Top

Hans van Dam

Bevlogen schrijver over niet-weten

Foto van de schrijver.
Hans van Dam (1958)

‘Mijn levensloop? Het leven neemt een loopje met me.’ 40 Portretten van de auteur van NietWeten.nl.

1 - Wie zou ik zijn zonder jou?

Hierboven zie je een mozaïek van duizenden pixels (picture elements), monochrome vierkantjes die samen de polychrome illusie wekken van een substantieel mens in een substantiële wereld.

Overtuigend, nietwaar?

Vooral als we het mozaïek in kwestie een foto noemen, de illusie een naam geven, laten we zeggen Hans van Dam, en uitroepen tot auteur dezes.

Een en ander doen we natuurlijk niet op eigen kracht maar met behulp van honderden andere mozaïekjes in de vorm van letters en leestekens die zich ogenschijnlijk aaneenrijgen tot woorden, zinnen en alinea’s.

Daarin legt de lezer ongemerkt zelf de betekenis die hij vervolgens zonder meer aan ‘auteur dezes’ toeschrijft.

Wie zou ik zijn zonder jou?

Gepixeleerd portret van de schrijver.
Het ware gezicht van Hans van Dam.

2 - Zelfportret

Ik ben een vrije denker en een hartstochtelijk schrijver met een neus voor onuitgesproken aannames die niets voor lief neemt.

Van de grenzen tussen de verschillende religies en tradities trek ik me niets aan. Een weetnietgeest is geen hokjesgeest; ik ga waarheen ik wil.

Mijn zen is paradoxaal, mijn nondualisme radicaal, mijn mystiek agnostisch, mijn filosofie postpostmodern.

De afgelopen 11 jaar heb ik 3300 teksten over niet-weten geschreven. Deze zogeheten dwaalteksten zijn nuchter en lyrisch tegelijk. Ik dis ze op met zachte humor en harde zelfspot.

Mijn dwaalteksten zijn gebundeld in de elfdelige Agnosereeks, die je terug kunt vinden op mijn website NietWeten.nl.

Sinds 2015 heb ik een dagelijkse rubriek in het Boeddhistisch Dagblad.

Lang geleden heeft mijn alter ego, drs. J.N. van Dam, al zijn diploma’s aan de natuur teruggegeven – behalve zijn zwamdiploma’s A-Z*, de enige waarvoor hij summa cum laude is geslaagd.

Sindsdien heet ik gewoon weer Hans.

* Helaas ben ik onherroepelijk gezakt voor het diploma Reddend Zwammen. Dat zal je dus zelf moeten doen.

3 - Een aanbeveling

‘Wat weet jij eigenlijk van jezelf, Hans?’

‘Minder dan wie ook.’

‘Dat lijkt me geen aanbeveling.’

‘Integendeel.’

4 - Te gek voor woorden

En wie is dat nou niet?

Sommige mensen vragen zich af wie het is die al die dwaalteksten uit zijn duim zuigt. Ja, dat zou ik ook weleens willen weten.

Ongetwijfeld gaat iemand mij dat nog eens haarfijn uitleggen.

Een roshi of een rinpoche.

Een goeroe of een mystagoog.

Een priester of een humanist.

Een sjamaan of een vrijmetselaar.

Een astronoom of een astroloog.

Een monist of een nondualist.

Een nihilist of een pluralist.

Een darwinist of een neuroloog.

Een fysioloog of een kwantumfysicus.

Een filosoof of een frenoloog.

Een psychiater of een psycholoog.

Liefst allemaal tegelijk en door elkaar heen.

Voor elke ik een specialist, ieder in zijn eigen taal, dat zal me een geouwehoer geven, zeg.

Babylonische spraakverwarring als hoogste identiteit.

Hoe ik mezelf op dit moment zou omschrijven? O, eh…

Als een heraut – zonder boodschap

Als een vrijbuiter – zonder buit

Als een kaper – zonder kust

Als een boekanier – zonder boeken

Als een piraat – zonder raad

Als een oproerling – zonder roer

Als een dwarsligger – zonder rails

Als een illusionist – zonder illusies

Als een pretendent – zonder pretenties

Als een dominee – zonder kansel

Als een zwerver – zonder ransel

Of gewoon als een kind met een rugzakje natuurlijk.

Een leeg rugzakje, dat dan weer wel.

Ach, Hans van Dam is gewoon te groot voor woorden.

Ik bedoel natuurlijk te klein voor woorden.

Te gewoon voor woorden.

Te gek voor woorden.

En wie is dat nou niet?

En wat is niet te gek voor woorden?

5 - Mijn hart is vol, mijn leer is leeg

Hans is zestig geworden maar zes gebleven. Hij maakt de balans op in zestig plus zes woorden.

Mijn hart is vol
Mijn leer is leeg
Mijn ziel is stil
Mijn lijf is veeg

Mijn geest is wild:
Een jonge man
Die wil nog steeds
Wat hij niet kan

Mijn lijf is moe
Mijn ziel is vrij
Mijn leer is dwaas
Mijn hart is blij

Maar niets hiervan
Is echt van mij
Nog even en
Het is voorbij

Nog even en
Het is voorbij

6 - Van brabbelaar naar krabbelaar

C.V. van een o.h.

Eerst kabbel je maar wat

dan sabbel je maar wat

dan grabbel je maar wat

dan brabbel je maar wat

maar je brabbelen

wordt babbelen

en ineens zeg je

mama

en ineens zeg je

lief

en ineens zeg je

stout

en ineens zeg je

ik

en ineens zeg je

ik ben lief

en

ik ben stout

en

ik ben goed

en

ik ben slecht

ik ben in wezen goed

ik ben in wezen slecht

ik ben in wezen goed en slecht

ik ben in wezen goed noch slecht

ik ben in wezen

wezenloos

soms ben ik zus

soms ben ik zoon

maar ben ik wel

of ben ik niet

of ben ik wel

én ben ik niet

de waarheid is

de waarheid is

de waarheid is

een woord

een woord

geen oord

een poort

van wat

naar wat

van gat

naar gat

je weet

niet wat

je zegt

je zegt

ik weet niet

of ik weet

of niet

ik zeg

maar niets meer

zeg je nog

dan zeg je

niets meer

niet hardop

je houd je mond

maar nooit je kop

de stilte spreekt

je toch niet aan

dus trek je weer

van leer

tot leer

de lege

blijkt

je laatste

heer

een metafoor

voor dat

nooit meer

wat moet je dan

nog zeggen

tja

je doet gewoon

van bla bla bla

o jee

ha ha

ach gut

nou ja

dus

net als vroeger

net als nu

en net als iedereen

alleen

het zegt je niks meer

wat je zegt

het zegt je

zelfs niet niks meer en

je schrijft het ook nog op, afijn

nu krabbel je maar wat

7 - Rijk zonder rijk

X: Hoe voelt niet-weten?

H: Rijk.

X: Heb je daarom tranen in je ogen?

H: Wie zal het zeggen.

X: Waar ben je dan zo rijk mee?

H: Geen idee.

X: Met de Waarheid?

H: Ken ik niet.

X: Met de Werkelijkheid?

H: Ken ik niet.

X: Met de Wijsheid voorbij alle wijsheid?

H: Heb ik niet.

X: Met het Ene?

H: Ken ik niet.

X: Met het Numineuze?

H: Ken ik niet.

X: Met je Oorspronkelijke Gezicht?

H: Heb ik niet.

X: Waar ben je dan zo rijk mee?

H: Dat zeg ik.

X: Wat?

H: Geen idee.

Gevallen is mijn last

Zo beeld ik mij soms in.

Naakt, achterovergebogen mannetje met een steen op zijn buik.
Die last is van mijn schouders…

Gevallen is mijn last
De last een beter mens te moeten worden
Redder van alle levende wezens
Modelman zonder ego
Bevrijd van reactiviteit
Gekluisterd aan het juiste
Het juiste inzicht
De juiste intenties
Juist spreken
Juist handelen
Juiste levensonderhoud
Juiste inspanning
Juiste bewustzijn
Juiste concentratie
Juist, onjuist, duimpje, vuist –
Die last is van mijn schouders
Zo beeld ik mij soms in

Gevallen is mijn last
De last van de onvoorwaardelijke liefde
Van het universele mededogen
Van het zuivere altruïsme
Van het onverstoorbare gemoed
Van het onwankelbare geweten
Van de eeuwige wijsheid
Van de milde open aandacht
Van louter zijn te moeten zijn
Van louter nog gewaar te zijn
Van dodelijk gewoon te zijn
Van altijd maar spontaan te zijn
Goedgeefs, bevrijd van mijn en dijn –
Die last is van mijn schouders
Zo beeld ik mij soms in

Gevallen is mijn last
De last van mijn zogenaamde verleden
Van schuldgevoelens over gedane zaken
Van spijt over gemiste kansen
Van schaamte over vermeende blunders
Van vruchteloos verlangen naar
Het tuinpad van mijn vader
De last van mijn zogenaamde toekomst
Van overspannen verwachtingen
Van fraaie beloftes
Van goede voornemens
Van grootse plannen
De last van mijn zogenaamde heden
Ongeboren en doodloos zou ik zijn
Tijdloos en oneindig
Alomvattend, nergens niet –
Die last is van mijn schouders
Zo beeld ik mij soms in

Gevallen is mijn last
De last mezelf te moeten doorgronden
Vast te moeten stellen wie ik ben
Te moeten blijven wie ik meen te zijn
Wie anderen menen dat ik ben of hoor te zijn
Mijn verhalen up-to-date te moeten houden
Alles weg te moeten moffelen wat niet past
Mezelf tot eenduidigheid te moeten dwingen
Vrij van ruis en negativiteit
Vrij van strijd en strijdigheid
Vrij van ik en jijigheid –
Die last is van mijn schouders
Zo beeld ik mij soms in

Gevallen is mijn last
De last van mijn gedachten
Gedachten als hierboven
Gedachten als hieronder
De mijne noch de jouwe
Zijn er om vast te houden
En eeuwig te herkauwen –
Zo beeld ik mij soms in

Naakt mannetje dat met zijn buik op een steen ligt waarmee hij vergroeid is
… Zo beeld ik mij soms in

9 - Mijn oorspronkelijk gezichtsverlies

X: Is niet-weten jouw oorspronkelijke gezicht?

H: Zeg maar gerust mijn oorspronkelijke gezichtsverlies.

X: Je ziet het niet als een triomf?

H: En ook niet als een debacle.

X: Hoe zie je het dan wel?

H: En ook niet als een het.

X: Wat zou jij zeggen?

H: Niet-weten is geen gezicht.

10 - Mijn ware gezicht is geen gezicht

Hokjesfeest

Maandag

X: Laatst noemde iemand jou een zenboeddhist, Hans.

H: Het boeddhisme heeft veel gezichten en een daarvan is het mijne. Welk van die gezichten het ware is moet ieder voor zich bepalen. Zelf kan ik ware noch onware ontwaren.

X: Volgens mij ben jij meer een nondualist.

H: Geef het kind maar een naam.

Dinsdag

X: Laatst noemde iemand jou een nondualist.

H: Advaita heeft veel gezichten en een daarvan is het mijne. Welk van die gezichten het ware is moet ieder voor zich bepalen. Zelf kan ik ware noch onware ontwaren.

X: Volgens mij ben jij meer een taoïst.

H: Geef het kind maar een naam.

Woensdag

X: Laatst noemde iemand jou een taoïst.

H: Het taoïsme heeft veel gezichten en een daarvan is het mijne. Welk van die gezichten het ware is moet ieder voor zich bepalen. Zelf kan ik ware noch onware ontwaren.

X: Volgens mij ben jij meer een mysticus.

H: Geef het kind maar een naam.

Donderdag

X: Laatst noemde iemand jou een mysticus.

H: Mystiek heeft veel gezichten en een daarvan is het mijne. Welk van die gezichten het ware is moet ieder voor zich bepalen. Zelf kan ik ware noch onware ontwaren.

X: Volgens mij ben jij meer een agnosticus.

H: Geef het kind maar een naam.

Vrijdag

X: Laatst noemde iemand jou een agnosticus.

H: Religie heeft veel gezichten en een daarvan is het mijne. Welk van die gezichten het ware is moet ieder voor zich bepalen. Zelf kan ik ware noch onware ontwaren.

X: Volgens mij ben jij meer een agnost.

H: Geef het kind maar een naam.

Zaterdag

X: Laatst noemde iemand jou een agnost.

H: Niet-weten heeft veel gezichten en een daarvan is het mijne. Welk van die gezichten het ware is moet ieder voor zich bepalen. Zelf kan ik ware noch onware ontwaren.

X: Volgens mij ben jij meer een zenboeddhist.

H: Geef het kind maar geen naam.

Zondag

Hè hè.

Maandag

X: Laatst noemde iemand jou een zenboeddhist.

Portret van Hans van Dam zonder gezicht.
Mijn ware gezicht.

Vier gezichtspunten voor gezichtslozen

1. Ik heb veel gezichten, en elk daarvan is het mijne.

2. Ik heb veel gezichten, maar geen daarvan is het mijne.

3. Ik heb geen gezicht, maar dat is wel het mijne.

4. Ik heb geen gezicht, en ook dat is niet van mij.

11 - Ik speel nog met verve, al is het geen rol

Wat is het dat fascineert en doet beven? Het onoplosbare raadsel dat mijn naam draagt.

In den beginne wist ik niets.
Niemand hoefde mij de weg te wijzen.
Alles ging vanzelf.
Ik speelde met verve, al was het geen rol,
maar mijn ouders wisten wel beter:
Niet weten was niets voor mij.

Ik stierf als speelkind en verrees als kind van god.
Religie zou mij de weg wel wijzen.
Ik speelde mijn rol met verve,
maar niemand kende de hoogste.
Kind zijn van god betekende nog steeds:
Niet weten wie ik was.

Ik stierf als kind van god en verrees als mens.
Humanisme zou mij de weg wel wijzen.
Ik speelde mijn rol met verve,
maar niemand begreep onze soort.
Mens zijn betekende nog steeds:
Niet weten wie ik was.

Ik stierf als mens en verrees als denker.
Filosofie zou mij de weg wel wijzen.
Ik speelde mijn rol met verve,
maar niemand kende de waarheid.
Filosoof zijn betekende nog steeds:
Niet weten wie ik was.

Ik stierf als denker en verrees als ziel.
Psychologie zou mij de weg wel wijzen.
Ik speelde mijn rol met verve,
maar niemand doorzag de psyche.
Ziel zijn betekende nog steeds:
Niet weten wie ik was.

Ik stierf als ziel en verrees als lichaam.
Fysiologie zou mij de weg wel wijzen.
Ik speelde mijn rol met verve,
maar niemand begreep het fysiek.
Lijf zijn betekende nog steeds:
Niet weten wie ik was.

Ik stierf als lichaam en verrees als dier.
Biologie zou mij de weg wel wijzen.
Ik speelde mijn rol met verve,
maar niemand doorgrondde het leven.
Dier zijn betekende nog steeds:
Niet weten wie ik was.

Ik stierf als dier en verrees als stof.
Fysica zou mij de weg wel wijzen.
Ik speelde mijn rol met verve,
maar niemand doorzag de materie.
Stof zijn betekende nog steeds:
Niet weten wie ik was.

Ik stierf als stof en verrees als geest.
Spiritualiteit zou mij de weg wel wijzen.
Ik speelde mijn rol met verve,
maar niemand begreep het bewustzijn.
Geest zijn betekende nog steeds:
Niet weten wie ik was.

Ik stierf als geest en verrees als het al.
Holisme zou mij de weg wel wijzen.
Ik speelde mijn rol met verve,
maar niemand vatte de kosmos.
Alles zijn betekende nog steeds:
Niet weten wie ik was.

Ik stierf als alles en verrees als niets.
Boeddhisme zou mij de weg wel wijzen.
Ik speelde mijn rol met verve,
maar niemand doorgrondde de leegte.
Niets zijn betekende nog steeds:
Niet weten wie ik was.

Ik stierf als niets en verrees niet meer.
De weg is vergeten, ik blijf wel hier.
Ik speel nog met verve, al is het geen rol.
Soms denk ik dat niemand iets weet,
al ben ik ook daarvan niet zeker.

12 - De weetnietgeest wil alleen maar ondermijnen

X: Ik heb geloof ik nog nooit zo’n subversieve geest gezien als de jouwe.

H: De weetnietgeest wil alleen maar ondermijnen.

X: Waar is dat goed voor?

H: Vraag dat maar aan de weetnietgeest.

X: Dat doe ik toch?

H: En wat zei de weetnietgeest?

X: Vraag dat maar aan de weetnietgeest.

H: Voilà.

X: Maar waarom doe je het dan?

H: Waarom doe ik wat dan?

X: Ondermijnen. Uithollen. Slopen.

H: Voor mij hoeft het niet.

X: Bedoel je dat je het niet kan laten?

H: Ook daar zit ik niet op te wachten.

X: Het hoeft niet en het hoeft niet niet?

H: En anders maar wel.

X: Rare snijboon.

H: Wie?

X: Bedoel je dat je niemand bent?

H: Bedoel je dat ik iets bedoel?

X: Geen-geest, geen-zelf, anatman, inessentie, sunyata?

H: Vraag het dan maar aan de weetnietgeest.

X: De weetnietgeest wil alleen maar ondermijnen.

H: De wat?

X: Ik heb geloof ik nog nooit zo’n subversieve geest gezien als de jouwe.

13 - De geest groef zich in, de geest groef zich uit

X: Wat was jouw weg?

H: Contractio mentis, dilatatio mentis.

X: Pardon?

H: De geest groef zich in, de geest groef zich uit.

X: En jij dan?

H: Ik dacht dat ik die geest was.

X: Nu niet meer?

H: Ik kan wel zoveel denken.

X: Er is alleen nog maar geest?

H: Ook uitgegraven.

X: Hoe zit het met ascese? Caritas? Meditatio? Contemplatio? Heb jij geloften afgelegd? Wat heb je allemaal gepraktiseerd?

H: Ik heb alleen maar geprakkiseerd.

X: Anders niets?

H: Een doorn verwijderd met een doorn.

X: Maar wat was dan de doorn?

H: De geest houdt de geest in zijn greep, de geest helpt de geest om zeep.

X: De geest was de doorn?

H: En de doorn gaf de geest.

X: Contractio mentis, dilatatio mentis.

H: Dan lijkt het nog wat.

X: En dat was jouw weg?

H: En weg was de weg.

14 - Grote woorden maken het kleiner

X: Heb jij het Ware Zelf gerealiseerd?

H: Ik weet niet wat mij is overkomen maar dit weet ik wel – grote woorden maken het kleiner.

X: Ik bedoel, ben jij aan de dualiteit ontstegen?

H: Ik weet niet wat mij is overkomen maar dit weet ik wel – grote woorden maken het kleiner.

X: Recht voor zijn raap dan: ben jij verlicht?

H: Ik weet niet wat mij is overkomen maar dit weet ik wel – grote woorden maken het kleiner.

X: En het stelt toch al niks voor, wou je zeggen.

H: Kleine woorden maken het kleiner.

X: Geen woorden dan maar?

H: Stilte maakt het te groot.

X: Geen woorden maar daden?

H: Woorden zijn ook daden.

X: Wat voor daden?

H: Taaldaden.

X: Geen grote woorden, geen kleine woorden, geen stilte en geen daden?

H: En geen opsommingen en geen negatieve definities.

X: Mystiek hoor.

H: Ik weet niet wat mij is overkomen maar dit weet ik wel…

X: Mystisch, mystagogisch, mythisch, myrionymisch, mysterieus, numineus?

H: Grote woorden maken het kleiner.

15 - Geen fundamentalist en geen antifundamentalist

X: Hoe noem je iemand die de ingrond heeft gerealiseerd?

H: De ongrond?

X: De ingrond. De grond van alles. Het absolute. De leegte. De boeddhanatuur. Het onveranderlijke. Bewustzijn. De Kenner. Dát.

H: O, dat.

X: Nou?

H: Een fundamentalist, zou ik zeggen.

X: Pardon?

H: Wie wat realiseert die heeft wat.

X: Vaste grond onder zijn voeten.

H: Dat denkt hij tenminste.

X: En jij?

H: Tja.

X: Ik bedoel, hoe noem je iemand die de ongrond heeft gerealiseerd?

H: De ingrond?

X: De ongrond. Ben je doof of zo?

H: Een fundamentalist, zou ik zeggen.

X: Hè?

H: Wie wat realiseert die heeft wat.

X: Onvaste grond onder zijn voeten.

H: Dat denkt hij tenminste.

X: Wie de ingrond heeft gerealiseerd is een fundamentalist en wie de ongrond heeft gerealiseerd is een fundamentalist?

H: Jij zegt het.

X: Wat maakt dat jou?

H: Mij maakt het niks.

X: Maar jij hebt toch de ongrond gerealiseerd?

H: Wat ben ik, een fundamentalist?

X: Jij bent toch van niet-weten?

H: Wat ben ik, een fundamentalist?

X: Heb jij soms iets tegen fundamentalisme?

H: Wat ben ik, een fundamentalist?

X: Dus jij hebt noch de ingrond noch de ongrond gerealiseerd.

H: Dat denk jij tenminste.

X: Wat als je niet meer denkt dat je de ingrond hebt gerealiseerd, niet dat je de ongrond hebt gerealiseerd en niet dat je noch de ingrond noch de ongrond hebt gerealiseerd?

H: Dat verschilt per persoon.

X: In mijn geval?

H: Dan bedenk je wel weer wat anders.

X: En in jouw geval?

H: Ben je doof of zo?

16 - In niet-weten is ruimte voor elke traditie

Witte rook.

X: Ik las ergens dat jij jezelf een allesbrander noemt. Bedoel je daarmee dat je tot geen enkele traditie behoort?

H: Ik bedoel daarmee dat ik tot elke traditie behoor.

X: Bedoel je daarmee dat er in elke traditie ruimte is voor niet-weten?

H: Ik bedoel daarmee dat er in niet-weten ruimte is voor elke traditie.

X: Behalve fundamentalistische dan toch?

H: Waaronder fundamentalistische, antifundamentalistische, fundamentele, ongefundeerde, en noem maar op.

X: Maar die behoren toch allemaal tot het weten?

H: Joost mag weten waartoe ze allemaal behoren.

X: Maar wat is dan nog het verschil met niet-weten?

H: Ik zou het ook niet weten.

X: Wat jou betreft mag alles in de allesbrander, zelfs niet-weten.

H: Zelfs de allesbrander.

Gezicht met wijd opengesperde mond waarin een verzengend vuur brandt.
Allesbrander.

17 - Het einde van mijn Latijn

X: Geloof jij in reïncarnatie?

H: Figuurlijk.

X: Vertel.

H: Eerst werd ik geboren in den vleze.

X: Als mens.

H: Dat was het einde van de vergetelheid.

X: En toen?

H: Werd ik herboren in de liefde.

X: Voor Lucienne.

H: Dat was het einde van de eenzaamheid.

X: En toen?

H: Werd ik herboren in den vreemde.

X: Als agnost.

H: Dat was het einde van de wijsheid.

X: Hoe oud ben je nu?

H: Eenenzestig, negenentwintig en twaalf.

X: Zitten er nog meer geboortes aan te komen?

H: Is het niet genoeg?

X: Geen verwachtingen?

H: Tot nu toe kwam iedere geboorte onverwacht.

X: En na de dood?

H: Eerst maar eens zien te sterven.

X: Geloof jij niet in de dood?

H: Misschien word je er wel in geboren.

X: Denk je dat of weet je dat?

H: Ik zeg maar wat.

X: En waar zou dat het eind van zijn?

H: Ik weet het niet, van mijn Latijn?

18 - Het einde van mijn gelijk

X: Geloof jij in reïncarnatie?

H: Ik zal wel moeten.

X: Hoe dat zo?

H: Ik ben alleen in dit leven al drie keer geboren.

X: Vertel.

H: Eerst werd ik geboren in onwetendheid.

X: Waar was dat het einde van?

H: Als ik dat eens wist.

X: En toen?

H: Werd ik geboren in mijn gelijk.

X: Waar was dat het einde van?

H: Mijn onwetendheid.

X: En toen?

H: Werd ik geboren in niet-weten.

X: Waar was dat het einde van?

H: Mijn gelijk.

X: En nu?

H: Ik zou het ook niet weten.

19 - Mijn weg was een lange reeks vernederingen

X: Wat was jouw weg?

H: Wat zal ik vandaag weer eens zeggen.

X: Nou?

H: Een lange reeks vernederingen dan maar.

X: Wat was het resultaat daarvan?

H: Vernietiging van eigendunk.

X: Ik dacht dat de weg er een was van spirituele groei.

H: Bij mij is er niets gegroeid.

X: Of van toenemende vaardigheid.

H: Bij mij is er niets toegenomen.

X: Of van voortschrijdend inzicht.

H: Bij mij is er niets voortgeschreden.

X: Of van optrekkende mist.

H: Bij mij is er niets opgetrokken.

X: Wat zou jij zeggen?

H: Tja.

X: En die weg ben jij vrijwillig gegaan?

H: Ik heb de hele weg tegengestribbeld.

X: Dan heb je weinig om trots op te zijn.

H: Zeg maar gerust niets.

X: Dan heb je niets om trots op te zijn.

H: Zeg maar gerust niemand.

X: Maar ook niemand om je voor te schamen zeker?

H: Je probeert de huid te verkopen voor je de beer geschoten hebt.

X: En als ik de beer geschoten heb?

H: Dan zijn je vragen overbodig.

X: Omdat ik de antwoorden dan weet?

H: Deze vraag ook.

X: Wie of wat is de beer?

H: Deze ook.

X: Wat moet ik doen om de weg van vernedering te gaan?

H: Je bent allang onderweg.

X: Wat moet ik onderweg doen?

H: Tegenstribbelen.

X: Maar ik wil juist meewerken.

H: Wou jij je de weg toe-eigenen?

X: Ik wil hem gaan, niet ondergaan.

H: Allemaal eigendunk.

X: Hoe moet ik tegenstribbelen?

H: Je doet al niet anders.

X: Hè?

H: Alleen al door mee te willen werken.

X: Dus eigenlijk doe ik het zo slecht nog niet?

H: Allemaal eigendunk.

X: Geef nog eens een voorbeeld van eigendunk.

H: Denken dat je ooit vrij zult zijn van eigendunk.

X: Wat is het toppunt van eigendunk?

H: Denken dat je eindelijk vrij bent van eigendunk.

X: Hoogmoed komt voor de val.

H: Deemoed net zo goed.

X: Wat komt er eigenlijk niet voor de val?

H: De val.

20 - Verlost van de verlossers

Beste Hans,

In al je teksten, om het even welke, maak je op mij een vrije en verloste indruk. Trefzeker, ook al schiet je vanuit de heup. Wat is jouw geheim?

Lullig mannetje in zijn nakie met een plantenspuit bij wijze van pistool.
“Trefzeker, ook al schiet je vanuit de heup.”

Beste X,

Dat ik niks meer uit te leggen heb?

Behalve dat ik niks meer uit te leggen heb, God sta me bij.

Misschien is dit mijn geheim:

Ik ben verlost van de verlossers.

Ontsnapt aan de snappers.

Verweesd van de wijzen.

Bevrijd van de vrijheid.

Ontdaan van de doener.

Ook de getuige is afgetuigd.

Zelfs niemand ben ik niet.

Hoe het zo gekomen is, weet ik precies niet.

Maar om dat nou een geheim te noemen?

X: Wat was jouw weg?

H: Als ik een weg had, zou ik hem meteen openstellen. Het zou een weg zijn met tweerichtingsverkeer, zodat je op je schreden kon terugkeren. Dat is pas vrijheid.

X: Zou jij op je schreden terugkeren?

H: Schrijden is voor koningen.

X: Kruipen dan?

H: Ik zit hier goed, zei de nar op zijn aambei.

X: Pardon?

H: Wat kan ik zeggen?

Niks zo lekker als honger.

Er is nog nooit een put verdronken.

Geen groter uitzicht dan geen inzicht.

Begrijp je wat ik bedoel?

X: Nee.

H: Nou, ik ook niet. Praten over een terugweg – man, ik heb niet eens een heenweg.

21 - Ruimte voor bekrompenheid

Beste Hans,

Heb jij overal ruimte voor?

Beste X,

Zelfs voor bekrompenheid.

X: Ik bedoel, sta jij echt overal voor open?

H: Zelfs voor geslotenheid.

X: Aanvaard jij werkelijk alles?

H: Zelfs afwijzing.

X: Heb je het nou over anderen of over jezelf?

H: Ik heb overal ruimte voor.

X: Voor andermans bekrompenheid of die van jezelf?

H: Ik heb overal ruimte voor.

X: Voor andermans geslotenheid of die van je zelf?

H: Ik heb overal ruimte voor.

X: Voor andermans afwijzing of die van jezelf?

H: Ik heb overal ruimte voor.

X: Begrijp ik het goed dat jij zelf niet vrij bent van bekrompenheid, geslotenheid en afwijzen?

H: Niet dat ik weet.

X: Is dat een kwestie van keuze of van overmacht?

H: Ik heb overal ruimte voor.

X: Bedoel je daarmee dat het je niet uitmaakt, of dat je het niet weet?

H: Ik heb overal ruimte voor.

X: Wat is niet-weten?

H: Dat je dat niet hoeft te weten.

X: Overal ruimte voor hebben, zou ik zeggen.

H: Dan ook voor wel-weten.

X: Maar jij bent toch van NietWeten.nl?

H: Ik ben nergens van.

X: Maar NietWeten.nl is toch van jou?

H: Niets is van mij.

X: Hè?

H: Alles dan?

X: Maar weten is toch juist…

H: Ik heb overal ruimte voor.

X: Jij hebt echt overal ruimte voor!

H: Zelfs voor bekrompenheid.

22 - Waar ik het allemaal vandaan haal

Beste Hans,

Ik zou je graag interviewen voor A.

Beste X,

Dat lijkt me geen goed idee.

X: Waarom niet?

H: Daar komen alleen maar antwoorden van.

X: Ik heb het niet over spirituele of religieuze vragen.

H: Maakt niet uit.

X: Het gaat mij om de man achter NietWeten.nl. Mensen willen weten wie jij bent.

H: Anders ik wel.

X: Ze willen weten waar je het allemaal vandaan haalt.

H: Bedenk maar wat.

X: Dat kan ik niet verantwoorden.

H: Of jij het nou doet of ik.

X: Dus je wilt niet meewerken?

H: Kun je hiermee uit de voeten?

23 - De mens achter het verhaal

Beste Hans,

Ik zou je graag interviewen voor B.

Beste X,

Gaat het om de mens achter het verhaal of om het verhaal achter de mens?

X: Om de mens achter het verhaal.

H: Als ik hem zie zal ik het doorgeven.

X: Ik bedoel, om het verhaal achter de mens.

H: Als ik het hoor zal ik het doorgeven.

24 - Wat ik het liefst zou willen

Vragen naar de onbekende weg.

Beste Hans,

Ik zou je graag interviewen voor C.

Beste X,

Moet ik er zelf bij zijn?

X: Ja, maar je mag helemaal bepalen hoe of wat.

H: O, gelukkig.

X: Wat zou je het liefst willen?

H: Dat jij de antwoorden geeft.

X: Hè?

H: Dan bedenk ik er wel weer vragen bij.

Balkende ezelskop met een microfoon ervoor.
“Ia! Ia!”

25 - Ai ai, de steen der wijzen

Grauw en ik zijn poot en been
We houden veel van reizen

Maar overal diezelfde steen
Ai ai, de steen der wijzen!

Balkende ezelskop.
“Ai ai!”

26 - Geen poot meer om op te staan

Steenbreek.*

* Nederlandse naam van het plantengeslacht Saxifraga.

X: Met welk dier zou jij jezelf vergelijken?

H: Ik ben nog stommer dan een ezel.

X: Hoezo?

H: Zelfs een ezel stoot zich geen tweemaal aan dezelfde steen.

X: En jij?

H: O, wel duizendmaal.

X: Wat voor steen?

H: De steen der wijzen.

X: En nu?

H: Heb ik geen poot meer om op te staan.

X: En die steen?

H: Helemaal aan diggelen.

X: Zul je je ooit nog stoten?

H: Waaraan?

X: Hè?

H: Waarmee?

X: Hoe stom kun je zijn.

H: Ik ben nog stommer dan een ezel.

X: Met welke plant zou jij jezelf vergelijken?

27 - De man die alles wist

En de vrouw die alles wou weten.

X: Hoe zou jij jezelf omschrijven?

H: Als de man die alles wist.

X: Wat wist je allemaal?

H: Dat is de vraag niet.

X: Wat is de vraag wel?

H: Wat ik allemaal wis.

X: O, zo.

H: O zo.

X: Wat wis je allemaal?

H: Wat niet.

X: Wat blijft er over als je alles wist?

H: Ik zou het ook niet weten.

X: Het enige wat overblijft is niet-weten?

H: Ook gewist.

X: Het enige wat overblijft is wissen?

H: Ook gewist.

X: Hoe zou je mij omschrijven?

H: Als je dat eens wist.

X: Wat als je alles weet?

H: Dan heb je veel te wissen.

28 - Eerst was ik een hele pief, nu sta ik aldoor paf

X: Ben jij veranderd door niet-weten?

H: Ik ben er niet door veranderd, niet-weten is de verandering.

X: Wat houdt die verandering in?

H: Eerst was ik een hele pief. Nu sta ik aldoor paf.

X: Wat als je aldoor paf staat?

H: Dan gaan je gedachten in rook op.

X: Poef.

H: Deze ook.

X: Hè?

H: Wat?

X: Ja, gaan je gedachten nou in rook op of niet?

H: Poef.

X: Maar eerst was je een hele pief en nu sta je aldoor paf?

H: Poef.

X: Dus je bent er niet door veranderd, niet-weten is de verandering?

H: Poef.

29 - Ik ben geen vertegenwoordiger, ook niet van niet-weten

X: Welke traditie vertegenwoordig jij eigenlijk?

H: Wat ben ik, een vertegenwoordiger?

X: Jij vertegenwoordigt alleen het niet-weten?

H: Wat ben ik, een vertegenwoordiger?

X: Bedoel je dat je alleen jezelf vertegenwoordigt?

H: Wat ben ik, een vertegenwoordiger?

X: O, ik snap het al.

H: Dat kon niet uitblijven.

X: Jij vertegenwoordigt het niet-vertegenwoordigen.

H: Wat ben ik, een vertegenwoordiger?

30 - Tegen woordigheid van geest

X: Wat betekent mindfulness voor jou?

H: Tegen woordigheid van geest.

X: En dat in het hier en nu zeker?

H: Dat is ook weer zo’n woord.

X: Met volledige aandacht dan.

H: Dat is ook weer zo’n woord.

X: Met volledige aandacht betekent anders hetzelfde als mindfulness.

H: Dat is ook weer zo’n woord.

X: Ik ben ook tegen woordigheid.

H: Je zou het zo niet zeggen.

X: Omdat de waarheid voorbij de woorden is.

H: Hoe kun je dat dan zeggen?

X: Aan jouw tegenwoordigheid van geest mankeert duidelijk niets.

H: Dat is ook weer zo’n woord.

X: Tegenwoordigheid of geest?

H: Woord.

31 - Ik heb mijn kleinheid gerealiseerd

X: Ben jij verlicht?

H: Hè?

X: Of je ontwaakt bent.

H: Dat zie je toch?

X: Wat heb je dan gerealiseerd?

H: Geen idee.

X: Je Boeddhanatuur? Je Ware Aard? Je Oorspronkelijke Gezicht? Big Mind? Het Zelf?

H: Daar weet ik allemaal niets van.

X: Wat dan wel?

H: Dat zeg ik.

X: Heb ik iets gemist?

H: Mijn kleinheid dan maar.

X: Jij hebt je Kleinheid gerealiseerd?

H: Met een kleine letter.

X: Vergeleken met wat?

H: Een hoofdletter.

X: Verwijs je daarmee naar afhankelijk ontstaan? Interzijn? Het Absolute? Non-dualiteit? Het Goddelijke?

H: Daar weet ik allemaal niets van.

X: Ook al niet?

H: Ik kan het ook niet helpen.

X: Bedoel je soms dat zoiets niet bestaat?

H: Dat weet ik ook al niet.

X: Nou, daar kan je mee voor de dag komen.

H: Alsof ik voor de dag wil komen.

X: Hoe klein ben jij wel niet?

H: Je mag me gerust een nul noemen.

X: Verwijs je daarmee naar het Niets? Sunyata? Anatman? Maya? Bewustzijn?

H: Daar weet ik…

X: Allemaal niets van, ja ja.

H: Je haalt me de woorden uit de mond.

X: Wat blijft er dan nog over?

H: Waarvan?

X: Kleinheid, zei je toch?

H: Om ervan af te zijn.

X: Dus jij bent niet verlicht?

H: Hè?

32 - Masters of the universe

Spelende wijs.

X: Wat is jouw favoriete lectuur?

H: Ik lees alles wat los en vast zit.

X: Noem eens wat.

H: Ik heb eens een jaar lang Perry Rhodan gelezen.

X: Science-fiction?

H: Je moet toch wat.

X: Ik bedoelde eigenlijk op het gebied van religie en spiritualiteit.

H: Ik ook.

X: Wat is er spiritueel aan Perry Rhodan?

H: De lezer?

X: Wie was je favoriete karakter?

H: Gucky.

X: Gekkie?

H: Een pratende muisbever die alleen maar wil spelen en tuk is op wortelen.

X: Niet Perry Rhodan?

H: Stel je voor.

X: Waarom niet?

H: Rhodan is de held.

X: Master of the Universe.

H: Dat denkt hij tenminste.

X: Jij denkt van niet?

H: Het is maar een verhaal.

X: En jij bent tuk op wortelen.

H: En ik wil alleen nog maar spelen.

X: Wat is iemand die alleen nog maar speelt?

H: Master of the Universe.

33 - Stillen getuigen niet

X: Als jij een monnik was, wat voor een zou je er dan willen zijn?

H: Een stille.

X: Waarom hou je dan je mond niet?

H: Omdat mensen mij van alles in de mond leggen.

X: Wat voor mensen bijvoorbeeld?

H: Mensen zoals jij bijvoorbeeld.

X: Dus eigenlijk ben jij een stille getuige?

H: Waarvan dan wel?

X: Keuzeloos gewaar zijn, heet dat bij Jiddhu Krishnamurti.

H: Noem dat maar stil.

X: Jij vindt het gelul.

H: Zie je wel dat je me van alles in de mond legt?

X: Wat wil je dan zeggen?

H: Alsof ik wat wil zeggen.

X: Maar waarom hou je dan je mond niet?

H: Daarom hou ik mijn mond niet.

34 - Met stomheid geslagen (bij wijze van spreken)

X: Wie God kent, is met stomheid geslagen.

H: Wie zegt dat?

X: Rumi, de soefimysticus.

H: Wie met stomheid geslagen is, spreekt niet van God.

X: Want wie met stomheid geslagen is, kent geen God?

H: Wie met stomheid geslagen is, spreekt niet van niet-God.

X: Want wie met stomheid geslagen is, kent geen niet-God?

H: Want wie met stomheid geslagen is, spreekt niet.

X: Betekent dit dat Rumi God niet kent?

H: Dat moet je Rumi vragen.

X: Of betekent het dat God Rumi niet kent?

H: Dat moet je God vragen.

X: Wat betekent het volgens jou?

H: Dat Rumi niet met stomheid is geslagen.

X: Ken jij God?

H: …

X: Bedoel je dat je God niet kent?

H: …

X: Kent God jou?

H: …

X: Bedoel je dat God jou niet kent?

H: …

X: Ken jij jezelf?

H: …

X: Bedoel je dat jij jezelf niet kent?

H: …

X: Is er een jij om te kennen?

H: …

X: Bedoel je dat er geen jij is om te kennen?

H: …

X: Ken jij de wereld?

H: …

X: Bedoel je dat je de wereld niet kent?

H: …

X: Is er een wereld om te kennen?

H: …

X: Bedoel je dat er geen wereld is om te kennen?

H: …

X: Ben jij het kennen zelf?

H: …

X: Bedoel je dat jij niet het kennen zelf bent?

H: …

X: Is er zoiets als het kennen zelf?

H: …

X: Bedoel je dat er niet zoiets is als het kennen zelf?

H: …

X: Bedoel je dat je niets weet?

H: …

X: Bedoel je dat je toch iets weet?

H: …

X: Bedoel je dat er niets te zeggen is?

H: …

X: Bedoel je dat er toch iets te zeggen is?

H: …

X: Bedoel je dat je met stomheid geslagen bent?

H: Dan had ik dat wel gezegd.

X: Wie met stomheid geslagen is spreekt niet, zei je toch?

H: Wat heb ik dan gezegd?

Foto van de auteur met een vijgenblad voor zijn mond.
Een blad voor de mond.

35 - Ik schaam me voor alles wat ik over niet-weten heb gezegd

Wanneer het over liefde gaat, schaam ik me voor al wat ik erover heb gezegd.

(Rumi in Het pad van de soefi, Javad Nurbakhsh, 2006, pagina 2)

Ik schaam me voor alles wat ik over niet-weten heb gezegd.
Meer nog zou ik me schamen als ik erover had gezwegen.

Ik schaam me dat ik er zoveel over heb gezegd.
Meer nog zou ik me schamen als ik me had ingehouden.

Ik schaam me dat ik van niet-weten spreek.
Meer nog zou ik me schamen als ik god of liefde of waarheid had gezegd.

Ik schaam me dat ik me overal voor schaam.
Meer nog zou ik me schamen als ik me nergens voor had geschaamd.

“Ik schaam me dat ik er zoveel over heb gezegd. Meer nog zou ik me schamen als ik me had ingehouden.”

36 - Mijn teksten zijn de kleren van een keizer zonder kleren

Deze website, NietWeten.nl, bestaat uit elf kloeke boekrollen – stof van de kleren van een keizer zonder kleren.

Ik ben er bij herhaling op gewezen dat ik mezelf maar blijf herhalen. Nou en of!

Maar niet als iemand die zichzelf of anderen probeert te overtuigen. Ik zou tenminste niet weten waarvan.

Van de gedachte dat ik niemand ergens van probeer te overtuigen, zeg je?

Weg ermee.

Hoe dan wel?

Als iemand die maar niet kan geloven dat hij zijn gedachten niet meer kan geloven.

Deze ook niet!

Als een keizer die er maar niet aan kan wennen dat hij geen kleren aan heeft, en nooit aan heeft gehad.

Dat hij al die tijd in zijn blote kont heeft lopen paraderen.

Dat hij nooit keizer is geweest, behalve in zijn eigen geest.

Wat hij dan wel was?

Een kleermaker zonder stof.

Een nar zonder hof.

Een schoenmaker zonder leest

Wat een sof.

Wat een feest!

Wat een bof!

Geen rijk om te regeren!

Geen protocol om te volgen!

Geen volk om te behagen!

Geen vijanden om te intimideren!

Geen idealen om na te jagen!

Geen plannen om te realiseren!

Geen schijn om op te houden!

Wat wil je nog minder!

Zalig zijn de armen van geest en stof!

Herhaling typerend voor mij. Ik ben mijn hele leven al geneigd tot monomanie.

Of misschien overkomt het iedereen die het denken doorziet, keer op keer, telkens weer, ook dit denken.

Dat je jaren moet wennen, bedoel ik, misschien wel je hele leven, aan de doorzichtigheid van je eigen (en andermans) gedachten.

Nu deze weer!

Eerlijk gezegd kan ik nog steeds niet geloven dat ik mijn gedachten niet meer kan geloven.

Toch begint de woordenstorm na tien jaar eindelijk te luwen.

Geloof ik.

En anders maar niet.

37 - Dronken van niet-weten

X: Volgens mij had jij je website lof-der-zotheid.nl moeten noemen.

H: Volgens mij had jij je website lof-der-zoheid.be moeten noemen.

X: Een obscure term, de zoheid der dingen, ik geef het toe, maar spot-on.

H: Bhutatathata.

X: Kan ik het helpen.

H: Klinkt als patattepatat.

X: Ja ja.

H: Of patati patata.

X: Ha ha.

H: Zelf heb ik meer met de zusheid der dingen.

X: Jij houdt niet op, hè?

H: Welles.

X: Maar?

H: Ik begin steeds opnieuw.

X: Dan zal dat het probleem wel zijn.

H: Zeg maar gerust de oplossing.

X: Volgens mij had jij je website lof-der-zatheid.nl moeten noemen.

H: Vind je mij dronken?

X: Dronken van niet-weten.

H: Of ben je me zat?

X: Zot.

H: Volgens mij had jij je website lof-der-zitheid.be moeten noemen.

X: Awel, ik ben een echte zitzak. Tweemaal daags vijftig minuten.

H: De uren op de sofa niet meegerekend.

X: Om over retraites nog maar te zwijgen.

H: Ik zal je voortaan aanspreken met Zijne Zennelijke Zitheid.

X: Eindelijk een titel.

H: En dat zonder transmissie.

X: Ik heb genoeg aan transcendentie.

H: Ik zal voor je bidden.

X: Bidden?

H: Heb ik iets verkeerd gezegd?

X: Waar haalt Zijne Zinnelijke Zotheid zo gauw een godheid vandaan?

H: Weet je dat niet? Ik ben de laatste katholieke non-boeddhist van Europa. Of de laatste non-katholieke boeddhist, daar ben ik nog niet uit.

X: Dan komen we goed weg.

H: Wie?

X: Wij Zennelijke Zitheden.

H: Wier heden zitten is.

X: Zitheden met een zitverleden en een dito toekomst.

H: Onverzittelijke doorzatters.

X: Een zenboeddhist heeft altijd wat te doen.

H: Waar is al dat zitten goed voor?

X: Metta, karuna, mudita, upekkha.

H: Moeder Maria.

X: De godin van het mededogen.

H: Met twaalf vagina’s en honderd borsten.

X: En nochtans onbevlekt.

H: Zitten zonder paal.

X: Onzedelijke taal.

H: Volgens mij had jij je website lof-der-zoetheid.be moeten noemen.

X: Je kunt het zenboeddhisme veel verwijten, maar geen zoetheid. Ga zelf maar eens een tijdje zitten, dan weet je wat ik bedoel.

H: Waarom zou ik het mezelf moeilijk maken?

X: Volgens mij had jij je website lof-der-zwakheid.nl moeten noemen.

H: Wie niet sterk is moet zwak zijn.

X: Wat hoop jij al schrijvend te vinden?

H: Hoop ik al schrijvend iets te vinden?

X: Waar is al dat schrijven goed voor?

H: Ik zou het ook niet weten.

X: Volgens mij had jij je website NietWeten.nl moeten noemen.

H: Wat hoop jij al zittend te vinden?

X: Mijn zelf hoop ik al zittend te vinden.

H: Misschien zit je er wel bovenop.

X: Misschien zit jij er wel naast.

H: Het ware zelf of het valse?

X: Het enige.

H: En dat voor iemand die het zelf nog moet vinden.

X: Die zit.

H: Volgens mij had jij je website lof-der-zelfheid.be moeten noemen.

X: Ik wéét dat er zoiets is.

H: Volgens mij had jij je website weten.bè moeten noemen.

X: Weten zonder woorden.

H: Is als een schaap zonder gras.

X: Bè.

H: Bhutatathata.

X: Ja ja, ha ha.

H: Nou nog een website zonder woorden.

X: Verbeter de wereld, begin bij jezelf.

H: Verbêter de wereld, begin bij het zelf.

X: Ik ga nog even op mijn zafu zitten.

H: Ik ga nog even naar de zoo.

38 - Mijn ware snuit

Koning der kieren.

Beste Hans,

Ben jij altijd zo kattig?

Beste X,

Alleen tegen katten.

X: Waarom?

H: Omdat ik eigenlijk een muis ben.

X: Ha ha, het ware gezicht van Hans van Dam.

H: Mijn ware snuit.

X: En ik maar denken dat jij een leeuw was.

H: Weer een illusie armer.

X: Die kan BRULLEN dat horen en zien vergaan.

H: Piep.

X: Genade!

H: En?

X: Wat?

H: Zijn horen en zien je al vergaan?

X: Nog lang niet.

H: Dan zal dat het verschil wel zijn.

39 - Niet wie je denkt

Hans in honderd ontkenningen.

Ik ben geen theïst.
Ik ben geen atheïst.
Ik ben geen agnost.
Ik ben geen god.
Ik ben niet goddelijk.
Ik ben niet de bron.
Ik ben niet het zijn.
Ik ben niet het kennen.
Ik ben niet het gekende.
Ik ben niet het onkenbare.
Ik ben niet de onkenbare.
Ik ben niet het absolute.
Ik ben niet het relatieve.
Ik ben niet het zelf.
Ik ben niet de geest.
Ik ben niet het bewustzijn.
Ik ben niet de stilte.
Het is niet stil in mij.

Niet dat ik weet.

Ik ben niet dit.
Ik ben niet dat.
Ik ben niet de vorm.
Ik ben niet de leegte.
Ik ben niet beide.
Ik ben niet geen van beide.
Ik ben niet het niets.
Ik ben niet het ene.
Ik ben niet twee.
Ik ben niet niet-twee.
Ik ben niet drie.
Ik ben niet vier.
Ik ben niet veel.
Ik ben niet alles.
Ik ben niet almachtig.
Ik ben niet eigenmachtig.
Ik ben niet machteloos.
Ik ben niet alwetend.
Ik ben niet onwetend.
Ik ben geen scepticus.
Ik ben niet wijs.
Ik ben niet dwaas.
Ik ben niet dwijs.
Ik ben niet wel.
Ik ben niet niet.

Niet dat ik weet.

Ik ben niet gebonden.
Ik ben niet vrij.
Ik ben niet gehecht.
Ik ben niet onthecht.
Ik ben niet in de wereld.
Ik ben niet van de wereld.
De wereld is niet van mij.
De wereld is niet in mij.
Ik ben het lijden niet voorbij.
Ik ben het voorbij zijn niet voorbij.
Ik heb mijn gedachten niet overwonnen.
Mijn gedachten hebben mij niet overwonnen.
Ik heb de wereld niet verzaakt.
Ik heb mezelf niet verzaakt.
Ik heb het verzaken niet verzaakt.
Ik heb het antwoord niet.
Ik ben het antwoord niet.
Ik heb de vraag niet.
Ik ben de vraag niet.
Ik weet niet wat verlichting is.
Ik ben niet het licht.
Ik ben niet de duisternis.
Ik ben niet de liefde.
Ik weet niet wat liefde is.
Ik ben niet aan gene zijde.
Ik ben niet aan deze zijde.

Niet dat ik weet.

Ik ben geen rolmodel.
Ik ben geen dokter.
Ik ben geen psychiater.
Ik ben geen therapeut.
Ik ben geen consulent.
Ik ben geen coach.
Ik ben geen welzijnswerker.
Ik ben geen levenskunstenaar.
Ik ben geen humanist.
Ik ben geen idealist.
Ik ben geen realist.
Ik ben geen optimist.
Ik ben geen pessimist.
Ik ben geen nihilist.
Ik ben geen negativist.
Ik ben geen laxist.
Ik ben geen fatalist.
Ik ben geen obscurantist.
Ik ben geen bodhisattva.
Ik ben geen meester.
Ik ben geen leraar.
Ik ben geen vriend.

Niet dat ik weet.

Ik behoor niet tot een bepaalde school.
Ik ben geen eclecticus.
Ik geef geen satsang.
Ik heb niets tegen satsang.
Ik heb geen sangha.
Ik heb niets tegen sangha’s.
Ik heb geen dharma.
Ik heb niets tegen dharma’s.
Ik heb geen goeroe.
Ik heb niets tegen goeroes.
Ik heb geen geloften afgelegd.
Ik heb niets tegen geloften.
Ik heb geen transmissie gekregen.
Ik heb niets tegen transmissie.
Ik mediteer niet.
Ik heb niets tegen meditatie.
Ik contempleer niet.
Ik heb niets tegen contemplatie.
Ik bid niet.
Ik heb niets tegen bidden.
Ik brand geen wierook.
Ik heb niets tegen wierook.
Ik heb geen huisaltaar.
Ik heb niets tegen huisaltaren.
Ik bezoek geen kerk, tempel of moskee.
Ik heb niets tegen kerken, tempels of moskeeën.
Ik voer geen rituelen uit.
Ik heb niets tegen rituelen.
Ik heb niets tegen bezwaren.
Ik heb niets tegen bezwaren tegen bezwaren.

Niet dat ik weet.

Ik ben niet geroepen.
Ik ben niet uitverkoren.
Ik ben niet thuisgekomen.
Ik ben niet eeuwig onderweg.
Ik ben geen weg gegaan.
Ik ben niet mijn eigen weg gegaan.
Ik ben de weg niet.
Ik ken de weg niet.
De weg kent mij niet.
Ik ben geen ander.
Ik ben mezelf niet.
Ik ben niet iemand.
Ik ben niet niemand.
Mijn naam is geen Haas.
Ik weet zelfs niet van niets.

Niet dat ik weet.

40 - Zelfportret en schietgebed

O schamele schim

Holler dan het holst van de

Wacht

Aangezegd door de slepende

Smacht

Onheid in het onheden

Zonderdeel van het onene

O schimmele waan

Slaak zacht