Top

-1-

Hans van Dam

Bevlogen schrijver over niet-weten

Foto van de schrijver.
Hans van Dam (1958), auteur van NietWeten.nl en van de Agnosereeks.

‘Mijn levensloop? Het leven neemt een loopje met me.’ Dwaalteksten over het ware gezicht van Hans van Dam.

-2-

Wie zou ik zijn zonder jou?

Hierboven zie je een mozaïek van duizenden pixels (picture elements), monochrome vierkantjes die samen de polychrome illusie wekken van een substantieel mens in een substantiële wereld.

Overtuigend, nietwaar?

Vooral als we het mozaïek in kwestie een foto noemen, de illusie een naam geven, laten we zeggen Hans van Dam, en uitroepen tot auteur dezes.

Een en ander doen we natuurlijk niet op eigen kracht maar met behulp van honderden andere mozaïekjes in de vorm van letters en leestekens die zich ogenschijnlijk aaneenrijgen tot woorden, zinnen en alinea’s.

Daarin legt de lezer ongemerkt zelf de betekenis die hij vervolgens zonder meer aan ‘auteur dezes’ toeschrijft.

Wie zou ik zijn zonder jou?

Gepixeleerd portret van de schrijver.
Het ware gezicht van Hans van Dam.

-3-

Curriculum vitae van een omloper

Zeven mijlslaarzen naar huis.

1. Als jongeling vlucht Hans zo lang mogelijk heen en weer tussen de Universiteit van Utrecht en Japan.

2. Als dat echt niet langer gaat, doet hij zich vijf jaar lang voor als een brave burgerman, compleet met koopwoning, overheidsbetrekking en samenlevingscontract.

3. Als dat echt niet langer gaat, doet hij zich vijf jaar lang voor als een ambachtelijke kunstenaar, compleet met tekentafel, lichtbak, episcopen, Leica, doka en thuisstudio.

4. Als dat echt niet langer gaat, doet hij zich vijf jaar lang voor als een filosoof, compleet met opschrijfboekje, dictafoon en tekstverwerker.

5. Als dat echt niet langer gaat, schept hij zich een vrijplaats, Idios – een oase van onrust waarin al het ondenkbare en onzegbare gedacht en gezegd mag worden.

6. Als hij ook van vrijdenkerij verzadigd raakt, doet hij nog één poging om iets van zijn leven te maken. Hij moet en zal de waarheid vinden. Het waarom, het waarheen, het waartoe!

7. Dan weet hij het helemaal niet meer. Zelfs dáárvoor staat hij niet in. Wel komt hij er eindelijk voor uit.

Hè hè, was dat nou zo moeilijk?

-4-

Zelfportret

Ik ben een vrije denker en een hartstochtelijk schrijver met een neus voor onuitgesproken aannames die niets voor lief neemt.

Van de grenzen tussen de verschillende religies en tradities trek ik me niets aan. Een weetnietgeest is geen hokjesgeest; ik ga waarheen ik wil.

Mijn zen is paradoxaal, mijn nondualisme radicaal, mijn mystiek agnostisch, mijn filosofie postpostmodern.

De afgelopen 11 jaar heb ik 3300 teksten over niet-weten geschreven. Deze zogeheten dwaalteksten zijn nuchter en lyrisch tegelijk. Ik dis ze op met zachte humor en harde zelfspot.

Mijn dwaalteksten zijn gebundeld in de elfdelige Agnosereeks, die je terug kunt vinden op mijn website NietWeten.nl.

Sinds 2015 heb ik een dagelijkse rubriek in het Boeddhistisch Dagblad.

Lang geleden heeft mijn alter ego, drs. J.N. van Dam, al zijn diploma’s aan de natuur teruggegeven – behalve zijn zwamdiploma’s A-Z*, de enige waarvoor hij summa cum laude is geslaagd.

Sindsdien heet ik gewoon weer Hans.

* Helaas ben ik onherroepelijk gezakt voor het diploma Reddend Zwammen. Dat zul je dus zelf moeten doen.

-5-

Een aanbeveling voor de autobiograaf

‘Wat weet jij eigenlijk van jezelf, Hans?’

‘Minder dan wie ook.’

‘Dat lijkt me geen aanbeveling.’

‘Integendeel.’

-6-

Te gek voor woorden

En wie is dat nou niet?

Sommige mensen vragen zich af wie het is die al die dwaalteksten uit zijn duim zuigt. Ja, dat zou ik ook weleens willen weten.

Ongetwijfeld gaat iemand mij dat nog eens haarfijn uitleggen.

Een roshi of een rinpoche.

Een goeroe of een mystagoog.

Een priester of een humanist.

Een sjamaan of een vrijmetselaar.

Een astronoom of een astroloog.

Een monist of een nondualist.

Een nihilist of een pluralist.

Een darwinist of een neuroloog.

Een fysioloog of een kwantumfysicus.

Een filosoof of een frenoloog.

Een psychiater of een psycholoog.

Liefst allemaal tegelijk en door elkaar heen.

Voor elke ik een specialist, ieder in zijn eigen taal, dat zal me een geouwehoer geven, zeg.

Babylonische spraakverwarring als hoogste identiteit.

Hoe ik mezelf op dit moment zou omschrijven? O, eh …

Als een heraut – zonder boodschap

Als een vrijbuiter – zonder buit

Als een kaper – zonder kust

Als een boekanier – zonder boeken

Als een piraat – zonder raad

Als een oproerling – zonder roer

Als een dwarsligger – zonder rails

Als een illusionist – zonder illusies

Als een pretendent – zonder pretenties

Als een dominee – zonder kansel

Als een zwerver – zonder ransel

Of gewoon als een kind met een rugzakje natuurlijk.

Een leeg rugzakje, dat dan weer wel.

Ach, Hans van Dam is gewoon te groot voor woorden.

Ik bedoel natuurlijk te klein voor woorden.

Te gewoon voor woorden.

Te gek voor woorden.

En wie is dat nou niet?

En wat is niet te gek voor woorden?

-7-

Mijn hart is vol, mijn leer is leeg

Hans is zestig geworden maar zes gebleven. Hij maakt de balans op in zestig plus zes woorden.

Mijn hart is vol
Mijn leer is leeg
Mijn ziel is stil
Mijn lijf is veeg

Mijn geest is wild:
Een jonge man
Die wil nog steeds
Wat hij niet kan

Mijn lijf is moe
Mijn ziel is vrij
Mijn leer is dwaas
Mijn hart is blij

Maar niets hiervan
Is echt van mij
Nog even en
Het is voorbij

Nog even en
Het is voorbij

-8-

Van brabbelaar naar krabbelaar

C.V. van een o.h.

Eerst kabbel je maar wat

dan sabbel je maar wat

dan grabbel je maar wat

dan brabbel je maar wat

maar je brabbelen

wordt babbelen

en ineens zeg je

mama

en ineens zeg je

lief

en ineens zeg je

stout

en ineens zeg je

ik

en ineens zeg je

ik ben lief

en

ik ben stout

en

ik ben goed

en

ik ben slecht

ik ben in wezen goed

ik ben in wezen slecht

ik ben in wezen goed en slecht

ik ben in wezen goed noch slecht

ik ben in wezen

wezenloos

soms ben ik zus

soms ben ik zoon

maar ben ik wel

of ben ik niet

of ben ik wel

én ben ik niet

de waarheid is

de waarheid is

de waarheid is

een woord

een woord

geen oord

een poort

van wat

naar wat

van gat

naar gat

je weet

niet wat

je zegt

je zegt

ik weet niet

of ik weet

of niet

ik zeg

maar niets meer

zeg je nog

dan zeg je

niets meer

niet hardop

je houd je mond

maar nooit je kop

de stilte spreekt

je toch niet aan

dus trek je weer

van leer

tot leer

de lege

blijkt

je laatste

heer

een metafoor

voor dat

nooit meer

wat moet je dan

nog zeggen

tja

je doet gewoon

van bla bla bla

o jee

ha ha

ach gut

nou ja

dus

net als vroeger

net als nu

en net als iedereen

alleen

het zegt je niks meer

wat je zegt

het zegt je

zelfs niet niks meer en

je schrijft het ook nog op, afijn

nu krabbel je maar wat

-9-

Rijk zonder rijk

X: Hoe voelt niet-weten?

H: Rijk.

X: Heb je daarom tranen in je ogen?

H: Wie zal het zeggen.

X: Waar ben je dan zo rijk mee?

H: Geen idee.

X: Met de Waarheid?

H: Ken ik niet.

X: Met de Werkelijkheid?

H: Ken ik niet.

X: Met de Wijsheid voorbij alle wijsheid?

H: Heb ik niet.

X: Met het Ene?

H: Ken ik niet.

X: Met het Numineuze?

H: Ken ik niet.

X: Met je Oorspronkelijke Gezicht?

H: Heb ik niet.

X: Waar ben je dan zo rijk mee?

H: Dat zeg ik.

X: Wat?

H: Geen idee.

-10-

Gevallen is mijn last

Zo beeld ik mij soms in.

Naakt, achterovergebogen mannetje met een steen op zijn buik.
Die last is van mijn schouders …

Gevallen is mijn last
De last een beter mens te moeten worden
Redder van alle levende wezens
Modelman zonder ego
Bevrijd van reactiviteit
Gekluisterd aan het juiste
Het juiste inzicht
De juiste intenties
Juist spreken
Juist handelen
Juiste levensonderhoud
Juiste inspanning
Juiste bewustzijn
Juiste concentratie
Juist, onjuist, duimpje, vuist –
Die last is van mijn schouders
Zo beeld ik mij soms in

Gevallen is mijn last
De last van de onvoorwaardelijke liefde
Van het universele mededogen
Van het zuivere altruïsme
Van het onverstoorbare gemoed
Van het onwankelbare geweten
Van de eeuwige wijsheid
Van de milde open aandacht
Van louter zijn te moeten zijn
Van louter nog gewaar te zijn
Van dodelijk gewoon te zijn
Van altijd maar spontaan te zijn
Goedgeefs, bevrijd van mijn en dijn –
Die last is van mijn schouders
Zo beeld ik mij soms in

Gevallen is mijn last
De last van mijn zogenaamde verleden
Van schuldgevoelens over gedane zaken
Van spijt over gemiste kansen
Van schaamte over vermeende blunders
Van vruchteloos verlangen naar
Het tuinpad van mijn vader
De last van mijn zogenaamde toekomst
Van overspannen verwachtingen
Van fraaie beloftes
Van goede voornemens
Van grootse plannen
De last van mijn zogenaamde heden
Ongeboren en doodloos zou ik zijn
Tijdloos en oneindig
Alomvattend, nergens niet –
Die last is van mijn schouders
Zo beeld ik mij soms in

Gevallen is mijn last
De last mezelf te moeten doorgronden
Vast te moeten stellen wie ik ben
Te moeten blijven wie ik meen te zijn
Wie anderen menen dat ik ben of hoor te zijn
Mijn verhalen up-to-date te moeten houden
Alles weg te moeten moffelen wat niet past
Mezelf tot eenduidigheid te moeten dwingen
Vrij van ruis en negativiteit
Vrij van strijd en strijdigheid
Vrij van ik en jijigheid –
Die last is van mijn schouders
Zo beeld ik mij soms in

Gevallen is mijn last
De last van mijn gedachten
Gedachten als hierboven
Gedachten als hieronder
De mijne noch de jouwe
Zijn er om vast te houden
En eeuwig te herkauwen –
Zo beeld ik mij soms in

Naakt mannetje dat met zijn buik op een steen ligt waarmee hij vergroeid is
… Zo beeld ik mij soms in

-11-

Mijn oorspronkelijk gezichtsverlies

X: Is niet-weten jouw oorspronkelijke gezicht?

H: Zeg maar gerust mijn oorspronkelijke gezichtsverlies.

X: Je ziet het niet als een triomf?

H: En ook niet als een debacle.

X: Hoe zie je het dan wel?

H: En ook niet als een het.

X: Wat zou jij zeggen?

H: Niet-weten is geen gezicht.

-12-

Mijn ware gezicht is geen gezicht

Maandag

X: Laatst noemde iemand jou een zenboeddhist, Hans.

H: Het boeddhisme heeft veel gezichten en een daarvan is het mijne. Welk van die gezichten het ware is moet ieder voor zich bepalen. Zelf kan ik ware noch onware ontwaren.

X: Volgens mij ben jij meer een nondualist.

H: Geef het kind maar een naam.

Dinsdag

X: Laatst noemde iemand jou een nondualist.

H: Advaita heeft veel gezichten en een daarvan is het mijne. Welk van die gezichten het ware is moet ieder voor zich bepalen. Zelf kan ik ware noch onware ontwaren.

X: Volgens mij ben jij meer een taoïst.

H: Geef het kind maar een naam.

Woensdag

X: Laatst noemde iemand jou een taoïst.

H: Het taoïsme heeft veel gezichten en een daarvan is het mijne. Welk van die gezichten het ware is moet ieder voor zich bepalen. Zelf kan ik ware noch onware ontwaren.

X: Volgens mij ben jij meer een mysticus.

H: Geef het kind maar een naam.

Donderdag

X: Laatst noemde iemand jou een mysticus.

H: Mystiek heeft veel gezichten en een daarvan is het mijne. Welk van die gezichten het ware is moet ieder voor zich bepalen. Zelf kan ik ware noch onware ontwaren.

X: Volgens mij ben jij meer een agnosticus.

H: Geef het kind maar een naam.

Vrijdag

X: Laatst noemde iemand jou een agnosticus.

H: Religie heeft veel gezichten en een daarvan is het mijne. Welk van die gezichten het ware is moet ieder voor zich bepalen. Zelf kan ik ware noch onware ontwaren.

X: Volgens mij ben jij meer een agnost.

H: Geef het kind maar een naam.

Zaterdag

X: Laatst noemde iemand jou een agnost.

H: Niet-weten heeft veel gezichten en een daarvan is het mijne. Welk van die gezichten het ware is moet ieder voor zich bepalen. Zelf kan ik ware noch onware ontwaren.

X: Volgens mij ben jij meer een zenboeddhist.

H: Geef het kind maar geen naam.

Zondag

Hè hè.

Maandag

X: Laatst noemde iemand jou een zenboeddhist.

Portret van Hans van Dam zonder gezicht.
Mijn ware gezicht.

Vier gezichtspunten voor gezichtslozen:

1. Ik heb veel gezichten, en elk daarvan is het mijne.

2. Ik heb veel gezichten, maar geen daarvan is het mijne.

3. Ik heb geen gezicht, maar dat is wel het mijne.

4. Ik heb geen gezicht, en ook dat is niet van mij.

-13-

Ik speel nog met verve, al is het geen rol

Wat is het dat fascineert en doet beven? Het onoplosbare raadsel dat mijn naam draagt.

In den beginne wist ik niets.
Niemand hoefde mij de weg te wijzen.
Alles ging vanzelf.
Ik speelde met verve, al was het geen rol,
maar mijn ouders wisten wel beter:
Niet weten was niets voor mij.

Ik stierf als speelkind en verrees als kind van god.
Religie zou mij de weg wel wijzen.
Ik speelde mijn rol met verve,
maar niemand kende de hoogste.
Kind zijn van god betekende nog steeds:
Niet weten wie ik was.

Ik stierf als kind van god en verrees als mens.
Humanisme zou mij de weg wel wijzen.
Ik speelde mijn rol met verve,
maar niemand begreep onze soort.
Mens zijn betekende nog steeds:
Niet weten wie ik was.

Ik stierf als mens en verrees als denker.
Filosofie zou mij de weg wel wijzen.
Ik speelde mijn rol met verve,
maar niemand kende de waarheid.
Filosoof zijn betekende nog steeds:
Niet weten wie ik was.

Ik stierf als denker en verrees als ziel.
Psychologie zou mij de weg wel wijzen.
Ik speelde mijn rol met verve,
maar niemand doorzag de psyche.
Ziel zijn betekende nog steeds:
Niet weten wie ik was.

Ik stierf als ziel en verrees als lichaam.
Fysiologie zou mij de weg wel wijzen.
Ik speelde mijn rol met verve,
maar niemand begreep het fysiek.
Lijf zijn betekende nog steeds:
Niet weten wie ik was.

Ik stierf als lichaam en verrees als dier.
Biologie zou mij de weg wel wijzen.
Ik speelde mijn rol met verve,
maar niemand doorgrondde het leven.
Dier zijn betekende nog steeds:
Niet weten wie ik was.

Ik stierf als dier en verrees als stof.
Fysica zou mij de weg wel wijzen.
Ik speelde mijn rol met verve,
maar niemand doorzag de materie.
Stof zijn betekende nog steeds:
Niet weten wie ik was.

Ik stierf als stof en verrees als geest.
Spiritualiteit zou mij de weg wel wijzen.
Ik speelde mijn rol met verve,
maar niemand begreep het bewustzijn.
Geest zijn betekende nog steeds:
Niet weten wie ik was.

Ik stierf als geest en verrees als het al.
Holisme zou mij de weg wel wijzen.
Ik speelde mijn rol met verve,
maar niemand vatte de kosmos.
Alles zijn betekende nog steeds:
Niet weten wie ik was.

Ik stierf als alles en verrees als niets.
Boeddhisme zou mij de weg wel wijzen.
Ik speelde mijn rol met verve,
maar niemand doorgrondde de leegte.
Niets zijn betekende nog steeds:
Niet weten wie ik was.

Ik stierf als niets en verrees niet meer.
De weg is vergeten, ik blijf wel hier.
Ik speel nog met verve, al is het geen rol.
Soms denk ik dat niemand iets weet,
al ben ik ook daarvan niet zeker.

-14-

Grote woorden maken het kleiner

X: Heb jij het Ware Zelf gerealiseerd?

H: Ik weet niet wat mij is overkomen maar dit weet ik wel – grote woorden maken het kleiner.

X: Ik bedoel, ben jij aan de dualiteit ontstegen?

H: Ik weet niet wat mij is overkomen maar dit weet ik wel – grote woorden maken het kleiner.

X: Recht voor zijn raap dan: ben jij verlicht?

H: Ik weet niet wat mij is overkomen maar dit weet ik wel – grote woorden maken het kleiner.

X: En het stelt toch al niks voor, wou je zeggen.

H: Kleine woorden maken het kleiner.

X: Geen woorden dan maar?

H: Stilte maakt het te groot.

X: Geen woorden maar daden?

H: Woorden zijn ook daden.

X: Wat voor daden?

H: Taaldaden.

X: Geen grote woorden, geen kleine woorden, geen stilte en geen daden?

H: En geen opsommingen en geen negatieve definities.

X: Mystiek hoor.

H: Ik weet niet wat mij is overkomen maar dit weet ik wel …

X: Mystisch, mystagogisch, mythisch, myrionymisch, mysterieus, numineus?

H: Grote woorden maken het kleiner.

Rode luchtballon in de vorm van de tekst ‘Grote Woorden’.
Grote woorden maken het kleiner.

-15-

Het einde van mijn Latijn

X: Geloof jij in reïncarnatie?

H: Figuurlijk.

X: Vertel.

H: Eerst werd ik geboren in den vleze.

X: Als mens.

H: Dat was het einde van de vergetelheid.

X: En toen?

H: Werd ik herboren in de liefde.

X: Voor Lucienne.

H: Dat was het einde van de eenzaamheid.

X: En toen?

H: Werd ik herboren in den vreemde.

X: Als agnost.

H: Dat was het einde van de wijsheid.

X: Hoe oud ben je nu?

H: Eenenzestig, negenentwintig en twaalf.

X: Zitten er nog meer geboortes aan te komen?

H: Is het niet genoeg?

X: Geen verwachtingen?

H: Tot nu toe kwam iedere geboorte onverwacht.

X: En na de dood?

H: Eerst maar eens zien te sterven.

X: Geloof jij niet in de dood?

H: Misschien word je er wel in geboren.

X: Denk je dat of weet je dat?

H: Ik zeg maar wat.

X: En waar zou dat het eind van zijn?

H: Ik weet het niet, van mijn Latijn?

-16-

Het einde van mijn gelijk

X: Geloof jij in reïncarnatie?

H: Ik zal wel moeten.

X: Hoe dat zo?

H: Ik ben alleen in dit leven al drie keer geboren.

X: Vertel.

H: Eerst werd ik geboren in onwetendheid.

X: Waar was dat het einde van?

H: Als ik dat eens wist.

X: En toen?

H: Werd ik geboren in mijn gelijk.

X: Waar was dat het einde van?

H: Mijn onwetendheid.

X: En toen?

H: Werd ik geboren in niet-weten.

X: Waar was dat het einde van?

H: Mijn gelijk.

X: En nu?

H: Ik zou het ook niet weten.

-17-

Mijn weg was een lange reeks vernederingen

X: Wat was jouw weg?

H: Wat zal ik vandaag weer eens zeggen.

X: Nou?

H: Een lange reeks vernederingen dan maar.

X: Wat was het resultaat daarvan?

H: Vernietiging van eigendunk.

X: Ik dacht dat de weg er een was van spirituele groei.

H: Bij mij is er niets gegroeid.

X: Of van toenemende vaardigheid.

H: Bij mij is er niets toegenomen.

X: Of van voortschrijdend inzicht.

H: Bij mij is er niets voortgeschreden.

X: Of van optrekkende mist.

H: Bij mij is er niets opgetrokken.

X: Wat zou jij zeggen?

H: Tja.

X: En die weg ben jij vrijwillig gegaan?

H: Ik heb de hele weg tegengestribbeld.

X: Dan heb je weinig om trots op te zijn.

H: Zeg maar gerust niets.

X: Dan heb je niets om trots op te zijn.

H: Zeg maar gerust niemand.

X: Maar ook niemand om je voor te schamen zeker?

H: Je probeert de huid te verkopen voor je de beer geschoten hebt.

X: En als ik de beer geschoten heb?

H: Dan zijn je vragen overbodig.

X: Omdat ik de antwoorden dan weet?

H: Deze vraag ook.

X: Wie of wat is de beer?

H: Deze ook.

X: Wat moet ik doen om de weg van vernedering te gaan?

H: Je bent allang onderweg.

X: Wat moet ik onderweg doen?

H: Tegenstribbelen.

X: Maar ik wil juist meewerken.

H: Wou jij je de weg toe-eigenen?

X: Ik wil hem gaan, niet ondergaan.

H: Allemaal eigendunk.

X: Hoe moet ik tegenstribbelen?

H: Je doet al niet anders.

X: Hè?

H: Alleen al door mee te willen werken.

X: Dus eigenlijk doe ik het zo slecht nog niet?

H: Allemaal eigendunk.

X: Geef nog eens een voorbeeld van eigendunk.

H: Denken dat je ooit vrij zult zijn van eigendunk.

X: Wat is het toppunt van eigendunk?

H: Denken dat je eindelijk vrij bent van eigendunk.

X: Hoogmoed komt voor de val.

H: Deemoed net zo goed.

X: Wat komt er eigenlijk niet voor de val?

H: De val.

-18-

Ruimte voor bekrompenheid

Beste Hans,

Heb jij overal ruimte voor?

Beste X,

Zelfs voor bekrompenheid.

X: Ik bedoel, sta jij echt overal voor open?

H: Zelfs voor geslotenheid.

X: Aanvaard jij werkelijk alles?

H: Zelfs afwijzing.

X: Heb je het nou over anderen of over jezelf?

H: Ik heb overal ruimte voor.

X: Voor andermans bekrompenheid of die van jezelf?

H: Ik heb overal ruimte voor.

X: Voor andermans geslotenheid of die van je zelf?

H: Ik heb overal ruimte voor.

X: Voor andermans afwijzing of die van jezelf?

H: Ik heb overal ruimte voor.

X: Begrijp ik het goed dat jij zelf niet vrij bent van bekrompenheid, geslotenheid en afwijzen?

H: Niet dat ik weet.

X: Is dat een kwestie van keuze of van overmacht?

H: Ik heb overal ruimte voor.

X: Bedoel je daarmee dat het je niet uitmaakt, of dat je het niet weet?

H: Ik heb overal ruimte voor.

X: Wat is niet-weten?

H: Dat je dat niet hoeft te weten.

X: Overal ruimte voor hebben, zou ik zeggen.

H: Dan ook voor wel-weten.

X: Maar jij bent toch van NietWeten.nl?

H: Ik ben nergens van.

X: Maar NietWeten.nl is toch van jou?

H: Niets is van mij.

X: Hè?

H: Alles dan?

X: Maar weten is toch juist …

H: Ik heb overal ruimte voor.

X: Jij hebt echt overal ruimte voor!

H: Zelfs voor bekrompenheid.

-19-

Waar ik het allemaal vandaan haal

Beste Hans,

Ik zou je graag interviewen voor A.

Beste X,

Dat lijkt me geen goed idee.

X: Waarom niet?

H: Daar komen alleen maar antwoorden van.

X: Ik heb het niet over spirituele of religieuze vragen.

H: Maakt niet uit.

X: Het gaat mij om de man achter NietWeten.nl. Mensen willen weten wie jij bent.

H: Anders ik wel.

X: Ze willen weten waar je het allemaal vandaan haalt.

H: Bedenk maar wat.

X: Dat kan ik niet verantwoorden.

H: Of jij het nou doet of ik.

X: Dus je wilt niet meewerken?

H: Kun je hiermee uit de voeten?

-20-

De mens achter het verhaal

Beste Hans,

Ik zou je graag interviewen voor B.

Beste X,

Gaat het om de mens achter het verhaal of om het verhaal achter de mens?

X: Om de mens achter het verhaal.

H: Als ik hem zie zal ik het doorgeven.

X: Ik bedoel, om het verhaal achter de mens.

H: Als ik het hoor zal ik het doorgeven.

-21-

Wat ik het liefst zou willen

Vragen naar de onbekende weg.

Beste Hans,

Ik zou je graag interviewen voor C.

Beste X,

Moet ik er zelf bij zijn?

X: Ja, maar je mag helemaal bepalen hoe of wat.

H: O, gelukkig.

X: Wat zou je het liefst willen?

H: Dat jij de antwoorden geeft.

X: Hè?

H: Dan bedenk ik er wel weer vragen bij.

Balkende ezelskop met een microfoon ervoor.
‘Ia! Ia!’

-22-

Ai ai, de steen der wijzen

Grauw en ik zijn poot en been
We houden veel van reizen

Maar overal diezelfde steen
Ai ai, de steen der wijzen!

Balkende ezelskop.
‘Ai ai!’

-23-

Geen poot meer om op te staan

Steenbreek.*

* Nederlandse naam van het plantengeslacht Saxifraga.

X: Met welk dier zou jij jezelf vergelijken?

H: Ik ben nog stommer dan een ezel.

X: Hoezo?

H: Zelfs een ezel stoot zich geen tweemaal aan dezelfde steen.

X: En jij?

H: O, wel duizendmaal.

X: Wat voor steen?

H: De steen der wijzen.

X: En nu?

H: Heb ik geen poot meer om op te staan.

X: En die steen?

H: Helemaal aan diggelen.

X: Zul je je ooit nog stoten?

H: Waaraan?

X: Hè?

H: Waarmee?

X: Hoe stom kun je zijn.

H: Ik ben nog stommer dan een ezel.

X: Met welke plant zou jij jezelf vergelijken?

-24-

Masters of the universe

Spelende wijs.

X: Wat is jouw favoriete lectuur?

H: Ik lees alles wat los en vast zit.

X: Noem eens wat.

H: Ik heb eens een jaar lang Perry Rhodan gelezen.

X: Science-fiction?

H: Je moet toch wat.

X: Ik bedoelde eigenlijk op het gebied van religie en spiritualiteit.

H: Ik ook.

X: Wat is er spiritueel aan Perry Rhodan?

H: De lezer?

X: Wie was je favoriete karakter?

H: Gucky.

X: Gekkie?

H: Een pratende muisbever die alleen maar wil spelen en tuk is op wortelen.

X: Niet Perry Rhodan?

H: Stel je voor.

X: Waarom niet?

H: Rhodan is de held.

X: Master of the Universe.

H: Dat denkt hij tenminste.

X: Jij denkt van niet?

H: Het is maar een verhaal.

X: En jij bent tuk op wortelen.

H: En ik wil alleen nog maar spelen.

X: Wat is iemand die alleen nog maar speelt?

H: Master of the Universe.

-25-

Stillen getuigen niet

X: Als jij een monnik was, wat voor een zou je er dan willen zijn?

H: Een stille.

X: Waarom hou je dan je mond niet?

H: Omdat mensen mij van alles in de mond leggen.

X: Wat voor mensen bijvoorbeeld?

H: Mensen zoals jij bijvoorbeeld.

X: Dus eigenlijk ben jij een stille getuige?

H: Waarvan dan wel?

X: Keuzeloos gewaarzijn, heet dat bij Jiddhu Krishnamurti.

H: Noem dat maar stil.

X: Jij vindt het gelul.

H: Zie je wel dat je me van alles in de mond legt?

X: Wat wil je dan zeggen?

H: Alsof ik wat wil zeggen.

X: Maar waarom hou je dan je mond niet?

H: Daarom hou ik mijn mond niet.

-26-

Ik schaam me voor alles wat ik over niet-weten heb gezegd

Wanneer het over liefde gaat, schaam ik me voor al wat ik erover heb gezegd.

(Rumi in Het pad van de soefi, Javad Nurbakhsh, 2006, pagina 2)

Ik schaam me voor alles wat ik over niet-weten heb gezegd.
Meer nog zou ik me schamen als ik erover had gezwegen.

Ik schaam me dat ik er zoveel over heb gezegd.
Meer nog zou ik me schamen als ik me had ingehouden.

Ik schaam me dat ik van niet-weten spreek.
Meer nog zou ik me schamen als ik god of liefde of waarheid had gezegd.

Ik schaam me dat ik me overal voor schaam.
Meer nog zou ik me schamen als ik me nergens voor had geschaamd.

‘Ik schaam me dat ik er zoveel over heb gezegd. Meer nog zou ik me schamen als ik me had ingehouden.’

-27-

Mijn teksten zijn de kleren van een keizer zonder kleren

Deze website, NietWeten.nl, bestaat uit elf kloeke boekrollen – stof van de kleren van een keizer zonder kleren.

Ik ben er bij herhaling op gewezen dat ik mezelf maar blijf herhalen. Nou en of!

Maar niet als iemand die zichzelf of anderen probeert te overtuigen. Ik zou tenminste niet weten waarvan.

Van de gedachte dat ik niemand ergens van probeer te overtuigen, zeg je?

Weg ermee.

Hoe dan wel?

Als iemand die maar niet kan geloven dat hij zijn gedachten niet meer kan geloven.

Deze ook niet!

Als een keizer die er maar niet aan kan wennen dat hij geen kleren aan heeft, en nooit aan heeft gehad.

Dat hij al die tijd in zijn blote kont heeft lopen paraderen.

Dat hij nooit keizer is geweest, behalve in zijn eigen geest.

Wat hij dan wel was?

Een kleermaker zonder stof.

Een nar zonder hof.

Een schoenmaker zonder leest

Wat een sof.

Wat een feest!

Wat een bof!

Geen rijk om te regeren!

Geen protocol om te volgen!

Geen volk om te behagen!

Geen vijanden om te intimideren!

Geen idealen om na te jagen!

Geen plannen om te realiseren!

Geen schijn om op te houden!

Wat wil je nog minder!

Zalig zijn de armen van geest en stof!

Herhaling typerend voor mij. Ik ben mijn hele leven al geneigd tot monomanie.

Of misschien overkomt het iedereen die het denken doorziet, keer op keer, telkens weer, ook dit denken.

Dat je jaren moet wennen, bedoel ik, misschien wel je hele leven, aan de doorzichtigheid van je eigen (en andermans) gedachten.

Nu deze weer!

Eerlijk gezegd kan ik nog steeds niet geloven dat ik mijn gedachten niet meer kan geloven.

Toch begint de woordenstorm na tien jaar eindelijk te luwen.

Geloof ik.

En anders maar niet.

-28-

Dronken van niet-weten

X: Volgens mij had jij je website lof-der-zotheid.nl moeten noemen.

H: Volgens mij had jij je website lof-der-zoheid.be moeten noemen.

X: Een obscure term, de zoheid der dingen, ik geef het toe, maar spot-on.

H: Bhutatathata.

X: Kan ik het helpen.

H: Klinkt als patattepatat.

X: Ja ja.

H: Of patati patata.

X: Ha ha.

H: Zelf heb ik meer met de zusheid der dingen.

X: Jij houdt niet op, hè?

H: Welles.

X: Maar?

H: Ik begin steeds opnieuw.

X: Dan zal dat het probleem wel zijn.

H: Zeg maar gerust de oplossing.

X: Volgens mij had jij je website lof-der-zatheid.nl moeten noemen.

H: Vind je mij dronken?

X: Dronken van niet-weten.

H: Of ben je me zat?

X: Zot.

H: Volgens mij had jij je website lof-der-zitheid.be moeten noemen.

X: Awel, ik ben een echte zitzak. Tweemaal daags vijftig minuten.

H: De uren op de sofa niet meegerekend.

X: Om over retraites nog maar te zwijgen.

H: Ik zal je voortaan aanspreken met Zijne Zennelijke Zitheid.

X: Eindelijk een titel.

H: En dat zonder transmissie.

X: Ik heb genoeg aan transcendentie.

H: Ik zal voor je bidden.

X: Bidden?

H: Heb ik iets verkeerd gezegd?

X: Waar haalt Zijne Zinnelijke Zotheid zo gauw een godheid vandaan?

H: Weet je dat niet? Ik ben de laatste katholieke non-boeddhist van Europa. Of de laatste non-katholieke boeddhist, daar ben ik nog niet uit.

X: Dan komen we goed weg.

H: Wie?

X: Wij Zennelijke Zitheden.

H: Wier heden zitten is.

X: Zitheden met een zitverleden en een dito toekomst.

H: Onverzittelijke doorzatters.

X: Een zenboeddhist heeft altijd wat te doen.

H: Waar is al dat zitten goed voor?

X: Metta, karuna, mudita, upekkha.

H: Moeder Maria.

X: De godin van het mededogen.

H: Met twaalf vagina’s en honderd borsten.

X: En nochtans onbevlekt.

H: Zitten zonder paal.

X: Onzedelijke taal.

H: Volgens mij had jij je website lof-der-zoetheid.be moeten noemen.

X: Je kunt het zenboeddhisme veel verwijten, maar geen zoetheid. Ga zelf maar eens een tijdje zitten, dan weet je wat ik bedoel.

H: Waarom zou ik het mezelf moeilijk maken?

X: Volgens mij had jij je website lof-der-zwakheid.nl moeten noemen.

H: Wie niet sterk is moet zwak zijn.

X: Wat hoop jij al schrijvend te vinden?

H: Hoop ik al schrijvend iets te vinden?

X: Waar is al dat schrijven goed voor?

H: Ik zou het ook niet weten.

X: Volgens mij had jij je website NietWeten.nl moeten noemen.

H: Wat hoop jij al zittend te vinden?

X: Mijn zelf hoop ik al zittend te vinden.

H: Misschien zit je er wel bovenop.

X: Misschien zit jij er wel naast.

H: Het ware zelf of het valse?

X: Het enige.

H: En dat voor iemand die het zelf nog moet vinden.

X: Die zit.

H: Volgens mij had jij je website lof-der-zelfheid.be moeten noemen.

X: Ik wéét dat er zoiets is.

H: Volgens mij had jij je website weten.bè moeten noemen.

X: Weten zonder woorden.

H: Is als een schaap zonder gras.

X: Bè.

H: Bhutatathata.

X: Ja ja, ha ha.

H: Nou nog een website zonder woorden.

X: Verbeter de wereld, begin bij jezelf.

H: Verbêter de wereld, begin bij het zelf.

X: Ik ga nog even op mijn zafu zitten.

H: Ik ga nog even naar de zoo.

-29-

Mijn ware snuit

Koning der kieren.

Beste Hans,

Ben jij altijd zo kattig?

Beste X,

Alleen tegen katten.

X: Waarom?

H: Omdat ik eigenlijk een muis ben.

X: Ha ha, het ware gezicht van Hans van Dam.

H: Mijn ware snuit.

X: En ik maar denken dat jij een leeuw was.

H: Weer een illusie armer.

X: Die kan BRULLEN dat horen en zien vergaan.

H: Piep.

X: Genade!

H: En?

X: Wat?

H: Zijn horen en zien je al vergaan?

X: Nog lang niet.

H: Dan zal dat het verschil wel zijn.

-30-

Niet wie je denkt

Hans in honderd ontkenningen.

Ik ben geen theïst.
Ik ben geen atheïst.
Ik ben geen agnost.
Ik ben geen god.
Ik ben niet goddelijk.
Ik ben niet de bron.
Ik ben niet het zijn.
Ik ben niet het kennen.
Ik ben niet het gekende.
Ik ben niet het onkenbare.
Ik ben niet de onkenbare.
Ik ben niet het absolute.
Ik ben niet het relatieve.
Ik ben niet het zelf.
Ik ben niet de geest.
Ik ben niet het bewustzijn.
Ik ben niet de stilte.
Het is niet stil in mij.

Niet dat ik weet.

Ik ben niet dit.
Ik ben niet dat.
Ik ben niet de vorm.
Ik ben niet de leegte.
Ik ben niet beide.
Ik ben niet geen van beide.
Ik ben niet het niets.
Ik ben niet het ene.
Ik ben niet twee.
Ik ben niet niet-twee.
Ik ben niet drie.
Ik ben niet vier.
Ik ben niet veel.
Ik ben niet alles.
Ik ben niet almachtig.
Ik ben niet eigenmachtig.
Ik ben niet machteloos.
Ik ben niet alwetend.
Ik ben niet onwetend.
Ik ben geen scepticus.
Ik ben niet wijs.
Ik ben niet dwaas.
Ik ben niet dwijs.
Ik ben niet wel.
Ik ben niet niet.

Niet dat ik weet.

Ik ben niet gebonden.
Ik ben niet vrij.
Ik ben niet gehecht.
Ik ben niet onthecht.
Ik ben niet in de wereld.
Ik ben niet van de wereld.
De wereld is niet van mij.
De wereld is niet in mij.
Ik ben het lijden niet voorbij.
Ik ben het voorbij zijn niet voorbij.
Ik heb mijn gedachten niet overwonnen.
Mijn gedachten hebben mij niet overwonnen.
Ik heb de wereld niet verzaakt.
Ik heb mezelf niet verzaakt.
Ik heb het verzaken niet verzaakt.
Ik heb het antwoord niet.
Ik ben het antwoord niet.
Ik heb de vraag niet.
Ik ben de vraag niet.
Ik weet niet wat verlichting is.
Ik ben niet het licht.
Ik ben niet de duisternis.
Ik ben niet de liefde.
Ik weet niet wat liefde is.
Ik ben niet aan gene zijde.
Ik ben niet aan deze zijde.

Niet dat ik weet.

Ik ben geen rolmodel.
Ik ben geen dokter.
Ik ben geen psychiater.
Ik ben geen therapeut.
Ik ben geen consulent.
Ik ben geen coach.
Ik ben geen welzijnswerker.
Ik ben geen levenskunstenaar.
Ik ben geen humanist.
Ik ben geen idealist.
Ik ben geen realist.
Ik ben geen optimist.
Ik ben geen pessimist.
Ik ben geen nihilist.
Ik ben geen negativist.
Ik ben geen laxist.
Ik ben geen fatalist.
Ik ben geen obscurantist.
Ik ben geen bodhisattva.
Ik ben geen meester.
Ik ben geen leraar.
Ik ben geen vriend.

Niet dat ik weet.

Ik behoor niet tot een bepaalde school.
Ik ben geen eclecticus.
Ik geef geen satsang.
Ik heb niets tegen satsang.
Ik heb geen sangha.
Ik heb niets tegen sangha’s.
Ik heb geen dharma.
Ik heb niets tegen dharma’s.
Ik heb geen goeroe.
Ik heb niets tegen goeroes.
Ik heb geen geloften afgelegd.
Ik heb niets tegen geloften.
Ik heb geen transmissie gekregen.
Ik heb niets tegen transmissie.
Ik mediteer niet.
Ik heb niets tegen meditatie.
Ik contempleer niet.
Ik heb niets tegen contemplatie.
Ik bid niet.
Ik heb niets tegen bidden.
Ik brand geen wierook.
Ik heb niets tegen wierook.
Ik heb geen huisaltaar.
Ik heb niets tegen huisaltaren.
Ik bezoek geen kerk, tempel of moskee.
Ik heb niets tegen kerken, tempels of moskeeën.
Ik voer geen rituelen uit.
Ik heb niets tegen rituelen.
Ik heb niets tegen bezwaren.
Ik heb niets tegen bezwaren tegen bezwaren.

Niet dat ik weet.

Ik ben niet geroepen.
Ik ben niet uitverkoren.
Ik ben niet thuisgekomen.
Ik ben niet eeuwig onderweg.
Ik ben geen weg gegaan.
Ik ben niet mijn eigen weg gegaan.
Ik ben de weg niet.
Ik ken de weg niet.
De weg kent mij niet.
Ik ben geen ander.
Ik ben mezelf niet.
Ik ben niet iemand.
Ik ben niet niemand.
Mijn naam is geen Haas.
Ik weet zelfs niet van niets.

Niet dat ik weet.

-31-

Zelfportret en schietgebed

O schamele schim

Holler dan het holst van de

Wacht

Aangezegd door de slepende

Smacht

Onheid in het onheden

Zonderdeel van het onene

O schimmele waan

Slaak zacht