het koude seizoen is bijna voorbij en onze sporen in de sneeuw zijn niet meer te onderscheiden van de afdrukken van de eikels die uit de bomen vallen. Een goed moment om stil te staan bij het komende paarseizoen. Het paarseizoen, ik hoef niet te herinneren aan de zooi die jullie vorig jaar ervan gemaakt hebben doordat je de adviezen in De Spoorloze Vos braaf hebt opgevolgd.

De Spoorloze Vos schrijft voor dat man & vrouw zich haasten als haast geboden is; dat ze rust nemen als rust geboden is; dat een boskip met rust gelaten wordt als er thuis nog voorraad is; dat en hoe ze hun wonden likken en hun zegeningen tellen. Waartoe het allemaal geleid heeft hebben we vorig jaar gezien.

Lik ik mijn wonden volgens het boekje? Nee, dat laat ik over aan mijn vrouw. Tel ik mijn zegeningen volgens het boekje? Nee, dat laat ik aan haar over, ze is heel goed in rekenen. Voor wat hoort wat dus lik ik op mijn beurt haar wonden en tel de zegeningen op.

45 - Regenworm

Soms zien jullie er tegenop om de dag te beginnen. Een andere keer wachten jullie ongeduldig op de dageraad. Die dingen gebeuren, er is niets aan te doen want zo is het leven nu eenmaal. Waarom zoeken jullie dan naar de zin van wat onvermijdelijk is? Hou daar toch mee op, je belast niet alleen jezelf maar ook je nazaten ermee.

Wie heeft jullie wijs gemaakt dat het zin heeft om zin te geven aan het onvermijdelijke? Laat het antwoord maar zitten. De hamvraag is waarom jullie naar mij zitten te luisteren. Hoop je dat mijn woorden je tot inkeer brengen? Verwacht je een omkeer in je leven? Dat je tot inzicht komt of erger nog een uitzicht?

46 - Vlinder

Het lukt niet als het niet kan

Het kan niet als het niet lukt

Fladderaars, wat bedoelt De Vlinder daarmee?

Jullie doen er moeilijk over met analyses, met debat over de analyses en met twistgesprekken over het debat. Gedoe over oorzaak/gevolg in de relatie tussen man en vrouw of tussen ouder en kind. Gedoe over eerder/later in de planning van de werkzaamheden. En alsof dat niet genoeg is ook nog gedoe over logisch en onlogisch. Van mij mag het, doe wat je niet kunt laten.

Maar waarom moeilijk doen over iets dat eenvoudig is? De Vlinder fladdert met twee vleugels, hij kan niet anders en heeft geen keus.

Het lukt niet als het niet kan betekent dat je niets weet van de tijd dat je een rups was.

Het kan niet als het niet lukt betekent dat je niets weet van de tijd als je tijd erop zit.

47 - Gier

Lijkbidders, jullie zien het leven als een heilig ritueel en volgen trouw De Giergids. Voorbereiding, Standvastigheid, Overgave – zo luidt de drievoudige instructie van de gids.

Ligt er ergens een schaap of een mens op apegapen, dan maken jullie een verkenningsvlucht. Is twee dagen later het soortelijk gewicht van hun vlees groter geworden dan dat van hun geest, dan gaan jullie standvastig afwachten. Als weer twee dagen later de geest is verdampt, dan geef je je over aan het vlees. Aldus de instructies zoals jullie die zien. Maar jullie kijken met hebberige ogen vanuit een warrige kop.

Verlies je niet in instructies, dat bedoelen de instructies met ‘Voorbereiding’.

Zoek het niet buiten jezelf, dat bedoelen de instructies met ‘Standvastigheid’.

Zoek het niet in jezelf, dat bedoelen de instructies met ‘Overgave’.

Wie het snapt kan zijn exemplaar van de gids bij me inleveren en mag gaan. Wie het niet snapt mag terugkomen, net zolang tot zijn geest is verdampt en hij zich vanzelf overgeeft aan het vlees.

48 - Dolfijn

Watertrappelaars, de leer volgen is een kwestie van obstakels ontwijken. Het komt neer op meegaan, laten gaan, aan geen koers vasthouden. De zee is overal.

De Drie Patriarchen hadden elk zo hun idee over de Ware Dolfijn. Opspringen uit de golven begint met een linkse slag van de staartvin en het inklappen van de rugvin. De hoogste snelheid wordt bereikt met het rimpelen van de buikhuid. Echolocatie werkt het best met ontbloot ondergebit. Ik heb het allemaal uitgeprobeerd. Het resultaat?

Ik houd het erop dat je niemand moet geloven. Mij ook niet. Jezelf ook niet. Diplomazwemmers, geloof niets en obstakels lossen op als stromingen in de zee. Er is maar één verschil tussen wie mijn woorden aanhoort en de Ware Dolfijn en dat is je eigen wantrouwen. Je zoekt het buiten jezelf – in de leer, in de school, in de leraar van de school, in de leraar van de leraar, in de leraar van de leraar van de leraar. Zie je het nu niet dan zul je het ook morgen niet zien.

Niet-weten is jazz

Onlangs is ‘Both Directions at Once’ verschenen. Dat is een verzameling stukken gespeeld door het kwartet van saxofonist John Coltrane. Opgenomen in 1963, een paar jaar voor zijn overlijden. En drie weken voordat een ander kwartet – The Beatles – zijn eerste studio-opname maakte.

Kenners beweren dat er na John Coltrane niks meer te zeggen valt op de sax en dat hij de jazz kapot heeft geperfectioneerd. Zijn ‘truc’ was om het dollen met akkoorden in de vaste toonsoort van een stuk te vervangen door het dollen met niet-vaststaande toonsoorten voor het stuk.

Daardoor begonnen melodie (het deuntje) en harmonie (steuntje onder het deuntje) steeds meer op elkaar te lijken. Voor de oren van getrainde musici – laat staan het publiek, zie beneden – is het dan ook hogere wiskunde. En voor hun vingers en de rest van het lichaam is het een uitputtingsslag vanwege het vaak razende tempo waarin Coltrane opereerde.

Het gebeurde meer dan eens dat zijn kompanen hem muzikaal en fysiek niet meer konden volgen en tijdens een optreden ofwel het zwijgen ertoe moesten doen ofwel een muzikaal duel aangaan. En ze waren bepaald niet de minsten: McCoy Tyner (piano), Jimmy Garrison (bas) en Elvin Jones (drums).

De drummer was de enige die met melodie en harmonie nauwelijks te maken had en daardoor Coltrane’s sax wel kon volgen en ritmisch van repliek dienen.

Het publiek, ik in dit geval, lukt het niet om in veel stukken van Coltrane signaal van ruis te onderscheiden. Dat is niet-weten.

Er is een mop over: een klant in de dierenwinkel wil een zingende papegaai aanschaffen en de handelaar zegt dat er drie stuks in de aanbieding zijn.

Nummer een heeft prachtige veren en kan alle solo’s van Louis Armstrong zingen.

Nummer twee heeft eveneens een prachtig verenkleed maar is een stuk duurder omdat hij alle solo’s van Charlie Parker ten beste brengt.

Nummer drie is half-blind, heeft een slordig kapsel en is nauwelijks in staat om haar evenwicht op het schommelstokje te bewaren. Maar ze kost meer dan die andere twee bij elkaar.

De klant vraagt wat de derde zoal zingen kan. De winkelier zegt dat hij geen idee heeft maar dat de andere twee haar aanspreken met maestro.

Niet-weten is afzien van het verschil tussen ruis en signaal. John Coltrane liet het horen. En soms was het niet om aan te horen.

Vraagteken in de vorm van een saxofoon waar figuurtjes in de vorm van muzieknoten uit vallen.
Niet-weten is jazz.